Bijlage 1 Startnotitie Bescherming & Opvang 2026-2033
Tekst van het document
Jongeren met complexe problemen, met veelal een jeugdzorg verleden, worden soms dakloos na beëindiging van het jeugdverblijf en of hebben onvoldoende mogelijkheden om begeleid de stappen naar volwassenheid te kunnen doorlopen. Niet alle jongeren blijken klaar te zijn om na de jeugdzorg, zelfstandig te kunnen gaan wonen. Het gebeurt met enige regelmaat dat jongeren worden aangemeld voor het beschermd wonen, als vervolg op het jeugd verblijf. Deze 24 uurszorg voorziening is echter niet altijd nodig, maar bij een gebrek of tekort aan passende alternatieven, zoals kamertraining en of begeleid wonen concepten, wordt beschermd wonen toch vaak verkozen. Ook spelen de nog niet ontwikkelde woonvaardigheden en het wel of niet hebben van werk hierbij een rol. Dit vraagt om een integrale aanpak van gemeenten en maatschappelijke partners. Deze aanpak zou breder tot stand moeten komen, dan alleen tussen Jeugdwet en Bescherming en Opvang. Voor Bescherming en Opvang is er een direct belang, omdat jongeren helaas ook thuisloos raken en in beeld komen bij de jongerenopvang (ook al voor hun achttiende levensjaar) en bij het beschermd wonen. → De ambitie is om hier (aanvullend) herstelgericht en -ondersteunend beleid op te maken en in lijn met onder andere de hervormingsagenda Jeugd en het IZA, niet per definitie door enkelvoudig het intramurale zorgaanbod uit te breiden.
❖ Zorg en Veiligheid In de afgelopen periode is nadrukkelijk de wens geuit om programmalijn 3 Een integrale benadering vanuit Zorg en Veiligheid te verstevigen. Er is behoefte aan een brede ondersteuning en regievoering vanuit de regio op thema’s die zowel het zorg- als veiligheidsdomein raken. Vraagstukken op het snijvlak van zorg en veiligheid vragen om optimale samenwerking. Een integrale aanpak gaat niet enkel over zorg en veiligheid. Integraliteit gaat ook over de overgang van 18- naar 18+.23 En over werk, participatie en huisvesting. Het organiseren van deze samenwerking is echter zeer complex. De betrokken partijen werken in afzonderlijke ketens en vanuit verschillende wettelijke kaders en beleidsdomeinen. De doelen in programmalijn 3 Een integrale benadering vanuit Zorg en Veiligheid dienen in het nieuwe beleidsplan concreter te worden geformuleerd. En steviger te worden verankerd. Waarbij naast goede lokale borging ook regievoering vanuit de Regio wordt ingezet. Daarnaast worden diverse thema’s toegevoegd waarvan de aanpak lokaal belegd is en regionale regievoering van toegevoegde waarde wordt geacht dan wel via een plustaak regionaal is belegd. Dit geldt voor Detentie en Terugkeer, (na)zorg voor sekswerkers en de Persoonsgerichte Aanpak (PGA).
❖ Doorontwikkelen aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling Om de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling te verstevigen, is het noodzakelijk dat regiobreed op bewustwording en expertisebevordering wordt ingezet. Daarbij dient de samenwerking tussen Veilig Thuis en consulenten in de uitvoering doorlopend te worden verstevigd. Ontschotten binnen gemeenten is randvoorwaardelijk voor een succesvolle aanpak. Want ook bij geweld in afhankelijkheidsrelaties geldt dat een integrale aanpak daadwerkelijk integraal dient te zijn. Waarbij van 0 tot 100 jaar gekeken wordt naar zorg, veiligheid, huisvesting en inkomen.
23 Het beleidsplan Bescherming en Opvang richt zich specifiek op inwoners die (dreigen) maatschappelijk uit te vallen. De
overgang 18- en 18+ is in de context van dit beleidsplan dus enkel van toepassing waar die overgang een risico op maatschappelijke uitval vormt. 17
Voor de volgende beleidsperiode moet worden beoordeeld of initiatieven die tijdens het landelijk actieprogramma ‘Geweld nergens thuis’ (GHNT) zijn gestart, ook in het nieuwe beleidsplan worden opgenomen. Ook dient er meer aandacht voor specifieke doelgroepen binnen dit thema te zijn. Eén universele aanpak doet geen recht aan de complexiteit van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Dit beperkt zich niet enkel tot gender en verschillende vormen van geweld. Culturele achtergrond heeft eveneens een grote invloed op een gezins- en geweldsdynamiek. Lokale opgaven Om de regionaal geformuleerde richting van het nieuwe beleidsplan – die na vaststelling van deze startnotitie en op basis van de zienswijzen van gemeenteraden verder vertaald zullen worden naar een conceptbeleidsplan – te kunnen realiseren, zullen de individuele gemeenten, in gezamenlijkheid met elkaar en samen met hun partners, ook diverse lokale randvoorwaarden in moeten vullen. In het vorige hoofdstuk zijn hiervan meerdere voorbeelden gegeven, van wat goed gaat en wat (nog) beter kan. Daarnaast wordt er in dit hoofdstuk ook nog apart aandacht voor gevraagd, omdat het ook zo belangrijk is en blijft. Hieronder staan een aantal belangrijke opgaven geformuleerd.
Het borgen van de inzet van ervaringsdeskundigen op verschillende plekken in de samenleving waar zij nodig zijn, is een opgave voor alle gemeenten in samenwerking met de andere partners van het Samenwerkingsverband Herstelnetwerk. Aangezien er sprake is van schaarste ten aanzien van beschikbare ervaringsdeskundigen is het van belang om gezamenlijk te investeren en op die manier een kweekvijver van ervaringsdeskundigen te realiseren. Hierin kan verbinding worden gemaakt met de laagdrempelige zelfregiesteunpunten die in het kader van het Integraal Zorgakkoord (IZA) gerealiseerd zullen worden. De randvoorwaarden voor ‘beschermd en veilig thuis wonen’ zouden gemeenten meer kunnen doe. Het vraagt van lokale gemeenten niet alleen om het neerzetten van een stevige basisinfrastructuur gericht op de-stigmatisering, ontmoeting, dagbesteding, zingeving en talentontwikkeling maar ook om het actief inzetten op samenwerking tussen formele en informele partijen zodat integrale ondersteuning wordt geboden. Integrale ondersteuning op basis van snelle signalering en doorverwijzing, op het actief werken aan maatschappelijke acceptatie in de wijk door middel van kwartier maken en om handreikingen te bieden aan buurtbewoners.
Deze lokale opgaven worden ondersteund door de regionale Integrale IZA gerelateerde opgaven met betrekking tot het realiseren van samenwerking rondom de inwoners met EPA24 en de ontwikkeling van laagdrempelige zelfregie steunpunten. Aan de gezamenlijke sturing door gemeenten op de juiste randvoorwaarden voor ‘beschermd en veilig thuis wonen’ en ook voor ‘integrale benadering van zorg en veiligheid’ kan meer gedaan worden en behoeft ook weer gerichte aandacht in de nieuwe beleidsperiode
24
Ernstig Psychiatrische Aandoeningen 18