Bijlage 2 Preventie-en-Handhavingsplan-Alcohol-en-Middelen-2026-2029
Tekst van het document
Preventie- en Handhavingsplan Alcohol en Middelen 2026 t/m 2029 Regio Gooi en Vechtstreek 1
INHOUDSOPGAVE 6. Integrale aanpak
3
Samenvatting
4
1. Inleiding
5
2. Visie en strategie PHP
8
3. Totstandkoming nieuwe PHP en terugblik
12
4. Probleemanalyse
16
7.1 Onderzoek & monitoring
51
5. Doelstellingen
25
7.2 Coördinatie & capaciteit
52
7.3 Financiën
52
6.1 Voorlichting en educatie
30
6.2 Signalering en ondersteuning
38
6.3 Sociale en fysieke omgeving
43
6.4 Regelgeving en handhaving
46
7. Coördinatie, monitoring en financiering
Bijlagen
Bijlage 1: Overzicht activiteiten per uitvoerder
2
29
Voorwoord
50
54
55
VOORWOORD Als voormalig huisarts heb ik van dichtbij gezien welke schadelijke effecten middelengebruik kan hebben op de gezondheid en het welzijn van mensen. Vanuit die ervaring weet ik dat de grootste gezondheidswinst te behalen is vóórdat problemen ontstaan. Effectieve middelenpreventie is meer dan het voorkomen van medische problemen; het is investeren in een vitale samenleving, waarin mensen de veerkracht en regie hebben om gezonde keuzes te maken en volwaardig mee te doen. Voor u ligt het vernieuwde Preventie- en Handhavingsplan Alcohol en Middelen 2026 - 2029: een in Nederland unieke regionale samenwerking. Een aanpak waar we met recht trots op mogen zijn. Preventie vraagt om een lange adem maar ook om flexibiliteit. De plotselinge opkomst van vapen laat zien dat ontwikkelingen snel kunnen gaan en bestaande successen onder druk kunnen zetten. Daarom bouwen we in dit plan voort op wat werkt, voegen we nieuwe accenten toe en blijven we inspelen op actuele trends. Concreet blijven we inzetten op het uitstellen van de startleeftijd voor alcohol onder jongeren, het terugdringen van problematisch gebruik bij jongvolwassenen en 55-plussers, en het ondersteunen van ouders in de opvoeding rondom middelengebruik. Nieuw is de integrale aandacht voor roken en vapen, waardoor alle middelenpreventie samenkomt in één krachtig programma.
Met gezonde groet, Joke Lanphen, bestuurlijk trekker GGD
3
Het Preventie- en Handhavingsplan Alcohol en Middelen 2026 t/m 2029 (PHP) is een regionaal beleidsplan dat de doelstellingen en acties voor middelenpreventie en handhaving van de Alcoholwet vastlegt, met een primaire focus op het voorkomen van schade bij jongeren. Dit PHP richt zich daarnaast op jongvolwassenen en 55-75 jarigen.
Pijler signalering en ondersteuning
Het doel is om de werelden van gezondheid (preventie) en veiligheid (handhaving) te verbinden, een integraal beleid te voeren en aan te sluiten bij landelijke doelstellingen zoals het Nationaal Preventieakkoord. Het hebben van een PHP is een wettelijke verplichting voor gemeenten en omvat een probleemanalyse, doelstellingen, de uit te voeren preventie- en handhavingsacties en de resultaten die behaald moeten worden.
Vroegtijdige signalering van risicovol gebruik en laagdrempelige toegang tot passende hulp en ondersteuning. Actielijn 5: Actielijn 6: Actielijn 7:
Dit PHP is opgebouwd rond de vier pijlers van een integrale aanpak middelenpreventie, elk met concrete actielijnen:
Deskundigheidsbevordering professionals Individuele ondersteuning bij beginnend problematisch middelengebruik Groepsondersteuning voor omgeving en naasten
Pijler fysieke en sociale omgeving Een gezonde en positieve leefomgeving draagt bij aan het bevorderen van gezonde keuzes en het voorkomen van middelengebruik.
Pijler educatie en voorlichting Via educatie en voorlichting vergroten we kennis en bewustwording over middelengebruik. We richten ons op de einddoelgroepen (jongeren, jongvolwassenen en 55-75 jarigen), ouders en scholen met doelgerichte communicatie en preventieve activiteiten. We volgen hierbij de richtlijnen voor verslavingspreventie en zetten activiteiten in die afgestemd zijn op de verschillende leeftijdsfasen.
Actielijn 8:
Bevorderen van een gezonde omgeving waar met name jongeren hun vrije tijd doorbrengen, zoals jongerencentra, sportclubs en evenementen
Pijler regelgeving en handhaving
Actielijn 1: Ouders ondersteunen bij opvoeding rondom middelengebruik Actielijn 2: Middelenpreventie op scholen volgens integrale aanpak met erkende interventies Actielijn 3: Kennis vergroten en zelfregie/weerbaarheid versterken bij einddoelgroepen (jongeren, jongvolwassenen en 55-75-jarigen) Actielijn 4: Vergroten bereik preventieve activiteiten en aandacht voor kwetsbare groepen
4
We zetten in op een combinatie van regelgeving, ondersteuning en gerichte handhaving om de naleving te vergroten en zo de beschikbaarheid van middelen voor minderjarigen te beperken. Actielijn 9: Geen verkoop van middelen aan minderjarigen Actielijn 10: Organisaties stimuleren om beleid met betrekking tot middelengebruik te hanteren en naleving versterken
1. INLEIDING Aanleiding
In Gooi en Vechtstreek lag het alcoholgebruik jarenlang hoger dan het landelijk gemiddelde. Het gebruik werd daarbij gekenmerkt door een patroon van te vroeg, te vaak en te veel (zie hoofdstuk 4 ‘Probleemanalyse’). Deze zorgwekkende trend vormde in 2006 aanleiding voor een groot aantal partijen om samen een integrale aanpak te starten om het alcoholgebruik in de regio terug te dringen. Ook ligt er een wettelijke taak bij gemeenten vanuit de Alcoholwet om iedere vier jaar een Preventie- en Handhavingsplan vast te stellen. De inzet heeft resultaat opgeleverd: het alcoholgebruik onder jongeren in regio Gooi en Vechtstreek is de afgelopen jaren afgenomen en op veel indicatoren nu gelijk met het landelijke gemiddelde. Toch blijft er reden tot zorg. Nog steeds drinkt een aanzienlijke groep jongeren vóór hun 18e levensjaar, en soms in grote hoeveelheden (het zogenaamde bingedrinken). Ook het hoge alcoholgebruik onder jongvolwassenen (18-24 jaar) baart zorgen, mede vanwege de nog onvolgroeide hersenen en het risico op langdurige schade. Daarnaast zijn de doelen uit het Nationaal Preventieakkoord (NPA) nog niet behaald. Het cannabisgebruik onder jongeren is ook nog steeds relatief hoog ten opzichte van het landelijke gemiddelde (hoofdstuk 4). Het gebruik van cannabis heeft voor iedereen risico’s zoals verslaving en mentale problemen maar voor jongeren zijn de risico’s groter.
Hoewel ouders over het algemeen stabiel blijven in hun rol als voorbeeld en opvoeder, blijft een gewenste stijging in het maken van afspraken over NIX18 uit. Daarnaast wordt alcoholgebruik soms door ouders gefaciliteerd (zie hoofdstuk 4); het ‘thuis leren drinken’ waarvan bekend is dat dit eerder averechts werkt. Voor 55-75 jarigen zijn in het vorige Preventie- en Handhavingsplan alcohol en drugs 2021 t/m 2024 voor het eerst interventies ingezet.
5
1. INLEIDING De meest recente cijfers (2024) laten een veelbelovende daling in overmatig alcoholgebruik bij deze groep zien (zie hoofdstuk 4). Nieuw in het PHP 2026-2029 is de toevoeging van het thema roken en vapen. De focus ligt hierbij op het beschermen van inwoners tegen de risico’s én op het realiseren van een rookvrije generatie, met specifieke aandacht voor jongeren en het sterk toegenomen vapen. Met deze uitbreiding vallen per 2026 alle activiteiten op het gebied van middelenpreventie onder één samenhangend regionaal programma. Dit biedt voordelen op het vlak van afstemming, uitvoering en effectiviteit. De handhaving van de Alcoholwet met behulp van de testkopermethode en de ondersteuning die wordt geboden voor alcoholverstrekkers zijn succesvol gebleken. De naleving van de leeftijdsgrens bij de verkoop van alcohol is de afgelopen jaren aanzienlijk verbeterd en bij veel verkoopkanalen hoger dan het landelijke gemiddelde (zie hoofdstuk 4). Tot slot is dit PHP tot stand gekomen in nauwe samenwerking met regionale partners en inwoners via een breed participatieproces, dit wordt toegelicht in hoofdstuk 3.
ge activiteiten dragen bij aan meerdere actielijnen. Voor de leesbaarheid en structuur zijn deze activiteiten onder één actielijn geplaatst, met behoud van samenhang.
Leeswijzer
Dit hoofdstuk bevat een beschrijving van de aanleiding voor dit PHP en de leeswijzer. In hoofdstuk 2 beschrijven we de visie en strategie die aan dit Preventie- en Handhavingsplan (PHP) ten grondslag liggen. Hoofdstuk 3 gaat in op de totstandkoming van dit plan, inclusief een terugblik op de belangrijkste ontwikkelingen van de afgelopen jaren. In hoofdstuk 4 schetsen we de relevante trends en ontwikkelingen en lichten we toe waarom middelenpreventie belangrijk is voor de verschillende doelgroepen van het PHP. In hoofdstuk 5 staan de overkoepelende doelen centraal. Hoofdstuk 6 vormt het hart van het plan: hier beschrijven we hoe we de doelen willen bereiken, aan de hand van vier pijlers van een integrale aanpak, uitgewerkt in tien samenhangende actielijnen. Sommi-
Per actielijn beantwoorden we vier vragen: 1. Wat is de ambitie? 2. Wat gebeurt er al? 3. Wat kwam er uit het participatieproces? 4. Wat gaan we doen? Ook wordt per actielijn in een tabel weergegeven op welke doelgroep(en) en settingen de acties gericht zijn. Evenals op welk middel (roken/vapen, alcohol, drugs) ze betrekking hebben. Tot slot geven we in hoofdstuk 7 inzicht in de financiering, coördinatie en monitoring van het plan.
6
BEGRIPPEN (verklaring) • Middel(en): Verslavende en schadelijke stoffen die het lichaam beïnvloeden zoals alcohol, tabak, e-sigareten (vapes) en drugs. • Bingedrinken: Minstens vijf glazen alcohol drinken tijdens één gelegenheid. • Zwaar alcoholgebruik: Eén keer per week minstens vier glazen alcohol (voor vrouwen) of zes glazen alcohol (voor mannen) op één dag. • Overmatig alcoholgebruik: Meer dan 14 glazen alcohol per week (vrouwen) of 21 glazen (mannen). • Problematisch alcoholgebruik: al het alcoholgebruik door jongeren onder de 18 jaar, drinken door zwangere vrouwen, overmatig drinken, zwaar drinken, regelmatig bingedrinken, een drinkpatroon dat leidt tot lichamelijke klachten en/of psychische of sociale problemen en dat een adequate aanpak van bestaande problemen verhindert. • Roken/vapen: hiermee wordt het gebruik van nicotinehoudende producten bedoeld zoals sigaretten en vapes maar bijvoorbeeld ook snus. • Vapen: Het roken van vapes/e-sigaretten. E-sigaretten verdampen vloeistof, vaak met nicotine. E-sigaretten is de Nederlandse vertaling van vape. • Drugs: drugs op lijst II van de Opiumwet, zoals cannabis en slaapmiddelen (softdrugs) en drugs op lijst I van de Opiumwet, zoals cocaïne en GHB (harddrugs). • Settingen: specifieke omgeving of context zoals thuis, school, sportclub waarop de preventie is gericht. • • • • •
7
Jongeren: 12 t/m 17 jarigen Jongvolwassenen: 18 t/m 24 jarigen Volwassenen: 18 t/m 64 jarigen Ouderen: 65-plussers (Alcohol)verstrekkers: locaties waar alcohol verkocht wordt, zoals supermarkten, sportkantines of slijterijen.
2. Visie en strategie PHP
8
2. Visie en strategie PHP 2.1 Integrale aanpak
Op de simpele vraag waarom mensen middelen gebruiken, is geen eenvoudig antwoord mogelijk. In de ogen van de gebruiker is het vaak een vrije en persoonlijke keuze, maar onderzoek laat zien dat middelengebruik door veel verschillende factoren wordt beïnvloed. Sommige factoren verhogen het risico op gebruik (risicofactoren), terwijl andere factoren het risico juist verlagen (beschermende factoren). Daarnaast kan er onderscheid gemaakt worden tussen persoonsgebonden factoren (zoals persoonlijkheidskenmerken en genetische factoren) en omgevingsfactoren. In de sociale omgeving gaat het bijvoorbeeld over het gezin en de opvoedstijl, de invloed van leeftijdsgenoten maar ook de heersende sociale normen in de maatschappij. In de fysieke omgeving spelen factoren mee zoals de beschikbaarheid van een middel en blootstelling aan reclame.
Middelengebruik effectief aanpakken vraagt dan ook om een integrale aanpak, waarbij ingezet wordt op het verminderen van risicofactoren en het versterken van beschermende factoren. De kern van de interventiestrategie in dit PHP is daarom gebaseerd op de vier pijlers van een integrale aanpak.
Hoe we denken over middelen, wat onze normen en waarden hierbij zijn en hoe we ons gedragen, wordt dus beïnvloed door onze persoonlijke eigenschappen en door onze leefomgeving. Hierbij is sprake van een wisselwerking.
Normen & waarden
2
3
4
Voorlichting en educatie
Signalering en ondersteuning
Sociale en fysieke omgeving
Regelgeving en handhaving
Figuur 2.2: vier pijlers van een integrale aanpak.
Zo is ook middelenpreventie in het onderwijs het meest effectief als gebruik wordt gemaakt van een integrale aanpak. Dit betekent dat er tegelijkertijd activiteiten worden uitgevoerd die zich richten op leerlingen, hun ouders en de schoolomgeving. Dit is belangrijk in alle leeftijdsfasen, maar geldt in het bijzonder voor de midden-adolescentie (13-16 jaar). In deze periode is het erg moeilijk om gedragseffecten te bereiken met interventies die alleen op leerlingen zijn gericht. Op dit moment geldt de Gezonde School-aanpak (zie kader) als gouden standaard voor leefstijlinterventies. Scholen die werken met deze Gezonde School-aanpak bieden structureel activiteiten aan uit vier verschillende pijlers: beleid (regelgeving), educatie, schoolomgeving, ouders en signaleren. Ook in Gooi en Vechtstreek wordt dit programma al meerdere jaren gepromoot en geïmplementeerd. Het vormt de kapstok voor de activiteiten voor scholen uit dit PHP.
Leefomgeving
Gedachten
1
Gedrag
Persoonlijke eigenschappen
Figuur 2.1: invloed van de omgeving op het individu (basispakket preventie)
9
2. Visie en strategie PHP 2.2 Inzet erkende interventies conform richtlijnen verslavingspreventie
De Gezonde School-aanpak helpt scholen om doelgericht en efficiënt te werken aan de gezondheid van leerlingen/studenten en docenten. Scholen kunnen kiezen uit één of meerdere van de gezondheidsthema’s waaronder ‘Roken, Alcohol en Drugs (RAD)’ en ‘Welbevinden’. Aan de hand van de vier pijlers werken scholen aan hun Gezonde School Aanpak. Een Gezonde School adviseur van de GGD ondersteunt scholen bij deze aanpak.
We werken met kwalitatief hoogwaardige interventies, gebaseerd op de databases van het RIVM en NJi, die passen binnen de preventieketen. Dat wil zeggen dat er ofwel voldoende positieve ervaringen zijn opgedaan met de interventie, ofwel dat de effectiviteit ervan wetenschappelijk is aangetoond. We volgen de richtlijnen verslavingspreventie (zie het kader op de volgende pagina).
2.3 Brede blik op gezondheid: Positieve Gezondheid
Het concept Positieve gezondheid is een kans om breder te kijken naar ziekte, gezondheid en preventie voor onze inwoners. Daarnaast wordt de focus niet zozeer gelegd op ziektes en problemen, maar op perspectieven, wat mensen nog wel kunnen en wat voor hen belangrijk is; veerkracht en eigen regie.
In een evenwichtig preventief beleid vormt universele preventie de basis. Hoe steviger deze basis wordt neergezet, hoe minder ‘doorstroom’ plaatsvindt naar duurdere vormen van selectieve en geïndiceerde preventie of naar behandeling en zorggerelateerde preventie (zie figuur 2.3). De verschillende vormen van preventie komen terug in dit PHP.
Het regioplan Gezond Gooi dat begin 2024 in samenwerking met alle zorg- en welzijnspartijen en gemeenten uit de regio Gooi en Vechtstreek is opgesteld, benoemt positieve gezondheid als belangrijk leidend principe om de beweging van ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag vorm te geven en om de inwoner meer regie te geven over de eigen gezondheid en welbevinden. Ook dit programma legt vanuit het gedachtegoed van Positieve Gezondheid de nadruk op het versterken van de veerkracht en weerbaarheid. Dit doen we door de verbinding te leggen met het preventiethema (mentaal) welbevinden en in te zetten op beschermende factoren zoals het ondersteunen van de communicatie met ouders, positieve vrijetijdsbesteding te stimuleren en een gezonde sociale en fysieke omgeving te creëren. Daarnaast stimuleren we dat preventiewerkers van de verslavingszorg bekend en getraind zijn met de brede blik van positieve gezondheid en
Figuur 2.3: Indelingen van preventie.
10
2. Visie en strategie PHP inwoners ondersteunen vanuit deze brede blik op gezondheid. Tot slot is het van belang dat middelengebruik in de gesprekstool Positieve Gezondheid wordt opgenomen.
De richtlijnen verslavingspreventie benadrukken dat verslavingspreventie moet aansluiten bij de ontwikkelingsfase van jongeren. Voorbeelden uit deze richtlijn zijn: • Een populaire methode om leerlingen ervan te weerhouden om middelen te gebruiken is de afschrikwekkende benadering. Bij deze methode wordt geprobeerd om leerlingen ervan te weerhouden om middelen te gebruiken door angst op te roepen. Vaak wordt hierbij gekozen voor een gastspreker zoals een politieagent of ervaringsdeskundige. Onderzoek laat zien dat deze aanpak niet effectief is en soms zelfs averechtse effecten heeft. • Uit onderzoek blijkt dat het veel effectiever is om de sociaal emotionele ontwikkeling van de leerlingen te versterken. De beschikbare interventies (voor de leerlingen) richten zich niet op middelenpreventie, maar op het versterken van beschermende factoren zoals weerbaarheid (in het algemeen) en sociaal emotionele vaardigheden. Het is raadzaam aan te sluiten bij deze interventies en voorlichting over roken/vapen en alcohol enkel te richten op de ouders. • Leren ‘nee’ zeggen: leeftijdsgenoten hebben veel invloed op het gebruik van middelen. Er wordt daarom vaak ingezet op het weerbaar maken tegen groepsdruk door leerlingen te wijzen op de invloed van anderen en hen te leren hoe zij ‘Nee’ moeten zeggen. Het effect van deze aanpak hangt af van de leeftijd van het kind.
Bij vroege en midden adolescenten (12-16 jaar) is deze aanpak niet succesvol omdat erbij horen op dat moment heel erg belangrijk is. Als leerlingen ouder worden durven ze meer eigen keuzes te maken. In de late adolescentie (16+) is deze aanpak wel effectief.
2.4 Regionaal eenduidig
We streven naar een regionale eenduidige aanpak in Gooi en Vechtstreek. Problematiek rondom middelen zijn immers gemeentegrens overstijgend. Dit neemt niet weg dat de lokale cultuur ook van belang kan zijn om inwoners op een passende manier aan te spreken op hun verantwoordelijkheden en gedrag. Naast de regionale aanpak is lokale inkleuring dus wenselijk, mogelijk en noodzakelijk.
2.5 Samen met stakeholders
Voor het terugdringen van middelengebruik is het van belang dat jongeren opgroeien in een omgeving die gezond gedrag stimuleert. Dat kan alleen door samen met stakeholders achter de doelen en activiteiten uit het PHP te staan. We werken daarom in de regio intensief samen met stakeholders, zoals onderwijs, verslavingszorg, jongerenwerk, sportclubs, alcoholverstrekkers etc. Voor interventies gericht op inwoners (ouders, jongeren, jongvolwassenen, 55-75 jarigen) wordt tevens de verbinding gezocht met hen om ervoor te zorgen dat de interventies goed aansluiten op hun leefwereld en behoeften. We ondersteunen waar nodig en stimuleren eigen initiatieven vanuit stakeholders die aansluiten bij de doelen uit het PHP. Wethouder Flip de Groot met een restauranthouder en Eva Müller met de actie ’Proef en Beleef alcoholvrij’ van Bijzonder Laren tijdens de Dry January IkPas campagne.
11
3. Totstandkoming nieuwe PHP en terugblik
12
3. Totstandkoming nieuwe PHP en terugblik Het PHP 2026 t/m 2029 beschrijft de belangrijkste maatregelen die gemeenten en GGD in Gooi en Vechtstreek nemen om het alcoholgebruik, roken/vapen en drugsgebruik onder met name jongeren te voorkomen en terug te dringen. De huidige, wetenschappelijk onderbouwde, aanpak wordt gecontinueerd met enkele nieuwe accenten. De jeugd tot 18 jaar blijft de hoogste prioriteit houden, maar ook jongvolwassenen van 18-24 jaar en 5575 jarigen behoren tot de doelgroep. Nieuw in dit PHP is specifieke aandacht voor het bereiken van kwetsbare groepen binnen deze doelgroepen.
Toezicht en handhaving m.b.t. drugs(criminaliteit) is geen onderdeel van dit PHP. De handhavingsbevoegdheid hiervoor ligt bij de politie. Toezicht en Handhaving m.b.t. verkoop van (illegale) rookwaar waaronder vapes is ook geen onderdeel van dit PHP. De handhavingsbevoegdheid hiervoor ligt bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Preventie van middelengebruik is vanzelfsprekend een onderdeel van het regionale/lokale gezondheidsbeleid. Gemeenten maken vanuit het PHP de koppeling met het lokaal gezondheidsbeleid. De regiefunctie voor dit PHP is belegd bij gemeente Hilversum (vanuit haar rol als centrumgemeente: toezicht en handhaving) en de GGD.
De aanpak in dit PHP is integraal; veel interventies hebben dan ook betrekking op meerdere middelen tegelijk. Deze samenhangende aanpak vergroot de effectiviteit, benut beschikbare middelen optimaal en voorkomt versnippering. De nadruk ligt daarbij op de middelen die veel gebruikt worden en aanzienlijke schadelijke effecten veroorzaken.
3.1 Participatieproces
Eind 2024 is gestart met de voorbereidingen voor dit nieuwe PHP. Daarbij hoorde een breed participatietraject. In dit participatietraject zijn raadsleden, (uitvoerende) partners en inwoners betrokken. Dit heeft geleid tot een breed gedragen eindresultaat. • Werkveldgesprekken: interviews over het nieuwe PHP met partners zoals jongerenwerk, zorgprofessionals, jeugdboa’s, VO- scholen, Qinas, sportprofessionals, Koninklijke Horeca Nederland, de RHOGO, Jellinek Preventie, leefstijlpunten en de politie. • Ouderonderzoek: regionale enquête onder ouders van kinderen in de leeftijd 12 t/m 17 jaar (respons: 629). • Ouderinterviews: telefonische interviews met ouders die aanvullend mee wilden denken over het nieuwe preventieplan (respons: 7). • Straatinterviews: interviews met jongeren uit alle gemeenten over hun leefwereld, vrijetijdsbesteding, middelenpreventie en invloed van ouders (respons: 33). • Regiopodium: presentatie en uitwisseling over het nieuwe PHP met raadsleden van alle regiogemeenten.
In dit PHP ligt de vooral nadruk op preventie van alcoholgebruik. Preventie van roken en vapen is een nieuw maar belangrijk onderdeel van het plan vanwege de sterke toename in gebruik. Er wordt ingezet op het beschermen van inwoners tegen de risico’s van roken en vapen en het creëren van een rook- en vapevrije generatie. Deze inzet is gebaseerd op het regionale actieplan vapevrij, wat is opgesteld vanuit het programma Rookvrije Generatie van GGD Gooi en Vechtstreek. Tot slot maakt de preventie van drugsgebruik waar mogelijk integraal onderdeel uit van het PHP, vanwege de overlap in oorzaken, doelgroepen en interventies. Daarnaast zetten we in op het beperken van de beschikbaarheid van middelen voor minderjarigen. Voor alcohol richt dit zich op toezicht en handhaving van de Alcoholwet, met nadruk op naleving van de leeftijdsgrens.
13
3. Totstandkoming nieuwe PHP en terugblik • Inspiratiegesprekken en deskresearch: onderzoek naar goede voorbeelden uit andere regio’s, preventieplannen en PHP’s van andere regio’s, inspiratiegesprekken met andere GGD’en, het Trimbos-instituut en een verslavingszorginstelling uit een andere regio. • Interne gesprekken GGD: interviews over relevante raakvlakken zoals Positieve Gezondheid, Gezonde Leefomgeving, Rookvrije Generatie, Jeugd en Gezin, Publieke Gezondheid Asielzoekers. • Vragenlijst over vapen: vragenlijst onder professionals om inzicht te verkrijgen in de aard en omvang van de vapeproblematiek onder jongeren, evenals in de behoeften en ondersteuningswensen van professionals op dit terrein (respons: 44).
maatregelen. Aangezien het PHP inzet op maatregelen om drugs- en alcoholverslaving en daaruit voortkomende problematiek te voorkomen, is het PHP ondergebracht binnen het programma B&O. De begroting B&O omvat om deze reden tevens de kosten die in het kader van het PHP worden gemaakt.
In hoofdstuk zes geven we per actielijn kort aan welke relevante informatie uit het participatieproces is gekomen.
b. Welke acties ondernomen worden om alcoholgebruik, met name onder jongeren, te voorkomen, al dan niet in samenhang met andere preventieprogramma’s als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet Publieke Gezondheid (WPG)1;
Alcoholwet
In artikel 43a van de Alcoholwet is bepaald dat de gemeenteraad iedere vier jaar verplicht is een preventie- en handhavingsplan alcohol vast te stellen. Een soortgelijke bepaling staat ook in de WPG. In het PHP moet in ieder geval worden aangegeven: a. Wat de doelstellingen zijn van het preventie- en handhavingsplan alcohol;
3.2 Beleidskader
Het PHP is opgebouwd naar aanleiding van divers landelijk, regionaal en lokaal beleid. Hieronder worden de belangrijkste beleidskaders genoemd en beschreven, die de uitgangspunten zijn van het nieuwe beleidsplan. Vanzelfsprekend is er overlap van activiteiten, ketenpartners en budgetten. Het moet voor alle betrokkenen helder zijn welke activiteiten vanuit welk programma worden uitgevoerd. Deze helderheid wordt in het PHP gegeven, dit is het centrale punt waar alles rondom middelenpreventie in de regio samenkomt.
c. De wijze waarop het handhavingsplan wordt uitgevoerd en welke handhavingsacties in de door het plan bestreken periode worden ondernomen; d. Welke resultaten in de door het plan bestreken periode minimaal behaald dienen te worden.
Beleidsplan Bescherming & Opvang Gooi en Vechtstreek
Het regionale programma Bescherming & Opvang (B&O) zet in op de voorkoming van huiselijk geweld, dakloosheid, verslaving, woonoverlast en psychische problemen in de regio en ondersteuning van inwoners die deze problemen ervaren. Met het programma B&O hebben de gemeenten besloten om ook in te zetten op preventieve
Ter uitvoering van de in het eerste lid bedoelde taak draagt het college van burgemeester en wethouders in ieder geval zorg voor: het bijdragen aan opzet, uitvoering en afstemming van preventieprogramma’s, met inbegrip van programma’s voor de gezondheidsbevordering.
1
14
3. Totstandkoming nieuwe PHP en terugblik Nationaal Preventieakkoord
De Nederlandse overheid wil dat er minder mensen roken, overgewicht hebben of problematisch alcohol drinken. Daarom werd in 2018 het Nationaal Preventieakkoord (NPA) gesloten. De overheid maakte hierin met ruim 70 partijen afspraken om het percentage rokers, mensen met overgewicht en problematische drinkers te laten dalen in de periode tot 2040. De Samenhangende Preventiestrategie 2025 borduurt voort op het Nationaal Preventieakkoord. De ambities uit het NPA zijn onveranderd en leidend voor de doelen in dit PHP.
Lokaal gezondheidsbeleid en GALA
Preventie van alcohol- en drugsgebruik is een onderdeel van het regionale/lokale gezondheidsbeleid. Gemeenten maken vanuit het PHP de koppeling met het lokaal gezondheidsbeleid en de lokale plannen van de gemeenten vanuit het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). In het GALA staat bij het onderdeel ‘Een gezonde leefstijl’ het volgende: ‘voorkomen en vroegsignalering van middelengebruik (roken, alcohol en drugs). De lokale GALA plannen van gemeenten in regio Gooi en Vechtstreek uit 2023 hebben het “terugdringen van gebruik alcohol, drugs en rookwaren” als speerpunt. Hierin wordt verwezen naar het PHP.
3.3 Terugblik PHP 2021 t/m 2024 + 2025
Vanzelfsprekend is de uitvoering van het huidige PHP 2021 t/m 2025 geëvalueerd. Hiervoor zijn onder meer de resultaten gebruikt uit de Gezondheidsmonitor Jeugd (2021, 2023), Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen (2022 en 2024), het Antenne onderzoek, het Ouderonderzoek (2024) en de cijfers van de mysteryshop onderzoeken (2021, 2023). De resultaten laten zien dat het PHP effectief is. Tegelijkertijd is op sommige aspecten nog winst te behalen. De trends en ontwikkelingen worden nader toegelicht in het volgende hoofdstuk Probleemanalyse.
Ouderpakket met praatkaarten, magazine, en informatieve flyers over middelen en opvoeding.
15
4. Probleemanalyse
16
4. Probleemanalyse Middelengebruik 12-18 jarigen
alcoholgebruik licht gestegen en vervolgens weer gedaald. Inmiddels is het alcoholgebruik op de meeste indicatoren gelijk met landelijk, enkel op de indicator recent aangeschoten/dronken in de afgelopen 4 weken is er er nog een significant verschil met het landelijke gemiddelde.
Het lichaam en de hersenen van jongeren zijn nog volop in ontwikkeling, waardoor ze extra kwetsbaar zijn voor de negatieve gevolgen van middelen. Ook komen middelengebruik en mentale problemen bij jongeren samen voor, waarbij middelen gebruikt kunnen worden om psychische klachten te dempen, maar ook zelf kunnen bijdragen aan het ontstaan of verergeren van die klachten, zoals angst, depressie en concentratieproblemen.
Alcohol
Voor jongeren zijn er extra risico’s als ze alcohol drinken. Omdat het lichaam van jongeren nog niet volgroeid is, raken zij eerder bewusteloos door alcohol. Ze hebben namelijk minder lichaamsvocht dan volwassenen, waarover de alcohol zich minder door het lichaam verdeelt. Hierdoor hebben jongeren na hetzelfde aantal glazen een hoger alcoholpromillage dan volwassenen. Hersenen blijven doorgroeien tot ongeveer het 25e levensjaar. Alcohol verstoort de ontwikkeling van de hersenen. Hierdoor kunnen jongeren die regelmatig drinken, problemen krijgen. Jongeren kunnen bijvoorbeeld hun leven lang last houden van concentratiestoornissen als ze veel alcohol hebben gedronken toen ze jong waren. Ook kan alcohol gevolgen hebben voor het geheugen en intelligentie. Verder kunnen jongeren die veel alcohol drinken een risico vormen voor hun omgeving. Zo plegen ze vaker (verkeers)misdrijven of zorgen ze voor extra zorg- en onderwijskosten.
Figuur 4.1: alcoholgebruik jeugd (bron: Gezondheidsmonitor Jeugd,klas 2 en klas 4 regulier VO).
Roken en vapen
Roken en vapen (nicotinegebruik) is extra schadelijk voor jongeren onder de 18 jaar. Allereerst komt dit doordat de hersenen en het lichaam nog in ontwikkeling zijn. Het verstoort de hersenontwikkeling die verantwoordelijk is voor aandacht, leren, stemming en impulsen en kan de groei van de longen en andere organen aantasten. Ook zijn de nog niet volledig ontwikkelde hersenen extra gevoelig voor (nicotine) verslaving. Jongeren die op jonge leeftijd beginnen met roken of vapen hebben een veel grotere kans om langdurige gebruikers te worden. Ten tweede speelt de sociale en psychologische kwetsbaarheid van jonge-
Het gebruik van alcohol onder 2e en 4e klassers van het voortgezet onderwijs lag in Gooi en Vechtstreek jarenlang hoger dan het landelijk gemiddelde. Het percentage jongeren dat ooit alcohol heeft gedronken (een glas of meer) daalde wel al gestaag. Maar in 2019 was voor het eerst een flinke daling te zien op de overige indicatoren van alcoholgebruik ten opzichte van voorgaande jaren. In de coronaperiode is het
17
4. Probleemanalyse ren hierin ook een rol. Jongeren zijn extra gevoelig voor groepsdruk en misleidende marketing, zoals leuke vape-smaken. Ook worden roken en vapen vaak gezien als copingmechanismen voor stress, wat juist leidt tot afhankelijkheid. Vapes missen veel van de giftige verbrandingsproducten van tabak, maar in de damp komen wel schadelijke stoffen vrij, zoals nicotine en giftige en kankerverwekkende stoffen die gezondheidsrisico’s met zich meedragen op de korte en lange termijn. De gezondheidsrisico’s van vapen op lange termijn zijn nog niet in volle omvang duidelijk.
Figuur 4.2: roken, vapen en cannabis gebruik jeugd (bron: Gezondheidsmonitor Jeugd).
Na een jarenlange daling, is roken onder 2e en 4e klassers van het voortgezet onderwijs in Gooi en Vechstreek in de afgelopen vier jaar weer toegenomen. Deze trend is ook te zien in de landelijke cijfers. Daarnaast roken er gemiddeld meer jongeren in Gooi en Vechtstreek 1x per week
18
4. Probleemanalyse of dagelijks, in vergelijking met landelijk. Wat de exacte redenen hiervoor zijn, is onbekend.
bij specifieke jongerengroepen (uitgaanders en mbo’ers) in Gooi en Vechtstreek (figuur 4.3 en figuur 4.4). Uit deze onderzoeken blijkt dat er opvallend veel alcohol wordt gedronken onder uitgaanders. Het aandeel overmatige3 en zware drinkers van de huidige drinkers (die in de afgelopen 4 weken alcohol dronken) is ook aanzienlijk en groter in 2024 dan in 2022. De andere middelen worden in 2024 wat minder vaak gebruikt dan in 2022.
Het vapen onder 2e en 4e klassers van het voortgezet onderwijs in Gooi en Vechtstreek is in de afgelopen jaren enorm toegenomen. De vape is een nieuw product en hierin zien wij dus ook een nieuwe ontwikkeling. Het verschil tussen Gooi en Vechtstreek en landelijk is niet significant.
Drugs
Cannabisgebruik is al jaren redelijk stabiel, maar significant hoger dan het landelijk gemiddelde. Het gebruik van andere drugs (zoals XTC en cocaïne) onder 2e en 4e klassers is 2% (ooit of in de laatste 4 weken), dit is op landelijk niveau niet uitgevraagd in de Gezondheidsmonitor Jeugd. Wel weten we uit de Scholierenmonitor van het Trimbos, dat het landelijke percentage scholieren dat ooit XTC heeft gebruikt sinds 2003 rond de 2% schommelt. De cijfers laten zien dat verschuivingen in drugsgebruik onder jongeren, bijvoorbeeld door de verhoging van de leeftijdsgrens voor alcohol of prijsstijgingen, op totaalniveau niet optreden.
Middelengebruik 18-24 jarigen
Ook na hun 18e zijn jongeren mentaal en fysiek nog niet geheel volwassen en met name de hersenen zijn nog volop in ontwikkeling. Deze hersenontwikkeling is pas rond het 24ste jaar afgerond. Alcohol- en drugsgebruik brengen dus ook voor jongvolwassenen in deze kwetsbare en vormende leeftijdsfase serieuze risico’s met zich mee.
Figuur 4.3: Middelengebruik onder uitgaanders in Gooi en Vechtstreek (bron: Antenne onderzoek 2022 en 2024). *N.B. dit is het percentage van de huidige drinkers (<4 weken) en dus niet van het totaal.
In 2016 dronk 11% van de 18-24 jarigen in Gooi en Vechtstreek zwaar2. In 2020 was dat hoger (18%) en de laatste cijfers (uit 2024) laten zien dat bijna een kwart van de jongvolwassenen (23%) zwaar drinkt. Het gebruik van cannabis onder 18-24 jarigen was in 2020 18%, in 2024 is dat lager (14%). Ook is er onderzoek gedaan naar middelengebruik
2
3
19
Drinkt zwaar: minimaal 1 keer per week 6 (voor mannen) dan wel 4 (voor vrouwen) of meer glazen alcohol op één dag. Gebruikt overmatig alcohol: voor mannen meer dan 21 glazen per week en voor vrouwen meer dan 14 glazen per week (norm voor ‘gewoontedrinkers’ met een hoge consumptie).
4. Probleemanalyse Onder mbo’ers is het middelengebruik ook aanzienlijk. Daarnaast bleek uit het Antenne onderzoek dat dit van invloed was op bijvoorbeeld schoolverzuim.
Ouders
Ouders dragen de eerste verantwoordelijkheid voor de opvoeding van hun kinderen, ook als het gaat om het omgaan met middelen. In tegenstelling tot wat veel ouders denken, hebben ze een grote invloed op het middelengebruik van hun kind, zelfs na het 18e jaar. Kinderen van ouders die duidelijke grenzen stellen, beginnen bijvoorbeeld later met drinken, drinken minder alcohol en hebben minder vaak vrienden die veel drinken. Andere factoren die zorgen voor een lager risico op middelengebruik (beschermende factoren) zijn: een goede band tussen ouder en kind en een autoritatieve opvoedstijl gekenmerkt door betrokkenheid, emotionele steun, het stellen van grenzen en open communicatie. Ook het voorbeeldgedrag van ouders speelt een grote rol. Zo blijkt uit onderzoek dat kinderen die hun ouders zien drinken, gemiddeld ‘positievere’ verwachtingen ontwikkelen over alcoholgebruik vergeleken met kinderen die hun ouders niet zien drinken. Positieve verwachtingen over alcohol en het effect hiervan verhogen vervolgens de kans dat jongeren gaan drinken en dat ze later in de adolescentie grotere hoeveelheden gaan drinken.
Figuur 4.3 en 4.4: Middelengebruik onder mbo’ers in Gooi en Vechtstreek (bron: Antenne onderzoek 2021). *N.B. dit is het percentage van de huidige drinkers (<4 weken) en dus niet van het totaal.
20
4. Probleemanalyse In de Gezondheidsmonitor Jeugd wordt daarnaast aan 2e en 4e klassers gevraagd wat de houding van hun ouders is ten opzichte van het alcoholgebruik van hun kind. In 2023 gaf 26% van de 2e en 4e klassers aan dat hun ouders alcoholgebruik goedkeuren. In 2005 was dit nog 53%.
Beschikbaarheid van middelen
De beschikbaarheid van alcohol speelt een grote rol in de mate waarin jongeren alcohol drinken. Uit de Gezondheidsmonitor Jeugd (2023) in Gooi en Vechtstreek blijkt dat 4% van de vierdeklassers wel eens zelf alcohol koopt (figuur 4.6). Een groter deel (25%) laat anderen wel eens alcohol voor ze kopen of krijgt (20%) alcohol van vrienden of kennissen, 14% krijgt het van ouders/verzorgers en 9% van andere volwassenen.
Figuur 4.5: draagvlak NIX18 en afspraken over middelengebruik (bron: Ouderonderzoek G&V, 2024).
Uit onderzoek onder ouders van 12-18 jarigen in Gooi en Vechtstreek blijkt dat ruim de helft van de ouders achter de leeftijd van 18 staat als grens voor het drinken van alcohol (figuur 4.5). Daarbij opgeteld vindt een op de tien ouders 18 jaar te jong. Dit is stabiel ten opzichte van eerdere jaren. De meerderheid van de ouders maakt afspraken met hun kind over alcoholgebruik. De meest gemaakte afspraak gaat over de startleeftijd. Over cannabis worden minder afspraken gemaakt, iets meer dan een derde van de ouders maakt hier afspraken over. Wel maakt een meerderheid afspraken over roken/vapen met hun kind.
Figuur 4.6: manieren om aan alcohol te komen (bron: Gezondheidsmonitor Jeugd 2023).
21
4. Probleemanalyse Met betrekking tot de beschikbaarheid van cannabis gaf in de Gezondheidsmonitor Jeugd (2023) 22% van de 2e en 4e klassers aan dat er wel eens gedeald wordt bij school. 38% van de 2e en 4e klassers heeft ooit cannabis aan-geboden gekregen. De drie meest voorkomende plekken waar ze middelen aangeboden krijgen zijn: op straat of hangplekken, thuis of bij vrienden thuis, en op school.
Sigaretten krijgen de meeste vierdeklassers van vrienden of kennissen (18%), 12% laat sigaretten door anderen kopen en 7% koopt ze zelf. Waar jongeren vapes kopen is niet uitgevraagd in de Gezondheidsmonitor Jeugd. Wel kwam uit de vragenlijst onder professionals over vapen naar voren dat zij denken dat jongeren hun vapes voornamelijk online via sociale media (snapchat en whatsapp) kopen.
Lachgas is per 2021 opgenomen in de Opiumwet. Mede hierdoor is het gebruik van lachgas enorm afgenomen (in 2023 heeft 3,5% ooit of in de laatste 4 weken lachgas gebruikt, t.o.v. 6,5% in 2019).
Volwassenen en ouderen
Alcoholgebruik hangt samen met allerlei gezondheidsrisico’s, zoals slaapproblemen, diverse soorten kanker, verminderd cognitief vermogen, letsel en geweld, tot aan angststoornissen en depressie. De Gezondheidsraad adviseert volwassenen en ouderen daarom uit het oogpunt van volksgezondheid geen alcohol te drinken, of in elk geval niet meer dan 1 glas per dag. Voor 50-plussers is het gebruik van alcohol extra schadelijk, o.a. omdat ze minder lichaamsvocht hebben. De lichamelijke veranderingen zorgen ervoor dat 50-plussers sneller onder invloed raken van een minder grote hoeveelheid alcohol. Hierdoor kunnen zij sneller vallen of ongelukken krijgen met grotere gevolgen (zoals botbreuken) dan andere volwassenen. Bovendien gebruiken veel 50-plussers medicijnen. Alcohol kan de werking van medicijnen verminderen of juist versterken. Volwassenen die al overmatig drinken gaan vaak meer drinken als ze ouder worden. Zeker als er sprake is van de zogenaamde life-events (overlijdens, pensioen, gezondheid en ziekte, kinderen het huis uit e.d.).
Figuur 4.7: manieren om aan sigaretten te komen (bron: Gezondheidsmonitor Jeugd 2023).
22
4. Probleemanalyse Kwetsbare groepen
Kwetsbare groepen hebben een grotere kans op problemen door middelengebruik. Dit komt door een opeenstapeling van risicofactoren in de omgeving, vaak in wisselwerking met persoonlijke kenmerken. Denk aan het opgroeien of werken in een omgeving met veel stress of waar alcohol- of drugsgebruik veel voorkomt. Door deze opeenstapeling leidt het gebruik bij sommige groepen tot een grotere kans op gezondheidsschade, problemen bij het afronden van een opleiding of het vinden van een baan. Tot kwetsbare groepen behoren onder andere mensen met minder welvaart, een lager opleidingsniveau en minder arbeidsdeelname, kinderen van ouders met psychische problemen of een verslaving (KOPPKOV) en jongeren die (veelvuldig) spijbelen. In dit hoofdstuk wordt niet voor alle afzonderlijke kwetsbare groepen een volledig cijfermatig overzicht opgenomen. Het aantal groepen is daarvoor te groot en de beschikbare data vaak versnipperd. Het verder inzichtelijk maken van deze doelgroepen in onze regio en het verzamelen van relevante cijfers vormt daarom een belangrijke vervolgstap van dit PHP (actielijn 4).
Op basis van deze informatie en met behulp van het ecologisch systeemmodel kan vervolKwetsbaar Kwetsbaar door factoren gens gerichter worden in de samenleving door factoren op verschillende ingezet op het bereiken Kwetsbaar door factoren niveaus in de bredere omgeving en ondersteunen van Kwetsbaar door factoren kwetsbare groepen. in de directe omgeving
Figuur 4.8: alcoholgebruik volwassenen en ouderen (bron: Gezondheidsmonitor VO 2024).
Hoewel het alcoholgebruik onder volwassenen (18 t/m 64 jaar) en ouderen (65+) in de regio de afgelopen jaren licht is gedaald, blijft het relatief hoog. In Gooi en Vechtstreek is 5% van de volwassenen en 8% van de ouderen overmatig drinker. Ter vergelijking: landelijk liggen deze percentages op respectievelijk 4% en 2%. Het verschil met het landelijk gemiddelde is vooral zichtbaar in de leeftijdsgroep van 65 jaar t/m 84 jaar. Met betrekking tot het gebruik van nicotine: 17% van de volwassenen rookt en 5% vapet. Onder ouderen is dit 9% (roken) en 1% (vapen). Bij zowel volwassenen als ouderen is er geen verschil met het landelijke gemiddelde. Van de volwassenen heeft 5% in de laatste 4 weken cannabis gebruikt, 2% heeft in de afgelopen 4 weken andere drugs gebruikt. Er zijn geen regionale cijfers van drugsgebruik bij ouderen in Gooi en Vechtstreek, uit landelijke cijfers blijkt dat dit minder speelt bij ouderen.
Kwetsbaar door persoonlijke factoren
Figuur 4.9: Het ecologisch systeemmodel (Trimbos-instituut).
23
4. Probleemanalyse
Figuur 4.10: naleving leeftijdsgrens verkoop alcohol per verkoopkanaal (bron: Mysteryshoponderzoek 2023).
Naleving Alcoholwet
naar 67%. Bij veel verkoopkanalen is de naleving daarnaast hoger dan het landelijke gemiddelde. De naleving is het hoogst bij ketenslijterijen en het laagst bij de sportkantines.
Ten opzichte van 2021 is de naleving van de leeftijdsgrens voor de verkoop van alcohol in Gooi en Vechtstreek aanzienlijk verbeterd: van 50%
24
5. Doelstellingen
25
5. Doelstellingen Prioritering middelen
De aanpak in dit PHP is integraal; veel interventies hebben dan ook betrekking op meerdere middelen tegelijk. Deze samenhangende aanpak vergroot de effectiviteit, benut beschikbare middelen optimaal en voorkomt versnippering. De nadruk ligt daarbij op de middelen die het meest gebruikt worden en de grootste schadelijke effecten veroorzaken. Binnen dit kader heeft alcoholpreventie prioriteit, vanwege het hoge gebruik en de negatieve impact op gezondheid en samenleving. Daarnaast vormt de snelle opkomst van vapen onder jongeren, gecombineerd met de schadelijkheid, aanleiding om het thema ‘roken en vapen’ mee te nemen in dit plan. Tot slot maakt de preventie van drugsgebruik waar mogelijk integraal onderdeel uit van het PHP, vanwege de overlap in oorzaken, doelgroepen en interventies. Afhankelijk van de doelgroep wordt de focus op specifieke middelen aangepast, zodat de inhoud altijd goed aansluit bij de leefwereld en behoeften van die groep. Ontwikkelingen in middelengebruik monitoren we nauwgezet, zowel via onze monitors als via signalen van professionals. Wanneer er verschuivingen worden gesignaleerd, kunnen we de activiteiten gericht en op een passende manier aanpassen.
Einddoelgroepen: De absolute prioriteit van dit PHP ligt, vanuit de preventieve insteek en vanwege de schadelijkheid voor de gezondheid op jonge leeftijd, op de doelgroep 12-18 jaar. Ook is er aandacht voor de groep 18-24 jarigen, vanwege de (risicovolle)levensfase met veel veranderingen en de nog niet afgeronde hersenontwikkeling. Voor de 55-75 jarigen richten we ons op het alcoholgebruik, vanwege het hoge gebruik en de schadelijkheid voor deze doelgroep.
Prioritering doelgroepen
Middelenpreventie richt zich op alle inwoners van 12 jaar en ouder in de regio. Immers, de overgrote meerderheid van deze doelgroep drinkt zelf wel eens alcohol. Maar ook draagt elke inwoner op zijn/haar manier bij aan de sociale norm rondom middelengebruik. Interventies uit het PHP hebben effect op de bredere populatie, maar de inzet concentreert zich op drie einddoelgroepen die het grootste risico lopen. Dit maakt het mogelijk de beschikbare capaciteit en middelen zo effectief mogelijk in te zetten. De doelgroepen zijn ongewijzigd ten opzichte van het vorige PHP 2021 t/m 2024.
Betreft het specifieke groepen, dan zetten we in op gerichte (selectieve) preventie; gaat het om een breder probleem, dan kiezen we voor universele preventie, zoals voorlichting op scholen. Zo blijft de aanpak actueel, doelgericht en effectief, en voorkomen we dat middelengebruik genormaliseerd wordt.
26
5. Doelstellingen Tussendoelgroepen: Binnen het PHP gaat extra aandacht uit naar ouders, vanwege hun opvoed- en voorbeeldrol bij het voorkomen van middelengebruik. Ook scholen vervullen een cruciale rol in middelenpreventie. Daarnaast zijn alcoholverstrekkers (zoals supermarkten, sportkantines en slijterijen) een belangrijke tussendoelgroep: zij kunnen bijdragen aan het beperken van de beschikbaarheid van alcohol voor minderjarigen en het voorkomen van excessief gebruik.
nitors van de GGD) en in samenwerking met een epidemioloog vastgesteld, zodat ze inhoudelijk goed onderbouwd en haalbaar zijn. In onderstaande tabellen zijn de indicatoren, trends en doelstellingen benoemd voor dit PHP. De geformuleerde doelen zijn gekoppeld aan de volgende meetmomenten (blauwe kolommen). De landelijke doelen uit het NPA zijn weergegeven per indicator wanneer relevant voor die specifieke doelgroep (laatste kolom in grijs). In hoofdstuk 7 wordt beschreven hoe de doelen (tussentijds) worden gemonitord en hoe hier verantwoording over wordt afgelegd.
Doelstellingen
De landelijke einddoelen van het Nationaal Preventie Akkoord (NPA) zijn leidend als langetermijnambitie, de ‘stip op de horizon’. Om tot een realistische en uitvoerbare koers te komen, zijn er voor dit PHP voor de middellange termijn (2029) tussendoelen geformuleerd. Deze zijn gebaseerd op actuele cijfers en trendanalyses (zoals de Gezondheidsmo-
Op het gebied van vapen is een ambitieuze doelstelling geformuleerd: het keren van de huidige trend en het inzetten van een daling in gebruik. Tegelijkertijd is het belangrijk te onderkennen dat het gebruik op korte termijn mogelijk nog verder toeneemt.
Indicatoren, trends en doelstellingen voor dit PHP in %
De blauwe kolommen geven de volgende meetmomenten weer. In de tussenliggende jaren worden geen metingen gedaan. De doelen uit het Nationaal Preventie Akkoord (grijze kolommen) zijn weergegeven per indicator wanneer relevant voor die specifieke doelgroep. *coronajaar
Jongeren Prio
Indicator (bron: Gezondheidsmonitor Jeugd)
‘13
‘15
‘19
‘21*
‘23
Doel ‘26
Doel ‘30
Doel NPA (2024)
***
Recent alcoholgebruik onder jongeren (laatste 4 weken) Recent binge drinken onder jongeren (laatste 4 weken) Wekelijks roken onder jongeren (ten minste 1 keer per week) Wekelijks vapen onder jongeren (ten minste 1 keer per week) Recent cannabisgebruik onder jongeren (laatste 4 weken)
36
39
29
32
28
26
24
15
26
27
20
22
19
17
15
10
11
11
6
7
9
7
5
0
-
-
-
-
11
10
8
-
8
9
9
6
7
6
5
-
*** *** *** **
27
5. Doelstellingen (Jong)volwassenen en ouderen Indicator (bron: Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen)
‘12
‘16
‘20
‘22*
‘24
Doel ‘28
Zwaar drinken onder jongvolwassenen (18 t/m 24 jarigen) Recent cannabisgebruik onder jongvolwassenen (18 t/m 24 jarigen) Voldoen aan de richtlijn voor alcoholgebruik (55 t/m 74 jarigen)
14
11
18
21
23
18
-
-
18
-
14
10
34
35
41
38
41
43
Prio
Indicator (bron: Ouderonderzoek)
‘18
‘21*
‘24
Doel ‘28
**
Ouders die achter de boodschap NIX18 staan Ouders die afspraken maken over NIX18 Ouders die afspraken maken over cannabisgebruik Ouders die afspraken maken over roken/vapen Percentage ouders dat (heel) vaak drinkt in het bijzijn van hun kind
66
63
64
70
61
62
62
65
-
37
36
40
-
-
60
80
-
29
27
24
Prio * * * Ouders
** ** ** **
Verstrekkers Prio
Indicator (bron: Mysteryshoponderzoek)
‘21*
‘23
Doel ‘25
Doel ‘27
Doel ‘29
Doel NPA (2024)
***
Naleving leeftijdsgrens 18 jaar bij verkoop van alcohol
50
67
80
85
90
100
Indicator
‘25
Doel ‘29
VO scholen die integraal inzetten op middelenpreventie
20
50
Scholen Prio ***
(bron: GGD en preventieve verslavingszorg)
28
6. Integrale aanpak
29
6. Integrale aanpak Wat er al gebeurt
1
2
3
4
Voorlichting en educatie
Signalering en ondersteuning
Sociale en fysieke omgeving
Regelgeving en handhaving
• Ouderbijeenkomsten (fysiek en online, regionaal en op scholen) • Pilot met een quiz voor praktisch opgeleide ouders, samen met hun kind(eren). De quiz is ontwikkeld in samenwerking met de doelgroep. • Regionale uitrol van landelijke campagnes • Aanbieden van gratis ouderpakketten met onder meer informatie over (de risico’s) van middelen, gesprekstips en praatkaarten. • Informatievoorziening via nieuwsbrieven
6.1 Voorlichting en educatie
Belangrijkste uitkomsten participatie
Via educatie en voorlichting vergroten we kennis en bewustwording over middelengebruik. De inzet richt zich op de einddoelgroepen (jongeren, jongvolwassenen, 55-75-jarigen), ouders en scholen, met doelgerichte communicatie en preventieve activiteiten. Daarbij besteden we aandacht aan het vergroten van het bereik onder zowel de einddoelgroepen als ouders, zodat de weerbaarheid wordt versterkt en problematisch gebruik kan worden voorkomen. De aanpak sluit aan bij bestaande structuren en wordt continu afgestemd op signalen uit de praktijk. Omdat alleen informatie niet voldoende is om gedrag duurzaam te veranderen, vormt educatie en voorlichting slechts één van de pijlers binnen dit PHP en wordt aanvullend ingezet op andere maatregelen.
Tijdens de verschillende vormen van participatie zijn de volgende aandachtspunten en suggesties voor deze actielijn naar voren gekomen: • Bied ouderbijeenkomsten ook in verkorte vorm aan, bijvoorbeeld in combinatie met algemene ouderavonden, om het bereik te vergroten. • Koppel ouderbijeenkomsten aan het thema mentale gezondheid. • Geef meer informatie over de schadelijkheid van vapen, ook in relatie tot roken. • Praatkaarten in ouderpakketten worden als waardevol ervaren. • Ouders ontvangen informatie het liefst via school, nieuwsbrieven en (online) ouderavonden. • Er is behoefte aan praktische tips over het omgaan met groepsdruk en hoe het gesprek over middelengebruik te voeren. • Ouders willen communiceren in plaats van verbieden; angst voor rebellie en geheimhouding speelt hierbij een rol. • Ouders vinden het lastig als zij niet op één lijn zitten met andere ouders.
Actielijn 1: Ouders ondersteunen bij opvoeding rondom middelengebruik Ambitie
Ouders zijn zich bewust van de risico’s van middelengebruik voor jongeren en hun invloed als opvoeder. Ze weten hoe ze het gesprek aangaan, beschikken over handvatten om grenzen te stellen en zijn bekend met wat wel en niet werkt.
30
6. Integrale aanpak Wat we gaan doen
We zetten onze voorlichting aan ouders voort, maar richten ons na- drukkelijker op maatwerk en vergroten van het bereik. • We experimenteren met andere vormen, locaties en lengte van interactieve (online) ouderbijeenkomsten om het bereik te vergroten. Bijvoorbeeld een combinatie met mentale gezondheid en (lokale) ouderbijeenkomsten via bibliotheken of buurthuizen. • De ouder-kind quiz wordt verder uitgerold. Het doel van deze quiz met spelelement is om ouders te bereiken die minder snel geneigd zijn om naar een (online) ouderbijeenkomst te komen. • We blijven informatie verspreiden via scholen en nieuwsbrieven, zoals informatie over (de risico’s van) middelen en gesprekstips. • Ouderpakketten blijven beschikbaar en worden waar nodig aangevuld met actuele materialen. • De inhoud van de voorlichting wordt altijd afgestemd op vragen van ouders, zoals: Hoe help ik mijn kind omgaan met groepsdruk? Hoe praat ik met mijn kind over middelengebruik? • Wanneer ouders ondersteuning nodig hebben bij vraagstukken rondom middelengebruik kunnen ze terecht bij de preventieve verslavingszorgaanbieder (zie actielijn 5 en 6), jeugdverpleegkundigen van de GGD en/of online informatie vinden via helderopvoeden.nl • Campagnes: we blijven landelijke campagnes ondersteunen en kiezen ervoor om op twee campagnes per jaar uitgebreider in te zetten.
Hierbij zullen we onderwerpen rouleren, waarbij we rekening houden met de prioritering van doelgroepen en middelen in dit PHP. Zie het kader ‘Inzet op Campagnes’ voor meer informatie over de nieuwe aanpak met betrekking tot campagnes. ° In 2026 ligt de focus allereerst op een campagne rond vapen, waarvoor extra middelen gereserveerd zijn binnen het budget voor dit PHP.
Doelgroep
Setting
Middel
Ouders
School
Roken/vapen
Jongeren
Sport
Alcohol
Jongvolwassenen
Zorg
Drugs
55-75 jarigen
Horeca/winkels
-
Professionals
Openbare ruimte
-
Verstrekkers
Thuis/individueel
-
Deze actielijn wordt uitgevoerd door: GGD G&V en een preventieve verslavingszorgaanbieder.
31
6. Integrale aanpak Inzet op campagnes algemeen
We kiezen ervoor om jaarlijks maximaal twee campagnes grootschalig op te zetten. Daarbij investeren we extra in het analyseren en betrekken van de doelgroep, zodat we het effect maximaliseren. Overige (veelal landelijke) campagnes of campagnes die we herhalen, krijgen aandacht via een lichtere communicatiestrategie. Campagnes blijven uiteraard een essentieel onderdeel van de integrale aanpak maar door deze focus creëren we een meer evenredige verhouding over de vier pijlers waardoor we in de brede lijn meer impact maken. Algemeen Jaarplanning opstellen en delen met gemeenten en partners • Lokale uitvoering van campagnes ondersteunen en adviseren • Campagnes evalueren A. een grote campagne (landelijke of regionale campagnes) • Analyse en betrekken doelgroep • Opstellen communicatieplan en persbericht • Aanpassen landelijke materialen naar regionale context (bijv. GGD logo) • Verspreiding via relevante partners in de regio (bibliotheken, gemeenten, jongerenwerk, leefstijlpunten etc.) • Online en offline zichtbaarheid op relevante plekken • Organiseren of ondersteunen ludieke acties en bijeenkomsten B. een lichte campagne (landelijke of herhaling van campagnes) • Verspreiden standaard campagnematerialen via partners • Online communicatie via GGD-kanalen • Ondersteunen van (lokale) ludieke acties en bijeenkomsten
32
6. Integrale aanpak Actielijn 2: Middelenpreventie op scholen volgens integrale aanpak met erkende interventies
‘Helder op School’ is onderdeel van het landelijke programma Gezonde School en richt zich op roken/vapen, alcohol, drugs. De aanpak is wetenschappelijk onderbouwd en afgestemd op onderwijsniveau en leeftijd. Vier pijlers vormen samen de basis van Helder op School en richten zich op: beleid & regelgeving, signaleren & begeleiden, ouderparticipatie en lessen voor leerlingen, gegeven door mentoren. Voorbeelden van de lespakketten binnen Helder op School zijn Frisse start voor leerjaar 1 van het VO: gericht op het vasthouden van de norm om geen middelen te gebruiken. En de Smokefree Challenge voor leerjaar 1 van het VO: klassikale niet-roken en niet-vapen wedstrijd.
Ambitie
Scholen in de regio erkennen het belang van middelenpreventie en zetten zich hier actief voor in. We ondersteunen hen hierbij zoveel mogelijk, idealiter via de integrale Gezonde School aanpak en het erkende lesprogramma ‘Helder op School’. Deze aanpak richt zich op samenwerking tussen school, ouders en leerlingen met als doel het gebruik te voorkomen of zo lang mogelijk uit te stellen.
Wat er al gebeurt
• Gezonde School Adviseurs (GSA’s) en de preventieve verslavingszorg aanbieder ondersteunen scholen met begeleiding, advies en materialen voor de thema’s Roken, Alcohol en Drugs (RAD) en Welbevinden. • Alle middelbare scholen in de regio kunnen deelnemen aan het Helder op School-programma, gebaseerd op de Trimbosinstituutrichtlijnen. In de praktijk maken echter weinig scholen hier gebruik van. • Aanbieden van een tweewekelijks open spreekuur van een preventieve verslavingszorgaanbieder. Dit kan op elk type school worden ingezet, momenteel zijn er spreekuren op enkele scholen voor praktijkonderwijs, speciaal VO en MBO. • Scholen vervullen een sleutelrol in de communicatie met ouders (via o.a. ouderbijeenkomsten en deelname aan ouderonderzoek naar opvoeding en middelenpreventie).
• We bieden scholen een tweejaarlijks adviesgesprek aan. Hierin brengen we de Helder op School-aanpak structureel onder de aandacht, stimuleren we de inzet op (mentaal) welbevinden en bieden we advies op maat. • We blijven scholen begeleiden met inzet van GSA’s en preventiewerkers van de verslavingszorgaanbieder. • We stemmen af met andere (niet-commerciële) partijen die scholen benaderen met aanbod dat thematisch aansluit bij het PHP. Zo zorgen we voor samenhang in het aanbod, voorkomen we overlap en bewaken we dat scholen niet overvraagd worden. Voorbeelden van dergelijke partijen zijn Halt en JOGG. • Het open spreekuur blijft bestaan en krijgt daarnaast een variant gericht op ondersteuning van docenten en andere medewerkers. • We stellen trainingen (actielijn 5), lesmaterialen en ouderbijeenkomsten (actielijn 1) beschikbaar voor scholen. • We verkennen vape-preventie op basisscholen (groep 8). Denk aan
Wat we gaan doen
• We benaderen scholen actief via verschillende kanalen om hen te informeren en adviseren over effectieve middelenpreventie, (mentaal) welbevinden en het Gezonde School aanbod.
33
6. Integrale aanpak voorlichting voor ouders, trainingen voor leerkrachten en andere ondersteunende activiteiten. Uiteraard gebeurt dit in lijn met de richtlijnen verslavingspreventie (zie hoofdstuk 2.2). Vanwege het grote aantal basisscholen in de regio worden activiteiten gebundeld. • Uit de participatie blijkt dat scholen wel met erkende programma’s willen werken, maar dat de huidige opzet van Helder op School vaak te omvangrijk is. Daarom: ° Verkennen we een instapversie van Helder op School, in overleg met het Trimbos-instituut. ° Verkennen we samenwerkingen met jongerenwerkers/coaches rondom de lespakketten om uitvoering op VO scholen te vergemakkelijken. In plaats van de mentor, zou dan een jongerenwerker of coach die aan de school verbonden is de Helder op School lessen kunnen geven. Jongerenwerkers/coaches die dit doen, worden eerst getraind door preventiewerkers van de verslavingszorgaanbieder.
Doelgroep
Setting
Middel
Ouders
School
Roken/vapen
Jongeren
Sport
Alcohol
Jongvolwassenen
Zorg
Drugs
55-75 jarigen
Horeca/winkels
-
Professionals
Openbare ruimte
-
Verstrekkers
Thuis/individueel
-
Belangrijkste uitkomsten participatie
Tijdens de verschillende vormen van participatie zijn de volgende aandachtspunten en suggesties voor deze actielijn naar voren gekomen: • De inhoud van Helder op School wordt gewaardeerd, maar vier lessen zijn te veel om praktisch te kunnen uitvoeren. • Hoewel de meeste kinderen in het primair onderwijs (PO) nog weinig interesse in alcohol en roken, wordt al wel gezien dat sommige jongeren in groep 7 en 8 beginnen met vapen. • Diverse scholen geven aan behoefte te hebben aan kennisdeling, praktische ondersteuning en advies. Tegelijkertijd hebben scholen veel op hun bord en is de primaire focus het geven van onderwijs. • Het open spreekuur wordt door scholen, docenten en verslavingszorg als waardevol ervaren. • Inzet van getrainde jongerencoaches voor voorlichting in de klas zou druk weg kunnen nemen bij de school/docenten. • De belangrijke rol van ouders bij middelenpreventie wordt benadrukt door scholen.
Deze actielijn wordt uitgevoerd door: GGD G&V en een preventieve verslavingszorgaanbieder.
34
6. Integrale aanpak Actielijn 3: Kennis vergroten en zelfregie/weerbaarheid versterken bij einddoelgroepen (jongeren, jongvolwassenen en 55-75-jarigen)
Overkoepelend verspreiden we communicatiematerialen (online en offline) via relevante kanalen, zoals leefstijlloketten, gezondheidsinstellingen, bibliotheken, huisartspraktijken en sociale media. Ook ondersteunen we lokale ludieke acties, zoals Proef en beleef alcoholvrij tijdens IkPas, die bijdragen aan zichtbaarheid en betrokkenheid.
Ambitie
De ambitie verschilt per levensfase: • Jongeren: voorkomen dat zij beginnen met het gebruik van alcohol, tabak, vapes en andere middelen. • Jongvolwassenen: beperken en terugdringen van risicovol of problematisch gebruik. • 55-75-jarigen: vergroten van kennis over de risico’s van alcoholgebruik in relatie tot gezondheid, medicijngebruik en veroudering, en het stimuleren van het volgen van het advies van de Gezondheidsraad om geen alcohol te drinken of in ieder geval niet meer dan één glas per dag.