Bijlage 01 Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
WONINGBOUW NEDERHORST DEN BERG NOORD Ruimtelijke onderbouwing 14 december 2021
1/2
DATUM KENMERK
14 december 2021 20200874_0014
PROJECT PROJECTLEIDER
drs. W. Kraaijeveld
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER AUTEUR drs. W. Kraaijeveld, M. Backx MSc, ir. E. van der Aa STATUS Ontwerp
DEZE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING GAAT VERGEZELD VAN EEN AFWIJKINGSPLAN OP GROND VAN ARTIKEL 2.12, EERSTE LID, SUB A, ONDER 3° WABO
2/2
© RHO ADVISEURS BV
Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
3
Inhoudsopgave Ruimtelijke onderbouwing
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Ligging projectgebied
7
1.3
Afwijking geldend bestemmingsplan
8
1.4
Leeswijzer
9
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
11
2.1
Huidige situatie projectgebied
11
2.2
Beoogde ontwikkeling
12
Hoofdstuk 3
Ruimtelijk beleidskader
15
3.1
Inleiding
15
3.2
Rijksbeleid
15
3.3
Provinciaal beleid
18
3.4
Gemeentelijk beleid
25
Hoofdstuk 4
Toetsing aan de omgevingsaspecten
31
4.1
Milieueffectrapportage
31
4.2
Bodem
31
4.3
Water
32
4.4
Luchtkwaliteit
36
4.5
Verkeer en parkeren
38
4.6
Geluid
39
4.7
Externe veiligheid
40
4.8
Kabels en leidingen
42
4.9
Bedrijven en milieuhinder
42
4.10
Archeologie en cultuurhistorie
43
4.11
Ecologie
45
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
49
5.1
Economische uitvoerbaarheid
49
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
49
Hoofdstuk 6
Conclusie
51
Rho adviseurs voor leefruimte
4
Bijlagen
53
Bijlage 1 Noord
Afwijkingsplan Woningbouw Nederhorst den Berg
Bijlage 2
Quickscan Wet natuurbescherming
57
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
59
Bijlage 4
Verkennend bodemonderzoek
61
Bijlage 5
Ladderonderbouwing Nederhorst den Berg Noord 63
Bijlage 6
Mobiliteitstoets
65
Bijlage 7
Onderzoek weidevogelleefgebied 2019
67
Bijlage 8
Onderzoek Weidevogelleefgebied 2021
69
Bijlage 9
Aanvullende motivering weidevogelleefgebied
71
Bijlage 10
Onderzoek stikstofdepostitie
73
Bijlage 11
Onderbouwing cultuurhistorie
75
Bijlage 12
Archeologisch bureauonderzoek & Inventariserend veldonderzoek
Bijlage 13
Aanmeldnotitie vormrije m.e.r.-beoordeling
79
Bijlage 14
Verslag participatiebijeenkomst
81
Rho adviseurs voor leefruimte
55
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
6
Rho adviseurs voor leefruimte
7
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
In de kern Nederhorst den Berg zijn te weinig woningbouwlocaties. De gemeente Wijdemeren wil meer woningen mogelijk maken om de groene kernen leefbaar te houden. De gemeente acht het noodzakelijk om mede te investeren in woningbouw om de nodige (basis)voorzieningen voor de kernen te behouden. Dit blijkt onder meer uit het Bestuursakkoord 2018-2022, Sterke dorpen, regionaal verbinden en een motie die in december 2019 door de raad is aangenomen. Hierbij wordt onderstreept dat er een grote behoefte is aan nieuwe woningen om jongeren perspectief op wonen in hun eigen gemeente te bieden, om ouderen een levensloopbestendige woonomgeving te verschaffen en om aan de steeds grotere verscheidenheid in woonbehoefte tegemoet te komen. Ten noorden van de kern Nederhorst den Berg ligt het initiatief voor om een woonwijk met circa 150 woningen te realiseren. Deze gronden zijn in eigendom van Kennemerland Beheer BV. Momenteel zijn de gronden ter plaatse bestemd voor 'Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden'. Om de ontwikkeling mogelijk te maken, dient daarom te worden afgeweken van het bestemmingsplan. Dit is mogelijk op grond van artikel 2.12 lid 1 Wabo. De beoogde ontwikkeling mag niet in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening. Dit wordt aangetoond door middel van een ruimtelijke onderbouwing. Deze onderbouwing voorziet hierin.
1.2
Ligging projectgebied
Het projectgebied ligt aan de noordkant van de kern Nederhorst den Berg. Het oosten van het projectgebied grenst aan de Dammerweg. Het zuiden van het projectgebied grenst deels aan de rand van de kern Nederhorst den Berg en deels aan een strook onbebouwde agrarische grond. In het westen en noorden grenst het projectgebied aan de veenweidegebied van de Horn- en Kuijerpolder. Zie figuur 1.1 voor de ligging van het projectgebied.
Rho adviseurs voor leefruimte
8
Figuur 1.1: Ligging projectgebied
1.3
Afwijking geldend bestemmingsplan
Geldend bestemmingsplan Ter plaatse van het projectgebied is het bestemmingsplan 'Buitengebied (vastgesteld op 27 september 2012).
Nederhorst Den Berg' geldig
Figuur 1.2: Vigerend bestemmingsplan 'Nederhorst Den Berg' ter plaatse van het projectgebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Rho adviseurs voor leefruimte
9
Het projectgebied bevindt zich op gronden met de bestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden'. Deze gronden zijn bestemd voor onder andere: de uitoefening van een bestaand agrarisch bedrijf in de vorm van veehouderij, niet zijnde intensieve veehouderij; het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de in dit gebied voorkomende landschappelijke en natuurlijke waarden, onder meer in de vorm van de voor het gebied kenmerkende openheid en de voor het veenweidelandschap kenmerkende flora en fauna; extensieve dagrecreatie; Daarnaast geldt voor een groot gedeelte van het projectgebied de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 4'. Voor deze gronden geldt dat bij bouwwerken groter dan 2.500 m 2 en graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. Strijdigheid bestemmingsplan Binnen de geldende bestemming zijn geen woningen toegestaan. Er dient daarom te worden afgeweken van het geldende bestemmingsplan om de nieuwe woonwijk mogelijk te maken. Nieuw planologisch kader afwijkingsbevoegdheid Deze ruimtelijke onderbouwing is bedoeld als onderbouwing bij een omgevingsvergunning om af te wijken van de vigerende bestemmingsplannen (de zogenoemde c-activiteit; artikel 2.1, eerste lid onder c Wet algemene bepalingen Omgevingsrecht (Wabo)).
Op grond van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3° Wabo is een goede ruimtelijke onderbouwing nodig. Omdat bij deze omgevingsvergunning nog geen vergunning wordt verleend voor concrete bouwplannen, zal de verleende omgevingsvergunning op een later moment dienen als planologisch toetsingskader voor bouwplannen. Het gaan dus om een aanvraag omgevingsvergunning 1 e fase. De omgevingsvergunning vervult daarbij feitelijk de functie van een bestemmingsplan om een goede ruimtelijke ordening te borgen. Om deze kaders vast te leggen, is bij de omgevingsvergunning een afwijkingsplan met kaart met regels gevoegd. Deze is tevens opgenomen in deze ruimtelijke onderbouwing, bijlage 1. Hierbij is voor de vormgeving zoveel mogelijk aansluiting gezocht op de RO Standaarden 2012, zoals deze voor bestemmingsplannen gelden. Door deze kaart met regels als voorschriften (ex artikel 2.22 lid 2 Wabo) te verbinden aan de omgevingsvergunning, krijgt deze de beoogde bindende werking als toekomstig toetsingskader. De genoemde kaart dient tezamen met het stedenbouwkundig schetsontwerp tevens als situatietekening van de nieuwe toestand als bedoeld in artikel 3.2 onder d van de Regeling omgevingsrecht.
1.4
Leeswijzer
Deze ruimtelijke onderbouwing bestaat uit: Wettelijke vereisten Waar in dit document? Een beschrijving van het project Hoofdstuk 2 De conclusies van het onderzoek naar het beleid en Hoofdstuk 3 en 4 de omgevingsaspecten De maatschappelijke en economische Hoofdstuk 5 uitvoerbaarheid, inclusief kostenverhaal
Rho adviseurs voor leefruimte
10
Rho adviseurs voor leefruimte
11
Hoofdstuk 2
2.1
Planbeschrijving
Huidige situatie projectgebied
Het projectgebied ligt ten noorden van de kern Nederhorst den Berg in het veenweidelandschap. Dit veenweidelandschap wordt gekenmerkt door de karakteristieke slotenstructuur, welke tevens de grenzen van het projectgebied bepalen. Het projectgebied ligt in de Horn- en Kuijerpolder. De naastgelegen Spiegelplas is ontstaan ten behoeve van turfwinning en latere zandwinning. De plas wordt nu gebruikt voor waterrecreatieve doeleinden. Nederhorst den Berg en het projectgebied liggen binnen de Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Hiermee is het gebied van uitzonderlijke universele waarde en maakt onderdeel uit van UNESCO-erfgoed. In bijlage 11 wordt de relatie tussen het projectgebied en de Stelling van Amsterdam en Nieuwe Hollandse Waterlinie uitgebreid beschreven. Ten oosten van het projectgebied, aan de Reeweg, liggen enkele vrijstaande woningen en een bedrijfsgebouw. De zuidkant van het projectgebied grenst aan een woonwijk van Nederhorst den Berg, bestaande uit voornamelijk rijwoningen en tweekappers.
Figuur 2.1: Huidige situatie Nederhorst den Berg Noord (bron: Google Street View)
Rho adviseurs voor leefruimte
12
2.2
Beoogde ontwikkeling
Om in de behoefte aan woningen in Nederhorst den Berg te voorzien, is in het noorden van Nederhorst den Berg een woonwijk beoogd. Het doel is een gasloze, klimaatadaptieve en waterrijke wijk te ontwikkelen voor de lokale behoefte met grote aandacht voor en een respectvolle inpassing in de landelijke omgeving. De ambitie is een groene overgangszone, zowel naar het open gebied (plasdras) naar de bestaande woonwijk.
Figuur 2.2: Stedenbouwkundig ontwerp Nederhorst den Berg Noord (bron: STEFVELDHUIZEN) Programma Het projectgebied heeft een oppervlakte van circa 7 hectare en biedt binnen een groenblauw landschappelijk raamwerk ruimte voor circa 150 woningen. Hiervan wordt 35% sociale huur, 30% koop tot 220.000 euro, 20% middeldure koop- en/of huur en 15% vrije sector. Woningen: 12 starterswoningen rug-aan-rug 6 levensloopbestendige woningen 28 beneden / boven woningen voor starters 18 appartementen 52 rijwoningen 32 tweekappers 1 vrijstaande woning Parkeerplaatsen: 66 eigen terrein 34 inpandig appartementen 120 binnenterreinen en parkeerkoffer 56 langs de straat
Rho adviseurs voor leefruimte
13
Het bovengenoemde programma sluit aan bij de grote behoefte aan betaalbare woningen in de gemeente Wijdemeren. Een uitgebreide beschrijving van de behoefte en een toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is te lezen in bijlage 5. Duurzaamheid Iedere gemeente staat voor de opgave om rekening te houden met de gevolgen van de klimaatverandering (droogte, wateroverlast en hittestress) en de energietransitie. Voor de regio Gooi en Vechtstreek en specifiek voor Wijdemeren is de bodemdaling, en de daarmee gepaard gaande CO2uitstoot nog een ernstig bijkomend probleem. Het mogen bouwen van een nieuwe woonwijk aan de noord rand van Nederhorst den Berg kan een proeftuin worden om al deze problemen bij de hand te nemen en te kijken naar oplossingen. Het realiseren van de circa 150 woningen aan de noord rand van Nederhorst den Berg, aansluitend aan de kern, komt met de beoogde ambities mede ten goede aan de natuur en het milieu. Het stedenbouwkundig ontwerp versterkt de aanwezige landschapselementen, gebaseerd op de strokenverkaveling van de veenweidepolder met behoud van de nodige openheid en een veelheid van groenblauwe structuren inclusief een omzoming c.q. overgang met wetlands naar het omliggend gebied. De dakvlakken van de bebouwing zullen eveneens in een natuurlijke c.q. groene dakbedekking worden uitgevoerd.
Verder worden de woningen conform de nieuwe eisen van de BENG c.q. het huidige of alsdan geldende bouwbesluit gebouwd. Dat betekent dat de woningen nagenoeg geen energie gebruiken voor het gebouwgebonden gebruik. Daarnaast onderzoekt de initiatiefnemer of de mogelijkheid bestaat de constructie van de grondgebonden woningen in hout uit te voeren zodat er nog maar weinig beton aan te pas komt.
Figuur 2.4: Ambities Landschap (bron: KB-wonen) Stedenbouwkundige ambities Nederhorst den Berg Noord wordt een waterrijk woongebied waarbij het aansluit op de bestaande karakteristieke waterstructuur van de veenweide. Tussen de kern van Nederhorst den Berg en het nieuwe woongebied wordt een groenblauwe buffer gerealiseerd met openbare voorzieningen. De ontsluitingsstructuur gaat uit van één ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer door de woonwijk van de Dammerweg naar de Paulus Potterstraat. Verder worden er voet- en fietsverbindingen gemaakt naar de kern en de aangrenzende woonwijk.
Rho adviseurs voor leefruimte
14
Figuur 2.5: Ambities stedenbouwkundige structuur (bron: KB-wonen)
Rho adviseurs voor leefruimte
15
Hoofdstuk 3
3.1
Ruimtelijk beleidskader
Inleiding
In dit hoofdstuk is de ontwikkeling getoetst aan het relevante beleidskader van rijk, provincie en gemeente.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Het rijksbeleid voor de ruimtelijke ordening is vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). In de SVIR schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Het Rijk laat de ruimtelijke ordening meer over aan gemeenten en provincies en kiest voor een selectieve inzet van rijksbeleid op 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk voor de resultaten. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.
3.2.2 Nationale Omgevingsvisie (ontwerp) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op Rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen we in gebieden komen tot betere, meer geïntegreerde keuzes. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio’s Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk wil het rijk de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren. Schonere lucht, voldoende groen en water en genoeg publieke voorzieningen waar mensen kunnen bewegen (wandelen, fietsen, sporten, spelen), ontspannen en samenkomen.
Daarbij hoort een uitstekende bereikbaarheid en toegankelijkheid, ook voor mensen met een handicap. We zorgen dat de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid verder toeneemt. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. Niet alleen groei heeft onze aandacht. Ook in gebieden met bevolkingsdaling versterken we de vitaliteit en leefbaarheid.
Rho adviseurs voor leefruimte
16
Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Toetsing In dit geval wordt een woonwijk gerealiseerd die bijdraagt aan de grote woningbehoefte en het versterken van de leefbaarheid in de kern. Door niet alles vol te bouwen in de kern, blijft er voldoende groen en water en ruimte om te bewegen.
3.2.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt niet alleen regels met betrekking op de 13 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, maar stelt ook regels die in bestemmingsplannen moeten worden opgenomen. Toetsing Voor dit project is het aspect Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde uit het Barro relevant. Op kaart 7 bij het Barro zijn de gronden aangeduid als gebied binnen de Stelling van Amsterdam en Nieuwe Hollandse Waterlinie (zie figuur 3.1).
Rho adviseurs voor leefruimte
17
Figuur 3.1 Uitsnede kaart 7 Barro (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) De regels uit het Barro luiden als volgt: Titel 2.13 Erfgoed van uitzonderlijke universele waarde Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde worden beschreven in titel 2.13. Eén van de erfgoederen die aangewezen is als erfgoed van uitzonderlijke waarde betreft de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Deze is gelegen ter plaatse van het plangebied. Provinciale Staten hebben de opdracht de begrenzing van de erfgoederen nader uit te werken. In het kader van de toetsing aan de provinciale ruimtelijke verordening komt dit onderwerp daarom nader aan bod, zie paragraaf 3.3.2.
3.2.4 Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Ruimtelijke plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, moeten worden getoetst aan Artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen moet de behoefte worden beschreven. Bij stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied, moet worden gemotiveerd waarom deze niet binnenstedelijk gerealiseerd kunnen worden. Toetsing Uit jurisprudentie blijkt dat een woningbouwontwikkeling vanaf 12 woningen is aan te merken als nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in art. 3.1.6 lid 2 Bro. Voor deze ontwikkeling moet er daarom getoetst worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Een uitgebreide toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in bijlage 5.
Rho adviseurs voor leefruimte
18
Geconcludeerd wordt dat het niet mogelijk is om binnenstedelijk in de woningbehoefte te voorzien. Daarom heeft de gemeente gekozen voor uitbreiding aan de noordzijde, aansluitend aan de kern Nederhorst den Berg. In Nederhorst den Berg zijn geen reële andere mogelijkheden.
3.2.5 Conclusie rijksbeleid Het plan is niet in strijd met het rijksbeleid.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. De hoofdambitie is opgedeeld in de volgende aspecten met bijbehorende ambities: Leefomgeving Klimaatverandering: een klimaat bestendig en waterrobuust Noord-Holland. Stad, land en infrastructuur worden klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. Gezondheid en veiligheid: het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Biodiversiteit en natuur: de biodiversiteit in Noord-Holland vergroten, ook omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt. Gebruik van de leefomgeving Economische transitie: een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor. De provincie biedt ruimte aan ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten. Wonen en werken: woon- en werklocaties dienen beter met elkaar in overeenstemming te zijn. Woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends.
Mobiliteit: inwoners en bedrijven van Noord-Holland kunnen zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt verplaatsen. Landschap: het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. Energietransitie De ambitie van de Provincie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op hernieuwbare energie. Daarnaast wordt er met de Omgevingsvisie NH2050 een richting uitgezet om houvast te bieden naar de onzekere toekomst. Daarvoor wordt een aantal bewegingen naar de toekomst toe benoemd: 1. Noord-Holland in beweging: Op weg naar een economisch duurzame toekomst; 2. Dynamisch schiereiland: Benutten van een unieke ligging; 3. Metropool in ontwikkeling: Vergroten agglomeratiekracht door het ontwikkelen van een samenhangend internationaal concurrerend metropolitaan systeem; 4. Sterke kernen, sterke regio's: Sterke kernen houden regio's vitaal; 5. Nieuwe energie: Economische kansen benutten van energietransitie; 6. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving: vergroten van biodiversiteit en ontwikkelen van een
Rho adviseurs voor leefruimte
19
economisch duurzame agrifoodsector. Er wordt in de Omgevingsvisie NH2050 uitgegaan van het principe ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’. Hierbij wordt gelet op de diversiteit aan regio's en wordt ruimte geboden aan maatwerk en ruimte om vorm te kunnen geven aan een wendbare samenleving. Toetsing Het project sluit aan bij de ambities uit de Omgevingsvisie NH2050, vooral ten aanzien van de ontwikkeling van woonlocaties aansluitend aan bestaand stedelijk gebied, waterrobuust, energieneutraal en in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends.
3.3.2 Provinciale Ruimtelijke Verordening (geconsolideerde versie 2019) Voor de beoogde ontwikkeling zijn de regels van de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) van toepassing. De nieuwe Omgevingsverordening NH2020 is vanaf 17 november 2020 in werking getreden. De aanvraag omgevingsvergunning is op 25 september 2020 aangevraagd middels het omgevingsloket. Overeenkomstig artikel 12.2 sub a van de Omgevingsverordening NH2020 is derhalve het oude recht van op de beoogde aanvraag omgevingsvergunning van toepassing (zijnde de PRV). In de Provinciale Ruimtelijke Verordening zijn regels opgenomen waaraan ruimtelijke plannen in NoordHolland moeten voldoen. Toetsing Voor het projectgebied zijn de volgende onderwerpen relevant: a. Stelling van Amsterdam; b. Nieuwe Hollandse Waterlinie; c. Weidevogelleefgebied Stelling van Amsterdam en Nieuwe Hollandse Waterilinie Het projectgebied is onderdeel van de Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Ontwikkelingen zijn hier alleen onder voorwaarden mogelijk. Dit wordt nader toegelicht in paragraaf 4.10.
Rho adviseurs voor leefruimte
20
Figuur 3.2 Uitsnede kaart UNESCO (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Weidevogelleefgebied Het gebied is ook aangemerkt als weidevogelleefgebied.
Rho adviseurs voor leefruimte
21
Figuur 3.3: Uitsnede kaart ecologie (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Artikel 25 PRV regelt de bescherming hiervan. Dit artikel luidt als volgt: Artikel 25 Weidevogelleefgebieden 1. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op weidevogelleefgebieden, zoals op kaart 4 en op de digitale verbeelding ervan aangegeven, voorziet niet in: a. de mogelijkheid van nieuwe bebouwing, anders dan binnen een bestaand bouwblok of een uitbreiding daarvan; b. de mogelijkheid van aanleg van nieuwe weginfrastructuur; c. de mogelijkheid van aanleg van bossen of boomgaarden; d. de mogelijkheid verstorende activiteiten, buiten de huidige agrarische activiteiten, te verrichten die het weidevogelleefgebied verstoren, en; e. de mogelijkheid werken uit te voeren die realisatie van nieuwe peilverlagingen mogelijk maken. 2. In een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid wordt de aanleg van hoog opgaande beplantingen of laanbeplanting afhankelijk gesteld van een aanlegvergunning, als bedoeld in artikel 3.3. sub a. van de Wet ruimtelijke ordening. 3. In afwijking van het eerste lid kan een bestemmingsplan wel voorzien in de in dat lid omschreven ontwikkelingen indien dit geschiedt ten behoeve van: a. een ingreep waarvoor geen aanvaardbaar alternatief aanwezig is en waarmee bovendien een groot openbaar belang wordt gediend; b.
woningbouw indien er sprake is van de toepassing van de regeling Ruimte voor Ruimte als bedoeld in artikel 16 en waarbij de natuurdoelen leidend zijn; c. woningbouw die bijdraagt aan een substantiële verbetering van in de directe omgeving daarvan aanwezige natuurkwaliteiten van het landschap of; d. een ingreep die netto geen verstoring van het weidevogelleefgebied geeft.
Rho adviseurs voor leefruimte
22
4.
5.
6.
In aanvulling op het derde lid kan het bestemmingsplan hier alleen in voorzien indien in het bestemmingsplan wordt opgenomen: a. op welke wijze schade aan een weidevogelleefgebied zoveel mogelijk wordt voorkomen en resterende schade wordt gecompenseerd; b. hoe wordt geborgd dat de maatregelen ten behoeve van de compensatie als bedoeld onder a daadwerkelijk worden uitgevoerd; c. op welke wijze aan het gestelde in artikel 5a of artikel 5c wordt voldaan en; d. op welke wijze aan de ruimtelijke kwaliteitseisen als bedoeld in artikel 15 is voldaan. Gedeputeerde staten kunnen, gehoord de desbetreffende commissie van provinciale staten, de begrenzing van de weidevogelleefgebieden wijzigen: a. naar aanleiding van recente tellingen van het aantal broedparen; b. ten behoeve van een kleinschalige ontwikkeling of; c. ten behoeve van de krachtens het derde lid gestelde regels. Gedeputeerde staten kunnen nadere regels stellen ten aanzien van de wijze waarop compensatie plaatsheeft, als bedoeld in het vierde lid onderdelen a en b.
Algemeen De provincie heeft criteria opgesteld waaraan een weidevogelleefgebied moet voldoen. Tevens heeft de provincie zichzelf de mogelijkheid gegeven om – op basis van een inventarisatie – wijzigingen in de begrenzing aan te brengen. De Horn- en Kuijerpolder voldoet niet aan een van de criteria die de provincie zichzelf heeft opgelegd. Ook de recente inventarisatie geeft geen aanleiding om de gehele Horn- en Kuijerpolder aan te wijzen. In belangrijke delen zijn nog nooit of slechts incidenteel weidevogels gemeld. Alleen in het noorden van de polder is een zekere concentratie van weidevogels aanwezig. De ontwikkeling biedt derhalve juist kansen om binnen het gebied of aangrenzend daaraan een bijdrage te leveren aan een verbetering van het weidevogelleefgebied. Voor een aanvullende motivering wordt verwezen naar bijlage 9. Lid 1 a. de ontwikkeling voorziet wel in de mogelijkheid van nieuwe bebouwing, lid 3 is van toepassing; b. de ontwikkeling voorziet wel in de mogelijkheid van nieuwe weginfrastructuur ten behoeve van interne ontsluitingswegen in het woongebied, lid 3 is van toepassing; c. binnen het gebied worden tuinen en dus ook bomen aangelegd, lid 3 is van toepassing; d. niet van toepassing; e. niet van toepassing; Lid 2 Niet van toepassing Lid 3 a.
Onder verwijzing naar de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 25 maart 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:883) en 15 april 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1072) blijkt dat onder bepaalde omstandigheden, woningbouw op zichzelf een groot openbaar belang kan dienen. Daarbij kan in achtneming worden genomen: 1. de invloed van woningbouw op de levensvatbaarheid van de voorzieningen in een kern; 2. waarom woningen alleen voorzien kunnen worden op de gekozen locatie en; 3. waarom niet met minder woningen kan worden voorzien. Toelichting op punt 1: Uit de ladderonderbouwing (zie bijlage 5) blijkt dat er in de gemeente Wijdemeren te weinig harde plancapaciteit is om in de woningbehoefte te kunnen voorzien. Zoals in de gemeentelijke Woonvisie is aangegeven moet aantal woningen voor jongeren en jonge gezinnen vergroot worden om de leefbaarheid in de kernen te versterken. Daarvoor zijn dus met name grondgebonden woningen nodig
Rho adviseurs voor leefruimte
23
zoals ook blijkt het aangenomen amendement door de gemeenteraad inzake dit bouwplan. Nederhorst den Berg is qua inwoners één van de grote 3 kernen in de gemeente Wijdemeren. De kern heeft dan ook voldoende draagvlak voor voorzieningen nodig. Omdat er sprake is van een voorzieningenkern is altijd sprake van een grotere lokale woningbehoefte omdat meer mensen in kernen met basisvoorzieningen willen wonen. Het niet realiseren van de beoogde woningbouw leidt tot verdere vergrijzing van de kern en wordt het voorzieningenniveau voor de diverse voorzieningen bedreigd. Daardoor zal eveneens het draagvlak voor bijvoorbeeld een basisschool of het verenigingsleven afnemen. Dit heeft een negatief effect op de levensvatbaarheid van de voorzieningen, zowel maatschappelijk als commercieel. Toelichting op punt 2: Zoals uit de ladderonderbouwing blijkt zijn in Nederhorst den Berg geen reële andere alternatieven om in de woningbehoefte van deze omvang en van dit type woningen te voorzien. Ook is aangegeven dat de inbreidingsmogelijkheden in de kern Nederhorst den Berg in 2020 opdrogen. Er is in totaal behoefte aan circa 800 woningen in de periode 2019-2030, waarvan minimaal 184-230 in de kern Nederhorst den Berg. In een dorps woonmilieu met gemiddeld circa 25 woningen per hectare is ten minste 7 hectare nodig. Die ruimte is niet te vinden in de kern (zonder de woningdichtheid fors te verhogen).
Het verhogen van de woningdichtheid binnen de bestaande kern zou leiden tot een stedelijke dichtheid en kan alleen door appartementen toe te voegen. Omdat er direct vraag is naar grondgebonden woningen, is de beoogde uitbreiding noodzakelijk. Hiermee blijft het groene dorpse karakter van Nederhorst den Berg intact en kan invulling worden gegeven aan de concrete woningbehoefte. Toelichting op punt 3: Zoals hiervoor is aangegeven is er op basis van de ladderonderbouwing geconstateerd dat in de gemeente te weinig harde plancapaciteit om in de woningbehoefte te kunnen voorzien. De behoefte is minimaal 184-230 woningen in Nederhorst den Berg en er zijn harde plannen voor 14. Gelet op de actualiteit is de woningbehoefte ten opzichte van de situatie 2020 alleen maar groter geworden. Conclusie: De beoogde woningbouw is aan te merken als een groot openbaar belang. Er is een grote woningbehoefte in Nederland en eveneens in de voorzieningenkern van Nederhorst den Berg. Er zijn geen reële alternatieven op andere locaties in de gemeente Wijdemeren/ de kern Nederhorst den Berg om in die behoefte te voorzien. Het niet realiseren van de beoogde woningbouw leidt naast nog grotere schaarste op de woningmarkt tot een sterk negatief effect op de levensvatbaarheid van voorzieningen in de kern Nederhorst den Berg, zowel maatschappelijk als commercieel. b. c. d.
niet van toepassing; voor de toetsing aan artikel 5a zie bijlage 5. Artikel 5c niet van toepassing; De ontwikkeling leidt netto in principe tot aantasting van weidevogelleefgebied. Uit onderzoek (zie bijlage 7) blijkt echter dat er geen broedparen in het projectgebied voorkomen. In het verstoringsgebied van 250 meter rondom het ontwikkelingsgebied zijn in 2018 twee broedparen aangetroffen. Het projectgebied heeft feitelijk gezien daarom geen betekenis voor weidevogels. De effecten zijn marginaal. Dit wordt opnieuw bevestigd in het actualiserend onderzoek uit 2021 (zie bijlage 8).
Lid 4 a. Zoals genoemd in art. 25, lid 3 onder d treedt er geen schade op aan het beleidsmatig aangewezen weidevogelleefgebied. Voor de compensatie van weidevogelleefgebied heeft de provincie NoordHolland de Uitvoeringsregeling natuurcompensatie Noord-Holland (2014) opgesteld. Conform de uitvoeringsregeling kan dit in de vorm van realisatie van nieuw weidevogelleefgebied, maar indien het minder dan 5 hectare omvat, kan ook financieel gecompenseerd worden (artikel 1, lid 3). Het plangebied is echter groter dan 5 hectare. Compensatie moet plaatsvinden in de nabijheid van het aangetaste gebied tenzij wordt aangetoond dat dit niet mogelijk is. Door adequate
Rho adviseurs voor leefruimte
24
b. c. d.
herinrichtingsmaatregelen en water- en graslandbeheer aangrenzend aan het woongebied kan wel een kwalitatief hoogwaardig weidevogelleefgebied worden ontwikkeld. De netto afname van het provinciale beleidsmatige weidevogelleefgebied van de Horn- en Kuijerpolder als gevolg van de beoogde woningbouw is daarmee in afwijking van de provinciale uitvoeringsregels meer dan evenredig verantwoord te achten. Een voorstel voor inrichtingsmaatregelen en actief beheer van het weidevogelleefgebied is weergegeven in bijlage 9. De borging van de maatregelen zullen worden opgenomen in een kwalitatief compensatieplan zoals opgenomen in bijlage 9. Voor de toetsing aan artikel 5a zie bijlage 5. Artikel 5c niet van toepassing; In bijlage 11 is het initiatief getoetst aan de genoemde provinciale regels. Uit het onderzoek komt naar voren dat een klein deel van de openheid van het landschap wordt beperkt maar dit wordt niet significant geacht. Door de rechte lijnen die aansluiten op de verkavelingsstructuur van het polderlandschap wordt een zorgvuldige inpassing van de nieuwe woonwijk geborgd. Het plan houdt dus goed rekening met de bestaande kwaliteiten en ontwikkelprincipes van het Ensemble Vechtstreek en voldoet daarmee aan de ruimtelijke kwaliteitseisen die de provincie Noord-Holland daaraan stelt.
Lid 5 a. Uit onderzoek (zie bijlage 8) blijkt dat er geen broedparen in het projectgebied voorkomen. In het vermeende 'verstoringsgebied' van 250 meter rondom het ontwikkelingsgebied zijn in 2018 twee broedparen aangetroffen. b. De provincie wordt verzocht de begrenzing van het weidevogelleefgebied te wijzigen. Gelijktijdig worden kwalitatief compenserende maatregelen voorgesteld. Aansluitend aan het nieuwe woongebied kan door gebiedsinrichting met optimaal water- en graslandbeheer een prima kwaliteitsslag gemaakt worden ten behoeve van een hoogwaardiger weidevogelgebied. De beperkte territoriale afname van het beleidsmatig aangeduide weidevogelleefgebied van de Hornen Kuijerpolder als gevolg van de beoogde woningbouw, is daarmee te verantwoorden. Voor een aanvullende motivering wordt verwezen naar bijlage 9. c. niet van toepassing; d. zie ad. 3 Lid 6 N.v.t. Conclusie Omdat er in Nederhorst den Berg geen reële andere alternatieven zijn om in de woningbehoefte te voorzien en daarmee de leefbaarheid van deze kern te waarborgen en zo mogelijk nog te versterken is onderbouwd waarom het initiatief als haalbaar wordt geacht. In paragraaf 4.10 onderbouwd dat het beoogde initiatief voldoende rekening houdt met het aspect cultuurhistorie en UNECSO. Ten aanzien van het weidevogelleefgebied blijkt uit recente tellingen dat er geen broedparen in het gebied voorkomen.
De provincie wordt daarom verzocht de grens van het weidevogelleefgebied aan te passen. Daarnaast worden compenserende maatregelen voorgesteld in het naastgelegen gebied overeenkomstig de uitvoeringsregeling natuurcompensatie Noord-Holland. Met in achtneming van bovengenoemde punten voldoet het initiatief aan de Provinciale Ruimtelijke Verordening.
Rho adviseurs voor leefruimte
25
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Structuurvisie Wijdemeren (2013) 'Beheerste ontwikkeling met behoud van het goede' is het motto van de structuurvisie. De structuurvisie geeft onder andere antwoord op de vragen als waar is nog ruimte voor natuur, wonen, werken, verkeer en recreatie. Toetsing In structuurvisie Wijdemeren is de gewenste toekomstige ruimtelijke structuur beschreven. De locatie is niet bezien als potentiële uitbreidingslocatie. De locatie die wel in beeld is als toekomstige uitbreidingslocatie is Overmeer, ten zuiden van Nederhorst den Berg. Deze locatie is inmiddels echter ontwikkeld.
Figuur 3.3: Uitsnede structuurvisiekaart (bron: structuurvisie Wijdemeren) In de structuurvisie uit 2012 is nog geen rekening gehouden met uitbreiding aan de noordzijde. Om diverse redenen is het noodzakelijk om nu aan de noordzijde uit te breiden.
3.4.2 Omgevingsvisie Wijdemeren 2040 De omgevingsvisie geeft richting aan toekomstige ontwikkelingen, initiatieven en beleid. De gemeente wil initiatieven - van inwoners, van de markt of van maatschappelijke partners - inspireren en vroegtijdig in goede banen leiden. Hiermee wil de gemeente partijen stimuleren om een bijdrage te leveren aan de verschillende opgaven waarvoor men staat en onderdeel te worden van de nieuwe samenwerkingen die daarbij wordt gezocht. Ook kan de gemeente tegenstellingen of juist belangen die elkaar versterken, vroegtijdig identificeren. Zoals de relatie tussen de fysieke leefomgeving en sociaal maatschappelijke opgaven. Daarnaast zoekt de gemeente de verbinding met ruimtelijke opgaven in de regio en de provincie. Vanuit het verhaal van Wijdemeren wordt aangesloten op het Regionale Koersdocument Gooi en Vechtstreek, het Gebiedsakkoord Oostelijk Vechtplassen en de Provinciale Omgevingsvisie. Op basis van de visie op Wijdemeren in 2040 en de diverse trends en ontwikkelingen die op de gemeente afkomen zijn drie integrale kernopgaven geformuleerd. Drie verhaallijnen die ingaan op de uitdagingen die voorliggen en de bijbehorende ambities. De drie kernopgaven zijn:
Rho adviseurs voor leefruimte
26
A. Vitale en gezonde leefomgeving: behoud en versterking van de woon- en leefkwaliteit in de kernen en linten. B. Ruimte voor ondernemerschap en bereikbaarheid: het vergroten van het verdienvermogen door ruimte te bieden voor (nieuwe) economische activiteiten en te investeren in bereikbaarheid. C. Waardevol landschap: Vormgeven aan natuurbehoud, landschapsbeheer en vergroting van de biodiversiteit. Toetsing De ontwikkeling draagt bij aan de kernopgave A. Volgens kernopgave A wordt een vitale en gezonde leefomgeving onder andere bereikt door te voorzien in de woonbehoeften. De steeds grotere groep ouderen in de gemeente heeft behoefte aan levensloopbestendige woningen en een levensloopbestendige woonomgeving waarin zij zelfstandig kunnen functioneren. Om op korte en langere termijn te kunnen voorzien in de woonbehoefte is een woningbouwprogramma nodig dat niet alleen aansluit op de behoefte van vandaag, maar ook rekening houdt met de vraag van morgen. Het beoogde project is op de kaart met ruimtelijke keuzes aangeduid als 'complementair en onderscheidend ontwikkelen' (zie figuur 3.3).
Figuur 3.3 Uitsnede omgevingsvisie - ruimtelijke vertaling van kernopgave A Nieuwbouw biedt volgens de Omgevingsvisie mogelijkheden om tekorten in bepaalde segmenten van de woningmarkt aan te vullen en de doorstroming naar passende woningen te bevorderen. Wijdemeren zet in op het creëren van diverse woonmilieus op de geplande uitbreidingslocaties die aansluiten op zowel de lokale als regionale behoefte. Daarin wil de gemeente in regionaal opzicht complementair en onderscheidend zijn, en een uniek aanbod toevoegen. Wijdemeren ziet daarbij extra kansen om woningen en woonmilieus toe te voegen die passen bij de ruimtelijke kwaliteit van Wijdemeren, ook met oog op klimaatadaptatie en duurzaamheid.
Rho adviseurs voor leefruimte
27
Door de inbedding van de kernen en linten in het waardevolle landschap en de natuur is er weinig ruimte voor uitbreiding. Het op peil houden van de woningbouw in Wijdemeren op korte termijn hangt voor een groot deel af van de ontwikkeling op uitbreidingslocaties. Nederhorst-Noord is één van die specifieke locaties. Geconcludeerd wordt dat het initiatief daarom past binnen de Omgevingsvisie. 3.4.3 Bestuursakkoord 2018-2022, Sterke dorpen, regionaal verbinden In het bestuursakkoord is opgenomen dat partijen in beginsel positief tegenover het ontwikkelingsplan Nederhorst den Berg Noord staan. 3.4.4 Motie Woningbouw Nederhorst den Berg Noord In december 2019 heeft de gemeenteraad de Motie Woningbouw Nederhorst den Berg Noord aangenomen om mee te werken om deze locatie zo snel mogelijk planologisch mogelijk te maken. 3.4.5 Woonvisie wijdemeren 2021-2024 Een lokale woonvisie, zeker voor een kleinere gemeente als Wijdemeren, staat nooit op zichzelf maar is zowel regionaal als lokaal verbonden met andere thema’s. Regionaal is er een samenhang met het woonbeleid dat in de Regionale woonvisie Gooi en Vechtstreek 2016-2030 en het woonakkoord met de Provincie Noord-Holland is vastgelegd. Deze twee documenten vormen dan ook de belangrijkste context naast het beleid dat de gemeente in deze visie heeft vastgelegd. Onlangs is in de regio het woonakkoord met de provincie opgesteld.
Deze komt in de plaats van het regionaal actieprogramma wonen (RAP). Regionaal is de ambitie voor toe te voegen sociale nieuwbouwwoningen verhoogd om het aandeel daarvan op peil te houden. De aantallen zijn gebaseerd op de bevolkingsprognose van de provincie Noord Holland waarin is opgenomen dat in de Regio Gooi en Vechtstreek in principe 10.400 woningen kunnen worden gebouwd plus een extra inhaalvraag van circa 1.100 woningen tot en met 2030. Voor Wijdemeren is in dit rapport een behoefte voorzien van 800 woningen. Deze ambitie is opgenomen in de huidige plancapaciteit. Uit de woonvisie blijkt dat er een tekort is aan betaalbare en middeldure woningen. De gemeente zet daarom in op het realiseren van sociale huur- en/of koopwoningen en woningen in het middeldure segment (€ 750-€ 1000 per mnd.) en wil zorgen dat deze woningen betaalbaar blijven. Hoofddoel voor de woonvisie Wijdemeren 2021-2024 is gericht op het stimuleren van een divers samengestelde woningvoorraad, nu en in de toekomst, waarbij deze zo goed mogelijk is afgestemd op de samenstelling van de inwoners van Wijdemeren, met extra aandacht voor het behoud van (woon)mogelijkheden voor jongeren en jonge gezinnen. Dit doel leidt tot de 3 volgende doelstellingen: Focus op betaalbare nieuwbouw Leefbare kernen met oog voor kwaliteit van leefbaarheid: aandacht voor huisvesting van jongeren en jonge gezinnen door het o.a.
creëren van doorstroming voor senioren naar passende gelijkvloerse woningen. Duurzame woningvoorraad: niet alleen transformatie naar energie zuinig maar ook divers samengesteld en flexibel, door toevoeging van woningtypes die er te weinig zijn. Gestapelde woningen toevoegen die passend zijn in de omgeving en woningen aanpassen om de ouder wordende bevolking te kunnen huisvesten, zodat zij in hun eigen kern kunnen blijven wonen Randvoorwaarden bij het realiseren van nieuwbouw zijn: 1/3 deel van het totaal aantal te realiseren nieuwbouwwoningen vanaf 4 woningen vindt minimaal plaats in het sociale segment (koop tot € 220.000,- zoals vastgelegd in het raadsbesluit van 30 juni 2020 of huur tot € 750,- p/mnd-peil 2021); Het percentage gestapelde en gelijkvloerse woningbouw op het totaal aantal te realiseren Rho adviseurs voor leefruimte
28
nieuwbouwwoningen vanaf 10 woningen bedraagt 40%. 1/3 deel van het totaal aantal te realiseren nieuwbouwwoningen vanaf 10 woningen vindt minimaal plaats in het middeldure huur (vanaf 752,- p/mnd -peil 2021- tot €1000,-) of koop (tot de NHG grens, peil 2021 € 325.000) segment.
Uit de Bijlage Woningbouwprogramma 2021-2030 blijkt dat er in de gemeente Wijdemeren harde en zachte plancapaciteit is voor 982 woningen. Toetsing De behoefte is circa 800 woningen. Rekening houdend met planuitval is circa 30% meer capaciteit noodzakelijk en zouden in de gemeente circa 1.040 woningen gepland moeten worden. Er zijn plannen voor 982 woningen opgenomen. Nederhorst den Berg Noord staat nog niet in de planning, maar is een van de laatste mogelijkheden voor uitbreiding van de kern, gelet op het nieuwe provinciale beleid in de omgevingsverordening. Dit plan kan nog onder het oude regime worden afgedaan. In het plan is rekening gehouden met de randvoorwaarden uit de woonvisie. 3.4.6 Nota Klimaatadaptatie 2020-2030 Om - ook in de toekomst - prettig te kunnen wonen, werken en recreëren, investeert de gemeente Wijdemeren stap voor stap in een klimaatbestendige en waterrobuuste buitenruimte. In de Nota Klimaatadaptatie zijn de ambities vastgelegd. Dit betekent concreet dat in 2050: 100 millimeter regen in 24 uur niet tot schade of wateroverlast leidt. bij hevige regen er geen vuilwater op straat, in tuinen of in de natuur terecht komt. tropische temperaturen en langdurige droogte de leefbaarheid beperkt negatief beïnvloeden. Met deze nota wil de gemeente het risico op wateroverlast in de bebouwde omgeving verminderen.
Dit hangt samen met het voorkomen van droogte, hittestress en bodemdaling. Met deze nota geeft de gemeente invulling aan de gezamenlijke opgave met een combinatie van maatregelen. Deze zijn: 1. Optimale inzet rioolstelsel: Gemeente legt een gescheiden rioolstelsel aan. In 2020 heeft na schatting 10% va de huishouden een gescheiden afvoer. Het doel is dat in 2030 45% van alle huishoudens is aangesloten op het gescheiden rioolstelsel. In 2050 moet dit 90% zijn. Een hemelwaterverordening helpt hierbij. 2. Groene daken:. Groene (sedum) daken zijn effectief in het bergen en vertraagd afvoeren van regenwater. Daarnaast is het goed als dakisolatie, verlegt de levensduur van het dak en geeft het verkoeling in de zomer. Met een subsidie op groene daken stimuleren wij de aanleg van 4000 vierkante meter groene dakoppervlakte per jaar. Daarmee kunnen alle inwoners een schuur of tuinhuis van 40 vierkante meter bedekken. 3. Waterberging bij bouw: Alle nieuwbouw-, uitbouw- en renovatieprojecten in Wijdemeren dragen vanaf 2021 bij aan het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de bebouwde omgeving. Tenminste 40 millimeter van gesloten verhardoppervlakte afstromend regenwater wordt op het eigen perceel geborgen. 4. Waterberging openbare ruimte: Herinrichtingsprojecten van de gemeente zijn bij oplevering klimaatbestendig en waterrobuust.
In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) is de ambitie opgenomen om 100 millimeter regenwater in de openbare ruimte te kunnen bergen of afvoeren. Toetsing In overeenstemming met de regels vanuit het waterschap is ruimschoots rekenschap gehouden met voldoende waterberging (zie ook paragraaf 4.3). Bij de uitwerking van het plan zal het gebruik van groene daken overwogen kunnen worden. Het plan voldoet aan de uitgangspunten uit de Nota Klimaatadaptatie.
Rho adviseurs voor leefruimte
29
3.4.7 Laadpalenbeleid 2020-2025 Om aan de toekomstige laadbehoefte te voldoen, is een versnelling in het plaatsen van laadpalen in de openbare ruimte nodig. Dit beleid is opgesteld om deze versnelling mogelijk te maken. De gewenste versnelling realiseert de gemeente als volgt: 1. Het huidige proces van aanvraag tot plaatsing is lang. Dit proces wordt aanzienlijk verkort. 2. Het is niet altijd mogelijk om op korte afstand van thuis of werk een nieuwe laadpaal in de openbare ruimte te plaatsen. Met dit beleid beantwoordt de gemeente een aanvraag met: “ja, mits…" . De gemeente stelt nieuwe kaders voor de toekenning van een laadpaal in de openbare ruimte. 3. Vooralsnog plaatst de gemeente laadpalen in de openbare ruimte op aanvraag. Bij herinrichtingsprojecten plaatst de gemeente laadpalen in de openbare ruimte ook proactief. Toetsing Het initiatief wordt op private grond gerealiseerd. Bij de aansluiting van nieuwe laadpalen in de openbare ruimte wordt een verzoek ingediend bij de gemeente.
3.4.8 Conclusie In de structuurvisie uit 2012 is nog geen rekening gehouden met uitbreiding van Nederhorst aan de noordzijde. Inmiddels is via het bovengenoemde bestuursakkoord, de motie woningbouw Nederhorst den Berg Noord en de nieuwe Omgevingsvisie 2040 kenbaar gemaakt dat de gemeente de woningbouwontwikkeling in Nederhorst den Berg Noord mogelijk wil maken.
Rho adviseurs voor leefruimte
30
Rho adviseurs voor leefruimte
31
Hoofdstuk 4
4.1
Toetsing aan de omgevingsaspecten
Milieueffectrapportage
In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit mer is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. Onderzoek Het voorliggend plan maakt de nieuwbouw van 150 woningen mogelijk. Dit valt onder de activiteit 'aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van winkelcentra of parkeerterreinen' genoemd in onderdeel C en D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. De ontwikkeling blijft wel onder de drempelwaarden (een oppervlakte =100 ha, een aaneengesloten gebied en =2.000 woningen of een bedrijfsvloeroppervlakte =200.000 m 2). Er moet daarom beoordeeld worden of belangrijke nadelige milieueffecten kunnen worden uitgesloten door middel van een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling.
In bijlage 13 is de aanmeldnotitie voor de vormvrije m.e.r-beoordeling opgenomen, waarin is vastgesteld dat geen MER nodig is voor dit project. Daaruit blijkt dat, gelet op de kenmerken van het project (zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden.
4.2
Bodem
Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij een functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig gesaneerd dient te worden dat zij kan worden gebruikt voor de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd.
Rho adviseurs voor leefruimte
32
Onderzoek Met het voorliggend plan wordt een functiewijziging van agrarisch naar wonen mogelijk gemaakt. Er is vanwege deze functiewijziging een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat er vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen beperkingen worden voorzien inzake de bestemmingsplanwijziging. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Bij de uitvoering wordt rekening gehouden met te treffen saneringsmaatregelen ter plaatse van de geplande nieuwbouw.
4.3
Water
Waterbeheer en watertoets De initiatiefnemer dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijk planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het projectgebiedligt binnen het beheersgebied van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Waternet voert taken uit in opdracht van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Bij het tot stand komen van dit plan wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over deze waterparagraaf. De opmerkingen van de waterbeheerder worden vervolgens verwerkt in deze waterparagraaf. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het projectgebiedrelevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap nader wordt behandeld. Europa: Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal: Nationaal Waterplan (NW) Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) Waterwet Provinciaal Provinciaal Waterplan Waterschapsbeleid In het Waterbeheerplan 2016-2021 beschrijft het waterschap wensbeelden per thema voor 2030, en daaruit afgeleid doelen voor de planperiode 2016-2021 op hoofdlijnen.
Hierin staat wat het waterschap doet aan veiligheid, de beschikbaarheid van voldoende en schoon water, en aan efficiënte zuivering van afvalwater. Ook zet het waterschap zich in voor het behoud van cultuurhistorisch erfgoed en de natuur. Het waterschap wil bereiken dat mensen zich bewuster worden van het belang van een veilig en 'robuust' (toekomstbestendig) watersysteem. Het waterschap wil open en toegankelijk zijn, actief naar samenwerking zoeken en de dialoog aangaan. De strategische uitgangspunten voor de langere termijn (2030) zijn: Samenbrengen van alle regionale waterbeheertaken in één regionale waterautoriteit; Een klimaatbestendig en daarmee water robuust gebied; Steden die beter bestand zijn tegen extreme regenbuien, wateroverlast, overstromingen, hitte en droogte; Een omgeving die zich bewust is van waterveiligheid; Water dat overal in het gebied geschikt is voor de vastgestelde gebruiksfunctie; Gebruik van afvalwater als grondstof en bron voor energie en water;
Rho adviseurs voor leefruimte
33
Gebruik van vernieuwende oplossingen vanuit samenwerking met kennisinstellingen, andere overheden en marktpartijen; Vermindering van regeldruk en vergroting van kosteneffectiviteit voor burgers en bedrijven; Afstemming over alle watertaken per stroomgebied (i.c. Rijn-West); Behoud van de zelfstandige bevoegdheid.
Huidige situatie Het projectgebiedligt aan de noordzijde van de Kern Nederhorst den Berg. Het gebied heeft momenteel een agrarische bestemming en bestaat hoofdzakelijk uit grasland en sloten. Het is grotendeels onverhard. Bodem en grondwater Het projectgebied maakt geen deel uit van een waterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. Volgens de Bodemkaart van Nederland bestaat de bodem ter plaatse uit veengronden. Er is sprake van grondwater trap II. Dit wil zeggen dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) dieper dan 40 centimeter onder maaiveld ligt. De gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) ligt tussen de 50 en 80 centimeter onder maaiveld. De maaiveldhoogte bedraagt circa -0,3 meter NAP.
Figuur 4.1 Bodemsoort en grondwatertrappen, projectgebiedin rode cirkel (bron: bodemkaart.nl) Waterkwantiteit Volgens de Legger zijn er in het projectgebied geen belangrijke oppervlaktewateren aanwezig. Wel grenst het projectgebied in het zuiden aan een primaire watergang. Langs deze waterlopen geldt een beschermingszone van 5 meter, gemeten vanaf de insteek van de waterloop. In de Keur is bepaald dat alle werkzaamheden binnen de beschermingszone vergunningplichtig zijn, omdat die invloed kunnen hebben op de water aan- en afvoer, waterberging of het onderhoud.
Figuur 4.2 Legger AGV, oppervlaktewateren, projectgebiedin paars kader (bron: bodemkaart.nl)
Rho adviseurs voor leefruimte
34
Watersysteemkwaliteit en ecologie In het projectgebieden de directe omgeving liggen geen oppervlaktewateren die zijn aangewezen vanuit de Kaderrichtlijn Water. Ook zijn er geen natte ecologische verbindingszones zoals opgenomen in het (provinciale) Natuur Netwerk Nederland. Veiligheid en waterkeringen Volgens de Legger is de Eilandseweg ten westen van het projectgebied aangewezen als 'secundaire waterkering'. Het projectgebied ligt buiten de kernzone en beschermingszone van deze waterkering. Afvalwaterketen en riolering Het hemelwater infiltreert in de bodem. Toekomstige situatie Het voorliggend plan voorziet in de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk met 150 woningen en de daarbij benodigde infrastructuur en parkeerplaatsen. In het ontwerp is tevens ruimte gereserveerd voor voldoende groen en water. Bodem en grondwater De beoogde ontwikkeling heeft geen relevante gevolgen voor bodem en grondwater. Waterkwantiteit De Keur stelt dat een toename van het verhard oppervlak in en aansluitend op stedelijk gebied met meer dan 1.000 m² gecompenseerd dient te worden. De toename van de afvoer van hemelwater vanaf het verhard oppervlak op het watersysteem dient gecompenseerd te worden door open water met een omvang van 10% van de uitbreiding van het verhard oppervlak, tenzij naar het oordeel van het bestuur een hoger percentage noodzakelijk is voor het betreffende gebied.
De oppervlakte van het projectgebied bedraagt 104.914 m2, waarvan 7.037 m2 uit open water bestaat (zie figuur 4.3). In de toekomstige situatie neemt het verhard oppervlak toe. De toename verhard oppervlak als gevolg van realisatie woningen en ontsluitingswegen bedraagt 22.860 m 2. Hierdoor geldt een compensatie-eis van tenminste 2.268 m2 nieuw open water. In de toekomstige situatie bedraagt bedraagt de oppervlakte aan open water 16.358 m2, een toename van 9.321 m2. Er wordt dus ruimschoots voldaan aan de compensatie eis.
Rho adviseurs voor leefruimte
35
Figuur 4.3 Waterkwantiteit in bestaande en toekomstige situatie Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, nietuitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Veiligheid en waterkeringen De ontwikkeling heeft geen invloed op de waterveiligheid in de omgeving.
Rho adviseurs voor leefruimte
36
Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hemelwater vasthouden voor benutting, (in-) filtratie van afstromend hemelwater, afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater, afstromend hemelwater afvoeren naar AWZI. Waterbeheer Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het waterschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de "Keur". Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder ontheffing van het waterschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast, de aanof afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Ook voor het onderhoud gelden bepalingen uit de "Keur".
Het onderhoud en de toestand van de (hoofd)watergangen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd. Conclusie De ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse.
4.4
Luchtkwaliteit
Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2, van de Wet milieubeheer. De Wet milieubeheer bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordenings- praktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in de volgende tabel weergegeven. Grenswaarden maatgevende stoffen Wet milieubeheer Stof Toetsing van Grenswaarde Stikstofdioxide Jaargemiddelde 40 µg/m³ (NO2) concentratie Uurgemiddelde Max. 18 keer p.j. meer dan 200 µg/m³ concentratie Fijn stof (PM10) Jaargemiddelde 40 µg/m³ concentratie 24-uurgemiddelde Max. 35 keer p.j. Meer dan 50 µg / m³ concentratie Fijn stof (PM2,5) Jaargemiddelde 25 µg/m³ concentratie Besluit niet in betekenende mate (nibm) In het Besluit nibm en de bijbehorende regeling is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege