CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Programmabegroting 2026 - 2029

gemeenteraad 13 november 2025, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Programmabegroting 2026-202937.042 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

46

Ruimtelijke ordening De lagere lasten in 2026 t.o.v. 2025 hebben betrekking op de geactualiseerde ramingen van de ruimtelijke projecten. In de Voorjaarsnota 2025 hebben we deze projecten voor de komende jaren hierop bijgesteld. Baten Grondexploitatie (niet-bedrijventerrein) De hogere inkomsten in 2026 t.o.v. 2025 hebben betrekking op de geactualiseerde raming van de grondexploitatie Porseleinhaven. In 2026 zullen we het grootste deel van de inkomsten hiervoor ontvangen. Mutaties reserves Lasten De hogere lasten in 2026 t.o.v. 2025 hebben betrekking op een incidentele hogere toevoeging in 2026 aan de reserve Stimulering ruimtelijke ontwikkeling ten behoeve van het uitvoeren van diverse ruimtelijke projecten zoals de herontwikkeling van diverse gebieden. Baten De lagere inkomsten in 2026 t.o.v. 2025 komen door een incidentele hogere onttrekking aan de reserve Stimulering ruimtelijke ontwikkeling in 2025 ten behoeve van diverse ruimtelijke projecten die in 2025 worden uitgevoerd. Voor 2026 is er vooralsnog een lagere onttrekking begroot dan in 2025.

Relevante informatie Relevante beleidsstukken Het (interne) beleid voor de uitvoering van dit programma is onder meer beschreven in:  Huisvestingsverordening  Handboek Inrichting Openbare ruimte (HIOR)  Welstandsnota  Monumentennota  Erfgoednota  (Regionale) Woonvisie  Woonvisie Wijdemeren 2021-2024  Notitie woonboten  Nota snippergroen  Nota grondbeleid 2020 - 2024  Beleidsregels landgoederen Wijdemeren 2004  Beleidsregels paardenbakken 2006  Omgevingsvisie Wijdemeren 2040 (structuurvisie)  Bouwkostenbeleid 2014  Nota plattelandswoningen  Woondeal MRA Wettelijke basis voor dit programma De wettelijke basis is vastgelegd in:  Gemeentewet  Omgevingswet  Woningwet  Huisvestingswet 2015  Wet goed verhuurderschap  Wet betaalbare huur

47

Betrokken partijen De bij dit programma betrokken partijen zijn onder meer:  Inwoners en ondernemers (belanghebbenden)  Iedereen die van de gemeente grond wil kopen, huren, pachten of gebruiken.  Eigenaren van woningen  Ontwikkelaars  Woningcorporaties  Regio Gooi en Vechtstreek  Metropoolregio Amsterdam (MRA)  Provincie Noord-Holland  Provincie Utrecht  Nood- en hulpdiensten  Scholen  Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (OFGV)

Mooi Noord-Holland

48

4.8 Algemene Baten & Lasten, dekkingsmiddelen en onvoorzien Beschrijving De algemene baten en lasten, dekkingsmiddelen en onvoorzien zijn belangrijke onderdelen van de gemeentelijke begroting. De algemene baten en lasten zijn de totale inkomsten en uitgaven van de gemeente. Dekkingsmiddelen zijn de middelen waarmee de gemeente deze baten en lasten kan financieren. Onvoorzien is een post in de begroting die dient als buffer voor onverwachte tegenvallers of kansen.

Wat willen we bereiken? Bij het onderdeel Algemene Baten & Lasten, dekkingsmiddelen en onvoorzien in de gemeentelijke begroting willen we zorgen voor een sluitende begroting, waarbij de inkomsten (baten) en uitgaven (lasten) in evenwicht zijn, rekening houdend met onvoorziene omstandigheden en het beschikbaar hebben van voldoende dekkingsmiddelen.

Relevante informatie Relevante bedrijfsstukken • Financiële verordening • Nota reserves en voorzieningen • Nota paragraaf risicomanagement • Nota afschrijvingsbeleid Wettelijke basis voor dit programma • Gemeentewet • Besluit begroting en verantwoording (BBV) • Gemeenschappelijk Financieel Toezicht Kader (GTK) Betrokken partijen • Provincie Noord-Holland • Rijk

Wat mag het kosten? Code programma P998

Omschrijving programma Algemene baten en lasten

Lasten/baten Lasten Baten

Soort grootboek Kosten/opbrengst Kosten/opbrengst

Begr 2025 892 -50.701 -49.808

Begr 2026 796 -52.019 -51.223

Begr 2027 756 -52.170 -51.414

Begr 2028 756 -51.721 -50.965

Begr 2029 756 -52.449 -51.693

Lasten/baten Lasten

Taakveld omschrijving Beheer overige gebouwen en gronden Belastingen overig Overige baten en lasten OZB woningen Treasury

Rek 2024 Begr 2025 209 224 945 491 2.302 -135 31 10 536 303 4.023 892 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds -37.998 -40.216 Belastingen overig -254 -208 Overige baten en lasten 65 -430 OZB niet-woningen -2.097 -2.019 OZB woningen -7.571 -7.775 Treasury -744 -51 -48.599 -50.701 -44.576 -49.808

Begr 2026 121 490 -128 10 303 796 -41.727 -214 -500 -2.079 -7.428 -71 -52.019 -51.223

Begr 2027 89 490 -136 10 303 756 -41.196 -214 -600 -2.177 -7.913 -70 -52.170 -51.414

Begr 2028 89 490 -136 10 303 756 -40.638 -214 -600 -2.275 -7.923 -70 -51.721 -50.965

Begr 2029 89 490 -136 10 303 756 -41.366 -214 -600 -2.275 -7.923 -70 -52.449 -51.693

Taakveld omschrijving Mutaties reserves Mutaties reserves

Saldo exclusief mutaties reserves

Code programma P998

Omschrijving programma Algemene baten en lasten

Totaal Lasten Baten

Totaal Baten Saldo exclusief mutaties reserves

Code programma P998

Omschrijving programma Algemene baten en lasten

Lasten/baten Lasten Baten

Rek 2024 4.023 -48.599 -44.576

Saldo mutaties reserves

Rek 2024 0 -1.898 -1.898

Begr 2025 0 0 0

Begr 2026 651 0 651

Begr 2027 0 0 0

Begr 2028 0 0 0

Begr 2029 0 0 0

Saldo inclusief mutaties reserves

-46.474

-49.808

-50.572

-51.414

-50.965

-51.693

Financiële toelichting 2026 t.o.v. jaarschijf 2025 Lasten Beheer overige gebouwen en gronden € 103.000 lager Het voordeel dat optreedt vanaf 2026 is het gevolg van lager doorbelaste salariskosten.

49

Baten Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds € 1.511.000 hoger Op basis van de septembercirculaire 2025 en de voorjaarsnota 2025 is de primitieve raming van het gemeentefonds 2026 (€ 37.500.000) opwaarts bijgesteld met respectievelijk € 548.000 en € 3.028.000. Verder zijn in het jaar 2026 incidentele Arhi (Algemene regels herindeling) middelen ingeboekt ter grootte van € 651.000. Per saldo leiden deze mutaties tot een voordeel van € 1.511.000 ten opzichte van de raming 2025. Overige baten en lasten € 70.000 hoger In de begroting 2025 en volgende jaren is voor verkoop vastgoed herstelplan een stelpost opgenomen van respectievelijk € 200.000, in 2026 € 400.000 en structureel vanaf 2027 € 500.000. Verder is in de voorjaarsnota 2025 voor het jaar 2025 (naast de bestaande structurele primitieve raming van € 100.000) een incidentele meevaller ingeboekt van € 130.000. Per saldo is er sprake van een voordeel van € 70.000. OZB niet-woningen € 60.000 hoger De primitieve ramingen OZB niet-woningen (2026 € 2.119.000) zijn op basis van de coalitieonderhandelingen vanaf 2026 met € 96.000 structureel neerwaarts bijgesteld. Het saldo € 2.023.000 is geïndexeerd met 2,8% overeenkomstig de Kaderbrief 2026. Per saldo leidt dat tot een voordeel van € 60.000 ten opzichte van de raming OZB niet-woningen 2025.

OZB woningen € 347.000 lager De primitieve ramingen OZB-woningen (2026 van € 8.057.000) zijn op basis van de coalitieonderhandelingen vanaf 2026 met € 371.000 structureel neerwaarts bijgesteld. Het saldo van € 7.686.000 is geïndexeerd met 2,8% overeenkomstig de Kaderbrief 2026. Vervolgens wordt OZB woningen met 6% verlaagd, waarmee de inkomsten € 347.000 lager wordt. Treasury € 20.000 hoger Op basis van het gerealiseerd dividend in de jaarrekeningen 2023 en 2024 is de raming dividend van de BNG met € 20.000 positief bijgesteld. Reserves De incidenteel te ontvangen Arhi gelden van € 651.000 komen ten gunste van de algemene reserve.

50

4.9 Overhead Beschrijving Onder overhead verstaan wij het geheel van taken en activiteiten gericht op de sturing en ondersteuning van medewerkers in het primaire proces. Globaal gaat het dan om de kosten van de bedrijfsvoering (huisvesting, facilitair, ICT, overig), directie en teammanagement.

Wat willen we bereiken? Met ingang van 1 januari 2026 treden alle medewerkers van Wijdemeren in dienst van de gemeente Hilversum. Enige uitzonderingen zijn de gemeentesecretaris Wijdemeren, de griffier Wijdemeren en de medewerkers van de griffie Wijdemeren. Zij blijven conform het sociaal plan Wijdemeren in 2026 rechtspositioneel onderdeel van de gemeente Wijdemeren uitmaken. Dit betekent dat alle werkzaamheden met betrekking tot bedrijfsvoering worden uitgevoerd vanuit de gemeente Hilversum. Om te borgen dat het gemeentebestuur van Wijdemeren voldoende wordt gefaciliteerd, is een samenwerkingsovereenkomst opgesteld. Met de samenwerkingsovereenkomst wordt geborgd op welke wijze de ambtelijke organisatie van Hilversum het gemeentebestuur van Wijdemeren in 2026 ondersteunt.

Wat gaan we daarvoor doen? De uitvoering van het geheel van taken en activiteiten gericht op de sturing en ondersteuning van medewerkers in het primaire proces worden hier verantwoord.

Wat mag het kosten? Code programma Omschrijving programma P999 Overhead

Lasten/baten Lasten Totaal Lasten Baten Totaal Baten

Taakveld omschrijving Overhead Overhead

Saldo exclusief mutaties reserves

Code programma Omschrijving programma P999 Overhead

Lasten/baten Lasten Baten

Taakveld omschrijving Mutaties reserves Mutaties reserves

Rek 2024 Begr 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 14.225 14.330 14.272 13.879 13.842 14.225 14.330 14.272 13.879 13.842 -14 -20 -92 -92 -93 -14 -20 -92 -92 -93 14.211 14.310 14.181 13.787 13.749

Begr 2029 13.794 13.794 -91 -91 13.703

Saldo mutaties reserves

Rek 2024 Begr 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 0 0 0 0 0 0 -6 -6 -6 -6 -5 -5 -6 -6 -6 -6 -5 -5

Saldo inclusief mutaties reserves

14.205

14.304

14.175

13.781

13.745

13.698

Financiële toelichting 2026 t.o.v. jaarschijf 2025 Lasten Overhead € 58.000 lager In de voorjaarsnota voor 2025 en 2026 zijn respectievelijk € 65.000 en € 15.000 opgevoerd voor advieskosten. Daartegenover staan lagere lasten van € 138.000 met name het gevolg van mutaties kapitaallasten, harmonisatie van de salaris- en inhuurkosten en van diverse overige budgetten. Baten Voorziening onderhoud gebouwen 72.000 hoger De hogere baten in 2026 hebben betrekking op een onttrekking voorziening onderhoud gebouwen.

Relevante informatie Relevante bedrijfsstukken Het (interne) beleid voor de uitvoering van dit programma is onder meer beschreven in: • IV-Visie (gemeentelijke visie op informatievoorziening, 2019)

51

•

Uitvoeringsplan IV-visie 2019-2022

Wettelijke basis voor dit programma Het beleid voor de uitvoering van dit programma is onder meer beschreven in: • Gemeentewet • Algemene wet bestuursrecht • Cao gemeenten en het Personeelshandboek Betrokken partijen Betrokken partijen bij dit programma zijn onder meer: • Gemeente Hilversum

52

5. Paragrafen 5.1 Paragraaf 1 Lokale heffingen Beschrijving Deze paragraaf geeft een overzicht van de belastingen en rechten die de gemeente oplegt aan burgers, ondernemingen, organisaties en toeristen. De ontwikkelingen in het gemeentelijk belastinggebied worden geschetst en de voorstellen voor aanpassing van belastingen en rechten worden toegelicht. Ook is er aandacht voor het kwijtscheldingsbeleid.

Beleidskader Gemeentelijke heffingen bestaan uit ongebonden heffingen en heffingen die gebonden zijn aan bepaalde leveringen en diensten van de gemeente. Ongebonden heffingen behoren tot de algemene dekkingsmiddelen van de gemeente. In Wijdemeren zijn dit onroerendezaakbelastingen (OZB) woningen en niet-woningen, roerende ruimtebelastingen (RRB of ook RZB), hondenbelasting, toeristenbelasting en forensenbelasting. Voor de gebonden heffingen is kenmerkend dat de geraamde opbrengsten niet hoger mogen zijn dan de geraamde lasten van de leveringen en diensten. In Wijdemeren gaat het om afvalstoffenheffing, rioolheffingen, leges en lijkbezorgingsrechten. Uitgangspunten in 2026:  De raming van de opbrengsten uit onroerendezaakbelastingen woningen wordt ten opzichte van 2025, conform de door het CPB geraamde prijsontwikkeling, voor 2026 verhoogd met een index van 2,8 % en vervolgens verlaagd met 6%, waardoor effectief de OZB daalt met 3,2%.  De tarieven voor de roerende zaakbelasting zijn, wettelijk verplicht, gelijk aan die van de OZB.  De tarieven van de overige ongebonden heffingen worden voor 2026 met 2,8% verhoogd, conform de in de voorjaarsnota van het Rijk voorgestelde prijsontwikkeling.  Bij de gebonden heffingen streven we naar volledige kostendekking. Verderop in dit document staat wat dit beleid concreet voor de diverse heffingen in 2026 betekent.

Geraamde inkomsten De volgende tabellen geven een overzicht van de werkelijke, respectievelijk geraamde bruto-opbrengsten over de jaren 2024 tot en met 2029.  De raming van de opbrengsten uit onroerendezaakbelastingen woningen wordt ten opzichte van 2025, conform de door het CPB geraamde prijsontwikkeling, voor 2026 verhoogd met een index van 2,8 % en vervolgens verlaagd met 6%, waardoor effectief de OZB daalt met 3,2%.  De raming van de roerende zaakbelasting is gebaseerd op de raming 2025, verhoogd met de geraamde inflatiecorrectie van 2,8%.  De toeristen- en forensenbelasting worden in het jaar volgend op het betreffende boekjaar opgelegd. De raming 2026 van de landtoeristenbelasting is gebaseerd op de verwachte opbrengsten van de over de jaren 2024 en 2025 opgelegde aanslagen. De tarieven voor landtoeristenbelasting worden verhoogd met 2,8%. De tarieven van de watertoeristenbelasting worden eveneens verhoogd met 2,8%.  De raming 2026 van de opbrengsten hondenbelasting is gebaseerd op de realisatie 2024 en de voorlopige opbrengst 2025, verhoogd met 2,8% inflatie.

53

Opbrengsten Opbrengsten ongebonden heffingen Onroerende zaakbelastingen Roerende ruimtebelastingen Toeristenbelastingen Forensenbelasting Hondenbelasting Subtotaal Opbrengsten gebonden heffingen

Bedragen x € EUR 1.000

Rek 2024 Begr 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 9.668 78 534 960 115 11.355

9.795 77 1.075 700 131 11.778

9.507 80 980 700 135 11.402

10.090 80 1.080 700 135 12.085

10.198 80 1.180 700 135 12.293

10.198 80 1.180 700 135 12.293

Rek 2024 Begr 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029

Afvalstoffenheffing Rioolheffing Leges Lijkbezorgingsrechten Subtotaal

4.391 4.670 1.807 254 11.122

4.864 4.973 705 282 10.824

5.164 5.124 1.197 290 11.775

5.234 5.556 1.197 290 12.277

5.234 5.902 1.197 290 12.623

5.234 5.902 1.197 290 12.623

Totaal-Generaal

22.477

22.602

23.177

24.362

24.916

24.916

De heffingen 1. Onroerendezaakbelastingen In 2026 worden de onroerendezaakbelastingen (OZB) woningen ten opzichte van de raming 2025 verlaagd met 3,2%. Dit is opgebouwd uit de door het CPB in de septembercirculaire geraamde prijsontwikkeling van 2,8% en een daling van 6% zoals toegelicht bij de inleiding. 2.

Roerende ruimtebelastingen Deze belasting is bedoeld om eigenaren en gebruikers van roerende ruimten in een vergelijkbare heffing als de OZB te betrekken.

3.

Toeristenbelasting De tarieven voor de toeristenbelasting zijn in 2026 geïndexeerd met 2,8%. Tarieven Toeristenbelasting 1. Het tarief per persoon per overnachting: 2. In afwijking van van het in lid 1 genoemde tarief, bedraagt het tarief per persoon per nacht bij verblijf in kampeeronderkomens op gehuurde standplaatsen bij (mini-)campings en kampeerterreinen:

4.

5.

2025 3,58

2026 3,68

1,79

1,84

Watertoeristenbelasting De tarieven 2026 voor de watertoeristenbelasting zijn geïndexeerd met 2,8%. Bij verblijf aan boord van een vaartuig gelegen op een vaste ligplaats bedraagt het tarief per persoon per etmaal (afgerond): Tarieven watertoeristenbelasting

2025

2026

- bij een vaartuig met een lengte van 4 tot 7 meter; - bij een vaartuig met een lengte van 7 tot 9 meter; - bij een vaartuig met een lengte van 9 tot 12 meter; - bij een vaartuig met een lengte van 12 meter of meer.

1,75 2,11 2,93 3,43

1,80 2,17 3,01 3,53

Forensenbelasting De heffingsmaatstaf, die uitgaat van een vast percentage van de WOZ-waarde van het object, stijgt met 2,8% van 0,307% (2025) tot 0,316%. Daarbij wordt een tarief gehanteerd met een minimum van € 413,80

54

(€ 402,50+2,8%). Het vaste bedrag per gemeubileerde woning, waarvoor geen WOZ-waarde is vastgesteld, is bepaald op € 360,00 (€ 350,20+2,8%). 6.

7.

Hondenbelasting In het onderstaande overzicht zijn de oude en nieuwe tarieven opgenomen. Omdat de hondenbelasting bij een gedeeltelijke belastingplicht per maand wordt berekend, zijn de tarieven deelbaar gemaakt door twaalf. Voor 2026 worden de tarieven verhoogd met de inflatiecorrectie van 2,8%. Tarieven Hondenbelasting

2024

2025

2026

Voor een eerste hond

98,24

100,60

103,32

Voor iedere hond boven het aantal van 1

123,55

126,52

129,96

Honden gehouden in een kennel

323,17

330,93

340,20

Afvalstoffenheffing De totale lasten voor het inzamelen en het verwerken van huishoudelijk afval, verhoogd met de kosten van het heffen van de afvalstoffenheffing, worden voor 2026 geraamd op € 4.864.000 inclusief btw en toerekening overheadkosten (2025 € 4.457.000). De totale lasten voor het inzamelen van de afvalstoffen nemen ten opzichte van de raming 2025 met € 407.000 toe. Deze toename wordt voornamelijk veroorzaakt door een hogere verplichte bijdrage aan de gemeenschappelijke regeling, die de GAD uitvoert. Daarnaast worden extracomptabel, conform de financiële verordening, kosten toegerekend aan het taakveld afval. Dat betreft btw, kosten kwijtschelding en straatreiniging en toerekening van overhead. Het tarief per woning hangt af van het aantal aangeslagen woningen en het aantal personen dat er woont. Het Plassenschap Loosdrecht e.o. haalt huisvuil op bij de recreatiewoningen op de eilanden in de Loosdrechtse plassen. Bij de jaarrekening 2024 is een bedrag van € 104.000 toegevoegd aan de voorziening afvalstoffenheffing omdat de totale kosten lager waren dan de opbrengst van 2024. Dit bedrag wordt in de jaren 2026 en 2029 bijna volledig ingezet om de tekorten in deze periode op te vangen. Kostendekkendheid afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing

Bedragen X € 1.000 Rek 2024 Begr 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029

Bijdrage GAD Straatreiniging Overheadtoerekening Correctie overheadtoerekening Kwijtschelding BTW 21% Overige kosten Vrijval voorziening Totale lasten

2.688 204 660 0 80 580 75 104 4.391

3.032 263 869 -150 80 637 133 0 4.864

3.255 263 842 -75 80 684 139 -24 5.164

3.294 263 852 -75 80 692 130 -2 5.234

3.317 263 858 -75 80 697 130 -35 5.234

3.321 263 859 -75 80 697 130 -41 5.234

Totale opbrengsten

4.391

4.864

5.164

5.234

5.234

5.234

Kostendekkendheid

100%

100%

100%

100%

100%

100%

Overheadtoerekening Op basis van artikel 16 van de financiële verordening wordt de overhead bij de begroting op basis van een vast opslagpercentage berekend door de totale overhead te delen door de totale lasten van de taakvelden exclusief overhead. Voor het jaar 2025 is dit opslagpercentage bepaald op afgerond 24%. 8.

Rioolheffing Het tarief van € 394 over het jaar 2025 € is geïndexeerd met 2,8% naar € 405 voor het jaar 2026.

55

De in 2026 geraamde opbrengst Rioolheffing bedraagt € 5.124.000. De lagere lasten van € 415.000 ten opzichte van 2026 uit de meerjarenreeks 2025-2028 is grotendeels het gevolg van lagere kapitaallasten en lagere salariskosten. Het voordelige effect van € 415.000 is aan de voorziening Riool toegevoegd. Kostendekkendheid rioolrechten Rioolrechten

bedragen x € 1.000 Rek 2024 Begr 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029

Rente en afschrijving Straatreiniging Overheadtoerekening Storting voorziening BTW 21% Sloten Overige kosten Totale lasten

647 204 774 1.078 326 0 1.641 4.670

880 263 926 747 353 60 1.744 4.973

910 263 814 1.162 333 60 1.582 5.125

1.166 263 873 1.275 360 60 1.560 5.556

1.722 263 1.013 853 431 60 1.560 5.902

2.070 263 1.100 380 469 60 1.560 5.902

Totale opbrengsten

4.670

4.973

5.124

5.556

5.902

5.902

Kostendekkendheid

100%

100%

100%

100%

100%

100%

De verdeling tussen de eigenarenheffing en de gebruikersheffing is aan strikte regels gebonden. Aan de gebruikers mag maximaal een evenredig deel van de kosten worden doorberekend. Als de belastingplichtige gebruikers bijvoorbeeld 15% van het totale waterverbruik voor hun rekening nemen, mag maximaal 15% van de kosten, die aan het gebruik van de voorzieningen zijn gerelateerd, aan hen worden doorberekend. Het deel van de kosten dat niet aan de gebruikers wordt doorberekend, wordt bij de eigenaren in rekening gebracht. 9.

Leges Legestarieven mogen zodanig worden vastgesteld, dat de totale opbrengst daarvan niet uitgaat boven de geraamde lasten. Dat betekent dat een tekort in de opbrengst van een bepaald onderdeel uit de tarieventabel in beginsel mag worden gecompenseerd door een verhoogde opbrengst op een ander onderdeel (‘kruissubsidiëring’). Door Europese wetgeving (de Europese dienstenrichtlijn, EDR) is deze mogelijkheid vanaf 2010 beperkt. De leges die de gemeente berekent voor diensten en producten aan ondernemingen die binnen de EU-diensten verrichten, mogen per onderdeel niet meer opbrengen dan de kosten. De tarieven worden verhoogd met 2,8% inflatiecorrectie. Bij de tariefberekening zijn de bedragen, zoals gebruikelijk, veelal afgerond. Bij leges Burgerzaken is in een aantal gevallen sprake van een wettelijk maximum. Indien van toepassing worden de bedragen aan het wettelijk maximum aangepast. De legesverordening bestaat uit drie titels.  Titel 1: Algemene dienstverlening (hoofdzakelijk Burgerzaken)  Titel 2: Dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning  Titel 3: Dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn

10. Lijkbezorgingsrechten Voor 2026 wordt de geraamde opbrengst 2025, verhoogd met de reguliere inflatiecorrectie van 2,8%, als totaalopbrengst 2026 gepresenteerd. De geraamde opbrengst bevat een onzekere factor, omdat deze wordt opgebouwd uit het aantal lijkbezorgingen en de verlenging van de grafrechten. 11. Lokale lastendruk De meest voorkomende heffingen voor woningeigenaren in Wijdemeren zijn de onroerendezaakbelasting, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing . Om de lastendruk in beeld te brengen, wordt een vergelijking gemaakt van het totaal van deze drie heffingen. De bedragen voor 2026 worden bij presentatie van de belastingverordeningen in de raad van december gepresenteerd.

56

In de volgende tabel staat de vergelijkbare lastendruk in 2025 van vier buurgemeenten vermeld, bij eenzelfde WOZ-waarde. Uitgangspunt van deze gemeenten is de waarde op peildatum 1-1-2024. Soort heffing Onroerendzaakbelastingen Afvalstoffenheffing (3 personen) Rioolheffing (150 m3 Totaal

Hilversum 391 428 226 1045

Stichtse Vecht 501 464 290 1255

Gooise De Ronde Wijdemer meren Venen en 471 455 693 421 388 483 251 244 394 1143 1087 1570

Bron: COELO-atlas lokale lasten 2025

Op basis van de waardering van de woningen in Wijdemeren bedraagt de gemiddelde waarde van een woning in 2025 € 578.000 (Waarstaatjegemeente.nl) ten opzichte van € 480.000 in Hilversum. De gemiddelde WOZ-waarde per peildatum 1-1-2025 is nog niet bekend. Deze zal bij het aanbieden van de belastingverordening wel bekend zijn en wordt meegenomen in de tariefbepaling. Omschrijving Woningwaarde Onroerendzaakbelastingen Afvalstoffenheffing (3 personen) Rioolheffing (150 m3 Totaal

2023 537.000 705 355 235 1295

2024 515.000 608 448 367 1423

2025 578.000 693 483 394 1570

2026 PM PM 523 405 PM

12. Kwijtscheldingsbeleid Natuurlijke personen die de belasting niet kunnen voldoen, kunnen daarvoor kwijtschelding aanvragen. Voor de beoordeling van de aanvragen gelden wettelijke regels, die inhouden dat zowel het inkomen als het vermogen van de aanvrager aan normen worden getoetst. Een van de normen bij de inkomenstoets is het bedrag van de bestaanskosten, dat per situatie verschilt. De gemeenten hebben de vrijheid om hiervan tussen de 80 en 100% in aftrek te brengen op het inkomen. In Wijdemeren wordt met 100% van de norm gerekend, waardoor de aanvrager de meest gunstige uitkomst krijgt. Door de vermogenstoets komen eigenaren van woningen alleen in aanmerking voor kwijtschelding als de hypotheekschuld hoger is dan de waarde van de woning én hun inkomen beneden de norm ligt. Verder wordt geen kwijtschelding verleend voor heffingen voor diensten die de gemeente op aanvraag verleent, zoals leges. Als gevolg hiervan beperkt de kwijtschelding zich in de praktijk tot de afvalstoffenheffing en de hondenbelasting. Voor 2026 is voor kwijtschelding een bedrag van totaal € 80.000 geraamd.

57

5.2 Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het wettelijk kader van BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) stelt dat de paragraaf over het weerstandsvermogen ten minste moet bevatten: A. Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; B. Een inventarisatie van de risico’s; C. Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s; D. Een kengetal voor de: a. Netto schuldquote b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen c. Solvabiliteitsratio d. Grondexploitatie e. Structurele exploitatieruimte f. Belastingcapaciteit E. Een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. Het weerstandsvermogen is te omschrijven als het vermogen van de gemeente om financiële risico’s/tegenvallers op te kunnen vangen. Dit vermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit, dit zijn de middelen waarover de gemeente beschikt/kan beschikken, en de risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen. Het weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de begroting is. De mate van flexibiliteit van de gemeentebegroting speelt een belangrijke rol bij de bepaling van het weerstandsvermogen: hoe snel kunnen tegenvallers worden opgevangen door ombuigingen van bestaand beleid, al dan niet in combinatie met belastingverhogingen? Ook de omvang van de vrij aanwendbare reserves is daarbij van belang.

Vanuit het provinciaal toezicht zijn geen directe normen voor het weerstandsvermogen aangegeven. Weerstandscapaciteit Met de beschikbare weerstandscapaciteit bedoelen we de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet-begrote kosten te dekken. Onder benodigde weerstandscapaciteit verstaan we alle risico’s waarvoor nog geen maatregelen zijn getroffen, die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Tot het treffen van dergelijke maatregelen behoren onder andere het instellen van voorzieningen en het afdekken van risicogebieden met verzekeringen, dan wel andere risico beperkende acties. Risico’s en reserves zijn continu aan verandering onderhevig, het weerstandsvermogen is dan ook een momentopname. Berekening weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente kan beschikken om niet-begrote kosten op te vangen. De weerstandscapaciteit bestaat uit de volgende componenten:  Algemene reserve  Onvoorzien  Stille reserves uit voor verkoop beschikbaar zijnde activa Algemene reserve De algemene reserve bedraagt € 11.444.483 (stand per 1 januari 2026). Onvoorzien De post onvoorzien is een incidenteel budget dat dient als dekking van optredende risico’s. In de begroting is hiervoor in de verschillende jaarschijven een budget van € 50.000 opgenomen.

58

Stille reserves uit voor verkoop beschikbaar zijnde activa Conform de nota Risicomanagement kunnen stille reserves uit voor verkoop beschikbaar zijnde activa worden meegenomen in de bepaling van de beschikbare weerstandscapaciteit. Enkele legakkers in het bezit van de gemeente zijn getaxeerd en voor verkoop beschikbaar. Deze stille reserves worden vooralsnog geschat op € 100.000. Op basis van bovenstaande informatie komen we tot de volgende berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit in deze begroting:

Weerstandscapaciteit a b c d e

Bedrag (x € 1.000) 11.444 100 pm 50 11.594

Algemene reserve Stille reserves Saldo rekening/begroting onvoorzien Beschikbare weerstandscapaciteit

Risicobeheersing Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat de paragraaf Weerstandsvermogen onder andere een inventarisatie van de risico’s dient te bevatten en het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s. In onderstaand overzicht toont het resultaat van de inventarisatie van de risico’s waarvoor in 2026 geen of geen volledige beheersmaatregelen zijn getroffen. De kwantificering hiervan vindt als volgt plaats: Berekening Risicobedrag (kanseffect) De gewenste weerstandscapaciteit is bepaald conform de nota Risicomanagement 2024, die op 4 juni 2024 door de raad is vastgesteld. Hierbij is gebruikgemaakt van kans-klassen. Op grond van de kansen van optreden zijn de risico’s bepaald tussen de 20% en 60%. Risico’s waarbij de kans van optreden groter is dan 60% zijn uit voorzichtigheid volledig voorzien. Bij de waardering van grondexploitaties worden de risico’s waarbij de kans van optreden groter is dan 60% uit voorzichtigheid volledig meegenomen in de waardering van de grondexploitaties en in de risicoanalyse niet verder meegenomen. Deze risico-inventarisatie wordt twee keer per jaar geactualiseerd door concern control in afstemming met de afdelingen. Bedragen in euro

Omschrijving Risico A B C D E F G H I J K L M N

Gronden in exploitatie Ruimtelijke projecten Financiële risico's Hogere uitgaven Sociaal domein Asbest en bodemverontreiniging Wet Sociale Werkvoorziening Riolering Bruggen Beschoeiingen Onderhoud kapitaalgoederen Provinciale bodemtaken Feitelijke bestuursdwang Informatiebeveiliging Fusie gerelateerde risico's

Totaal alle risico's:

Omvang Omvang na Kans in % Risicobedrag maximum in beheersmaatvan obv kanseffect € regel in € kansklassen in € 2.500.000 1.678.000 1.911.500 1.090.000 400.000 200.000 200.000 400.000 400.000 1.327.500 50.000 50.000 445.000 3.700.000

2.500.000 1.306.500 1.040.000 940.000 250.000 200.000 100.000 100.000 150.000 742.500 50.000 50.000 445.000 3.700.000

14.352.000

11.574.000

variërend 30% variërend variërend 50% 20% 50% 20% 20% variërend 40% 30% variërend variërend

800.200 281.600 450.000 387.000 125.000 40.000 50.000 20.000 30.000 244.250 20.000 15.000 175.500 138.000

2.776.550

59

In de nota Risicomanagement 2024 zijn de kansen en financiële gevolgen ingedeeld in klassen. Deze staan in onderstaand overzicht vermeld. Kansklassen Klasse

Frequentie dat risico zich voordoet 1 < of 1x per 10 jaar 2 1x per 5 - 10 jaar 3 1x per 2 - 5 jaar 4 1x per 1 - 2 jaar 5 1x per jaar of meer

Kans (waarschijnlijkheid) Zeer klein klein Gemiddeld Groot Zeer groot

Te hanteren percentage in risicoprofiel 20% 30% 40% 50% 60%

Financieel gevolg (in euro) < 50.000 > 50.000 en < 100.000 > 100.000 en < 250.000 > 250.000 en < 500.000 > 500.000

Berekening beschikbare ruimte Algemene reserve Op basis van de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit kunnen we een berekening maken van de ruimte in de Algemene reserve per 1 januari 2026. In onderstaand overzicht staat het resultaat van die berekening.

Overzicht berekening beschikbare ruimte Algemene reserve

Bedragen x € 1.000

Rekening Begroting Begroting 2024 2025 2026 10.988 8.223 11.444 100 100 100 pm pm pm 50 50 50 11.138 8.373 11.594

Omschrijving a b c d e

Algemene reserve Stille reserves Saldo rekening/begroting onvoorzien Beschikbare weerstandscapaciteit

f g h

Totaal risico's minus correctie kansberekening Benodigde weerstandscapaciteit

7.626 -4.897 2.729

10.546 -7.618 2.928

14.352 -11.574 2.778

i

Beschikbare ruimte Alg. reserve

8.409

5.445

8.816

Ratio weerstandsvermogen De ratio weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de gekwantificeerde risico’s. Dit wordt uitgedrukt in een verhoudingsgetal. De ratio van het weerstandsvermogen kan per 1 januari 2026 als volgt worden berekend:

Beschikbare weerstandscapaciteit

€ 11.444

----------------------------------------------- =

------- =

Benodigde weerstandscapaciteit

€ 2.778

4,2 (was 3,8)

Het is van belang te weten of er sprake is van een toereikend weerstandsvermogen. Om de ratio van het weerstandsvermogen te beoordelen, gebruiken we onderstaande normering van het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement:

60

Ratio weerstandsvermogen Ratio > 2,0 1,4 < ratio < 2,0 1,0 < ratio < 1,4 0,8 < ratio < 1,0 0,6 < ratio < 1,0 Ratio < 0,6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

Bij een ratio van 1,0 is de beschikbare weerstandscapaciteit gelijk aan de benodigde weerstandscapaciteit. In de nota Risicomanagement is de ondergrens van de ratio weerstandsvermogen op 1,0 vastgesteld. Geconcludeerd kan worden dat het weerstandsvermogen van Wijdemeren uitstekend is en daarmee voldoende in staat is om de onderkende risico’s op te vangen. Een jaarlijkse toets van weerstandsvermogen bepaalt of de gewenste ratio nog steeds wordt bereikt. Hierover wordt gerapporteerd in de begroting en jaarrekening. Toelichting op de risico's A. (Grond)exploitaties Aan de grondexploitaties blijven hoge risico’s verbonden. Voor de gronden die al in exploitatie zijn genomen, zijn voorzieningen gevormd ter hoogte van het geprognosticeerde tekort. Daarnaast is per grondexploitatie een risicoanalyse gemaakt. Gestreefd wordt naar het elimineren of verminderen van een risico. Meerdere risico’s bij de grondexploitaties hangen samen met de doorlooptijd van projecten. De uitvoering kan vertraging oplopen als gevolg van het stopzetten of aanpassen van deelplannen, maar ook door vertraging bij de vergunningverlening. De kans dat er diverse risico’s optreden is vertaald naar percentages variërend tussen de 20% en 50% voor het bepalen van het benodigde weerstandsvermogen. B. Ruimtelijke projecten Aan de uitvoering van projecten zijn risico’s verbonden.

De uitvoering kan vertraging oplopen als gevolg van het stopzetten of aanpassen van deelplannen, maar ook door vertraging van de vergunningverlening. De kans van optreden van de diverse risico’s zijn vertaald naar percentages variërend tussen de 20% en 60% voor het bepalen van het benodigde weerstandsvermogen. C. Financiële risico's Onder deze risico’s valt onder andere het risico bij gegarandeerde geldleningen, met name aan woningcorporaties. Dit risico is gering, omdat in veel gevallen het Waarborgfonds Sociale Woningbouw eerst garant staat, en bij hypotheken het Waarborgfonds Eigen Woningen. Het betreft hier met name de geldleningen aan woningcorporaties. Andere risico’s kunnen zich voordoen op het gebied van renteontwikkeling als gevolg van hoge inflatie en onzekerheden in de algemene uitkering. D. Hogere uitgaven sociaal domein Binnen de uitvoering van het sociaal domein, bestaande uit de Wmo, de Jeugdzorg en de uitvoering van de Participatiewet, bestaan meerdere risico’s. Ondanks de Herzieningsagenda Sociaal Domein blijven de kosten hoog en kan de zorgvraag verder stijgen. Daarmee blijft er een reëel risico op extra kostenstijgingen, ondanks de landelijke hervormingen die juist moeten bijdragen aan stabilisatie. E.

Asbest en bodemverontreiniging Bij reconstructieprojecten bestaat de kans op aanwezigheid van asbest en bodemverontreiniging, ook al is dit niet gebleken uit bodemonderzoeken die vooraf zijn uitgevoerd. Tot op heden heeft dit risico zich niet voorgedaan. F. Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) De WSW is ondergebracht in de Participatiewet. Het Werkvoorzieningschap Tomingroep voert dit voor de deelnemende gemeenten uit. Er bestaat een risico dat de Tomingroep in enig jaar tegenvallende

61

resultaten heeft. Door actuele ontwikkelingen is de kans groter geworden dat tekorten zich eerder voordoen dan ingeschat. In de zienswijzebespreking juli 2025 is hier uitgebreid bij stilgestaan. G. Riolering Het rioolstelsel is afgelopen jaar goed in kaart gebracht. Hierdoor weten we beter hoe het functioneert en kunnen we risico's verkleinen. Grote calamiteiten hebben zich de laatste jaren niet voorgedaan. De meest waarschijnlijke calamiteiten zijn het gedeeltelijk instorten van het stelsel, een onvoorziene langdurige buitengebruikstelling en milieuschade. De komende jaren zullen we vanuit het vastgestelde water- en rioleringsplan (WRP) onder meer rioolgemalen renoveren, planmatig het stelsel reinigen en inspecteren, en foutieve lozingen op het oppervlaktewater reduceren. Voor normale onderhoudskosten en kapitaallasten van investeringen is een onderhoudsvoorziening beschikbaar. In de voorziening is geen rekening gehouden met calamiteiten. H. Bruggen Jaarlijks inspecteren wij onze bruggen en voeren we reparaties uit. Bij onvoldoende onderhoud en/of een te zware aslast kan een brug beschadigen. In dat geval moeten we omleidingen instellen, wellicht een noodbrug plaatsen, reparaties uitvoeren of een nieuwe brug bouwen. In de afgelopen drie jaar hebben zich geen calamiteiten met bruggen voorgedaan. I.

Beschoeiingen De gemeente heeft een grote hoeveelheid beschoeiingen in onderhoud. De staat van een aantal delen is slecht. De achterstanden in het onderhoud zijn in kaart gebracht in het Beheerplan overige waterwerken. Met de uitvoering van dit beheerplan lopen we gedurende de jaren 2024-2028 fasegewijs de achterstanden in. Hiermee wordt de hoogte van eventuele schades beperkt. Het risico is dat door het wegslaan van beschoeiing de aanliggende wegconstructie ernstig verzakt. J. Onderhoud kapitaalgoederen Naast de genoemde risico’s bij riolering, bruggen en beschoeiingen is het onderhoud van de overige zaken, zoals wegen, speeltoestellen en andere aspecten binnen de openbare ruimte, in kaart gebracht. Ook hieruit blijken achterstanden. Deze achterstanden lopen we gefaseerd in vanuit de eind 2023 vastgestelde beheerplannen. In 2025 is bovendien het MIOP herzien en geactualiseerd, waarmee het onderhoudsprogramma beter aansluit op de komende jaren. Hiermee wordt de hoogte van eventuele schades zoveel mogelijk beperkt. K. Provinciale bodemtaken De provinciale bodemtaken zijn tezamen met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2024) overgedragen aan de gemeenten. Het budget dat uit het provinciefonds naar het gemeentefonds wordt overgeheveld is leidend voor de bijdragen voor deze taak bij de OFGV.

Met de overdracht is dit in het Algemeen Bestuur van de OFGV afgesproken met de deelnemers. Er wordt van uitgegaan dat het Rijk op de overheveling van het budget van provincie naar gemeenten geen korting toepast. Tot op heden heeft dit risico zich niet voorgedaan, maar de mogelijkheid blijft aanwezig. L. Feitelijke bestuursdwang Bij het toepassen van feitelijke bestuursdwang mag het aspect van het kostenverhaal in principe niet meewegen of kan het niet meewegen. Het wordt namelijk toegepast in zeer spoedeisende gevallen of in die gevallen waar het dreigende verbeuren van een last onder dwangsom geen uitkomst biedt om tot beëindiging of herstel van een overtreding te komen. M. Informatiebeveiliging In 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in werking getreden. Om datalekken te voorkomen, zijn er technische en organisatorische maatregelen getroffen. Toch blijft het risico op een datalek altijd aanwezig. Indien de gemeente succesvol aansprakelijk wordt gesteld voor een eventueel datalek dan is de vervolgschade gedekt op de aansprakelijkheidspolis. Het blijft belangrijk om de organisatie bewust maken van informatiebeveiliging door te (blijven) stimuleren op het naleven van verantwoordelijkheden, zoals het bijhouden van het verwerkingsregister, het melden van datalekken, het actief rekening houden met privacyaspecten bij projecten en het uitvoeren van DPIA’s.

Een eventuele boete is niet verzekerd.

62

N. Risico’s herindeling De herindeling tussen Wijdemeren en Hilversum brengt een breed spectrum aan strategische, operationele en financiële onzekerheden met zich mee. Naast directe integratiekosten en IT-migratieuitdagingen zijn er risico’s op personele frictie, cultuurverschillen en verlies van lokale kennis en netwerken. Tijdens de transitie bestaat er bovendien kans op verminderde continuïteit van dienstverlening, vertraging van lopende projecten en juridische, vastgoed- en facilitaire kwesties, zoals archiefbeheer en onderhoudsachterstanden. Gezamenlijk vragen deze risico’s om strakke regie, tijdige besluitvorming en voldoende financiële en organisatorische buffers.

Financiële kengetallen Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) schrijft voor dat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing een overzicht van vijf financiële kengetallen moet worden opgenomen. Bij deze kengetallen worden een beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie opgenomen. De kengetallen en de beoordeling geven gezamenlijk op eenvoudige wijze inzicht in de financiële positie van de gemeente. De vijf kengetallen zijn: 1a. Netto schuldquote 1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 2. Solvabiliteitsratio 3. Grondexploitatie 4. Structurele exploitatieruimte 5. Belastingcapaciteit

1a. 1b. 2. 3. 4. 5.

procentuele kerncijfers

B 2026

B 2027

B 2028

B 2029

Netto schuldquote Netto schuldquote* Solvabiliteits-ratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit

107% 109% 13% 0% 1% 167%

134% 136% 12% 0% 1% 167%

160% 162% 11% 0% 1% 167%

152% 153% 11% 0% 0% 167%

1a. Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De hoogte van de inkomsten bepaalt namelijk in belangrijke mate hoeveel schulden een gemeente kan dragen. Normaal bevindt de netto schuldquote van een gemeente zich ergens tussen de 0% en 100%. Voor een gemeente geldt dat het licht op oranje springt boven de 100% en op rood als deze quote hoger is dan 130%. De netto schuldquote van Wijdemeren komt in 2026 uit op 107%. 1b. Wanneer de netto schuldquote wordt gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen is er sprake van onderstaande quote: Wanneer de netto schuldquote wordt gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, komt deze in 2026 uit op 109%. Uitgaande van de vuistregel dat iedere € 1.000.000 extra lening de schuldquote met circa 1,6% doet stijgen, is de financiële ruimte beperkt. 2. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen. De solvabiliteitsratio van Wijdemeren

63

komt in 2026 uit op 13%. Hiermee bevindt de solvabiliteitsratio van Wijdemeren zich duidelijk onder het landelijke gemiddelde. Dit duidt op een beperkte weerbaarheid. 3. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale geraamde baten. Voor Wijdemeren bedraagt dit kengetal 0% in de periode 2026-2029. Dit betekent dat de risico’s vanuit grondexploitaties beperkt zijn. In deze begroting is nog sprake van de exploitatie Porseleinhaven. Op deze exploitatie is de reeds getroffen voorziening in mindering gebracht. Naar verwachting wordt de laatste grondexploitatie in 2027 voltooid. 4. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is door te kijken naar de structurele baten en de structurele lasten en deze te vergelijken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. De structurele exploitatieruimte bedraagt in 2026 1%. Dit betekent dat er nauwelijks structurele ruimte is voor nieuwe beleidswensen en dat de financiële wendbaarheid van de gemeente beperkt blijft. 5.

Belastingcapaciteit (verhouding woonlasten Wijdemeren versus landelijk gemiddelde) De belastingcapaciteit gaat over de ruimte die een gemeente heeft om belastingen te verhogen en wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) publiceert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten. Onder de woonlasten verstaan we de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. De belastingcapaciteit van gemeenten wordt berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t= 2025 te vergelijken met het landelijk gemiddelde in jaar t-1 =2024 en uit te drukken in een percentage. De belastingcapaciteit van Wijdemeren bedraagt in 2026 en de daaropvolgende jaren 167%. Dat betekent dat de lastendruk voor een gemiddeld meerpersoonshuishouden in Wijdemeren 67% hoger ligt dan het landelijk gemiddelde. (bron: Atlas Lokale lasten 2025, meest actuele versie, geraadpleegd 1 augustus 2025)

64

5.3 Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen De openbare ruimte is het visitekaartje van de gemeente Wijdemeren. Het is de plaats waar mensen wonen, werken, recreëren en elkaar ontmoeten. Bovendien is het de natuurlijke habitat voor veel flora en fauna. De gemeente is verantwoordelijk voor een goed beheer en onderhoud van de openbare ruimte, zodat mensen zich er prettig voelen en planten en dieren ook de plaats krijgen die zij verdienen. De openbare ruimte in beheer bij de gemeente vertegenwoordigt een grote kapitaalswaarde. Efficiënt en effectief beheer en onderhoud is daarom van groot belang om kapitaalvernietiging te voorkomen. Openbare ruimte algemeen De voornaamste kapitaalgoederen betreffen de wegen, riolering, civiele kunstwerken, beschoeiing, openbare verlichting, openbaar groen/bomen en openbare gebouwen. Het beheer hiervan is complex en begint bij het vastleggen van diverse gegevens in beheersystemen. In deze systemen worden gegevens bijgehouden als materiaal, ouderdom, locatie en staat van onderhoud. Eind 2023 heeft de gemeenteraad het beleidsplan Integraal Beheer Openbare Ruimte vastgesteld met alle onderliggende sectorale beheerplannen. Kwaliteitsniveaus Het nationale kenniscentrum CROW onderscheidt diverse kwaliteitsniveaus. In onderstaande tabel staan de niveaus voor groen en wegen, die CROW hanteert bij de kwaliteitsbepaling van de kapitaalgoederen.

Score A+ A B C D

Kwalificatie Zeer goed Goed Voldoende Matig Te slecht

Omschrijving Nagenoeg ongeschonden Mooi en comfortabel Functioneel Onrustig beeld, discomfort of enige vorm van hinder Kapitaalvernietiging, functieverlies

De basis voor het beleidsplan Integraal Beheer Openbare Ruimte wordt gevormd door de in scenario 2 bepaalde beeldkwaliteitsniveaus, die in beginsel voor alle beheerdomeinen gelden. Voor scenario 2 (Huidige ambitie + hogere ambitie aantal functionele gebieden) geldt als uitgangspunt dat de gehele gemeente op beeldkwaliteitsniveau C wordt beheerd en onderhouden, met uitzondering van een aantal ‘functionele gebieden’ die op niveau B worden onderhouden. Deze functionele gebieden zijn: winkelgebieden, begraafplaatsen, monumentale bruggen en de doorgaande asfaltwegen (lintwegen). Voor het beheerdomein Riolering en water zijn de beeldkwaliteitsniveaus niet van toepassing. Beheer vindt hier plaats op basis van landelijk vastgestelde (functionele en technische) normen in combinatie met een risicobeoordeling. Beleids- en beheerplannen Eind 2023 heeft de gemeenteraad het beleidsplan Integraal Beheer Openbare Ruimte bestuurlijk vastgesteld. Dit beleidsplan beschrijft het strategische en financiële kader voor het beheer van de openbare ruimte. De actualisatie van de beheerplannen wegen, riolering, openbaar groen, bomen, civiele kunstwerken, openbare verlichting, straatmeubilair en speel- en beweegvoorzieningen zijn meegenomen in dit traject. Het beleidsplan Integraal Beheer Openbare ruimte en de sectorale beheerplannen zijn in het vierde kwartaal van 2023 bestuurlijk vastgesteld.

65

Per heden is daarom sprake van onderstaande actuele beleids- en beheerplannen en geplande actualisaties. Onderdeel Beheerplan Actualisatie Wegen Beheerplan Wegen 2024-2028 2028 Riolering Water- en rioleringsprogramma 2023-2027 2027 Civiele kunstwerken Beheerplan Civiele kunstwerken 2024-2027 2027 Openbare verlichting Beheerplan Openbare Verlichting 2024-2027 2027 Openbaar groen Groenbeheerplan 2024-2027 2027 Bomen Beheerplan Bomen 2024-2027 2027 Straatmeubilair Beheerplan Straatmeubilair 2024-2027 2027 Speel- en Beheerplan Speel- en beweegvoorzieningen 2024- 2027 beweegvoorzieningen 2027 Verantwoording baten en lasten De lasten en baten, die voortvloeien uit het onderhoud van de kapitaalgoederen worden op totaalniveau verantwoord in programma 3, Openbare ruimte. In deel 2 van de begroting zijn de financiële overzichten met betrekking tot de exploitatiekosten van de programma’s en de investeringen opgenomen. Meerjaren Investeringsplan (MIP) 2026-2029 In het MIP 2026-2029 worden de onderstaande investeringen per onderdeel voorgesteld met een totaal van € 69.842.000 over de jaren 2026 tot en met 2029. In het jaar 2029 neemt het investeringsvolume af. Dat houdt verband met de ramingen van de diverse investeringskredieten in de eerdere jaren. De praktijk leert dat ramingen door diverse redenen vaak verschuiven over de jaren.

Het is dan ook mogelijk dat de geraamde investeringen van 2026 tot en met 2028 uitlopen naar 2029, waardoor het investeringsvolume voor dat jaar toeneemt. Onderdeel

2026

2027

2028

2029

Beschoeiing

1.047.000

894.000

894.000

894.000

Bruggen

200.000

200.000

200.000

71.000

Groen

1.393.000

453.089

518.056

307.500

IHP

3.334.245

6.469.700

6.456.700

170.000

718.923

437.438

433.923

356.000

Openbare verlichting Overig en straatmeubilair

627.368

572.368

790.834

541.000

Riool

2.790.259

5.385.965

6.810.995

9.073.800

Wegen

6.831.655

3.679.353

7.178.175

12.000

Totaal

17.042.450

18.091.913

23.282.683

11.425.300

Hieronder staan de verschillende onderdelen toegelicht. In het algemeen geldt voor de diverse projecten dat deze enigszins vertraagd zijn. Dit komt door de specifieke redenen:  Investeringsstop: Goede werkvoorbereiding en aanbesteding duurt gemiddeld tot twee jaar.  Personele mutaties: Het vertrek van collega’s en het inwerken van nieuwe collega’s (zowel tijdelijk als vast).  De politieke discussies over de beleidskaders mobiliteit bij diverse projecten. Investeringen beschoeiing (MIP) De nieuwe investeringskredieten voor beschoeiing betreffen de gebruikelijke vervangingsinvesteringen die jaarlijks terugkeren voor de verschillende projecten binnen de gemeente. Deze projecten zijn reeds voorbereid en klaar voor uitvoering. Bovendien zijn er nieuwe investeringskredieten nodig in verband met een nieuw aanbesteed raamcontract. Middels deze mutatie nemen we de vervangingsinvesteringen voor de jaren 2026 tot en met 2029 op in de gemeentelijke begroting.

66

Investeringen bruggen (MIP) De nieuwe investeringskredieten voor bruggen betreffen de gebruikelijke vervangingsinvesteringen die jaarlijks terugkeren voor de verschillende projecten binnen de gemeente. Middels deze mutatie nemen we de vervangingsinvesteringen voor de jaren 2026 tot en met 2029 op in de gemeentelijke begroting. De middelen zetten we in voor de twee bruggen in Kortenhoef en de boodschappensteiger. Naar verwachting vindt de aanbesteding en uitvoering van beide projecten in 2026 plaats. Investeringen groen (MIP) De nieuwe investeringskredieten voor groen betreffen de gebruikelijke vervangingsinvesteringen die jaarlijks terugkeren voor de verschillende projecten binnen de gemeente. Middels deze mutatie nemen we de vervangingsinvesteringen voor de jaren 2026 tot en met 2029 op in de gemeentelijke begroting. Daarnaast worden de nieuwe investeringskredieten voor diverse projecten m.b.t. bomen en plantsoenen geraamd. Dit zijn merendeels integrale projecten, waar ook de andere onderdelen (riool en wegen) worden uitgevoerd. Het betreft de onderstaande projecten: Loosdrecht, Edelenbuurt-Oost -

Loosdrecht, Botenbuurt-Oost (herinrichting)

-

Kortenhoef, Dodaarslaan

-

Kortenhoef, Hoflaan

-

Kortenhoef, Rozenhof

-

Loosdrecht, Lindelaan

Investeringen gebouwen IHP (MIP) De nieuwe investeringskredieten voor het IHP betreffen de nieuwbouw van diverse scholen. Het IHP omvat de meerjarige investeringsopgave voor onderwijshuisvesting binnen de gemeente. Het gaat hierbij onder andere om nieuwbouw, vervangende bouw, renovaties en verduurzaming van schoolgebouwen. Op basis van nieuwe inzichten in de projectvoorbereiding, planning en realisatiecapaciteit – in afstemming met de betrokken scholen – zijn de diverse onderdelen van het IHP geraamd in de begroting. Bij het opstellen van het IHP is vanaf 2026 een stelpost voor de kapitaallasten opgenomen. Echter, op basis van de nieuwe inzichten worden enkele grote investeringen later in de tijd uitgevoerd, waardoor de kapitaallasten ook later ingaan. Hierdoor kan de stelpost in de eerste jaren afgeboekt worden. De verwachting is dat de grootste investeringen in 2026, 2027 en 2028 plaatsvinden, waardoor de kapitaallasten vanaf 2029 substantieel worden. Het IHP zoals opgenomen in de begroting 2026-2029 betreft de onderstaande scholen: Joseph Lokinschool -

Jozefschool

-

Meester Kremer en Warinschool

De overige scholen hebben een uitvoering in de latere jaren. Deze jaren vallen buiten de scoop van de voorliggende begroting en zijn daarom niet opgenomen in het MIP. Investeringen riool (MIP) De nieuwe investeringskredieten voor riool betreffen het levensduurverlengend onderhoud. Daarnaast worden de nieuwe investeringskredieten voor diverse projecten geraamd. Dit zijn merendeels integrale projecten, waar ook de andere onderdelen (wegen en groen) worden uitgevoerd. Het betreft de onderstaande projecten: Edelenbuurt-Oost, Loosdrecht -

Botenbuurt-Oost (herinrichting), Loosdrecht

67

-

Dodaarslaan, Kortenhoef

-

Hoflaan, Kortenhoef

-

Elbert Mooijlaan, Kortenhoef

-

Overmeerseweg, Nederhorst den Berg

Investeringen verkeer en wegen (MIP) De nieuwe investeringskredieten voor wegen betreffen onder andere levensduurverlengend onderhoud en verkeersveiligheid voor diverse projecten. Dit gaat voor verkeersveiligheid om de volgende meerkosten en investeringskredieten: Bredere fietsstroken Nieuw-Loosdrechtsedijk -

Doorfietspaden Molenmeent inclusief rotonde de Rading (aanbrengen rood asfalt en belijning en het verbeteren van fietsoversteken) en Leeuwenlaan (plaatsen verlichting en belijning)

-

Het verlagen van de snelheid naar 50 km/u op de Molenmeent

-

Het verlagen van de snelheid naar 30 km/u bij meerdere wegen zoals in de Edelenbuurt-Oost, Herenweg (Ankeveen), Botenbuurt-Oost en de Lindelaan.

-

Aanleg stil asfalt in verband met de sanering wegverkeerslawaai (100% subsidiabel)

-

Poortconstructies en overgangen diverse wegen

-

Aansluitingen van wegen (Elbert Mooijlaan op Koninginneweg)

-

Variantenonderzoek Oud-Loosdrechtsedijk (oplossing fietsstroken en parkeerproblematiek)

Daarnaast worden de nieuwe investeringskredieten voor wegen voor diverse projecten geraamd. Dit zijn merendeels integrale projecten, waar ook de andere onderdelen (riool en groen) worden uitgevoerd. Het betreft de onderstaande projecten: Leeuwenlaan, ‘s-Graveland -

Molenmeent, Loosdrecht

-

Edelenbuurt-Oost, Loosdrecht

-

Nieuw-Loosdrechtsedijk, Loosdrecht

-

Herenweg, Ankeveen

-

Botenbuurt-Oost (herinrichting), Loosdrecht

-

Dodaarslaan, Kortenhoef

-

Hoflaan, Kortenhoef

-

Zuidfase 1, Kortenhoef

-

Elbert Mooijlaan, Kortenhoef

-

Lindelaan, Loosdrecht

-

Noordereinde Zuid, ‘s-Graveland

-

Stichts end/Hollands End, Ankeveen

Wegen De gemeente Wijdemeren heeft in totaal 1.103.000 m2 verhardingen in beheer. Hiervan is 474.500 m2 asfaltverharding en 628.500 m2 elementenverharding. Naast deze verhardingen is ook nog 1.400 m2 betonverharding en 2.800 m2 halfverharding (voornamelijk voetpaden en in-/uitritten) aanwezig. De

68

kapitaalwaarde van deze verhardingen is samen ruim 83 miljoen euro. Het bestaande areaal is onder te verdelen in onderdeeltypen, zoals hoofdrijbanen, fietspaden, voetpaden en trottoirs, parkeervakken en overige. Onder de categorie ‘overige’ vallen bijvoorbeeld in- en uitritten, bushaltes en rabatstroken. Uitgevoerde onderzoeken In de tweede helft van 2025 voert een deskundig bureau nieuwe inspecties uit in gemeente Wijdemeren. Het gaat hier om het zuidelijk areaal. Deze is voor het laatst in 2023 geïnspecteerd. Het zuidelijk areaal beslaat de kern Loosdrecht en het areaal ten zuiden van de lijn Kerklaan-Leeuwenlaan in Kortenhoef/’s-Graveland. Het noordelijk areaal beslaat de kernen Nederhorst den Berg en Ankeveen en het areaal ten noorden van de lijn Kerklaan-Leeuwenlaan, inclusief de Kerklaan en de Leeuwenlaan. Uit de onderzoeken moet blijken wat de technische staat van de wegen is, de mate van achterstallig onderhoud en wat dit betekent voor het geplande onderhoud en de vervangingen. Huidige kwaliteit Ut het Beheerplan Wegen 2024-2028 blijkt dat het gemiddelde kwaliteitsniveau van de wegverhardingen in 2023 op kwaliteitsniveau C ligt, net over de grens tussen niveau B en C. De kwaliteit van de asfalt- en elementenverhardingen is lager dan dat van een goed en evenwichtig onderhouden wegennet.

Er is een groot percentage asfaltwegen met de kwaliteit ‘basis’ en de kwaliteit ‘zeer laag’. Ook is er een groot percentage wegen met elementenverhardingen die ‘zeer laag’ scoren. Dit komt door achterstallig onderhoud. Belangrijkste beleidsuitgangspunten Om het wegenareaal van de gemeente Wijdemeren goed te blijven beheren, wordt advies gegeven op de volgende thema’s: achterstallig onderhoud en efficiënt beheer. Openbaar groen De groenvoorzieningen van de gemeente bestaan uit de categorieën ‘beplanting’ en ‘gras- en kruidachtigen’. De beheerstrategie rondom bomen wordt in een apart beheerplan besproken. Het areaal aan beplanting is in totaal ruim 150.000m2, waarbij het overgrote deel bestaat uit bosplantsoen en heesters. Onder de gras- en kruidachtigen verstaan we terreinen met gras- en/of kruidachtige vegetatie (bijvoorbeeld inheemse kruiden), die niet in gebruik zijn voor grasproductie. Het areaal aan gras- en kruidachtigen is in totaal ruim 515.000 m2, waarbij het overgrote deel bestaat uit grasveld en ruig gras. Uitgevoerde onderzoeken Ieder groenobject inspecteren we eens per 4 jaar op basis van de beeldsystematiek van CROW. Dit doen we volgens de landelijke standaard voor de technische inspectie Groen (NEN-2767, groenbeheersystematiek CROW). Het resultaat van de technische inspectie Groen geeft daarmee inzicht in de technische kwaliteit van de groenvoorzieningen.

Om inzicht te krijgen in de kwaliteit van de openbare ruimte is er in het voorjaar van 2023 een beeldkwaliteitsmeting uitgevoerd aan de hand van de beeldmeetlatten van CROW. Het resultaat van deze meting maakt inzichtelijk wat de huidige kwaliteit is van de openbare ruimte en hoe deze zich verhoudt tot de gewenste kwaliteit (ambitieniveau). Huidige kwaliteit Uit het resultaat van de technische inspectie in het voorjaar van 2023 blijkt dat 91,1% van het areaal aan beplantingsvakken en 93,9% van de gras- en kruidachtigen voldoet aan het ambitieniveau. In het voorjaar van 2023 is een beeldkwaliteitsmeting uitgevoerd. Daarbij zijn de groenvoorzieningen in de gehele gemeente beoordeeld op verschillende kwaliteitsaspecten. Het totaalresultaat van deze meting voldoet aan een B-kwaliteit en is daarmee hoger dan het ambitieniveau.

69

Belangrijkste beleidsuitgangspunten Voor de implementatie van het Groenbeheerplan zijn enkele aanbevelingen opgenomen. Deze dragen bij aan de uitwerking van de beleidsdoelstellingen en de organisatie van het beheer en onderhoud van onze groenvoorzieningen. De aanbevelingen zijn: uitwerken beleidsambities en aanpak vervangingsopgave. Bomen De gemeente Wijdemeren heeft momenteel ongeveer 9.250 bomen in haar bomenbestand. Vanwege de herplantingsplicht moeten we nu nog 150 bomen terug planten. In totaal komt het areaal aan bomen dan op 9.400. Uitgevoerde onderzoeken De conditie van de bomen in het bomenbestand van Wijdemeren vloeit voort uit de cijfers die uit de BoomVeiligheidsControle (BVC) komen. Bij een BVC wordt de conditie en technische toestand van de bomen beoordeeld en vastgelegd. Jaarlijks wordt een derde deel van de gemeente geïnspecteerd. Dit betekent dat elke boom eens per drie jaar wordt beoordeeld. De BVC toetst alleen op conditie en onderhoudstoestand, niet op kwaliteit. Om de kwaliteit in beeld te krijgen, wordt gebruikgemaakt van de normen en richtlijnen uit het ‘Handboek bomen’ van de Stichting Norminstituut Bomen. Bij deze methodiek wordt de boom gewaardeerd met een zogeheten W-cijfer. De toetsting van een boom met deze aanpak vindt, net zoals bij de BVC, eens per drie jaar plaats. Cobra heeft dit W-cijfer dit jaar voor het eerst gemeten.

Huidige kwaliteit De huidige kwaliteit van de bomen aan de hand van het W-cijfer is als volgt: ongeveer 22% scoort uitstekend of zeer goed, 45% scoort voldoende, 22% scoort onvoldoende en 7% is slecht of zeer slecht. Over de laatste 4% is geen informatie beschikbaar, omdat dit over de nieuwe aanplant gaat. Deze cijfers zijn gebaseerd op de boomveiligheidsinspectie van 2024. In Q4 2025 vindt er een nieuwe inspectieronde plaats waarop de cijfers worden aangepast. Belangrijkste beleidsuitgangspunten Om het bomenareaal van de gemeente Wijdemeren goed te blijven beheren, wordt advies gegeven op de volgende thema’s: duurzaamheid, data gestuurd werken en kwaliteitsbehoud. Kunstwerken Onder kunstwerken worden in deze gemeente bruggen en beschoeiingen verstaan. Bruggen In totaal zijn er 84 bruggen in beheer van de gemeente. De totale vervangingswaarde bedraagt ongeveer € 13.000.000. De meeste bruggen zijn aangelegd in de jaren 1970 tot 2000. De levensduur van een brug ligt gemiddeld rond de 40 jaar. Dit betekent dat de komende tijd een relevant deel van de bruggen aan vervanging toe is. Bij (te lang) uitstel van vervanging komen zowel de veiligheid als de bereikbaarheid in het geding. Beschoeiingen Onder de categorie beschoeiingen behoort 17,7 km aan beschoeiingen, waaronder 6 km damwanden, en 5 steigers. De totale vervangingswaarde van deze categorie bedraagt ongeveer € 15.000.000.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16013430/1