Bijlage 2 - Startnotitie actualisering GRGV
Tekst van het document
Startnotitie
Actualisering Gemeenschappelijke Regeling
Ons kenmerk Versie Datum Contactpersoon E-mail
22.0004065 2.1 3 maart 2023 Marlies van der Linden m.vanderlinden@regiogv.nl
INHOUD 1.
Inleiding
1
Technische aanpassingen Inhoudelijke aanpassingen Doel
1 1 2
2.
3
Proces
Fasering Procedure
3 4
3.
Preadvies algemeen bestuur wijzigingen Wgr
5
4.
Raadsbehandeling
8
Bijlage 1: Advies werkgroep verbetering governance 2020
9
Bijlage 2: Advies werkgroep verbetering governance 2021
13
Bijlage 3: Overzicht aanpassingen GR
18
Bijlage 4: Wijzigingen Wet gemeenschappelijke regelingen
20
1. Inleiding De Gemeenschappelijke regeling Regio Gooi en Vechtstreek (GR) geeft aan op welke wijze de gemeenten in Gooi en Vechtstreek en Eemnes de samenwerking vormgeven bij de aan de Regio overgedragen taken en dienstverlening. In de vorige bestuursperiode (2020 en 2021) zijn de adviezen van een werkgroep van raadsleden om de regionale samenwerking te verbeteren, door gemeenteraden en algemeen bestuur omarmd (zie ook bijlagen 1 en 2). Met deze adviezen van de Werkgoep Governance Regio wordt tegenwoordig dan ook gewerkt. Op 1 maart 2022 is de geactualiseerde GR in werking getreden. Deze startnotitie beschrijft het proces om tot de volgende actualisering van de GR te komen. De actualisatie van de gemeenschappelijke regeling heeft meerdere aanleidingen. Ten eerste is het noodzakelijk om technische aanpassingen te verwerken om de GR actueel te houden. De afspraak is dat dit tweejaarlijks wordt gedaan. Daarnaast kunnen bij de actualisatie inhoudelijke aanpassingen worden gedaan. De Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is gewijzigd met als doel om de democratische legitimatie en de controlerende rol van gemeenteraden in relatie tot gemeenschappelijke regelingen te versterken. De wijzigingen gaan over de eigen rol en positie van de raden, maar ook over onderwerpen als burgerparticipatie.
Hieronder wordt achtergrondinformatie gegeven over de technische en inhoudelijke wijzigingen.
Technische aanpassingen In de huidige GR is opgenomen dat de regeling tweejaarlijks wordt geactualiseerd. Met de inwerkingtreding per 1 maart 2022 betekent dit dus een actualisering met uiterlijke ingangsdatum voorjaar 2024. De actualisering is bedoeld om erop toe te zien dat bepaalde taken structureel belegd worden in de GR die als vorm van dienstverlening werden uitgevoerd en dat de beleids- en uitvoeringspraktijk zijn beslag krijgt in de GR. Ook biedt de actualisering de mogelijkheid de GR te toetsen aan wet- en regelgeving en uitvoerende processen. In bijlage 3 is opgenomen welke onderwerpen tot nu toe verzameld zijn om te verwerken bij de aanstaande actualisatie van de GR.
Inhoudelijke aanpassingen Gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) Op 1 juli 2022 is de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) in werking getreden. De gewijzigde Wgr heeft als doel om de democratische legitimatie en de controlerende rol van gemeenteraden in relatie tot gemeenschappelijke regelingen te versterken. Een aantal wijzigingen in de Wgr is direct per 1 juli 2022 in werking getreden. Voor andere wijzigingen geldt een overgangstermijn van twee jaar waarin invulling aan het maatwerk in de GR kan worden gegeven. De wijzigingen in de Wgr zijn toegelicht in bijlage 4. Naast een korte toelichting op de wijziging en de ingangsdatum is ook een kopje aandachtspunten/uitwerking opgenomen. Hierin is bijvoorbeeld aangegeven als een wijziging al bij een eerdere actualisatie van de GR is verwerkt (zoals actieve informatieplicht en afspraken over evaluatie).
1
Adviezen werkgroep governance Regio De regionale raadswerkgroep Verbetering Governance Regio (‘werkgroep Mol’) kwam in 2020 met 1 praktische aanbevelingen om de besluitvorming te verbeteren en in het najaar van 2021 met een 2 aanvullend advies om de aanbevelingen op een aantal punten te verhelderen. De raadswerkgroep adviseerde het Regiobestuur om te kiezen voor actieve en zichtbare regie op de regionale agenda. De positie van de gemeenteraden moet geborgd zijn aan de voorkant van de aanpak van gezamenlijke opgaven. De organisatie van het eigenaarschap en het woordvoerderschap van de raad verdienen hiervoor bijzondere aandacht in de afzonderlijke gemeenteraden. Daarbij moet de positie van het algemeen bestuur verduidelijkt worden door actieve en zichtbare regie vanuit het algemeen bestuur. Trajecten met raadsbevoegdheid starten altijd met een startnotitie en daarbij streven we naar informatiesymmetrie. Dit wil zeggen dat de raden dezelfde stukken in dezelfde vorm behandelen in een zo kort mogelijke tijdspanne. Preadvies algemeen bestuur wijzigingen Wgr Het algemeen bestuur heeft voor de wijzigingen in de Wgr waar nog een uitspraak van raden voor gewenst is een preadvies opgesteld. Dit advies is opgenomen in hoofdstuk 3. Raden worden gevraagd expliciet op dit preadvies te reageren bij het uitbrengen van hun zienswijze.
Doel Een geactualiseerde gemeenschappelijke regeling per 1 mei 2024.
1 2
Advies is opgenomen in bijlage 1. Advies is opgenomen in bijlage 2. 2
2. Proces Fasering De actualisering van de gemeenschappelijke regeling komt tot stand in twee fasen. In elke fase hebben de gemeenteraden een centrale en legitimerende rol richting het vervolg/einde van het proces. Het algemeen bestuur voert de regie op de totstandkoming van actualisering van de gemeenschappelijke regeling. Vanuit het algemeen bestuur is Nanning Mol bestuurlijk trekker voor de actualisering van de Gemeenschappelijke Regeling. De bestuurlijk trekker is bij de behandeling van dit onderwerp in gemeenteraden en op webinars/Regiopodia aanwezig. De twee fasen voor de actualisering van de gemeenschappelijke regeling zijn: 1. Startnotitie 2. Vaststellen definitief ontwerp gewijzigde GR
Startnotitie
Het algemeen bestuur stelt een startnotitie op en legt deze ter zienswijze voor aan de gemeenteraden.
Verwerken
Het algemeen bestuur bespreekt de zienswijzen met elkaar en met de raden tijdens een Regiopodium en neemt deze input mee bij het opstellen van een definitief ontwerp gemeenschappelijke regeling.
Vaststellen
Het algemeen bestuur legt een definitief ontwerp gewijzigde gemeenschappelijke regeling voor ter vaststelling door de gemeenteraden.
Deze fasering leidt tot de volgende planning: Datum
Wie
Wat
23 februari 2023
Algemeen bestuur
3 maart – 16 juni 2023
Colleges + Gemeenteraden
3 april 2023
Gemeenteraden
7 september 2023
Algemeen bestuur
9 oktober 2023
Regiopodium
14 december 2023
Algemeen bestuur
22 december 2023 – 29 maart 2024
Colleges + Gemeenteraden
April 2024 1 mei 2024
Gemeente Gooise Meren
Startnotitie vaststellen en vrijgeven voor zienswijzen Lokale behandeling startnotitie/opstellen zienswijzen Regiopodium over actualisatie GR, met name gericht op wijzigingen Wgr Bespreken opbrengst zienswijzen op startnotitie Bespreken opbrengst zienswijzen + doorkijk naar verwerking in ontwerp gewijzigde GR Vaststellen gewijzigde gemeenschappelijke regeling Lokale behandeling vaststellen gewijzigde gemeenschappelijke regeling Publiceren gewijzigde GR Ingangsdatum geactualiseerde gemeenschappelijke regeling
3
Procedure Gemeenteraden lokaal aan zet Als er richting gegeven moet worden of besluiten genomen moeten worden, dan doet de gemeenteraad dat lokaal. Regiopodia zijn altijd informatief van aard en bedoeld voor de uitwisseling van kennis, beelden en inzichten. Ze zijn niet bedoeld voor politiek bestuurlijke legitimatie. Eenduidige & gelijktijdige informatievoorziening Een eenduidige en gelijktijdige informatievoorziening is van groot belang om met elkaar een zorgvuldig proces te doorlopen om te komen tot een geactualiseerde GR. Het algemeen bestuur zorgt dat gemeenteraden dezelfde informatiepositie hebben. Het algemeen bestuur gebruikt hierbij de volgende werkwijze: Een eenduidige beantwoording van vragen Gemeenteraden stellen hun vraag rechtstreeks en voorafgaand aan de behandeling aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur voorziet de vraag z.s.m. van reactie, deelt de vraag en de reactie via de griffies met alle gemeenteraden en publiceert deze op haar website (tenzij vertrouwelijk). Voldoende tijd voor zienswijze Het algemeen bestuur houdt rekening met een zienswijze termijn van minimaal 8 weken exclusief reces en betrekt daarbij de vergaderdata van de raden in die periode. Een eenduidige beantwoording van moties/amendementen Het streven is om met elkaar eenzelfde GR vast te stellen.
Het proces met zienswijzeronde op de startnotitie biedt de mogelijkheid om vroeg in het proces verschillen af te wegen. De raden behouden daarbij altijd hun bevoegdheid om het definitieve voorstel te amenderen of een motie in te dienen. Indien raadsleden een motie of amendement op de definitieve GR willen indienen, dan doen zij er voor het regionaal draagvlak verstandig aan deze tijdig kenbaar te maken bij collega raadsleden van de regiogemeenten. Het algemeen bestuur wil dit proces faciliteren door moties en amendementen die tijdig bij haar kenbaar worden gemaakt te voorzien van een reactie en deze via de griffies te verspreiden onder alle gemeenteraden. Vaststelling Gemeenteraden stellen de gemeenschappelijke regeling lokaal vast.
4
3. Preadvies algemeen bestuur wijzigingen Wgr In bijlage 4 zijn alle wijzigingen in de Wgr toegelicht. Dit betreft een 11 tal-wijzigingen met als doel de democratische legitimatie en controlerende rol op gemeenschappelijke regelingen te versterken. Kort samengevat hebben de wijzigingen betrekking op: 1. Versterken van de positie van gemeenteraden bij besluitvorming in gemeenschappelijke regelingen: a. Zienswijzen bij treffen regeling b. Zienswijzen voor besluiten c. Gemeenschappelijke adviescommissie d. Afspraken over participatie e. Actieve informatieplicht f. Extra vergoeding voor lidmaatschap nieuwe gemeenschappelijke commissies 2. Aanvullende controle instrumenten voor gemeenteraden g. Recht van onderzoek h. Onderzoeksmogelijkheden lokale rekenkamers 3. Verbeteren posities gemeenteraden met betrekking tot het functioneren van de regeling i. Afspraken over evaluatie j. Afspraken over uittreding k. Aanpassing begrotingscyclus Een deel van deze 11 wijzigingen zijn al verwerkt in de GR, bijvoorbeeld bij een eerdere actualisatie. In bijlage 4 is bij elke wijziging toegelicht of deze al in de GR van de Regio verwerkt is. Er blijven een 3 aantal wijzigingen over waar een uitspraak van raden over wordt gevraagd : 1. zienswijzen voor besluiten 2. gemeenschappelijke adviescommissie 3.
afspraken over participatie Daarnaast worden de nieuwe termijnen en werkwijze voor de begrotingscyclus verwerkt om te voldoen aan de nieuw gestelde wettelijke termijnen en werkwijze. Preadvies algemeen bestuur Het algemeen bestuur heeft voor de wijzigingen in de Wgr waar nog een uitspraak van raden voor gewenst is een preadvies opgesteld. Raden worden gevraagd expliciet op dit preadvies te reageren bij het uitbrengen van hun zienswijze. Met de adviezen van de Werkgroep Verbetering Governance zijn de afgelopen jaren al stappen gezet in het organiseren van betere besluitvorming en het eerder betrekken van raden bij regionale besluitvorming. Deze adviezen zijn in 2020 en 2021 positief ontvangen door de gemeenteraden en het algemeen bestuur. Het gaat onder andere om: Werken met een startnotitie bij beleidsmatige dossiers. Hiermee wordt aan de voorkant van een traject input bij raden opgehaald en wordt helderheid gegeven over het proces en de procedure. De Regio organiseert regelmatig een Regiopodium waarbij uitwisseling/dialoog tussen de raden plaats kan vinden. Het eigenaarschap van het algemeen bestuur wordt vergroot. Dit gaat o.a. om aandacht voor transparante besluitvorming en een koppeling tussen leden van het algemeen bestuur en het voorzitterschap van een inhoudelijke portefeuille. Aandacht voor informatiesymmetrie richting de raden.
Met deze adviezen wordt nu steeds zoveel mogelijk gewerkt. In de afgelopen periode was het niet mogelijk om alle onderdelen optimaal uit te voeren (bv. tijdens corona periode waren fysieke bijeenkomsten zoals een Regiopodium niet mogelijk). Uitgangspunt van het algemeen bestuur is om
3
Dit betreft de situatie van deze specifieke gemeenschappelijke regeling. Ook andere organisaties met een gemeenschappelijke regeling werken aan het aanpassen van hun gemeenschappelijke regeling naar aanleiding van de Wgr-wijzigingen. Elke organisatie doet dat vanuit de eigen startsituatie en specifieke situatie (bv. Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek is een collegeregeling en Regio Gooi en Vechtstreek is een gemengde regeling wat o.a. verschil maakt bij de wijze van vaststelling). 5
consequent met deze adviezen te blijven werken en aan de hand van de ervaringen ook verbeteringen door te voeren. Daarnaast wil het algemeen bestuur met de mogelijkheden die de wijzigingen in de Wgr bieden gemeenteraden optimaal faciliteren bij het versterken van de democratische legitimatie en hun controlerende rol op de GR en stelt daarom het onderstaande voor. 1. Zienswijze voor besluiten Een artikel opnemen bij welke besluiten van het bestuur zienswijzen door raden worden gevraagd. Dit geeft raden helderheid en zekerheid op welke momenten zij zienswijzen uit kunnen brengen, naast de al vastgelegde zienswijzeprocedure over de ontwerpbegroting en het ontwerpvoorstel bestemming resultaat (artikel 28 in de huidige GR). Daarnaast benadrukt het algemeen bestuur dat de huidige werkwijze om te werken met een startnotitie bij de beleidsmatige dossiers uiteraard in stand blijft. Met het gebruik van de startnotitie worden raden ook vroegtijdig verzocht om input te leveren. “De besluiten van het bestuur” in dit artikel hebben betrekking op besluiten van het dagelijks en/of algemeen bestuur. Het aantal besluiten is daarmee beperkt, omdat de meeste besluiten op lokaal niveau genomen worden (in een aantal gevallen na afstemming/voorbereiding in de regionale portefeuillehoudersoverleggen waarna vaststelling door colleges en/of raden plaatsvindt).
Met het opnemen van dit nieuwe artikel in de gemeenschappelijke regeling blijven de lokale besluitvormingsbevoegdheden dan ook in stand. Mede op basis van ervaringen van de afgelopen jaren stelt het algemeen bestuur voor om het volgende artikel op te nemen: Aan een zienswijzeprocedure gemeenteraden zijn onderworpen besluiten van het dagelijks of algemeen bestuur tot: a. het aangaan van een duurzame vorm van samenwerking; b. het in uitvoering (over)nemen van markttaken; c. het doen van een investering van boven de 10 miljoen euro. 2. Afspraken over participatie Bij het onderdeel participatie stelt het algemeen bestuur voor om per traject te beslissen hoe en zo ja, op welke wijze de participatie het beste vorm kan worden gegeven. In de nieuwe gemeenschappelijke regeling zal hier een ‘’kan bepaling’’ voor geformuleerd worden. Op dit moment wordt op verschillende manieren participatie toegepast (bv. betrekken van (vertegenwoordigers) van cliënten, ervaringsdeskundigen, naasten en maatschappelijke partners zoals bij het beleidsplan bescherming en opvang; inzetten van klantenpanels; betrekken Wmo adviesraden etc.). Daarnaast is ook bij dit onderdeel de startnotitie een belangrijk middel om helderheid te geven over het toepassen van participatie. Net als bij de zienswijze voor besluiten geldt hierbij ook dat het aantal onderwerpen waar participatie bij plaats kan vinden beperkt is.
Het gaat hier immers alleen om participatie bij zaken waar beleidsvorming of beleidsuitvoering regionaal plaatsvindt en dit aantal zaken is beperkt (gelet op het beperkt aantal besluiten wat op regionaal niveau genomen wordt - veel besluiten worden op lokaal niveau genomen door colleges en/of gemeenteraden na afstemming in regionale portefeuillehoudersoverleggen en vindt de participatie lokaal plaats). Naast het opnemen van de ‘’kan bepaling’’ vindt een verkenning plaats naar de mogelijkheden rondom participatie. Dit zal te zijner tijd resulteren in een regionale participatieverordening. Het algemeen bestuur heeft op dit moment de volgende concept tekst voor het artikel over participatie opgesteld: Bij de voorbereiding, de uitvoering en de evaluatie van regionaal afgestemd beleid kan, in samenwerking met de gemeente(raden)n, gelegenheid worden geboden aan ingezetenen en belanghebbenden om betrokken te worden, overeenkomstig de wijze beschreven in de Participatieverordening Regio Gooi en Vechtstreek. 6
3. Gemeenschappelijke adviescommissie Vanuit de raden zijn duidelijke signalen voor meer directe betrokkenheid bij regionale besluitvorming gekomen. Eén van de mogelijkheden hiervoor is het instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie. Het algemeen bestuur wil deze mogelijkheid verder met u verkennen met gebruikmaking van de instrumenten die ingevoerd zijn naar aanleiding van de adviezen van de Werkgroep Verbetering Governance om raden in positie te brengen (startnotitie, Regiopodium) en door experimenten uit te voeren. Belangrijke aandachtspunten bij de verkenning zijn de bevoegdheden, taken en werkwijze van een mogelijke gemeenschappelijke adviescommissie. Het algemeen bestuur heeft de ambitie uitgesproken om deze bestuursperiode helderheid te hebben over de doorontwikkeling. Gelet op de verkenning die plaatsvindt wordt de adviescommissie niet nu bij de aanstaande actualisering van de GR opgenomen. Als de uitkomst van de verkenning daarom vraagt, wordt dit verwerkt bij de volgende actualisering van de GR.
7
4. Raadsbehandeling Bij het behandelen van de startnotitie worden de volgende vragen aan de raad voorgelegd: 1. Kunt u zich vinden in het voorgestelde proces, planning en procedureafspraken? 2. Wat is uw reactie op het preadvies van het algemeen bestuur gericht op de wijzigingen in de Wgr (beschreven in hoofdstuk 3; het voorstel voor zienswijze voor besluiten, participatie en gemeenschappelijke adviescommissie)? Dit antwoord kunt u mede baseren n.a.v. de informatie over de Wgr in bijlage 4 en de toelichting op het Regiopodium van 3 april over dit onderwerp. 3. Zijn er naast de adviezen van de werkgroep governance (bijlagen 1 en 2) en de verzamelde aanpassingen (opgenomen in bijlage 3) aanvullende onderwerpen/thema’s die bij het verdere proces rondom de actualisering van de GR meegenomen moeten worden?
8
Bijlage 1: Advies werkgroep verbetering governance 2020 Advies (20.0003241) Inleiding De Werkgroep Verbetering Besluitvorming Regio heeft op verzoek van het Algemeen Bestuur van de Regio Gooi en Vechtstreek gesproken over de besluitvormingsprocessen zoals die nu door de regio gehanteerd worden, hoe deze door de gemeenteraden ervaren worden en hoe de besluitvorming kan worden verbeterd. Het advies van de werkgroep kan als volgt worden samengevat: Betrek gemeenteraden eerder bij besluitvorming, hanteer transparant en eenduidig besluitvormingsproces 1. Introduceer startnotities Breng als regio, bij aanvang van de uitwerking van de regionale opgave uit de RSA, een startnotitie naar buiten met een verkenning van de opgave, de oplossingsrichtingen, het besluitvormingsproces en de beslissingsbevoegde organen. 2. Regiopodium: meer dialoog tussen de woordvoerders en met de portefeuillehouders Maak de Regiopodia onderdeel van de raadsprocessen (ad 1). Vergroot de betrokkenheid van raadsleden door de inhoudelijk woordvoerders uit de gemeenteraden op naam op te vragen en uit te nodigen. Benut de Regiopodia voor de dialoog tussen de woordvoerders van de verschillende gemeenten en met de portefeuillehouders over de denkrichtingen en het te doorlopen traject met de gemeenteraden.
Wees helder over het doel van een Regiopodium: de dialoog is (per definitie) beeldvormend, maar moet ruimte geven voor het peilen van meningen en gevoelens. Nodig alle gemeenteraadsleden uit om als toehoorder de dialoog te kunnen bijwonen. 3. Geef AB-leden meer ruimte om regionale rol te spelen De leden van het AB trekken regionaal een portefeuille namens de gehele regio. Geef hen meer ruimte om deze portefeuille te vertegenwoordigen in de hele regio in gesprekken met colleges en gemeenteraden. Zo kunnen zij hun bestuurlijke rol goed vervullen Door als regionaal bestuurlijk trekker aanwezig te zijn bij presentaties en behandeling in de gemeenteraden wordt de politieke sensitiviteit van het AB resp. portefeuillehouders vergroot. De regionaal bestuurlijk trekker vervult een verbindende rol die niet afdoet aan de bestuurlijke verantwoordelijkheid van de eigen portefeuillehouder. 4. Informatiesymmetrie Zorg ervoor dat de gemeenteraden (gelijk)tijdig over dezelfde openbare en vertrouwelijke informatie beschikken. Lever overzicht van de woordvoerders en de behandeldata bij de gemeenteraden. Werk met een regionale lange termijn agenda inclusief behandeling door de gemeenteraden. 5.
Breng de regionale griffierskring in positie bij aanvang van een regionaal proces − Zorg er voor dat bij aanvang van een regionaal proces, als onderdeel van de voorbereiding van een startnotitie, afstemming plaatsvindt tussen de regionale griffierskring en een ambtelijke vertegenwoordiging van de Regio over de planning, het proces, de bevoegdheden en de aard van de besluitvorming (een zienswijze of een inhoudelijk besluit).
9
1 Inleiding De gemeenteraden in de Gooi en Vechtstreek hebben in de periode 2018 – 2019 de Regionale Samenwerkingsagenda (RSA) vastgesteld. Deze RSA bevat het geheel aan regionale opgaven (het ‘wat’). De regionale portefeuillehoudersoverleggen zijn nu aan zet om in onderlinge afstemming en in regionale samenwerking uitwerking te geven aan deze opgaven. Bij behandeling van de Regionale samenwerkingsagenda in 2019 is de regionale afstemming over de vorm van intensievere betrokkenheid van de gemeenteraden geparkeerd. Toch leeft breed in de regio het gevoel dat de besluitvorming en de inhoudelijke betrokkenheid van de gemeenteraden bij de Regio beter kan. In november 2019 is een gesprekronde met gemeenteraden uitgevoerd waaruit als aanbeveling naar voren kwam om geen structuurverandering door te voeren maar eerst ‘het bestaande’ beter te benutten met daarin ruimte voor innovatie. Tijdens de werkconferentie met gemeenteraadsleden op 6 maart is een aantal van de bestaande vormen met mogelijkheid tot doorontwikkeling voorgelegd. Ook een recente ervaring met gelijktijdige raadsvergaderingen, van Laren, Gooise Meren en Hilversum over de inrichting van Crailo, werd hierin meegenomen. De bijeenkomst is op 6 maart afgesloten met de afspraak om met enkele gemeenteraadsleden het gesprek verder te verdiepen en te komen met concrete voorstellen voor een volgende werkconferentie op 2 juli.
2 Opbrengst Een groep vertegenwoordigers uit gemeenteraden, colleges en griffiers heeft zich op 9 en 22 juni gebogen over de ervaringen in de regionale afstemming tussen de gemeenteraden en de Regio tot op heden. Gezamenlijk hebben zij oorzaken besproken en oplossingen verkend. Hieronder wordt allereerst ingegaan op de constateringen om vervolgens te komen tot de besproken oplossingsrichtingen en enkele direct toepasbare voorstellen. Voorstel nr. 5 is op initiatief van de regionale griffierskring toegevoegd. 2.1 Constateringen Inhoudelijke opgaven RSA worden breed gedeeld Regionale samenwerking is in dit compacte gebied sinds mensenheugenis onderdeel van de cultuur. Alle gemeenten voelen zich ook onderdeel van de regio. De inhoudelijke opgaven die zijn opgenomen in de Regionale samenwerkingsagenda zijn een concretisering van het gedeelde gedachtengoed en worden door de werkgroep onderkend. Rommelige en ongestructureerde besluitvorming Het is tot nog toe nog wel zoeken naar een manier of een vorm die de regionale betrokkenheid van de gemeenteraden vooraf, tussentijds en bij de resultaten en verantwoording waarborgt. Uit de bespreking met de gemeenteraadsleden komt als rode draad naar voren dat de processen en procedures van de Regio tot nu toe ongestructureerd en rommelig overkomen.
Om regionaal afgestemd met gemeenteraden te komen tot besluiten over een onderwerp, moet in de procedure vooraf veel beter zijn nagedacht over de synchronisatie van de behandeling door de verschillende gemeenteraden. De besluitvorming rond de Regionale samenwerkingsagenda heeft enerzijds door de voortijdige vormdiscussie en anderzijds door het rommelige verloop van de afstemming van de amenderingen teveel politieke onrust opgeleverd. Geen eenduidige informatieverstrekking Er is daarnaast vastgesteld dat er verschil is in informatieniveau tussen de gemeenteraden.
10
De ervaring leert – uit contacten met overige gemeenteraadsleden - dat het per college kan verschillen of en op welke wijze de achtergrondinformatie (al of niet voorzien van een lokaal sausje) wordt verstrekt. Het ontbreken van informatiesymmetrie (regionaal) kan afbreuk doen aan het vertrouwen als gemeenteraad volledig (genoeg) geïnformeerd te zijn. Onderdeel van de informatiesymmetrie is ook te weten welke woordvoerders zijn betrokken en de planning bij de overige gemeenteraden. Besluitvorming vaak rijdende trein: bestemming voor regio helder, gemeenteraden mogen aanhaken Een andere constatering is dat gemeenteraden soms pas halverwege - als een reeds rijdende trein - in een regionaal proces kunnen instappen. Gemeenteraden ervaren hierdoor achter de feiten aan te lopen. Gemeenteraden worden op die manier onvoldoende in positie gebracht. Onvoldoende kennis bij raadsleden over regio Gemeenteraadsleden blijken regelmatig onvoldoende kennis te hebben over wat regionaal speelt. Daar zijn verschillende verklaringen voor. De regionaal actieve en betrokken raadsleden signaleren dat er door de Regio weliswaar uitgebreid gelegenheid wordt geboden om zich te laten informeren, maar dat dit zich doorgaans beperkt tot ca. 50 van de 170 raadsleden. Regiopodia als onderdeel van het raadsproces De functie van de Regiopodia wordt momenteel als te onduidelijk aangemerkt.
In de huidige opzet van de Regiopodia (informeel en informerend) wordt de dialoog tussen de woordvoerders en met de portefeuillehouders gemist. Dit levert teveel eenrichtingsverkeer op. Informatieoverdracht van en naar de eigen gemeenteraden vindt vanuit de Regiopodia in de huidige raadspraktijk niet plaats. De opkomst is bovendien betrekkelijk willekeurig. Te weinig politieke sensitiviteit Tenslotte is geconstateerd dat de Regio overwegend bestuurlijk is georganiseerd en ook in de aanpak zo is georiënteerd, waardoor het aan de gewenste politieke sensitiviteit of - antennes ontbreekt. 2.2 Oplossingsrichtingen Helder en eenduidig besluitvormingstraject De constateringen duiden op een oplossing die zich allereerst richt op een betere en veel nauwkeuriger afstemming van de beeldvormende en besluitvormende processen rond de gezamenlijke opgaven. Als er een eenduidig besluit moet worden genomen door zeven gemeenteraden dan luistert dit nauw. Een schema bij aanvang wordt gemist waarmee voor een ieder inzichtelijk is wat van welk orgaan op welk moment gevraagd wordt.
Een oplossing voor dit probleem, en voor de hierna gesignaleerde problemen van eenheid in proces en informatie en gelijktijdige raadsbesluitvorming, kan gevonden worden door als onderdeel van de voorbereiding van een startnotitie, afstemming te laten plaatsvinden tussen een ambtelijke vertegenwoordiging van de regio en de regionale griffierskring over in ieder geval de inrichting van het proces, planning, bevoegdheden van de betrokken regionale en gemeentelijke bestuursorganen en aard van de besluitvorming (een zienswijze of een inhoudelijk besluit). Dit ten bate van de gemeenteraden. Begin op tijd aan dialoog Als gemeenteraden in dit schema bovendien veel meer vooraan in het proces in positie worden gebracht levert dit een bijdrage aan het vervolg. De behoefte aan een tijdige dialoog over de probleemstelling en de oplossingsrichtingen wordt breed gedeeld. Een dialoog zou om het beheersbaar te houden kunnen plaatsvinden met de portefeuillehouders en de gemeenteraadsleden die later als woordvoerder in de lokale debatten naar voren treden.
11
Regionale bestuurlijke trekkers meer op pad en vrijheid voelen namens regio op te treden Bij (ambtelijke) presentaties of behandeling van RSA thema’s in de gemeenteraad is de aanwezigheid van de regionaal bestuurlijk trekker als gezicht van de regio belangrijk. Nadrukkelijke kanttekening daarbij is dat een regionaal bestuurlijk trekker niet in de plaats gesteld kan worden van de lokaal bestuurlijk verantwoordelijk portefeuillehouder. Een regionaal bestuurlijk trekker kan in afstemming met de lokaal portefeuillehouder een bijdrage leveren aan de lokale discussie in de raad met de inbreng van het regionale perspectief en de afhankelijkheden tussen gemeenten. Deelname Regiopodia bevorderen Om de deelname aan de Regiopodia te bevorderen is aanbeveling op naam van de hiervoor aangewezen en uitgenodigde raadsleden voor de Regiopodia uit te nodigen. De fracties wijzen daarvoor hun woordvoerders aan. Een bijkomstig voordeel is dat een actueel overzicht van woordvoerders ontstaat dat van meerwaarde is als regionaal netwerk van gemeenteraadsleden voor latere momenten van afstemming of initiatief. De uitnodiging aan de Regiopodia is niet beperkt tot de woordvoerders; overige belangstellende raadsleden, die de dialoog willen bijwonen, zijn eveneens van harte welkom. Eenheid in proces en informatie Als bijzonder aandachtspunt is genoemd de waarborging van de regionale informatiesymmetrie.
Alle raden moeten over dezelfde openbare en vertrouwelijke informatie beschikken in eenduidige vorm. Als via de colleges vanuit de samenwerking wordt gerapporteerd blijkt ook daar aandacht nodig voor de informatiesymmetrie. Als oplossingsrichting is genoemd een bondige verslaglegging uit Regiobijeenkomsten waarmee de kerninformatie eenvoudig is terug te koppelen naar alle raadsleden. Voor de informatiesymmetrie tussen de verschillende colleges zal het aankomen op afspraken in de regionale portefeuillehoudersoverleggen. De ervaring leert namelijk dat ‘vertaling’ van regionale kerninformatie naar de eigen lokale situatie toch vaak wenselijk is. Onder informatiesymmetrie wordt tevens verstaan het overzicht van de woordvoerders, het tijdstip van verstrekken van informatie en de planning van de raadsbehandeling in de gehele regio. Gelijktijdige gemeenteraden? Verder is in het gesprek gepasseerd de oplossing van de gelijktijdige gemeenteraad. Recent werd hiermee positieve ervaring opgedaan door de gemeenteraden van Laren, Gooise Meren en Hilversum toen het ging over de inrichting van Crailo. De kanttekening werd daarbij direct geplaatst dat dit niet alleen een zeer tijdrovende manier van vergaderen is, maar dat dit bij 7 gemeenteraden aanzienlijk in complexiteit zal toenemen.
Eerder werd tijdens de werkconferentie op 6 maart een vergelijkbare bedenking ingebracht tegen een Regiocongres met 170 raadsleden en 40 bestuursleden. Inhoudelijke betrokkenheid versterken via de woordvoerders De inhoudelijke betrokkenheid van de gemeenteraden kan worden vergroot door te werken met thematisch vormgegeven Regiopodia –opgenomen in de beeldvormende en besluitvormende processen rond de gezamenlijke opgaven - waarvoor de woordvoerders uit de gemeenteraden worden uitgenodigd. Naast de dialoog met de portefeuillehouders draagt dit ook bij aan de onderlinge uitwisseling tussen de betrokken woordvoerders uit de verschillende gemeenteraden. De Regiopodia blijven daarbij ook open staan voor de overige belangstellende gemeenteraadsleden die de dialoog graag willen volgen . Aan de orde kwam de goede ervaring met een werkgroep van raadsleden en een regelmatig ontvangen informatiebrief van de Veiligheidsregio. In het algemeen blijkt bij deze vormen een discussie te kunnen ontstaan over de vertegenwoordiging. Met een vorm van dialoog met en tussen de inhoudelijk woordvoerders wordt naar verwachting hierin gezien de diversiteit aan RSA thema’s - een gulden middenweg bewandeld.
12
Bijlage 2: Advies werkgroep verbetering governance 2021 (21.0004744)
Gemeenten en bestuurders, kies voor actieve en zichtbare regie in de Regio! We zijn trots op de Regio Gooi en Vechtstreek en we staan achter de regionale doelen die we samen willen bereiken. Toch zijn we niet tevreden over de wijze waarop besluitvorming in de Regio plaatsvindt en de wijze waarop gemeenten en gemeenteraden daarbij betrokken worden. Daarom heeft de Werkgroep Governance Regio in 2020, onder leiding van burgemeester Nanning Mol, een aantal praktische aanbevelingen gedaan om deze besluitvorming te verbeteren. Deze conclusies zijn overgenomen door de gemeenteraden en het Algemeen Bestuur. Toch lukt het nog niet goed om deze aanbevelingen in de praktijk te brengen. In mei 2021 heeft het Algemeen Bestuur daarom de werkgroep verzocht de aanbevelingen op een aantal punten te verhelderen. In dit vervolgadvies gaat dezelfde werkgroep op het verzoek van het Algemeen Bestuur in. Wij roepen het Algemeen Bestuur op vooral aan de slag te gaan met de aanbevelingen en te durven experimenteren. En wij permitteren ons de vrijheid om het Algemeen Bestuur en de deelnemende gemeenten op een ander punt te adviseren: De werkgroep merkt dat de afstand tussen de gemeenten, gemeenteraden en het Algemeen Bestuur groot is. Nu kunnen we wel mopperen op de Regio, uiteindelijk gaan we er zelf over. Wij zijn de Regio!. Namens ons zitten bestuurders in het Algemeen Bestuur.
We roepen hen op mee te helpen de afstand tussen de gemeenten en de Regio te verkleinen. We moeten investeren in het bestuurlijk eigenaarschap van de gemeenten in de Regio Gooi en Vechtstreek. Daarbij valt het ons op dat, door wisselingen en verschillen van rolopvatting, rollen en taken door elkaar lopen en het niemand echt duidelijk is wie waarover gaat in de Regio. Daarom vinden we het verstandig voor de verkiezingen samen werk te maken van een helder en duidelijk geformuleerde omschrijving van de bestuurlijke taken en verantwoordelijkheden van partijen in de Regio. De werkgroep doet daarvoor een voorzet: Wij bepleiten een duidelijker en krachtiger positionering van het Algemeen Bestuur en de bestuurders die vanuit de gemeenten hierin zitting hebben. Wat ons betreft is het Algemeen Bestuur collectief bestuurlijk verantwoordelijk en aanspreekbaar voor alle regionale doelen die nagestreefd worden. Leden van het Algemeen Bestuur hebben allen een inhoudelijke portefeuille waarvoor zij bestuurlijk trekker zijn namens de Regio. Zij zijn bestuurlijk regisseur op deze portefeuille en nemen wethouders en gemeenteraden mee in het gezamenlijk behalen van doelen die we samen willen bereiken. Actief en zichtbaar. Uitsluitend leden van het Algemeen Bestuur zijn bestuurlijk trekker op een portefeuille.
Daarbij is het Algemeen Bestuur collectief verantwoordelijk voor de organisatie van de Regio Gooi en Vechtstreek en alle acties (dus niet uitsluitend de RSA) en ondersteuning die vanuit deze organisatie ontplooid worden. Gemeenteraden roepen we op in eigen huis de betrokkenheid bij regionale onderwerpen te vergroten, door vaker en beter het gesprek over regionale onderwerpen te voeren en onze vertegenwoordigers eerder uit te rusten met ideeën over regionale onderwerpen die leven in de eigen gemeenten.
13
Aanleiding en opdracht In september 2020 heeft de Werkgroep Governance Regio gesproken over de besluitvormingsprocessen zoals die door de regio gehanteerd worden, hoe deze door de gemeenteraden ervaren worden en hoe de besluitvorming kan worden verbeterd. Dit heeft geleid tot een aantal praktische aanbevelingen die door de gemeenteraden in de Gooi en Vechtstreek zijn omarmd en door het Algemeen Bestuur zijn overgenomen. Op 21 mei 2021 heeft het algemeen bestuur de werkgroep verzocht op onderdelen verheldering aan te brengen en mee te denken over enkele andere aandachtspunten die spelen bij de eerstvolgende actualisering van de gemeenschappelijke regeling. De aandachtspunten heeft het Algemeen Bestuur samengevat in een nieuwe opdracht aan de werkgroep. Het algemeen bestuur ziet in het adviesverzoek vooruit op de situatie vanaf 1 januari 2022: Naast het uittreden van Weesp, wijzigt volgend jaar de Wet gemeenschappelijke regelingen. Omdat de nieuwe situatie vanaf 1 januari 2022 reeds vraagt om een actualisering van de gemeenschappelijke regeling (GR) kunnen eventuele adviezen van de werkgroep worden meegenomen in de voorbereiding van deze procedure. De regionale juridische werkgroep doet momenteel het juridisch technisch onderhoud van de GR.
Uitgangspunt voor het algemeen bestuur is om de nieuwe zittingsperiode 20222026 te kunnen starten met heldere afspraken over de afstemming tussen de gemeenteraden en het Regiobestuur. Advies werkgroep In het advies van de werkgroep wordt concreet ingegaan op uw adviesverzoeken en de opheldering van onduidelijkheden. We hechten er aan om ons advies onder te verdelen in een onderbouwd ‘hoofdadvies’ in het eerste deel, waarna in het tweede deel wordt ingegaan op uw concrete aandachtspunten.
I
Hoofdadvies: Kies voor actieve en zichtbare regie op regionale agenda
Samenvatting De kern van ons vervolgadvies richt zich op de aanbeveling om de rollen en verhoudingen tussen de verschillende organen en de functionarissen in de Regio te verbeteren: 1.
De positie van de gemeenteraden moet, conform het eerste advies, geborgd zijn aan de voorkant van de aanpak van de gezamenlijke opgaven; de organisatie van het eigenaarschap en het woordvoerderschap van de raad verdient hiervoor bijzondere aandacht in de afzonderlijke gemeenteraden.
2.
De positie van het Algemeen Bestuur moet verduidelijkt worden: a.
Het Algemeen Bestuur trekt actief en zichtbaar de regionale agenda, voert de regie en waarborgt de politieke legitimatie
b. De leden van het Algemeen Bestuur treden als zodanig naar buiten en zijn direct aanspreekbaar op hun regionale rol c.
De portefeuillehoudersoverleggen (wethoudersoverleggen) zijn adviserend aan het Algemeen Bestuur. Het Algemeen Bestuur bereidt de agenda’s van de portefeuillehoudersoverleggen voor. Regionale onderwerpen of bestuursopdrachten die worden opgevoerd op de agenda van de portefeuillehoudersoverleggen die geen onderdeel zijn van het regionale programma en inzet vragen, worden geaccordeerd door het Algemeen Bestuur.
14
Onderbouwing Processen en procedures zijn geen oplossing, maar een hulpmiddel In uw nieuwe opdracht wijst u op aandachtspunten die de werkgroep zouden kunnen verleiden tot het geven van een procedureel advies. Bijvoorbeeld het probleem waar u op wijst dat, als zeven gemeenteraden allemaal een Regionale Samenwerkingsagenda moeten vaststellen, dit in de praktijk (en dit is ook gebeurd) kan leiden tot zeven verschillende varianten. Daar kunnen we een proces voor bedenken over hoe je dan een knoop doorhakt en een besluit neemt. Het is echter ook van belang om, met het zicht op de volgende zittingsperiode en mogelijke actualisering van de regeling, niet te blijven volstaan met procesaanbevelingen. Je kunt jezelf de vraag stellen: “Hoe komt het dat zeven gemeenteraden het nodig vinden om een agenda te amenderen?” Het gaat in essentie om regionaal bestuurlijk leiderschap vanuit de deelnemende gemeenten en het organiseren van actieve regionale betrokkenheid van de gemeenteraden. In ons eerste advies hebben wij u voorgesteld meer te investeren in een actieve dialoog met de gemeenteraden voordat u met een voorstel aan de slag gaat. En wij hebben in onze gesprekken met de gemeenteraden ook hen gevraagd meer actief, en niet uitsluitend beeldvormend, deel te nemen aan regionale gesprekken.
Ga aan de slag en durf te experimenteren In ons eerste advies hebben wij u ook een aantal praktische tips gegeven hoe u eerder en actiever de dialoog kunt aangaan met de gemeenteraden. Hoe u deze toepast is aan u. Wij roepen u vooral op hiermee aan de slag te gaan en bij uzelf na te gaan over welke onderwerpen u wel of niet het gesprek aangaat en wil experimenteren met de aanbevelingen. Gemeenteraden hebben ook een rol in het verbeteren van de dialoog Tegelijkertijd hebben wij in onze gespreksronde met de gemeenteraden ook de gemeenteraden zelf opgeroepen in eigen huis meer aandacht te besteden aan de onderwerpen die regionaal spelen en hun vertegenwoordigers beter uit te rusten met lokale overwegingen die zij kunnen meenemen in regionale overleggen. Rollen en verhoudingen De werkgroep vraagt wel graag uw aandacht voor een ander onderwerp dat regelmatig in de gesprekken binnen de werkgroep aan de orde komt en dat ook onderdeel was van ons eerste advies, namelijk de rolopvatting van het Algemeen Bestuur. Regie In de beleving van de leden van de werkgroep zijn de leden van het Algemeen Bestuur collectief verantwoordelijk voor het behalen van de vastgestelde regionale doelen en zijn de leden individueel verantwoordelijk voor een inhoudelijke portefeuille waarover zij regie voeren.
De regionaal portefeuillehouders die zitting hebben in het algemeen bestuur zijn ‘trekkers’ van een onderwerp. En wij gaan ervan uit dat zij deze rol actief en zichtbaar in de regio willen vervullen. Het valt de leden van de werkgroep, mogelijk onterecht, op dat de leden van het Algemeen Bestuur voor de gemeenteraden weinig zichtbaar zijn. Dit in tegenstelling tot de medewerkers van de Regio, die wij regelmatig treffen en ook persoonlijk kennen. Dat stellen wij zeer op prijs. Wie draagt bestuurlijke verantwoordelijkheid? Echter, de medewerkers van de Regio dragen geen bestuurlijke verantwoordelijkheid. Wij kunnen dus ook van hen niet vragen in een bestuurlijk overleg een bestuurlijke agenda te verdedigen, laat staan over bestuurlijke voorstellen te onderhandelen. Dat is aan de leden van het Algemeen Bestuur. De medewerkers dienen beschermt te worden. Behoefte aan duidelijkheid Misschien zit de werkgroep er helemaal naast. Maar wij kunnen ons voorstellen dat het Algemeen Bestuur ook worstelt met zijn rolopvatting na de wisselingen van de afgelopen jaren. Het is de werkgroep namelijk ook niet duidelijk hoe bijvoorbeeld de portefeuillehouderoverleggen zich verhouden tot het Algemeen Bestuur en wie welke besluiten neemt en wanneer een voorstel wel of niet door gemeenteraden moet worden vastgesteld.
Anders gezegd: Wie voert nu eigenlijk de regie in onze regio? Wat betreft de werkgroep ligt de regie bij het Algemeen Bestuur, bij voorkeur met een 15
actieve en zichtbare invulling en vervullen de portefeuillehoudersoverleggen een inhoudelijk adviserende rol.
II
Uitwerking van de concrete aandachtspunten:
Hieronder gaat de werkgroep specifiek in op de door uw bestuur ingebrachte aandachtspunten: Proces en procedure vaststelling Regionale samenwerkingsagenda (RSA) Uitgangspunt voor de werkgroep is dat de RSA wordt vastgesteld door de gemeenteraden. Het is het instrument waarmee door de gemeenteraden focus wordt aangebracht in de regionale samenwerking. Het algemeen bestuur voert hierbij de regie. De portefeuillehoudersoverleggen zijn nauw betrokken bij de inhoudelijke voorbereiding en hebben een adviserende rol. De regionale context van de RSA vraagt om een goed georganiseerde gezamenlijke beeldvorming en nauwe afstemming bij de oordeelsvorming. Besluitvorming tenslotte vraagt om samenwerking tussen de gemeenteraden onderling. Door die samenwerking goed te faciliteren, komen we beter tot een gezamenlijke regionale strategie. Het verdient aanbeveling bij aanvang van dit complexe proces een startnotitie op te stellen waarin de opgaven, het proces en de procedures nauwkeurig zijn uitgewerkt. Kortheidshalve wordt hiervoor verwezen naar de aanbevelingen van de werkgroep uit 2020. Vaststelling startnotitie bij aanvang van een regionaal proces met de gemeenteraden Met de inzet van een startnotitie worden gemeenteraden actief aan de voorkant van het regionale proces betrokken bij de verkenning van de opgave(n) of een ander vraagstuk, het proces en de raadsprocedures.
In de aanbevelingen van de werkgroep uit 2020 is hieraan gekoppeld de ondersteuning door de griffiers. De startnotitie is geen doel maar een hulpmiddel om in regionaal verband met de gemeenteraden gestructureerd en zorgvuldig aan de slag te gaan. De politieke antenne van het Algemeen Bestuur vangt op wat nodig is. De verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het regionaal te doorlopen proces in de samenwerking ligt bij het Algemeen Bestuur. Na afstemming met de colleges en de gemeenteraden ligt de startnotitie ter vaststelling voor aan het Algemeen Bestuur. De regionale aanpak wordt vervolgens onder regie en verantwoordelijkheid van het Algemeen Bestuur uitgevoerd. Het Algemeen Bestuur kan om die reden ook door de gemeenteraden rechtstreeks op het samenwerkingsproces worden aangesproken. AB-lidmaatschap gekoppeld aan en regionaal bestuurlijk trekkerschap Een lid van het Algemeen Bestuur is naast vertegenwoordiger van het college ook aangewezen als verantwoordelijke (vanuit de raadsoptiek) voor het toezicht op de politieke legitimatie van de regionale samenwerking. De werkgroep gaat uit van de collectieve verantwoordelijkheid van het Algemeen Bestuur voor het regionale programma en voor een verdeling van de regionaal bestuurlijke trekkersrollen binnen het Algemeen Bestuur.
Het Algemeen Bestuur heeft als collectief, naast het toezicht op de legitimatie ook de taak om de integraliteit van de bestuurlijke afwegingen in de regionale samenwerking te bewaken. De werkgroep adviseert niet - zoals aan begin van deze periode 2018-2022 – een portefeuilleverdeling per gemeente na te streven. De onderlinge verdeling van trekkersrollen is een aangelegenheid van het Algemeen Bestuur zelf. Wijziging van GR door vertrek van Weesp De werkgroep beschouwt dit deel van het adviesverzoek als een overwegend bestuurlijk juridisch vraagstuk bij eerstvolgende actualisering van de GR. Gehoord de regionale juridische werkgroep is er geen wettelijke noodzaak om het aantal leden van het algemeen bestuur te verdubbelen. Aanpassing van de GR op dit onderdeel is hierop een logisch te volgen afweging. De wetswijzing van de Wgr. die de Tweede Kamer heeft gepasseerd en dit najaar voorligt aan de Eerste Kamer heeft betekenis voor de actualisering van de GR. Tijdige betrokkenheid van de gemeenteraden bij de verwerking van de wetswijzing Wgr. strekt in het verlengde van de doelstelling van de wetswijzingen tot aanbeveling. Uit het adviesverzoek en onze reactie valt op te maken, dat ‘governance’ aspecten bij gemeenteraden in de belangstelling staan. Het is aannemelijk dat gemeenteraden de wijzigingen in de Wgr.
en de vertaling naar de geactualiseerde GR nader in overweging willen nemen en wensen te beoordelen op toepassing bij de Regio Gooi en Vechtstreek.
16
Artikel 7 GR inwinnen zienswijze voorafgaande overdracht van collegebevoegdheden De werkgroep doet de aanbeveling artikel 7 bij de eerstvolgende actualisering van de GR te laten vervallen. Gehoord de regionale juridische werkgroep is aanpassing van de GR op dit onderdeel een logisch te volgen afweging. Mede doordat de GR tegenwoordig om de twee jaar wordt geactualiseerd, heeft artikel 7 geen zelfstandige betekenis en levert het in een context van de evaluatie van het besluitvormingsproces rond het doelgroepenvervoer een vertekend beeld. Schrappen bij eerstvolgende actualisering blijkt geen probleem.
17
Bijlage 3: Overzicht aanpassingen GR De volgende aanpassingen zijn verzameld om te verwerken bij de eerstvolgende actualisering van de Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek. Daarnaast worden ook aanpassingen gedaan naar aanleiding van wet- en regelgeving en de uitvoeringspraktijk. Met een werkgroep van juristen uit de regiogemeenten wordt dit verder voorbereid voor verwerking in de aangepaste GR. Beleidsvoorbereiding RVE Beleid en Bestuur In de beleidsvoorbereiding verricht de RVE Beleid en Bestuur (Sturing) ondersteunende en coördinerende taken op strategisch en politiek belangrijke thema’s waarvoor vanuit wet- en regelgeving of vanuit besluiten van (hogere) overheden regionale beleidsafstemming vereist is. Het algemeen bestuur stelt het overzicht vast van onderwerpen waarvoor dit van toepassing is en op basis van welke grondslag.
In het vastgestelde overzicht moeten dan de volgende onderwerpen staan: Woonakkoord (op basis van Woningwet) Afstemming ruimtelijke ontwikkelingen (in het kader van de provinciale omgevingsverordening) Energietransitie als deelregio van energieregio (vastgesteld door de Tweede Kamer) Asielopvang (op basis van flexibiliseringsagenda asielopvang, wetgeving in voorbereiding) Ontwikkeling bedrijvigheid en detailhandel (in het kader van de provinciale omgevingsverordening en detailhandelsvisie) MRA Regio Gooi en Vechtstreek coördineert de inzet en inbreng in de MRA vanuit onze deelregio. Het algemeen bestuur van de Regio vaardigt bestuurders af namens Gooi en Vechtstreek naar het MRA bestuur, de platforms en portefeuillehoudersoverleggen. Inhoudelijke afstemming vooraf en terugkoppeling achteraf vindt plaats in de regionale portefuillehoudersoverleggen. Het algemeen bestuur van de Regio Gooi en Vechtstreek heeft voor de deelregionale afvaardiging en afstemming werkafspraken vastgesteld. Als vervolgstap wordt dit verankerd in de gemeenschappelijke regeling. Hiermee is de invulling van de deelregionale uitwerking transparant en wordt geborgd dat de afvaardiging naar het MRA bestuur en de platforms is geregeld en dat deze afvaardiging het deelregionale belang kan vertegenwoordigen.
Inkoop inburgeringstrajecten De inkoop van inburgeringstrajecten is belegd bij Inkoop- en Contractbeheer plus de afhandeling van declaraties van aanbieders en de nakoming van contractuele afspraken. Voorstel is om deze taak structureel te beleggen bij de Regio. Afhandeling klachten zorgaanbieders door Regio In de huidige GR is opgenomen dat bij de opdrachtverstrekking van maatwerkvoorzieningen in het kader van de Wmo 2015, jeugdhulpvoorzieningen in het kader van de Jeugdwet en reintegratievoorzieningen aan aanbieders de Regio belast is met de behandeling van klachten. Voor de uitvoering van de voorzieningen door de gecontracteerde aanbieders is een centraal klachtenloket ingesteld waarbij de Regio klachten inneemt en doorgeleidt naar de betreffende aanbieder. De Regio heeft een taak bij het monitoren van klachten en als de klachtafhandeling bij de aanbieder niet naar wens verloopt of escaleert. Het voorstel is om in de GR deze taakuitvoering op te nemen. Rechtspositie GR In artikel 26 lid 1 rechtspositie van de GR is voor de medewerkers RAV en de medewerkers Vervoer een onjuiste benaming van hun Cao opgenomen. Dat moet zijn Cao ambulancezorg resp. Cao Taxi. Het voorstel is om in artikel 26 lid 2 van de GR te bepalen dat het dagelijks bestuur belast is met de uitvoering van de in lid 1 vermelde Cao's.
Bepaling privacy In de huidige GR is slechts voor enkele overgedragen taken aangegeven dat verwerking van persoonsgegevens tot die taakuitvoering behoort. Het voorstel is om een algemeen artikel over de verwerking van persoonsgegevens op te nemen waarbij wordt verwezen naar de AVG als wettelijke grondslag, de verhouding verwerkingsverantwoordelijke en verwerker, het 18
melden van datalekken en het bijhouden van een verwerkingsregister.
19
Bijlage 4: Wijzigingen Wet gemeenschappelijke regelingen Met ingang van 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) gewijzigd. De wijzigingen hebben betrekking op: 1. Versterken van positie gemeenteraden bij besluitvorming in gemeenschappelijke regelingen (a t/m f) 2. Aanvullende controle instrumenten voor gemeenteraden (g en h) 3. Verbeteren van positie gemeenteraden met betrekking tot het functioneren van de regeling (i t/m k) Deze wijzigingen worden hieronder kort beschreven. Hierbij worden onder het onderdeel ‘aandachtspunten/uitwerking’ aandachtspunten bij de uitwerking omschreven of wordt de specifieke situatie voor de Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek toegelicht.
Ad.1 Versterken positie raden bij besluitvorming in gemeenschappelijke regeling a. Zienswijzen bij treffen regeling (naast aangaan van een gemeenschappelijke regeling wordt mede bedoeld het wijzigen van, het toetreden tot en het uittreden uit een gemeenschappelijke regeling) artikel 1 Wgr Toelichting: Om de positie van de raad te verbeteren wordt de raad het recht toegekend om bij een ontwerpregeling een zienswijze naar voren te brengen. De raad kan zijn opvatting binnen acht weken kenbaar maken. Wanneer volgens de raad te weinig is gedaan met een zienswijze kan de raad ervoor kiezen geen toestemming te verlenen voor een gemeenschappelijke regeling. Inwerkingtreding: per 1 juli 2022 Aandachtspunten/uitwerking: omdat de GR een gemeenschappelijke regeling is die mede wordt aangegaan door raden is het niet nodig om deze aanpassing door te voeren. Bij het treffen van een geactualiseerde GR worden de raden, naast de colleges, immers gevraagd om te besluiten over de ontwerp GR. b. Zienswijze voor besluiten artikel 10 Wgr Toelichting: Er wordt een verplichting geïntroduceerd om in de gemeenschappelijke regeling afspraken te maken over welke besluiten van het bestuur van een gemeenschappelijke regeling vatbaar zijn voor een zienswijze aan de gemeenteraden. Hierdoor wordt het voor raden mogelijk hun opvatting te geven over een voorgenomen besluit.
In een gemeenschappelijke regeling kan ook worden afgesproken dat geen besluiten vatbaar zijn voor een zienswijze van de gemeenteraden, maar dat is dan een keuze waar de gemeenteraden bij het voorleggen van de ontwerpregeling mee dienen in te stemmen (art. 1 Wgr). Inwerkingtreding: uiterlijk 1 juli 2024 Aandachtspunten/uitwerking: er kan bijvoorbeeld een nieuw artikel opgesteld worden om te specificeren welke besluiten van het algemeen bestuur onderworpen zijn aan een zienswijzeprocedure via de gemeenteraden. In hoofdstuk 3 van deze startnotitie heeft het algemeen bestuur een preadvies over deze wijziging opgesteld. Aandachtspunten bij de verdere uitwerking zijn: wat zijn de consequenties voor procedures, doorlooptijden, samenhang met werkwijze om met startnotities te werken etc. c. Gemeenschappelijke adviescommissie artikel 24a Wgr Toelichting: Op voorstel van de gezamenlijke raden van de deelnemende gemeenten stelt het algemeen bestuur een gemeenschappelijke adviescommissie (commissie) in bestaande uit raadsleden van de deelnemende gemeenten. De commissie kan gemeenteraden in een vroeg stadium ondersteunen bij de voorbereiding van geplande besluiten van het algemeen bestuur over een gemeenschappelijke regeling.
Daarnaast kan de commissie het algemeen bestuur adviseren over voorgenomen besluiten en (gezamenlijke) standpunten van de raden van de deelnemende gemeenten ten aanzien van een gemeenschappelijke regeling voorbereiden en daarover adviseren. Een advies van de commissie kan ook gaan over zaken die niet met besluitvorming te maken hebben, zoals het al dan niet wijzigen van beleid of de wijze van het verwerken van zienswijzen die door raden zijn gegeven. De commissie is onderdeel van een gemeenschappelijke 20
regeling en wordt daarom ingesteld door het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling is verplicht om de commissie in te stellen als de raden hierom vragen. Er is geen sprake van delegatie van bevoegdheden aan de commissie. Uiteindelijk blijven de raden beslissingsbevoegd. Inwerkingtreding: per 1 juli 2022 Aandachtspunten/uitwerking: alle individuele raden moeten besluiten of zij een gemeenschappelijke adviescommissie in willen stellen. De raden in de Regio moeten hier een unaniem besluit over nemen. Wel bestaat de mogelijkheid voor een raad om in te stemmen met het instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie, en vervolgens te besluiten om geen vertegenwoordiging af te vaardingen. Na unanieme besluitvorming door de raden stelt het algemeen bestuur vervolgens de commissie in, nadat de raden de gelegenheid hebben gehad om wensen en bedenkingen over de bevoegdheden, de taken en de werkwijze van de commissie uit te brengen. De commissie bestaat uit leden van de verschillende raden. Voor het instellen van een dergelijke commissie is allereerst een verzoek vanuit alle gemeenteraden nodig. De raad van de gemeente Huizen heeft op 2 juni 2022 unaniem met een motie ingestemd tot het instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie Regio Gooi en Vechtstreek.
Onderdeel van deze motie is een oproep aan alle raden om een motie aan te nemen met daarin het voorstel aan het algemeen bestuur van de GR om een gemeenschappelijke adviescommissie o.g.v. artikel 24a Wgr in te stellen. Aan het college van de gemeente Huizen is verzocht het algemeen bestuur van de GR schriftelijk in kennis te stellen van deze motie en het daarin vervatte voorstel en de motie toe te sturen aan de gemeenteraden van alle deelnemende gemeenten. Nog niet alle raden hebben zich over dit onderwerp uitgesproken, maar kunnen dit betrekken bij het geven van hun zienswijze over deze startnotitie. Bij de afweging rondom het instellen van een adviescommissie kunnen de volgende aspecten worden meegenomen: door de afspraak om te werken met een startnotitie is de betrokkenheid van raden reeds vormgegeven; wat zijn de consequenties voor procedures, doorlooptijden etc. bij het instellen van een dergelijke commissie; welke taken, bevoegdheden en werkwijze zijn passend; hoe wordt de vertegenwoordiging vanuit raden geregeld; ontvangen de leden een vergoeding en zo ja, hoe hoog is deze (dit betreft wijziging 1f). In hoofdstuk 3 van deze startnotitie heeft het algemeen bestuur een preadvies over deze wijziging opgesteld. d.
Afspraken over participatie artikel 10 lid 7 Wgr Toelichting: In elke gemeenschappelijke regeling moet worden opgenomen of, en zo ja op welke wijze, burgers de mogelijkheid krijgen tot inspraak over bepaalde onderwerpen die bij de gemeenschappelijke regeling zijn belegd. Uit dit artikel vloeit dus een verplichting voort om afspraken te maken over participatie in de gemeenschappelijke regeling, echter de keuze voor het openen van deze mogelijkheid wordt overgelaten aan de gemeente. Dit betekent dat in de regeling ook afgesproken kan worden dat er geen mogelijkheid geopend wordt voor participatie. De keuze om wel of geen afspraken te maken op te nemen in de gemeenschappelijke regeling is dus aan de gemeenteraden. Inwerkingtreding: uiterlijk 1 juli 2024 Aandachtspunten/uitwerking: als besloten wordt tot het opnemen van afspraken over participatie zijn aandachtspunten bij de verdere uitwerking o.a. de consequenties voor procedures, doorlooptijden etc. Op dit moment heeft de Regio al een regionale inspraakverordening, maar deze moet binnenkort geactualiseerd worden. In hoofdstuk 3 van deze startnotitie heeft het algemeen bestuur een preadvies over deze wijziging opgesteld. e.
Actieve informatieplicht artikel 17 lid 2 Wgr Toelichting: Zowel het dagelijks bestuur, het algemeen bestuur als de voorzitter van een gemeenschappelijke regeling hebben een actieve informatieplicht richting de raden over wat er binnen een gemeenschappelijke regeling speelt. Deze informatieplicht komt overeen met de informatieplicht die het college van B&W heeft ten opzichte van de raad. In een gemeenschappelijke regeling moeten afspraken worden gemaakt over de wijze waarop deze informatie wordt aangeleverd. Inwerkingtreding: per 1 juli 2022
21
f.
Aandachtspunten/uitwerking: in de huidige GR is reeds een artikel opgenomen over informatie van het algemeen bestuur, dagelijks bestuur en de voorzitter aan de gemeenteraad (artikel 19 lid 1 GR). Extra vergoeding voor lidmaatschap nieuwe gemeenschappelijke commissies artikel 24a lid 6 Wgr Toelichting: Raadsleden die naast hun reguliere raadslidmaatschap lid zijn van een gemeenschappelijke adviescommissie of een gemeenschappelijke onderzoekscommissie kunnen aanspraak maken op een extra vergoeding. Voor de hoogte van de aanvullende vergoeding wordt aangesloten bij de hoogte van bestaande vergoedingen, zoals geregeld in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Inwerkingtreding: de bevoegdheid om een gemeenschappelijke adviescommissie in te (laten) stellen is mogelijk per 1 juli 2022. Aandachtspunten/uitwerking: Het verzoek tot het instellen van een commissie is aan de raden gezamenlijk (zie ook onderdeel c). Onderdeel van het instellen van een commissie is ook de vraag of de deelnemers een vergoeding ontvangen en zo ja, wat de hoogte hiervan is. Indien besloten wordt tot het verstrekken van een vergoeding aan de deelnemers is het noodzakelijk om hiervoor een begrotingswijziging op te stellen. De kosten voor een dergelijke commissie zijn namelijk niet opgenomen in de Regiobegroting.