CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Rekenkamerbrief energiebesparing 2024

gemeenteraad 10 juli 2025, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Rekenkamerbrief Energiebesparingsplicht (Het raadsvoorstel is zonder stemming aangenomen.)29.374 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

In de maatregelenlijst is een onderverdeling gemaakt in: gebouwen (bijvoorbeeld het plaatsen van zonnepanelen), faciliteiten (bijvoorbeeld energiebesparende maatregelen voor de productie, het transport en het gebruik van stoom) en processen (bijvoorbeeld energiebesparende maatregelen voor het in koel- of vriesmeubelen, of koel- of vriescellen bewaren van producten).

6

7 8

Het gemiddelde jaarlijkse verbruik van een huishouden (2022) is 2479 kWh elektriciteit en 1169 m3 gas. 50.000 kWh stroom en 25.000m3 gas is dus gelijk aan het jaarlijks verbruik van ongeveer 20 huishoudens. Prijsverandering energierekening | CBS Wet Milieubeheer Erkende maatregelenlijsten (EML) (rvo.nl)

/ 13

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

Wijzigingen per 1 juli 2023 Sinds 1 juli 2023 zijn wijzigingen in de energiebesparingsplicht doorgevoerd. Vanaf juli 2023 is de energiebesparingsplicht verbreed naar verduurzaming van het energieverbruik. Dit betekent dat de energiebesparingsplicht is uitgebreid met CO2-reducerende maatregelen en dat maatregelen voor het produceren van duurzame energie en elektrificatie, met een terugverdientijd van vijf jaar of minder, zijn toegevoegd aan de verplichting. Daarnaast is de doelgroep waarvoor de energiebesparingsplicht geldt uitgebreid naar bedrijven en instellingen die onder het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS) vallen. Ook de glastuinbouw en bedrijven die een omgevingsvergunning milieu nodig hebben, zoals afvalverwerkingsbedrijven en bedrijven in de zware industrie, vallen per 1 juli 2023 onder de plicht. Als onderdeel van de wijzigingen die sinds 1 juli 2023 in werking zijn getreden, is de maatregelenlijst opnieuw doorgerekend en beoordeeld door externe consultants, in samenwerking met RVO. De erkende maatregelen zijn aangepast naar de stand van de techniek, de huidige energieprijzen en de investeringskosten.

Ook zijn nieuwe potentiële maatregelen geïnventariseerd en aangeleverd, mede gevoed door de vraag aan brancheverenigingen en marktpartijen om nieuwe maatregelen voor te stellen en aan te leveren.9 Onder andere is een verplichting voor het doorvoeren van maatregelen voor de productie van of de overstap op hernieuwbare energie(dragers) toegevoegd aan de lijst, mits deze een terugverdientijd hebben van vijf jaar of minder en leiden tot een verlaging van de CO2-uitstoot. Energielabel C Een andere verplichting die per 1 juli 2023 geldt is dat een kantoorgebouw minimaal energielabel C moet hebben. Dit betekent een energielabel met een primair fossiel energiegebruik van maximaal 225 kWh per m2 per jaar. Voldoet het gebouw niet aan de eisen, dan mag het niet meer als kantoor gebruikt worden. Dit is formeel geen onderdeel van de energiebesparingsplicht, maar de gemeente is wel het bevoegd gezag om toe te zien op deze verplichting en besteed controle in veel gevallen uit aan de omgevingsdienst. Daardoor draagt deze verplichting wel bij aan een toename in taken van gemeenten en omgevingsdiensten als het gaat om energiebesparing.

Inwerkingtreding omgevingswet Sinds op 1 januari 2024 de Omgevingswet in werking is getreden, is de energiebesparingsplicht opgenomen in artikel 5.15 onder het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal, milieubelastende activiteiten op een locatie) en in artikel 3.84 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl, gaat over gebouwen op een locatie, de zogenoemde gebruiksfuncties). Er wordt in de Omgevingswet niet meer gesproken van een ‘inrichting’, maar van regulering per milieubelastende activiteit. Dit is een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken. Het kan dus zijn dat voor één locatie twee verschillende actoren een energiebesparingsplicht hebben: één organisatie die de milieubelastende activiteit uitvoert en één organisatie die eigenaar is van het gebouw (de ‘drijver van de inrichting’).

9

Staatscourant 2023, 15844 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (officielebekendmakingen.nl)

/ 14

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

2.3 Informatieplicht energiebesparing Bedrijven en instellingen zijn vanaf 1 juli 2019 verplicht eens in de 4 jaar actief informatie te verstrekken aan hun omgevingsdienst over de energiebesparende maatregelen die zij hebben genomen. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) beheert het digitale loket waarmee bedrijven dit aan hun omgevingsdienst laten weten. Hierin fungeert RVO dus als een soort ‘doorgeefluik’. Als uitgangspunt gebruiken bedrijven en instellingen de maatregelenlijst. In de rapportage geven zij vervolgens per erkende maatregel aan of deze wel/niet is uitgevoerd en of een alternatieve maatregel is uitgevoerd. Het digitale loket maakt automatisch een code aan, de zogenaamde rubriceringscode. De omgevingsdienst kan op basis van deze code besluiten om locatie(s) te controleren, indien bijvoorbeeld blijkt dat het bedrijf nog veel erkende maatregelen moet uitvoeren en/of beperkt aan de energiebesparingsplicht voldoet. De code wordt bepaald op basis van vier criteria: 1) de mate waarin het bedrijf aan de energiebesparingsplicht voldoet, op basis van de gegeven antwoorden op de erkende maatregelenlijst, 2) het jaarlijks energieverbruik van de locatie, 3) de eventuele aanwezigheid van monumentale gebouwen en 4) het aantal geselecteerde categorieën van de Faciliteiten en Procesmaatregelenlijsten.

De code R1 heeft de hoogste prioriteit bij toezicht en bij een code van R4 is in principe voldaan aan de energiebesparingsplicht.10 Indien bedrijven/instellingen voldoen aan de informatieplicht (informatie aanleveren), betekent dit niet dat zij ook automatisch voldoen aan de energiebesparingsplicht (het treffen van energiebesparende maatregelen). Zoals onder paragraaf 2.2 beschreven is de eigenaar van het gebouw (de ‘drijver van de inrichting’) sinds invoering van de omgevingswet verantwoordelijk voor het uitvoeren van de gebouwmaatregelen. De organisatie die de activiteit(en) uitvoert is verantwoordelijk voor het treffen van de activiteit-gebonden maatregelen. Beide partijen zijn verplicht de informatieplichtrapportage in te dienen via het e-loket van RVO, de digitale omgeving van RVO. In enkele gevallen kan het zijn dat de gebouweigenaar ook de informatieplichtrapportage indient voor de activiteit gebonden maatregelen van zijn huurder(s). Dit zijn met name bedrijfstakken waarvoor de gemeente onder de Omgevingswet de (milieu)regels bepaalt, zoals voor kantoren of winkels. Onderzoeksplicht Naast de informatieplicht hebben locaties van bedrijfstakken waarvoor onder de Omgevingswet het Rijk de milieuregels bepaalt, of met een jaarlijks energiegebruik vanaf 10 miljoen kWh elektriciteit of 170.000 m3 aardgas(equivalent), een onderzoeksplicht energiebesparing sinds 1 juli 2023.

De onderzoeksplicht is alleen voor activiteit-gebonden maatregelen en geldt niet voor gebouw-gebonden maatregelen. Deze verplichting valt buiten dit onderzoek/de onderzoeksperiode, maar draagt wel bij aan de toename aan taken voor gemeenten en omgevingsdiensten. Vergelijkbaar met de informatieplicht moeten voor deze locaties eens in de vier jaar worden onderzocht welke energiebesparende maatregelen genomen dienen te worden. Hier moet ook via het e-loket van RVO over worden gerapporteerd.

10

Toelichting rubriceringscode informatieplicht (RVO, 2023)

/ 15

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

2.4 Rol en taakverdeling Voor de meeste bedrijven en instellingen was de gemeente vóór 1 juli 2023 het bevoegd gezag voor de energiebesparingsplicht en informatieplicht. Dit houdt in dat de gemeente het bestuursorgaan was dat een vergunningaanvraag behandelde, meldingen ontving en bevoegd was voor toezicht en handhaving. De provincies waren het bevoegd gezag voor locaties met een milieubelastende activiteit uit afdeling 3.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Dit zijn ‘complexe bedrijven’, zoals energiecentrales, die een omgevingsvergunning nodig hebben voor hun milieubelastende activiteiten.11 Per 1 juli 2023 is de energiebesparings- en informatieplicht toegevoegd aan het basistakenpakket van de omgevingsdiensten. Het is dus per 1 juli 2023 de omgevingsdienst die het toezicht en de handhaving uitvoert op de energiebesparings- en informatieplicht in opdracht van gemeenten en provincies. Daarvoor hadden gemeenten en provincies in veel gevallen de uitoefening van het toezicht en de handhaving van de energiebesparingsplicht ook al gemandateerd aan hun omgevingsdienst. Echter waren er ook provincies en gemeenten die zelf toezicht en handhaving op de verplichtingen uitvoerden. In 2022 is door bedrijven, instellingen en het bevoegd gezag aangegeven het toezicht bij voorkeur door één partij te laten uitvoeren.

Vandaar dat het toezicht en de handhaving sinds 1 juli 2023 volledig bij omgevingsdiensten is neergelegd. RVO is verantwoordelijk voor het digitale loket (e-loket) waarmee aan de rapportageverplichtingen kan worden voldaan. Daarnaast zorgt zij voor het rubriceren van informatie en het beschikbaar maken van de informatie voor het bevoegd gezag en in het verlengde daarvan de omgevingsdiensten.

2.5 Financiën De omgevingsdiensten ontvangen middelen van gemeenten en provincies voor de uitvoering van toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht. Hiervoor stellen omgevingsdiensten over het algemeen werkplannen op of stellen ze dienstverleningsovereenkomsten op. In 2022 was de energiebesparingsplicht nog niet in het basistakenpakket van de omgevingsdiensten opgenomen, maar besteedden veel gemeenten de taken rondom toezicht en handhaving van de verplichtingen al wel uit aan omgevingsdiensten. In 2022 hebben de omgevingsdiensten van hun deelnemers (zowel gemeenten als provincies) circa € 11 miljoen ontvangen.12 Om de capaciteit van de omgevingsdiensten voor toezicht en handhaving van de verplichtingen te versterken, vanwege de uitbreiding van het takenpakket met de taken rondom de energiebesparings- en informatieplicht, heeft het Rijk sinds 2019 verschillende subsidies beschikbaar gesteld. In Tabel 1 is een overzicht opgenomen van alle Rijksregelingen van 2019 tot en met 2026 en bijbehorende bedragen. In de periode van 2019 tot 2023 is € 19,5 miljoen beschikbaar gesteld (verdeeld over drie rondes) vanuit de Versterkte Uitvoering Energiebesparing en Informatieplicht (VUE). Met deze middelen konden omgevingsdiensten, via Rijkswaterstaat, externe capaciteit inzetten voor bijvoorbeeld bedrijfscontroles. Ook 11 12

Milieuregels in het Bal voor complexe bedrijven | Informatiepunt Leefomgeving (iplo.nl) Onderzoek omgevingsdiensten in beeld 2022 (TwynstraGudde, 2023)

/ 16

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

konden omgevingsdiensten van 2022 tot en met 2024 gebruik maken van de specifieke uitkering voor activiteiten in het interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel (SPUK IBP VTH). Dat programma richt zich met name op versterking van de omgevingsdiensten en het VTH-stelsel. Daarbij wordt ingezet op de versterking van de inzet op milieucriminaliteit, het verbeteren van de informatiehuishouding en datakwaliteit en de versterking van de kennisopbouw en kennisdeling. Daarnaast is voor de periode 2022 – 2026 door het Rijk € 56 miljoen beschikbaar gesteld aan de omgevingsdiensten, de Specifieke Uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht (SPUK THE), voor een extra impuls vanwege de uitbreiding van het takenpakket. 13 Waar de VUE met name gericht was op het vergroten van de externe capaciteit, heeft de SPUK THE juist het doel de eigen capaciteit en kennis van de omgevingsdienst te versterken. De SPUK THE-regeling vereist minimaal 20% cofinanciering van gemeenten en provincies. Tabel 2.1

Overzicht rijksregelingen m.b.t energiebesparingsplicht 2019-2026

Jaartal

Financiering

Bedrag

2019-2023

Versterkte Uitvoering Energiebesparing en Informatieplicht

€ 19,5 miljoen

(VUE) 2022-2024

Specifieke Uitkering voor activiteiten in het interbestuurlijk

€ 18 miljoen

programma versterking VTH stelsel (SPUK IBP VTH) 2022-2026

Specifieke Uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht (SPUK THE)

13

https://open.overheid.nl/documenten/ronl-5df66568a2cd4238899ccbc38e429324ec9bf44d/pdf

€ 56 miljoen

/ 17

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

3

Resultaten enquête

3.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de resultaten van de enquête per overheidslaag (respectievelijk gemeenten in paragraaf 3.2, provincies in paragraaf 3.3 en omgevingsdiensten in paragraaf 3.4) weergegeven en nader toegelicht. Bij de uitwerking is het aantal respondenten per vraag in de titel van het figuur opgenomen. Hierbij moet worden opgemerkt dat het aantal respondenten voor sommige vragen verschilt en/of relatief laag is, onder andere afhankelijk van of een vervolgvraag is beantwoord. Dit is belangrijk om in acht te nemen bij het bekijken van de figuren per vraag.

3.2 Gemeenten 3.2.1 Helderheid rollen en taken Er is gevraagd of de rollen en taken van de gemeente en omgevingsdienst met betrekking tot het toezicht op de energiebesparings- en de informatieplicht op dit moment helder zijn. Onderstaande figuur geeft inzicht in de gegeven antwoorden. Figuur 3.1

Zijn de rollen en taken van de gemeente en omgevingsdienst met betrekking tot het toezicht op de energiebesparings- en informatieplicht op dit moment helder? (n=111)

Bij het grootste deel van de gemeenten (90%) zijn de taken en rollen van de gemeente en de omgevingsdienst met betrekking tot het toezicht op de energiebesparings- en informatieplicht op dit moment helder. Een klein deel (7%) geeft aan dat dit niet het geval is. Zij geven aan dat de omgevingsdienst op dit moment in de opstartfase zit van het energietoezicht en dat de rollen en taken nog niet helemaal duidelijk zijn voor de gemeenten, of omdat de taakverdeling nog niet volledig is ingeregeld.

/ 18

/ 19

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

3.2.2 Energiebesparingsplicht en informatieplicht in de begroting Er is gevraagd op welke wijze de energiebesparings- en informatieplicht in de begroting van gemeenten is opgenomen. Figuur 3.2 laat de antwoorden op deze vraag zien. Figuur 3.2

Is de opdracht op toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht aan de omgevingsdienst in de begroting van uw gemeente opgenomen? (n=111)

In ruim driekwart van de gemeenten (77%) is de opdracht op toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht aan de omgevingsdienst in de begroting opgenomen, meestal onder het overkoepelende onderwerp ‘omgevingsdiensten’ (39 gemeenten). Bij 14 gemeenten is de energiebesparingsplicht als onderdeel van een programma benoemd in de begroting en in 13 gemeenten is het onder het overkoepelende onderwerp ‘milieu’ opgenomen. Onderstaande figuur laat zien op welke wijze de energiebesparingsplicht is opgenomen in de gemeentelijke begrotingen. Figuur 3.3

Op welke wijze is de energiebesparingsplicht opgenomen in de begroting? (meer antwoorden mogelijk) (n=91)

De energiebesparingsplicht is als specifiek onderdeel benoemd in de begroting

5

De energiebesparingsplicht is als onderdeel van een programma benoemd in de begroting

14

Onder het overkoepelende onderwerp ‘omgevingsdiensten’ Onder het overkoepelende onderwerp ‘energie’ Onder het overkoepelende onderwerp ‘VTH’

39 1 5

Onder het overkoepelende onderwerp ‘milieu’

13

Anders, namelijk... Dat weet ik niet

10 4

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

De gemeenten die ‘anders’ hebben geantwoord geven aan dat de financiering van het toezicht op de energiebesparingsplicht via een uitvoeringsprogramma/werkprogramma loopt, via een bijdrage aan verbonden partijen, als extra opdracht aan de omgevingsdienst of onder het overkoepelende thema ‘duurzaamheid’ in de begroting is opgenomen. Wijze waarop het budget bepaald wordt In de meeste gevallen wordt door de omgevingsdienst een inschatting gemaakt van het aantal bedrijven dat aan de verplichtingen moet voldoen, dat vervolgens gecombineerd wordt met het geschatte aantal uren dat nodig is voor de controle per object en de prijs per controle (kengetallen per omgevingsdienst). De werkzaamheden worden vervolgens vaak vastgesteld in een projectplan of werkprogramma. In veel gevallen is aangeven dat dit in goede afstemming met de omgevingsdienst plaatsvindt. De bijdragen vanuit de SPUK THE hebben er in enkele gevallen voor gezorgd dat de gemeente de opgave heeft kunnen versnellen en het budget voor een aantal jaren gegarandeerd is. In deze gevallen is het budget beschikbaar vanuit SPUK THE leidend. In een enkel geval is aangegeven dat de provincie bijdraagt aan het budget voor de gemeenten via provinciale subsidieregelingen.

3.2.3 Sturen op toezicht en handhaving Formuleren van een opdracht aan omgevingsdiensten Gemeenten zijn verplicht het mandaat voor toezicht en handhaving op de energiebesparingsen informatieplicht aan hun omgevingsdienst te geven. Onderstaande figuur geeft weer of er een opdracht aan de omgevingsdienst is geformuleerd door de gemeente aan de omgevingsdienst. Figuur 3.4

Is er door uw gemeente een opdracht geformuleerd voor de omgevingsdienst over de invulling van toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht? (n=111)

In bijna driekwart van de gemeenten (70%) is er een opdracht geformuleerd voor de omgevingsdiensten. Bij een vijfde van de gemeenten (20%) is dit niet het geval. Bij 10% van de gemeenten is het onduidelijk of er een opdracht geformuleerd is.

/ 20

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

De redenen waarom er geen opdracht geformuleerd is, lopen uiteen. Een aantal gemeenten geeft aan dat dit onderdeel is van de basistaak van de omgevingsdienst en het daardoor niet nodig is een aanvullende opdracht te formuleren. In andere gevallen is de rol- en taakverdeling tussen de gemeente en omgevingsdienst nog niet duidelijk en moet de opdracht nog geformuleerd worden. Eén omgevingsdienst geeft aan een netwerkorganisatie te zijn en geen uren beschikbaar te hebben voor toezicht- en handhaving op de energiebesparingsplicht en informatieplicht. Een gemeente heeft daarom een externe partij benaderd om de controles op de verplichtingen uit te voeren. In twee gevallen is door gemeenten aangegeven dat zij zelf het toezicht uitvoeren en er dus geen opdracht richting de omgevingsdiensten is geformuleerd. Hoe is de opdracht richting de omgevingsdiensten geformuleerd Er is gevraagd op welke wijze de opdracht voor de omgevingsdienst over de invulling van toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht is geformuleerd. Onderstaande figuur geeft de gegeven antwoorden weer. Figuur 3.5

Hoe is de opdracht voor de omgevingsdienst over de invulling van toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht geformuleerd? (meer antwoorden mogelijk) (n=78)

Veertien gemeenten geven aan een gemeenschappelijke regeling te hebben opgesteld volgens de Wet gemeenschappelijke regelingen. Daarnaast geven elf gemeenten aan dat de werkzaamheden zijn benoemd in een opdrachtformulier en vier gemeenten dat er een schriftelijke overeenkomst is opgesteld. Vier gemeenten geven aan niet te weten hoe de opdracht is geformuleerd. Een groot deel van de gemeenten gaf ‘anders, namelijk’ (45 gemeenten) aan. In de meeste gevallen is in dat geval de opdracht geformuleerd in een jaarlijks uitvoeringsprogramma of in een jaarlijks werkplan of werkprogramma. In enkele gevallen is aanvullend op een jaarplan ook een meerjarenplan geformuleerd.

/ 21

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

Uitvoering van de opdracht in de praktijk Er is gevraagd of de geformuleerde opdracht door de omgevingsdienst in praktijk ook wordt uitgevoerd. Onderstaande figuur geeft de antwoorden op deze vraag weer. Figuur 3.6

Wordt de opdracht in de praktijk ook uitgevoerd? (n=78)

Bij het grootste deel van de gemeenten (92%) wordt de opdracht in praktijk ook uitgevoerd. In de toelichting bij dit antwoord wordt onder andere aangegeven dat er door de omgevingsdiensten regelmatig terugkoppeling plaatsvindt over de voortgang, zoals bijvoorbeeld in overleggen (bestuurlijke overleggen, accountgesprekken) en jaarverslagen. In een enkel geval is aangegeven dat dit soms niet het geval is, indien de omgevingsdienst kampt met capaciteitstekort. Bij een klein deel van de gemeenten (6%), wordt de opdracht niet of niet altijd uitgevoerd. In één geval is hier een toelichting bij gegeven, waarin de gemeente aangeeft dat in de praktijk soms bezoeken plaatsvinden zonder afstemming met de accountmanager bij de gemeente, maar dit lijkt meer een communicatieprobleem te zijn. De gemeente geeft hierbij wel aan dat dit proces steeds beter gaat. Bij één gemeenten is het onduidelijk of de opdracht in praktijk wordt uitgevoerd. Sturing op de taak van de omgevingsdiensten Er is gevraagd of er door de gemeente acties ondernomen worden om te sturen op de taak van de omgevingsdiensten met betrekking tot toezicht en handhaving van de energiebesparings- en informatieplicht. Figuur 3.7 geeft de antwoorden weer op deze vraag .

/ 22

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

Figuur 3.7

Welke actie(s) heeft uw gemeente richting de omgevingsdienst ondernomen om te sturen op de taak van de omgevingsdienst m.b.t. toezicht en handhaving van de energiebesparings- en informatieplicht? (n=110)

Bij een kwart (25%) van de gemeenten vindt periodiek overleg over de voortgang plaats. Bij een kleiner deel van de gemeenten vindt er geen actie plaats (15%) of is het onduidelijk of er acties plaatsvinden (5%). 41% van de gemeenten geeft het antwoord ‘anders, namelijk’. Hier geven veel gemeenten aan dat, naast periodiek overleg over de voortgang, ook wordt gestuurd op basis van voortgangsrapportages of het opdrachtformulier. Daarnaast is aangegeven dat er overleg plaatsvindt wanneer dat noodzakelijk is. Afspraken over monitorings- en verantwoordingsinformatie De antwoorden op de vraag of er afspraken zijn gemaakt tussen de gemeente en de omgevingsdienst over monitorings- en verantwoordingsinformatie met betrekking tot de energiebesparingsplicht zijn in onderstaande figuur weergegeven. Figuur 3.8

Zijn er afspraken gemaakt tussen uw gemeente en de omgevingsdienst over de monitorings- en verantwoordingsinformatie m.b.t. de energiebesparingsplicht? (n=110)

In iets meer dan een derde van de gemeenten (35%) zijn er afspraken zijn gemaakt, maar staan deze afspraken niet in de opdracht. Iets meer dan een kwart van de gemeenten (26%) geeft aan dat er afspraken zijn gemaakt en deze in de opdracht zijn vastgelegd. In de

/ 23

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

toelichting geven gemeenten aan dat dit vaak gebeurt via periodieke tussenrapportages, voortgangsrapportages en/of jaarverslagen. Als voorbeeld is een passage opgenomen uit een opdrachtbrief van een gemeente aan een omgevingsdienst: 'In de kwartaalrapportages zien we graag op welke wijze het reguliere energietoezicht heeft plaatsgevonden en op welke wijze de SPUK middelen zijn ingezet voor de gemeente X (denk onder andere aan het inzichtelijk maken van de CO2-reductie).’ Ook is monitoring en verantwoording in een enkel geval vastgelegd in de cofinancieringsregeling van de provincie of is vastgelegd dat periodiek overleg wordt gevoerd. In het geval er wel afspraken zijn gemaakt, maar deze niet in de opdracht zijn vastgelegd (35%) is vaak aangegeven dat ook in dit geval monitoring en verantwoording plaatsvinden via periodieke rapportages en/of jaarrapportages, of dat periodiek overleg plaatsvindt. Daarnaast is in een aantal gevallen ook aangegeven dat monitorings- en verantwoordingsinformatie nodig is als subsidieverantwoording aan provincies. Afspraken over doelstellingen (KPI’s) Onderstaande figuur geeft het aantal gemeenten dat doelstellingen (KPI’s) met betrekking tot de energiebesparingsplicht heeft afgesproken met de omgevingsdienst weer. Figuur 3.9

Zijn er doelstellingen (KPI’s) afgesproken met omgevingsdiensten over de monitoringsen verantwoordingsinformatie m.b.t. de energiebesparingsplicht? (n=67)

Bij iets minder dan de helft van de gemeenten zijn er geen KPI’s afgesproken (46%). Een evenredig aantal gemeenten (46%) geeft aan dat er wel KPI’s zijn afgesproken. Daarnaast geeft 7% aan dit niet te weten. In de toelichting is door gemeenten vaak aangegeven dat er doelstellingen zijn afgesproken over het aantal controles en hercontroles per jaar, de bestede uren en het soort overtreding. Een gemeente geeft bijvoorbeeld aan dat met de omgevingsdienst is afgesproken dat er negentien controles per jaar plaatsvinden zolang de provinciale subsidie loopt (tot en met 2024). In een enkel geval zijn ook doelstellingen afgesproken over een indicatie van de potentiële energiebesparing. Informatie over de resultaten Er is gevraagd op welke wijze de gemeente informatie ontvangt over de resultaten van de handhaving van de energiebesparingsplicht van de omgevingsdienst. Figuur 3.10 geeft de antwoorden weer.

/ 24

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

Figuur 3.10

Op welke wijze ontvangt uw gemeente informatie over de resultaten van de handhaving van de energiebesparingsplicht van de omgevingsdienst? (Meer antwoorden mogelijk) (n=122)

De meeste gemeenten (59) ontvangen een jaarlijkse eindrapportage van de omgevingsdiensten, gevolgd door periodieke tussenrapportages (54). Daarnaast vindt in veel gevallen tussentijdse informele terugkoppeling plaats (35) en worden vragen beantwoord wanneer noodzakelijk (38). Een klein deel geeft aan het niet te weten (7) of geeft aan dat er geen informatie wordt aangeleverd (4). Op het antwoord ‘anders, namelijk’ (19) is door gemeenten aangegeven dat zij een afschrift ontvangen van de brief met rapportage die verzonden wordt aan de ondernemer, dat zij incidenteel informatie ontvangen via de mail of dat er halfjaarlijks en jaarlijks een evaluatie plaatsvindt. Ook is door een gemeente aangegeven dat er nog geen duidelijke afspraken zijn gemaakt met de omgevingsdienst, en ook nog niet is afgesproken hoe deze informatie gedeeld gaat worden. Daarnaast is door veel gemeenten ook in het open antwoord aangegeven dat zij jaarrapportages of tussenrapportages ontvangen. Adequate informatie over de uitvoering van toezicht en handhaving Figuur 3.11 geeft weer of de rapportages van de omgevingsdienst aan de deelnemende gemeenten adequate informatie geven over de uitvoering van toezicht en handhaving op de energiebesparings- en informatieplicht.

/ 25

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

Figuur 3.11

Geven de rapportages van de omgevingsdiensten aan de deelnemende gemeenten adequate informatie over de uitvoering van toezicht en handhaving op de energiebesparings- en informatieplicht? (n=109)

In 38% van de gevallen geven de rapportages adequate informatie. Een aantal gemeenten geeft aan dat de werkwijze en toelichting op de werkzaamheden duidelijk beschreven zijn en er geen informatie ontbreekt. Een gemeente licht bijvoorbeeld toe dat zij transparant uitgelegd krijgt van de omgevingsdienst welke werkzaamheden zij hebben uitgevoerd, hoeveel bedrijven nog niet hebben voldaan aan de verplichtingen en wat de vervolgacties zijn. Daarnaast geeft 30% van de gemeenten aan dat de rapportages op sommige punten adequate informatie leveren en geeft 9% aan dat de rapportages geen adequate informatie leveren. In het geval rapportages geen adequate informatie leveren, geven gemeenten in de toelichting aan dat er bijvoorbeeld geen specifieke gemeentelijke kengetallen geleverd worden en/of de informatie globaal is. Daarnaast geven meerdere gemeenten aan dat de rapportages geen inzicht geven in de behaalde resultaten, zoals de hoeveelheid gerealiseerde energiebesparing en de toegevoegde waarde van handhaving. Een gemeente geeft aan dat zij graag inzicht willen krijgen in de hoeveelheid erkende maatregelen die door de bedrijven autonoom getroffen zijn en het nalevingsgedrag. Een klein deel van de gemeenten (6%) geeft aan deze rapportages niet te ontvangen.

In de toelichting geven gemeenten aan dat zij niet om specifieke rapportages vragen op dit vlak, dat er nog nadere afspraken over rapportages gemaakt moeten worden of dat de taak niet is belegd bij omgevingsdiensten en zij er niet over hoeven te rapporteren. Daarnaast heeft 17% van de gemeenten geen zicht op of de rapportages adequate informatie leveren. Adequate informatie over de bereikte resultaten Er is gevraagd of de rapportages van de omgevingsdienst aan de deelnemende gemeenten adequate informatie geven over de bereikte resultaten (bijv. reductie CO2 en vermindering gas- en elektriciteitsgebruik. Figuur 3.12 geeft de antwoorden weer.

/ 26

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

Figuur 3.12

Geven de rapportages van de omgevingsdiensten adequate informatie aan de deelnemende gemeenten over de bereikte resultaten? Let op: het gaat hier over wat de energiebesparingsplicht oplevert (bijv. reductie CO 2 en vermindering gas- en elektriciteitsverbruik) (n=108)

Ongeveer een derde van de gemeenten (30%) geeft aan dat de rapportages geen adequate informatie leveren over de bereikte resultaten. In de toelichting geven gemeenten aan dat de concrete energiebesparing die de uitgevoerde toezicht- en handhavingstaken hebben opgeleverd ontbreekt (CO2 reductie). Een aantal gemeenten geeft aan dat deze wens er wel is, en in sommige gevallen hier ook al met de omgevingsdienst aan wordt gewerkt (bijvoorbeeld door het opzetten van een monitoringstool/dashboard). Ook geeft een gemeente aan dat de CO2 reductie momenteel wordt ingeschat, gebaseerd op de resultaten van circa 4.000 controles op de energiebesparingsplicht door een speciaal hiervoor ontwikkelde app. Hieruit blijkt dat gemiddeld per controle ongeveer 25 ton CO2 kan worden gereduceerd wanneer bedrijven de nog niet uitgevoerde verplichte maatregelen treffen. Gemeenten die aangeven dat de rapportages op sommige punten adequate informatie leveren (24%) geven veelal hetzelfde aan als hierboven beschreven, namelijk dat informatie over de gerealiseerde CO2 reductie in de rapportages ontbreekt. Ook geven gemeenten aan dat over de potentiële energiebesparing alleen indicatief wordt gerapporteerd. Een aantal gemeenten stelt dat deze informatie moeilijk in beeld te brengen is.

Eén van de gemeenten geeft aan dat zij informatie over de daadwerkelijke energiebesparing, met name op aardgasverbruik zou willen ontvangen. Een andere gemeente geeft aan dat inzicht in de energieverbruiksgegevens met ingang van een nieuw artikel in de Omgevingswet (artikel 18.25a) opgevraagd kunnen worden bij netbeheerders.14 Een klein deel van de gemeenten (12%) geeft aan dat de rapportages adequate informatie leveren over de bereikte resultaten, zoals de bereikte CO2-reductie of een prognose. Daarnaast geeft 14% aan deze rapportages niet te ontvangen of hier geen zicht op te hebben (20%).

14

In het wetgevingsprogramma van voorjaar 2024 is het wetsvoorstel opgenomen in de fase ‘voorbereiding’ en is dus nog niet vastgesteld. Het is nog onbekend of en wanneer dit zal plaatsvinden.

/ 27

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

3.2.4 Eigen uitvoering naast omgevingsdienst Navolgende figuur laat zien of gemeenten zelf invulling geven aan toezicht en handhaving van de energiebesparings- en informatieplicht, naast de taken die bij de omgevingsdienst zijn belegd sinds 1 juli 2023. Figuur 3.13

Geeft uw gemeente zelf invulling aan toezicht en handhaving van de energiebesparingsen informatieplicht energiebesparing naast de taken die bij de omgevingsdienst zijn belegd sinds 1 juli 2023? (n=110)

Bij de meeste gemeenten (68%) wordt zelf geen invulling gegeven aan toezicht en handhaving van de verplichtingen, naast de taken die bij de omgevingsdienst zijn belegd. In de toelichting op dit antwoord geven gemeenten veelal aan dat alle taken bij de omgevingsdienst zijn belegd en de gemeente geen (aanvullende) taken uitvoert. Sinds 1 juli 2023 is dit een verplichting. Een aantal gemeenten geeft aan deze kennis niet in huis te hebben en een aantal gemeenten geeft aan over de verplichtingen te communiceren. Eén gemeente geeft aan externe capaciteit in te huren indien de omgevingsdienst niet voldoende capaciteit heeft. Iets meer dan een kwart van de gemeenten (26%) geeft wel zelf invulling aan de verplichtingen. Drie gemeenten geven bijvoorbeeld aan dat zij eigen toezichthouders hebben die toezien op de niet-basistaakbedrijven. Een van de gemeenten geeft hierbij aan dat zij energiegegevens opvragen die de omgevingsdienst kan gebruiken voor toezicht en handhaving op de verplichtingen. Een aantal gemeenten geeft aan het toezicht op kantoorgebouwen die over minimaal energielabel C dienen te beschikken, zelf uit te voeren. Daarnaast zijn er twee gemeenten die toezicht en handhaving op de verplichtingen ook na 1 juli 2023 nog zelf uitvoeren. Een aantal gemeenten geeft aan zelf actief te zijn in het communiceren, stimuleren en adviseren over de verplichtingen.

Daarnaast heeft een gemeente een bedrijf ingeschakeld voor ‘stimulerend toezicht’ en het begeleiden van bedrijven bij het nemen van maatregelen. Indien bedrijven niet meewerken en/of het traject afronden, krijgen ze bezoek van de omgevingsdienst voor een controle. Een andere gemeente biedt bedrijven duurzaamheidsscans aan. Tijdens deze bezoeken wijst de gemeente deze bedrijven op de verplichtingen.

/ 28

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

3.3 Provincies 3.3.1 Helderheid rollen en taken Er is gevraagd of de rollen en taken van de provincie en omgevingsdienst met betrekking tot het toezicht op de energiebesparings- en de informatieplicht op dit moment helder is. Onderstaande figuur geeft de antwoorden van de provincies weer. Figuur 3.14

Zijn de rollen en taken van gemeenten, provincies en omgevingsdienst met betrekking tot het toezicht op de energiebesparings- en informatieplicht op dit moment helder? (n=12)

Bij tien provincies zijn de taken en rollen van de gemeenten, provincie en de omgevingsdienst met betrekking tot het toezicht op de energiebesparings- en informatieplicht op dit moment helder. Eén provincie geeft aan dat dit niet het geval is. Deze onduidelijkheid wordt veroorzaakt door de ontwikkelingen rondom het thema energie, waardoor er onduidelijkheden zijn op beleidsmatig niveau (wetgeving) en in de uitvoeringspraktijk. Eén provincie weet niet of de rollen en taken helder zijn.

3.3.2 Energiebesparingsplicht en informatieplicht in de begroting Onderstaande figuur geeft weer of de opdracht tot toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht aan de omgevingsdienst in de begroting van de provincie is opgenomen. Figuur 3.15

Is de opdracht op toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht aan de omgevingsdienst in de begroting van uw provincie opgenomen? (n=12)

/ 29

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

De meeste provincies (10 provincies) geven aan dat de opdracht op toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht aan de omgevingsdienst in hun begroting is opgenomen. Twee provincies geven aan dat de opdracht niet in hun begroting is opgenomen. Wanneer de energiebesparingsplicht in de begroting is opgenomen, is dit meestal onder het overkoepelende onderwerp ‘omgevingsdiensten’ (4 provincies) of onder het overkoepelende onderwerp ‘VTH’ (4 provincies). Bij 1 provincie is de energiebesparingsplicht als onderdeel van een programma genoemd in de begroting en bij één provincie is die onder het overkoepelende onderwerp ‘milieu’ opgenomen. Figuur 3.16

Op welke wijze is de energiebesparingsplicht opgenomen in de begroting? (Meer antwoorden mogelijk) (n=14)

De provincie die ‘anders, namelijk…’ heeft geantwoord, geeft aan dat de financiering van het toezicht op de energiebesparingsplicht bij de start van het toezicht voor een deel werd gedekt vanuit het programma energietransitie. Wijze waarop het budget bepaald wordt In veel gevallen wordt door provincie en omgevingsdienst een inschatting gemaakt van het aantal bedrijven dat aan de verplichtingen moet voldoen, wat vervolgens gecombineerd wordt met het geschatte aantal uren dat nodig is voor de controle per object en de prijs per controle (kengetallen per omgevingsdienst). Ook een risicoanalyse is onderdeel van de wijze waarop het budget wordt bepaald. De werkzaamheden worden vervolgens in de meeste gevallen vastgesteld in een projectplan of werkprogramma. In veel gevallen is aangeven dat dit in goede afstemming met de omgevingsdienst plaatsvindt. Voor het uitvoeren van incidentele werkzaamheden zoals de controle op actualisatie van vergunningen wordt een aparte opdracht verstrekt.

3.3.3 Sturen op toezicht en handhaving Formuleren van een opdracht richting omgevingsdiensten Provincies zijn verplicht het mandaat voor toezicht en handhaving op de energiebesparingsen informatieplicht aan hun omgevingsdienst te geven. Figuur 3.17 laat zien of er een opdracht geformuleerd is door de provincie aan de omgevingsdienst over de invulling van toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht.

/ 30

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

Figuur 3.17

Is er door uw provincie een opdracht geformuleerd voor de omgevingsdienst over de invulling van toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht? (n=12)

Bij tien provincies is er een opdracht geformuleerd voor de omgevingsdiensten. Eén provincie weet niet of er een opdracht geformuleerd is en één provincie geeft aan dat er geen afzonderlijke opdracht geformuleerd is omdat energietoezicht door de omgevingsdienst is opgenomen in de jaarbegroting. Hoe is de opdracht richting de omgevingsdiensten geformuleerd Onderstaande figuur laat zien op welke wijze de opdracht richting de omgevingsdiensten is geformuleerd. Bij drie provincies vindt dit plaats in een opdrachtformulier. Bij zeven provincies is de opdracht op andere wijze geformuleerd. Bij drie van deze provincies wordt de opdracht jaarlijks opgenomen in het uitvoeringsprogramma en bij vier provincies is de opdracht opgenomen in het werkplan van de omgevingsdiensten. Figuur 3.18

Hoe is de opdracht voor de omgevingsdienst over de invulling van toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht geformuleerd? (n=10)

/ 31

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

Uitvoering van de opdracht in de praktijk Onderstaande figuur laat zien of de opdracht in de praktijk ook wordt uitgevoerd. Figuur 3.19

Wordt de opdracht in de praktijk ook uitgevoerd? (n=10)

Bij acht provincies wordt de opdracht in praktijk ook uitgevoerd. In de toelichting bij dit antwoord wordt onder andere aangegeven dat er regelmatig afstemming plaatsvindt met de omgevingsdiensten over de voortgang van de opdracht en er rapportages worden verstrekt. Een enkele provincie geeft aan ook afstemming te hebben over gewijzigde wet- en regelgeving en capaciteit. Eén provincie geeft aan dat de opdracht niet of niet altijd wordt uitgevoerd en één provincie geeft aan niet te weten of de opdracht in de praktijk wordt uitgevoerd. Sturing op de taak van de omgevingsdiensten Er is gevraagd welke acties door provincies zijn ondernomen om te sturen op de taak van de omgevingsdiensten met betrekking tot toezicht en handhaving van de energiebesparings- en informatieplicht. Onderstaande figuur geeft de antwoorden weer. Figuur 3.20

Welke actie(s) heeft uw provincie richting de omgevingsdienst ondernomen om te sturen op de taak van de omgevingsdienst m.b.t. toezicht en handhaving van de energiebesparings- en informatieplicht? (n=12)

/ 32

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

Bij vijf provincies vindt er periodieke evaluatie van het werk- en uitvoeringsprogramma plaats op basis van voortgangsrapportages. Bij vier provincies vindt er periodiek overleg plaats over de voortgang. Eén provincie geeft aan niet te weten of de provincie actie onderneemt om te sturen op de taak van de omgevingsdienst met betrekking tot toezicht en handhaving van de energiebesparings- en informatieplicht. Twee provincies hebben een open antwoord gegeven via het antwoord ‘anders, namelijk’. Zo geeft één provincie aan dat er naast de reguliere VTH-taak in samenwerking met de omgevingsdienst een subsidieregeling is opgesteld voor gemeenten waarbij zij in de gelegenheid werden gesteld om hun toezichtscapaciteit te verdubbelen. Een andere provincie geeft aan dat samen met ketenpartners (waaronder de omgevingsdienst) invulling is gegeven aan een businesscase energie. Afspraken over monitorings- en verantwoordingsinformatie Onderstaande figuur geeft weer of er afspraken zijn gemaakt tussen de provincie en de omgevingsdienst over monitorings- en verantwoordingsinformatie met betrekking tot de energiebesparingsplicht. Figuur 3.21

Zijn er afspraken gemaakt tussen uw provincie en de omgevingsdienst over de monitorings- en verantwoordingsinformatie m.b.t. de energiebesparingsplicht? (n=12)

Acht provincies geven aan dat er afspraken zijn gemaakt met de omgevingsdienst over de monitorings- en verantwoordingsinformatie met betrekking tot. de energiebesparingsplicht. Meestal zijn deze afspraken in de opdracht vastgelegd (5 provincies). In dat geval wordt aangegeven dat de omgevingsdiensten concrete informatie verstrekken over resultaten zoals het aantal gecontroleerde bedrijven en het bereikte besparingspotentieel. Drie provincies geven aan dat er wel afspraken zijn gemaakt, maar dat deze niet in de opdracht staan. In dat geval valt monitoring buiten de scope van het energietoezicht, verantwoording vindt plaats op basis van de activiteiten die zijn afgesproken in de werkplannen. In twee provincies zijn er geen afspraken gemaakt en twee provincies weten niet of er afspraken zijn gemaakt.

/ 33

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

Afspraken over doelstellingen (KPI’s) Onderstaande figuur geeft aan of er afspraken zijn gemaakt tussen de provincie en de omgevingsdienst over doelstellingen (KPI’s) met betrekking tot de energiebesparingsplicht. Figuur 3.22

Zijn er doelstellingen (KPI’s) afgesproken met omgevingsdiensten over de monitoringsen verantwoordingsinformatie m.b.t. de energiebesparingsplicht? (n=8)

Bij vijf provincies zijn er KPI’s afgesproken. In de toelichting is door provincies vaak aangegeven dat er doelstellingen zijn afgesproken over het aantal controles, urenbesteding en behaalde resultaten. In sommige gevallen zijn er daarnaast specifieke doelstellingen afgesproken over het aantal hercontroles, naleefgedrag van bedrijven, aantal ingezette handhavingstrajecten en indicatie van potentiële energiebesparing. Bij drie provincies zijn er geen KPI’s afgesproken. Informatie over de resultaten Onderstaande figuur geeft de wijze weer waarop de provincie informatie ontvangt over de resultaten van de handhaving van de energiebesparingsplicht van de omgevingsdienst. Figuur 3.23

Op welke wijze ontvangt uw provincie informatie over de resultaten van de handhaving van de energiebesparingsplicht van de omgevingsdienst? (Meer antwoorden mogelijk) (n=27)

/ 34

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

Zeven provincies ontvangen tussentijdse informele terugkoppeling en beantwoording van vragen wanneer noodzakelijk. Daarnaast ontvangen de provincies periodieke tussenrapportages (5) en een jaarlijkse eindrapportage (4). Eén provincie geeft aan dat er geen informatie wordt aangeleverd, twee provincies weten niet op welke wijze de provincie informatie ontvangt. Adequate informatie over de uitvoering van toezicht en handhaving Onderstaande figuur i geeft weer of de rapportages van de omgevingsdienst aan de deelnemende provincies adequate informatie geven over de uitvoering van toezicht en handhaving op de energiebesparings- en informatieplicht. Figuur 3.24

Geven de rapportages van de omgevingsdiensten aan de deelnemende provincies adequate informatie over de uitvoering van toezicht en handhaving op de energiebesparings- en informatieplicht? (n=12)

In de helft van de provincies (6) leveren de rapportages adequate informatie en bij enkele provincies (3) leveren de rapportages op sommige punten adequate informatie. Drie provincies geven aan geen zicht te hebben op de informatie in de rapportages en één provincie geeft aan dat de rapportage geen adequate informatie oplevert over de uitvoering van toezicht en handhaving op de energiebesparings- en informatieplicht. Adequate informatie over de bereikte resultaten Figuur 3.25 laat zien of de rapportages van de omgevingsdiensten adequate informatie aan de deelnemende provincies over de bereikte resultaten opleveren.

/ 35

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

Figuur 3.25

Geven de rapportages van de omgevingsdiensten adequate informatie aan de deelnemende provincies over de bereikte resultaten? (n=12)

Drie provincies geven aan dat de rapportages adequate informatie leveren over de bereikte resultaten. De provincies die aangeven dat er op sommige punten adequate informatie wordt geleverd (1) of geen adequate informatie wordt geleverd (3) geven aan dat de rapportage geen inzicht geven in de effecten zoals bijvoorbeeld een reductie in CO2-uitstoot als gevolg van vermindering van gas- en elektriciteitsverbruik. Vier provincies geven aan hier geen zicht op te hebben en één provincie geeft aan geen rapportage met inzicht over de bereikte resultaten te ontvangen.

3.3.4 Eigen uitvoering naast omgevingsdienst Er is gevraagd of provincies zelf invulling aan toezicht en handhaving van de energiebesparings- en informatieplicht geven, naast de taken die bij de omgevingsdienst zijn belegd sinds 1 juli 2023. Navolgende figuur geeft de antwoorden weer. Figuur 3.26 Geeft uw provincie zelf invulling aan toezicht en handhaving van de energiebesparings- en informatieplicht energiebesparing naast de taken die bij de omgevingsdienst zijn belegd sinds 1 juli 2023? (n=12)

/ 36

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

Tien provincies geven aan dat de provincie zelf geen invulling geeft aan toezicht en handhaving van de verplichtingen, naast de taken die bij de omgevingsdienst zijn belegd. De respondenten geven aan dat de taken volledig zijn belegd bij de omgevingsdienst. Eén provincie geeft aan wel zelf invulling te geven aan toezicht en handhaving van de verplichtingen. Deze provincie heeft in de periode 2021-2023 een projectmatige inhaalslag energiebesparingsplicht toegepast voor het aanpassen van vergunningen met voorschriften voor wettelijke verplichte energiebesparing voor energierelevante vergunningplichtige bedrijven of instellingen. De provincie geeft aan zelf toezicht en handhaving uit te voeren op de implementatie van de wettelijke verplichte energiebesparingsmaatregelen die bedrijven moeten nemen.

3.4 Omgevingsdiensten15 3.4.1 Inzicht in bedrijven en instellingen die onder de verplichtingen vallen Onderstaande figuur geeft weer of de energiebesparingsplicht als apart taakveld (specifiek werkgebied binnen een organisatie) onderdeel is van het VTH-stelsel bij de omgevingsdiensten. Figuur 3.27

Is de Energiebesparingsplicht als apart taakveld onderdeel van het VTH-stelsel bij uw omgevingsdienst? (n=133)

Bij de meeste omgevingsdiensten (92%) is de energiebesparingsplicht als apart taakveld onderdeel van het VTH-stelsel binnen de omgevingsdienst. Een klein deel van de omgevingsdiensten (3%) geeft aan dat de energiebesparingsplicht geen apart taakveld is. Daarnaast geeft 5% van de omgevingsdiensten aan dat energiebesparingsplicht anders is georganiseerd. In de toelichting wordt aangegeven dat er een apart taakveld is ingericht voor toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht, tegelijkertijd worden bepaalde onderdelen meegenomen bij uit te voeren toezicht zoals de informatieplicht en de onderzoeksplicht.

15

In totaal zijn 111 gemeenten en 12 provincies onderdeel van het DoeMee-onderzoek 2024. Omdat voor sommige provincies meerdere omgevingsdiensten de toezicht en handhaving uitvoeren, ligt het aantal door omgevingsdiensten ingevulde enquêtes hoger dan het aantal deelnemende gemeenten en provincies (namelijk 133).

/ 37

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

Aantal bedrijven dat onder de energiebesparings- en informatieplicht valt Onderstaande figuur laat zien of omgevingsdiensten inzicht hebben in het aantal bedrijven dat onder de energiebesparings- en informatieplicht valt. Figuur 3.28

Is er inzicht in het aantal bedrijven dat valt onder de energiebesparings- en informatieplicht? (n=133)

Iets meer dan de helft van de omgevingsdiensten (54%) geeft aan dat zij gedeeltelijk inzicht hebben in het aantal bedrijven dat onder de energiebesparings- en informatieplicht valt. Iets minder dan de helft van de omgevingsdiensten (46%) geeft aan dat zij volledig inzicht hebben. Informatievoorziening Onderstaande figuur geeft weer hoe de omgevingsdiensten aan deze informatie komen. Figuur 3.29

Hoe komt u aan deze informatie? (Meer antwoorden mogelijk) (n=391)

Er is 113 maal door omgevingsdiensten aangegeven dat zij deze informatie zelf te verzamelen en/of deze informatie bij het e-loket van RVO.nl downloaden (66). Ook combineert een deel van de omgevingsdiensten (99) deze informatie met bedrijven waarvan zij weten dat ze aan de energiebesparings- en informatieplicht moeten voldoen. Daarnaast ontvangen de omgevingsdiensten (49) deze informatie van gemeenten en provincies en is de informatie in een aantal gevallen (31) afkomstig van het CBS.

/ 38

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

Op het antwoord ‘anders, namelijk’ (33) is door omgevingsdiensten aangegeven dat zij via regulier toezicht informatie verzamelen, een database hebben opgesteld vanuit verschillende bronnen (KVK, EP-online, BAG en informatie vanuit energiepartners) en zelf ook inschattingen maken o.b.v. oppervlakte, type bedrijf en gemiddelde verbruikscijfers. Ontbrekende informatie en inspanningen van omgevingsdiensten om inzicht te verkrijgen Als belangrijkste reden waarom de informatie (soms) ontbreekt geven de omgevingsdiensten aan dat zij geen inzicht hebben in energieverbruiksgegevens van bedrijven. Omgevingsdiensten geven aan dat het aanleveren van gegevens door netbeheerders kan helpen om volledig inzicht te krijgen. Omgevingsdiensten kunnen de gegevens wel bij bedrijven opvragen, bijvoorbeeld via reguliere milieucontroles, maar dat betekent dat zij de bedrijven eerst moeten kennen. Een andere reden die door omgevingsdiensten wordt genoemd is dat toezicht een momentopname is. Er zit verloop in het energieverbruik van bedrijven en het verbruik wordt ook beïnvloedt door verduurzamingsmaatregelen die bedrijven nemen. Hierdoor kan een bedrijf dat eerder onder de energiebesparingsplicht viel, nu niet meer verplicht zijn of andersom.

Sommige omgevingsdiensten geven aan nog relatief kort invulling te geven aan toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht en zolang er bij bedrijven geen milieurelevante activiteiten plaatsvinden zijn de gegevens van deze bedrijven in het verleden niet geregistreerd. Een enkele omgevingsdienst geeft aan dat er geen structurele opdracht is om energietoezicht uit te voeren en dat er uitsluitend wordt gewerkt met kleine deelopdrachten. Daardoor zijn bedrijven niet structureel aangeschreven op de informatieplicht. Daarnaast geeft een aantal omgevingsdiensten aan dat zij niet voldoende capaciteit hebben om alle potentiële bedrijven die onder de energiebesparingsplicht- en informatieplicht vallen te bezoeken of aan te schrijven. Uit de enquêteresultaten blijkt dat omgevingsdiensten zich op verschillende manieren inspannen om het inzicht in energiebesparingsplichtige en informatieplichtige bedrijven wel te verkrijgen. Veel omgevingsdiensten geven aan dat zij energiegegevens gericht opvragen door bijvoorbeeld een inschatting te maken van welke bedrijven waarschijnlijk onder de verplichtingen vallen. Daarnaast registreren de omgevingsdiensten het energiegebruik van bedrijven bij (reguliere) milieucontroles en energiecontroles. Een aantal omgevingsdiensten geeft aan (online) informatiecampagnes op te zetten om bedrijven te wijzen op de informatieplicht.

Een enkele omgevingsdienst probeert inzicht te verkrijgen door data aan elkaar te koppelen om op die manier ook het werk te kunnen prioriteren. Tot slot geeft een aantal omgevingsdiensten aan samen met andere omgevingsdiensten een brief te hebben gestuurd naar de minister voor Klimaat en Energie om een (wettelijke) oplossing te bedenken voor het verhelpen van het gebrekkige inzicht, zoals het gebruik van de gegevens van netbeheerders.

/ 39

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

3.4.2 Zicht op non-conformiteit Onderstaande figuur illustreert in hoeverre omgevingsdiensten zicht hebben op de mate waarin bedrijven zich niet aan de informatieplicht energiebesparing houden. Figuur 3.30

Is er bij uw omgevingsdienst zicht op de mate waarin bedrijven zich niet aan de informatieplicht energiebesparing houden? (n=133)

Een groot deel van de omgevingsdiensten (72%) geeft aan dat zij gedeeltelijk zicht hebben op de mate waarin bedrijven zich niet aan de informatieplicht energiebesparing houden. Ongeveer een kwart van de omgevingsdiensten (26%) geeft aan volledig inzicht te hebben. Twee omgevingsdiensten geven aan dit inzicht niet te hebben. Informatievoorziening Onderstaande figuur laat zien aan hoe omgevingsdiensten aan het inzicht komen van de mate waarin bedrijven zich al dan niet aan de informatieplicht energiebesparing houden. Figuur 3.31

Hoe komt u aan deze informatie? (meer antwoorden mogelijk) (n=301)

De meeste omgevingsdiensten (113) downloaden deze informatie bij het e-loket van RVO.nl en combineren deze informatie met bedrijven waarvan zij weten dat ze aan de informatieplicht moeten voldoen. Een groot deel van de omgevingsdiensten (89) verzamelt de informatie zelf. Daarnaast ontvangen de omgevingsdiensten (33) deze informatie van gemeenten en provincies en is de informatie in een aantal gevallen (18) afkomstig van het CBS.

/ 40

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

Op het antwoord ‘anders, namelijk’ (48) is door omgevingsdiensten aangegeven dat zij bedrijven via milieucontroles wijzen op hun informatieplicht. De meeste omgevingsdiensten hebben verschillende databronnen (KVK, EP-online, BAG, RVO) samengevoegd en verwerkt in een databestand waaruit kan worden gemotiveerd dat er sprake is van bedrijven die onder de informatieplicht vallen. Dit kost de omgevingsdiensten wel veel tijd en moeite, omgevingsdiensten geven aan vooral de laatste jaren hierin flink te hebben geïnvesteerd. Ontbrekende informatie en inspanningen van omgevingsdiensten om inzicht te verkrijgen Omgevingsdiensten geven aan dat het inzicht in welke mate bedrijven zich niet aan de informatieplicht houden vaak om dezelfde redenen ontbreekt als waarom het inzicht ontbreekt in welke bedrijven onder de energiebesparingsplicht vallen. Omgevingsdiensten hebben geen inzicht in het energieverbruik van bedrijven en als bedrijven zich niet melden dan kan er geen volledig inzicht worden verkregen. Omgevingsdiensten proberen met behulp van beschikbare data wel een inschatting te maken welke bedrijven informatieplichtig zijn, maar dit geeft volgens hen nooit een volledig beeld. Omgevingsdiensten spannen zich op verschillende manieren in om inzicht te krijgen in de mate waarin bedrijven zich niet houden aan hun informatieplicht.

Deze inspanningen komen grotendeels overeen met de inspanningen die omgevingsdiensten verrichten om inzicht te krijgen in welke bedrijven onder de energiebesparingsplicht vallen. Omgevingsdiensten wijzen bedrijven op hun informatieplicht en doen via data-analyse onderzoek naar welke bedrijven nog meer onder de informatieplicht vallen. Contact met bedrijven die niet voldoen aan de informatieplicht energiebesparing Onderstaande figuur laat zien hoe omgevingsdiensten in contact komen met bedrijven die niet voldoen aan de informatieplicht energiebesparing. Figuur 3.32

Hoe maakt u contact met bedrijven die niet voldoen aan de informatieplicht energiebesparing? (meer antwoorden mogelijk) (n=382)

Er wordt op verschillende manieren contact gemaakt met bedrijven die niet voldoen aan de informatieplicht energiebesparing. Meestal gebeurt dit via brief of e-mail (127), telefonisch (98) of persoonlijk (96). In een aantal gevallen (17) wordt contact gemaakt via een buitengewoon opsporingsambtenaar (boa).

/ 41

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

Op het antwoord ‘anders, namelijk’ (44) is door omgevingsdiensten aangegeven dat het contact met bedrijven die niet voldoen aan de informatieplicht via fysieke energiecontroles is georganiseerd en dat bedrijven worden geïnformeerd via allerlei lokale initiatieven. Zo sluiten omgevingsdiensten regelmatig aan bij bedrijvenavonden die door de gemeenten worden georganiseerd. Daarnaast gaven enkele omgevingsdiensten aan dat er via de Regionale Energiestrategie (RES) regio’s aandacht is voor het in contact komen met energiebesparing plichtige bedrijven.

3.4.3 Werkwijze toezicht en handhaving Onderstaande figuur geeft weer op welke wijzen omgevingsdiensten handhaven op de uitvoering van de energiebesparingsplicht en informatieplicht energiebesparing. Figuur 3.33

Geef aan op welke manier uw omgevingsdienst handhaaft op de uitvoering van de energiebesparingsplicht en informatieplicht energiebesparing? (meer antwoorden mogelijk) (n=240)

De meeste omgevingsdiensten voeren specifieke energiecontroles (126) uit aan de hand van de erkende maatregelenlijst. Ook het uitvoeren van algemene milieucontroles aan de hand van de erkende maatregelenlijst (34) is regelmatig genoemd. Het uitvoeren van energiescans (17) en het uitvoeren van telefonische energiecontroles aan de hand van de erkende maatregelenlijst (3) komt minder vaak voor. Op het antwoord ‘anders, namelijk’ (60) is door een aantal omgevingsdiensten aangegeven dat zij de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) toepassen. Vóór 2023 maakten energiecontroles bij veel omgevingsdiensten deel uit van de reguliere integrale milieucontrole. Specifieke energiecontroles werden wel uitgevoerd in het kader van de VUEregeling. Vanaf 2023 zijn de taken specifiek belegd bij omgevingsdiensten en zijn zij vaker gaan werken met een team van gespecialiseerde toezichthouders die alleen energiecontroles uitvoeren. Omgevingsdiensten geven daarnaast aan dat bedrijven waarbij de provincie het bevoegd gezag is, tot juli 2023 niet onder de energiebesparings- en informatieplicht vielen, omdat het type C bedrijven betrof. De milieubelastende activiteiten van deze bedrijven zijn te ingewikkeld of te ernstig om volledig onder algemene regels te vallen, daarom heeft dit type bedrijven een omgevingsvergunning milieu nodig.

In een provincie is het zo geregeld dat het uitgevoerd wordt door de omgevingsdienst en de handhavingstrajecten door de gemeenten zelf worden opgepakt.

/ 42

DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing

Bepalen van het aantal te controleren bedrijven per jaar Er is gevraagd hoe omgevingsdiensten het aantal bedrijven dat zij jaarlijks controleren bepalen. Dit wordt meestal bepaald in afstemming met de gemeente/provincie en is afhankelijk van het budget dat de gemeente/provincie beschikbaar stelt voor energietoezichten handhaving. Ook de beschikbare capaciteit, het aantal energiebesparing plichtige bedrijven en de beschikbaarheid van aanvullende middelen (VUE-regeling, SPUK-gelden) zijn onderdeel van de afweging. Daarnaast maakt de omgevingsdienst een inschatting van het aantal benodigde uren per te controleren bedrijf. Benodigd aantal jaar om alle bedrijven en instellingen te controleren Er is gevraagd hoeveel jaar omgevingsdiensten naar inschatting nodig hebben om alle bedrijven en instellingen binnen de gemeente/provincie te controleren op de energiebesparings- en informatieplicht. Onderstaande figuur geeft de antwoorden hierop weer. Figuur 3.34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15668145/1