bijlage 1 Toelichting Bestemmingsplan Middenweg 77
Tekst van het document
woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.
Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIMB kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Met grenswaarden voor beide stoffen van 40 µg/m³ komt dit neer op een bijdrage van 1,2 µg/m³. Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)
16 december 2021 | Bestemmingsplan ‘Middenweg 77, Nederhorst den Berg’ | Witpaard
23
Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Regeling Beoordeling luchtkwaliteit 2007 In deze regeling staat staan criteria en eisen vastgelegd waaraan de berekeningen en de rekenmodellen moeten voldoen. Hieronder een overzicht van de rekenmodellen: • • • •
CARII: berekening van emissies voor binnenstedelijk verkeer; NIBM-tool: eenvoudige berekening van emissies van verkeer volgens worst case benadering; ISL2: berekening van emissies voor buitenstedelijk verkeer; ISL3a: berekening van emissies van industrie (onder meer veehouderijen).
4.5.2 Onderzoek De beoogde ontwikkeling draagt 'niet in betekenende mate' bij aan het verslechteren van de luchtkwaliteit. Omgekeerd kan worden gesteld dat er in de directe omgeving van het plangebied geen objecten zijn gelegen welke de luchtkwaliteit in betekenende mate verslechteren. 4.5.3 Conclusie Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.6 Geur 4.6.1 Beoordelingskader De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader om te bepalen of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de omgeving van veehouderijen. In de Wgv zijn minimumafstanden en maximale waarden voor geurbelasting voor geurgevoelige objecten opgenomen, zodat de objecten beschermd worden tegen geurhinder. Er geldt een minimumafstand van de buitenzijde van het dierenverblijf tot de buitenzijde van het geurgevoelige object. Deze gevel-tot-gevelafstand geldt voor alle diercategorieën. De volgende minimumafstanden worden gehanteerd: • •
50 meter binnen de bebouwde kom; 25 meter buiten de bebouwde kom.
Bij het onderscheid binnen de bebouwde kom/buiten de bebouwde kom gaat het om de ligging van het geurgevoelige object. Of de veehouderij binnen (of buiten) de bebouwde kom ligt, maakt niet uit. 4.6.2 Onderzoek Het beoogde bedrijfspand ten behoeve van een fietsenwinkel vormt geen geurgevoelig object in het kader van de Wet geurhinder en veehouderij. Derhalve is onderzoek naar mogelijke agrarische geurhinder in de omgeving van het plangebied niet noodzakelijk. Tevens zorgt de beoogde ontwikkeling niet voor mogelijke geurhinder voor andere geurgevoelige functies en bestemmingen in de omgeving van het plangebied. 4.6.3 Conclusie Het aspect 'geur' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
16 december 2021 | Bestemmingsplan ‘Middenweg 77, Nederhorst den Berg’ | Witpaard
24
4.7 Watertoets
4.7.1 Beoordelingskader In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het verplicht ruimtelijke plannen te toetsen op water, de zogenaamde watertoets. Het doel van de watertoets is om in een vroeg stadium in overleg te treden met het waterschap over de voorgenomen ontwikkeling. Op basis van het toesturen van het plan heeft het waterschap Amstel, Gooi en Vecht een wateradvies uitgebracht. Het advies ten aanzien van wateraspecten is als bijlage 2 in de bijlagen bij de toelichting opgenomen. 4.7.2 Relevant beleid Waterbeheerplan 2016-2021 Waterschap Amstel, Gooi en Vecht heeft de zorg voor het regionale watersysteem. Het waterschap streeft op een duurzame en kosteneffectieve wijze naar optimale bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van schoon water en efficiënte zuivering van afvalwater. Daarnaast draagt het waterschap op het gebied van recreatie, landschap en cultuurhistorie bij aan verbetering. Met het waterbeheerplan legt het waterschap vast hoe het invulling geeft aan de zorg voor de kerntaken. Het Waterbeheerplan 2016-2021 bouwt voort op het plan voor de periode 2010-2015 en houdt tegelijk rekening met nieuwe ontwikkelingen. 4.7.3 Effect planvoornemen De locatie waar het bedrijfspand is beoogd is in de huidige situatie reeds volledig verhard.
Er bevinden zich geen gebouwen of opstallen meer die gesloopt moeten worden op de plek van het bedrijfspand, deze zijn een aantal jaar geleden reeds gesloopt. De bijgebouwen direct achter de bedrijfswoning zijn nog aanwezig en hoeven ten behoeve van de realisatie van het bedrijfspand niet te worden gesloopt. De verharding van het terrein bestaat uit klinkers (aan de voorzijde bij de inrit) en tegels (op het achterterrein). De verharding reikt tot circa 7,5 meter achter de noordelijke bestemmingsgrens van de bestemming 'Bedrijf'. In de nieuwe situatie blijft de hoeveelheid verharding gelijk (zie onderstaande afbeeldingen). Er vindt geen uitbreiding van verhard terrein plaats buiten de bestemming 'Bedrijf'. Derhalve neemt het totale oppervlak aan verharding niet toe. Het afvalwater van het beoogde bedrijfspand zal worden aangesloten op de gemeentelijke riolering onder de Middenweg. Het hemelwater is in de huidige situatie niet aangesloten op het gemeentelijk riool en zal ook in de toekomstige situatie op eigen terrein geïnfiltreerd worden. Het noordelijke gedeelte van het kadastraal perceel biedt hiertoe voldoende mogelijkheden.
16 december 2021 | Bestemmingsplan ‘Middenweg 77, Nederhorst den Berg’ | Witpaard
25
Links: Uitsnede geldend bestemmingsplan (bestaande verharding van circa 850 m 2) Rechts:Verharding toekomstige situatie, rood omlijnde gebied (circa 850 m 2) 4.7.4 Advies Waterschap Amstel, Gooi en Vecht De initiatiefnemer heeft het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht geïnformeerd over het plan. Het Waterschap heeft het plan vanuit waterbelangen getoetst en heeft geen verdere opmerkingen op de voorgenomen ontwikkeling. Met dit positief advies vanuit het Waterschap zijn de waterbelangen in het plan voldoende gewaarborgd. 4.7.5 Conclusie In de huidige situatie is het plangebied reeds volledig verhard. Onderhavige ontwikkeling heeft derhalve geen toename aan verharding tot gevolg, waardoor geen compensatie voor hemelwater hoeft plaats te vinden. Het afvalwater van het beoogde bedrijfspand zal worden aangesloten op de gemeentelijke riolering. Het hemelwater is in de huidige situatie niet aangesloten op het gemeentelijk riool en zal ook in de toekomstige situatie op het eigen terrein infiltreren.
4.8 Ecologie 4.8.1 Beoordelingskader Met ingang van 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. De wet regelt soortenbescherming en gebiedsbescherming. Zorgplicht Het eerste artikel in de Wnb heeft betrekking op de zorgplicht en heeft betrekking op het voorkomen of beperken van schade aan soorten en gebieden, voor zover deze niet middels overige verbodsbepalingen zijn gereguleerd. Het gaat daarbij in de praktijk vooral om minder streng beschermde soorten, waarbij het onnodig doden, verwonden of beschadigen dient te worden vermeden.
16 december 2021 | Bestemmingsplan ‘Middenweg 77, Nederhorst den Berg’ | Witpaard
26
4.8.2 Gebiedsgerichte natuurbescherming Indien een plangebied in of nabij een beschermd gebied is gelegen, dan dient te worden bepaald of er een (extern) effect valt te verwachten. Het gaat daarbij om Natura 2000-gebieden en gebieden behorend tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura 2000 Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Met Natura 2000 wil men deze flora en fauna duurzaam beschermen. De staatssecretaris van Economische Zaken heeft voor Nederland ruim 160 Natura 2000-gebieden aangewezen. Gezamenlijk hebben ze een oppervlak van ruim 1,1 miljoen hectare. Ze maken deel uit van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie die zijn aangewezen op grond van de vogelrichtlijn en habitatrichtlijn. Het doel van Natura 2000 is het keren van de achteruitgang van de biodiversiteit. Het is krachtens de Wnb verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen (artikel 2.7, lid 2).
Handelingen die een negatieve invloed hebben op Natura 2000-gebieden, worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Een vergunning is vereist. Door middel van het Nederlandse vergunningsstelsel wordt een zorgvuldige afweging gewaarborgd. De vergunningen zullen beoordeeld en afgegeven worden door de desbetreffende provincie. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Onderzoek Binnen de grenzen en in de directe omgeving van het plangebied liggen geen gebieden die onderdeel zijn van het Natuurnetwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (de Oostelijke Vechtplassen) is gelegen op circa 530 meter ten zuiden van het plangebied. De voorgenomen ontwikkeling resulteert mogelijk in een verandering van stikstofemissie en -depositie. Om te onderzoeken of er sprake is van een significant negatief effect op omliggende Natura 2000gebieden als gevolg van stikstofdepositie, is een berekening van verandering in stikstofemissie en depositie vereist. Hiertoe heeft Gras Advies een AERIUS-berekening uitgevoerd en dit verwerkt in een rapportage. Het rapport is als bijlage 2 bij deze toelichting opgenomen.
AERIUS-berekening Op 1 juli 2021 is het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering in werking gesteld. Onderdeel van dit Besluit is de vrijstelling voor de bouwfase bij het berekenen van stikstofdepositie in ruimtelijke plannen. Dit betekent dat de bouwfase niet meer hoeft te worden meegenomen in een AERIUSberekening. Derhalve is voor de voorgenomen ontwikkeling alleen gekeken naar de stikstofdepositie van de toekomstige gebruiksfase van het bedrijfspand. Toekomstige gebruiksfase Het toekomstig gebruik genereert geen depositiewaarden hoger dan 0,00 mol/ha/jr in Natura 2000gebieden. Ook buiten een straal van 4,9 km rondom het wegverkeer vindt geen depositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr in Natura-2000 gebieden plaats. Wet natuurbescherming Het toekomstig gebruik vormt met betrekking tot het aspect stikstof geen bedreiging voor het bereiken van de instandhoudingsdoelen voor Natura 2000-gebieden.
16 december 2021 | Bestemmingsplan ‘Middenweg 77, Nederhorst den Berg’ | Witpaard
27
Conclusie Er is voor de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot stikstofdepositie derhalve geen vergunning Wet natuurbescherming onderdeel Gebiedsbescherming benodigd. 4.8.3 Beschermde flora en fauna Het plangebied is in de huidige situatie reeds volledig verhard. Ten behoeve van de uitvoering van het bestemmingsplan hoeven geen bomen gekapt te worden. De houtsingel aan de oostzijde van het plangebied blijft gehandhaafd. Tevens vindt er geen sloop plaats van opstallen ten behoeve van de bouw van het bedrijfspand. De opstallen direct achter de bedrijfswoning worden in de eerste fase van het bouwplan niet verwijderd ten behoeve van de bouw van het bedrijfsgebouw, maar blijven in gebruik als werkplaats voor de fietsenwinkel. Pas in een latere fase, wanneer de ontwikkeling van het bedrijfspand is afgerond zullen de bijgebouwen direct achter de woning verwijderd worden. De opstallen verder noordelijk op het perceel zijn reeds geruime tijd niet meer aanwezig. Er wordt binnen de ontwikkelingen die onderdeel vormen van dit plan geen mogelijk geschikt leefgebied voor beschermde plant- en diersoorten aangetast. Derhalve is verder onderzoek naar beschermde flora en fauna binnen het plangebied niet noodzakelijk. 4.8.4 Conclusie Het aspect 'ecologie' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.9 Archeologie en cultuurhistorie 4.9.1 Archeologie 4.9.1.1 Beoordelingskader Op 1 juli 2016 is de nieuwe Erfgoedwet in werking getreden. Deze wet vervang onder meer de Monumentenwet 1988. In artikel 9.1 van de Erfgoedwet is echter bepaald dat tot het tijdstip waarop de nieuwe Omgevingswet in werking is getreden de bepalingen uit de Monumentenwet 1988 met betrekking tot archeologie van toepassing blijven. De nieuwe Omgevingswet treedt op 1 januari 2022 in werking. In het kader van een ruimtelijk plan is het noodzakelijk te onderzoeken in hoeverre de betreffende gronden van archeologische waarde kunnen zijn. De uitkomsten hiervan worden door het bevoegde gezag meegenomen in de belangenafweging. In 2011 heeft de gemeente Wijdemeren het eigen archeologiebeleid vastgesteld. Dit beleid geeft, zowel voor de burger als voor de gemeentelijke organisatie, meer helderheid over hoe de gemeente omgaat met de zorg voor het archeologische erfgoed binnen het grondgebied van Wijdemeren. Het beleid bestaat uit een notitie en een kaart met toelichting. 4.9.1.2 Onderzoek Voor de gemeente Wijdemeren is de gemeentelijke archeologische beleidskaart van toepassing. Het plangebied is gelegen in een zone met de aanduiding 'Archeologievrij'. Op basis van het gemeentelijk archeologiebeleid geldt in dit geval dat geen archeologisch onderzoek nodig is.
16 december 2021 | Bestemmingsplan ‘Middenweg 77, Nederhorst den Berg’ | Witpaard
28
Uitsnede archeologische beleidskaart Wijdemeren (plangebied rood omcirkeld) 4.9.1.3 Conclusie Het aspect 'archeologie' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.9.2 Cultuurhistorie 4.9.2.1 Aanwezige cultuurhistorische waarden In paragraaf 2.2 is ingegaan op de ontstaansgeschiedenis van het plangebied en de omgeving. Het plangebied maakt zoals reeds aangegeven deel uit van de Horstermeerpolder, een 616 hectare grote droogmakerij. De Horstermeerpolder is een drooggemaakt meer dat te midden van tot water vergraven veengronden is gelegen. Tevens vormt het een inundatiegebied van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. In 1914 en 1940 werd de polder als deel van deze waterlinie onder water gezet. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog hebben de Duitsers het gebied nogmaals geïnundeerd, waardoor
16 december 2021 | Bestemmingsplan ‘Middenweg 77, Nederhorst den Berg’ | Witpaard
29
veel schade aan de aanwezige tuinbouw is ontstaan. Als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie vormt de Horstermeerpolder dus een cultuurhistorisch belangrijk gebied. Het plangebied maakt geen deel uit van een beschermd stads- en/of dorpsgezicht. Ook zijn binnen het plangebied geen aangewezen rijks- en gemeentelijke monumenten of andere cultuurhistorisch waardevolle objecten of structuren aanwezig. Derhalve herbergt het plangebied geen specifieke cultuurhistorische waarden die bescherming vanuit het bestemmingsplan behoeven. OOk hebben de voorgenomen ontwikkelingen geen negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden in de Horstermeerpolder. 4.9.2.2 Conclusie Het aspect 'cultuurhistorie' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.10 Bedrijven en milieuzonering 4.10.1 Beoordelingskader Het is gebruikelijk om voor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van bedrijvigheid gebruik te maken van de afstanden uit de publicatie Bedrijven en milieuzonering (VNG-uitgeverij, 2009). Andersom is deze publicatie te gebruiken voor het verantwoord inpassen van bedrijvigheid in een woon- of werkomgeving. De publicatie geeft informatie over de milieukenmerken van vrijwel alle voorkomende bedrijfstypen. Het biedt daarmee een hulpmiddel om ruimtelijke ordening en milieu op elkaar af te stemmen. Uitgangspunt is dat de in de bedrijvenlijst genoemde afstanden gelden tussen enerzijds de perceelsgrens van het bedrijf en anderzijds de gevel van de woning/gevoelige functie. De richtafstanden gelden ten opzichte van rustige woongebieden. Dit kan zowel een rustige woonwijk als een rustig buitengebied zijn. Het kan zo zijn dat specifieke wet- en regelgeving andere afstanden voorschrijft. Deze gaan dan voor de afstanden uit de VNG-publicatie. Te denken valt aan de Wet geurhinder en veehouderij, het Activiteitenbesluit of het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 4.10.2 Onderzoek De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van een bedrijfspand ten behoeve van een fietsenwinkel. Een dergelijke functie heeft mogelijk negatieve gevolgen voor het woon- en leefklimaat van woningen in de directe omgeving.
De beoogde fietsenwinkel vormt zelf geen gevoelige functie in het kader van bedrijven en milieuzonering. Een fietsenwinkel valt onder de SBI categorie '47641- Winkels in fietsen en bromfietsen'. Deze categorie staat niet als zodanig omschreven in de VNG-publicatie. Derhalve wordt aangesloten bij de meest hieraan gelijke functie uit de lijst, te weten SBI '47 - Detailhandel voor zover n.e.g.'. Voor het repareren van fietsen wordt aangesloten bij SBI categorie '952 - Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen)'. Voor beide categorieën geldt een grootste richtafstand van 10 meter voor rustig woongebied. Om te bepalen of er sprake is van mogelijke hinder bij gevoelige bestemmingen in de omgeving van het plangebied, dient bepaald te worden of er sprake is van een rustig woongebied of gemengd gebied. In de omgeving van het plangebied zijn afwisselend woon- en bedrijfsbestemmingen gesitueerd. Op circa 25 meter ten oosten van het plangebied is een bedrijventerrein gelegen. Tot slot is de Middenweg een 50 km/h gezoneerde weg. Op basis van deze kenmerken kan worden geconcludeerd dat de omgeving van het plangebied als 'gemengd gebied' kan worden gekarakteriseerd. Derhalve worden de richtafstanden met één afstandsstap verkleind tot 0 meter. Binnen deze richtafstand zijn geen woningen of andere gevoelige bestemmingen aanwezig, zodat aan de richtafstanden wordt voldaan.
16 december 2021 | Bestemmingsplan ‘Middenweg 77, Nederhorst den Berg’ | Witpaard
30
4.10.3 Conclusie Het aspect 'bedrijven en milieuzonering' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.11 Externe veiligheid 4.11.1 Beoordelingskader Voor de beoordeling van het aspect externe veiligheid gelden de volgende kaders: • • • •
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), inclusief de daaronder vallende Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); Besluit externe veiligheid transportroutes; Regeling basisnet; Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), inclusief de daaronder vallende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb).
Daarnaast kunnen het Activiteitenbesluit en Vuurwerkbesluit van belang zijn. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) regelt hoe een gemeente of provincie moet omgaan met risico's voor mensen buiten een bedrijf als gevolg van de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in een bedrijf. In de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) staan regels over de veiligheidsafstanden en over de berekening van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Uitgangspunt voor deze circulaire is de Nota risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. Deze circulaire heeft betrekking op het beleid van de ministers van Infrastructuur en Milieu en van Veiligheid en Justitie over de afweging van veiligheidsbelangen die een rol spelen bij het vervoer van gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving. Voor de uitwerking en toepassing van de risiconormen is zoveel mogelijk aangesloten bij Bevi en Revi. Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) geeft onder andere veiligheidsafstanden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen aan. De normstelling is in lijn met het Bevi. De risicoafstanden en de manier van risicoberekening zijn opgenomen in het Revi.
Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu adviseert om voor standaard buisleidingen met aardolieproducten de afstanden aan te houden uit het RIVM rapport Risicoafstanden voor buisleidingen met brandbare vloeistoffen K1K2K3 (augustus 2008). Voor afwijkende gevallen en andere brandbare chemische vloeistoffen zijn berekeningen nodig. Voor het berekenen van risico’s van ondergrondse gasleidingen ('hogedruk aardgastransportleidingen') is het computerprogramma CAROLA beschikbaar. 4.11.2 Onderzoek Middels onderstaande uitsnede van de risicokaart Nederland zijn de volgende aspecten van externe veiligheid onderzocht: • • • •
risicovolle inrichtingen; transport over weg, water en spoor; hogedrukaardgastransportleidingen en K1-, K2- en K3 brandstofleidingen; bovengrondse hoogspanningslijnen.
16 december 2021 | Bestemmingsplan ‘Middenweg 77, Nederhorst den Berg’ | Witpaard
31
Uitsnede risicokaart (omgeving plangebied rood omcirkeld) (bron: www.risicokaart.nl) Risicovolle inrichtingen In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen risicovolle inrichtingen. Risicovol wegtransport en transport via spoor- en waterwegen Over wegen, spoor- en waterwegen in de omgeving vindt geen transport van gevaarlijke stoffen plaats. Risicovolle (buis)leidingen In de nabijheid van het plangebied liggen geen hogedrukaardgastransportleidingen of K1-, K2- of K3-brandstofleidingen of bovengrondse hoogspanningslijnen. 4.11.3 Conclusie Het aspect 'externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.12 Conclusie milieu- en omgevingsaspecten Het onderzoek naar de relevante milieu- en omgevingsaspecten vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.13 Besluit Milieu-effectrapportage 4.13.1 Beoordelingskader De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: • • • • •
Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4);
Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het 16 december 2021 | Bestemmingsplan ‘Middenweg 77, Nederhorst den Berg’ | Witpaard
32
bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van ‘kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. 4.13.2 Verantwoording vormvrije m.e.r.-beoordeling Het realiseren van een bedrijfspand is niet als activiteit opgenomen in de C-lijst van het Besluit MER. In de D-lijst zijn de volgende activiteiten opgenomen: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.’ (D 11.2). Aangezien hier in dit geval sprake van is dient te worden getoetst of sprake is van m.e.r.beoordelingsplicht.
Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Indien het plan wordt vergeleken met de drempelwaarden uit de D-lijst kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit aangezien deze pas geldt bij een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Indien hierbij de drempelwaarden uit de D-lijst voor deze activiteit (o.a.200.000m2 bedrijfsvloeroppervlakte of meer) wordt vergeleken met de omvang van voorliggende ontwikkeling, wordt geconcludeerd dat sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele male kleinschaliger is. Gelet op de kenmerken van het project (zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden.
Eén en ander is tevens bevestigd in de in dit hoofdstuk aan bod gekomen milieu- en omgevingsaspecten en de daarvoor, indien van toepassing, uitgevoerde onderzoeken. 4.13.3 Conclusie Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-plichtig. Tevens zijn geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan.
16 december 2021 | Bestemmingsplan ‘Middenweg 77, Nederhorst den Berg’ | Witpaard
33
5 Toelichting op de regels 5.1 Inleiding In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op de bestaande situatie, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruik om keuzes te maken bij het opstellen van het bestemmingsplan: de verbeelding (plankaart) en de regels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de opzet van dit bestemmingsplan. Daarnaast worden de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels verantwoord. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom bepaalde bestemmingen zijn aangewezen en waarom bepaalde bebouwing acceptabel is. Het bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en de verbeelding vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. De toelichting vormt de verantwoording voor de gemaakte keuzen voor de inrichting van het plangebied en de toekenning van de bestemmingen. Met het bestemmingsplan 'Middenweg 77, Nederhorst den Berg' wordt de huidige bestemming 'Bedrijf' gewijzigd zodat de realisatie van een bedrijfspand ten behoeve van een fietsenwinkel ten noorden van de bestaande bedrijfswoning mogelijk wordt gemaakt. Dit bestemmingsplan is opgesteld aan de hand van de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen SVBP2012, zoals vastgelegd in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012.
De regels zijn voor zover nodig op hun beurt weer aangepast aan specifieke situaties in het plangebied. De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende hoofdstukken: • • • •
Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels.
5.2 Opzet regels In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De Standaard voor vergelijkbare bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012) is verplicht. De Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 maakt het mogelijk bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. Vergelijkbare bestemmingsplannen leiden tot een betere dienstverlening en tot een effectievere en efficiëntere overheid. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. 5.2.1 Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat regels die gelden voor het gehele plangebied en bestaat uit: • •
artikel 1: In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen, voor een eenduidige interpretatie van deze begrippen. artikel 2: Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.
16 december 2021 | Bestemmingsplan ‘Middenweg 77, Nederhorst den Berg’ | Witpaard
34
5.2.2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 bevat de juridische vertaling van de verschillende bestemmingen die voorkomen in het plangebied. Voor ieder gebied op de verbeelding is de bestemming aangegeven. Deze bestemmingen zijn in de regels onderverdeeld in onder meer: • • • •
Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan (wonen, bedrijvigheid etc.); Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage etc.); Afwijken van de gebruiks- en bouwregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bestemmingen en bouwregels; Verboden gebruik: welke vormen van gebruik zijn uitgesloten.
In paragraaf 5.3 worden de verschillende bestemmingen toegelicht en wordt ook per bestemming aangegeven waarom voor bepaalde gronden voor deze is gekozen. Daarnaast wordt, indien gekozen wordt af te wijken van de bestemming uit het geldende bestemmingsplan, aangegeven waarom daarvoor is gekozen. 5.2.3 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: •
• • • • •
artikel 4 Anti dubbeltelregel: deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te kunnen voorkomen. Dit kan zich met name voordoen, indien een deel van een bouwperceel, dat reeds bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage was betrokken, wederom - nu ten behoeve van de berekening van het maximale bebouwingspercentage van een ander bouwperceel - wordt betrokken; artikel 5 Algemene bouwregels: hierin zijn regelingen opgenomen die algemeen geldend zijn voor het gehele plangebied met betrekking tot bouwen; artikel 6 Algemene afwijkingsregels: in deze regeling wordt vastgelegd onder welke voorwaarden kan worden afgeweken van de in de bestemmingsregels vastgelegd voorschriften; artikel 7 Algemene wijzigingsregels: in deze regel is opgenomen onder welke voorwaarden het bevoegd gezag de opgenomen bestemmingen in het bestemmingsplan kan wijzigen; artikel 8 Algemene procedureregels: deze regeling bepaald de te volgen procedure in het geval van in de planregels genoemde nadere eisen; artikel 9 Overige regels: hieronder zijn regelingen opgenomen ten aanzien van bestaande maten, de verwijzing naar andere regelgeving in dit bestemmingsplan en bedrijfswoningen.
5.2.4 Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 staan de overgangs- en slotbepalingen. In artikel 10 is het overgangsrecht beschreven. Hierin wordt aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. De inhoud van deze regels is overgenomen uit de standaardregels uit het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Artikel 11 geeft de officiële benaming van dit bestemmingsplan weer en de datum van vaststelling door de gemeenteraad.
5.3 Nadere toelichting op de regels Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing opgericht mag worden. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar mogelijk worden gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een
16 december 2021 | Bestemmingsplan ‘Middenweg 77, Nederhorst den Berg’ | Witpaard
35
compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de keuzes die zijn gemaakt nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld. In dit bestemmingsplan is de enkelbestemming 'Bedrijf' opgenomen. Deze bestemming voorziet in het toestaan van bedrijfsactiviteiten, behorende bij de categorieën 1 t/m 3.1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten, opgenomen in Bijlage 1 van de regels behorende bij dit bestemmingsplan. Teneinde het gebruik van het beoogde bedrijfspand voor een fietsenwinkel juridisch-planologisch mogelijk te maken is aan het plangebied tevens de functieaanduiding 'detailhandel' toegekend. Binnen deze aanduiding is, naast de bovengenoemde bedrijfsfunctie, een servicegerichte fietsenwinkel toegestaan, waarbij detailhandel slechts een ondergeschikte activiteit is. Tevens geldt voor het plangebied de functieaanduiding 'bedrijfswoning'. Ter plekke van deze aanduiding is ten hoogste 1 bedrijfswoning toegestaan. Tot slot blijft de ligging van het bouwvlak, zoals dit in de vigerende planologische situatie reeds het geval was, ongewijzigd.
Bebouwing is alleen toegestaan binnen dit bouwvlak en binnen de kaders ten aanzien van maatvoering zoals vastgelegd in de planregels behorende bij de bestemming 'Bedrijf'. De regels ten behoeve van de bestemmingen uit dit plan zijn overgenomen uit het geldende bestemmingsplan en waar nodig specifiek gemaakt voor onderhavige situatie.
16 december 2021 | Bestemmingsplan ‘Middenweg 77, Nederhorst den Berg’ | Witpaard
36
6 Financiële uitvoerbaarheid 6.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de exploitatie van het plan en de eventueel daaruit voortvloeiende planschade besproken.
6.2 Exploitatie De Grondexploitatiewet (afdeling 6.4 Wet ruimtelijke ordening) gaat ervan uit dat bij het bestemmingsplan een exploitatieplan wordt vastgesteld tenzij het kostenverhaal anders verzekerd is. De voor dit bouwplan en bestemmingsplan te maken kosten, waaronder eventuele tegemoetkoming in schade, zijn voor rekening van de betrokken grondeigenaar en initiatiefnemer. Met hen worden hierover bindende afspraken gemaakt. Deze afspraken worden opgenomen in overeenkomsten tussen de initiatiefnemer en de gemeente, die voor de vaststelling van het bestemmingsplan zijn afgerond (anterieure overeenkomst). Om die reden maakt een exploitatieplan geen deel uit van dit bestemmingsplan.
16 december 2021 | Bestemmingsplan ‘Middenweg 77, Nederhorst den Berg’ | Witpaard
37
7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Inleiding De procedure voor vaststelling van een bestemmingsplan is geregeld in de Wet ruimtelijke ordening. Aangegeven is dat tussen de gemeente en verschillende instanties waar nodige overleg over het plan moet worden gevoerd, voordat een ontwerpbestemmingsplan ter visie kan worden gelegd. Bovendien is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaard (zienswijzenprocedure).
7.2 Overleg Conform artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening is dit bestemmingsplan toegestuurd aan bevoegde instanties. Hierop zijn de volgende reacties binnengekomen: Waternet Geen opmerkingen op het plan. Omgevingsdienst 'Er dient een stikstofdepositieberekening te worden uitgevoerd. In het stikstofonderzoek dient met name de zogeheten referentiesituatie en de verkeersaantrekkende werking in de gebruiksfase zorgvuldig te worden onderzocht'. 'Uit de verbeelding blijkt dat weliswaar de bestaande woning niet wordt gesloopt maar dat de opstallen aan de noordzijde van de woning wel worden gesloopt. Mogelijk worden ook de bestaande singels gekapt. Er dient daarom aanvullend te worden gemotiveerd waarom geen ecologisch onderzoek (quick scan soortenonderzoek) hoeft te worden uitgevoerd en of er mitigerende maatregelen nodig zijn om te zorgen dat de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming niet worden overtreden. De situatie dient te worden beoordeeld door een erkend deskundige (ecoloog).' Op basis van bovenstaande opmerking van de Omgevingsdienst is aanvullend een AERIUSberekening uitgevoerd en toegevoegd aan het plan. Tevens is in de toelichting opgenomen dat de houtsingels behouden blijven en de bestaande bijgebouwen achter de bedrijfswoning binnen de tot deze ontwikkeling behorende werkzaamheden niet gesloopt worden. Provincie Noord-Holland Geen opmerkingen op het plan.
GAD Geen opmerkingen op het plan. Brandweer Geen opmerkingen op het plan. Ministerie van I&M Geen opmerkingen op het plan.
7.3 Zienswijzen Het ontwerp van dit bestemmingsplan heeft van donderdag 16 september tot en met 28 oktober 2021 gedurende 6 weken zowel fysiek als digitaal ter inzage gelegen. Iedere belanghebbende is in deze periode in de gelegenheid geweest een zienswijze op het plan in te dienen. Er zijn bij de gemeente Wijdemeren geen zienswijzen binnengekomen. Derhalve wordt het ontwerpbestemmingsplan ongewijzigd ter vaststelling aangenomen. 16 december 2021 | Bestemmingsplan ‘Middenweg 77, Nederhorst den Berg’ | Witpaard
38