bijlage 1 ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
1.20
i
kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten
activiteiten die in of bij een woning op bedrijfsmatige wijze worden uitgeoefend, voor zover sprake is van een
inrichting type A, zoals bedoeld in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit milieubeheer) waarbij de woning in overwegende mate zijn woonfunctie behoudt met een
ruimtelijke uitstraling die daarbij past. 1.21
landschapswaarde
de aan een gebied toegekende waarde met betrekking tot het waarneembare deel van de aardoppervlakte, die wordt bepaald door de herkenbaarheid en de identiteit van de onderlinge samenhang tussen levende en
i
niet-levende natuur.
6/32
i
Z.60234/D.367989
E I i
--
natuurwaarde
1.22
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de aanwezige flora en fauna.
I
nutsvoorzieningen
1.23
de voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals ondermeertransformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, zuiveringsinstallaties, hoogspannings- en persleidingen, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse)
afvalinzamelingen apparatuurvoortelecommunicatie. overkapping
1.24
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een dak. peil
1.25 a.
voor gebouwen waarvan de hoofdtoegang die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang;
b.
in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het
aansluitende afgewerkte maaiveld.
I
sociale huurwoning
1.26
een huurwoning met een aanvangshuurprijs onder de grens als bedoeld in artikel 13lid londer a van de Wet op de huurtoeslag, waarbij de instandhouding voor de in een gemeentelijke verordening omschreven doelgroep
voor ten minste tien jaar na ingebruikname is verzekerd. Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging'
1.27
de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging'die van deze regels deel uitmaakt. oeubil
nschalraae
ken ten behoeve van openbare (nuts)voorzieningen, zoals verkeergeleiders,
verkeersborden, brandkranen, lichtmasten, zitbanken, bloembakken, papier-, glas- en andere inzamelbakken, prullenbakken, speeltoestellen, waterfonteintjes (bedriegertjes) en reclameobjecten, oplaadpunten voor
I
elektrische auto's alsmede telefooncellen en abri's.
I
de naar de weg toegekeerde gevel van het hoofdgebouw die vanwege de aanwezige hoofdtoegangof door zijn
1.29
voorgevel
aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt.
1.30
woning
een gebouw bestaande uit een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voorde huisvesting van één
afzonderlijk huishouden.
I i
Z.60234/D.367989
I
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
i
afstand
de afstand tussen bouwwerken onderlingen de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2
bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3
breedte, lengte en diepte van een gebouw
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidingsmuren.
I
2.4
goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
-
2.5
oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/ of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
I
i
I
i
I i i
Z.60234/D.367989
I
Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2
i Artikel 3
-
Landschap
Bestemmingsomschrijving
3.1
i
Agrarisch met Waarden
De voor'Agrarisch met waarden -Landschap'aangewezen gronden begrepen binnen de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch a.
-
ontwikkel- en beheersgebied weidevogels' zijn bestemd voor:
de inrichting, ontwikkeling, exploitatie en beheer van kwalitatief hoogwaardig weidevogelleefgebied
met bijbehorende landinrichtingen noodzakelijk waterpeil met plasdrasgebieden en watergangen met flauwe oevers; b. agrarisch grondgebruik voor zover verenigbaar met en afgestemd op het onder a genoemde
I
grondgebruik; c.
het behoud van landschappelijke elementen voor zover passend bij het onder a genoemde
grondgebruik.
Bouwregels
3.2
Op deze gronden mag niet worden gebouwd, behoudens oevervoorzieningen tot een maximale hoogte van
omliggend maaiveldniveau.
Specifieke gebruiksregels
3.3
i
Tot het met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend: a. het gebruik van deze gronden anders dan het toegestane gebruik op grond van het bepaalde onder3.1; b.
i I i I
i
I i I
het gebruik in afwijking van het Ontwikkel-en beheersplan Weidevogelleefgebied dat met de titel
Voorstel inrichting en beheer nieuw weidevogelleefgebied als bijlage 1 bij de regels is gevoegd en daarvan onderdeel uitmaakt.
Z.60234/D.367989
I
Artikel4
Groen
Bestemmingsomschrijving
4.1
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
I
a.
groen, water, speelvoorzieningen en voet- en fietspaden;
b.
nutsvoorzieningen;
c.
extensieve dagrecreatie ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen -extensieve recreatie';
d.
gebouwde parkeervoorzieningter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen-gebouwde parkeervoorziening'.
Bouwregels
4.2
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:
I
a.
op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd;
b.
de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 1m;
c.
de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m;
d.
op de gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van groen
-
extensieve recreatie' mogen gebouwen
worden gerealiseerd met een totaal ma× imum oppervlak van 40 m2 en een maximum bouwhoogte van 7,5
e.
o
de gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van groen -gebouwde parkeervoorzieningen'mogen
gebouwde parkeervoorzieningen worden gerealiseerd met een plat groen (sedum) dak ten behoeve van de aangrenzende bestemming'Wonen'en de aanduiding 'gestapeld'. De maximum bouwhoogte bedraagt 5 m.
I
i I i
I
i I i rom
I
Z.60234/D.367989
I
Artikel 5 5.1
Natuur
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
I
a.
behoud, herstel en ontwikkelingvan natuur-en landschapswaarden;
b.
extensieve dagrecreatie.
5.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a.
op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een totaal maximum bebouwingsoppervlakvan 30 m2
I i I i
I i I
i
I i
I
b.
de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 1m;
c.
de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.
Z.60234/D.367989
I I
-
Artikel 6 6.1
Tuin
Bestemmingsomschrijving
De voor'Tuin'aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen bij de op de aangrenzende bestemmingen gelegen hoofdgebouwen.
6.2
i I
i I
i I i
I i
I
i
I i
I
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a.
op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd;
b.
de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 1m;
c.
de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 2 m.
Z.60234/D.367989
I i
Artikel 7 7.1
Verkeer Verblijfsgebied -
Bestemmingsomschrijving
De voor'Verkeer- Verblijfsgebied'aangewezen gronden zijn bestemd voor:
I
a.
verkeerdoeleinden;
b.
verblijfsgebied met een functie voor verblijf en gebruik ten dienste van de aangrenzende bestemmingen;
c.
bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, reclame-uitingen en water.
7.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a.
i
op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten dienste van
de bestemmingonder7.1; b.
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan ten behoeve van de verkeersregeling, de wegaanduidingof de verlichting, bedraagt ten hoogste 3 m.
I i
I i
I i I
i
I i
I
Z.60234/D.367989
I i
Artikel 8
Wonen
Bestemmingsomschrijving
8.1
De voor'Wonen'aangewezen gronden zijn bestemd voor:
I
a.
het wonen waaronder begrepen het uitoefenen van aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten;
b.
bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, tuinen, water en toegangswegen.
Bouwregels
8.2
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:
i
8.2.1
Hoofdgebouwen
a.
hoofdgebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd;
b.
het aantal woningen bedraagt ten hoogste 150;
c.
uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld'zijn gestapelde woningen toegestaan;
d.
de goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de op de planverbeeldingter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), ma× imum bouwhoogte (m)'aangegeven goot- en bouwhoogte.
I
8.2.2
a.
Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkoppingen
de afstand van aan- en uitbouwen en bijgebouwen tot de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt ten amannueen1u
b.
bouwen, bijgebouwen en overkappingen worden in de perceelsgrens of op ten minste 1m
afstand van de perceelsgrens gebouwd;
I
c.
de goothoogte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste 3 m;
d.
de bouwhoogte van aan-en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste 4,5 m;
e.
het gezamenlijke grondoppervlak van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag ten hoogste 50% tot een maximum van 50 m2 bedragen van de bij het hoofdgebouw behorende gronden als bedoeld in
i
lid 8.1, met dien verstande dat een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 25 m2 van het zij- en
achtererf onbebouwd en onoverdekt dient te blijven; f.
in afwijking van het bepaalde onder e mag het gezamenlijk grondoppervlakvan aan- en uitbouwen,
bijgebouwen en overkappingen 75 m2 bedragen, indien de oppervlakte van de bij het hoofdgebouw behorende gronden als bedoeld in lid 8.1ten minste 250 m2 bedraagt.
I
8.2.3
i
I
a.
de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevel en/ of grenzend aan openbaar gebied bedraagt ten
hoogste 1m; b.
de bouwhoogte van erfafscheidingen elders bedraagt ten hoogste 2 m;
c.
de bouwhoogte van schotelantennes bedraagt ten hoogste 3 m;
d.
de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt ten hoogste 5 m;
e.
de bouwhoogte van tuinmeubilair bedraagt ten hoogste 2 m;
14/32
i
Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde
Z.60234/D.367989
I
i
--
f.
de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.
8.3
Specifieke gebruiksregels
in een woning zijn een aan-huis-verbonden beroep of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten toegestaan onder
i
de volgende voorwaarden: a.
de aan-huis-verbonden beroeps- of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten mogen aan de woonfunctie geen afbreuk doen en dienen daaraan ondergeschiktte zijn in die zin dat de woonfunctie de primaire functie dient te blijven. Dit betekent dat niet meer dan 30% van het vloeroppervlakvan de woning, inclusief aan- en uitbouwen ten behoeve van het aan-huis-verbonden beroep of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten mag worden gebruikt;
b.
de activiteiten mogen geen hinder opleveren voor de woon- en leefsituatie van naastgelegen percelen. Dit betekent dat in geval van bedrijfsactiviteiten uitsluitend bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan in categorie A
i
en B1van de van deze regels deel uitmakende Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging'; c.
de activiteiten mogen zowel naar de aard als ten aanzien van de visuele aspecten ervan geen afbreuk doen aan het karakter van de woning en de woonomgeving;
i I i
I i I
i
i
I
d.
de activiteiten mogen geen detailhandel en/ of horeca betreffen;
e.
de activiteiten mogen geen nadelige invloed hebben op de normale verkeersafwikkelingen geen onevenredige parkeerdruk veroorzaken.
Z.60234/D.367989
I i
-
I
Hoofdstuk 3
i
Artikel 9
i
of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
i I
i
I
i
I i I
A nti-dubbe Itel rege I
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven
I
I
Algemene regels
-
Z.60234/D.367989
I i I
---
Artikel 10 10.1
Algemene bouwregels
Overschrijding bouwgrenzen
De bouwgrenzen/voorgevellijn mogen/ mag, voor zover deze niet samenvallen/ -valt met bestemmingsgrenzen,
I
in afwijking van de verbeeldingen hoofdstuk 2 uitsluitend worden overschreden door: a.
tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijdingten hoogste 2,5 m bedraagt;
b.
tot gebouwen behorende erkers en serres, mits de overschrijdingten hoogste 2 m bedraagt;
c.
andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijdingten hoogste 1,5 m bedraagt.
I i i
i I i i I i
i
i
i i I I
-
Z.60234/D.367989
I I
i
-
Artikel11
Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone -geurzone'is een afstandsrichtlijn van een bedrijf uit de Wet geurhinder en veehouderij (WgV) aangeduid.
I i
i
I i
I
i
i I i
I
Algemeneaanduidingsregels
-
Z.60234/D.367989
I i
I
---
Artikel 12 12.1
Overige regels
Woningdifferentiatie
Van de binnen het projectgebied te realiseren woningen dient ten minste 35% als sociale huurwoning te worden gebouwd.
I
i
I
i
I i I
Z.60234/D.367989
I i
--
Hoofdstuk 4
i i
Artikel 13
Overgangs- en slotregels
Slot regel
Deze regels worden aangehaald als: 'Regels van het afwijkingsplan Woningbouw Nederhorst den Berg Noord ex artikel 2.12 lid 10nder a onderdeel 3° Wabo.
I
i
,
I i
I i
I
i I I
-
Z.60234/D.367989
BULA GER BWD E RIBËts
RH0 40MIS US
Z.60234/D.367989
I i
--
Bijlage 1
i I
i
I
i I
i
I i I i
I
-
Voorstel inrichting en beheer nieuw weidevogelleefgebied
Z.60234/D.367989
I
i
ii
BIJLAGE 1VOORSTEL INRICHTING EN BEHEER NIEUW WEIDEVOGELLEEFGEBIED
I i
Inrichting Onderstaand is een inrichtingsvoorstel weergegeven voor 3 ha nieuw weidevogelleefgebied, grenzend aan het nieuwe woongebied.
Figuur 1 Inrichtingsvoorstel nieuw weidevogelleefgebied
i Voorjaars
Randsloot
plasdras
10 m breed
Flauwe oevers
i
10 m breed
Nieuw woongebied
i
Afdammen watergangen
i
i Afdammen watergangen Cruciaal voor het realiseren van een kwalitatief hoogwaardig weidevogelleefgebied is verhoging van het waterpeil. Dit kan
i
door het afdammen van de twee centrale watergangen. Het peilbeheer dient vervolgens afgestemd te worden op een voorjaarsgrondwaterstand van 20-40 cm beneden maaiveld. In de loop van mei/ juni mag de grondwaterstand niet verder weg zakken dan 50-60 cm beneden maalveld.
Vooriaars plasdras Plas-dras situaties hebben in het vroege voorjaar een grote aantrekkingskracht op weidevogels, met name op grutto's die
i
dan terugkeren uit Afrika. Een plas-dras kan worden gerealiseerd door het opwerpen van een dammetje rondom het perceel en dit in het voorjaar vol te pompen met 5-10 cm water, bijvoorbeeld met een zonnepomp. De benodigde grond komt hier beschikbaar door de aanleg van flauwe oevers langs bestaande watergangen.
I
i I i
3/ 5
Z.60234/D.367989
I i
RHO ADVISEIJRS
I
Aanleg flauwe oevers Door de aanleg van flauwe oevers langs bestaande watergangen komt meer foerageerhabitat beschikbaar voor volwassen vogels en hun kuikens. Deze flauwe oevers voorkomen ook verdrinking van kuikens.
RDano
t
ing van de bestaande randsloot uit het zuiden is noodzakelijk om betreding van het weidevogelleefgebied te
voorkomen. In combinatie met de flauwe oevers aan weerszijden ontstaat een aantrekkelijke 20-30meter brede water- en moeraszone. Aan de kant van de woonwijk kan deze worden voorzien van een wandelroute, visplekken en/ of een uitkijkpunt met informatie over het weidevogelleefgebied.
Beheer Een volwaardig weidevogelleefgebied kent een mozaïekbeheer met hooiland en weiland. •
Hooilanden, na 15 juni of later gemaaid met afvoering van het maaisel en eventueel nabeweiding. Optimale maai-
data zijn afhankelijk van het verloop van het broedseizoen en dus een kwestie van maatwerk; •
Beweiding met een veedichtheid van maximaal 1,5 stuk vee per hectare. Hogere veedichtheden geven een groot
•
bemesting gebeurt bij voorkeur door middel van ruige stalmest, vóór 1 april of na eind juni. Een voor weidevogel-
•
In het belang van een goed ontwikkelde bodemfauna dient de bodem niet teveel te verzuren. Indien de pH onder
risico van vertrapping van de zode en van vertrapping van significante hoeveelheden eieren.
beheer geschikte mestgift bestaat uit 15 ton ruige stalmest per hectare per jaar. de 4,5 komt, dient de bodem bekalkt te worden.
4/5
i
Z.60234/D.367989
I i
RHO ADVISEURS
•
In verband met eventuele aanwezige botanische kwaliteiten en de plaatstrouw van vogels, is het van belang om
hetzelfde beheer steeds op dezelfde locatie uit te voeren in beheerscontracten, mogelijk met subsidies van de provincie, zullen bovenstaande beheerrichtlijnen kunnen worden
vastgelegd en mogelijk verder worden gedetailleerd. Kosten Inclusief de inrichting vergt dit voorstel een investering van circa € 300.000. De beoogde 150 woningen worden dus per
stuk € 2.000 duurder. Voor het beheer zijn verschillende subsidies beschikbaar. Een interessante aanvullende geldstroom is het verkopen van
I
CO2-certificaten door het verminderen van de veenoxidatie door vernatting van de 3 ha grasland. Gemiddeld komt er in
Nederland jaarlijks 30 ton CO2 vrij per hectare agrarisch veenweidegebied, afhankelijk van de dikte van het veenpakket en de ontwateringsdiepte (bron: CLM Onderzoek en Advies 2018). De Europese CO2-emissieprijs bedraagt inmiddels € 50 per
i
ton en blijft waarschijnlijk verder stijgen. Uitgaande van een vermeden emissie van 20 ton/ ha/jr (dus 60 ton voor 3 ha) be-
I
Borging
tekent dit een jaarlijkse aanvullende geldstroom van € 3000 voor het beheer van het gebied.
Het nieuwe weidevogelleefgebied kan planologisch-juridisch worden geborgd door het opnemen van een natuurbestemming in nieuwe planologische maatregelen en het vastleggen daarvan in voorwaarden van de omgevingsvergunning voor het woningbouwplan. Daarnaast zal het beheer nog geborgd kunnen worden in een beheerscontract met de provincie. Overige Vergunningen en meldingen
i
Waterschap •
Voor het verhogen van het waterpeil en voor het aanleggen van een plasdras die het hele jaar of een groot deel van het
jaar met water gevuld is, is een watervergunning van het Waterschap nodig.
I
•
Voor activiteiten als het vol zetten van laagten of greppels en het aanbrengen van laagten in percelen, is een melding aan
het Waterschap verplicht, maar geen vergunning nodig. Deze maatregelen beïnvloeden namelijk ook de waterhuishouding van de omgeving (er moet bijvoorbeeld 's zomers meer water ingelaten worden). Gemeente De gemeente is vergunningverlener voor de omgevingsvergunning welke nodig is voor bijvoorbeeld het oprichten van een
I
wind- of zonnepomp. Ook de eventuele vergunningen voor het verlagen van het maaiveld en het onderhoud aan het land-
schap vallen onder de bevoegdheid van de gemeente.
I
i I
i I
i
5/5