Bijlage 2 - Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Oosterveld en Altenburg (2005) stellen gemotiveerd dat een duurzame populatie minimaal 50 broedparen per soort bevat. Het zal duidelijk zijn dat de telling in 2018 in de Horn- en Kuijerpolder te laag scoort om een duurzaam behoud van de populatie te verkrijgen. In het Natuurbeheerplan wordt jaarlijks vastgelegd wat de ambities zijn en waarvoor geld is gereserveerd binnen het natuurbeheer. Uit de gegevens van het meest recente Natuurbeheerplan blijkt dat tot op heden er geen weidevogelbeleid c.q. beheer wordt uitgeoefend in de Horn en Kuijerpolder. Ook van een duurzame inzet is geen sprake. Zie verder de Ecologische Quickscan inzake de Effecten van het Project op het weidevogelleefgebied. Derhalve zijn er voldoende redenen om aan te nemen dat op basis van al deze gegevens en het recente rapport Ecologisch onderzoek De Vechtoever van mei-juni 2021 (Bijlage III.4, aangevulde aanvraag omgevingsvergunning d.d. 27 augustus 2021) dat het provinciaal bestuur redelijkerwijs tot wijziging van de begrenzing van het weidevogelleefgebied zou kunnen besluiten door dit grondareaal van het Chaletpark aan de kwalificatie als weidevogelleefgebied te onttrekken.
Bij de voorgenomen herinrichting van het grondareaal van het Chaletpark voor wat betreft de aangrenzende gronden van het Natuurontwikkelingsgebied welke is gelegen buiten het uitbreidingsgebied van de wijzigingsbevoegdheid, wordt door het gelijktijdig treffen van specifieke maatregelen en een verantwoorde inrichting van de weidegronden, het provinciaal beleid terzake van weidevogels nochtans materieel en feitelijk daadkrachtig ondersteund.
p 28 van 66
UNESCO-erfgoederen Het gehele plangebied, inclusief het bestaande chaletpark, maakt volgens de PRV onderdeel uit van het UNESCO-erfgoed ’Nieuwe Hollandse Waterlinie’. Vanuit de provincie wordt een drietal kernwaarden gehanteerd ten aanzien van de NWH; • de landschappelijke karakteristiek: de landschapstypen en de belangrijkste kenmerken van deze landschappen. • openheid en ruimtebeleving: de beleving van de vrije open ruimte, de horizon en de oriëntatiepunten. • de ruimtelijke dragers: de driedimensionale structuren en lijnen die in het (vlakke) landschap het beeld bepalen en begrenzen. Denk hierbij aan bebouwingslinten, bomenlanen en dijken.
Figuur 4.1b Kaart Unesco werelderfgoederen en situatie Nieuwe Hollandse Waterlinie De voorgenomen ontwikkeling zorgt voor afdoende behoud van bestaande zichtlijnen op het eigen grondareaal en achterliggende gronden, het openhouden van de schootscirkels rond de forten en is verder geen belemmering voor behoud van bestaande accessen (toegangen tot gebied dat onder water gezet kan worden als verdedigingsmiddel). Vanaf het zuidelijk gelegen dichtstbijzijnde Fort Kijkuit (2,8 km afstand tot het plangebied) is geen zicht op het uitbreidingsgebied, tussen het noordelijk gelegen Fort Hinderdam (3,4 km afstand tot het plangebied) en het uitbreidingsgebied ligt het bestaande dorp Nederhorst den Berg.(gedefinieerd als een cirkel van 1.000 meter rond een fort conform Managementplan Werelderfgoed De Stelling van Amsterdam Brendan McCarthy en Henk van Kessel, juni 2014) Zichtlijnen vanaf de weg worden behouden door openheid op de noordelijk en oostelijk gelegen percelen; zie figuur 4.1c. De chalets op het chaletpark worden zorgvuldig ingepast en aan het oog onttrokken door natuurlijke bosschages die lokaal reeds deels aanwezig zijn. Bij deze inpassing is nadrukkelijk rekening gehouden met het waarborgen van de bestaande kernkwaliteiten van het gebied. De ontwikkeling is van beperkte aard en het samenhangend geheel tussen verdedigingswerken en het landschap blijft behouden.
p 29 van 66
Figuur 4.1c Uitsnede inrichtingsplan: behoud van openheid en zichtlijnen
Met de aanleg van poelen en royaal aanwezig water ten noorden van de uitbreidingsgronden op het Natuurontwikkelingsgebied (circa 2,4 hectare) wordt het inundatiekarakter verder versterkt ten opzichte van de huidige situatie. De locatie van het recreatiepark valt in belangrijke mate binnen de Stelling van Amsterdam als inundatiegebied. Het beleid is gericht op het behoud of de versterking van de kernkwaliteiten zoals omschreven in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. Door de wateroppervlakten in het plangebied door te trekken naar, en te verbinden met, wateroppervlakten op het thans bestaande park, wordt een verdere versterking van het vernattingsdeel en inundatie karakter van het plangebied gerealiseerd.
Figuur 4.1d Visualisatie aangepast inrichtingsplan: verbinden van water en versterken inundatie karakter
Conform art. 22 van de PRV geldt dat in het bestemmingsplan regels moeten worden opgenomen ten behoeve van het behoud of versterking van de kernkwaliteiten van de erfgoederen van de uitzonderlijke universele waarde, zoals omschreven in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. Verder mag een bestemmingsplan in dit gebied uitsluitend voorzien in nieuwe functies en uitbreiding van de bebouwing van bestaande functies voor zover deze de kernkwaliteiten van de erfgoederen met uitzonderlijke universele waarde behouden of versterken, als bedoeld in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. Met de
p 30 van 66
inrichting van een Natuurontwikkelingsgebied en een daarop gerichte uitzichttoren met educatie voorzieningen wordt voorzien in het versterken van de kernkwaliteiten.
Figuur 4.1e Voorbeeld van uitzicht toren en educatiebord
Leidraad Landschap en Cultuurhistorie In deze leidraad is het gebied, waarbinnen het recreatiepark is gelegen, bestempeld als het ensemble de ’Vechtstreek’. De Vechtstreek is belangrijk voor de recreatie en kent veel route-gebonden vormen van recreatie (fietsen, wandelen, varen), gericht op het beleven van natuur en cultuurhistorie. In het Loosdrechtse plassengebied loopt een gebiedsproces onder regie van de provincie waarin met combinaties van natuurbeheer, recreatief ondernemerschap de landschappelijke kwaliteit wordt versterkt en de inrichting van de openbare ruimte en het zicht op het water wordt verbeterd.
p 31 van 66
Figuur 4.2 Uitsnede overzichtskaart Leidraad en cultuurhistorie (de uitbreiding van de planlocatie in rode omlijning).
Dit ensemble heeft volgens de leidraad een drietal provinciale kernwaarden: • de landschappelijke karakteristiek: de landschapstypen en de belangrijkste kenmerken van deze landschappen. De ontwikkellocatie is gelegen in het Veenpolderlandschap; optrekkende verkaveling, veenplassen en legakkers. • openheid en ruimtebeleving: de beleving van de vrije open ruimte, de horizon en de oriëntatiepunten. De locatie kenmerkt zich op dit punt met name vanwege de open veenplassen met dichte moerasbossen aan de randen. • de ruimtelijke dragers: de driedimensionale structuren en lijnen die in het (vlakke) landschap het beeld bepalen en begrenzen. Denk hierbij aan bebouwingslinten, bomenlanen en dijken. In het Vechtplassengebied zijn ontginningslinten, kaden en de ringdijk van de Horstermeer dragers. De algemene ambitie is om ruimtelijke ontwikkelingen in dit ensemble: • bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek • bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid en • helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers. Met de voorgenomen ontwikkelingen op het recreatiepark worden de landschappelijke kenmerken van het gebied, met optrekkende verkaveling en veenplassen in stand gehouden. De openheid van het bestaande recreatieterrein wordt met het structureren c.q.
clusteren van de recreatie verblijfseenheden verbeterd. Ter plaatse van de nieuwe chalets (standplaatsen) wordt enige openheid onttrokken, echter blijft hier met een zorgvuldige landschappelijke inpassing meer dan voldoende ruimte voor zichtlijnen en voor het
p 32 van 66
landelijke karakter van het gebied. Het open weidevogelleefgebied ten noorden van het chaletpark blijft behouden en wordt zelfs versterkt met enkele solitaire groene invullingen. De bestaande ruimtelijke structuren en lijnen komen in het grote geheel niet in het geding, tevens blijven vanaf de Eilandseweg en overige verkeersinfrastructuur de zichtlijnen op het open landschap behouden. De bewoners van de bestaande nabijgelegen woningen ondervinden evenmin belemmering in het weidse uitzicht op de polder. Met het voorliggende plan wordt op het bestaande park meer ruimte gegeven aan groene invulling met behulp van het uitrollen van een groenvisie en bijbehorend beheerplan. Daarnaast wordt rekening gehouden met het verkavelingspatroon waar voldoende groenelementen zorgen voor een natuurlijke afscherming. De realisatie van de recreatiechalets zal de ruimtelijke dragers van het ensemble ’Vechtstreek’ niet negatief beïnvloeden. De bestaande contouren blijven behouden en het verkavelingspatroon wordt conform de Leidraad gehandhaafd.
10.2 Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen Het Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen is door 21 verschillende partijen, waaronder provincie Noord-Holland en gemeente Wijdemeren, ondertekend. In paragraaf 2.2 is al kort ingegaan op de doelstellingen en ambities van dit gebiedsakkoord. De drie doelstellingen van het Gebiedsakkoord zijn uitgewerkt in opgaven. De ontwikkeling die Green Spirit Parken voorstelt, geeft voor zover relevant invulling aan deze opgaven, waar het recreatie, toerisme en integratie van recreatie en natuur betreft. Doelstelling 1 ’het ontwikkelen en versterken van de Oostelijke Vechtplassen als ‘vrijetijdslandschap’ vertaalt zich onder andere in de opgave ’herontwikkelen van de recreatie-eilanden (daar waar gewenst of mogelijk) tot goed onderhouden en ingerichte leisure-eilanden met een divers recreatief aanbod waar recreatie en natuur samenkomen in een onderling versterkend concept dat past bij het gebied, waarbij een icoon voor de Oostelijke Vechtplassen tot stand komt. De eilanden bieden een goede basiskwaliteit met verzorgde voorzieningen, aanlegplaatsen, stranden, natuur, verpoosplekken en waar wenselijk horeca’.
Een andere opgave binnen deze doelstelling is ’het versterken en ontwikkelen van de unieke (landschappelijke, natuur, water, cultuurhistorische) kwaliteiten van het vrijetijdslandschap door legakkerherstel, maken doorzichten naar de plassen, benutten kwelwater en beleefbaar maken van de natuur’. Met de herinrichting van het park wordt meer open water binnendijks gebracht en ontstaan goede doorzichten naar het achterliggende gebied. Tegelijkertijd wordt de natuur beleefbaar gemaakt door middel van recreatieve voorzieningen. Met de ecologische herinrichting van het park zal er ook aandacht worden geschonken aan natuureducatie waar gebruik en onderhoud van natuur op speelse wijze (door speurtochten, campagnes en activiteiten) naar voren worden gehaald en de recreant zich bewust is van de natuur waar hij zich in bevindt. Om dit te versterken zal een informatiepunt geplaatst worden aan de Eilandseweg. Dit informatiepunt zal eventueel worden uitgevoerd in een uitzichtpunt dan wel wachttoren vanaf waar het
Figuur 4.2a Visualisatie uitzicht over
weidelandschap
p 33 van 66
inundatie karakter van het gebied en de waarden van de Stelling van Amsterdam zichtbaar zijn en op een educatieve manier worden uitgelegd.
Een derde opgave binnen doelstelling 1 waar de voorgestelde herinrichting aan bijdraagt, is ’ontwikkelen van verdienmodellen, exploitatievormen en/of samenwerkingsverbanden die het mogelijk maken om publiek en privaat eigendom (van legakkers, eilanden en andere eigendommen in de plassen met veel onderhoudskosten) te behouden, de aanwezige kwaliteiten en waarden te vergroten en het beheer en de exploitatie van deze eigendommen duurzaam te organiseren en te financieren’. Voor het gehele plangebied wordt een exploitatievorm gevonden waarmee de bestaande natuurwaarden kunnen worden behouden, versterkt en ontwikkeld binnen de bedrijfsvoering. Doelstelling 3 ’het in gang zetten van een transformatie van de recreatiesector waarbij de sector groeit naar een sterke economische sector die in staat is de diversiteit in het recreatief aanbod te vergroten’ is onderverdeeld in subdoelen zodat het Vechtplassengebied: a. uitblinkt in de beleving van natuur en cultuurlandschap; b. een onthaastingsgebied vormt voor waterrecreatie met iconische eilanden en zeilwedstrijdsport; c. een bestemming is voor (inter)nationaal kortverblijf en regionaal langverblijf en regionale dagrecreatie; d. ‘hippe’ terrassen en strandgevoel herbergt; e. wonen en recreëren gedifferentieerd samen laat gaan; f. de nummer één positie in Nederland inneemt als instapgebied voor de waterrecreatie; g.
duurzaamheid hoog in het vaandel heeft staan. Door de herinrichting en uitbreiding wordt het recreatiepark weer extra interessant voor toerisme en recreatie en zal het een positieve uitwerking hebben op de economische sector als geheel. Gelegen aan de Vecht met meerdere aanlegvoorzieningen en waterrecreatie mogelijkheden is Chalet Parc De Vechtoever een park met ruim voorhanden waterrecreatie mogelijkheden. Het gebruik van het park voor recreanten met een eigen recreatieplek kan worden gezien als langverblijf. De recreanten die gebruik maken van de huurchalets verblijven kortere perioden gedurende een of enkele weken. Het betreft een jaarrond geëxploiteerd chaletpark. Gezien het huidige klantenbestand van Chalet Parc De Vechtoever kan gesteld worden dat dit voornamelijk een regionale functie bekleedt; het merendeel van de recreanten woont niet verder dan 50km van het park. Met het de introductie van een vernieuwd horecaconcept op het park wordt volledig voldaan aan de doelstelling voor hippe terrassen en een strandgevoel. Het draagt bij aan alle hierboven genoemde doelen die het Gebiedsakkoord stelt. Recreatiewoningen In artikel 18 van de Provinciale Ruimtelijke Verordening zijn regels opgenomen waaraan een bestemmingsplan moet beantwoorden als het betrekking heeft op een bestaand bedrijfsmatig geëxploiteerd complex van recreatiewoningen of op een nieuw complex.
Die planregels (of vergunningsvoorwaarden) moeten een bedrijfsmatige exploitatie van het complex waarborgen en permanente bewoning voorkomen. Onder een bestemmingsplan wordt mede begrepen omgevingsvergunningen waarbij met toepassing van art. 2.12, eerste lid, onder a, 3º Wabo van het bestemmingsplan wordt afgeweken (art. 3 PRV). De voorliggende herinrichting en uitbreiding van dit recreatiepark voldoet met een uiteindelijk totaal aantal van 203 chaletstandplaatsen aan een bedrijfsmatig verantwoorde exploitatiebasis. Met recreanten worden expliciete afspraken gemaakt met betrekking tot het
p 34 van 66
recreatieve karakter van het park en daarmee gebruik van de recreatiewoningen. In de notariële akten en het Huishoudelijk Reglement (2003) van het gebruik van standplaatsen is permanente bewoning uitgesloten en hier wordt door parkbeheer ook handhavend op opgetreden.
11.
Gemeentelijk beleid
11.1
Structuurvisie Wijdemeren (juli 2012)
Locatiekenmerken Gelegen in Landschapseenheid; 1. Stroomrug Vecht: De stroomrug van de Vecht maakt slechts een klein deel uit in het noordwesten van de gemeente. De invloedssfeer van de Vecht strekt zich uit tot in de Horn- en Kuijerpolder. Bodemtype; 1 Rivierkleigronden De Vecht heeft klei en zavel afgezet, waarbij de kleinste kleideeltjes verder van de stroom zijn afgezet dan de grotere zanddeeltjes. Door inklinking van het veen kwamen de kalkrijke fijnzandige stroomruggen hoger te liggen. De kalkloze zware klei ligt lager in de kommen. Natuur: De natuur in de gemeente Wijdemeren bestaat uit open water, riet, graslanden en bos. Vooral water speelt een grote rol in de natuur van gemeente Wijdemeren. Waterkwaliteit is de basis voor hoge natuurwaarden. Door de kwel vanuit de stuwwal is de waterkwaliteit op sommige plekken zeer goed. De kwel zorgt voor gradiënten met een bijzondere vegetatie. Verdichting: Als de oppervlakte bos in 1900 wordt vergeleken met de oppervlakte bos in 2000, valt op dat het landschap op een groot aantal plekken dichtgroeit. Rond 1900 werd het landschap door turfsteken, rietsnijden en het kappen van geriefhout opengehouden. Deze eeuwenoude vormen van landschapsbeheer hebben hun economische basis verloren. Het gevolg is dat de oevers en legakkers langzamerhand begroeid zijn geraakt met voornamelijk elzen. Dat is een spontaan en autonoom proces.
Vooral op die plekken waar in 1900 nog open legakkers waren is nu veel begroeiing opgeschoten. Petgaten zijn dichtgegroeid en hebben inmiddels het eindstadium van moerasbos bereikt. Hiermee gaat de “leesbaarheid” van de unieke verkaveling van legakkers en petgaten verloren. Zowel de cultuurhistorische waarde als de natuurwaarde van het landschap lopen daardoor terug. Doordat veel petgaten zijn dichtgegroeid blijven er minder plekken over die tussen het beginstadium water en het eindstadium bos zitten. Juist de verscheidenheid aan verschillende successiestadia zorgt voor een grote biodiversiteit en voor een gevarieerd landschapsbeeld. Recreatie en toerisme zijn belangrijke pijlers voor de economie van Wijdemeren. In de structuurvisie wordt over recreatie en toerisme aangegeven dat na jarenlange bloei de branche in moeilijker vaarwater is gekomen. Het toerisme loopt al jaren terug. Er is een kwaliteitsslag nodig om de sector te versterken, met meer aandacht voor dagrecreatie en een verbreding van het aanbod voor dagrecreanten. Naast aandacht voor pleziervaart moet er meer ook aandacht uitgaan naar natuurgerichte recreatie en recreatie gekoppeld aan de rijke cultuurhistorie van Wijdemeren.
Dagrecreanten willen op één dag meerdere ervaringen opdoen en dat vraagt om een uitstekende recreatieve ontsluiting, aantrekkelijke dorpskernen, een mooi landschap, voorzieningen die met elkaar verknoopt zijn en heldere informatievoorziening. De structuurvisie onderstreept het belang van de balans tussen behoud van het waardevolle landschap en de huidige dynamiek. Daarbij wordt aangegeven dat het niet de bedoeling is om het landschap ‘op slot’ te zetten, het landschap moet verder ontwikkeld kunnen worden naar hedendaagse behoefte, met respect voor landschappelijke waarden.
p 35 van 66
Verder wordt aangegeven dat door de bebouwing in dichte linten, en de opslag van bosschages op veel plaatsen het zicht op het water ontbreekt. De oevers zijn vaak niet openbaar toegankelijk. In projecten op kleine en grote schaal moet hierin verbetering gebracht worden. In het algemeen is het beleid gericht op het vergroten van de zichtbaarheid, de beleefbaarheid en de toegankelijkheid van het water. Er zal in bestemmingsplannen aandacht komen voor het behoud van waardevolle doorzichten in de linten en het behouden of vergroten van openbare ruimte aan het water. Ook aan beperking van de hoogte van hekken en hagen en andere beplanting op erfscheidingen op particulier terrein in de sterk verdichte linten zal in bestemmingsplannen aandacht worden besteed. De uitbreiding en opwaardering van Chalet Parc de Vechtoever draagt bij aan het vitaliseren van de toeristische sector in Wijdemeren, met respect voor en integratie van natuur en landschap. Tevens waarborgt het herinrichtingsplan de doorzicht en de openheid richting de Vecht met betrekking tot het huidige park. 11.2 (ontwerp) Omgevingsvisie Wijdemeren 2040 Met de aanstaande Omgevingswet krijgt de gemeente Wijdemeren meer ruimte om aan te sluiten bij de lokale wensen, behoeften en ambities. De opgave die er ligt is o.a.
gericht op duurzaamheid en energie, het vinden van een nieuwe balans tussen natuurontwikkeling, recreatie en landbouw, het bieden van voldoende en kwalitatief goede woonruimte, ruimte bieden aan meer circulaire economie, bereikbaarheid en het vormgeven van een leefbare en gezonde leefomgeving. Om de opgave te kunnen realiseren is maatwerk nodig en zijn kaders gesteld om dit verder vorm te geven middels de Omgevingsvisie Wijdemeren 2040. Deze omgevingsvisie, die zich momenteel nog in ontwerpfase bevindt en naar verwachting in 2022 in werking treedt, is de komende jaren de gids voor ruimtelijk maatschappelijke vraagstukken en geeft ruimte aan initiatieven uit de samenleving of markt. Hierin staat beschreven hoe de gemeente, samen met inwoners en anderen, de komende jaren samen verder wil bouwen aan deze gemeente. De uitkomst van de omgevingsvisie is dat ingezet wordt op een aantal kernopgaven: A. Vitale en gezonde leefomgeving: behoud en versterking van de woon- en leefkwaliteit in de kernen en linten. B. Ruimte voor ondernemerschap en bereikbaarheid: het vergroten van het verdienvermogen door ruimte te bieden voor (nieuwe) economische activiteiten en te investeren in bereikbaarheid. C. Waardevol landschap: Vormgeven aan natuurbehoud, landschapsbeheer en vergroting van de biodiversiteit. De gemeentelijke omgevingsvisie is verder vormgegeven middels de visiekaart.
p 36 van 66
’ Figuur 4.3 Visiekaart Wijdemeren 2040 (Chaletpark in rood ovaal weergegeven)
De beoogde uitbreiding van Chalet Park De Vechtoever heeft nadrukkelijk raakvlakken met kernopgaven B en C. Zo wordt er met opgave B gestreefd naar een toekomstbestendige agrarische en recreatieve sector. De recreatieve sector is een beeldbepalend element voor gemeente Wijdemeren. De sector staat voor de opgave om in te spelen op veranderende behoefte en daarin een goede balans te vinden met de leefomgeving en natuurontwikkeling. De belangrijkste vertegenwoordiger binnen de huidige recreatieve sector is de watersport. De watersport is vooral gericht op het zomerseizoen en enkele mooie weekenden in vooren najaar. De huidige recreatieve sector is daardoor relatief kwetsbaar. Een transformatie in de recreatiesector is noodzakelijk om de toekomstbestendigheid van de sector en de lokale economie te herstellen en te versterken. Het recreatieve aanbod moet worden verbreed (meer variatie, meer jaarrond aanbod) om zo draagvlak en inkomsten te genereren, ook voor het behoud van de unieke natuur- en landschapskwaliteiten van het gebied. Eén van de doeleinden voor 2040 onder opgave B luidt: Wijdemeren heeft haar recreatieve aantrekkelijkheid voor zowel haar eigen inwoners als bezoekers uit de regio versterkt. Natuurlijke en culturele kwaliteiten zijn hier actief voor ingezet. Kernopgave C gaat in op het versterken van het unieke groenblauwe landschap.
Zo is er in de visie aandacht voor de balans tussen natuur en recreatie en vormen beide een sterke relatie. Waar de prachtige natuur veel recreatie aantrekt, kan andersom de recreatie bijdragen aan behoud van natuur. Zo zal de herinrichting van Chalet Parc De Vechtoever een forse focus hebben op de natuur waarin het park zich bevindt. Verder staat in deze
p 37 van 66
opgave klimaatbestendigheid centraal waarbij voldoende opvangcapaciteit van water een uitdaging is. Enkele doeleinden voor deze opgaven luiden; • In Wijdemeren is sprake van een robuust natuurnetwerk met karakteristieke en zeldzame laagveenplassen en -moerassen en een hoge ecologische waarde en biodiversiteit. Onze plassen worden adequaat beheerd en hebben een goede waterkwaliteit. • Natuur en buitengebied zijn goed voorbereid op en kunnen omgaan met de gevolgen van klimaatverandering en bodemdaling. • Wijdemeren is hét instapgebied voor de waterrecreatie in Nederland. Er is een vitale recreatiesector met een groot, ruim, modern en natuurinclusief aanbod aan waterrecreatie, verblijfsrecreatie en horeca. Om die doeleinden te halen zijn enkele ruimtelijke keuzes gemaakt onder deze opgave in de omgevingsvisie. Met ‘Transformatie agrarisch buitengebied’ wordt ingezet op vernatting, integrale aanpak in een samenwerking tussen natuurgebieden en de agrarische sector alsmede kansen voor de recreatieve sector. De ruimtelijke keuze ‘Versterken Natuur- en watersysteem’ zet in op een proces van landschapsontwikkeling met behoud of versterking van de waarde die dat landschap biedt, zoals biodiversiteit, stilte, erfgoed, recreatieve benutting, voedselvoorziening of CO2 opslag. Voldoende en kwalitatief goed water is cruciaal voor de natuur-, landschappelijke en recreatieve waarden.
Hoe beter de waterkwaliteit, hoe hoger de natuurwaarden en productiewaarde en hoe meer mogelijkheden voor recreatie en drinkwatervoorziening. Aanvullend op de kernopgaven heeft de gemeente Wijdemeren een verscheidenheid aan gebieden waarbij ieder gebied zijn eigen aanpak behoeft. De voorgenomen ontwikkeling is gelegen in het buitengebied van Wijdemeren, dat een aantal algemene uitgangspunten van ontwikkelingsrichting in de visie heeft meegekregen en daar in de praktijk uitwerking aan geeft.
Figuur 4.4 De uitgangspunten voor het buitengebied (chaletpark in rood weergegeven).
11.3 Beleidskader vrijetijdslocaties gemeente Wijdemeren (mei 2018) De toeristische sector is al jaren van groot belang voor de gemeente Wijdemeren. Dit beleidskader is opgesteld omdat het toekomstperspectief van veel recreatiebedrijven momenteel onder druk staat. Tegelijkertijd worden er kansen gezien voor deze sector, zoals het populairder worden van kort verblijf ten opzichte van lang verblijf en de groeiende
p 38 van 66
toeristenstroom in Amsterdam en het uitstralingseffect daarvan op Wijdemeren. Essentieel daarbij is voldoende beschikbaarheid van recreatiewoningen. Doel van het beleidskader is recreatieondernemers een beter toekomstperspectief te bieden en om de lokale economie uiteindelijk te versterken. In het beleidskader worden drie uitgangspunten genoemd voor de toekomst van verblijfsrecreatie in Wijdemeren: 1. Uitgangspunt 1: Wijdemeren is een toeristische gemeente; 2. Uitgangspunt 2: de ondernemer zorgt voor een duurzame economische bedrijvigheid; 3. Uitgangspunt 3: de natuurwaarde van dit gebied is hoog. Deze drie uitgangspunten zijn het belangrijkste waarop een plan getoetst wordt. Bedrijfsplannen waar actief meegewerkt wordt aan het verwezenlijken van deze drie uitgangspunten kunnen rekenen op een positieve ontvangst door de gemeente. Geconcludeerd wordt dat er maatwerk wordt geboden aan/voor ondernemers en op die manier mee wordt gewerkt door de gemeente aan een sterkere en meer gevarieerde verblijfsrecreatiesector. De herinrichtingsplannen van Chalet Parc De Vechtoever beantwoorden aan de gestelde uitgangspunten. Hierbij wordt het toeristische karakter van de gemeente versterkt door het toevoegen van kwalitatief hoogwaardige, natuur inclusieve verblijfsrecreatieve plekken. Tevens is de focus op lange termijn gericht op duurzame economische bedrijvigheid.
Met de integratie van de groenvisie wordt het bevorderen van de natuurwaarden onlosmakelijk verbonden met het recreatieve karakter van het park waarmee volledig wordt aangesloten bij het derde uitgangspunt.
p 39 van 66
12.
Sectorale belangen en regelgeving
12.1 Inleiding Bij een afwijking van het bestemmingsplan moet het planvoornemen worden getoetst aan sectorale wet- en regelgeving. In deze paragraaf wordt per aspect een korte toelichting gegeven op de wijze waarop hier mee wordt omgegaan. 12.2 Water In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te worden gehouden met de waterbelangen. 12.3 Waterparagraaf In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en Besluit ruimtelijke ordening dient voor dit ruimtelijke plan een watertoetsproces te worden doorlopen. De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer en waterbeheerder met elkaar in gesprek brengt in een zo vroeg mogelijk stadium. Met de gemaatvoerde tekeningen omtrent inrichting en beoogde bebouwing kan worden bepaald of er aanvullende maatregelen nodig zijn voor de afvoer van hemel- en afvalwater en in hoeverre er sprake is van noodzakelijke compensatie van extra ’verharding’. 12.4 Gemeentelijk Rioleringsplan Om de gemeentelijke opgave klimaatbestendiger te maken zijn er in het Gemeentelijk Rioleringsplan nadere eisen gesteld aan de toekomstige opgaven.
Zo is in het GRP 20182021 de ontwerpeis gesteld dat bij nieuwbouw de openbare en particuliere ruimte zo moet worden ingericht dat in totaal neerslag van 150mm in 1 uur (incl. riolering) kan worden verwerkt zonder dat water in de nieuwbouwpanden komt. Voorbeelden zijn beperking verhardingen, aanleg van aantrekkelijk ingerichte wadi’s en water passerende verharding, waar kleine regenbuitjes in de bodem infiltreren. Of afstroming bij hevige neerslag over het oppervlak naar minder schadegevoelige plaatsen. Verder wordt getracht om verharding te beperken door regenwater in eigen tuin vast te houden en te benutten en tuin-/terreinverhardingen en dakoppervlakken van de vuilwater riolering af te koppelen. Daarbij wordt voldaan aan de gemeentelijke eis dat minimaal 40mm van het verhard oppervlak afstromend hemelwater op eigen terrein wordt geborgd. Een ander doel in de klimaat adaptieve opgave is om ervoor te zorgen dat bewoners en bedrijven bijdragen aan het vergroten van de sponswerking van Wijdemeren, door minder verharding en meer groen op eigen perceel. Op het park is een buffertank aanwezig alvorens het water op het gemeentelijk riool geloosd wordt. Het plangebied zal voorzien worden van een tweede buffertank opdat het huidige debiet niet overschreden wordt.
Het huidige debiet is gebaseerd op het aantal eenheden dat in het vigerende bestemmingsplan is omschreven, te weten 224 eenheden. De kosten voor afvoer van afvalwater wordt door de verwerker berekend op basis van het ingenomen water welke met een coëfficiënt omgezet wordt naar afvoer. Er zijn op dit vlak geen knelpunten bekend en er is derhalve geen aanpassing nodig op het ontvangende stelsel. 12.5 Beleid hemel- en afvalwater Bij de afvoer van overtollig hemelwater is infiltratie van water in de bodem het uitgangspunt, omdat dit het meest duurzaam is. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi's (water, afvoer, drainage en infiltratie) via ”groene greppels” e.d. heeft daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool een optie. Als dergelijke infiltratie niet mogelijk is, kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. Schoon
p 40 van 66
hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater, hiervoor zijn ruim voldoende mogelijkheden op de voorliggende ontwikkellocatie. Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afgekoppelde hemelwater te garanderen. In het plangebied wordt hemelwater wordt via drainage afgevoerd en gebruikt om het grondwaterpeil op hoogte te houden. Het is een belangrijk punt om het grondwaterpeil op orde te houden gezien de droogte die Nederland kent de afgelopen jaren. Dit is ook één van de pijlers van de groenvisie binnen Green Spirit Parken (naast biodiversiteit en het gebruik van inheemse soorten). De Waterpartijen van ’de Vennen’ zijn een actief stuurinstrument voor het park om dit te controleren. Voor nieuwe chaletstandplaatsen is het gewenst vanuit het gemeentelijk en waterschapsbeleid om schoon hemelwater en rioolwater gescheiden af te voeren; dit wordt geborgd door voor de nieuwe chaletstandplaatsen dezelfde methodiek te hanteren. Het gebruik van sedum daken op de nieuw te plaatsen chalets heeft een positieve invloed op het behouden en gebruiken van hemelwater.
12.6 Water in relatie tot de ruimtelijke ontwikkeling Met de uitwerking van het inrichtingsplan wordt ruimte geboden aan extra oppervlaktewater binnen de grenzen van het plangebied. Enerzijds om de kenmerken vanuit de kernkwaliteiten met het oog op inundatie te laten terugkomen en anderzijds om ruimschoots voldoende bergingscapaciteit te kunnen creëren. Aanvullend hierop biedt dit mogelijkheden voor ontwikkeling van flora en fauna. De situatie voor en na realisatie van de voorgenomen ontwikkeling ziet er als volgt uit.
Figuur 5.1 Situatie oppervlakte water voor en na ontwikkeling.
12.7
Waterschap regelgeving en beleid Watercompensatie De belangrijkste regels van het waterschap staan in de Keur (2019) en in de legger. Bij artikel 2.3 is vermeld dat er een vergunning nodig is bij uitbreiding van het verhard oppervlak met meer dan 1000 m² (stedelijk gebied) of meer dan 5000 m² (overig gebied). Het plangebied valt niet onder het stedelijk gebied zoals aangegeven op kaart in de Keur. Dat betekent dat de 5000 m² van toepassing is. De voorgenomen verharding is met 33 chalets en de bijbehorende paden voorzien op circa 4.414 m² en blijft daarmee ruim onder de norm voor overig gebied.
p 41 van 66
Wegen en infrastructuur Maximum bebouwd oppervlakte standplaatsen conform bestemmingsplan Maximale afmeting terrassen conform parkregels Totale uitbreiding verhard oppervlak
784 m² 2.310 m² 1.320 m² 4.414 m²
Parkeerplaatsen bij de chalets worden, geheel in lijn met de opgestelde groenvisie voorzien van waterdoorlatende verharding als grastegels; daarnaast geldt er een in het vigerende bestemmingsplan opgenomen maximum oppervlakte van chalets en bijgebouwen waar aan voldaan zal worden. In werkelijkheid zullen niet alle chalets de maximale maat hebben welke opgenomen is in het bestemmingsplan en zullen niet alle chalets een berging van 10m² hebben. Tevens is in de huidige regels van het park reeds voorzien in een maximering van verhard terrasoppervlakte. Het totaal aan verhard oppervlakte zal met de genoemde theoretische maximaal ingenomen ruimte nog onder de gestelde norm van 5.000m² blijven. Watersysteem In artikel 1.3 van de Keur staat de “algemene zorgplicht” voor het watersysteem beschreven. Zo wordt van de initiatiefnemer gevraagd om “alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen”. Het gebruik van sedum daken en plannen van poelen en plas/dras zones zijn maatregelen die goed passen onder de algemene zorgplicht. In het plangebied is een waterberging voorzien. In het noordelijke weiland zijn twee grote poelen getekend. Deze poelen hebben een plas-dras oever, grillige vormen en een oppervlakte van 150 - 200 m2.
Hiermee wordt ruimschoots aan de norm van 10% van de uitbreiding van het verhard oppervlak voldaan en dit wordt van harte aangemoedigd door Waternet.
De gewenste ruimtelijke ontwikkeling heeft beperkte gevolgen voor het huidige watersysteem. In het kort gaat het om: • Het verhard oppervlak neemt gering toe door de realisatie van een beperkt aantal (33) nieuwe recreatiewoningen met bijhorende (half en open)verharding waarin specifieke gebruiksregels zijn opgesteld met betrekking tot de beperkte mogelijkheid standplaatsen te verharden. Deze geringe toename van verhard oppervlak heeft weinig gevolgen voor het watersysteem. Het bestaande watersysteem op en rondom het terrein kan tijdens een hevige regenbui al het hemelwater vanaf dit oppervlak direct verwerken en bergen in de waterpartijen op eigen terrein. • Het bestaande oppervlaktewater wordt enigszins aangepast waarbij ruimte wordt gegeven aan extra waterberging middels watergangen en het graven van natuurlijke waterpartijen. • Water wordt niet buiten het plangebied geborgen. • Er vindt geen lozing plaats van verontreinigingen en/of verontreinigd water naar oppervlaktewater. • Het plangebied (uitbreidingslocatie) ligt niet op of nabij een waterkering. • Het plangebied ligt niet nabij een rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi) of rioolpersleiding.
p 42 van 66
. Figuur 5.2 Ligging van de uitbreidingslocatie ten opzichte van waterkering
12.8
Parkeren en verkeer
12.8.1 Parapluplan Parkeren Wijdemeren 2019 Binnen de gemeente Wijdemeren, zijn net als in veel andere gemeenten, de stedenbouwkundige bepalingen, waaronder de parkeernormen, vastgelegd in de bouwverordening. Dergelijke bepalingen dienen te worden opgenomen in de bestemmingsplannen. Daartoe is een termijn gesteld tot 1 juli 2018. Het overgangsrecht voor bestemmingsplannen die voor 29 november 2014 zijn vastgesteld is inmiddels op 1 juli 2018 verlopen en een aantal bestemmingsplannen, waaronder het bestemmingsplan ”Nederhorst den Berg”, was nog niet aangepast voor dit aspect. Daarom is het Parapluplan Parkeren Wijdemeren 2019 vervaardigd. Om over een eenduidige parkeernormering te kunnen beschikken en om de vangnetfunctie uit de Bouwverordening te continueren, geldt dit parapluplan voor het gehele grondgebied van de gemeente. Daarbij dient te worden aangetekend dat dit parapluplan een uitsterfconstructie kent, omdat de regeling die hierin is opgenomen, voor zover noodzakelijk in alle toekomstige bestemmingsplannen van de gemeente Wijdemeren zal worden verwerkt. Met de vaststelling van dit parapluplan wordt direct verwezen naar de beleidsregel ’parkeernormen van de gemeente Wijdemeren’. 12.8.2 Beleidsregel parkeernormen gemeente Wijdemeren Sinds 2006 hanteert de gemeente Wijdemeren beleidregels ten behoeve van parkeernormen.
Vanwege de ontwikkelingen in het autobezit en ervaringen die zijn opgedaan met de regels, is dit beleidsdocument in 2015 geactualiseerd. Algemene uitgangspunt is dat parkeren op de openbare weg geen of niet altijd een optie is, omdat dit vaak ten koste gaat van de doorstroomsnelheid van het verkeer en omdat de parkeercapaciteit over het algemeen onvoldoende is. Bij nieuwe ontwikkelingen is het gemeentelijk uitgangspunt dan ook om bij nieuwe ontwikkelingen parkeren op eigen erf te laten voorzien. Om te kunnen bepalen welke omvang/hoeveelheid aan parkeervoorzieningen benodigd is, heeft de beleidsregel een aantal normen, per functie, als uitgangspunten. De algemene uitgangspunten luiden als volgt; De initiatiefnemer van een bouwplan is zelf verantwoordelijk voor het oplossen van zijn eigen parkeerbehoefte;
p 43 van 66
-
De parkeerbehoefte moet zo veel mogelijk op eigen terrein worden opgelost; Het toepassen van de parkeernormen heeft een positieve invloed op de bereikbaarheid, leefbaarheid en de economische ontwikkeling van de gemeente.
De normen die de gemeente hanteert zijn gebaseerd op de parkeerkencijfers van het CROW en zijn voor de functie ’Recreatie’ als volgt aangewezen.
Figuur 5.3 kengetallen per functie, Beleidsregel parkeernormen Wijdemeren 12.8.3 Aantal parkeerplaatsen Châlet Parc De Vechtoever beschikt over algemene parkeergronden met een capaciteit van 144 algemene parkeerplaatsen. Ten behoeve van de chalet uitbreiding wordt het aantal parkeerplaatsen verhoogd met minimaal 60 waarvan 27 algemene parkeerplaatsen worden toegewezen aan deze uitbreiding. Hiermee kan ruimschoots voldaan worden aan de parkeerbalans met inachtneming van 1,8 parkeerplaats per chalet. Het park voorziet tevens in oplaadpunten voor elektrische auto’s en in de uitbreiding zal dit een meer prominente rol gaan spelen. Bij de chalets in het plangebied zal in voorkomende gevallen worden voorzien van laadinrichtingen voor auto’s en fietsen.
p 44 van 66
Figuur 5.4 Algemene parkeervoorzieningen op het park
12.8.4 Ontsluiting De bestaande ontsluitingsweg en toegangspoort van het Chalet Park zal in de oorspronkelijke staat behouden blijven. Met enkele aanpassingen aan de infrastructurele voorzieningen op het park wordt de uitbreidingslocatie toegankelijk gemaakt. De komst van de 33 extra standplaatsen zal een beperkte feitelijke toename genereren ten opzichte van het huidige aantal verkeersbewegingen. Met name door de longstay-recreatiefunctie die het bestaande Chalet Park De Vechtoever uitdraagt, is er geen sprake van drukke wisseldagen of vaste tijdstippen. Bedrijfsmatige exploitatie op het plangebied zalPgeen grote toename P P van dit effect veroorzaken. Bovenmatige congestie op het onderliggende wegennet van de P Eilandseweg en Torenweg is niet aan de orde. P P P
P P P P P P PPP P De Eilandseweg biedt voldoende P PruimtePaan de Ptotale verkeersbewegingen van het park. Bij het bestemmingsplan ”Nederhorst den wordt uitgegaan van maximaal 224 P Berg” P P P P P P P op eigen standplaats in het plangebied Figuur 5.5 Parkeervoorzieningen P standplaatsen die ter plaatse reeds mogelijk zijn, kennelijk rekening houdend met de bestaande infrastructuur die planologisch toereikend hiervoor wordt geacht.
P
Figuur 5.5 Parkeervoorzieningen op eigen standplaats in het plangebied 12.8.5 Verkeersveiligheid Uit oogpunt van verkeersveiligheid zullen nu reeds snelheidsremmende voorzieningen moeten worden overwogen en toegepast. Bij toename van het aantal verkeersbewegingen
p 45 van 66
is de noodzaak daartoe evident. Dit wordt ook bepleit door de omwonenden van het chaletpark die zich bij de participatieronde hiervoor hebben uitgesproken. 12.8.6 Landschappelijke inpassing/welstand Gemeente Wijdemeren heeft de Welstandsnota 2013 van toepassing verklaard op haar gemeentelijk grondgebied. Deze nota kent een verdeling van de gemeente in welstandsregiems en gebiedsindeling. De gebiedsgerichte criteria beschrijven de samenhang en het karakter van een bepaald gebied. Daaruit volgen een reeks aandachtspunten of beoordelingscriteria. Dit zijn punten waarop men moet letten bij het bouwen of verbouwen in het betreffende gebied. Ook worden eventueel aanwezige bijzondere kwaliteiten van een gebied aangegeven en de benodigde extra inspanningen voor het handhaven van deze basiskwaliteiten. Er zijn vijf welstandsregiems mogelijk: beschermd regiem (het door het Rijk aangewezen beschermde dorpsgezicht), het bijzondere regiem waar extra inspanning ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit gewenst is, het reguliere regiem waar de basiskwaliteit moet worden gehandhaafd, het beperkt regiem waarbij een beperkt aantal criteria van toepassing is en het welstandsvrije gebied. De ontwikkellocatie is gelegen in het ’regulier regiem – land’ en gebiedsindeling ’beperkt regiem’.
Figuur 5.6 Ligging van het plangebied binnen de indeling van de welstandsnota
p 46 van 66
Per gebied zijn criteria opgesteld om bouwplannen aan te toetsen of deze passen binnen de bestaande ruimtelijke structuur van het gebied. Deze criteria zijn gebaseerd op het architectonisch vakmanschap en de ruimtelijke kwaliteit zoals die in de bestaande situatie worden aangetroffen. Deze criteria geven aan hoe een bouwwerk ‘zich moet gedragen’ om de beeldkwaliteit in stand te houden of te versterken en welke gewaardeerde karakteristieken uit de omgeving in het ontwerp moeten worden gebruikt. Per gebied is een samenhangend beoordelingskader opgesteld waarin steeds de volgende onderdelen aan de orde komen: • het geldende welstandsregiem; • de welstandscriteria, steeds onderverdeeld in criteria betreffende de relatie met de omgeving van het bouwwerk, de massa, de opbouw en de detaillering. In onderstaande uitsnede zijn de criteria opgenomen voor gebied 4 In de verdere uitwerking, ten behoeve van de mogelijk benodigde omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, wordt hier nadrukkelijk aandacht aan besteed zodat het bouwplan past binnen de geldende kaders van de gemeente.
Figuur 5.7 Uitsnede van de Welstandsnota, gebied 4 – Beperkt regiem De landschappelijke inpassing van de voorgenomen ontwikkeling is verder uitgewerkt met aandacht voor ecologie, behoud van openheid alsmede aandacht voor afscherming en met inachtneming van de kernwaarden van het gebied. Met de uitwerking van het uitgebreide landschapsplan worden de nieuwe chalets volledig opgenomen binnen de bestaande kernkwaliteiten van de landelijke omgeving van de Hornen Kuijerpolder. Onderstaande figuur geeft een totaalbeeld weer van de situatie van het plangebied na de herinrichting.
p 47 van 66
Figuur 5.8 De nieuwe chalets ingepast in de omgeving Voor de uitgebreide analyse en uitwerking wordt verwezen naar bijgevoegd Stedebouwkundige verkenning dat eveneens onderdeel uitmaakt van de Ruimtelijke onderbouwing.
12.8.7 Bodem In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient rekening te worden gehouden met de bodemkwaliteit. De bodemkwaliteit dient geschikt te zijn voor de beoogde functie. Gezien het huidige agrarisch gebruik van het plangebied zijnde weiland, is de verwachting dat die bodemkwaliteit en het gebruik geen belemmeringen hiervoor geven . Ook een inzage in het bodemloket geeft geen aanleiding tot negatieve verwachtingen over de bodemkwaliteit.
p 48 van 66
Figuur 5.9 Uitsnede bodemloket
Bodemkwaliteitskaart Wijdemeren 2015 In de bodemkwaliteitskaart zijn op basis van bodemtype, gebruikshistorie en bodemkwaliteit in totaal 8 bodemkwaliteitszones onderscheiden. De bodemfunctie van de specifieke locatie is volgens de bodemfunctieklassenkaart van gemeente Wijdemeren betiteld als ’Landbouw/natuur’.
Figuur 5.10 Uitsnede bodemfunctieklassenkaart, gemeente Wijdemeren De bodemkwaliteitskaart bestaat uit drie hoofdkaarten: 1. Een kaart met uitgesloten locaties en gebieden.
p 49 van 66
2. De ontgravingskaart (deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast). 3. De toepassingskaart (deze kaart geeft de maximale kwaliteitseisen weer waaraan de toe te passen grond moet voldoen). Zowel de toepassingskaart voor ondergrond als bovengrond geeft de klasse ’Landbouw/natuur’ weer.
Figuur 5.11 Uitsnede toepassingsklassekaart, gemeente Wijdemeren
Effecten van het project De bodem ter plaatse is reeds aangewezen voor een Landbouw/natuurfunctie. De bodemkwaliteit ter plaatse is niet belemmerend voor het gebruik van de gronden ten behoeve van een woon-/recreatiefunctie of andere nieuwe (gevoelige) functies. Vanwege de realisatie van gevoelige functies is in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) een bodemonderzoek vereist. Een vooronderzoek is uitgevoerd en uitgewerkt in een oplegnotitie1. Uit het in 2007 uitgevoerde nadere bodemonderzoek blijkt dat medio 2001/2002 op de locatie tot een dikte van ca. 0,5m slib uit de naastgelegen vennen is verspreid. In het in 2007 uitgevoerde nadere bodemonderzoek blijkt dat er geen verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK of minerale olie is aangetoond in deze laag, datzelfde geldt voor de dieper gelegen kleilaag (0,3-1,5m-mv). In de veenlaag (0,4-1,1m-mv) is een licht verhoogde waarde van arseen aangetoond. In het grondwater is lokaal een interventiewaarde voor arseen overschreden, daarnaast is er een licht verhoogde concentratie chroom, nikkel en zink ten opzichte van de streefwaarde aangetoond. De verhoogde concentratie arseen is, vanwege ontbreken van een aanwijsbare verontreinigingsbron, gerelateerd aan natuurlijke processen in de ondergrond. 1
Oplegnotitie vooronderzoek bodem Chalet Park De Vechtoever Nederhorst den Berg, BC7419-111100/N001/902363/Rott, 9 april 2015, Royal Haskoning
p 50 van 66
De verhoogde arseenwaarden zijn te relateren aan de oxidatie van pyrietmineralen uit het veen en ijzeroxidemineralen in de bodem. Geconcludeerd wordt dat de aanwezig licht verhoogde gehalten in de grond en de licht en sterk verhoogde concentraties in het grondwater geen belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. Verplichtingen ingevolge de Wet bodembescherming Ook als er geen verplichting is om in het kader van de omgevingsvergunning een bodemonderzoek in te dienen, is men verplicht zich op de hoogte te stellen van de bodemkwaliteit voordat de werkzaamheden in de bodem worden uitgevoerd. De bepalingen van de Wet bodembescherming en het Besluit bodemkwaliteit gelden dan namelijk ook. Besluit bodemkwaliteit Grond en bouwstoffen (waaronder verhardingsmateriaal) die worden afgevoerd van een locatie moeten in eerste instantie worden aangemerkt als afvalstoffen. Slechts indien wordt voldaan aan het Besluit bodemkwaliteit kunnen grond en bouwstoffen in aanmerking komen voor hergebruik en elders worden toegepast. Indien geen sprake is van hergebruik zullen grond en bouwstoffen binnen de afvalstoffenregelgeving moeten worden afgevoerd naar een erkend verwerker. In het geval dat bodemverontreinigingen worden aangetroffen tijdens de werkzaamheden is eveneens de Wet bodembescherming van kracht.
Daarmee is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in relatie tot het project voldoende gewaarborgd.
12.8.8 Luchtkwaliteit Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm). In titel 5.2 van de wet zijn de bepalingen ten behoeve van luchtkwaliteit opgenomen. Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wm in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en op welke wijze overschrijdingen van de luchtkwaliteit dienen te worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Een ruimtelijke ontwikkeling kan volgens de 'Wet luchtkwaliteit' (Wet milieubeheer hoofdstuk 5, titel 5.2) doorgang vinden als ten minste aan één van de volgende voorwaarden is voldaan: 1. er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van grenswaarden; 2. het project leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; 3. het project draagt 'niet in betekenende mate' bij aan de concentratie van fijnstof en stikstofdioxide; 4. het project is opgenomen binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit.
De Minister van Infrastructuur en Milieu heeft overeenkomstig artikel 5.12 van de Wm het NSL vastgesteld. Op 1 augustus 2009 is het NSL vervolgens in werking getreden. Projecten die ‘niet in betekenende mate’ (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit, hoeven niet meer te worden getoetst aan de hiervoor geldende grenswaarden. De beoordelingscriteria of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in het “Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)”. In dit Besluit is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma, een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m3
p 51 van 66
NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. Ter illustratie zijn voor woningbouwlocaties de volgende twee categorieën opgenomen: 1. Woningbouwlocaties met niet meer dan 1.500 nieuwe woningen en één ontsluitingsweg; 2. Woningbouwlocaties met niet meer dan 3.000 woningen en twee ontsluitingswegen. De beoogde ontwikkelingen zijn zodanig veel minder omvattend en leiden derhalve tot veel minder verkeersbewegingen dan deze voorbeelden, dat geconcludeerd kan worden dat hier sprake is van NIBM. Effecten van het project Het project voorziet in het realiseren van nieuwe recreatieverblijven als uitbreiding op het bestaande chaletpark. Met de uitbreiding van het park zullen er uiteindelijk ca. 203 recreatiestandplaatsen worden gerealiseerd. Door deze toename blijft het totale chaletpark onder de in het vigerende bestemmingsplan genoemde totaal aantal van 224. De werkzaamheden ten behoeve van realisatie van de nieuw te realiseren recreatiestandplaatsen met recreatieobjecten(chalets) resulteren tijdelijk in extra verkeersbewegingen ten opzichte van de bestaande situatie. Er is geen sprake van bouwverkeer met aan een afvoer van losse bouwmaterialen aangezien de chalets prefab worden aangevoerd en gelijk geplaatst worden.
Gezien de zeer beperkte omvang van de werkzaamheden kan op voorhand worden geconcludeerd dat deze bouwfase niet in betekende mate bijdraagt aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Ook in de gebruiksfase zal erg geen milieubelastende (CO2) uitstoot worden gegenereerd die kan leiden tot een relevante verslechtering van de luchtkwaliteit. Het project beïnvloedt dan ook niet in betekenende mate de luchtkwaliteit in de zin van het Besluit nibm. Aan de wettelijke grenswaarden wordt daarmee voldaan.
12.8.9 Geluid In de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ zijn richtafstanden opgenomen voor vakantiecentra. Een bungalowpark wordt hieronder geschaard. De ‘grootste afstand’ daarbij bedraagt 50 meter (aspect geluid). De richtafstanden van de VNG-publicatie gelden in dit geval voor het gebiedstype 'rustige woonwijk'. In bepaalde gevallen kan gemotiveerd worden dat er geen sprake is van een 'rustige woonwijk', maar een 'gemengd gebied'. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een lint in een dorpskern waar meerdere functies naast elkaar zitten. Of bij een gebied dat langs een drukke ontsluitingsweg ligt. Bij een 'gemengd gebied' kunnen de richtafstanden met 1 afstandsstap verkleind worden. De beoogde uitbreidingslocatie kan worden bestempeld als ’rustige woonwijk’ waardoor de afstand van 50m wordt aangehouden. Overigens wordt ten opzichte van de vigerende planologische situatie niet voorzien in vakantiewoningen dichterbij (burger)woningen dan in de huidige situatie.; de afstand blijft in planologisch opzicht gelijk. Een chaletpark betreft voorts geen geluidsgevoelige functie in het kader van de Wgh. Bovendien zijn in de omgeving geen spoorlijnen, drukke wegen of bedrijventerreinen aanwezig. De Wgh legt derhalve geen restricties aan het planvoornemen op. Een akoestisch onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. 12.8.10
Externe veiligheid
p 52 van 66
Bij externe veiligheid gaat het om de risico’s door opslag, productie en het transport van gevaarlijke stoffen in relatie tot (de omgeving van) de ontwikkeling. Op de risicokaart zijn in de omgeving van het plangebied enkele risicovolle objecten of transportroutes van gevaarlijke stoffen weergegeven. In het noorden van de locatie liggen twee bovengrondse propaantanks, beide hebben een inhoud van 12.990 liter en een PR10-6 contour van 25m. De tanks liggen op ca. 80m afstand van de uitbreiding. Op het bestaande park is op de risicokaart een inrichting weergegeven in het kader van het voormalige Besluit Horeca-, Sport- en recreatie-inrichtingen. Met de inwerkingtreding van het Activiteitenbesluit is dit besluit echter komen te vervallen. Aan de overzijde van de Vecht is tevens een bovengrondse propaantank gelegen. Deze heeft een inhoud van 3.000 liter en een PR10-6 contour van 12 meter.
Figuur 5.12 Uitsnede risicokaart Het raakvlak met risicobronnen en de uitbreiding van het park is niet aanwezig; dit betekent dat het externe veiligheidsrisico niet toeneemt. Op het terrein van Chalet Parc De Vechtoever wordt verder niet gewerkt met gevaarlijke stoffen. Nader onderzoek naar dit onderwerp is niet nodig 12.8.11
Ecologie
Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen invloed hebben op de natuur. De Wet natuurbescherming bevat alle regels voor de bescherming van zowel soorten als natuurgebieden. In het kader van de Wet natuurbescherming is het noodzakelijk om inzicht te hebben in de mogelijke effecten van het project op de beschermde natuurwaarden. Soortenbescherming De bescherming van in het wild voorkomende planten- en diersoorten is vastgelegd in de Wet natuurbescherming. De Europese Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn zijn voor Nederland geïmplementeerd in deze wet. Op grond van de Wet natuurbescherming gelden diverse verbodsbepalingen, zoals het doden van specifiek aangewezen vogel- en vleermuissoorten. Natura 2000 gebieden Natura 2000 is een netwerk van Europese natuurgebieden. Deze gebieden zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen. In Nederland zijn deze richtlijnen geïmplementeerd in de Wet natuurbescherming. Nederland heeft ruim 160 Natura 2000-gebieden. Per gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen vastgelegd voor de soorten waarvoor het gebied een belangrijke functie heeft. Activiteiten in Natura 2000-
p 53 van 66
gebieden zijn alleen toegestaan als significant negatieve effecten op de gestelde instandhoudingsdoelstellingen zijn uitgesloten, of als een afweging heeft plaatsgevonden over alternatieven, dwingende redenen van groot openbaar belang en de inzet van compenserende maatregelen. In de passende beoordeling worden de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen bepaald. Daarbij dient ook een eventuele externe werking van een initiatief ten opzichte van nabijgelegen Natura 2000-gebieden te worden bepaald. De Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn bieden een juridisch kader dat verzekert dat menselijke activiteiten worden ondernomen op een wijze die de integriteit van Natura 2000-gebieden niet negatief beïnvloeden.
Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland. Wanneer (kleine) natuurgebieden en de daarin voorkomende soorten geïsoleerd komen te liggen, bijvoorbeeld door bebouwing en infrastructuur, bestaat het risico dat soorten niet kunnen overleven en het natuurgebied zijn waarde verliest. Door het aaneenschakelen van natuurgebieden wordt een bijdrage geleverd aan het voorkomen van deze achteruitgang van natuur en biodiversiteit (veelheid van soorten). Provincies wijzen de NNN-gebieden aan en deze worden op hun beurt vastgelegd in ruimtelijke plannen van de gemeenten. De ecologische hoofdstructuur is planologisch beschermd met het ‘nee, tenzij’-principe. Nieuwe ontwikkelingen zijn niet toegestaan als zij het gebied aantasten, tenzij er geen alternatieven zijn en de ontwikkeling van groot openbaar belang is. Schadelijke effecten op de natuur dienen te worden gecompenseerd. 12.8.12 Ecologische Quickscan Ten behoeve van het project is een ecologische quickscan uitgevoerd (bijlage 2). De resultaten hiervan zijn in onderstaande beknopt weergegeven. Effecten van het project; soorten In het plangebied komen mogelijk verschillende soorten voor die beschermd zijn onder paragrafen 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming.
3.1 Het plangebied is geschikt als foerageer- en broedgebied voor algemene vogelsoorten. In het plangebied en direct daar omheen blijft voldoende geschikt alternatief foerageer- en broedgebied aanwezig. Derhalve hebben de voorgenomen plannen geen negatieve effecten tot gevolg ten aanzien van het foerageer- en broedgebied van algemene vogelsoorten. Er zijn geen jaarrond beschermde nesten en/of weidevogels aangetroffen. 3.2 Het plangebied is geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Negatieve effecten op het foerageergebied zijn redelijkerwijs uit te sluiten. Het plangebied blijft geschikt als foerageergebied voor vleermuizen en ook in de directe omgeving blijft voldoende geschikt foerageergebied behouden. Er zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen in het directe plangebied. De aanwezigheid van rugstreeppadden wordt op basis van het uitgevoerde onderzoek uitgesloten. Ringslangen zijn wellicht in de ruime omgeving aanwezig maar ondervinden geen negatief effect door de geplande werkzaamheden. 3.3 De voorgenomen plannen hebben mogelijk een tijdelijk negatief effect op een aantal algemeen voorkomende beschermde soorten zoogdieren (haas, kleine marterachtigen, egel en diverse muizensoorten). Voor deze soorten geldt in provincie Noord Holland in het kader van ruimtelijke ontwikkeling een algehele vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming.
Het is derhalve niet noodzakelijk om mitigerende maatregelen te nemen. Voor andere aanwezige zoogdiersoorten leiden de voorgenomen initiatieven niet tot negatieve effecten. Tenslotte wordt verwacht dat de plannen uiteindelijk zullen leiden tot
p 54 van 66
een betekenisvolle verrijking van de natuurwaarden van dit gebied. De aanwezige amfibieën zijn ofwel vrijgesteld van bescherming of ondervinden geen significante negatieve effecten van de geplande werkzaamheden. Er worden geen beschermde bomen aangetast of gekapt; er wordt juist ruimte gegeven aan nieuwe inheemse beplanting en natuurontwikkeling. Met de uitbreiding van het gebied waar intensief en extensief beheerd wordt, wordt ruim ingezet op vergroening van de omgeving. .
Figuur 5.13 Inzet op beheersmaatregelen voor en na ontwikkeling De groenstructuur wordt met het voorliggende plan substantieel versterkt en opgewaardeerd. Onderstaande groenstructuurkaart laat zien dat de directe omgeving van het chaletpark hierin wordt opgenomen.
Figuur 5.14 Groenstructuurkaart Chalet Parc De Vechtoever na herinrichting.
p 55 van 66
Effecten van het project; gebieden Vanwege de minimale inzet van machines, het beperkt aantal jaarlijkse transportbewegingen en de afscherming van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Oostelijke Vechtplassen) door de tussenliggende bebouwde kom van Nederhorst den Berg, is het redelijkerwijs uit te sluiten dat de voorgenomen plannen negatieve effecten tot gevolg hebben op Natura 2000-gebieden. De voorgenomen plannen hebben geen aantasting van het NNN tot gevolg. Effecten van het project: Weidevogelleefgebied Uit de meest recente gegevens (2021) blijkt dat in de omgeving van het plangebied de afgelopen vijf jaar 21 meldingen van weidevogels bekend zijn ( Graspieper 1, Kievit 1, Krakeend 12, Scholekster 5 en Wulp 2). Het gaat dan om zowel pleisterende, overvliegende als broedende vogels. De weidevogels zijn voorjaar 2019 door het Ecologisch bureau Els & Linde geïnventariseerd: in het zuidelijk deel van de polder zijn geen weidevogels waargenomen. In 2021 is een update van dit onderzoek uitgevoerd door Econu. Ook in dat onderzoek werden er in de ruime omgeving van het plangebied geen weidevogels waargenomen. De uitbreiding van het Chalet Parc De Vechtoever is gepland in de zuidrand van de polder, direct ten noorden van het huidige chalet park. Weidevogels worden verstoord door hoge objecten zoals woningen.