CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1 Ontwerp GR 14 december 2023 (1)

gemeenteraad 21 maart 2024, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Actualisering Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek 2024 (Het raadsvoorstel is zonder stemming aangenomen.)23.294 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Afnemende gemeenten: alle gemeenten Contractbeheer inkoop organisatie hoorplicht Wet verplichte ggz Inkoop en Contractbeheer Gooi en Vechtstreek: In het kader van de Wet verplichte ggz kan de burgemeester een crisismaatregel opleggen. De burgemeester moet iemand 24

crisismaatregel voorstelt. De hoorplicht is een wettelijke taak voortvloeiend uit de Wet verplichte ggz en is structureel opgenomen in de regionale begroting voor Bescherming & Opvang 2022-2025. De colleges hebben mandaat verleend aan de manager Inkoop & Contractbeheer Gooi en Vechtstreek om het contractbeheer uit te voeren. Afnemende gemeenten: alle gemeenten

voorafgaand aan een crisismaatregel zo mogelijk (laten) horen. De hoorplicht houdt in dat de betrokkene in de gelegenheid gesteld wordt om zijn of haar visie te geven op het rapport van de psychiater, die aan de burgemeester de crisismaatregel voorstelt. De hoorplicht is een wettelijke taak voortvloeiend uit de Wet verplichte ggz en is structureel opgenomen in de regionale begroting voor Bescherming & Opvang 2022-2025. De colleges hebben mandaat verleend aan de manager Inkoop & Contractbeheer Gooi en Vechtstreek om het contractbeheer uit te voeren. Afnemende gemeenten: alle gemeenten en Eemnes

Bijlage 4 2 Toelichting Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek 2024 nr. ########## Algemeen: Deze actualisering heeft betrekking op de wijziging van de Wet die 1 juli 2022 in werking is getreden. Daarnaast is op basis van het advies van de werkgroep met raadsleden onder leiding van burgemeester Mol de rol van het algemeen bestuur in de regeling verduidelijkt in de verhouding tot de portefeuillehoudersoverleggen. Advies werkgroep raadsleden verduidelijking rol algemeen bestuur: Het advies van de werkgroep met raadsleden over verbetering van de besluitvorming in de Regio houdt in dat voorstellen die afkomstig zijn uit de portefeuillehoudersoverleggen onder verantwoordelijkheid van het algemeen bestuur worden uitgebracht. De raden hebben het algemeen bestuur aangewezen als het verantwoordelijk orgaan voor het proces en de legitimatie in de samenwerking. Het vraagt vooral om aanscherping van de manier van werken van zowel de adviseurs als de regionaal bestuurlijk trekkers bij het afwegingsproces en de legitimatie in de samenwerking. Dit betekent daarmee niet dat alle voorstellen uit de portefeuillehoudersoverleggen via de agenda van het algemeen bestuur in roulatie worden gebracht.

De regeling is op onderdelen aangevuld met een verduidelijking van de regierol en de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de regionale afstemming en besluitvorming van het algemeen bestuur. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de positie van het algemeen bestuur als formeel bestuurlijk opdrachtnemer. Dit speelt met name indien nieuwe opdrachten via de agenda van de portefeuillehoudersoverleggen ter realisatie bij de Regio worden gelegd. Het algemeen bestuur dient in de positie te zijn de prioriteit hiervan vast te stellen in relatie tot het lopende programma. Het algemeen bestuur stelt vast de personele inzet en de bijdrage van gemeenten waartoe bij een verhoging een begrotingswijzing met zienswijzeprocedure wordt doorlopen. Het algemeen bestuur is samengesteld uit de regionaal bestuurlijk trekkers die regionaal verantwoordelijkheid dragen voor het proces van legitimatie, de prioritering en inzet van menskracht en middelen voor hetgeen uit de portefeuillehoudersoverleggen en gemeenten aan opdrachten voortkomt. Bij aanvaarding van een opdracht wordt de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de realisatie van de opdracht expliciet toebedeeld aan een portefeuillehouder die zitting heeft in het algemeen bestuur.

Voor colleges en raden wordt op deze wijze een herkenbaar regionaal bestuurlijk aanspreekpunt gecreëerd, zonder af te doen aan de lokale bestuurlijke verantwoordingslijnen. Verruiming inzet van de zienswijzeprocedure De wetgever geeft in de Wet de mogelijkheid tot een ruimere toepassing van de zienswijzeprocedure. Dit sluit aan bij de behoefte van raden tijdig betrokken te zijn bij regionale afstemming en besluitvorming. Besluiten van het algemeen bestuur die zich afgelopen zittingsperioden in de samenwerkingspraktijk voor een zienswijzeprocedure aandienden of waarbij achteraf gezien het als gemis ervaren werd, zijn in de regeling gecodificeerd. De wetgever heeft het instrument niet ongelimiteerd willen voorschrijven maar op basis van regionaal maatwerk, passend bij de samenwerkingsregio en de heersende samenwerkingscultuur. Bij deze actualisering is het begrip besluit ruim geïnterpreteerd, namelijk regionaal af te stemmen vormen van samenwerking, (over)nemen van markttaken en het doen van investeringen boven de2,5 miljoen euro namens alle raden. De zienswijzeprocedure zorgt ervoor dat niet alleen het algemeen bestuur van de Regio maar ook raden onderling gestructureerd kennis kunnen nemen van de wensen en bedenkingen die bij de overige raden leven.

Bij regionale uitvoering van overheidstaken door de markt doen zich soms omstandigheden voor waarin de overheid zich moet heroriënteren. Een bredere politiek maatschappelijke afweging is dan aan de orde. Inzet van het instrument zienswijze waarborgt dat raden tijdig bij dergelijke regionale afwegingen zijn betrokken. 25

Afgelopen zittingsperioden is landelijk en ook door Rekenkamers onder de aandacht gebracht het beheersbaar houden van risico’s van verbonden partijen. In de private sector is gangbaar om de raden van toezicht of de aandeelhoudersvergaderingen vooraf te betrekken bij het aangaan van duurzame samenwerkingsvormen en het doen van investeringen. Duurzame samenwerking (denk hierbij aan een samenwerkingsovereenkomst of een vorm van shared service) is een aanvulling op de bestaande (wettelijke) regeling waarin deelnemingen in andere rechtspersonen reeds onderhevig zijn aan de wettelijke procedure wensen en bedenkingen en via de regeling een gekwalificeerde meerderheid binnen het algemeen bestuur. Burgerparticipatie Burgerparticipatie heeft in het wetsvoorstel Wet versterking participatie op decentraal niveau bijzondere aandacht gekregen. In regeling dient te zijn opgenomen op welke wijze door de Regio ingezetenen en belanghebbenden bij de besluiten betrokken worden. Al lange tijd is van kracht de Inspraakverordening gewest Gooi en Vechtstreek, waarbij Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht op een voorgenomen beslissing van toepassing kan worden verklaard. Deze Inspraakverordening wordt vervangen door de Participatieverordening Regio Gooi en Vechtstreek die door de raden wordt vastgesteld. De regeling codificeert daarmee de samenwerkingspraktijk.

Met participatie in fase van ontwikkeling en evaluatie is ruime ervaring opgedaan. Voorbeelden zijn de Samen Kracht bijeenkomsten bij de invoering van de Wmo 2015 of de afstemming en de samenwerking op ruimtelijk economisch terrein tussen de gemeenten, de gebiedspartijen en de respectievelijke beheer- en belangenorganisaties.

Begrotingsprocedure Voor de vaststelling van de begroting zijn in de Wet onder artikel 34 lid 2 en artikel 35 lid 1 en lid 4 een nieuw proces en enkele nieuwe uiterlijke data opgenomen. De uiterlijke termijnen zijn met 4 tot 6 weken opgerekt om de raden meer tijd te geven voor de beïnvloeding van begroting van de verbonden partijen. De kaderbrief mag om te beginnen in vervolg later, uiterlijk 30 april (dit was 15 april) worden toegezonden aan de raden. De vastgestelde begroting mag 6 weken later vóór 15 september (dit was 1 augustus) bij het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord - Holland worden aangeboden. De uiterlijke datum van aanlevering van de jaarrekening bij het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord – Holland is niet gewijzigd die blijft vóór 15 juli. Omdat sprake is van uiterlijke data is getoetst aan de betekenis voor de bestaande praktijk. Het dagelijks bestuur biedt volgens de huidige regeling vóór 1 februari de Kaderbrief aan. Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks vóór 30 april aan raden de ontwerpbegroting met als bijlage de voorlopige jaarrekening en een eventueel ontwerpvoorstel bestemming resultaat. De voorlopige jaarrekening gaat op dat moment al mee ter kennisname. Een ontwerpvoorstel over de bestemming van het resultaat gaat eveneens mee met de mogelijkheid tot het uitbrengen van een zienswijze.

Er is geen aanleiding om bovengenoemde werkwijze aan te passen. Verzending eerder dan 30 april blijkt in de praktijk niet haalbaar. Voor het uitbrengen van de zienswijze is de termijn van 8 weken verlengd naar de wettelijke termijn van12 weken. Dit komt in de regionale praktijk neer op de eerste week van juli. De indiening bij het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord - Holland is vóór 15 september. Uiterlijk 14 september dient de begroting door het algemeen bestuur te zijn vastgesteld en verzonden naar het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord - Holland. De aanpassing van artikel 35 lid 4 van de Wet gaat uit van een behandeling van de begroting in twee fasen. Het vierde lid legt het dagelijks bestuur de verplichting op om voorafgaande aan de vaststelling van de begroting een reactie op de zienswijzen vast te stellen en ter kennis te brengen aan de raden. De reactie dient gemotiveerd aan te geven of de zienswijze leidt tot een al of niet gewijzigde vaststelling van de begroting. Hierna stelt het algemeen bestuur de begroting vast. De raden hebben na 15 september de gelegenheid om een zienswijze bij het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord - Holland in te brengen.

Artikelsgewijze toelichting op de wijzigingen Artikel 2 Doelstelling In dit artikel is het doel van de regeling beschreven, namelijk een wenselijk geachte samenwerking tussen de gemeenten en Eemnes waarbij aan zowel de coördinerende, ondersteunende en overgedragen taken en bevoegdheden als de te verrichten dienstverlening uitvoering wordt gegeven. Privacy In de regeling is in de artikelen 5 en 6 over de uitvoering van de overgedragen taken en bevoegdheden en de vormen van dienstverlening een algemeen artikellid opgenomen over de rol van de Regio als (gezamenlijk) verwerkingsverantwoordelijke in relatie tot de gemeenten voor wat betreft verwerking van persoonsgegevens. Artikel 4 Afstemming en coördinatie Het eerste lid laat in de bestaande regeling in het midden op welke wijze taken of activiteiten aan de Regio worden opgedragen, 26

hoe deze worden aanvaard en wie daarvoor bestuurlijk aanspreekbaar is. Er zijn taken beschreven die de Regio voor de gemeenten kan uitvoeren. Aan deze taken zijn toegevoegd de beleidsuitvoering en het contractmanagement. Onder beleidsuitvoering valt het formuleren van de programma’s van eisen en wensen ten behoeve van de regionale inkoop- en aanbestedingstrajecten. Onder contractmanagement wordt verstaan het aangaan, wijzigen, opzeggen, in gebreke stellen, ontbinden en/of vorderen van nakoming van (inkoop)contracten en alle andere besluiten die daarmee samenhangen met uitzondering van het voeren van een rechtsgeding. Het tweede lid verduidelijkt dat het algemeen bestuur bij de opdrachtaanvaarding de hieraan verbonden voorwaarden vaststelt en de opdracht ook expliciet toewijst aan de regionaal bestuurlijk trekker, de voor raden en colleges aanspreekbare portefeuillehouder in het algemeen bestuur. In het vierde lid is bepaald dat de Regio invulling geeft aan de deelregionale uitwerking en wordt geborgd dat de afvaardiging naar het MRA bestuur en de platforms is geregeld en dat deze afvaardiging het deelregionale belang kan vertegenwoordigen.

Het vijfde lid waarborgt dat voor de ondersteunende en coördinerende taken zoals bedoeld in het derde lid wordt verwezen naar de Regionale Samenwerkingsagenda 2023 - 2026 zoals bedoeld in Bijlage 1 van de regeling, zodat duidelijk is welke ondersteunende en coördinerende taken voor welke gemeenten door de Regio worden uitgevoerd. Artikel 5 Overgedragen taken en bevoegdheden In het nieuwe derde lid zijn o.a. de volgende overgedragen taken en bevoegdheden opgenomen: III Publieke gezondheid Per 1 januari 2019 zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma. Het Rijksvaccinatieprogramma is een preventieprogramma gericht op jeugdigen. Jeugdigen worden gevaccineerd tegen verschillende ernstige infectieziekten. De Regio, onderdeel Jeugd en Gezin Gooi en Vechtstreek, voert voor de gemeenten de jeugdgezondheidszorg uit. De uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma op grond van artikel 6b leden 3, 4 en 5 van de Wet publieke gezondheid is aan deze overgedragen taak toegevoegd. IV Veilig Thuis De Regio is belast met de uitvoering van de taken van Veilig Thuis (voorheen Advies- en Meldpunt Huiselijk geweld en Kindermishandeling). Hiertoe heeft de Regio Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek in het leven geroepen. Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek voert de taken uit die in de Wmo 2015 en in de Wet tijdelijk huisverbod aan Veilig Thuis zijn opgedragen.

V Maatschappelijke ondersteuning Taken over beschermd wonen of opvang ten aanzien van accounthouderschap & marktmeesterschap, inkoop en contractbeheer en de kassiersfunctie zijn aan de Regio overgedragen. Accounthouderschap & marktmeesterschap betreft onder andere aanspreekpunt zijn voor aanbieders, het Rijk, de VNG, vertegenwoordigers van inwoners en cliënten en derden, data- en consequentieanalyse, coördineren van de samenwerking tussen uitvoering en beleid en het verzorgen van de bestuurlijke afstemming. De kassiersfunctie houdt in het beheren van de rijksuitkering en het overnemen van de betalingsverplichting aan aanbieders en budgethouders van de gemeenten inzake beschermd wonen of opvang onder de Wmo 2015. De gemeente Hilversum is in dit kader centrumgemeente binnen de regio Gooi en Vechtstreek en krijgt als onderdeel van de algemene uitkering in de integratieuitkering Sociaal Domein de middelen voor beschermd wonen of opvang. De raad van Hilversum heeft op 10 december 2014 besloten om, in navolging van de keuze om inkoop en contractbeheer bij de Regio te beleggen, het volledige budget beschermd wonen of opvang over te dragen aan de Regio Gooi en Vechtstreek. Alle gemeenten dragen in gezamenlijkheid de kansen en risico’s ten aanzien van dit budget.

Tevens is de Regio belast met de uitvoering van het beleidsplan als bedoeld in artikel 2.1.2 lid 1 van de Wmo 2015 ten aanzien van beschermd wonen of opvang als bedoeld in artikel 2.1.2 lid 2 sub g van de Wmo 2015. Dit betreft beschermd wonen of opvang van personen in verband met psychische of psychosociale problemen of omdat zij de thuissituatie hebben verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld. Op 16 januari 2023 is het wetsvoorstel invoering woonplaatsbeginsel beschermd wonen naar de Tweede Kamer gestuurd. De doordecentralisatie van beschermd wonen van centrumgemeenten naar alle gemeenten en een bijbehorend woonplaatsbeginsel staat al vanaf 2015 op de agenda. Hiermee wordt geregeld dat alle gemeenten voortaan verantwoordelijk zijn voor beschermd wonen voor de eigen inwoners. Het ministerie, de VNG, gemeenten en andere partijen werken al jaren aan deze ontwikkeling. VI Onderwijs Aan de Regio zijn alle gemeentelijke taken als bedoeld in de Leerplichtwet 1969 en de uitvoering van de regelgeving over de melding en de bestrijding van voortijdig school verlaten (Regionale Meld- en Coördinatiefunctie Voortijdig Schoolverlaten) als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op de expertisecentra overgedragen.

RBL Gooi en Vechtstreek voert deze taakopdracht uit en heeft naast het opmaken van een proces verbaal door de leerplichtambtenaar behoefte aan een effectiever middel om schoolverzuim tegen te gaan. De last onder dwangsom als 27

herstelsanctie leent zich hier goed voor, omdat schoolverzuim een duurovertreding is. Aan de uitvoering van de gemeentelijke taken op grond van de Leerplichtwet 1969 is toegevoegd het toepassen van bestuursrechtelijke handhaving tot naleving van deze wet. De bevoegdheid van het college tot het toepassen van bestuursdwang op grond van artikel 125 Gemeentewet is reeds overgedragen aan de Regio en bevat tevens de mogelijkheid om een last onder dwangsom op te leggen. Volwasseneneducatie Sinds 1 januari 2015 voeren de gemeenten de WEB uit. Gemeenten in een arbeidsmarktregio zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het aanbod van opleiding gericht op het verbeteren van de Nederlandse taal en rekenen bij laaggeletterden en nietinburgeringsplichtigen. De gemeente Hilversum is contactgemeente in de regio voor volwasseneneducatie. De raad van Hilversum heeft op 8 februari 2018 besloten de beleidscoördinatie en de middelen voor volwasseneneducatie onder te brengen bij de Regio. Vanaf 1 januari 2019 dragen de gemeenten gezamenlijk verantwoordelijkheid voor het beleid, de inkoop en de financiering (kassiersfunctie) van de WEB voor wat betreft de volwasseneneducatie. Tevens levert de Regio de noodzakelijke verantwoordingsinformatie aan bij de contactgemeente Hilversum die dit formeel naar het Rijk dient te verantwoorden.

De kassiersfunctie houdt in het beheren van de specifieke uitkering volwasseneneducatie (voor laaggeletterden) en het overnemen van de betalingsverplichting van de contactgemeente Hilversum aan aanbieders en budgethouders van de gemeenten voor volwasseneneducatie onder de WEB. De Regio koopt namens de gemeenten educatietrajecten in en sluit daartoe overeenkomsten met aanbieders. In de regeling zijn de beleidscoördinatie, de inkoop, de kassiersfunctie, het contractbeheer en het contractmanagement over de volwasseneneducatie als overgedragen taken opgenomen evenals het voorbereiden en het uitvoeren van een regionaal programma volwasseneneducatie als bedoeld in artikel 2.3.1 lid 3 onder a van de WEB. V Maatschappelijke ondersteuning, VII Jeugdhulp, VIII Participatiewet en IX Wet inburgering De Regio is belast met de opdrachtverstrekking van resp. maatwerkvoorzieningen aan aanbieders in het kader van de Wmo 2015, jeugdhulpvoorzieningen aan aanbieders in het kader van de Jeugdwet, re-integratievoorzieningen aan aanbieders in het kader van de Participatiewet en inburgeringstrajecten aan aanbieders in het kader van de Wet inburgering. Onder deze taakuitvoering valt de daartoe benodigde beleidsvoorbereiding, beleidsuitvoering, de inkoop, in- en externe monitoring, contractbeheer, de financiële controle op declaraties en het contractmanagement.

Onderstaand is een fasering van de werkzaamheden opgenomen. Fase a. en b. voeren Regio en gemeenten samen uit. De onderdelen c. t/m h. vallen onder de overgedragen taak. De Regio is voor de gemeenten en voor Eemnes op de benoemde taakvelden belast met de volgende taken: a. Samen met gemeenten verzamelt en analyseert de Regio informatie en formuleert voor en met instemming van de gemeenten en Eemnes adviezen met het oog op het te voeren beleid (beleidsvoorbereiding). Hierbij geldt de werkwijze van artikel 24; b. Fungeert samen met gemeenten bij deze beleidsvoorbereiding als aanspreekpunt voor betrokken instanties, inwoners en cliënten en maken daarover werkafspraken (‘wie doet wat’) (beleidsvoorbereiding); c. Formuleert op basis van de uitkomsten van de beleidsvoorbereiding de programma’s van eisen en wensen ten behoeve van de regionale inkoop- en aanbestedingstrajecten en zorgt voor aanlevering bij de colleges voor vaststelling (beleidsuitvoering); d. Voert de regionale inkoop- en aanbestedingstrajecten uit (de inkoop); e. Voert het contractbeheer uit (draagt zorg voor het documenteren en archiveren van contractgegevens met gecontracteerde aanbieders en bewaakt daaruit voortvloeiende acties). Een specifiek onderdeel van het contractbeheer is de controle op de betalingsverplichtingen aan aanbieders (contractbeheer); f.

Neemt de betalingsverplichting van de centrumgemeente Hilversum over voor het taakveld beschermd wonen of opvang zoals genoemd in artikel 5 lid 3 V onder a. en heeft daarvoor de beschikking over en beheert het volledige budget beschermd wonen of opvang (kassiersfunctie); g. Voert het contractmanagement uit (draagt zorg voor de juiste prestatie met de juiste kwaliteit op het juiste moment en de juiste plaats). De Regio is daarbij belast met het aangaan, wijzigen, opzeggen, ingebrekestellingen, ontbinding en/of vorderen van nakoming van contracten en alle andere besluiten, die hiermee verband (kunnen) houden met uitzondering tot het voeren van een rechtsgeding (contractmanagement); h. Voert de controle uit op rechtmatigheid van declaraties en monitort bij aanbieders ingediende klachten in het kader van respectievelijk de Wmo 2015, de Jeugdwet en de Participatiewet. In de regeling is opgenomen dat bij de opdrachtverstrekking van maatwerkvoorzieningen in het kader van de Wmo 2015, jeugdhulpvoorzieningen in het kader van de Jeugdwet en re-integratievoorzieningen in het kader van de Participatiewet aan aanbieders de Regio belast is met de monitoring van bij aanbieders ingediende klachten. Voor de uitvoering van de voorzieningen door de gecontracteerde aanbieders is een centraal klachtenloket ingesteld waarbij de Regio klachten inneemt en doorgeleidt naar de betreffende aanbieder.

De Regio heeft een taak bij het monitoren van klachten en als de klachtafhandeling bij de aanbieder niet naar wens verloopt of escaleert. Deze taakuitvoering is opgenomen in het aangepaste artikel 5 van de regeling. X Doelgroepenvervoer De raden van de gemeenten en van Eemnes hebben besloten de uitvoering van het Wmo taxivervoer en het leerlingenvervoer te beleggen bij de Regio. De Regio heeft hiervoor Vervoer Gooi en Vechtstreek B.V. opgericht. Op lange termijn wordt geïnvesteerd in technologie om de reiziger optimaal te kunnen ondersteunen, het wagenpark te verduurzamen en de 28

aansluiting met het openbaar vervoer te verbeteren. Aan de Regio zijn ten behoeve van het uitvoeren van het doelgroepenvervoer en het daarmee bereiken van een kwaliteitsverbetering de taken als bedoeld in artikel 1.2.1 onder a van de Wmo 2015 ten aanzien van de uitvoering van het Wmo taxivervoer en de taken als bedoeld in de artikelen 4 van de Wet op het voortgezet onderwijs, Wet op het primair onderwijs en de Wet op de Expertisecentra ten aanzien van de uitvoering van het leerlingenvervoer overgedragen. Artikel 6 Dienstverlening Artikel 6 is aangevuld met een nieuw lid 4 met als doel in de voorwaarden ook vast te leggen de invulling van de rol van opdrachtgever en van opdrachtnemer. Register dienstverlening Werkgeversdienstverlening De gemeenten en Eemnes hebben op grond van de artikelen 9 en 10 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Suwi) de verplichting om zorg te dragen voor dienstverlening aan werkgevers, de registratie van werkzoekenden en vacatures en uitvoering te geven aan een regionale samenwerking met het UWV in de arbeidsmarktregio Gooi en Vechtstreek door de economische zelfstandigheid van participatiegerechtigden te vergroten en hen met werkgevers te matchen op werk. De Regio zet in op het sluiten van arrangementen tussen gemeenten, onderwijs, re-integratie- en zorgpartners voor werkzoekenden in kansrijke sectoren.

De dienstverlening van het werkgeversservicepunt is in het register opgenomen. Zorg- en Veiligheidshuis Gooi en Vechtstreek Ten behoeve van het Zorg- en Veiligheidshuis Gooi en Vechtstreek fungeert de Regio als werkgever en wordt de beheerstaak uitgevoerd. De beheerstaak heeft betrekking op de kassiersfunctie, ondersteuning van de bedrijfsvoering en bestuurlijke afstemming tussen gemeenten, informatie en communicatie, raadplegen functionaris gegevensbescherming en uitvoeren audits, personele zaken en archivering. De inhoudelijke sturing en verantwoordelijkheid ligt bij de Stuurgroep van het Zorg- en Veiligheidshuis Gooi en Vechtstreek. De dienstverlening ten aanzien van het Zorg- en Veiligheidshuis Gooi en Vechtstreek is in het register opgenomen. Visit Gooi & Vecht In 2010 werd de Stichting Toerisme Gooi & Vecht opgericht met als doel door middel van marketingactiviteiten en informatievoorziening de regio Gooi en Vechtstreek te versterken als aantrekkelijke regio om te bezoeken en te recreëren. Om de kwaliteit van de dienstverlening te verbeteren en bij te dragen aan de gezamenlijke ambities van het regionaal programma Cultuur, Erfgoed, Recreatie en Toerisme is in 2019 besloten de stichting op te heffen en de taken van de stichting onder te brengen bij de Regio. De dienstverlening op het gebied van recreatie en toerisme is in het register opgenomen.

Reisvaccinaties Naast taken op het gebied van publieke gezondheidszorg, jeugdgezondheidszorg en ouderengezondheidszorg voorziet de GGD Gooi en Vechtstreek in een reizigersspreekuur waarbij inwoners van de regio advies kunnen inwinnen over vaccinaties en anti-malariamaatregelen voor op reis. De reisvaccinaties worden direct toegediend. De informatievoorziening aan reizigers over vaccinaties is als vorm van dienstverlening in het register opgenomen. Aanvullende dienstverlening Jeugd en Gezin Gooi en Vechtstreek Jeugd en Gezin Gooi en Vechtstreek verleent aanvullende dienstverlening in de gemeenten. De activiteiten hebben betrekking op gezins- en opvoedondersteuning zoals bijvoorbeeld het preventief begeleidingsprogramma Stevig Ouderschap voor gezinnen met een risico op opvoedproblematiek, workshops voor aanstaande ouders, cursussen voor ouders met baby’s tot vier maanden oud en prenataal huisbezoek bij kwetsbare zwangere vrouwen. Artikel 13 Bevoegdheden algemeen bestuur De procedure als bedoeld in het derde lid om te besluiten tot deelneming in en oprichting van een private rechtsvorm is in overeenstemming gebracht met artikel 31a van de Wet. Als extra waarborg is opgenomen dat een dergelijke besluit van het algemeen bestuur, gehoord de wensen en bedenkingen van de gemeenteraden, een meerderheid vraagt van tweederde van de uitgebrachte stemmen.

De aanleiding om hiervoor de gekwalificeerde meerderheid van het aantal uitgebrachte stemmen in het algemeen bestuur te nemen komt in de meeste gevallen overeen met een gekwalificeerde meerderheid van de deelnemende gemeenten. Als een gemeente niet deelneemt aan de desbetreffende taak kan het lid van het algemeen bestuur hierover geen stem uitbrengen. Artikel 14 Zienswijze en burgerparticipatie De wetgever geeft in de Wet de mogelijkheid tot een verruimde toepassing van de zienswijzeprocedure. Dit sluit aan bij de regionale praktijk en de behoefte van raden tijdig betrokken te zijn bij (boven)regionaal afgestemde besluitvorming. De lijst met besluiten komt voort uit de ervaring en de verworven inzichten van de afgelopen twee zittingsperioden. Het zijn onderwerpen waarbij raden hebben aangegeven aan de voorkant van een proces meer betrokken te willen zijn. Het algemeen bestuur maakt per traject steeds de afweging op welke wijze raden betrokken worden. Bij de Grondstoffenvisie worden de raden in ieder geval om zienswijzen gevraagd. 29

Het vierde lid van dit artikel beziet daarnaast de mogelijkheid tot burgerparticipatie. Er is ruim ervaring in de regionale samenwerking met diverse vormen van participatie. Lid 1 a het aangaan van een duurzame vorm van samenwerking Bij voorgenomen deelnemingen in andere rechtspersonen is zowel in de Wet als in de Gemeentewet geregeld dat wensen en bedenkingen worden opgevraagd bij de raden. Voor andere duurzame vormen van samenwerking via een overeenkomst of een bestuursconvenant geldt die regel niet, terwijl er politiek maatschappelijke relevantie is die afweging vraagt om dat het invloed heeft op het functioneren, de strategische positie of het imago van het samenwerkingsverband. In de private sector is gebruikelijk dat een raad van toezicht of aandeelhouders betrokken worden bij een voornemen van de directie tot het aangaan van duurzame samenwerking. Lid 1 b het in uitvoering (over)nemen van markttaken Vanwege het per definitie politieke karakter van dit type afwegingen en beslissingen over het opereren van de overheid op de commerciële markt, is het tijdig inwinnen van raadsstandpunten en zienswijzen in een voorbereidende fase van belang voor de legitimatie van de uiteindelijk te maken afwegingen en keuzes.

Lid 1 c het doen van een investering boven de 2,5 miljoen euro Naar analogie van betrokkenheid van aandeelhouders in de private sector aan de vooravond van omvangrijke investeringsbeslissingen, is het aangaan van een omvangrijke nieuwe investering (= een investering die niet in de begroting is opgenomen) ook voor de gemeenten een mogelijke toename van de omvang van het risico waarvoor gemeenten in de regeling garant staan. Dit zal in het algemeen gepaard gaan met en verhoging van de bijdrage van gemeenten en daarmee een begrotingswijziging waarop een zienswijzeprocedure van toepassing is. De regeling laat onder lid 1 c het opvragen van een zienswijze niet afhankelijk zijn van de vraag of de bijdrage per gemeente hierdoor verhoogd wordt. Lid 2. Voor het uitbrengen van een zienswijze geldt ook een termijn van 12 weken. Het dagelijks bestuur kan in spoedeisende gevallen een verkorte reactietermijn vaststellen. Denk hierbij aan de situatie dat van buitenaf een fatale termijn van inbreng is vastgesteld die niet te beïnvloeden is. Lid 3. Voorafgaande aan het nemen van een besluit door het algemeen bestuur waarop een zienswijze betrekking heeft, stelt het dagelijks bestuur de raden en het algemeen bestuur als het om een besluit van het algemeen bestuur gaat, schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijze(n) alsmede de conclusies die het daaraan verbindt.

Uiteraard wordt hierbij in afstemming met het advies van het portefeuillehoudersoverleg tot een conclusie gekomen. Lid 4. Burgerparticipatie vraagt nauwe afstemming en samenwerking met de gemeenten. Bij besluitvorming over afgestemd regionaal beleid kan gelegenheid worden geboden aan ingezetenen en belanghebbenden om inbreng te leveren bij de voorbereiding, bij de uitvoering en de evaluatie van beleid overeenkomstig de Participatieverordening Gooi en Vechtstreek. Het resultaat van de burgerparticipatie wordt ter kennis gebracht aan de raden zodat de uitkomst wordt meegewogen bij een uit te brengen zienswijze en/of een afgestemd besluit. Artikel 24 Portefeuillehoudersoverleggen en regionale samenwerkingsagenda Op advies van de werkgroep met raadsleden uit 2021 is verduidelijking aangebracht in de rolverdeling tussen het algemeen bestuur en de portefeuillehoudersoverleggen. In formele zin heeft het portefeuillehoudersoverleg binnen de regeling de status van adviserend orgaan. In het eerste lid is verduidelijkt dat overeenkomstig de samenwerkingspraktijk het algemeen bestuur - gehoord de gezamenlijke colleges - overgaat tot instelling van de portefeuillehoudersoverleggen.

Het portefeuillehoudersoverleg heeft volgens het vierde lid als commissie van advies krachtens de Wet de functie om gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen aan het algemeen bestuur en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten. De bestaande praktijk is dat een groot deel van de agenda van de portefeuillehoudersoverleggen gaat over het tot stand komen van afspraken tussen de colleges. In het vijfde lid is het woord besluiten vervangen door afspraken omdat verwarring kan ontstaan over de vraag welke beslissingsbevoegdheid een portefeuillehoudersoverleg nu precies volgens de Wet heeft. In formele zin is het portefeuillehoudersoverleg volgens de Wet een adviserend orgaan. Dit laat onverlet dat – en dit levert vaak de verwarring op via het principe van bestuurlijke vertegenwoordiging gemeentebestuurders met mandaat of volmacht natuurlijk aan iedere overlegtafel kunnen komen tot bindende afspraken. Dit vijfde lid regelt expliciet dat portefeuillehouders die zitting hebben in een portefeuillehoudersoverleg, zonder een toereikend bestuurlijk mandaat van hun college (of raad), de gemeente niet kunnen binden. De colleges en/of (door tussenkomst van de colleges) de raden moeten - vooraf of achteraf - de financiële of beleidsmatige consequenties van voorstellen die aan de orde zijn in het portefeuillehoudersoverleg bekrachtigen.

Personele, materiële en financiële gevolgen van dergelijke afspraken voor de Regio(begroting) dienen altijd ter vaststelling te 30

worden voorgelegd aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur heeft hierin een eigen bestuurlijke verantwoordelijkheid en stelt de aangereikte voorwaarden definitief vast en beoordeelt integraal of het past binnen het programma en de Regiobegroting. Artikel 26 Rechtspositie Per 1 januari 2020 is de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) in werking getreden waardoor de rechtspositie van ambtenaren gelijkgetrokken is met die van een werknemer in het bedrijfsleven. Tevens is sinds 1 januari 2020 de Cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties op de medewerkers van de Regio van toepassing. Voor sommige sectoren zoals de ambulance en de taxi gelden andere verplichte Cao’s. Artikel 27 t/m 35 Financiën en beheer Hoofdstuk 8 Financiën en beheer is in overeenstemming gebracht met de aangepaste begrotingscyclus volgens de Wet. Dit betreft o.a. de aanpassing van de zienswijzetermijn van acht naar twaalf weken in het vierde lid van artikel 29. In het tiende lid van artikel 29 is de mogelijkheid opgenomen om bij gevallen waar het budget van de centrumgemeente Hilversum wijzigt (en deze centrumbijdrage al bij de Regio ligt en het beleid niet wijzigt) geen zienswijze op te vragen.

Daar waar door het Rijk aan Hilversum centrumbijdragen worden toegekend, blijft het een budgetrecht van de raad van Hilversum of zij de uitvoering van de taak met de daarbij behorende middelen bij de Regio wil beleggen of dat zij dat zelf wil doen (of bij een derde partij wil beleggen). Artikel 38 Partiële uittreding en artikel 40 Uittreding Mede in verband met de nieuwe Wet die aangeeft uittredingsregels expliciet te maken, zijn de regels over (partiële) uittreding verduidelijkt. Gekozen is voor de in de jurisprudentie gehonoreerde forfaitaire methode. Die omvat de geleidelijke afbouw van de eigen bijdrage in het jaar van uittreden over een periode van vijf jaren. Bij partiële uittreding is de bijdrage berekend op basis van de aan die taak toe te rekenen kosten. De verlaging van de eigen bijdrage over vijf jaar start bij 0%. Het kan noodzakelijk zijn dat het algemeen bestuur een correctie toepast als in het jaar van uittreden sprake is van omvangrijke incidentele lasten of baten. De regeling biedt de mogelijkheid dan aan het algemeen bestuur om bij onbillijkheid gemotiveerd af te wijken van de hoofdregel.

Bij bepaling van de uittreedsom stelt het algemeen bestuur - in samenspraak met de gemeenten - in een samenhangend besluit de uittreedsom vast, de datum van uittreding en de voorwaarden en de gevolgen waaronder de (partiële) uittreding kan plaatsvinden, waaronder afspraken over onder andere het personeel, contracten, huisvesting en investeringen. Tenslotte is nieuw dat een gemeente het algemeen bestuur kan verzoeken om vooraf - bij een voornemen tot uittreding - een zo concreet mogelijk beeld te geven van de hieraan verbonden financiële en overige consequenties. Het algemeen bestuur brengt de kosten van die werkzaamheden in rekening bij de betrokken gemeente.

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13809373/1