CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 01 Wijdemeren Oplegnotitie bodem onder Ow WSP SOB022552

gemeenteraad 7 december 2023, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Addendum Grondstromenbeleid van de gemeente Wijdemeren onder de Omgevingswet (technische wijziging i.h.k.v. de omgevingswet) (Het raadsvoorstel is zonder stemming aangenomen.)34.287 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

 De ontgraven grond uit gebieden met een kwaliteit vallend in de ontgravingskwaliteitsklasse ‘Lokale Maximale Waarde2’, LMW2 (bruin op de ontgravingskaarten van kaartbijlage 4A en 4B) mag zonder partijkeuring worden toegepast in gebieden waarvan de toepassingseis de kwaliteitsklasse ‘LMW1’, ‘Industrie’, ‘Wonen’ of ‘Lokale Maximale Waarde2’ is (bruin op de toepassingskaart van kaartbijlage 6A en 6B).  De ontgraven grond uit gebieden met een kwaliteit vallend in de ontgravingskwaliteitsklasse ‘Industrie’ (rood op de ontgravingskaarten van kaartbijlage 4A en 4B) mag zonder partijkeuring worden toegepast in gebieden waarvan de toepassingseis de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ is (rood op de toepassingskaart van kaartbijlage 6A en 6B). En ook op het terrein van de RWZI Horstermeer en het Bedrijventerrein Nieuwe Walden.  De ontgraven grond uit gebieden met een kwaliteit vallend in de ontgravingskwaliteitsklasse ‘Wonen’ (licht bruin op de ontgravingskaarten van kaartbijlage 4A en 4B) mag zonder partijkeuring worden toegepast in gebieden waarvan de toepassingseis de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ of ‘Industrie’ is (respectievelijk licht bruin en rood op de toepassingskaart van kaartbijlage 6A en 6B).

 De ontgraven grond uit gebieden met een kwaliteit vallend in de ontgravingskwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur’ (AW2000; groen op de ontgravingskaarten van kaartbijlage 4A en 4B) mag overal worden toegepast. Voor grond waarop een partijkeuring is uitgevoerd volgens de gestelde eisen van het Besluit, is de in de partijkeuring vastgestelde kwaliteit leidend. Grond van buiten het beheergebied van de gemeente Wijdemeren (zie § 4.2) moet voldoen aan de generieke toepassingseisen (kaartbijlage 5A en 5B; zie ook § 4.10). Gebiedseigen grond moet voldoen aan de gebiedsspecifieke toepassingseisen (kaartbijlage 6A en 6B).

NOTA BODEMBEHEER | BELEID (TIJDELIJK) OPSLAAN EN TOEPASSEN GROND EN BAGGERSPECIE GEMEENTE WIJDEMEREN | DOCUMENTCODE: 14M1252.RAP002

Status: Definitief | Herziene versiedatum: 4 april 2016

30 / 42

6

Onderzoeksinspanning voorafgaand aan het grondverzet

6.1

Historisch onderzoek Voorafgaand aan graafwerkzaamheden of het ontgraven en toepassen van grond moet historisch onderzoek worden uitgevoerd om vast te stellen of de werkzaamheden gaan plaatsvinden op voor bodemverontreiniging niet-verdachte locaties Het historisch onderzoek moet worden uitgevoerd met behulp van het vragenformulier historische gegevens dat in bijlage 5 is opgenomen. Dit formulier moet volledig worden ingevuld en geldt voor zowel de ontgravingslocatie als de toepassingslocatie. De onderzoekslocatie wordt gedefinieerd als zijnde de ontgravings- en toepassingslocaties waar de werkzaamheden gaan plaatsvinden inclusief het omliggende terrein tot een maximum van 25 meter. Onderzocht moet worden of de locaties sprake is (geweest) van een bodemverontreiniging die is veroorzaakt door een puntbron. Ook moet aandacht worden besteed aan:  de huidige terreinsituatie;  het voorkomen van bodemvreemd materiaal in de bodem;  eventuele toepassingen van grond, inclusief de chemische kwaliteit daarvan;  de kans op het voorkomen van asbest – op en in de bodem; – in, op of aan (voormalige) opstallen. De bij de gemeente Wijdemeren beschikbare bodeminformatie is op te vragen bij de OFGV (http://www.ofgv.nl/; info@ofgv.nl).

Alleen als uit het historisch onderzoek blijkt dat geen activiteiten aanwezig zijn (geweest) die de bodem hebben kunnen verontreinigen, mag de bodemkwaliteitskaart worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de grond (zie hoofdstuk 4 en 5). Als historische gegevens al in een eerder onderzoek zijn achterhaald, dan mag dat onderzoek worden gebruikt. Als de gegevens ouder zijn dan 5 jaar, dan moeten de gegevens aantoonbaar worden geverifieerd. Bijvoorbeeld door aan te tonen dat in de periode tussen de oplevering van de gegevens en het voornemen van de grondstroom er geen activiteiten hebben plaatsgevonden die de bodem/partij grond (meer) hebben verontreinigd. Een voor bodemverontreiniging niet-verdachte locatie is in deze nota bodembeheer gedefinieerd als een locatie waar geen puntbron aanwezig is (geweest), bijvoorbeeld een ondergrondse huisbrandolietank, een halfverharding, een gedempte watergang, een ophooglaag, een chemische wasserij, gebruik bestrijdingsmiddelen, bodembedreigende activiteiten, of een (bekend) geval van ernstige bodemverontreiniging.

NOTA BODEMBEHEER | BELEID (TIJDELIJK) OPSLAAN EN TOEPASSEN GROND EN BAGGERSPECIE GEMEENTE WIJDEMEREN | DOCUMENTCODE: 14M1252.RAP002

Status: Definitief | Herziene versiedatum: 4 april 2016

31 / 42

6.2

Onderzoek toe te passen grond en ontvangende bodem

6.2.1

Toe te passen grond De toe te passen grond moet worden gekeurd als deze grond:  ontgraven gaat worden uit een zone waarvan de ontgravingskwaliteit een mindere kwaliteit heeft dan de toepassingseis van de ontvangende bodem;  afkomstig is uit de bovengrondzone “Arseenhoudende grond” en het voornemen bestaat deze buiten de zones “Arseenhoudende grond” toe te passen;  afkomstig is uit de gemeente Wijdemeren maar uit een gebied dat is uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart (gespecificeerd in § 1.2.3.1);  op de ontgravingslocatie een bodemverontreiniging door een puntbron is vastgesteld;  afkomstig is van een tijdelijke opslag en niet aan voorwaarden voldaan kan worden zoals deze in § 4.11 zijn beschreven;  onvoorziene visuele afwijkingen vertoont (asbest, bodemvreemde materialen, kleur, geur);  afkomstig is van buiten het beheergebied van de gemeente Wijdemeren (zie § 4.2). De partijkeuring moet plaatsvinden conform de BRL SIKB protocol 1001, de BRL SIKB 9335 of de NEN574019 en door een daarvoor gecertificeerd bedrijf dat een ministeriële erkenning heeft.

6.2.2

Ontvangende bodem De kwaliteit van de ontvangende bodem moet worden onderzocht als:  de toepassingslocatie is gelegen in een gebied dat is uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart (zie § 1.2.3.1);  op de toepassingslocatie mogelijk een bodemverontreiniging door een puntbron is vastgesteld. Om de kwaliteit van de ontvangende bodem vast te stellen moet een gepaste onderzoeksstrategie uit de NEN5740 worden gebruikt. Alleen de bodemlaag waarop de grond wordt toegepast moet worden onderzocht. Het onderzoek moet zijn uitgevoerd door voor de BRL SIKB protocol 2001 gecertificeerd bedrijf dat een ministeriële erkenning heeft.

19

Alleen van de volgende onderzoeksstrategieën kan gebruik worden gemaakt: TOETS-S, TOETS-S-GR en KEU-I-HE.

NOTA BODEMBEHEER | BELEID (TIJDELIJK) OPSLAAN EN TOEPASSEN GROND EN BAGGERSPECIE GEMEENTE WIJDEMEREN | DOCUMENTCODE: 14M1252.RAP002

Status: Definitief | Herziene versiedatum: 4 april 2016

32 / 42

7

Procedures

7.1

Opvragen informatie voorafgaand aan het grondverzet Voorafgaand aan het tijdelijk opslaan van grond en een grondstroom tussen locaties (ontgraven en toepassen van grond) moet de initiatiefnemer of een hiertoe gemachtigd persoon (ontdoener van de grond of tussenpersoon zoals een aannemer of adviesbureau), zich op de hoogte te stellen van de mogelijkheden van het grondverzet. Zowel bij het tijdelijk ontgraven van grond als bij het toepassen van grond moet een historisch onderzoek worden uitgevoerd met behulp van het vragenformulier historische gegevens dat in bijlage 5 is opgenomen. Dit formulier moet volledig worden ingevuld en geldt voor zowel de ontgravingslocatie als de toepassingslocatie. Bij graafwerkzaamheden en het tijdelijk opslaan van grond (langer dan 6 maanden en maximaal 3 jaar) moet dit vanwege de Arbowetgeving en het werken in en met verontreinigde grond en het Besluit. Van de ontgravingslocatie moet worden achterhaald of de grond ontgraven wordt van een niet-verdachte locatie en daardoor de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel van de chemische kwaliteit gebruikt kan worden. Voor de toepassingslocatie moet worden achterhaald of er mogelijk sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Als hiervan sprake is en grond wordt toegepast, is immers sprake van het aanbrengen van een leeflaag in het kader van de Wet bodembescherming.

In dat geval dient minimaal een BUS melding te worden ingediend. Bij het toepassen van grond moet ook worden vastgesteld of de toepassing van de grond nuttig is (artikel 35 van het Besluit; zie ook § 2.1.1 van bijlage 2, onderdeel 'Nuttige toepassingen van grond');  de ontgravings- en toepassingslocatie in een zone van de bodemkwaliteitskaart ligt (zie ook § 1.2.3.1). Is dat niet zo, dan geldt het generieke kader van het Besluit (zonder bodemkwaliteitskaart) en moet de kwaliteit van de toe te passen grond en de ontvangende bodem worden vastgesteld (zie § 4.13.1 en § 6.2);  het grondverzet plaatsvindt in gebieden met bijzondere omstandigheden (zie § 4.13) en of andere Wet- en regelgeving van belang is (zie § 2.1.5 van bijlage 2). De resultaten van het historisch onderzoek (locatie van ontgraven bij tijdelijke uitname, ontgravings- én toepassingslocatie) moeten volledig en gelijktijdig met de melding voor het tijdelijk opslaan van grond of de grondstroom (zie § 7.2) worden ingeleverd. In onderstaande paragrafen worden de procedures, te weten melding, termijn, registratie en transport van grond verder uiteengezet.

NOTA BODEMBEHEER | BELEID (TIJDELIJK) OPSLAAN EN TOEPASSEN GROND EN BAGGERSPECIE GEMEENTE WIJDEMEREN | DOCUMENTCODE: 14M1252.RAP002

Status: Definitief | Herziene versiedatum: 4 april 2016

33 / 42

7.2

Melden tijdelijk opslaan en toepassen grond

7.2.1

Algemeen De melding moet minimaal 5 werkdagen voor de aanvang van de tijdelijke opslag van grond of nuttige toepassing van de grond worden gedaan via het centrale meldpunt van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu: www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. Het melden kan zowel analoog als digitaal plaatsvinden. De meldingen worden doorgezonden naar het bevoegd gezag van de locatie waar de grond tijdelijk wordt opgeslagen of toegepast. Voor de tijdelijke opslag en de toepassingen op of in de landbodem is dat de gemeente. Voor de tijdelijke opslag en de toepassingen in oppervlaktewaterlichamen (zoals sloten en meren) en de door de Keur beschreven beschermingszones, is dat het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. De OFGV is op grond van het Besluit niet verplicht om de melding te publiceren en neemt geen formeel besluit op de melding. Na verstrijken van de hierboven genoemde termijnen mag de initiatiefnemer starten met het tijdelijk opslaan van grond of de nuttige toepassing. De initiatiefnemer van de tijdelijke opslag of de nuttige toepassing is en blijft verantwoordelijk voor het voldoen aan de vereisten van het Besluit. Maar ook een ieder die op een bepaald moment in enig opzicht macht uitoefent over (een deel van) de tijdelijke opslag of de toepassing kan worden aangesproken; bijvoorbeeld een eigenaar, erfpachter, huurder of bruiklener (zie ook § 1.4.1).

In tabel 7.1 is een overzicht gegeven van de verschillende vormen van tijdelijke opslag en de voorwaarden uit het Besluit die daarbij gelden.

7.2.2

Toepassen van grond De meldingsplicht voor het nuttig toepassen van grond in het kader van het Besluit geldt altijd met uitzondering van:  de toepassing van grond door particulieren, anders dan in de uitoefening van een bedrijf of beroep;  het toepassen van grond binnen een landbouwbedrijf als de grond afkomstig is van een tot dat landbouwbedrijf behorend perceel grond waarop een vergelijkbaar gewas wordt geteeld als op het perceel grond waar de grond wordt toegepast;  het verspreiden van baggerspecie uit een watergang over de aan de watergang grenzende percelen;  het toepassen van schone grond in hoeveelheden kleiner dan 50 m3. Voor het toepassen van schone grond in hoeveelheden vanaf 50 m3 moet eenmalig de toepassingslocatie worden gemeld. De OFGV kan namens gemeente Wijdemeren, en ondanks de ontheffing van de meldplicht, wel de bewijsmiddelen opvragen van de kwaliteit van de toegepaste grond of (verspreide) baggerspecie. De OFGV kan van deze bevoegdheid gebruik maken.

NOTA BODEMBEHEER | BELEID (TIJDELIJK) OPSLAAN EN TOEPASSEN GROND EN BAGGERSPECIE GEMEENTE WIJDEMEREN | DOCUMENTCODE: 14M1252.RAP002

Status: Definitief | Herziene versiedatum: 4 april 2016

34 / 42

7.2.3

Tijdelijke opslag De meldingsplicht voor het tijdelijk opslaan van grond in het kader van het Besluit geldt altijd, met uitzondering van de opslag van grond als sprake is van tijdelijke uitname. In het Besluit is tijdelijke opslag in de meeste situaties niet vergunningsplichtig. Wel moet aan een drietal voorwaarden worden voldaan:  De kwaliteit van de grond moet voldoen aan de bodemkwaliteitsklasse van de (tijdelijk) ontvangende bodem.  De grond mag op de landbodem maximaal 3 jaar opgeslagen worden.  De eindbestemming van de grond moet bekend zijn als deze langer dan 6 maanden wordt opgeslagen. Met het gebiedsspecifieke beleid (vaststellen Lokale Maximale Waarden, zie § 4.3.4) zijn enkele knelpunten in de gemeente als gevolg van de landelijke regelgeving opgelost. In tabel 7.1 zijn de vormen van tijdelijke opslag en de bijbehorende voorwaarden (kwaliteitseisen en meldingsplicht) opgenomen. Als grond voorafgaand aan de toepassing tijdelijk wordt opgeslagen, dan zijn in principe 2 meldingen bij het centrale meldpunt bodemkwaliteit van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu noodzakelijk.

Om deze administratie lasten te verminderen verruimt de gemeente de eisen voor het melden van tijdelijke opslag van grond waarvan de toepassingslocatie bekend is als volgt: Als bekend is waar de grond, die tijdelijk wordt opgeslagen, wordt toegepast, hoeft voorafgaand aan de tijdelijke opslag alleen de melding voor de toepassing van deze grond te worden gedaan. Bij de melding moet wel de locatie en duur van de tijdelijke opslag worden vermeld. De kwaliteit van de grond die tijdelijk wordt opgeslagen, moet voldoen aan de vastgestelde bodemkwaliteitsklasse dan wel de vastgestelde Lokale Maximale Waarden ter plaatse. Als bekend is waar de grond, die tijdelijk wordt opgeslagen, wordt toegepast, hoeft voorafgaand aan de tijdelijke opslag alleen de melding voor de toepassing van deze grond te worden gedaan. Bij de melding moet wel de locatie en duur van de tijdelijke opslag worden vermeld. De kwaliteit van de grond die tijdelijk wordt opgeslagen moet voldoen aan de vastgestelde bodemkwaliteitsklasse dan wel de vastgestelde Lokale Maximale Waarden ter plaatse.

NOTA BODEMBEHEER | BELEID (TIJDELIJK) OPSLAAN EN TOEPASSEN GROND EN BAGGERSPECIE GEMEENTE WIJDEMEREN | DOCUMENTCODE: 14M1252.RAP002

Status: Definitief | Herziene versiedatum: 4 april 2016

35 / 42

Tabel 7.1: Vormen van tijdelijke opslag en bijbehorende voorwaarden Vorm van tijdelijke opslag

Voorwaarden van het Besluit en de gemeente Maximale duur van de

Kwaliteitseisen

Meldingsplicht

-

Ja1)

opslag Kortdurende opslag

6 maanden

Tijdelijke opslag op

Kwaliteit moet voldoen

landbodem

3 jaar

aan de bodemkwaliteitsklasse van de ontvangende bodem

Tijdelijke opslag in 10 jaar

aan de bodemkwaliteitsklasse van de ontvangende bodem

Weilanddepot: tijdelijke

Alleen baggerspecie die

opslag van baggerspecie over

voldoet aan de normen

3 jaar

aangrenzend perceel

voor verspreiding over aangrenzende percelen

Looptijd van de werkzaamheden

1)

met voorziene duur van opslag en eindbestemming

Kwaliteit moet voldoen

waterbodem

Opslag tijdelijke uitname

Ja1) ,

Ja1) , met voorziene duur van opslag en eindbestemming Ja1) , met voorziene duur van opslag en eindbestemming

-

Nee

Melding moet worden gedaan bij het centrale meldpunt van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu: www.meldpuntbodemkwaliteit.nl

7.3

Registratie en archivering van meldingen De melding van de tijdelijke opslag en de nuttige toepassing van grond (inclusief bijlagen) wordt door de OFGV en namens de gemeente Wijdemeren bij binnenkomst geregistreerd en gearchiveerd. De verantwoordelijkheid voor het naleven van de regels rond het ontgraven, het tijdelijk opslaan of het toepassen van grond, waaronder het tijdig melden, ligt bij de initiatiefnemer van de grondtoepassing (zie ook § 1.4.1). Als achteraf blijkt dat foutief is gehandeld, dan kan de initiatiefnemer van de grondtoepassing zich niet beroepen op de gedane melding of het eventueel uitblijven van een reactie van het bevoegd gezag binnen een bepaalde termijn. Ook na toepassing mag de OFGV namens de gemeente Wijdemeren nog optreden tegen overtredingen van de regelgeving als blijkt dat niet de juiste gegevens zijn verstrekt of sprake is van het toepassen van grond met een onjuiste kwaliteit.

7.4

Beoordeling en toetsing van de melding De meldingen van tijdelijke opslag en toepassingen van grond in de gemeente wordt door de OFGV namens de gemeente Wijdemeren beoordeeld. Bij toetsing van de tijdelijke opslag en de toepassing van grond wordt gekeken naar de kwaliteitsklasse van de toe te passen grond en de toepassingseis vanuit deze nota bodembeheer. Daarnaast wordt gecontroleerd of de tijdelijke opslag of toepassing nuttig is of strijdig is met andere ruimtelijke aspecten. Ook wordt getoetst aan de bodemfunctieklassenkaart (kaartbijlage 1).

NOTA BODEMBEHEER | BELEID (TIJDELIJK) OPSLAAN EN TOEPASSEN GROND EN BAGGERSPECIE GEMEENTE WIJDEMEREN | DOCUMENTCODE: 14M1252.RAP002

Status: Definitief | Herziene versiedatum: 4 april 2016

36 / 42

Ten slotte kan andere wet- en regelgeving van invloed zijn (zie §2.1.5 van bijlage 2) of kunnen privaatrechtelijke aspecten een rol spelen, zoals het verkrijgen van toestemming van de perceeleigenaar. 7.5

Transport van grond Bij het transport van grond over de weg moet een transportgeleidebiljet aanwezig zijn. Bij het transport van grond naar een nuttige toepassing moet een kwaliteitsverklaring beschikbaar zijn. Alternatief is dat op het transportgeleidebiljet het meldnummer is vermeld dat is afgegeven door het centrale meldpunt bodemkwaliteit van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (zie ook § 7.7). Bij transport van grond naar een erkend verwerker (bijvoorbeeld een reiniger, stortplaats of depot voor het opslaan van verontreinigde grond) moet een afvalstroomnummer op het transportgeleidebiljet worden vermeld. Deze wordt afgegeven door de erkend verwerker.

7.6

Repeterende vrachten en omvangrijke grondtoepassingen Binnen grootschalige werken, zoals het aanleggen van een woonwijk, bedrijventerrein of het ontwikkelen van een natuurgebied, is het vaak niet praktisch om voor elke afzonderlijk toepassing van een partij grond een melding te doen. In verband hiermee bestaat de mogelijkheid om hiervoor een grondstromenplan op te stellen dat vooraf moet worden goedgekeurd door de OFGV. Het grondstromenplan moet worden gemeld bij het centrale meldpunt van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu: www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. Afwijkingen van het grondstromenplan moeten direct aan de OFGV (Toezicht & Handhaving) worden gemeld.

7.7

Grondtransporten met de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel Als grond wordt getransporteerd met de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de grond, dan moet op het transportgeleidebiljet het meldingsnummer van het landelijke meldpunt bodemkwaliteit vermeld worden. Als geen meldingsnummer op het transportgeleidebiljet is geregistreerd moet een kwaliteitsverklaring aanwezig zijn.

NOTA BODEMBEHEER | BELEID (TIJDELIJK) OPSLAAN EN TOEPASSEN GROND EN BAGGERSPECIE GEMEENTE WIJDEMEREN | DOCUMENTCODE: 14M1252.RAP002

Status: Definitief | Herziene versiedatum: 4 april 2016

37 / 42

8

Toezicht en handhaving

8.1

Betrokkenen bij grondwerkzaamheden Bij toezicht en handhaving tijdens het ontgraven, het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond op of in de bodem zijn verschillende 'spelers' betrokken. Tabel 8.1 geeft een overzicht van de verantwoordelijkheden van de diverse betrokkenen rond het toepassen van grond conform het Besluit. Naast de in tabel 8.1 betrokken 'spelers' zijn ook gespecialiseerde instellingen betrokken bij grondwerkzaamheden, waaronder adviesbureaus (partijkeuringen) en grondbanken (leverancier en/of toepasser van de grond). Tabel 8.1: Verantwoordelijkheden van verschillende betrokkenen bij het toepassen van grond op of in de bodem Betrokkenen

Verantwoordelijkheden

Gemeente Wijdemeren

Beschikbaar stellen van bodeminformatie aan de OFGV die deze informatie

(Besluit bodemkwaliteit)

(digitaal) ontsluit en ter inzage geeft.

OFGV voor de gemeente Wijdemeren

Voeren van vooroverleg met de initiatiefnemer.

(Besluit bodemkwaliteit)

Beschikbaar stellen van informatie over en het inzage geven in archieven met onder andere (historische) bodeminformatie en de bodemkwaliteit. Bevoegd gezag Besluit: Toezicht en handhaving van de melding (administratief en in het veld). Uitvoeren taken waaronder het in ontvangst nemen, registreren, archiveren, beoordelen en toetsen van de melding voor het nuttig toepassen van grond.

Provincie Noord-Holland

Als gemeente en OFGV, maar dan bij het nuttig toepassen van grond in

(Besluit bodemkwaliteit)

Wet milieubeheer-inrichtingen met provincie als vergunningverlener en ter plaatse van beschermingsgebieden.

Waterschap Amstel, Gooi en Vecht

Als gemeente en OFGV, maar dan bij het nuttig toepassen of verspreiden van

(Besluit bodemkwaliteit)

grond in een oppervlaktewaterlichaam.

OFGV voor de gemeente Wijdemeren

Toezicht en handhaving van gevallen van (vermoedelijk) ernstige

(Wet bodembescherming)

bodemverontreiniging en bij verplaatsen van verontreinigde grond op grond van artikel 28 van de Wet bodembescherming.

Leverancier (ontdoener) van de grond

Het afgeven van een bewijsmiddel omtrent de kwaliteit van de te leveren grond en zorgen dat de (erkende) transporteur de doorslagen van de volledig ingevulde begeleidingsbrief krijgt. Registratie van de gegevens gedurende 5 jaar.

Transporteur

Tijdens het transport beschikken over een volledig ingevulde begeleidingsbrief met, indien noodzakelijk, een afvalstroomnummer. Overhandigen begeleidingsbrief op aanvraag van de handhaver (provincie, politie, gemeente). Registratie van de gegevens gedurende 5 jaar. In overleg met de leverancier van de grond levert de transporteur van de grond het bewijsmiddel omtrent de kwaliteit van de te transporteren grond.

NOTA BODEMBEHEER | BELEID (TIJDELIJK) OPSLAAN EN TOEPASSEN GROND EN BAGGERSPECIE GEMEENTE WIJDEMEREN | DOCUMENTCODE: 14M1252.RAP002

Status: Definitief | Herziene versiedatum: 4 april 2016

38 / 42

Vervolg tabel 8.1: Verantwoordelijkheden van verschillende betrokkenen bij het toepassen van grond op of in de bodem Betrokkenen

Verantwoordelijkheden

Partij die de grond toepast

Conform het Besluit (laten) melden bij het centrale meldpunt van het Ministerie

(initiatiefnemer of een ieder die op een

van Infrastructuur en Milieu.

bepaald moment macht uit oefent). Dit

Nagaan of vanuit andere wetgeving voorwaarden worden gesteld en deze

kan ook een gemeentelijke afdeling zijn.

navolgen. In overleg met de leverancier van de grond levert de partij die de grond toepast het bewijsmiddel omtrent de kwaliteit van de toe te passen grond.

Milieupolitie

Toezicht en handhaving (strafrechtelijk).

Inspectie Leefomgeving en Transport

Het uitvoeren van de handhaving op de keten van grond voorafgaand aan de aannemer, voor zover het gaat om activiteiten die onder Kwalibo vallen. Hierbij gaat het zowel om het toepassen van grond op of in de landbodem als het toepassen of verspreiden van grond in een oppervlaktewaterlichaam.

8.2

Toezicht en handhaving Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente is voor haar eigen grondgebied in het kader van het Besluit verantwoordelijk voor toezicht en handhaving van de toepassing van grond op of in de bodem. De OFGV voert in opdracht van de gemeente Wijdemeren deze taken uit. Bij de tijdelijke opslag en de toepassingen van grond kan toezicht en handhaving plaatsvinden:  tijdens de melding;  in het veld (tijdens het transport of bij de tijdelijke opslag of de toepassing);  na de tijdelijke opslag of de toepassing. Bij de toezicht en de handhaving voor het Besluit maakt de OFGV gebruik van de Handhavings UitvoeringsMethode Besluit bodemkwaliteit (HUM Bbk)20. Als de OFGV namens de gemeente Wijdemeren constateert dat de regels van het Besluit en/of de Wet bodembescherming niet worden nageleefd, kan bestuursdwang worden uitgeoefend of een dwangsom worden opgelegd. Bestuursdwang houdt in dat de initiatiefnemer of degene die het beheer van een (grootschalige) toepassing heeft overgenomen, een aanzegging krijgt bepaalde handelingen na te laten, dan wel bepaalde maatregelen te treffen binnen een bepaalde termijn. De OFGV kan eventueel na de verstreken termijn op kosten van de initiatiefnemer deze handelingen laten verrichten.

Een dwangsom is een indirect dwangmiddel in de vorm van een geldboete die wordt opgelegd met het doel om de overtreding ongedaan te maken of verdere overtreding dan wel herhaling te voorkomen. De strafrechtelijke handhaving van het Besluit en de Wet bodembescherming, wordt geregeld in de Wet op de Economische Delicten. Als strafbare handelingen niet opzettelijk zijn uitgevoerd, dan is sprake van een overtreding. Als zij opzettelijk zijn begaan, worden zij aangemerkt als misdrijven. Met de opsporing van overtredingen is in de eerste plaats de politie belast. Daarnaast kunnen bepaalde categorieën buitengewone

20

Handhavings Uitvoerings Methode Besluit bodemkwaliteit, 3BODM0906, AgentschaspNL/Bodem+, april 2010.

NOTA BODEMBEHEER | BELEID (TIJDELIJK) OPSLAAN EN TOEPASSEN GROND EN BAGGERSPECIE GEMEENTE WIJDEMEREN | DOCUMENTCODE: 14M1252.RAP002

Status: Definitief | Herziene versiedatum: 4 april 2016

39 / 42

opsporingsambtenaren (BOA) de bevoegdheid hebben om overtredingen van het Besluit en de Wet bodembescherming op te sporen. In het kader van het Besluit is voor toepassingen op of in de bodem de Inspectie Leefomgeving en Transport bevoegd gezag voor de keten van de producent tot en met de aannemer. Deze bevoegd-gezag-taken omvatten de activiteiten die onder de Kwalibo vallen. Ook is de Inspectie Leefomgeving en Transport bevoegd tot bestuurlijke handhaving van de aannemer die de grond toepast op of in de bodem. Overtredingen zoals afwijkingen van normdocumenten en werken zonder erkenning moeten worden gemeld bij de Inspectie Leefomgeving en Transport: http://www.ilent.nl/onderwerpen/leefomgeving/bodem/besluit_bodemkwaliteit/ . De Inspectie Leefomgeving en Transport kan bij constatering van overtredingen dwangsommen opleggen, bedrijven schorsen of zelfs erkenningen intrekken.

NOTA BODEMBEHEER | BELEID (TIJDELIJK) OPSLAAN EN TOEPASSEN GROND EN BAGGERSPECIE GEMEENTE WIJDEMEREN | DOCUMENTCODE: 14M1252.RAP002

Status: Definitief | Herziene versiedatum: 4 april 2016

40 / 42

9

Delegeren bevoegdheden van de Raad naar het college

9.1

Inleiding Deze nota bodembeheer moet, conform artikel 44 van het Besluit bodemkwaliteit, door de Gemeenteraad worden vastgesteld, voordat het gebiedsspecifieke grondstromenbeleid van kracht kan worden. Bij het vaststelling van deze nota stelt de Raad ook de bodemkwaliteitskaart en de bodemfunctieklassenkaart vast. Mogelijk zijn tijdens de looptijd van de nota bodembeheer één of meerdere aanpassingen noodzakelijk. Net als voor de vaststelling, is de wijziging van de nota bodembeheer en de bijhorende bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassenkaart een bevoegdheid van de Raad als sprake is van gebiedsspecifiek beleid. De Gemeenteraad besluit om een bij haar rustende bevoegdheid aan het college van burgemeester en wethouders over te dragen (artikel 156 Gemeentewet). Op deze manier kan de werkdruk van de Raad beheerst worden en kunnen besluiten die enkel uitvoerend van karakter zijn, worden genomen door het college. Na het vaststellen van de nota bodembeheer is er alle reden om de Raad te ontlasten en een aantal uitvoerende besluiten te delegeren. In de onderstaande paragrafen is beschreven op welke onderdelen en onder welke voorwaarden de Raad bevoegdheden naar het college heeft overdragen.

9.2

Wijziging bodemfunctieklassenkaart Onderdeel van de vaststelling van gebiedsgericht beleid zoals in deze nota bodembeheer vastgelegd, is ook de vaststelling van een bodemfunctieklassenkaart. Er worden drie functieklassen onderscheiden. Te weten ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Overig’ (onder andere landbouw/natuur), zie kaartbijlage 1. De vaststelling hiervan is bij het zogenoemde generieke kader van het Besluit een bevoegdheid van het college. De bodemfunctieklassenkaart legt de bodemfunctieklasse vast van een perceel/gebied en heeft effect bij de beoordeling van bodemsaneringen en het toepassen van grond. Een eventuele wijziging van de bodemfunctieklasse sluit aan bij het al door de Raad vastgestelde bestemmingsplan voor de betreffende functiewijziging. Als het college deze functie volgt, is het wijzigen van de bodemfunctieklassenkaart conform het vastgestelde bestemmingsplan voor de functiewijziging feitelijk niet meer dan een uitvoeringshandeling. De Raad delegeert de wijziging, of de vaststelling tot wijziging van de bodemfunctieklassenkaart, aan het college.

NOTA BODEMBEHEER | BELEID (TIJDELIJK) OPSLAAN EN TOEPASSEN GROND EN BAGGERSPECIE GEMEENTE WIJDEMEREN | DOCUMENTCODE: 14M1252.RAP002

Status: Definitief | Herziene versiedatum: 4 april 2016

41 / 42

9.3

Aanvullende bodeminformatie

9.3.1

Uitgesloten locatie en gebieden Een aantal gebieden is nu uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart omdat deze gebieden door andere organisaties worden beheerd of dat te weinig bodemgegevens beschikbaar zijn om een goede uitspraak te kunnen doen over de bodemkwaliteit. Als in de looptijd van de bodemkwaliteitskaart alsnog voldoende gegevens aanwezig zijn om deze gebieden te zoneren, delegeert de Raad het college daartoe mits de indeling van de zones niet wijzigt.

9.3.2

Resultaten bodemonderzoek op een verdachte locatie Van bodemverontreiniging verdachte locaties maken geen deel uit van de bodemkwaliteitskaart. In de situatie dat er op een verdachte locatie een bodemonderzoek conform de NEN5740 is uitgevoerd, delegeert de Raad het college de voormalige verdachte locatie te zoneren en toe te voegen aan de bodemkwaliteitskaart als de resultaten van het bodemonderzoek aangeven dat:  de grond in dezelfde of een betere kwaliteitsklasse valt als de omliggende zone;  de vastgestelde lichte verontreiniging niet is gerelateerd aan een puntbron. Daarna kan de bodemkwaliteitskaart worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische bodemkwaliteit op de locatie.

9.4

Bestuurlijk vaststellen bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart Zoals in § 1.3 al is aangegeven, worden de bodemfunctieklassenkaart en de bodemkwaliteitskaart maximaal 5 jaar na de bestuurlijke vaststelling van deze nota geëvalueerd. Op basis van deze evaluatie wordt vastgesteld of aanpassingen van de kaarten of één van beide kaarten noodzakelijk is. Als de bodemkwaliteitskaart en/of de bodemfunctieklassenkaart moet(en) worden aangepast, moet(en) deze ook weer opnieuw bestuurlijk worden vastgesteld. De Raad delegeert deze bestuurlijke vaststelling aan het college onder voorwaarde dat de wijzigingen geen invloed hebben op het in deze nota geformuleerde gemeentelijke gebiedsspecifieke beleid.

9.5

Procedure Het voorgaande laat onverlet dat op de gedelegeerde besluiten de procedure voor vaststellingen door het college uit de Algemene wet bestuursrecht, Afdeling 3.4 (Art. 3:10) van toepassing is.

9.6

Rapportage Het college rapporteert aan de Raad als zij van de gedelegeerde bevoegdheden gebruikt heeft gemaakt. Dit gebeurt in het kader van de actieve informatieplicht van een college van burgemeester en wethouders.

NOTA BODEMBEHEER | BELEID (TIJDELIJK) OPSLAAN EN TOEPASSEN GROND EN BAGGERSPECIE GEMEENTE WIJDEMEREN | DOCUMENTCODE: 14M1252.RAP002

Status: Definitief | Herziene versiedatum: 4 april 2016

42 / 42

Bijlagen

NOTA BODEMBEHEER | BELEID (TIJDELIJK) OPSLAAN EN TOEPASSEN GROND EN BAGGERSPECIE GEMEENTE WIJDEMEREN | DOCUMENTCODE: 14M1252.RAP002

Status: Definitief | Herziene versiedatum: 4 april 2016

Bijlage 1

Begrippenlijst

Aangrenzend perceel Van een aangrenzend perceel is sprake in de situatie dat er een feitelijke relatie bestaat tussen de watergang waar de baggerspecie vrijkomt en het perceel waarop de verspreiding plaatsvindt. Het “in verbinding staan” van watergangen (zelfde watersysteem, peilniveau) is niet altijd voldoende om uit te gaan van aangrenzendheid (Uitspraak Raad van State 201401123/1/A1, 4 februari 2015). In aanvulling op de uitspraak van de Raad van State en mede gebaseerd op artikel 60 lid 2 van het Besluit, stelt de gemeente dat tussen de watergang waar de baggerspecie vrijkomt en het perceel waar de baggerspecie wordt verspreid, niet gescheiden mag worden door bijvoorbeeld een lint- of aaneengesloten bebouwing, een weg breder dan één rijstrook, een spoorweg, een kering of een dijk. In 2016 wordt naar verwachting het begrip ‘aangrenzend perceel’ in het Besluit bodemkwaliteit vervangen. De normen van de maximale kwaliteit van de baggerspecie die mag worden verspreid (of gebruikt in weilanddepots) wordt afgestemd op de normen voor de voedselveiligheid. Vanuit de herkenbaarheid voor de omgeving (omwonenden; duidelijk waar bagger vandaan komt) wordt vanaf de exacte locatie van baggeren een afstandscriterium van 10 kilometer gehanteerd. De zorgplicht, artikel 7 van het Besluit bodemkwaliteit, blijft te allen tijde van kracht.

Bagger(specie) Baggerspecie is materiaal dat is vrijgekomen uit de bodem via het oppervlaktewater of de voor dat water bestemde ruimte en bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organisch stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature wordt aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter. Baggerspecie die in het kader van het Besluit bodemkwaliteit nuttig wordt toegepast mag maximaal 20 gewichtsprocent aan bodemvreemd materiaal bevatten. In gebiedsspecifiek beleid kunnen hieraan strengere eisen worden gesteld. Beheergebied Het beheergebied van de gemeente Wijdemeren bestaat uit het grondgebied van de gemeenten Wijdemeren, Gooise Meren en Stichtse Vecht. Bodemfunctieklassenkaart Kaart waarop de verschillende bodemfuncties zijn aangegeven, waarbij het bodemgebruik is ingedeeld in de klassen ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Overig’. Onder het laatstgenoemde gebruik vallen landbouw en natuur.

NOTA BODEMBEHEER | BELEID (TIJDELIJK) OPSLAAN EN TOEPASSEN GROND EN BAGGERSPECIE GEMEENTE WIJDEMEREN | DOCUMENTCODE: 14M1252.RAP002

Status: Definitief | Herziene versiedatum: 4 april 2016

Bodemkwaliteitskaart De bodemkwaliteitskaart bestaat uit drie hoofdkaarten: 1. Een kaart met uitgesloten locaties en gebieden. 2. De ontgravingskaart (deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast). 3. De toepassingskaart (deze kaart geeft de maximale kwaliteitseisen weer waaraan de toe te passen grond moet voldoen). Bodemkwaliteitsklasse In het Besluit bodemkwaliteit worden bodemkwaliteitszones afhankelijk van de gemiddelde kwaliteit ingedeeld in één van de drie onderscheiden bodemkwaliteitsklassen:  Klasse Landbouw/natuur.  Klasse Wonen.  Klasse Industrie. Bij de toetsmethodiek voor Landbouw/natuur wordt uitgegaan van een staffel voor het aantal toegestane overschrijdingen van de functiewaarden (zie onderstaand). Voor de bodemkwaliteitskaart van de gemeente is het basispakket van toepassing. Voor de klasse Wonen is een aanvullende toetsing van toepassing. Tabel B1: Staffel toegestane aantal overschrijdingen Aantal gemeten stoffen

Aantal toegestane overschrijdingen

1-6

0

7-15 (basispakket)

2

16 – 26

3

27 – 36

4

37 – 48

5

Klasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000):  Alle gehalten voldoen aan de Achtergrondwaarden (AW2000), met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1.  De overschrijding mag maximaal twee maal de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen.  De overschrijding is lager dan de norm voor klassegrens Wonen (exclusief nikkel, zie tabel B2 bij 'Toetsingswaarden Besluit bodemkwaliteit'). Klasse Wonen:  Alle gehalten voldoen aan de klassegrens Wonen, met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1.  De overschrijding mag maximaal de norm voor de klassegrens Wonen plus de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen.  De overschrijding mag maximaal de norm voor de klassegrens Industrie bedragen. Klasse Industrie:  Als de indeling niet leidt tot de indeling in klasse Wonen of Achtergrondwaarden (AW2000) wordt de bodemkwaliteit ingedeeld in de klasse Industrie.

NOTA BODEMBEHEER | BELEID (TIJDELIJK) OPSLAAN EN TOEPASSEN GROND EN BAGGERSPECIE GEMEENTE WIJDEMEREN | DOCUMENTCODE: 14M1252.RAP002

Status: Definitief | Herziene versiedatum: 4 april 2016

Bodemkwaliteitszone Een deel van een beheergebied waarvoor geldt dat er sprake is van een zelfde gebiedseigen bodemkwaliteit, waarbij zowel de verwachtingswaarde als de mate van variabiliteit van belang zijn. De spreiding van gehalten binnen een bodemkwaliteitszone is relatief laag. Een bodemkwaliteitszone is begrensd in het horizontale vlak én het verticale vlak (diepte). Bodemvreemd materiaal Onder bodemvreemd materiaal vallen alle materialen die niet onder de definitie van grond vallen en bij ontgraving al in de bodem aanwezig zijn. Deze bijmenging mag niet opzettelijk zijn toegevoegd aan de partij of het gevolg zijn van onzorgvuldige ontgraving of sloopwerkzaamheden. Bijzondere omstandigheden Voor een binnen een bodemkwaliteitszone liggend gebied geldt dat er sprake is van bijzondere omstandigheden, als er voor dat gebied een afwijkende verwachtingswaarde geldt ten opzichte van de verwachtingswaarde van de betreffende bodemkwaliteitszone. Te denken valt aan voor bodemverontreiniging verdachte locaties, onderzochte locaties, locaties waar een sanering heeft plaatsgevonden of locaties met onvoorziene visuele waarnemingen (bodemvreemde materialen, kleur, geur). Ook beschermde gebieden zoals bijvoorbeeld voor de ecologie, archeologie en cultuurhistorie vallen onder de bijzondere omstandigheden.

Diffuse chemische bodemkwaliteit De diffuse chemische bodemkwaliteit in een bepaald gebied is de verdeling van gehalten van stoffen in dat gebied waarvoor de bodemkwaliteitskaart is vastgesteld. Deze verdeling kan worden gekwantificeerd door statistische parameters (gemiddelde, percentielwaarden). Ernstig verontreinigde grond Grond waarvan gehalten voor één of meer stoffen de interventiewaarden van de Wet bodembescherming overschrijden. Grond Onder dit begrip vallen onder andere: zand, veen, klei en löss. Het Besluit bodemkwaliteit definieert grond als volgt: “Vast materiaal dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter, niet zijnde baggerspecie.” Ook verontreinigde grond die is gereinigd en ontwaterde of gerijpte baggerspecie worden als grond beschouwd. Grond die in het kader van het Besluit bodemkwaliteit nuttig wordt toegepast mag maximaal 20 gewichtsprocent aan bodemvreemd materiaal bevatten. In gebiedsspecifiek beleid kunnen hieraan strengere eisen worden gesteld.

NOTA BODEMBEHEER | BELEID (TIJDELIJK) OPSLAAN EN TOEPASSEN GROND EN BAGGERSPECIE GEMEENTE WIJDEMEREN | DOCUMENTCODE: 14M1252.RAP002

Status: Definitief | Herziene versiedatum: 4 april 2016

Interventiewaarde Wanneer een gemeten gehalte hoger is dan de interventiewaarde uit de Wet bodembescherming wordt gesproken over een sterke verontreiniging of een sterk verhoogd gehalte. De interventiewaarden zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering 2009, zoals gewijzigd op 1 juli 2013 (gepubliceerd in de Staatscourant nr. 16675, d.d. 27 juni 2013). Kwalibo – kwaliteitsborging in het bodembeheer Bij het duurzaam beheren en gebruiken van de (water)bodem moeten gegevens betrouwbaar zijn en moet netjes worden gewerkt. Hiervoor stelt Kwalibo eisen aan de kwaliteit en integriteit van personen, bedrijven en overheden die werken aan bodembeheer. In artikel 2.1 van de Regeling bodemkwaliteit zijn de werkzaamheden aangewezen wanneer Kwalibo van toepassing is. Niet gezoneerd gebied Gebieden kunnen worden gezoneerd wanneer er voldoende bodemgegevens beschikbaar zijn om te voldoen aan de eisen uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Wanneer er onvoldoende bodemgegevens beschikbaar zijn, kan de actuele diffuse chemische bodemkwaliteit van het gebied niet met een voldoende onderbouwing en betrouwbaarheid worden bepaald en wordt het gebied niet gezoneerd. Een gebied kan ook niet worden gezoneerd als niet wordt voldaan aan de eisen voor de spreiding van de bodemgegevens uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten.

Een niet gezoneerd gebied kan ook ontstaan als de gemeente er bewust voor kiest een gebied niet op te nemen in de bodemkwaliteitskaart (zie ook: ‘Uitgesloten gebied’). Onderscheidende gebiedskenmerken Kenmerken in een gebied waarvan verwacht wordt dat deze een verband vertonen met de bodemkwaliteit. Bijvoorbeeld: bodemtype, geomorfologie, landgebruik, historie, gebiedsontwikkeling en huidig gebruik. Bij het actualiseren van een bodemkwaliteitskaart kan de vastgestelde bodemkwaliteit in de bestaande kaart ook als (aanvullend) onderscheidend gebiedskenmerk worden vastgesteld. Ontgravingskaart De ontgravingskaart geeft de te verwachten kwaliteit aan van de eventueel te ontgraven grond. Deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast. De te verwachten ontgravingskwaliteit is gebaseerd op de gemiddelde gehalten van een zone en getoetst aan de toetsingswaarden uit het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit. De bodemkwaliteitszones kunnen vallen in de ontgravingsklassen Landbouw/natuur (achtergrondwaarden -AW2000), Wonen, Industrie of Niet-toepasbaar. Bij de toetsmethodiek voor Landbouw/natuur wordt uitgegaan van een staffel (zie tabel B1 bij 'Bodemkwaliteitsklasse') voor het aantal toegestane overschrijdingen van de functiewaarden.

NOTA BODEMBEHEER | BELEID (TIJDELIJK) OPSLAAN EN TOEPASSEN GROND EN BAGGERSPECIE GEMEENTE WIJDEMEREN | DOCUMENTCODE: 14M1252.RAP002

Status: Definitief | Herziene versiedatum: 4 april 2016

Klasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000):  Alle gehalten voldoen aan de Achtergrondwaarden (AW2000), met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1.  De overschrijding mag maximaal twee maal de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen.  De overschrijding lager is dan de norm voor klassegrens Wonen (exclusief nikkel, zie tabel B2 bij 'Toetsingswaarden Besluit bodemkwaliteit'). Klasse Wonen:  De gehalten voldoen niet aan de klasse Landbouw/natuur en de norm voor klassegrens Wonen wordt niet overschreden. Klasse Industrie:  De norm voor klassegrens Wonen wordt overschreden.  De norm voor klasse grens Industrie wordt niet overschreden. Klasse Niet toepasbaar:  De norm voor klassegrens Industrie wordt overschreden. Ontgravingslocatie Betreft dat terreindeel waar grond ontgraven wordt. Onverharde wegberm Onder onverharde wegbermen wordt verstaan de strook grond naast de verharde (klinkeren asfalt) weg. De strook omvat de bodemlaag tot maximaal 0,3 meter diepte en heeft, gerekend vanuit de wegverharding, een maximale breedte van 10 meter.

De onverharde wegberm wordt begrensd door (zie ook figuur B1): • de erfgrens of, • de meest afgelegen insteek van een droge bermsloot of, • de meest nabij gelegen insteek van een natte sloot of, • als voorgaande niet aanwezig zijn, de overgang naar andere begroeiing (houtopstanden zoals hagen, struiken, bosschages, bos). Voor wegbermen langs dijkwegen die gelegen zijn in het Natuurnetwerk Nederland (NNN, de voormalige Ecologische Hoofdstructuur, EHS) geldt voor beide zijden van het wegvak een strook van maximaal 2 meter. Dit in verband met de ecologische functie van de wegbermen. Buiten de aangegeven strook mag in de wegbermen alleen schone grond worden toegepast. Voor een actueel overzicht van de ligging van het Natuurnetwerk Nederland wordt verwezen naar de provincie Noord-Holland.

NOTA BODEMBEHEER | BELEID (TIJDELIJK) OPSLAAN EN TOEPASSEN GROND EN BAGGERSPECIE GEMEENTE WIJDEMEREN | DOCUMENTCODE: 14M1252.RAP002

Status: Definitief | Herziene versiedatum: 4 april 2016

Figuur B1 Begrenzing wegbermen (bron: brief van het voormalige Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart (kenmerk RWS/DVS‐2009/2932, 19 november 2009).

Oppervlaktewaterlichaam Een onderscheiden oppervlaktewater van aanzienlijke omvang, zoals een meer, een waterbekken, een stroom, een rivier, een kanaal, een deel van een stroom, rivier of kanaal, een overgangswater of een strook kustwater. Percentiel/percentielwaarde Waarde waar beneden een bepaald percentage van de analyseresultaten gelegen is. Bijvoorbeeld 90-percentiel: 90% van de analyseresultaten ligt beneden deze waarde. Puntbron Duidelijk aanwijsbare bron voor bodemverontreiniging zoals bijvoorbeeld een ondergrondse tank voor de opslag van olie, een ontvettingsbad of een afleverzuil voor brandstof(fen).

NOTA BODEMBEHEER | BELEID (TIJDELIJK) OPSLAAN EN TOEPASSEN GROND EN BAGGERSPECIE GEMEENTE WIJDEMEREN | DOCUMENTCODE: 14M1252.RAP002

Status: Definitief | Herziene versiedatum: 4 april 2016

Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem (Generiek kader Besluit bodemkwaliteit) Bij de toepassingskaart wordt gekeken naar de vastgestelde bodemkwaliteit en de (toekomstige) functie van de bodem. Hierbij wordt het locatiegebruik ingedeeld in twee klassen: ‘Wonen’ en ‘Industrie’. De bodemkwaliteit wordt ingedeeld in drie klassen: ‘Landbouw/natuur’ (Achtergrondwaarde -AW2000), ‘Wonen’ en ‘Industrie’. Elke klasse kent een lijst met normwaarden, die de toepassingseisen vormen. Op de in de onderstaande matrix gevolgde wijze wordt aan elke zone/gebied een klasse als toepassingseis toegekend volgens het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit. Bodemfunctieklasse

Bodemkwaliteitsklasse

Toepassingseis

Overig (Landbouw/natuur)

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Overig (Landbouw/natuur)

Wonen

Landbouw/natuur

Overig (Landbouw/natuur)

Industrie

Landbouw/natuur

Wonen

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Wonen

Wonen

Wonen

Wonen

Industrie

Wonen

Industrie

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Industrie

Wonen

Wonen

Industrie

Industrie

Industrie

Toepassingslocatie Betreft dat terreindeel waar grond wordt toegepast. Toetsing toepassen grond Om te beoordelen of een grondtoepassing is toegestaan wordt de kwaliteit van de aan te brengen grond vergeleken met de toepassingseis. De kwaliteit van de aan te brengen grond kan worden bepaald op basis van een bodemkwaliteitskaart, partijkeuring of een ander erkend bewijsmiddel. De toepassingseis op basis van de bodemkwaliteitskaart (gezoneerde gebieden) of bodemonderzoek van de ontvangende bodem (niet gezoneerde gebieden). Kwaliteit toe te passen grond

Toepassingseis

Wonen

Wonen

Toepassing toegestaan? Ja

Industrie

Wonen

Nee

Landbouw/natuur

Wonen

Ja

Wonen

Industrie

Ja

Industrie

Industrie

Ja

Landbouw/natuur

Industrie

Ja

Wonen

Landbouw/natuur

Nee

Industrie

Landbouw/natuur

Nee

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Ja

NOTA BODEMBEHEER | BELEID (TIJDELIJK) OPSLAAN EN TOEPASSEN GROND EN BAGGERSPECIE GEMEENTE WIJDEMEREN | DOCUMENTCODE: 14M1252.RAP002

Status: Definitief | Herziene versiedatum: 4 april 2016

Toetsingswaarden Besluit bodemkwaliteit Om een zone te karakteriseren moet een toetsing plaatsvinden aan de gestelde normen uit het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit. Deze toetsingsnormen zijn in de onderstaande tabel weergegeven. Tabel B2: Toetsingsnormen (in mg/kg ds voor standaardbodem -lutum 25%, org.stof 10%-) Stof

Maximale waarden

Maximale waarden

Maximale waarden

Achtergrondwaarde

wonen

industrie

(AW2000, Landbouw/natuur) Arseen

20

27

76

Cadmium

0,60

1,2

4,3

Chroom

55

62

180

Kobalt

15

35

190

Barium *

Koper

40

54

190

Kwik

0,15

0,83

4,8

Lood

50

210

530

Molybdeen

1,5

88

150

Nikkel *

35

39

100

Zink

140

200

720

Som PAK

1,5

6,8

40

Som PCB

0,02

0,04

0,5

Minerale olie

190

190

500

* De normstelling in Besluit bodemkwaliteit voor barium en nikkel zijn door het voormalige Ministerie van VROM sinds 1 april 2009 gewijzigd (Staatscourant, 7 april 2009). Voor nikkel vindt voor schone grond (klasse Landbouw/natuur) geen toetsing meer plaats aan de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse wonen. Voor barium is besloten alle toetsingsnormen tijdelijk in te trekken als aangetoond kan worden dat er geen sprake is van een verontreiniging veroorzaakt door activiteiten van de mens. Als een verhoogd gehalte van barium is veroorzaakt door een activiteit door de mens, kan dit gehalte door het bevoegd gezag worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium: 625 mg/kg ds.

Uitgesloten locaties en gebieden Uitgesloten locaties en gebieden zijn terreinen die op beleidsmatige grond niet kunnen worden opgenomen in de bodemkwaliteitskaart of niet voldoen aan de minimumeisen voor het aantal en de spreiding van de bodemgegevens uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Voorbeelden zijn onder andere terreinen waar de gemeente niet het bevoegd gezag voor het Besluit bodemkwaliteit is zoals buitendijks gebied. Terreinen waar sprake is van een sanering of verontreiniging door een lokale activiteit worden eveneens uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. Maar ook terreinen die in het beheer zijn van andere organisaties zoals Rijkswaterstaat (rijkswegen), de provincie (provinciale wegen) of de SBNS (spoorgebonden gronden) worden soms uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart.

NOTA BODEMBEHEER | BELEID (TIJDELIJK) OPSLAAN EN TOEPASSEN GROND EN BAGGERSPECIE GEMEENTE WIJDEMEREN | DOCUMENTCODE: 14M1252.RAP002

Status: Definitief | Herziene versiedatum: 4 april 2016

Voor bodemverontreiniging niet verdachte locatie Een locatie waar geen puntbron aanwezig is (geweest), bijvoorbeeld een ondergrondse huisbrandolietank of een chemische wasserij, gebruik bestrijdingsmiddelen, ophooglaag, gedempte watergang, halfverharding, bodembedreigende activiteiten of een (bekend) geval van ernstige bodemverontreiniging. Vrij grondverzet Van vrij grondverzet is sprake als voorafgaand aan het ontgraven, het tijdelijk opslaan of het toepassen van grond de kwaliteit van de grond niet hoeft te worden vastgesteld.

NOTA BODEMBEHEER | BELEID (TIJDELIJK) OPSLAAN EN TOEPASSEN GROND EN BAGGERSPECIE GEMEENTE WIJDEMEREN | DOCUMENTCODE: 14M1252.RAP002

Status: Definitief | Herziene versiedatum: 4 april 2016

NOTA BODEMBEHEER | BELEID (TIJDELIJK) OPSLAAN EN TOEPASSEN GROND EN BAGGERSPECIE GEMEENTE WIJDEMEREN | DOCUMENTCODE: 14M1252.RAP002

Status: Definitief | Herziene versiedatum: 4 april 2016

Bijlage 2

Wet- en regelgeving

2.1 Landelijke wet- en regelgeving 2.1.1 Besluit en Regeling bodemkwaliteit Algemeen Voor het in werking treden van het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit was de regelgeving voor het nuttig toepassen van grond, baggerspecie (hierna aangeduid met 'grond') en bouwstoffen versnipperd in diverse wet- en regelgevingen. De diverse regelgevingen waren complex, onoverzichtelijk en in de praktijk moeilijk handhaafbaar. Daarom zijn de regels herzien en is één eenduidig landelijk kader gemaakt: het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit. Het Besluit heeft betrekking op de kwaliteit van de uitvoering (Kwalibo) en het toepassen van grond en bouwstoffen. Binnen het Besluit kunnen gemeenten en waterkwaliteitsbeheerders voor het toepassen van grond aansluiten bij het landelijke, generieke, kader zoals dat in het Besluit is opgenomen. Ook bestaat de mogelijkheid om op gebiedsniveau maatwerkbeleid te formuleren in de vorm van gebiedsspecifiek beleid. Met gebiedsspecifiek beleid kunnen knelpunten bij grondstromen onder bepaalde voorwaarden worden opgelost. Gemeenten en waterkwaliteitsbeheerders kunnen voor hun beheergebied, of delen daarvan, Lokale Maximale Waarden vaststellen (zie ook § 2.2.2 van deze bijlage). Op deze wijze kunnen de toepassingseisen voor grond worden aangepast.

Ook zijn er meer mogelijkheden voor een lokale invulling van het beleid als het gaat om de nuttige toepassing van grond. Gebiedsspecifiek beleid is mogelijk als:  er sprake is van ‘standstill’ op beheergebiedsniveau;  de Lokale Maximale Waarden het Saneringscriterium niet overschrijden;  het risiconiveau van de gekozen Lokale Maximale Waarden wordt berekend met behulp van de Risicotoolbox (zie http://www.risicotoolbox.nl);  de Lokale Maximale Waarden worden afgestemd met het bevoegd gezag bodemsanering;  de Lokale Maximale Waarden worden vastgelegd in een nota bodembeheer;  de vaststelling van de gekozen Lokale Maximale Waarden een besluit is van de Raad waarop de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Dit betekent dat het besluit alleen openstaat voor inspraak. De Regeling geeft een technische invulling aan de hoofdregels van het Besluit en uitleg over de uitvoering. In de Regeling staan onder andere de normen, de wijze waarop de kwaliteit van grond, baggerspecie en bouwstoffen moet worden bepaald en de wijze waarop aan de normen wordt getoetst. Het Besluit en de Regeling vullen elkaar aan en zijn niet los van elkaar te gebruiken.

NOTA BODEMBEHEER | BELEID (TIJDELIJK) OPSLAAN EN TOEPASSEN GROND EN BAGGERSPECIE GEMEENTE WIJDEMEREN | DOCUMENTCODE: 14M1252.RAP002

Status: Definitief | Herziene versiedatum: 4 april 2016

Nuttige toepassingen van grond Het hergebruik van grond mag uitsluitend in nuttige toepassingen plaatsvinden (Besluit, artikel 35). Als grond wordt hergebruikt in een niet-nuttige toepassing, dan wordt dit gezien als een middel om zich te ontdoen van afvalstoffen en gelden in het kader van de Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen strengere regels. De onderstaande toepassingen van grond en baggerspecie worden beoordeeld als nuttige toepassingen: a) Toepassing in bouw- en wegconstructies, waaronder wegen, spoorwegen en geluidswallen. b) Toepassing in ophogingen van industrieterreinen, woningbouwlocaties en landbouw- en natuurgronden, met het oog op het verbeteren van de bodemgesteldheid. c) Toepassing voor het afdekken van een saneringslocatie of als bovenafdichting voor een stortplaats, met het oog op het voorkomen van nadelige gevolgen voor mens, plant of dier door contact met het onderliggende materiaal. d) Toepassing in ophogingen in waterbouwkundige constructies en voor het verondiepen en dempen van een oppervlaktewaterlichaam met het oog op de hoogwaterbescherming, de doelstellingen van de Kaderrichtlijn water, bevordering van natuurwaarden en de vlotte en veilige afwikkeling van de scheepvaart.

e) Toepassing in aanvullingen, waaronder de herinrichting en stabilisering van voormalige winplaatsen voor delfstoffen, of met het oog op onderhoud en herstel van de toepassingen bedoeld in a tot en met d. f) Verspreiding van baggerspecie uit een watergang over de aan de watergang grenzende percelen, met het oog op het herstellen of verbeteren van de aan de watergang aangrenzende percelen. g) Verspreiding van baggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam, uitgezonderd uiterwaarden, gorzen, slikken, stranden en platen, met het oog op de duurzame invulling van de ecologische en morfologische functies van het sediment. h) Tijdelijke opslag van grond en baggerspecie, bestemd voor de toepassingen bedoeld in onderdeel a tot en met e, gedurende maximaal drie jaar op landbodems of gedurende maximaal 10 jaar in een oppervlaktewaterlichaam. i) Tijdelijke opslag van baggerspecie, bestemd voor toepassingen bedoeld in a tot en met f, gedurende maximaal drie jaar op percelen gelegen naast de watergang waaruit de baggerspecie afkomstig is. Grootschalige toepassingen Binnen het Besluit is een verbijzondering opgenomen: het toetsingskader voor het toepassen van grond in grootschalige toepassingen. Er hoeft niet te worden getoetst aan de kwaliteit en de functie van de ontvangende bodem.

Wel moet de toe te passen grond voldoen aan de emissiewaarden (opgenomen in bijlage B van de Regeling) om te voorkomen dat ontoelaatbare uitloging naar de onderliggende bodem en het grondwater plaatsvindt. De toetsing aan de emissiewaarden is een eenvoudige toetsing op basis van het rekenkundige gemiddelde van de gemeten stoffen in de toe te passen grond. De emissietoetsingswaarden komen overeen met de t-waarden uit het voormalige Bouwstoffenbesluit.

NOTA BODEMBEHEER | BELEID (TIJDELIJK) OPSLAAN EN TOEPASSEN GROND EN BAGGERSPECIE GEMEENTE WIJDEMEREN | DOCUMENTCODE: 14M1252.RAP002

Status: Definitief | Herziene versiedatum: 4 april 2016

Grootschalige toepassingen hebben een minimaal volume van 5.000 m3 en een minimale toepassingshoogte van 2 meter. Met de voornoemde eisen voor toepassingshoogten moet pragmatisch worden omgegaan. Taluds lopen bijvoorbeeld niet verticaal maar schuin af waardoor ze formeel gezien niet aan de eisen voor de toepassingshoogten voldoen. Voor (spoor)wegen geldt een minimale toepassingshoogte van 0,5 meter. Een grootschalige toepassing moet worden afgedekt met een leeflaag van tenminste 0,5 meter dikte. Hiervan zijn grootschalige toepassingen in bermen van (spoor)wegen uitgezonderd. De leeflaag moet geschikt zijn voor de functie en passen bij de daadwerkelijke bodemkwaliteit van de omliggende bodem, of voldoen aan de bestuurlijk vastgestelde Lokale Maximale Waarden. Van het toetsingskader voor grootschalige toepassingen kunnen gemeenten en waterkwaliteitsbeheerders, als bevoegde gezagen van het Besluit, gebruik maken. Het is niet verplicht om van dit toetsingskader gebruik te maken. In het Besluit (artikel 63) zijn toepassingen benoemd die als grootschalige toepassingen gedefinieerd mogen worden:  Toepassingen van grond en baggerspecie in bouw- en wegconstructies, waaronder wegen, spoorwegen en geluidswallen.  Toepassingen van grond en baggerspecie voor het afdekken van een saneringslocatie of een stortplaats, met het oog op het voorkomen van nadelige gevolgen voor de omgeving.

 Toepassingen van grond en baggerspecie in ophogingen in waterbouwkundige constructies en voor het verondiepen en dempen van oppervlaktewater met het oog op de hoogwaterbescherming, de doelstellingen van de Kaderrichtlijn water, bevordering van natuurwaarden en de vlotte en veilige afwikkeling van de scheepvaart.  Toepassing van grond en baggerspecie in aanvullingen, waaronder de herinrichting en stabilisering van voormalige winplaatsen voor delfstoffen. N.B.

Het ophogen van een industrie/bedrijventerrein of een woonwijk wordt niet als een grootschalige toepassing beschouwd.

De initiatiefnemer van de grootschalige toepassing neemt in de planfase contact op met de gemeente waar de grootschalige toepassing wordt gerealiseerd. Per situatie beslist de gemeente of gebruik wordt gemaakt van het verbijzonderde toetsingskader voor grootschalige toepassingen. 2.1.2 Wet bodembescherming De Wet bodembescherming (Wbb) is geschreven met het oogmerk de bodem te beschermen. In de Wbb is een regeling opgenomen voor ernstig verontreinigde bodems. Op grond van de Wbb is grondverzet ter plaatse van ernstig verontreinigde locaties alleen toegestaan als hiervoor een melding ingevolge artikel 28 of een melding ingevolge het Besluit uniforme saneringen (artikel 39b) wordt verricht aan het bevoegd gezag. Ook geldt als voorwaarde dat het grondverzet moet passen binnen een van te voren opgesteld en door het bevoegd gezag goedgekeurd (raam)saneringsplan. Daarom moet voorafgaand aan het grondverzet worden geverifieerd of de leverende en/of de ontvangende bodem ernstig verontreinigd is. NOTA BODEMBEHEER | BELEID (TIJDELIJK) OPSLAAN EN TOEPASSEN GROND EN BAGGERSPECIE GEMEENTE WIJDEMEREN | DOCUMENTCODE: 14M1252.RAP002

Status: Definitief | Herziene versiedatum: 4 april 2016

Het bevoegd gezag voor het bereiken van het saneringsresultaat is voor de gemeente Wijdemeren de provincie Noord-Holland. Nadat het saneringsresultaat is behaald, mag grond op deze locatie nuttig worden toegepast. Daarbij moet worden nagegaan of dit niet in strijd is met de opgelegde gebruiksbeperkingen en/of nazorgverplichtingen. 2.1.3 Besluit en Regeling Uniforme Sanering Het Besluit Uniforme Saneringen (BUS) en de daarbij behorende Regeling (RUS) is bedoeld voor eenvoudige, gelijksoortige saneringen die in korte tijd afgerond kunnen worden. In de RUS (artikel 3.1.7) is vastgelegd dat de grond in de leeflaag en andere aanvulgrond moet voldoen aan de maximale waarde van de kwaliteitsklasse volgens de bodemfunctieklassenkaart. Als gebiedsspecifiek beleid is vastgesteld dan gelden de hierin vastgestelde Lokale Maximale Waarden. Want naast het RUS geldt ook het Besluit bodemkwaliteit. Dit is het algemeen staatsrechtelijk beginsel en is ook terug te vinden in de toelichting op het Besluit21. In artikel 3.1.6 lid c van de RUS is aangegeven dat als Lokale Maximale Waarden zijn vastgesteld, deze waarden gelden als terugsaneerwaarden in het kader van het BUS. 2.1.4 Transport verontreinigde grond Voor het vervoer van verontreinigde grond geldt de landelijke Regeling melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke stoffen22. In § 7.5 van het hoofdrapport is hier nader op ingegaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13454381/1