2024.11.14 Gemeente Wijdemeren Gemeenteraad
Tekst van het document
wereld. Een aantal collega's heeft er al op gewezen. De gemeente moet ondersteunend zijn naar haar inwoners en die van haar afhankelijk zijn. En verbindend zijn om de lokale gemeenschap bij elkaar te brengen en te houden. Voorzitter, en wat is het dan dus ook een goed en verstandig besluit van de gemeenteraad om te fuseren met een grotere gemeente, in dit geval Hilversum. De constatering dat wij niet meer in staat waren om alle gemeentelijke taken goed en betaalbaar uit te voeren, leidde tot dit besluit. Natuurlijk, een fusie is geen oplossing voor alle problemen en geen doel op zich. Maar het onderdeel uitmaken van een grote en sterkere organisatie met meer financiële mogelijkheden, geeft nieuwe mogelijkheden en nieuwe energie. En dat zien en voelen wij nu al, zowel bestuurlijk als ambtelijk. Dat is fijn om te zien, fijn om mee te maken. Wilt u een voorbeeld hiervan? Daarvoor maken wij een kleine wandeling door Kortenhoef. Voorzitter, als ik me vanuit mijn woning aan de Elbert Mooijlaan in Kortenhoef rechtsaf sla, dan loop ik tegen een prachtige nieuwe brug op, die richting de Bernard van Beeklaan gaat. Loop ik nog wat verder, dan zie ik nog zo'n mooie brug, in dit geval richting Anton Smeerdijkgaarde. En in de vijver rondom Veenstaete aan de Parklaan wordt gewerkt aan de vervanging van de beschoeiing, wat er prachtig uitziet.
Ik woon nu zo'n dertig jaar in deze gemeente, maar heb nog nooit zoveel investeringen in de openbare ruimte gezien in zulke korte tijd. Dat als voorbeeld van de nieuwe energie en het nieuwe elan, waar we heel erg blij mee zijn. Voorzitter, de programmabegroting, want daar gaat u natuurlijk ook over, en de eerste begrotingswijziging 2025-2028. Eigenlijk is dit een coproductie van het vorige college en het nieuwe college. Het zal u niet verbazen dat wij als fractie PvdA-GroenLinks ons prima kunnen vinden in de voorliggende begroting. In combinatie met de ik noemde begrotingswijziging. Met name het schrappen van de 5 procent OZB lastenstijging en het verlagen van de taakstelling in het sociaal domein, vallen bij ons in vruchtbare aarde. En wij zijn fan van het versterken van onze dorpen met ontmoetingscentra in de verschillende kernen. Het sterke van deze begroting is dat wat noodzakelijk is er allemaal in zit. Wat wordt er geïnvesteerd in deze gemeente. Complimenten. We hebben wel één opmerking. We horen steeds dat het een beleidsarme begroting is. Natuurlijk, op weg naar 2027 moeten we geen grote beleidswijzigingen meer willen initiëren. En we zijn als fractie uiteraard heel blij als alles wat er in de begroting staat ook daadwerkelijk gerealiseerd kan worden. Denk aan de genoemde investeringen in de openbare ruimte. Maar bijvoorbeeld de Spreidingswet vraagt om actie.
Als wij deze wet serieus nemen, en dat doen wij als fractie, dan zullen we aan de slag moeten om onze bijdrage te leveren aan de opvang van vluchtelingen. En de noodzaak van woningbouw vraagt natuurlijk ook aandacht en beleid. Dat is in het recente coalitieakkoord prima verwoord. Kortom, we zullen inhoudelijk zo nu dan toch echt aan de bak moeten. Gelukkig maar. Politiek zonder inhoud is ook wel erg saai. Voorzitter, alweer de laatste bladzijde. Duurzaamheid. Een van mijn favoriete onderwerpen. Een van de weinige onderwerpen ook, voorzitter, waarvan wij vinden dat er echt sprake is van een crisis in deze wereld. De aarde wordt steeds heter. De zomer steeds droger. Er dreigen watertekorten. En de biodiversiteit neemt schrikbarend af. Een crisis moet je als crisis aanpakken. Daar heeft Greta Thunberg helemaal gelijk in. Maar dat doen wij bij het klimaat niet en dus gaat het veel te langzaam. En zijn we bezig deze aardbol geheel uit te putten. Ook lokaal moeten we een bijdrage leveren aan dit onderwerp. Denk aan de transitie visie warmte. Oftewel de vraag hoe we als inwoners van het gas afkomen. Denk ook aan de polder Kortenhoef waar we een duurzame oplossing willen die goed is voor mens en natuur. Duurzaamheid is een onderwerp waarop we initiatieven verwachten van dit college. Het onderwerp is te belangrijk om te laten liggen.
Bij de behandeling van de najaarsrapportage zullen wij als fractie ook zelf met voorstellen komen. Vuurwerk, u zat er natuurlijk al op te wachten. Wanneer komt de PvdA-GroenLinks met het jaarlijkse voorstel voor een vuurwerkverbod in Wijdemeren en kunt u er vervolgens tegen stemmen? Ik moet u teleurstellen, voorzitter, dat voorstel komt er niet. Immers, we gaan fuseren met de gemeente Hilversum en die hebben enige jaren geleden al het lef gehad een vuurwerkverbod in bepaalde wijken af te kondigen. Kortom, wij gaan er als fractie alles aan doen om dat ook in de nieuwe gemeente van toepassing te laten zijn. Waar zo'n fusie al niet goed voor is. Ten slotte, voorzitter, danken wij wederom al
onze ambtenaren die dagelijks heel hard voor ons werken. Voor ons als inwoners. Maar ook niet te vergeten voor ons als raad. Dank u wel. De voorzitter: Dank, mijnheer Poels. Dan gaan we naar de een na laatste spreker, vandaag niet als laatste, de heer Goetheer van de Groep Goetheer. Aan u het woord. De heer Goetheer: Ruime keuze aan kaartjes die ik kan uitkiezen. Dank u, voorzitter. Beste raadsleden, ambtenaren, inwoners en college, het is altijd een bijzonder moment en ook best wel een eer om hier te mogen spreken. Allereerst mijn dank voor al het werk wat er weer in is gestoken om onze plannen in de begroting van 2025 te verwerken. Het is een erg mooi boekwerk geworden. Vandaag staan we hier om de begroting voor komend jaar te bespreken. Met een nieuwe coalitie, met een beperkt akkoord voor de nog beperkte tijd die ons als zelfstandige gemeente Wijdemeren rest. Ik hoop van ganser harte dat deze coalitie onze doelstellingen voor de komende twee jaar, naast het dossier de fusie, beperkt en uitvoerbaar houdt. Laten we vol inzetten op onze kansrijke projecten en die doorgang laten vinden. Laten we aansluiting vinden bij Hilversum waar dat kan. Niet alleen op organisatorisch, maar ook zeker al op de beleidsmatige kant. Een bijzondere periode zit er ook aan te komen. Het herindelingsontwerp zijn we bij aanbeland, waar ik met veel vertrouwen naar uitkijk.
En sinds gisteren zelfs nog meer aangezien er een onontdekt scenario is gevonden waarbij de lasten voor niemand zullen stijgen. Er ligt een begroting voor die op tijd is. We moeten hem wel nog vanavond voor twaalf uur indienen. Een beetje last minute. Niet de meest verstandige planning, al heb ik zelf samen met u allen hier het agendaschema goedgekeurd. Dus het is echt onze eigen verantwoordelijkheid om vanavond op tijd klaar te zijn. Er ligt ook een begroting voor die op velerlei terreinen aanzienlijke verbeteringen laten zien ten opzichte van de afgelopen jaren. Dit dankzij de moeilijke keuzes die wij in gezamenlijkheid hebben genomen. Van een goed gevulde algemene reserve die ruim voldoet om onze risico's af te dekken en eventuele tegenvallers op te vangen. En de cijfers zijn in veel gevallen goed onderbouwd met beheerplannen en bijbehorend beleid. Door die moeilijke keuzes was er nu, en dat liet zich al zien bij de afgelopen kadernota, ruimte om de voorgestelde lastenverzwaringen voor onze inwoners iets te dempen. Dit steun ik van harte en is over de breedte gedaan. Van de taakstelling op het sociaal domein tot de OZB verhoging, wij als gemeente moeten buitengewoon transparant zijn in onze uitgaven en onze beweegredenen hierin.
Ook moeten we niet onnodig belastingen innen en onze inwoners op kosten jagen wanneer het redelijkerwijs te verwachten is dat wij de kosten waar de belasting voor nodig is niet gaan uitgeven. We zijn geen bedrijf. We zijn een gemeente. De brief van de rekenkamer en de constateringen daarin hebben mij dan ook onaangenaam verrast. Vorig jaar hebben we nog een hele discussie gehad over het financieel herstelplan en het organisatieherstelplan. Tot op één fte nauwkeurig met of een ecoloog wel of niet noodzakelijk was. Wat waren wij als raad kritisch daarop. En nu, één jaar later, kan er een half miljoen bespaard worden op onze medewerkers zonder, in mijn optiek, enige deugdelijke onderbouwing. Integendeel zelfs, onze investeringen nemen gigantisch toe. Er is een nieuw college met nieuwe ambities en drive, 250.000 euro voor moties en daarnaast het dossier fusie. Niet minder werk, maar meer werk komt op ons af. En ik hoor dan aan de ene kant dat wij dat half miljoen de afgelopen jaren al niet uitgaven. En aan de andere kant dat we het half miljoen als frictiekosten gaan opvoeren. Wat is het nu? Graag ontvang ik van het college de uitwerking van deze voorgestelde bezuiniging, schriftelijk. We hoeven daar niet vanavond een discussie over te voeren.
En ik ontvang graag een toezegging van het college dat we komend jaar per kwartaal op de hoogte worden gehouden over wat de stand is van deze taakstellingen, taakstelling, de uitgaven ten opzicht van het volledige inhuurbudget en onze totale salariskosten. Zodat wij als raad onze controlerende taak kunnen uitvoeren. Ook onze overhead is mij afgelopen donderdag niet veel duidelijker geworden. Het is rechtmatig wat we doen, maar in hoeverre vinden we dit eerlijk? Het CDA had hier vorig jaar grote woorden over. Waardoor mijn vraag aan het CDA, vindt u het eerlijk dat wij ongeveer 1 miljoen overhead van de gemeente Wijdemeren
toerekenen aan een totale GAD bijdrage van ongeveer 3 miljoen? Misschien nog wel goed om te weten is dat de GAD zelf in zijn totaliteit maar rekent met 10 procent overhead. Waarbij 3 procent bestemd is voor overhead van het primaire proces en 7 voor overhead regio. Met zoveel overhead zouden we onze vuilnismannen wel heel goed moeten kunnen ondersteunen. En jammer genoeg blijkt uit de verschillen in cijfers tussen de kadernota en heden juist op onderdelen waarbij dit niet nodig zou zijn dat er nog grote stappen te zetten zijn in de betrouwbaarheid van onze administratie. Ik heb lang getwijfeld of ik ook het volgende met u vanavond moet delen. Maar ik ben van mening dat ik dat moet. De afgelopen week is voor mij namelijk persoonlijk een nieuw dieptepunt bereikt in ons mooie land. Ik ben zoals velen van u weten Joods, niet religieus. En als u het mij persoonlijk vraagt dan zou ik liever nog vandaag dan morgen alle religies en dogma's afschaffen. Maar ik heb zeker een Joods Amsterdamse achtergrond. Gekoppeld aan een andere helft van Zeeuwse roots uit Wolphaartsdijk, die schijnbaar mij oplevert. Van Sinterklaas tot kerst en van Pesach tot Jom Kipoer, ik vier ze allemaal met familie en vrienden. En ik kijk alvast uit naar de intocht zaterdag, burgemeester. Hopelijk bent u er minder zenuwachtig voor dan veel van de kindjes in onze gemeente.
Ik heb geen Joodse naam, ik heb een Nederlands paspoort en rijbewijs, niet een specifiek Joods uiterlijk, maar ik draag een ketting met een Davidster die ik bijna dertig jaar geleden heb gekregen van een familielid. Met een verhaal over mijn oma erbij. Die voor mij symbool staat voor dat ik een goed mens moet zijn. Net als zij. Ik heb deze ketting in het verleden in al die jaren alleen afgedaan als ik op vakantie ging naar een islamitisch land. Dit veranderde vorig jaar na 7 oktober. Sindsdien draag ik hem niet meer in het zwembad, op het strand of waar ik dan ook maar kom waar deze zichtbaar zou zijn. Ook in onze gemeente doe ik dat. En nu zal ik hem, hopelijk maar voor kort, helemaal afdoen. Want ik ben verdrietig en ik heb een gevoel van onveiligheid. Door het gebeurde in onze hoofdstad, het hooliganisme, de rellen en de antisemitische straatterreur. Ik had ook gewoon afgelopen donderdag naar de wedstrijd van Ajax kunnen gaan. Maar ik had ook gewoon afgelopen donderdag naar de wedstrijd van Ajax kunnen gaan. Maar ik had ook gewoon afgelopen donderdag naar de wedstrijd van Ajax kunnen gaan. Mijn club als ik hier niet met u in de commissie had gezeten en opa en oma bij mij thuis oppaste. En ik had daarna gewoon nog even de stad in kunnen gaan, gezellig iets drinken. In de politiek doen we vaak niet aan wat als, maar dit begint voor mij te dichtbij te komen.
Wij leven in een land en tijd waar een giftige cocktail is ontstaan die nu leidt tot nog meer polarisatie, angst en haat. Wij moeten niet hele bevolkingsgroepen over één kam scheren, dat moeten wij allemaal nooit accepteren. Wij zeggen ook niet dat heel Amsterdam gelijk staat aan Ajax hooligans. Maar wel de durf hebben om zaken te benoemen zoals ze zijn en onze stem als redelijke en duidelijke stem te laten horen. Dat die stem er ook is en niet alleen een zwijgende meerderheid blijft, waar ook bij hoort dat we moeten optreden wanneer de wet wordt overtreden en deze altijd voor iedereen gelijk is. Ik heb een groot vertrouwen in ons bestuur, onze politie en ons rechtssysteem en dank speciaal de politie juist voor hun inzet in heel Nederland. Zij zijn er voor ons allemaal en altijd, al gaat zeker niet alles goed. We zijn geen failed state en wij leren van dingen die wij beter kunnen doen in de toekomst. Ook zeker wij hier op lokaal niveau. We leven in een democratie met principes in wetten, met onze samenhang en behoefte naar elkaar als gemeenschap, waar iedere gemeente ook altijd voor moet staan. Wij sluiten geen mensen uit en dragen zorg voor al onze inwoners. Ik wil dan ook oproepen om met elkaar een stem van reden te zijn. We hebben met elkaar invloed in deze. Onze woorden in het publieke domein doen er toe.
Wij kunnen gezamenlijk polarisatie tegengaan, onze inzet voor het goede, niet te vergeten een structureel sluitende begroting 2025 vanavond in te dienen en eraan te werken om volgens onze eigen principes, maar gezamenlijk, de wereld steeds een klein beetje beter te maken. Ik zal de voorliggende begroting steunen. Ik wil dit nieuwe college heel veel succes wensen het komend jaar en ik wil ook echt dat we nu juist gezamenlijk optrekken om de belangen van al onze inwoners te behartigen in de komende fusie met Hilversum, want daar zal onze blik en inzet in grote mate op gefocust zijn. En dan nog kort de moties. Veel hiervan zijn sympathieke moties. Het amendement dien ik mede in. Motie M-7-1, B2 compensatie. Afhankelijk van de discussie zo meteen zou ik hier gezamenlijk met Hilversum in willen optrekken. Dit niet zelfstandig
doen. Fusie herinneringsboom, we lopen 300 bomen achter. Ik vind het prima om hier 305 van te maken. Ik zie hier dan ook erg graag aan toegevoegd, aangezien het budget van de herplanting hiervoor ingezet gaat worden, dat deze bomen als nummer 301 tot en met 305 geplant gaan worden. Zo zullen we hopelijk ook die 300 andere bomen gaan zien verschijnen. Vele handen maken licht werk. Goed idee, maar het blijft misschien een beetje de systematiek van de GAD met GFT bakken. Dus ik ben benieuwd wat daar het college zo meteen over zegt. Waterprogramma, goed idee. Cultuurweek, ook dit is een sympathieke idee, maar ook hier vraag ik me dan weer af, is het niet handig om dit gezamenlijk met Hilversum te gaan doen? De Gouden Geep, sympathiek, maar ik hoor graag de reactie van het college. En hiep, hiep, hoera, ik vier graag een feestje mee, zoals ik net al zei. Ik hoor graag van het college waarom ze dit sowieso niet zouden doen wanneer een subsidieaanvraag gedaan wordt. En tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Goetheer. Dan gaan we naar de laatste spreker in de eerste termijn. En dat is de fractievoorzitter van de VVD, de heer De Kruijff. Mijnheer De Kruijff, aan u het woord. De heer De Kruijff: Voorzitter, dank. En laat ik beginnen ook dank aan de heer Goetheer voor het delen van dit toch wel mooie persoonlijke verhaal. Het heeft mij in ieder geval zeer geraakt.
Voorzitter, de laatste. En ik zal het kort houden, want er is immers al heel veel gezegd. Maar toch nog een aantal punten vanuit de VVD. En dan kunnen we daarna lekker gaan eten. Maar laat ik ook eerst graag zeggen dat ik blij ben met de terugkeer van de heer Poels, maar ook mevrouw Rooimans en de heer Torsing in de Wijdemerense politiek. We in de vorige periode heel erg goed mogen samenwerken. Althans, dat vond ik. En ik kijk ernaar uit dat we ook de komende jaren met hen te mogen doen. Welkom terug. Voorzitter, nog een paar dingen over de begroting. Om te beginnen dank aan de ambtelijke organisatie en het college voor het in september aanbieden van deze leesbare begroting. Wetende dat er tussentijds gewerkt werd aan de vorming van een nieuwe coalitie en college. En dus ook begrip voor het enige ongemak dat dit met zich heeft meegebracht. Tegelijkertijd kon iedereen er wel van uitgaan dat bij de vorming van die nieuwe coalitie, er nieuwe financiële afspraken gemaakt zouden worden. En dat is, zoals u weet, gebeurd. Dat heeft geresulteerd in gelijk al deze eerste begrotingswijziging. Maar voorzitter, ook na verwerking van de financiële afspraken van de nieuwe coalitie, staan de financiën van Wijdemeren er goed en solide voor. De begroting voor 2025 blijft positief. En ook op de lange termijn zien we de cijfers van Wijdemeren in het groen.
We wonen weer in een financieel stabiele gemeente. En met de afspraken uit het coalitieakkoord wordt er wat de VVD betreft geleverd aan onze inwoners en ondernemers. Zo zijn wij erg blij dat we de verhogingen van de lasten hebben kunnen beperken. Denk weer aan het schrappen van de OZB-verhoging van 5 procent voor 2026 voor zowel woningen als nietwoningen, het verlagen van de opbrengsten uit de toeristen- en forensenbelasting en de bezuinigingen, slash, besparingen op het sociaal domein. Tegelijkertijd gaan we inzetten op onder andere dienstverlening, handhaving en het bouwen van woningen. En volgens mij zijn onze inwoners daar heel erg blij mee. Het college is pas net begonnen en we moeten inderdaad nog daad bij het woord voegen. Maar wij hebben er alle vertrouwen in dat dit ook gaat gebeuren. Voorzitter, dat betekent niet dat we ons niet beseffen dat de woonlasten in Wijdemeren nog steeds heel erg hoog zijn. Maar we hebben nu sinds jaren de verhogingen van de lasten weer kunnen beperken. En dat is niet alleen te danken aan politieke keuzes, maar ook aan het vergroten van onze financiële ruimte. En daardoor is een compliment aan het vorige college zeer op zijn plaats. Maar voorzitter, gisteren kwam er nog meer goed nieuws. De colleges van Wijdemeren en Hilversum hebben namelijk het herindelingsontwerp voor de aanstaande fusie aangeboden aan beide gemeenteraden.
En uit de stukken blijkt dat het financiële plaatje vanaf 2027 sterk is verbeterd ten opzichte van eerdere inschattingen. Hoewel we wisten dat het voor de inwoners van Wijdemeren er alleen maar beter op kon worden, zien we nu ook dat de lasten voor onze toekomstige mede-inwoners uit Hilversum een stuk overzichtelijker wordt. En dat is, zoals mijn collega in Hilversum gisteren bij zijn eigen begrotingsbehandeling
zei, voor de meerjarige financiële huishouding en de woonlastenontwikkelingen van de nieuwe gemeente Hilversum heel goed nieuws. Voor ons dus allemaal. Maar voorzitter, dat goede nieuws gaat wel gepaard met een oproep. Nu het er goed voor staat met onze financiën, is onze oproep om dat vast te houden. Laten we daarom geen besluiten nemen waarvan onduidelijk is of die na de fusie met Hilversum nog wel in stand kunnen blijven. Maar ook geen besluiten nemen over weliswaar goed bedoelde initiatieven en voorstellen, maar die zonder overleg met onze partner Hilversum zijn genomen. Dat is geen goed begin van een huwelijk. We kozen dit jaar voor een gedeelde toekomst. Laten we daarom ook gezamenlijk plannen maken die ook na 1 januari 2027 nog van betekenis kunnen zijn voor onze inwoners. Voorzitter, wij hebben een aantal moties mede ingediend. U heeft de toelichting kunnen horen van de collega's. Verder dienen wij geen moties in, maar wij sluiten niet uit dat we bij de behandeling van de najaarsnota in december met een aantal voorstellen zullen komen. Volgens mij kunnen we gaan eten. Dank u wel. De voorzitter: Dank en dank aan u allen voor de inbreng in de eerste termijn van de zijde van de raad. Er zijn een aantal moties en, er is een aantal moties en er is één amendement ingediend. Dat maakt onderdeel allemaal uit van de beraadslagingen.
U kunt zo dadelijk in de schorsing natuurlijk nog onderling daarover spreken en mogelijk tot overeenstemming komen. Dat scheelt straks wellicht nog enig misverstanden en discussies. Wij gaan inderdaad zoals de heer De Kruijff al vermoedde gaan wij zo dadelijk eten. Ik weet niet of hoe laat. Het is nog net, de stamppot is nog niet helemaal warm. Maar wij gaan in ieder geval zo dadelijk schorsen tot half 8. Dat is een ruime tijd. Dus laten we die tijd ook nemen van de zijde van het college om de antwoorden goed voor te bereiden. En aan uw zijde om te spreken over de ingediende moties. En dan zien we elkaar weer hier in deze zaal om half 8. Mijnheer De Kruijff. De heer De Kruijff: Ja, ik ga met u mee hoor, maar is het echt nodig om tot half 8 te schorsen? De voorzitter: Die vraag had ik vanmiddag ook. Ik zei van, waarom is dat dan om half acht? Want dat staat vast in het schema. En dat was omdat er allemaal mensen dan voor de tv zitten, omdat dat het reguliere moment is. Maar kan dat ook eerder? De raad gaat erover. We zouden ook kunnen zeggen, als u inderdaad dadelijk een beetje door eet, dat we om 7 uur weer beginnen. De heer De Kruijff: Dat zou ik wel willen voorstellen, ja. De voorzitter: Dan kijk ik even naar het college of zij ook om 7 uur. Ja, nou, dan gaan wij bij…Mevrouw Kaper.
Mevrouw Kaper: Ja, heel praktisch, maar wordt dat ook op de site aangepast als mensen inderdaad willen kijken? De voorzitter: Maar ik neem aan dat de mensen die vanavond kijken ook nu al kijken. Dus als we nu inderdaad vertellen om 7 uur, en dat gaat sowieso als een lopend vuurtje door de hele gemeente, denk ik. En mochten er ook ambtenaren bij de provincie nog meekijken om mij te bellen...Beste mensen, ik heropen deze vergadering en we beginnen met de eerste termijn van de zijde van het college. Voordat ik wethouder Zagt het woord geef om in te gaan op de verschillende bijdragen van de fracties, eerst goed stil te staan bij een kwestie waar een aantal van u ook aan heeft gerefereerd. En dat zijn de gebeurtenissen van afgelopen week. Vanochtend was ik in het kader van de Week van het Respect, was ik te gast bij IKC-WereldWijs hier in Loosdrecht, om een gastles te geven over respect. En toen kwam dit onderwerp natuurlijk ook ter sprake. En je merkt wat dat ook bij kinderen, die dat denk ik voor een groot deel van hun ouders horen of van het Jeugdjournaal hebben, ook wat dat met hen doet en ook goed is om daarover te praten met hen. Want daar begint het denk ik voor de toekomst bij, om daar al heel vroeg te beginnen over dat onderwerp te spreken. En het is goed dat een aantal
van u daar ook over heeft gesproken. En ik denk in heel speciaal, wat ook heel speciaal dan is blijven hangen, is de bijdrage van de heer Goetheer. Heel indrukwekkend en ook een persoonlijk relaas. Want het is niet abstract, het is gewoon concreet voor mensen. Het doet wat met individuen, het doet wat met de samenleving als geheel. Dus ook dank voor die manier, mijnheer Goetheer, waar u dat heeft verwoord. En we zien de discussies daarover. We horen termen als een integratieprobleem, we horen termen als een gezagsprobleem, een handhavingsprobleem. Maar één ding is helder, het is in ieder geval ons probleem. Het probleem van de samenleving, niet van groepen in de samenleving, maar van de samenleving als geheel hoe we daarmee omgaan. En ook nader erop ingaan, als je kijkt, antisemitisme is natuurlijk onderdeel van de donkerste delen van de Europese ziel. Het zijn demonen die Europa echt al eeuwenlang achtervolgt op momenten dat er onzekerheid is. Op momenten dat er zondebokken worden gezocht zie je dat die verdeeldheid wordt er gebruik van gemaakt en komt antisemitisme, dat nooit helemaal weg is, maar komt speciaal in die tijden komt dat boven. En we weten uit de geschiedenis, dat begint met woorden, maar eindigt, we hebben het afgelopen week helaas gezien in onze buurgemeente Amsterdam. Het begint met woorden, maar het eindigt gewoon heel concreet met geweld op straat.
En het is goed dat we daar hierbij stilstaan. Goed dat we daar ook stelling tegen blijven nemen. En zoals mevrouw Kaper zegt, goed ook dat er politici zijn die geen olie, maar water op het vuur gooien. Of zelfs blusdekens, om te zorgen dat we de verdeeldheid niet verder uitspelen, maar dat we juist dat verminderen. En ik denk dat ook, kijkend ook naar delen van het debat gisteren, ik hoop ook voor u dat u niet het hele debat heeft moeten kijken, maar we hebben allemaal wel delen gezien. En ik denk dat het ook goed is, ook om onszelf, maar ook kijkend naar het debat vandaag, maar ook eerder, om dat de buitenwereld ook af en toe bijvoorbeeld een voorbeeld neemt aan hoe wij met elkaar hier omgaan in deze gemeenteraad. Soms hard op de inhoud, maar altijd respectvol naar elkaar, altijd rekening houdend met de buitenwereld. En ik denk dat het daar ook mee begint, want als politici het verkeerde voorbeeld geven, dan kun je eigenlijk de samenleving soms niet verwijten dat zij dat gedrag naspelen. Dus laat in ieder geval velen ook een voorbeeld nemen aan deze raad. Dat gezegd hebbende, gaan wij weer over naar de hele praktische orde van vandaag, en dat is de begroting die voor ligt. En daarvoor geef ik in eerste termijn van de zijde van het college het woord aan wethouder Zagt. De wethouder. De heer Zagt: Dank u wel, voorzitter. Nieuw voor mij, ik heb het geknipt in blokjes.
Gaan ze vast achter mij om lachen. Ik moest meer samenvatten. In algemene zin vooraf, en misschien sluit het wel een beetje aan. Die vraag kwam ook langs, de houding van de coalitie. Dat kan in een termijn een gesprek onderling met u als raad zijn. Maar in ieder geval vanuit het college is het zo dat wij een zeer open houding nastreven voor de ruim twee jaar die ons nu nog resteert in de gemeente Wijdemeren. En daaraan gekoppeld is ook gelijk dat wel degelijk het zelfstandig opereren het uitgangspunt is van dit college. Dat vooraf. Dan kom ik aan een paar onderdelen. Financieel, mobiliteit, vastgoed, een stukje burgemeester heb ik dat genoemd en de moties waar ik op mag reageren. Financieel, over de 250.000 euro die in de begrotingswijziging staat, ik heb nog even nagekeken, daar staat dan het label achter procesgeld uitwerking coalitieakkoord. Ik snap ook dat dat wellicht tot wat uitlegverschillen kan leiden. In de beleving van het college is die 250.000 euro vooral bedoeld voor de uitvoering van de genoemde moties in het coalitieakkoord. Dat zijn er drie, ik ga ze niet opnoemen. Maar dan heb je het dus echt niet per definitie allemaal over inhuur. Dat kan ook gewoon onderzoek zijn, een advies ergens over, hoe gaan we het aanpakken of hoe gaan we bij wijze van spreken dorpskernen faciliteren om hun platform of welke vorm van vertegenwoordiging dan ook op te zetten.
Dan in algemene zin over of de maatregelen wel of niet in strijd zijn met het financieel herstelplan. Nou, dat zijn ze niet. Het financieel herstelplan is, ik spreek nog steeds in de tegenwoordige tijd, is erop gericht weer in het gareel te komen. Maar dat sluit, ik heb dat ook altijd in de vorige, de afgelopen twee jaar gezegd, dat sluit tussentijdse bijstelling, zoals ook nu het geval is, niet uit. En uiteraard is dit besproken met de provincie Noord-Holland. Een inschatting over toekomstige OZB-opbrengsten aan de hand van potentiële woningbouw. Die gaat ook wel
eens door mijn gedachten heen. Maar daar blijven we verre van om dat te ramen. Want eerst maar eens bouwen met zicht op dat het er werkelijk staat en bewoond gaat worden en dan kun je die OZB tijdig genoeg ramen. Maar om dat nu al in te boeken in je begroting is waarschijnlijk jezelf wellicht vroegtijdig rijk rekenen. De financiële weerbaarheid en de schuldquote kwamen vorige week ook te sprake. Onze financiële weerbaarheid is in die zin gewoon goed. Uitstekend zelfs, geloof ik. Maar de schuldquote, die loopt wel enorm op. Dat is een heel ander kerngetal. Het is niet voor niets dat wij een aantal kerngetallen hebben. Die schuldquote, die loopt met name op omdat we heel veel moeten investeren in de openbare ruimte. En daar heeft uw raad ook de plannen voor vastgesteld. En ja, dat loopt in de vele miljoenen. Had ook te maken met achterstallig onderhoud. Daar kunnen we ook niet voor weglopen. En inderdaad, dat realiseren, dat neemt deze jaren, de wandeling in Kortenhoef, die door Kortenhoef, die van de zijde van een van de fractievoorzitters naar voren werd gebracht, die illustreert ook wel, en dat geldt ook voor andere kernen, dat je echt wel ziet dat hier en daar heel veel geïnvesteerd wordt. Over inhuur, vacatures en salarisbudgetten, daar rapporteren wij gewoon op de bekende momenten in de cyclus zoals u die kent. Dat blijven we ook doen. Dan mobiliteit.
Er werd gesuggereerd om te kijken naar oplossingen voor parkeren bij hotspots. Dat is een constante opgave, is ook onderdeel van het mobiliteitsplan. Maar dat heeft ook vooral te maken met mogelijke alternatieven stimuleren. Ofwel die ontwikkelen op het gebied van vervoer. En als we overal met de auto op de momenten die daar zijn, ijs of mooi weer, specifiek er naartoe blijven komen. Ja, die overloop houd je, die kun je nog niet ter plekke opvangen. Maar je kunt wel kijken, hoe kun je op andere plekken, zoals bijvoorbeeld het parkeerterrein van dit gemeentehuis, hoe kun je dat beter benutten? Maar dan moet je wel weer zorgen dat hier vandaan mogelijkheden zijn om op de plek van bestemming te komen. Zo wordt er ook naar andere locaties gekeken in onze gemeente, maar eigenlijk nog veel breder, namelijk in de regio, omdat we allemaal in de regio Gooi en Vechtstreek die urgentie voelen. De parkeergarage bij de Porseleinhaven die, volgens mij was er eens een keer een motie aantal, misschien twee jaar geleden, die is toen ingetrokken. Die maakt ook absoluut geen onderdeel uit momenteel van onderzoeken of gedachten. En waarom niet? We zitten helaas nog steeds in de juridische trajecten. We hebben afspraken met contractpartners en we kunnen niet zomaar tussentijds daar grote veranderingen in aanbrengen. Kom ik bij vastgoed.
Uiteraard ligt een inventarisatie van de maatschappelijke functies van onze gemeentelijke gebouwen ten grondslag aan de al heel lang uitgestelde nota die er gaat komen. Dat heeft u al meer gehoord. Die nota gaat er komen. Ik zeg nu niet concreet wanneer. Die gaat er wel komen, want het college is ervan overtuigd dat dat een heel degelijke inventarisatie moet zijn. Die heeft absoluut ook te maken met de toekomst van onze gemeente. Wat heb je nodig in de dorpen? En welk voorzieningenniveau wil je handhaven? Dan het kopje wat ik zei, burgemeester, de burgemeester heeft mij gevraagd om de vraag of de opmerkingen die gemaakt zijn door mevrouw Rademaker, de heer Poels en de heer Roosenschoon over de Spreidingswet om daar namens het college wat over te zeggen. Zij riepen op om werk te maken van de verantwoordelijkheid op het gebied van asielopvang. Begin mei heeft u hierover een brief ontvangen en toen gingen we ervan uit dat de eerste stap in dit najaar, najaar 2024 plaats zou hebben. Maar door de ontbinding van de coalitie is dat opgeschoven. Ik meen zelfs, maar dat zijn mijn woorden, dat u daarover ook bent geïnformeerd en nu is de stand van zaken dat we in kwartaal 1 van 2025 bij u terugkomen op de invulling van onze verantwoordelijkheid en de bijbehorende stappen. En de landelijke ontwikkelingen nemen we daarin mee. Kom ik bij het laatste.
In de verdeling gekoppeld aan de portefeuilles liggen er twee moties op mijn bord. Motie 7-2 en de motie 7-3. Motie 7-2 gaat over de fusie herinneringsboom, dan wel bomen. Dat deed mij wel denken aan de heer Nienhuis in 2007. Ik heb ooit eens, toen ik fractievoorzitter toen was in 2007, heb ik hier zelfs gezongen tijdens de begrotingsbehandeling over bomen. Ik zou het u niet aanraden om me te vragen dat nog een keer te doen, maar ik vond het wel leuk. Het was een persiflage op de meeste dromen zijn bedrog van Marco Borsato.
De voorzitter: Ik kijk even, is daar behoefte aan om dat te herhalen? Want dan is wel even…Nou ja, volgens mij komt u hier goed mee weg vandaag. De heer Zagt: Ja, en gelukkig is het, waren we toen nog niet zo ver dat het is opgenomen. Dus ik blijf er ook mee wegkomen. Nou, dat over bomen. Ja, wij kunnen die motie wel aanraden, overnemen. U mag hem in stemming brengen, uiteraard, als u dat wilt. De voorzitter: Even heel zuiver, het advies van het college is dan, oordeel raad. Dus motie 7, M-7-2 krijgt het advies van het college, oordeel raad. De heer Zagt: U maakt hem heel scherp en zo hoort het ook. Ik tel wat anders dan de heer Goetheer. We hadden nog een taakstelling van 300. Als we er 1 neerzetten hebben we nog 299 bomen te gaan. En bij 5, 295. Want herplant wil niet zeggen dat je ergens een boom optilt en hem daar neerzet. Over het algemeen is herplant een verwijdering van bomen en wordt er een nieuwe boom geplaatst. Als je bomen gaat planten krijg je ook meer blaadjes. Dat was waarschijnlijk het idee, mijnheer Nienhuis, van de korven. Nog een paar bomen erbij, nog meer blad denk ik dan bij mezelf. Maar ik had de tekstdingetjes ook omcirkeld, maar die zijn inmiddels aangepast heb ik begrepen. Het is natuurlijk een hele sympathieke motie. Zo begint het altijd, de reactie van het college. En de positieve effecten daarin beschreven die nemen we zeker serieus.
En die nemen dat ook niet weg. Hij blijft sympathiek. Maar wij hebben wel zoiets van, welk probleem lossen we nou op? Er zitten best wat haken en ogen aan. Je hebt het gevoel dat het helpt als de gemeenschap helpt bladeren opruimen. Maar de verwachting is nou niet direct dat het ook in het budget gaat helpen. Ambtelijk heb ik me laten adviseren en daar is uitgekomen dat, het kan niet binnen het reguliere budget. We hebben die korven ook niet. Die moeten aangeschaft worden. Helaas zijn ervaringen elders, heb ik ook van horen zeggen, maar ook ambtelijk in ontvangst mogen nemen, dat er nogal eens bijvangst te vinden is in de korven wat er niet in thuis hoort. U kunt zich voorstellen hoe daar wellicht mee omgegaan wordt. En ook niet overal is plaats voor. Dus deze motie ontraden wij. En dan ben ik door mijn bijdrage heen. De voorzitter: Mijnheer Nienhuis. De heer Nienhuis: Heel goed. Dank u vriendelijk, wethouder. Voorzitter, ik ben eigenlijk verzuimd toe te voegen aan het idee van deze motie dat het gaat om straatwijken waar geen bakken zijn in deze gemeente. Bijvoorbeeld Noord-Zuidereinde in ‘s-Graveland, die hebben geen bakken. Daar wordt wel enorm geveegd door de gemeente, of geharkt heet dat geloof ik. Die mensen van de buitendienst zijn dagen bezig om daar te harken en daar was het idee voor bedacht. Dus het is meer on demand heet het in het Engels, geloof ik.
Dus op verzoek kunnen mensen zo'n korf dan krijgen. Dat was de achterliggende gedachte, voorzitter. En dus als mensen er geen behoefte aan hebben of er zijn geen bomen in de straat, dan vervalt het al. Dus dat wil ik wel even toevoegen aan deze motie. Dank u vriendelijk. De voorzitter: Wethouder, leidt dat nog tot andere inzichten bij u? De heer Zagt: Het leidt op dit moment niet tot andere inzichten. Ik heb deze portefeuille er pas bij, dat weet u. Ik ga wel binnenkort naar de buitendienst om ook daar officieel even kennis te maken, hoewel ik de meeste al ken. En dan wil ik hier best wel eens over praten over dit soort dingen. En misschien, het is geen toezegging, misschien kunnen we er een keer nog wat mee. Of vinden ze zelf ook iets van wat mee kan helpen. Want dat is, ik begrijp heel goed het idee, mijnheer Nienhuis, achter deze motie. Maar zoals hij er nu staat, en dat heeft niet met een kleine aanpassing te maken, ontraden wij hem op dit moment.
De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk naar de heer Nienhuis of dat bij hem nog leidt tot…Nee. Dan is motie M-7-3 krijgt het advies van het college, ontraden. Dan gaan wij, dank u wel, mijnheer Zagt. Dan gaan wij naar wethouder Van Rijn. Ja. Mevrouw Van Rijn, aan u het woord. En voor de eerste keer, in ieder geval in deze periode, in deze rol. Mevrouw Van Rijn: Ik heb alleen geen pasje, maar is dat heel erg als ik dat met uw pasje doe? Gert al gevallen, mijn pasje gevallen. Het gaat goed. Voorzitter, voor mij drie onderwerpen waar ik even kort bij stil wil staan. Woningbouw, minimabeleid en het Jeugdsportfonds en het dorpenbeleid. Dank voor de mooie woorden. In grote mate is het u opgevallen dat er in de begroting veel aandacht is voor het bouwen en het realiseren van woningen. Ik denk een goede constatering, volgens mij van de heer Roosenschoon, dat er een onderscheid gemaakt wordt tussen lange termijnplannen en korte termijnplannen. En dat voor een aantal van die lange termijnplannen zeer noodzakelijk is de omgeving mee te nemen. Bijvoorbeeld met de betrekking tot de ontsluiting. Dus dat zijn wij ons ook terdege bewust. Wij zoeken nog naar een manier om u te informeren. Dat heeft in het verleden wel plaatsgevonden eens in de zoveel tijd dat u een sessie had over de lopende bouwplannen. Laten we met elkaar kijken wat daar een prettige vorm in is.
Want soms is het goed om met elkaar over die plannen te spreken of u daarin verder te informeren. Dus dat zou ik een keer met u als raad willen verkennen. Dan het minimabeleid. Er zijn een aantal vragen gesteld over het minimabeleid. Ik denk zeer terecht naar aanleiding van de motie die is aangenomen om vanaf 1 januari aan te sluiten bij de bedragen van het minimabeleid bij de gemeente Hilversum. Dat geldt overigens ook voor het Sportjeugd en Cultuur Fonds en het Volwassenen Fonds. Ik ben zeer blij om te kunnen melden dat die toezegging, dat daar heel hard aan gewerkt wordt. Zit dinsdag het plan in het college en dan wordt het als het goed gaat vrijgegeven voor advies aan de adviesraad. Het gaat dan over het gelijktrekken van de bedragen met Hilversum. Het zal dan ongeveer in februari in de raad komen. Maar dat maakt voor de inwerkingtreding van de regeling in die mate niet uit, dat we het met terugwerkende kracht willen doen. Dus vanaf januari zullen de aangepaste bedragen dan kunnen worden uitgekeerd. Dan nog een vraag van de ChristenUnie, hoe we dat op een positieve manier ook, niet alleen de bedragen kunnen aanpassen, maar ook aandacht kunnen vragen voor het onderwerp. Ik denk dat u gelijk heeft dat er meer creativiteit nodig is dan dat daar nu gebeurd is.
We zijn een plan aan het uitwerken om de communicatie rondom dit thema breder te pakken dan alleen Wijdemeren informeren. Want het is een mooie, bijvoorbeeld heel erg mooi om dorpsfiguren of voorzitters van verenigingen ook daadwerkelijk in te zetten om dit beleid te stimuleren. Dus daar wordt op dit moment aan gewerkt. Dan weet u dat. Dan het dorpenbeleid. Feest voor 400 jaar ‘s-Graveland. En volgens mij is de 400 jaar ook een feest waard. Ook als college houden we van een feestje, maar we gunnen het vooral onze inwoners om daar een mooi feestjaar van te maken. En dan in specifiek de inwoners van ‘s-Graveland. Dus de motie die oproept, en ik heb hem geïnterpreteerd, voorzitter, als iets extra's op wat al kan in het subsidiebeleid. De heer Goetheer vroeg daarnaar. Uiteraard kan het via het subsidiebeleid, maar dit gaat over iets extra's. En het college was dat al, maar is dat met deze motie nogmaals zeer bereid om hier een plan voor te maken en die te delen met u voor de bespreking van de najaarsnota om extra financiële middelen toe te kennen voor het feestjaar ‘sGraveland. En ik denk dat we niet alleen middelen, maar ook ondersteuning om daar een fantastisch jaar van te maken. En dan naar mijn laatste thema… De voorzitter: Mevrouw van Rijn, ik constateer dat motie M-7-7… Mevrouw Van Rijn: Oordeel raad.
De voorzitter: Daarmee, met de interpretatie die u er aan geeft, de oordeel raad krijgt. En ik zie een tevreden glimlach bij mevrouw Rademaker. Gaat u verder.
Mevrouw Van Rijn: Gelukkig bent u scherp. Ik had het nog heel groot opgeschreven toen de heer Gert, Zagt, oordeel raad. Maar ja, dat vergeet je dan. Dan nog één stukje borging van het dorpenbeleid. Want het is niet alleen een bijzonder jaar denk ik voor ‘s-Graveland 400, maar in andere mate wordt 2025 ook een bijzonder jaar voor het dorpenbeleid. Er ligt een motie, die zullen we ook uitvoeren, om u de evaluatie te bespreken van het dorpenbeleid. Maar ik denk nog veel belangrijker, niet alleen de evaluatie, maar vooruit te kijken richting de fusie met Hilversum. Waar willen we naartoe met het dorpenbeleid? Het dorpenbeleid is de afgelopen jaren al best geëvalueerd. En daar is uitgekomen dat de rol al breder is dan alleen het voet in de klei waar het ooit mee begon. Maar samen met u als raad en met onze inwoners is het volgens mij heel belangrijk om het land in te gaan, te kijken welke mogelijkheden er allemaal zijn. Gesprekken met Hilversum aan te gaan over te kijken, hoe borgen we nou een duurzaam dorpenbeleid. En dat met elkaar te gaan uitzoeken. Zodat we echt richting de fusie, het is ook een onderdeel van het fusieplan, om echt met elkaar te zeggen, oké, zo zorgen wij dat dat vorm krijgt.
En het is dus ook een mooi jaar voor het dorpenbeleid, want we kunnen erop uit en we kunnen fantastische voorbeelden gaan bekijken met elkaar om gezamenlijk tot een nieuw dorpenbeleid te komen met elkaar. Dat was hem wat mij betreft, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Rademaker, een interruptie. Mevrouw Rademaker. Mevrouw Rademaker: Dank u wel, voorzitter. Nee, vraag aan de wethouder. Als wij het dan op deze manier over het dorpenbeleid hebben, betekent dat ook dat we dan in de dorpen gaan kijken in welke vorm zij misschien zich zouden willen verenigen om een vorm van dorpsvertegenwoordiging, en ik zeg het woord dorpsraad neem ik bewust niet in mijn mond, met elkaar te vormen als zij ook straks een soort van verenigd zijn wanneer ze opgaan in de gemeente Hilversum? De voorzitter: Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, dank u wel. Uiteraard, ik weet dat het dorp Ankeveen al heel actief is met een platform of een dorpsraad of hoe je het ook wilt noemen. Andere dorpen misschien nog minder, maar het lijkt me juist goed om met de dorpen in het gesprek te gaan. Maar ook te kijken, welke mogelijkheden zijn er dan? Want er zijn zoveel verschillende manieren van platforms, inrichtingen van dorpenbeleid. Laten we onze inwoners daar actief in meenemen en ook als raad gaan kijken.
En dan met elkaar kijken van, wat is de beste vorm? Waarbij ik niet uitsluit, en volgens mij past dat helemaal bij het dorpenbeleid, dat de beste vorm niet in elk dorp hetzelfde zal zijn. En dat is volgens mij alleen maar hartstikke mooi. De voorzitter: Mevrouw Rademaker. Mevrouw Rademaker: Mag ik daar een kleine aanvulling op hebben? De Lokale Partij zou het heel fijn vinden als we niet te lang wachten met het opstarten van dit proces. Want juist als je naar Ankeveen kijkt, die zijn inmiddels een jaar onderweg om zelfstandig te inventariseren, welke vormen bestaan er nou allemaal van dorpsvertegenwoordiging. En dan begint de tijd wel een beetje te dringen. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Ja, daar heeft u gelijk in. Het college, en ik in het bijzonder, staat ook te popelen om hiermee aan de slag te gaan. De eerste gesprekken lopen al, dus ik ben helemaal met u eens dat snelheid op dit onderwerp zeker noodzakelijk is.
De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Rijn. Dan gaan wij naar mevrouw Wind, wethouder Wind, voor haar eerste optreden in deze rol in deze gemeenteraad. Aan u het woord, mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Met beeld en tekst. Dank u wel, voorzitter. Een blok van drie onderwerpen waarop ik mag antwoorden. En het eerste is duurzaamheid. En een aantal van u heeft gezegd van, als dat het nou is wat in het coalitieakkoord staat, dat valt dan wel smerig tegen. Zo mag ik het denk ik wel samenvatten. En die opmerkingen begrijp ik. En gelukkig gebeurt er meer dan u denkt en ik dacht. Want het is ook een van de dingen waarop ik gelijk met de organisatie in gesprek ben gegaan. En hoe mooi is het om dan te merken dat er heel hard gewerkt is aan een jaarplan 2025. Waar een rapportage in staat van, hoe staat het met onze nota aardgasvrij van het gas af? Hoe staat het met de projecten die we gaan doen? Hoe staat het met plannen op het gebied van educatie? Wat zouden we nog meer kunnen doen? Kortom een kort en bondig jaarplan waar wel met alle onderwerpen die u noemt en meer dan dat. Dat jaarplan gaat u binnenkort ontvangen met een RIB erbij. En dan is het aan de raad uiteraard om te kijken hoe ze daar verder mee omgaan. Maar beeld dat er niks gebeurt, dat mag ik gelukkig bestrijden.
De bibliotheek, met name de heer Roosenschoon vroeg er dacht ik naar, kan het college zo snel mogelijk met Hilversum in gesprek gaan om te kijken of er ook op bibliotheekgebied een fusie kan plaatsvinden? Zo ongeveer vat ik hem samen. Daar is over gesproken, zowel met Hilversum als met de bibliotheek. Hilversum heeft aangegeven, dat gewoon niet gaat lukken op korte termijn. We hebben te veel andere dingen. En vanochtend nog is er een gesprek geweest met de bibliotheek die zegt van, dat vinden we helemaal niet erg. Maar zoals ook u bekend zal zijn, de samenwerkingsovereenkomst loopt af. Die loopt over zes weken af. En het is natuurlijk heel begrijpelijk dat je dan wel wil weten hoe het verder gaat. De stand van zaken is, er wordt op dit moment gewerkt aan verlenging van de samenwerkingsovereenkomst. Gesprekken lopen ook nog in regioverband. Het komt goed. Het komt ook goed voor 1 januari. Maar er moet nog wel even wat water door de zee. Een derde, het sociaal domein. Wanneer komt het? Het komt in het eerste halfjaar van 2025. En ik ben heel blij om dat te kunnen zeggen, want juist, dit was een van de belangrijke punten in de coalitieonderhandelingen.
En juist omdat er tijd nodig is, zowel ambtelijk als voor overleg met de maatschappelijke partners als uiteraard met de raad om te kijken, wat kunnen we nou doen om de taakstelling in te vullen? Juist om die reden is die taakstelling voor 2025 geschrapt. Want die tijd was er niet. Er liggen een aantal ambtelijke voorstellen, maar er was volstrekt niet over gesproken. Er was ook geen gelegenheid meer voor. Dus 2025 konden we in feite niet gebruiken voor het benodigde overleg. En dan heb ik het overleg met de huisartsen, de maatschappelijke partners. Nou goed, dat weet u allemaal zelf ook. Dat de komende tijd, we zijn nu, kan ik al zeggen, volop bezig ambtelijk en aan het kijken van, wat van de maatregelen die mogelijk zijn zouden we ook verder willen uitwerken en verder in het overleg willen stoppen? Daar is even tijd voor nodig. En de voorstellen komen naar u toe, zoals ik u net zei. Een ander punt is de informatievoorziening naar de raad. Zo vat ik het maar even samen. Ook daar zijn we naar aan het kijken. Dat we het gaan doen en dat we het regelmatig gaan doen, dat mag u van me aannemen. In welke vorm precies, dat is nog even onderwerp van gesprek. Daar zijn we in de afgelopen twee weken nog niet helemaal uitgekomen. Maar dat gaat wel lukken. Ik denk dat dat op de drie… De voorzitter: Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Dank u wel.
Wij hadden begrepen dat het vorige college een start had gemaakt met de monitor sociaal domein. Of dat dat eigenlijk onderweg was en dat daar al heel veel gebeurd is. Nu hoor ik u zeggen, we gaan even kijken wat er ligt. En de informatievoorziening komt naar u toe. Betekent dat dat er iets ligt rond de monitor sociaal domein? Of dat u daar nu start en eigenlijk ziet, oh, er ligt eigenlijk weinig en we moeten er opnieuw naar gaan kijken? Of is het toch een afronding van iets wat al begonnen is? Zoals wij het hadden begrepen in elk geval.
Mevrouw Wind: Ik snap dat u het zo begrepen heeft. Ja, er is heel veel werk aan gedaan. En ja, er wordt er gezocht naar hoe het verder kan. En ondanks dat is die nog niet rijk om door te sturen. Dan ook aan mij de eer om een tweetal moties te behandelen. Vang de regen, bespaar geld, goed voor mens, plant en milieu. Ook in dat kader zal mijn reactie zijn, ja, we hebben een groot klimaatprobleem. Een aantal van u heeft het ook hier nog gemeld, maar dat is natuurlijk gewoon zo. Daar zijn grote en dure maatregelen voor nodig en die maatregelen zoekt het college met name in het onderhoud vernieuwing renovatie van riolen. Door, goed ook dat is eerder in de raad geweest, we kunnen u daar ook nog verder informeren, maar ik denk dat u dat kan. Regentonnen, het klinkt sympathiek, het is aardig in de communicatie, maar als ik kijk naar de kosten die je maakt voor zo'n pilot en naar de opbrengsten, dan denken wij dat we dit niet moeten doen. Dus we ontraden deze motie. Een tweede… De voorzitter: Het is amendement, geen motie. Amendement A-7-1 wordt bij deze door het college ontraden. Mevrouw Wind: Wat raar dat ik zo'n lange tekst voor een motie aanzie. Dan de Kunst- en Cultuurweek. Toen ik die motie zag, dacht ik, goh, wat leuk. Wat ontzettend leuk. Dus ik naar beneden, naar onze collega's, om te zeggen van, wat vinden jullie daarvan? En een aantal mensen zei van, oh, alsjeblieft.
En dat had alles te maken met dat ze herinneringen hadden aan ambtenaren die tenten op gingen zetten. Omdat de vorige cultuurweek weliswaar heeft plaatsgevonden, maar wel heel erg dankzij veel inspanningen en ook trekken van de ambtelijke organisatie. Dat is voor ons reden om te zeggen van, als we dit soort dingen doen en toevoegen aan het, gelukkig, brede aanbod in Wijdemeren op het gebied van tentoonstellingen, kunst en cultuur. Als we dit soort dingen doen, laten we het dan vraaggestuurd doen. En niet aanbodgestuurd. Dus nee, we voelen er niet voor om zelf een onderzoek te doen. Ik wil wel graag meegeven dat als organisaties zich melden, in een wat breder verband, bij u of bij ons die zeggen van, we zouden dat graag met elkaar willen doen en zou de gemeente ons kunnen faciliteren, dat we daar met een heel welwillende blik naar kijken. En dat betekent een positieve grondhouding met het ontraden van deze motie. Volgens mij waren dat mijn punten, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan is motie M-7-5, Kunst- en Cultuurweek op vervolg, ontraden. Dan zie ik geen verdere opmerkingen vanuit de raad. Dan dank ik u, mevrouw Wind. Alsof u nooit anders heeft gedaan. Mevrouw Wind: Het onderwerp kwam redelijk bekend voor, voorzitter. De voorzitter: Dank. En dan gaan wij naar opnieuw een herintreder. Die hadden we al een paar in de raad vandaag ook al.
Maar iemand die hier al eerder heeft gestaan, wethouder Kea. Mijnheer Kea, aan u het woord. De heer Kea: Voor mij ook nieuw dit systeem. Voorzitter, ik wil graag beginnen met motie 7-6, De Gouden Greep. Nu zit de microfoon voor mijn blaadje. De Gouden Greep werd al genoemd in het overdrachtsdossier dat wij als wethouders bij ons aantreden ontvingen. Mevrouw IJsbrandij hield een vlammend pleidooi. Alleen, we zijn helaas nog niet zo ver als het misschien wel lijkt. Het is een lang en ingewikkeld dossier en het is misschien wel ingewikkelder dan men ooit gedacht had of voorzien had. De huidige status is dat er ambtelijk overleg gevoerd wordt tussen het Plassenschap, OVP en de gemeente met initiatiefnemers. Aanstaande maandag vindt er inderdaad een volgend gesprek plaats. Maar ik begrijp dat dat helaas nog niet het laatste zal zijn. En dat er voorlopig meerdere gesprekken nodig zullen zijn om hier uit te komen. Het probleem is dat het Plassenschap het eiland Weer niet als een geschikte locatie ziet. En daar heeft u als raad ook in juni, dacht ik, een brief van het Plassenschap over ontvangen. Dat betekent dat we op dit moment dus nog geen definitief ontwerp kunnen toelichten. Maar ook dat we in de begroting er op dit moment ook geen rekening mee gehouden hebben.
En zoals ik al zei, ik kan op dit moment gewoon geen datum geven waarop ik denk dat deze discussie afgerond zou kunnen worden. Maar het is wel zo dat uiteraard De Gouden Greep wel degelijk op de
agenda staat. Het is een moeizaam en delicaat proces. Maar naar mijn mening draagt op dit moment deze motie er niet aan bij dat we dit kunnen versnellen. De voorzitter: Mevrouw IJsbrandij. Mevrouw IJsbrandij: Dank u wel, voorzitter. Deze motie, misschien even ter illustratie, steun, is vooral bedoeld om straks, volgende week dus al, met een positieve grondhouding van, wij willen dit graag realiseren, naar het gesprek gaat. En hopelijk dat wij dat als gemeenteraad dus ook vinden. En minder van, oké, we hebben een volgend overleg en we zijn hier toehoorder. Dus meer als steun in de rug en als motivatie van, we willen dit heel graag. En als we dit heel graag met elkaar willen, dan is er ook een weg en een manier te vinden om het te realiseren. Dus eigenlijk meer, om u te helpen straks, het gesprek. De heer Kea: Daar gaat u ervan uit, dan gaat mevrouw IJsbrandij ervan uit dat we niet met een positieve grondhouding in zitten en dat zitten we wel. Ik heb ook gezegd dat De Gouden Greep heel duidelijk wel op de agenda staat en op de radar staat. U vraagt om het ontwerp toe te lichten en om erop te sturen dat het plan een spoedige uitvoering krijgt. Jazeker, dat doen we. Maar zoals gezegd, ik denk niet dat we daar deze motie op dit moment voor nodig hebben. De voorzitter: Mijnheer Nienhuis op dit punt.
De heer Nienhuis: Voorzitter, hoor ik de wethouder zeggen, voorzitter, dat deze motie eigenlijk overbodig is? De voorzitter: De wethouder. De heer Kea: In ieder geval raden wij hem niet aan. Dus wij ontraden deze motie. Maar in feite is hij op dit moment in het proces overbodig. De voorzitter: Mevrouw IJsbrandij. Mevrouw IJsbrandij: Nogmaals, hij is dan niet nodig, maar hij is bedoeld als motivatie, dus kunt u hem ook niet ontraden, toch? De heer Kea: Als hij niet bijdraagt in het proces, dan is hij ook niet nodig. Vandaar dat ik zeg, ik zie hem niet als noodzakelijk, daarmee ontraad ik hem. Maar dan wordt het een beetje een woordspelletje. De voorzitter: Ja, laten we even kijken, we hebben zo dadelijk ook nog een tweede termijn, misschien kunt u ook nog…Want ik zie vooral dat in het dictum het eerste punt het ontwerp toe te lichten met de gemeenteraad, ja er is nog geen ontwerp. Er is nog geen vastgesteld gedragen ontwerp. De heer Kea: Er is een ontwerp, maar dat ontwerp is op het eiland Weer. En op dit moment wordt het eiland Weer niet als locatie gezien. Dus dan heb je geen ontwerp. De voorzitter: De prijsvraag is wel gewonnen, maar het moet nog ergens inderdaad landen. Maar volgens mij dat u dat allen steunt, dat hoor ik inderdaad heel goed. Kijkt u zo dadelijk heel even ook onderling van hoe u wellicht dat ook tot uitdrukking nog kunt brengen.
Maar volgens mij is het advies op deze motie zoals het er nu ligt helder en is dat ontraden in deze vorm.
De heer Kea: Dan hebben we de motie M-7-4 over het waterprogramma. Voorzitter, als het gaat om zwemlessen of andere sportactiviteiten, dan hebben we het Sport- en Cultuurfonds. Waar zowel jeugd als volwassenen een beroep op kunnen doen. En als het gaat om andere wateractiviteiten, dan hebben we in onze gemeente de nodige ondernemers die al lessen en andere activiteiten aanbieden. Als je kijkt naar de motie zoals die er ligt, dan vraagt die ook een aantal dingen die wij niet kunnen. Wij kunnen niet in overleg met ouderraden, wij kunnen niet gaan over financiering via ouderbijdrages enzovoort. We kunnen het proces hooguit faciliteren. Ik begrijp ook de zorgen over kinderen die misschien geen zwemles krijgen, en ik zal ook mijn collega Van Rijn vragen, dat had ik al gedaan, om dit nogmaals onder de aandacht te brengen bij het armoedebeleid. En ook zal ik in mijn komend overleg met de scholen hun gedachten hierover peilen. Maar als motie nu zou ik hem willen ontraden ook. De voorzitter: Mevrouw IJsbrandij. Mevrouw IJsbrandij: U keek mijn kant op, ik denk, ja, dan toch zeker wel. Deze motie is zeker niet bedoeld alleen voor degenen die het niet kunnen betalen. Dit is om Wijdemeren en de kinderen van Wijdemeren iets unieks aan te bieden. En dat je het noodzakelijke met plezier verenigt. Het is inderdaad veel denkwerk en het vergt het een en ander.
En het vergt overleg en de neuzen moeten dezelfde kant op staan. Ik weet van enkele scholen die daar zeker positief tegenaan kijken. En al heel enthousiast riepen, ja, zoiets willen wij. Maar ik heb ze nu deze keer niet allemaal gesproken. En eerlijk gezegd wel in het verleden. En daar kwam ook een aantal redenen naar boven of argumenten om dit niet te willen. Maar als je het anders aanvliegt dan, het moet onder schooltijd. Het kost veel geld. Maar uiteindelijk kan je voor alle kinderen een zelfde programma aanbieden. Dus dan zitten ze allemaal op één lijn en heb je geen onderscheid. Ze maken allemaal kennis met watersporten. Ze raken allemaal watervrij. Je doet als ouders namelijk, ook al kan je het makkelijk betalen, ga je met ze op zwemles, dan zit je in dat vreselijk hete zwembad. En dan ben je wat blij dat ze eindelijk een zwemdiploma halen. Vervolgens ga je nooit meer, want je denkt doei, ik ga echt niet meer naar dat hete zwembad toe. En ga je nog één keer in het jaar, als je op vakantie bent, met je kinderen zwemmen. Het gaat ook om het onderhoud. Het gaat ook om dat je dat blijft volhouden. En daar zijn ouders heel erg gelukkig mee. Ik zou het gesprek gewoon aan willen gaan hoe dat wel mogelijk is. En ja, het vergt een enige organisatie. Maar wij zijn Wijdemeren en we zijn een waterrijk gebied met mooie sportmogelijkheden op en in en rond het water.
En we willen dat de kinderen zwemvaardig worden. Ik heb het net ook allemaal genoemd en nu probeer ik mezelf te herhalen, maar het omvat zoveel meer als van ja, zwemles en oh, moeilijk. Denk buiten de box. Ik wil heel graag meedenken. Ja, helpt dat? De voorzitter: Mijnheer Kea. De heer Kea: Ben ik uit? Nee, ik ben aan. Een van de dingen die ook in de discussie hierover bovenkwamen is, als je het iedereen aanbiedt, je hebt ook kinderen zonder zwemdiploma, wat doe je daar dan mee? Dus dat speelt ook weer mee. Als je kijkt naar, u zegt het zelf al, het is complex om het georganiseerd te krijgen. Laat mij het even met de schooldirecteur opnemen. En, hoe heet het? Dan kom ik daar bij u op terug. Maar op dit moment zou ik deze motie blijven ontraden. De voorzitter: Ik hoor dat de wethouder de motie ontraadt, dat er wel een toezegging wordt gedaan. En ik omschrijf hem heel even dat de wethouder in gesprek gaat met de schoolbesturen om te kijken hoe in de geest van de motie iets kan worden opgezet. En ik hoor ook een uitgestoken hand van mevrouw IJsbrandij die de wethouder daarbij graag zou willen helpen in denken en doen. Dus laat ik die toezegging op die manier noteren. En de motie is op dit moment ontraden en we horen zo dadelijk ook wat u daarmee gaat doen.
De heer Kea: Nu we toch in het water zitten, hebben we ook nog de vraag van mevrouw Kaper om een inventarisatie te doen opnieuw van de strandjes. Deze vraag is al eens eerder aan de orde geweest. Het is als afgehandeld beschouwd door het oude college, heb ik begrepen. Maar zoals u weet brengen naast stevige kosten ook veiligheid, natuur, bereikbaarheid, parkeren, et cetera. Ook dit is weer iets complexer dan je in eerste instantie zou zitten. En op dit moment zien we als college geen ruimte om daar prioriteit aan te geven. Dat neemt niet weg dat als u als raad of als individu daar mogelijkheden ziet en kansen, dan horen wij dat graag en gaan we daar positief mee om. Dank. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kea. Dan zijn we daarmee al ongeveer op het einde van de eerste termijn van de zijde van het college. Ik kijk even rond of daar in de eerste termijn van de zijde van het college nog vragen, opmerkingen, inhoudelijke zaken zijn blijven liggen. Mijnheer Goetheer. De heer Goetheer: Het komt wel in de tweede termijn, maar u kunt wel raden waar het over gaat. De voorzitter: Nee, eigenlijk nog niet. De heer Goetheer: Sorry, wethouder Zagt zal het zeker weten, mijn vraag. De voorzitter: Dan gaat hij daar nog even heel goed over nadenken. Verder, zijn er nog vragen? Mijnheer Poels. De heer Poels: Nu wel? Ik word er helemaal onzeker van.