Bijlage 1. BOPA-onderbouwing 29-08-2025
Tekst van het document
7
Blom ecologie, Aanvullend onderzoek ecologie Nieuw-Loosdrechtsedijk 8 te Loosdrecht Aanvullend onderzoek naar vleermuizen in het kader van de Wet natuurbescherming, 2022-0724, Waardenburg, 13 augustus 2025
Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Wijdemeren - Nieuw-Loosdrechtsedijk 8, Nieuw-Loosdrecht
30
▪ de kap- en sloopwerkzaamheden buiten het broedseizoen van de boerenzwaluw, ooievaar en andere vogels (indicatief medio maart t/m medio juli) worden uitgevoerd. Als dit niet mogelijk is dienen de potentiële nestlocaties van algemene broedvogels ruim voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt of ontoegankelijk gemaakt te worden op aanwijzing van een deskundige. Als werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd die mogelijk resulteren in het wegnemen of verstoren van broedgevallen dient voor aanvang door een ter zake deskundige gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn; ▪ wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, direct contact opgenomen dient te worden met een ter zake deskundige; ▪ eventueel aanwezige vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken) dient voorafgaand aan de werkzaamheden gefaseerd te worden verwijderd om grondgebonden dieren de kans te bieden zelfstandig het projectgebied te verlaten; ▪ gelegenheid wordt gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden; ▪ de projectgebied tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur niet wordt verlicht en in de periode april-oktober de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang worden uitgevoerd
(buiten schemerperiodes). Mocht verlichting noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel); ▪ voor de rugstreeppad het terrein gedurende de ontwikkeling ongeschikt gehouden dient te worden (bijvoorbeeld aanbrengen puinbed, voorkomen ontstaan puinhopen, egaliseren terrein enzovoort) en/of ontoegankelijk gemaakt te worden voor de soort gedurende de bouwwerkzaamheden. Het ontoegankelijk maken dient bij voorkeur voor de migratie- en voortplantingsperiode plaats te vinden. Dit kan bijvoorbeeld door het plaatsen van schermen van stevig plastic of worteldoek van 50 centimeter hoog en minimaal 10 centimeter ingegraven in de grond. De voorzieningen die getroffen zijn om het gebied ontoegankelijk te maken moeten zodanig geplaatst en beheerd worden dat ze hun functie te allen tijde kunnen vervullen. 4.5.4. Conclusie Het aspect ecologie heeft geen beperkingen voor de planontwikkeling mits de zorgplicht in acht wordt genomen.
4.6.
Luchtkwaliteit Algemeen Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO 2) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: ▪ er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; ▪ het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;
Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Wijdemeren - Nieuw-Loosdrechtsedijk 8, Nieuw-Loosdrecht
31
▪ het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO 2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 µg/m³. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Voor woningbouw ligt de 3%-grens op 1.500 woningen. Toetsing Omdat in het projectgebied het aantal woningen met één groepswoning met 20 onzelfstandige zorgeenheden toeneemt, kan worden geconcludeerd dat de planontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Uit de atlas voor de leefomgeving (peiljaar 2023, bron: www.atlasleefomgeving.nl) blijkt dat de achtergrondconcentratie stikstofdioxide (10,0 microgram per m³) en fijn stof (15,1 microgram per m³) zich beneden de wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde van 40 microgram per m³ bevinden. De concentratie zeer fijn stof (8,1 microgram per m³) bevindt zich beneden de wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde van 20 microgram per m³. In het projectgebied worden de grenswaarden niet overschreden. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.7.
Geluid Geluid kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van mensen en op hun gezondheid. De aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting onder de Omgevingswet is vooral een decentrale afweging. Een gemeente legt in het omgevingsplan voor elke locatie in de gemeente de gewenste geluidskwaliteit vast. Afbeelding 10: Standaardwaarden en grenswaarden. Geluidbronsoorten Rijkswegen en provinciale wegen Gemeentewegen en waterschapswegen Hoofdspoorwegen en lokale spoorwegen Industrieterreinen
Standaardwaarde
Grenswaarde 50 Lden 53 Lden 55 Lden 50 Lden 40 Lnight
60 Lden 70 Lden 65 Lden 55 Lden 45 Lnight
In afdeling 3.5 van het Bkl zijn regels voor belangrijke geluidsbronnen zoals industrieterreinen, wegen en spoorwegen opgenomen. De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van spoorwegen of industrieterreinen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen (voor functies zoals wonen, onderwijs of zorg) en locaties nabij een geluidsbron. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (gpp) (lokale spoorwegen die zijn aangewezen bij omgevingsverordening, rijkswegen, provinciale wegen, hoofdspoorwegen en industrieterreinen) en bronnen met een basisgeluidemissie (bge). Dit zijn lokale wegen (een verharde gemeente- of water-
Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Wijdemeren - Nieuw-Loosdrechtsedijk 8, Nieuw-Loosdrecht
32
schapsweg met een verkeersintensiteit van meer dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal) en lokale spoorwegen (een spoorweg die niet is aangewezen bij omgevingsverordening). Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid. Toetsing Binnen het geluidaandachtsgebied is akoestisch onderzoek nodig om een geluidgevoelig gebouw toe te laten. Daarom is akoestisch onderzoek8 wegverkeerslawaai uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat het projectgebied ruimschoots binnen de geluidscontour van de standaardwaarde van 53 dB valt. In de praktijk ligt de geluidbelasting nog iets lager door afschermende bebouwing. Ter plaatse van de zorgeenheden wordt ruimschoots voldaan aan de standaardwaarde van 53 dB. Er is ter plaatse van de zorgeenheden sprake van een goed akoestisch woon- en leefklimaat. Daarmee wordt ter plaatse voldaan aan de eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Extra geluidwerende voorzieningen zijn niet noodzakelijk. Het projectgebied ligt niet in de geluidszone van een spoorweg. Spoorweglawaai vormt daarom geen belemmering voor de planontwikkeling. Het projectgebied ligt evenmin in de geluidszone van een bedrijventerrein. Ook industrielawaai vormt geen belemmering voor deze planontwikkeling. Ten aanzien van eventuele geluidhinder van omliggende bedrijven wordt verwezen naar paragraaf 4.9.
Conclusie Het aspect geluid levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.8.
Geur Algemeen Er bestaan diverse sectoren waar geurhinder een rol kan spelen, zoals onder meer bij veehouderijen en andere landbouwactiviteiten, de mengvoederindustrie, horeca, rioolwaterzuiveringsinstallaties, slachterijen, en (andere) milieubelastende activiteiten. Regels over geur zijn verdeeld over verschillende Amvb's. Het verschilt per type activiteit waar er regels zijn opgenomen. Conform de Omgevingswet dienen de activiteiten allereerst te voldoen aan de regels die in het tijdelijk omgevingsplan staan. Indien er nog geen aanpassing heeft plaatsgevonden van het tijdelijk omgevingsplan en sprake is van een activiteit/inrichting die/dat voorheen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer viel, dan gelden de regels uit de Bruidsschat. De Bruidsschat (BS) bevat regels over: ▪ geur door het houden van landbouwhuisdieren en paarden en pony's voor het berijden in een dierenverblijf (par. 22.3.6.2 BS); ▪ geur door het houden van fokteven van nertsen (par. 22.3.6.3 BS);
8
Munsterhuis, Akoestisch onderzoek wegverkeer Project Nieuw-Loosdrechtsedijk 8, Loosdrecht, B03.22.180-RM, Borne, 14 augustus 2025
Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Wijdemeren - Nieuw-Loosdrechtsedijk 8, Nieuw-Loosdrecht
33
▪ geur door andere agrarische activiteiten, zoals o.a. het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie en het composteren of opslaan van groenafval (par. 22.3.6.4 BS); ▪ geur door het exploiteren van zuiveringstechnische werken (par. 22.3.6.5 BS). Voor een aantal milieubelastende activiteiten geldt een vergunningplicht op basis van hoofdstuk 3 van het (Bal). In afdeling 8.5 'Omgevingsvergunning milieubelastende activiteit' van het (Bkl) staan beoordelingsregels. Het bevoegd gezag gebruikt deze beoordelingsregels bij het beoordelen van de vergunningaanvraag. In het Bkl staan algemene beoordelingsregels en specifieke beoordelingsregels voor geur. Toetsing In de directe nabijheid van het projectgebied zijn geen (agrarische) bedrijven gevestigd met een geuremissie die tot het projectgebied reikt. Conclusie Het aspect geur levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.9.
Milieuzonering In planologische procedures waarin de vestiging van woningen in de nabijheid van bedrijven (of andersom) mogelijk wordt gemaakt, moet rekening worden gehouden met ruimtelijk relevante milieuhygiënische aspecten van die bedrijven. Het begrip 'inrichting' uit de Wet milieubeheer bestaat onder de Omgevingswet niet meer; deze is vervangen door regels voor milieubelastende activiteiten. Een 'milieubelastende activiteit' is een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken. Lozingsactiviteiten op oppervlaktewater of een zuiveringsinstallatie of wateronttrekking vallen niet onder de definitie van een 'milieubelastende activiteit'. Inhoudelijk zijn er weinig veranderingen, wel is de systematiek gewijzigd. De rijksregels voor milieubelastende activiteiten staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Voor activiteiten die niet in H3 van het Bal zijn aangewezen, kan een gemeente regels opnemen in het Omgevingsplan. De algemene zorgplicht (artikel 1.7) en het algemene verbod (artikel 1.7a) uit de Omgevingswet zijn altijd van toepassing. De gemeente Wijdemeren heeft in H22, afdeling 22.3 regels opgenomen met betrekking tot milieubelastende activiteiten in relatie tot geluid en geur. Om hinder tussen bedrijven en woningen te voorkomen, is ook onder de Omgevingswet een goede afstemming noodzakelijk.
Milieuzonering zorgt ervoor dat bij de bouw van nieuwe woningen voldoende afstand in acht wordt genomen tot milieubelastende activiteiten (tussen bedrijven en gevoelige functies, zoals woningen). Zo worden hinder en gevaar voorkomen en kunnen bedrijven zich binnen aanvaardbare voorwaarden in een gebied vestigen en activiteiten (blijven) uitoefenen.
Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Wijdemeren - Nieuw-Loosdrechtsedijk 8, Nieuw-Loosdrecht
34
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft in de brochure Bedrijven en Milieuzonering (2009) een handreiking9 gedaan ten behoeve van de afstemming tussen ruimtelijke ordening en milieu op lokaal niveau. De publicatie heeft bedrijven ingedeeld in categorieën met bijbehorende richtafstanden tot gevoelige functies, zoals woningen. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de grond die is aangewezen voor de functie bedrijf en anderzijds de gevel van een woning. De richtafstanden hangen samen met de gebiedskenmerken. De VNG-publicatie hanteert twee omgevingstypen, namelijk: een rustige woonwijk/buitengebied en een gemengd gebied. In een rustige woonwijk of buitengebied wordt functiescheiding nagestreefd. Tussen milieuhinder gevoelige functies en bedrijven dient de minimaal aan te houden 'richtafstand' in acht te worden genomen. In geval van een gemengd gebied, waar sprake is van functiemenging, kan een verkleinde richtafstand worden gehanteerd. In tegenstelling tot rustige woongebieden worden in dergelijke levendige gebieden milieubelastende activiteiten op kortere afstand van milieuhinder gevoelige functies acceptabel geacht. De richtafstand mag in deze gebieden met één afstandsstap worden verkleind (10 meter behorende bij milieucategorie 1 wordt 0 meter, 30 meter van milieucategorie 2 wordt 10 meter van milieucategorie 1, etc.).
Het uitgangspunt van de VNG handreiking is dat de gemeente deze gemotiveerd toepast. Het is een hulpmiddel, maar het legt niet vast wat wel en wat niet is toegestaan. Een gemeente dient zelf zorgvuldig af te wegen, te bepalen en te motiveren welke functies en activiteiten zij in een bepaald gebied toelaatbaar acht en welke Staat van Bedrijfsactiviteiten zal worden toegepast, zodat maatwerk en flexibiliteit voor een projectgebied ontstaat. Afbeelding 11: Omgevingstype. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2
Richtafstand tot omgevingstype rustige woonRichtafstand tot omgevingstype gemengd wijk en rustig buitengebied gebied 10 meter 0 meter 30 meter 10 meter 50 meter 30 meter 100 meter 50 meter 200 meter 100 meter 300 meter 200 meter
Toetsing Op basis van de vigerende bestemmingsplannen, zijn er geen bedrijven in de omgeving van het projectgebied aanwezig, waarvan de richtafstand tot het projectgebied reikt. Ten zuiden van het
9
In oktober 2024 is de VNG-handreiking Activiteiten en milieuzonering gepubliceerd. Deze handreiking is in hoofdzaak is bedoeld voor de inrichting van het nieuwe omgevingsplan en niet om te onderzoeken of er bij milieugevoelige functies (zoals woningen) nabij milieubelastende functies een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gerealiseerd kunnen worden. De handreiking ziet vooral op het inrichten van een omgevingsplan met milieubelastende functies. Om aan te tonen dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij ruimtelijke ontwikkelingen, is de handreiking uit 2009 nog steeds bruikbaar.
Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Wijdemeren - Nieuw-Loosdrechtsedijk 8, Nieuw-Loosdrecht
35
projectgebied ligt het wagenbouwbedrijf Veldhuizen dat het dichtstbijzijnde bedrijf is. Voor dit bedrijf wordt voldaan aan de richtafstand van 100 meter, die voor een gemengd gebied geldt en waar op deze locatie sprake van is. Zodoende zal er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de toekomstige bewoners van de te realiseren zorgeenheden zijn en worden de omliggende bedrijven met de komst van de zorgeenheden niet beperkt in hun uitbreidingsmogelijkheden. Conclusie Uit het oogpunt van milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor de planontwikkeling.
4.10. Omgevingsveiligheid Algemeen Omgevingsveiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. De hoofdlijnen van het wettelijk kader omtrent omgevingsveiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5.1.2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: ▪ activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving. ▪ het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor). ▪ buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving. ▪ windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving. De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
Plaatsgebonden risico Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a van het Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties (artikel 5.7 lid 1 Bkl) worden in een Omgevingsplan in acht genomen. Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (artikel 5.11 Bkl). Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl).
Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Wijdemeren - Nieuw-Loosdrechtsedijk 8, Nieuw-Loosdrecht
36
Groepsrisico Bij groepsrisico is sprake van 'aandachtsgebieden'. Risicovolle activiteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (artikel 5.12 Bkl). Het opnemen van aandachtsgebieden in een omgevingsplan is niet verplicht. Een aandachtsgebied geldt van rechtswege, en is een gebied rond activiteiten met gevaarlijke stoffen dat zichtbaar maakt waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk. Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen, zijn er voor het aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden rekenkundig te bepalen (bijlage VII Bkl). Aandachtsgebieden worden zichtbaar gemaakt in het Register externe veiligheidsrisico's (REV). Binnen een aandachtsgebied kan sprake zijn van een voorschriftengebied. Een gemeente kan in het Omgevingsplan afzien van aanwijzing van een brand- of explosievoorschriftengebied of een kleiner brand- of explosievoorschriftengebied aanwijzen (artikel 5.14 Bkl). Als het initiatief ligt in een voorschriftengebied, dan gelden voor nieuwbouw aanvullende bouweisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (artikel 4.90 tot en met 4.96 Bbl.
Voor zeer kwetsbare gebouwen, zoals scholen, kinderdagopvang, en verzorgingstehuizen, geldt altijd een voorschriftengebied, en gelden dus aanvullende bouweisen bij nieuwbouw (artikel 5.14 Bkl). Los van een eventueel voorschriftengebied kan een gemeente aanvullende eisen stellen, bijvoorbeeld aan vluchtroutes en de bereikbaarheid van het gebied door hulpdiensten. Een berekening van het groepsrisico is onder de Omgevingswet optioneel. Toetsing Uit de risicokaart blijkt dat in de nabijheid van het projectgebied geen routes gevaarlijke stoffen, buisleiding en/of bedrijven aanwezig zijn die met gevaarlijke stoffen werken. Derhalve is geen onderzoek externe veiligheid noodzakelijk. Afbeelding 12: Fragment risicokaart
Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Wijdemeren - Nieuw-Loosdrechtsedijk 8, Nieuw-Loosdrecht
37
Conclusie Het aspect omgevingsveiligheid levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.11. Trilling Algemeen Het onderdeel Trillingen is geregeld in paragraaf 22.3.5 van de Bruidsschat. Daarin worden regels gesteld aan trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Er gelden maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in de tabellen in artikel 22.88 en 5.87a van de Bruidsschat. Toetsing In de omgeving van het projectgebied zijn er geen activiteiten die trillingshinder veroorzaken. Conclusie Het aspect trilling levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.12. Welstand Welstand gaat over hoe de uiterlijke kenmerken van een bouwwerk in de omgeving passen, denk aan vorm, kleur of gebruikte materialen. De redelijke eisen van welstand zijn uitgewerkt in de welstandsnota van de gemeente. In de bruidsschat zijn regels opgenomen met betrekking tot: ▪ repressief welstand (artikel 22.7), oftewel de excessenregeling, en ▪ beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk (artikel 22.29). Als een gemeente geen welstandsnota en ook een beleidsregels voor de beoordeling van het uiterlijk van bouwwerken heeft, dan gelden de regels in de bruidsschat niet. De bruidsschat geldt ook niet bij een bouwwerk of in een gebied dat de gemeente als welstandsvrij heeft aangewezen. Toetsing Het definitieve bouwplan is door MOOI Noord-Holland diverse malen besproken en getoetst aan de welstandscriteria zoals opgenomen in de 'Welstandsnota Wijdemeren' (zie paragraaf 3.4.5). Tijdens de laatste bespreking is aangegeven dat het plan op hoofdlijnen akkoord is en een uitgewerkte aanvraag omgevingsvergunning met belangstelling tegemoet wordt gezien. Conclusie De definitieve welstandstoets zal te zijner tijd worden doorlopen als de omgevingsvergunningaanvraag voor de activiteit bouwen is ingediend.
Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Wijdemeren - Nieuw-Loosdrechtsedijk 8, Nieuw-Loosdrecht
38
4.13. Archeologie, cultuurhistorie en landschap 4.13.1. Algemeen In de Omgevingswet wordt onder cultuur erfgoed verstaan monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. In artikel 5.130 Bkl zijn bepalingen opgenomen om in het omgevingsplan cultureel erfgoed te beschermen. Daarnaast staan in afdeling 8.8 van het Bkl regels voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten. 4.13.2. Archeologie Het Verdrag van Malta regelt de omgang met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland ondertekende dit verdrag van de Raad voor Europa in 1992. Aanleiding voor dit verdrag was dat het Europese archeologische erfgoed in toenemende mate bedreigd werd. Niet alleen door natuurlijke processen of ondeskundig gebruik van het bodemarchief, maar ook door ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening. De uitgangspunten van het Verdrag van Malta zijn binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: 'de veroorzaker betaalt'.
Artikel 5.130, lid 3 Bkl bepaalt dat in het omgevingsplan regels kunnen worden gesteld over de uitvoering van onderzoek bij activiteiten die een te verwachten archeologisch monument kunnen verstoren. Voor projecten kleiner dan 100 m² mag geen archeologisch onderzoek gevraagd worden, tenzij in het omgevingsplan anders is bepaald. Toetsing Uit het Omgevingsplan gemeente Wijdemeren (bestemmingsplan Loosdrecht landelijk gebied noordoost – 2012) blijkt dat het perceel de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 4" heeft. Op grond van deze dubbelbestemming dient bij bodemingrepen vanaf 500 m² en dieper dan 40 cm -mv archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling heeft daarom archeologisch onderzoek plaatsgevonden 10. Het bureauonderzoek heeft aangetoond dat er een lage archeologische verwachting geldt voor alle archeologische perioden. De planvorming heeft daardoor geen raakvlak met te verwachten behoudenswaardige archeologische waarden. Geconcludeerd kan worden dat de archeologische verwachtingswaarde in voldoende mate is vastgesteld en dat geen andere archeolo-
10
Buro de Brug, Archeologisch bureauonderzoek, Nieuw-Loosdrechtsedijk 8, Loosdrecht, gemeente Wijdemeren, B22507, Spijkerboor, 3 augustus 2022
Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Wijdemeren - Nieuw-Loosdrechtsedijk 8, Nieuw-Loosdrecht
39
gische stappen nodig zijn. Daarom wordt geadviseerd het projectgebied vrij te geven op het gebied van archeologie. Indien tijdens de werkzaamheden resten worden aangetroffen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze resten van cultuurhistorische waarde zijn, geldt een wettelijke meldingsplicht conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet. Conclusie Het aspect archeologie levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.13.3. Cultuurhistorie Cultuurhistorisch gezien is landgoed De Negen Linden een bijzondere plek met vele kwaliteiten. Dit is al beschreven in paragraaf 2.1. Om een beter zicht te krijgen op de (historische) kwaliteiten van het parkbos en de mogelijkheden die het parkbos biedt om te transformeren naar het nieuwe gebruik is een inventarisatie gemaakt van het bomenbestand plus de wandelroutes en een beknopte historische kaartanalyse van het parkbos11. Op basis van deze analyse is met de voorgenomen ontwikkeling zoveel mogelijk geprobeerd de belangrijke cultuurhistorische elementen te behouden en beleefbaar te maken voor publiek. De meest waardevolle bebouwing van het stallencomplex blijft behouden. Verder wordt de bestaande historische padenstructuur waar nodig hersteld en/of verbeterd. Het landgoed zal in de toekomst deels toegankelijk worden voor publiek.
Binnen dit publieke gedeelte liggen historische elementen die bezienswaardig zijn, zoals een historische schietmuur die gebruikt werd als doelwit bij schietoefeningen. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het plan een positieve bijdrage levert aan het beleefbaar maken van de cultuurhistorie op landgoed De Negen Linden. De voorgenomen ontwikkeling doet verder geen afbreuk aan bestaande cultuurhistorische elementen en het aspect cultuurhistorie levert dan ook geen belemmeringen op.
4.14. Bodem Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn in paragraaf 5.1.4.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) voor het aspect bodem instructieregels in het opgenomen. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. Het wettelijke instrumentarium voor bodem berust op drie pijlers: ▪ het voorkomen van nieuwe verontreiniging of aantasting (preventie);
11
Hofstra Heersche landschapsarchitecten, Parkbos de Negen Linden inventarisatie van de te onderscheiden tijdslagen, Haarlem, 23 april 2021
Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Wijdemeren - Nieuw-Loosdrechtsedijk 8, Nieuw-Loosdrecht
40
▪ het meewegen van bodemkwaliteit als onderdeel van een brede afweging over de kwaliteit van de leefomgeving in relatie tot functies (toedeling van functies); ▪ het op duurzame en doelmatige wijze beheren van resterende historische verontreinigingen (beheer historische verontreinigingen). De gemeente stelt de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem vast. Deze waarde mag niet hoger zijn dan het blootstellingsniveau van het maximaal toelaatbaar risico voor de mens. De toelaatbare kwaliteit van de bodem is een voorwaarde voor bouwen op verontreinigde bodem en is geen omgevingswaarde. Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Toetsing Ten behoeve van de planontwikkeling is een verkennend bodemonderzoek12 uitgevoerd. Onderzocht is maximaal 3.000 m² grond van een groter kadastraal perceel. Gedurende het onderzoek zijn in de bovengrond over het algemeen lichte verontreinigingen aangetroffen door lood en PAK en lokaal met zink, kwik, PCB's of minerale olie. Dergelijke gehalten werden op basis van het vooronderzoek verwacht en zijn geen ongewoon verschijnsel in de regio. De ondergrond is niet verontreinigd bevonden. Het grondwater geeft een lichte verhoging aan tetrachlooretheen.
Hoewel door het aantreffen van lichte verontreinigingen in bovengrond en grondwater de hypothese 'verdacht' is bevestigd, is een nader onderzoek niet noodzakelijk. Er zijn geen milieutechnische belemmeringen voor de afgifte van een omgevingsvergunning van het perceel. Wel dient rekening te houden met het feit dat de toepassing van (licht verontreinigde) grond aan beperkingen onderhevig is. Indien gedurende de verbouw grond vrijkomt en niet op de onderzoekslocatie kan worden verwerkt, dient de grond te worden voorzien van een kwaliteitsverklaring conform het Besluit bodemkwaliteit, dan wel te worden aangeboden aan een erkende verwerker. In dat geval dient de grond tevens te worden onderzocht op PFAS in navolging van het handelingskader. Conclusie Er zijn met het oog op de milieuhygiënische bodemsituatie geen belemmeringen voor de planontwikkeling.
4.15. Weging van het waterbelang Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient op grond van artikel 5.37 Bkl rekening te worden gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen hoe andere bestuursorganen bij de besluitvorming worden betrokken. Dit betekent dat een zogenaamde 'weging van het waterbelang' (voorheen: watertoets) dient plaats te vinden.
12
Milieutechniek ZVS Eemnes BV, Verkennend bodemonderzoek Nieuw-Loosdrechtsedijk 12 te Loosdrecht, BO422270, Eemnes, 12 juli 2022
Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Wijdemeren - Nieuw-Loosdrechtsedijk 8, Nieuw-Loosdrecht
41
Toetsing Het projectgebied ligt in het beheergebied van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Waternet voert taken uit in opdracht van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Er zal overleg worden gevoerd met de waterbeheerder. Afbeelding 13: Afname verhard oppervlak (bron: Harmonische Architectuur).
Het plan heeft betrekking op het planologischjuridische mogelijk maken van een woon-zorglocatie met 20 zorgeenheden. Hiervoor wordt een bestaand stallencomplex getransformeerd. Er vindt een beperkte afname van oppervlakteverharding plaats van circa 396 m². In deze oppervlakteafname is overigens er geen rekening mee gehouden dat de parkeerplaatsen ter plaatse van de huidige tennisbaan in een halfverharding (423 m²) worden aangelegd. Die halfverharding maakt het mogelijk dat hemelwater daarin infiltreert. Er is verder voldoende ruimte voor infiltratie in en rondom het terrein. Hemelwater zal dan ook in het projectgebied geïnfiltreerd worden of worden geloosd op een van de nabij gelegen sloten. Het vuilwater zal worden aangesloten op de bestaande riolering. Conclusie Er worden geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse verwacht.
Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Wijdemeren - Nieuw-Loosdrechtsedijk 8, Nieuw-Loosdrecht
42
5.
Uitvoerbaarheid
5.1.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
5.1.1. Bestuurlijk vooroverleg Het plan wordt in het kader van het vooroverleg verzonden aan het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht en aan de provincie Noord-Holland. 5.1.2. Participatie omgeving Initiatiefnemer heeft conform de 'Participatienota 2021' van de gemeente Wijdemeren de betreffende stappen doorlopen om tot een initiatief met draagvlak in de omgeving te komen. Daarvoor zijn direct omwonenden uitgenodigd voor een online participatiebijeenkomst op 1 mei 2025. De resultaten van het participatietraject zijn vastgelegd in een verslag13. Tijdens die bijeenkomst zijn de aanpassingen aan het plan gepresenteerd. De aanwezige belanghebbenden hebben mondeling aangegeven overwegend positief te zijn. Een aanwezigen heeft aangegeven na het bijwonen van deze participatiebijeenkomst eerst alle stukken goed te willen doornemen en in een vervolggesprek zijn standpunt over het plan mee te kunnen delen. Er is instemming uitgesproken over de gekozen kleinschaligheid en het behoud van bestaande volumes en het agrarische karakter. Omwonenden willen graag op de hoogte gehouden van het proces. Daarnaast zijn diverse technische vragen over daken, fundering, routing en zichtlijnen besproken. Na de online bijeenkomst zijn de aanwezigen in de gelegenheid gesteld om onder begeleiding van de initiatiefnemer op locatie de planontwikkelingen te beoordelen.
Daarvan is door één omwonende gebruik gemaakt.
5.2.
Financiële haalbaarheid Het plan wordt op eigen grond door en voor rekening en risico ontwikkeld door de initiatiefnemers. Deze initiatiefnemers zijn ook de eigenaar van de gronden. De financiering van alle kosten die samenhangen met de ontwikkeling van de bebouwing komt voor rekening van de initiatiefnemers. Daardoor zijn er geen kosten voor de gemeente aan het bouwplan verbonden. Dit zal tussen de gemeente en initiatiefnemer met een nadeelcompensatieovereenkomst/anterieure overeenkomst worden vastgelegd.
5.3.
Belangenafweging Op grond van artikel 4.2 Omgevingswet moet het omgevingsplan voldoen aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De gemeente moet daarbij rekening houden met alle betrokken belangen. Verder gelden de beleidskaders en instructieregels. In Hoofdstuk 3 Beleidskader en Hoofdstuk 4 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu is aangegeven dat sprake is van
13
Landgoed De Negen Linden, Participatieverslag (eerste fase aanvraag) Transformatie stallencomplex De Negen Linden naar één groepswoning met daarin 20 onzelfstandige zorgsuites voor ouderen met een zorgvraag, Loosdrecht, 22 augustus 2025
Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Wijdemeren - Nieuw-Loosdrechtsedijk 8, Nieuw-Loosdrecht
43
een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In deze paragraaf worden de conclusies uit de genoemde hoofdstukken beschreven. Conclusie beleid De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op hergebruik van de bestaande bebouwing met toevoeging van nieuwbouw ten behoeve van de realisatie van één groepswoning met daarin 20 onzelfstandige zorgeenheden voor ouderen met een zorgvraag die niet meer zelfstandig thuis kunnen wonen. Het plan gaat uit van de sloop van een gedeelte van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. Tevens worden enkele gebouwen gedeeltelijk gesloopt en herontwikkeld op het bestaan de bouwvlak. Enkele kleinere bestaande bijgebouwen, waaronder een schaapskooi, blijven in de huidige vorm behouden om recht te doen aan de historie van het landgoed. Door de sloop van de verouderde bebouwing en het realiseren van een nieuw gebouw, wordt de ruimtelijke kwaliteit in het gebied verhoogd. Uit een analyse van het beleid van Rijk, provincie en gemeente blijkt dat alleen het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Wijdemeren de beoogde ontwikkeling niet mogelijk maakt. Conclusie omgevingsaspecten Uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat er voor het overige geen nadelige gevolgen voor het milieu en andere relevante aspecten voor de fysieke leefomgeving zijn.
Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Wijdemeren - Nieuw-Loosdrechtsedijk 8, Nieuw-Loosdrecht