CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Conceptbeleidsplan Bescherming en Opvang 2026-2033

gemeenteraad 25 september 2025, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Zienswijze conceptbeleidsplan Bescherming en Opvang (Het raadsvoorstel is zonder stemming aangenomen.)24.294 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Bestuur De zorg en ondersteuning vanuit Bescherming & Opvang is vormgegeven op het niveau van Gooi en Vechtstreek57. Veel rondom preventie en welzijn pakken gemeenten lokaal op, een uitzondering daarop is het Preventie en handhavingsplan (PHP) en preventie van alcohol en drugs. Regio Gooi en Vechtstreek is een samenwerkingsverband van de gemeenten en onderdeel van het gemeentelijk apparaat. De legitimatie van beleid is te allen tijde lokaal, maar de voorbereiding en vormgeving van dat beleid doen gemeenten gezamenlijk. Zo sluit het beleid goed aan bij de schaal van de uitvoering. De Wet maatschappelijke ondersteuning is hier ook duidelijk over: er is sprake van lokaal gemeentelijk bestuur voor de voorzieningen die zijn opgenomen in dit beleidsplan. De lokale gemeentelijke verantwoordelijkheid is in de wet vastgelegd en kan niet gewijzigd/overgedragen worden.

Gezamenlijke beleidsuitvoering Om de uitvoering van dit beleidsplan te begeleiden is er een regionaal beleidsteam werkzaam bij Regio Gooi en Vechtstreek. De hiermee gemoeide personele capaciteit wordt gefinancierd uit de landelijke uitkeringen die beschikbaar zijn voor de taken die zijn ondergebracht bij het programma Bescherming & Opvang. Vanaf juni 2024 tot en met eind 2025 is, specifiek in het kader van de aanpak dakloosheid, een ingehuurde projectleider bekostigd uit de decentralisatie-uitkering Nationaal Actieplan Dakloosheid. Deze taak met bijbehorende uitkering heeft echter een structureel karakter en is dan ook belegd in dit beleidsplan. Vanaf 2026 zal de hiermee gemoeide inzet van 24 uur per week voortgezet worden via een te realiseren uitbreiding van het regionale beleidsteam, waarmee de inhuur eindigt. Daarnaast zijn er met dit beleidsplan een aantal taken bijgekomen die ook om een aanvulling op de personele capaciteit vragen. Denk aan extra inzet op de overgang van 18- naar 18+, middelengebruik en verslaving en op het verder verstevigen van de zorg en veiligheidsketen. Ook vraagt dit beleid om het investeren in een domeinoverstijgende samenwerking en het kunnen leggen van verbanden tussen de diverse landelijke programma’s en dit beleidsterrein.

In de begroting is dan ook rekening gehouden met de benodigde uitbreiding van beleidscapaciteit, ten behoeve van bovengenoemde taken, met 1 fte.

56 Het beleidsplan Bescherming & Opvang richt zich specifiek op inwoners die (dreigen) maatschappelijk uit te vallen. De

overgang 18- en 18+ is in de context van dit beleidsplan dus enkel van toepassing waar die overgang een risico op maatschappelijke uitval vormt. 57 Eemnes werkt op enkele onderdelen met andere regio’s samen (zoals bij de Jeugdwet en Wonen) – zie bijlage 2. 37

De beleidsadviseurs coördineren de bestuurlijke, beleidsmatige en uitvoerende samenwerking tussen gemeenten en zijn verantwoordelijk voor de coördinatie van de beleidsvoorbereiding en uitvoering van het beleidsplan Bescherming & Opvang. Zij zijn verantwoordelijk voor relatiemanagement c.q. accounthouderschap met de zorgpartners. Ook zijn de beleidsadviseurs verantwoordelijk voor het opstellen van voortgangsrapportages, van een startnotitie (proces, evaluatierapport en richting nieuw plan) voorafgaand aan een nieuw beleidsplan en voor het opstellen van een nieuw beleidsplan, zodra de lopende beleidsperiode afloopt. De beleidsadviseurs stemmen primair af met de bestuurlijk trekkers van Bescherming & Opvang en vervolgens ook met de andere betrokken portefeuillehouders, via het portefeuillehouders overleg Gezondheid & Ondersteuning (sociaal domein). Beleidsadviseurs van de zeven gemeenten en van de Regio werken nauw samen middels de ambtelijke werkgroepen, gefaciliteerd en voorgezeten door de regionale adviseurs.

Gezamenlijke inkoop en contractbeheer De gemeenten geven de zorg en ondersteuning op het terrein van Bescherming & Opvang gezamenlijk vorm. Mede wegens vereisten die voortvloeien uit de Norm voor Opdrachtgeverschap kopen gemeenten voorzieningen, zoals beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang, gezamenlijk in. Het beheer van deze contracten voeren gemeenten gezamenlijk uit. Deze taken zijn belegd bij de Regio.

Voorgenomen fusie Wijdemeren-Hilversum De gemeenteraden van Wijdemeren en Hilversum hebben op 10 juli 2024 de intentie uitgesproken om op 1 januari 2027 gemeente Wijdemeren bij Hilversum te voegen. Op 28 maart 2024 hebben de gemeenteraden van Hilversum en Wijdemeren het herindelingsadvies ‘Samen Sterker’ vastgesteld en aangeboden aan de commissaris van de Koning van Noord-Holland. Voor dit beleidsplan heeft dit verder geen gevolgen, anders dan dat Wijdemeren en Hilversum straks verder gaan als één gemeente.

Financiën (begroting, prijspeil 2024) 2026

2027

2028

2029 e.v.

Dekking

Beleid

540.153

540.153

540.153

540.153

BW/MO/VO

Inkoop en Contractbeheer

625.198

625.198

625.198

625.198

BW/MO/VO

1.165.351

1.165.351

1.165.351

1.165.351

Capaciteit

Totaal

38

FINANCIËN 2026 – 2033 Hieronder staat de uitwerking van het financieel kader waar vanuit het beleidsplan gedurende de periode 2026 – 2033 wordt uitgevoerd. Allereerst zijn de inkomsten en uitgaven in beeld gebracht en vanuit welke bronnen de opbrengsten afkomstig zijn. Vervolgens wordt ingegaan op de wijze waarop sturing op de financiën plaatsvindt, welke risico’s er zijn en op welke wijze deze risico’s worden ondervangen. Tenslotte zijn de relevante financiële ontwikkelingen opgenomen en toegelicht.

Inkomstenbronnen Bescherming & Opvang wordt gefinancierd vanuit de volgende bronnen: 1. Integratie-uitkering beschermd wonen (centrumgemeente)58; 2. Eigen bijdrage beschermd wonen (centrumgemeente); 3. Decentralisatie-uitkering maatschappelijke opvang (centrumgemeente); 4. Decentralisatie-uitkering nationaal actieplan dakloosheid (centrumgemeente); 5. Decentralisatie-uitkering vrouwenopvang (centrumgemeente); 6. Algemene Uitkering (gemeenten), t.b.v. de gemeentelijke bijdragen GGD en Veilig Thuis (VT).

Begroting (prijspeil 2024) 2026

2027

Inkomsten Integratie-uitkering beschermd wonen Eigen bijdrage beschermd wonen (CAK) Decentralisatie-uitkering maatschappelijke opvang Decentralisatie-uitkering actieplan dakloosheid Decentralisatie-uitkering vrouwenopvang Gemeentebijdrage GGD Gemeentebijdrage VT Totaal

13.648.817 75.000 2.260.176 326.708 2.718.305 48.175 2.286.129 21.363.310

13.648.817 75.000 2.260.176 326.708 2.720.215 48.175 2.286.129 21.365.220

13.648.817 13.648.817 75.000 75.000 2.260.176 2.260.176 326.708 326.708 2.720.215 2.720.215 48.175 48.175 2.286.129 2.286.129 21.365.220 21.365.220

Uitgaven Preventie en perspectief Beschermd en veilig thuis wonen Een integrale benadering vanuit zorg en veiligheid Regionale samenwerking Totaal

1.947.387 12.223.096 6.027.476 1.165.351 21.363.310

1.947.387 12.223.096 6.027.476 1.165.351 21.363.310

1.947.387 1.947.387 12.223.096 12.223.096 6.027.476 6.027.476 1.165.351 1.165.351 21.363.310 21.363.310

0

1.910

Inkomsten minus uitgaven

2028

1.910

2029 e.v.

1.910

Toelichting op de begroting De hierboven gepresenteerde begroting gaat voor de lasten uit van het prijspeil 2024, waarbij de uitgaven die gemoeid zijn met dit beleidsplan hierin meegenomen zijn59. De uitkeringen zijn geactualiseerd op basis van de decembercirculaire 2024. De gemeentelijke bijdragen zijn gelijk aan de

De middelen voor inwoners met een licht verstandelijke beperking beschermd wonen zijn in 2015 niet overgeheveld, ondanks dat gemeenten hiervoor wel verantwoordelijk werden. Nadat de aard en omvang van deze doelgroep onderzocht is, werd bestuurlijk overeengekomen (tussen VWS en VNG) dat er vanaf 2017 een bedrag van 60,4 miljoen euro structureel werd toegevoegd aan de integratie-uitkering Sociaal Domein (en dus niet aan de integratie-uitkering beschermd wonen). 59 Daar dit beleidsplan voornamelijk een voortzetting van het vorige beleidsplan is, lopen de uitgaven van de diverse maatregelen ook door. Daar waar het gaat om nieuwe maatregelen, is hier – per thema – tekst aan gewijd in de hoofdstukken ‘Beleidsprogrammalijnen’ en ‘Regionale samenwerking’. 58

39

gewijzigde begroting 2024 en de eigen bijdrage beschermd wonen (CAK) is opgenomen op basis van verwachte inkomsten. Zodra de meicirculaire 2025 gepubliceerd is, wordt deze begroting aangepast naar de situatie van 2025, conform de gebruikelijke begrotingssystematiek. In de meicirculaire vindt de loon-/prijscompensatie plaats van de integratie-uitkering beschermd wonen. De indexaties op de gecontracteerde voorzieningen en personele kosten vinden jaarlijks bij de start van het nieuwe kalenderjaar plaats, waardoor er (ook) jaarlijks een tijdelijk tekort op de begroting ontstaat welke vervolgens met de extra middelen vanuit de meicirculaire (tot op heden ieder jaar) weer volledig gedekt worden. De gemeentelijke bijdrage van de GGD, ten behoeve van de preventieve activiteiten, staat al jaren vast en zijn in de afgelopen jaren dan ook niet geïndexeerd. De gemeentelijke bijdrage ten behoeve van Veilig Thuis (VT) wordt regulier verhoogd op basis van de gebruikelijke indexaties zoals deze toegepast worden voor de Regiobegroting. De gemeentelijke bijdrage stijgt mee met de van toepassing zijnde indexaties, daar de decentralisatie-uitkering vrouwenopvang – waar VT voor een groot deel uit bekostigd wordt – geen loon-/prijscompensaties uitkeert via deze decentralisatie-uitkering, maar bij de lokale gemeenten terecht komt (meer hierover in paragraaf ‘Risico’s’).

Bij de oplevering van het definitieve beleidsplan (d.d. 13 oktober 2025), wordt de begroting geactualiseerd op basis van de gebruikelijke begrotingssystematiek. Dan wordt de begroting 2025, met prijspeil 2025 – op basis van de meicirculaire – gepresenteerd. Bij de definitieve begroting 2025 zal dan ook pas de gemeentelijke bijdrage per gemeente60 inzichtelijk gemaakt worden, dit heeft in de conceptfase nog geen meerwaarde en geeft een vertekend beeld61.

Sturing De Regio voert de kassiersfunctie uit en rapporteert via de reguliere Planning & Control-cyclus over de voortgang. De regie over de uitgaven is belegd bij de Regio. Hiermee is de zeggenschap over deze budgetten voor alle gemeenten gewaarborgd en belegd bij het Algemeen Bestuur. Daarnaast zijn de portefeuillehouders sinds 2024 in staat gesteld om jaarlijks, voorafgaand aan de reguliere bestuursrapportages, bij te kunnen sturen op de uitgaven van Bescherming & Opvang middels deze afspraak.

Risico’s Het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) heeft eerder besloten om ten behoeve van het kalenderjaar 2024 de volume-compensatie behorend tot de Integratie Uitkering Beschermd Wonen (IUBW) niet uit te keren en is voornemens om dit voor het kalenderjaar 2025 nog eens te besluiten, wat in de meicirculaire bekend gemaakt zal worden. Tot die tijd houdt de begroting dan ook geen rekening met het uitkeren van deze volume-compensatie, waarmee gemeenten dus geen risico lopen. Gemeenten geven structureel meer uit aan de maatschappelijke opvang en de vrouwenopvang dan zij via de decentralisatie-uitkeringen daarvoor van het Rijk ontvangen. De tekorten worden tot op heden gedekt met de middelen die ontvangen worden via de integratie-uitkering beschermd wonen. Naast de ontoereikende decentralisatie-uitkeringen, worden de loon-/prijs- en volumestijgingen niet via deze uitkeringen gecompenseerd. De indexering van decentralisatie-uitkeringen maatschappelijke opvang en vrouwenopvang vindt op een indirecte wijze plaats. Alle decentralisatie-uitkeringen worden

60 Eemnes draagt financieel niet bij aan Veilig Thuis, daar zij niet meedoen met regio Gooi en Vechtstreek in het kader van Veilig

Thuis. Vanaf 2026 draagt Eemnes wel bij aan de GGD in het kader van de preventie activiteiten (PHP) en gaan dan ook meedoen vanaf 2026 (ten aanzien van de financiële bijdrage heeft het college van Eemnes d.d. 22 april 2025 besloten). 61 Gemeenten dragen nu namelijk al meer bij ten behoeve van Veilig Thuis, op basis van de doorgevoerde indexaties per 1-12025. Dit is dus in werkelijkheid hoger dan de gepresenteerde conceptbegroting 2024. 40

opgeteld bij de Algemene Uitkering. Daarover wordt vervolgens het accres uitgekeerd. Het accres landt bij alle gemeenten en dus niet alleen bij centrumgemeenten. Het ziet ernaar uit dat ook dit niet zal wijzigen als gevolg van het nieuwe financieringssysteem dat per 2026 wordt ingevoerd door de landelijke overheid. De regionale begroting Bescherming & Opvang komt op deze wijze onder druk te staan, daar de voorzieningen uiteraard wel jaarlijks geïndexeerd worden. Hiermee worden de uitgaven hoger, terwijl de opbrengsten uit deze twee uitkeringen niet meestijgen met de kosten. Vooralsnog voldoen gemeenten aan hun wettelijke taken, binnen de daarvoor beschikbare Rijksmiddelen. Het uitgangspunt is dat gemeenten binnen het huidig financieel kader de taken kunnen blijven uitvoeren.

Reserve De gemeenten zijn risicodragend ten aanzien van het programma Bescherming & Opvang. Dit betekent dat een positief resultaat ten gunste wordt gebracht van de reserve tot het plafond van twee miljoen euro is bereikt, het overgebleven positieve resultaat wordt op basis van inwonertal over de gemeenten verdeeld. Een negatief resultaat wordt ten laste van de reserve gebracht tot het moment dat deze op nul staat, het overgebleven negatieve resultaat wordt op basis van inwonertal over de gemeenten verdeeld. De reserve kent sinds het eerste regionale beleidsplan, vanaf 2017, een vaststaand plafond van twee miljoen. Gemeenten hebben in 2025 alle regionale reserves geactualiseerd62, waarmee het plafond van de reserve van Bescherming & Opvang wederom een plafond kent van twee miljoen.

Waarom een reserve Bij het werken met een reserve kunnen onverwachte kosten en/of tegenvallende inkomsten direct opgevangen worden. In dit vastgestelde bestedingsvoorstel staan twee concrete voorbeelden van onverwachte (en/of niet planbare) kosten, bij voorstel 4 en 5. Beleid maken en vervolgens het vastgestelde beleid uitvoeren kan in sommige situaties leiden tot onvoorziene omstandigheden, ook ten aanzien van de inkomsten en uitgaven. Ook met dit beleidsplan zijn er doelstellingen opgenomen, waarvan op voorhand niet bekend is of deze doelen vervolgens ook extra kosten met zich mee zullen brengen en/of hoeveel kosten hiermee gemoeid zullen zijn en wanneer die kosten gemaakt zullen worden. Dit soort kosten kunnen dan in eerste instantie opgevangen worden via de reserve, zodat er geen vertragingen hoeven te ontstaan. Daarnaast zullen er ook doelstellingen bij de uitvoering niet (tijdig en/of volledig) gerealiseerd worden, waarbij er al wel vooraf uitgaven begroot zijn. Hierdoor kan er op een lopende begroting dus ook geld overblijven en incidenteel voor iets anders – passend binnen het beleidskader Bescherming & Opvang en bedoeld voor de daarbij horende doelgroep - ingezet kunnen worden of op den duur structureel een andere bestemming krijgen, zoals ook met het hierboven genoemde bestedingsvoorstel is gebeurd.

Financiële ontwikkelingen Doordecentralisatie beschermd wonen Op dit moment zijn de centrumgemeenten nog altijd verantwoordelijk voor de wettelijke taken en bijbehorende Rijksmiddelen betreffende beschermd wonen (BW) en de maatschappelijke opvang (MO). Vanaf 2023 zouden alle gemeenten gefaseerd verantwoordelijk gemaakt worden voor de uitvoering en bekostiging van beschermd wonen. Vervolgens zou vanaf 2026 de mogelijkheid van de doordecentralisatie van de maatschappelijke opvang aan de orde komen63. De invoering van het

62 Het Algemeen Bestuur heeft hiervoor de ‘nota reserves en voorzieningen‘ d.d. 10 april 2025 vastgesteld. 63

De decentralisatie uitkering vrouwenopvang wordt niet door- gedecentraliseerd. 41

Woonplaatsbeginsel Beschermd Wonen 64, met tegelijkertijd de invoering van het objectief verdeelmodel, is vervolgens een paar keer uitgesteld en ook nu is er nog geen besluit genomen over de invoering daarvan. De doordecentralisatie betreffende de maatschappelijke opvang zal daarmee ook tot nader orde uitgesteld worden. Voor gemeenten in Gooi en Vechtstreek heeft bovengenoemde doordecentralisatie naar verwachting weinig tot geen effect. Gemeenten continueren de huidige samenwerking waarbij zij ook samen invulling blijven geven aan de financiële verantwoordelijkheid voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang.

Toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming Om de beoogde transitie naar het Toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming (TKS) vorm te geven, stelde het Rijk voor de jaren 2023 tot en met 2025 incidentele middelen beschikbaar. De uitkering hiervan verliep via de Decentralisatie Uitkering Vrouwenopvang (DUVO) die de centrumgemeenten van het Rijk ontvangen. Daar vrouwenopvang een overgedragen taak betreft en centrumgemeente Hilversum de DUVO overhevelt naar de Regio, gebeurt dit ook met de hierboven genoemde incidentele middelen. Het meest recente landelijke programmaplan TKS dat beschikbaar is, is voor de periode 2023 tot en met 2025. Het daaropvolgende programmaplan TKS is nog niet gepubliceerd. Hierdoor is het onzeker of er opnieuw (incidentele) middelen beschikbaar gesteld worden. Ook is onduidelijk via welke uitkering deze middelen - al dan niet opnieuw bij de centrumgemeenten - zullen landen, indien deze worden toegekend. Daarom zijn deze middelen (nog) niet in de begroting Bescherming & Opvang 2026-2033 opgenomen en daarmee ook niet de daaropvolgende uitgaven.

Financieel ravijnjaar 2026 Vanaf 2026 wordt er een nieuw financieringssysteem ingevoerd door de landelijke overheid. Concreet betekent dit dat het geld uit het gemeentefonds via een nieuwe verdeelsleutel wordt toegekend aan gemeenten. De verwachting was aanvankelijk dat gemeenten gezamenlijk 2,4 miljard euro minder van het Rijk zullen ontvangen, waarbij de taken gelijk blijven. Met het publiceren van de Voorjaarsnota 2025 wordt de terugval in het gemeentefonds deels gecompenseerd met een structureel bedrag van ruim 4 miljoen euro65. Het ziet ernaar uit dat de Rijksmiddelen voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang ongemoeid blijven, waardoor gemeenten de wettelijke taken ten aanzien van Bescherming & Opvang binnen het huidig financiële kader kunnen blijven uitvoeren.

64 Het woonplaatsbeginsel Beschermd Wonen (BW) betekent dat elke gemeente verantwoordelijk wordt voor BW, voor haar

eigen inwoners, ook wanneer die naar een andere gemeente verhuizen omdat daar de beste plek voor herstel is. 65 Daarnaast krijgen gemeenten, vanaf 2026, er structureel 414 miljoen euro bij om de stijgende kosten van de Jeugdzorg op te vangen en incidenteel een voordeel van ongeveer 950 miljoen, verdeeld over 2026 en 2027 als gevolg van het voornemen om de Hervormingsagenda Jeugd door te schuiven naar 2028). 42

BIJLAGEN

43

Bijlage 1 - Achtergrondinformatie maatschappelijke ontwikkelingen Deze bijlage gaat dieper in op de achtergrond van de maatschappelijke ontwikkelingen die eerder geschetst zijn het hoofdstuk ‘Beleidskader 2026 – 2033’, paragraaf ‘Maatschappelijke ontwikkelingen’.

Van beschermd wonen naar beschermd thuis Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het beschermd wonen van inwoners met psychische, psychiatrische en/of sociaal-maatschappelijke problemen. Zij wonen bijvoorbeeld in een voorziening met andere inwoners, die ook intensieve begeleiding en toezicht nodig hebben. De beweging van beschermd wonen naar een beschermd thuis zorgt ervoor dat mensen mee kunnen blijven doen in de samenleving en structuur in hun dagelijks leven behouden. Steeds vaker blijven mensen in hun eigen huis wonen en komen de hulpverleners bij hen thuis. In 2015 bracht de commissie Dannenberg, in opdracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), een advies uit over de toekomst van het beschermd wonen. Gemeenten zijn circa tien jaar bezig met deze beweging, zo ook de gemeenten van Gooi en Vechtstreek. Gemeenten geven met ‘een beschermd thuis’ invulling aan een beweging die ten goede komt aan de participatie en zelfregie van inwoners die zelf, of met hulp vanuit de omgeving, moeite hebben om zich in de samenleving staande te houden. De wetgeving is daarbij instrumenteel. De behoeften van de mensen om wie het gaat en de menselijke maat zijn het vertrekpunt. De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is de basis van beschermd wonen en daarmee ook van het beleid van gemeenten voor de beweging naar een beschermd thuis 66.

De ambitie van de landelijke en lokale overheden is om samen met alle belanghebbenden een duurzame beweging in gang te zetten om kwalitatief goede, beschikbare en betaalbare hulp te borgen dicht bij de mensen. Ondanks dat de beweging de nodige kwalitatieve effecten heeft voor inwoners is er landelijk nog altijd sprake van wachtlijsten en wachttijden voor (het klassieke) beschermd wonen 67. De vraag naar beschermd wonen is de afgelopen jaren afgenomen. Dit komt voor een groot deel doordat de Wet langdurige zorg (Wlz) per 2021 werd opengesteld voor mensen met psychische problematiek en een permanente 24 uurszorg behoefte. Circa zestig tot vijfenzestig procent van de inwoners die in onze regio gebruik maakten van beschermd wonen ontvangen sindsdien zorg met verblijf, van veelal dezelfde zorgaanbieders, bekostigd vanuit de Wlz in plaats van uit de Wmo. De vraag naar beschermd wonen is echter ook afgenomen door de werking van het regionale beleid. Zo zijn er regionale toelatingscriteria ontwikkeld, om consulenten handvatten te geven en inwoners een gelijke behandeling te geven. Hiermee worden bijvoorbeeld (enkelvoudige) huisvestingsproblemen niet meer opgelost met het inzetten van beschermd wonen.

Ook heeft de inzet van de regionaal wachtlijstbeheerder, die nauw samenwerkt met de gecontracteerde aanbieders en met de gemeentelijke uitvoeringsdiensten, geleid tot het actueel houden en (daarmee) inkorten van de wachtlijst voor beschermd wonen, het versnellen van het plaatsingsproces en het mede mogelijk maken van intervisiebijeenkomsten tussen consulenten van de diverse uitvoeringsdiensten. De ontwikkeling van diverse alternatieven voor beschermd wonen, waardoor mensen thuis kunnen blijven wonen of eerder het beschermd wonen kunnen verlaten, dragen in toenemende mate bij aan het afnemen van de vraag.

66 Bron (VNG): Basiskennis beschermd thuis 67 De VNG is sinds eind 2023 de diverse wachtlijsten en wachttijden inzichtelijk aan het maken en tot een voorstel te komen over

hoe landelijk ook het gesprek goed te kunnen gaan voeren met de buitenwereld over wat gemeenten zien, in welke context dat geplaatst moet worden en hoe gemeenten daarop anticiperen, welke knelpunten zij daarbij tegenkomen en wat gemeenten nodig hebben. Een aantal regio’s zijn daar actief bij betrokken, waaronder Gooi en Vechtstreek, via de Regio. 44

Sinds medio 2024 is het aantal aanvragen voor beschermd wonen voor/door jongeren toegenomen, te weten tien in vier maanden tijd. Het komt voor dat jongeren worden aangemeld voor beschermd wonen, als vervolg op het jeugdverblijf 68, waarbij ze deze 24 uurszorg voorziening eigenlijk niet echt nodig hebben. Bij een gebrek of tekort aan passende alternatieven wordt beschermd wonen toch vaak verkozen als best passend vervolg op het jeugdverblijf zodra de jongere (bijna) achttien wordt. Monitoring Net als bij de aanpak dakloosheid is ook dit proces, per regio, in beeld gebracht via het dashboard Beschermd Thuis. Dit dashboard is een vervolg en een verdieping op het dashboard dat in het kader van de Norm van Opdrachtgeverschap69 is opgesteld. Ook dit dashboard is op centrumgemeenteniveau inzichtelijk gemaakt70. Het dasboard van onze regio staat sinds ruim een jaar op alle hoofd en sub thema’s op ‘gereed’. Dit betekent dat het beleidsmatig inmiddels minder aandacht vergt, maar tegelijkertijd zeker niet als afgehandeld beschouwt dient te worden. Gemeenten en Regio zullen op alle thema’s blijven acteren en bijsturen daar waar nodig, samen met de betrokken maatschappelijke partners en inwoners met ervaringskennis.

Onvoldoende betaalbare woningen voor aandachtsgroepen In Gooi en Vechtstreek komen per jaar circa veertienhonderd sociale huurwoningen beschikbaar. Deze woningen worden via Woningnet regionaal aangeboden. Vijftig tot zestig procent hiervan wordt verhuurd aan starters en veertig tot vijftig procent aan doorstromers. Sinds 1 juli 2019 is een Huisvestingsverordening van kracht waarin mensen die uitstromen uit onder andere Beschermd Wonen of Maatschappelijke Opvang zijn benoemd als urgentiecategorieën. Mensen die toe zijn aan zelfstandig wonen – al dan niet met ambulante begeleiding – komen na een jaar actief reageren met voorrang in aanmerking voor een passende woning. In de regionale woonzorganalyse hebben gemeenten, samen met woningcorporaties en zorgpartijen de woonbehoefte van inwoners met een zorgvraag in beeld gebracht. Deze behoefte maakt integraal onderdeel uit van de demografische ontwikkelingen en de woningbehoefte zoals berekend door de Provincie Noord Holland. Deze behoefteberekening is één op één vertaald in de woningbouwopgave Gooi en Vechtstreek, zoals ook opgenomen in het regionale Woonakkoord en de Woondeal MRA. Medio 2025 worden de nieuwe prognoses van de provincie verwacht die worden verwerkt in de actuele woningbouwopgave.

Dakloosheid Dakloosheid kent verschillende oorzaken. Eenmaal dakloos wordt het vaak nog moeilijker om daaraan te werken. Daarom kan dakloosheid ook alleen bestreden worden in samenhang met andere programma’s, zowel nationale programma’s als gemeentelijk beleid en regelingen. Het gaat dan bijvoorbeeld om armoedebeleid, huisvestingsbeleid voor aandachtsgroepen, wijzigingen in de Participatiewet (- In Balans) voor werk en inkomen, wijzigingen van de BRP (Burgerzaken) en om de nationale woon- en bouwagenda. Het Nationaal Actieplan Dakloosheid stelt de ambitie om dakloosheid in Nederland fors en structureel terug te dringen, waarmee aangesloten wordt bij de Verklaring van Lissabon om dakloosheid in 2030 te beëindigen. Inmiddels wordt de haalbaarheid van het beëindigen van dakloosheid in 2030 in twijfel

68 In het regionale programma IDU Jeugd, bij pilot 8, is het volgende knelpunt benoemd: “Uit de ontwikkellijn Zorg & Wonen is

gebleken dat jeugdigen die wonen in residentiele instellingen nu vaak uitstromen zonder passend perspectief of plan. Er wordt tijdens hun verblijf onvoldoende tijdig en gezamenlijk nagedacht en gesproken over hoe terugval te voorkomen… (et cetera)….Dit heeft als gevolg dat er te weinig tijdig actie wordt ondernomen, waardoor er een risico op doorplaatsing naar elders…(et cetera)..is.” 69 In de Norm van Opdrachtgeverschap maken gemeenten in een regio richtinggevende afspraken met elkaar over wat zij als regio samendoen, op bijvoorbeeld het gebied van Beschermd Wonen, én over hoe dit lokaal en (boven)regionaal is verbonden. 70 Dashboard - Beschermd Thuis - Hilversum 45

getrokken en als niet realistisch ervaren door gemeenten en partners in het land. Sterker nog, het aantal dak- en thuislozen lijkt alleen maar toe te nemen71. Dit neemt niet weg dat gemeenten wel hoge prioriteit blijven geven aan dit actieplan. Zo ook de gemeenten in Gooi en Vechtstreek, die sinds juni 2024 een plan van aanpak Dakloosheid 2024 – 2025 in uitvoering hebben genomen, aanvullend aan het beleidsplan Bescherming & Opvang 2022 - 2025. Omdat er in Nederland veel jongeren dak- of thuisloos zijn, is hiervoor een aanvullende actie-agenda voor ontwikkeld. De Actie-agenda Voorkomen van jongerendakloosheid (16-27 jaar) is te zien als een addendum bij het Nationaal Actieplan Dakloosheid. Het is een nadere uitwerking en concretisering van actielijn 6 van het actieplan, dat aandacht vraagt voor specifieke groepen. Deze actie-agenda gericht op jongeren is nodig, omdat er zorgelijke signalen zijn dat het aantal dakloze jongeren na een dalende trend weer toeneemt. Bovendien blijkt blijvende aandacht en gerichte actie vanuit alle samenwerkende partners voor de groep 16 tot 27-jarigen nodig: zonder specifieke aandacht, dreigen ze van de agenda te vallen. Als er niets gebeurt, is het risico dat het aantal dakloze jongeren verder stijgt. Het doel is om dakloosheid onder jongeren te voorkomen en terug te dringen.

De belangrijkste punten uit deze agenda zijn: ➢ Preventie en vroegsignalering: risicofactoren zo snel mogelijk zien door betere en integrale samenwerking onderwijs-jeugdzorg-maatschappelijke organisatie en gemeentelijk preventiebeleid per regio. ➢ Financiële zekerheid: het verbeteren van de financiële situatie van jongeren door aanpassingen in de Participatiewet (-in Balans) en het armoede- en schuldenbeleid. ➢ Een veilige plek om te wonen: betere samenwerking om jongeren een veilige woonplek te bieden. ➢ Continuïteit van ondersteuning: betere samenwerking om soepele overgangen en continuïteit van ondersteuning te waarborgen ook tussen de systemen en stelsels (18-/18+). De evaluatierapportage kwetsbare EU burgers laat de resultaten van zes pilots in grotere gemeenten zien voor de aanpak van kwetsbare EU-burgers. De resultaten laten zien dat de combinatie van voorlichting (in het thuisland) opvang en begeleiding werkt om dakloosheid te voorkomen. Het advies is om landelijke richtlijnen op te stellen in aansluiting op landelijke toegankelijkheid Wmo en gemeenten hiervoor van extra middelen te voorzien. Monitoring Er is een landelijk dashboard Dakloosheid ontwikkeld waar de voortgang op de aanpak dakloosheid, per regio, in beeld is gebracht en gepubliceerd staat op centrumgemeenteniveau 72.

Onderdeel van het Nationaal Actieplan dakloosheid is het concreet in beeld brengen van alle dak- en thuislozen aan de hand van de ETHOS-Light classificaties73 en telmethode. Het CBS heeft zich hier onlangs bij aangesloten en heeft over de jaren 2022 en 2023 een uitvraag gedaan bij gemeenten en maatschappelijke opvangorganisaties over de personen die gebruik hebben gemaakt van de noodopvang (ETHOS-Light categorie 2) en de tijdelijke opvang (categorie 3). In december 2024 werden deze gegevens gepubliceerd in de eerste CBS Monitor Dakloosheid. In 2022 hebben 29 centrumregio’s hieraan meegewerkt en in 2023 waren dit er 36. Gooi en Vechtstreek heeft, in samenwerking met de regionale maatschappelijke opvang aanbieder, beide jaren meegedaan. In Gooi

71 De eerste ETHOS-telonderzoeken vonden plaats in 2023 in 12 gemeenten in Noordoost-Brabant. In totaal zijn hier 1.498 dak-

en thuislozen geteld. In 2024 deden 55 gemeenten mee in de regio’s Breda, Hart van Brabant, Holland Rijnland, Westelijke Mijnstreek, Gelderland-Zuid en West-Friesland. In totaal zijn hier 6063 dak- en thuisloze mensen geteld. 72 Dashboard - Aanpak dakloosheid - Hilversum 73 ETHOS-Light kent 7 classificaties: mensen die leven in de openbare ruimte, in de noodopvang voor daklozen mensen, in een tijdelijke opvang voor dakloze mensen, mensen die een instelling verlaten zonder vervolghuisvesting en of langer in een instellingen verblijven wegens gebrek aan passende vervolghuisvesting, in niet-conventionele woonruimten vanwege gebrek aan passende huisvesting (zoals auto, kraakpand, vakantiewoning), die tijdelijk verblijven bij familie, vrienden of kennissen en mensen met dreigende huisuitzetting. 46

en Vechtstreek zijn 0,71 (inwoner) per 1000 inwoners dakloos geweest en hebben daarbij gebruik gemaakt van de maatschappelijke opvang (in 2023). Deze cijfers geven een beter beeld per regio dan de landelijke schattingen van de jaren daarvoor, maar nog geen compleet beeld. Zelfs niet over alle personen die gebruik hebben gemaakt van de opvangvoorzieningen, vallend onder de ETHOS-Light categorie 2 en 3 en al helemaal niet over alle dak- en thuislozen. Gemeenten zijn in de gelegenheid gesteld om toelichting op de cijfers van de eigen regio te geven. Daar heeft Regio Gooi en Vechtstreek gebruik van gemaakt en deze toelichting is opgenomen in de monitor dakloosheid 74.

Meer incidenten rondom onbegrepen gedrag Het Rijksbeleid in het kader van beschermd wonen naar beschermd thuis waarbij inwoners met problemen op het gebied van geestelijke gezondheid waar mogelijk zelfstandig thuis (blijven) wonen en dat de Geestelijke Gezondheidszorg (GGz) zoveel mogelijk thuis aangeboden wordt, leidde tot een verschuiving van verblijf in instellingen naar verblijf thuis. Hierdoor zijn de intramurale zorgplaatsen (bedden in instellingen) fors afgebouwd. Voor de 1,5% van de inwoners met ernstige psychische aandoeningen (EPA) die zorg en ondersteuning op alle levensgebieden nodig hebben, is het daarom van groot belang dat partners uit het zorg- en sociaal domein goed met elkaar samenwerken. Landelijk stijgt het aantal incidenten met mensen die onbegrepen gedrag vertonen. Een relatief kleine groep is in deze meldingen oververtegenwoordigd. De politie besteedt veel tijd en middelen aan deze meldingen. Dit legt een zware druk op hun capaciteit. Het gaat hierbij enerzijds om mensen die de grip op hun leven (dreigen te) verliezen en waarbij veelal veel problemen tegelijkertijd spelen. Deze problemen gaan al dan niet met een gevarenrisico voor de inwoner zelf of hun omgeving gepaard. Te denken valt aan inwoners met psychische problemen, een licht verstandelijke beperking, dementie en/of verslaving.

Maar ook mensen met levensproblemen die hen boven het hoofd dreigen te groeien, kunnen onbegrepen gedrag vertonen. Denk daarbij aan ernstige schulden, dakloos zijn en/of verlies van dierbaren. Anderzijds betreft dit een groep inwoners zonder goede inbedding in het leven die op het randje van justitie en zorg balanceren. Zij veroorzaken vernielingen en/of ernstige overlast, stellen zich dreigend op en vallen andere inwoners lastig. Hoewel dit een hele kleine groep betreft, is de last voor de omgeving zeer groot. Sommigen van hen komen in aanmerking voor gedwongen opname in een GGz-instelling. De door hen gepleegde feiten zijn los van elkaar vaak echter niet ernstig genoeg voor vervolging. Een goede samenwerking tussen politie, GGz, gemeenten en andere betrokken partijen is cruciaal om tot een gecoördineerde aanpak te komen. Hierbij is het van belang ook oog voor de samenleving als geheel te hebben. De impact van (ernstige) gevallen van personen met onbegrepen en/of overlastgevend gedrag op de samenleving en leefbaarheid én op het vertrouwen in de overheid vergt eveneens aandacht. Kortom: er dient sprake te zijn van een balans tussen de bescherming van individuele belangen en de belangen van de samenleving als geheel75. In heel uitzonderlijke gevallen kan de burgemeester besluiten dat verplichte zorg moet worden opgelegd.

Dat kan alleen in een crisissituatie waarin snel ingegrepen moet worden. De burgemeester geeft dan een zogeheten crisismaatregel af. Dit kan alleen worden opgelegd wanneer een patiënt zich tegen noodzakelijke zorg verzet en er een ernstige dreiging is. Uitgangspunt is dat deze verplichte zorg alleen als laatste redmiddel wordt ingezet. De Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) is bedoeld om de rechten van mensen die verplichte zorg krijgen te beschermen en om verplichte zorg zo veel mogelijk te voorkomen. Er is echter vaak een tekort aan middelen en personeel in de geestelijke gezondheidszorg. Mensen die dringend hulp nodig hebben, moeten soms lang wachten

74 Monitor Dakloosheid - Toelichting centrumgemeente - Hilversum 75 Zie hiervoor het in 2025 verschenen onderzoek over de positie van het lokaal bestuur in het veiligheidsbestel en het

veiligheidsbeleid.

47

voordat ze de benodigde zorg krijgen. Dit bemoeilijkt het effectief uitvoeren van de wet. Ook verloopt de samenwerking tussen partners zoals de GGz, politie en gemeenten niet altijd soepel. Dit kan tot miscommunicatie en vertragingen in het bieden van de juiste zorg leiden. En hoewel de wet meer inspraak van patiënten en hun naasten beoogt, blijkt dit in de praktijk niet altijd goed te werken. Patiënten en hun families voelen zich niet altijd voldoende gehoord. Hieronder treft u een overzicht van het aantal meldingen rondom onbegrepen gedrag76 in de periode 2022-2024.

Blaricum Eemnes Gooise Meren Hilversum Huizen Laren Wijdemeren Bron: politie Midden-Nederland

2022

2023

2024

37 35 527 1075 408 49 107

25 51 470 1044 245 45 99

59 40 549 1.231 299 80 94

De afgelopen jaren zijn meerdere (calamiteiten)rapporten verschenen over ernstige incidenten waarbij mensen met verward of onbegrepen gedrag betrokken waren. Toezicht Sociaal Domein (TSD), samen met de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en de Inspectie Justitie en Veiligheid (Inspectie JenV) doen samen een breed onderzoek naar ernstige en ook dodelijke incidenten waarbij mensen met onbegrepen gedrag de dader of verdachte waren. Deze mensen waren vaak al onder behandeling in de geestelijke gezondheidszorg en/of kregen ondersteuning vanuit hun gemeente. Daarnaast hadden zij soms een justitiële achtergrond. Er wordt onderzocht hoe zorgorganisaties, gemeenten en politie/justitie samenwerken om de juiste zorg en ondersteuning te bieden aan mensen met verward gedrag, en desnoods strafrechtelijk op te treden. De uitkomsten van dit onderzoek kunnen leiden tot wetswijzigingen en aanpassingen van beleid en procedures waarop de Gooi en Vechtstreek moet anticiperen.

Geweld in afhankelijkheidsrelaties In Nederland zijn we er de afgelopen jaren onvoldoende in geslaagd om fundamenteel het verschil te maken in het terugdringen van geweld in afhankelijkheidsrelaties (GIA). Dit betekent niet dat er niets gebeurt. De ingezette interventies zijn echter niet genoeg om het geweld te voorkomen, tijdig te herkennen en duurzaam te stoppen. De Gooi en Vechtstreek vormt hierop geen uitzondering. Femicide is dodelijk geweld tegen vrouwen en meisjes en komt in alle lagen en delen van de Nederlandse samenleving voor. Het kabinet wil er alles aan doen om femicide en andere vormen van geweld tegen vrouwen en meisjes te voorkomen. Daarom werd in 2024 het plan van aanpak ‘Stop femicide!’ gepubliceerd. Bij de meeste gevallen van moord en doodslag op vrouwen is de dader (ex)partner of familielid. De aanpak van femicide bouw daarom voort op de aanpak van huiselijk geweld, met extra aandacht voor het vergroten van deskundigheid specifiek over femicide en samenwerking tussen betrokken partijen. Het kabinet zet onder andere in op het beter herkennen van geweldssignalen door bijvoorbeeld politie, justitie en Veilig Thuis en eerder ingrijpen bij huiselijk geweld om escalatie te voorkomen. Bij het maken van de aanpak is intensief samengewerkt met

76 Let op: de hierboven gepresenteerde aantallen zeggen alleen iets over het aantal zogeheten (E33-)meldingen ‘incidenten

onbegrepen (c.q. verward) gedrag’ en niets over het aantal individuele personen met onbegrepen gedrag. 48

nabestaanden van femicide-slachtoffers, ervaringsdeskundigen van huiselijk geweld en kindermishandeling, organisaties die in de praktijk werken met slachtoffers en plegers van huiselijk geweld en kindermishandeling en wetenschappelijke instituten. Het plan bestaat uit 4 pijlers waarbinnen 10 prioriteiten zijn benoemd die de komende 2 jaar met voorrang opgepakt worden. Het is belangrijk om signalen beter te herkennen die kunnen wijzen op femicide, zogenaamde rode vlaggen. Voorbeelden hiervan zijn onder andere: stalking, intieme terreur of bedreiging. Het creëren van bewustwording en het bieden van duidelijke handelingsperspectieven zijn hierbij essentieel, voor professionals, mogelijke slachtoffers en omstanders. Bij vermoedens of signalen van geweld of stalking, is een juiste en vooral tijdige reactie van groot belang voor de bescherming van slachtoffers en de aanpak van de plegers. Prioriteiten zijn zowel het verbeteren van de strafrechtelijke aanpak van psychisch geweld als de hulpverlening voor slachtoffers. Het plan wordt samen met gemeenten en partners ook regionaal en lokaal vertaald. Het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming (0-100) (hierna, TKS) is een landelijk programma dat gericht is op het verbeteren van de aanpak van structurele onveiligheid bij huishoudens.

Het TKS is in opdracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de ministeries van Justitie en Veiligheid en VWS opgesteld. Binnen het programma wordt uitgegaan van een nieuwe manier van werken waarbij onveiligheid tijdig wordt gesignaleerd en hulp beter bij inwoners aansluit. Zo komen we tot een systeemgerichte aanpak voor inwoners van 0 tot 100. TKS maakt weliswaar geen onderdeel uit van het programma Bescherming & Opvang, maar heeft wel een duidelijke verbinding heeft met dit beleidsterrein. Het TKS erkent de complexiteit van geweld in afhankelijkheidsrelaties en benadrukt de noodzaak van maatwerk, waarbij rekening wordt gehouden met factoren zoals gender en culturele achtergrond. Dit sluit aan bij onze regionale visie op preventie en herstel, een integrale benadering vanuit zorg en veiligheid en de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Een aantal acties binnen het TKS vindt in nauwe samenhang met de Hervormingsagenda Jeugd plaats. Dit geldt in het bijzonder voor het versterken van de toegang met expertise rondom veiligheid en bescherming. Door gezamenlijk op te treden in de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties handelen we in lijn met de ontwikkelingen binnen de Hervormingsagenda Jeugd, het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming (TKS).

Deze ontwikkelingen bieden ons de mogelijkheid om onze aanpak continu te verbeteren en aan de nieuwste inzichten en beleidskaders aan te passen. Feiten over geweld in afhankelijkheidsrelaties • In 2024 gaf 9% van de Nederlandse bevolking van 16 jaar en ouder (bijna 1,3 miljoen mensen) aan in de afgelopen 12 maanden slachtoffer te zijn geweest van één of meerdere vormen van huiselijk geweld. Op basis van het inwoneraantal van de Gooi en Vechtstreek betekent dit dat er in onze regio ongeveer 22.500 mensen van 16 jaar en ouder zijn die in de afgelopen 12 maanden slachtoffer werden van één of meerdere vormen van huiselijk geweld. • Van deze groep is 7% structureel slachtoffer van huiselijk geweld. Dit betekent dat minstens 1.575 van onze inwoners ten minste één vorm van huiselijk geweld (bijna) dagelijks, wekelijks of maandelijks meemaken. • 1 op de 20 ouderen (65+) krijgt ooit te maken krijgt met mishandeling door familie/mantelzorgers, professionele zorgverleners of vrijwilligers. In de Gooi en Vechtstreek zijn dat minstens 2.500 ouderen die worden mishandeld. • Naar schatting zijn jaarlijks ongeveer 1,2 miljoen (1 op 5) vrouwen in Nederland slachtoffer van partnergeweld. Dit omvat fysiek, psychisch en seksueel geweld. Ongeveer 13.000 mannen worden jaarlijks slachtoffer van partnergeweld.

Hierop gebaseerd zijn jaarlijks ongeveer 24.380 vrouwen en 2.600 mannen in onze regio slachtoffer van partnergeweld. Bovenstaande cijfers zijn een weergave van de Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend gedrag. Deze monitor is gebaseerd op zelfrapportage. Zelfrapportagecijfers aangaande geweld in afhankelijkheidsrelaties geven het beste de aard en omvang van huiselijk geweld 49

weer. Onderstaand een overzicht van het aantal adviesvragen en meldingen bij Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek. Bij een advies denkt Veilig Thuis mee met betrokkenen/of professionals over de ernst van de situatie en wat mogelijke vervolgstappen kunnen zijn. De cliënt blijft anoniem. Bij een melding maakt Veilig Thuis een beoordeling van de veiligheid en wordt met alle betrokkenen actief samengewerkt om de situatie weer veilig te maken. Aantal meldingen/ adviezen per gemeente in 2024 Melding Advies Totaal Blaricum

46

20

66

Gooise Meren

248

235

483

Hilversum

624

574

1198

Huizen

254

206

460

Laren

48

37

85

Wijdemeren

104

83

187

Onbekend

Nvt

74

74

Overige

17

23

40

Totaal

1341

1252

2593

Bron: Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek Het aantal adviesvragen en meldingen bij Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek ligt beduidend lager dan de zelfrapportagecijfers die in Nederland beschikbaar zijn. Dit verschil in zelfrapportage en meldingsbereidheid benadrukt de noodzaak van effectieve preventie, tijdige ondersteuning en goede nazorg.

Integraal Zorgakkoord Het Integraal Zorgakkoord (IZA) richt zich op het verbeteren van de zorg in Nederland, inclusief de Geestelijke Gezondheidszorg (GGz). Het doel is om de zorg toegankelijk, betaalbaar, kwalitatief hoogwaardig en toekomstbestendig te houden. Een belangrijk onderdeel van het IZA is het aanpakken van mentale gezondheid. Eén van de speerpunten hiervan is het verbeteren van de toegankelijkheid van zorg voor kwetsbare groepen. De ontwikkeling van laagdrempelige zelfregiesteunpunten in het kader van het IZA biedt inwoners met (ernstige) psychische problemen en/of sociaal-emotionele kwetsbaarheden en hun naasten een fysieke plaats waar zij terechtkunnen. Om zo te werken aan hun herstel en ontwikkeling en voor informatie, advies en belangenbehartiging. In zelfregiesteunpunten zijn ervaringsdeskundigen en ervaringswerkers in de lead. Voor de ontwikkelingen binnen het IZA geldt dat er op verschillende thema’s raakvlakken zijn met zowel het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming (TKS) als ook met Bescherming & Opvang. Het IZA legt, net als het TKS, nadruk op preventie en vroegsignalering. Beide gaan daarnaast uit van een holistische benadering, waarbij niet alleen zorg, maar ook ondersteuning op andere levensgebieden zoals huisvesting en inkomen wordt meegenomen. Het IZA heeft als doel de zorg voor de toekomst goed, toegankelijk en betaalbaar te houden.

Daar waar het thema ‘mentale gezondheidsnetwerken’ betreft is er een directe relatie met dit beleidsterrein, zowel ten aanzien van de te ontwikkelen laagdrempelige zelfregie steunpunten als ten aanzien van de zogeheten EPA 77doelgroep.

77

Ernstige Psychiatrische Aandoeningen 50

Bijlage 2 - Deelname Eemnes In de onderstaande tabel is per maatregel aangegeven of gemeente Eemnes deelneemt. Maatregel

Eemnes

Preventie en perspectief Continueren en doorontwikkelen Herstelnetwerk

ja

Laagdrempelige zelfregiesteunpunten

ja

Crisiskaart ondersteunt eigen regie

ja

Respijtvoorziening Retrovo

ja

Continueren GGz Mantelzorg

ja

Risicogroepen in beeld

deels

Continueren preventie, vroegsignalering en PHP

ja

Continueren OGGz (arbeidsmatige) dagbesteding

ja

Veilig en beschermd thuis wonen Aanpakken dak- en thuisloosheid

ja

Zorgdragen voldoende (kleinschalige) opvang

ja

De beweging van beschermd wonen naar beschermd thuis continueren

ja

Meer gerichte aandacht voor middelengebruik en verslaving

ja

Overgang van 18- naar 18+ verbeteren voor jongeren

deels

Continueren huisvesting maatschappelijke doelgroepen (HMD)

nee

Een integrale benadering vanuit zorg en veiligheid Bestuurlijke afstemming zorg en veiligheid

ja

Doorontwikkelen sluitende aanpak kwetsbare inwoners

ja

(O)GGz bemoeizorg continueren en breder toegankelijk maken

ja

Vrijwillige nazorg (ex-)gedetineerden

nee

Doorontwikkelen aanpak GIA

deels

Hoogwaardige zorg voor slachtoffers van seksueel geweld

ja

Aanpak uitbuiting en mensenhandel

ja

Regionale samenwerking Gezamenlijke beleidsuitvoering

ja

Gezamenlijke inkoop & contractbeheer

ja

51

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15895813/1