bijlage 1 Ontwerp GR 14 december 2023 (1)
Tekst van het document
Was 2022
Wordt 2024
21.0005019
Alle voorgestelde wijzigingen t.o.v. versie 2022 zijn geel gearceerd. DOC-23001024
Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek geldend van 01-03-2022 t/m heden
Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek geldend van 01-05-2024 t/m heden
Intitulé
Intitulé
Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek
Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek
Vastgesteld met de vereiste meerderheid door de colleges en de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten in de periode 7 oktober 2021 tot 1 maart 2022. Voor de uittreding van de gemeente Weesp per 1 januari 2022 zijn tijdig in december 2020 door de raad en het college de benodigde besluiten genomen. Voor deze categorie aanpassingen is de vereiste twee derde meerderheid van instemming door de bevoegde organen van de gemeenten bereikt. Bij deze wijziging zijn geen taken en bevoegdheden wijzigingen aan de orde.
Vastgesteld met de vereiste meerderheid door de colleges en de raden van de deelnemende gemeenten in de periode 22 december 2023 tot 29 maart 2024. Bij deze wijziging zijn enkele aanpassingen aangaande de overdracht van taken en bevoegdheden wijzigingen aan de orde waarvoor unaniem besloten dient te worden door de colleges en de raden.
Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek
Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek
De raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Blaricum, Gooise Meren Hilversum, Huizen, Laren en Wijdemeren, ieder voor zoveel het zijn bevoegdheden betreft en de raad en het college van burgemeester en wethouders van gemeente Eemnes die per 1 januari 2016 partieel op enkele daarbij expliciet in de regeling weergegeven werkgebieden is toegetreden (partiële toetreding) onder instemming met de door het algemeen bestuur van de Regio Gooi en Vechtstreek gestelde bestuurlijke en financiële randvoorwaarden;
De raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren en Wijdemeren, ieder voor zoveel het zijn bevoegdheden betreft en de raad en het college van burgemeester en wethouders van gemeente Eemnes die per 1 januari 2016 partieel op enkele daarbij expliciet in de regeling weergegeven werkgebieden is toegetreden (partiële toetreding) onder instemming met de door het algemeen bestuur van de Regio Gooi en Vechtstreek gestelde bestuurlijke en financiële randvoorwaarden;
overwegende:
overwegende:
-dat de gemeenschappelijke regeling in 2019 voor het laatst is geactualiseerd en aangepast; -dat op korte termijn enkele aanpassingen en verduidelijkingen noodzakelijk zijn voorafgaande aan de nieuwe zittingsperiode; -dat artikel 4 is aangevuld met als activiteit subsidieverlening die in de samenwerkingspraktijk namens en voor gemeenten is en kan worden uitgevoerd; -dat de gemeente Weesp per 1 januari 2022 is uitgetreden en de regeling hierop is aangepast; -dat als gevolg van het uittreden van Weesp artikel 9 (nieuw) artikel 10 lid 1 tweede volzin en lid 2 (oud) tweede volzin een verdubbeling van het aantal leden in het algemeen bestuur is geschrapt vanwege het ontbreken van de wettelijke noodzaak; -dat artikel 7 (oud) de procedure tot tussentijdse wijziging van reeds opgedragen collegetaken en -bevoegdheden in de samenwerkingspraktijk geen toepassing kent en als overbodig en ongewenst is geschrapt; -dat artikel 8 (oud) artikel 7 (nieuw) evenals artikel 24 (oud) artikel 23 (nieuw) de procedure tot vaststelling van de Regionale samenwerkingsagenda is verduidelijkt en in overeenstemming is gebracht met het hierover ingewonnen advies;
−
−
−
−
−
−
dat de Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek (regeling) in 2022 voor het laatst is geactualiseerd en aangepast; dat in de regeling die is aangegaan voor onbepaalde termijn een tweejaarlijkse actualisatie van de regeling is opgenomen; dat door de inwerkingtreding van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2022 (Wet) de wettelijke termijnen en de wijze van behandeling van de begroting aanpassing vragen; dat gebruik gemaakt wordt van de mogelijkheid die de gewijzigde Wet biedt om breder toepassing te geven aan de procedure zienswijze om raden meer betrokken te doen zijn voorafgaande aan het nemen van belangrijke besluiten door het dagelijks of algemeen bestuur; dat het wenselijk is via de Participatieverordening Gooi en Vechtstreek de mogelijkheid te bieden aan ingezetenen en belanghebbenden om betrokken te worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van regionaal afgestemd beleid; dat de verantwoordelijkheid van het algemeen bestuur voor ontwerpvoorstellen die vanuit de Regio worden voorgelegd aan de raden en de legitimatie in de samenwerking de regeling is aangescherpt op advies
1
-dat in de regeling die werd aangegaan voor onbepaalde termijn is opgenomen de frequentie van actualisatie en evaluatie van de regeling; -dat bij in werking treden per 1 juli 2021 van de Wet elektronische publicaties de wijze van bekendmaking van de regeling is aangepast; -dat overige wijzigingen van redactionele aard zijn. gelezen: het voorstel aan het algemeen bestuur d.d. 9 september 2021, nr. 21.0006060; gelet op de bepalingen in de Gemeentewet en in de Wet gemeenschappelijke regelingen
van de werkgroep met raadsleden die hierover het algemeen bestuur in 2021 heeft geadviseerd; − dat in de beleidsvoorbereiding de Regio ondersteunende en coördinerende taken verricht op strategisch en politiek belangrijke thema’s waarvoor vanuit wet- en regelgeving of vanuit besluiten van (hogere) overheden regionale beleidsafstemming vereist is; − dat het wenselijk is het behartigen door de Regio van het deelregionale belang van de regio Gooi en Vechtstreek in de Metropool Regio Amsterdam in de regeling wordt vastgelegd; − dat is besloten de inkoop van inburgeringstrajecten, de afhandeling van declaraties van aanbieders en de nakoming van contractuele afspraken op basis van de Wet inburgering 2021 structureel te beleggen in de vorm van een overgedragen taak in artikel 5 van de regeling; − dat er voor door de Regio gecontracteerde zorgaanbieders binnen het sociaal domein een centraal klachtenloket is ingesteld waarbij de Regio de klachtafhandeling als deze niet naar wens verloopt of escaleert, monitort; − dat het wenselijk is de rechtpositiebepaling als bedoeld in artikel 26 van de regeling te wijzigen; − dat het wenselijk is in de regeling bij overgedragen taken als bedoeld in artikel 5 van de regeling en dienstverlenende taken als bedoeld in artikel 6 van de regeling regels van privacy op te nemen. gelezen: het voorstel aan het algemeen bestuur d.d. #########, nr.
######; gelet op de bepalingen in de Gemeentewet en in de Wet gemeenschappelijke regelingen
BESLUITEN:
BESLUITEN:
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Algemene bepalingen
1. In deze Gemeenschappelijke Regeling wordt verstaan onder: a. Algemeen bestuur: het algemeen bestuur van de Regio; b. Dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de Regio; c. Voorzitter: de voorzitter van de Regio; d. Portefeuillehoudersoverleg: de vergadering van portefeuillehouders van de gemeenten; e. Portefeuillehouder: lid van het college van burgemeester en wethouders van een gemeente verantwoordelijk voor een bepaald beleidsterrein; f. Gemeenten: de aan deze regeling deelnemende gemeenten met uitzondering van Eemnes; g. Eemnes: de gemeente Eemnes; h. Regio: het rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en in artikel 3 van deze regeling; i. Wet: Wet gemeenschappelijke regelingen;. j. Regeling: Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek
1. In deze Gemeenschappelijke Regeling wordt verstaan onder: a. Algemeen bestuur: het algemeen bestuur van de Regio; b. Dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de Regio; c. Voorzitter: de voorzitter van de Regio; d. Portefeuillehoudersoverleg: de vergadering van portefeuillehouders van de gemeenten; e. Portefeuillehouder: lid van het college van burgemeester en wethouders van een gemeente verantwoordelijk voor een bepaald beleidsterrein; f. Gemeenten: de aan deze regeling deelnemende gemeenten met uitzondering van Eemnes; g. Raad: de gemeenteraad van een aan de regeling deelnemende gemeente; h. College: het college van burgemeester en wethouders van een aan de regeling deelnemende gemeente; i. Burgemeester: de burgemeester van een aan de regeling deelnemende gemeente; jg. Eemnes: de gemeente Eemnes; kh. Regio: het rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en in artikel 3 van deze regeling;
2.Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet, dan wel andere wettelijke regelingen van overeenkomstige
2
toepassing worden verklaard, wordt, tenzij anders vermeld, in die artikelen voor de gemeente, de raad, burgemeester en wethouders en de burgemeester, respectievelijk gelezen: de Regio, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.
li. regio: het gebied Gooi en Vechtstreek; mj. Wet: Wet gemeenschappelijke regelingen; nk. Regeling: Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek. 2.Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet, dan wel andere wettelijke regelingen van overeenkomstige toepassing worden verklaard, wordt, tenzij anders vermeld, in die artikelen voor de gemeente, de raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester, respectievelijk gelezen: de Regio, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.
Hoofdstuk 2 Regio Gooi en Vechtstreek Artikel 2 Doelstelling Doel van deze regeling is de wenselijk geachte samenwerking tussen de gemeenten in de regio Gooi en Vechtstreek en Eemnes zodanig vorm te geven dat de aan de Regio overgedragen, ondersteunende en coördinerende taken en dienstverlening doelmatig en doeltreffend worden uitgevoerd met behoud van de regie van de gemeenten onder waarborging van betrokkenheid van gemeenteraden bij de regionale samenwerking.
Hoofdstuk 2 Regio Gooi en Vechtstreek Artikel 2 Doelstelling Doel van deze regeling is de wenselijk geachte samenwerking tussen de gemeenten in Gooi en Vechtstreek en Eemnes zodanig vorm te geven dat de aan de Regio opgedragen taken en dienstverlening doelmatig en doeltreffend worden uitgevoerd met behoud van de regie van de gemeenten onder waarborging van betrokkenheid van gemeenteraden bij de regionale samenwerking.
Artikel 3 Instelling 1. Er is een openbaar lichaam genaamd Regio Gooi en Vechtstreek. 2. Het openbaar lichaam is gevestigd in Bussum (gemeente Gooise Meren). 3. Het werkgebied betreft het grondgebied van de samenwerkende gemeenten.
Hoofdstuk 3 Samenwerking Artikel 4 Afstemming en coördinatie 1. De Regio kan voor de gemeenten de navolgende taken uitvoeren: • belangenbehartiging/lobby; • delen kennis, capaciteit en deskundigheid; • bevorderen onderlinge afstemming; • visieontwikkeling; • verwerving van budgetten; • beleidsvoorbereiding; • inkoop en contractbeheer; • gezamenlijk beheer; • beleidsuitvoering;
Artikel 3 Instelling 1. Er is een openbaar lichaam genaamd Regio Gooi en Vechtstreek. 2. Het openbaar lichaam is gevestigd in Bussum (gemeente Gooise Meren). 3. Het werkgebied betreft het grondgebied van de samenwerkende gemeenten.
Hoofdstuk 3 Samenwerking Artikel 4 Afstemming en coördinatie 1. De Regio kan voor de gemeenten de navolgende taken uitvoeren: • belangenbehartiging/lobby; • delen kennis, capaciteit en deskundigheid; • bevorderen onderlinge afstemming; • visieontwikkeling; • verwerving van budgetten; • beleidsvoorbereiding; • inkoop en contractbeheer; • gezamenlijk beheer; • beleidsuitvoering; • contractmanagement; • subsidieverlening. 2. Het algemeen bestuur stelt bij aanvaarding van een wettelijke taak of een bestuursopdracht de financiële, personele en organisatorische voorwaarden vast en wijst de portefeuille toe binnen het algemeen bestuur (bestuurlijk trekker). 3. In de beleidsvoorbereiding verricht de Regio ondersteunende en coördinerende taken op strategisch en politiek belangrijke thema’s waarvoor vanuit wet- en regelgeving of vanuit besluiten van (hogere) overheden regionale beleidsafstemming vereist is. 4. De Regio coördineert de inzet en inbreng in de Metropool Regio Amsterdam (MRA) vanuit de regio. Het algemeen 3
• contractmanagement; • subsidieverlening.
bestuur vaardigt bestuurders af namens de Regio naar het MRA bestuur, de platforms en portefeuillehoudersoverleggen. Inhoudelijke afstemming vooraf en terugkoppeling achteraf vindt plaats in de regionale portefeuillehoudersoverleggen. Het algemeen bestuur heeft voor de deelregionale afvaardiging en afstemming werkafspraken vastgesteld. In Bijlage 1 van de regeling is een toelichting opgenomen van deze deelregionale afvaardiging en afstemming en wordt verwezen naar de werkafspraken op de website van de Regio. 5. De onder lid 3 opgedragen taken of activiteiten zijn opgenomen als ondersteunende en coördinerende taken in de Regionale Samenwerkingsagenda en deze vormt als Bijlage 2 een onderdeel van de regeling.
Artikel 5 Overgedragen taken en bevoegdheden
Artikel 5 Overgedragen taken en bevoegdheden 1. De Regio is ten aanzien van alle overgedragen taken belast met beleidsvoorbereiding. 2. De Regio is ten aanzien van de uitvoering resp. uitoefening van alle overgedragen taken en bevoegdheden verwerkingsverantwoordelijke en in die hoedanigheid bevoegd tot het verwerken van persoonsgegevens. 3. De Regio is belast met uitvoering van de navolgende taken en hiermee verband houdende aan het algemeen bestuur overgedragen bevoegdheden, op taakveld:
1. De Regio is ten aanzien van alle overgedragen taken belast met beleidsvoorbereiding. 2. De Regio is belast met uitvoering van de navolgende taken en hiermee verband houdende aan het algemeen bestuur overgedragen bevoegdheden, op taakveld:
I. Ambulancezorg, voor de gemeenten: het verlenen van ambulancezorg op grond van de Wet Ambulancezorgvoorzieningen en de uitvoering van het ambulancedeel in de meldkamer die gemeenschappelijk met politie en brandweer wordt beheerd.
I. Ambulancezorg, voor de gemeenten: het verlenen van ambulancezorg op grond van de Wet Ambulancezorgvoorzieningen en de uitvoering van het ambulancedeel in de meldkamer die gemeenschappelijk met politie en brandweer wordt beheerd.
II. Milieubeheer, voor de gemeenten: de uitvoering van Hoofdstuk 10. Afvalstoffen van de Wet milieubeheer (Wm), voor zover deze aan gemeenten is opgedragen, met uitzondering van het bepaalde over afvalwater. Ten behoeve van de uitvoering van Hoofdstuk 10. Afvalstoffen van de Wm is de bevoegdheid tot het vaststellen van de afvalstoffenverordening door de gemeenteraad als bedoeld in artikel 10.23 van de Wm overgedragen.
II. Milieubeheer, voor de gemeenten: de uitvoering van Hoofdstuk 10. Afvalstoffen van de Wet milieubeheer (Wm), voor zover deze aan gemeenten is opgedragen, met uitzondering van het bepaalde over afvalwater. Ten behoeve van de uitvoering van Hoofdstuk 10. Afvalstoffen van de Wm is de bevoegdheid tot het vaststellen van de afvalstoffenverordening door de gemeenteraad als bedoeld in artikel 10.23 van de Wm overgedragen.
III. Publieke gezondheid, voor gemeenten: de uitvoering van de taken publieke gezondheidszorg algemeen, jeugdgezondheidszorg, ouderengezondheidszorg, algemene infectieziektebestrijding, Rijksvaccinatieprogramma en beschikbaarstelling deskundigheid. Ten behoeve van deze taken zijn de bevoegdheden als bedoeld in artikel 2 leden 1 en 2, artikel 5 leden 1 tot en met 4, artikel 5a leden 1 en 2, artikel 6 lid 1, artikel 6b leden 3 tot en met 5 en artikel 15 lid 1 van de Wet publieke gezondheid overgedragen; Ten behoeve van de uitvoering van artikel 5 van de Wpg is de bevoegdheid tot het verwerken van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Wpg overgedragen. IV. AMHK, voor de gemeenten: taken met betrekking tot het Advies en Meldpunt Huiselijk geweld en Kindermishandeling Gooi en Vechtstreek als bedoeld in het bepaalde bij of krachtens Hoofdstuk 4. Adviesen meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) waaronder de coördinatie en afstemming bij het voornemen tot oplegging van een tijdelijk huisverbod in verband met (een
III. Publieke gezondheid, voor de gemeenten: de uitvoering van de taken publieke gezondheidszorg algemeen, jeugdgezondheidszorg, ouderengezondheidszorg, algemene infectieziektebestrijding, Rijksvaccinatieprogramma en beschikbaarstelling deskundigheid. Ten behoeve van deze taken zijn de bevoegdheden als bedoeld in artikel 2 leden 1 en 2, artikel 5 leden 1 tot en met 4, artikel 5a leden 1 en 2, artikel 6 lid 1, artikel 6b leden 3 tot en met 5 en artikel 15 lid 1 van de Wet publieke gezondheid overgedragen. Ten behoeve van de uitvoering van artikel 5 van de Wpg is de bevoegdheid tot het verwerken van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Wpg overgedragen. IV. AMHK, Veilig Thuis, voor de gemeenten: taken met betrekking tot Veilig Thuis het Advies en Meldpunt Huiselijk geweld en Kindermishandeling Gooi en Vechtstreek als bedoeld in het bepaalde bij of krachtens Hoofdstuk 4. Veilig Thuis Advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) en als bedoeld in waaronder de coördinatie en afstemming bij het voornemen tot oplegging van een tijdelijk huisverbod in verband met (een 4
ernstig vermoeden van) kindermishandeling als bedoeld in artikel 2 lid 3 van de Wet tijdelijk huisverbod.
ernstig vermoeden van) kindermishandeling als bedoeld in artikel 2 lid 3 van de Wet tijdelijk huisverbod.
V. Maatschappelijke ondersteuning, voor de gemeenten en voor Eemnes: a. de uitvoering van de navolgende taken ten aanzien van de nieuwe centrumgemeente taken (beschermd wonen) als bedoeld in de Wmo 2015:
V. Maatschappelijke ondersteuning, voor de gemeenten en voor Eemnes: a. de uitvoering van de navolgende taken ten aanzien van de nieuwe centrumgemeente taken (beschermd wonen of opvang) als bedoeld in artikel 1.2.1 onder b en c van de Wmo 2015:
1. accounthouderschap & marktmeesterschap; 2. inkoop en contractbeheer; 3. kassiersfunctie. b. de opdrachtverstrekking van maatwerkvoorzieningen aan aanbieders, de controle op rechtmatigheid van declaraties van maatwerkvoorziening en de behandeling van klachten in het kader van de Wmo 2015. Tot deze taakuitvoering behoort de daartoe benodigde verwerking van persoonsgegevens;
c. de uitvoering van het bepaalde in het door de gemeenten en Eemnes vastgestelde plan als bedoeld in artikel 2.1.2 lid 1 van de Wmo 2015 ten aanzien van beschermd wonen of opvang als bedoeld in artikel 2.1.2 lid 2 sub g van de Wmo 2015. Tot deze taakuitvoering behoren in ieder geval de beleidsuitvoering, de inkoop en het contractbeheer voor beschermd wonen of opvang. VI. Onderwijs, voor de gemeenten en voor Eemnes: a. de uitvoering van alle gemeentelijke taken als bedoeld in de Leerplichtwet 1969 én met de uitvoering van de regelgeving met betrekking tot de melding en de bestrijding van voortijdig school verlaten (Regionale Meld- en Coördinatiefunctie Voortijdig Schoolverlaten) als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op de expertisecentra. Tot deze taken behoren in ieder geval: 1. de registratie en administratie van de leerplichtige en kwalificatieplichtige leerlingen en van leerlingen met een leerovereenkomst; 2. de preventieve en curatieve maatschappelijke zorg bij schoolverzuim en voortijdig schoolverlaters; 3. justitiële taken in geval van overtreding van de leerplicht of kwalificatieplicht ten behoeve van ouders, scholen en jongeren vanaf 12 jaar; 4. de behandeling van aanvragen tot vrijstelling of ontheffing schoolbezoek, leerplicht en kwalificatieplicht; 5.
het voeren van overleg met de daarvoor in aanmerking komende instanties; 6. het geven van voorlichting aan scholen, ouders en jongeren; ouders en jongeren; 7. het toezicht op naleving van de Leerplichtwet 1969; 8. het toepassen van bestuurlijke handhaving tot naleving van de Leerplichtwet 1969. b. de navolgende taken ten aanzien van de nieuwe Centrumgemeentetaken (volwasseneneducatie) als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB):
1. beleidscoördinatie ten aanzien van het voorbereiden en
1. accounthouderschap & marktmeesterschap; 2. inkoop en contractbeheer; 3. kassiersfunctie. b. de opdrachtverstrekking van maatwerkvoorzieningen aan aanbieders, de controle op rechtmatigheid van declaraties van maatwerkvoorzieningen, de monitoring behandeling van bij aanbieders ingediende klachten en het uitvoeren van cliëntenervaringsonderzoek in het kader van de Wmo 2015. Tot deze taakuitvoering behoort de daartoe benodigde verwerking van persoonsgegevens; c. de uitvoering van het bepaalde in het door de gemeenten en Eemnes vastgestelde plan als bedoeld in artikel 2.1.2 lid 1 van de Wmo 2015 ten aanzien van beschermd wonen of opvang als bedoeld in artikel 2.1.2 lid 2 sub g van de Wmo 2015. Tot deze taakuitvoering behoren in ieder geval de beleidsuitvoering, de inkoop en het contractbeheer voor beschermd wonen of opvang. VI. Onderwijs, voor de gemeenten en voor Eemnes: a. de uitvoering van alle gemeentelijke taken als bedoeld in de Leerplichtwet 1969 én met de uitvoering van de regelgeving met betrekking tot de melding en de bestrijding van voortijdig school verlaten (Regionale Meld- en Coördinatiefunctie Voortijdig Schoolverlaten) als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) en de Wet op de expertisecentra. Tot deze taken behoren in ieder geval: 1.
de registratie en administratie van de leerplichtige en kwalificatieplichtige leerlingen en van leerlingen met een leerovereenkomst; 2. de preventieve en curatieve maatschappelijke zorg bij schoolverzuim en voortijdig schoolverlaters; 3. justitiële taken in geval van overtreding van de leerplicht of kwalificatieplicht ten behoeve van ouders, scholen en jongeren vanaf 12 jaar; 4. de behandeling van aanvragen tot tijdelijke vrijstelling of ontheffing van geregeld schoolbezoek, inschrijvingsplicht, leerplicht en kwalificatieplicht; 5. het voeren van overleg met de daarvoor in aanmerking komende instanties; 6. het geven van voorlichting aan scholen, ouders en jongeren; ouders en jongeren; 7. het toezicht op naleving van de Leerplichtwet 1969; 8. het toepassen van bestuursrechtelijke handhaving tot naleving van de Leerplichtwet 1969. b. de centrumgemeente taken navolgende taken ten aanzien van de nieuwe cCentrumgemeente taken (volwasseneneducatie) als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB: 5
uitvoeren van een regionaal programma (beleidsplan) als bedoeld in artikel 2.3.1 lid 3 onder a van de WEB; 2. inkoop en contractbeheer; 3. kassiersfunctie. Ten behoeve van de uitvoering van de taken als bedoeld onder VI Onderwijs onder a zijn de bevoegdheid tot daden van regeling en bestuur, de bevoegdheden die in de Leerplichtwet 1969, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op de expertisecentra aan het college van B&W zijn toegekend en de bevoegdheid om bestuursdwang ex artikel 125 Gemeentewet toe te passen tot handhaving van de regels van de Leerplichtwet 1969 overgedragen; Ten behoeve van de uitvoering van de taken als bedoeld onder VI Onderwijs onder b is de bevoegdheid als bedoeld in artikel 2.3.1 lid 3 van de WEB overgedragen. VII. Jeugdhulp, voor de gemeenten: a. de opdrachtverstrekking van jeugdhulpvoorzieningen aan aanbieders, de controle op rechtmatigheid van declaraties van jeugdhulpvoorzieningen, de melding aanvang zorg en de behandeling van klachten in het kader van de Jeugdwet. Tot deze taakuitvoering behoort de daartoe benodigde verwerking van persoonsgegevens; b. jeugdhulp te allen tijde bereikbaar en beschikbaar te hebben in situaties waarin onmiddellijke uitvoering van taken is geboden (artikel 2.6 lid 1 onder b Jeugdwet).
Ten behoeve van de uitvoering van de taak als bedoeld in VII Jeugdhulp onder b zijn de volgende hiermee verband houdende bevoegdheden overgedragen: - het onverwijld melden aan de ingevolge de Jeugdwet met toezicht belaste ambtenaren van iedere calamiteit die zich bij de verlening van jeugdhulp heeft voorgedaan en van geweld bij de verlening van jeugdhulp (artikel 4.1.8 lid 1 Jeugdwet); - het treffen van een regeling voor de behandeling van klachten over gedragingen van de Crisisdienst Jeugdwet en van voor de Crisisdienst Jeugdwet werkzame personen jegens een jeugdige, ouder, ouder zonder gezag, voogd, degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag over de jeugdige uitoefent of een pleegouder in het kader van de verlening van jeugdhulp (artikel 4.2.1 Jeugdwet); - het jaarlijks opstellen van een verslag over de naleving van de Jeugdwet in het voorafgaande jaar met betrekking tot regels omtrent de kwaliteit van de jeugdhulp onderscheidenlijk de kwaliteit van de uitvoering van de taken, het klachtrecht en de medezeggenschap ( artikel 4.3.1 Jeugdwet); - het gebruik van het burgerservicenummer van een jeugdige als bedoeld in artikel 7.2.1 van de Jeugdwet en het vaststellen van het burgerservicenummer van een jeugdige als bedoeld in artikel 7.2.2 van de Jeugdwet alsmede de bevoegdheid om van de verplichtingen in de artikelen 7.2.1 en 7.2.2 van de Jeugdwet af te wijken
als bedoeld in artikel 7.2.6 van de Jeugdwet; - de bevoegdheid tot het verwerken van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 7.4.0 lid 1 en 2 van de Jeugdwet.
1. beleidscoördinatie ten aanzien van het voorbereiden en uitvoeren van een regionaal programma (beleidsplan) als bedoeld in artikel 2.3.1 lid 3 onder a van de WEB; 2. inkoop en contractbeheer; 3. kassiersfunctie. Ten behoeve van de uitvoering van de taken als bedoeld onder VI Onderwijs onder a zijn de bevoegdheid tot daden van regeling en bestuur, de bevoegdheden die in de Leerplichtwet 1969, de Wet op het voortgezet onderwijs, de WEBet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op de expertisecentra aan het college van B&W zijn toegekend en de bevoegdheid van het college om bestuursdwang als bedoeld in ex artikel 125 Gemeentewet toe te passen tot bestuursrechtelijke handhaving van de regels van de Leerplichtwet 1969 overgedragen; Ten behoeve van de uitvoering van de taken als bedoeld onder VI Onderwijs onder b is de bevoegdheid als bedoeld in artikel 2.3.1 lid 3 van de WEB overgedragen. VII. Jeugdhulp, voor de gemeenten: a. de opdrachtverstrekking van jeugdhulpvoorzieningen aan aanbieders, de controle op rechtmatigheid van declaraties van jeugdhulpvoorzieningen, de melding aanvang zorg en de monitoring van bij aanbieders ingediende behandeling van klachten in het kader van de Jeugdwet. Tot deze taakuitvoering behoort de daartoe benodigde verwerking van persoonsgegevens; b.
jeugdhulp te allen tijde bereikbaar en beschikbaar te hebben in situaties waarin onmiddellijke uitvoering van taken is geboden (artikel 2.6 lid 1 onder b van de Jeugdwet). Ten behoeve van de uitvoering van de taak als bedoeld in VII Jeugdhulp onder b zijn de volgende hiermee verband houdende bevoegdheden overgedragen: - het onverwijld melden aan de volgens ingevolge de Jeugdwet met toezicht belaste ambtenaren van iedere calamiteit die zich bij de verlening van jeugdhulp heeft voorgedaan en van geweld bij de verlening van jeugdhulp (artikel 4.1.8 lid 1 van de Jeugdwet); - het treffen van een regeling voor de behandeling van klachten over gedragingen van de Crisisdienst Jeugdwet en van voor de Crisisdienst Jeugdwet werkzame personen jegens een jeugdige, ouder, ouder zonder gezag, voogd, degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag over de jeugdige uitoefent of een pleegouder in het kader van de verlening van jeugdhulp (artikel 4.2.1 van de Jeugdwet); - het jaarlijks opstellen van een verslag over de naleving van de Jeugdwet in het voorafgaande jaar met betrekking tot regels omtrent de kwaliteit van de jeugdhulp onderscheidenlijk de kwaliteit van de uitvoering van de taken, het klachtrecht en de medezeggenschap ( artikel 4.3.1 van de Jeugdwet); - het gebruik van het burgerservicenummer van een jeugdige als bedoeld in artikel 7.2.1 van de Jeugdwet en het
vaststellen van het burgerservicenummer van een jeugdige als bedoeld in artikel 7.2.2 van de Jeugdwet alsmede de bevoegdheid om van de verplichtingen in de artikelen 7.2.1 en 7.2.2 van de Jeugdwet af te wijken als bedoeld in artikel 7.2.6 van de Jeugdwet; 6
VIII. Participatiewet, voor de gemeenten en voor Eemnes: de opdrachtverstrekking van re-integratievoorzieningen aan aanbieders, de controle op rechtmatigheid van declaraties van re-integratievoorzieningen en de behandeling van klachten in het kader van de Participatiewet. Tot deze taakuitvoering behoort de daartoe benodigde verwerking van persoonsgegevens.
IX. Doelgroepenvervoer, a. voor de gemeenten Blaricum, Eemnes, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren en Wijdemeren: de uitvoering van het Wmo-vervoer als bedoeld in artikel 1.2.1 van de Wmo 2015; b. voor de gemeenten Blaricum, Eemnes, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren en Wijdemeren: de uitvoering van het leerlingenvervoer als bedoeld in de artikelen 4 van de Wet op het primair onderwijs, Wet op de expertisecentra en Wet op het voortgezet onderwijs; c. voor de gemeenten Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren en Wijdemeren: de uitvoering van het jeugdhulpvervoer als bedoeld in artikel 2.3 lid 2 van de Jeugdwet.
3. Indien ten gevolge van een wijziging van wettelijke regelingen op de terreinen vermeld in voorgaande leden van dit artikel, de uitvoering van werkzaamheden ter realisatie strekt van een andere regeling dan ter uitvoering waarvan zij ten tijde van het van kracht worden van deze regeling strekte, dan wel indien in deze werkzaamheden ten gevolge van een dergelijke wijziging veranderingen optreden, blijven deze, voor zover hun strekking en omvang door hun wijziging niet wezenlijk veranderen, behoren tot de aan de Regio opgedragen taken.
Artikel 6 Dienstverlening 1. De Regio kan diensten verlenen aan één of meerdere deelnemende gemeenten indien deze daarom verzoeken. 2. De Regio kan diensten verlenen aan één of meerdere niet deelnemende gemeenten indien deze daarom verzoeken. 3. Een besluit tot verlening van diensten wordt - op basis van een advies van een betrokken portefeuillehoudersoverleg genomen door het algemeen bestuur onder vermelding van de wijze van kostentoerekening en de overige voorwaarden waaronder diensten worden verleend.
- de bevoegdheid tot het verwerken van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 7.4.0 lid 1 en 2 van de Jeugdwet. VIII. Participatiewet, voor de gemeenten en voor Eemnes: de opdrachtverstrekking van re-integratievoorzieningen aan aanbieders, de controle op rechtmatigheid van declaraties van re-integratievoorzieningen en de monitoring behandeling van bij aanbieders ingediende klachten in het kader van de Participatiewet. Tot deze taakuitvoering behoort de daartoe benodigde verwerking van persoonsgegevens. IX Wet inburgering 2021, voor de gemeenten en voor Eemnes: de opdrachtverstrekking van inburgeringstrajecten aan aanbieders, de controle op rechtmatigheid van declaraties van inburgeringstrajecten, de naleving van contractuele afspraken en de monitoring van bij aanbieders ingediende klachten zoals bedoeld in Hoofdstuk 5 van de Wet inburgering 2021. X. Doelgroepenvervoer, a. voor de gemeenten en voor Blaricum, Eemnes, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren en Wijdemeren: de uitvoering van het Wmo-vervoer als bedoeld in artikel 1.2.1 onder a van de Wmo 2015; b. voor de gemeenten en voor Blaricum Eemnes, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren en Wijdemeren: de uitvoering van het leerlingenvervoer als bedoeld in de artikelen 4 van de Wet op het primair onderwijs, Wet op de expertisecentra en Wet op het voortgezet onderwijs; c.
voor de gemeenten Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren en Wijdemeren: de uitvoering van het jeugdhulpvervoer als bedoeld in artikel 2.3 lid 2 van de Jeugdwet. 3. Indien ten gevolge van een wijziging van wettelijke regelingen op de terreinen vermeld in voorgaande leden van dit artikel, de uitvoering van werkzaamheden ter realisatie strekt van een andere regeling dan ter uitvoering waarvan zij ten tijde van het van kracht worden van deze regeling strekte, dan wel indien in deze werkzaamheden ten gevolge van een dergelijke wijziging veranderingen optreden, blijven deze, voor zover hun strekking en omvang door hun wijziging niet wezenlijk veranderen, behoren tot de aan de Regio overgedragen taken en bevoegdheden.
Artikel 6 Dienstverlening 1. De Regio kan diensten verlenen aan één of meerdere deelnemende gemeenten indien deze daarom verzoeken. 2. De Regio kan diensten verlenen aan één of meerdere niet deelnemende gemeenten indien deze daarom verzoeken. 3. Een besluit tot verlening van diensten wordt - op basis van een advies van een betrokken portefeuillehoudersoverleg genomen door het algemeen bestuur onder vermelding van de wijze van kostentoerekening en de overige voorwaarden waaronder diensten worden verleend. 4. In de voorwaarden wordt in ieder geval vastgelegd de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het (gecoördineerd) opdrachtgeverschap van de gemeente(n) bij de (beleids)voorbereiding, de coördinatie, de uitvoering en de evaluatie van de dienstverlening, in relatie tot het algemeen 7
4. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor het inrichten van een register, behorende als Bijlage 1 bij deze regeling, waarin de besluiten tot dienstverlening als bedoeld in het vorige lid worden vastgelegd. Daarbij wordt voor elke dienstverleningsactiviteit vermeld voor welke gemeente(n) de Regio die dienstverlening verzorgt. 5. Het register als bedoeld in het vorige lid wordt jaarlijks geactualiseerd indien en voor zover gemeenten gebruik gaan maken van die dienstverlening conform lid 3, dan wel de afname van die dienstverlening juist hebben beëindigd. 6. Indien alle gemeenten de dienstverlening afnemen en willen blijven afnemen, wordt een voorstel tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling overwogen strekkende tot uitbreiding van artikel 5 van deze regeling. Artikel 7 Regionale samenwerkingsagenda 1. Ter bevordering van de onderlinge samenwerking wordt door het algemeen bestuur na afstemming met en advies van de portefeuillehoudersoverleggen een ontwerp regionale samenwerkingsagenda voorbereid met daarin opgenomen speerpunten van regionale samenwerking. 2. De voorbereiding vindt plaats bij aanvang van een nieuwe raadsperiode in de vorm van een startnotitie waarin de regionale opgave(n), het proces en de procedure zijn opgenomen. 3. Vaststelling van de regionale samenwerkingsagenda vindt plaats door de gemeenteraden, nadat: a.
een zienswijzeprocedure is doorlopen en het algemeen bestuur na afstemming met en advies van de portefeuillehoudersoverleggen schriftelijk en gemotiveerd de gemeenteraden in kennis heeft gesteld van het oordeel over de zienswijze, alsmede van de verwerking daarvan in een definitief ontwerp van de regionale samenwerkingsagenda. b. de gemeenteraden door het algemeen bestuur in de gelegenheid zijn gesteld om op regionaal niveau te komen tot onderlinge afstemming ter voorbereiding van de fase van besluitvorming . 4. Gemeenten beslissen individueel over deelname aan (delen van) de uitvoering van de regionale samenwerkingsagenda.
Hoofdstuk 4 De inrichting en de samenstelling van het bestuur Artikel 8 Het bestuur Het bestuur van de Regio bestaat uit a. Het algemeen bestuur. b. Het dagelijks bestuur. c. De voorzitter. Paragraaf 1 Algemeen bestuur Artikel 9 Samenstelling algemeen bestuur 1. Het aantal leden van het algemeen bestuur is gelijk aan het aantal gemeenten plus één. 2. De gemeenteraden wijzen uit hun midden, de voorzitter inbegrepen, en uit de wethouders ieder één lid aan in het algemeen bestuur. 3. De raad van de gemeente met het grootst aantal inwoners wijst –in aanvulling op lid 2 van dit artikel- uit zijn midden de
bestuur als opdrachtnemer. 5. De Regio is ten aanzien van de uitvoering van diensten met de gemeente(n) gezamenlijk verwerkingsverantwoordelijke en in die hoedanigheid bevoegd tot het verwerken van persoonsgegevens. 6. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor het inrichten van een register, behorende als Bijlage 3 bij deze regeling, waarin de besluiten tot dienstverlening als bedoeld in leden 3 en 4 van dit artikel worden vastgelegd. Daarbij wordt voor elke dienstverleningsactiviteit vermeld voor welke gemeente(n) de Regio die dienstverlening verzorgt. 7. Het register als bedoeld in het vorige lid wordt jaarlijks geactualiseerd indien en voor zover gemeente(n) gebruik gaan(t) maken van die dienstverlening conform lid 3, dan wel de afname van die dienstverlening juist hebben beëindigd. 8. Indien alle gemeenten de dienstverlening afnemen en willen blijven afnemen, wordt een voorstel tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling overwogen strekkende tot uitbreiding van artikel 5 van deze regeling. Artikel 7 Regionale samenwerkingsagenda 1. Ter bevordering van de onderlinge samenwerking wordt door het algemeen bestuur na afstemming met en advies van de portefeuillehoudersoverleggen een ontwerp regionale samenwerkingsagenda voorbereid met daarin opgenomen speerpunten van regionale samenwerking. 2.
De voorbereiding vindt plaats bij aanvang van een nieuwe raadsperiode in de vorm van een startnotitie waarin de regionale opgave(n), het proces en de procedure zijn opgenomen. 3. Vaststelling van de regionale samenwerkingsagenda vindt plaats door de gemeenteraden, nadat: a. een zienswijzeprocedure is doorlopen en het algemeen bestuur na afstemming met en advies van de portefeuillehoudersoverleggen schriftelijk en gemotiveerd de gemeenteraden in kennis heeft gesteld van het oordeel over de zienswijze, alsmede van de verwerking daarvan in een definitief ontwerp van de regionale samenwerkingsagenda. b. de gemeenteraden door het algemeen bestuur in de gelegenheid zijn gesteld om op regionaal niveau te komen tot onderlinge afstemming ter voorbereiding van de fase van besluitvorming . 4. Raden Gemeenten beslissen individueel over deelname aan (delen van) de uitvoering van de regionale samenwerkingsagenda. Hoofdstuk 4 De inrichting en de samenstelling van het bestuur Artikel 8 Het bestuur Het bestuur van de Regio bestaat uit: a. Het algemeen bestuur; b. Het dagelijks bestuur; c. De voorzitter. Paragraaf 1 Algemeen bestuur Artikel 9 Samenstelling algemeen bestuur 1. Het aantal leden van het algemeen bestuur is gelijk aan het aantal gemeenten plus één. 2. De gemeenteraden wijzen uit hun midden, de voorzitter inbegrepen, en uit de wethouders ieder één lid aan in het algemeen bestuur. 8
voorzitter inbegrepen en uit de wethouders een extra lid aan in het algemeen bestuur. 4. De gemeenteraden wijzen voor door hen benoemde lid/ leden in het algemeen bestuur uit hun midden, de voorzitter inbegrepen, en uit de wethouders een plaatsvervangend lid/ plaatsvervangende leden aan, die het door hen aangewezen lid/aangewezen leden bij ontstentenis of verhindering vervangt/vervangen. Het bepaalde in deze regeling ten aanzien van de leden van het algemeen bestuur is op de plaatsvervangende leden van overeenkomstige toepassing. 5. De aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur zoals bedoeld in lid 2 en lid 3 van dit artikel geschiedt voor dezelfde periode als waarvoor de gemeenteraad wordt gekozen en vindt plaats in een vergadering van de gemeenteraad in nieuwe samenstelling. 6. De leden van het algemeen bestuur treden af op de dag waarop de nieuw aangewezen leden van het algemeen bestuur in functie treden. 7. Wanneer een lid van het algemeen bestuur ophoudt lid te zijn van het orgaan waaruit hij is aangewezen dan houdt hij tevens op lid te zijn van het algemeen bestuur. De raad van de gemeente die hem heeft aangewezen, voorziet zo spoedig mogelijk in de vervulling van de vacature. 8. De leden van het algemeen bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. 9.
Bij tussentijds ontslag voorziet de betreffende gemeenteraad zo spoedig mogelijk in de aanwijzing van een nieuw lid van het algemeen bestuur. Artikel10 Stemverdeling en quorum 1. Elk algemeen bestuurslid heeft één stem met dien verstande dat het door de raad van de gemeente met het grootst aantal inwoners aangewezen extra lid geen stem heeft in het algemeen bestuur. 2. Een stemming is alleen geldig als meer dan de helft van het aantal leden dat zitting heeft, en zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, daaraan heeft deelgenomen. 3. Voor het tot stand komen van een besluit bij stemming wordt de volstrekte meerderheid vereist van het aantal uitgebrachte stemmen. Artikel 11 Incompatibiliteiten Onverminderd het bepaalde in artikel 20 van de Wet is het lidmaatschap van het algemeen bestuur onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar, door of vanwege het bestuur van één van de gemeenten dan wel door of vanwege het bestuur van de Regio aangesteld of daaraan ondergeschikt. Met een ambtenaar worden voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld zij die in dienst van één van de gemeenten dan wel de Regio op grond van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam zijn. Artikel12 Vergaderingen algemeen bestuur 1. Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast. 2.
Het algemeen bestuur vergadert ten minste twee maal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt, dan wel ten minste een vijfde van het aantal leden dit, onder opgaaf van redenen, schriftelijk verzoekt. 3. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. Indien de voorzitter dan wel een vijfde gedeelte van de aanwezige leden het nodig oordeelt, dient het algemeen
3. De raad van de gemeente met het grootst aantal inwoners wijst –in aanvulling op lid 2 van dit artikel- uit zijn midden de voorzitter inbegrepen en uit de wethouders een extra lid aan in het algemeen bestuur. 4. De gemeenteraden wijzen voor door hen benoemde lid/ leden in het algemeen bestuur uit hun midden, de voorzitter inbegrepen, en uit de wethouders een plaatsvervangend lid/ plaatsvervangende leden aan, die het door hen aangewezen lid/aangewezen leden bij ontstentenis of verhindering vervangt/vervangen. Het bepaalde in deze regeling ten aanzien van de leden van het algemeen bestuur is op de plaatsvervangende leden van overeenkomstige toepassing. 5. De aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur zoals bedoeld in lid 2 en lid 3 van dit artikel geschiedt voor dezelfde periode als waarvoor de gemeenteraad wordt gekozen en vindt plaats in een vergadering van de gemeenteraad in nieuwe samenstelling. 6. De leden van het algemeen bestuur treden af op de dag waarop de nieuw aangewezen leden van het algemeen bestuur in functie treden. 7. Wanneer een lid van het algemeen bestuur ophoudt lid te zijn van het orgaan waaruit hij is aangewezen dan houdt hij tevens op lid te zijn van het algemeen bestuur. De raad van de gemeente die hem heeft aangewezen, voorziet zo spoedig mogelijk in de vervulling van de vacature. 8.
De leden van het algemeen bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. 9. Bij tussentijds ontslag voorziet de betreffende gemeenteraad zo spoedig mogelijk in de aanwijzing van een nieuw lid van het algemeen bestuur. Artikel 10 Stemverdeling en quorum 1. Elk algemeen bestuurslid heeft één stem met dien verstande dat het door de raad van de gemeente met het grootst aantal inwoners aangewezen extra lid geen stem heeft in het algemeen bestuur. 2. Een stemming is alleen geldig als meer dan de helft van het aantal leden dat zitting heeft, en zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, daaraan heeft deelgenomen. 3. Voor het tot stand komen van een besluit bij stemming wordt de volstrekte meerderheid vereist van het aantal uitgebrachte stemmen. Artikel 11 Incompatibiliteiten Onverminderd het bepaalde in artikel 20 van de Wet is het lidmaatschap van het algemeen bestuur onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar, door of vanwege het bestuur van één van de gemeenten dan wel door of vanwege het bestuur van de Regio aangesteld of daaraan ondergeschikt. Met een ambtenaar worden voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld zij die in dienst van één van de gemeenten dan wel de Regio op grond van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam zijn. Artikel 12 Vergaderingen algemeen bestuur 1.
Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast. 2. Het algemeen bestuur vergadert ten minste twee maal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt, dan wel ten minste een vijfde van het aantal leden dit, onder opgaaf van redenen, schriftelijk verzoekt. 3. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. 9
bestuur te besluiten of zal worden vergaderd met gesloten deuren. Over een wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling en over de begroting en de rekening kan niet in beslotenheid worden vergaderd of besloten. 4. Het algemeen bestuur kan in een besloten vergadering, op grond van de belangen, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de inhoud van de stukken welke aan het algemeen bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Deze wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen, totdat het algemeen bestuur haar opheft. Artikel 13 Bevoegdheden algemeen bestuur 1. Alle bevoegdheden in het kader van de regeling, die niet aan een ander orgaan zijn opgedragen, behoren aan het algemeen bestuur toe. 2. Het algemeen bestuur is bevoegd te besluiten tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen en dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. 3.
Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en de raden in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. 4. Voor een besluit onder lid 2 van dit artikel geldt een gekwalificeerde meerderheid van tweederde van het aantal stemmen uitgebracht in het algemeen bestuur.
Paragraaf 2 Dagelijks bestuur Artikel 15 Samenstelling dagelijks bestuur 1. Het dagelijks bestuur bestaat, de voorzitter inbegrepen, uit tenminste vier leden welke door en uit het algemeen bestuur
Indien de voorzitter dan wel een vijfde gedeelte van de aanwezige leden het nodig oordeelt, dient het algemeen bestuur te besluiten of zal worden vergaderd met gesloten deuren. Over een wijziging van de Gemeenschappelijke rRegeling en over de begroting en de rekening kan niet in beslotenheid worden vergaderd of besloten. 4. Het algemeen bestuur kan in een besloten vergadering, op grond van de belangen, genoemd in artikel 5.110 van de Wet open overheid openbaarheid van bestuur, omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de inhoud van de stukken welke aan het algemeen bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Deze wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen, totdat het algemeen bestuur haar opheft. Artikel 13 Bevoegdheden algemeen bestuur 1. Alle bevoegdheden in het kader van de regeling, die niet aan een ander orgaan zijn opgedragen, behoren aan het algemeen bestuur toe. 2. Het algemeen bestuur is bevoegd te besluiten tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen en dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. 3.
Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en de raden in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. 4. Voor een besluit onder lid 2 van dit artikel geldt een gekwalificeerde meerderheid van tweederde van het aantal stemmen uitgebracht in het algemeen bestuur. Artikel 14 Zienswijze en participatie 1. Aan een zienswijzeprocedure ten behoeve van de raden zijn onderworpen besluiten van het dagelijks of algemeen bestuur tot: a. het aangaan van een duurzame vorm van samenwerking; b. het in uitvoering (over)nemen van markttaken; c. het doen van een investering boven de 2,5 miljoen euro die niet in de begroting is opgenomen. 2. Voor het uitbrengen van een zienswijze geldt een termijn van 12 weken. Het dagelijks bestuur kan in spoedeisende gevallen een verkorte reactietermijn vaststellen. 3. Voorafgaande aan het nemen van een besluit door het algemeen bestuur waarop een zienswijze betrekking heeft, stelt het dagelijks bestuur in afstemming en met advies van het portefeuillehoudersoverleg, de raden en indien het een besluit van het algemeen bestuur betreft, het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijze(n) alsmede de conclusies die het daaraan verbindt. 4.
Bij de voorbereiding, de uitvoering en de evaluatie van regionaal afgestemd beleid kan, in samenwerking met de raden, gelegenheid worden geboden aan ingezetenen en belanghebbenden om betrokken te worden, overeenkomstig de wijze beschreven in de Participatieverordening Gooi en Vechtstreek. Paragraaf 2 Dagelijks bestuur Artikel 15 Samenstelling dagelijks bestuur 10
worden aangewezen. 2. De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling. 3. De leden van het dagelijks bestuur mogen qua stemverhouding nimmer de meerderheid van het algemeen bestuur uitmaken. 4. De leden van het dagelijks bestuur treden af op de dag waarop zij ophouden lid van het algemeen bestuur te zijn. 5. De leden van het dagelijks bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. 6. Leden van het dagelijks bestuur, die ontslag hebben genomen, blijven hun functie waarnemen tot onherroepelijk in hun opvolging is voorzien. 7. Indien een plaats in het dagelijks bestuur beschikbaar komt, kiest het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid. Artikel 15 Vergaderingen dagelijks bestuur De vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn openbaar. Indien de voorzitter dan wel een lid van het dagelijks bestuur het nodig oordeelt, dient het dagelijks bestuur te besluiten of zal worden vergaderd met gesloten deuren. Artikel 16 Bevoegdheden dagelijks bestuur Het dagelijks bestuur is bevoegd: a. het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het algemeen bestuur hiermee is belast; b. beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren; c. regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam; d.
ambtenaren te benoemen, te schorsen en te ontslaan met uitzondering van de directeur Publieke Gezondheid; e. tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 31a van de Wet; f. te besluiten namens het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist; g. het nemen, ook alvorens besloten is tot het voeren van een rechtsgeding, van alle conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte, en het doen van alles, wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit. Paragraaf 3 Voorzitter Artikel17 Voorzitter 1. De voorzitter wordt door en uit het algemeen bestuur aangewezen uit de door de grootste gemeente aangewezen leden. 2. De voorzitter is voorzitter van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur. 3. In aanvulling op artikel 10 lid 1 heeft de voorzitter geen stem in het dagelijks bestuur. 4. De voorzitter neemt voordat de leerplichtambtenaren hun ambt aanvaarden, de eed of belofte af als bedoeld in artikel 16 tweede lid Leerplichtwet 1969.
Het formulier daarvan is bij ministeriële regeling vastgesteld.
1. Het dagelijks bestuur bestaat, de voorzitter inbegrepen, uit tenminste vier leden welke door en uit het algemeen bestuur worden aangewezen. 2. De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling. 3. De leden van het dagelijks bestuur mogen qua stemverhouding nimmer de meerderheid van het algemeen bestuur uitmaken. 4. De leden van het dagelijks bestuur treden af op de dag waarop zij ophouden lid van het algemeen bestuur te zijn. 5. De leden van het dagelijks bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. 6. Leden van het dagelijks bestuur, die ontslag hebben genomen, blijven hun functie waarnemen tot onherroepelijk in hun opvolging is voorzien. 7. Indien een plaats in het dagelijks bestuur beschikbaar komt, kiest het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid. Artikel 16 Vergaderingen dagelijks bestuur De vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn openbaar. Indien de voorzitter dan wel een lid van het dagelijks bestuur het nodig oordeelt, dient het dagelijks bestuur te besluiten of zal worden vergaderd met gesloten deuren. Artikel 17 Bevoegdheden dagelijks bestuur Het dagelijks bestuur is bevoegd: a. het dagelijks bestuur van de Regio het openbaar lichaam te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het algemeen bestuur hiermee is belast; b.
beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren; c. regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van de Regiohet openbaar lichaam; d. ambtenaren te benoemen, te schorsen en te ontslaan met uitzondering van de directeur Publieke Gezondheid; d. tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de Regio het openbaar lichaam te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 31a van de Wet; e. te besluiten namens de Regio het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist; f. het nemen, ook alvorens besloten is tot het voeren van een rechtsgeding, van alle conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte, en het doen van alles, wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit. Paragraaf 3 Voorzitter Artikel 18 Voorzitter 1. De voorzitter wordt door en uit het algemeen bestuur aangewezen uit de door de grootste gemeente aangewezen leden. 2. De voorzitter is voorzitter van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur. 3.
In aanvulling op artikel 10 lid 1 van de regeling heeft de voorzitter geen stem in het dagelijks bestuur. 4. De voorzitter neemt voordat de leerplichtambtenaren hun 11
Artikel18 Bevoegdheden voorzitter 1. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. 2. Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt deze vervangen door een door het dagelijks bestuur uit zijn midden aan te wijzen lid van dit bestuur. 3. De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan. 4. De voorzitter vertegenwoordigt de Regio in en buiten rechte. 5. De voorzitter kan de in lid 4 van dit artikel genoemde vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon.
ambt aanvaarden, de eed of belofte af als bedoeld in artikel 16 tweede lid van de Leerplichtwet 1969. Het formulier daarvan is bij ministeriële regeling vastgesteld. Artikel 19 Bevoegdheden voorzitter 1. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. 2. Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt deze vervangen door een door het dagelijks bestuur uit zijn midden aan te wijzen lid van dit bestuur. 3. De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan. 4. De voorzitter vertegenwoordigt de Regio in en buiten rechte. 5. De voorzitter kan de in lid 4 van dit artikel genoemde vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon. Hoofdstuk 5 Informatie en verantwoording
Artikel19 Informatie van het bestuur aan gemeenteraad 1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken de raden ongevraagd alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur van de Regio gevoerde en te voeren beleid nodig is. 2. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken aan de gemeenteraden alle inlichtingen die door één of meer leden van die raden worden gevraagd. 3. Het reglement van orde voor het algemeen bestuur regelt de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het in de vorige leden van dit artikel bepaalde.
Artikel 20 Informatie van het bestuur aan gemeenteraad 1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken de raden ongevraagd alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur van de Regio gevoerde en te voeren beleid nodig is. 2. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken aan de gemeenteraden alle inlichtingen die door één of meer leden van die raden worden gevraagd. 3. Het reglement van orde voor het algemeen bestuur regelt de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het in de vorige leden van dit artikel bepaalde.
Artikel 20 Verantwoording van leden van het algemeen bestuur aan gemeenteraad 1. Een lid van het algemeen bestuur kan door de gemeenteraad die hem heeft aangewezen, ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid op de binnen die gemeente gebruikelijke wijze. 2. De gemeenteraad die een vertegenwoordiger in het algemeen bestuur heeft aangewezen, kan deze vertegenwoordiger ontslaan, indien deze het vertrouwen van de gemeenteraad niet meer bezit.
Artikel 21 Verantwoording van leden van het algemeen bestuur aan gemeenteraad 1. Een lid van het algemeen bestuur kan door de gemeenteraad die hem heeft aangewezen, ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid op de binnen die gemeente gebruikelijke wijze. 2. De gemeenteraad die een vertegenwoordiger in het algemeen bestuur heeft aangewezen, kan deze vertegenwoordiger ontslaan, indien deze het vertrouwen van de gemeenteraad niet meer bezit.
Artikel 21 Informatie en verantwoording van leden van het algemeen bestuur aan de gemeenteraad en aan het college van burgemeester en wethouders. Een lid van het algemeen bestuur geeft aan de gemeenteraad en aan het college van de door hem vertegenwoordigde gemeente alle inlichtingen die door het betreffende college of één of meer leden daarvan, worden verlangd op de binnen die gemeente gebruikelijke wijze.
Artikel 22 Informatie en verantwoording van leden van het algemeen bestuur aan de gemeenteraad en aan het college van burgemeester en wethouders. Een lid van het algemeen bestuur geeft aan de gemeenteraad en aan het college van de door hem vertegenwoordigde gemeente alle inlichtingen die door het betreffende college of één of meer leden daarvan, worden verlangd op de binnen die gemeente gebruikelijke wijze.
Artikel 22 informatie en verantwoording van het dagelijks bestuur en de voorzitter aan algemeen bestuur. 1. Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur. 2. Het dagelijks bestuur geeft het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. 3. Het algemeen bestuur kan besluiten een lid van het dagelijks bestuur ontslag te verlenen, indien dit lid het