CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a - Toelichting

Gecombineerde commissie 5 juli 2023, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Commissievoorstel Bestemmingsplan Meenthof14.758 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toelichting bestemmingsplan ‘Meenthof 1e fase’ d.d. 30 mei 2023

1

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

1.1.

Aanleiding

1.2.

Ligging plangebied

2.

Situatie

2.1

Huidige situatie

2.2

Toekomstige situatie

3.

Beleidskader

3.1

Algemeen

3.2

Rijksbeleid

3.3

Provinciaal beleid

3.4

Regionaal beleid

3.5

Gemeentelijk beleid

4.

Planologische en milieutechnische randvoorwaarden

4.1

Verkeer en parkeren

4.2

Bodem

4.3

Cultuurhistorie en archeologie

4.4

Water

4.5

Natuur

4.6

Geluid

4.7

Luchtkwaliteit

4.8

Externe veiligheid

4.9

Bedrijven en milieuzonering

4.10

M.e.r.-beoordeling

2

5.

Juridische vormgeving

5.1

Algemeen

5.2

Opzet van de regels

5.3

Beschrijving per bestemming

6.

Uitvoerbaarheid

6.1

Economische uitvoerbaarheid

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Bijlagen Bijlage 1. Herinrichting openbaar gebied De Meenthof Bijlage 2. Ladderonderbouwing, RHO adviseurs d.d. 17 maart 2023 Bijlage 3. Verkeersonderzoek De Meenthof, Goudappel d.d. 16 mei 2023 Bijlage 4. Verkennend bodemonderzoek, Econsultancy d.d. 27 augustus 2021 Bijlage 5. Watertoets, Econsultancy d.d. 25 mei 2023 Bijlage 6. Quickscan Wet natuurbescherming, incl. stikstofdepositie, Econsultancy d.d. 10 september 2021, actualisatie stikstof 19 mei 2023 Bijlage 7. Aanvullend ecologisch onderzoek, Econsultancy d.d. 27 maart 2023 Bijlage 8. Onderzoek naar wegverkeerslawaai, Peutz d.d. 26 mei 2023 Bijlage 9. Notitie luchtkwaliteit, Peutz d.d. 28 oktober 2021 Bijlage 10. Akoestisch onderzoek supermarkt, Peutz d.d. 26 mei 2023 Bijlage 11. Verslagen omgevingsdialoog

3

1. Inleiding 1.1

Aanleiding

Winkelcentrum De Meenthof is centraal gelegen in de dorpskern van Kortenhoef. Hoewel het ‘historische centrum’ van Kortenhoef buiten de huidige kern ter hoogte van de ’s Gravenlandsche Vaart en de Kortenhoefse Dijk ligt, is daarvan geen sprake meer en heeft winkelcentrum De Meenthof een belangrijke positie gekregen. In de huidige situatie kent het winkelcentrum een kwetsbare kwaliteit. Hoewel de openbare ruimte recent is ingericht, is de bebouwing ouder en de presentatie matig. Bovendien is de bevoorrading van de twee supermarkten lastig. Het sterker positioneren van het winkelcentrum wordt bereikt door een ontwikkeling die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt in het noordwestelijke deel van het winkelcentrum waarin de Albert Heijn is gevestigd. Het bouwplan voegt ‘voorkanten’ toe aan dit deel van het winkelcentrum en er is gelijktijdig aanleiding om de openbare ruimte rondom het nieuwbouwplan een kwaliteitsimpuls te geven. Met het voorgenomen bouwplan wordt het winkelcentrum uitgebreid en er worden (boven)woningen gerealiseerd aan de Kerklaan en de Hoflaan. Hiertoe wordt een deel van de aanwezige bebouwing gesloopt. Het betreft het voormalige multifunctioneel centrum De Dobber, nu in gebruik bij de kledingbank, aan de zijde van de Kerklaan (bruine vlak op afbeelding 2).

Een klein deel van deze gronden wordt toegevoegd aan het openbaar gebied (zie rode contour op afbeelding 2).

Afbeelding 1. Situatie nieuwbouw

1.2

Afbeelding 2. Uitsnede huidige verbeelding

Ligging plangebied

Kortenhoef ligt ten westen van Hilversum en ten noordoosten van het plassengebied aan de rand van het Groene Hart. Kortenhoef is, na Nieuw-Loosdrecht, de grootste kern van de gemeente Wijdemeren en is gelegen in veenweidegebied, te midden van natuur- en recreatiegebied. Aan de oostzijde liggen de landgoederen van de kern 's-Graveland. Het winkelcentrum is centraal gelegen in de dorpskern van Kortenhoef en ligt aan de Kerklaan. Aan de oostzijde ligt de Curtevenneweg en aan de zuidzijde de Dodaarslaan. Aan de westzijde van het plangebied bevindt zich de Hoflaan. Het plangebied betreft het noordwestelijke deel van het winkelcentrum. 4

Afbeelding 3. Luchtfoto Kortenhoef, de rode button is de locatie van plangebied (ondergrond: luchtfoto ruimtelijkeplannen.nl).

Afbeelding 4. Locatie plangebied (ondergrond: luchtfoto ruimtelijkeplannen.nl)

Afbeelding 5. Begrenzing plangebied (ondergrond: luchtfoto Google Maps)

5

2.

Situatie

2.1

Huidige situatie

Het winkelcentrum is centraal gelegen in de dorpskern van Kortenhoef. Hoewel vanuit historisch perspectief het ‘oude centrum’ ter hoogte van de ’s Gravenlandsche Vaart en Kortenhoefse Dijk ligt, heeft in de loop der tijd het winkelcentrum een belangrijke positie gekregen. In de huidige situatie kent het winkelcentrum een kwetsbare kwaliteit. Hoewel de openbare ruimte recent is vernieuwd, is de bebouwing ouder en de presentatie matig. Bovendien is de bevoorrading van de twee supermarkten lastig. De openbare ruimte rondom het winkelcentrum is verouderd. Het winkelcentrum is gebouwd in de jaren 70 van de vorige eeuw. In de jaren erna is het winkelcentrum stapsgewijs uitgebreid. Daardoor kan men spreken van een diffuus en onsamenhangend beeld qua architectuur. De variatie in gevels is groot en de inrichting van parkeerterreinen divers. Daarnaast is het winkelcentrum naar binnen gekeerd. Daardoor is er met name aan de zijde van de Hoflaan sprake van een minder representatieve achterkant (zie afbeelding 6).

Afbeelding 6. Achterzijde winkelcentrum, vanaf Hoflaan gezien(bron: streetview Google)

2.2

Toekomstige situatie

De ambitie voor het winkelcentrum is om het ruimtelijk sterker te positioneren in het dorp. Dit wordt bereikt door het toevoegen van programma, herinrichting van de openbare ruimte en het maken van nieuwe gevels. De binnenzijde van het winkelcentrum is door een upgrade van de inrichting van de openbare ruimte reeds sterk verbeterd. Het nieuwe programma bestaat uit het toevoegen van woningen en winkelruimte. Er wordt ruimte geboden aan een supermarkt die voldoet aan de wensen die gebruikers in deze tijd aan een supermarkt stellen. De bouwhoogte van de uitbreiding bedraagt 12 meter, net als de andere zijden waar bovenwoningen aanwezig zijn. De nieuwe bebouwing is op de openbare ruimte georiënteerd. Aan de Hoflaan worden de 15 levensloopbestendige woningen op een plint gebouwd. In de halfverdiepte bouwlaag komen bergingen voor de woningen en de personeelsruimte van de supermarkt. Op deze wijze is er geen achtergevel van het winkelcentrum aan de straat zichtbaar. De 6

woningen op de eerste bouwlaag hebben hun entree aan de straatzijde, de woningen op de verdiepingen via een galerij aan de achterzijde. Deze galerij is te betreden vanaf de bestaande opgang in de zuidwesthoek van het gebouw en een nieuwe entree aan de Kerklaan. Aan de zijde van de Kerklaan worden een winkelruimte en een magazijn gerealiseerd. Op de verdieping komen 8 appartementen. Het laden en lossen voor de vernieuwde Albert Heijn zal op grofweg dezelfde plek plaatsvinden als in de huidige situatie, maar dan met een inpandige laad- en losplaats. De huidige entrees naar het openbaar gebied van het winkelcentrum worden in stand gehouden. Aan de zijden waar men het winkelgebied kan betreden, krijgt het winkelgebied een meer toegankelijke uitstraling en wordt het gebied beter ingericht voor de fietser en voetganger. Bij herinrichting van de openbare ruimte rondom het winkelcentrum dient zich een aantal kansen aan. Er kunnen meer parkeerplekken worden gerealiseerd door optimalisatie van de ruimte. Er ontstaat ruimte om groen- en bomenstructuren toe te voegen en aan te laten sluiten op de reeds aangepaste openbare ruimte in het winkelcentrum. Het laden en lossen van de Albert Heijn zal inpandig en veiliger plaatsvinden dan in de huidige situatie.

Afbeelding 7: Impressie zicht op de nieuwbouw hoek Kerklaan – Hoflaan

De ruimtelijke kwaliteit wordt verbeterd door het slopen van De Dobber en het plaatsen van nieuwbouw met representatieve gevels die stedenbouwkundig aansluiten op de omgeving.

Verkeer en parkeren Onderdeel van de ontwikkeling is het doortrekken van de Hoflaan voor gemotoriseerd verkeer naar de Kerklaan. De aansluiting op de Kerklaan wordt gecombineerd met de toegang tot het interne laad- en losdock. Goudappel heeft hiervoor onderzoek uitgevoerd en onder andere gekeken naar de effecten hiervan op het gebied van verkeersveiligheid, routering en doorstroming. In paragraaf 4.1 van deze toelichting wordt hier nader op ingegaan. Het doortrekken van de Hoflaan is op grond van het vigerende bestemmingsplan al mogelijk. De openbare ruimte aansluitend aan de nieuwbouw wordt heringericht waarbij de beschikbare ruimte efficiënter wordt ingericht. Dit wordt bereikt door het terugleggen van de gevel aan de zijde van de Kerklaan ontstaat ruimte om ook daar aan twee zijden te parkeren. Door de ontwikkeling van 7

15 woningen aan de Hoflaan zal de openbare ruimte opnieuw worden ingericht met voldoende ruimte voor parkeren. De parkeerplaatsen worden aan de zijde van de nieuwbouw aangelegd. De ruimte voor de huidige entree tot het winkelcentrum aan de Kerklaan wordt autovrij en groener gemaakt door de parkeervelden ter weerszijden te voorzien van een groene omranding. Hieronder is het inrichtingsplan in klein formaat opgenomen. In bijlage 1 is een grote kaart van dit inrichtingsplan opgenomen.

Afbeelding 8: Inrichtingsplan

.

8

3.

Beleidskader

3.1

Algemeen

In een groot aantal, nationale, provinciale, regionale en gemeentelijke plannen en besluiten worden randvoorwaarden en uitgangspunten vermeld die van belang kunnen zijn voor het gebied. In de navolgende paragrafen wordt in het kort ingegaan op de plannen en besluiten, voor zover deze van belang zijn voor onderhavig plan.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI), die op 11 september 2020 is vastgesteld, is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is hiermee geheel komen te vervallen. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan periodes van droogte, afgewisseld met extreme regenval, de zeespiegelstijging, de overgang naar duurzame energie en de ruimte die nodig is voor windmolens en zonnepanelen. Of de bouw van 1 miljoen nieuwe woningen om het woningtekort op te lossen, de groei en het bereikbaar houden van steden en plekken voor distributiecentra. Denk ook aan het versterken van onze natuur en biodiversiteit, het behoud van het landschap en de vitaliteit van de landbouw. Dit zijn voorbeelden van grote, ingewikkelde opgaven. Deze opgaven kunnen niet meer apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. Het Rijk geeft met de NOVI richting aan de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. De vier prioriteiten betreffen: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel. 3.

Sterke en gezonde steden en regio’s. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid moeten worden gemaakt. De NOVI gebruikt bij het maken van keuzes drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 3. Afwentelen wordt voorkomen. Beoordeling en conclusie In de NOVI zijn geen specifieke voorwaarden opgenomen voor het plangebied. Zo lang er geen sprake is van een nationaal belang zal het Rijk de beoordeling en uitvoering van ontwikkelingen dus aan de provincies en gemeenten overlaten. De uitgangspunten, die voorheen in de SVIR stonden, zijn juridisch verankerd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). In het Barro is aangegeven welke gebieden, of projecten, van nationaal belang zijn en aanvullende toetsing behoeven. 9

Om te bepalen of sprake is van strijdigheid met de belangen uit de NOVI dient daarom verder te worden getoetst aan het Barro. 3.2.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Ten behoeve van de bescherming van de in de NOVI genoemde nationale belangen, worden in het Barro algemene regels voorgeschreven die bindend zijn voor de lagere overheden als provincie en gemeente. In het Barro worden de kaderstellende uitspraken uit de NOVI bevestigd. De Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) geeft uitwerking aan enkele bepalingen in het Barro. Doel van het Barro is om onderwerpen uit de NOVI te verwezenlijken, dan wel te beschermen. Het gaat hierbij onder meer om de volgende onderwerpen: rijksvaarwegen, kustfundament, grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, defensie, ecologische hoofdstructuur, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied. Geen van deze nationale belangen speelt een rol binnen de begrenzing van het plangebied. 3.2.3

De ladder voor duurzame verstedelijking

Vraaggericht programmeren en realiseren van verstedelijking door provincies, gemeenten en marktpartijen is nodig om groei te faciliteren, te anticiperen op stagnatie en krimpregio's leefbaar te houden. Ook dient de ruimte zorgvuldig te worden benut en overprogrammering te worden voorkomen. Om beide te bereiken is een ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Per 1 juli 2017 is de ladder gewijzigd, waardoor artikel 3.1.6 lid 2 Bro aangeeft dat: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” Woningen Met dit plan wordt de ontwikkeling van 23 woningen mogelijk gemaakt. Het plangebied ligt binnen bestaand stedelijk gebied, zodat alleen een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling nodig is. Zoals in het woonakkoord is te lezen (zie ook paragraaf 3.4.2) is er in de regio een grote behoefte aan woningen. De behoefte tot 2040 bedraagt 11.500 woningen. Het voorgenomen bouwplan voorziet in nieuwe woningen en past daarmee binnen de behoefte.

Detailhandel Wanneer een bestemmingsplan voorziet in een planologische uitbreiding van meer dan 500 m² bruto vloeroppervlak (bvo) aan detailhandel wordt dit aangemerkt als stedelijke ontwikkeling. De ontwikkeling bestaat uit een uitbreiding van de Albert Heijn in combinatie met de verplaatsing van dagwinkels en wordt daarom aangemerkt als ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’, zoals bedoeld in de ladder. In de ladderonderbouwing d.d. 17 maart 2023 van RHO adviseurs is de kwalitatieve behoefte aan uitbreiding van Albert Heijn in beeld gebracht. Hierin is de dagelijkse goederensector in het verzorgingsgebied geanalyseerd en de positionering van Albert Heijn binnen de supermarktsector. 10

Tevens is de kwantitatieve behoefte in beeld gebracht door middel van een distributieplanologische marktanalyse en zijn de ruimtelijke effecten in beeld gebracht. Tot slot is de beoogde uitbreiding getoetst aan het vigerende beleid en is een locatieafweging gemaakt. Geconcludeerd is dat er behoefte is aan uitbreiding van het dagelijks winkelaanbod in Kortenhoef. De huidige Albert Heijn is aan de kleine kant en kan met een uitbreiding beter voldoen aan de wensen van de moderne consument. De supermarkt is na uitbreiding weer toekomstbestendig. De consument heeft behoefte aan een zo compleet mogelijk dagelijks winkelaanbod op aanvaardbare afstand, op een centrale locatie. In het distributieplanologisch onderzoek wordt daarbij geconcludeerd dat er geen onaanvaardbare effecten op het dagelijks winkelaanbod worden verwacht. De ontwikkeling betreft onder andere een uitbreiding van een bestaande supermarkt en kwalitatieve versterking van het dagelijks winkelaanbod. Het provinciale, regionale en gemeentelijke detailhandelsbeleid is gericht op de versterking van de bestaande winkelstructuur en concentratie van detailhandel in bestaande winkelgebieden. De beoogde ontwikkeling sluit daarbij aan. Geconcludeerd wordt dat de beoogde ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking. Met de ontwikkeling is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik.

De ladderonderbouwing van RHO adviseurs is als bijlage 2 bij de toelichting gevoegd.

3.2.4

Conclusie

Op basis van de beschrijving van de van belang zijnde rijksbeleidsnota's kan geconcludeerd worden dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met het rijksbeleid.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Noord-Holland 2050

Op 19 november 2018 hebben Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2040, het Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan, het Milieubeleidsplan 2015-2018, de Watervisie 2021 en de Agenda Groen. De hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is het relatief hoge welvaarts- en welzijnsniveau vasthouden door te richten op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. Een economisch vitale provincie draagt bij aan het welzijn, en een leefbare provincie draagt bij aan economische vitaliteit. De provincie staat voor een gezonde en veilige leefomgeving, goed voor mens, plant en dier, en daarmee ook goed voor het economisch vestigingsklimaat binnen de provincie. Dit evenwicht staat ten dienste van duurzame ontwikkeling: toekomstige generaties moeten ook profiteren van de keuzes die nu gemaakt worden. De sturingsfilosofie is het principe 'lokaal wat kan, regionaal wat moet'. Hierbij wordt rekening gehouden met de diversiteit aan regio's, om ruimte te bieden aan maatwerk en om vorm te kunnen geven aan een wendbare samenleving. Hierbij staat de opgave centraal.

Dat bepaalt de wijze van sturing en samenwerking. 11

Onder de hoofdambitie zijn voor drie aspecten samenhangende ambities geformuleerd: Leefomgeving • •

•

Klimaatverandering: een klimaat bestendig en waterrobuust Noord-Holland. Stad, land en infrastructuur worden klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. Gezondheid en veiligheid: het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Dit betreft bodem, water, lucht, omgevingsveiligheid, geluidbelasting en (ontwikkelingen in) de ondergrond. Biodiversiteit en natuur: de biodiversiteit in Noord-Holland vergroten, ook omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt.

Gebruik van de leefomgeving •

•

•

•

Economische transitie: een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor. De provincie biedt ruimte aan ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten. Wonen en werken: vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming laten zijn. Woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Mobiliteit: inwoners en bedrijven van Noord-Holland kunnen zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden. Landschap: het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie.

Energietransitie •

De ambitie van de provincie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal is en gebaseerd is op hernieuwbare energie.

In het Visiedeel zijn de ambities uitgewerkt in zogenaamde samenhangende bewegingen naar de toekomst. In die bewegingen hanteert de provincie meerdere ontwikkelprincipes. Deze ontwikkelprincipes geven houvast naar de toekomst toe omdat ze op hoofdlijnen beschrijven hoe de provincie de ontwikkelingen voor zich ziet. Het gaat om de volgende vijf bewegingen: 1. Dynamisch schiereiland. Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend. 2. Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. 3. Sterke kernen, sterke regio's, gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. 4. Nieuwe energie, benut de economische kansen van de energietransitie. 5. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal. De provincie richt zich uitdrukkelijk op ruimtelijke vraagstukken, die op regionale en bovenregionale schaal spelen en/of gevolgen hebben. Daarvan is in het onderhavige geval geen sprake.

12

3.3.2

Omgevingsverordening NH2020

De omgevingsverordening NH2020 is op 17 november 2020 in werking getreden. In deze omgevingsverordening zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. Hierdoor is het makkelijker geworden om te zien welke regels waar gelden. Op het plangebied is een aantal regels uit deze omgevingsverordening van toepassing. De omgevingsverordening spreekt van werkingsgebieden. De werkingsgebieden waarin het plangebied ligt, zijn in figuur 8 aangegeven.

Figuur 8. De werkingsgebieden die in het plangebied liggen

Het plangebied ligt in het werkingsgebied ‘Grondgebied PHN’. Daarvoor zijn een aantal instructieregels relevant, te weten regels voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen en klimaatadaptatie. Ten aanzien van een stedelijke ontwikkeling betreft het een instructieregel die aangeeft dat het plan in lijn moet zijn met de gemaakte regionale afspraken. Zoals in de volgende paragrafen valt te lezen voldoet het plan aan de regionale afspraken. Voor klimaatadaptatie geldt dat het enkel een procesmatige verplichting is. De provincie wil dat gemeenten rekening houden met de gevolgen van klimaatadaptatie, maar heeft daar op dit moment geen normen voor waar aan voldaan moet worden. In dit plan wordt rekening gehouden met de gevolgen van klimaatverandering, onder andere door het aanleggen van voldoende waterberging. De overige instructieregels houden geen verband met het plan. Het plangebied ligt in het werkingsgebied ‘Bodemsanering’. Gezien het bepaalde in paragraaf 4.2 Bodem zijn de regels met betrekking tot bodemsanering voor dit plan niet relevant. Vanwege de ligging van het plangebied in het werkingsgebied ‘Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde’ is in de omgevingsverordening bepaald dat een ruimtelijk plan ter plaatse van dit werkingsgebied regels bevat gericht op de instandhouding of versterking van de kernkwaliteiten van de erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde.

Tevens voorziet het plan in uitsluitend nieuwe activiteiten die de kernkwaliteiten niet aantasten en voorziet het ruimtelijk plan niet in een windturbine. Gezien de kleinschaligheid van het plan en de zeer beperkte sloop van een deel van de bestaande bebouwing wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van de aantasting van bestaande kernkwaliteiten. In dit verband wordt ook verwezen naar paragraaf 4.3 Archeologie.

13

Verder geldt voor het plangebied het werkingsgebied ‘Terreinen binnen de vastgestelde kritische afstand van Natura 2000’. Gezien de inhoud van de hierbij behorende artikelen bestaat er geen verband met het onderhavige plan. Het werkingsgebied ‘Peilbesluit’ is van belang indien er in of direct bij het plangebied oppervlaktewaterlichamen liggen. Daarvan is binnen het plangebied geen sprake. Tot slot geldt het werkingsgebied ‘Regionale verdringingsreeks Amstel, Gooi en Vecht’, dat instructieregels omvat in het geval van een onmiddellijk of dreigend watertekort. Het plan is hiermee niet in strijd. 3.3.3

Conclusie

Het plan is in overeenstemming met de provinciale omgevingsvisie en omgevingsverordening.

3.4

Regionaal beleid

3.4.1

Woonvisie Regio Gooi en Vechtstreek 2016-2030

De regio Gooi en Vechtstreek heeft in maart 2017 de nieuwe regionale woonvisie Gooi en Vechtstreek 2030 vastgesteld. De missie daarin is: "De regio Gooi en Vechtstreek wil een complete regio zijn, met een passend woningaanbod voor jong en oud, rijk en arm, kleine of grote huishoudens en goed of slecht ter been. De regio ontleent haar identiteit voor een groot deel aan de diversiteit aan landschappen en woonmilieus en is daardoor een aantrekkelijk vestigingsgebied voor al deze groepen. Het behouden en, waar mogelijk, versterken van deze diversiteit aan woonmilieus waarborgt de vitaliteit van de regio ook in de toekomst." De ambities die worden genoemd zijn: •

•

•

3.4.2

Beweging op de woningmarkt: door het wegnemen van belemmeringen en het stimuleren van doorstroming wordt gezorgd voor meer beweging op de regionale woningmarkt. hierdoor krijgen mensen meer keuzes en meer kansen. Identiteit en diversiteit: Gooi en Vechtstreek is een regio met een sterke eigen identiteit. Deze identiteit wordt behouden en versterkt, onder andere door te zorgen voor meer diversiteit aan woningen en woonmilieus in de regio. Samenwerking: de gemeenten werken nauw samen met alle woonpartners in de regio om de missie te verwezenlijken. Er wordt een continue dialoog gevoerd en de gezamenlijke inspanningen worden gemonitord en geëvalueerd. Ook investeert de regio in nieuwe vormen van samenwerking tussen overheid en burgers. Woonakkoord Regio Gooi en Vechtstreek (2021)

Het woonakkoord is in juli 2021 door alle partijen van de regio ondertekend. Het woonakkoord bevat de onderstaande actiepunten: 1. we voegen 11.500 woningen toe tot 2040; 2. we laten het aandeel betaalbaar meegroeien met de voorraad; 3. we voegen 1500 middeldure huurwoningen toe;

14

4. we voegen voor senioren geschikte woningen toe waar dit strategisch handig is benutten tijdelijke kansen waar die zich voordoen; 5. we gaan de bestaande voorraad beter benutten; 6. we bouwen vooral maar niet alleen bij ov-locaties en stations; 7. we stimuleren klimaatneutraliteit, natuurinclusiviteit en circulariteit in de volle breedte; 8. we monitoren en leren door te experimenteren met stapeling van opgaven. Dit bestemmingsplan is in lijn met het woonakkoord door de toevoeging van 23 woningen. 3.4.3

Conclusie

Onderhavig plan past in het regionale beleid en draagt samen met de andere in- en uitbreidingslocaties bij aan een evenwichtige en een gevarieerde opbouw van de woningvoorraad in de regio.

3.5

Gemeentelijk beleid

3.5.1

Omgevingsvisie Wijdemeren 2040

Op 16 september 2021 is de omgevingsvisie van de gemeente Wijdemeren vastgesteld. De Omgevingsvisie geeft richting aan toekomstige ontwikkelingen, initiatieven en beleid. In de omgevingsvisie zijn drie kernopgaven beschreven. Dit zijn: 1. Vitale en gezonde leefomgeving. 2. Ruimte voor ondernemerschap en bereikbaarheid. 3. Waardevol landschap. In relatie tot kernopgave 1 staat dat ernaar wordt gestreefd om het voorzieningenniveau in de kernen te behouden en indien mogelijk te versterken. Zo kunnen alle inwoners mee blijven doen en is Wijdemeren ook in de toekomst een inclusieve samenleving. Onder invloed van demografische en maatschappelijke trends veranderen de komende jaren tegelijkertijd de woonwensen. Wijdemeren vergrijst en het aantal en aandeel kleine (één- en tweepersoons)huishoudens zal toenemen. De steeds grotere groep senioren heeft behoefte aan levensloopbestendige woningen en een levensloopbestendige woonomgeving waarin zij zelfstandig kunnen functioneren. Om op korte en langere termijn te kunnen voorzien in de woonbehoefte is een woningbouwprogramma nodig dat niet alleen aansluit op de behoefte van vandaag, maar ook rekening houdt met de vraag van morgen. In relatie tot kernopgave 2 staat daarop aansluitend dat de aanwezige detailhandel en horeca van groot belang is voor de vitaliteit en economie van de gemeente.

Het is essentieel deze te behouden en waar mogelijk (kwalitatief) te versterken. Binnen het plangebied worden levensloopbestendige woningen gebouwd voor kleine huishoudens. Ook met de uitbreiding van het winkelcentrum en de kwalitatieve impuls die hiermee in samenhang wordt gegeven aan het noordwestelijke deel van het winkelcentrum wordt invulling gegeven aan de kernopgaven uit de omgevingsvisie. Daarmee is de beoogde ontwikkeling in lijn met de Omgevingsvisie Wijdemeren 2040. 15

3.5.2

Welstandsnota Wijdemeren

Het hoofddoel van de nota is het inzicht verlenen in het welstandsbeleid. In de welstandsnota staan de relevante randvoorwaarden en uitgangspunten voor het welstandsbeleid. Een welstandstoets is (wettelijk) verplicht bij aanvragen om omgevingsvergunning en wordt verricht door een (welstands)commissie. Deze commissie kan op basis van de welstandscriteria uit de welstandsnota aan het college van burgemeester en wethouders adviseren of een ingediend plan voldoet aan de welstandseisen. Regulier welstandsregime Voor dit gedeelte van Kortenhoef geldt een regulier welstandsregime, waar de basiskwaliteit moet worden gehandhaafd. Er zal onder meer worden beoordeeld op het behoud van de samenhang binnen de rijen en clusters. Uit het regulier welstandsregime vloeit een aantal welstandscriteria voort namelijk: Ligging

• •

Hoofdgebouwen zijn gericht op de openbare ruimte. Bijbehorende bouwwerken liggen achter de voorgevelrooilijn.

• • •

Bouwmassa’s zijn gevarieerd. Clusters kennen een sterke onderlinge samenhang. Bijbehorende bouwwerken zijn ondergeschikt vormgegeven.

Massa

Architectonische uitwerking

• •

Wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume. Op- en aanbouwen zijn afgestemd op het hoofdvolume.

Materiaal en kleurgebruik

• •

Gevels van hoofdgebouwen zijn in hoofdzaak van baksteen of van andere steenachtige materialen of eventueel van hout, glas, gestuct of geschilderd. Hellende daken van woningen afdekken met keramische dakpannen, riet, leien, zink of koper.

De bouwkundige ontwerpen worden ten tijde van de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen getoetst aan de Welstandsnota Wijdemeren. In dit geval wordt de coördinatieregeling uit de Wet ruimtelijke ordening toegepast waardoor het bouwplan gelijktijdig in procedure wordt gebracht met het bestemmingsplan. Op dit moment wordt dan ook getoetst aan de Welstandsnota. 3.5.3

Woonvisie Wijdemeren 2021-2024 16

Met de Woonvisie Wijdemeren 2021-2024 geeft de gemeente Wijdemeren vorm en kleur aan het volkshuisvestelijk beleid in Wijdemeren. Deze lokale woonvisie staat niet op zich, maar moet in samenhang worden gezien met de regionale woonvisie. Samen vormen deze woonvisies het volkshuisvestingsbeleid voor de komende jaren. Hoofddoel voor de woonvisie Wijdemeren 2021-2024 is gericht op het stimuleren van een divers samengestelde woningvoorraad, nu en in de toekomst, waarbij deze zo goed mogelijk is afgestemd op de samenstelling van de inwoners van Wijdemeren, met extra aandacht voor het behoud van (woon)mogelijkheden voor jongeren en jonge gezinnen. Dit hoofddoel leidt tot de drie volgende doelstellingen. 1. Focus op Nieuwbouw: De focus op betaalbare nieuwbouw om er voor te zorgen dat aanwezige plannen worden gerealiseerd en er meer diversiteit komt in de woningvoorraad. De gemeente wil een betere aansluiting op de vraag en meer kansen voor specifieke doelgroepen creëren. De gemeente vergroot hiermee de beschikbaarheid van betaalbare en gelijkvloerse woningen en geven mogelijkheden om te wonen aan inwoners met een laag tot gemiddeld inkomen. 2. Leefbare kernen met oog voor kwaliteit van leefbaarheid: De gemeente streeft naar een gezonde, duurzame en veilige woonomgeving, met een woningvoorraad die past bij het huishouden, inkomen en de zorgvraag van de inwoners.

Extra aandacht wil de gemeente voor huisvesting van jongeren en jonge gezinnen door het o.a. creëren van doorstroming voor senioren naar passende gelijkvloerse woningen. De gemeente geeft hiermee mogelijkheden voor verhuizing aan een deel van onze oudere bevolking die gelijkvloers wil wonen en voor jonge gezinnen die ruimer willen wonen en dragen bij aan een evenwichtige samenstelling van onze kernen en versterken daarmee de leefbaarheid in kleine kernen. 3. Duurzame woningvoorraad: Duurzaam in de meest brede zin van het woord. Niet alleen gericht op energieverbruik en circulariteit van bouwmaterialen maar ook wat betreft de samenstelling van de woningvoorraad, zodat verschillende groepen blijvend een plaats vinden in de woonkernen. Dit betekent niet alleen transformatie naar energie zuinig maar ook divers samengesteld en flexibel, door toevoeging van woningtypes die er te weinig zijn. De gemeente wil gestapelde woningen toevoegen die passend zijn in de omgeving en woningen aanpassen om de ouder wordende bevolking te kunnen huisvesten, zodat zij in hun eigen kern kunnen blijven wonen. Per saldo worden 23 levensloopbestendige woningen toegevoegd, uitsluitend in de vorm van appartementen. Dit is aansluitend op de behoefte van onder meer starters en doorstromers.

Gezien het voorgaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met het gemeentelijk woonbeleid.

3.5.4

Mobiliteitsplan Wijdemeren 2045

Het mobiliteitsplan, zoals vastgesteld in december 2022, beschrijft de voorgestelde langetermijnvisie van de gemeente op de thema’s verkeer en vervoer. Het plan schetst onder andere de gewenste infrastructuur met aandacht voor verkeersveiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid voor alle typen verkeer: fietsers, voetgangers, bussen, auto’s en vrachtauto’s. Ook staat in het mobiliteitsplan op hoofdlijnen welke maatregelen hiervoor nodig zijn. Met betrekking tot het winkelcentrum De Meenthof staat in het mobiliteitsplan dat een blauwe zone kan bijdragen aan het verminderen van de parkeerdruk. Ten aanzien van het reeds bestaande 17

knelpunt bij de Smidsbrug kan geconcludeerd worden dat de toename van het verkeer als gevolg van dit plan slechts voor een zeer minimaal tot niet merkbaar effect heeft op dit knelpunt. Dit wordt in het verkeersonderzoek nader toegelicht. Verder bevat het plan geen specifieke knelpunten of maatregelen voor het plangebied.

3.5.5

Beleidsregel parkeernormen

De beleidsregel ‘Parkeernormen gemeente Wijdemeren’ van 31 maart 2015 bevat de gemeentelijke parkeernormering. In het beleid wordt onderscheid gemaakt tussen de kernen en het landelijk gebied. Parkeervoorzieningen moeten in eerste instantie op het erf, behorende bij de functie, worden aangebracht. Voor de appartementen geldt een parkeernorm van 1,3 parkeerplaatsen per woning, voor de drie appartementen in de sociale huur een norm van 1,2 per woning. Dit leidt tot een parkeerbehoefte voor de woningen van 29,6 parkeerplaatsen. Door het verdwijnen van De Dobber neemt de parkeerbehoefte af. Door het vergroten van de supermarkt neemt de parkeerbehoefte toe. Per saldo neemt de parkeerbehoefte toe met 5 parkeerplaatsen. Appartementen, koop Appartementen, sociale huur Uitbreiding dagwinkels Uitbreiden supermarkt* Sloop De Dobber

Aantal 20 3

parkeernorm 1,3 1,2

totaal 26 3,6

15,5 682 -569

1,5 per 100 m² bvo 4,3 per 100 m² bvo 4,3 per 100 m² bvo Totaal

0,2 29,3 -24,5 34,6

*Excl. Laad- en losruimte De toename van in totaal 35 parkeerplaatsen geeft geen reëel beeld van de nieuwe parkeervraag als gevolg van de beoogde ontwikkeling. In de praktijk zal niet elke gebruiker op hetzelfde moment aanwezig zijn. Op verschillende momenten in de week worden de parkeerplaatsen anders gebruikt. In het gemeentelijk beleid zijn hiervoor aanwezigheidspercentages opgenomen. Deze houden rekening met het niet gelijktijdig aanwezig zijn van de gebruikers en het multifunctioneel gebruik van de parkeerplaats. Daarnaast is aan de hand van een parkeerdrukmeting onderzocht of de zaterdagmiddag of de werkdag middag (vrijdagmiddag) maatgevend is. Uit participatierondes bleek dat vooral op vrijdagochtend, vrijdagmiddag en zaterdag tijdens de winkeluren de parkeerdruk als hoog werd ervaren. Dit wordt onderschreven door de metingen. Hierin wordt een parkeerdruk geconstateerd die op vrijdag tussen 73% en 85% ligt. Op zaterdag tijdens de winkeluren schommelt de parkeerdruk tussen de 69% en de 77%. Een parkeerterrein voor kort-parkeren staat verkeerskundig vol wanneer deze een bezettingsgraad heeft van 85%. Bij deze bezetting is het nog mogelijk voor bezoekers om een parkeerplek te vinden zonder hinderlijk zoekgedrag te vertonen. Op vrijdagmiddag staat de parkeerplaats dus vol. Conform het gemeentelijk beleid is de zaterdag standaard het maatgevende moment.

Echter, door een bezetting van 77% op zaterdagmiddag, is er nog 8% van de parkeerplaatsen vrij totdat deze parkeerkundig volstaat. Dat zijn 22 parkeerplaatsen. Op zaterdagmiddag is de extra parkeervraag, waarbij dubbelgebruik wordt meegenomen, 38 parkeerplaatsen. Op zaterdagmiddag zijn nog 22 plekken vrij, wat betekent dat er 16 plekken aan het totaalaanbod moeten worden toegevoegd. 18

Op vrijdagmiddag is de extra parkeervraag, waarbij dubbelgebruik wordt meegenomen, 30 parkeerplaatsen (zie bijlage I,III behorende bij het parkeeronderzoek). Omdat op dit moment de parkeerplaats parkeerkundig vol staat, zijn er geen vrije plekken beschikbaar. Er moeten dus 30 parkeerplaatsen worden toegevoegd aan het totaalaanbod van parkeerplaatsen. In paragraaf 4.1 is toegelicht hoe hierin wordt voorzien.

3.5.6

Bomenbeleid Wijdemeren 2011-2035

In het bomenbeleid is het beleid met betrekking tot bomen en groen vastgelegd. Het beoogd resultaat is om een afname van het totaal van gemeentelijke bomen te voorkomen. De gemeente hanteert momenteel een herplantnorm van 75%. Het doel van dit plan is om bij herinrichting van de openbare ruimte rondom het winkelcentrum de bomenstructuur te versterken en waar mogelijk solitaire bomen toe te voegen aan het openbaar gebied. Het uitgangspunt is om te voldoen aan de herplantnorm. Hieraan wordt voldaan door het planten van bomen bij de herinrichting van het openbaar gebied (zie bijlage 1).

3.5.7

Detailhandelsstructuurvisie Wijdemeren (2007)

In de detailhandelsvisie is specifiek aandacht voor het winkelcentrum De Meenthof. Er is een SWOTanalyse uitgevoerd. De voornaamste uitkomsten van deze analyse zijn dat het winkelcentrum op zich goed functioneert, alleen is de uitstraling van sommige delen zwak. Met name aan de zuid- en oostzijde van het winkelcentrum (bij de garageboxen) laat het beeld te wensen over. Daarnaast is de capaciteit van de parkeergelegenheid matig. Er zijn in de huidige situatie (volgens een recente telling) rondom het winkelcentrum 280 parkeerplaatsen aanwezig en toch is er soms sprake (met name in de weekenden) van een hoge parkeerdruk. De parkeerplaatsen zijn bovendien versnipperd rondom het winkelcentrum. De ambitie voor het winkelcentrum is om de uitstraling en parkeersituatie te versterken. Op de hoek van de Dodaarslaan en Curtevenneweg is behoefte aan een efficiënter parkeerterrein. Er wordt een aantal mogelijke uitbreidingsrichtingen aangegeven in de detailhandelsstructuurvisie. Dit bouwplan en bestemmingsplan draagt bij aan de beleidsambitie van de detailhandelsstructuurvisie Wijdemeren doordat de zichtkwaliteit verbetert. De parkeersituatie zal bij herinrichting van de openbare ruimte rondom het winkelcentrum verbeteren. De voorgenomen ontwikkeling past binnen de aangegeven mogelijke uitbreidingsrichtingen.

3.5.8

Duurzaamheidsagenda 2018-2021

De duurzaamheidsagenda 2018-2021 gaat over duurzaamheidsmaatregelen in de gemeente. De gemeente sluit zich aan bij de centrale en regionale duurzaamheidsambities. Het bouwplan draagt bij aan de duurzaamheidsambitie van de gemeente Wijdemeren. In het bouwplan zijn duurzaamheidsaspecten opgenomen zoals die landelijk en regionaal worden toegepast. Naast dat er volgens het Bouwbesluit moet worden gebouwd, zullen in het project luchtwarmtepompen, een groen dak en zonnepanelen worden opgenomen.

19

3.5.9

Nota Klimaatadaptie 2020-2030

Om - ook in de toekomst - prettig te kunnen wonen, werken en recreëren, investeert de gemeente in een klimaatbestendige en waterrobuuste buitenruimte. Dit betekent concreet dat in 2050: • • •

100 millimeter regen in 24 uur niet tot schade of wateroverlast leidt. Bij hevige regen er geen vuilwater op straat, in tuinen of in de natuur terecht komt. Tropische temperaturen en langdurige droogte de leefbaarheid beperkt negatief beïnvloeden.

In de Nota Klimaatadaptatie is opgenomen welke ambitie de gemeente heeft en op welke wijze de gemeente dit wil bereiken. De doelstelling is om het risico op wateroverlast in de bebouwde omgeving te verminderen. Dit hangt samen met het voorkomen van droogte, hittestress en bodemdaling.

3.5.10 Gemeentelijk RioleringsPlan In dit plan laat de gemeente zien hoe ze haar rioleringstaak in de periode 2018 - 2021 vorm wil geven. Het rioleringsplan beschrijft de invulling van het beleid voor de gemeentelijke watertaken. De primaire doelen van deze watertaken zijn: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

beschermen van de volksgezondheid bijdragen aan een veilige leefomgeving beperken van hinder en voorkomen van schade door wateroverlast voorkomen van verontreiniging van het milieu bijdragen aan een duurzame leefomgeving bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit beperken van hinder bij uitvoering van werken.

Regenwater dat op straat, daken en erven valt, komt in Kortenhoef in een gemengd (vuilwater) stelsel terecht. Het streven is om deze oppervlakken zoveel mogelijk af te koppelen.

3.5.11 Conclusie Op basis van bovenstaande samenvattingen van de van belang zijnde beleidsnota's kan geconcludeerd worden dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid. 3.5.12 Bestemmingsplan Kernen Ankeveen, Kortenhoef en Nieuw-Loosdrecht Voor het plangebied vigeert het bestemmingsplan "Kernen Ankeveen, Kortenhoef en NieuwLoosdrecht" dat op 27 september 2012 door de gemeenteraad van Wijdemeren is vastgesteld. In dat bestemmingsplan hebben de gronden de bestemming ‘Detailhandel’, ‘Maatschappelijk’ en ‘Verkeer Verblijfsgebied’. Tevens geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’. Op grond van deze laatste bestemming dient bij bodemingrepen vanaf 2.500 m² en dieper dan 40 cm beneden maaiveld archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden.

20

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Kernen Ankeveen, Kortenhoef en Nieuw-Loosdrecht’.

Binnen de huidige bestemmingen is het realiseren van het plan niet mogelijk. Dit bestemmingsplan maakt deze ontwikkeling mogelijk. Omdat de nieuwbouw onlosmakelijk is verbonden met de bestaande bebouwing is deze onderdeel van het plangebied. De geldende bestemming ‘Detailhandel’ is hiervoor overgenomen. Ook de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ is weer opgenomen. De regels uit het parapluplan parkeren zijn verwerkt in dit bestemmingsplan.

3.5.13 Stedenbouwkundig kader De raad van de gemeente Wijdemeren heeft op 4 februari 2021 het Stedenbouwkundig kader De Meenthof, Kortenhoef vastgesteld. Het bouwplan past binnen dit kader. Daar waar verschuivingen hebben plaatsgevonden in het programma en recentere informatie beschikbaar is, is dit opgenomen in deze toelichting.

21

4. Planologische en milieutechnische randvoorwaarden 4.1

Verkeer en parkeren

Het bestaande winkelcentrum bevat een combinatie van dagelijkse detailhandel, supermarkten en woningen. In de toekomstige situatie worden bestaande functies deels gesloopt en andere functies uitgebreid. Tevens worden woningen toegevoegd. Deze wijzigingen zijn van invloed op de verkeersgeneratie en verkeersstromen. Daarom is Goudappel gevraagd om de verkeerskundige effecten van de voorgenomen herontwikkeling te analyseren. Uit de analyse worden de volgende conclusies getrokken: •

•

•

•

•

•

•

De Hoflaan zal na het opnieuw inrichten en doortrekken, als verbinding tussen de Dodaarslaan en de Kerklaan, voor gemotoriseerd verkeer worden ingericht als éénrichtingsweg. Dit zal tot een verwachte verkeersintensiteit op dit wegvak van circa 750 tot 1.250 mvt/etmaal leiden. Dit betreft verkeer dat in de huidige situatie gebruik maakt van de Curtevenneweg en Krabbescheer, die door de aansluiting rustiger worden. De beoogde verkeersintensiteit op de Hoflaan is passend bij de functie van een erftoegangsweg binnen de bebouwde kom, met een maximum snelheid van 30 km/uur. De vormgeving dient aan te sluiten bij de vormgeving van een erftoegangsweg met eenrichtingverkeer voor de auto met een rijbaanbreedte tussen 3,40m en 3,80m. Hierbij gaat het om een rijbaan voor gemengd verkeer van auto- en fiets voorzien van een trottoir. Parkeren dient bij voorkeur naast de rijbaan plaats te vinden. De verkeersgeneratie van de geplande ontwikkelingen bij het winkelcentrum bedraagt circa 680 mvt/etmaal op een weekdag en 640 mvt/etmaal op een gemiddelde werkdag. In het ochtendspitsuur bedraagt de toename circa 31 mvt/uur en in de avondspits circa 93 mvt/uur. Deze toenames betreffen de theoretische toename die in de praktijk naar verwachting lager ligt. Op wegvakniveau neemt de verkeersintensiteit op de Kerklaan met circa 7% toe en op de Kortenhoefsedijk met circa 1%.

Het planeffect is daarmee beperkt. Ten opzichte van de huidige verkeersintensiteiten zijn de toenames beperkt en passend bij de fluctuatie van de verkeersintensiteit over de dagen van de week en de maanden in een jaar. De resultaten uit de Wegenscan laten zien dat de onderzochte wegen de verkeersintensiteiten kunnen afwikkelen waarbij op de Kerklaan de oversteekbaarheid voor langzaam verkeer wordt gegarandeerd bij het aanwezige verkeerslicht en/of het zebrapad. De meest beperkende factor voor de Kortenhoefsedijk is de mogelijke bermschade aan de dijk. De Hoflaan kan de verkeersintensiteiten goed afwikkelen. Het expediëren van de supermarkten kan conform inrichtingsplan. Wel zijn de westelijke inrit van de Kerklaan en het achteruitsteken van de chauffeur met begeleiding aandachtspunten. In het onderzoek wordt hier nader op ingegaan. Het laden en lossen vindt inpandig plaats. Een zeer beperkte toename, van gemiddeld circa 1 extra auto per 10 minuten, op de Smidsburg wordt niet uitgesloten. Deze toename is echter dermate beperkt dat dit in de praktijk niet leidt tot een waarneembaar effect.

Het verkeersonderzoek (mei 2023) opgesteld door Goudappel is als bijlage 3 bij deze toelichting gevoegd. Parkeren

22

In de huidige situatie zijn er (volgens een recente telling) rondom het winkelcentrum 277 parkeerplekken beschikbaar. Gelijktijdig met de verbouwing en uitbreiding van het winkelcentrum wordt de openbare ruimte rondom het winkelcentrum heringericht. Eerder is al aangegeven dat de Hoflaan wordt doorgetrokken naar de Kerklaan. De openbare ruimte tussen de bestaande en nieuwe woningen aan de Hoflaan wordt opnieuw ingericht, evenals de parkeerplaats voor het medisch centrum ten zuidwesten van het winkelcentrum. Door een herinrichting van de Dodaarslaan worden ook daar veel parkeerplaatsen toegevoegd. Het aantal parkeerplaatsen in de openbare ruimte rondom het winkelcentrum bedraagt na herinrichting 310. Hiermee wordt voorzien in de extra parkeerbehoefte van 30 parkeerplekken. De nieuwe situatie is weergegeven op de inrichtingstekening zoals opgenomen als bijlage 1. Conclusie De wegen hebben voldoende capaciteit voor het afwikkelen van het verkeer. Ook wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid rondom het gehele winkelcentrum. 4.2

Bodem

4.2.1

Wet- en regelgeving

In de Wet bodembescherming is wettelijk geregeld dat bouw pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Daarom moet bij iedere nieuwbouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld worden gebracht. Het bodemonderzoek mag niet meer dan vijf jaar oud zijn en moet een vastgestelde informatiekwaliteit bieden. Indien aan die voorwaarden niet kan worden voldaan, dient aanvullend bodemonderzoek plaats te vinden. Wanneer uit het onderzoek blijkt dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel, dient vóór aanvang van de bouwwerkzaamheden een bodemsanering te worden uitgevoerd om de bodem wel geschikt te maken.

4.2.2

Situatie plangebied

Er is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Econsultancy. Uit het onderzoek blijkt dat de boven- en ondergrond plaatselijk zwak baksteenhoudend en/of zwak tot matig puinhoudend is. Er zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. In de zwak baksteenhoudende en zwak tot matig puinhoudende bovengrond zijn analytisch geen verontreinigingen aangetoond, noch in de zintuiglijk schone bovengrond. In de zintuiglijk schone ondergrond zijn analytisch licht verhoogde gehalten aan minerale olie en PAK aangetoond. Voor de verontreinigingen met minerale olie en PAK heeft Econsultancy vooralsnog geen verklaring. In het grondwater is een licht verhoogde concentratie aan barium aangetoond. Deze metaalverontreiniging is hoogstwaarschijnlijk te relateren aan regionaal verhoogde achtergrondconcentraties van metalen in het grondwater. Gelet op het regionale karakter van de lichte metaalverontreinigingen in het grondwater en het feit dat alleen in de ondergrond lichte verontreinigingen zijn aangetoond, bestaan er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem volgens Econsultancy geen belemmeringen voor de bestemmingswijziging en de beoogde nieuwbouw. Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS 23

houdende grond en baggerspecie (d.d. 2 juli 2020) of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing. De rapportage van het verkennend bodemonderzoek van Econsultancy d.d. 27 augustus 2021 is als bijlage 4 bij de toelichting gevoegd.

4.2.3

Conclusie

De milieu hygiënische bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.3

Cultuurhistorie en archeologie

4.3.1

Wet- en regelgeving

Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet ingegaan totdat de Omgevingswet in werking treedt. De Erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Onder andere de Monumentenwet is hierin opgegaan. Op basis van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals-)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Artikel 5.10 lid 1 van de Erfgoedwet stelt namelijk: 'Degene die anders dan bij het verrichten van opgravingen een vondst doet waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een archeologische vondst betreft, meldt dit zo spoedig mogelijk bij Onze Minister'. Naast het inventariseren van de te verwachten archeologische waarde, zal het bestemmingsplan uiteindelijk, indien nodig (en mogelijk), een bescherming moeten bieden voor waardevolle gebieden. Dit kan bijvoorbeeld met een omgevingsvergunning. In verband met een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 4 onder a.) moeten gemeenten vanaf 1 januari 2012 bij het maken van ruimtelijke plannen niet alleen rekening houden met cultuurhistorische waarden onder, maar ook boven de grond. Cultuurhistorie bestaat uit archeologie, historische gebouwen en historische geografie.

4.3.2

Situatie plangebied

Uit het geldende bestemmingsplan blijkt dat het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie – 5’ heeft. Op grond van deze dubbelbestemming dient bij bodemingrepen vanaf 2.500 m² archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden. Het totale plangebied heeft een oppervlak van ongeveer 3.935 m². Echter, met het enkel slopen van De Dobber (569 m²) en het toevoegen van bebouwing aan de Hoflaan (ca. 400 m²) betreft de bodemingreep veel minder dan 2.500 m² als gevolg waarvan geen archeologisch onderzoek uitgevoerd hoeft te worden. Op grond van het vigerende bestemmingsplan is in het voorliggende bestemmingsplan wederom de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie – 5’ opgenomen. Bij de ontwikkeling zijn geen cultuurhistorische waarden in het geding.

24

4.3.3

Conclusie

Het aspect cultuurhistorie en archeologie staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

4.4

Watertoets

4.4.1 Wet- en regelgeving Vanaf 1 november 2003 is de watertoets van toepassing, een procedure waarbij de initiatiefnemer in een vroeg stadium overleg voert met de waterbeheerder over het ruimtelijke planvoornemen. De watertoets heeft als doel het voorkomen dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden die in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. In het plangebied wordt het waterbeheer gevoerd door het waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV). Waternet neemt daarbij de uitvoering van het waterbeheer voor zijn rekening. De rioleringstaak binnen het plangebied valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente Wijdemeren. Het beleid van het waterschap is vertaald in het Waterbeheerprogramma 2022-2027 en de Keur 2017. In het Waterbeheersprogramma is uitgewerkt hoe het waterschap AGV invulling geeft aan zijn taken op het gebied van waterbeheer, zoals veiligheid, waterkwaliteit, waterkwantiteit. De Keur is de waterschapsverordening van het waterschap AGV. De regels in de Keur beschermen de waterkeringen en watergangen. Voor werkzaamheden rond water of een dijk is een vergunning van het waterschap nodig. Bijvoorbeeld bij de aanleg van leidingen, lozingen op het oppervlaktewater, het plaatsen van bouwwerken of het onttrekken van grondwater.

In het Gemeentelijk Rioleringsplan Wijdemeren (2018-2021) zijn de gemeentelijke zorgtaken voor stedelijk afvalwater, regenwaterwater, oppervlaktewater en grondwater vastgelegd. In het Handboek Inrichting Openbare Ruimte van de gemeente Wijdemeren staan met betrekking tot watercompensatie enkele voorwaarden.

4.4.2

Situatie plangebied

Ten behoeve van dit bestemmingsplan en de voorgenomen nieuwbouw in het plangebied is een watertoets uitgevoerd en een rapportage opgesteld door Econsultancy. Deze rapportage d.d. 25 mei 2023 is als bijlage 5 bij de toelichting gevoegd. Ten opzichte van de huidige situatie zal het verhard oppervlak toenemen met 385 m² . Het verhard oppervlak in de toekomstige situatie bedraagt circa 4.685 m² . Naast het toevoegen van verharding in het profiel van de Hoflaan (vervallen groenstrook, ca. 385 m²) zal in totaal circa 1.260 m² bestaan uit nieuwe bebouwing (ca. 540 m²) of vervanging van bestaande bebouwing (De Dobber, ca. 720 m²). In totaal hebben de beoogde herbouw en nieuwbouw een oppervlak van circa 1.645 m². Conform het beleid van de gemeente dient voor zowel de nieuwe bebouwing als de bebouwing ter vervanging van bestaande bebouwing tenminste 40 millimeter van afstromend regenwater op het eigen perceel te worden geborgen. Op basis van het beoogde planvoornemen bedraagt de waterbergingsopgave circa 66 m3 (40 mm x 1.645 m²). In het plan wordt het dak van de nieuwbouw voorzien van een groendak (mos-sedumdak) van circa 760 m² . Groendaken slaan regenwater op in de planten en het substraat en laten het terugkeren in 25

de atmosfeer door verdamping. De hoeveelheid water die in een groendak opgeslagen kan worden is afhankelijk van de dikte en type van het substraat, type drainage en de gebruikte vegetatie. Wanneer wordt uitgegaan van een groendak waarin circ.40 l/m² water wordt geborgen komt dit, op basis van een oppervlak van 760 m² , overeen met een berging van circa 30 m3 . Het restant van de wateropgave ca. 36 m3 (66 - 30) kan worden geborgen door de aanleg van een waterbergingsvoorziening onder de toekomstige parkeerplaatsen. Om te borgen dat de vereiste waterberging wordt gerealiseerd, is in de planregels een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor het realiseren van 40 mm waterbergende voorzieningen per m² aan verhard oppervlak.

4.4.3

Conclusie

Het aspect waterhuishouding staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

4.5

Natuur

4.5.1

Wet natuurbescherming

De Wet natuurbescherming voorziet in een gemoderniseerd wettelijk kader voor de bescherming van natuurgebieden, dier- en plantensoorten en houtopstanden. Een belangrijk deel van de in de wet opgenomen regels bestaat uit de omzetting van de internationale verplichtingen op het vlak van bescherming van de biologische diversiteit, in het bijzonder de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. In de Wet natuurbescherming zijn regels opgenomen voor de bescherming van natuurgebieden van Europees belang die behoren tot het Natura 2000-netwerk. Deze gebieden worden beschermd om de gunstige staat van instandhouding van vogelsoorten, habitattypen en andere planten- en diersoorten te behouden en waar nodig te herstellen. In de wet is hiervoor een vergunningensysteem opgenomen waarin voorafgaand aan een plan of project de mogelijk schadelijke handelingen worden getoetst. De soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Voor alle beschermde soorten geldt een ontheffingsplicht. Het bevoegd gezag (de provincie) kan voor de soorten die zijn opgenomen in het "beschermingsregime andere soorten" een vrijstellingsbesluit nemen en hierin onderscheid maken tussen meer en minder strikt beschermde soorten. Door het bureau Econsultancy is een quickscan uitgevoerd.

De rapportage quickscan Wet natuurbescherming van het bureau d.d. 10 september 2021 is als bijlage 5 bij deze toelichting gevoegd. In 2022 is aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op de gebiedsbescherming. Ook het stikstofdepositieonderzoek komt hierin aan bod. In paragraaf 4.5.3 wordt ingegaan op de resultaten uit de quicskcan met betrekking tot soorten en het aanvullend onderzoek naar huismus, gierzwaluw en vleermuizen.

4.5.2

Gebiedsbescherming

26

De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van waardevolle natuurgebieden en leefgebieden van soorten en schrijft voor, dat alle activiteiten met significant negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura2000-gebied, in beginsel niet zijn toegestaan. Daarom verplicht de wet een initiatiefnemer van een plan of project te onderzoeken of er schadelijke gevolgen voor deze gebieden te verwachten zijn. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Oostelijke Vechtplassen, bevindt zich op circa 500 meter afstand ten westen van het plangebied.

Ligging plangebied (rode vlek) ten opzichte van Natura 2000.

Natura 2000 Het plangebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect. Externe effecten als gevolg van licht, trilling en geluid als door de voorgenomen plannen in het plangebied zijn, gezien de ligging in de bebouwde kom, niet te verwachten. Externe effecten als gevolg van een toename van stikstofdepositie zijn vanwege de voorgenomen werkzaamheden op voorhand niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek in het kader van de gebiedsbeschermingsparagrafen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van stikstof is in de volgende paragraaf beschreven. Stikstofdepositie Het beoogde plan mag in beginsel geen negatieve effecten veroorzaken op de omliggende Natura 2000-gebieden. Met het voorgeschreven programma AERIUS Calculator wordt de depositie van stikstofverbindingen in de vorm van ammoniak en stikstofoxiden op het oppervlak van de omliggende Natura 2000-gebieden inzichtelijk gemaakt. Bij een projecteffect kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar zorgt het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Door Econsultancy is een berekening van het projecteffect van de aanleg- en gebruiksfase verricht met behulp van het programma AERIUS Calculator. Het resultaat daarvan is terug te vinden in bijlage 27

4 van de Quickscan Wet natuurbescherming, incl. stikstofdepositie van het bureau d.d. 10 september 2021 (bijlage 5). Het onderdeel stikstof is op 19 mei 2023 aangevuld. Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden ten gevolge van de gebruiksfase is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijk projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunning Wet natuurbescherming (gebiedsbescherming) benodigd is voor het aspect stikstof. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland, maar ligt wel in de nabijheid van een gebied, behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. Het meest nabijgelegen gebied bevindt zich circa 300 meter ten westen van het plangebied. Omdat het plangebied op 300 meter afstand van het netwerk gelegen is, wordt geen vervolgonderzoek benodigd geacht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12873974/1