Bijlage 01 Wijdemeren Oplegnotitie bodem onder Ow WSP SOB022552
Tekst van het document
OMZETTING (BELEIDS)REGELS NOTA BODEMBEHEER ÉN TIJDELIJK DEEL GEMEENTELIJK OMGEVINGSPLAN IN DEFINITIEF GEMEENTELIJK OMGEVINGSPLAN NR
BELEIDSREGEL NOTA BODEMBEHEER
REGELGEVING 2023
REGELGEVING OMGEVINGSWET
OMGEVINGSPLAN
15
Paragraaf 4.3.5 nota bodembeheer
Gemeentelijke beleidsregel.
Artikel 4.1266 Bal (meldingsplicht). Artikel 4.1267 Bal (Verstrekken gegevens en bescheiden). Artikel 4.1268 Bal (gegevens en bescheiden: tijdens en na afloop van het aanbrengen).
Als maatwerkregel opnemen in het definitieve gemeentelijke omgevingsplan.
Besluit bodemkwaliteit (oud) artikel 44.
Paragraaf 4.124 Bal (regels bij het stellen van maatwerkregels). Artikel 4.1271 Bal (milieu: bodemvreemd materiaal ; strenger dan 20 gewichtsprocent voor steenachtige materialen en onbewerkt hout).
Als maatwerkregel opnemen in het definitieve gemeentelijke omgevingsplan.
- : KOMT NIET TERUG IN DEFINITIEF GEMEENTELIJK
Gemeentelijk beleid: Thema: onverharde recreatiegebieden en kinderspeelplaatsen en moes-/volkstuinen De kwaliteit van de grond die wordt toegepast op onverharde recreatiegebieden en kinderspeelplaatsen en moes-/volkstuinen moet plaatsvinden met een partijkeuring. 16
Paragraaf 4.4 nota bodembeheer Gebiedsspecifiek beleid (Lokale Maximale Waarden) Het stellen van strengere eisen bij het toepassen van grond met bijmenging van bodemvreemd materiaal (steenachtige materialen, onbewerkt hout) ter plaatse van percelen die vallen in de bodemfunctieklasse ‘landbouw/natuur’ en de bodemgebruiken ‘onverharderecreatiegebieden’, ‘kinderspeelplaatsen’, ‘moes-/volkstuinen’ en ‘wonen met tuin’ Ter plaatse van percelen die vallen in de bodemfunctieklasse ‘landbouw/natuur’ en de bodemgebruiken ‘onverharde recreatiegebieden’, ‘kinderspeelplaatsen’, ‘moes-/volkstuinen’ en ‘wonen met tuin’ mag in de toe te passen grond maximaal 5 gewichts- en/of volumeprocent bijmenging van bodemvreemd materiaal bevatten.
17
Paragraaf 4.4 nota bodembeheer
Van rechtswege wordt dit juridische gezien ‘gelijkgesteld’ aan het tijdelijk deel van het gemeentelijke omgevingsplan ex art. 22.1 Ow.
Besluit bodemkwaliteit (oud) artikel 34. Regeling bodemkwaliteit (oud) artikel 1.1
Artikel 4.1271 Bal (milieu: bodemvreemd materiaal)
Dit is een algemene regel onder de Omgevingswet en komt niet terug in het gemeentelijke omgevingsplan.
Besluit bodemkwaliteit (oud) artikel 34. Regeling bodemkwaliteit (oud) artikel 1.1
Artikel 4.1271 Bal (milieu: bodemvreemd materiaal)
Dit is een algemene regel onder de Omgevingswet en komt niet terug in het gemeentelijke omgevingsplan.
Landelijk beleid: Het stellen van eisen bij het toepassen van grond met bijmenging van bodemvreemd materiaal (steenachtige materialen, onbewerkt hout) ter plaatse van percelen met andere bodemfunctieklassen of bodemgebruik dan regel 16 In de toe te passen grond mag maximaal 20 gewichtsprocent aan bijmenging van bodemvreemd materiaal (steenachtige materialen, onbewerkt hout) aanwezig zijn. 18
Paragraaf 4.4 nota bodembeheer Landelijk beleid: toepassen grond met bijmenging bodemvreemd materiaal anders dan steenachtige materialen en onbewerkt hout In de toe te passen grond mag maximaal een sporadische bijmenging van bodemvreemd materiaal (anders dan steenachtige materialen, onbewerkt hout) aanwezig zijn.
Grondstromenbeleid van de gemeente Wijdemeren onder de Omgevingswet Projectnummer: SOB022552 wsp.com/nl-nl
Bijlage 2 Transponeringstabel grondstromenbeleid van de gemeente Wijdemeren onder de Omgevingswet | Referentie: SOB022552.NOT001 | pagina 4/10
OMZETTING (BELEIDS)REGELS NOTA BODEMBEHEER ÉN TIJDELIJK DEEL GEMEENTELIJK OMGEVINGSPLAN IN DEFINITIEF GEMEENTELIJK OMGEVINGSPLAN NR
BELEIDSREGEL NOTA BODEMBEHEER
REGELGEVING 2023
REGELGEVING OMGEVINGSWET
OMGEVINGSPLAN
19
Paragraaf 4.5x nota bodembeheer
Gemeentelijke beleidsregel.
-
-
Gemeentelijke beleidsregel.
Artikel 4.1219 Bal (toepassingsbereik). Artikel 4.1220 Bal (gegevens en bescheiden voor het begin van de activiteit). Artikel 4.1221 Bal (aanwijzing modules: voorafgaand onderzoek). Artikel 4.1222 Bal (bodem en afval: gescheiden houden grond). Artikel 4.1222a Bal (bodem en afval: tijdelijk uitnemen van grond). Artikel 4.1223 Bal (bodem: tijdelijke opslag vrijkomende grond).
Als maatwerkregel opnemen in het definitieve gemeentelijke omgevingsplan.
Gemeentelijke beleidsregel.
Artikel 4.1219 Bal (toepassingsbereik). Artikel 4.1220 Bal (gegevens en bescheiden voor het begin van de activiteit). Artikel 4.1221 Bal (aanwijzing modules: voorafgaand onderzoek). Artikel 4.1222 Bal (bodem en afval: gescheiden houden grond). Artikel 4.1222a Bal (bodem en afval: tijdelijk uitnemen van grond). Artikel 4.1223 Bal (bodem: tijdelijke opslag vrijkomende grond).
Als maatwerkregel opnemen in het definitieve gemeentelijke omgevingsplan.
- : KOMT NIET TERUG IN DEFINITIEF GEMEENTELIJK
Gemeentelijk beleid: Het stellen van strengere regels bij het toepassen van grond met asbest(verdacht) materiaal bij bepaalde bodemgebruiken dat in opdracht van de gemeente wordt uitgevoerd De toe te passen grond moet analytisch (0 mg/kg ds gewogen) en visueel vrij zijn van asbest. Met bepaalde bodemgebruiken wordt bedoeld: — Wonen met tuin. — Onverharde recreatiegebieden en kinderspeelplaatsen. — Intensief gebruikt openbaar groen (zoals bijvoorbeeld parken en plantsoenen). — Moes-/volkstuin(complex)en. — Agrarisch gebruik. 20
Paragraaf 4.6 nota bodembeheer Gemeentelijk beleid: tijdelijke uitname van grond (met kwaliteit gelijk aan of onder de interventiewaarde). Het verruimen van de regels bij de tijdelijke uitname van grond (met kwaliteit gelijk aan of onder de interventiewaarde.) bij graafwerkzaamheden bij ondergrondse infrastructuur en groenvoorzieningen Bij graafwerkzaamheden voor ondergrondse infrastructuur of voor groenvoorzieningen op voor bodemverontreiniging niet-verdachte verdachte locaties, hoeft de bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot 0,5 meter diepte) en de ondergrond (bodemlaag dieper dan 0,5 meter) niet gescheiden te worden ontgraven. De grond mag worden geroerd en hoeft niet in dezelfde bodemlagen te worden teruggeplaatst.
21
Paragraaf 4.7 nota bodembeheer Toepassen grond uit bodemlaag dieper dan de BKK is opgesteld Het verruimen van de regels voor het toepassen van grond uit de bodemlaag dieper dan 2 meter beneden het maaiveld De vrijkomende en zintuiglijk niet verontreinigde grond afkomstig van niet-verdachte locaties uit de bodemlaag dieper dan 2 meter beneden het maaiveld mag op dezelfde wijze beoordeeld worden als de bovenliggende bodemlaag van 0,5 meter diepte tot en met 2 meter diepte.
Grondstromenbeleid van de gemeente Wijdemeren onder de Omgevingswet Projectnummer: SOB022552 wsp.com/nl-nl
Bijlage 2 Transponeringstabel grondstromenbeleid van de gemeente Wijdemeren onder de Omgevingswet | Referentie: SOB022552.NOT001 | pagina 5/10
OMZETTING (BELEIDS)REGELS NOTA BODEMBEHEER ÉN TIJDELIJK DEEL GEMEENTELIJK OMGEVINGSPLAN IN DEFINITIEF GEMEENTELIJK OMGEVINGSPLAN NR
BELEIDSREGEL NOTA BODEMBEHEER
REGELGEVING 2023
REGELGEVING OMGEVINGSWET
OMGEVINGSPLAN
22
Paragraaf 4.8 nota bodembeheer
Gemeentelijke beleidsregel.
Artikel 4.1266 Bal (meldingsplicht). Artikel 4.1267 Bal (Verstrekken gegevens en bescheiden). Artikel 4.1268 Bal (gegevens en bescheiden: tijdens en na afloop van het aanbrengen).
Als maatwerkregel opnemen in het definitieve gemeentelijke omgevingsplan.
Besluit bodemkwaliteit (oud) artikel 63.
Artikel 4.1274 Bal (milieu: grootschalig toepassen).
Dit is een algemene regel onder de Omgevingswet en komt niet terug in het gemeentelijke omgevingsplan.
Regeling bodemkwaliteit (oud) artikel 4.3.3.
Artikel 4.1272 Bal (generieke beleidsuitgangspunten) in samenhang met artikel 25d Besluit bodemkwaliteit (gewijzigd). Artikel 4.1220 Bal (gegevens en bescheiden voor het begin van de activiteit).
Dit is een algemene regel onder de Omgevingswet en komt niet terug in het gemeentelijke omgevingsplan.
Regeling bodemkwaliteit (oud) artikel 59.
Artikel 4.1272 Bal (generieke beleidsuitgangspunten) in samenhang met artikel 25d Besluit bodemkwaliteit (gewijzigd).
Dit is een algemene regel onder de Omgevingswet en komt niet terug in het gemeentelijke omgevingsplan.
Besluit bodemkwaliteit (oud) artikel 44.
Paragraaf 4.124 Bal (regels bij het stellen van maatwerkregels). Artikel 4.1273 (mogelijkheid bieden voor maatwerkregels: Lokale Maximale Waarden).
Als maatwerkregel opnemen in het definitieve gemeentelijke omgevingsplan.
- : KOMT NIET TERUG IN DEFINITIEF GEMEENTELIJK
Gemeentelijk beleid: Toepassen grond uit de bovengrondzone ‘Wegbermen hoofdwegen’ De grond vanuit de bovengrondzone ‘Wegbermen hoofdwegen (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,3 meter diepte)’ mag worden hergebruikt op een toepassingslocatie met de toepassingseis ‘Industrie’. Omdat in de onverharde wegbermen relatief hoge gehalten van PAK voorkomen, wordt het door de gemeente niet toegestaan om deze grond toe te passen bij een oppervlak van meer de 50.000 m² . Hiermee wordt voorkomen dat eventuele ecologische risico’s ontstaan. 23
Paragraaf 4.9 nota bodembeheer Landelijk beleid: : Toepassen grond in grootschalige toepassingen
24
Paragraaf 4.10 nota bodembeheer Landelijk beleid: onderzoekseisen grond afkomstig van gebieden waar de bodemkwaliteitskaart niet is geaccepteerd Het stellen van regels bij het toepassen van grond afkomstig van gebieden waar de gemeente de bodemkwaliteitskaart niet heeft geaccepteerd: de kwaliteit van de grond moet worden aangetoond met een partijkeuring of een certificaat van een erkende instelling (bijvoorbeeld en grondbank die is erkend voor de BRL protocol 9335-1.
25
Paragraaf 4.10 nota bodembeheer Landelijk beleid: kwalitatieve toepassingseisen voor grond afkomstig van gebieden waar de bodemkwaliteitskaart niet is geaccepteerd Toe te passen grond afkomstig van gebieden waar de gemeente de bodemkwaliteitskaart niet heeft geaccepteerd moeten voldoen aan de generieke toepassingseisen.
26
Paragraaf 4.10 nota bodembeheer Gebiedsspecifiek beleid kwalitatieve toepassingseisen grond afkomstig van gebieden waar de bodemkwaliteitskaart niet is geaccepteerd De strengere Lokale Maximale Waarden dan het landelijke beleid gelden ook voor de gebieden waar de bodemkwaliteitskaart niet van is geaccepteerd (zie beleidsregel nrs. 14, 15 en 16).
Grondstromenbeleid van de gemeente Wijdemeren onder de Omgevingswet Projectnummer: SOB022552 wsp.com/nl-nl
Van rechtswege wordt dit juridische gezien ‘gelijkgesteld’ aan het tijdelijk deel van het gemeentelijke omgevingsplan ex art. 22.1 Ow.
Bijlage 2 Transponeringstabel grondstromenbeleid van de gemeente Wijdemeren onder de Omgevingswet | Referentie: SOB022552.NOT001 | pagina 6/10
OMZETTING (BELEIDS)REGELS NOTA BODEMBEHEER ÉN TIJDELIJK DEEL GEMEENTELIJK OMGEVINGSPLAN IN DEFINITIEF GEMEENTELIJK OMGEVINGSPLAN NR
BELEIDSREGEL NOTA BODEMBEHEER
27
Paragraaf 4.11 nota bodembeheer
- : KOMT NIET TERUG IN DEFINITIEF GEMEENTELIJK
REGELGEVING 2023
Landelijk beleid: grond uit een tijdelijke opslag Voorafgaand aan toepassing altijd keuren tenzij: 1. afkomstig is van een voor bodemverontreiniging nietverdachte locatie (volgend uit het vooronderzoek/vragenformulier met historische gegevens); én 2. afkomstig is uit een zone van de eigen of geaccepteerde bodemkwaliteitskaart; én 3. niet tussentijds is bewerkt (bijvoorbeeld samengevoegd met andere partijen grond).
Artikel 4.1219 Bal (toepassingsbereik). Artikel 4.1220 Bal (gegevens en bescheiden voor het begin van de activiteit). Artikel 4.1221 Bal (aanwijzing modules: voorafgaand onderzoek). Artikel 4.1222 Bal (bodem en afval: gescheiden houden grond). Artikel 4.1222a Bal (bodem en afval: tijdelijk uitnemen van grond). Artikel 4.1223 Bal (bodem: tijdelijke opslag vrijkomende grond).
Dit is een algemene regel onder de Omgevingswet en komt niet terug in het gemeentelijke omgevingsplan.
Splitsen partij grond Regeling bodemkwaliteit 2022.
Splitsen van een partij grond is toegestaan, ook zonder erkenning. Het splitsen moet goed worden gedocumenteerd (zie hiervoor artikel 4.3.1 Regeling bodemkwaliteit) door de initiatiefnemer. Minimaal moet de onderstaande informatie administratief worden vastgelegd: — de relatie tussen de deelpartij en de oorspronkelijke partij, — de persoon of instelling welke de splitsing heeft uitgevoerd, en — de datum waarop de splitsing is uitgevoerd. Het beschikbare bewijsmiddel blijft geldig voor verschillende gesplitste deelpartijen. Als de grond wordt toegepast onder certificaat wordt gesplitst, moet rekening worden gehouden met het gestelde in § 6.9 van het BRL 9335 – protocol 9335-1. Als partijen herbruikbare grond illegaal zijn samengevoegd, dan moet een bedrijf dat is erkend voor het BRL 9335 – protocol 9335-1 worden ingeschakeld om de partij te legaliseren. In § 6.3.5 van het BRL 9335 – protocol 9335-1 is hiervoor een mogelijkheid beschreven.
Splitsen en samenvoegen partijen grond Regeling bodemkwaliteit (oud) . paragraaf 4.3.1 (splitsen van partijen). paragraaf 4.3.2 (samenvoegen van partijen). paragraaf 4.3.3 (partijkeuringen).
Paragraaf 4.12 nota bodembeheer
Gebiedsspecifiek: Besluit bodemkwaliteit (oud) artikel 44.
Gemeentelijk beleid: grondtoepassingen op saneringslocaties Het stellen van regels bij het toepassen van grond op saneringslocaties.
Paragraaf 4.124 Bal (regels bij het stellen van maatwerkregels). Artikel 4.1272 Bal (generieke beleidsuitgangspunten) in samenhang met artikel 25d Besluit bodemkwaliteit (gewijzigd).
Gebiedsspecifieke toepassingseisen Maatwerkregel in het definitieve gemeentelijke omgevingsplan.
Van rechtswege wordt dit juridische gezien ‘gelijkgesteld’ aan het tijdelijk deel van het gemeentelijke omgevingsplan ex art. 22.1 Ow.
Landelijk beleid: Regeling bodemkwaliteit (oud) artikel 59.
Grondstromenbeleid van de gemeente Wijdemeren onder de Omgevingswet Projectnummer: SOB022552 wsp.com/nl-nl
OMGEVINGSPLAN
Samenvoegen partijen grond Artikel 4.1255 Bal (afval, bodem en water: samenvoegen partijen).
Samenvoegen van toepasbare partijen grond mag alleen onder erkenning van de BRL SIKB 9335 of de BRL SIKB 7500.
28
REGELGEVING OMGEVINGSWET
Landelijk beleid Dit is een algemene regel onder de Omgevingswet en komt niet terug in het gemeentelijke omgevingsplan.
Bijlage 2 Transponeringstabel grondstromenbeleid van de gemeente Wijdemeren onder de Omgevingswet | Referentie: SOB022552.NOT001 | pagina 7/10
OMZETTING (BELEIDS)REGELS NOTA BODEMBEHEER ÉN TIJDELIJK DEEL GEMEENTELIJK OMGEVINGSPLAN IN DEFINITIEF GEMEENTELIJK OMGEVINGSPLAN NR
BELEIDSREGEL NOTA BODEMBEHEER
29
Paragraaf 4.12 nota bodembeheer
- : KOMT NIET TERUG IN DEFINITIEF GEMEENTELIJK
REGELGEVING 2023
REGELGEVING OMGEVINGSWET
OMGEVINGSPLAN
Besluit bodemkwaliteit (oud) artikel 42. Wet bodembescherming (oud) artikel 39.
Melden tijdelijk opslaan grond (kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde) en toepassen van grond Paragraaf 4.122 Bal (opslaan, zeven, mechanisch ontwateren en samenvoegen van zonder bewerking herbruikbare grond of baggerspecie). Artikel 4.1248 Bal (gegevens en bescheiden voor het begin van de activiteit).
Dit is een algemene regel onder de Omgevingswet en komt niet terug in het gemeentelijke omgevingsplan.
Landelijk beleid: melden grondtoepassingen op saneringslocaties Als een saneringsplan is opgesteld conform artikel 39 Wet bodembescherming, moet het toepassen van grond óók worden gemeld bij het bevoegd gezag wet bodembescherming.
Toepassen grond Artikel 4.1267 Bal (gegevens en bescheiden: voor het begin van de activiteit). 30
Paragraaf 4.13.1 nota bodembeheer
Regeling bodemkwaliteit (oud) artikel 59.
Artikel 4.1272 Bal (generieke beleidsuitgangspunten) in samenhang met artikel 25d Besluit bodemkwaliteit (gewijzigd).
Dit is een algemene regel onder de Omgevingswet en komt niet terug in het gemeentelijke omgevingsplan.
Gemeentelijke beleidsregel.
Artikel 16.5, lid 1 en 2 Ow (houdbaarheid onderzoeksgegevens).
Als maatwerkregel opnemen in het definitieve gemeentelijke omgevingsplan.
Gemeentelijke beleidsregel.
Paragraaf 4.124 Bal Toepassen van grond of baggerspecie Artikel 4.1265 Bal (toepassingsbereik). Artikel 4.1266 Bal (melding). Artikel 4.1267 Bal (gegevens en bescheiden: voor het begin van de activiteit). Paragraaf 5.1 Regeling bodemkwaliteit 2022 (Verklaring op grond van een partijkeuring). Artikel 5.12 (toetsing specifieke kwaliteit). Artikel 5.13 (rapportage partijkeuring). Artikel 5.14 (voorwaarden voor het afgeven van een verklaring op grond van een partijkeuring). Artikel 5.15 (inhoud verklaring op grond van een partijkeuring).
Als maatwerkregel opnemen in het definitieve gemeentelijke omgevingsplan.
Landelijk beleid beleid: Het toepassen van grond van of in gebieden die zijn uitgesloten van de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart Zowel de toe te passen grond als de ontvangende bodem moet worden onderzocht. De kwaliteit van de toe te passen grond moet enerzijds voldoen aan de maximale waarden van de functie die voor de ontvangende bodem is aangegeven op de bodemfunctieklassenkaart. Anderzijds moet de kwaliteit van de toe te passen grond van een vergelijkbare of betere kwaliteit zijn als die van de ontvangende bodem. Op basis van deze dubbele toets waarbij de meest strenge eis leidend is wordt de toepassingseis bepaald. 31
Paragraaf 4.13.2 nota bodembeheer Gemeentelijk beleid: Het stellen van regels voor de geldigheidsduur van een uitgevoerd onderzoek De toe te passen grond en/of de ontvangende bodem kan al eerder zijn onderzocht. Als het onderzoek ouder is dan 5 jaar, dan moet aantoonbaar zijn geverifieerd dat tussentijds geen activiteiten hebben plaatsgevonden die de kwaliteit van de toe te passen grond negatief hebben kunnen beïnvloeden.
32
Paragrafen 4.13.2 nota bodembeheer Gemeentelijk beleid: Het gebruik van de ontgravingskaart als al een kwaliteitsonderzoek is uitgevoerd Een partijkeuring is leidend boven de ontgravingskaarten van de bodemkwaliteitskaart. Voorwaarden hierbij zijn dat de uitgevoerde partijkeuring: — Nog representatief is voor de meest recente (terrein)situatie. — Voldoet aan de vereisten voor een bewijsmiddel uit het Besluit bodemkwaliteit.
Grondstromenbeleid van de gemeente Wijdemeren onder de Omgevingswet Projectnummer: SOB022552 wsp.com/nl-nl
Bijlage 2 Transponeringstabel grondstromenbeleid van de gemeente Wijdemeren onder de Omgevingswet | Referentie: SOB022552.NOT001 | pagina 8/10
OMZETTING (BELEIDS)REGELS NOTA BODEMBEHEER ÉN TIJDELIJK DEEL GEMEENTELIJK OMGEVINGSPLAN IN DEFINITIEF GEMEENTELIJK OMGEVINGSPLAN NR
BELEIDSREGEL NOTA BODEMBEHEER
33
Paragraaf 4.13.3 nota bodembeheer
REGELGEVING OMGEVINGSWET
OMGEVINGSPLAN
Gebiedsspecifiek beleid: Besluit bodemkwaliteit (oud) artikel 44.
Paragraaf 4.124 Bal (regels bij het stellen van maatwerkregels). Artikel 4.1272 Bal (generieke beleidsuitgangspunten) in samenhang met artikel 25d Besluit bodemkwaliteit (gewijzigd).
Gebiedsspecifieke toepassingseisen Als maatwerkregel opnemen in het definitieve gemeentelijke omgevingsplan.
Landelijk beleid: Regeling bodemkwaliteit (oud) artikel 59. Circulaire bodemsanering (oud) artikel 4.2.1. Regeling Uniforme Saneringen (oud) artikel 3.1.6.
Van rechtswege wordt dit juridische gezien ‘gelijkgesteld’ aan het tijdelijk deel van het gemeentelijke omgevingsplan ex art. 22.1 Ow.
Landelijk beleid Dit is een algemene regel onder de Omgevingswet en komt niet terug in het gemeentelijke omgevingsplan.
Provinciale regelgeving, bijvoorbeeld een omgevingsverordening.
Provinciale omgevingsvisie / instructieregels. Artikel 5.130 Bkl (behoud cultureel erfgoed). Artikel 7.11 (stiltegebieden en grondwaterbeschermingsgebieden)
-
Paragraaf 4.14.2 nota bodembeheer
Keur van waterschappen en de Waterwet.
Artikel 4.1278 Bal (milieu: verspreiden baggerspecie).
Dit is een algemene regel onder de Omgevingswet en komt niet terug in het gemeentelijke omgevingsplan.
Landelijk beleid: Verspreiden van baggerspecie op aangrenzende percelen
Besluit bodemkwaliteit (oud) artikel 60.
Paragraaf 7.2.3 nota bodembeheer
Besluit bodemkwaliteit (oud) artikel 42.
Melden tijdelijk opslaan grond (kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde) en toepassen van grond Paragraaf 4.122 Bal (opslaan, zeven, mechanisch ontwateren en samenvoegen van zonder bewerking herbruikbare grond of baggerspecie). Artikel 4.1248 Bal (gegevens en bescheiden voor het begin van de activiteit).
Als maatwerkregel opnemen in het definitieve gemeentelijke omgevingsplan.
Gemeentelijk beleid: grondtoepassingen en terugsaneerwaarden op saneringslocaties Het stellen van regels bij het toepassen van grond op saneringslocaties. De in deze nota bodembeheer vastgestelde Lokale Maximale Waarden zijn uitsluitend van toepassing bij het toepassen van grond, bijvoorbeeld ter aanvulling van de saneringsput en als terugsaneerwaarden. 34
- : KOMT NIET TERUG IN DEFINITIEF GEMEENTELIJK
REGELGEVING 2023
Paragraaf 4.13.4 nota bodembeheer Provinciaal beleid beschermde gebieden Het stellen van regels ter plaatse van provinciale beschermingsgebieden (bijvoorbeeld NNN-gebieden, archeologisch/cultuurhistorisch waardevolle gebieden (rijkprovincie-gemeente), natura2000, aardkundig waardevolle gebieden, waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden).
35
36
Gemeentelijk beleid: Het verruimen van regels (melding) bij de tijdelijke opslag van grond voorafgaand aan de definitieve toepassing Als bekend is waar de grond, die tijdelijk is opgeslagen, wordt toegepast, hoeft voorafgaand aan de tijdelijke opslag alleen de melding voor de toepassing van deze grond te worden gedaan. Bij de melding moet wel de locatie en duur van de tijdelijke opslag worden vermeld. 37
Paragraaf 7.6 nota bodembeheer Gemeentelijk beleid: Het verruimen van de regels bij repeterende vrachten en omvangrijke grondtoepassingen Binnen grootschalige werken, zoals het aanleggen van een woonwijk, bedrijventerrein of het ontwikkelen van een natuurgebied, is het vaak niet praktisch om voor elke afzonderlijk toepassing van een partij grond een melding te doen. In verband hiermee bestaat de mogelijkheid om hiervoor een grondstromenplan op te stellen dat vooraf moet worden goedgekeurd door de OFGV. Het grondstromenplan moet worden gemeld bij het centrale meldpunt van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Afwijkingen van het grondstromenplan moeten direct aan de OFGV worden gemeld.
Grondstromenbeleid van de gemeente Wijdemeren onder de Omgevingswet Projectnummer: SOB022552 wsp.com/nl-nl
Toepassen grond Artikel 4.1267 Bal (gegevens en bescheiden: voor het begin van de activiteit). Besluit bodemkwaliteit (oud) artikel 42.
Melden tijdelijk opslaan grond (kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde) en toepassen van grond Paragraaf 4.122 Bal (opslaan, zeven, mechanisch ontwateren en samenvoegen van zonder bewerking herbruikbare grond of baggerspecie). Artikel 4.1248 Bal (gegevens en bescheiden voor het begin van de activiteit).
Als maatwerkregel opnemen in het definitieve gemeentelijke omgevingsplan.
Toepassen grond Artikel 4.1267 Bal (gegevens en bescheiden: voor het begin van de activiteit).
Bijlage 2 Transponeringstabel grondstromenbeleid van de gemeente Wijdemeren onder de Omgevingswet | Referentie: SOB022552.NOT001 | pagina 9/10
OMZETTING (BELEIDS)REGELS NOTA BODEMBEHEER ÉN TIJDELIJK DEEL GEMEENTELIJK OMGEVINGSPLAN IN DEFINITIEF GEMEENTELIJK OMGEVINGSPLAN NR
BELEIDSREGEL NOTA BODEMBEHEER
38
Paragrafen 7.5 en 7.7 nota bodembeheer
- : KOMT NIET TERUG IN DEFINITIEF GEMEENTELIJK
REGELGEVING 2023
REGELGEVING OMGEVINGSWET
OMGEVINGSPLAN
Regeling melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke stoffen (Staatscourant nr. 207, 2004).
-
Als decentrale regel opnemen in het definitieve gemeentelijke omgevingsplan.
Delegeren (Gemeentewet art. 156).
Artikel. 2.8 Ow (delegatie).
Als beleidsregel opnemen in het definitieve gemeentelijke omgevingsplan.
Gemeentelijk beleid: Het verruimen van de regels bij grondtransport met de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel Bij het transport van grond naar een nuttige toepassing moet een kwaliteitsverklaring op de vrachtwagen (rapport, bodemkwaliteitskaart in combinatie met een historisch onderzoek) beschikbaar zijn. Alternatief is dat op het (elektronische) transportgeleidebiljet het meldnummer is vermeld dat is afgegeven door het centrale meldpunt bodemkwaliteit van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. 39
Hoofdstuk 9 nota bodembeheer Delegeren van enkele bevoegdheden met een uitvoerend karakter van gemeenteraad naar college van burgemeester en wethouders. Ter vermindering van de werkdruk van de gemeenteraad zijn enkele bevoegdheden met een uitvoerend karakter naar het college van burgemeester en wethouders gedelegeerd: — Het tussentijds aanpassen van de bodemfunctieklassenkaart en de toepassingskaart. — Het toevoegen van aanvullende gegevens en nu uitgesloten locaties/gebieden aan de bodemkwaliteitskaart die geen invloed hebben op het gemeentelijke gebiedsspecifieke grondstromenbeleid. — Het onder voorwaarden accepteren van een bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de toe te passen grond. Het opnieuw bestuurlijk vaststellen van een gewijzigde bodemfunctieklassenkaart en/of bodemkwaliteitskaart onder voorwaarde dat de wijzigingen geen invloed hebben op het in deze nota geformuleerde gemeentelijke gebiedsspecifieke grondstromenbeleid.
Grondstromenbeleid van de gemeente Wijdemeren onder de Omgevingswet Projectnummer: SOB022552 wsp.com/nl-nl
Bijlage 2 Transponeringstabel grondstromenbeleid van de gemeente Wijdemeren onder de Omgevingswet | Referentie: SOB022552.NOT001 | pagina 10/10
BIJLAGE 3: GRONDSTROMENBELEID VAN DE GEMEENTE WIJDEMEREN WAAROP DEZE OPLEGNOTITIE ZIET
Grondstromenbeleid van de gemeente Wijdemeren onder de Omgevingswet Projectnummer: SOB022552 wsp.com/nl-nl
Bijlage 3: Grondstromenbeleid van de gemeente Wijdemeren waarop deze oplegnotitie ziet | Referentie: SOB022552.NOT001
Nota bodembeheer Beleid (tijdelijk) opslaan en toepassen grond en baggerspecie Gemeente Wijdemeren Documentcode: 14M1252.RAP002
Nota bodembeheer Beleid (tijdelijk) opslaan en toepassen grond en baggerspecie Gemeente Wijdemeren Documentcode: 14M1252.RAP002
Opdrachtgever Gemeente Wijdemeren Rading 1 1231 KB LOOSDRECHT Contactpersonen opdrachtgever Dhr. A. Huizing, dhr. L. Welter Contactpersoon LievenseCSO Dhr. J.S. Spronk JSpronk@LievenseCSO.com Projectcode Documentnummer Herziene versiedatum Status
14M1252 14M1252.RAP002 4 april 2016 Definitief
Samenvatting Inleiding De gemeente Wijdemeren wil haar huidige duurzame bodembeleid nog beter vormgeven. De gemeente heeft daarom, naast de al opgestelde bodemfunctieklassenkaart, een bodemkwaliteitskaart en deze nota bodembeheer opgesteld. De kaarten zijn de instrumenten voor dit duurzame beleid. Deze nota bodembeheer geeft aan hoe vrijgekomen grond op en in de landbodem van de gemeente Wijdemeren kan en mag worden opgeslagen (tijdelijk), hergebruikt of toegepast. Ook zijn regels en procedures voor dit beleid geformuleerd. De gemeente vult haar bodembeleid in door vrijkomende grond en baggerspecie (bij graaf- en baggerwerkzaamheden) zoveel als mogelijk te hergebruiken zodat minder materiaal wordt gestort en minder primaire grondstoffen worden gewonnen. De wet- en regelgeving voor het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond en baggerspecie is geregeld in het Besluit bodemkwaliteit. Het is niet zonder meer toegestaan om grond en baggerspecie ergens te ontgraven en op een andere plaats tijdelijk neer te leggen of het toe te passen. Voorkomen moet worden dat het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond en baggerspecie de ontvangende bodem verontreinigd en risico's vormt voor het (toekomstige) bodemgebruik.
Gemeentelijk beleid De gemeente heeft binnen de mogelijkheden van het Besluit bodemkwaliteit gebiedsspecifiek beleid opgesteld. Het gebiedsspecifiek beleid richt zich op de volgende aspecten: 1. Het uitbreiden van het beheergebied van de gemeente Wijdemeren. Hierdoor ontstaat het beheergebied dat het gemeentelijke grondgebied omvat van de gemeenten Wijdemeren, Gooise Meren en Stichtse Vecht (zie § 4.2). 2. Het verruimen van de regels voor het toepassen van grond voor de bodemkwaliteitszone “Arseenhoudende grond” (boven- en ondergrond; zie § 4.3.2). 3. Het verruimen van de regels voor het toepassen van grond uit en in de bovengrondzone “Bebouwd en buitengebied” (zie § 4.3.3). 4. Het verruimen van de regels bij het tijdelijk opslaan van grond in de bodemkwaliteitszone “Arseenhoudende grond” (bovengrond; zie § 4.3.4). 5. Het verruimen van de regels bij de tijdelijke uitname van grond bij graafwerkzaamheden bij ondergrondse infrastructuur en groenvoorzieningen (zie § 4.6). 6. Het verruimen van de regels voor het toepassen van grond vanuit de bodemlaag dieper dan 2 meter beneden het maaiveld (zie § 4.7). 7. Het verruimen van de regels voor het melden van grond die, voorafgaand aan de toepassing, tijdelijk wordt opgeslagen (zie § 7.2.3).
NOTA BODEMBEHEER | BELEID (TIJDELIJK) OPSLAAN EN TOEPASSEN GROND EN BAGGERSPECIE GEMEENTE WIJDEMEREN | DOCUMENTCODE: 14M1252.RAP002
Status: Definitief | Herziene versiedatum: 4 april 2016
8. Het vaststellen van strengere eisen bij het toepassen van grond op onverharde kinderspeelplaatsen en moes-/volkstuinen (zie § 4.3.5). 9. Het vaststellen van strengere eisen bij het toepassen van grond met bijmenging van bodemvreemd materiaal (zie § 4.4). 10. Het vaststellen van strengere eisen bij het toepassen van grond op gevoelig bodemgebruik dat in opdracht van de gemeente wordt uitgevoerd (zie § 4.5). In § 4.15 is een totaaloverzicht gegeven van het voornoemde gebiedsspecifieke beleid van de gemeente Wijdemeren. In § 4.16 is aangegeven welke grondstromen kunnen plaatsvinden zonder dat dat voorafgegaan moet worden door een onderzoek. In deze nota is ook ingegaan op: het toepassen van grond vanuit de bovengrondzone ‘Wegbermen hoofdwegen’ (zie § 4.8); het toepassen van grond in grootschalige bodemtoepassingen (zie § 4.9); het toepassen van grond van buiten het beheergebied van de gemeente § (4.10); het toepassen van grond vanaf een tijdelijke opslag (zie § 4.11); het toepassen van grond als aanvulgrond, ophooglaag of leeflaag in een sanering (zie § 4.12); het toepassen van grond van locaties met bijzondere omstandigheden (zie § 4.13); het verspreiden van onderhoudsbaggerspecie (zie § 4.14).
Beoogd effect Met het vaststellen van dit grondstromenbeleid wordt gefaciliteerd dat: de gemeente duurzaam bodembeleid in uitvoering brengt dat praktisch uitvoerbaar, milieuhygiënisch verantwoord en transparant is; meer grondstromen kunnen plaatsvinden zonder dat voorafgaand de kwaliteit van de grond moet worden onderzocht. Voor de gemeente en derden kunnen hierdoor besparingen worden gerealiseerd in tijd en kosten; meer toepassingslocaties beschikbaar komen om vrijkomende grond duurzaam te hergebruiken; het gebruik en de aankoop van primaire én secundaire grondstoffen (aanvoer en gebruik van schoon zand uit zandwinputten of grond van een grondbank) wordt verminderd; de verkeersdruk, de uitstoot van uitlaatgassen en fijnstof en het gebruik van energie wordt verminderd (grond hoeft minder ver te worden getransporteerd, geen extra productie door grondverwerker).
NOTA BODEMBEHEER | BELEID (TIJDELIJK) OPSLAAN EN TOEPASSEN GROND EN BAGGERSPECIE GEMEENTE WIJDEMEREN | DOCUMENTCODE: 14M1252.RAP002
Status: Definitief | Herziene versiedatum: 4 april 2016
Delegeren bevoegdheden Het gebiedsspecifiek beleid en eventuele toekomstige wijzigingen op dit gebiedsspecifiek beleid moeten, conform artikel 44 van het Besluit bodemkwaliteit, worden vastgesteld door de Gemeenteraad. Om praktische redenen worden besluiten met een uitvoerend karakter gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders. Het betreft besluiten voor: wijzigingen van de bodemfunctieklassenkaart; het toevoegen van aanvullende gegevens aan de bodemkwaliteitskaart die geen invloed hebben op het gemeentelijke gebiedsspecifiek beleid; het onder voorwaarden uitbreiden van het beheergebied van de gemeente Wijdemeren; het opnieuw bestuurlijk vaststellen van een gewijzigde bodemfunctieklassenkaart en/of bodemkwaliteitskaart onder voorwaarde dat de wijzigingen geen invloed hebben op het in deze nota geformuleerde gemeentelijke gebiedsspecifieke beleid. Het college van burgemeester en wethouders rapporteert aan de Gemeenteraad als zij van deze gedelegeerde bevoegdheden gebruik hebben gemaakt.
Financiën Het beleid heeft voor de gemeente geen nadelige financiële gevolgen. Met het beleid kunnen voor de gemeente en derden besparingen worden gerealiseerd bij: onderzoekskosten voor de toe te passen grond en de ontvangende bodem en bij het toepassen van grond en baggerspecie; transport-, reinigings- en/of stortkosten van vrijkomende grond; aanschafkosten voor de toe te passen primaire bouwstoffen (zand uit zandwinputten) en secundaire grondstoffen (bijvoorbeeld grond van een grondbank).
NOTA BODEMBEHEER | BELEID (TIJDELIJK) OPSLAAN EN TOEPASSEN GROND EN BAGGERSPECIE GEMEENTE WIJDEMEREN | DOCUMENTCODE: 14M1252.RAP002
Status: Definitief | Herziene versiedatum: 4 april 2016
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Pagina
Inleiding ..............................................................................................................................1 1.1 1.2
2
Achtergronden ..................................................................................................................1 Afbakening nota bodembeheer ........................................................................................2 1.2.1 Bevoegd gezag ......................................................................................................2 1.2.2 Reikwijdte .............................................................................................................2 1.2.3 Beheergebied van de gemeente Wijdemeren en grens landbodemwaterbodem .........................................................................................................3 1.2.3.1 Beheergebied van de gemeente Wijdemeren ........................................3 1.2.3.2 Grens beheergebied oppervlaktewater en landbodem ..........................3 1.3 Geldigheid .........................................................................................................................5 1.4 Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid .....................................................................6 1.4.1 Verantwoordelijkheid ...........................................................................................6 1.4.2 Aansprakelijkheid .................................................................................................6 1.5 Leeswijzer
..........................................................................................................................6 Vastgestelde bodemkwaliteit in de gemeente ......................................................................8
3
Maatschappelijke opgave................................................................................................... 10
4
De uitwerking van het gemeentelijke grondstromenbeleid ................................................. 11 4.1 4.2 4.3
4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9
Kwaliteitsdoelstelling bij hergebruik grond ....................................................................11 Uitbreiding van het beheergebied van de gemeente Wijdemeren ................................12 Vaststellen Lokale Maximale Waarden ...........................................................................12 4.3.1 Inleiding ..............................................................................................................12 4.3.2 Lokale Maximale Waarden bodemkwaliteitszone “Arseenhoudende grond” ...13 4.3.2.1 Inleiding .................................................................................................13 4.3.2.2 Van nature verhoogd arseen .................................................................13 4.3.2.3 Onderbouwing Lokale Maximale Waarden ...........................................14 4.3.3 Lokale Maximale Waarden bovengrond buitengebied gemeente Wijdemeren15 4.3.4 Lokale Maximale Waarden tijdelijke opslag van grond uit de bovengrondzone “Arseenhoudende grond” ..................................................................................16 4.3.5 Lokale Maximale Waarden bij toepassen van grond op nog te realiseren onverharde recreatiegebieden en kinderspeelplaatsen en moes-/volkstuinen 17 Toepassen grond met bodemvreemd materiaal ............................................................17 Toepassen grond ter plaatse van
gevoelig bodemgebruik en met asbest verdacht materiaal .........................................................................................................................18 Tijdelijke uitname van grond bij graafwerkzaamheden bij ondergrondse infrastructuur en groenvoorzieningen ...................................................................................................21 Toepassen van grond vanuit de bodemlaag dieper dan 2 meter beneden maaiveld ....22 Toepassen van grond vanuit de bovengrondzone ‘Wegbermen hoofdwegen’ ..............22 Toepassen van grond in een grootschalige bodemtoepassing .......................................22
NOTA BODEMBEHEER | BELEID (TIJDELIJK) OPSLAAN EN TOEPASSEN GROND EN BAGGERSPECIE GEMEENTE WIJDEMEREN | DOCUMENTCODE: 14M1252.RAP002
Status: Definitief | Herziene versiedatum: 4 april 2016
4.10 4.11 4.12 4.13
5
Grond afkomstig van buiten het beheergebied van de gemeente Wijdemeren ............23 Toepassen van grond van een tijdelijke opslag...............................................................23 Toepassen van grond als aanvulgrond, ophooglaag of leeflaag in een sanering............24 Bijzondere omstandigheden bij het tijdelijk opslaan en toepassen van grond ..............24 4.13.1 Van de bodemkwaliteitskaart uitgesloten locaties en gebieden .......................24 4.13.2 Onderzochte locatie ...........................................................................................25 4.13.3 Gesaneerde en te saneren locaties ....................................................................25 4.13.4 Beschermde gebieden ........................................................................................25 4.14 Verspreiden onderhoudsbaggerspecie (generiek kader Besluit bodemkwaliteit) .........26 4.14.1 Verspreiden baggerspecie in een oppervlaktelichaam ......................................26 4.14.2 Verspreiden baggerspecie op aangrenzend perceel ..........................................26 4.15 Totaaloverzicht gebiedsspecifiek beleid gemeente Wijdemeren ...................................27 4.16 Mogelijkheden toepassen grond zonder voorafgaand kwaliteitsonderzoek .................29 Het toepassen van grond met de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel
........................... 30
6
Onderzoeksinspanning voorafgaand aan het grondverzet ................................................... 31 6.1 6.2
7
Historisch onderzoek.......................................................................................................31 Onderzoek toe te passen grond en ontvangende bodem ..............................................32 6.2.1 Toe te passen grond ...........................................................................................32 6.2.2 Ontvangende bodem..........................................................................................32 Procedures ........................................................................................................................ 33 7.1 7.2
8
Opvragen informatie voorafgaand aan het grondverzet ................................................33 Melden tijdelijk opslaan en toepassen grond .................................................................34 7.2.1 Algemeen............................................................................................................34 7.2.2 Toepassen van grond .........................................................................................34 7.2.3 Tijdelijke opslag ..................................................................................................35 7.3 Registratie en archivering van meldingen.......................................................................36 7.4 Beoordeling en toetsing van de melding ........................................................................36 7.5 Transport van grond ........................................................................................................37 7.6 Repeterende vrachten en omvangrijke grondtoepassingen...........................................37 7.7 Grondtransporten met de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel ...............................37 Toezicht en handhaving ..................................................................................................... 38
9
8.1 Betrokkenen bij grondwerkzaamheden ..........................................................................38 8.2 Toezicht en handhaving ..................................................................................................39 Delegeren bevoegdheden van de Raad naar het college ...................................................... 41 9.1 9.2 9.3
9.4 9.5 9.6
Inleiding ...........................................................................................................................41 Wijziging bodemfunctieklassenkaart ..............................................................................41 Aanvullende bodeminformatie .......................................................................................42 9.3.1 Uitgesloten locatie en gebieden.........................................................................42 9.3.2 Resultaten bodemonderzoek op een verdachte locatie ....................................42 Bestuurlijk vaststellen bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart ................42 Procedure ........................................................................................................................42 Rapportage ......................................................................................................................42
NOTA BODEMBEHEER | BELEID (TIJDELIJK) OPSLAAN EN TOEPASSEN GROND EN BAGGERSPECIE GEMEENTE WIJDEMEREN | DOCUMENTCODE: 14M1252.RAP002
Status: Definitief | Herziene versiedatum: 4 april 2016
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5
Begrippenlijst Wet- en regelgeving Statistische parameters bodemkwaliteitszones getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit (voor standaardbodem) Mogelijkheden vrij grondverzet (grondstromenmatrix) Vragenformulier historische gegevens
Kaartbijlagen Kaartbijlage1 Kaartbijlage 2A Kaartbijlage 2B Kaartbijlage 3A Kaartbijlage 3B Kaartbijlage 4A Kaartbijlage 4B Kaartbijlage 5A Kaartbijlage 5B Kaartbijlage 6A Kaartbijlage 6B
Bodemfunctieklassenkaart Ligging bodemkwaliteitszones bovengrond Ligging bodemkwaliteitszones ondergrond Generieke ontgravingskaart bovengrond Generieke ontgravingskaart ondergrond Gebiedsspecifieke ontgravingskaart bovengrond Gebiedsspecifieke ontgravingskaart ondergrond Generieke toepassingskaart bovengrond Generieke toepassingskaart ondergrond Gebiedsspecifieke toepassingskaart bovengrond Gebiedsspecifieke toepassingskaart ondergrond
NOTA BODEMBEHEER | BELEID (TIJDELIJK) OPSLAAN EN TOEPASSEN GROND EN BAGGERSPECIE GEMEENTE WIJDEMEREN | DOCUMENTCODE: 14M1252.RAP002
Status: Definitief | Herziene versiedatum: 4 april 2016
NOTA BODEMBEHEER | BELEID (TIJDELIJK) OPSLAAN EN TOEPASSEN GROND EN BAGGERSPECIE GEMEENTE WIJDEMEREN | DOCUMENTCODE: 14M1252.RAP002
Status: Definitief | Herziene versiedatum: 4 april 2016
1
Inleiding
1.1
Achtergronden De gemeente Wijdemeren wil haar huidige duurzame bodembeleid nog beter vormgeven. De gemeente heeft daarom, naast de al vastgestelde bodemfunctieklassenkaart, een bodemkwaliteitskaart1 en deze nota bodembeheer opgesteld. Op de bodemfunctieklassenkaart zijn de functies ‘Wonen’ en ‘Industrie’ weergegeven (zie artikel 55, lid 1 van het Besluit bodemkwaliteit; hierna ‘het Besluit’2). De bodemkwaliteitskaart geeft voor het gemeentelijke grondgebied de verwachte gemiddelde chemische bodemkwaliteit weer voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 2 meter diepte. Deze nota bodembeheer gaat over het duurzaam hergebruiksbeleid voor grond en baggerspecie (hierna tezamen aangeduid met 'grond') op het grondgebied van de gemeente Wijdemeren. De bodemfunctieklassen- en bodemkwaliteitskaart zijn de instrumenten voor dit duurzame beleid. Bij allerlei graafwerkzaamheden en bewerkingen van de (water)bodem komt grond vrij. Het tijdelijk opslaan en het hergebruik of toepassen van grond valt onder het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit3 (hierna 'de Regeling'). Het gemeentelijke grondstromenbeleid (nuttig hergebruik van grond op het land) moet praktisch uitvoerbaar, milieuhygiënisch verantwoord en transparant zijn. Hiermee wordt vorm gegeven aan het duurzaam en verantwoord beheer van de bodem in de gemeente.
Er zijn drie motieven voor het duurzaam en verantwoord bodembeheer: Een ‘standstill’ voor de bodemkwaliteit op beheergebiedsniveau (de kwaliteit van de bodem in het beheergebied van de gemeente Wijdemeren moet gelijk blijven en op termijn verbeteren). Beperking van het gebruik en aankoop van primaire én secundaire grondstoffen (aanvoer en gebruik van schoon zand uit zandwinputten of grond van een grondbank). Kostenbesparing (minder onderzoeks- en verwerkingskosten bij vrijkomende grond). Deze nota bodembeheer geeft aan hoe vrijgekomen grond op en in de landbodem van de gemeente Wijdemeren kan en mag worden opgeslagen (tijdelijk), hergebruikt of toegepast. De nota is bedoeld voor iedereen die te maken heeft met het ontgraven, het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond op de landbodem van de gemeente Wijdemeren. Hierbij is de gemeente het bevoegd gezag. Het generieke kader van het Besluit zorgde voor knelpunten bij de beoogde grondstromen. Daarom heeft de gemeente binnen de mogelijkheden van het Besluit gebiedsspecifiek beleid opgesteld. Bij het gebiedsspecifieke beleid is een afweging gemaakt tussen enerzijds
1
Bodemkwaliteitskaart gemeente Wijdemeren, projectcode: 14M1252, LievenseCSO Milieu B.V., 30 oktober 2015. Besluit bodemkwaliteit, publicatie Staatscourant 3 december 2007. 3 Regeling bodemkwaliteit, publicatie Staatscourant 20 december 2007, en latere wijzigingen. 2
NOTA BODEMBEHEER | BELEID (TIJDELIJK) OPSLAAN EN TOEPASSEN GROND EN BAGGERSPECIE GEMEENTE WIJDEMEREN | DOCUMENTCODE: 14M1252.RAP002
Status: Definitief | Herziene versiedatum: 4 april 2016
1 / 42
de risico’s voor bodemverontreiniging en behoud van de bestaande bodemkwaliteit en anderzijds de mogelijkheden voor hergebruik of toepassing van grond binnen de gemeente. De bodemfunctieklassenkaart, de bodemkwaliteitskaart en de nota bodembeheer die door de gemeente Wijdemeren zijn opgesteld, vormen een belangrijk basis voor het duurzame en verantwoorde hergebruiksbeleid van grond in de gemeente. De kaarten en de nota bodembeheer zijn niet afzonderlijk van elkaar te gebruiken. 1.2
Afbakening nota bodembeheer
1.2.1
Bevoegd gezag In de meeste situaties is bij het toepassen van grond op of in de landbodem de gemeente voor haar eigen grondgebied het bevoegd gezag. Binnen inrichtingen die onder het Activiteitenbesluit vallen, is de vergunningverlener het bevoegd gezag. Voor toepassingen op of in de waterbodem en in een oppervlaktewaterlichaam is de waterkwaliteitsbeheerder bevoegd gezag. In de gemeente Wijdemeren is dat het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht.
1.2.2
Reikwijdte Deze nota bodembeheer heeft betrekking op het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond op of in de landbodem op het grondgebied van de gemeente. Voor alle toepassingen van grond geldt dat deze functioneel, nuttig, moeten zijn (zie § 2.1.1 van bijlage 2). Als dit niet het geval is, gaat het niet om het nuttig hergebruiken van grond en wordt de grond als afvalstof gezien. Een voorbeeld hiervan is het creëren van overhoogte op een geluidswal zonder dat dit vanuit geluidswering noodzakelijk is. Voor het ontgraven en tijdelijk opslaan van grond in het kader van gevallen van ernstige bodemverontreiniging geldt de Wet bodembescherming. Voor het verspreiden van baggerspecie over aangrenzende percelen geldt een bijzonder kader met acceptatieplicht voor de aangelanden op basis van de Waterwet en de Keur van waterschappen. Voor het inrichten van een weilanddepot voor baggerspecie moet in de gemeente een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen gebouw zijnde, of werkzaamheden en het gebruik van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan worden aangevraagd. Het in deze nota geformuleerde beleid heeft geen betrekking op toepassingen van grond in een oppervlaktewaterlichaam tenzij het om een demping van een oppervlaktewaterlichaam gaat waardoor feitelijk een landbodem ontstaat.
In die situatie moet een watervergunning worden aangevraagd en contact worden opgenomen met Waternet (https://www.waternet.nl/).
NOTA BODEMBEHEER | BELEID (TIJDELIJK) OPSLAAN EN TOEPASSEN GROND EN BAGGERSPECIE GEMEENTE WIJDEMEREN | DOCUMENTCODE: 14M1252.RAP002
Status: Definitief | Herziene versiedatum: 4 april 2016
2 / 42
1.2.3
Beheergebied van de gemeente Wijdemeren en grens landbodem-waterbodem
1.2.3.1
Beheergebied van de gemeente Wijdemeren Het gebied waarvoor de gemeente gebiedsspecifiek beleid heeft opgesteld in het kader van het (nuttig) toepassen van grond omvat het gemeentelijke grondgebied met uitzondering van: provinciale wegen, voor zover niet door de gemeente beheerd; locaties met, of die verdacht zijn voor, een sterke bodemverontreiniging; (voormalige) stortplaatsen (specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart); gesaneerde locaties in het kader van de Wet bodembescherming (specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart); waterbodems; het grondwater.
1.2.3.2
Grens beheergebied oppervlaktewater en landbodem De definitie van de grens tussen landbodem en waterbodem is aangegeven in artikel 1 van de Waterwet: “Oppervlaktewaterlichaam: 'samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, alsmede de bijbehorende waterbodem, oevers en voor zover uitdrukkelijk aangewezen krachtens deze wet, drogere oevergebieden, alsmede flora en fauna'.” In aanvulling op deze definitie is in de Keur, Keurbesluit en Beleidsregels van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht4 nader ingegaan op de reikwijdte van de Keur (artikel 1.2). Op basis hiervan is de grens tussen oppervlaktewater en landbodem aangegeven in de figuren 1.1, 1.2 en 1.3. De Keur is alleen van toepassing op waterstaatswerken. Dat wil zeggen oppervlaktewaterlichamen, bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken en op de daarlangs gelegen beschermingszones. De beschermings- en buitenbeschermingszones van waterkerende dijklichamen lopen met de voor de dijklichamen vermelde breedte door langs de waterkerende constructies die delen van het dijklichaam met elkaar verbinden. Geïsoleerde wateren vallen niet onder de werking van de Keur.
Wateren zijn geïsoleerd als zij niet direct of indirect met elkaar in verbinding staan of kunnen staan met primaire of secundaire wateren en daarom geen samenhangend geheel vormen met het vrij aan het aardoppervlak voorkomend water. Het gaat onder meer om tuinvijvers van bewoners, geïsoleerde (stads)vijvers in parken, plantsoenen en natuurgebieden, geïsoleerde opvangvijvers en bakken voor regenwater bij kassencomplexen en geïsoleerde water bevattende greppels in landbouwgebied, voor zover dit water niet vanzelf over kan lopen naar secundaire of primaire wateren. Op kaartbladnummer 002 van de Keur is aangegeven welke oppervlaktewaterlichamen al dan niet onder de Keur vallen.
4
Keur, Keurbesluit en Beleidsregels, De regels van AGV voor een veilig en gezond watersysteem, Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, 13 oktober 2011.
NOTA BODEMBEHEER | BELEID (TIJDELIJK) OPSLAAN EN TOEPASSEN GROND EN BAGGERSPECIE GEMEENTE WIJDEMEREN | DOCUMENTCODE: 14M1252.RAP002
Status: Definitief | Herziene versiedatum: 4 april 2016
3 / 42
In artikel 1.2 van de Keur zijn "standaardbreedtes" vastgelegd voor de beschermingszones ter weerszijden van wateren en voor kern- en (buiten)beschermingszones van waterkeringen en voor beschermende gronden (zie figuur 1.1). Deze breedtes zijn bepalend voor de reikwijdte van de verboden en geboden van de Keur, tenzij in de legger afwijkende breedtes zijn vastgelegd. De kernzone van een waterkerend dijklichaam wordt gerekend van binnen- tot buitenteen (zie figuur 1.2) tenzij in de legger een andere breedte is vastgelegd. Bij verholen waterkeringen is geen sprake van een binnen- of buitenteen. Daarom zijn voor de breedte van de kernzone in het zesde lid specifieke breedtes gedefinieerd. Beschermende gronden worden landinwaarts gerekend vanuit de waterlijn (zie figuur 1.3). In de praktijk betekent dat meestal vanuit de beschoeiing omdat beschermende gronden veelal beschoeid zijn.
Figuur 1.1. Profielen van water en beschermingszones.
NOTA BODEMBEHEER | BELEID (TIJDELIJK) OPSLAAN EN TOEPASSEN GROND EN BAGGERSPECIE GEMEENTE WIJDEMEREN | DOCUMENTCODE: 14M1252.RAP002
Status: Definitief | Herziene versiedatum: 4 april 2016
4 / 42
Figuur 1.2. Schematische weergave kern- en beschermingszones bij een waterkerend dijklichaam.
Figuur 1.3. Definiëring landinwaartse beschermingszones.
1.3
Geldigheid De nota bodembeheer, de bodemkwaliteitskaart en de bodemfunctieklassenkaart wordt door de gemeente vastgesteld voor een periode van maximaal 10 jaar. De bodemfunctieklassenkaart en de bodemkwaliteitskaart worden maximaal 5 jaar na de bestuurlijke vaststelling van deze nota geëvalueerd. Op basis van de evaluatie van de bodemfunctieklassenkaart en de bodemkwaliteitskaart wordt vastgesteld of aanpassing van deze nota noodzakelijk is of dat de nota in de huidige vorm nog een volgende 5 jaar kan worden gebruikt. Als de nota, de bodemkwaliteitskaart of de bodemfunctieklassenkaart moeten worden aangepast, moeten deze ook weer opnieuw (bestuurlijk) worden vastgesteld. NOTA BODEMBEHEER | BELEID (TIJDELIJK) OPSLAAN EN TOEPASSEN GROND EN BAGGERSPECIE GEMEENTE WIJDEMEREN | DOCUMENTCODE: 14M1252.RAP002
Status: Definitief | Herziene versiedatum: 4 april 2016
5 / 42
1.4
Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid
1.4.1
Verantwoordelijkheid De verantwoordelijkheid voor naleving van de regels bij het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond ligt in eerste instantie bij de initiatiefnemer. Maar ook een ieder die op een bepaald moment in enig opzicht macht uitoefent over (een deel van) de toepassing kan worden aangesproken; bijvoorbeeld een eigenaar, erfpachter, huurder of bruiklener. De initiatiefnemer voor de grondtoepassing, of een hiertoe gemachtigd persoon (ontdoener van de grond of tussenpersoon zoals een aannemer of adviesbureau), is dan ook verplicht om het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond te melden. In § 7.2.2 is een aantal situaties beschreven waarbij het toepassen van grond niet gemeld hoeft te worden. De verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer voor het ontgraven, het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond en daarna een ieder die macht uitoefent op de toepassingslocatie ligt verankerd in de wettelijke zorgplicht: Algemene zorgplicht in het kader van de Wet milieubeheer (artikel 1.1.a): achterwege laten van handelingen, die nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaken. Zorgplicht uit de Wet bodembescherming (artikel 13): een ieder die handelingen verricht, die kunnen leiden tot bodemverontreiniging, is verplicht preventieve en zo nodig herstellende maatregelen te treffen. Zorgplicht voor handelingen inzake afvalstoffen.
Met afvalstoffen wordt gedoeld op bijlage 1 van EU-richtlijn afvalstoffen van 1975. In de Wet milieubeheer wordt hierop ingegaan in de artikelen 10.1 en 10.2. Bij bodemsanering gaat het dan om verontreinigd puin, sintels, teerresten et cetera.
1.4.2
Aansprakelijkheid De bodemfunctieklassenkaart, de bodemkwaliteitskaart en deze nota bodembeheer zijn met grote zorgvuldigheid opgesteld. De bodemkwaliteitskaart biedt geen harde garanties voor de kwaliteit van een partij grond. De kaart doet alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. De eindverantwoordelijkheid voor de toepassing van grond blijft bij de initiatiefnemer en daarna een ieder die macht uitoefent op de toepassingslocatie. Als twijfel bestaat over de kwaliteit van de grond, wordt geadviseerd een onderzoek te laten uitvoeren.
1.5
Leeswijzer In hoofdstuk 2 is ingegaan op de vastgestelde bodemkwaliteit in de gemeente. In hoofdstuk 3 is een toelichting gegeven op de maatschappelijke opgave over het toepassen van grond in de gemeente. Het gemeentelijke beleid voor de toepassing van grond is in hoofdstuk 4 nader uitgewerkt. Het toepassen van grond met de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel komt in hoofdstuk 5 aan de orde. Hoofdstuk 6 gaat in op de onderzoeksinspanning die moet worden verricht voorafgaand aan het toepassen van grond. De te volgen procedures rondom het toepassen van grond zijn hoofdstuk 7 beschreven. In hoofdstuk 8 is ingegaan op de controle en de handhaving van grondstromen. Deze nota wordt afgesloten met een hoofdstuk over enkele delegaties van bevoegdheden door de Gemeenteraad naar het college van burgemeester en wethouders.
NOTA BODEMBEHEER | BELEID (TIJDELIJK) OPSLAAN EN TOEPASSEN GROND EN BAGGERSPECIE GEMEENTE WIJDEMEREN | DOCUMENTCODE: 14M1252.RAP002
Status: Definitief | Herziene versiedatum: 4 april 2016
6 / 42
De in deze nota gebruikte begrippen zijn in bijlage 1 uiteengezet. In bijlage 2 is ingegaan op de Wet- en regelgeving bij het ontgraven, het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond. In bijlage 3 is de statistische onderbouwing van de ontgravingskaarten opgenomen. De mogelijkheden voor het toepassen van grond binnen de gemeente, zonder dat bodemonderzoek uitgevoerd hoeft te worden, zijn weergegeven in een grondstromenmatrix dat in bijlage 4 is opgenomen. Om de bodemkwaliteitskaart te mogen gebruiken als bewijsmiddel voor de kwaliteit van de toe te passen grond en de ontvangende bodem, moeten historische onderzoek worden uitgevoerd. Hiervoor is een formulier opgesteld dat in bijlage 5 is opgenomen. Op de kaartbijlagen 1 en 2 zijn respectievelijk de bodemfunctieklassenkaart en een kaart met de ligging van de bodemkwaliteitszones weergegeven. Op de kaartbijlagen 3 en 4 zijn de te verwachten ontgravingsklassen voor respectievelijk het generieke en gebiedsspecifieke kader weergegeven. De toepassingseisen voor grond in de gemeente zijn voor het generieke en gebiedsspecifieke kader opgenomen in respectievelijk de kaartbijlagen 5 en 6.
NOTA BODEMBEHEER | BELEID (TIJDELIJK) OPSLAAN EN TOEPASSEN GROND EN BAGGERSPECIE GEMEENTE WIJDEMEREN | DOCUMENTCODE: 14M1252.RAP002
Status: Definitief | Herziene versiedatum: 4 april 2016
7 / 42
2
Vastgestelde bodemkwaliteit in de gemeente Als gevolg van de gebruikshistorie, geomorfologie, de ontwikkeling van de wijken, en de diffuse belasting door emissies van bedrijven en voertuigen, kan de bodem diffuus belast zijn met verontreinigende stoffen. In het algemeen geldt: hoe langer een gebied door mensen in gebruik is, des te meer een gebied belast is. In verband hiermee heeft een indeling plaatsgevonden op basis van geomorfologie, bodemgebruik, ouderdom. Bij de indeling heeft ook de vastgestelde bodemkwaliteit een rol gespeeld. Bij het opstellen van de bodemkwaliteitskaart is het gemeentelijk grondgebied op basis van de bovengenoemde criteria en de vastgestelde bodemkwaliteit in acht bodemkwaliteitszones verdeeld. Binnen een bodemkwaliteitszone wordt eenzelfde (gebiedseigen) chemische bodemkwaliteit verwacht (zie tabel 2.1 en de kaartbijlage 2A en 2B). Hierbij is rekening gehouden dat de bovenste halve meter van de bodem doorgaans meer belast is met verontreinigende stoffen dan de onderliggende bodemlaag. De kaart is opgesteld volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten5. De bodemkwaliteitskaart is vastgesteld voor de stoffen arseen, barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). Tabel 2.1: Onderscheiden bodemkwaliteitszones.
Bodemkwaliteitszones bovengrond (bodemlaag
Bodemkwaliteitszones ondergrond (bodemlaag
vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte)