CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1 Toelichting Bestemmingsplan Middenweg 77

commissie Ruimte en Economie 10 november 2021, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Bestemmingsplan Middenweg 77 Nederhorst den Berg (Nieuw aan de agenda toegevoegd)13.434 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BESTEMMINGSPLAN ‘Middenweg 77, Nederhorst den Berg’

Planstatus: vastgesteld Datum: 2021-12-16 IMRO code: NL.IMRO.1696.BP9700Midweg772021-va00

TOELICHTING

Inhoudsopgave 1 Inleiding ............................................................................................................................ 5 1.1 Aanleiding en doel ......................................................................................................................... 5 1.2 Ligging en begrenzing................................................................................................................... 5 1.3 Vigerend bestemmingsplan .......................................................................................................... 6 1.4 Opzet van de toelichting ................................................................................................................ 6

2 Beschrijving bestaande situatie ...................................................................................... 7 2.1 Inleiding ......................................................................................................................................... 7 2.2 Het plangebied en omgeving ........................................................................................................ 7 2.3 Toekomstige situatie ..................................................................................................................... 8 2.4 Strijdigheid vigerend bestemmingsplan........................................................................................ 9

3 Beleid .............................................................................................................................. 10 3.1 Inleiding ....................................................................................................................................... 10 3.2 Europees beleid .......................................................................................................................... 10 3.3 Rijksbeleid ................................................................................................................................... 11 3.4 Provinciaal beleid ........................................................................................................................ 16 3.5 Gemeentelijk beleid ..................................................................................................................... 18 3.6 Conclusie relevant ruimtelijk beleid ............................................................................................. 19

4 Milieu- en omgevingsaspecten ..................................................................................... 20 4.1 Inleiding ....................................................................................................................................... 20 4.2 Bodem ......................................................................................................................................... 20 4.3 Verkeer en parkeren .................................................................................................................... 21 4.4 Geluid .......................................................................................................................................... 22 4.5 Luchtkwaliteit ............................................................................................................................... 23 4.6 Geur ............................................................................................................................................. 24 4.7 Watertoets.................................................................................................................................... 25 4.8 Ecologie .......................................................................................................................................

26 4.9 Archeologie en cultuurhistorie..................................................................................................... 28 4.10 Bedrijven en milieuzonering ...................................................................................................... 30 4.11 Externe veiligheid ...................................................................................................................... 31 4.12 Conclusie milieu- en omgevingsaspecten ................................................................................ 32 4.13 Besluit Milieu-effectrapportage .................................................................................................. 32

5 Toelichting op de regels ................................................................................................ 34 5.1 Inleiding ....................................................................................................................................... 34 5.2 Opzet regels ................................................................................................................................ 34 5.3 Nadere toelichting op de regels .................................................................................................. 35

6 Financiële uitvoerbaarheid ............................................................................................ 37 6.1 Inleiding ....................................................................................................................................... 37 6.2 Exploitatie .................................................................................................................................... 37

7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................................ 38 7.1 Inleiding ....................................................................................................................................... 38 7.2 Overleg ........................................................................................................................................ 38 7.3 Zienswijzen .................................................................................................................................. 38

Bijlage 1: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 2: Rapportage AERIUS-berekening

16 december 2021 | Bestemmingsplan ‘Middenweg 77, Nederhorst den Berg’ | Witpaard

4

1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel Initiatiefnemer wil achter zijn bedrijfswoning graag een bedrijfspand realiseren ten behoeve van een servicegerichte fietsenwinkel met ondergeschikte detailhandel in bijzonder aanbod aan fietsen. Naast reguliere werkzaamheden is initiatiefnemer toenemend werkzaam geraakt op het terrein van unieke, ergonomisch aangepaste fietsen zoals 3-wiel-, duo-, en rolstoelfietsen. Binnen dit segment is de vraag toegenomen vanwege steeds meer contacten en samenwerking met verzorgingstehuizen, ergonomen en fysiotherapeuten. Initiatiefnemer heeft recent bij de gemeente een aanvraag vooroverleg omgevingsvergunning ingediend, teneinde het bedrijfspand ten behoeve van de fietsenwinkel te mogen bouwen aan de noordzijde van het perceel Middenweg 77 te Nederhorst den Berg. De gemeente staat positief tegenover het voornemen en geeft aan medewerking te willen verlenen nadat het bestemmingsplan van het perceel is gewijzigd. De huidige bestemming 'Bedrijf' staat het gebruik van de gronden ten behoeve van een servicegerichte fietsenwinkel, met als hoofdfunctie het repareren van fietsen, niet toe. Om het beoogde bedrijfspand ten behoeve van de fietsenwinkel aan Middenweg 77 te kunnen realiseren is een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk.

et voorliggende bestemmingsplan voorziet in deze wijziging en maakt de realisatie van het beoogde bedrijfspand juridisch-planologisch mogelijk.

1.2 Ligging en begrenzing Het plangebied is gelegen aan de Middenweg 77 en maakt deel uit van lintbebouwing ten zuidoosten van de kern Nederhorst den Berg. Het plangebied ligt ten noorden van de Middenweg. Aan de west- en oostzijde wordt het plangebied begrenst door respectievelijk de percelen behorende bij de burgerwoningen Middenweg 75 en 79. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan het agrarische polderlandschap van de Horstermeer. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Nederhorst den Berg, sectie C, nummer 2759 (gedeeltelijk). Het plangebied heeft een oppervlakte van 1.060 m2. De Middenweg vormt een verbindingsweg tussen de kernen Nederhorst den Berg, Ankeveen en Kortehoef en doorsnijdt de Horstermeer in oost-westelijke richting. Op onderstaande afbeelding is de omgeving van het plangebied weergegeven.

Ligging plangebied in omgeving (plangebied rood omlijnd)

16 december 2021 | Bestemmingsplan ‘Middenweg 77, Nederhorst den Berg’ | Witpaard

5

1.3 Vigerend bestemmingsplan Ter plekke van het plangebied Middenweg 77 geldt het bestemmingsplan 'Horstermeer', zoals vastgesteld op 6 juli 2017 door de gemeenteraad van Wijdemeren. Binnen dit bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemming 'Bedrijf'. Binnen deze bestemming is een bouwvlak gelegen. Het plangebied heeft daarnaast de functieaanduiding 'bedrijfswoning'. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan 'Horstermeer' weergegeven.

Uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan 'Horstermeer' (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Na de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan verliest het bestemmingsplan 'Horstermeer', binnen het plangebied van dit bestemmingsplan, zijn rechtskracht. Tevens geldt ter plekke van het plangebied het Parapluplan Parkeren Wijdemeren 2019. Dit parapluplan blijft na de vaststelling van dit bestemmingsplan onverminderd van kracht.

1.4 Opzet van de toelichting Het tweede hoofdstuk van deze toelichting geeft een beschrijving van de bestaande en toekomstige situatie. In hoofdstuk drie en vier wordt het bouwplan getoetst aan respectievelijk het relevante ruimtelijke beleid en milieu- en omgevingswaarden. Hoofdstuk vijf bevat een toelichting op de regels. In hoofdstuk zes en zeven komen achtereenvolgens de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan aan de orde.

16 december 2021 | Bestemmingsplan ‘Middenweg 77, Nederhorst den Berg’ | Witpaard

6

2 Beschrijving bestaande situatie 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de huidige situatie in en nabij het plangebied beschreven. In eerste instantie staat een beschrijving van het omliggende gebied op hoofdlijnen centraal, waarna vervolgens wordt ingezoomd op het plangebied.

2.2 Het plangebied en omgeving Het plangebied bevindt zich in een lint langs de Middenweg, ten zuidoosten van de kern Nederhorst den Berg. Het plangebied zelf is grotendeels verhard ten behoeve van de bedrijfsfunctie. Aan de zuidzijde gelegen aan de Middenweg is de bedrijfswoning gesitueerd, waarlangs aan de westzijde een toegang tot het achterterrein is. Het achterterrein is reeds volledig verhard en onbebouwd. Ten noorden van de bedrijfsfunctie gaat het kadastraal perceel over in agrarisch gebied. Het plangebied is gelegen in de Horstermeer, een agrarisch poldergebied tussen de Ankeveensche plassen in het noorden en de Loosdrechtse plassen in het zuiden. Historie De omgeving van het plangebied bestaat uit gecultiveerde stroomruggen, komgronden, veenweiden en veenplassen. Dit afwisselende landschap is ontstaan uit de natuurlijke veenmoerassen met veenstromen op deze plek. De Horstermeer, is vernoemd naar het vroegere natuurlijke meer (het Overmeer) op deze locatie. Later is een verwijzing naar het nabijgelegen kasteel Nederhorst in de naam opgenomen. In de 17e eeuw is het meer met zes molens drooggelegd om in gebruik genomen te worden als agrarische grond, maar na enkele jaren is het droogleggen gestaakt. Eind 19e eeuw is de polder opnieuw drooggelegd middels stoommachines.

Sinds de definitieve drooglegging van de polder is een steeds groter deel in gebruik genomen als landbouwgrond. In de loop van de tijd is hier langs de Middenweg een mix van agrarische bedrijven, kleinschaligere service bedrijven en natuurontwikkeling aan toegevoegd. Op onderstaande afbeeldingen is de historische ontwikkeling van de omgeving van het plangebied weergegeven.

Historische kaarten Horstermeer (van links naar rechts: circa 1860, circa 1915, circa 1965) (bron: www.topotijdreis.nl) Bestaande situatie De ruimtelijke structuur van de Horstermeer bestaat uit de ringdijk, de open groene ruimte van de polder, het watersysteem en de ontginningsassen. Structuurbepalend in de huidige situatie is het middenlint (de Middenweg), die dwars door de polder heen loopt. De bebouwing langs de Middenweg geeft een beeld van kernbebouwing waar het niet-agrarische aspect overheerst. Tussen de bebouwing langs het lint speelt de beleving van openheid een belangrijke rol. Karakteristiek voor het lint aan de Middenweg is derhalve afwisseling tussen bebouwde kavels en onbebouwde kavels, waardoor deze zekere mate van transparantie ontstaat en de open polder zichtbaar is. Langs de

16 december 2021 | Bestemmingsplan ‘Middenweg 77, Nederhorst den Berg’ | Witpaard

7

Middenweg zijn meerdere bebouwingstypologieën aanwezig: woonhuizen, boerderijen met opstallen en bedrijfsgebouwen. Naast de kleinschalige verkaveling is ook een bedrijventerrein gesitueerd langs de Middenweg (Nieuwe Walden). Op dit terrein bevinden zich voornamelijk niet-agrarische bedrijven. Ook in het lint is verspreid bedrijvigheid aanwezig. Deze historisch gegroeide situatie zorgt voor een zekere mate van functiemenging in het gebied.

2.3 Toekomstige situatie De initiatiefnemer wil aan de noordzijde van het plangebied graag een nieuw bedrijfspand voor een servicegerichte fietsenwinkel met ondergeschikte detailhandel realiseren. Het beoogde bedrijfspand heeft een oppervlakte van 240 m2 met een goot- en nokhoogte van respectievelijk 4,5 en 8 meter. Het pand wordt aan de west- en noordzijde voorzien van grote raampartijen, waardoor vanuit het bedrijfspand zicht op de achterliggende polder ontstaat. Het beoogde pand wordt gerealiseerd binnen het bestaande bouwvlak ten noorden van de bedrijfswoning en bestaat uit twee bouwlagen. Op de begane grond van het bedrijfsgebouw wordt 112 m2 in gebruik genomen als oppervlak voor de beoogde fietsenwinkel met ondergeschikte detailhandel. Dit vloeroppervlak wordt uitgebreid middels een vide in het winkelgedeelte. De overige ruimte op de begane grond wordt gebruikt voor een werkplaats (33 m 2), een magazijn (54 m2) en sanitaire voorzieningen. Het magazijn is vanaf de westzijde van het gebouw toegankelijk middels een te realiseren overhead deur. De eerste verdieping van het gebouw wordt gebruikt als kantoorruimte en voor opslag ten behoeve van de fietsenwinkel. De overige ruimte op het terrein wordt gebruikt voor onder andere parkeergelegenheid. Hierop wordt verder ingegaan in paragraaf 4.3 van deze toelichting.

Onderstaande afbeeldingen geven de beoogde situatie binnen het plangebied en aanzichten van het te realiseren bedrijfspand weer.

Aanzichten beoogde bedrijfspand (links: gevel noordzijde, rechts: gevel westzijde) (bron: wim bouwkundig ontwerp & adviesbureau)

Aanzichten beoogde bedrijfspand (links: gevel oostzijde, rechts: gevel zuidzijde)

16 december 2021 | Bestemmingsplan ‘Middenweg 77, Nederhorst den Berg’ | Witpaard

8

Beoogde inrichting plangebied (bron: Witpaard) De ontwikkeling binnen het plangebied vindt in twee delen plaats: allereerst wordt de nieuwe bedrijfsloods gerealiseerd. Ten zuiden van deze loods is op dit moment een kleine loods gesitueerd, waarin de initiatiefnemer op dit moment (en totdat het nieuwe bedrijfspand af is) zijn reparatiewerkzaamheden voor de fietsenwinkel verricht. Wanneer het nieuwe bedrijfspand gereed is, wordt dit in gebruik genomen en zal de huidige loods worden vervangen door twee parkeerplekken.

2.4 Strijdigheid vigerend bestemmingsplan Het realiseren en gebruiken van een bedrijfspand ten behoeve van een fietsenwinkel met ondergeschikte detailhandel is in strijd met de regels van de ter plekke geldende bestemming 'Bedrijf' conform het vigerend bestemmingsplan 'Horstermeer'. Om het voorgenomen initiatief juridisch-planologisch mogelijk te maken is een partiële bestemmingsplanwijziging noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.

16 december 2021 | Bestemmingsplan ‘Middenweg 77, Nederhorst den Berg’ | Witpaard

9

3 Beleid 3.1 Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het relevante ruimtelijke beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en doorvertaald op de verbeelding en in de regels.

3.2 Europees beleid 3.2.1 Kaderrichtlijn Luchtkwaliteit In de Europese Kaderrichtlijn Luchtkwaliteit worden de grondbeginselen van het Europese luchtkwaliteitsbeleid gegeven. De doelstellingen van dit beleid zijn het omschrijven en vastleggen van de luchtkwaliteit om de schade voor mens en milieu te voorkomen, verhinderen of te verminderen, de luchtkwaliteit te kunnen beoordelen, de bevolking te kunnen informeren over de kwaliteit van de lucht en het in stand houden van of verbeteren van de kwaliteit. In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) van 15 november 2007 is de Europese kaderrichtlijn opgenomen in Nederlandse wetgeving. In paragraaf 4.5 worden de gevolgen voor de luchtkwaliteit beschreven als gevolg van het realiseren van het plan. 3.2.2 Kaderrichtlijn Water De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om een gecoördineerd beheer in alle Europese stroomgebieden te realiseren, de waterkwaliteit verder te verbeteren en het publiek sterker bij het waterbeheer te betrekken. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. De gevolgen voor de realisatie van het plan worden beschreven in paragraaf 4.7.

3.2.3 Natura 2000 Om de natuur in Europa te beschermen en te ontwikkelen, werken de lidstaten van de Europese Unie (EU) samen aan Natura 2000: een samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden in alle lidstaten. Dit netwerk vormt de hoeksteen van het EU-beleid voor behoud en herstel van biodiversiteit. De Nederlandse bijdrage hieraan bestaat uit 162 gebieden. Natura-2000 omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn (1979) en Habitatrichtlijn (1992), die zijn opgenomen in de Natuurbeschermingswet. In beide richtlijnen staan ook maatregelen voor soortenbescherming. Deze zijn opgenomen in de Flora- en faunawet. In en rond Natura 2000gebieden en Beschermde Natuurmonumenten geldt voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de natuur een vergunningplicht. Activiteiten uitvoeren zonder vergunning is strafbaar. In paragraaf 4.8 wordt besproken in hoeverre de bestemmingswijziging de aanwezige natuurwaarden raakt. 3.2.4 Verdrag van Malta Het Europese Verdrag van Malta uit 1992 regelt de bescherming van archeologisch erfgoed, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen. Nederland heeft dit verdrag ondertekend en goedgekeurd. Invoering ervan gebeurt onder meer door de Wet op de archeologische monumentenzorg.

In paragraaf 4.9 wordt beschreven op welke manier wordt omgegaan met archeologische en cultuurhistorische waarden.

16 december 2021 | Bestemmingsplan ‘Middenweg 77, Nederhorst den Berg’ | Witpaard

10

3.3 Rijksbeleid 3.3.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In de Nationale Omgevingsvisie, de NOVI, geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Met de NOVI wordt beoogd een perspectief te bieden om grote opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, aan te pakken. Hierbij is omgevingskwaliteit, een combinatie van ruimtelijke kwaliteit en milieukwaliteit, het kernbegrip. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Centraal bij de afweging van diverse belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als de ondergrond, zogenaamd 'omgevingsinclusief' beleid. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de omgevingsinclusieve benadering vorm krijgt en de afwegingsprincipes benut worden. De NOVI gaat vergezeld van een Uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan de eigen rol bij de uitvoering van de NOVI.

In de Uitvoeringsagenda is onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op verschillende beleidsterreinen opgenomen. De Uitvoeringsagenda wordt, indien nodig, jaarlijks geactualiseerd. 3.3.2 Uitvoeringsagenda Nationale Omgevingsvisie 2021-2024 Middels de Uitvoeringsagenda behorende bij de Nationale Omgevingsvisie wordt voor de periode 2021-2024 de visie omgezet in actie. Hierbij wordt uitwerking gegeven aan de vier prioriteiten en de beleidskeuzes uit de NOVI: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

De werkwijze voor het uitwerken van de vier prioriteiten verloopt volgens de uitgangspunten zoals geformuleerd in de NOVI: •

• • •

'We stellen de opgaven centraal': integrale beleidskeuzes uit de NOVI worden vertaald naar instrumenten en programma's. De Uitvoeringsagenda vormt een veelheid aan instrumenten en programma's. Het maakt de diverse acties inzichtelijk en geeft daarmee kansen om de juiste verbindingen aan te brengen. 'We werken gebiedsgericht': keuzes worden vooral decentraal en regiospecifiek gemaakt. 'We werken permanent en adaptief' 'We beschrijven hoe we werken als één overheid, samen met de samenleving'': de Uitvoeringsagenda dient als uitgangspunt voor bijbehorende Samenwerkingsafspraken.

Per prioriteit zijn verschillende instrumenten gedefinieerd en programma's opgesteld. De relevante programma's worden hierna toegelicht.

16 december 2021 | Bestemmingsplan ‘Middenweg 77, Nederhorst den Berg’ | Witpaard

11

3.3.3 Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) De minister van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) stelt het Nationaal Water Programma (NWP) voor de periode 2022–2027 op. Het NWP beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid voor deze periode en geeft een doorkijk naar 2050. Het NWP bevat: • •

Een uitwerking van het te voeren beleid (inclusief het nationale ruimtelijke en ecologische beleid) voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer en de bescherming of het behoud van water; Maatregelen vanwege nationale belangen en om wateropgaven te bereiken en daaraan te blijven voldoen.

Het Nationaal Water Programma 2022–2027 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021 en het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren 2016-2021. Met de samenvoeging van deze twee plannen wordt geanticipeerd op de Omgevingswet, waarin het programma als een van de instrumenten is opgenomen. Het NWP geeft het integrale kader voor het waterbeleid en -beheer van het Rijk voor de periode 2022-2027 (inclusief het Noordzeebeleid). De Stroomgebiedbeheerplannen en Overstromingsrisicobeheerplannen voor de stroomgebieden van de Rijn, Maas, Schelde en Eems en het Programma Noordzee (inclusief het programma Kaderrichtlijn Mariene Strategie) zijn een bijlage bij het NWP. In het NWP worden de nationale componenten van de herijking van het Deltaprogramma vastgelegd. 3.3.4 Nationaal Milieuprogramma (NMP) Het in de NOVI aangekondigde Nationaal Milieuprogramma (NMP) is een uitwerking en concretisering van de visie zoals neergelegd in het Nationaal Milieubeleidskader (NMK). Het programma richt zich op het nationale milieubeleid, dus op een schone, veilige en gezonde leefomgeving en duurzaamheid. Dit is mede van belang voor het borgen van voldoende ontwikkelruimte voor de Nederlandse economie. De NOVI geeft aan dat voor verschillende beleidsonderwerpen de keuzes en opgaven nader worden uitgewerkt in visie- en uitvoeringstrajecten.

Met het Nationaal Milieubeleidskader (NMK), dat in samenhang met de NOVI is verschenen, is het richtinggevend kader geschetst voor de toekomstige milieubeleidsontwikkeling. In 2021/2022 zal daaraan in het Nationaal Milieuprogramma (NMP) nadere invulling worden gegeven in de vorm van initiatieven en concrete beleidsacties. De hoofdlijn is dat ten opzichte van de afgelopen jaren meer aandacht moet komen voor het voorkómen van milieuverliezen of milieuschade, wil Nederland zich kunnen blijven ontwikkelen. 3.3.5 Programma Verstedelijking en Wonen In het programma wordt in samenwerking met de decentrale overheden de integrale verstedelijkingsstrategie van de NOVI nader uitgewerkt en toegepast in de regionale verstedelijkingsstrategieën als eerste stap op weg naar het Stedelijk Netwerk NL. Er zal worden bezien of en welke instrumenten en kennis daarvoor nodig zijn. Ook worden de lessen uit de regionale strategieën naar andere regio’s vertaald. Dit kan gaan over: • • •

Gedeelde uitgangspunten voor de inventarisatie van de omgevingskwaliteit en voor een integrale benadering van kwaliteitsambities. Hiertoe worden onder mee de mogelijkheden bezien van het combineren van verdichting en kwaliteitsverbetering in verschillende situaties; Gedeelde uitgangspunten voor het vaststellen van de behoefte aan vastgoed voor wonen, werken en overige maatschappelijke doelen, en voor de programmering om tegemoet te komen aan die behoefte; Gedeelde uitgangspunten voor het afwegen en het ruimtelijk accommoderen van de behoefte aan wonen, werken, mobiliteit, groen en overige voorzieningen in stedelijke gebieden. In het verlengde hiervan wordt bezien of het juridisch instrumentarium (nu de

16 december 2021 | Bestemmingsplan ‘Middenweg 77, Nederhorst den Berg’ | Witpaard

12

•

Ladder voor Duurzame Verstedelijking) aanvulling of wijziging behoeft in het licht van de in de NOVI opgenomen nieuwe beleidslijnen; De ontwikkeling van het instrumentarium voor een samenhangende aanpak van groen in en om de stad en van afspraken over de toepassing daarvan.

Dit programma heeft als kern de regiospecifieke verstedelijkingsstrategieën die in het verlengde van de NOVI en de Woondeals worden opgesteld. Dat is de eerste stap. Vervolgens zal het Stedelijk Netwerk NL worden ontwikkeld. In het programma wordt rekening gehouden met verschillende schaalniveaus en toepassing van de uitgangspunten in bijvoorbeeld Omgevingsagenda’s en NOVIgebieden. 3.3.6 Programma Bodem en Ondergrond Het programma heeft als doel het duurzaam, veilig en efficiënt gebruik van bodem, ondergrond en grondwater te bevorderen. Daarbij wordt gestreefd naar evenwicht tussen benutten en beschermen. Er zijn uiteenlopende maatschappelijke opgaven waarbij gebruik wordt gemaakt of invloed wordt uitgeoefend op het bodemwatersysteem. Voorbeelden zijn de energietransitie, klimaatadaptatie, duurzaam bodembeheer in de landbouw, de omschakeling naar circulaire economie en de zorg voor een gezonde en veilige leefomgeving, met daarin bijvoorbeeld de aanpak van opkomende en zeer zorgwekkende stoffen in het milieu. Het borgen van duurzaam, veilig en efficiënt gebruik van bodem, ondergrond en grondwater vraagt om een integrale aanpak van maatschappelijke opgaven die hier invloed op hebben, waarbij ondergrond en bovengrond in een vroeg stadium van planvorming in samenhang worden bezien.

Bovendien is landelijke samenwerking nodig tussen diverse departementen, decentrale overheden en andere partijen, waarbij ieder bijdraagt aan oplossingen vanuit de eigen rol en verantwoordelijkheid. Goede informatie en kennis over bodem en grondwater is essentieel voor het maken van afwegingen tussen belangen om bodem, ondergrond en grondwater optimaal te benutten en het bodem-watersysteem te beschermen en waar nodig op orde te brengen. Bij deze afwegingen worden ook de afwegingsprincipes zoals toegelicht in de NOVI betrokken. Het Programma Bodem en Ondergrond biedt een robuuste structuur voor samenwerking rond vraagstukken die raken aan het gebruik van het bodemwatersysteem, passend bij het instrumentarium van de Omgevingswet. 3.3.7 Nationaal Programma Landelijk Gebied (NLPG) Er komen veel grote opgaven op Nederland af, die grote veranderingen vragen en ook vaak een grote claim op de ruimte leggen. Daarbij is de inzet om zoveel mogelijk functies te combineren, maar soms staan juist verschillende functies op gespannen voet met elkaar.

In het Nationaal Programma Landelijk Gebied schetsen we een strategie op hoofdlijnen, die richting geeft aan toekomstbestendige ontwikkeling van functies in het landelijk gebied en de ruimtelijke ontwikkeling van de agrarische sector, met ruimte voor agrarische functies in de voor landbouw goed geschikte gebieden, inclusief ruimte voor wonen, verbetering van leefbaarheid, luchtkwaliteit en andere onderdelen van milieu, natuur en leefomgevingskwaliteit. Met deze strategie dragen we bij aan een optimale en integrale planning van functies, opdat we schaarse ruimte efficiënt en effectief benutten ten dienste van de maatschappelijke opgaven in de gebieden. Zo kan tevens in beeld worden gebracht waar op termijn ruimte kan ontstaan voor nieuwe functies in het kader van energie en zoetwaterbeschikbaarheid. Het beoogde effect van het nationaal programma landelijk gebied is om keuzes ten aanzien van de inrichting van de leefomgeving in het landelijk gebied door publieke (en private) partijen positief te beïnvloeden. De gebiedsafbakening van het NPLG is ‘alles buiten bestaand bebouwd gebied’. Er wordt gewerkt in een nationaal spoor en een gebiedsgericht spoor die elkaar beïnvloeden. In een beperkt aantal pionier gebieden wordt gestart met de gebiedsgerichte aanpak. In de pionier gebieden worden private en maatschappelijke partijen integraal betrokken.

Zonder hen is het formuleren van collectieve waarden; kansen en schuurpunten; het goed betrekken van ‘de samenleving’; inzicht verkrijgen in de opgaven die vragen om een nationale aanpak belangen, en het kiezen van richting

16 december 2021 | Bestemmingsplan ‘Middenweg 77, Nederhorst den Berg’ | Witpaard

13

niet mogelijk. Op basis van die resultaten wordt bepaald of het meerwaarde heeft als Rijk op regionaal door te gaan, of om een landelijke strategie verder uit te werken die regio’s vervolgens zelf kunnen gaan gebruiken. De samenwerking met de Ruimtelijke Verkenning Stikstof en het Programma Natuur is van belang: de opgave tot natuurherstel en natuuruitbreiding in het kader van de aanpak stikstof is integraal onderdeel van dit Nationale programma. Samenwerking met medeoverheden is eveneens cruciaal. Niet alleen om inrichtingsopgaven per gebied scherp te inventariseren maar ook om mogelijke uitruilen en verplaatsingen van functies over het land te bespreken (‘bovenregionale/-provinciale optimalisatie’). 3.3.8 Programma ONS Landschap Het Programma ONS Landschap is erop gericht om in samenwerking met decentrale partners de waarden en kwaliteiten van onze landschappen te beschermen en te versterken. Dit door landschapsinclusief vorm te geven aan ruimtelijke ontwikkeling. Voor specifieke gebieden hebben Rijk en regio samen afspraken gemaakt over het beschermingsniveau (bijvoorbeeld Structuurvisie Waddenzee) of de wijze waarop omgegaan wordt met de kwaliteiten van het landschap (Kustpact). Voor andere gebieden dient dit nog te worden opgestart.

We richten onze aandacht op de gebieden waar hoge landschappelijke waarden samenkomen met grote (verwachte) transities van de fysieke leefomgeving. Het betreft de volgende prioritaire gebieden: IJsselmeer, Waddenzee, Kust, Nieuwe Hollandse Waterlinie, Veluwe, Groene Hart en Nationale Parken. Voor elk van deze prioritaire gebieden beoogt ONS Landschap te komen tot, indien gewenst door medeoverheden, een gebiedsgerichte set aan afspraken en een strategie om bestaande landschappelijke waarden te beschermen en afspraken te maken hoe met de inpassing van de diverse transities (ook) nieuwe landschappelijke waarde kan worden gerealiseerd. Steeds gaat het om het gebalanceerd toepassen van de afwegingsprincipes (combineren) en uitgaan van de kenmerken en identiteit van een gebied. Hoewel het elke keer om gebiedsgerichte afspraken en strategieën gaat, kunnen de hiermee opgedane ervaringen van betekenis zijn voor de aanpak in andere landschappen. Behalve gebiedsgericht is het ook mogelijk om meer generiek landschappelijke kwaliteit te beschermen of te versterken. Veel van de verschraling van landschap vindt plaats buiten de geselecteerde gebieden. Sluipenderwijs verdwijnen karakteristieke landschapselementen, biodiversiteit en landschappelijke structuren. Breed gevoelde ‘landschapspijn’ is het gevolg.

We richten onze aandacht op de vraag of het bestaande instrumentarium voldoet om onze landschappelijke kwaliteiten te beschermen of dat aanvullende instrumenten nodig zijn (centraal of decentraal). Het ontwikkelen van een Landschapsmonitor moet de basis vormen voor een nationale dialoog over hoe verdere verschraling van het landschap moet worden tegengegaan en over mogelijke combinaties met andere opgaven in de fysieke leefomgeving. 3.3.9 Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 januari 2010 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, en is ‘de ladder voor duurzame verstedelijking’ daaraan toegevoegd. Overheden dienen op grond van het gewijzigde Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren met behulp van drie opeenvolgende stappen. Deze stappen borgen dat tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkeling wordt gekomen. 3.3.9.1 Wettelijk kader Met ingang van 1 oktober 2012, is in artikel 3.1.6, tweede en derde lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de Ladder voor Duurzame Verstedelijking (hierna: de Ladder) opgenomen. In de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet vanaf genoemde datum beschreven worden dat de ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte.

Naast voor bestemmingsplannen is deze onderbouwingsplicht van overeenkomstige toepassing voor andere planologische besluiten, zoals de omgevingsvergunning voor het

16 december 2021 | Bestemmingsplan ‘Middenweg 77, Nederhorst den Berg’ | Witpaard

14

buitenplans afwijken, het uitwerkings- en wijzigingsplan en de provinciale ruimtelijke verordening. Per 1 juli 2017 is artikel 3.1.6, tweede en derde lid Bro (de Ladder) gewijzigd. Per genoemde datum is het de bedoeling dat bij het toepassen van de Ladder wordt beschreven welke behoefte aan de ontwikkeling bestaat, en als de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, een motivering waarom niet binnen het bestaande stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De twee treden van de Ladder schrijven vooraf geen bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent. Dit gezag draagt de verantwoordelijkheid voor de ruimtelijke afweging over die ontwikkeling. De 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is verankerd in artikel 3.1.6 van het Bro. In artikel 1.1.1 Bro worden de relevante begrippen 'stedelijke ontwikkelingen' en 'bestaand stedelijk gebied' gedefinieerd: • •

Stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen; Bestaand stedelijk gebied (BSG): bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.

In de toelichting op de wijziging van artikel 3.1.6. Bro is de wijziging gemotiveerd: ‘Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Daarom voegt artikel II van dit besluit een tweetal nieuwe leden toe aan artikel 3.1.6 van het Bro, op grond waarvan overheden - indien zij een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk willen maken - standaard een aantal stappen dienen te zetten die borgen dat tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkeling wordt gekomen. Deze stappen zijn geen blauwdruk voor een optimale ruimtelijke inpassing van alle nieuwe ontwikkelingen. Dat zou voorbij gaan aan de specifieke lokale omstandigheden, die van invloed zijn op de inpassing van ruimtevragende functies en het regionale maatwerk dat de overheden moeten kunnen leveren. De stappen bewerkstelligen dat de wens om een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk te maken,nadrukkelijk wordt gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ontwikkelingsbehoefte van een gebied, maar ook met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte, en voor de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt’.

3.3.9.2 Uitwerking Nieuwe stedelijke ontwikkeling Alvorens de Ladder voor duurzame verstedelijking uit te werken, dient allereerst de vraag beantwoord te worden of het voorgenomen bouwplan te beschouwen is als een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor bedrijfsfuncties wordt onderscheid gemaakt in toevoeging van gebouwen en toevoeging van terrein. Voor bedrijfsgebouwen geldt dat sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling vanaf een oppervlakte van 500 m2 nieuw ruimtebeslag. Onderhavig plan voorziet in de realisatie van een bedrijfspand van circa 240 m 2. Derhalve is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. 3.3.9.3 Conclusie Er is geen sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' zoals bedoeld in artikel 1.1.1 van het Bro. Derhalve is toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk. 3.3.10 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling raakt geen nationale ruimtelijke belangen en past binnen de doelstellingen van de Ladder voor duurzame verstedelijking.

16 december 2021 | Bestemmingsplan ‘Middenweg 77, Nederhorst den Berg’ | Witpaard

15

3.4 Provinciaal beleid 3.4.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie van de provincie Noord-Holland op de fysieke leefomgeving beschreven. De provincie wil balans tussen economische groei en leefbaarheid. Dit betekent dat in heel NoordHolland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. Er zijn randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met klimaatverandering. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk natuur inclusief en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. Noord-Hollandse kwaliteiten In de omgevingsvisie vormen de bestaande kwaliteiten het vertrekpunt voor nieuwe ontwikkelingen. De provincie hanteert daarbij een regionale indeling. De gemeente Wijdemeren is onderdeel van de deelregio Gooi en Vechtstreek. Binnen deze regio staat een hoge kwaliteit van leven en zorg centraal. Topografisch gezien wisselen verstedelijkte gebieden zich af met bovenregionale landschappen: de Vechtstreek, de Randmeren en de Utrechtste Heuvelrug. Deze deelregio is strategisch gelegen tussen Amsterdam, Almere, Amersfoort en Utrecht en daarmee een aantrekkelijk vestigingsgebied voor innovatieve bedrijven en hun medewerkers.

Daarnaast biedt de Gooi en Vechtstreek een breed scala aan recreatiemogelijkheden dichtbij de stad. De grote leefomgevingskwaliteit met diverse landschappen, recreatieve en toeristische mogelijkheden, topwoonmilieus in combinatie met mobiliteitsopgaven, economisch vitaal blijven en opgaven in het veenweidegebied brengen een complex aan vraagstukken met zich mee. 3.4.2 Omgevingsverordening Noord-Holland 2020 De Omgevingsverordening NH2020 is op 22 oktober door Provinciale Staten vastgesteld. In deze verordening zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. De belangrijkste ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de Omgevingsverordening Noord-Holland. Bijzonder Provinciaal Landschap Het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) is het regime voor bescherming en waar mogelijk versterking en ontwikkeling van gebieden in Noord-Holland die landschappelijk, aardkundig, ecologisch of cultuurhistorisch van bijzondere waarde zijn. Het BPL is beschreven in kernkwaliteiten per deelgebied.

In het BPL zijn ruimtelijke ontwikkelingen, met uitzondering van nieuwe stedelijke ontwikkelingen, toegestaan wanneer de beschreven kernkwaliteiten niet worden aangetast. Per locatie kan aan de hand van de kernkwaliteiten een zorgvuldige afweging worden gemaakt welke ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk en welke niet wenselijk zijn. In de ruimtelijke onderbouwing van een bestemmingsplan dat een ontwikkeling in het BPL mogelijk maakt, moet worden gemotiveerd dat de ter plaatse geldende kernkwaliteiten niet worden aangetast. Het plangebied aan de Middenweg 77 is, zoals op onderstaande uitsnede van de Omgevingsverordening is te zien, gelegen binnen Vechtstreek-Zuid.

16 december 2021 | Bestemmingsplan ‘Middenweg 77, Nederhorst den Berg’ | Witpaard

16

Uitsnede Omgevingsverordening NH2020, kaart 4: kernkwaliteiten Bijzonder Provinciaal Landschap (plangebied aangeduid met rode bolletje) (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Vechtstreek-Zuid Het BPL Vechtstreek-Zuid is een veenpolderlandschap met hierin uitgeveende plassen. Door windafslag groeiden de plassen aan elkaar. De plassen gaan in de oostzijde over in een uitgebreid stelsel met petgaten en legakkers omgeven door moerasbos en veenweidegronden. De Horstermeerpolder is een drooggemaakt natuurlijk meer. De naamgeving verwijst naar 'horsten': enkele hoogtes waarop boerderijen werden gevestigd. De droogmakerij heeft een symmetrische opbouw met een middenas in de lengterichting van de polder. Vanaf deze as zijn de ontginningsblokken zo regelmatig mogelijk uitgezet. De polder heeft vanwege de specifieke waterhuishouding smalle kavels, een vierkante ringsloot om de grootste kwellocatie en een brede hoofdtocht naar het gemaal. In de polder worden al langere tijd initiatieven ontplooid om waterontrekking uit de omliggende natuurgebieden tegen te gaan. Interpretatie en toetsing De verkaveling en de waterhuishouding die hieraan ten grondslag ligt zijn karakteristiek voor de Horstermeerpolder. Ruimtelijke ontwikkelingen die de genoemde kenmerken van de polder respecteren worden niet beschouwd als een aantasting van de kernkwaliteit.

Onderhavig planvoornemen voorziet in de realisatie van een bedrijfs/winkelpand op een bestaande bebouwde locatie aan het lint langs de Middenweg. Het beoogde pand wordt gerealiseerd binnen een bestaand bouwvlak en heeft derhalve geen invloed op de verkaveling en/of waterhuishouding binnen de Horstermeerpolder. Grondwaterbeschermingsgebied Het aanwijzen van grondwaterbeschermingsgebieden heeft als doel verontreiniging van drinkwaterwinningen te voorkomen. De hoofdlijn van het beleid voor deze gebieden bestaat uit twee delen. Direct rond de winning worden''wingebieden' begrensd. Dit zijn de meest kwetsbare delen van het gebied. Waterwingebieden zijn de gebieden waar het water daadwerkelijk wordt gewonnen. Hier is een zeer stringente bescherming nodig. Wanneer er een verontreiniging van het grondwater plaatsvindt is het ongedaan maken hiervan vóórdat de verontreiniging de drinkwaterbronnen bereikt niet of nauwelijks meer mogelijk. Om deze reden zijn er in wingebieden weinig andere activiteiten dan drinkwaterwinning toegestaan. In een ruime zone rond de wingebieden zijn 'grondwaterbeschermingsgebieden' begrensd. Het grondwater in deze gebieden stroom naar de winning met een reistijd van enkele maanden tot meer dan 100 jaar. In deze gebieden geldt dat de meeste activiteiten in principe zijn toegestaan.

Risicovolle activiteiten zijn echter verboden en aan potentieel risicovolle activiteiten worden voorwaarden verbonden waardoor de risico's verwaarloosbaar worden. Grondwaterbeschermingsgebieden worden ter plaatse aangeduid met een bord.

16 december 2021 | Bestemmingsplan ‘Middenweg 77, Nederhorst den Berg’ | Witpaard

17

Het plangebied is, zoals op onderstaande uitsnede van de Omgevingsverordening te zien is, gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied. Onderhavig planvoornemen omvat echter geen activiteiten die een risico vormen voor de kwaliteit van het grondwater. Derhalve is het plan niet in strijd met de regels omtrent dit thema uit de Omgevingsverordening.

Uitsnede Omgevingsverordening NH2020, kaart 10 Grondwaterbeschermingsgebied (plangebied aangeduid met rode bolletje) (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) 3.4.3 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling raakt geen provinciale ruimtelijke belangen en is derhalve niet in strijd met het relevante provinciale beleid.

3.5 Gemeentelijk beleid 3.5.1 Structuurvisie Wijdemeren De Structuurvisie Wijdemeren is op 19 juli 2012 vastgesteld door de gemeenteraad van Wijdemeren. De centrale opgave is het vinden van een balans tussen het waardevolle landschap en de hedendaagse dynamiek. De structuurvisie geeft richting aan de gewenste ruimtelijke inrichting van de gemeente waardoor direct duidelijk wordt of bepaalde initiatieven daarbinnen passen. Het plangebied is gelegen in de Horstermeer. De gemeente wil dit gebied, vanwege de unieke ruimtelijke kwaliteiten, graag open en beleefbaar houden. Onderhavig initiatief heeft geen negatief effect op de openheid van de Horstermeer, maar middels het realiseren van het beoogde bedrijfspand met glas aan de noordzijde wordt wel de verbinding met het achterliggende open gebied behouden. Het plan voorziet in een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit op het perceel van de Middenweg 77. De Structuurvisie geeft daarnaast aan dat ten aanzien van nieuwe bebouwing binnen het lint slechts binnen bestaand bebouwd gebied mag plaatsvinden. De bouw van het beoogde bedrijfspand ligt binnen een reeds bestaand bouwvlak en ligt derhalve binnen bestaand bebouwd gebied. Daarmee is onderhavig initiatief in overeenstemming met het beleid uit de structuurvisie.

3.5.2 Bestemmingsplan Horstermeer Voor het plangebied is het vigerend bestemmingsplan 'Horstermeer', dat op 6 juli 2017 door de gemeenteraad van Wijdemeren is vastgesteld, van kracht. In dit bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemming 'Bedrijf'. De gronden zijn bestemd voor bedrijfsmatige activiteiten behorende tot de categorieën 1 t/m 3.1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten. Ook bij deze bestemmingen behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, laad- en losvoorzieningen en erftoegangswegen zijn toegestaan voor zover dit noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden. Tevens is

16 december 2021 | Bestemmingsplan ‘Middenweg 77, Nederhorst den Berg’ | Witpaard

18

een functieaanduiding voor één bedrijfswoning opgenomen en ligt er een bouwvlak binnen het plangebied. 3.5.3 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past binnen het gemeentelijk beleid ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente.

3.6 Conclusie relevant ruimtelijk beleid De voorgenomen ontwikkeling raakt geen nationale en provinciale ruimtelijke belangen en past binnen het gemeentelijke beleid.

16 december 2021 | Bestemmingsplan ‘Middenweg 77, Nederhorst den Berg’ | Witpaard

19

4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de relevante milieu- en omgevingsaspecten beschreven. Het aspect 'bodem' is afzonderlijk onderzocht. De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in dit hoofdstuk. De rapportage is als bijlage aan deze toelichting toegevoegd.

4.2 Bodem 4.2.1 Verkennend bodemonderzoek Van Dijk Geo- en Milieutechniek b.v. heeft een verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 uitgevoerd ter plaatse van het plangebied aan de Middenweg 77 te Nederhorst den Berg. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is om vast te stellen en te bepalen of de bodem in milieuhygiënisch opzicht geschikt is voor de voorgenomen ontwikkeling. De resultaten zijn opgenomen in de volgende paragrafen. Het hele verkennende bodemonderzoek is als bijlage 1 bij de bijlagen bij de toelichting opgenomen. 4.2.2 Vooronderzoek Op basis van het historisch vooronderzoek wordt voor de onderzoekslocatie de hypothese 'onverdachte niet-lijnvormige locatie' gehanteerd, conform de NEN 5740 (Bodem - Landbodem Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en grond, uitgave januari 2009 en de aanvulling NEN 5740:2009/A1:2016). 4.2.3 Veldonderzoek De veldwerkzaamheden zijn op 16 december 2020 uitgevoerd, waarna het grondwater op 23 december 2020 is bemonsterd. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de Beoordelingsrichtlijnen "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek" (BRL-SIKN 2000) en de daarbij behorende protocollen 2001 en 2002. Verspreid over de onderzoekslocatie zijn in totaal vier boringen uitgevoerd (nrs. 1 t/m 4).

Tijdens de uitvoering van het veldwerk is het opgeboorde bodemmateriaal op basis van zintuigelijke waarnemingen en velddetectiemethoden beoordeeld op afwijkingen zoals de aanwezigheid van aardolieproducten en bodemvreemd materiaal (puin, asbest, kooldelen, e.d.). Uitgezonderd een lichte bijmenging met baksteen in de kleilaag ter plaatse van boorlocaties 1, 3 en 4 zijn hierbij geen bijzonderheden waargenomen. 4.2.4 Onderzoeksresultaten Uit de analyseresultaten blijkt dat de zandige toplaag ter plaatse van de voorziene bouwlocatie licht verontreinigd is met zink en PCB; de kleilaag is licht verontreinigd met cadmium, kwik en lood. De onderlaag is, behoudens een lichte verontreiniging met PCB als gevolg van de AS3000-correctie niet verontreinigd met de onderzochte bestandsdelen. De vastgestelde verontreinigingssituatie komt overeen met hetgeen in 1995 is vastgesteld en kan gezien worden als een verhoogd achtergrondgehalte als gevolg van het antropogene gebruik van het terrein. Het grondwater ter plaatse is licht verontreinigd met molybdeen. Een licht verhoogd gehalte aan één of meerdere zware metalen wordt vaker in het grondwater vastgesteld en wordt doorgaans veroorzaakt door natuurlijke ophoping. Daarnaast is het grondwater als gevolg van de AS3000correctie licht verontreinigd met som dichlooretheen.

Voor een nadere toelichting inzake de licht verhoogde gehalten wordt verwezen naar paragraaf 4.4 van de onderzoeksrapportage in de bijlagen bij de toelichting.

16 december 2021 | Bestemmingsplan ‘Middenweg 77, Nederhorst den Berg’ | Witpaard

20

Met betrekking tot de vastgestelde milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse kan worden geconcludeerd dat er gezien de geringe mate aan verontreiniging milieuhygiënisch gezien geen bezwaar is tegen de toekomstige nieuwbouw. 4.2.5 Conclusie Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect 'bodem' geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.3 Verkeer en parkeren 4.3.1 Verkeer Verkeersaantrekkende werking De beoogde ontwikkeling heeft een zekere verkeersaantrekkende werking tot gevolg. Om te bepalen of de verkeersgeneratie niet zal leiden tot onoverkomelijke problemen met betrekking tot de ontsluiting van het plangebied en de omgeving via de bestaande infrastructuur, wordt een inschatting gemaakt van het aantal verkeersbewegingen op basis van de publicatie van CROW (nr. 317, Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie d.d. oktober 2012). Voor fietsenwinkels zijn geen specifieke getallen ten aanzien van verkeersgeneratie opgenomen. Derhalve is aansluiting gezocht bij de kencijfers voor een 'kringloopwinkel', omdat deze qua bezoekerspatroon het beste aansluit bij een fietsenwinkel. In de kencijfers van de publicatie voor de verkeersgeneratie is een bandbreedte opgegeven. Er wordt uitgegaan van de maximale verkeersgeneratie voor een bedrijfspand van de beoogde omvang (240 m2). De omgeving van het plangebied wordt getypeerd als zijnde 'weinig stedelijk' met als ligging 'rest bebouwde kom' vanwege de ligging in een gemengd bebouwingslint. Op basis van deze gegevens schrijft de publicatie van CROW voor een dergelijke ontwikkeling maximaal 23,0 verkeersbewegingen per 100 m2 bvo per dag voor. Dit betekent voor onderhavige ontwikkeling een verkeersgeneratie van (23,0 * 2 + 0,4 * 23) 55,2 verkeersbewegingen per dag.

De Middenweg is een gemeentelijke gebiedsontsluitingsweg, maar heeft geen A-status of provinciale N-status. De meest recente verkeerstelling voor de Middenweg (2019) geeft een verkeersintensiteit van 4.203 passerende voertuigen op een gemiddelde werkdag. De toename in verkeersintensiteit ten gevolge van het voorgenomen initiatief ten opzichte van de totale verkeersintensiteit op de Middenweg is verwaarloosbaar. Derhalve wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling geen onoverkomelijke hinder ten aanzien van de verkeersintensiteit tot gevolg heeft. Ontsluiting Het plangebied wordt ontsloten via de Middenweg. Via de Middenweg is in westelijke richting de N523 te bereiken. Via deze provinciale weg is het gebied ontsloten in noordelijke richting naar Weesp en in zuidelijke richting naar de N201 tussen Hilversum en Vinkeveen. In oostelijke richting gaat de Middenweg over in de wegen Stichts End (richting Ankeveen) en de Herenweg (richting Kortenhoef). 4.3.1.1 Conclusie verkeer Gezien de ontsluiting van het plangebied direct aan de Middenweg wordt geconcludeerd dat de verkeersaantrekkende werking van onderhavig initiatief geen onoverkomelijke hinder voor de omgeving van het plangebied tot gevolg heeft. Het aspect 'verkeer' vormt derhalve geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.3.2 Parkeren Voor het berekenen van de parkeerbalans is uitgegaan van de 'Beleidsregels parkeernormen gemeente Wijdemeren'. Deze beleidsregels zijn in 2015 herzien. Doel van deze beleidsregels is om parkeerbehoefte ten gevolge van ruimtelijke ontwikkelingen zoveel mogelijk binnen de grenzen van

16 december 2021 | Bestemmingsplan ‘Middenweg 77, Nederhorst den Berg’ | Witpaard

21

het plangebied van de betreffende ontwikkeling op te vangen. Uitgangspunten van deze beleidsregels zijn dan ook als volgt: 1. elke initiatiefnemer van een bouwplan is zelf verantwoordelijk voor het oplossen van zijn eigen parkeerbehoefte; 2. de parkeerbehoefte moet zo veel mogelijk op eigen terrein worden opgelost; 3. het toepassen van de parkeernormen heeft een positieve invloed op de bereikbaarheid, leefbaarheid en de economische ontwikkeling van de gemeente. In 2019 zijn de beleidsregels ten aanzien van parkeren vastgelegd in het parapluplan 'Parkeren Wijdemeren 2019'. Dit parapluplan is op 28 mei 2020 vastgesteld door de gemeenteraad van Wijdemeren. Het plangebied aan de Middenweg 77 is gelegen in de bebouwde kom van de kern Nederhorst den Berg van de gemeente Wijdemeren. De functie 'fietsenwinkel' staat niet als zodanig omschreven in de parkeernormen van de gemeente Wijdemeren. Derhalve is aansluiting gezocht bij de functie 'detailhandel - buurtwinkel'. Hiervoor geldt een maximale parkeernorm van 1,5 per 100 m2 bvo. Het beoogde bedrijfspand heeft een oppervlakte van 240 m2. Dit betekent dat voor onderhavige ontwikkeling in totaal (3*2 + 0,4*3 = 7,2) afgerond 8 parkeerplekken benodigd zijn. In de toekomstige situatie is voorzien in 9 parkeerplekken.

Op het terrein zijn verschillende functies aanwezig (wonen en detailhandel), derhalve wordt gesteld dat de anti-dubbeltelbepaling van toepassing is. Op basis daarvan wordt het drukste moment van de week als uitgangspunt genomen, in dit geval de zaterdagmiddag. Op dit piekmoment is sprake van een parkeerbehoefte van 8.76 parkeerplekken voor de woon- en detailhandelsfunctie. Met de beoogde 9 parkeerplekken wordt voldaan aan de parkeernormen van de gemeente Wijdemeren. 4.3.2.1 Conclusie parkeren In de toekomstige situatie zijn 9 parkeerplekken voorzien op het eigen terrein. Geconcludeerd wordt dat aan de parkeernormen wordt voldaan en dat de parkeerbalans in de omgeving niet wordt verstoord. 4.3.3 Conclusie Het aspect 'verkeer en parkeren' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.4 Geluid 4.4.1 Beoordelingskader De Wet geluidhinder (Wgh) heeft tot doel de volksgezondheid en het milieu te beschermen tegen geluidsoverlast ten gevolge van weg-, spoorweg- of industrielawaai. In deze wet is een zonering van industrieterreinen, wegen en spoorwegen geregeld. Enerzijds betekent dit dat (geluids)eisen worden gesteld aan de milieubelastende functies, anderzijds betekent dit dat beperkingen worden opgelegd aan milieugevoelige functies. De verplichting tot het uitvoeren van een akoestisch onderzoek in relatie tot het opstellen van een bestemmingsplan geldt indien in dat bestemmingsplan mogelijkheden worden geboden voor het realiseren van nieuwe woningen en andere geluidgevoelige objecten. In deze paragraaf wordt ingegaan op de geluidsaspecten met betrekking tot wegverkeerslawaai en industrielawaai. Spoorweglawaai is in dit geval niet aan de orde omdat het plangebied niet nabij een spoorweg ligt. 4.4.2 Onderzoek Wegverkeerslawaai Onderhavig plan voorziet in de realisatie van een nieuw bedrijfspand ten noorden van de bestaande bedrijfswoning aan de Middenweg 77. Het beoogde bedrijfspand ten behoeve van een fietsenwinkel is geen geluidgevoelig object conform de Wet geluidhinder. Derhalve vormt de aanwezigheid van de

16 december 2021 | Bestemmingsplan ‘Middenweg 77, Nederhorst den Berg’ | Witpaard

22

geluidgezoneerde Middenweg ten zuiden van het plangebied geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling van het bedrijfspand. Een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is niet noodzakelijk. Industrielawaai Het planvoornemen maakt de realisatie van een bedrijfspand ten behoeve van een fietsenwinkel mogelijk. Deze ontwikkeling heeft mogelijk hinder tot gevolg voor geluidgevoelige bestemmingen in de omgeving van het plangebied. Voor een fietsenwinkel (SBI-code '47641- Winkels in fietsen en bromfietsen') bestaat een maximale richtafstand voor geluid van 10 meter binnen een rustige woonwijk. De omgeving van het plangebied betreft echter een 'gemengd gebied', waardoor de richtafstand met één afstandsstap kan worden verkleind tot 0 meter. Derhalve zorgt onderhavig initiatief niet voor hinder ten aanzien van geluidgevoelige bestemmingen in de omgeving. Omgekeerd vormt het beoogde bedrijfspand aan de Middenweg 77, zoals reeds benoemd, geen geluidgevoelige functie in het kader van de Wgh. Derhalve is een akoestisch onderzoek industrielawaai niet noodzakelijk. 4.4.3 Conclusie Het aspect 'geluid' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.5 Luchtkwaliteit 4.5.1 Beoordelingskader Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • • •

Besluit en de Regeling 'niet in betekenende mate' bijdragen (Luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (Luchtkwaliteitseisen); Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007.

Besluit en de Regeling 'niet in betekenende mate' bijdragen (luchtkwaliteitseisen) Het Besluit 'niet in betekenende mate' bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10762552/1