Bijlage 1 - Jaarrekening 2022 Plassenschap
Tekst van het document
JAARVERSLAG& JAARREKENING 2022 APRIL 2023
1 Voorwoord 1.1 Jaarverslag en jaarrekening Voor u ligt het ontwerp jaarverslag en de ontwerp jaarrekening van Plassenschap Loosdrecht e.o. over het jaar 2022. Plassenschap Loosdrecht e.o. is een gemeenschappelijke regeling (GR) op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Binnen deze GR werken de gemeenten Wijdemeren, Stichtse Vecht, Utrecht en de Provincies Utrecht en Noord-Holland samen aan het beheer van toegankelijke recreatiegebieden voor inwoners en bezoekers van de regio. Om de belangen van recreatie in het gebied te behartigen is Plassenschap Loosdrecht en omstreken in 1957 opgericht als een samenwerkingsorgaan tussen de recreanten ontvangende gemeenten (Breukelen, Loenen, Loosdrecht en Vreeland) en de recreanten zendende gemeenten (Amsterdam, Hilversum en Utrecht). Het werkgebied van Plassenschap Loosdrecht e.o. omvat alle wateren van de Loosdrechtse Plassen, de legakkergebieden, moeras- en rietlanden en aangrenzende veenweidegebieden. Het recreatiegebied en de verschillende terreinen bieden mogelijkheden voor ontspanning, rust, beweging en plezier voor inwoners én bezoekers van de regio. Het Plassenschap Loosdrecht e.o. zet zich in voor openluchtrecreatie en zorgt voor het behoud van natuur, landschap en de cultuurhistorische elementen die bepalend zijn voor de kwaliteit het recreatiegebied.
Daarnaast zorgt het Plassenschap voor het nautisch- en vaarwegbeheer van het openbaar water binnen het werkgebied. Het Plassenschap heeft de uitvoering van zijn werkzaamheden - Beheer & Onderhoud, Toezicht & Handhaving, Exploitatie, Bedrijfsvoering en Bestuursondersteuning - belegd bij RMN. RMN was tot 1 januari 2023 de uitvoeringsorganisatie voor Plassenschap Loosdrecht e.o., recreatieschap Stichtse Groenlanden, Routebureau Utrecht en het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug. Het jaar 2022 was een bijzonder jaar voor het Plassenschap. Vanwege de versoepelde corona maatregelen werden de gebieden minder bezocht dan in 2020 en 2021. De werkzaamheden en de werkdruk voor onze toezichthouders en beheer- en onderhoudsmedewerkers is echter niet afgenomen. Veel mensen zijn ook na het intrekken van de coronamaatregelen blijven recreëren. Het resultaat over 2022 toont een negatief saldo van € 473.848. In de jaarrekening is in de paragraaf Overzicht van baten en lasten een analyse opgenomen van het behaalde resultaat ten opzichte van de gewijzigde begroting. Hieruit blijkt dat het behaald resultaat met name een incidenteel karakter heeft en hoofdzakelijk veroorzaakt wordt door de bijdrage van het plassenschap in de liquidatiekosten van RMN. Daarnaast zijn de onderhoudskosten als gevolg van de actualisatie van het MJOP structureel hoger uitgevallen.
Ten opzichte van de begroting is het resultaat €124.053 positiever uitgevallen doordat de liquidatiekosten van RMN deels in 2023 gemaakt worden waar in de begroting het uitgangspunt waren dat alle kosten reeds in 2022 zouden vallen. Voor een gedetailleerd overzicht van en een nadere toelichting op de afwijkingen ten opzichte van de begroting verwijzen wij u naar paragraaf 12.2. Eind 2020 heeft het schap uitgesproken geen toekomst te zien in de wijze waarop de samenwerking momenteel georganiseerd is. Eind 2021 is hierover de besluitvorming afgerond. Besloten is, de uitvoeringsorganisatie RMN te liquideren per 31 december 2022 en ons schap om te vormen tot een ander samenwerkingsverband met een ‘lichtere’ structuur. De gemeente Wijdemeren heeft een aanbod opgesteld om de taken van het schap uit te voeren en het schapsbestuur heeft dit aanbod geaccepteerd in haar vergadering van juni 2022.
2
ONDERTEKENING Aldus vastgesteld door het bestuur d.d.
De heer A. Wisseborn Voorzitter
Mevr. J. Brand Secretaris a.i.
3
Inhoudsopgave 1
VOORWOORD .................................................................................................................................. 2 1.1
JAARVERSLAG EN JAARREKENING..................................................................................................... 2
ONDERTEKENING .................................................................................................................................. 3 JAARVERSLAG ...................................................................................................................................... 6 2
PROGRAMMAVERANTWOORDING.................................................................................................. 6 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
3
PROGRAMMA 1: BEHEER EN ONDERHOUD .......................................................................................... 6 PROGRAMMA 2: T OEZICHT EN HANDHAVING ....................................................................................... 7 PROGRAMMA 3: ONTWIKKELING ....................................................................................................... 9 PROGRAMMA 4: EXPLOITATIE ........................................................................................................ 10 PROGRAMMA 5: ALGEMEEN (INCL. OVERHEAD)................................................................................. 11
PARAGRAFEN ............................................................................................................................... 12 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8
LOKALE HEFFINGEN ..................................................................................................................... 12 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING ............................................................................. 13 KENGETALLEN ............................................................................................................................ 15 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN.................................................................................................. 15 FINANCIERING............................................................................................................................. 16 BEDRIJFSVOERING....................................................................................................................... 16 VERBONDEN PARTIJEN ................................................................................................................. 16 GRONDBELEID ............................................................................................................................ 17
JAARREKENING ................................................................................................................................... 18 4
BALANS PER 31 DECEMBER 2022 (BEDRAGEN IN €) ................................................................... 18
5
OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN (BEDRAGEN IN €) .............................................................. 20
6
GRONDSLAGEN VOOR WAARDERING EN RESULTAATBEPALING .............................................. 21 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6
7
TOELICHTING OP DE BALANS PER 31 DECEMBER 2022 ............................................................. 23 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8
8
INLEIDING................................................................................................................................... 21 ALGEMENE GRONDSLAGEN VOOR HET OPSTELLEN VAN DE JAARREKENING ............................................ 21 VASTE ACTIVA ............................................................................................................................. 21 VLOTTENDE ACTIVA ..................................................................................................................... 22 VASTE PASSIVA ........................................................................................................................... 22 VLOTTENDE PASSIVA.................................................................................................................... 22
VASTE ACTIVA ............................................................................................................................. 23 VLOTTENDE ACTIVA ..................................................................................................................... 25 EIGEN VERMOGEN ....................................................................................................................... 29 VOORZIENINGEN ......................................................................................................................... 30 VASTE SCHULDEN........................................................................................................................ 31 NETTO VLOTTENDE SCHULDEN MET EEN RENTE TYPISCHE LOOPTIJD KORTER DAN ÉÉN JAAR .................... 31 OVERLOPENDE PASSIVA ............................................................................................................... 32 NIET UIT DE BALANS BLIJKENDE VERPLICHTINGEN.............................................................................. 32
TOELICHTING OP HET OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN....................................................... 33 8.1 8.2 8.3 8.4
TOELICHTING PER PROGRAMMA ..................................................................................................... 33 RECHTMATIGHEID ........................................................................................................................ 33 OVERZICHT VAN INCIDENTELE BATEN EN LASTEN............................................................................... 33 OVERZICHT VAN DE GEREALISEERDE BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD ................................................ 34 4
9 WET NORMERING BEZOLDIGING TOPFUNCTIONARISSEN PUBLIEKE EN SEMIPUBLIEKE SECTOR ................................................................................................................................................ 35 9.1 9.2 9.3 10 10.1
BEZOLDIGING TOPFUNCTIONARISSEN .............................................................................................. 35 OVERIGE RAPPORTAGEVERPLICHTINGEN OP GROND VAN DE WNT....................................................... 36 LEDEN EN PLAATSVERVANGENDE LEDEN EN SECRETARIS VAN HET BESTUUR LSD .................................. 36 GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM .................................................................................... 37 EFFECT COVID 19 OP DE JAARREKENING ....................................................................................... 37
BIJLAGEN ............................................................................................................................................. 39 11
STAAT VAN LANGLOPENDE GELDLENINGEN........................................................................... 39
12
PROGRAMMAREKENING ‘OUDE STIJL’ ..................................................................................... 40
12.1 12.2
PROGRAMMAREKENING INGEDEELD NAAR VOORMALIGE BEGROTINGSPOSTEN ........................................ 40 TOELICHTING AFWIJKINGEN PER BEGROTINGSPOST ........................................................................... 40
5
JAARVERSLAG
2 Programmaverantwoording 2.1 Programma 1: Beheer en onderhoud Beheer en onderhoud omvat het beheer en (dagelijks, groot- en vervangings-) onderhoud van de terreinen en plassen, fiets- en wandelpaden en het onderhouden van voorzieningen. Het niveau van beheer en onderhoud verschilt per terrein, per seizoen en is afhankelijk van onder meer wet- en regelgeving, de functie, de intensiteit van gebruik en de behoefte van recreanten en de opdracht van het Plassenschap. In onderstaande alinea’s wordt per opgave in het programma de voortgang geschetst. Optimalisatie werkprocessen Opgave In 2021 is ‘de basis op orde’ gebracht door het opstellen/verbeteren van de onderhoudsbestekken voor Dagelijks Onderhoud, het MeerJarenOnderhoudsPlan (MJOP), de digitalisering van het areaal in het GISsysteem Geovisia en het opstellen van nieuw beleid en richtlijnen. In 2022 zijn de resultaten van deze inspanningen zichtbaar geworden en heeft de nadruk gelegen op het verder verbeteren/optimaliseren en waar mogelijk digitaliseren van deze processen. Realisatie In 2022 hebben we het MJOP geactualiseerd en daarbij specifiek aandacht besteedt aan de effecten van inflatie als gevolg van hogere energie- en grondstofprijzen. Dit werkt door in het uitgezette aanneemwerk. Op het geactualiseerde MJOP heeft in 2022 geen separate bestuurlijke besluitvorming plaatsgevonden.
Dagelijks onderhoud is in het gebied op het niveau sober en veilig uitgevoerd. De beschoeiingen bij de Meent, langs de Muyeveldsevaart en langs de ’s-Gravelandsevaart zijn vervangen volgens bestek. Bij de Meent zijn bovendien maatregelen genomen voor de verbetering van de (zwem)waterkwaliteit, waaronder het plaatsen van duikers. De stormen aan het begin van het jaar bleken een deel van de beschoeiingen aan de Strook Oost te hebben weggeslagen, vermoedelijk in combinatie met onderspoeling. In de eerste helft van 2022 is een groot deel van deze beschoeiingen met spoed vernieuwd en vervangen. Aan de Strook wilden we ook de zwemtrappen vervangen, maar door leveringsproblemen van de nieuwe exemplaren, hebben we de bestaande trappen eerst moeten laten repareren. Later (na seizoen) zijn de zwemtrappen wel geleverd. Op Markus Pos hebben we het toiletgebouw laten renoveren. Het toiletgebouw was aangetast door slijtage en vandalisme. Fundering en muren zijn gehandhaafd, overige delen zijn vervangen of grondig gerepareerd. We hebben het groot onderhoud aan de Weersluis, Kraaienestersluis en Raaisluis voorbereid, zodat dit onderhoud na het recreatieseizoen kan worden uitgevoerd. Datzelfde geldt voor het groot onderhoud aan verhardingen. Door langdurig uitvallen en lange revalidatieperiode van een vakkracht is voor 2022 extra werk uitbesteed.
Het betreft het dagelijks onderhoud van de Strook en terrein de Fuut. Ook het groenonderhoud bij de zelfbedieningssluizen is op afroep opgedragen. In oktober is een opname gedaan naar de constructieve veiligheid van de botenopslagloods. Directe aanleiding is dat door een aanrijding de kap 20 cm verschoven is en schade aan de gevelafwerking is ontstaan. Deze schade is hersteld in december.
6
Duurzaamheid Opgave De duurzaamheid-thema’s ‘klimaatverandering’/‘klimaatadaptatie’, ‘biodiversiteit’, ‘circulaire economie’ en ‘energietransitie’ staan steeds hoger en prominenter op de politieke agenda’s. Het schap heeft in de afgelopen jaren een aantal stappen gezet op het gebied van duurzaamheid. Waar mogelijk wordt ecologisch beheerd ter bevordering van de biodiversiteit en worden natuurvriendelijke oevers aangelegd. Dit sluit aan bij het Natura2000 beheerplan Oostelijke Vechtplassen. Realisatie Naast het gebruik van schonere (HVO-100 diesel) brandstof voor de werkboot en de trekker zijn er geen initiatieven op het gebied van duurzaamheid gerealiseerd. Met de ecoloog van Aquanoom is in 2022 wel bekeken waar nog winst te behalen valt in het gebied, maar de conclusie is dat de meeste eilanden waar het mogelijk was al beschikken over natuurvriendelijke oevers en dat er op het bestaande areaal recreatief gebruikte oever geen winst meer valt te behalen. Realisatie 2021 Lasten Baten Saldo van baten en lasten Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat
Begroting 2022
Begroting 2022 na wijziging
Realisatie 2022
Afwijking begroting realisatie
1.588.108
729.400
926.800
1.110.296
183.496
1.332.160
844.000
844.000
1.191.631
347.631
255.948
(114.600)
82.800
(81.335)
(164.135)
17.327
115.000
17.300
-
-
478.990
122.300
17.300
-
-
(205.715)
(121.900)
82.800
(81.335)
(164.135)
2.2 Programma 2: Toezicht en handhaving Dit programma bestaat enerzijds uit de werkzaamheden van de Boa’s, die als gastheer én handhaver zich inzetten om overlast te voorkomen of te bestrijden. Anderzijds bestaan de werkzaamheden binnen dit programma uit het opstellen, evalueren en actualiseren van regelgeving. Toezicht en handhaving Opgave Onze toezichthouders (BOA’s) zorgen ervoor dat onze inwoners en bezoekers prettig en veilig gebruik kunnen maken van onze recreatiegebieden en -voorzieningen. De behoefte aan toezichthouders neemt toe, te meer omdat de politie steeds minder aanwezig is in het buitengebied. Onze toezichthouders handhaven onze eigen verordening (bestuursrechtelijk), maar hebben ook strafrechtelijke taken. We werken aan een intensieve en integrale samenwerking met onze partners op het gebied van ‘snelvaren’, milieudelicten (stroperij) en mogelijke ondermijningszaken. In 2022 is de begrote capaciteit voor toezicht & handhaving 1,83 fte. Dit betekent dat de BOA’s doorgaans alleen toezicht houden en het niet mogelijk is om iedere dag in het gebied toezicht te houden. Realisatie Uit constateringen de afgelopen jaren is gebleken dat veel schepen met een L-Ontheffing langer zijn dan de toegestane 7.20m. In het eerste half jaar van 2022 is gezamenlijk met de Politie & RDW begonnen met het oppakken van de controles hierop.
Dit heeft ertoe geleid dat er inmiddels meerdere ontheffingen zijn ingenomen van schepen welke ruim langer waren dan de toegestane 7.20 meter. Vogelgriep is helaas nog steeds aanwezig onder onze fauna in Nederland en ook op de Loosdrechtse Plassen hebben we hier de slachtoffers van ondervonden. Tientallen ganzen zijn door de Boa/toezichthouder aantroffen en ook de vele meldingen van recreanten gaven een duidelijk beeld van de 7
locaties. Hierop zijn door de Boa gezamenlijk met een gespecialiseerd bedrijf deze vogelgriep slachtoffers meerdere malen geruimd zodat deze geen gevaar meer konden vormen voor recreanten. In 2022 zijn er wederom goede contacten geweest met de gemeente en is er ook een gezamenlijk rooster opgesteld waarin de Boa van de gemeente opstapt bij onze boa/toezichthouder voor gezamenlijke diensten op het water. Positieve ontwikkeling in deze is tevens dat de domein 1 Boa van de gemeente verruimde bevoegdheden heeft gekregen voor enkele strafbare feiten op het water. Regelgeving en ontheffingverlening Opgave De regelgeving van het Plassenschap is vastgelegd in: 1. verordeningen die door de Plassenraad zijn vastgesteld, en 2. verkeersbesluiten waarvoor het dagelijks bestuur het bevoegd gezag is. De regelgeving en het daarbij behorende ontheffingenbeleid vragen geregeld om evaluatie en actualisatie. Ook is er regelmatig behoefte om bepaalde nieuwe regelgeving op te stellen en in te voeren. In het kader van de liquidatie van RMN vindt de gemeente Wijdemeren het wenselijk dat de juridische basis voor: -
de schapsverordeningen (Verordening Plassenschap Loosdrecht, Woonschepenverordening, Legesverordening) worden overgenomen in de APV’s van de gemeenten Wijdemeren en Stichtse Vecht. De werkzaamheden gaan dan met ingang van 2023 een-op-een over en worden ten laste van het Plassenschap ingepast in de gemeentelijke organisatie.
-
het nemen van verkeersbesluiten (Besluit Motorboten, Voorrangsregeling, Bebording) gaat terug naar de colleges van B&W van de gemeenten Wijdemeren en Stichtse Vecht, en de uitvoering wordt door de gemeente Wijdemeren verzorgd. De kosten daarvan komen ten laste van het Plassenschap.
Realisatie In 2022 is begonnen met de evaluatie van de Nadere regels voor het kamperen op de openbare recreatie eilanden in het Loosdrechts plassengebied. De ervaring is dat er regelmatig gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om in de periode van 1 april tot 1 november op de eilanden Meent en Marcus Pos op de aangewezen kampeerveldjes binnen een straal van 10 meter vanaf de kampeerpaal maximaal 3 trekkerstentjes te plaatsen. Het gebruik is naar alle tevredenheid en heeft niet tot problemen geleid. Een uitgebreide evaluatie kan desgewenst, mede gezien andere prioriteiten en de geringe capaciteit van het personeel dat nog werkzaam is voor RMN, na de Transitie plaatsvinden. Er zijn in 2022 twee aanvragen om (bedrijfs-)ontheffing ontvangen voor het kunnen e-foilen, varen met elektrische surfborden, die een snelheid tot 35 km/uur kennen. Het besluit Motorboten kent dit begrip nog niet en heeft geen mogelijkheid hiervoor een P-ontheffing (voor het lesgeven) of een L-ontheffing te verlenen. Omdat per 1-1-2023 de regelgevende bevoegdheid van het Plassenschap vervalt, is het aan de gemeente Wijdemeren om te bepalen of voor het e-foilen voor het volgend recreatieseizoen een mogelijkheid komt. Realisatie 2021
Begroting 2022
Begroting 2022 na wijziging
Realisatie 2022
Afwijking begroting realisatie
Lasten
143.769
255.500
255.500
324.789
69.289
Baten
442.019
580.200
611.700
677.048
65.348
Saldo van baten en lasten
(298.251)
(324.700)
(356.200)
(352.259)
3.941
Toevoegingen aan reserves
-
-
-
-
-
Onttrekkingen aan reserves
-
-
-
-
-
(298.251)
(324.700)
(356.200)
(352.259)
3.941
Gerealiseerd resultaat
8
2.3 Programma 3: Ontwikkeling Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen Opgave Het Plassenschap Loosdrecht e.o. is medeondertekenaar van het Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen (OVP). Het Plassenschap is daarmee een verplichting aangegaan van in totaal € 906.000. De totale bijdrage dient volgens een vastgesteld kasritme te worden bijgedragen in de periode 2017-2028. Het Plassenschap betaalt met name voor uit te voeren baggerwerkzaamheden. Vanaf 2020 wordt rekening gehouden met een jaarlijks te financieren bedrag van € 70.900. In het laatste jaar van het Gebiedsakkoord wordt het resterende deel van de bijdrage mogelijk verrekend. Realisatie Het Plassenschap heeft onder voorwaarden ontheffing verleend voor het uitvoeren van de baggerwerkzaamheden 1e fase van het OVP-project baggeren Loosdrechtse plassen met alle materialen die daarvoor noodzakelijk zijn. Daarnaast is onder voorwaarden en na overleg met de beheerder toestemming verleend voor het gebruik van werkhaven Rimboe voor overslag van materiaal. In het derde kwartaal 2022 zijn de baggerdepots gerealiseerd en is gestart met de baggerwerkzaamheden fase 1. De stuurgroep OVP heeft voorts ingestemd met het uitvoeren van een nadere verkenning van de voorgestelde keuze van de watersportsector ‘Rondje om de Zuid’ als vervanging van project 1.3 van het Gebiedsakkoord (G.A.) i.v.m.
het niet doorgaan van de vaarverbinding Loosdrechtse Plassen – Hilversums Kanaal (LP-HK). Concreet betekent dit project het verbeteren van de doorvaart Tienhovenskanaal en Kraaienestersluis en mogelijk het verbeteren van de vaarroute door de Weersluis en de Weersloot. Het schap is betrokken als eigenaar van deze vaarwegen en sluizen. Terreinen Plassengebied Opgave Er zijn geen ontwikkelingen gepland voor de recreatie-eilanden (afgezien van de reguliere beheer & onderhoudswerkzaamheden) Realisatie In het licht van de transitie is de verkenning naar passende recreatieve ontwikkeling bij de terreinen – Bosdijk, Zwaan, de Aa, de Geer, Oukoperdijk – in het westelijk weidegebied van het schap geen verdere uitvoering gegeven. Realisatie 2021
Begroting 2022
Begroting 2022 na wijziging
Realisatie 2022
Afwijking begroting realisatie
Lasten
70.914
70.900
70.900
70.914
14
Baten
59.485
82.000
82.000
76.109
(5.891)
Saldo van baten en lasten
11.429
(11.100)
(11.100)
(5.195)
5.905
Toevoegingen aan reserves
-
19.200
-
-
-
Onttrekkingen aan reserves
70.914
70.900
70.900
70.914
14
Gerealiseerd resultaat
(59.485)
(62.800)
(82.000)
(76.109)
5.891
9
2.4 Programma 4: Exploitatie Opgave De exploitatie van het Plassenschap betreft het uitbaten van bezittingen, via erfpacht-, opstal-, huur- en gebruiksovereenkomsten. Erfpachtovereenkomsten worden voor een lange termijn aangegaan, huur- en gebruiksovereenkomsten zijn vaak voor een korte(re) termijn. Het schap heeft erfpachtovereenkomsten voor Paviljoen De Strook, Recreatiecentrum Mijnden en eiland Robinson Crusöe. Deze exploitanten vormen een belangrijke bron van inkomsten en/of dragen bij aan recreatief gebruik van het Plassengebied. Huur- en gebruiksovereenkomsten worden aangegaan voor het gebruik van terreinen door hondenuitlaatservices, het gebruik van een steiger, visrecht, het gebruik van een eiland of terrein voor een activiteit zoals een scoutingkamp, etc. Dit zijn zeer diverse overeenkomsten voor (regelmatig terugkerende) eenmalige activiteiten of korte termijn gebruik. Exploitatie biedt de mogelijkheid om de recreatieve meerwaarde van het gebied te vergroten en/of meer inkomsten te genereren. Het schap heeft momenteel geen exploitatiebeleid of - doelstellingen geformuleerd. Vooral het eenmalig en kortdurend verhuren van terreinen en eilanden voor bijvoorbeeld een evenement of pop-up-activiteit biedt mogelijkheden.
Realisatie Nieuw exploitatiebeleid of nieuwe exploitatiedoelstellingen zijn in 2022 aangehouden in afwachting van definitieve besluitvorming over de transitie. Exploitatiebeleid of -doelstellingen zullen in overleg met of door de gemeente Wijdemeren worden uitgewerkt. De activiteiten in 2022 hebben zich gericht op het continueren van de bestaande exploitatiewerkzaamheden. Bijzonderheden zijn: De erfpachtovereenkomst op Robinson Crusoë voor SailWise is geactualiseerd waarbij het goede doel van SailWise en onderhoud voor het eiland goed zijn beschreven. Voor Markus Pos is er vanaf 2021 een huurovereenkomst gesloten voor een Horeca ponton. De Fietsboot blijkt een groot succes waardoor er nu van de Porseleinhaven via Markus Pos en Fuut naar de Strook en vice versa gevaren wordt. In 2022 wordt verder onderhandeld over de uiteindelijke Invulling van de voorwaarden in de erfpachtovereenkomst met het recreatiecentrum Mijnden en de verhuur van 2 steigers langs de Heul. Binnen de programmabegroting Loosdrechtse Plassen e.o. zijn geen inkomsten geraamd voor evenementen. Toch vinden er met name op de Bosdijk enkele kleinschalige activiteiten als hondentrainingen en bootcamp trainingen plaats, incidenteel worden ook de eilanden gebruikt voor een kleinschalig evenement voor als een spelactiviteit. Deze kleinschalige activiteiten waren goed voor een omzet van ruim € 3.000,-. Realisatie 2021
Begroting 2022
Begroting 2022 na wijziging
Realisatie 2022
Afwijking begroting realisatie
Lasten
366.968
639.500
549.000
361.846
(187.154)
Baten
849.185
1.248.600
1.206.000
857.429
(348.571)
Saldo van baten en lasten
(482.217)
(609.100)
(657.000)
(495.583)
161.417
Toevoegingen aan reserves
-
-
-
-
-
Onttrekkingen aan reserves
12.000
-
-
-
-
(494.217)
(609.100)
(657.000)
(495.583)
161.417
Gerealiseerd resultaat
10
2.5 Programma 5: Algemeen (incl. overhead) Opgave Programma 5 is een beleidsarm programma. Naast de algemene dekkingsmiddelen en de post onvoorzien zijn tevens de lasten voor overhead opgenomen. Realisatie Genoemde taken op het gebied van de instandhouding van de organisatie van het Plassenschap Loosdrecht e.o. zijn in 2022 uitgevoerd door Recreatie Midden Nederland.
Realisatie 2021
Begroting 2022
Begroting 2022 na wijziging
Realisatie 2022
Afwijking begroting realisatie
Lasten
907.491
1.126.500
1.721.000
1.479.134
(241.866)
Baten
-
-
110.700
-
(110.700)
Saldo van baten en lasten
907.491
1.126.500
1.610.300
1.479.134
(131.166)
Toevoegingen aan reserves
-
-
-
-
-
Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat
-
-
-
-
-
907.491
1.126.500
1.610.300
1.479.134
(131.166)
11
3 Paragrafen Op grond van het BBV is het verplicht om voor zeven programma-overschrijdende thema’s verantwoording af te leggen in een afzonderlijke paragraaf. Voor het Plassenschap geldt dat, gelet op de aard van de activiteiten van het Plassenschap, niet alle paragrafen van toepassing zijn. Om die reden zijn alleen die paragrafen opgenomen die van toepassing zijn. Paragaaf Lokale heffingen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Grondbeleid Openbaarheid
Wel/niet opgenomen Wel Wel Wel Wel Wel Wel N.v.t. Wel
Toelichting Zie paragraaf 3.1 Zie paragraaf 3.2 Zie paragraaf 3.3 Zie paragraaf 3.4 Zie paragraaf 3.5 Zie paragraaf 3.6 Zie paragraaf 3.7 Zie paragraaf 3.8
3.1 Lokale heffingen Het Plassenschap Loosdrecht e.o. verleende ontheffing van een aantal verboden die zijn opgenomen in de Verordening Plassenschap Loosdrecht, Voorrangsregeling Mijndense Sluis, Woonschepenverordening en het Besluit Motorboten. De tarieventabel wordt jaarlijks aangepast. De belangrijkste rechten, die worden geheven in het Loosdrechts plassengebied betreffen: LOKALE HEFFINGEN
REKENING 2022
Jaarontheffingen snelvaren
276.798
Dagontheffingen snelvaren
13.588
Wachtlijst motorbootontheffing
7.110
Visrecht
2.298
Rechten pleziervaartuigen
15.579
Overige ontheffingen
13.093
Totaal
328.466
3.1.1
Snelvaren particulieren (jaar, dag en wachtlijst)
De ontheffingen om te kunnen snelvaren op de 1e t/m 4e plas en de waterskibaan op de 5e plas worden verleend op grond van het Besluit Motorboten. Er zijn maximaal 800 ontheffingen verleend aan natuurlijke personen die in het bezit zijn van een vaarbewijs, ook werden circa 30 ontheffingen verleend aan bedrijven en verenigingen voor het kunnen proefvaren, het geven van waterskilessen en het begeleiden van zeilwedstrijden. De tarieven worden jaarlijks door het bestuur vastgesteld. De geraamde baten overschrijden de ter zake geraamde lasten niet. Er is geen kwijtscheldingsbeleid.
12
3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing De begroting van het Plassenschap bestaat voor een deel uit te realiseren exploitatie-opbrengsten, zoals schutten bij de sluis, snelvaarontheffingen en evenementen. Het schap onderscheidt per 31 december 2022 de volgende risico’s: Omschrijving risico
Bedrag
Wanneer
Frequentie
1 2
Erfpacht en huur Schutgelden Mijndense sluis
15.500 15.000
2022 e.v. 2022 e.v.
Jaarlijks Jaarlijks
3 4 5
Uitgifte snelvaarontheffingen Bestrijding overlastgevende waterplanten Rente
25.000 40.000 42.000
2022.e.v. 2022 e.v. 2022 e.v.
Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks
6 7 8
Klimaatverandering Inflatie Kostenstijgingen onderhoud
40.000 50.000 PM
2022 e.v. 2022 e.v. 2022 e.v.
Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks
9
Onvoorziene risico’s Totaal risico’s Totaal risico’s met correctie kansberekening (90%)
50.000 277.500 250.000
2022 e.v.
Jaarlijks
Toelichting op de genoemde risico’s: 1. Erfpacht en huur De geraamde omzet voor 2023 bedraagt ca. € 310.000. Het risico wordt ingeschat op 5% van de omzet. Zijnde € 15.500. Dit risico heeft zich overigens niet voorgedaan in 2022. 2. Schutgelden Mijndense sluis De omzet voor 2022 is redelijk in lijn met de raming. Dit komt mede door normale weersomstandigheden. Bij tegenvallende weersomstandigheden kan de opbrengst lager uitvallen dan begroot. Het gemiddelde risico bedraagt € 15.000. Dit risico heeft zich in 2022 niet voorgedaan. 3. Uitgifte snelvaarontheffingen De afgelopen jaren zien we dat de populariteit van de snelvaarontheffingen onverminderd groot blijft. Het aantal uit te geven jaarontheffingen is maximaal 800. De verkoop van dagontheffingen is variabel en markt en weersafhankelijk. Dit risico is ingeschat op maximaal € 25.000. Dit risico heeft zich in 2022 niet voorgedaan. 4. Van bestrijding naar beheersing van overlastgevende waterplanten De afgelopen jaren is in OVP verband intensief gewerkt aan het beheersen en terugdringen van cabomba (waterwaaier) en (ongelijkbladig) vederkruid in de Oostelijke Vechtplassen. Het zijn invasieve exotische waterplanten die vooral overlast veroorzaken voor waterrecreanten. Er is geconstateerd dat woekerende waterplanten niet volledig te bestrijden zijn.
Daarom wordt gewerkt aan een plan van aanpak met een inkadering en concreet stappenplan met tijdsplanning dat moet leiden tot een bestuurlijk ondertekend Beheerplan Overlastgevende Waterplanten Oostelijke Vechtplassen. Het Plassenschap heeft voor dit project in 2022 geen kosten gemaakt anders dan personele inzet en het reguliere vaarwegbeheer.
13
5. Rente Het rentepercentage voor nieuwe vaste geldleningen is voor 2022 geraamd op 2,5%. Dit percentage is gebaseerd op een reële inschatting van de marktrente op het moment van afsluiten. Een rente van 1,0% hoger dan deze verwachting resulteert in extra lasten van € 21.700 per jaar. Er is in 2022 een lening aangegaan van € 2,0 miljoen tegen 3,0%. Het risico heeft zich derhalve in 2022 ten dele voorgedaan. Dit resulteert in extra financieringslasten van 0,5% x € 2,0 mln. = € 10.000. Voor het jaar 2023 verhogen we het renterisico met € 20.000 naar afgerond € 42.000 omdat de leningenportefeuille is verhoogd. 6. Klimaatverandering Een belangrijke tendens is te zien in de merkbare gevolgen van klimaatveranderingen voor de onderhoudsmaatregelen. Er moet rekening worden gehouden met de volgende aspecten: •
•
•
langer groeiseizoen (waardoor extra maaibeurten nodig zijn), maar ook een korter snoeiseizoen daar bomen weer eerder uitlopen. Daardoor kan achterstand ontstaan in hakhout snoei en omdat te voorkomen moeten er soms ook snoeiwerk uitbesteed worden. Wateroverlast en droogte alsmede wind (storm) hierdoor raken oevers beschadigd alsmede de beschoeiingen. Ook meer kosten aan beplanting en beschoeiingen om de terreinen veilig te houden. Alsmede kosten aan water te geven om jonge aanplant te laten aanslaan Ontwikkeling van ziektes en exoten (o.a essentaksterfte die herplant en veilighouden terreinen noodzakelijk maken.
Elk seizoen is anders en onderhoudswerkzaamheden zijn lastig te vergelijken per jaarschijf. Extra water en extra maaien zijn lastig te kwantificeren. In 2022 zijn er echter geen grote excessen geweest welke direct verband houden met klimaatverandering. 7. Inflatie We merken dat aannemers veel meer vragen voor het uit te voeren werk. Door de hoge energie- en grondstofkosten zijn de prijzen voor werken in 2022 zeer sterk gestegen. Dit wordt mogelijk niet gedekt door de huidige voorziening groot onderhoud. Voor de werken aan de Muyeveldse Vaart had dit nog geen directe gevolgen in 2022, wel voor de werken aan De Strook Oost. We ramen het prijsrisico op 5% van het totale jaarlijkse onderhoudsbedrag. 8. Uitkomsten inspecties MJOP Nadat in 2021 een MJOP is vastgesteld, is in 2022 het MJOP verder geactualiseerd. Er is nog sprake van achterstallig onderhoud, we hebben noodgedwongen risico gestuurd in plaats van planmatig het onderhoud uitgevoerd om de veiligheid in het gebied te kunnen waarborgen. Het exacte effect hiervan is op dit moment nog niet in te schatten. 9. Onvoorziene risico’s Naast bovengenoemde grote risico’s heeft onze gemeenschappelijke regeling te maken met kleinere risico’s, zoals het illegaal dumpen van giftige afvalstoffen, niet verhaalbare vernielingen en wijzigingen in wetgeving met mogelijk financiële gevolgen.
Deze worden niet afzonderlijk benoemd en gekwantificeerd, maar hiervoor wordt gedurende de meerjaren termijn een gelijkblijvend risicobedrag aangehouden van € 50.000.
We gaan ervan uit dat niet alle risico’s zich tegelijkertijd zullen voordoen. Om hiervoor te corrigeren wordt een percentage van 90% berekend over het totaal berekende risicobedrag.
14
3.3 Kengetallen De kengetallen geven inzicht in de financiële positie van het Plassenschap.
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
3.3.1
Jaarrekening 2021 49% 49% 30% nvt 6% nvt
Jaarrekening 2022 105% 105% 11% nvt -17% nvt
Netto schuldquote
Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van het Plassenschap ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.
3.3.2
Solvabiliteitsratio
Dit kengetal drukt het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen uit. Hoe hoger het percentage hoe beter het Plassenschap in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen.
3.3.3
Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat gekeken wordt naar de structurele baten en de structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.
3.4 Onderhoud kapitaalgoederen Het MJOP is in het derde kwartaal van 2021 opgesteld op basis van inspecties en inventarisatie bij de beheerders en percentage berekening van niet kapitaalintensieve goederen (meubilair). Hieruit zijn budgetten en tijdspad geraamd voor groot onderhoud, investeringen en (verdere) inspecties. Het MJOP is een eerste stap naar het maken van uitvoeringsplannen, nog niet alle objecten in het gebied zijn in beeld. Het MJOP is voor een periode van 6 jaar opgesteld, waarbij is uitgegaan van een inflatie van 1,5%. Inmiddels is duidelijk dat dit niet meer van toepassing is. Dit is bij vaststelling van het MJOP door het schap als risico benoemd, is herhaald in de kadernota 2024 en zal naar de huidige inflatiecijfers moeten worden bijgesteld.
3.4.1
Wegen
In 2022 zijn er geen herstelwerkzaamheden of inspecties aan wegen uitgevoerd.
3.4.2
Watergangen en oevers
In september 2022 is gestart met het OVP-baggerproject. Daarnaast worden de sloten jaarlijks onderhouden volgens de keureisen van het waterschap (bv. waterplanten maaien in de Raaisloot). De houten beschoeiingen langs de Muyeveldsevaart zijn eenzijdig over een afstand van 570 meter vervangen door kunststof beschoeiingen. De beschoeiingen langs de ’s-Gravenlandsevaart zijn in 2022 tweezijdig vervangen over een afstand van 675 meter door kunststof beschoeiingen. Als extra werk is langs de vaart aan de andere zijde nieuwe houten beschoeiingen aangebracht. De beschoeiingen aan de Strook Oost zijn over een lengte van 435 meter vervangen en de afkalvingen zijn gerepareerd.
3.4.3
Groen: beplantingen
Op locaties de Meent en de Strook was er in 2021 overlast van de eikenprocessierups. In 2022 was de overlast veel beperkter.
15
3.4.4
Schoonhouden en vuilafvoer
In 2022 is ongeveer evenveel afval ingezameld als in 2021.
3.4.5
Materieel
Het materieel wordt jaarlijks gekeurd en is onderhevig aan garanties. Voor groot materieel is om de 500 uur bedrijfstijd is er regulier onderhoud (servicebeurt) nodig om garantierecht te behouden. In 2022 is er naast het reguliere onderhoud geen groot onderhoud geweest aan het materieel.
3.5 Financiering In het Treasurystatuut is het treasurybeleid opgenomen met daarin de producten, partijen en limieten, de treasury-organisatie met taken, bevoegdheden en verantwoordingsrelatie en de bijbehorende informatievoorziening, in totaliteit bedoeld ter beperking van te lopen risico’s.
3.5.1
Risicobeheer
Binnen de Wet FIDO zijn twee normen vermeld waaraan dient te worden voldaan. Het doel van deze normen is te voorkomen dat bij herfinanciering van de leningen bij (aanzienlijk) hogere rente grote schokken optreden in de hoogte van de rente die het Plassenschap moet betalen. De normen beperken de budgettaire risico’s.
3.5.2
Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet is een bedrag ter grootte van 8,2% van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar met als doel de kortlopende leningen te beperken. De kasgeldlimiet bedraagt € 231.400. In de praktijk is in 2022 geen kasgeld opgenomen.
3.5.3
Renterisiconorm
De renterisiconorm is een bedrag ter grootte van een percentage van het begrotingstotaal. Het doel van deze norm was en is het beperken van de gevolgen van een stijgende kapitaalmarktrente op de rentelasten van de organisatie. De norm stelt dat per jaar maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking mag komen voor verplichte aflossingen en renteherzieningen. De renterisiconorm bedraagt over 2022 € 2.500.000 (het minimumbedrag op grond van artikel 2 lid 3 van de Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden). Op de vaste geldleningen is een bedrag afgelost van € 147.143. Renteherziening op vaste schuld heeft niet plaatsgevonden.
3.6 Bedrijfsvoering Het onderhoud en beheer, de ontwikkeling, de bedrijfsvoering en handhaving en toezicht van het schap wordt tot 1 januari 2023 uitgevoerd door de gemeenschappelijke regeling (GR) Recreatie MiddenNederland (RMN). Naast het uitvoeren van taken door RMN in eigen beheer worden veel externe partijen ingeschakeld voor de uit te voeren opdrachten als (groot)onderhoud en het verrichten van investeringen. Het recreatieschap Stichtse Groenlanden en het Plassenschap Loosdrecht e.o. zijn deelnemer in RMN. De exploitatiebaten en lasten van RMN worden volledig doorberekend aan de betalende deelnemers. In 2022 had het Plassenschap Loosdrecht e.o. een belang van 28,3% in de bedrijfsvoeringsorganisatie RMN.
3.7 Verbonden partijen Het recreatieschap is deelnemer aan de bedrijfsvoering organisatie RMN, de uitvoeringsorganisatie voor twee recreatieschappen.
16
Recreatie Midden Nederland (RMN) Vestigingsplaats
Utrecht
Rechtsvorm
Gemeenschappelijke regeling – bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO)
Doelstelling/Publiek belang
Het bieden van een op de behoefte van de recreatieschappen afgestemd uitvoeringsapparaat en het vervullen van de daarmee samenhangende rol van werkgever, alsmede het bevorderen van de onderlinge afstemming tussen de recreatieschappen van de uit te voeren werkzaamheden.
Zeggenschap / bestuurlijk belang
Het bestuur van RMN bestaat uit 3 leden en een secretaris. Namens LSD hadden M. van Dijk (tot 10 juni) en A. Wisseborn (vanaf 10 juni) zitting in het bestuur van RMN.
Samenwerkingspartners
RMN kent drie deelnemers: Recreatieschap Stichtse Groenlanden, Plassenschap Loosdrecht en provincie Utrecht.
Financieel belang
Deelnemers financieren via een deelnemersbijdrage de kosten van RMN en zijn gezamenlijk aansprakelijk voor eventuele tekorten.
Risico's / weerstandsvermogen
Alle kosten van RMN worden doorbelast aan de deelnemende schappen. Dit betreft tevens de kosten van de liquidatie van RMN. De liquidatie van RMN wordt in 2023 afgerond. De vastgestelde liquidatiebegroting kent een totaal van € 1,25 miljoen, waarin het Plassenschap haar deel financiert. Mogelijk vallen de liquidatiekosten hoger uit dan de begroting.
Kerncijfers
Bedragen in € Eigen vermogen Vreemd Vermogen Resultaat
31-12-2021
31-12-2022
0
0
1.845.428
2.939.417
0
0
3.8 Grondbeleid Het Plassenschap Loosdrecht e.o. bezit totaal 660 hectare grond en water binnen het werkgebied. Deze bezittingen zijn op hoofdlijnen onder te verdelen in dagrecreatieterreinen (eilanden, Strook, Bosdijk etc.), de legakkers (Zuidelijke Kievitsbuurt e.d.), oeverlanden, sluizen, water en het recreatiecentrum Mijnden. Het schapsbeleid is er op gericht zijn terreinen zoveel mogelijk gratis en openbaar toegankelijk aan te bieden aan de recreant. Ruiling van percelen die tot verbetering van het algemeen nut zullen leiden, worden overwogen. Aankoop van grond is alleen aan de orde als verwerving ervan van belang is voor uitvoering van een project. De bestemming die de gemeenten, tot nog toe, aan de gronden hebben toegekend, biedt geen ruimte voor commerciële exploitatie. Alleen de grond waarop het recreatiecentrum Mijnden is gevestigd, is eeuwigdurend in erfpacht uitgegeven aan een exploitant. Op het terrein de Strook zijn twee opstalrechten verleend aan een horecaondernemer. Deze opstalrechtovereenkomsten worden één keer per 5 jaar verhoogd met het prijsindexcijfer over de afgelopen periode. Met deze horecaondernemer is verder een erfpachtovereenkomst met opstalrecht afgesloten inzake een woning op de strook.
17
JAARREKENING
4 Balans per 31 december 2022 (bedragen in €) Hierna wordt via de balans met toelichting en het overzicht van baten en lasten met toelichting de financiële verantwoording afgelegd over het in jaar 2022 gerealiseerde beleid. Activa (bedragen in €) Immateriële vaste activa Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief Subtotaal immateriële vaste activa
31-12-2022
31-12-2021
-
1.067 1.067
Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut
821.311
857.940
3.900.775
2.601.753
Subtotaal materiële vaste activa
4.722.086
3.459.693
Totaal vaste activa
4.722.086
3.460.760
-
-
511.988 2.011.650
262.132 820.706
(36) 250 2.523.852
3.846 1.086.684
260.402
103.076
-
-
134.250 134.250
1.398 1.398
Totaal vlottende activa
2.918.504
1.191.158
Totaal activa
7.640.590
4.651.918
Voorraden Gereed product en handelsgoederen Subtotaal voorraden Uitzettingen rentetypische looptijd < 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist Rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen Overige vorderingen Subtotaal uitzettingen rentetypische looptijd < 1 jaar Liquide middelen Kas- en banksaldi Overlopende activa - Overige Nederlandse overheidslichamen Overige overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Subtotaal overlopende activa
18
Passiva (bedragen in €)
31-12-2022
31-12-2021
Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserves Gerealiseerd resultaat Subtotaal eigen vermogen
653.665 662.295 (473.848) 842.112
503.488 733.207 150.177 1.386.872
926.555 926.555
746.447 746.447
4.026.429 -
2.173.571 -
16.172 4.042.601
28.215 2.201.787
Totaal vaste passiva
5.811.268
4.335.106
Netto vlottende schulden Overige schulden Subtotaal netto vlottende schulden
1.686.171 1.686.171
61.138 61.138
143.151
255.674
-
-
143.151
255.674
Totaal vlottende passiva
1.829.322
316.812
Totaal passiva
7.640.590
4.651.918
Voorzieningen Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt (egalisatievoorziening) Subtotaal voorzieningen
Vaste schulden Onderhandse leningen van: - binnenlandse banken en overige financiële instellingen Waarborgsommen Vooruitontvangen bedragen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Subtotaal vaste schulden
Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren; - Overige Nederlandse overheidslichamen Overige vooruitontvangen bedragen Subtotaal overlopende passiva
19
5 Overzicht van baten en lasten (bedragen in €)
Programma
Lasten Programma 1 Beheer & onderhoud
Realisatie 2021
Begroting 2022
Begroting 2022 na wijziging
Realisatie 2022
Afwijking begroting realisatie
1.588.108
729.400
926.800
1.110.296
183.496
143.769
255.500
255.500
324.789
69.289
70.914
70.900
70.900
70.914
14
366.968 907.491
639.500 1.126.500
549.000 1.721.000
361.846 1.479.134
(187.154) (241.866)
907.491 -
1.123.700 2.800
1.718.200 2.800
1.479.134 -
(239.066) (2.800)
3.077.250
2.821.800
3.523.200
3.346.979
(176.221)
1.332.160
844.000
844.000
1.191.631
347.631
442.019
580.200
611.700
677.048
65.348
59.485 849.185
82.000 1.248.600
82.000 1.206.000
76.109 857.429
(5.891) (348.571)
-
-
110.700
-
(110.700)
-
-
110.700
-
(110.700)
2.682.849 (394.400)
2.754.800 (67.000)
2.854.400 (668.800)
2.802.217 (544.762)
(52.183) 124.038
Mutaties reserves Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Totaal mutaties reserves
17.327 561.904
134.200 193.200
17.300 88.200
70.914
(17.300) (17.286)
544.577
59.000
70.900
70.914
14
Gerealiseerd resultaat
150.177
(8.000)
(597.900)
(473.848)
124.052
Programma 2 Toezicht en handhaving Programma 3 Ontwikkeling Programma 4 Exploitatie Programma 5 Algemene dekkingsmiddelen en overhead, te onderscheiden in: - Overhead - Bedrag onvoorzien Totaal lasten Baten Programma 1 Beheer & onderhoud Programma 2 Toezicht en handhaving Programma 3 Ontwikkeling Programma 4 Exploitatie Programma 5 Algemene dekkingsmiddelen en overhead, te onderscheiden in: - Overhead - Bedrag onvoorzien Totaal baten Saldo van baten en lasten
20
6 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling 6.1 Inleiding De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).
6.2 Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende verlofaanspraken. Voor arbeidskostengerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen.
De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld door reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden.
6.3 Vaste activa 6.3.1
Immateriële vaste activa
De immateriële vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. De kosten van onderzoek en ontwikkeling worden in 5 jaar afgeschreven. De afschrijving van de geactiveerde kosten onderzoek en ontwikkeling vangt aan bij ingebruikname van het gerelateerde materiële vaste actief.
6.3.2
Materiële vaste activa
6.3.2.1 Algemeen Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak die aan de vervaardiging van het actief worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze kosten worden geactiveerd. 6.3.2.2 Investeringen met economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht.
21
De volgende afschrijvingspercentages worden gehanteerd: Actief Grond en water Bouwkundige werken Beschoeiing Bedrijfsgebouwen Machines, apparaten en installaties Vervoermiddelen Overige vaste activa
Percentage 0% 2,5% - 20% 2,5% - 4% 2,5% - 8,33% 5% - 20% 3,33% - 20% 5% - 20%
6.4 Vlottende activa 6.4.1
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
6.4.1.1 Vorderingen De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid wordt een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. Daarnaast zijn de vorderingen uit hoofde van rekening-courant saldi van RMN met Recreatieschap Stichtse Groenlanden en het Plassenschap Loosdrecht conform artikel 39 van het BBV met ingang van 2019 gepresenteerd als rekening-courant saldo niet-financiële instellingen. 6.4.1.2 Liquide middelen en overlopende activa De liquide middelen en overlopende activa worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
6.5 Vaste passiva 6.5.1
Eigen vermogen
Het eigen vermogen kent geen eigenstandige waardering. Feitelijk vormt het eigen vermogen de resultante van alle overige in de balans opgenomen posten, die wel een eigenstandige waardering kennen.
6.5.2
Voorzieningen
Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De voorzieningen ter egalisering van kosten stoelen op een actuele meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud. Uitgevoerd achterstallig onderhoud is daarbij ten laste van de exploitatie verantwoord. Deze lasten zijn niet ten laste van de gevormde voorziening gebracht. De vorming van voorziening, dan wel een dotatie aan de reeds bestaande voorziening, is als een last in het betreffende boekjaar verantwoord. Alle aanwendingen aan voorzieningen zijn rechtstreeks ten lasten van de voorziening gebracht en in het verslagjaar niet ten laste van de exploitatie verantwoord.
6.5.3
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer.
6.6 Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
22
7 Toelichting op de balans per 31 december 2022 7.1 Vaste activa 7.1.1
Immateriële vaste activa
De immateriële vaste activa bestaan uit de volgende onderdelen: Boekwaarde per 31-12-2022 Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief Bijdragen aan activa in eigendom van derden Totaal
Boekwaarde per 31-12-2021 -
-
1.067
1.067
1.067
1.067
Boekwaarde per 31-12-2022
Duurzame waardeverminderingen
Bijdragen van derden
Afschrijvingen
Desinvesteringen
-
-
-
-
-
-
-
1.067
-
-
1.067
-
-
1.067
Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief
Investeringen
Boekwaarde per 31-12-2021
Onderstaand overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de immateriële vaste activa weer:
In 2022 zijn geen investeringen in de immateriële vaste activa gedaan.
7.1.2
Materiële vaste activa
De materiële vaste activa bestaan uit de volgende onderdelen: Boekwaarde per 31-12-2022
Boekwaarde per 31-12-2021
821.311 -
857.940 -
Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut
3.900.775
2.601.752
Totaal
4.722.086
3.459.692
Investeringen met een economisch nut Waarvan in erfpacht uitgegeven Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven
23
Gronden en terreinen - Waarvan in erfpacht uitgegeven Woonruimten Bedrijfsgebouwen Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties Overige materiële vaste activa Totaal
Boekwaarde per 31-12-2022
Duurzame waardeverminderingen
Bijdragen van derden
Afschrijvingen
Desinvesteringen
Investeringen
Boekwaarde per 31-12-2021
Onderstaand overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met economisch nut weer:
407.753 -
-
-
-
-
-
407.753 -
40.390 299.576 98.490 11.731 857.940
4.395 4.395
-
1.866 21.550 15.743 1.865 41.024
-
-
38.525 278.026 87.142 9.865 821.311
De belangrijkste investeringen in 2022 zijn: Omschrijving
Investering 2022
Aanhanger Saris (34-WDJ-3) - 2022
4.395
Totaal
4.395
Gronden en terreinen Woonruimten Bedrijfsgebouwen Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties Overige materiële vaste activa Totaal
549.721
-
-
-
-
14.639
44.880
Boekwaarde per 31-12-2022
Duurzame waardeverminderingen
Bijdragen van derden
Afschrijvingen
Desinvesteringen
Investeringen
Boekwaarde per 31-12-2021
Onderstaand overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met maatschappelijk nut weer:
-
-
-
549.721
-
-
-
-
-
10.822
1.969.094 1.381.986
-
109.454
-
-
3.243.358
-
-
-
-
-
-
-
2.362
-
-
598
-
-
1.765
-
-
57.235
65.936
8.232
-
15.202
2.601.752 1.435.098
-
136.076
-
-
3.900.775
48.696
24
De belangrijkste investeringen met maatschappelijk nut in 2022 zijn: Omschrijving
Investering 2022
Renovatie toiletgebouw Markus Pos - 2022 Duikers De Meent - 2022 Vervangen beschoeiing De Strook Oost - 2022 6x Boenderbak 120 L incl. betonvoet - 2022 Damwand Eiland De Meent - 2022 Beschoeiing ‘s-Gravelandse Vaart term 1 - 2022 10x RVS Zwemtrappen - 2022 Totaal
44.880 195.155 564.859 3.083 416.693 202.197 8.232 1.435.097
Het project aan de Muyeveldsevaart heeft een investeringswaarde van totaal € 730.000. Een deel hiervan is in 2022 uitgevoerd maar zal worden afgerond in 2023. Het project heeft stilgelegen in 2022 vanwege PFAS en stikstofregels en het gebruik van materiaal voor De Strook Oost (dat meer urgentie had). In de investeringslijst van 2023 zal dit project in zijn geheel terugkomen en zal daarna worden geactiveerd.
7.2 Vlottende activa 7.2.1
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
De uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar zijn als volgt onderverdeeld:
Vorderingen op openbare lichamen Verstrekte kasgeldleningen aan openbare lichamen Overige verstrekte kasgeldleningen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist Rekeningcourantverhouding met het Rijk Rekeningcourantverhoudingen met niet-financiële instellingen Uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier Overige vorderingen Overige uitzettingen Totaal
Uitzetting per 31-12-2022
Voorziening oninbaarheid
Boekwaarde per 31-12-2022
Uitzetting per 31-12-2021
Voorziening oninbaarheid
Boekwaarde per 31-12-2021
511.988
-
511.988
262.132
-
262.132
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
2.011.650
-
2.011.650
820.706
-
820.706
-
-
(36)
-
(36)
-
-
-
-
-
-
-
-
-
250
-
250
3.846
-
3.846
2.523.851
-
2.523.851
1.086.684
-
1.086.684
7.2.1.1 Vorderingen op openbare lichamen De vorderingen op openbare lichamen bestaan uit openstaande debiteuren betreffende diverse gemeenten en de provincie Utrecht. Gelet op de aard van de vorderingen wordt het niet noodzakelijk geacht een voorziening voor oninbaarheid te vormen.
25
7.2.1.2 Uitzettingen in ‘s Rijks schatkist Op balansdatum heeft LSD geen overtollige middelen boven de drempel van het schatkistbankieren in het kader van de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF). De middelen boven de drempel dienen in de schatkist van het Rijk worden aangehouden. Wel staat op balansdatum nog €2.011.650 op de rekening van het schatkistbankieren. Deze middelen staan ter vrije beschikking aan LSD. In principe dienen alle overtollige middelen in de schatkist te worden aangehouden. Er is echter een aantal uitzonderingen, zoals het drempelbedrag. Dit is een minimumbedrag afhankelijk van de omvang van de organisatie dat gemiddeld per kwartaal buiten de schatkist mag worden gehouden. Voor het Plassenschap was dat voor 2022 € 1.000.000. Voor organisaties met een begrotingstotaal kleiner dan € 500 mln. bedraagt de drempel € 1.000.000. Het Plassenschap heeft met de BNG de afspraak gemaakt dat het saldo boven de drempel op de reguliere betaalrekening automatisch dagelijks wordt afgeroomd naar de schatkist. In onderstaande tabel is te zien wat de benutting van het drempelbedrag schatkistbankieren gedurende de vier kwartalen 2022 is geweest: Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar Drempelbedrag
(1)
1000 Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
(2)
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
164
129
146
108
(3a) = (1) > (2)
Ruimte onder het drempelbedrag
836
871
854
892
(3b) = (2) > (1)
Overschrijding van het drempelbedrag
-
-
-
-
(1) Berekening drempelbedrag
Verslagjaar (4a)
Begrotingstotaal verslagjaar
2.872
(4b)
Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen
2.872
(4c)
Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat
(1) = (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van €1.000.000 als het begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. En als begrotingstotaal groter dan € 500 miljoen is is het drempelbedrag gelijk aan € 10 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat.
Drempelbedrag
1.000
(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
(5a)
Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil)
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
14.760
11.739
13.432
9.936
26
(5b) (2) - (5a) / (5b)
Dagen in het kwartaal Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
90
91
92
92
164
129
146
108
Uit de tabel blijkt dat geen sprake is van een overschrijding van het drempelbedrag gedurende 2022. 7.2.1.3 Overige vorderingen De overige vorderingen bestaan uit de volgende bedragen. Er is geen voorziening voor dubieuze debiteuren gevormd. 31-12-2022 31-12-2021 Debiteuren 250 3.846 Totaal overige vorderingen 250 3.846
7.2.2
Liquide middelen
Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen en zijn als volgt te specificeren: Boekwaarde per 31-12-2022 Banksaldi Kassaldi Totaal
7.2.3
Boekwaarde per 31-12-2021
260.402 260.402
103.076 103.076
Boekwaarde per 31-12-2022
Boekwaarde per 31-12-2021
-
-
-
-
26.155 108.095 134.250
1.398 1.398
Overlopende activa
De overlopende activa bestaan uit de volgende onderdelen:
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen van: - Europese overheidslichamen - Het Rijk - Overige Nederlandse overheidslichamen Nog te ontvangen bedragen Vooruitbetaalde bedragen Totaal