CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Ontwerp-programmabegroting 2024 VRGV

gemeenteraad 25 mei 2023, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Zienswijze programmabegroting Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek 2024 (Het voorstel is zonder stemming aangenomen.)17.917 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

649.852

647.260

647.659

646.539

644.539

Bijdrage van het Rijk De hoogte van de rijksbijdrage (voorheen: BDuR) is gebaseerd op de decembercirculaire 2022.

3. Reguliere taken per kolom

Saldo financieringsfunctie

3.1 Brandweer 3.2 GHOR 3.3 Bevolkingszorg 3.4 Veiligheidsbureau Flevoland en Gooi en Vechtstreek 3.5 Dekkingsmiddelen 4.  Paragrafen

De financiële begroting

2. Uitwerking beleidsthema’s 2024

Het saldo bedraagt € 171.550 voordelig. De uitgaven hebben betrekking op de langlopende geldleningen. De inkomsten zijn de toegerekende rente aan de activa op basis van een rentepercentage van 1,0%.

Bijlagen

28

 estuurlijke samenvatting B 2024 op hoofdlijnen 1. Het meerjarenperspectief: het beleidsplan en uitvoeringsprogramma

De beleidsbegroting

Programma­ begroting 2023

2. Uitwerking beleidsthema’s 2024 3. Reguliere taken per kolom

4.1 Weerstandsvermogen 4.2 Bedrijfsvoering 4.3 Financiering 4.4 Onderhoud kapitaalgoederen 4.5 Verbonden partijen

De financiële begroting

4. Paragrafen

4. Paragrafen 4.1 Weerstandsvermogen Inleiding Het besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) vereist dat in de begroting en in de jaarrekening diverse paragrafen worden opgenomen die een dwarsdoorsnede bieden van de jaarstukken. In dit hoofdstuk treft u de paragrafen aan die relevant zijn voor VRGV. Algemeen Het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten schrijft voor dat gemeenten en gemeenschappelijke regelingen jaarlijks de weerstandscapaciteit en de risico’s inventariseren en hierover beleid formuleren. Artikel 11 van dat besluit definieert het weerstandsvermogen als de verhouding tussen: a. De weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover VRGV beschikt of kan beschikken om niet-begrote kosten te dekken. b. Alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. c. Ongedekte risico’s.

Bijlagen

Gewenste weerstandscapaciteit Op grond van artikel 11 (zie hierboven) wordt een uitspraak over het weerstandsvermogen onderbouwd door een vergelijking van de resterende (i.c. niet-gedekte) risico’s met de beschikbare weerstandscapaciteit. Een dergelijke uitspraak wordt uitgedrukt in termen van gewenste weerstandscapaciteit, gelet op de aard en omvang van de resterende risico’s. De gewenste weerstandscapaciteit is het bedrag waarover de organisatie zou moeten beschikken op grond van de resterende risico’s (risicoprofiel). Voor de financiële positie van de organisatie is het van belang in hoeverre daadwerkelijk weerstandscapaciteit beschikbaar is om het gewenste weerstandsvermogen te vormen. Beleid weerstandsvermogen Het beleid van VRGV over het weerstandsvermogen is dat de niet-gedekte risico’s (met inachtneming van de beheersmaatregelen en de reeds opgenomen voorzieningen) worden gedekt door de algemene reserve. Het verstandig omgaan met risico’s betekent dat de organisatie risico’s mag lopen om vastgestelde doelstellingen te kunnen realiseren, zolang dit een bewuste (bestuurlijke) keuze is en de weerstandscapaciteit voldoende is om deze risico’s op te vangen.

29

 estuurlijke samenvatting B 2024 op hoofdlijnen 1. Het meerjarenperspectief: het beleidsplan en uitvoeringsprogramma

De beleidsbegroting

Programma­ begroting 2023

2. Uitwerking beleidsthema’s 2024 3. Reguliere taken per kolom

4.1 Weerstandsvermogen 4.2 Bedrijfsvoering 4.3 Financiering 4.4 Onderhoud kapitaalgoederen 4.5 Verbonden partijen

De financiële begroting

4. Paragrafen

Daarnaast moet er een gefundeerde grondslag bepaald worden voor het berekenen van de gewenste weerstandscapaciteit. De organisatie is in beweging. Hetgeen resulteert in een dynamisch risicoprofiel. Continue aandacht en herijking van het risicoprofiel is daarom van wezenlijk belang voor inzicht in de toereikendheid van de financiële positie van VRGV. In bijlage 2 is een financieel risicoprofiel voor 2023-2024 gemaakt. Afspraken gemeenten: spelregels weerstandsvermogen verbonden partijen Met de gemeenten zijn afspraken gemaakt ten aanzien van risico’s en (bestemmings)reserves en voorzieningen. Kort samengevat komen de afspraken erop neer dat VRGV haar risico’s naar alle redelijkheid in kaart brengt bij de jaarrekening en de programmabegroting en dat bestemmingsreserves en voorzieningen onderbouwd zijn. De gemeenten verplichten zich om ervoor te zorgen dat VRGV haar ratio weerstandsvermogen van 1,0 (verhouding benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit) te allen tijde beschikbaar heeft in haar algemene reserve en de post onvoorzien. Beschikbare weerstandscapaciteit 2024 In de inleiding is aangegeven wat onder weerstandscapaciteit wordt verstaan. Onderdeel van die capaciteit vormen de vrij aanwendbare reserves die een bufferfunctie hebben voor onvoorziene risico’s.

Voor de bepaling van de weerstandscapaciteit wordt hieronder een overzicht gegeven van de stand van de verschillende vrij aanwendbare reserves per 31-12-2022: Omschrijving

Doel

2023-2024

Algemene reserve

Conform afspraak dekking van onze risico's.

Bijdrage voor onvoorzien

In jaarrekening geen dekking, PGB wel.

0

Stille reserves

N.v.t. voor VRGV.

0

Totaal

1.492.500

1.492.500

Bijlagen

2023-2024 Totaal risicoprofiel

1.492.500

Ratio weerstandsvermogen (beschikbaar/benodigde weerstandscapaciteit)

1,000

Netto euro verschil tussen beschikbaar en benodigde weerstandscapaciteit

0

30

 estuurlijke samenvatting B 2024 op hoofdlijnen 1. Het meerjarenperspectief: het beleidsplan en uitvoeringsprogramma

De beleidsbegroting

Programma­ begroting 2023

2. Uitwerking beleidsthema’s 2024 3. Reguliere taken per kolom

4.1 Weerstandsvermogen 4.2 Bedrijfsvoering 4.3 Financiering 4.4 Onderhoud kapitaalgoederen 4.5 Verbonden partijen

De financiële begroting

4. Paragrafen

Risicoprofiel Een risico wordt gedefinieerd als ‘de kans op het optreden van een gebeurtenis met een negatief financieel gevolg voor VRGV’. Het risicoprofiel komt uit op € 1.492.500. Dit is tevens de minimaal gewenste omvang van het weerstandsvermogen. De tabel is in bijlage 2 opgenomen. Ratio weerstandsvermogen De totale meerjarige weerstandscapaciteit is voldoende om de ratio van 1,0 te realiseren. De ratio weerstandsvermogen ultimo 2022 is 1,0. Deze score valt binnen de categorie 1,0 tot 1,4 en is daarmee “voldoende” volgens het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR). Tevens voldoet het aan de spelregels van de VRGV-gemeenten. Voor het inhoudelijke overzicht van het risicoprofiel verwijzen wij naar bijlage 2. Conclusie We concluderen dat de weerstandscapaciteit de risico’s kan opvangen zonder extra bijstorting van de deelnemende gemeenten of allocatie van interne middelen. Financiële kengetallen Om inzicht in de financiële positie te verschaffen, nemen we een aantal relevante kengetallen op. Deze kengetallen drukken de verhouding uit tussen bepaalde onderdelen van de begroting en de balans en bieden inzicht bij de beoordeling van de (ontwikkeling van de) financiële positie. Financiele kengetallen

JR2022

PGB2023

PGB2024

PGB2025

PGB2026

PGB2027

1A. Netto schuldquote

76,34%

100,70%

84,15%

84,15%

84,15%

84,15%

1B. N  etto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

76,34%

100,70%

84,15%

84,15%

84,15%

84,15%

2. De solvabiliteitsratio

13,63%

14,89%

14,89%

14,89%

14,89%

14,89%

Bijlagen

Conclusie De schuldquote neemt af als gevolg van de aflossing van de geldleningen. Meerjarig wordt het percentage van 2024 overgenomen. De solvabiliteitsratio blijft stabiel.

4.2 Bedrijfsvoering Het BBV beschrijft een aantal op te nemen prestatieindicatoren. Deze zijn voor VRGV als volgt:

31

 estuurlijke samenvatting B 2024 op hoofdlijnen 1. Het meerjarenperspectief: het beleidsplan en uitvoeringsprogramma

De beleidsbegroting

Programma­ begroting 2023

Beleidsindicatoren (BBV) Taakveld

Indicator

4.3 Financiering 4.4 Onderhoud kapitaalgoederen 4.5 Verbonden partijen

De financiële begroting

4.2 Bedrijfsvoering

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 25-27

Formatie

Fte per 1.000 inwoners (beroeps)

0,72

0,67

0,70

0,70

0. Bestuur en ondersteuning

Bezetting

Fte per 1.000 inwoners (beroeps)

0,72

0,67

0,70

0,70

0. Bestuur en ondersteuning

Apparaatskosten

Kosten per inwoner

€ 26,34

€ 22,86

€ 25,94

€ 25,94

0. Bestuur en ondersteuning

Externe inhuur

Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen

16,27%

16,00%

7,39%

7,39%

0. Bestuur en ondersteuning

Overhead

% van de totale lasten

19,84%

20,40%

21,13%

21,13%

3. Reguliere taken per kolom

4.1 Weerstandsvermogen

realisatie 2022

0. Bestuur en ondersteuning

2. Uitwerking beleidsthema’s 2024

4. Paragrafen

Eenheid

4.3 Financiering Wettelijk kader De uitvoering van de financieringsfunctie dient plaats te vinden binnen de wettelijk kaders van de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). In de wet staan transparantie en risicobeheersing centraal. De transparantie komt tot uitdrukking in een verplicht treasurystatuut en een financieringsparagraaf in de begroting en de jaarrekening. Het geactualiseerde treasurystatuut van VRGV is 6 juli 2022 vastgesteld.

Bijlagen

Ontwikkeling liquiditeitspositie VRGV heeft twee vaste geldleningen afgesloten ter financiering van de overname van een aantal kazernes van haar deelnemende gemeenten. De eerste lening ter waarde van € 25 mln. en een rentepercentage van 0,4% (zonder renteherziening) loopt t/m 2036. De tweede lening ter waarde van € 1.4 mln. is afgesloten in 2018 en kent een looptijd van 30 jaar tegen een rentepercentage van 1,55%. Verder is het uitgangspunt om eventuele financieringstekorten, zover het binnen de kasgeldlimiet blijft, zoveel mogelijk te financieren met kort geld (lagere rente of zelfs geen rente). Kasgeldlimiet Voor 2022 is het begrotingstotaal €29.4 mln., dus is het toegestane kasgeldlimiet ruim €2.2 mln. Het uitgangspunt is dat een eventueel financieringstekort grotendeels met kort geld wordt gefinancierd, zolang dit past binnen de kaders van de kasgeldlimiet.

32

 estuurlijke samenvatting B 2024 op hoofdlijnen 1. Het meerjarenperspectief: het beleidsplan en uitvoeringsprogramma

De beleidsbegroting

Programma­ begroting 2023

Berekening kasgeldlimiet in mln.

JR2022

PGB23

PGB24

PGB25

PGB26

PGB27

8,20%

8,20%

8,20%

8,20%

8,20%

8,20%

in bedrag

2,6

2,2

2,4

2,4

2,4

2,5

2. Omvang vlottende schuld

1,5

2,5

2,5

2,5

2,5

2,5

3. Vlottende middelen

-0,2

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

3,5

3,5

3,5

3,5

3,5

1. Toegestane kasgeldlimiet in procenten van de grondslag

Toets kasgeldlimiet 2. Uitwerking beleidsthema’s 2024 3. Reguliere taken per kolom

4.1 Weerstandsvermogen 4.2 Bedrijfsvoering 4.3 Financiering 4.4 Onderhoud kapitaalgoederen 4.5 Verbonden partijen

De financiële begroting

4. Paragrafen

4. Totaal netto vlottende schuld (2-3)

1,3

-1,0

-1,0

-1,0

-1,0

-1,0

Toegestaan kasgeldlimit

2,6

2,2

2,4

2,4

2,4

2,5

Ruimte (+) c.q overschrijding (-)

1,30

1,20

1,41

1,42

1,44

1,45

Renterisiconorm en renterisico’s vaste schuld Voor het beheersen van de renterisico’s op de lange termijn dient VRGV de renterisico’s van de vaste schuld in relatie tot de renterisiconorm in beeld te brengen. Het renterisico op de vaste schuld wordt berekend door te bepalen welk deel van de portefeuille aan vaste schuld in enig jaar geherfinancierd moet worden door het aangaan van nieuwe leningen die tot de vaste schuld (herfinanciering) behoren, en voor welk deel van de vaste schuld de geldnemer een wijziging van de rente op basis van de leningsvoorwaarden niet kan beïnvloeden (renteherziening). De renterisiconorm wordt berekend door een, bij ministeriële regeling, vastgesteld percentage (20%) te vermenigvuldigen met de totale vaste schuld. Hierbij geldt een drempelbedrag van € 2.5 mln. Het renterisico op de vaste schuld mag de renterisiconorm niet overschrijden.

Bijlagen

Berekening renterisiconorm (x € 1.000)

2022

2023

2024

2025-2027

Begrotingstotaal

31.904

26.120

29.334

29.334

Renterisiconorm

20%

20%

20%

20%

Toets renterisiconrom

6.381

5.224

5.867

5.867

0

0

0

0

Betaalde aflossingen

1.713

597

1.712

1.712

Renterisico

1.713

597

1.712

1.712

Ruimte renterisiconorm

4.668

4.627

4.155

4.155

Renteherziening op leningen o/g

Conclusie: Er wordt in 2024 voldaan aan de renterisiconorm.

33

 estuurlijke samenvatting B 2024 op hoofdlijnen 1. Het meerjarenperspectief: het beleidsplan en uitvoeringsprogramma

De beleidsbegroting

Programma­ begroting 2023

2. Uitwerking beleidsthema’s 2024

4.2 Bedrijfsvoering 4.3 Financiering 4.4 Onderhoud kapitaalgoederen 4.5 Verbonden partijen

De financiële begroting

4.1 Weerstandsvermogen

Renteschema

JR 2022

PGB 2023

PGB 2024

PGB 2025

PGB 2026

PGB 2027

a. Externe rentelasten over de korte en lange financiering

118

108

108

104

102

100

0

0

0

0

0

0

118

108

108

104

102

100

c1. Rente over eigen vermogen (toevoegd aan exploitatie)

0

0

0

0

0

0

c2. Rente over voorzieningen

0

0

0

0

0

0

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

0

0

0

0

0

0

d. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

368

482

282

282

282

282

e. Renteresultaat op het taakveld Treasury

-250

-374

-174

-178

-180

-182

b. Externe rentebaten

3. Reguliere taken per kolom 4. Paragrafen

Rentetoerekening Bij de herziening van het BBV is het advies opgenomen om de rentekosten op één post in de begroting op te nemen. Om ervoor te zorgen dat in de begroting en verantwoording de totale rentelasten en de daaraan gekoppelde financieringsbehoefte inzichtelijk zijn, wordt in artikel 13 van het BBV voorgeschreven dat de paragraaf financiering voortaan ook in ieder geval inzicht geeft in de rentelasten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend.

Saldo rentelasten en rentebaten

4.4 Onderhoud kapitaalgoederen

Bijlagen

Meerjareninvesteringsplan materieel/materiaal Vanaf 2022 dient het vastgestelde investeringsplan 2021 (met update 2022) als basis voor de (toekomstige) investeringen in relatie tot de benodigde financiering en de daaruit voortvloeiende kapitaallasten. Eerder (in 2017) is door het algemeen bestuur besloten om een egalisatiereserve kapitaallasten in te stellen om zo lang als mogelijk het meerjareninvestingsplan zelfstandig te kunnen blijven financieren. In 2024 is voor circa € 7.8 mln. een vervanging van voertuigen gepland. Daarnaast ook voor € 0.3 mln. aan machines, apparaten en installaties. Bij besluiten over investeringen, zoals vervanging van materiaal/materieel, weegt het aspect van maatschappelijk verantwoord ondernemen mee in combinatie met beschikbare middelen en operationeel noodzakelijke voorzieningen. Gebouwen Het onderhoud van de (in eigendom zijnde) gebouwen vindt plaats op basis van een onderhouds-beheerplan, waarbij het kwaliteitsniveau ‘redelijke conditie’ wordt gehanteerd. De uitgaven zijn de eerste jaren nog beperkt, vanwege het feit dat het redelijk nieuwe gebouwen zijn.

34

 estuurlijke samenvatting B 2024 op hoofdlijnen 1. Het meerjarenperspectief: het beleidsplan en uitvoeringsprogramma

De beleidsbegroting

Programma­ begroting 2023

2. Uitwerking beleidsthema’s 2024

4.2 Bedrijfsvoering 4.3 Financiering 4.4 Onderhoud kapitaalgoederen 4.5 Verbonden partijen

De financiële begroting

4.1 Weerstandsvermogen

Een verbonden partij is een privaatrechtelijke- of publiekrechtelijke organisatie waarin VRGV een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Er is sprake van een bestuurlijk belang in het geval van zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging, hetzij uit hoofde van stemrecht. Van een financieel belang is sprake als aan een verbonden partij een bedrag ter beschikking is gesteld dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat. In 2024 heeft VRGV twee verbonden partjen, te weten het Nederland Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) en stichting Expertisebureau Risicobeheer Veiligheidsregio’s. Naam: Nederland Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) te Arnhem. De geschatte financiële bijdrage aan het NIPV van VRGV over het jaar 2024 is € 330.000.

3. Reguliere taken per kolom 4. Paragrafen

4.5 Verbonden partijen

Naam: Stichting Expertisebureau Risicobeheer Veiligheidsregio’s, die namens Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek ondersteuning biedt bij onder meer risicobeheer en de gezamenlijke inkoop van een ongevallenverzekering. De geschatte financiële bijdrage van VRGV over het jaar 2024 is € 60.000.

Bijlagen

35

5. Overzicht (meerjaren)exploitatie 5.1 Uitgangspunten 5.2 Uiteenzetting financiële positie - Investeringen

De beleidsbegroting

Programma­ begroting 2023

5.3 Uiteenzetting financiële positie - overige balansposten

5. Overzicht (meerjaren)exploitatie 5.1 Uitgangspunten Hieronder is de exploitatie van Programmabegroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027 opgenomen.

De financiële begroting

Programma-onderdeel

Saldo 2022

PGB2023

Lasten 2024

Baten 2024

Saldo 2024

Saldo 2025

Saldo 2026

Saldo 2027

Brandweerzorg incl. meldkamer

15.056.853

17.009.604

20.686.946

-1.267.083

19.419.863

19.756.864

19.953.246

19.953.245

Veiligheidsbureau

434.845

536.340

223.816

-96.742

127.074

127.074

127.074

127.074

GHOR

1.012.056

978.473

978.473

0

978.473

978.473

978.473

978.473

378.945

508.404

523.022

0

523.022

523.022

523.022

523.022

Totaal

16.882.699

19.032.821

22.923.647

-1.478.825

21.444.822

21.781.823

21.978.205

21.978.204

Bijdrage gemeente

-19.247.151

-19.880.651

0

-20.833.595

-20.833.595

-20.833.595

-20.833.595

-20.833.595

Bijdrage huisvesting

-647.990

-649.852

0

-647.260

-647.260

-647.260

-647.260

-647.260

Bijdrage Bevolkingszorg

-498.723

-508.404

0

-523.022

-523.022

-523.022

-508.404

-508.404

0

-396.390

0

0

0

0

0

0

Rijksbijdrage (BDuR)

-3.538.088

-3.301.781

0

-4.667.874

-4.667.874

-5.004.874

-5.215.874

-5.215.874

Financieringsfunctie

-249.956

-374.812

110.450

-282.000

-171.550

-171.550

-171.550

-171.550

-24.181.908

-25.111.890

110.450

-27.350.141

-27.239.691

-27.576.691

-27.773.073

-27.773.073

Overhead

6.318.849

6.113.737

6.391.845

-168.973

6.222.872

6.222.872

6.222.872

6.222.872

Totaal

6.318.849

6.113.737

6.391.845

-168.973

6.222.872

6.222.872

6.222.872

6.222.872

2.369

0

5.000

0

5.000

5.000

5.000

5.000

1.103.062

-34.667

10.331

-443.334

-433.003

-433.003

-433.003

-433.003

125.071

0

29.441.273

-29.441.273

0

0

0

0

Bevolkingszorg

Bijdrage veiligheidsbureau

Totaal

Bijlagen

Bedrag voor de heffing voor de VPB Mutaties reserves Totaal

36

5. Overzicht (meerjaren)exploitatie 5.1 Uitgangspunten 5.2 Uiteenzetting financiële positie - Investeringen

De beleidsbegroting

Programma­ begroting 2023

5.3 Uiteenzetting financiële positie - overige balansposten

Besluit Begroting en Verantwoording De begroting is opgesteld overeenkomstig het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Gemeentelijke bijdrage De gemeentelijke bijdrage bestaat uit drie componenten: 1. Bijdrage gemeenten algemeen. 2. Bijdrage gemeenten huisvesting. 3. Bijdrage gemeenten bevolkingszorg.

De financiële begroting

1. Voor de algemene bijdrage is besloten om per 1 januari 2017 een verdeelsleutel te hanteren op basis van de verhouding in het gemeentefonds met betrekking tot het fictief budget brandweer en rampenbestrijding. 2. De huisvestingsbijdrage is gebaseerd op individuele afspraken met de gemeenten van wie de huisvesting is overgenomen. 3. De bijdrage voor bevolkingszorg bestaat voor 50% uit een voor alle gemeenten gelijke vaste voet en voor 50% uit een bijdrage op basis van inwonersaantal van de deelnemende gemeenten per 1 januari 2022.

Bijlagen

Looncompensatie Voor de ontwikkeling van de lonen is gekeken naar de verwachtingen voor het jaar 2024 in de septembercirculaire gemeentefonds 2022. De hierin afgegeven verwachte loonindexatie is 3,9% voor prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers. Dit brengt een structurele stijging van de loonkosten met zich mee van € 616.806 per jaar. Vlak voor het behandelen van de ontwerpbegroting is een principeakkoord bereikt over de nieuwe cao voor veiligheidsregio’s. Deze gaat met terugwerkende kracht in per 1 januari 2023 en heeft een duur van 16 maanden. De overeengekomen loonstijging bedraagt 5,5% en een bedrag van 100 euro bruto per maand per medewerker. Daarnaast gaat de eindejaarsuitkering met 1,58% omhoog. De vrijwilligersvergoedingen gaan met 9,3% omhoog. Het principeakkoord wordt voorgelegd aan het bestuur van de 25 veiligheidsregio’s. De ledenraadpleging start op 7 maart 2023 en het duurt 8 weken voordat het akkoord definitief is. Wanneer het principeakkoord in de begroting verwerkt wordt betekent dit voor 2023 incidentele additionele loonkosten tussen € 950.000 en € 1.100.000 voor VRGV. De extra loonkosten zullen meegenomen worden bij de Bestuursrapportage 2023 en verwerkt worden in een begrotingswijziging.

Het financiële effect voor 2024 zal naar verwachting tussen € 750.000 en € 900.000 structureel kostenverhogend zijn en zal in de definitieve programmabegroting 2024 verwerkt worden. Het financiële gevolg van deze cao-aanpassing is dan ook niet opgenomen in de tabel ‘Financiële effecten per begrotingsjaar’. Ontwikkelingen consumentenprijsindex (CPI) Om de prijsontwikkeling voor 2024 te bepalen, wordt de septembercirculaire gemeentefonds 2022 als uitgangspunt genomen. Het afgegeven inflatiecijfer voor de prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc) is 2,4%. De financiële stijging van de kosten door deze inflatie is berekend op structureel € 302.000 per jaar.

37

5. Overzicht (meerjaren)exploitatie 5.1 Uitgangspunten 5.2 Uiteenzetting financiële positie - Investeringen

De beleidsbegroting

Programma­ begroting 2023

5.3 Uiteenzetting financiële positie - overige balansposten

De financiële begroting

Aanpassing prijscompensatie Conform de afspraken is in de programmabegroting van 2023 een prijscompensatie opgenomen van 1,5% (inflatiecijfer voor de prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc)). Gezien de aanzienlijke inflatie als gevolg van economische en maatschappelijke ontwikkelingen in 2022, is het in de septembercirculaire gemeentefonds 2022 genoemde inflatiecijfer voor 2023 echter bijgesteld naar 5,9%, een toename van 4,4%. De prijsstijging wordt in alle geledingen van de organisatie gevoeld. Zo zijn de diesel- en overige energiekosten fors gestegen, evenals de kosten voor de vervanging van brandweervoertuigen. We beseffen dat het een uitzonderlijke vraag is om de eerdere prijscompensatie naar boven bij te stellen, maar het is ook een uitzonderlijk tijdsgewricht. Deze tijd met grote en langdurende crises legitimeert ons inziens deze vraag. Een dergelijke stijging is binnen de huidige begroting niet op te vangen. Het financiële effect hiervan is structureel € 558.000 per jaar. Bij de kadernota 2025 wordt de imoc voor 2023 opnieuw beoordeeld. Mocht deze meer dan 1% afwijken ten opzichte van 5,9% dan zal deze naar boven of naar beneden worden bijgesteld in 2025. Meerjarig effect Algemene Uitkering (BDuR) In 2022 is er een structurele aanpassing geweest van de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR).

Dit heeft geresulteerd in een structureel hogere bijdrage vanuit het Rijk van € 126.000. Dit bedrag wordt verrekend met de gemeentelijke bijdragen.

Overige bijstellingen:

Bijlagen

Documentaire Informatievoorziening (DIV) Er is door een extern onderzoeksbureau onderzoek gedaan naar de taak Documentaire informatievoorziening (DIV). We moeten namelijk voldoen aan de archiefwet alsmede de Wet open overheid (Woo) die in 2022 in werking is getreden. Hier heeft het adviesbureau ook langs getoetst. Conclusie van dit onderzoek is dat deze taak de nodige aandacht behoeft. Om uitvoering te kunnen geven aan de gestelde uitkomsten van het onderzoek zullen diverse acties moeten worden ondernomen waarvoor input van kwaliteit en capaciteit benodigd is. Op dit moment zijn de financiële consequenties hiervan nog niet eenduidig te bepalen, waarmee ook het dekkingsvraagstuk nog niet te beantwoorden is. Wet open overheid In 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. Deze wet is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en is bedoeld om de overheid transparanter te maken. Op basis van deze wet hebben we een inspanningsverplichting om informatie actief openbaar te maken. Deze verplichting vormt een aanvulling op de al bestaande mogelijkheid om informatie bij de veiligheidsregio op te vragen. Door hieraan te voldoen, willen wij ons als veiligheidsregio op een tijdige, zorgvuldige en transparante wijze verantwoorden.

38

5. Overzicht (meerjaren)exploitatie 5.1 Uitgangspunten 5.2 Uiteenzetting financiële positie - Investeringen

De beleidsbegroting

Programma­ begroting 2023

5.3 Uiteenzetting financiële positie - overige balansposten

De financiële begroting

In dienst van deze doelstelling werkt de veiligheidsregio doorlopend aan de implementatie van de Wet open overheid. Hiervoor is een Woo-contactpersoon aangesteld, richten wij processen in voor de publicatie van bestuurlijk vastgestelde stukken en werken wij aan een betere toegankelijkheid van de reeds gepubliceerde stukken op de website van de veiligheidsregio. Bovendien wordt intensief ingezet op een betere informatiehuishouding. Hetgeen intern zal resulteren in een betere aansluiting op de wettelijke verplichtingen en extern in een snellere en betere behandeling van informatieverzoeken. Om aan de Woo te kunnen voldoen is het van belang dat wij beschikken over de benodigde capaciteit en de juiste (juridische) expertise. De structurele en incidentele financiële implicaties van deze ontwikkeling voor 2024 zijn op dit moment nog niet exact te bepalen, waarmee ook het dekkingsvraagstuk nog niet te beantwoorden is.

Bijlagen

Omgevingswet De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft in maart 2021 aan de Tweede Kamer gerapporteerd over de financiële consequenties van de invoering van de Omgevingswet. In mei 2021 heeft het Veiligheidsberaad vervolgens om bijstelling van deze prognose gevraagd, gebaseerd op het rapport van beleidsadviserend centrum Cebeon van maart 2021. Dit rapport toont aan dat alleen voor veiligheidsregio´s landelijk al sprake is van 20 à 30 mln. euro aan transitiekosten. Daarnaast moet rekening worden gehouden met 15 tot 20 mln. euro aan structurele meerkosten. Inmiddels is in de meicirculaire 2022 bekend gemaakt welke rijksbijdragen dit jaar aan gemeenten worden verstrekt voor de transitiekosten van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). De verdeling via gemeentefonds moet nog bepaald worden. Op basis van de methodiek van het Cebeon-rapport is voor VRGV een nadere analyse gemaakt, waarbij de gevolgen voor de taakvelden advisering, toezicht, bedrijfsbrandweer en Brandveilig Leven in beeld zijn gebracht. De transitiekosten zijn de afgelopen jaren opgevangen binnen de reguliere begroting (mede dankzij de lange looptijd van het project). Conclusie van de analyse van de structurele kosten is dat op de taakvelden Advisering en Toezicht sprake is van structurele meerkosten voor de veiligheidsregio.

De integrale benadering van advisering en het meedenken in oplossingen bij complexe vraagstukken maakt advisering arbeidsintensiever en vraagt aanvullende expertise. Ook toezicht kost meer tijd (capaciteit) vanwege risicogerichte benadering en toename van taken bij activiteiten met een hoger risico (BEVI-activiteiten).

Wet kwaliteitsborging voor het bouwen De overheid wil de rechtspositie van opdrachtgevers van bouwprojecten versterken en meer toezicht en controle in de bouw, zodat bouwers zich aan de geldende kwaliteitseisen houden. Met de intrede van de wet, die gekoppeld is aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, gaat een verschuiving van taken plaatsvinden van de overheid naar private partijen, zowel bij de beoordeling van bouwaanvragen als tijdens het bouwproces. In eerste instantie geldt de wet alleen voor niet-complexe bouwwerken (lage risicoklasse) en kan de bouwtechnische toets en het toezicht tijdens de bouw door private kwaliteitsborgers worden gedaan. Totdat de wet (op zijn vroegst in 2029) formeel wordt uitgebreid naar meer complexe gebouwen, worden met de gemeenten aanvullende afspraken gemaakt om de brandveiligheid bij (reeds toegestane) proefprojecten met risicovolle bouwwerken, naast de private kwaliteitsborger, ook vanuit de brandweer te blijven beoordelen.

39

5. Overzicht (meerjaren)exploitatie 5.1 Uitgangspunten 5.2 Uiteenzetting financiële positie - Investeringen

De beleidsbegroting

Programma­ begroting 2023

5.3 Uiteenzetting financiële positie - overige balansposten

In welke mate het Rijk de structurele financiering voor haar rekening neemt is op dit moment nog niet exact duidelijk. Landelijk wordt dit in overleggen nader uitgelopen. We volgen deze landelijke afspraken en komen in de loop van het jaar met een voorstel over de dekking van de structurele meerkosten en de relatie van deze meerkosten met de mogelijke rijksbijdrage aan gemeenten. Financiele effecten per begrotingsjaar

De financiële begroting

2024

2025

2026

2027

Looncompensatie 2024 - 3,9%

616.806

616.806

616.806

616.806

Prijscompensatie 2024 - 2,4%

301.480

301.480

301.480

301.480

Aanpassing prijscompensatie 2023 - 4,4% (5,9%-1,5%)

557.614

557.614

557.614

557.614

Meerjarig effect Algemene uitkering (BDuR)

-126.593

-126.593

-126.593

-126.593

Subtotaal autonome ontwikkelingen:

1.349.307

1.349.307

1.349.307

1.349.307

Doorontwikkeling van de crisisbeheersing

pm

pm

pm

pm

Duurzaamheid

pm

pm

pm

pm

Documentaire Informatievoorziening (DIV)

pm

pm

pm

pm

Wet open overheid (WOO)

pm

pm

pm

pm

Omgevingswet

pm

pm

pm

pm

0

0

0

0

1.349.307

1.349.307

1.349.307

1.349.307

2025

2026

2027

Autonome ontwikkelingen loon-prijscompensatie

Overige bijstellingen:

Subtotaal overige bijstellingen: Totale toename gemeentelijke bijdrage

5.2 Uiteenzetting financiële positie - Investeringen Bijlagen

Investeringen Gebouwen Vervoersmiddelen Machines, apparaten en installaties Totaal per jaar

2023

2024 0

72.500

42.120

29.500

307.000

1.520.000

2.264.000

6.002.000

7.755.500

4.460.000

6.000

159.000

256.000

470.000

973.000

1.526.000

2.495.500

6.300.120

8.255.000

5.740.000

40

5. Overzicht (meerjaren)exploitatie 5.1 Uitgangspunten 5.2 Uiteenzetting financiële positie - Investeringen

De beleidsbegroting

Programma­ begroting 2023

5.3 Uiteenzetting financiële positie - overige balansposten

5.3 Uiteenzetting financiële positie - overige balansposten Reserves (indicatief verloop) Reserves ultimo jaar

2022

2023

2024

2025

2026

2027

1.492.500

1.492.500

1.492.500

1.492.500

1.492.500

1.492.500

500.000

500.000

500.000

500.000

0

0

1.459.000

1.769.333

1.185.333

785.333

385.333

0

Reserve veiligheidsbureau

79.435

79.435

79.435

79.435

79.435

79.435

Reserve 2e loopbaan 24uurs

50.000

100.000

150.000

200.000

175.000

150.000

Reserve 3e WW jaar ambtenaren

38.115

44.115

54.115

64.115

74.115

84.115

Reserve kapitaallasten

1.145.444

1.598.405

2.278.753

2.608.453

1.908.821

762.695

Totaal verloop reserve ultimo jaar

4.764.494

5.583.788

5.740.136

5.729.836

4.115.204

2.568.745

Algemene Reserve Bestemmingsreserve: Reserve meldkamer Reserve Weesp

De financiële begroting

Algemeen Het overzicht is ter informatie om inzicht te geven in de dotaties en de onttrekkingen aan de reserves. De mutaties zijn vooralsnog niet vertaald in de exploitatie van de meerjarenbegroting 2025-2027. Algemene reserve De algemene reserve is ter dekking van de financiële risico vanuit de paragraaf weerstandsvermogen van VRGV.

Bijlagen

Reserve frictiekosten Meldkamer In de Bestuursrapportage 2021 is een groot deel van de voorziening meldkamer vrijgevallen als gevolg van de afspraken rondom de Meldkamer Lelystad. In 2018 heeft het Rijk met een eenmalige uitkering eventuele frictie- en meerkosten voor de veiligheidsregio’s afgekocht. Om mogelijke frictie- of meerkosten in de toekomst te kunnen dekken is deze bestemmingsreserve gevormd in de Bestuursrapportage 2021. Reserve vertrek Weesp Vanuit de Kadernota 2023 (besluit AB december 2021) is een reserve gevormd voor de achterblijvende materiële kosten voor VRGV. De reserve wordt in een aantal jaren afgebouwd en geeft hiermee VRGV de mogelijkheid om de kosten af te bouwen. In 2022 is de afkoopsom van de gemeente Weesp in deze reserve gestort. De uitname betreft de kosten van achterblijvende voor medewerkers.

41

5. Overzicht (meerjaren)exploitatie 5.1 Uitgangspunten 5.2 Uiteenzetting financiële positie - Investeringen

De beleidsbegroting

Programma­ begroting 2023

5.3 Uiteenzetting financiële positie - overige balansposten

Reserve Veiligheidsbureau (voorheen: Crisisbeheersing en Rampenbestrijding) In het kader van het versterken en professionaliseren van het veiligheidsbureau in samenwerking met Flevoland is in het algemeen bestuur besloten om hiervoor middelen beschikbaar te stellen. Reserve 2e loopbaanbeleid 24-uurs In de Bestuursrapportage 2022 is aangegeven dat er een reserve zal worden gevormd ter dekking van de tweedeloopbaankosten voor 24-uursmedewerkers. Dit betreft 24-uursmedewerkers met een twintig jaar aanstelling die in het kader van goed werkgeverschap worden begeleid in hun tweede loopbaan.

De financiële begroting

Reserve 3e jaar WW eigen medewerkers De medewerkers in dienst van VRGV hebben conform de cao Gemeenten recht op een zogenaamd derde jaar WW. De inleg wordt gedaan door een premie-inhouding bij de medewerkers. Egalisatiereserve kapitaallasten De egalisatiereserve kapitaallasten heeft als doel een (in naam) ideaalcomplex te creëren voor onze investeringen in relatie tot de daarmee gemoeide kapitaallasten in 10 jaar.

Voorzieningen (indicatief verloop) Voorzieningen ultimo jaar

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Voorziening onderhoud gebouwen

1.553.650

1.419.365

1.600.461

1.767.618

1.786.116

1.967.212

Verlofsparen

532.403

532.403

532.403

532.403

532.403

532.403

Transitiekosten LMS

48.000

32.000

16.000

0

0

0

Voorziening afbouw Crailo

274.335

406.150

291.150

145.575

0

0

Voorziening FLO

641.611

533.904

365.270

145.162

0

0

3.049.999

2.923.822

2.805.284

2.590.758

2.318.519

2.499.615

Totaal Voorzienigen ultimo jaar

Bijlagen

Algemeen Het overzicht is ter informatie, om inzicht te geven in de dotaties en het onttrekken aan de reserves. De mutaties zijn vooralsnog niet vertaald in de exploitatie van de meerjarenbegroting 2025-2027 Voorziening groot onderhoud gebouwen In het kader van de verplichting onze gebouwen goed te onderhouden is in 2022 een nieuwe meerjarenonderhoudsbegroting/-planning opgesteld. VRGV ontvangt van de gemeenten Hilversum en Wijdemeren

42

5. Overzicht (meerjaren)exploitatie 5.1 Uitgangspunten 5.2 Uiteenzetting financiële positie - Investeringen

De beleidsbegroting

Programma­ begroting 2023

5.3 Uiteenzetting financiële positie - overige balansposten

een bijdrage op basis van de maatwerkafspraken. Met behulp van de onderhoudsbegroting is de voorziening geherwaardeerd. De dotatie vindt plaats op het kwaliteitsniveau ‘redelijke conditie’. De eerste jaren zal er worden gespaard gezien de relatieve nieuwstaat van de gebouwen. De onttrekking heeft betrekking op kosten die voortvloeien uit het onderhoudsplan. Verlofsparen Per 1 januari 2023 is de regeling verlofsparen (uit de cao) ingegaan. Hierbij is het openstaande verlof van alle medewerkers grotendeels in een spaarpot geplaatst. Aangezien deze verlofuren een waarde vertegenwoordigen dient conform BBV-richtlijnen een voorziening aangelegd te worden. De storting betreft de initiële storting van de waarde van het verlof.

De financiële begroting

Transitiekosten LMS Conform de Bestuursrapportage 2022 is de uitkering van het Rijk ad € 500.0000 voor de frictiekosten omgezet naar een reserve in afwachting van eventuele frictiekosten Meldkamer Midden-Nederland. De onttrekking zijn de extra kosten vanuit de voorwaarden van tussentijdse samenvoeging in LLS. Voorziening afbouw locatie Crailo In december 2016 heeft het algemeen bestuur ingestemd met het opnemen van een voorziening in het kader van de afbouw Crailo. Naar verwachting zal in 2026 de laatste onttrekking van deze voorziening plaatsvinden. Voorziening FLO Als gevolg van het nieuwe FLO-overgangsrecht vanaf 2017 is voor toekomstige verplichtingen reeds een bedrag gestort, conform Kadernota 2018. In 2019 en 2020 is er een extra bedrag gestort voor de transitiekosten 2020-2027.

Leningen Overzicht leningen

Bijlagen

2022

2023

2024

2025

2026

2027

26.259.999

24.546.666

22.833.333

21.120.000

19.406.667

17.693.334

Aflossing

1.713.333

1.713.333

1.713.333

1.713.333

1.713.333

1.713.333

Opname

0

0

0

0

0

0

24.546.666

22.833.333

21.120.000

19.406.667

17.693.334

15.980.001

Stand lening

Ultimo eind jaar

In 2021 is een lening voor € 25 mln. aangetrokken voor 20 jaar in verband met de herfinanciering van de overname van een aantal gebouwen en de toekomstige investeringen in materieel. In 2018 is een lening van € 1.4 mln. aangetrokken

43

5. Overzicht (meerjaren)exploitatie 5.1 Uitgangspunten 5.2 Uiteenzetting financiële positie - Investeringen

De beleidsbegroting

Programma­ begroting 2023

5.3 Uiteenzetting financiële positie - overige balansposten

voor 30 jaar voor de overname van de kazerne Loosdrecht. Voor een verdere toelichting verwijzen wij naar de treasuryparagraaf.

Overzicht eigen vermogen en vreemd vermogen 2022-2027

De financiële begroting

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Reserves

4.764.494

5.583.788

5.740.136

5.729.836

4.115.204

2.568.745

voorzieningen

3.049.999

2.923.822

2.805.284

2.590.758

2.318.519

2.499.615

leningen

24.546.667

22.833.334

21.120.001

19.406.668

17.693.335

15.980.001

lang VV

27.596.666

25.757.156

23.925.285

21.997.426

20.011.854

18.479.616

2.218.770

2.000.000

2.000.000

2.000.000

2.000.000

2.000.000

375.163

500.000

500.000

500.000

500.000

500.000

kort VV

2.593.932

2.500.000

2.500.000

2.500.000

2.500.000

2.500.000

Totaal VV

30.190.598

28.257.156

26.425.285

24.497.426

22.511.854

20.979.616

Totaal EV-VV

34.955.092

33.840.944

32.165.421

30.227.262

26.627.058

23.548.361

Vlottende passiva Overlopende passiva

Bijlagen

44

Bijlagen 1. B  erekening bijdragen externe partijen 2. Toelichting risico’s

De beleidsbegroting

Programma­ begroting 2023

Bijlage 1 Berekening bijdragen externe partijen Algemene bijdrage gemeenten 2024 Totale gem. bijdrage 2023

Toename KN24

Totale gem. bijdrage 2024

Bijdrage 2024 per gemeente

Bijdrage 2023 per gemeente

Toename per gemeente 2023-2024

CBS

Gemeente

Bijdrage 2024 in %

4. Taakveldenlijst VRGV

376

Blaricum

4,57%

19.880.651

1.349.307

21.229.958

970.141

889.638

80.503

5. Overzicht incidentele baten en lasten VRGV

1942

23,16%

19.880.651

1.349.307

21.229.958

4.917.497

4.648.431

269.066

3. EMU Enquête

Gooise

De financiële begroting

Meren

402

Hilversum

42,30%

19.880.651

1.349.307

21.229.958

8.979.468

8.343.844

635.624

406

Huizen

15,45%

19.880.651

1.349.307

21.229.958

3.279.783

3.082.093

197.690

417

Laren

4,57%

19.880.651

1.349.307

21.229.958

971.140

909.993

61.147

1696

Wijdemeren

9,95%

19.880.651

1.349.307

21.229.958

2.111.929

2.006.652

105.277

100,00%

19.880.651

1.349.307

21.229.958

21.229.958

19.880.651

1.349.307

Totaal Gooi en Vechtstreek

Bijdrage bevolkingszorg GV 2024 Gemeente

Inwoners per dec.2022

Blaricum

12.359

Gooise meren

Bijlagen

Bedrag per inwoner 2024

Vast bedrag per gemeente

Totale bijdrage bevolkingszorg

5,1518%

13.472

43.585

57.058

58.846

24,5296%

64.148

43.585

107.733

Hilversum

91.733

38,2383%

99.997

43.585

143.583

Huizen

40.938

17,0648%

44.626

43.585

88.211

Laren

11.528

4,8054%

12.567

43.585

56.152

Wijdemeren

24.494

10,2102%

26.701

43.585

70.286

239.898

100%

261.511

261.511

523.022

Totaal

% Verdeling totale inwoners GV

45

Bijlagen 1. B  erekening bijdragen externe partijen

De beleidsbegroting

Programma­ begroting 2023

Bijlage 2 Toelichting risico’s Omschrijving

Doel

2023-2024

Algemene reserve

Conform afspraak dekking van onze risico's.

Bijdrage voor onvoorzien

In jaarrekening geen dekking, PGB wel.

3. EMU Enquête

Stille reserves

N.v.t. voor VRGV.

4. Taakveldenlijst VRGV

Totaal

2. Toelichting risico’s

De financiële begroting

5. Overzicht incidentele baten en lasten VRGV

1.492.500 0 1.492.500 2023-2024

Totaal risicoprofiel

1.492.500

Ratio weerstandsvermogen (beschikbaar/benodigde weerstandscapaciteit)

1,000

Netto euro verschil tussen beschikbaar en benodigde weerstandscapaciteit

0

Financieel risicoprofiel 2023-2024

Bijlagen

Financiële omvang risico (in €)

Kans

Benodigde dekking (in €)

Horizon

Wet Datalekken

900.000

15%

135.000

2 jaar

Onderhoud gebouwen

100.000

25%

25.000

2 jaar

Verplichtend karakter

2.000.000

30%

600.000

Samenwerking VR Flevoland stoppen

350.000

10%

Frictiekosten uittreding gemeente Weesp

525.000

10%

Risico's

Benodigde dekking gemeenten

Benodigde dekking VRGV

Structureel (S) / Incidenteel (I)

67.500

I

50.000

S

2 jaar

1.200.000

S

35.000

2 jaar

70.000

S

52.500

2 jaar

105.000

S

pm

S

pm

S

pm

Dekking PM posten vanuit ruimte ratio ARBO - aanpassing kazernes

pm

pm

2 jaar

Duurzaamheid

pm

pm

2 jaar

3.875.000

795.000

Totaal Risicoprofiel

pm

1.492.500

46

Bijlagen 1. B  erekening bijdragen externe partijen 2. Toelichting risico’s

De beleidsbegroting

Programma­ begroting 2023

Toelichting op de risico’s Hieronder zijn de risico’s omschreven. Daarbij zijn per risico de risicoafweging en beheersmaatregelen nader uitgewerkt.

3. EMU Enquête 4. Taakveldenlijst VRGV

Meldplicht Datalekken De financiële begroting

5. Overzicht incidentele baten en lasten VRGV

Hieronder een aantal risico’s die mogelijk kunnen optreden met de maximale financiële omvang, waarbij ook de kans hierop is meegenomen. Dit laatste is enigszins arbitrair, maar er is geprobeerd een zo reëel mogelijke kans in te schatten. Voor de horizon is twee jaren genomen, omdat als een risico zich in enig jaar voordoet, dit risico niet direct structureel is opgelost. Dit gebeurt doorgaans in de daarop eerstvolgende op te stellen begroting. Hierdoor is in ieder geval incidentele dekking (algemene reserve) nodig in het betreffende jaar en ook het daarop volgende jaar.

Omschrijving risico Vanuit de Wet bescherming persoonsgegevens zijn organisaties waar een datalek zich voordoet verplicht dit binnen 72 uur te melden bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Daarbij gaat het om een datalek waarbij gevoelige informatie op straat kan komen te liggen. Doet men dit niet, dan kan de Autoriteit Persoonsgegevens een boete opleggen van maximaal € 900.000. Beheersmaatregelen Binnen de veiligheidsregio zijn we bezig om bewustwording aangaande deze wet te vergroten. Daarnaast wordt onze ICT-omgeving hier op het gebied van informatisering en automatisering op aangepast. Op landelijk niveau zet het NIPV zich in op dit onderwerp.

Bijlagen

Restrisico en dekking Ondanks alle maatregelen is het niet ondenkbaar dat er een lek kan ontstaan. In geval dit gebeurt, zullen we dit conform de vereisten melden. Het kan echter voorkomen dat er onbewust is gelekt. Bij onbewust lekken is de termijn van 72 uur uiterst kort. Bij een te late aangifte kan er een boete worden opgelegd. De kans dat zich dat voordoet in de komende twee jaar schatten wij in op 15%. Omdat het gaat om een incidenteel financieel risico, delen we het percentage en daarmee het bedrag door twee, derhalve nemen we € 67.500 op.

Onderhoud gebouwen Omschrijving risico Het algemeen bestuur heeft eind 2013 besloten om een aantal kazernes over te nemen van gemeenten. De kazernes zijn eigendom van VRGV en groot onderhoud is hiermee de verantwoordelijkheid geworden van de veiligheidsregio.

47

Bijlagen 1. B  erekening bijdragen externe partijen 2. Toelichting risico’s

De beleidsbegroting

Programma­ begroting 2023

3. EMU Enquête 4. Taakveldenlijst VRGV

De financiële begroting

5. Overzicht incidentele baten en lasten VRGV

Beheersmaatregelen VRGV heeft de staat van het onderhoud van de kazernes door een externe partij laten onderzoeken en hiervan een financiële vertaling laten maken. Op basis van dit inzicht en het gewenste kwaliteitsniveau is met behulp van meerjarenonderhoudsplannen de omvang van het benodigde onderhoudsbudget bepaald. Vanaf 2021 is het maatschappelijk verantwoord ondernemen een belangrijk aspect geworden. De visie hierop die in ontwikkeling is kan leiden tot andere inzichten op het gebied van onderhoud. Restrisico en dekking VRGV heeft het risico nu afgedekt in een onderhoudsvoorziening. Op dit moment gaan we ervan uit dat de kosten voor groot onderhoud uit deze voorziening gedekt kunnen worden. Het gekozen onderhoudsniveau is ‘redelijk’. Op dit moment wordt onderzocht of daadwerkelijk alles is opgenomen in het onderhoudsplan. Daarnaast worden opgenomen bedragen geverifieerd op realiteit. We gaan ervan uit dat er een financiële aanpassing in de onderhoudsvoorziening moet plaatsvinden. We schatten het risico in op € 100.000. Met een kans van 25% is het risico € 50.000 over 2 jaar.

Verplichtend karakter (voorheen: Taakdifferentiatie) Omschrijving risico In december 2019 is een voorlopig besluit genomen in het Veiligheidsberaad om taakdifferentiatie tussen beroepsmedewerkers en vrijwilligers nader uit te werken. Inmiddels is dit bekend onder de noemer ‘verplichtend karakter’. Daarbij gaat het er om dat objectief vastgesteld kan worden dat er verschil is tussen een vrijwilliger en een beroepsbrandweer. Te denken valt aan differentiatie in de zwaarte van de opleiding, het uitvoeren van specialismen en belasting in tijd en beschikbaarheid. In de eerste helft van 2023 komt meer duidelijkheid over de financiële gevolgen van het verplichtend karakter en de bijbehorende financiële dekking. Beheersmaatregelen VRGV heeft geen invloed op het vervolgtraject met de betrokken partijen (werkgevers, werknemers en het ministerie van Justitie en Veiligheid).

Bijlagen

Restrisico en dekking Het financiële risico is voor het gehele land fors, maar met name voor de veiligheidsregio’s die voor een groot deel drijven op vrijwilligheid. Gelet op de eerste aannames blijkt dat er bij VRGV een minimaal risico is van € 2.000.000 per jaar. Het standpunt van de veiligheidsregio’s is dat de extra kosten door het verplichtend karakter volledig door het ministerie van Justitie en Veiligheid gecompenseerd moeten worden. Doordat de verdeling van de rijksmiddelen op dit moment ongewis is loopt VRGV een financieel risico. We gaan ervan uit dat in de eerste helft van 2023 meer

48

Bijlagen 1. B  erekening bijdragen externe partijen 2. Toelichting risico’s

De beleidsbegroting

Programma­ begroting 2023

3. EMU Enquête 4. Taakveldenlijst VRGV

De financiële begroting

5. Overzicht incidentele baten en lasten VRGV

duidelijk wordt hoe de financiële dekking inzake het verplichtend karakter vorm zal krijgen. Het financieel risico schatten we in op 30% van de extra kosten. Over 2 jaar gerekend is het financieel risico € 1.200.000.

Stoppen van samenwerking met VRF Omschrijving risico In december 2019 hebben de besturen van de veiligheidsregio’s en GGD’en van Gooi en Vechtstreek en Flevoland een samenwerkingsovereenkomst (SOK) ondertekend. De samenwerking heeft in 2020 geleid tot het samenvoegen van teams en afdelingen. Extern onderzoek toont aan dat de samenwerking voor VRGV een structureel efficiencyvoordeel oplevert van € 350.000. Dit bedrag is taakstellend verwerkt in de begroting. Mocht de samenwerking stoppen, dan vervalt het voordeel. Beheersmaatregelen Zowel ambtelijk als bestuurlijk wordt de draagkracht voor intensieve samenwerking ondersteund. Restrisico en dekking Mocht de samenwerking ten einde komen dan vervallen de efficiency-voordelen. De kans dat dit risico waarheid wordt, is ingeschat op 10%. Over twee jaar gerekend is het financieel risico € 70.000.

Frictie uittreding gemeente Weesp Omschrijving risico De gemeente Weesp is in 2022 uitgetreden uit de gemeenschappelijke regeling VRGV en ingetreden bij Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland. Er zijn (financiële) afspraken gemaakt over frictiekosten van personeel. Beheersmaatregelen Met de gemeente Weesp zijn vanuit de stuurgroep uittreding gemeente Weesp afspraken gemaakt over een financieel arrangement, waarbij VRGV de tijd krijgt om de niet direct wegvallende kosten gelijkmatig over een bepaalde periode te kunnen afbouwen.

Bijlagen

Restrisico en dekking Vooralsnog wordt er gerekend met een financieel risico voor VRGV van € 525.000 structureel per jaar, waarbij het financieel arrangement de komende jaren wordt afgeboekt. Het financieel risico is nu vooralsnog bepaald op 10%, zijnde € 52.500 vanaf 2022.

49

Bijlagen 1. B  erekening bijdragen externe partijen 2. Toelichting risico’s

De beleidsbegroting

Programma­ begroting 2023

3. EMU Enquête 4. Taakveldenlijst VRGV

De financiële begroting

5. Overzicht incidentele baten en lasten VRGV

Niet te kwantificeren risico’s voor VRGV ARBO-aanpassingen gebouwen Omschrijving risico Voor de in eigendom zijnde kazernes is VRGV zelf verantwoordelijk voor de ARBO-maatregelen voor de medewerkers. Voor de kazernes die VRGV in gebruik heeft van gemeenten geldt dit niet. Beheersmaatregelen Op basis van de warme risico-inventarisatie en evaluatie onderzoeken (RI&E) wordt periodiek gekeken naar de arbeidsveiligheid van onze medewerkers binnen de in eigendom zijnde kazernes. Restrisico en dekking Welke aanpassingen benodigd zijn voor de overige kazernes is op dit moment niet bekend. Te zijner tijd zal in overleg met gemeenten gekeken worden wie verantwoordelijk is voor de kosten van deze aanpassingen. Doordat deze op dit moment onbekend zijn, wordt dit als PM-post opgenomen.

Duurzaamheid Omschrijving risico Het Rijk heeft zich ten doel gesteld om tot 2030 een CO2-reductie van 55% te realiseren. Als overheidsorganisatie dragen wij natuurlijk ons steentje bij. Daarbij maken wij gebruik van de CO2-prestatieladder om onze inspanningen te toetsen. Het risico is dat de huidige samenstelling van activa wellicht gaat veranderen. Te denken valt aan bijvoorbeeld ‘groene’ voertuigen, andere afschrijvingstermijnen en warmtepompen in plaats van cvketels. Dit kan extra of hoge(re) investeringen en kortere afschrijvingstermijnen tot gevolg hebben. De energietransitie is hier uiteraard van grote invloed op.

Bijlagen

Beheersmaatregelen Bij voorgenomen beleid en grote investeringen wordt een afweging gemaakt hoe om te gaan met duurzaamheid. Verder zal steeds een afweging gemaakt worden tussen het naleven van de visie op verduurzamen en de kosten die daarmee gepaard gaan. Restrisico en dekking Op dit moment is het te vroeg om het restrisico en de omvang in te schatten. Vooralsnog zijn deze opgenomen als PM-post.

50

Bijlagen 1. B  erekening bijdragen externe partijen 2. Toelichting risico’s

De beleidsbegroting

Programma­ begroting 2023

Bijlage 3 EMU Enquête Vragenlijst Berekening EMU-saldo Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek Algemene gegevens:

3. EMU Enquête 4. Taakveldenlijst VRGV

De financiële begroting

5. Overzicht incidentele baten en lasten VRGV

Overheidslaag:

Gemeenschappelijke Regeling

Berichtgevernummer:

Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek

Jaar:

2023-2027 EMU27005 Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek.XLS

Omschrijving

2023

2024

2024-2027

x € 1000,-

x € 1000,-

x € 1000,-

Volgens begroting 2023

Volgens begroting 2024

Volgens meerjarenraming in begroting 2024-2027

-34

-433

-433

4.604

2.495

6.300

-77

77

177

Bijlagen

1.

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)

2.

Mutatie (im)materiële vaste activa

3.

Mutatie voorzieningen

4.

Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)

0

0

0

5.

Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa

0

0

0

-4.715

-2.851

-6.556

Berekend EMU-saldo

51

Bijlagen 1. B  erekening bijdragen externe partijen 2. Toelichting risico’s

De beleidsbegroting

Programma­ begroting 2023

3. EMU Enquête 4. Taakveldenlijst VRGV

De financiële begroting

5. Overzicht incidentele baten en lasten VRGV

Bijlage 4 Taakveldenlijst VRGV Taakveldenlijst Taakveld

Omschrijving taakveld

0.1

Bestuur

0.4

Ondersteuning organisatie

0.5

Treasury

0.8

Overige baten en lasten

0.9

Vennootschapsbelasting

0.10

Reserves

0.11

2023 Lasten

2024 Baten

Lasten

2025 Baten

Lasten

2026 Baten

Lasten

Baten

Lasten

129.508

Baten

119.135

0

129.508

6.113.737

0

6.391.845

-168.973

6.391.845

-168.973

6.391.845

-168.973

-6.729.791

-13.290.609

107.188

-482.000

110.450

-282.000

110.450

-282.000

110.450

-282.000

-674.450

-1.066.900

2.148.846

-1.385.206

2.335.949

-1.454.466

2.335.949

-1.454.466

2.335.949

-1.454.466

-5.244.882

-9.035.297

0

0

5.000

-34.667

0

10.331

-443.334

10.331

-443.334

10.331

-443.334

-896.999

-1.350.664

Resultaat van baten en lasten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

1.1

Crisisbeheersing en brandweer

17.831.726

-24.921.746

19.913.999

-27.095.092

19.913.999

-27.095.092

19.913.999

-27.095.092

-74.104.183

-121.113.274

1.2

Openbare orde en veiligheid

2.1

Verkeer en vervoer

222.178

0

241.524

241.524

241.524

241.524

8.3

Wonen en bouwen

280.809

0

305.259

305.259

305.259

305.259

Totaal

129.508

2027

5.000

129.508

5.000

5.000

0

26.788.952 -26.788.952

29.443.865 -29.443.865

29.443.865 -29.443.865

29.443.865 -29.443.865

29.443.865 -29.443.865

Bijlagen

52

Bijlagen 1. B  erekening bijdragen externe partijen 2. Toelichting risico’s

De beleidsbegroting

Programma­ begroting 2023

3. EMU Enquête 4. Taakveldenlijst VRGV

De financiële begroting

5. Overzicht incidentele baten en lasten VRGV

Bijlage 5 Overzicht incidentele baten en lasten 2023-2027 (bedragen x € 1.000)

Presentatie van het structureel begrotingssaldo

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Saldo baten en lasten

1228

34

433

433

-443

-443

Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves

1103

-34

-433

-433

443

443

Begotingssaldo na bestemming

125

0

0

0

0

0

Waarvan incidentele baten en lasten (saldo)

-125

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Structureel begrotingssaldo Voordelen Onttrekking afbouw personeel Weesp

-443.334

Totaal

-443.334

Nadelen Loonkosten mdw vm Crailo

443.334

Totaal

443.334

Bijlagen

53

Bijlagen 1. B  erekening bijdragen externe partijen 2. Toelichting risico’s

De beleidsbegroting

Programma­ begroting 2023

3. EMU Enquête 4. Taakveldenlijst VRGV

De financiële begroting

5. Overzicht incidentele baten en lasten VRGV

x € 1.000

Bijlagen

Financiele positie / begroting

W

P

PB

MJR

MJR

MJR

Structureel evenwicht

2022

2023

2024

2025

2026

2027

totaal baten

-31.779

-26.604

-28.998

-29.198

-29.398

-29.598

totaal lasten

31.904

26.638

29.431

29.631

29.831

30.031

resultaat exploitatie (voor mutatie reserves)

125

34

433

433

433

433

onttrekking reserves (baten)

-1.095

-184

-443

-443

-443

-443

dotatie reserves (lasten)

2.198

150

10

10

10

10

resultaat reserves

1.103

-34

-433

-433

-433

-433

totaal baten (na bestemming reserves)

-32.874

-26.788

-29.441

-29.641

-29.841

-30.041

totaal lasten (na bestemming reserves)

34.102

26.788

29.441

29.641

29.841

30.041

totaal resultaat (na mutatie reserves)

1.228

0

0

0

0

0

totaal baten

-5.775

184

443

443

443

443

totaal lasten

6.240

-150

incidenteel resultaat exploitatie (voor mutatie reserves)

465

34

443

443

443

443

onttrekking uit incidenteel reserves (baten)

-1.095

-184

-443

-443

-443

-443

dotatie aan incidenteel reserves (lasten)

1.858

150

0

0

0

0

incidenteel resultaat reserves

763

-34

-443

-443

-443

-443

totaal baten (na bestemming reserves)

-6.870

0

0

0

0

0

totaal lasten (na bestemming reserves)

8.098

0

0

0

0

0

totaal incidenteel resultaat (na mutatie reserves)

1.228

0

0

0

0

0

Totaal

Incidenteel

De tabel loopt door op de volgende pagina

54

Bijlagen 1. B  erekening bijdragen externe partijen 2. Toelichting risico’s

De beleidsbegroting

Programma­ begroting 2023

3. EMU Enquête 4. Taakveldenlijst VRGV

De financiële begroting

5. Overzicht incidentele baten en lasten VRGV

x € 1.000

Financiele positie / begroting

W

P

PB

MJR

MJR

MJR

Structureel evenwicht

2022

2023

2024

2025

2026

2027

totaal baten

-26.004

-26.604

-29.441

-29.641

-29.841

-30.041

totaal lasten

25.664

26.638

29.431

29.631

29.831

30.031

structureel resultaat exploitatie (voor mutatie reserves)

-340

34

-10

-10

-10

-10

onttrekking reserves (baten)

0

-184

0

0

0

0

dotatie reserves (lasten)

340

150

10

10

10

10

structureel resultaat reserves

340

-34

10

10

10

10

Structureel

totaal baten (na bestemming reserves)

-26.004

-26.788

-29.441

-29.641

-29.841

-30.041

totaal lasten (na bestemming reserves)

26.004

26.788

29.441

29.641

29.841

30.041

0

0

0

0

0

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

totaal structureel resultaat (na mutatie reserves) Structurele exploitatie ruimte (BBV)

0 0,0%

Bijlagen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12615140/1