Bijlage 2 - Startnotitie actualisering GRGV
Tekst van het document
Ad. 2 De introductie van aanvullende controle-instrumenten voor gemeenteraden artikel 155 g en h Gemeentewet g. Recht van onderzoek Toelichting: Door het recht van onderzoek, ook wel recht van enquête genoemd, krijgen de gezamenlijke gemeenteraden de mogelijkheid om een gezamenlijke enquête uitte voeren naar de bestuursvoering van een gemeenschappelijke regeling. Voorwaarde voor de instelling van een gemeenschappelijke onderzoekscommissie is dat alle raden hiermee instemmen. Verder is het van belang dat een gezamenlijke enquête niet kan worden ingesteld als een gemeenschappelijke regeling getroffen of mede getroffen is door de raden. Inwerkingtreding: per 1 juli 2022 Aandachtspunten/uitwerking: de GR is een gemengde regeling (= mede getroffen door gemeenteraden) en hierdoor is het niet mogelijk om het recht van onderzoek op te nemen in de GR gelet op de uitzonderingsregel onder het kopje ‘toelichting’. h. Onderzoeksmogelijkheden lokale rekenkamers artikel 184 Gemeentewet Toelichting: Rekenkamers zijn al bevoegd onderzoek te verrichten bij gemeenschappelijke regelingen, inlichtingen in te winnen, documenten te vorderen en indien nodig bij de betrokken instelling een onderzoek in te stellen.
Met deze wijziging wordt verduidelijkt dat de lokale rekenkamers, waaronder gezamenlijke rekenkamers, de mogelijkheid hebben om onderzoek te doen naar het gevoerde bestuur van een gemeenschappelijke regeling waaraan een gemeente deelneemt. Inwerkingtreding: per 1 juli 2022 Aandachtspunten/uitwerking: Deze mogelijkheid bestaat nu ook al in artikel 184 van de Gemeentewet. De GR hoeft hiervoor niet te worden aangepast.
Ad. 3 Het verbeteren van de positie van gemeenteraden met betrekking tot het functioneren van de regeling i. Afspraken over evaluatie artikel 11a Wgr Toelichting: Het wordt verplicht om afspraken te maken over evaluatie van een gemeenschappelijke regeling. De meerwaarde van een evaluatie is dat periodiek wordt stilgestaan bij het functioneren van een gemeenschappelijke regeling. Waar de evaluatie specifiek op gericht moet zijn, hoe vaak die moet plaatsvinden en op welke wijze wordt niet voorgeschreven. Er kan dus ook worden gekozen voor de afspraak om een de gemeenschappelijke regeling niet te evalueren, maar dit is dan een bewuste keuze waar de gemeenteraad bij het voorleggen van de ontwerpregeling mee dient in te stemmen. Inwerkingtreding: uiterlijk 1 juli 2024 22
j.
Aandachtspunten/uitwerking: Bij de actualisering van de GR in 2022 is een artikel over de actualisering en evaluatie van de GR opgenomen (artikel 44). Hiermee is al voldaan aan de wijziging van de Wgr. Afspraken over uittreding Toelichting: Met het oog op mogelijke uittreding uit een gemeenschappelijke regeling kan niet langer worden volstaan met de afspraak dat het algemeen bestuur de uittredingsvoorwaarden vaststelt. Voortaan moeten in ieder geval afspraken worden gemaakt over de gevolgen voor het vermogen voor de rechtspersoon en de deelnemende gemeenten, waarbij moet worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen. Inwerkingtreding: per 1 juli 2022 Aandachtspunten/uitwerking: bij de actualisering van de GR in 2022 is een artikel over uittreding opgenomen (artikel 39). Er is toen gekozen voor het opnemen van een forfaitaire afbouw. Alle componenten die in de toelichting genoemd worden waar afspraken over gemaakt worden (personeel, contracten etc.) zijn opgenomen in de berekening van de forfaitaire bijdrage. Bij de uittreding van de gemeente Weesp is dit artikel ook al toegepast.
k. Aanpassing begrotingscyclus artikelen 34, 34b en 35 Wgr Toelichting: Bijdragen aan een gemeenschappelijke regeling zijn verplichte uitgaven voor een deelnemende gemeente die moeten worden verwerkt in de begroting van de deelnemende gemeente zelf. Om gemeenteraden meer positie te geven in de begrotingscyclus van een gemeenschappelijke regeling is ervoor gekozen de termijnen voor de indiening van de kadernota, ontwerpbegroting en begroting aan te passen. De begrotingscyclus van gemeenschappelijke regelingen sluit daardoor beter aan op die van deelnemende gemeenten, waardoor het voor gemeenteraden gemakkelijker wordt te overzien wat de gevolgen zijn van uitgaven aan gemeenschappelijke regelingen voor de eigen gemeente. Ook krijgen gemeenteraden langer de tijd om een zienswijze op de concept-begroting van een gemeenschappelijke regeling te geven en ontvangen zij de kadernota later. De aanpassing van artikel 35 lid 4 van de Wgr gaat uit van een behandeling van de begroting in twee fasen. Het vierde lid legt het dagelijks bestuur de verplichting op om voorafgaande aan de vaststelling van de begroting een reactie op de zienswijzen vast te stellen en ter kennis te brengen aan de raden. De reactie dient gemotiveerd aan te geven of de zienswijze leidt tot een al of niet gewijzigde vaststelling van de begroting.
Dit betekent dat het algemeen bestuur bij ontvangst van een zienswijze eerst de reactie moet vaststellen om na het zomerreces te kunnen komen tot vaststelling van de begroting. De gemeenteraden hebben na 15 september de gelegenheid om een zienswijze bij Gedeputeerde Staten in te brengen. Inwerkingtreding: per 1 juli 2022 Aandachtspunten/uitwerking: Voor de vaststelling van de begroting zijn in de artikelen 34 lid 2 35 lid 1 en lid 4 van de Wgr een nieuw proces en enkele nieuwe uiterlijke data opgenomen. De uiterlijke termijnen zijn met 4 tot 6 weken opgerekt om de gemeenteraden meer tijd te geven voor de beïnvloeding van begroting van de verbonden partijen. De kaderbrief mag om te beginnen in vervolg later, uiterlijk 30 april (dit was 15 april) worden toegezonden aan de raden. De vastgestelde begroting mag 6 weken later vóór 15 september (dit was 1 augustus) bij Gedeputeerde Staten worden aangeboden. De uiterlijke datum van aanlevering van de jaarrekening bij de Gedeputeerde Staten is niet gewijzigd die blijft vóór 15 juli. Deze termijnen worden in de Gr aangepast en in de jaarlijkse planningen verwerkt. Afhankelijk van het moment in het jaar waarop het zomerreces valt (en de daarmee samenhangende zomerstop m.b.t.
raadsvergaderingen en vergaderingen van het algemeen/dagelijks bestuur) zorgt dit voor meer of minder benodigde alternatieve oplossingen om te voldoen aan de wettelijke verplichtingen.
23
24