Bijlage 2 concept Jaarrekening 2025 Plassenschap
Tekst van het document
JAARVERSLAG & JAARREKENING 2025 concept MAART 2026
1
Voorwoord
1.1 Jaarverslag en jaarrekening Voor u ligt het ontwerp jaarverslag en de ontwerp jaarrekening van het Plassenschap Loosdrecht e.o. over het jaar 2025. Het Plassenschap Loosdrecht e.o. is sinds 1-1-2023 een bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO), een samenwerkingsvorm op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Binnen deze BVO werken de gemeenten Wijdemeren, Stichtse Vecht en de Provincies Utrecht en Noord-Holland samen aan het beheer van publiek toegankelijke recreatiegebieden voor inwoners en bezoekers van de regio. De uitvoering van de werkzaamheden van het Plassenschap Loosdrecht e.o. was ook in 2025 belegd bij de gemeente Wijdemeren. De taak van het Plassenschap Loosdrecht e.o. ingevolge deze BVO is het beheer en onderhoud en eventueel de exploitatie van eigendommen van het Plassenschap en de daarop aanwezige voorzieningen, het in stand houden van natuur en landschapsschoon, voor zover samenhangend met deze taak, alsmede het financieel beheer dat met deze taak samenhangt. Het gebied omvat alle waterpercelen van de Loosdrechtse plassen en de beide Kievitsbuurten die in eigendom zijn van het Plassenschap, enkele terreinen en paden in het Veenweidegebied ten westen van de A2. Het plassengebied biedt daarmee publieke mogelijkheden voor ontspanning, rust, beweging en plezier voor inwoners én bezoekers van de regio. Het Plassenschap Loosdrecht e.o.
zet zich in voor openluchtrecreatie en zorgt voor het behoud van natuur, landschap en de cultuurhistorische elementen die bepalend zijn voor de kwaliteit van het recreatiegebied. Daarnaast zorgt het Plassenschap voor het nautisch- en vaarwegbeheer van het openbaar water binnen het werkgebied. De jaarrekening 2025 laat, net als in de jaren 2023 én 2024, een positief saldo zien. Over het jaar 2025 is een voordelig resultaat behaald van € 519.126. Nadere analyse van dit resultaat laat zien dat dit hoofdzakelijk tot stand komt door minder doorbelaste personeelskosten dan begroot én door een voordeel op de kapitaallasten. Doordat investeringen in de tijd vooruit zijn geschoven, is in 2025 géén nieuwe geldlening aangetrokken én starten diverse afschrijvingen later dan in de begroting was opgenomen. Het bestuur heeft bij het voorlopig vaststellen van de ontwerp jaarrekening 2025 besloten om het positieve resultaat van € 519.126 volledig in de algemene reserve te storten. Voor een gedetailleerd overzicht van en een nadere toelichting op de afwijkingen ten opzichte van de begroting verwijzen wij u naar paragraaf 12.2.
ONDERTEKENING Aldus vastgesteld door het bestuur d.d. 1 juli 2026
De heer H. van den Akker
Mevr. J. Brand
Voorzitter
Secretaris a.i
2
Inhoudsopgave 1
VOORWOORD .............................................................................................................................................. 2 1.1
JAARVERSLAG EN JAARREKENING ............................................................................................................... 2
ONDERTEKENING ...............................................................................................................................................2 JAARVERSLAG ................................................................................................................................................... 6 2
PROGRAMMAVERANTWOORDING ........................................................................................................... 6 2.1 2.2
3
PROGRAMMA 1: BEHEER EN ONDERHOUD ................................................................................................... 6 PROGRAMMA 2: ALGEMEEN (INCL. OVERHEAD) ............................................................................................7
PARAGRAFEN..............................................................................................................................................9 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7
LOKALE HEFFINGEN ...................................................................................................................................9 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING ........................................................................................9 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN............................................................................................................ 12 FINANCIERING .........................................................................................................................................13 BEDRIJFSVOERING ..................................................................................................................................13 VERBONDEN PARTIJEN.............................................................................................................................14 GRONDBELEID ........................................................................................................................................14
JAARREKENING ...............................................................................................................................................15 4
BALANS PER 31 DECEMBER 2025 (BEDRAGEN IN €) .................................................................................. 15
5
OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN (BEDRAGEN IN €)............................................................................. 17
6
GRONDSLAGEN VOOR WAARDERING EN RESULTAATBEPALING ....................................................18 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7
7
TOELICHTING OP DE BALANS PER 31 DECEMBER 2024 .....................................................................21 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8
8
INLEIDING ...............................................................................................................................................18 ALGEMENE GRONDSLAGEN VOOR HET OPSTELLEN VAN DE JAARREKENING...................................................18 VASTE ACTIVA.........................................................................................................................................18 VLOTTENDE ACTIVA .................................................................................................................................19 VASTE PASSIVA .......................................................................................................................................19 VLOTTENDE PASSIVA DE VLOTTENDE PASSIVA WORDEN GEWAARDEERD TEGEN DE NOMINALE WAARDE ........20 GRONDSLAGEN VOOR DE RECHTMATIGHEIDSVERANTWOORDING.................................................................20
VASTE ACTIVA.........................................................................................................................................21 VLOTTENDE ACTIVA .................................................................................................................................23 EIGEN VERMOGEN ...................................................................................................................................26 VOORZIENINGEN .....................................................................................................................................27 VASTE SCHULDEN ...................................................................................................................................28 NETTO VLOTTENDE SCHULDEN MET EEN RENTE TYPISCHE LOOPTIJD KORTER DAN ÉÉN JAAR .........................28 OVERLOPENDE PASSIVA ..........................................................................................................................29 NIET UIT DE BALANS BLIJKENDE VERPLICHTINGEN ......................................................................................29
TOELICHTING OP HET OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN ..............................................................30 8.1 8.2 8.3
RECHTMATIGHEIDSVERANTWOORDING ......................................................................................................30 OVERZICHT VAN INCIDENTELE BATEN EN LASTEN .......................................................................................31 OVERZICHT VAN DE GEREALISEERDE BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD .......................................................31
9 WET NORMERING BEZOLDIGING TOPFUNCTIONARISSEN PUBLIEKE EN SEMIPUBLIEKE SECTOR .............................................................................................................................................................32
3
9.1 9.2
OVERIGE RAPPORTAGEVERPLICHTINGEN OP GROND VAN DE WNT ..............................................................33 LEDEN EN PLAATSVERVANGENDE LEDEN EN SECRETARIS VAN HET BESTUUR LSD ........................................33
10 GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM ................................................................................................33 BIJLAGEN ..........................................................................................................................................................34 11 STAAT VAN LANGLOPENDE GELDLENINGEN .......................................................................................34 12 PROGRAMMAREKENING ‘OUDE STIJL’ ........................................................................................................... 35 12.1 12.2
PROGRAMMAREKENING INGEDEELD NAAR VOORMALIGE BEGROTINGSPOSTEN .............................................. 35 TOELICHTING AFWIJKINGEN PER BEGROTINGSPOST ................................................................................... 36
4
JAARVERSLAG
2
Programmaverantwoording
2.1 Programma 1: Beheer en onderhoud Beheer en onderhoud omvat het beheer en (regulier, groot- en vervangings-) onderhoud van de terreinen en plassen, fiets- en wandelpaden en het onderhouden van voorzieningen. Het niveau van beheer en onderhoud verschilt per terrein, per seizoen en is afhankelijk van onder meer wet- en regelgeving, de functie, de intensiteit van gebruik en de behoefte van recreanten en de opdracht van het Plassenschap. In onderstaande alinea’s wordt per opgave in het programma de voortgang geschetst. Optimalisatie werkprocessen Opgave De gemeente Wijdemeren voert per 1 januari 2023, in opdracht- en voor rekening van het Plassenschap Loosdrecht e.o., het beheer over het werkgebied van het Plassenschap Loosdrecht e.o. Dit is vastgelegd in de Gemeenschappelijke Regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Plassenschap Loosdrecht e.o. 2023. Het jaar 2023 hebben de deelnemers een transitieperiode afgesproken. Dat jaar is gebruikt om de gemeente Wijdemeren als nieuwe beheerder vertrouwd te maken met het werkgebied en de kapitaalgoederen. In 2024 zijn hier verdere stappen in gemaakt, waarna er in 2025 steeds een completer beeld is ontstaan en duidelijk wordt waar eventuele wijzigingen dienen te worden uitgevoerd.
Realisatie Op basis van het Beheerplan Areaal Plassenschap Loosdrecht e.o. (voor terreinen, eilanden en vaarwegen), het Beheerplan Vastgoed en het Beheerplan Sluizen zijn de benodigde budgetten voor het dagelijks- en groot onderhoud berekend en is een meerjareninvesteringsplan (MJIP >10 jaar) voor de vervangingsinvesteringen (VV) opgesteld. Op 6 september 2023 heeft het bestuur van Plassenschap Loosdrecht e.o. besloten om de beheerplannen en het meerjareninvesteringsplan (MJIP) als uitgangspunt te gebruiken voor het opstellen van het vierjarig Uitvoeringsplan en het vierjarig Financieel Perspectief. Het vierjarig Uitvoeringsplan is een vervolg op het beheerplan Areaal Plassenschap Loosdrecht en het MJIP en geeft inzicht in wat er in de komende vier jaar op de planning staat en wat de financiële gevolgen daarvan zijn. Het vierjarig Financieel Perspectief is een richtinggevend kader voor de begrotingen 2024-2027. In 2025 zijn alle fases afgerond van het vervangen van de damwand bij Het Weer, terwijl een start is gemaakt met elektrificatie van de Weer- en Kraaienestersluis. Dit laatste project zal in 2026 zijn afronding vinden. Daarnaast is in 2025 het nieuwe werkschip, de Plassenschap VIII, opgeleverd en doet inmiddels volop dienst..
5
Wat heeft het gekost ? Realisatie 2024 Begroting 2025 Realisatie 2025
Lasten Baten Saldo van baten en lasten Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat
2.058.035 2.473.229 (415.194) 2.400 70.900 (483.694)
2.628.000 2.560.000 68.000 3.000 71.000 -
2.255.494 2.818.322 (562.828) 2.400 70.900 (631.328)
Afwijk ing begroting realisatie (372.506) 258.322 (630.828) (600) (100) (631.328)
Deze lasten en baten komen als volgt ten laste van dit programma: Omschrijving Begroting Realisatie Afwijk ing 2025 2025 begroting realisatie Lasten Doorbelaste personeelskosten 643.000 493.396 (149.604) Kwaliteitsbijdrage aan derden t.b.v. toezicht en handhaving 341.000 340.700 (300) Inhuur personeel derden 45.000 53.823 8.823 Kapitaallasten 517.000 307.253 (209.747) Onderhoud en vuilafvoer 685.000 709.082 24.082 Onderhoudsinspecties (incidenteel) 2.549 2.549 Dotatie voorziening groot onderhoud 218.000 217.500 (500) Belastingen en verzekeringen 43.000 40.902 (2.098) Energie- en waterkosten 33.000 24.941 (8.059) Overige kosten 103.000 65.349 (37.651) Totaal lasten 2.628.000 2.255.494 (372.506) Omschrijving
Baten Externe baten onderhoud gebied Diverse baten Transparantie BTW Instandhoudingsbijdrage Toegerekende deelnemersbijdrage Totaal baten Totaal resultaat programma 1 Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat
Begroting 2025
224.000 492.000 207.000 117.000 1.520.000 2.560.000 68.000 3.000 71.000 -
Realisatie 2025
261.993 593.049 227.917 117.000 1.618.362 2.818.322 (562.828) 2.400 70.900 (631.328)
Afwijk ing begroting realisatie (37.993) (101.049) (20.917) (98.362) (258.322) (630.828) (600) (100) (631.328)
6
Lasten De doorbelaste personeelskosten betreffen de kosten van de onderhoudsmensen in dienst bij de gemeente Wijdemeren. De besteding van het budget “Doorbelaste personeelskosten” is binnen dit programma zichtbaar gemaakt. De inhuur betreft inhuur extra sluiswachters om het rooster rond te krijgen. Er zijn geplande investeringen in het gebied geweest. Doordat projecten later zijn afgerond dan gepland, start de afschrijvingsperiode een jaar later dan oorspronkelijk in de begroting is opgenomen. Daarnaast is het in 2025 niet nodig geweest om een nieuwe geldlening aan te gaan, waardoor ook de betaalde rente lager is dan gepland. Dit verklaart de onderschrijding.
Baten In de begroting zijn de deelnemersbijdragen naar rato aan de programma’s toegerekend, waardoor het mogelijk was dat een programma een batig saldo had door deze toerekening. De deelnemersbijdragen zijn bedoeld om het saldo van lasten en baten van de programma’s kostendekkend te laten zijn. Een eventueel overschot aan deelnemersbijdragen wordt verantwoord bij programma 2 (Algemeen, incl. overhead).
2.2 Programma 2: Algemeen (incl. overhead) Programma 2 is een beleidsarm programma. Naast de algemene dekkingsmiddelen en de post onvoorzien zijn tevens algemene kosten en overhead opgenomen. Het betreft doorbelaste personeelskosten op grond van uitvoering van de reguliere functies zoals financiën, programmamanagement, juridische zaken, communicatie en bestuursondersteuning. De taken worden grotendeels door eigen formatie dan wel door inhuur uitgevoerd. De functies zijn, behoudens de functie van secretaris van het bestuur, ingebed in de reguliere organisatie van Wijdemeren. De hier verantwoorde lasten betreffen de directe uren van eigen personeel. Functies zoals HRM, control, ICT, algemeen management en archief (DIV) worden doorbelast op basis van een opslagpercentage van 25,2% over de doorbelaste personeelskosten. De functie van secretaris van het bestuur wordt geleverd via de provincie Utrecht. Verder zijn de kosten van de werkhaven Rimboe hier ondergebracht.
Wat heeft het gekost ? Realisatie 2024
Lasten Baten Saldo van baten en lasten Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat
630.647 669.304 (38.656) (38.656)
Begroting 2025 Realisatie 2025
731.000 731.000 -
654.067 610.365 43.702 43.702
Afwijk ing begroting realisatie (76.933) (120.635) 43.702 43.702
7
Omschrijving
Lasten Doorbelaste personeelskosten Doorbelaste overhead Inhuur personeel derden Kapitaallasten Onderhoud en vuilafvoer Belastingen en verzekeringen Energie- en waterkosten Nagekomen lasten Overige lasten Totaal lasten Omschrijving
Baten Ontvangen rente Diverse baten Transparantie BTW Toegerekende deelnemersbijdrage Totaal baten Totaal resultaat programma 5 Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat
Begroting 2025
414.000 267.000 50.000 731.000 Begroting 2025
8.000 121.000 602.000 731.000 -
Realisatie 2025
317.208 194.671 5.881 1.670 5.624 129.012 654.067 Realisatie 2025
15.592 91.537 503.237 610.365 43.702 43.702
Afwijk ing begroting realisatie (96.792) (72.329) 5.881 1.670 5.624 79.012 (76.933) Afwijk ing begroting realisatie 7.592 (29.463) (98.763) (120.635) 43.702 43.702
Lasten De doorbelaste personeelskosten zijn lager dan begroot. Dit is het derde jaar op rij dat de begroting op dit onderdeel structureel te hoog blijkt. Een relatief kleine groep medewerkers van de gemeente Wijdemeren heeft ook in 2025 de werkzaamheden t.b.v. het Plassenschap uitgevoerd. De personeels- en apparaatskosten die vanuit de uitvoeringsorganisatie in rekening worden gebracht bij het Plassenschap, worden verhoogd met BTW. In de administratie van het Plassenschap is dit deels een kostenverhogend component (waarbij dit deel dus voor hogere lasten zorgt) en deels betreft dit ondernemers BTW, waarbij de BTW component terugvloeit vanuit de Belastingdienst. Dit leidt tot een onderschrijding van de doorbelaste personeelskosten. Direct gekoppeld aan alle doorbelaste personeelskosten is de doorbelaste overhead. Door de over de hele linie lagere doorbelaste personeelskosten valt ook deze post navenant lager uit. Binnen de overige lasten zijn o.a. de kosten geboekt betreffende de werkzaamheden van de bestuurssecretaris voor het Plassenschap Loosdrecht e.o., die conform afspraak is ingehuurd via de Provincie Utrecht. In de begrotingscijfers zijn deze kosten binnen de doorbelaste personeelskosten opgenomen. Aangezien deze laatste echter alleen de kosten moet bevatten die vanuit de uitvoeringsorganisatie in rekening zijn gebracht, zijn deze nu separaat geboekt.
Baten De overtollige liquide middelen worden, zoals wettelijk verplicht, ondergebracht in de schatkist. Over de gelden die hier staan wordt rente vergoed. Dat heeft geleid tot extra rente-inkomsten van € 7.592. welke niet begroot is.
8
3
Paragrafen
Op grond van het BBV is het verplicht om voor zeven programma-overschrijdende thema’s verantwoording af te leggen in een afzonderlijke paragraaf. Voor het Plassenschap geldt dat, gelet op de aard van de activiteiten van het Plassenschap, niet alle paragrafen van toepassing zijn. Om die reden zijn alleen die paragrafen opgenomen die van toepassing zijn. Paragaaf Lokale heffingen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Grondbeleid Openbaarheid
Wel/niet opgenomen Niet Wel Wel Wel Wel Niet Niet Wel
Toelichting Zie paragraaf 3.1 Zie paragraaf 3.2 Zie paragraaf 3.3 Zie paragraaf 3.4 Zie paragraaf 3.5 Zie paragraaf 3.6 Zie paragraaf 3.7 Zie paragraaf 3.8
3.1 Lokale heffingen Niet van toepassing.
3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing De begroting van het Plassenschap bestaat voor een deel uit te realiseren exploitatie-opbrengsten, zoals schutten bij de sluis en evenementen. Het schap onderscheidt per 31 december 2025 de volgende risico’s:
1 2 3 4 5 6 7 8
Omschrijving risico
Bedrag
Wanneer
Frequentie
Erfpacht en huur Schutgelden Mijndense sluis Bestrijding overmatige waterplanten Rente Klimaatverandering Marktwerking Uitkomsten inspecties MJOP en MJIP Onvoorziene risico’s
17.000 10.000 40.000 26.000 40.000 29.000 PM 50.000
2025 e.v. 2025 e.v. 2025 e.v. 2025 e.v. 2025 e.v. 2025 e.v. n.v.t. 2025 e.v.
Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks n.v.t. Jaarlijks
Totaal risico’s
212.000
Totaal risico’s met correctie kansberekening (50%)
106.000
We gaan ervan uit dat niet alle risico’s zich tegelijkertijd zullen voordoen. Om hiervoor te corrigeren wordt, conform de begroting 2025, een percentage van 50% berekend over het totaal berekende risicobedragen. Toelichting op de genoemde risico’s: 1.
Erfpacht en huur
De geraamde omzet voor 2025 bedraagt ca. € 340.000. Het risico wordt ingeschat op 5% van de omzet. Dat is € 17.000. Dit risico heeft zich uiteindelijk niet voorgedaan in 2025.
9
2.
Schutgelden Mijndense sluis
De omzet voor 2025 is afgerond € 20.000 hoger dan de raming. Dit komt doordat de weersomstandigheden ongeveer gelijk zijn gebleven én het tarief voor het passeren van de Mijndense Sluis met € 1 per kaartje is verhoogd. Bij tegenvallende weersomstandigheden kan de opbrengst lager uitvallen dan begroot. Het gemiddelde risico bedraagt € 10.000. Dit risico heeft zich in 2025 niet voorgedaan. 3.
Van bestrijding naar beheersing van overmatige waterplanten
Bestrijding van hinderlijke waterplanten is een project van de Aanpak Oostelijke Vechtplassen (OVP), waarbinnen een gezamenlijk plan – thans nog concept - is opgesteld. De gedachten zijn tot nu toe: de verschillende beherende overheden dragen hun eigen kosten; voor het uitvoeren van maatregelen bij bedrijven wordt aan 50% cofinanciering gedacht, waarvoor externe dekking wordt gezocht. Ook wordt een fonds gevormd voor bijzondere omstandigheden. Het schap is bereid aan de uitvoering van de plannen mee te werken maar niet bereid om extra geld beschikbaar te stellen voor een calamiteitenfonds en een innovatiefonds. Bij de berekening van het risico wordt alleen gerekend met kosten van bestrijding van hinderlijke waterplanten in vaarwateren die in eigendom c.q. beheer bij het Plassenschap zijn. Omdat het onzeker is of en in welke mate waterplanten in de eigendommen van het schap in de toekomst bestreden moeten worden, is niet bekend wat dit financieel voor het Plassenschap betekent. Als risico voor het schap ramen we, op basis van aannames een bedrag van € 40.000. Het Plassenschap heeft voor dit project in 2025, evenals in 2024, geen kosten gemaakt anders dan personele inzet en het reguliere vaarwegbeheer. 4.
Rente
Het rentepercentage voor nieuwe vaste geldleningen is in de begroting 2025 geraamd op 3,5%. Dit percentage is gebaseerd op een reële inschatting van de marktrente op het moment van afsluiten. Een rente van 1,0% hoger dan deze verwachting resulteert bij de een lening van 1 miljoen in een structureel risico van € 10.000 per jaar. De rente is in 2025 binnen deze 3,5% gebleven. Het geraamde risico zou zich niet hebben voorgedaan, als er een nieuwe geldlening zou zijn aangetrokken. Er is in 2025 echter geen nieuwe lening aangegaan. Voor de komende jaren zal fors worden geïnvesteerd, waarbij rekening is gehouden met een rentepercentage van 3,5%. Voor de komende 4 jaar wordt gemiddeld € 2.600.000 per jaar aan vreemd vermogen aangetrokken. Het risico wordt voor de komende jaren geraamd € 26.000. 5.
Klimaatverandering
Een belangrijke tendens is te zien in de merkbare gevolgen van klimaatveranderingen voor de onderhoudsmaatregelen. Er moet rekening worden gehouden met de volgende aspecten: •
•
•
Langer groeiseizoen (waardoor extra maaibeurten nodig zijn), maar ook een korter snoeiseizoen daar bomen weer eerder uitlopen. Daardoor kan achterstand ontstaan in hakhout snoei en omdat te voorkomen moeten er soms ook snoeiwerk uitbesteed worden. Wateroverlast en droogte alsmede wind (storm) hierdoor raken oevers beschadigd alsmede de beschoeiingen. Ook meer kosten aan beplanting en beschoeiingen om de terreinen veilig te houden. Alsmede kosten aan water te geven om jonge aanplant te laten aanslaan Ontwikkeling van ziektes en invasieve exoten (o.a. de ziekte essentaksterfte, die herplant en veilig houden terreinen noodzakelijk maken.
Elk seizoen is anders en onderhoudswerkzaamheden zijn lastig te vergelijken per jaarschijf. Extra water en extra maaien zijn lastig te kwantificeren. Evenals in 2024, zijn er in 2025 in het werkgebied van het Plassenschap geen grote excessen geweest welke direct verband houden met klimaatverandering.
10
6.
Marktwerking
De prijzen zijn redelijk gestabiliseerd na een forse toename in de afgelopen jaren. De opgestelde beheerplannen zijn bepaald op basis van prijspeil 2023. Het CPB verwacht een normale stijging van de kosten in de komende jaren. Als prijsrisico ramen we 5% van het totale jaarlijkse onderhoudsbedrag excl. BTW zijnde € 29.000. 7.
Uitkomsten inspecties MJOP en MJIP
In 2023 heeft een complete inventarisatie van het gebied plaatsgevonden en zijn de daaruit volgende onderhouds- en vervangingsmaatregelen in en een nieuw opgesteld MJOP en MJIP vastgelegd. Deze plannen zijn door het bestuur vastgesteld. Er is sprake van achterstanden in het groot onderhoud, waarvoor een “voorziening groot onderhoud” is getroffen. In de periode 2024-2027 zullen de achterstanden in het groot onderhoud conform plan worden weggewerkt. Na deze periode zal een reguliere cyclus van groot onderhoud starten. Op basis van deze plannen uit het MJIP en MJOP zijn de risico’s op het gebied van groot onderhoud en vervangingsinvesteringen, zover ons nu bekend, weggenomen. Het risico wordt nu PM geraamd. 8.
Onvoorziene risico’s
Naast bovengenoemde grote risico’s heeft onze gemeenschappelijke regeling te maken met kleinere risico’s, zoals het illegaal dumpen van giftige afvalstoffen, niet verhaalbare vernielingen en wijzigingen in wetgeving met mogelijk financiële gevolgen. Deze worden niet afzonderlijk benoemd en gekwantificeerd, maar hiervoor wordt gedurende de meerjarentermijn een gelijkblijvend risicobedrag aangehouden van € 50.000. Weerstandscapaciteit Met weerstandscapaciteit bedoelen we de middelen en de mogelijkheden waarover we beschikken of kunnen beschikken om niet-begrote kosten te dekken. Hiertoe hebben we per 31-12-2025 € 531.733 beschikbaar in de algemene reserve. Onze risico’s dekken we in beginsel af met onze weerstandscapaciteit. Risico’s die deze capaciteit overschrijden dienen met weerstandscapaciteit van deelnemers afgedekt worden.
11
Kengetallen De kengetallen geven inzicht in de financiële positie van het Plassenschap.
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
3.2.1
Jaarrekening 2024 124% 124% 18% n.v.t. 15% n.v.t.
Jaarrekening 2025 118% 118% 21% n.v.t. 16% n.v.t.
Netto schuldquote
Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van het Plassenschap ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De netto schuldquote is hoog, maar met de deelnemers is afgesproken dat de basisvoorzieningen in het gebied op orde moet zijn, daar zijn vervangingsinvesteringen in de komende jaren bij nodig. Dit zal leiden tot een netto schuldquote hoger dan 130%. Zolang de deelnemers het nadelig saldo van het Plassenschap betalen zal een hogere schuldquote niet tot financiële problemen leiden.
3.2.2
Solvabiliteitsratio
Dit kengetal drukt het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen uit. Hoe hoger het percentage hoe beter het Plassenschap in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. In dit kengetal is het positieve resultaat 2025 in de vergelijking opgenomen. Zonder toevoeging van dit resultaat aan de algemene reserve is de solvabiliteitsratio aanzienlijk lager namelijk, geen 21% maar 15%.
3.2.3
Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat gekeken wordt naar de structurele baten en de structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Door de lagere doorbelasting van personeelskosten én een onderschrijding in de kapitaallastenis er een batig saldo over 2025 ontstaan. De lagere doorbelasting wordt veroorzaakt, doordat slechts een relatief kleine groep medewerkers zich heeft beziggehouden met de werkzaamheden m.b.t. het Plassenschap.
3.3 Onderhoud kapitaalgoederen In 2023 is samen met een viertal adviesbureaus op basis van onder andere een tweetal schouwen en nadere inspecties, drie beheerplannen opgesteld. Het betreft het Beheerplan Areaal Plassenschap Loosdrecht e.o. (voor de terreinen, eilanden en vaarwegen), het “Beheerplan Vastgoed” en het “Beheerplan Sluizen”. Daarnaast is er op basis van eerdere inspecties en kennis bij het huidige personeel een bureaustudie gedaan naar de staat van onderhoud van de beschoeiingen. Op basis van de hierboven genoemde beheerplannen en bureaustudies zijn de benodigde budgetten voor het Dagelijks Onderhoud (DO) en het Groot Onderhoud (GO) berekend en is een meerjareninvesteringsplan (MJIP >10 jaar) voor de vervangingsinvesteringen (VV) opgesteld. Op 6 september 2023 heeft het bestuur van Plassenschap Loosdrecht e.o. besloten om de beheerplannen en het meerjareninvesteringsplan (MJIP) als uitgangspunt te gebruiken voor het opstellen van het vierjarig Uitvoeringsplan en het vierjarig Financieel Perspectief.
12
Het vierjarig Uitvoeringsplan is een vervolg op het beheerplan Areaal Plassenschap Loosdrecht en het MJIP en geeft inzicht in wat er in de komende vier jaar op de planning staat en wat de financiële gevolgen daarvan zijn. Het vierjarig Financieel Perspectief is een richtinggevend kader voor de begrotingen 2024-2027. In de loop van 2026 zal een eerste analyse worden opgesteld én zal eventueel bijstelling plaatsvinden.
3.4 Financiering In het Treasurystatuut is het treasurybeleid opgenomen met daarin de producten, partijen en limieten, de treasury-organisatie met taken, bevoegdheden en verantwoordingsrelatie en de bijbehorende informatievoorziening, in totaliteit bedoeld ter beperking van te lopen risico’s.
3.4.1
Risicobeheer
Binnen de Wet FIDO zijn twee normen vermeld waaraan dient te worden voldaan. Het doel van deze normen is te voorkomen dat bij herfinanciering van de leningen bij (aanzienlijk) hogere rente grote schokken optreden in de hoogte van de rente die het Plassenschap moet betalen. De normen beperken de budgettaire risico’s.
3.4.2
Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet is een bedrag ter grootte van 8,2% van het totaal van de jaarbegroting 2025 bij aanvang van het jaar met als doel de kortlopende leningen te beperken. De kasgeldlimiet 2025 bedraagt 8,2% van € 3.359.100 zijnde € 275.400. In de praktijk is in 2025 geen kasgeld opgenomen.
3.4.3
Renterisiconorm
De renterisiconorm is een bedrag ter grootte van een percentage van het begrotingstotaal. Het doel van deze norm was en is het beperken van de gevolgen van een stijgende kapitaalmarktrente op de rentelasten van de organisatie. De norm stelt dat per jaar maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking mag komen voor verplichte aflossingen en renteherzieningen. De renterisiconorm bedraagt over 2025 € 2.500.000 (het minimum bedrag op grond van artikel 2 lid 3 van de Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden). Op de vaste geldleningen is een bedrag afgelost van € 158.810. Renteherziening op vaste schuld heeft niet plaatsgevonden.
3.5 Bedrijfsvoering Vanaf 1-1-2023 wordt het onderhoud en beheer, de ontwikkeling én de bedrijfsvoering van het Plassenschap, in het kader van de Gemeenschappelijke Regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Plassenschap Loosdrecht e.o. uitgevoerd door de gemeente Wijdemeren. Een aantal medewerkers voeren fulltime óf voor een vast deel werkzaamheden uit voor het Plassenschap. Hiervan worden de loonkosten doorbelast conform de individuele loonstaat. Van medewerkers die niet volledig óf niet conform een vast percentage werkzaamheden uitvoeren voor het Plassenschap, worden de kosten doorbelast op basis van uren x tarief. Dit wordt bijgehouden in het tijdregistratiesysteem. Over de door te belasten loonkosten is voor 2025 een overheadpercentage toegerekend van 24%. Naast het uitvoeren van taken door personeel van de gemeente Wijdemeren worden veel externe partijen ingeschakeld voor de uit te voeren opdrachten als (groot)onderhoud en het verrichten van investeringen.
13
3.6 Verbonden partijen Niet van toepassing.
3.7 Grondbeleid Het Plassenschap Loosdrecht e.o. bezit totaal 660 hectare grond en water binnen het werkgebied. Deze bezittingen zijn op hoofdlijnen onder te verdelen in dagrecreatieterreinen (eilanden, Strook, Bosdijk etc.), de legakkers (Zuidelijke Kievitsbuurt e.d.), oeverlanden, sluizen, water en het recreatiecentrum Mijnden. Het schapsbeleid is er op gericht zijn terreinen zoveel mogelijk gratis en openbaar toegankelijk aan te bieden aan de recreant. Ruiling van percelen die tot verbetering van het algemeen nut zullen leiden, worden overwogen. Aankoop van grond is alleen aan de orde als verwerving ervan van belang is voor uitvoering van een project. De bestemming die de gemeenten, tot nog toe, aan de gronden hebben toegekend, biedt geen ruimte voor commerciële exploitatie. Alleen de grond waarop het recreatiecentrum Mijnden is gevestigd, is eeuwigdurend in erfpacht uitgegeven aan een exploitant. Op het terrein de Strook zijn twee opstalrechten verleend aan een horecaondernemer. Deze opstalrechtovereenkomsten worden één keer per 5 jaar verhoogd met het prijsindexcijfer over de afgelopen periode. Met deze horecaondernemer is verder een erfpachtovereenkomst met opstalrecht afgesloten inzake een woning op de strook.
14
JAARREKENING
4
Balans per 31 december 2025 (bedragen in €)
Hierna wordt via de balans met toelichting en het overzicht van baten en lasten met toelichting de financiële verantwoording afgelegd over het in jaar 2025 gerealiseerde beleid.
Activa (bedragen in €) Immateriële vaste activa Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief Subtotaal immateriële vaste activa Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut
31-12-2025
31-12-2024
-
-
1.405.944
853.921
5.883.358
5.713.688
Subtotaal materiële vaste activa
7.289.302
6.567.609
Totaal vaste activa
7.289.302
6.567.609
Voorraden Gereed product en handelsgoederen
-
-
Subtotaal voorraden
-
-
Vorderingen op openbare lichamen
911.878
370.722
Uitzettingen in ’s Rijks schatkist Rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen Overige vorderingen Subtotaal uitzettingen rentetypische looptijd < 1 jaar
272.775
807.377
364.320
12.757
1.548.973
1.190.857
17.478
68.880
-
-
391.516 391.516
384.327 384.327
Totaal vlottende activa
1.957.966
1.644.064
Totaal activa
9.247.268
8.211.673
Uitzettingen rentetypische looptijd < 1 jaar
Liquide middelen Kas- en banksaldi Overlopende activa - Overige Nederlandse overheidslichamen Overige overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Subtotaal overlopende activa
15
Passiva (bedragen in €)
31-12-2025
31-12-2024
Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserves
531.733 865.632
486.783 525.253
519.126 1.916.491
453.850 1.465.886
1.397.240
1.304.769
1.397.240
1.304.769
- binnenlandse banken en overige financiële instellingen Waarborgsommen
3.499.999 -
3.658.809 -
Vooruitontvangen bedragen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Subtotaal vaste schulden
3.499.999
3.658.809
Totaal vaste passiva
6.813.731
6.429.463
Gerealiseerd resultaat Subtotaal eigen vermogen Voorzieningen Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt (egalisatievoorziening) Subtotaal voorzieningen
Vaste schulden Onderhandse leningen van:
Netto vlottende schulden Overige schulden
1.993.328
Subtotaal netto vlottende schulden
1.993.328
1.435.838
Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen
439.709
342.981
De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren; - Overige Nederlandse overheidslichamen
-
-
500 440.209
3.390 346.371
Overige vooruitontvangen bedragen Subtotaal overlopende passiva
1.435.838
Totaal vlottende passiva
2.433.537
1.782.209
Totaal passiva
9.247.268
8.211.673
16
5
Overzicht van baten en lasten (bedragen in €)
Programma
Realisatie 2024
Begroting 2025 Realisatie 2025
Afwijk ing begroting realisatie
Lasten Programma 1 Beheer & onderhoud Programma 2 Toezicht en handhaving (vervallen) Programma 3 Ontwikkeling Programma 4 Exploitatie Programma 5 Algemene dekkingsmiddelen en overhead, te onderscheiden in: - Overhead - Bedrag onvoorzien Totaal lasten
2.058.035
2.628.000
2.255.494
(372.506)
-
-
-
-
630.647 630.647 -
731.000 727.900 3.100
654.067 654.067 -
(76.933) (73.833) (3.100)
2.688.682
3.359.100
2.909.561
(449.539)
2.404.729
2.560.000
2.749.822
189.822
Baten Programma 1 Beheer & onderhoud Programma 2 Toezicht en handhaving (vervallen) Programma 3 Ontwikkeling Programma 4 Exploitatie Programma 5 Algemene dekkingsmiddelen en overhead, te onderscheiden in: - Overhead - Bedrag onvoorzien Totaal baten Saldo van baten en lasten
-
-
-
-
669.304 669.304 -
731.000 731.000 -
610.365 610.365 -
(120.635) 120.635 -
3.074.033 385.350
3.291.100 (68.000)
3.360.187 450.626
69.188 518.626
Mutaties reserves Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Totaal mutaties reserves
2.400 70.900 68.500
3.000 71.000 68.000
2.400 70.900 68.500
(600) (100) 500
Gerealiseerd resultaat
453.850
-
519.126
519.126
17
6
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
6.1 Inleiding De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).
6.2 Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. De doorbelasting van de personeelslasten vindt plaats, vanuit de gemeente Wijdemeren, op basis van de werkelijke loonkosten conform de individuele loonstaten én voor het deel dat medewerkers werkzaamheden uitvoeren voor het Plassenschap. Als andere medewerkers ad hoc opdrachten uitvoeren voor het Plassenschap, wordt het uurtarief gehanteerd conform de Handleiding Overheids Tarieven 2025 en worden deze uren bijgehouden in een tijdsregistratiesysteem. Over alle doorbelaste loonkosten wordt voor 2025 een overheadpercentage gehanteerd van 24%. Het bestuur heeft het normenkader voor de jaarrekening 2025 vastgesteld.
In dit normenkader is opgenomen welke externe wet- en regelgeving van toepassing is bij de controle op de jaarrekening en aan welke interne regelgeving moet worden getoetst.
6.3 Vaste activa 6.3.1
Immateriële vaste activa
De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. De kosten van onderzoek en ontwikkeling worden in 5 jaar afgeschreven. De afschrijving van de geactiveerde kosten onderzoek en ontwikkeling vangt aan bij ingebruikname van het gerelateerde materiële vaste actief. Momenteel zijn er geen immateriële vaste activa.
6.3.2
Materiële vaste activa
6.3.2.1 Algemeen Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak die aan de vervaardiging van het actief worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze kosten worden geactiveerd. 6.3.2.2 Investeringen met economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht.
18
De volgende afschrijvingspercentages worden gehanteerd: ACTIEF Grond en water Bouwkundige werken Beschoeiing Bedrijfsgebouwen Machines, apparaten en installaties Vervoermiddelen Overige vaste activa
PERCENTAGE 0% 2,5% - 20% 2,5% - 4% 2,5% - 8,33% 5% - 20% 3,33% - 20% 5% - 20%
6.4 Vlottende activa 6.4.1
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
6.4.1.1 Vorderingen De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid wordt een voorziening in mindering gebracht. De mogelijke voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. 6.4.1.2 Liquide middelen en overlopende activa De liquide middelen en overlopende activa worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
6.5 Vaste passiva 6.5.1
Eigen vermogen
Het eigen vermogen kent geen eigenstandige waardering. Feitelijk vormt het eigen vermogen de resultante van alle overige in de balans opgenomen posten, die wel een eigenstandige waardering kennen.
6.5.2
Voorzieningen
Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De voorzieningen ter egalisering van kosten stoelen op een actuele meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud. Voor het achterstallig onderhoud is een voorziening getroffen. Op basis van het in 2024 vastgestelde plan groot onderhoud wordt in de periode 2024-2027 groot onderhoud uitgevoerd. De vorming van voorziening, dan wel een dotatie aan de reeds bestaande voorziening, is als een last in het betreffende boekjaar verantwoord. Alle aanwendingen aan voorzieningen zijn rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht en in het verslagjaar niet ten laste van de exploitatie verantwoord.
6.5.3
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer.
19
6.6 Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
6.7 Grondslagen voor de rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid van de Commissie BBV van 2025.. Dat betekent dat: • De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten en balansmutaties; • De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: - Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals door het bestuur is vastgesteld op 25 maart 2026. - Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het bestuur zijn gemeld. - Ten aanzien van het M&O criterium is binnen LSD vooralsnog geen nota M&O beleid opgesteld.
Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. •
De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: - Een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten van LSD, exclusief de dotaties aan de reserves, is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; - Een rapporteringstolerantie van € 10.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.
20
7
Toelichting op de balans per 31 december 2025
7.1 Vaste activa 7.1.1
Immateriële vaste activa
De immateriële vaste activa bestaan uit de volgende onderdelen: Boekwaarde per 31-12-2025 Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief Bijdragen aan activa in eigendom van derden Totaal
Boekwaarde per 31-12-2024
-
-
Onderstaand overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de immateriële vaste activa weer: Boekwaarde per 31-12-2024 Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief Bijdragen aan activa in eigendom van derden Totaal
Investeringen
Des-investeringen
Afschrijvingen
Bijdragen van derden
Duurzame Boekwaarde per waarde31-12-2025 verminderinge
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
In 2025 zijn geen investeringen in immateriële vaste activa gedaan.
7.1.2
Materiële vaste activa
De materiële vaste activa bestaan uit de volgende onderdelen:
Investeringen met een economisch nut Waarvan in erfpacht uitgegeven Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven
Boekwaarde per 31-12-2025 1.405.944 -
Boekwaarde per 31-12-2024 853.921 -
Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut
5.883.358
5.713.688
Totaal
7.289.302
6.567.609
21
Gronden en terreinen Waarvan in erfpacht uitgegeven Woonruimten Bedrijfsgebouwen Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties Overige materiële vaste activa Totaal
Boekwaarde per 31-12-2025
Duurzame waarde-verminderingen
Bijdragen van derden
Afschrijvingen
Desinvesteringen
Investeringen
Boekwaarde per 31-12-2024
Onderstaand overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met economisch nut weer:
407.753 -
-
-
-
-
-
407.753 -
34.792 240.698 164.203 6.475 853.921
10.097 585.000 595.097
-
1.866 15.228 24.455 1.525 43.074
-
-
32.925 225.470 149.846 589.951 1.405.944
De belangrijkste investeringen in materiële vaste activa met economisch nut in 2025 betreffen: Omschrijving Investering 2025 Kip aanhanger met oprijplaten 10.097 Werkschip Groeneveld 585.000 Totaal 595.097
Gronden en terreinen Woonruimten Bedrijfsgebouwen Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties Overige materiële vaste activa Totaal
Boekwaarde per 31-12-2025
Duurzame waarde-verminderingen
Bijdragen van derden
Afschrijvingen
Des-investeringen
Investeringen
Boekwaarde per 31-12-2024
Onderstaand overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met maatschappelijk nut weer:
549.721 29.218
-
-
9.739
-
-
549.721 19.478
4.635.798 570 498.381 5.713.688
20.613 192.028 133.290 345.931
-
144.303 114 22.105 176.262
-
-
4.512.108 192.484 609.566 5.883.358
De belangrijkste investeringen met maatschappelijk nut in 2025 zijn: Omschrijving Oeverbescherming Elektrificeren Weersluis en Kraaienestersluis Vervangen damwand Weer Totaal
Investering 20.613 192.028 133.290 345.931
22
7.2 Vlottende activa 7.2.1
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
De uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar zijn als volgt onderverdeeld: Vorderingen op openbare lichamen Verstrekte kasgeldleningen aan openbare lichamen Overige verstrekte kasgeldleningen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist Rekening-courantverhouding met het Rijk Rekening-courantverhoudingen met nietfinanciële instellingen schuldpapier Overige vorderingen Overige uitzettingen Totaal
Voorziening Boekwaarde pe Uitzetting per Voorziening Boekwaarde per Uitzetting per oninbaarheid 31-12-2025 31-12-2024 oninbaarheid 31-12-2025 31-12-2024 911.878 911.878 370.722 370.722
272.775
272.775
-
-
344.151
344.151
1.528.804
-
1.528.804
807.377 -
-
807.377 -
-
-
-
12.757 1.190.857
-
12.757 1.190.857
7.2.1.1 Vorderingen op openbare lichamen De vorderingen op openbare lichamen bestaan uit openstaande debiteuren betreffende diverse gemeenten en de provincie Utrecht en Noord-Holland. Gelet op de aard van de vorderingen wordt het niet noodzakelijk geacht een voorziening voor oninbaarheid te vormen. 7.2.1.2 Uitzettingen in ‘s Rijks schatkist Op balansdatum heeft het Plassenschap geen overtollige middelen boven de drempel van het schatkistbankieren in het kader van de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF). De middelen boven de drempel dienen in de schatkist van het Rijk worden aangehouden. Op balansdatum staat € 272.775 op de rekening van het schatkistbankieren. Deze middelen staan ter vrije beschikking aan het Plassenschap. In principe dienen alle overtollige middelen in de schatkist te worden aangehouden. Er is echter een aantal uitzonderingen, zoals het drempelbedrag. Dit is een minimumbedrag afhankelijk van de omvang van de organisatie dat gemiddeld per kwartaal buiten de schatkist mag worden gehouden. Voor het Plassenschap was dat voor 2024 € 1.000.000. Voor organisaties met een begrotingstotaal kleiner dan € 500.000.000 bedraagt de drempel minimaal € 1.000.000. Het Plassenschap heeft met de BNG de afspraak gemaakt dat een aanzienlijk lager saldo op de reguliere betaalrekening automatisch dagelijks wordt afgeroomd naar de schatkist.
23
In onderstaande tabel is te zien wat de benutting van het drempelbedrag schatkistbankieren gedurende de vier kwartalen 2025 is geweest: Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar (1)
Drempelbedrag
1000 Kwartaal 1
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
(2)
Ruimte onder het drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag
(3a) = (1) > (2) (3b) = (2) > (1)
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
144
102
90
56
856
898
910
944
-
-
-
(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1 Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) Dagen in het kwartaal Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
(5a)
(5b) (2) - (5a) / (5b)
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
12.960
9.282
8.280
5.152
90
91
92
92
144
102
90
56
Uit de tabel blijkt dat geen sprake is van een overschrijding van het drempelbedrag gedurende 2025. 7.2.1.3
Overige vorderingen
De overige vorderingen bestaan uit de volgende bedragen. Er is geen voorziening voor dubieuze debiteuren gevormd.
Overige vorderingen Totaal
Boekwaarde per Boekwaarde per 31-12-2025 31-12-2024 344.151 12.757 344.151
12.757
24
7.2.2
Liquide middelen
Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen en zijn als volgt te specificeren: Boekwaarde per Boekwaarde per 31-12-2025 31-12-2024 Banksaldi 17.380 68.628 Kassaldi 98 252 Totaal 17.478 68.880
7.2.3
Overlopende activa
De overlopende activa bestaan uit de volgende onderdelen:
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen van: - Europese overheidslichamen - Het Rijk - Overige Nederlandse overheidslichamen Nog te ontvangen bedragen Vooruitbetaalde bedragen Totaal
Boekwaarde per 31-12-2025
Boekwaarde per 31-12-2024
357.774 33.742 391.516
366.810 17.518 384.327
25
7.3 Eigen vermogen Het eigen vermogen van het Plassenschap wordt gevormd door de reserves en het rekeningresultaat. Het eigen vermogen bestaat uit de volgende onderdelen: Reserve
Saldo per
Toevoegingen en onttrekkingen uit hoofde van het voorgaande boekjaar
31-12-2024
Algemene reserve Subtotaal algemene reserve Bestemmingsreserve Oostelijke Vecht en plassen Bestemmingsreserve kapitaallasten werkschip Bestemmingsreserve gebiedsinvesteringen Totaal bestemmingsreserves Gerealiseerd resultaat Totaal
Saldo per
Toevoegingen bij Onttrekkingen bij het Verminderingen in het overzicht van overzicht van baten en verband met baten en lasten lasten in de afschrijvingen op in de jaarrekening activa jaarrekening
1-1-2025
31-12-2025
486.783 486.783 525.253
44.950 44.950 -
531.733 531.733 525.253 €
2.393
-
240.000
240.000 €
-
168.900
168.900 €
525.253 1.012.036
408.900 453.850
Saldo per
934.153 1.465.886
70.914
-
531.733 531.733 456.732
-
-
-
240.000
-
-
-
168.900
70.914
-
70.914
-
865.632 519.126 1.916.491
-
2.393 519.126 521.519
26
7.3.1
Bestemmingsreserve Oostelijke Vecht en plassen
Deze reserve is ontstaan als gevolg van deelname aan het Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen. Het Plassenschap is hiermee een verplichting aangegaan van in totaal € 906.000, hetgeen conform een vastgesteld kasritme voldaan moet worden. In 2025 heeft er conform begroting een onttrekking van € 70.914 plaatsgevonden,
7.4 Voorzieningen De voorzieningen zijn als volgt te specificeren: Voorziening
Voorziening egalisatie onderhoud Totaal egalisatievoorzieningen Totaal
7.4.1
Toevoegingen
Saldo per 31-12-2024
1.304.769 1.304.769 1.304.769
Ten gunste van de Aanwendingen rekening van baten en lasten vrijgevallen 217.500 125.029 217.500 125.029 217.500 125.029
Saldo per 31-12-2025
1.397.240 1.397.240 1.397.240
Voorziening egalisatie onderhoud
In 2023 heeft een inventarisatie van de staat van onderhoud van het gebied plaatsgevonden, om zo inzicht te krijgen in de omvang van de achterstanden van het groot onderhoud aan de eigendommen van het Plassenschap. Tevens zijn de vervangingsinvesteringen meerjarig in kaart gebracht en is bepaald hoeveel budget nodig is voor het reguliere dagelijkse onderhoud. Deze inventarisaties zijn nader uitgewerkt in een beheerplan onderhoud, een meerjarenplan groot onderhoud (MJOP) en een meerjaren investeringsplan (MJIP). In de huidige gemeenschappelijke regeling staat dat er een 4-jarig uitvoeringsplan moet worden opgesteld. In het uitvoeringsplan 2024-2027 is weergegeven in welke jaarschijf van de periode 2024-2027 de achterstanden in het groot onderhoud worden weggewerkt om zo de basis op orde te hebben. Inclusief de verwachte inflatie in de periode 2024-2027 is een bedrag voor groot onderhoud nodig van afgerond € 1.397.240. In deze rekening bedraagt de dotatie groot onderhoud € 217.500. Met deze dotatie wordt het benodigde bedrag voor deze voorziening bereikt.
27
7.5 Vaste schulden De vaste schulden zijn als volgt te specificeren: Boekwaarde per 31-12-2025 -
Obligatieleningen Onderhandse leningen van: - binnenlandse pensioenfondsen en verzekeringsinstellingen
Boekwaarde per 31-12-2024 -
-
-
- binnenlandse banken en overige financiële instellingen 3.499.999 -
- binnenlandse bedrijven - openbare lichamen - overige binnenlandse sectoren - buitenlandse instellingen, fondsen, banken, bedrijven en overige sectoren Door derden belegde gelden: Waarborgsommen Vooruitontvangen bedragen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
3.658.809 -
-
-
-
-
3.499.999
Totaal
3.658.809
Het verloop van de vaste schulden gedurende het jaar was als volgt:
Obligatieleningen Onderhandse leningen van: - binnenlandse pensioenfondsen en verzekeringsinstellingen
Boekwaarde per 31-12-2024 -
Vermeerderingen
Aflossingen/ vrijval
Boekwaarde per 31-12-2025 -
-
Rentelast 2025
-
- binnenlandse banken en overige financiële instellingen - binnenlandse bedrijven - openbare lichamen - overige binnenlandse sectoren - buitenlandse instellingen, fondsen, banken, bedrijven en overige sectoren
3.658.809 -
-
158.810
-
3.499.999 -
87.905
-
Door derden belegde gelden: Waarborgsommen Vooruitontvangen bedragen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Totaal
3.658.809
-
158.810
3.499.999
87.905
Voor een specificatie van de langlopende leningen ad. € 3.499.999 wordt verwezen naar het verloopoverzicht in hoofdstuk 11.
7.6 Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar Boekwaarde per 31-12-2025 Kasgeldleningen aangegaan bij openbare lichamen Overige kasgeldleningen Banksaldi Overige schulden Totaal
1.973.159 1.973.159
Boekwaarde per 31-12-2024 1.435.838 1.435.838
28
7.7 Overlopende passiva Boekwaarde per 31-12-2025 Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend Van Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek - Europese overheidslichamen - Het Rijk - Overige Nederlandse overheidslichamen Overige vooruitontvangen bedragen Totaal
Boekwaarde per 31-12-2024
439.709
342.981
500 440.209
3.390 346.371
7.8 Niet uit de balans blijkende verplichtingen In 2017 heeft het Plassenschap het Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen ondertekend, waaraan het Plassenschap deelneemt voor een bedrag van € 906.000 over de periode 2017 tot en met 2027. Hiervoor is een bestemmingsreserve gevormd.
29
8
Toelichting op het overzicht van baten en lasten
8.1 Rechtmatigheidsverantwoording De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording lichten we toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en gemeentelijke verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het bestuur vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het bestuur bepaald en bedraagt 2% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 58.191.
Het Bestuur is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grens. De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV.
Algemeen In deze rekening 2025 zijn de lasten verantwoord op basis van de in de begroting 2025 opgenomen verdeling. Deze verdeling leidt bij geen van de programma’s tot een overschrijding van de lasten. Wel zijn er binnen de programma’s verschuivingen zichtbaar tussen de onderlinge posten. Deze worden bij de programma’s kort toegelicht. Voor een verdere de toelichting op de baten en lasten verwijzen wij ook naar paragraaf 12.2. In euro’s Programma
Lasten Programma 1 Beheer & onderhoud Programma 2 Toezicht en handhaving (vervallen) Programma 3 Ontwikkeling Programma 4 Exploitatie Programma 5 Algemene dekkingsmiddelen en overhead, te onderscheiden in: - Overhead - Bedrag onvoorzien Totaal lasten
Realisatie 2024
Begroting 2025
Realisatie 2025
2.058.035
2.628.000
2.255.494
-
630.647 630.647 2.688.682
-
731.000 727.900 3.100 3.359.100
-
654.067 654.067 2.909.561
Afwijk ing begroting realisatie (372.506) -
(76.933) (73.833) (3.100) (449.539)
30
8.2 Overzicht van incidentele baten en lasten De incidentele baten en lasten 2025 betreffen: Programma 1 Gebiedsakkoord, baggeren Mutaties reserves: Bij: Toevoeging reserve Af: Onttrekking reserves Subtotaal Saldo
€ 70.914
-/-
€ 2.393 € 70.914 € 68.521 € 2.393
8.3 Overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld Baten
Lasten
Saldo
0.1 Bestuur
-
61.288
61.288
0.4 Overhead
48.237
379.034
330.797
0.5 Treasury
44.068
87.705
43.637
2.3 Recreatieve havens
101.291
258.764
157.473
-
135.469
135.469
2.583.922
1.871.083
(712.839)
61.143
113.818
52.675
2.838.661
2.907.161
68.500
0.10 Mutaties reserves
70.900
2.400
(68.500)
0.11 Saldo van baten en lasten
519.126
-
(519.126)
2.4 Economische havens en waterwegen 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie 7.3 Afval Saldo van baten en lasten
Gerealiseerd resultaat
3.428.687