CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Concept jaarrekening 2024 versie 21 maart 2025

gemeenteraad 5 juni 2025, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Zienswijze Plassenschap (Het raadsvoorstel is zonder stemming aangenomen.)11.306 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

JAARVERSLAG & JAARREKENING 2024 MAART 2025

1

Voorwoord

1.1 Jaarverslag en jaarrekening Voor u ligt het ontwerp jaarverslag en de ontwerp jaarrekening van het plassenschap Loosdrecht e.o. over het jaar 2024. Het Plassenschap Loosdrecht e.o. is sinds 1-1-2023 een bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO), een samenwerkingsvorm op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Binnen deze BVO werken de gemeenten Wijdemeren, Stichtse Vecht en de Provincies Utrecht en Noord-Holland samen aan het beheer van publiek toegankelijke recreatiegebieden voor inwoners en bezoekers van de regio. De taak van het Plassenschap Loosdrecht e.o. ingevolge deze BVO is het beheer en onderhoud en eventueel de exploitatie van eigendommen van het Plassenschap en de daarop aanwezige voorzieningen, het in stand houden van natuur en landschapsschoon, voor zover samenhangend met deze taak, alsmede het financieel beheer dat met deze taak samenhangt. Het gebied omvat alle wateren van de Loosdrechtse plassen, de beide Kievitsbuurten, een pad en enkele terreinen en paden in het Veenweidegebied ten westen van de A2. Het plassengebied biedt daarmee publieke mogelijkheden voor ontspanning, rust, beweging en plezier voor inwoners én bezoekers van de regio. Het Plassenschap Loosdrecht e.o. zet zich in voor openluchtrecreatie en zorgt voor het behoud van natuur, landschap en de cultuurhistorische elementen die bepalend zijn voor de kwaliteit van het recreatiegebied.

Daarnaast zorgt het Plassenschap voor het nautisch- en vaarwegbeheer van het openbaar water binnen het werkgebied. De jaarrekening 2024 heeft een positief saldo t.o.v. de begroting 2024 (ná 1e wijziging) van per saldo € 628.578 (In 2023 was er een positief saldo van € 428.864). In de jaarrekening is in het overzicht van baten en lasten een analyse opgenomen ten opzichte van de begroting. Hieruit blijkt dat het behaalde resultaat met name een incidenteel karakter heeft en hoofdzakelijk veroorzaakt wordt doordat in 2024 een relatief kleine groep medewerkers van de gemeente Wijdemeren de werkzaamheden voor het Plassenschap in 2024 heeft uitgevoerd. Het bestuur heeft bij het vaststellen van de ontwerp jaarrekening besloten om het resultaat als volgt te bestemmen: - Een bedrag van € 240.000 storten in een nieuwe bestemmingsreserve kapitaallasten (ten behoeve van de meerkosten voor de bouw van het nieuwe werkschip); - Een bedrag van € 168.900 storten in een nieuwe bestemmingsreserve gebiedsinvesteringen (ter voorkoming van mogelijke verhoging deelnemersbijdragen i.v.m. eventuele hogere kosten ten opzichte van het vastgestelde MJOP); - Het restant toe te voegen aan de algemene reserve. Voor een gedetailleerd overzicht van en een nadere toelichting op de afwijkingen ten opzichte van de begroting verwijzen wij u naar paragraaf 12.2.

2

ONDERTEKENING Aldus vastgesteld door het bestuur d.d. 10 juli 2025

De heer H. van den Akker

Mevr. J. Brand

Voorzitter

Secretaris a.i

3

Inhoudsopgave 1

VOORWOORD .............................................................................................................................................. 2 1.1

JAARVERSLAG EN JAARREKENING............................................................................................................... 2

ONDERTEKENING ............................................................................................................................................... 3 JAARVERSLAG ................................................................................................................................................... 6 2

PROGRAMMAVERANTWOORDING ........................................................................................................... 6 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

3

PROGRAMMA 1: BEHEER EN ONDERHOUD ................................................................................................... 6 PROGRAMMA 2: TOEZICHT EN HANDHAVING ................................................................................................ 8 PROGRAMMA 3: ONTWIKKELING ................................................................................................................. 9 PROGRAMMA 4: EXPLOITATIE ................................................................................................................... 10 PROGRAMMA 5: ALGEMEEN (INCL. OVERHEAD) .......................................................................................... 12

PARAGRAFEN............................................................................................................................................ 14 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7

LOKALE HEFFINGEN................................................................................................................................. 14 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING ...................................................................................... 15 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN ........................................................................................................... 17 FINANCIERING ......................................................................................................................................... 18 BEDRIJFSVOERING .................................................................................................................................. 18 VERBONDEN PARTIJEN ............................................................................................................................ 19 GRONDBELEID ........................................................................................................................................ 19

JAARREKENING ............................................................................................................................................... 20 4

BALANS PER 31 DECEMBER 2023 (BEDRAGEN IN €) ................................................................................. 20

5

OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN (BEDRAGEN IN €) ............................................................................ 22

6

GRONDSLAGEN VOOR WAARDERING EN RESULTAATBEPALING .................................................... 23 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7

7

TOELICHTING OP DE BALANS PER 31 DECEMBER 2023..................................................................... 26 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8

8

INLEIDING ............................................................................................................................................... 23 ALGEMENE GRONDSLAGEN VOOR HET OPSTELLEN VAN DE JAARREKENING .................................................. 23 VASTE ACTIVA......................................................................................................................................... 23 VLOTTENDE ACTIVA................................................................................................................................. 24 VASTE PASSIVA....................................................................................................................................... 24 VLOTTENDE PASSIVA DE VLOTTENDE PASSIVA WORDEN GEWAARDEERD TEGEN DE NOMINALE WAARDE ....... 25 GRONDSLAGEN VOOR DE RECHTMATIGHEIDSVERANTWOORDING ................................................................ 25

VASTE ACTIVA......................................................................................................................................... 26 VLOTTENDE ACTIVA................................................................................................................................. 28 EIGEN VERMOGEN................................................................................................................................... 31 VOORZIENINGEN ..................................................................................................................................... 32 VASTE SCHULDEN ................................................................................................................................... 33 NETTO VLOTTENDE SCHULDEN MET EEN RENTE TYPISCHE LOOPTIJD KORTER DAN ÉÉN JAAR ........................ 33 OVERLOPENDE PASSIVA .......................................................................................................................... 34 NIET UIT DE BALANS BLIJKENDE VERPLICHTINGEN ...................................................................................... 34

TOELICHTING OP HET OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN ............................................................. 35 8.1 8.2 8.3

RECHTMATIGHEIDSVERANTWOORDING ...................................................................................................... 35 OVERZICHT VAN INCIDENTELE BATEN EN LASTEN ....................................................................................... 36 OVERZICHT VAN DE GEREALISEERDE BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD ...................................................... 36 4

9 WET NORMERING BEZOLDIGING TOPFUNCTIONARISSEN PUBLIEKE EN SEMIPUBLIEKE SECTOR .............................................................................................................................................................37 9.1 9.2

OVERIGE RAPPORTAGEVERPLICHTINGEN OP GROND VAN DE WNT .............................................................38 LEDEN EN PLAATSVERVANGENDE LEDEN EN SECRETARIS VAN HET BESTUUR LSD .......................................38

10 GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM ................................................................................................38 BIJLAGEN ..........................................................................................................................................................39 11 STAAT VAN LANGLOPENDE GELDLENINGEN ......................................................................................39 12 PROGRAMMAREKENING ‘OUDE STIJL’ .......................................................................................................... 40 12.1 12.2

PROGRAMMAREKENING INGEDEELD NAAR VOORMALIGE BEGROTINGSPOSTEN .............................................40 TOELICHTING AFWIJKINGEN PER BEGROTINGSPOST ...................................................................................41

5

JAARVERSLAG

2

Programmaverantwoording

2.1 Programma 1: Beheer en onderhoud Beheer en onderhoud omvat het beheer en (regulier, groot- en vervangings-) onderhoud van de terreinen en plassen, fiets- en wandelpaden en het onderhouden van voorzieningen. Het niveau van beheer en onderhoud verschilt per terrein, per seizoen en is afhankelijk van onder meer wet- en regelgeving, de functie, de intensiteit van gebruik en de behoefte van recreanten en de opdracht van het Plassenschap. In onderstaande alinea’s wordt per opgave in het programma de voortgang geschetst. Optimalisatie werkprocessen Opgave De gemeente Wijdemeren voert per 1 januari 2023, in opdracht- en voor rekening van het Plassenschap Loosdrecht, het beheer over het werkgebied van het Plassenschap Loosdrecht e.o.. Dit is vastgelegd in de Gemeenschappelijke Regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Plassenschap Loosdrecht e.o. 2023. Het jaar 2023 hebben de deelnemers een transitieperiode afgesproken. Dat jaar is gebruikt om de gemeente Wijdemeren als nieuwe beheerder vertrouwd te maken met het werkgebied en de kapitaalgoederen. In 2024 zijn hier verdere stappen in gemaakt.

Realisatie In 2023 is samen met een viertal adviesbureaus op basis van onder andere een tweetal schouwen en nadere inspecties, drie beheerplannen opgesteld. Het betreft het Beheerplan Areaal Plassenschap Loosdrecht e.o. (voor de terreinen, eilanden en vaarwegen), het Beheerplan Vastgoed en het Beheerplan Sluizen. Daarnaast is er op basis van eerdere inspecties en kennis bij het huidige personeel een bureaustudie gedaan naar de staat van onderhoud van de beschoeiingen.

Op basis van de hierboven genoemde beheerplannen en bureaustudies zijn de benodigde budgetten voor het Dagelijks Onderhoud (DO) en het Groot Onderhoud (GO) berekend en is een meerjareninvesteringsplan (MJIP >10 jaar) voor de vervangingsinvesteringen (VV) opgesteld. Op 6 september 2023 heeft het bestuur van Plassenschap Loosdrecht e.o. besloten om de beheerplannen en het meerjareninvesteringsplan (MJIP) als uitgangspunt te gebruiken voor het opstellen van het vierjarig Uitvoeringsplan en het vierjarig Financieel Perspectief. Het vierjarig Uitvoeringsplan is een vervolg op het beheerplan Areaal Plassenschap Loosdrecht en het MJIP en geeft inzicht in wat er in de komende vier jaar op de planning staat en wat de financiële gevolgen daarvan zijn. Het vierjarig Financieel Perspectief is een richtinggevend kader voor de begrotingen 2024-2027. Deze stukken zijn samen met de1e Begrotingswijziging 2024 op 13 december 2023 in concept vastgesteld en aan de deelnemers aangeboden voor zienswijzen. In maart 2024 zijn al deze stukken definitief vastgesteld in het bestuur.

In 2024 zijn alle fases afgerond van het vervangen van de beschoeiing bij de Strook..

6

Het project vervangen remmingswerken Mijndense sluis is in 2023 opgestart en afgerond in 2024.

Wat heeft het gekost ? Realisatie 2023 Begroting 2024 Realisatie 2024 ná 1e wijziging Lasten Baten Saldo van baten en lasten Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat

1.389.350 1.389.350 -

2.435.900 2.367.400 68.500 2.400 70.900 -

2.027.978 2.416.052 (388.074) 2.400 70.900 (456.574)

Afwijk ing begroting realisatie (407.922) 48.652 (456.574) (456.574)

Deze lasten en baten komen als volgt ten laste van dit programma: Omschrijving

Lasten Doorbelaste personeelskosten Kwaliteitsbijdrage aan derden t.b.v. toezicht en handhaving Inhuur personeel derden Kapitaallasten Onderhoud en vuilafvoer Onderhoudsinspecties (incidenteel) Dotatie voorziening groot onderhoud Belastingen en verzekeringen Energie- en waterkosten Overige kosten Totaal lasten Omschrijving

Baten Externe baten onderhoud gebied Diverse baten Transparantie BTW Instandhoudingsbijdrage Toegerekende deelnemersbijdrage Totaal baten Totaal resultaat programma 1 Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat

Begroting 2024 ná 1e wijziging

Realisatie 2024

Afwijk ing begroting realisatie

706.000

395.237

(310.763)

325.000 116.000 384.000 535.900 212.000 33.000 26.000 98.000 2.435.900

325.000 65.451 284.175 552.088 27.057 212.200 39.369 22.365 105.035 2.027.978

(50.549) (99.825) 16.188 27.057 200 6.369 (3.635) 7.035 (407.922)

Begroting 2024 ná 1e wijziging

Realisatie 2024

Afwijk ing begroting realisatie

215.700 470.500 218.000 112.200 1.351.000 2.367.400 68.500 2.400 70.900 -

220.000 536.788 187.683 112.200 1.359.380 2.416.052 (388.074) 2.400 70.900 (456.574)

(4.300) (66.288) 30.317 (8.380) (48.652) (456.574) 0 0 (456.574)

7

Lasten De doorbelaste personeelskosten betreffen de kosten van de onderhoudsmensen in dienst bij de gemeente Wijdemeren. De besteding van het budget “Doorbelaste personeelskosten” is binnen dit programma zichtbaar gemaakt. De inhuur betreft inhuur extra sluiswachters om het rooster rond te krijgen. Er zijn geplande investeringen in het gebied geweest. De afschrijving hiervan start een jaar later dan in de begroting is opgenomen. Dit verklaart de onderschrijding.

Baten In de begroting zijn de deelnemersbijdragen naar rato aan de programma’s toegerekend, waardoor het mogelijk was dat een programma een batig saldo had door deze toerekening. De deelnemersbijdragen zijn bedoeld om het saldo van lasten en baten van de programma’s kostendekkend te laten zijn. Een eventueel overschot aan deelnemersbijdragen wordt verantwoord bij programma 5.

2.2 Programma 2: Toezicht en handhaving Vanaf 2023 voert het Plassenschap de taken uit het voormalige programma “Toezicht en Handhaving” niet meer uit. In juni 2022 heeft de Plassenraad nog wel besloten een solidariteitsbijdrage toezicht en handhaving op te nemen in de begroting. De deelnemers aan het Plassenschap besluiten gezien het gemeenschappelijk belang om de kosten voor beheer, onderhoud en exploitatie te beheersen, om een onverplichte financiële bijdrage te leveren voor deze taken via de begroting van het Plassenschap. De twee gemeenten ontvangen daarvoor vanuit de begroting van het Plassenschap een vergoeding in de vorm van een solidariteitsbijdrage voor toezicht en handhaving, die overeenkomt met het gebudgetteerde nadeel van de twee gemeenten. In dit geval blijven de uitgaven van het Plassenschap per saldo even hoog, Het Plassenschap verstrekt een solidariteitsbijdrage aan beide gemeenten van in totaal € 325.000 (prijspeil 2024). Deze kosten worden verantwoord in programma 1. De opbrengsten van vergunningen en met name van de snelvaarontheffingen zijn met ingang van 2023 bij het Plassenschap komen te vervallen, daar komt voor terug een instandhoudingsbijdrage voor het gebied vanuit de gemeente Wijdemeren.

Deze instandhoudingsbijdrage bestaat uit de door de gemeente Wijdemeren ontvangen opbrengsten van de snelvaarontheffingen met daarop in mindering gebracht de gemaakte kosten. In deze jaarrekening is de instandhoudingsvergoeding als bate toegevoegd. Het saldo tussen de verstrekte “solidariteitsbijdrage”” en de ontvangen “instandhoudingsbijdrage”, is als extra deelnemersbijdrage “kwaliteitsbijdrage” opgevoerd. De “kwaliteitsbijdrage” en de “instandhoudingsbijdrage” zijn samen gelijk aan de hiervoor genoemde bijdrage aan de beide gemeenten voor toezicht en handhaving en zijn communicerende vaten. De kwaliteitsbijdrage en de instandhoudingsbijdrage zijn verantwoord onder programma 1. Zie aldaar.

Wat heeft het gekost ? Realisatie 2023 Begroting 2024 Realisatie 2024 ná 1e wijziging Lasten Baten Saldo van baten en lasten Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat

-

-

-

Afwijk ing begroting realisatie -

8

2.3 Programma 3: Ontwikkeling Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen Het Plassenschap brengt zelf geen recreatieve ontwikkelingen op gang, maar werkt daaraan wel actief mee. De afwegingskaders voor de haalbaarheid van ruimtelijke ingrepen liggen niet binnen de scope van het Plassenschap. Het Plassenschap Loosdrecht e.o. is mede ondertekenaar van het Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen (OVP). Binnen het OVP zijn diverse projecten benoemd, waarbij de medewerking van het Plassenschap een belangrijke rol speelt. Het Plassenschap is voor het project baggeren een verplichting aangegaan van in totaal € 906.000. Deze bijdrage wordt volgens een vastgesteld kasritme bijgedragen in de periode 2017-2028. Tot en met 2026 wordt jaarlijks een bedrag verantwoord van afgerond € 70.900. In het laatste jaar van het project wordt het resterende deel ineens afgewikkeld of een eventueel restant verrekend. Voor het baggerproject heeft Plassenschap een bestemmingsreserve oostelijke Vechtplassen in het leven geroepen, de jaarlijks te betalen vergoeding komt ten laste van deze bestemmingsreserve. Met ingang van 2024 is programma 3 komen te vervallen en is toegevoegd aan programma 1.

Wat heeft het gekost ? Realisatie 2023 Begroting 2024 Realisatie 2024 ná 1e wijziging Lasten Baten Saldo van baten en lasten Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat

70.914 2.393 68.521 2.393 70.914 -

-

-

Afwijk ing begroting realisatie -

9

2.4 Programma 4: Exploitatie Met ingang van 2024 is dit programma komen te vervallen en is toegevoegd aan programma 1. Hieronder nog wel de realisatiecijfers van 2023.

Wat heeft het gekost ? Realisatie 2023 Begroting 2024 Realisatie 2024 ná 1e wijziging Lasten Baten Saldo van baten en lasten Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat

599.784 599.784 -

-

-

Afwijk ing begroting realisatie -

10

2.5 Programma 5: Algemeen (incl. overhead) Programma 5 is een beleidsarm programma. Naast de algemene dekkingsmiddelen en de post onvoorzien zijn tevens algemene kosten en overhead opgenomen. Het betreft doorbelaste personeelskosten op grond van uitvoering van de reguliere functies zoals financiën, programmamanagement, juridische zaken, communicatie en bestuursondersteuning. De taken worden grotendeels door eigen formatie dan wel door inhuur uitgevoerd. De functies zijn, behoudens de functie van secretaris van het bestuur, ingebed in de reguliere organisatie van Wijdemeren. De hier verantwoorde lasten betreffen de directe uren van eigen personeel. Functies zoals HRM, control, ICT, algemeen management en archief (DIV) worden doorbelast op basis van een opslagpercentage van 25,2% over de doorbelaste personeelskosten.

De functie van secretaris van het bestuur wordt geleverd via de provincie Utrecht. Verder zijn de kosten van de werkhaven Rimboe hier ondergebracht.

Wat heeft het gekost ? Realisatie 2023 Begroting 2024 Realisatie 2024 ná 1e wijziging Lasten Baten Saldo van baten en lasten Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat

Omschrijving

Lasten Doorbelaste personeelskosten Doorbelaste overhead Inhuur personeel derden Kapitaallasten Onderhoud en vuilafvoer Belastingen en verzekeringen Energie- en waterkosten Nagekomen lasten Overige lasten Totaal lasten

419.448 848.312 (428.864) (428.864)

658.000 658.000 -

Begroting 2024 ná 1e wijziging

Realisatie 2024

Afwijk ing begroting realisatie

361.000 249.000 48.000 658.000

165.616 141.188 37.600 7.176 1.703 5.910 75.691 434.885

(195.384) (107.812) 37.600 7.176 1.703 5.910 27.691 (223.115)

434.885 675.388 (240.504) (240.504)

Afwijk ing begroting realisatie (223.115) 17.388 (240.504) (240.504)

11

Omschrijving

Baten Ontvangen rente Diverse baten Transparantie BTW Toegerekende deelnemersbijdrage Totaal baten Totaal resultaat programma 5 Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat

Begroting 2024 ná 1e wijziging 106.480 551.520 658.000 -

Realisatie 2024

35.862 88.007 551.520 675.388 (240.504) (240.504)

Afwijk ing begroting realisatie 35.862 (18.473) (0) 17.388 (240.504) (240.504)

Lasten De doorbelaste personeelskosten zijn aanzienlijk lager dan begroot. Een relatief kleine groep medewerkers van de gemeente Wijdemeren heeft ook in 2024 de werkzaamheden t.b.v. het Plassenschap uitgevoerd. Dit leidt tot een forse onderschrijding van de doorbelaste personeelskosten. Direct gekoppeld aan alle doorbelaste personeelskosten is de doorbelaste overhead. Door de over de hele linie lagere doorbelaste personeelskosten valt ook deze post navenant lager uit. De inhuur betreft de bestuurssecretaris voor het Plassenschap Loosdrecht e.o., die conform afspraak is ingehuurd via de Provincie Utrecht.

Baten De overtollige liquide middelen worden, zoals wettelijk verplicht, ondergebracht in de schatkist. Over de gelden die hier staan wordt rente vergoed. Dat leidt tot rente-inkomsten van € 35.862 welke niet begroot is.

12

3

Paragrafen

Op grond van het BBV is het verplicht om voor zeven programma-overschrijdende thema’s verantwoording af te leggen in een afzonderlijke paragraaf. Voor het Plassenschap geldt dat, gelet op de aard van de activiteiten van het Plassenschap, niet alle paragrafen van toepassing zijn. Om die reden zijn alleen die paragrafen opgenomen die van toepassing zijn. Paragaaf

Wel/niet opgenomen

Lokale heffingen

Wel

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Grondbeleid Openbaarheid

Wel Wel Wel Wel Niet Niet Wel

Toelichting Per 1-1-2023 naar gemeenten Zie paragraaf 3.2 Zie paragraaf 3.3 Zie paragraaf 3.4 Zie paragraaf 3.5 Zie paragraaf 3.6 Zie paragraaf 3.7 Zie paragraaf 3.8

3.1 Lokale heffingen Het Plassenschap Loosdrecht e.o. verleende ontheffing van een aantal verboden die zijn opgenomen in de Verordening Plassenschap Loosdrecht, Voorrangsregeling Mijndense Sluis, Woonschepenverordening en het Besluit Motorboten. Met ingang van 1-1-2023 zijn deze taken teruggevallen naar de gemeente Wijdemeren. In 2023 zijn ook de laatste middelen vrijgevallen in de exploitatie.

3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing De begroting van het Plassenschap bestaat voor een deel uit te realiseren exploitatie-opbrengsten, zoals schutten bij de sluis en evenementen. Het schap onderscheidt per 31 december 2024 de volgende risico’s:

1 2 3 4 5 6 7 8

Omschrijving risico

Bedrag

Wanneer

Frequentie

Erfpacht en huur Schutgelden Mijndense sluis Bestrijding overmatige waterplanten Rente Klimaatverandering Marktwerking Uitkomsten inspecties MJOP en MJIP Onvoorziene risico’s

15.000 6.000 40.000 9.000 40.000 P.M. 28.000 45.000

2024 e.v. 2024 e.v. 2024 e.v. 2024 e.v. 2024 e.v. 2024 e.v. 2024 e.v. 2024 e.v.

Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks

Totaal risico’s

183.000

Totaal risico’s met correctie kansberekening (90%)

164.700

We gaan er vanuit dat niet alle risico’s zich tegelijkertijd zullen voordoen. Om hiervoor te corrigeren wordt, conform de begroting 2024, een percentage van 90% berekend over het totaal berekende risicobedragen.

13

Toelichting op de genoemde risico’s: 1. Erfpacht en huur De geraamde omzet voor 2024 bedraagt ca. € 300.000. Het risico wordt ingeschat op 5% van de omzet. Zijnde afgerond € 15.000. Dit risico heeft zich overigens niet voorgedaan in 2024. 2. Schutgelden Mijndense sluis De omzet voor 2024 is nagenoeg gelijk aan de raming en de in 2023 gerealiseerde opbrengst. Dit komt hoofdzakelijk door wisselende weersomstandigheden op de momenten, dat het ertoe doet. Bij tegenvallende weersomstandigheden kan de opbrengst lager uitvallen dan begroot. Het gemiddelde risico bedraagt € 10.000. Dit risico heeft zich in 2024 deels voorgedaan. Het is niet noodzakelijk om het weerstandsvermogen aan te spreken. 3. Van bestrijding naar beheersing van overmatige waterplanten Bestrijding van hinderlijke waterplanten is een project van de Aanpak Oostelijke Vechtplassen (OVP), waarbinnen een gezamenlijk plan – thans nog concept - is opgesteld. De gedachten zijn tot nu toe: de verschillende beherende overheden dragen hun eigen kosten; voor het uitvoeren van maatregelen bij bedrijven wordt aan 50% cofinanciering gedacht, waarvoor externe dekking wordt gezocht. Ook wordt een fonds gevormd voor bijzondere omstandigheden. Het schap is bereid aan de uitvoering van de plannen mee te werken maar niet bereid om extra geld beschikbaar te stellen voor een calamiteitenfonds en een innovatiefonds.

Bij de berekening van het risico wordt alleen gerekend met kosten van bestrijding van hinderlijke waterplanten in vaarwateren die in eigendom c.q. beheer bij het Plassenschap zijn. Omdat het onzeker is of en in welke mate waterplanten in de eigendommen van het schap in de toekomst bestreden moeten worden, is niet bekend wat dit financieel voor het Plassenschap betekent. Als risico voor het schap ramen we, op basis van aannames een bedrag van € 40.000 Het Plassenschap heeft voor dit project in 2024, evenals in 2023, geen kosten gemaakt anders dan personele inzet en het reguliere vaarwegbeheer. 4. Rente Het rentepercentage voor nieuwe vaste geldleningen is in de begroting 2024 geraamd op 3%. Dit percentage is gebaseerd op een reële inschatting van de marktrente op het moment van afsluiten. Een rente van 1,0% hoger dan deze verwachting resulteert bij de een lening van 1 miljoen in een structureel risico van € 10.000 per jaar. De rente is in 2024 binnen dezeze 3% gebleven. Het geraamde risico zou zich niet hebben voorgedaan, als er een nieuwe geldlening zou zijn aangetrokken. Er is in 2024 echter geen nieuwe lening aangegaan. Voor de komende jaren zal fors worden geïnvesteerd, waarbij rekening is gehouden met een rentepercentage van 3,5%. Voor de komende 4 jaar wordt gemiddeld € 2.600.000 per jaar aan vreemd vermogen aangetrokken.

Het risico wordt voor de komende jaren geraamd € 26.000. 5. Klimaatverandering Een belangrijke tendens is te zien in de merkbare gevolgen van klimaatveranderingen voor de onderhoudsmaatregelen. Er moet rekening worden gehouden met de volgende aspecten: •

•

•

Langer groeiseizoen (waardoor extra maaibeurten nodig zijn), maar ook een korter snoeiseizoen daar bomen weer eerder uitlopen. Daardoor kan achterstand ontstaan in hakhout snoei en omdat te voorkomen moeten er soms ook snoeiwerk uitbesteed worden. Wateroverlast en droogte alsmede wind (storm) hierdoor raken oevers beschadigd alsmede de beschoeiingen. Ook meer kosten aan beplanting en beschoeiingen om de terreinen veilig te houden. Alsmede kosten aan water te geven om jonge aanplant te laten aanslaan Ontwikkeling van ziektes en invasieve exoten (o.a de ziekte essentaksterfte, die herplant en veilighouden terreinen noodzakelijk maken.. 14

Elk seizoen is anders en onderhoudswerkzaamheden zijn lastig te vergelijken per jaarschijf. Extra water en extra maaien zijn lastig te kwantificeren. Evenals in 2023, zijn er in 2024 in het werkgebied van het Plassenschap geen grote excessen geweest welke direct verband houden met klimaatverandering. 6. Marktwerking en kostenstijgingen onderhoud De prijzen zijn redelijk gestabiliseerd na een forse toename in de afgelopen jaren. De opgestelde beheerplannen zijn bepaald op basis van prijspeil 2023. Het CPB verwacht een normale stijging van de kosten in de komende jaren. Als prijsrisico ramen we 5% van het totale jaarlijkse onderhoudsbedrag excl. BTW zijnde € 28.000. 7. Uitkomsten inspecties MJOP en MJIP In 2023 heeft een complete inventarisatie van het gebied plaatsgevonden en zijn de daaruit volgende onderhouds- en vervangingsmaatregelen in en een nieuw opgesteld MJOP en MJIP vastgelegd. Deze plannen zijn door het bestuur vastgesteld. Er is sprake van achterstanden in het groot onderhoud, waarvoor een “voorziening groot onderhoud” is getroffen. In de periode 2024-2027 zullen de achterstanden in het groot onderhoud conform plan worden weggewerkt. Na deze periode zal een reguliere cyclus van groot onderhoud starten. Op basis van deze plannen uit het MJIP en MJOP zijn de risico’s op het gebied van groot onderhoud en vervangingsinvesteringen, zover ons nu bekend, weggenomen.

Het risico wordt nu PM geraamd. 8. Onvoorziene risico’s Naast bovengenoemde grote risico ’ s heeft onze gemeenschappelijke regeling te maken met kleinere risico’ s, zoals het illegaal dumpen van giftige afvalstoffen, niet verhaalbare vernielingen en wijzigingen in wetgeving met mogelijk financiële gevolgen. Deze worden niet afzonderlijk benoemd en gekwantificeerd, maar hiervoor wordt gedurende de meerjaren termijn een gelijkblijvend risicobedrag aangehouden van € 50.000.

15

Kengetallen De kengetallen geven inzicht in de financiële positie van het plassenschap.

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit

3.2.1

Jaarrekening 2023 118% 118% 14% n.v.t. 15% n.v.t.

Jaarrekening 2024 120% 120% 20% n.v.t. 21% n.v.t.

Netto schuldquote

Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van het plassenschap ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De netto schuldquote is hoog, maar met de deelnemers is afgesproken dat de basisvoorzieningen in het gebied op orde moet zijn, daar zijn vervangingsinvesteringen in de komende jaren bij nodig. Dit zal leiden tot een netto schuldquote hoger dan 130%. Zolang de deelnemers het nadelig saldo van het plassenschap betalen zal een hogere schuldquote niet tot financiële problemen leiden.

3.2.2

Solvabiliteitsratio

Dit kengetal drukt het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen uit. Hoe hoger het percentage hoe beter het plassenschap in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. In dit kengetal is het positieve resultaat 2024 in de vergelijking opgenomen. Zonder toevoeging van dit resultaat aan de algemene reserve is de solvabiliteitsratio aanzienlijk lager namelijk, geen 20% maar 12%.

3.2.3

Structurele exploitatieruimte

Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat gekeken wordt naar de structurele baten en de structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Door de lagere doorbelasting van personeelskosten is er een batig saldo over 2024 ontstaan. De lagere doorbelasting wordt veroorzaakt, doordat slechts een relatief kleine groep medewerkers zich heeft beziggehouden met de werkzaamheden m.b.t. het plassenschap.

3.3 Onderhoud kapitaalgoederen In 2023 is samen met een viertal adviesbureaus op basis van onder andere een tweetal schouwen en nadere inspecties, drie beheerplannen opgesteld. Het betreft het Beheerplan Areaal plassenschap Loosdrecht e.o. (voor de terreinen, eilanden en vaarwegen), het “Beheerplan Vastgoed” en het “Beheerplan Sluizen”. Daarnaast is er op basis van eerdere inspecties en kennis bij het huidige personeel een bureaustudie gedaan naar de staat van onderhoud van de beschoeiingen. Op basis van de hierboven genoemde beheerplannen en bureaustudies zijn de benodigde budgetten voor het Dagelijks Onderhoud (DO) en het Groot Onderhoud (GO) berekend en is een meerjareninvesteringsplan (MJIP >10 jaar) voor de vervangingsinvesteringen (VV) opgesteld. Op 6 september 2023 heeft het bestuur van Plassenschap Loosdrecht e.o. besloten om de beheerplannen en het meerjareninvesteringsplan (MJIP) als uitgangspunt te gebruiken voor het opstellen van het vierjarig Uitvoeringsplan en het vierjarig Financieel Perspectief. 16

Het vierjarig Uitvoeringsplan is een vervolg op het beheerplan Areaal plassenschap Loosdrecht en het MJIP en geeft inzicht in wat er in de komende vier jaar op de planning staat en wat de financiële gevolgen daarvan zijn. Het vierjarig Financieel Perspectief is een richtinggevend kader voor de begrotingen 2024-2027. Deze stukken zijn samen met de1e Begrotingswijziging 2024 op 13 december 2023 in concept vastgesteld en aan de deelnemers aangeboden voor zienswijzen. In maart 2024 zijn deze stukken definitief door het bestuur vastgesteld.

3.4 Financiering In het Treasurystatuut is het treasurybeleid opgenomen met daarin de producten, partijen en limieten, de treasury-organisatie met taken, bevoegdheden en verantwoordingsrelatie en de bijbehorende informatievoorziening, in totaliteit bedoeld ter beperking van te lopen risico’s.

3.4.1

Risicobeheer

Binnen de Wet FIDO zijn twee normen vermeld waaraan dient te worden voldaan. Het doel van deze normen is te voorkomen dat bij herfinanciering van de leningen bij (aanzienlijk) hogere rente grote schokken optreden in de hoogte van de rente die het plassenschap moet betalen. De normen beperken de budgettaire risico’s.

3.4.2

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet is een bedrag ter grootte van 8,2% van het totaal van de jaarbegroting 2024 bij aanvang van het jaar met als doel de kortlopende leningen te beperken. De kasgeldlimiet 2023 bedraagt 8,2% van € 3.093.900 zijnde € 253.700. In de praktijk is in 2024 geen kasgeld opgenomen.

3.4.3

Renterisiconorm

De renterisiconorm is een bedrag ter grootte van een percentage van het begrotingstotaal. Het doel van deze norm was en is het beperken van de gevolgen van een stijgende kapitaalmarktrente op de rentelasten van de organisatie. De norm stelt dat per jaar maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking mag komen voor verplichte aflossingen en renteherzieningen. De renterisiconorm bedraagt over 2024 € 2.500.000 (het minimum bedrag op grond van artikel 2 lid 3 van de Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden). Op de vaste geldleningen is een bedrag afgelost van € 251.913. Renteherziening op vaste schuld heeft niet plaatsgevonden.

3.5 Bedrijfsvoering Het onderhoud en beheer, de ontwikkeling, de bedrijfsvoering en handhaving en toezicht van het schap werd tot 1 januari 2023 uitgevoerd door de gemeenschappelijke regeling (GR) Recreatie MiddenNederland (RMN) in opdracht van de GR Plassenschap Loosdrecht e.o. Met ingang van 1-1-2023 is de gemeenschappelijke regeling van het Plassenschap aangepast, deze is omgevormd tot een bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO) met minder bevoegdheden dan de eerdere gemeenschappelijke regeling. Zo zijn de taken in het kader van verordeningen, vergunningverlening, toezicht en handhaving teruggegaan naar de gebiedsgemeenten Stichtse Vecht en Wijdemeren. Vanaf 1-1-2023 is R.M.N. gestopt met uitvoeren van deze taken en is de uitvoering overgenomen door de gemeente Wijdemeren. De door het personeel van de gemeente Wijdemeren uitgevoerde taken worden op basis van uren x tarief doorbelast aan het Plassenschap. Over het door te belasten uurtarief is voor 2024 een overheadpercentage toegerekend van 25,2%. Naast het uitvoeren van taken door personeel van de gemeente Wijdemeren worden veel externe partijen ingeschakeld voor de uit te voeren opdrachten als (groot)onderhoud en het verrichten van investeringen.

17

3.6 Verbonden partijen Niet van toepassing.

3.7 Grondbeleid Het Plassenschap Loosdrecht e.o. bezit totaal 660 hectare grond en water binnen het werkgebied. Deze bezittingen zijn op hoofdlijnen onder te verdelen in dagrecreatieterreinen (eilanden, Strook, Bosdijk etc.), de legakkers (Zuidelijke Kievitsbuurt e.d.), oeverlanden, sluizen, water en het recreatiecentrum Mijnden. Het schapsbeleid is er op gericht zijn terreinen zoveel mogelijk gratis en openbaar toegankelijk aan te bieden aan de recreant. Ruiling van percelen die tot verbetering van het algemeen nut zullen leiden, worden overwogen. Aankoop van grond is alleen aan de orde als verwerving ervan van belang is voor uitvoering van een project. De bestemming die de gemeenten, tot nog toe, aan de gronden hebben toegekend, biedt geen ruimte voor commerciële exploitatie. Alleen de grond waarop het recreatiecentrum Mijnden is gevestigd, is eeuwigdurend in erfpacht uitgegeven aan een exploitant. Op het terrein de Strook zijn twee opstalrechten verleend aan een horecaondernemer. Deze opstalrechtovereenkomsten worden één keer per 5 jaar verhoogd met het prijsindexcijfer over de afgelopen periode. Met deze horecaondernemer is verder een erfpachtovereenkomst met opstalrecht afgesloten inzake een woning op de strook.

18

JAARREKENING

4

Balans per 31 december 2024 (bedragen in €)

Hierna wordt via de balans met toelichting en het overzicht van baten en lasten met toelichting de financiële verantwoording afgelegd over het in jaar 2024 gerealiseerde beleid.

Activa (bedragen in €)

31-12-2024

31-12-2023

-

-

853.921

771.973

Subtotaal materiële vaste activa

5.713.688 6.567.609

4.825.250 5.597.223

Totaal vaste activa

6.567.609

5.597.223

Immateriële vaste activa Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief Subtotaal immateriële vaste activa Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut

Voorraden Gereed product en handelsgoederen Subtotaal voorraden

-

-

341.518 807.377

597.633 912.081

1.148.895

3.877 1.513.591

68.880

132.266

-

-

364.203 364.203

387.219 387.219

Totaal vlottende activa

1.581.978

2.033.077

Totaal activa

8.149.587

7.630.300

Uitzettingen rentetypische looptijd < 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist Rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen Overige vorderingen Subtotaal uitzettingen rentetypische looptijd < 1 jaar Liquide middelen Kas- en banksaldi Overlopende activa - Overige Nederlandse overheidslichamen Overige overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Subtotaal overlopende activa

19

Passiva (bedragen in €)

31-12-2024

31-12-2023

Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserves Gerealiseerd resultaat Subtotaal eigen vermogen

486.783 525.253 628.578 1.640.613

57.919 593.774 428.864 1.080.557

Voorzieningen Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt (egalisatievoorziening) Subtotaal voorzieningen

1.304.769 1.304.769

1.179.800 1.179.800

3.657.372 -

3.909.285 -

3.657.372

3.909.285

Totaal vaste passiva

6.602.754

6.169.642

Netto vlottende schulden Overige schulden Subtotaal netto vlottende schulden

1.192.604 1.192.604

953.933 953.933

350.839

503.334

3.390 354.229

3.390 506.725

Totaal vlottende passiva

1.546.833

1.460.658

Totaal passiva

8.149.587

7.630.300

Vaste schulden Onderhandse leningen van: - binnenlandse banken en overige financiële instellingen Waarborgsommen Vooruitontvangen bedragen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Subtotaal vaste schulden

Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren; - Overige Nederlandse overheidslichamen Overige vooruitontvangen bedragen Subtotaal overlopende passiva

20

5

Overzicht van baten en lasten (bedragen in €)

Programma

Lasten Programma 1 Beheer & onderhoud Programma 2 Toezicht en handhaving (vervallen) Programma 3 Ontwikkeling Programma 4 Exploitatie Programma 5 Algemene dekkingsmiddelen en overhead, te onderscheiden in: - Overhead - Bedrag onvoorzien Totaal lasten

Realisatie 2023 Begroting 2024 Realisatie 2024

1.389.350 70.914 599.784

2.435.900 -

2.027.978 -

Afwijk ing begroting realisatie (407.922) -

419.448 419.448 2.479.496

658.000 654.900 3.100 3.093.900

434.885 434.885 2.462.862

(223.115) (220.015) (3.100) (631.038)

1.389.350

2.367.400

2.347.552

(19.848)

Baten Programma 1 Beheer & onderhoud Programma 2 Toezicht en handhaving (vervallen) Programma 3 Ontwikkeling Programma 4 Exploitatie Programma 5 Algemene dekkingsmiddelen en overhead, te onderscheiden in: - Overhead - Bedrag onvoorzien Totaal baten Saldo van baten en lasten

2.393 599.784

-

-

-

848.312 848.312 2.839.839 360.343

658.000 658.000 3.025.400 (68.500)

675.389 675.389 3.022.940 560.078

Mutaties reserves Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Totaal mutaties reserves

2.393 70.914 68.521

2.400 70.900 68.500

2.400 70.900 68.500

-

Gerealiseerd resultaat

428.864

-

628.578

628.578

17.388 17.389 (2.460) 628.578

21

6

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

6.1 Inleiding De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).

6.2 Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. De doorbelasting van de personeelslasten vindt plaats, vanuit de gemeente Wijdemeren, op basis van het aantal gewerkte uren x het van toepassing zijnde uurtarief. Over de uitkomst, uren x tarief, wordt voor 2024 een overheadpercentage gerekend van 25,2%. Het aantal gewerkte uren is bepaald op basis van tijdschrijven. Het uurtarief dat voor 2024 is toegepast is het tarief dat is vastgelegd in de publicatie “Handleiding Overheids Tarieven 2024”. Het bestuur heeft het normenkader voor de jaarrekening 2024 vastgesteld.

In dit normenkader is opgenomen welke externe wet- en regelgeving van toepassing is bij de controle op de jaarrekening en aan welke interne regelgeving moet worden getoetst.

6.3 Vaste activa 6.3.1

Immateriële vaste activa

De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. De kosten van onderzoek en ontwikkeling worden in 5 jaar afgeschreven. De afschrijving van de geactiveerde kosten onderzoek en ontwikkeling vangt aan bij ingebruikname van het gerelateerde materiële vaste actief. Momenteel zijn er geen immateriële vaste activa.

6.3.2

Materiële vaste activa

6.3.2.1 Algemeen Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak die aan de vervaardiging van het actief worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze kosten worden geactiveerd. 6.3.2.2 Investeringen met economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht.

22

De volgende afschrijvingspercentages worden gehanteerd: ACTIEF Grond en water Bouwkundige werken Beschoeiing Bedrijfsgebouwen Machines, apparaten en installaties Vervoermiddelen Overige vaste activa

PERCENTAGE 0% 2,5% - 20% 2,5% - 4% 2,5% - 8,33% 5% - 20% 3,33% - 20% 5% - 20%

6.4 Vlottende activa 6.4.1

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

6.4.1.1 Vorderingen De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid wordt een voorziening in mindering gebracht. De mogelijke voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. 6.4.1.2 Liquide middelen en overlopende activa De liquide middelen en overlopende activa worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

6.5 Vaste passiva 6.5.1

Eigen vermogen

Het eigen vermogen kent geen eigenstandige waardering. Feitelijk vormt het eigen vermogen de resultante van alle overige in de balans opgenomen posten, die wel een eigenstandige waardering kennen.

6.5.2

Voorzieningen

Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De voorzieningen ter egalisering van kosten stoelen op een actuele meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud. Voor het achterstallig onderhoud is een voorziening getroffen. Op basis van het in september vastgestelde plan groot onderhoud worden in de periode 2024-2027 groot onderhoud uitgevoerd. De vorming van voorziening, dan wel een dotatie aan de reeds bestaande voorziening, is als een last in het betreffende boekjaar verantwoord. Alle aanwendingen aan voorzieningen zijn rechtstreeks ten lasten van de voorziening gebracht en in het verslagjaar niet ten laste van de exploitatie verantwoord.

6.5.3

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer

Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer.

23

6.6 Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

6.7 Grondslagen voor de rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid van de Commissie BBV van november 2023. Dat betekent dat: • De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten en balansmutaties; • De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: - Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals door het bestuur is vastgesteld; - Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het algemeen bestuur zijn gemeld. - Ten aanzien van het M&O criterium is binnen LSD vooralsnog geen nota M&O beleid opgesteld.

Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. •

De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2023 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: - Een verantwoordingsgrens van 3% van de totale lasten van LSD inclusief de dotaties aan de reserves (zijnde € 92.817) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; - Een rapporteringstolerantie van € 10.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.

24

7

Toelichting op de balans per 31 december 2024

7.1 Vaste activa 7.1.1

Immateriële vaste activa

De immateriële vaste activa bestaan uit de volgende onderdelen: Boekwaarde per 31-12-2024 Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief Bijdragen aan activa in eigendom van derden Totaal

Boekwaarde per 31-12-2023

-

-

Onderstaand overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de immateriële vaste activa weer: Boekwaarde per 31-12-2023 Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald Bijdragen aan activa in eigendom van derden Totaal

Investeringen

Des-investeringen Afschrijvingen

Bijdragen van derden

Duurzame Boekwaarde per waarde31-12-2024 verminderingen

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

In 2024 zijn geen investeringen in immateriële vaste activa gedaan.

7.1.2

Materiële vaste activa

De materiële vaste activa bestaan uit de volgende onderdelen:

Investeringen met een economisch nut Waarvan in erfpacht uitgegeven Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven

Boekwaarde per 31-12-2024 853.921 -

-

Boekwaarde per 31-12-2023 771.973 -

-

Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut Totaal

5.713.688 6.567.609

4.825.250 5.597.223

25

Gronden en terreinen Waarvan in erfpacht uitgegeven Woonruimten Bedrijfsgebouwen Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties Overige materiële vaste activa Totaal

Boekwaarde per 31-12-2024

Duurzame waarde-verminderingen

Bijdragen van derden

Afschrijvingen

Desinvesteringen

Investeringen

Boekwaarde per 31-12-2023

Onderstaand overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met economisch nut weer:

407.753 -

-

-

-

-

-

407.753 -

36.658 256.304 63.258 8.000 771.973

116.349 116.349

-

1.866 15.606 15.404 1.525 34.401

-

-

34.792 240.698 164.203 6.475 853.921

De belangrijkste investeringen in materiële vaste activa met economisch nut in 2024 betreffen: Omschrijving Investering 2024 Aanschaf Deutz 81.500 Deel investering werkschip 34.849 Totaal 116.349

Gronden en terreinen Woonruimten Bedrijfsgebouwen Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties Overige materiële vaste activa Totaal

549.721 38.957

-

4.192.436 1.168 42.969 4.825.250

580.153 466.428 1.046.581

-

-

Boekwaarde per 31-12-2024

Duurzame waarde-verminderingen

Bijdragen van derden

Afschrijvingen

Des-investeringen

Investeringen

Boekwaarde per 31-12-2023

Onderstaand overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met maatschappelijk nut weer:

9.739

-

-

549.721 29.218

136.790 598 11.016 158.143

-

-

4.635.798 570 498.381 5.713.688

26

De belangrijkste investeringen met maatschappelijk nut in 2024 zijn: Omschrijving Vervangen beschoeiing Strook 2024 Remmingswerken Mijndense Sluis en gemaal Vervangen damwand Weer Vaste picknicksets Totaal

Investering

545.647 193.001 273.193

34.740 1.046.581

7.2 Vlottende activa 7.2.1

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

De uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar zijn als volgt onderverdeeld:

Vorderingen op openbare lichamen Verstrekte kasgeldleningen aan openbare lichamen Overige verstrekte kasgeldleningen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist Rekening-courantverhouding met het Rijk Rekening-courantverhoudingen met nietfinanciële instellingen Uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier Overige vorderingen Overige uitzettingen Totaal

Voorziening Uitzetting per oninbaarheid 31-12-2024 341.518

Boekwaarde per Uitzetting per Voorziening Boekwaarde per 31-12-2024 31-12-2023 oninbaarheid 31-12-2023 341.518 601.510 597.633

807.377

807.377

-

-

-

-

1.148.895

-

1.148.895

912.081 -

-

912.081 -

3.877 1.517.467

-

3.877 1.513.590

7.2.1.1 Vorderingen op openbare lichamen De vorderingen op openbare lichamen bestaan uit openstaande debiteuren betreffende diverse gemeenten en de provincie Utrecht. Gelet op de aard van de vorderingen wordt het niet noodzakelijk geacht een voorziening voor oninbaarheid te vormen. 7.2.1.2 Uitzettingen in ‘s Rijks schatkist Op balansdatum heeft h e t P l a s s e n s c h a p geen overtollige middelen boven de drempel van het schatkistbankieren in het kader van de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF). De middelen boven de drempel dienen in de schatkist van het Rijk worden aangehouden. Op balansdatum staat € 807.377 op de rekening van het schatkistbankieren. Deze middelen staan ter vrije beschikking aan het Plassenschap. In principe dienen alle overtollige middelen in de schatkist te worden aangehouden. Er is echter een aantal uitzonderingen, zoals het drempelbedrag. Dit is een minimumbedrag afhankelijk van de omvang van de organisatie dat gemiddeld per kwartaal buiten de schatkist mag worden gehouden. Voor het Plassenschap was dat voor 2024 € 1.000.000. Voor organisaties met een begrotingstotaal kleiner dan € 500 mln. bedraagt de drempel € 1.000.000. Het Plassenschap heeft met de BNG de afspraak gemaakt dat een aanzienlijk lager saldo op de reguliere betaalrekening automatisch dagelijks wordt afgeroomd naar de schatkist.

27

In onderstaande tabel is te zien wat de benutting van het drempelbedrag schatkistbankieren gedurende de vier kwartalen 2024 is geweest: Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) (1)

Drempelbedrag

(2)

(3a) = (1) > (2) (3b) = (2) > (1)

Verslagjaar 1000 Kwartaal 1 Kwartaal 2

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag

Kwartaal 3

Kwartaal 4

37

141

129

79

963

859

871

921

-

-

-

(1) Berekening drempelbedrag (4a) (4b)

(4c)

Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat

Verslagjaar 3.094 3.094

(1) = (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van €1.000.000 als het begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. En als begrotingstotaal groter dan € 500 miljoen is is het drempelbedrag Drempelbedrag 1.000 gelijk aan € 10 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat. (2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1

(5a)

(5b) (2) - (5a) / (5b)

Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) Dagen in het kwartaal Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

3.330

12.865

11.842

7.290

90

91

92

92

37

141

129

79

Uit de tabel blijkt dat geen sprake is van een overschrijding van het drempelbedrag gedurende 2024. 7.2.1.3 Overige vorderingen De overige vorderingen bestaan uit de volgende bedragen. Er is geen voorziening voor dubieuze debiteuren gevormd.

Overige vorderingen Totaal

Boekwaarde per Boekwaarde per 31-12-2024 31-12-2023 3.877 -

3.877

28

7.2.2

Liquide middelen

Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen en zijn als volgt te specificeren:

Banksaldi Kassaldi Totaal

7.2.3

Boekwaarde per 31-12-2024 68.628 252 68.880

Boekwaarde per 31-12-2023 131.585 682 132.266

Overlopende activa

De overlopende activa bestaan uit de volgende onderdelen: Boekwaarde per 31-12-2024 De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen van: - Europese overheidslichamen - Het Rijk - Overige Nederlandse overheidslichamen Nog te ontvangen bedragen Vooruitbetaalde bedragen Totaal

346.685 17.518 364.203

Boekwaarde per 31-12-2023

361.450 25.770 387.219

29

7.3 Eigen vermogen Het eigen vermogen van het Plassenschap wordt gevormd door de reserves en het rekeningresultaat. Het eigen vermogen bestaat uit de volgende onderdelen:

Reserve

Algemene reserve Subtotaal algemene reserve Bestemmingsreserve Oostelijke Vecht en plassen Totaal bestemmingsreserves Gerealiseerd resultaat Totaal

Saldo per

Toevoegingen en Saldo per onttrekkingen uit hoofde van het voorgaande boekjaar

31-12-2023

1-1-2024

57.919 57.919 593.774

428.864 428.864

593.774 651.693

428.864

Toevoegingen bij Onttrekkingen bij het Verminderingen in het overzicht van overzicht van baten en verband met baten en lasten lasten in de afschrijvingen op in de jaarrekening activa jaarrekening

Saldo per

31-12-2024

486.783 486.783 593.774 € 593.774 1.080.557

2.393

2.393 628.578 630.971

70.914

-

486.783 486.783 525.253

70.914

-

70.914

-

525.253 628.578 1.640.613

31

7.3.1

Bestemmingsreserve Oostelijke Vecht en plassen

Deze reserve is ontstaan als gevolg van deelname aan het Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen. Het Plassenschap is hiermee een verplichting aangegaan van in totaal € 906.000, hetgeen conform een vastgesteld kasritme voldaan moet worden. In 2023 is heeft er conform begroting een onttrekking plaatsgevonden van € 70.914.

7.4 Voorzieningen De voorzieningen zijn als volgt te specificeren: Voorziening

Saldo per 31-12-2023

Voorziening egalisatie onderhoud Totaal egalisatievoorzieningen Totaal

7.4.1

1.179.800 1.179.800 1.179.800

Toevoegingen

Ten gunste van de Aanwendingen rekening van baten en lasten vrijgevallen 212.200 87.231 212.200 87.231 212.200 87.231

Saldo per 31-12-2024

1.304.769 1.304.769 1.304.769

Voorziening egalisatie onderhoud

In 2023 heeft een inventarisatie van de staat van onderhoud van het gebied plaatsgevonden, om zo inzicht te krijgen in de omvang van de achterstanden van het groot onderhoud aan de eigendommen van het Plassenschap. Tevens zijn de vervangingsinvesteringen meerjarig in kaart gebracht en is bepaald hoeveel budget nodig is voor het reguliere dagelijkse onderhoud. Deze inventarisaties zijn nader uitgewerkt in een beheerplan onderhoud, een meerjarenplan groot onderhoud (MJOP) en een meerjaren investeringsplan (MJIP). In de nieuwe gemeenschappelijke regeling staat dat er een 4-jarig uitvoeringsplan moet worden opgesteld. In het uitvoeringsplan 2024-2027 is weergegeven in welke jaarschijf van de periode 2024-2027 de achterstanden in het groot onderhoud worden weggewerkt om zo de basis op orde te hebben. Inclusief de verwachte inflatie in de periode 2024-2027 is een bedrag voor groot onderhoud nodig van afgerond € 1.304.769. In deze rekening bedraagt de dotatie groot onderhoud € 212.200. Met deze dotatie wordt het benodigde bedrag voor deze voorziening bereikt. Vanaf 2024 wordt gestart met de opbouw van een voorziening groot onderhoud voor de periode vanaf 2028.Het jaarlijks te doteren bedrag is berekend op € 212.200 (prijspeil 2023).

32

7.5 Vaste schulden De vaste schulden zijn als volgt te specificeren: Boekwaarde per 31-12-2024 -

Obligatieleningen Onderhandse leningen van: - binnenlandse pensioenfondsen en verzekeringsinstellingen

Boekwaarde per 31-12-2023 -

-

-

- binnenlandse banken en overige financiële instellingen 3.657.372 -

- binnenlandse bedrijven - openbare lichamen - overige binnenlandse sectoren - buitenlandse instellingen, fondsen, banken, bedrijven en overige sectoren Door derden belegde gelden: Waarborgsommen Vooruitontvangen bedragen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Totaal

3.909.285 -

-

-

-

-

3.657.372

3.909.285

Boekwaarde per 31-12-2024 -

Rentelast 2024

Het verloop van de vaste schulden gedurende het jaar was als volgt:

Obligatieleningen Onderhandse leningen van: - binnenlandse pensioenfondsen en verzekeringsinstellingen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15657843/1