CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Conceptbeleidsplan Bescherming en Opvang 2026-2033

gemeenteraad 25 september 2025, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Zienswijze conceptbeleidsplan Bescherming en Opvang (Het raadsvoorstel is zonder stemming aangenomen.)24.294 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

25 1. Introductie | CBS

Ten aanzien van het PHP wordt momenteel een separaat proces doorlopen, met afwijkende periodes; beleidsplan voor 4 jaar en uitvoeringsprogramma’s voor 2 jaar. Dit plan wordt dan ook apart van dit beleidsplan vastgesteld, uitgevoerd en verantwoord. Tot en met 2025 heet het PHP ‘Alcohol en Drugs’, vanaf 2026 ‘Alcohol en Middelen’ daar gemeenten het thema ‘vapen en roken’ aan het PHP hebben toegevoegd. Ondanks de toevoeging van preventie-activiteiten in het kader van vapen en roken, blijft het PHP binnen het bestaande financiële kader uitgevoerd worden en zal gemeente Eemnes voortaan ook deelnemen aan het PHP van regio Gooi en Vechtstreek. 27 OGGz staat voor Openbare Geestelijke Gezondheidszorg. 26

19

De gemeenten sturen lokaal op het realiseren van alle maatregelen om de inzet van ervaringsdeskundigheid in hun organisatie te bevorderen. Gemeenten sturen erop dat activiteiten, vrijwilligerswerk of toeleiding naar werk van andere partijen lokaal bekend en bereikbaar zijn zodat er voor elk individu bezigheden beschikbaar zijn die bij persoonlijke voorkeur en de fase van maatschappelijk herstel passen. Daarnaast sturen gemeenten lokaal op adequate mantelzorgondersteuning. Het inkopen van laagdrempelige algemene voorzieningen, die specifiek op mantelzorgers GGz en/of verslaving gericht zijn, en de coördinatie en het secretariaat van het Herstelnetwerk pakken gemeenten gezamenlijk, via Regio Gooi en Vechtstreek, op. Het proces van afgifte en beheer van crisiskaarten verloopt via de aanbieder waar de crisiskaart is ingekocht. Deze organisatie heeft direct contact met de kaarthouders. Gemeenten sturen via Regio Gooi en Vechtstreek gezamenlijk op de uitvoering hiervan. Lokaal zijn gemeenten verantwoordelijk om de crisiskaart onder de aandacht te brengen en houden bij zowel externe partners als hun eigen uitvoeringsdienst. Gemeenten onderzoeken lokaal welke rol de crisiskaart in de aanpak van verward/onbegrepen gedrag kan vervullen. _______________________________________________________________________________________________________________

Financiën (begroting, prijspeil 2024) 2026

2027

2028

2029 e.v.

Dekking

Herstelnetwerk

466.887

466.887

466.887

466.887

BW/MO/VO

3

Crisiskaart

52.229

52.229

52.229

52.229

BW/MO

4

Respijtvoorziening

589.681

589.681

589.681

589.681

BW/MO

5 7

GGz Mantelzorg Agenda preventie en vroegsignalering Preventieactiviteiten (voorlichtingscampagnes) PHP - (alcohol en drugs)

73.078 54.636

73.078 54.636

73.078 54.636

73.078 54.636

BW BW/MO

48.175

48.175

48.175

48.175

Gemeentelijke bijdrage

196.854

196.854

196.854

196.854

BW/MO

142.429

142.429

142.429

142.429

BW/MO

323.418

323.418

323.418

323.418

MO

1.947.387

1.947.387

1.947.387

1.947.387

Nr.

Maatregel

1/2

7 7 7

8

PHP - KOPP/KOV en begeleiding omgang naasten (verslaving) OGGz (arbeidsmatige) dagbesteding dak- en thuislozen Totaal programmalijn 1

20

Programmalijn 2 - Beschermd en veilig thuis wonen Om ervoor te zorgen dat inwoners met psychische kwetsbaarheden zoveel mogelijk in hun eigen woning en wijk kunnen blijven wonen, investeren gemeenten samen met woningcorporaties, in de beschikbaarheid van betaalbare (sociale huur) woningen en samen met zorgpartners in de randvoorwaarden voor (begeleid) zelfstandig en stabiel wonen. Deze programmalijn gaat in op deze randvoorwaarden en op de algemene doelen van gemeenten om het beschermd en veilig thuis wonen mogelijk te maken. De nummering van de doelen loopt door vanuit de vorige programmalijn ‘Preventie en perspectief’.

9. De beweging ‘van beschermd wonen naar beschermd thuis’ continueren Gemeenten willen beschermd wonen zo thuis als mogelijk organiseren 28. Onderzoek toont aan dat thuis wonen, bij inwoners met psychische problemen met behoefte aan (24 uurs) begeleiding en toezicht, leidt tot toegenomen kwaliteit van leven, betere herstelmogelijkheden, meer sociale inclusie en minder stigma29. Gemeenten zetten daarom stevig in op preventie en het zo snel als mogelijk opsporen en oplossen van problemen, om te voorkomen dat wonen in een instelling noodzakelijk wordt. Dat geldt ook voor cliënten die de jeugdzorg, GGz- of verslavingskliniek verlaten. Om dit mogelijk te maken, scheppen gemeenten de juiste voorwaarden in wijken. Dit betekent investeren in de beschikbaarheid van betaalbare sociale huurwoningen, een breed arsenaal van woon(zorg)varianten en de basisbenodigdheden voor zelfstandig en stabiel wonen. Gemeenten dragen zorg voor het beschikbaar stellen van adequate ambulante hulp, met 24-uurs oproepbare ondersteuning waar dit nodig is en sinds 2023 ook met intensieve 24 uurszorg thuis. Gemeenten bevorderen de inclusieve samenleving en zetten daarbij in op GGz vriendelijke wijken. We zetten hiervoor een stevige (lokale) basisinfrastructuur neer gericht op de-stigmatisering, ontmoeting, dagbesteding, zingeving en talentontwikkeling.

We bevorderen de samenwerking tussen formele en informele partijen zodat integrale ondersteuning wordt geboden. We werken actief aan maatschappelijke acceptatie in de wijk door middel van kwartier maken en bieden handreikingen aan buurtbewoners. Deze (lokale) aanpak wordt ondersteund door de regionale IZA 30 opgaven met betrekking tot het realiseren van samenwerking rondom inwoners met ernstige psychiatrische aandoeningen (EPA). Toekomstbeeld “In het toekomstbeeld van beschermd wonen staat de sociale inclusie van mensen met een verstoorde zelfregulatie centraal. In essentie gaat het om een Beschermd Thuis. Bij nieuwe hulpvragen vormen in de visie beschermde woonplekken in de wijk het uitgangspunt, met een 7 x 24 uur woonvoorziening voor een kleine groep mensen31. De transformatie, die in veel gemeenten en ook bij zorgsectoren is ingezet, zal op den duur leiden tot een krimp van de huidige capaciteit van intramuraal beschermd wonen. Die krimp is geen doel op zich, maar een resultaat van een beter functionerend stelsel van beschermde woonplekken met flexibele begeleiding en behandeling waar nodig.” Bron, d.d. 11 november 2015: advies_commissie_toekomst_beschermd_wonen_dannenberg.pdf

Deze ambitie reikt verder dan alleen beschermd wonen (Wmo). Ook vanuit het programma ‘Een thuis voor Noordje’, waarin gestreefd wordt naar ‘jongeren zo thuis als mogelijk te laten opgroeien’. 29 https://vng.nl/files/vng/van-beschermd-wonen_20151109.pdf 30 IZA staat voor Integraal Zorgakkoord 31 ‘Een kleine groep’ wordt niet nader gekwantificeerd door de commissie Dannenberg. In de intramurale zorgsector wordt dit vaak vormgegeven middels kleinschalige afdelingen en/of woongroepen binnen een wat grotere beschermd wonen voorziening, vergelijkbaar met hoe verpleeghuizen dit vormgeven. 28

21

De vraag naar beschermd wonen is de afgelopen jaren afgenomen32. De vraag is mede afgenomen door de werking van het regionale beleid, zoals ook in het vorige hoofdstuk bij de maatschappelijke ontwikkelingen beschreven staat. Het regionale beleid omtrent de beweging ‘van beschermd wonen naar beschermd thuis’ heeft de afgelopen beleidsperiode ertoe bijgedragen dat inwoners steeds beter en langer (beschermd) thuis kunnen blijven wonen. Deze beweging zetten gemeenten dan ook in deze beleidsperiode voort. Desondanks zijn er toch een aantal knelpunten naar voren gekomen in de evaluatie van het beleidsplan 2022 - 2025. In de periode juni tot en met oktober 2024 is bijvoorbeeld het aantal aanvragen voor beschermd wonen voor/door jongeren, met tien, toegenomen. Het komt voor dat jongeren worden aangemeld voor beschermd wonen, als vervolg op het jeugdverblijf, waarbij ze deze 24 uurszorg niet echt en/of niet altijd nodig hebben. Bij een gebrek of tekort aan beter passende alternatieven, zoals kamertraining en/of begeleid wonen concepten, wordt beschermd wonen als best passend vervolg op het jeugdverblijf gezien. Ook komt het voor dat mensen die alleen voor een specifieke beschermd wonen locatie in aanmerking (willen) komen, lang moeten wachten.

Daar waar de ene beschermd wonen voorziening binnen enkele maanden iemand kan plaatsen, heeft de andere voorziening met een lange wachttijd te maken. De oorzaak hiervan is grotendeels gelegen in de doorstroommogelijkheden. De praktijk wijst uit dat mensen met bijvoorbeeld een vorm van autisme zelden het beschermd wonen verlaten, waarbij dan alleen de Wmo beschikking wijzigt in een Wlz indicatie. Zo raakt de instroom van zo’n voorziening verstopt en raken gemeenten fysieke plekken (al dan niet tijdelijk) kwijt. Gemeenten zetten, samen met de voor beschermd wonen gecontracteerde zorgpartners, in op het zo goed mogelijk aansluiten bij de vraag(ontwikkeling). In dit specifieke voorbeeld wordt de beschermd wonen voorziening dan ook uitgebreid met zes fysieke plaatsen. Voor en met mensen die op een wachtlijst staan, wordt regelmatig besproken of ze willen en kunnen blijven wachten op de woonvorm van voorkeur of dat er andere passende alternatieven binnen en/of buiten de regio georganiseerd moeten worden. Het budget voor buiten regionale plaatsingen is in de begroting vanaf 2026 verhoogd 33 met vijftigduizend euro, in lijn met de licht toegenomen inzet en ter overbrugging naar mogelijke regionale oplossingen. Hoe langer het wachten duurt, hoe actiever er naar alternatieven gezocht wordt.

Tot slot, hebben gemeenten niet altijd een passend aanbod voor handen voor inwoners die actief verslaafd zijn aan- of juist recent zijn afgekickt van alcohol en/of drugs, veelal gecombineerd met andere problemen. Hierover meer bij de volgende doelstelling ‘Meer gerichte aandacht voor middelengebruik en verslaving’. Gemeenten zetten de ingezette beweging van beschermd wonen naar beschermd thuis voort en zullen de overgang van de Jeugdwet naar de Wmo (18-/18+) versterken en zullen zich samen met hun partners blijven inzetten voor het meebewegen met de vraag(ontwikkeling). Gemeenten en de Regio onderzoeken daarnaast aanvullende passende oplossingen voor mensen die te maken hebben met middelengebruik en verslaving en voor jongeren die op hun achttiende, bij het verlaten van het jeugdverblijf, niet terecht kunnen bij hun ouders en nog niet voldoende in staat zijn om zelfstandig (met reguliere ambulante begeleiding) te wonen.

10. Zorgdragen voor voldoende (kleinschalige) opvang Als dakloosheid echt niet kan worden voorkomen en/of als het in de thuissituatie echt te onveilig is, kunnen inwoners rekenen op hoogwaardige en passende opvang. Gemeenten dragen zorg voor

Peildatum 26 april 2023 stonden 64 wachtenden op de lijst waarvan 56 actief en 8 passief wachtend. Peildatum 30 november 2023: 41 wachtenden , waarvan 34 actief en 7 passief wachtend. Peildatum 30 mei 2024: 37 wachtenden, waarvan 28 actief en 9 passief. Peildatum 25 maart 2025: (41 wachtenden waarvan recent 4 zijn afgewezen en daarmee) 37 wachtenden, waarvan 32 actief en 5 passief. 33 Met dit budget worden tevens de zich voordoende cases Medisch Noodzakelijk Verblijf (op basis van de NZa prestatie Verblijf met Rechtvaardigheidsgrond) bekostigd, conform de daartoe opgestelde afspraken met GGz Centraal ten behoeve van de uitstroom van de long stay kliniek de Mauritzhof in Bussum. 32

22

voldoende plekken en andere vormen van ondersteuning, waarbij rekening wordt gehouden met de verschillende behoeften van inwoners. Zo is er bijvoorbeeld in de regio een specifieke daklozenopvang voor alleenstaande volwassenen, voor gezinnen en specifiek voor jongeren. Mensen hebben in de opvang in principe voldoende privacy, daar ieder persoon zijn/haar eigen kamer heeft. Door eenpersoonskamers te creëren komen mensen eerder tot rust en kunnen zij eerder werken aan hun persoonlijk en maatschappelijk herstel en daarmee ook aan het (duurzaam) verlaten van de opvang. Binnen de crisisopvang, waar onder andere gezinnen met kleine kinderen verblijven, komt het hebben van voldoende privacy, rust en het zo gewoon mogelijk en emotioneel veilig opgroeien van kinderen ten goede. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om dakloze mensen tijdelijk onder te brengen in een hotel, wanneer de opvang vol is. Ook zijn er diverse kleinschalige tussenvoorzieningen, waardoor mensen veelal eerder de opvang uit kunnen. De maatschappelijke opvang heeft zich de afgelopen jaren kwalitatief doorontwikkeld en heeft het aanbod uitgebreid met kleinschalige opvang/woonzorgvoorzieningen voor gezinnen. Gemeenten willen de kwaliteit behouden en de (kleinschalige34) tussenvoorzieningen uitbreiden, idealiter verspreid over alle gemeenten.

Gemeenten zijn vooralsnog niet voornemens om de (grootschalige) opvang af te bouwen, zoals wel een ambitie uit het Nationaal Actieplan Dakloosheid is. Dit omdat de opvang vol is en het aantal daklozen nog steeds toeneemt. De geambieerde ‘ombouw’ van deze (grootschalige) opvang is grotendeels gerealiseerd in de vorige beleidsperiode. De Regio cofinanciert, samen met centrumgemeente Almere, het Oranje Huis in Almere. Het Oranje Huis is een vrouwenopvang voor slachtoffers van geweld in een afhankelijkheidsrelatie 35. In Gooi en Vechtstreek is daarnaast ook ambulante ondersteuning bij geweld in afhankelijkheidsrelaties beschikbaar. De druk op de capaciteit van de vrouwenopvang is in heel Nederland een complex en aanhoudend probleem. Sinds 2017 is de verblijfsduur in het Oranje Huis eveneens toegenomen. Gezien de onderlinge samenhang in het werkgebied van de vrouwenopvang deden vijf centrumgemeenten (Alkmaar, Almere, Amsterdam, Haarlem en Zaanstad) met Regio Gooi en Vechtstreek gezamenlijk met de aanbieder nader onderzoek naar instroom, doorstroom en uitstroom. Om zo gezamenlijk tot effectieve oplossingen voor het capaciteitsvraagstuk te komen. Naar aanleiding van de uitkomsten hiervan onderzoeken centrumgemeente Almere en de Regio de komende beleidsperiode diverse uitbreidingsmogelijkheden.

Doel hiervan is om meer inwoners een veilige en kwalitatief goede plek te bieden wanneer zij slachtoffer van geweld in een afhankelijkheidsrelatie zijn.

11. Continueren huisvesting maatschappelijke doelgroepen (HMD) In samenwerking tussen woningcorporaties, gemeenten en zorgaanbieders wordt ingezet op het voorkomen van huisuitzettingen en op het huisvesten van inwoners met slecht huurderschap. Sinds 2019 zijn er (bestuurlijke) afspraken over het acteren op huurachterstanden, overlast en vervuiling, als ook over het preventief en breder inzetten van het instrument Huren onder Voorwaarden (HOV). Doorontwikkeling en incorporatie van de gemaakte (bestuurlijke) afspraken en instrumenten bij betrokken partijen blijft nodig om schulden, vervuiling en overlast nog verder terug te dringen en huisuitzettingen daardoor te voorkomen of mensen die eerder zijn uitgezet (na een gerechtelijke uitspraak) opnieuw te huisvesten. Opgemerkt wordt hierbij dat deze werkwijze wordt toegepast in de sociale huursector en de bestuurlijke afspraken hierover niet van toepassing zijn op de particuliere (huur- en koop) sector. Tevens is urgentie mogelijk voor mensen die verblijven binnen beschermd wonen en maatschappelijke opvang 36 en waarbij het binnen een jaar niet lukt om via de reguliere route een sociale huurwoning toegekend te krijgen. Indien nodig en/of gewenst kan bij het toekennen van

34 Vergelijkbaar met de Orchidee (6 woonunits voor gezinnen) en de Kotter (1-3 onzelfstandige units voor gezinnen). 35 Mannelijke slachtoffers worden opgevangen in een landelijk toegankelijke opvang in Amsterdam. 36

De Mauritzhof (als long stay kliniek) behoort tevens tot deze urgentieregeling 23

een urgentie de HOV-constructie toegepast worden. Gemeenten continueren het ingezette beleid HMD.

12. Aanpakken dak- en thuisloosheid Met de lancering van het Nationaal Actieplan Dakloosheid37 (NAD) eind 2022 zet Nederland zich in om dakloosheid fors en structureel terug te dringen door een paradigmashift te bewerkstelligen van opvang naar preventie en wonen eerst. Preventie en wonen zijn dan ook de twee belangrijk(st)e pilaren van dit actieplan. Gemeenten van Gooi en Vechtstreek bouwen voort op de regionale vertaling van dit NAD. Deze vertaling leidde in 2024 tot het opstellen van een regionaal plan van aanpak Dakloosheid 38, vastgesteld door alle colleges en sinds juni 2024 in uitvoering. Dakloosheid kent verschillende oorzaken. Eenmaal dakloos wordt het vaak nog moeilijker om daaraan te werken. Daarom kan dakloosheid ook alleen bestreden worden in samenhang met andere programma’s, zowel nationale programma’s als gemeentelijk beleid en regelingen. Het gaat dan bijvoorbeeld om armoedebeleid, huisvestingsbeleid voor aandachtsgroepen, wijzigingen in de Participatiewet (- In Balans) voor werk en inkomen, wijzigingen van de BRP (Burgerzaken) en om de nationale woon- en bouwagenda. Daar de toenemende dak- en thuisloosheid een groot zorgpunt van gemeenten is, zal de aanpak hiervan dan ook met urgentie worden voortgezet en verder uitgebouwd.

Met de uitkomsten van de ETHOS-telonderzoeken die in andere regio’s hebben plaatsgevonden, zijn ook een aantal specifieke groepen naar voren gekomen waar gemeenten en maatschappelijke partners in Gooi en Vechtstreek zich in herkennen. Dit betreft jongeren, vrouwen met (kleine) kinderen en economisch daklozen. Gemeenten zetten zich deze beleidsperiode in voor alle zes de actielijnen van het NAD, met de focus op ‘Preventie’ en ‘Wonen eerst’ en hebben daarbij extra aandacht voor de hierboven genoemde groepen. In het kader van preventie zal daarbij gerichte aandacht zijn voor de doorontwikkeling van vroegsignalering bij bestaansonzekerheden en het proactief regievoeren op de ‘big five39’ (zeker ook bij de overgang 18-/18+). Bij wonen eerst zullen gemeenten de beschikbaarheid van betaalbare woningen vergroten, in lijn met het woonakkoord en de woondeal. Daarnaast zetten gemeenten zich in voor het realiseren van een aantal specifieke woonzorgconcepten zoals een tweede Keerpunt (skaeve huse40), tweede In Between Places41 en verkennen zij (extra42) mogelijkheden van hospitaverhuur, voor economisch daklozen en van friendswoningen voor jongeren. Het realiseren van een tweede Keerpunt is (qua exploitatie) in de begroting verwerkt, de andere woonzorgconcepten zullen tegen de tijd dat realisatie werkelijk in zicht komt alsnog berekend en opgenomen worden in de begroting.

Gemeenten versterken daarbij de verbinding met de andere relevante taakvelden binnen het sociaal domein, met het taakveld ‘wonen’ binnen het fysieke domein en op onderdelen met het taakveld (openbare orde en) veiligheid.

Nationaal Actieplan Dakloosheid Eerst een Thuis plan van aanpak Dakloosheid 2024 – 2025 39 Big five staat in deze context voor wonen, zorg, financiën, zinvolle daginvulling en netwerk. En lijkt op het ‘Toekomstplan’ van het programma ‘Verbeteren van Instroom, Doorstroom en Uitstroom Jeugd regio Gooi en Vechtstreek (IDU)’, pilot 8. 40 Voor 5 tot 7 personen; meer is niet wenselijk vanwege de beheersbaarheid op het terrein waar de woningen staan. 41 Met in totaal 30 woonunits (realisatie: 1 x 30, 2 x 15 of 3 x 10 zelfstandige units) 42 Kamers met Aandacht is zo’n mogelijkheid die gemeenten al enige jaren inzetten ten behoeve van jongeren. 37 38

24

13. Meer gerichte aandacht voor middelengebruik en verslaving Naast het behouden van het ingezette verslavingsbeleid is er meer nodig op het thema middelengebruik en verslaving. Gemeenten ervaren in toenemende mate knelpunten die voortkomen uit de ingezette ambulantisering met de afbouw van het aantal klinische behandelbedden en van de behandelduur van de verslavingszorg (vanuit de Zorgverzekeringswet). Wanneer inwoners met een drugs- en of alcoholverslaving in een kliniek zijn afgekickt, is de kans op terugval aanwezig. Zeker wanneer de inwoner na de kliniek direct terugkeert naar huis. Thuis, waar (indien de nog betrokken) familieleden en de omgeving (inclusief eventuele medegebruikers en dealers) onveranderd aanwezig zijn. Gemeentelijke uitvoeringsdiensten krijgen in toenemende mate te maken met aanvragen voor zogeheten ‘safehouses43’. Safehouses bestaan in verschillende verschijningsvormen en worden in Gooi en Vechtstreek (soms44) als maatwerkvoorziening ingezet aansluitend op het behandeltraject. In de kliniek wordt gewerkt aan het klinisch herstel, maar om volledig te kunnen herstellen is er ook aandacht nodig voor het persoonlijk en maatschappelijk herstel. De door inwoners met ervaringskennis, gemeenten en maatschappelijke partners ervaren knelpunten gaan ook over inwoners met zogeheten ‘comorbiditeit 45’.

Zeker daar waar de verslavingsproblematiek op de voorgrond staat kan het samenleven binnen een instelling ernstig verstoort raken, met als gevolg dat de betreffende inwoner of niet handhaafbaar is en uitgezet wordt of zelf vertrekt omdat hij/zij niet openstaat voor herstel ondersteunde begeleiding of vanwege deze problematiek niet in aanmerking komt voor een plek binnen een instelling. Om meer aandacht voor middelengebruik en verslaving om te zetten naar herstelgericht en ondersteunend beleid, hebben gemeenten samen met hun maatschappelijke partners eerst een visie op verslaving ontwikkeld. Deze visie sluit uiteraard naadloos aan op de algehele beleidsvisie van dit beleidsplan, zoals beschreven staat in het hoofdstuk ‘Beleidskader 2026 - 2033’, paragraaf ‘Beleidsvisie Herstel de verbinding’. Vanuit deze visie zullen gemeenten inzetten op aanvullende herstelgerichte en herstelondersteunende vormen van dienstverlening, zo veel mogelijk collectief en laagdrempelig, in lijn met de transformatie beweging van het Integraal Zorgakkoord. Gemeenten zullen daarbij ook de keten verstevigen tussen behandeling (Zvw), zorg (Wlz) en begeleiding (Wmo).

De in deze programmalijn eerdergenoemde doelstelling ten aanzien van ‘De beweging van beschermd wonen naar beschermd thuis continueren’, bevat tevens relevante elementen die uiting geven aan de gewenste en benodigde gerichte aandacht voor mensen die problemen ervaren op het thema middelengebruik en verslaving. Visie op verslaving Het regionale Samenwerkingsverband Herstelnetwerk hanteert de visie die binnen het HEE-team is ontwikkeld. HEE staat voor Herstel, empowerment, ervaringsdeskundigheid - Trimbos-instituut. Specifiek voor de ontwikkeling (en uitvoering) van verslavingsbeleid is richtinggevend dat er wordt uitgegaan van autonomie; het is aan mensen zelf om keuze te maken ten aanzien van middelengebruik. Daaraan gekoppeld is ook de erkenning nodig dat mensen met een verslaving (vaak) vastlopen in allerlei facetten van hun persoonlijk en maatschappelijk leven, met het besef dat het levens ontwrichtend kan zijn, dan wel vaak is. Dat daarom een laagdrempelige en samenhangende benadering nodig is, met beschikbaar aanbod voor eenieder die een wens heeft tot verandering en wil (overwegen om te) stoppen met het gebruiken van middelen. Die laagdrempelige en samenhangende benadering gaat over zowel de

43 De term ‘safehouse’ duidt op een veilige en gezonde, abstinente woonomgeving, waarin vaardigheden die essentieel zijn voor

blijvend herstel na een verslaving worden aangeleerd en geoefend in een huiselijke omgeving met gelijkgestemden. 44 Gemeenten gaan hierbij uit van een ‘nee, tenzij’- principe en hanteren hierbij het regionaal afwegingskader voor safehouses. 45 Comorbiditeit staat voor de aanwezigheid van een aandoening naast een primaire, centraal staande ziekte of aandoening. 25

klinische en ambulante behandeling (vanuit de Zorgverzekeringswet) als ook over de ambulante en intramurale herstelgerichte ondersteuning en begeleiding (vanuit de Wmo en/of Wet langdurige zorg). Als je afhankelijk bent van middelen, dan is het stoppen met middelen gebruiken een langdurig en intensief proces omdat het vaak gerelateerd is aan (ernstige) problemen uit het verleden dan wel aan problemen die het gevolg zijn van het middelengebruik. Ambivalentie en terugval zijn in het herstelproces daarom vrijwel altijd aanwezig, daar het ook om gedragsveranderingen gaat van jezelf en van je omgeving46. Gemotiveerd ‘moeten’ zijn is daarbij geen wenselijk en nuttig toegangscriterium; motivatie is een resultaat van een proces, geen startkwalificatie. Hetzelfde geldt voor het ‘bestraffen’ van een terugval; ‘fouten’ maken en terugvallen hoort erbij en mag er dus zijn en dat betekent dus ook als iemand het niet redt dat er altijd een volgende kans - al dan via een andere plek beschikbaar - zou moeten zijn waar vanuit het herstellen nogmaals geprobeerd kan worden.

14. Overgang van 18- naar 18+ verbeteren voor jongeren De overgang van de Jeugdwet naar de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) leidt in toenemende mate tot knelpunten, veroorzaakt door de schotten tussen beide wetten en door de wijze waarop gemeenten en het zorglandschap georganiseerd zijn. Jongeren met complexe problemen, met veelal een jeugdzorg verleden, worden soms dakloos na beëindiging van het jeugdverblijf en/of hebben onvoldoende mogelijkheden om begeleid de stappen naar volwassenheid te kunnen zetten. Niet alle jongeren zijn klaar om op hun achttiende jaar, na de jeugdzorg, zelfstandig te kunnen gaan wonen. Ook niet alle jongeren komen in aanmerking voor verlengde jeugdzorg. Het gebeurt dat jongeren worden aangemeld voor het beschermd wonen, als vervolg op het jeugdverblijf. Deze 24 uurszorgvoorziening is echter niet altijd nodig, maar bij een gebrek of tekort aan passende alternatieven, zoals kamertraining en of begeleid wonen concepten, wordt beschermd wonen toch vaak verkozen. Ook spelen de nog niet ontwikkelde woonvaardigheden en het nog niet hebben van werk hierbij een rol. Dit vraagt om een integrale aanpak van gemeenten en maatschappelijke partners. Deze aanpak moet breder tot stand komen, dan alleen tussen Jeugdwet en Bescherming & Opvang, want niet alle mogelijke passende alternatieven hoeven enkelvoudig te landen in dit beleidskader.

De (reguliere) Wmo zal dan ook aangehaakt dienen te worden in de aanpak voor jongeren te verbeteren. Gemeenten zullen de overgang van 18- naar 18+ voor jongeren verbeteren door intensiever samen te werken tussen de diverse wetten en door beter passende alternatieven voor de huidige intramurale vormen van ondersteuning te ontwikkelen, in lijn met onder andere de Hervormingsagenda Jeugd47 en het Integraal Zorgakkoord. De in deze programmalijn eerdergenoemde thema’s en doelstellingen ten aanzien van ‘Aanpakken dak- en thuisloosheid’ en ‘De beweging van beschermd wonen naar beschermd thuis continueren’, bevatten tevens relevante elementen die uiting geven aan de benodigde gerichte aandacht voor jongeren en aan de verbinding van de van toepassing zijnde wetten. Lokale sturing op beschermd (thuis) wonen Gemeenten sturen lokaal op het verkorten van de wachtlijst beschermd wonen. Zij sturen erop dat alleen inwoners waar geen alternatieven voor zijn, een toewijzing voor beschermd wonen ontvangen. Deze sturing vindt in nauwe afstemming plaats met de regionale

46 Bron: Cirkel van gedragsverandering 47 En in lijn met het programma ‘Verbeteren van Instroom, Doorstroom en Uitstroom Jeugd regio Gooi en Vechtstreek (IDU)’,

zeker ook ten aanzien van pilot 8 ‘Het tijdig realiseren van een kwalitatief goed Toekomstplan voor jeugdigen die verblijven in een residentiele instelling’. 26

wachtlijstbeheerder. Gemeenten sturen waar mogelijk tevens op de door de commissie Dannenberg aanbevolen kleinschaligheid48 van beschermd wonen en andere woonzorg gerelateerde initiatieven. Wanneer inwoners uit Gooi en Vechtstreek beschermd wonen of maatschappelijke- en of vrouwenopvang kunnen verlaten zorgen gemeenten voor voldoende sociale huurwoningen waar deze inwoners terecht kunnen. Dit wordt regionaal gemonitord in het licht van de afspraken uit het regionaal woonakkoord49 en afspraken Woondeal MRA. Ambtelijk en bestuurlijk wordt hier structureel vanuit het sociaal en fysiek domein regionaal over afgestemd. Besluiten die genomen moeten worden in relatie tot (nieuwe) woon-zorg initiatieven, worden dan ook gezamenlijk genomen, zowel lokaal als regionaal. Gemeenten staan lokaal aan de lat om een locatie te vinden voor het tweede Keerpunt en om (een) locatie(s) te vinden voor een tweede In Between Places (met lichte ondersteuning). Om zelfstandig en stabiel wonen in een wijk tot een passend alternatief te maken voor beschermd wonen is het essentieel dat er integrale ondersteuning wordt geboden. Integrale ondersteuning bestaat uit peersupport, (aandacht voor) inzet van familie/naasten/buren/maatjes, zorg (begeleiding en behandeling), dag-invulling, passend wonen en welzijn.

Integrale ondersteuning bieden vraagt om: Samenwerking tussen Zorg en Welzijn Inzet én ondersteuning van informeel netwerk Kwartiermaken. Aandacht voor de Buurt. Signalering en crisisinterventie organiseren Het organiseren van deze integrale ondersteuning is een vraagstuk van lokale inzet en sturing. Op regionaal niveau worden maatwerkvoorzieningen die hiervoor nodig zijn (zoals 24-uurs oproepbare ondersteuning en enkele specifieke mantelzorgproducten GGZ) ingekocht en beheerd, waarbij er aandacht wordt gevraagd voor sociaal netwerkondersteuning. Lokaal zetten gemeenten in op samenwerking tussen zorg en welzijn en op maatschappelijke acceptatie in de wijk. We volgen daarvoor de principes en handreikingen van W in de Wijk50 in een vorm die past bij de lokale infrastructuur (landelijk ontwikkeld door Trimbosinstituut, Phrenos en Movisie) in een vorm die past bij de lokale infrastructuren. Regionaal werken we hierop samen met inhoudelijke ondersteuning vanuit Movisie. Middelengebruik en verslaving Lokaal dient er blijvende aandacht, kennis en kunde te zijn bij de uitvoeringsdienst voor de aanpak, aanbod en visie rondom verslaving en middelengebruik. Dit kan door intervisie, trainingen en/of ervaringsdeskundigheid inzet.

Daarnaast zijn gemeenten zelf aan zet als het gaat om het organiseren van lotgenotengroepen of buddy-mogelijkheden voor mensen met het aan middelen verslaafd zijnde problemen. Overgang 18-/18+ Jongeren zijn gebaat bij rolmodellen. Lokaal moet het betrekken van ervaringsdeskundige jongeren op wijkniveau en/of scholen worden gefaciliteerd. Dit kan bijvoorbeeld d.m.v. het inzetten op ‘perspectiefplannen’ in samenwerking met jongerenwerk of jongerencoaching. Jongeren dreigen aangetast te worden in hun bestaanszekerheid in de overgang naar volwassenheid. Het is een lokale aangelegenheid om (meer) compensatiemogelijkheden te

48 Bron Rapport Dannenberg: aanbeveling dat beschermd wonen zoveel mogelijk plaatsvindt in kleinschalige woonvormen

binnen de wijk. De term kleinschaligheid is daarbij niet gekwantificeerd/in omvang uitgewerkt en zal per initiatief en wijk opnieuw gekeken dienen te worden wat passend is voor de wijk (ten behoeve van draaglast/draagkracht, sociale inclusie, zelfstandigheid en maatschappelijke integratie) en wat haal-/realiseerbaar is voor de betrokken zorgpartij (vergunningen, eisen, betaalbaar en qua personele bezetting ook de organiseerbaarheid). 49 https://www.regiogv.nl/wp-content/uploads/2021/04/210429-Woonakkoord-Gooi-en-Vechtstreek.pdf 50 W in de Wijk is een herstelgerichte aanpak die inclusie van mensen met een psychische kwetsbaarheid bevordert door vrijwilligers, professionals en bewoners zo toe te rusten dat zij eraan bijdragen dat mensen met een psychische kwetsbaarheid zich welkom voelen in hun buurt. Regionaal werken we hierop samen om met elkaar te leren wat werkt in de praktijk. Gooisemeren loopt hierin voorop en deelt met hulp van Trimbos, Phrenos en Movisie, de lessen die zijn geleerd. 27

bieden voor jongeren die in de knel komen met hun inkomen/studie/werk en daardoor hun huur bijvoorbeeld niet meer kunnen betalen. Regionaal kunnen we de geleerde lessen delen en zo de overgang tussen 18- en 18+ zo soepel mogelijk laten verlopen.

28

Financiën (begroting, prijspeil 2024) Nr.

Maatregel

9

10

Inwonerinitiatieven beschermd wonen (PGB) Beschermd (thuis) wonen (in natura) Buiten regionale plaatsingen (BW) en medisch noodzakelijk verblijf Passende toewijzing (Wachtlijstbeheer BW) Intervisie en deskundigheidsbevordering BW 24/7 bereik- en beschikbaarheid + crisisregiefunctie (incl. inzet hotels) Dak- en thuislozenopvang (Cocon) Crisisopvang (Vluchtheuvel)

10

Jongerenopvang (Fast Forward)

10

Sociaal medische zorg (voor daken thuislozen) Kleinschalige opvang/doorstroomvoorziening voor gezinnen (Orchidee/Kotter) Vrouwenopvang (Oranje Huis en ambulant) Huisvesting Maatschappelijke Doelgroepen (HMD) Intermediaire verhuur Huren Onder Voorwaarden (HOV) Coördinatie Keerpunt (Skaeve huse) Begeleiding Keerpunt (Skaeve huse) Totaal programmalijn 2

9 9 9 9 9/10/12

10

10

10 11 11 12 12

2026

2027

2028

2029 e.v.

Dekking

575.000

575.000

575.000

575.000

BW

5.724.759

5.724.759

5.724.759

5.724.759

BW

350.000

350.000

350.000

350.000

BW

35.402

35.402

35.402

35.402

BW

1.000

1.000

1.000

1.000

BW

142.911

142.911

142.911

142.911

BW/MO

2.269.081

2.269.081

2.269.081

2.269.081

MO

1.098.601

1.098.601

1.098.601

1.098.601

MO

649.015

649.015

649.015

649.015

MO

34.531

34.531

34.531

34.531

MO

115.129

115.129

115.129

115.129

MO

953.529

953.529

953.529

953.529

VO

67.837

67.837

67.837

67.837

BW/MO

34.851

34.851

34.851

34.851

BW/MO

33.296

33.296

33.296

33.296

BW/MO

138.154

138.154

138.154

138.154

BW/MO

12.223.096

12.223.096

12.223.096 12.223.096

29

Programmalijn 3 - Een integrale benadering vanuit zorg en veiligheid Gemeenten hebben een regierol in de opgave om een veilige woon- en leefomgeving te realiseren. Zij worden hierbij geconfronteerd met de uitdaging om zowel de zorg voor kwetsbare inwoners als de leefbaarheid en handhaving van de openbare veiligheid te waarborgen. In de afgelopen periode is nadrukkelijk de wens geuit om programmalijn 3 Een integrale benadering vanuit Zorg en Veiligheid te verstevigen. Hiertoe werd de regionale ambtelijke werkgroep Zorg en Veiligheid opnieuw geactiveerd en kreeg de Regio opdracht om hierop regie te voeren. De geringe schaalgrootte van onze regio zorgt ervoor dat niet elke gemeente de integrale benadering vanuit zorg en veiligheid van eenzelfde borging, capaciteit en prioriteit kan voorzien. Naast goede lokale borging is er op deze thema’s behoefte aan brede ondersteuning door de Regio. Dit betreft zowel beleidsmatige ondersteuning, het vervullen van een aanjagersrol en/of het toezien op de implementatie en borging van beleidsmaatregelen. Hiervoor is naast additionele beleidscapaciteit aanvullend 1 fte extra capaciteit in de vorm van een ketenregisseur benodigd. De kosten voor de ketenregisseur zijn in de begroting van deze programmalijn opgenomen.

Ook worden naar aanleiding van de proefperiode meerdere thema’s aan deze programmalijn toegevoegd waarvan de aanpak en uitvoering lokaal belegd zijn 51. Dit geldt voor de vrijwillige nazorg voor (ex-)gedetineerde inwoners, (na)zorg voor sekswerkers en de Persoonsgerichte Aanpak Lokaal (PGA-L). Ook voorziet de Regio in beleidsperiode 2026-2033 in brede ondersteuning en regievoering op het doorontwikkelen van de aanpak van kwetsbare en overlastgevende inwoners en in beleidsmatige ondersteuning op de uitvoering van de Wet Verplichte GGz (Wvggz) en de Wet Zorg en Dwang (WZD). Doel hiervan is om in regionaal verband op implementatie en doorontwikkeling te sturen, trends en ontwikkelingen te analyseren en lokale werkwijzen waar mogelijk te uniformeren. De nummering van de doelen loopt door vanuit de vorige programmalijn ‘Beschermd en veilig thuis wonen’.

15. Bestuurlijke afstemming zorg en veiligheid voortzetten en verstevigen Gemeenten organiseren minstens tweemaal per jaar een Bestuurlijk Overleg Zorg en Veiligheid (BOZV). Hier wordt integraal gestuurd op de verbinding tussen zorg en (jeugd)veiligheid in de Gooi en Vechtstreek. Aan dit overleg nemen burgemeesters en wethouders van de regiogemeenten deel. Dit bevordert gelijkluidende besluitvorming in zowel het zorg als veiligheidsdomein52. Het secretariaat voor dit overleg wordt door Regio Gooi en Vechtstreek gevoerd. De ambtelijke werkgroep Zorg en Veiligheid is verantwoordelijk voor de voorbereiding van het BOZV. De Regio fungeert hierin als aanjager. Ook zetten gemeenten in op periodieke evaluaties om doorontwikkeling te vergemakkelijken. Hiervoor wordt in regionaal verband data verzameld en gedeeld. De Regio voert een analyse uit op de data, trends en ontwikkelingen aangaande Detentie en Terugkeer, de PGA, Wvggz en de aanpak van mensenhandel. Deze analyse wordt op het bestuurlijk overleg zorg en veiligheid gepresenteerd.

51 Of via een plustaak aan het Zorg en Veiligheidshuis is toegewezen. 52 Deze besluitvorming vindt binnen het sociaal domein plaats in het Regionaal Portefeuillehoudersoverleg Sociaal Domein. In

het veiligheidsdomein worden besluiten na positief advies van het Districtelijk Veiligheidscollege (DVC) in de twee basisteamdriehoeken (Gooi Noord voor Gooise Meren, Huizen en BEL, Gooi Zuid voor Hilversum & Wijdemeren) bekrachtigd. Aan het DVC nemen alle burgemeesters van de Gooi en Vechtreek samen met Openbaar Ministerie en politie deel. In de basisteamdriehoek zitten de Burgemeester(s), de Gebiedsofficier van Justitie en de Basisteamchef(s) van de Politie. In de basisteamdriehoek worden door de burgemeester en de officier van justitie afspraken gemaakt over lokale prioriteiten en criminaliteitsbestrijding. Tevens worden afspraken gemaakt over de inzet van de politie ten behoeve van de handhaving van de openbare orde en de hulpverlening, alsmede om taken ten dienste van de justitie. 30

16. Doorontwikkelen sluitende aanpak kwetsbare en/of overlastgevende inwoners Een relatief kleine groep is in meldingen aangaande onbegrepen gedrag oververtegenwoordigd. Het gaat hierbij enerzijds om mensen die de grip op hun leven (dreigen te) verliezen en waarbij veelal veel problemen tegelijkertijd spelen. Deze problemen gaan al dan niet met een gevarenrisico voor de inwoner zelf of hun omgeving gepaard. Anderzijds betreft dit een groep inwoners zonder goede inbedding in het leven die op het randje van justitie en zorg balanceren. Hoewel dit een hele kleine groep betreft, is de last voor de omgeving zeer groot. De Persoonsgerichte Aanpak Lokaal (PGA-L) richt zich op deze inwoners die overlast veroorzaken of criminaliteit plegen én problemen hebben op meerdere leefgebieden. Een goede samenwerking tussen politie, GGz, gemeenten en andere betrokken partijen is cruciaal om tot een gecoördineerde aanpak te komen. Daarom zetten gemeenten ook de komende jaren in op het verbeteren van regie en een vroegtijdige, sluitende en eenduidige samenwerking voor onbegrepen gedrag in relatie tot en vanuit het Zorg- en Veiligheidshuis. Tussen reguliere zorg en forensische vorm is een hiaat ontstaan. Door dit hiaat vallen sommige inwoners met multiproblematiek die complex gedrag vertonen met een veiligheidsrisico voor zichzelf, naasten en/of de maatschappij buiten de boot.

Het betreft inwoners die niet in een wijk kunnen wonen én niet met andere mensen (in een opvang) kunnen samenwonen. Een passende, tijdelijke opvangplek kan een positief effect op deze inwoners hebben. Daarom onderzoeken gemeenten de komende periode de mogelijkheden voor een passende tijdelijke interventieopvangplek dan wel permanente solitaire onvoorwaardelijke woonvorm53. Zorgcriminaliteit verwijst naar situaties waarin criminele activiteiten en zorginstellingen met elkaar verweven raken. Dit leidt tot misbruik van zorggelden, fraude, criminele inmenging in zorgorganisaties en/of misbruik van kwetsbare inwoners. Vanuit de regionale en districtelijke Aanpak Ondermijning is zorgcriminaliteit een geprioriteerd thema. Een duurzame en effectieve aanpak op dit thema kan slechts worden bereikt door een stevige verbinding tussen het zorg- en veiligheidsdomein. Binnen de sluitende aanpak voor kwetsbare inwoners is daarom aandacht voor zorgcriminaliteit.

17. (O)GGz bemoeizorg continueren en breder toegankelijk maken Bemoeizorg is een waardevol onderdeel van het huidige ondersteuningsaanbod van outreachende hulp die zich richt op zorgmijders en –missers om de cliënt toe te leiden naar (F)ACT-hulp op basis van de zorgverzekeringswet. Deze vorm van hulp wordt vanuit Bescherming & Opvang geboden door de gecontracteerde verslavingszorgpartner en GGz-partner, waarbij beiden ook voor consultatie en advies beschikbaar zijn voor gemeenten en andere zorgpartijen. Bemoeizorg is vooral van belang voor kwetsbare groepen die anders buiten de boot zouden vallen. Daarom wordt op dit moment in het kader van de heroverwegingen dagbesteding, begeleiding en hulp bij het huishouden onderzocht op welke manieren (zorgwekkende) zorgmijders zo passend mogelijke ondersteuning kunnen krijgen. Juist ook daar waar inwoners niet te motiveren zijn voor (F)ACT-hulp. Zo voorkomen gemeenten dat problemen escaleren en ernstiger worden en vermindert de druk op andere zorgvoorzieningen.

18. Vrijwillige nazorg voor (ex-)gedetineerde inwoners Gemeenten, de Reclassering en het gevangeniswezen willen samen voorkomen dat (ex)gedetineerden na detentie in herhaling vallen. Dit doen zij door deze inwoners zo goed mogelijk op de terugkeer naar de samenleving voor te bereiden. Deze maatschappelijke opgave hebben zij op 1 juli

53 Het voorzien in dergelijke opvangplekken sluit aan bij de maatregelen vanuit de Werkagenda Verbeteren van de aansluiting

tussen de forensische zorg en reguliere zorg. 31

2019 vastgelegd in het bestuurlijk akkoord ‘Kansen bieden voor re-integratie’. Het beschrijft de verantwoordelijkheden van de Dienst Justitiële inrichten (DJI) , de Reclassering en gemeenten. In 2012 besloot het Districtelijk Veiligheidcollege Gooi en Vechtstreek (DVC) om de coördinatie van reintegratie van (ex-)gedetineerden bij het Zorg- en Veiligheidshuis Gooi en Vechtreek te beleggen. Het Zorg- en Veiligheidshuis coördineert de samenwerking tussen de partijen en draagt zorg voor de uitvoering van Detentie en Terugkeer; ondersteuning van gedetineerden bij terugkeer naar Gooi en Vechtstreek. Het Directieoverleg Sociaal Domein en het DVC besloten in 2023 om een onderzoek naar de activiteiten met betrekking tot detentie en de re-integratie van gedetineerden in regio Gooi en Vechtstreek te initiëren. In januari 2024 verscheen naar aanleiding daarvan het evaluatierapport ‘In de bak? Samen aan de bak!’. Op basis van de aanbevelingen uit het evaluatierapport is het werkproces ‘Detentie en Terugkeer: Ondersteuning van (ex-)gedetineerden naar regio Gooi en Vechtstreek’ vastgesteld. Doel van uitvoering hiervan is dat inwoners na een periode van detentie goed in de maatschappij te laten integreren en de kans op recidive te verminderen. Dit bereiken relevante ketenpartners en gemeenten gezamenlijk door afspraken te formaliseren en het werkproces te stroomlijnen.

19. Doorontwikkelen aanpak geweld in afhankelijkheidsrelaties Gemeenten zetten zich in voor een veilige thuissituatie voor iedereen, vrij van geweld in afhankelijkheidsrelaties. De gezamenlijke aanpak richt zich op het voorkomen, tijdig herkennen en duurzaam stoppen van verschillende vormen van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Hiervoor werken alle relevante ketenpartners in zowel het zorg- als veiligheidsdomein intensief samen. Hierbij hanteren zij de Visie Gefaseerd Samenwerken aan Veiligheid als leidraad. Door gezamenlijk op te treden en de beschikbare mogelijkheden binnen zorg en straf te benutten, werken we toe naar een regio waarin geweld in afhankelijkheidsrelaties effectief wordt aangepakt. En waarin zowel slachtoffers als plegers de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. In deze aanpak verhouden gemeenten en partners zich tot de ontwikkelingen binnen de Hervormingsagenda Jeugd, het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming (TKS). Ook wordt het plan van aanpak ‘Stop femicide!’ samen met partners regionaal en lokaal vertaald. Deze ontwikkelingen bieden de mogelijkheid om de aanpak continu te verbeteren en aan de nieuwste inzichten en beleidskaders aan te passen.

Om intergenerationele geweldspatronen te doorbreken, werken partners in de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties volgens een systeemgerichte aanpak die zich op het hele gezin, inclusief kinderen, richt. Ook realiseren we voldoende laagdrempelig toegankelijk aanbod, om zo bij te dragen aan herstel en participatie na geweld in afhankelijkheidsrelaties. Om geweld in afhankelijkheidsrelaties te voorkomen, zetten we in op proactieve maatregelen en voorlichting. Professionals worden getraind om signalen van huiselijk geweld tijdig te signaleren en goed op te volgen. Bestaande medewerkers volgen bijscholing om hun kennis en vaardigheden op het gebied van geweld in afhankelijkheidsrelaties en plegerondersteuning te verbeteren. Hierbij is in het bijzonder aandacht voor het werken met eigen ervaringskennis. Gooi en Vechtstreek investeert in het aantrekken, opleiden en behouden van medewerkers, die gespecialiseerd zijn in geweld in afhankelijkheidsrelaties en plegerondersteuning. Daarnaast wordt kennis over huiselijk geweld en kindermishandeling bij lokale teams (0-100) vergroot. Dit doen we onder andere door de geactualiseerde samenwerkingsafspraken tussen gemeenten en Veilig Thuis en het Kwaliteitskader Samenwerken aan Veiligheid te implementeren. Hierbij is in het bijzonder aandacht voor WMO en Werk en Inkomen.

Ook is er deze beleidsperiode nadrukkelijk aandacht voor specifieke vormen van geweld in afhankelijkheidsrelaties, waaronder ouderenmishandeling, gendergerelateerd geweld en intieme terreur, stalking, en complexe echtscheidingenOok wordt het aanbod van het Regionaal Leerhuis uitgebreid en richten we een lerend

32

netwerk op waaraan relevante ketenpartners, Veilig Thuis, Kwintes, het Zorg en Veiligheidshuis en aandachtfunctionarissen54 deelnemen. Ervaringsdeskundigheid speelt een cruciale rol bij de aanpak van huiselijk geweld. Ervaringsdeskundigen kunnen vanuit hun eigen ervaringen een brug tussen slachtoffers, plegers en hulpverleners slaan. Dit helpt om vertrouwen en begrip te creëren en dat is essentieel voor effectieve hulpverlening. Slachtoffers en plegers voelen zich vaak beter begrepen en erkend door iemand die soortgelijke ervaringen heeft meegemaakt. Ook helpt de huidige inzet van ervaringsdeskundigen vanuit het Herstelnetwerk om het stigma rondom huiselijk geweld te verminderen.

20. Hoogwaardige zorg voor slachtoffers van seksueel geweld. Seksueel geweld brengt voor slachtoffers en hun omgeving ernstige en vaak langdurige gevolgen met zich mee. Het ontwricht levens, beïnvloedt gezinnen, vriendschappen, families, relaties, studies en carrières. Slachtoffers van recent seksueel geweld moeten dag en nacht kunnen rekenen op geïntegreerde hulpverlening: medisch, psychologisch en forensisch (van belang voor opsporing). Om deze hulp ook aan inwoners in Gooi en Vechtstreek te bieden, zijn de regiogemeenten aangesloten bij het Centrum Seksueel Geweld (CSG) Flevoland en Gooi en Vechtstreek. Om aan landelijke kwaliteitseisen te voldoen, is het casemanagement van het CSG in 2022 doorontwikkeld en uitgebreid. Zodat het slachtoffer vanaf het moment van melding door een gespecialiseerd professional wordt bijgestaan. Het Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld stelt gemeenten verantwoordelijk voor het opzetten en uitvoeren van lokale preventie- en voorlichtingscampagnes om bewustwording te vergroten en seksueel grensoverschrijdend gedrag te voorkomen. Een veilige omgeving waarin mensen zich vrij voelen om hun grenzen aan te geven en waarin respect voor elkaar centraal staat, is hiervoor randvoorwaardelijk. Dit bereiken gemeenten door middel van educatieve programma’s op scholen en inzet op bewustwording.

21. Effectief aanpakken van uitbuiting en mensenhandel De gemeenten in Gooi en Vechtstreek werken samen aan de aanpak van mensenhandel. Dit doen zij langs vier actielijnen gericht op preventie en bestrijding van mensenhandel, zorg en veiligheid voor slachtoffers en effectieve (regionale) samenwerking. Gemeenten willen mensenhandel tijdig signaleren en duurzaam stoppen. De aanpak is niet enkel reactief. Gemeenten richten zich ook op het voorkomen van zowel slachtoffer- als daderschap door structureel aandacht voor kwetsbare groepen te hebben. Daarom worden professionals op bewustwording en signalering getraind. Slachtoffers van mensenhandel hebben recht op ondersteuning en opvang. Opvang en ondersteuning van slachtoffers dient tijdig beschikbaar te zijn, zodat aan veiligheid en herstel kan worden gewerkt. Een regionaal meldpunt Mensenhandel maakt het voor slachtoffers en getuigen gemakkelijker om meldingen te doen, omdat inwoners hierdoor precies weten waar ze terechtkunnen. Het centraliseren van meldingen zorgt voor een betere coördinatie tussen verschillende instanties zoals de politie en hulpverleningsorganisaties. Het streven is om in geheel Midden-Nederland tot een uniforme meldroute voor signalen mensenhandel te komen.

Door meldingen op één plek te verzamelen, kunnen autoriteiten sneller reageren en de nodige stappen ondernemen om slachtoffers te beschermen en vermoedelijke daders te vervolgen. Ook kan een centraal meldpunt gegevens verzamelen en analyseren om trends en patronen in mensenhandel te identificeren. Dit helpt bij het ontwikkelen van effectievere preventie. Deze voordelen dragen bij aan een verbeterde aanpak van mensenhandel en betere bescherming van slachtoffer. Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek (VTGV) is een laagdrempelig en

54 Een aandachtsfunctionaris is binnen een organisatie de deskundige op het gebied van de aanpak van huiselijk geweld en

kindermishandeling. 33

24/7 bereikbaar meldpunt. VTGV kan direct ingrijpen om slachtoffers te beschermen. Daarom onderzoeken gemeenten deze beleidsperiode of het mogelijk is om Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek als regionaal meldpunt mensenhandel in te richten en wat daarvoor nodig is. Hiermee volgt de regio het voorbeeld van Utrecht en Flevoland. ___________________________________________________________________________________________________ Lokale sturing op een integrale benadering vanuit zorg en veiligheid De maatregelen in deze programmalijn worden gedurende de beleidsperiode op structurele basis gemonitord. Daarbij ligt de nadruk op het verzamelen en beschikbaar maken van (lokale) kwalitatieve en kwantitatieve data, alsmede het analyseren ervan en het ontdekken van trends en ontwikkelingen. Deze data dienen als sturingsinformatie voor beleid, uitvoering en bestuur. Randvoorwaardelijk is een tijdige en uniforme wijze van aanleveren van de data door de lokale gemeenten. Bestuurlijke afstemming zorg en veiligheid Het bestuurlijk overleg zorg en veiligheid (BOZV) wordt gecontinueerd. De ambtelijke werkgroep draagt onder regievoering van de Regio zorg voor input, het voorbereiden van de agenda, de planning van het BOZV en opvolgen van de hieruit voortkomende acties.

Doel van het bestuurlijk overleg is het op elkaar laten aansluiten van de besluitvormingsstructuur en sturingsgremia van het zorg- en (jeugd)veiligheidsdomein. Dit leidt tot op elkaar afgestemd beleid en dito aanpak. Iedere gemeente zorgt voor deelname aan het ambtelijk overleg en lokale inbedding of doorgeleiding van onderwerpen die ter tafel zijn gekomen door een afgevaardigde vanuit het sociaal domein én veiligheid (OOV). Doorontwikkelen sluitende aanpak kwetsbare en/of overlastgevende inwoners Gemeenten zetten blijvend in op een integrale en sluitende aanpak. Dit doen zij via diverse aanpakken, waaronder bijvoorbeeld de Persoonsgerichte Aanpak en de uitvoering van de Wvggz. Indien nodig wordt de casus opgeschaald naar het Zorg- en Veiligheidshuis. Waar mogelijk wordt een uniforme werkwijze ontwikkeld die ruimte biedt voor lokaal maatwerk, maar waarin afstemming en onderlinge samenwerking centraal staan. Gemeenten zetten in op monitoring en evaluatie, zodat de effectiviteit van de aanpak meetbaar wordt en bijgestuurd kan worden waar nodig. Binnen het ambtelijk overleg Zorg- en Veiligheid wordt de sluitende aanpak (blijvend) geagendeerd. Hierbinnen wordt eveneens gewerkt aan het uniformeren van de aanpak, evenals het monitoren van de huidige aanpak: hieruit worden trends en ontwikkelingen gedestilleerd.

De bestuurders worden in het Bestuurlijk Overleg Zorg en Veiligheid op de hoogte gehouden van de trends, ontwikkelingen en knelpunten en kunnen in dit gremium indien nodig bijsturen. Gemeenten zijn lokaal verantwoordelijk voor de juridische aspecten aangaande de PGA-L. Vrijwillige nazorg voor (ex-)gedetineerde inwoners Gemeenten geven uitvoering aan de vastgestelde procesafspraken ‘Detentie en Terugkeer: Ondersteuning van (ex-)gedetineerden naar regio Gooi en Vechtstreek’. Ambtelijke sturing op de gemaakte procesafspraken vindt in de regionale ambtelijke werkgroep Zorg en Veiligheid plaats. De bestuurlijke monitoring vindt plaats via het BOZV. Doorontwikkelen aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties In de Wmo 2015 wordt huiselijk geweld gezien als een belemmering voor participatie. De wet maakt gemeenten nadrukkelijk verantwoordelijk voor de preventie en aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling, ook als de hulp uiteindelijk op regionaal of landelijk niveau wordt geboden. Gemeenten sturen daarom lokaal op het voorkomen van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Zij voeren programma’s uit om domeinoverstijgend risicofactoren te verkleinen en beschermende factoren te vergroten. Zodat inwoners die hulp nodig hebben, kunnen rekenen op tijdige en adequate steun. Gemeenten zetten - samen met Veilig Thuis - interventies en hulp in.

Deze interventies en hulp kopen gemeenten gezamenlijk in via Regio Gooi en Vechtstreek. Ook het beheer doen gemeenten gezamenlijk. In situaties van geweld in afhankelijkheidsrelaties waarbij kinderen betrokken zijn, zetten gemeenten altijd een procesregisseur in. Gemeenten zorgen ervoor dat activiteiten gericht op persoonlijk herstel na geweld in afhankelijkheidsrelaties lokaal beschikbaar zijn en dat deze activiteiten bekend en laagdrempelig toegankelijk zijn. Gemeenten investeren in de inzet van ervaringsdeskundigen op het gebied van geweld in afhankelijkheidsrelaties en in het aantrekken, opleiden en behouden van medewerkers gespecialiseerd in geweld in afhankelijkheidsrelaties.

34

Effectieve aanpak van mensenhandel Gemeenten sturen samen op de aanpak van uitbuiting en mensenhandel. Op lokaal niveau borgen gemeenten randvoorwaarden om uitbuiting en mensenhandel te voorkomen en aan te pakken. Er is sprake van beleid en een effectieve aanpak. Gemeenten versterken de infrastructuur van signalering en zorgen ervoor dat mensen weten waar zij met signalen van- en ervaringen met mensenhandel terechtkunnen. Sturing op zorgcoördinatie doen gemeenten via Regio Gooi en Vechtstreek Elke gemeente heeft minimaal één aandachtfunctionaris die gespecialiseerd is in het signaleren van mensenhandel. Gemeenten voeren interventieprogramma’s uit die op kwetsbare doelgroepen, zoals jongeren, gericht zijn. Hierbij is in het bijzonder aandacht voor criminele uitbuiting. Gemeenten werken hiervoor samen met scholen, jongerenwerkers, (jeugd)agenten en andere betrokken ketenpartners.

___________________________________________________________________________________________________

Financiën (begroting, prijspeil 2024) Nr.

Maatregel

16

Uitvoering Wet verplichte GGz Intensieve betrokkenheid op complexe GIAcasuïstiek (MDA++) Risicotaxatie jongeren (verwijsindex) Personele capaciteit VT, inclusief ketenregisseur Verslavingsbemoeizorg & expertise Medicatieverstrekking (methadon) GGz bemoeizorg & expertise Naar een optimaal ZVHGV (incl. Reintegratie exgedetineerden) Behoud chatfunctie + Aware (VT) Hoogwaardige zorg voor slachtoffers van seksueel geweld (CSG) Aanpak uitbuiting en mensenhandel Eemnes: Bijdrage VT

16/ 19

16/ 19 16/ 19 17 17 17 18

19 20

21

Gemeentelijke (proces)regie Totaal programmalijn 3

2026

2027

2028

2029 e.v.

Dekking

78.913

78.913

78.913

78.913

BW/MO

149.286

149.286

149.286

149.286

VO

22.518

22.518

22.518

22.518

BW/MO/VO

4.342.026

4.342.026 4.342.026

4.342.026 Gemeentelijke bijdrage + VO 146.357 MO

146.357

146.357

146.357

124.192

124.192

124.192

124.192

BW/MO

292.775

292.775

292.775

292.775

MO

200.000

200.000

200.000

200.000

VO

123.052

123.052

123.052

123.052

VO

89.704

89.704

89.704

89.704

VO

76.733

76.733

76.733

76.733

VO

11.524

11.524

11.524

11.524

VO

370.396

370.396

370.396

370.396

BW/MO/VO

6.027.476 6.027.476

6.027.476

6.027.476

35

REGIONALE SAMENWERKING Om de ambities en beleidsdoelstellingen van dit beleidsplan te behalen, is regionale samenwerking van essentieel belang.

Samenkracht! Bij alles wat gemeenten, zorgorganisaties en maatschappelijke partners in het kader van regionale beleidsontwikkeling doen, is het perspectief van inwoners het vertrekpunt. Voor de samenwerking met inwoners hebben gemeenten een speciaal platform opgericht: Samenkracht! Via Samenkracht! worden inwoners met ervaring met een bepaald onderwerp betrokken en gesproken. Per onderwerp worden inwoners ‘geworven’ met wie wij bespreken waar hun vraag ligt en waar zij behoefte aan hebben. Door via Samenkracht! goed naar inwoners te luisteren, sluiten gemeenten aan bij de vraag en behoeften van inwoners.

Samenwerking met inwoners en maatschappelijke partners verstevigen Het succes van het behalen van de doelstellingen uit dit beleidsplan hangt nauw samen met de aanwezigheid van een breed draagvlak. Dit vraagt om dialoog waarin zoveel mogelijk betrokkenen kunnen meepraten, meedenken en meewerken. Uitgangspunt daarbij is om te praten met en niet over. Daarom wordt er enerzijds altijd met alle perspectieven aan tafel gewerkt, anderzijds vraagt dit om actief partnerschap55, vanuit een wederzijdse afhankelijkheid tussen alle betrokkenen. In geval van personele schaarste herzien maatschappelijke partners in afstemming met hun financiers, waaronder de gemeenten, welke taken cruciaal zijn voor de zorgverlening aan inwoners en welke taken minder essentieel en/of door anderen uitgevoerd kunnen worden. De afgelopen jaren heeft het partnerschap tussen gemeenten en de zorgpartners Bescherming & Opvang verder vorm gekregen en is deze bestendigd door bijvoorbeeld het Convenant Herstelnetwerk en door de wijze van samenwerken en verantwoording nemen binnen de contracten Bescherming & Opvang. Daarnaast is de samenwerking met veiligheidspartners op thema’s aangaande zorg en veiligheid geïntensiveerd. Ook wordt er intensief samengewerkt tussen gemeenten, zorgaanbieders en woningcorporaties in het kader van Huisvesting Maatschappelijke Doelgroepen (HMD).

Domeinoverstijgende samenwerking Gemeenten hebben een regierol in de opgaven om voldoende woningen, voldoende betaalbare woningen en een veilige woon- en leefomgeving te realiseren. Preventie en perspectief vraagt om een goede lokale basis, zodat beschermende factoren optimaal zijn ingevuld; denk aan je thuis voelen in de wijk en het hebben van werk of dagbesteding, van laagdrempelige ontmoetingsmogelijkheden. Beschermd en veilig (thuis) wonen gaat om begeleiding én om huisvesting en raakt dus ook de beide

De arbeidsmarktkrapte brengt risico’s met zich mee, ook in het kader van zorg en ondersteuning aan inwoners. In het hoofdstuk ‘Maatschappelijke ontwikkelingen’ wordt hier ook op ingegaan en is de relatie gelegd met de beoogde transformatieopgaven binnen het sociaal domein. In geval van personele schaarste herzien maatschappelijke partners in afstemming met hun financiers, waaronder de gemeenten, welke taken cruciaal zijn voor de zorgverlening aan inwoners en welke taken minder essentieel en/of door anderen uitgevoerd kunnen worden. Personele ontwikkelingen staan dan ook standaard op de agenda van de contractgesprekken met de zorgpartners. 55

36

domeinen (sociaal en fysiek), maar gaat ook om de overgang van de Jeugdwet naar de Wmo (van 18naar 18+). Een effectieve verbinding en integrale benadering tussen zorg en veiligheid is nodig om opgaven, zoals de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling en de aanpak van personen met onbegrepen gedrag, goed uit te voeren. Dat gaat niet vanzelf. Het vraagt om optimale samenwerking op alle niveaus. Naast het feit dat er sprake is van een slachtoffer en een pleger, kunnen slachtofferen plegerschap door elkaar lopen. Ook spelen er vaak problemen op meerdere leefgebieden. Een integrale aanpak gaat daarom niet enkel over zorg en veiligheid. Integraliteit gaat ook over de overgang van 18- naar 18+56 en over werk, participatie en huisvesting. Het organiseren van deze samenwerking is complex en gaat niet vanzelf. De betrokken partijen werken namelijk in afzonderlijke ketens en vanuit verschillende wettelijke kaders, terwijl inwoners zich niet zonder meer in domeinen laten indelen. Ook is de verantwoordelijkheid voor deze opgaven soms lokaal en soms regionaal belegd. Waar nodig om de ambities uit het beleidsplan te behalen, speelt Regio Gooi en Vechtstreek een faciliterende of aanjagende rol in de samenwerking tussen de verschillende domeinen. Voor de onderdelen waar dit van toepassing is, is dit uitgewerkt binnen de voorgaande beleidsprogramma’s.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15895813/1