CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Startnotitie Bescherming & Opvang 2026-2033

gemeenteraad 27 maart 2025, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Startnotitie Bescherming en Opvang (Het raadsvoorstel is zonder stemming aangenomen.)9.646 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Startnotitie regionaal beleidsplan Bescherming en Opvang

Herstel de verbinding 2026 – 2033

Ons kenmerk Versie Datum Contactpersoon E-mail

DOC-24008141 Definitief 11 november 2024 Sonja Hartkamp en Layla Kramer s.hartkamp@regiogv.nl l.kramer@regiogv.nl

INHOUD Inleiding

1

Gemeenteraden aan zet Proces, planning, werkwijze en rolneming

1 1

Uitkomsten van de evaluatie

3

Preventie en perspectief Beschermd en veilig thuis Een integrale benadering Samenvatting en duiding van de uitkomsten

4 6 10 13

Richting nieuw beleidsplan

14

Looptijd volgende beleidsperiode Inhoudelijke richting

14 15

Inleiding Het regionale beleidsplan Bescherming en Opvang ‘Herstel de verbinding’ kent een looptijd van vier jaar en loopt 31 december 2025 af. Om te komen tot een nieuw beleidsplan is het huidige beleid, in september/begin oktober 2024, geëvalueerd met gemeenten, maatschappelijke partners en met inwoners die vanuit diverse rollen kennis hebben van en ervaring hebben met de uitvoering van dit beleid.

Gemeenteraden aan zet Deze startnotitie betreft het procesvoorstel, evaluatierapport en de richting voor het nieuwe beleidsplan. Doel van deze notitie is om de gemeenteraden in staat te stellen te kunnen sturen op de regionale opgaven. De startnotitie is de eerste stap naar de vaststelling van het regionale beleidsplan Bescherming en Opvang 2026 en verder. De gemeenteraden worden gevraagd hun zienswijzen te geven op de startnotitie. De vragen die hierbij voorliggen zijn: 1. Kunt u zich vinden in het voorgestelde proces, planning, werkwijze en rolneming? 2. Herkent u zich in de uitkomsten van de evaluatie van het huidige beleidsplan? 3. Onderschrijft u de richting van het nieuwe beleidsplan?

Proces, planning, werkwijze en rolneming In de tabel hieronder staat het proces op activiteitenniveau uitgeschreven, voorzien van een planning. Onder de tabel staat een nadere toelichting over de werkwijze en rolneming van gemeenten en Regio gedurende dit proces. Evaluatie beleidsplan 2022-2025 + Conceptbeleidsplan 2026 en verder Activiteit Deadline Bespreken conceptplanning en looptijd volgend beleidsplan

Vaststellen planning en looptijd volgend beleidsplan Evalueren met partners2, gemeenten; livesessie(s) a.d.h.v. thema’s en tafels (gebruikmakend van de meest recente voortgangsrapportage van het beleidsplan) Evalueren met ervaringsdeskundigen en inwoners met ervaringskennis (middels interviews) Startnotitie gereed - bestaande uit procesvoorstel, evaluatierapport en richting nieuw plan Startnotitie - bestaande uit procesvoorstel, evaluatierapport en richting nieuw plan vaststellen door de colleges (colleges bepalen hun standpunt en zitten met mandaat in PFHO G&O) Startnotitie - bestaande uit procesvoorstel, evaluatierapport en richting nieuw plan vaststellen door het PFHO. Startnotitie - bestaande uit procesvoorstel, evaluatierapport en richting nieuw plan vrijgeven voor zienswijzen raden (12 weken). Regiopodium raadsleden Informeren en ophalen input gezamenlijk PFHO Wonen en Zorg (G&O)

27 juni 2024 Directie-overleg Sociaal Domein, 11 juli 2024 Portefeuillehouders-overleg Gezondheid & Ondersteuning (PFHO G&O) 26 september 2024 PFHO G&O1 September/begin oktober 2024

September/begin oktober 2024 Aanleveren verzending 11 november 2024 19, 26 november of 3 december 2024 5 december 2024 PFHO G&O 12 december 2024 t/m 6 maart 2025 20 januari 2025 13 februari 2025

1 2 weken voorafgaand aan de portefeuillehouders-overleggen vinden de directie-overleggen plaats en 3 weken voorafgaand aan

de portefeuillehouders-overleggen vinden de ambtelijk-overleggen plaats (gedurende het totale proces zullen de lokale en regionale beleidsambtenaren intensief samen optrekken) 2 Zorgaanbieders, politie, woningcorporaties, zorg en veiligheidshuis, veilig thuis en andere relevante partners 1

Opstellen basis voor concept

Maart 2025

Informeren en spiegelen op concept met partners en gemeenten Informeren en spiegelen op concept met adviesraden en met ervaringsdeskundigen en inwoners met ervaringskennis Conceptbeleidsplan gereed

April 2025

Start opmaak/vormgeving beleidsplan

April 2025 Aanleveren verzending 24 april 2025 25 april 2025

Concept vaststellen door colleges (colleges bepalen hun standpunt en zitten met mandaat in PFHO G&O) Concept vaststellen door portefeuillehouders

6, 13, 20 mei 2025

Zienswijzeprocedure gemeenteraden over conceptbeleidsplan, inclusief reactie op zienswijzen startnotitie Voorlopige/tussentijdse terugkoppeling aan partners Input adviesraden (6 weken reactietermijn, met zomerreces in het vooruitzicht) Regiopodium raadsleden

2 juni – 3 oktober 2025

Finale versie 2026 en verder Activiteit Verwerken input gemeenteraden, adviesraden etc. Oplevering definitieve opmaak/vormgeving beleidsplan Definitief plan + reactie op zienswijzen gereed Beleidsplan + reactie op zienswijze vaststellen door portefeuillehouders met mandaat Vaststellen – via colleges - door gemeenteraden

22 mei 2025 PFHO G&O

Juni 2025 Juni – 8 september 2025 16 juni 2025

Deadline 6 - 9 oktober 2025 (lokale en regionale beleidsadviseurs vrij plannen hiervoor). 10 oktober 2025 Aanleveren én verzending 13 oktober 2025 30 oktober 2025 – extra in te plannen PFHO G&O (Uiterlijk 31) december 20253

Werkwijze en rolneming De planning ten behoeve van de evaluatie van het huidig beleidsplan t/m het vaststellen van het nieuw op te stellen beleidsplan Bescherming en Opvang (B&O) vraagt om ieders aandacht en prioriteit. Eventuele vertragingen leiden al gauw tot het niet halen van de uiteindelijke deadline voor vaststelling. Om het proces te bespoedigen is er iets essentieels gewijzigd ten opzichte van de gebruikelijke werkwijze c.q. volgorde. Zo stellen de colleges de startnotitie en het conceptbeleidsplan eerder vast dan het portefeuillehouders overleg en zitten de portefeuillehouders met mandaat in het overleg Gezondheid en Ondersteuning (G&O). De twee bestuurlijk trekkers van B&O Gerben van Voorden, wethouder Hilversum, en Barbara Boudewijnse, wethouder Gooise Meren, hebben aangegeven graag door de lokale gemeenteraden uitgenodigd te worden om een toelichting te geven. Zij zullen tevens voorafgaand aan de collegevergaderingen betrokken worden door de lokale- en regionale beleidsambtenaren en vervullen een actieve rol tijdens het gehele proces. De lokale beleidsadviseurs zullen actief betrokken worden én blijven gedurende dit hele proces en zijn lokaal verantwoordelijk voor tijdige inrouting bij colleges en (gemeente- en Wmo advies-) raden.

3

Gemeenten die dit niet halen, zullen in januari 2025 met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026 vaststellen. 2

Uitkomsten van de evaluatie De evaluatie met gemeenten en maatschappelijke partners heeft d.d. 19 september 2024 plaatsgevonden tijdens een gezamenlijke bijeenkomst. Er waren circa zeventig personen aanwezig die in gemengde samenstellingen, aan de hand van diverse inhoudelijke thema’s, met elkaar in dialoog zijn geweest. Om een beeld te schetsen van welke organisaties en functionarissen tijdens de evaluatiebijeenkomst aanwezig waren, volgt hieronder een korte opsomming: ➢ Gemeenten (uitvoering, beleid, bestuur). ➢ Zorgaanbieders Bescherming en Opvang (B&O); Arkin/Jellinek, GGz Centraal, Kwintes, Leger des Heils en Blijf Groep (uitvoering en management). ➢ GGD, Regio, Veilig Thuis, Zorg en Veiligheidshuis. ➢ Overig: HVO Querido, MEE, Woningcorporaties 4, Zorgkantoor Zilverenkruis. Er waren ook diverse ervaringsdeskundigen bij de evaluatiebijeenkomst aanwezig. Parallel daaraan vonden en vinden interviews plaats met inwoners met ervaringskennis en met ervaringsdeskundigen. De achtergrond van de bevraagde inwoners is divers van aard; zowel man als vrouw, zowel dakloos (geweest) als ervaringen met diverse diensten en voorzieningen behorend tot Bescherming en Opvang en met ervaringen van de zorg- en veiligheidsketen. Naar aanleiding van de evaluatiebijeenkomst hebben ter verdieping op sommige thema’s enkele vervolggesprekken plaatsgevonden.

In algemene zin dient opgemerkt te worden dat er gedurende de looptijd van het beleidsplan (en in de jaren daaraan voorafgaand) op de gezamenlijke thema’s in verschillende samenstellingen werd en wordt samengewerkt. Daardoor is er tevens sprake van een continu proces van gezamenlijk reflecteren en anticiperen. De uitkomsten van de evaluatie worden, op de volgende pagina, aan de hand van de programmalijnen en de bijbehorende maatregelen van het huidig beleidsplan beschreven, aanvullend op de voortgangsrapportage van het beleidsplan B&O (periode 2022 t/m eerste helft van 2024). In het beleidsplan staan ook diverse randvoorwaarden beschreven onder de kopjes ‘sturing op...’.

4 In een aparte bijeenkomst d.d. 12 september 2024 is het beleid inzake Huisvesting Maatschappelijke Doelgroepen (waaronder

het concept Huren Onder Voorwaarden) geëvalueerd met gemeenten, zorgaanbieders en woningcorporaties (op operationeelen tactisch niveau). 3

Preventie en perspectief De tabel hieronder komt overeen met de maatregelen uit de programmalijn ‘Preventie en perspectief’ van het huidige beleidsplan en daarmee ook met de voortgangsrapportages van dit beleidsplan. Per programmalijn staan de randvoorwaarden uit het beleidsplan vermeld waarop gemeenten lokaal dienen te sturen. Deze randvoorwaarden zijn letterlijk overgenomen uit het huidige beleidsplan en staan vermeld onder de kopjes ‘sturing op…’. De cursieve teksten die daarop volgen, komen voort uit de evaluatie. 1.

Continueren herstelnetwerk (a. t/m e.) Wat gaat goed: Het Herstelnetwerk slaagt erin bij te dragen aan zowel het persoonlijk als maatschappelijk herstel van inwoners met psychische kwetsbaarheden. Dankzij het Herstelnetwerk is het voor inwoners makkelijker om de weg naar herstelgerichte activiteiten te vinden. De meerwaarde van het inzetten van ervaringsdeskundigheid wordt breed erkend. Wat kan beter: Trainingen, cursussen en laagdrempelige activiteiten gericht op persoonlijk herstel zijn nog niet in elke gemeente afzonderlijk lokaal (op een vaste plek) beschikbaar. Dit is echter wel wenselijk. Ook is er lokaal en regionaal behoefte aan inzet van ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid op diverse niveaus. Dit geldt zowel voor beleidsontwikkeling, besluitvormingsprocessen als voor de uitvoering. Hierbij is de wens om in de uitvoering preventief of juist gedurende overbruggingszorg, in casuïstiek5 en lotgenotencontact van ervaringsdeskundigheid gebruik te maken. Sturing op herstelactiviteiten Gemeenten sturen lokaal op de herstelbeweging en voldoende herstelactiviteiten in de wijken. Zij wisselen hier regionaal over uit. Dat betekent dat trainingen, cursussen en activiteiten gericht op persoonlijk herstel lokaal beschikbaar zijn, dat er in elke gemeente van de regio minimaal één locatie in welzijnsetting is met laagdrempelige activiteiten die geschikt zijn voor de doelgroep.

En dat activiteiten, vrijwilligerswerk of toeleiding naar werk van andere partijen bekend en bereikbaar zijn, zodat er voor elk individu bezigheden beschikbaar zijn die passen bij persoonlijke voorkeur en de fase van maatschappelijk herstel. Ook is voldoende adequate mantelzorgondersteuning een aangelegenheid waar gemeenten lokaal op sturen. Het inkopen van laagdrempelige algemene voorzieningen voor mantelzorgers en het faciliteren/het secretariaat van het herstelnetwerk pakken gemeenten gezamenlijk op via de Regio Gooi en Vechtstreek. In Hilversum, Gooise Meren en Huizen worden herstelactiviteiten georganiseerd. Deze activiteiten worden door deelnemers positief beoordeeld. Laagdrempelige activiteiten zijn echter nog niet in elke gemeente beschikbaar. Ook zijn de activiteiten niet in alle gemeenten even goed te vinden. De bekendheid van de activiteiten van het Herstelnetwerk bij de gemeentelijke uitvoeringsdiensten kan verbeterd worden. Ondersteuning van mantelzorgers die zorgen voor mensen met een verslaving en/of ernstige psycho-sociale problematiek wijkt af van de ondersteuning van mantelzorgers die zorgen voor ouderen en/of naasten met fysieke en verstandelijke beperkingen.

De eersten hebben nog meer baat bij samenwerking met formele partijen en bij specifieke ondersteuning zoals bijvoorbeeld psychoeducatie, familie coaching en empowerment (grenzen stellen en loslaten, anders vasthouden). Niet alle elementen zijn in de lokale gemeenten al gerealiseerd.

2.

GGz Mantelzorg uitbreiden Wat gaat goed: Implementatie van de nieuw ingekochte dienstverlening (per 2023) had een trage start, maar is inmiddels op stoom gekomen. Bijeenkomsten voor lotgenotencontact en psycho-educatie vinden. Het onderdeel ‘familie coaching’ is onlangs opgestart en zal ook structureel worden. Wat kan beter: Deze maatregel hoeft alleen nog gemonitord te worden.

5

Dit geldt voor zowel zorg- als zorg- en veiligheidscasuïstiek. 4

3.

Continueren (time-out voorziening;) respijtvoorziening (Retrovo) Wat gaat goed: Voorziet in een behoefte. Retrovo staat ook open voor zogeheten dag-gasten en is qua plekken/logeerbedden verdubbeld en werkt intensief samen met het regionale herstelteam. Wat kan beter: Er ligt een kans in de samenwerking met betrekking tot de gewenste laagdrempelige zelfregiesteunpunten6. Inwoners met (ernstige) psychische problemen en/of sociaal-emotionele kwetsbaarheden en hun naasten kunnen hier dan terecht om te werken aan hun herstel en ontwikkeling en voor informatie, advies en belangenbehartiging. In zelfregie steunpunten zijn ervaringsdeskundigen en ervaringswerkers in de lead.

4.

Continueren crisiskaart Gecontinueerd middels inkoop. Verloopt conform contractafspraken.

5.

Monitor opzetten (doelgroep in beeld) Niet meer relevant door landelijke ontwikkelingen, zoals de dashboarden Beschermd Wonen en Dakloosheid, de CBS Monitor Dakloosheid die zich aan gaat sluiten bij de ETHOS-light classificaties (2 en 3)7. Er zal nog wel gecheckt worden of daadwerkelijk alle doelgroepen in beeld zijn met de landelijk ontwikkelde monitors en dashboarden. Sturing op risicogroepen in beeld Gemeenten ontwikkelen de monitor gezamenlijk en sturen samen, via de Regio Gooi en Vechtstreek op de werking en het gebruik daarvan. Dit geldt ook voor het dashboard huiselijk geweld. Onderlinge afstemming en het anticiperen op de landelijke ontwikkelingen gaat goed. Nog niet alles wordt ondervangen met de landelijke ontwikkelingen en deze onderdelen zijn dan ook in het regionale plan van aanpak Dakloosheid opgenomen, in aanvulling op het huidig beleidsplan.

6.

Aansluiten op landelijke ontwikkelingen dashboard HG Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek (VTGV) is aangesloten op de Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling en het landelijk dashboard Veilig Thuis van het CBS. Sturing op preventie De inzet en sturing op preventie vindt lokaal plaats. Als het gaat om regionale preventieve activiteiten, beperkt de samenwerking tussen gemeenten zich primair tot taken en werkzaamheden van de GGD en Jeugd & Gezin. De resultaten hiervan worden in een separate notitie voorgelegd (zie maatregel 7).

7.

Continueren preventie-activiteiten (a. t/m e.) De resultaten van de evaluatie van het Preventie- en Handhavingsplan (PHP) Alcohol en Drugs worden in een separate notitie voorgelegd.

8./9.

Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGz) dagbesteding (doorontwikkeling en inkoop) + 5 werkgelegenheidsprojecten per jaar 8. Tevreden over de doorontwikkelde, opnieuw ingekochte dienstverlening (OGGz arbeidsmatige dagbesteding). 9. De werkgelegenheidsprojecten vallen onder een ander programma (Werk & Inkomen) en worden niet daarom niet vanuit dit programma geëvalueerd. Sturing op de werkgelegenheid voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid De inkoop en beheer van OGGz dagbesteding wordt gedaan vanuit Regio Gooi en Vechtstreek. De sturing op de maatregelen 8 en 9 vinden vanuit Regio Gooi en Vechtstreek en het Werkgeversservicepunt plaats, op basis van de Participatiewet en de bekostiging die daarbij hoort. Vanuit dit beleidskader verloopt de sturing op maatregel 8 naar tevredenheid. Ten aanzien van maatregel 9 is sturing vanuit dit beleidskader niet mogelijk gebleken, daar deze maatregel onder het programma Werk & Participatie valt.

6 Dit heeft betrekking op de mentale gezondheidsnetwerken 7

in het kader van het Integraal Zorgakkoord/IZA. Een uitgebreidere toelichting staat in de voortgangsrapportage van het huidig beleidsplan, bij maatregel 5, pagina 5 5

Beschermd en veilig thuis De tabel hieronder komt overeen met de maatregelen uit de programmalijn ‘Beschermd en veilig thuis’ van het huidige beleidsplan en met de voortgangsrapportages van dit beleidsplan. Per programmalijn staan de randvoorwaarden uit het beleidsplan vermeld waarop gemeenten lokaal dienen te sturen. Deze randvoorwaarden zijn letterlijk overgenomen uit het huidige beleidsplan en staan vermeld onder de kopjes ‘sturing op…’. De cursieve teksten die daarop volgen, komen voort uit de evaluatie. 10./11.

Uitvoering geven aan Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang (a. t/m c.) en Continueren maatschappelijke-, incl. jongerenopvang op basis van het volume 2021 (54 plekken): Wat gaat goed: De maatschappelijke opvang heeft een kwaliteitsslag gemaakt door de invoering van 1 persoonskamers en door een kleinschalig(er) karakter per opvangvoorziening. Dit wordt enorm gewaardeerd door mensen die ervaring hebben met de voormalige opvang. Men is tevreden over de toegankelijkheid van de maatschappelijke opvang (ondanks dat de druk op de opvang hoog blijft, dan wel toeneemt). Bij geen plek en wel recht op opvang, wordt er een alternatief (veelal hotel) geregeld. Er is een regionaal plan van aanpak Dakloosheid, aanvullend aan het beleidsplan ontwikkeld, vastgesteld en sinds juni 2024 in uitvoering genomen. Cliënten die in vrouwenopvang Oranje Huis Flevoland Gooi en Vechtstreek verblijven, zijn over het algemeen tevreden over de kwaliteit van de opvang. Vrouwen verblijven met hun eventuele kinderen in ruime, zelfstandige appartementen. Vrouwen vinden steun bij elkaar en kunnen zich dankzij het in-house trainingsaanbod ontwikkelen. Ook is er met de aanwezigheid van ‘Kinderwerk’ aanbod voor kinderen. Dit ontlast de moeders, zodat zij en hun kinderen gericht aan herstel kunnen werken.

Wat kan beter: In lijn met het Nationaal Actieplan Dakloosheid zou de opvang op termijn afgebouwd moet worden, maar dat is niet conform het huidig beleidsplan (minimaal behoud van de omvang/capaciteit) en vooralsnog ook niet realistisch gezien de druk op de opvang. Met de inzet van hotels en de kleinschalige opvanginitiatieven voor gezinnen in de wijk breiden we vooralsnog eerder uit dan dat er wordt afgebouwd. Daarmee wordt er ingespeeld op wat nodig is. Ten aanzien van huiselijk geweld is er behoefte aan een beter geïntegreerde keten. Waarin alle schakels goed geïnformeerd zijn over elkaars expertise, kunde, (on)mogelijkheden. De randvoorwaarden als het gaat om snelle signalering en doorverwijzing naar hulp zijn niet bij alle gemeenten op orde. Het aanbod van ondersteuning ter preventie van instroom in de vrouwenopvang en het nazorgaanbod bij uitstroom kan worden verstevigd. Sturing op preventie én op (voldoende) kleinschalige opvang Gemeenten zorgen voor de juiste randvoorwaarden zodat opvang niet nodig is. Zoals een stevige basisinfrastructuur in de wijken gericht op de-stigmatisering, ontmoeting, dagbesteding, begeleiding, zingeving en talentontwikkeling. Ook gaat het om randvoorwaarden voor snelle signalering en doorverwijzing naar hulp wanneer er sprake is van problemen als (dreigende) schulden en armoede in brede zin, verslaving en huiselijk geweld.

Dit zijn allemaal aangelegenheden die lokaal bij gemeenten zijn belegd. Bij het realiseren van (nieuwe) opvangplekken is op lokaal niveau het creëren van draagvlak onder buurtbewoners van belang, bijvoorbeeld door middel van voorlichting en participatie. De inkoop en het beheer van voldoende opvangplekken met kwaliteit pakken gemeenten gezamenlijk op via Regio Gooi en Vechtstreek. Bij maatregel 10 en 11 zijn de resultaten van de gemeentelijke sturing in de afgelopen beleidsperiode opgenomen.

12.

Onderzoek naar een gezamenlijke, regionale toegang Beschermd Wonen: Heeft plaatsgevonden en heeft geleid tot het behouden van een lokale toegang, waarbij regionale samenwerking op basis van gezamenlijke toelatingscriteria, intervisie en scholing nodig en gewenst blijft.

13.

Her indiceren Beschermd Wonen (alle beschikkingen): De gewenste eenmalige (opschoon)actie naar aanleiding van de openstelling van de Wet langdurige zorg Geestelijke Gezondheidszorg (Wlz GGz) is afgerond en vervolgens is het 6

actueel houden van de wachtlijst blijvend ingebed in de samenwerking tussen de regionale wachtlijstbeheerder en de vier gemeentelijke uitvoeringsdiensten. Tijdens de wachtperiode wordt – indien nodig - overbruggingszorg geboden. 14.

Intensiveren van passend toewijzen Beschermd Wonen (a. t/m e.): Gerealiseerd en geborgd in de standaard samenwerkingsafspraken hieromtrent, tussen gemeenten, aanbieders en Regio. Men is tevreden hierover.

15.

Scheiden wonen zorg doorontwikkelen naar Beschermd Thuis: Wat gaat goed: Dit is beleidsmatig doorontwikkeld en ingekocht (per 2023). Implementatie loopt. Wat kan beter: Beschermd Thuis vraagt van lokale gemeenten niet alleen om het neerzetten van een stevige basisinfrastructuur gericht op de-stigmatisering, ontmoeting, dagbesteding zingeving en talentontwikkeling maar ook om het actief inzetten op; 1) samenwerking tussen formele en informele partijen zodat integrale ondersteuning wordt geboden, 2) op snelle signalering en doorverwijzing, 3) het actief werken aan maatschappelijke acceptatie in de wijk/ kwartier maken en 4) handreikingen bieden aan buurtbewoners. Dit kan (uiteraard) altijd (nog) beter en vraagt ook in de komende beleidsperiode aandacht van gemeenten.

16.

Implementatie wettelijke aanpassingen t.a.v. de doordecentralisatie Beschermd Wonen (BW) (Norm van Opdrachtgeverschap, woonplaatsbeginsel BW, objectief verdeelmodel, modelovereenkomst): Verloopt standaard in lijn met de landelijke ontwikkelingen en de daarmee gemoeide planning. Sinds de inkoop-/aanbesteding van onder andere het beschermd wonen is deze maatregel gerealiseerd en beleidsarm geworden, in afwachting van het wetsvoorstel woonplaatsbeginsel (dit wetsvoorstel is al een paar keer/jaar uitgesteld). Op een aantal punten loopt de regio voor, daar de afspraken al via de Gemeenschappelijke Regeling geborgd zijn (en daarmee alle regiogemeenten dezelfde positie hebben als de centrumgemeente). De verwachting is dat bij de invoering van het woonplaatsbeginsel BW, er inhoudelijk niets meer hoeft te veranderen in deze regio en dat alleen de financiële gevolgen daarvan (via een objectief verdeelmodel, waarbij alle gemeenten hiervoor middelen zullen ontvangen in plaats van alleen de centrumgemeenten) geborgd zullen moeten worden (via de regionale begroting Bescherming en Opvang). Sturing op beschermd (thuis) wonen Gemeenten sturen lokaal op het verkorten van de wachtlijst beschermd wonen. Zij sturen erop dat alleen inwoners waar geen alternatieven voor zijn, een toewijzing voor beschermd wonen ontvangen.

Deze sturing vindt in nauwe afstemming plaats met de regionale wachtlijstbeheerder. Dit is aanzienlijk verbeterd, met als resultaat dat de wachtlijst afneemt. Gemeenten sturen lokaal op het verkorten van de wachtlijst beschermd wonen: De wachtlijst neemt in omvang de afgelopen jaren gestaag af, de wachttijd per persoon kan variëren en duurt overwegend toch nog steeds (te) lang geven de gemeentelijke uitvoeringsdiensten aan. Uitbreiding van plekken is financieel en contractueel wel mogelijk, maar wordt bemoeilijkt door het ontbreken van voldoende, geschikte fysieke plekken c.q. locaties (er staat wel een uitbreiding van het aantal fysiek plekken van de beschermd wonen locatie ‘Vooronder’ in de planning; deze locatie kent de langste wachttijd). Daar de wachtlijst in zijn geheel afneemt, is uitbreiding in algemene zin niet voor de hand liggend. Ook niet in het kader van de beweging van beschermd wonen naar een beschermd thuis. Gemeenten sturen tevens op de gewenste kleinschaligheid van het beschermd wonen, onder andere middels de regionale inkoop per 1-1-2023. Dit is contractueel ingeregeld, de meeste locaties voldoen hieraan. Tegelijkertijd blijkt deze afspraak in de praktijk moeilijk uitvoerbaar te zijn bij het aantrekken van nieuwe panden.

Wanneer inwoners beschermd wonen kunnen uitstromen zorgen gemeenten voor voldoende sociale huurwoningen/wooneenheden waar deze inwoners terecht kunnen. Dit wordt regionaal 7

gemonitord in het licht van de afspraken uit het regionaal woonakkoord 8. Ambtelijk en bestuurlijk wordt hier structureel vanuit het sociaal en fysiek domein regionaal over afgestemd. Besluiten die genomen moeten worden in relatie tot (nieuwe) woon-zorg initiatieven, worden dan ook gezamenlijk genomen. Gemeenten geven hier onder andere prioriteit aan door middel van: oplegger-en-voorstelRegionale-woonzorganalyse-en-hoe-verder.pdf en het plan van aanpak. Om regulier wonen in een wijk tot een passend alternatief te maken voor beschermd wonen is het essentieel dat er wordt gewerkt aan maatschappelijke acceptatie in de wijk en dat inwoners beschikking hebben over de basisbenodigdheden voor zelfstandig en stabiel wonen. Zoals de beschikbaarheid van adequate ambulante hulp, met 24-uurs oproepbare ondersteuning waar dit nodig is. Het organiseren van deze basisbenodigdheden is een vraagstuk van lokale inzet en sturing. Op regionaal niveau worden maatwerkvoorzieningen die hiervoor nodig zijn ingekocht en beheerd. In de beschikbaarheid van adequate ambulante begeleiding (gepand en ongepland) wordt in voldoende mate voorzien, waarbij de krapte op de arbeidsmarkt binnen dit beleidskader nog niet merkbaar is maar wel als risico voor de (nabije) toekomst wordt gezien. 17.

Invullen randvoorwaarden ‘ambulantisering’ (a. t/m f.) Wat gaat goed: Verbinding is gelegd en verstevigd tussen het sociaal- en fysieke domein en met alle relevante maatschappelijke partners, ten aanzien van de regionale woonzorgopgaven voor aandachtsgroepen (landelijk programma ‘Iedereen een thuis’) en de verbinding is ook gelegd tussen de regionale woonzorgopgaven (die op basis van een woonzorganalyse moet gaan leiden tot een kadernota) en het regionale plan van aanpak Dakloosheid. Wat kan beter: De twee gewenste regionale woonzorg-voorzieningen zijn nog niet gerealiseerd, te weten een tweede Keerpunt (skaeve huse) en een tweede In Between Places (met lichte ondersteuning). Dit vraagt (meer) prioriteit van (alle) gemeenten. Aansluiting met het jeugddomein kan aanzienlijk steviger gelegd worden en is ook nodig in relatie tot de overgang van 18- naar 18+, de hervormingsagenda Jeugd heeft ook gevolgen voor de Wmo, zo ook voor de complexe cases specifiek voor Bescherming en Opvang. Hier worden wel stappen toe gezet, maar kan steviger ingeregeld worden. En is uiteraard ook van belang in het kader van het plan van aanpak Dakloosheid, de regionale woonzorgopgaven en het Integraal Zorgakkoord (mentale gezondheidsnetwerken). In het algemeen worden er voldoende nieuwe woningen gebouwd, maar juist in het sociale (en betaalbare) segment blijft de realisatie achter bij de ambities.

Gemeenten willen hier meer gezamenlijke prioriteit aan geven onder andere door middel van: oplegger-en-voorstelRegionale-woonzorganalyse-en-hoe-verder.pdf.

8

18.

Geclusterde woningen realiseren: 14 gerealiseerd naar volle tevreden (afgerond). De resterende circa 30 geclusterde woningen worden (op basis van de regionale woonzorganalyse) niet meer nodig bevonden. Wat wel nodig is, is niet alleen voorbehouden aan de inwoners behorend tot het beleidsterrein Bescherming en Opvang.

19.

Beschikbaarheid 45 woningen directe nabijheid Beschermd Wonen/zorgsteunpunten: Bij de aanvraag voor urgentie kan aangegeven worden (veelal ondersteund door de aanbieder en of gemeente) dat deze nabijheid gewenst/nodig is, waarop het advies meegenomen wordt in de toewijzing van een woning. Wat de definitie van zogeheten zorgsteunpunten is, heeft geen prioriteit gekregen en komt ook niet terug in de evaluatie uitkomsten.

20./21

Interventie woningen realiseren (20)/uitbreiding huisvesting overlast gevende zorg mijdende inwoners (21): Wat kan beter: De twee gewenste regionale woonzorg-voorzieningen zijn nog niet gerealiseerd, te weten – nr. 20; een tweede In Between Places (met lichte ondersteuning) en nr. 21; een tweede Keerpunt (skaeve huse).

https://www.regiogv.nl/wp-content/uploads/2021/04/210429-Woonakkoord-Gooi-en-Vechtstreek.pdf 8

Sturing op de huisvesting maatschappelijke doelgroepen Om regulier wonen in een wijk tot een passend alternatief te maken voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang sturen gemeenten op de beschikbaarheid van voldoende sociale huurwoningen en/of andere passende wooninitiatieven. Dit wordt regionaal gemonitord in het licht van de afspraken uit het regionaal woonakkoord9. Bestuurlijk wordt hier vanuit het sociaal en fysiek domein minimaal over afgestemd. Ook als het gaat om wonen-zorg initiatieven wordt op regionaal niveau beleidsmatig integraal afgestemd en besloten. Hierbij is essentieel dat bij wooninitiatieven een goed participatieproces wordt doorlopen en dat wordt gewerkt aan maatschappelijke acceptatie in de wijk. Dit zijn elementen die belangrijk zijn voor het maatschappelijk draagvlak en waar gemeenten lokaal een stevige rol in spelen. Wanneer de woningen er eenmaal zijn, moet zeker zijn dat inwoners kunnen beschikken over de basisbenodigdheden voor zelfstandig en stabiel wonen. Het organiseren van deze basisbenodigdheden is een vraagstuk van lokale inzet en sturing. Op regionaal niveau worden maatwerkvoorzieningen die hiervoor nodig zijn ingekocht en beheerd. De algemene stand van zaken ten aanzien van deze lokale randvoorwaarden staat al beschreven, bij ‘sturing op beschermd (thuis) wonen’ onder maatregel 16, pagina 9.

Specifiek ten aanzien tot het beleid aangaande Huisvesting Maatschappelijke Doelgroepen, staat dit hieronder bij maatregel 22 verwoord. 22.

9

Doorontwikkeling Huisvesting Maatschappelijke Doelgroepen (HMD) Dit heeft de laatste tijd veel aandacht gekregen en vraagt de komende jaren ook aandacht in de onderlinge samenwerking en op casusniveau. Huisvesting Maatschappelijke Doelgroepen (HMD) bestaat o.a. uit het concept Huren Onder Voorwaarden (HOV), waar veel aandacht voor is binnen dit beleidsterrein. Voor de preventieve kant van het HMD is (binnen dit beleidsterrein) nog weinig aandacht geweest. Tijdens een separate bijeenkomst op 12 september 2024 is met 17 personen, vanuit de betrokken partijen (gemeenten + Regio, zorgaanbieders en woningcorporaties), geëvalueerd en zijn er afspraken gemaakt over hoe de doorontwikkeling van het HMD blijvend aandacht kan krijgen en op welke thema’s de regionale werkgroep/partijen zich gaan richten, zoals monitoring, voorkomen/terugdringen van recidive en het actualiseren van de convenantafspraken. Behouden en doorontwikkelen.

https://www.regiogv.nl/wp-content/uploads/2021/04/210429-Woonakkoord-Gooi-en-Vechtstreek.pdf 9

Een integrale benadering Gemeenten hebben een regierol in de opgave om een veilige woon- en leefomgeving te realiseren. Naast de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling (HGKM) zijn de aanpak van personen met onbegrepen gedrag en mensenhandel voorbeelden van opgaven die vragen om een effectieve verbinding tussen zorg en veiligheid. Dat gaat niet vanzelf. Naast het feit dat er bij vraagstukken binnen deze thema’s vaak meerdere betrokkenen zijn - slachtoffer, pleger, getuige etc. - spelen er meestal ook problemen op meerdere leefgebieden. Vaak is sprake van een relationeel probleem, waarbij het slachtoffer een afhankelijkheidsrelatie heeft met de pleger(s) en slachtoffer- en plegerschap door elkaar kunnen lopen. Elk van deze betrokkenen is gebaat bij een systeemgerichte aanpak. Dat vraagt om optimale samenwerking. Het organiseren van deze samenwerking is echter net zo complex. De betrokken partijen werken in afzonderlijke ketens en vanuit verschillende wettelijke kaders en beleidsdomeinen. De tabel hieronder komt overeen met de maatregelen uit de programmalijn ‘Een integrale benadering’ van het huidige beleidsplan en met de voortgangsrapportages van dit beleidsplan. Per programmalijn staan de randvoorwaarden uit het beleidsplan vermeld waarop gemeenten lokaal dienen te sturen.

Deze randvoorwaarden zijn letterlijk overgenomen uit het huidige beleidsplan en staan vermeld onder de kopjes ‘sturing op…’. De cursieve teksten die daarop volgen, komen voort uit de evaluatie. 23.

Instellen bestuurlijk overleg Zorg & Veiligheid Wat gaat goed: Sinds een jaar zijn we goed op weg om handen en voeten aan de programmalijn Een integrale benadering vanuit Zorg en Veiligheid te geven. Bestuurders worden steeds beter in positie gebracht. Een groot voordeel van het Bestuurlijk Overleg Zorg en Veiligheid is dat afstemming tussen Zorg en Veiligheid op bestuurlijk niveau plaatsvindt voordat voorstellen dienen te worden vastgesteld. Hierdoor wordt bestuurlijke besluitvorming in gemeenten versneld. Wat kan beter: De gemeentelijke besluitvorming ten aanzien van onderwerpen op het snijvlak van zorg en veiligheid wordt als complex ervaren, omdat beide domeinen bestuurlijk een andere besluitvormingsroute kennen. Waarbij Veiligheid via het Districtelijk Veiligheidscollege (DVC) onder verantwoordelijkheid van de burgemeesters valt en Zorg onder de wethouders die in het regionaal portefeuillehouders overleg Gezondheid en Ondersteuning worden vertegenwoordigd. Waar het ambtelijke inzet betreft, is goede tussentijdse evaluatie en monitoring ten aanzien van nut en noodzaak nodig. Sturing op de sluitende aanpak De sturing op de juiste randvoorwaarden voor en werking van de sluitende aanpak is primair lokaal belegd, aangezien de uitvoering ook lokaal is.

Gelet op de bredere oriëntatie op bovengemeentelijke ketenpartners van de aanpak van verward gedrag, MDA++ 10 (Multi Disciplinaire Aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling) en het Zorg en Veiligheidshuis, pakken gemeenten de sturing op beide maatregelen samen op. Dit doen zij onder andere door de werking regelmatig te evalueren en aan de hand daarvan verbeteringen aan te brengen. Er zijn korte lijnen tussen alle ketenpartners. De samenwerking met de verschillende gemeenten wordt als positief ervaren. De gezamenlijke sturing door gemeenten op de juiste randvoorwaarden van deze programmalijn kan worden verbeterd. Het ontbreekt aan periodieke evaluaties waardoor doorontwikkeling bemoeilijkt wordt. Niet elke gemeente kan de sluitende aanpak voor kwetsbare inwoners van dezelfde borging, capaciteit en prioriteit voorzien.

24.

Doorontwikkelen aanpak kwetsbare inwoners (a. t/m d) Wat gaat goed: Het voordeel van de schaalgrootte van onze regio is dat er korte lijnen tussen alle ketenpartners zijn. Men is positief over de samenwerking en regionale doenersmentaliteit. Ook worden de eerste positieve resultaten uit het vastgestelde voorstel Een integrale

10 Met de Multi Disciplinaire Aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling (MDA++) werken organisaties op het gebied van

zorg, hulpverlening, politie en justitie samen om huiselijk geweld en mishandeling van kinderen en volwassenen te voorkomen en te stoppen. De plustekens staan voor: specialistisch en intersectoraal. 10

benadering vanuit Zorg en Veiligheid zichtbaar. De inzet van extra beleidscapaciteit vanuit De Regio en doorstart van de ambtelijke werkgroep Zorg & Veiligheid leiden ertoe dat de gemeentelijke betrokkenheid en samenwerking op verschillende thema’s is versterkt. Wat kan beter: In het algemeen wordt ervaren dat de doelen in de programmalijn Een integrale benadering vanuit Zorg en Veiligheid te abstract geformuleerd zijn. Dat geldt eveneens voor deze maatregel. In het volgende beleidsplan zou de integrale benadering concreter verankerd kunnen/moeten worden. Ook dient de verbinding tussen het beleids- en uitvoeringsplan te worden verstevigd. De gezamenlijke sturing door gemeenten op de juiste randvoorwaarden van deze programmalijn kan worden versterkt. Daarnaast kan de regievoering op diverse onderwerpen worden verstevigd. Voor verschillende thema’s is regionale borging gewenst. Zoals onder andere detentie en terugkeer, nazorg voor uitstappende sekswerkers en de Persoonsgerichte Aanpak (PGA). De pilot MDA++ is in 2021 gerealiseerd. Hierbij is de uitvoering regionaal bij Veilig Thuis belegd en lokaal bij de gemeentelijke uitvoeringsdiensten. Dit is echter niet in uitvoering genomen. Aan de MDA++- doelgroep wordt binnen de Toekomsttuinen van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming (0-100) (hierna TKS) een plek gegeven.

De doelgroep MDA++ daargelaten, valt het TKS buiten de scope van het nieuwe beleidsplan Bescherming en Opvang. 25.

Continueren OGGz verslavings-/bemoeizorg, methadon, sociaal medische zorg Dit is gecontinueerd middels de nieuwe inkoop (per 2023) en verloopt volgens de daaraan gekoppelde contractafspraken. Toch doen zich ook wel nieuwe knelpunten voor op het bredere thema van middelengebruik en verslaving, waarvoor geen beleid bestaat (wat hiermee te doen, komt terug bij het volgende hoofdstuk).

26.

Doorontwikkelen Zorg en Veiligheidshuis G&V (a. t/m c.) Wat gaat goed: De basis is ruimschoots op orde. In zowel positionering als professionalisering zijn grote vorderingen gemaakt. Er worden mooie stappen gezet in het concretiseren van de plustaken.11 Wat kan beter: Bij casuïstiek kan de inzet van ervaringsdeskundigen van toegevoegde waarde zijn. Sturing op huiselijk geweld, seksueel geweld, ouderen- en kindermishandeling Gemeenten sturen lokaal op het voorkomen van huiselijk geweld en kindermishandeling. Zij voeren programma’s uit om de draagkracht en draaglast van inwoners te versterken, zorgen ervoor dat inwoners die hulp nodig hebben kunnen rekenen op tijdige en adequate steun. Gemeenten zetten – samen met Veilig Thuis - interventies en hulp in. Deze interventies en hulp kopen gemeenten gezamenlijk in via Regio Gooi en Vechtstreek. Ook het beheer doen gemeenten gezamenlijk. Professionals in de zorg zijn verplicht de Meldcode en het afwegingskader van de eigen sector te hanteren en signalen en vermoedens van huiselijk geweld te melden. Veilig Thuis stimuleert het gebruik van de Meldcode. De samenwerking tussen de gemeentelijke uitvoeringsdiensten en Veilig Thuis wordt over het algemeen als goed ervaren.

Om tijdig adequate hulp te kunnen inzetten, dient expertise over het thema huiselijk geweld bij de gemeentelijke uitvoeringsdiensten te worden vergroot, zodat de problematiek in een vroeger stadium gesignaleerd kan worden.

11

Basistaken van alle Zorg- en Veiligheidshuizen in Nederland: − Faciliteren en regisseren van casus overleggen waar complexe, domein overstijgende casuïstiek wordt besproken en verder opgepakt; − Functioneren als vraagbaak en expertisenetwerk voor multidisciplinaire zorg- en veiligheidsproblematiek voor ketenpartners en professionals;

−

Signaleren van relevante knelpunten, trends en ontwikkelingen en hierover aan bestuurders en sleutelpartners adviseren Plustaken Zorg- en Veiligheidshuis Gooi en Vechtstreek: − Radicalisering; − Procescoördinatie Detentie en Terugkeer 11

27.

Doorontwikkelen Veilig Thuis (a. t/m d.) Wat gaat goed: De werkwijze Samen op in Acuut wordt in onze regio succesvol uitgevoerd. Situaties van onveiligheid komen hierdoor eerder in beeld. Het gelijktijdig samenwerken tussen politie en Veilig Thuis (VT) zorgt voor meer snelheid en efficiency in het werk. Ook neemt de kans op escalatie van geweld af, doordat er goede afstemming tussen politie en hulpverlening is. In geval van ernstig bedreigende en hoog- risico situaties van geweld in afhankelijkheidsrelaties, hebben alle inwoners voor wie dit noodzakelijk is, toegang tot een AWARE12-traject inclusief snelle inzet van begeleiding. De samenwerking tussen de gemeentelijke uitvoeringsdiensten en VT wordt over het algemeen als goed ervaren. Wat kan beter: In de gehele keten zijn wachtlijsten. Hierdoor kan casuïstiek door Veilig Thuis (VT) niet naar het lokale veld worden overgedragen. Samen met gemeenten en netwerkpartners dienen we tot verbeteringen in regie, uitstroom en overdracht te komen. Er zou meer gebruik van ervaringsdeskundigen kunnen worden gemaakt. Dit geldt zowel voor advies, in het kader van preventie en nazorg. Voor de verdere inbedding van het actieplan ‘Geweld hoort nergens thuis’ (GHNT) geldt dat borging van de verschillende ingezette actielijnen steviger had gekund nadat tijdelijke financiering vanuit het Rijk eindigde.

Hierdoor worden geen resultaten meer behaald op de tijdens GHNT gestarte initiatieven zoals de Lokale Alliantie Financieel Veilig Ouder Worden en het project Traumasensitief Werken. Ook is de aandacht voor specifieke doelgroepen verminderd. Dit beperkt zich niet enkel tot verschillende vormen van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Andere factoren zoals culturele achtergrond kunnen eveneens van invloed op een gezins- en geweldsdynamiek zijn. Bewustwording en expertise hierover dienen te worden versterkt. Kansen liggen bij: Ontschotten binnen het sociaal domein. Het verstevigen van de samenwerking tussen VT en consulenten in de uitvoering. Het standaard inzetten van een procesregisseur wanneer het HGKM betreft en er kinderen betrokken zijn. Mogelijkheid voor gemeenten om intern beter informatie met elkaar te kunnen delen. En ook extern met VT. Expertisebevordering bij alle actoren in de keten.

28.

Verdere uitrol Handle with care Wat gaat goed: In het kader van perspectief en preventie biedt Handle with Care (HwC) een mooie mogelijkheid om kinderen te steunen. Met HwC kan tegenwicht voor de generationele overdracht van geweld worden geboden. Er wordt veel potentie in de maatregel gezien. Dankzij enkele aanpassingen in het werkproces van Veilig Thuis worden er nu meer signalen aan scholen afgegeven. Wat kan beter: Het afgeven van het signaal aan school vergt een grote tijdsinspanning van Veilig Thuis. Ook is er onvoldoende zicht op uitvoering van het werkproces HwC door scholen. Dit leidt ertoe dat resultaten van deze werkwijze in de praktijk weinig zichtbaar zijn. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de verdere implementatie. Gevolg van deze decentralisatie is dat HwC niet goed meer op het netvlies staat, waardoor de beoogde doelen van het beleidsplan 2022-

12 AWARE (Abused Women’s Active Response Emergency) is een betrouwbaar alarmsysteem voor slachtoffers van geweld in

afhankelijkheidsrelaties die ernstig worden bedreigd. Het alarmsysteem biedt directe toegang tot de politie met één druk op de knop. Daarnaast krijgen deelnemers intensieve begeleiding om gedrags- en relationele patronen te doorbreken en structurele oplossingen te vinden 12

2025 niet volledig behaald zijn. Daardoor behoeft de beoogde verdere implementatie van HwC extra aandacht/strakkere regievoering. 29.

Signaleren risico jeugd (verwijsindex) organiseren scholing In afwachting van het schrappen van de verwijsindex uit de Jeugdwet, wordt in het kader van scholing een pas op de plaats gemaakt.

30.

Continueren Centrum voor Seksueel Geweld (CSG) Het Centrum Seksueel Geweld biedt professionele hulp aan inwoners die een nare seksuele ervaring hebben gehad. Dit voorziet in een behoefte en wordt middels inkoop gecontinueerd.

31.

Structureel inbedden aanpak mensenhandel (a. t/m c.) Wat gaat goed: De inzet van de zorgcoördinator mensenhandel wordt als zeer succesvol ervaren. Er wordt goed ingezet op bewustwording, signalering en de meldroute. Wat kan beter: De sturing op randvoorwaarden om mensenhandel te voorkomen kan worden verstevigd. Er is een verschil tussen gemeenten ten aanzien van borging, capaciteit en prioriteit aangaande het thema mensenhandel. De uitvoering van de lokale plannen en actielijnen loopt hierdoor vertraging op. Ook wordt informatiedeling tussen verschillende schakels in de keten als knelpunt ervaren. In het nieuwe beleidsplan dient hiervoor extra aandacht te zijn. Sturing op de aanpak uitbuiting en mensenhandel Gemeenten sturen samen op de aanpak van uitbuiting en mensenhandel. Dit doen zij via Regio Gooi en Vechtstreek. Het Zorg en Veiligheidshuis is verantwoordelijk voor de operationele aansturing van de ketenregisseur en de zorg coördinator. Op lokaal niveau borgen gemeenten randvoorwaarden om uitbuiting en mensenhandel te voorkomen en aan te pakken. Er is sprake van beleid en een effectieve aanpak. Gemeenten versterken de infrastructuur van signalering, zorgen ervoor dat mensen weten waar zij terecht kunnen met signalen van en ervaringen over mensenhandel én gemeenten zorgen ervoor dat slachtoffers van mensenhandel kunnen rekenen op adequate hulp.

De resultaten van de gemeentelijke sturing tijdens de afgelopen beleidsperiode zijn bij maatregel 31 opgenomen.

Samenvatting en duiding van de uitkomsten In algemene zin trekken de bij de evaluatie betrokken partners en individuen de conclusie dat verreweg het meeste goed gaat. Er sprake is van rust en continuïteit op dit toch veelal complexe beleidsterrein. Over het algemeen weet men elkaar ook goed te vinden en nemen alle partijen hun verantwoordelijkheden. Waarbij het tegelijkertijd ook van belang blijft om ook voortdurend aandacht te hebben voor verbetermogelijkheden, net als de afgelopen jaren het geval was. En ook in partnerschap te blijven anticiperen op wat er zich in de politieke en maatschappelijke omgeving voordoet, zowel landelijk, regionaal als ook lokaal. Wat bij de evaluatie is opgehaald is in de drie programmalijnen en de daarbij behorende 31 maatregelen weergegeven. Gemeenten, maatschappelijke partners en de bij de evaluatie betrokken inwoners zijn overwegend tevreden dan wel trots op wat er in gezamenlijkheid bereikt is ten aanzien van Bescherming en Opvang. Daarbij zijn zij in staat geweest om op een constructieve wijze te reflecteren op hun eigen handelen en op dat van elkaar. Het onderling vertrouwen is groot en er is goede hoop om de naar voren gebrachte verbeterpunten ook weer in partnerschap te vervolgen.

Hierbij kunnen verreweg de meeste verbeterpunten overigens in de operatie opgelost kunnen worden en hoeven deze dus niet beleidsmatig uitgewerkt en opgepakt te worden. Wat wel om beleidsmatige aandacht vraagt, staat in het volgende hoofdstuk verwoord.

13

Richting nieuw beleidsplan Dit hoofdstuk gaat in op de richting van het nieuwe plan, waarbij de looptijd van het volgende beleidsplan, voorzien van onderbouwing, bij voorkeur wordt verlengd. De inhoudelijke richting van het nieuwe beleidsplan is gebaseerd op de voortgangsrapportage van het beleidsplan, op de uitkomsten van de evaluatie en speelt in op de lokale, regionale en landelijke ontwikkelingen. Deze ontwikkelingen maken overigens ook deel uit van de voortgangsrapportage.

Looptijd volgende beleidsperiode Het huidige beleidsplan Bescherming en Opvang (B&O) is het vervolg op het vorige beleidsplan ‘Echte betrokkenheid, wederzijdse afhankelijkheid’ 2017 – 2020, welke uiteindelijk ook nog met een jaar verlengd werd. Zoals in het voorwoord van het huidig beleidsplan ‘Herstel de verbinding’ beschreven staat: “Met dit plan bouwen wij voort op de mooie stappen die wij de afgelopen jaren met elkaar hebben gezet om het verschil te maken voor inwoners die zich bevinden in een kwetsbare positie in de samenleving”, is ook nu de verwachting dat gemeenten met het volgende beleidsplan zullen voortbouwen op het huidige beleidsplan. Daarom hebben de portefeuillehouders G&O het advies van de ambtelijke werkgroep B&O overgenomen om: ➢

De periode van het volgende beleidsplan te verlengen van 4 naar 8 jaar, waarbij er aanvullend uitvoeringsprogramma’s opgesteld worden voor 2 x 4 jaar.

Het nieuwe beleidsplan wordt daarmee algemener van karakter, voorzien van de beoogde ambities en effecten – waar gemeenteraden (ook alleen) op sturen. Het beleidsplan kent hiermee geen concreet uitgewerkte maatregelen, want die zullen (zo SMART-mogelijk) onderdeel uitmaken van de uitvoeringsprogramma’s. Gemeenteraden kunnen desgewenst, net als gedurende de huidige beleidsperiode, ieder half jaar over de voortgang geïnformeerd worden. Zodoende kunnen zij tussentijds ook bijsturen indien zij dat nodig achten. Ook bestaat de mogelijkheid tot bijsturen bij de – door colleges – vast te stellen uitvoeringsprogramma’s. Met een langere looptijd blijft er gedurende de volgende beleidsperiode meer effectieve tijd beschikbaar om de ambities en de bijbehorende doelstellingen uit te voeren. Nu start het proces al na tweeëneenhalf jaar om te kunnen komen tot een nieuw beleidsplan per 1 januari 2026. Dit proces neemt - ervan uitgaande dat deze planning zowel regionaal als ook lokaal daadwerkelijk gehaald zal worden - anderhalf jaar in beslag. Ook vraagt het veel tijd en aandacht van gemeenten en relevante partners, waardoor er tegelijkertijd minder effectieve tijd en aandacht overblijft voor het uitvoeren van het nu nog lopende beleidsplan B&O.

Wanneer zich gedurende de looptijd van het huidige en/of toekomstige beleidsplan nieuwe landelijke ontwikkelingen voordoen, waarbij het Rijk gemeenten aanvullende taken geeft of juist taken intrekt of opdraagt om (transformatie)programma’s uit te voeren, zullen gemeenten zich daartoe verhouden binnen en of overstijgend aan het vastgestelde beleidskader B&O. Lopende voorbeelden hiervan zijn onder andere: ➢ Het Nationaal Actieplan Dakloosheid ‘Eerst een Thuis’ 2023 – 2030; ➢ Het programma ‘Een thuis voor iedereen’ (in het kader van de woonzorgopgaven ten aanzien van de zogenaamde ‘aandachtsgroepen’, waar het fysieke en sociale domein gezamenlijk optrekken); ➢ Integraal Zorg Akkoord (IZA)13 – inzake mentale gezondheid en specifiek voor dit dossier de relatie met de laagdrempelige zelfregie steunpunten en de samenwerking met EPA 14doelgroepen; ➢ Het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming (0-100) heeft samenhang met maatregel 23b: Multidisciplinaire Aanpak ++ borgen en doorontwikkelen.

13 Op dit moment beraden de Nederlandse gemeenten zich op het wel of niet terugtrekken uit dit akkoord. Ongeacht wat daar de

uitkomst van zal zijn, kan IZA gelezen worden als de volgens IZA beoogde beweging c.q. transformatie. 14 EPA: Ernstige Psychiatrische Aandoeningen. 14

Inhoudelijke richting Behouden, doorontwikkelen en verbeteren Het vertrekpunt is dat behouden wordt wat goed gaat en dat wordt voortgezet wat er de afgelopen ruim tweeënhalf jaar (tot zevenenhalf jaar15) in gezamenlijkheid tussen gemeenten en maatschappelijke partners is opgebouwd. Sommige maatregelen zijn inmiddels beleidsmatig afgerond en of niet meer relevant (voor dit beleidsterrein), deze vervallen dan ook. Daarnaast verbeteren en of verder doorontwikkelen wat kan en gewenst is. Hierbij zijn de uitkomsten van het vorige hoofdstuk ‘Uitkomsten van de evaluatie’ leidend en bouwen we voort op wat gemeenten in samenwerking met maatschappelijke partners hebben bereikt (sinds het eerste regionale beleidsplan Bescherming en Opvang). Nieuw of aanzienlijk meer aandacht voor nodig ❖ Herstelgericht werken in samenwerking met ervaringsdeskundigen. De meerwaarde van het inzetten van ervaringsdeskundigheid wordt breed gedragen. Er is behoefte aan een meer diverse inzet van ervaringsdeskundigheid. Bijvoorbeeld bij beleidsontwikkeling, preventief of juist gedurende overbruggingszorg, in casuïstiek16 en lotgenotencontact. ’Samenkracht!‘ ondersteunt de inzet van ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid in de beleidscyclus bij regionale onderwerpen. Het regionaal Herstelnetwerk is ondersteunend aan de (lokale) inzet op andere gebieden.

Bij de meeste gemeenten en enkele organisaties zijn ervaringsdeskundigen echter nog onvoldoende in positie gebracht om hun expertise in praktijk te kunnen brengen. Bovendien zetten de ervaringsdeskundigen van het Herstelnetwerk zich reeds naar volle capaciteit in. Hierdoor is het niet mogelijk om de ervaringsdeskundigen van het Herstelnetwerk in te zetten op de verschillende manieren die uit de evaluatie naar voren kwamen. De ontwikkeling van laagdrempelige zelfregiesteunpunten17 in het kader van het Integraal Zorgakkoord (IZA) biedt de mogelijkheid om het bestaande regionale Herstelnetwerk uit te bouwen. Inwoners met (ernstige) psychische problemen en/of sociaal-emotionele kwetsbaarheden en hun naasten kunnen hier dan terecht om te werken aan hun herstel en ontwikkeling en voor informatie, advies en belangenbehartiging. In zelfregie steunpunten zijn ervaringsdeskundigen en ervaringswerkers in de lead. ❖ Middelengebruik en verslaving Naast het behouden en of doorontwikkelen van staand beleid is tevens behoefte aan gerichtere aandacht voor de ontwikkeling van regionaal beleid ten behoeve van het thema middelengebruik en verslaving. In ieder geval aanzienlijk meer dan nu het geval is.

Er worden in toenemende mate knelpunten ervaren die een mogelijk gevolg kunnen zijn van de afbouw van het aantal klinische behandelplekken en van de behandelduur van de verslavingszorg (vanuit de Zorgverzekeringswet). Wanneer inwoners met drugs- en of alcohol gerelateerde verslavingsproblematiek in een kliniek zijn afgekickt, is de kans op terugval aanwezig. Zeker wanneer de inwoner na de kliniek direct terugkeert naar huis. Thuis, waar (indien nog betrokken) familieleden en de omgeving (inclusief eventuele medegebruikers en dealers) onveranderd zijn. Knelpunten: - Gemeentelijke uitvoeringsdiensten krijgen in toenemende mate te maken met aanvragen voor zogeheten ‘safehouses18’. Safehouses bestaan in verschillende verschijningsvormen en vallen niet onder het gecontracteerde aanbod en worden veelal aangevraagd of ingezet aansluitend aan het behandeltraject. Daarbij wordt er in de kliniek gewerkt aan het klinisch herstel, maar om volledig te kunnen herstellen is er ook aandacht nodig voor het persoonlijk en maatschappelijk herstel.

- Inwoners met zogeheten ‘comorbiditeit19’, zeker ook wanneer de verslavingsproblematiek op de voorgrond staat, kunnen het samenleven binnen een instelling (bijvoorbeeld binnen het beschermd wonen) ernstig verstoren, met als gevolg dat men of niet handhaafbaar is en uitgezet wordt of zelf vertrekt omdat hij/zij niet openstaat voor herstel ondersteunde begeleiding of vanwege deze problematiek niet in aanmerking komt voor een plek binnen het beschermd wonen. 15

Uitgaande van het huidige en het voorgaande beleidsplan tezamen

16 Dit geldt voor zowel zorg- als zorg- en veiligheidscasuïstiek. 17 Dit heeft betrekking op de mentale gezondheidsnetwerken

in het kader van het Integraal Zorgakkoord/IZA.

18 De term ‘safehouse’ duidt op een veilige en gezonde, abstinente woonomgeving, waarin vaardigheden die essentieel zijn voor

blijvend herstel na een verslaving worden aangeleerd en geoefend in een huiselijke omgeving met gelijkgestemden. 19 Het tegelijk voorkomen van twee of meer psychische stoornissen of verslavingen, ook wel dubbeldiagnose genoemd. 15

Knelpunten die zoal ervaren worden, raken niet alleen de persoon die actief verslaafd is of recent is afgekickt, maar ook de omstanders. → De ambitie is om hier (aanvullend) herstelgericht en -ondersteunend beleid op te maken en in lijn met onder andere het IZA, niet per definitie door enkelvoudig het zorgaanbod uit te breiden. ❖ Aanpak Dakloosheid In het kader van het Nationaal Actieplan Dakloosheid (NAD), hebben gemeenten een regionaal plan van aanpak Dakloosheid voor de periode juni 2024 tot en met eind 2025, aanvullend aan staand beleid. Het plan van aanpak is sinds juni jongstleden in uitvoering genomen en is daarmee te vroeg om de uitkomsten daarvan te kunnen evalueren. Tegelijkertijd is het plan van aanpak daarmee actueel en zullen de ambities en doelen die verbonden zijn aan de zogeheten (zes) actielijnen geïntegreerd worden in het nieuwe beleidsplan. In dit plan van aanpak staan tevens een tweetal aanbevelingen, die meegenomen zijn in dit hoofdstuk. Het gaat om het ETHOS-light telonderzoek en om de woonzorgopgaven. ETHOS-light: Vanuit het NAD is het de bedoeling dat alle gemeenten in regioverband een keer meedoen met het telonderzoek. Tot op heden doet regio Gooi en Vechtstreek niet mee met het telonderzoek en heeft zich daar ook nog niet voor aangemeld.

De aanbeveling die is gedaan in het plan van aanpak Dakloosheid is om een keuze te maken of de regio gedurende de nieuwe beleidsperiode wel of niet mee wil gaan doen met het telonderzoek. De ervaringen van de pilotsregio’s in 2023 en 2024 zijn meegenomen om deze vraag te beantwoorden. De telonderzoeken in zowel 2023 als ook in 2024 lieten zien dat er aanzienlijk meer dak- en thuislozen zijn dan verondersteld wordt op basis van de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Dit komt enerzijds doordat ETHOS een veel bredere definitie hanteert dan het CBS. Daarnaast gaat het CBS uit van de leeftijdscategorie 18 tot 65 jaar, ETHOS telt alle leeftijdscategorieën mee. Tot slot zijn de CBS-cijfers gebaseerd op schattingen en ETHOS is gebaseerd op een werkelijke telling en telt met zoveel mogelijk organisaties op één vaste dag in het voorjaar (vrijwel) alle mensen die tot alle zeven ETHOS-light classificaties20 behoren. De uitkomsten van het telonderzoek in 2024 bevestigen het beeld van 2023, waarop het beleid van de Gooi en Vechtstreek al was gebaseerd en of verder op mee kan liften. Zeker ook daar het beeld grotendeels herkend wordt door regiogemeenten en maatschappelijke partners. Het beeld dat veel vrouwen dak- of thuisloos zijn, al dan niet moeders met kinderen en ook dat veel jongeren dak- of thuisloos zijn, wordt al jaren herkend in de Gooi en Vechtstreek.

Hier wordt dan ook al in de huidige beleidsperiode inzet op gepleegd. Deze aandachtsgroepen maken daarnaast ook deel uit van het regionale plan van aanpak Dakloosheid en zullen ook in het nieuwe beleid aandacht krijgen en of behouden. De aandachtsgroep jongeren is in dit hoofdstuk ook nog apart benoemd. Ondanks dat de Gooi en Vecht mee kan liften op de uitkomsten van de telonderzoeken van andere regio’s, het tellen veel zal vragen van een bereed scala aan organisaties – ook van bijvoorbeeld ziekenhuizen en supermarkten - en er ook al de nodige interventies op de diverse aandachtsgroepen en ETHOS-light categorieën plaatsvinden dan wel in voorbereiding 21 zijn, is het tellen en daarmee (eenmalig) toetsen van ons ingezette beleid wel wenselijk. → De ambitie is om in de eerste helft van de nieuwe beleidsperiode als regio mee te doen aan het telonderzoek. Regionale woonzorgopgaven: De tweede aanbeveling uit het plan van aanpak Dakloosheid betreft de regionale woonzorg opgaven, deze opgaven bestrijken meerdere beleidsterreinen en programma’s22 en vallen dan ook grotendeels buiten de scope van dit beleidsterrein. De twee specifieke woonzorgopgaven; een tweede Keerpunt en een tweede In Between Places, blijven direct binnen dit beleidskader belegd en staan dan ook

20 Waarbij ook bij het ETHOS telonderzoek onvoldoende zicht blijft op arbeidsmigranten en ongedocumenteerde mensen. Bij de

telling in 2023 gold dit ook voor mensen op campings, vakantieparken en in antikraak woonsituaties. In 2024 is hiervoor een aanvullend kwalitatief onderzoek gedaan. 21 In het kader van het regionale plan van aanpak Dakloosheid 2024 – 2025 is onder andere een pilot ‘Onder de Pannen’ in voorbereiding. 22 Programma Wonen en Zorg voor Ouderen en Programma Een Thuis voor Iedereen (huisvesting aandachtsgroepen), beleidsterreinen van het fysieke en sociale domein tezamen, in samenwerking met de relevante maatschappelijke partners. 16

beschreven in het vorige hoofdstuk bij maatregel 20 en 21. In het kader van het regionale plan van aanpak Dakloosheid is een pilot ‘Onder de Pannen’ in voorbereiding. Ook de huisvesting van inwoners die uitstromen uit beschermd wonen, maatschappelijke opvang en uit de jeugdzorg behoren tot deze opgave. De regionale woonzorgopgaven zijn gezamenlijk geanalyseerd door gemeenten en hun maatschappelijke partners en worden als volgt ook gezamenlijk verder gebracht: oplegger-en-voorstel-Regionale-woonzorganalyse-en-hoe-verder.pdf. In het NAD staat tevens de ambitie om de (grootschalige) maatschappelijke opvang af te bouwen, gezien de constante druk op de opvang lijkt het op voorhand niet een richting die realistisch lijkt te zijn. Dit neemt niet weg dat het op de lange termijn een uitkomst zou kunnen zijn van het beleid dat gemeenten in de Gooi en Vechtstreek gezamenlijk voeren ten aanzien van het voorkomen van dakloosheid (preventie) en de andere actielijnen uit het NAD. ❖ Jongeren De overgang van de Jeugdwet naar de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) leidt in toenemende mate tot knelpunten, veroorzaakt door de schotten tussen beide wetten en hoe gemeenten en het zorglandschap daaromtrent georganiseerd zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15194509/1