2023.12.07 Gemeente Wijdemeren Gemeenteraad
Tekst van het document
Mevrouw IJsbrandij: U heeft hem al gesteld. Misschien kunt u hem beantwoorden. De heer Zagt: Nou, u begrijpt me denk ik niet helemaal. Ik denk als wij ons niet uitgesproken hadden hierover dat terecht de raad gevraagd zou hebben, en waar gaat de voorkeur van het college naar uit? Nou, daarom hebben wij die maar vast opgenomen in de brief. De heer De Kruijff: Voorzitter? De voorzitter: De heer De Kruijff.
De heer De Kruijff: Ja, ik wil het de wethouder ook niet moeilijker maken dan het is want hij heeft wel degelijk net antwoord gegeven op de vraag. Maar ik zou dan wel aan het college willen meegeven van, nou, als u dat dan opgeeft, want het klopt hè, dat zegt de wethouder, als ik raadslid had geweest had ik de vraag ook gesteld. Maar geef dan ook de reden op in de brief want die staat er niet in. Dat is de reden waarom er denk ik nu veel vragen vanuit de raad worden gesteld. Maar er staat alleen in, het college heeft de voorkeur voor variant B maar er staat niet in waarom. Dus ik denk dat dat even de reden is waarom er vanuit de raad veel vragen komen richting het college. Dus dat is niet een verwijt naar de wethouder maar wel een verwijt naar het college van, neem voor de volgende keer ook de reden op in de brief. De voorzitter: U heeft die vraag gesteld en de wethouder heeft namens het college antwoord gegeven. Ja, dus dan is dat duidelijk. Ja? Veder geen vragen aan wethouder Zagt. Gaan we naar wethouder … Ja, u nog. De heer Goossen: Voorzitter, ik snap niet helemaal deze discussie. Er wordt wat voorgesteld vanuit het college, dat is aan ons om daarover te beslissen. Ik snap heel goed keuze B want het is onze financiële wethouder die voorzichtig is met geld wat we nog niet ontvangen hebben.
Want dat moet nog gaan gebeuren, het moet nog allemaal bewezen worden, om dat terug te geven. Als wij een keuze maken daar op deze manier mee om te gaan is het aan de raad. En dat heeft het college heel goed verwoord en volgens mij is daar de hele discussie mee gesloten dus stop daarmee. De heer De Kruijff: Voorzitter? De voorzitter: De heer De Kruijff: De heer De Kruijff: Ja, ik wil het mezelf niet moeilijk maken omdat ik samen met De Lokale Partij het amendement heb ingediend. Maar ik wil toch wel even reageren op de heer … Ja. Maar ik wil toch wel even reageren op de heer Goossen want ik vind het juist een hele terechte discussie. Want het college die zegt, wij hebben de voorkeur voor variant B. Met variant B houden we het zoals het nu opgenomen staat in de belastingverordening. Dat betekent dat inwoners vanaf volgend jaar meer gaan betalen dan eigenlijk in de begroting staat opgesteld. Dat is een politieke keuze van het college en ik vind het zeer terecht dat we daar het college op bevragen. Dus wat mij betreft wel een zeer terechte discussie. Dank u wel. De voorzitter: De heer Goossen en dan mevrouw Wind. De heer Goossen: Er staat ook bij dat we dan volgend jaar krijgt de inwoner het terug hè? Dus als het, zo is het, dat staat er ook bij. En er staat niet dan, dat is al gevraagd door mevrouw Van Rijn, dan komt die berekening en dan komt het alsnog terug.
De voorzitter: Mevrouw Wind. De heer Goossen: Nu komt het direct terug, ook prima maar we kunnen hier denk ik wel de hele avond over vullen dus dan … De voorzitter: Mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Ja, voorzitter, ik kan me ook voorstellen dat de coalitie behoefte heeft aan een schorsing. De voorzitter: Nee, die behoefte blijkt er niet te zijn. En laten we nou duidelijk zijn, wat is nou mooier dan dat het college eergisteren nieuwe informatie kreeg, dat we gisteren de raad hebben geïnformeerd. Dat we
hebben gezegd, we hebben drie, drie potentiële opties hebben we bekeken. Eén optie niet uitvoerbaar, geeft idioot hoge kosten, en de twee anderen zijn uitvoerbaar. Van die twee heeft één onze voorkeur maar we hebben eerlijk gezegd, ze kunnen allebei dus raad beslist u maar. Nou, u moet toch blij zijn dat dat een keer zo kan. Dank u wel. Dan gaan we naar wethouder Kruijt. Mevrouw Kruijt: Ja, voorzitter, een aantal vragen over met name de landtoeristenbelasting. Om maar meteen duidelijk te maken, die blijft ongewijzigd voor 2024. Het voorstel zoals het nu voorligt, dat willen we graag uitvoeren. Dat heeft te maken met het feit dat we een aantal keer bij elkaar hebben gezeten met een aantal voorstellen die wij hadden gepresenteerd aan de recreatieondernemers. Daar hebben we toen behoorlijke gesprekken en stevige discussie over gevoerd. Dat heeft ertoe geleid dat wij in een schorsing op een gegeven moment met elkaar gesproken hebben, is er een mogelijkheid om iets te doen aan die watertoeristenbelasting en aan de forensenbelasting? Nou, met enige aarzeling hebben we gezegd, nou ja, we moeten misschien ook dat gebaar gaan maken. Dat heeft dus geresulteerd in de twee wat aangepaste tarieven voor deze onderdelen.
Maar daarna, en eigenlijk is ook niet, er is wel enigszins gesproken over de landtoeristenbelasting maar kennelijk heeft de sector zich op dat moment onvoldoende gerealiseerd dat dat betekent dat voor alle objecten die onder die landtoeristenbelasting vallen die 3,50 euro wordt geheven, dan wel 1,75 voor de caravans of de tenten, de groepsaccommodaties. Dat we te elfder ure dan nog een brief krijgen van, kan het niet ook worden verlaagd? Wij hebben de indruk dat je beter volgend jaar met elkaar kunt gaan praten over, zijn er mogelijkheden, wat kunnen we in totaliteit doen voor het binnenhalen van die toeristenbelasting? In zijn algemeenheid in brede zin. En nu vast blijven houden aan die 3,50 euro die niet overtrokken is, die ook heel erg in lijn is met datgene wat ook bij andere gemeentes wordt geheven. Ik heb er ook een heel overzicht van, dit is een gemiddelde. Dat kunt u ook vinden op bij COELO bijvoorbeeld. Als wij gaan afwijken krijgen we nog grotere verschillen die ook weer in ‘24 moeten worden teruggevonden. Dus dit voorstel blijft zoals het is wat ons betreft en we hopen dat u daarmee akkoord kunt gaan. Mede ook omdat u natuurlijk ons een opdracht heeft gegeven om een half miljoen extra voor het komende jaar bij elkaar te sprokkelen, en dat loopt nog verder op naarmate de tijd vordert. Tot zover. De voorzitter: Mevrouw Wind.
Mevrouw Wind: Ja, voorzitter, mijn vraag ging vooral over de zorg over de relatie tussen ondernemers en het college. Daar wil ik graag antwoord op. En ja, als u over het COELO begint, college, dan begin ik ook over het COELO en dan even in relatie tot de OSB. Waar we volgens mij nog dertien plaatsen te gaan hebben om de ranglijst van Nederland aan te voeren. Maar ik krijg hoop ik nog reactie van de raad op het voorstel om daar alsnog wat aan te doen. Dank u wel. De voorzitter: Dat was eigenlijk geen vraag meer toch? Mevrouw Wind: Vindt u dat ook? De voorzitter: Ja, ja, nou, dan bedank ik de wethouder. Dan, als er geen anderen nog vragen hebben. Ja, mevrouw Van Rijn, ga uw gang. Mevrouw Van Rijn: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik had nog twee openstaande vragen en één nieuwe vraag. Mijn vraag was, heeft u na die brief, dus dat is ruim een week geleden, heeft u zelf nog contact gehad met de schrijvers van de brief? Dat was mijn vraag. U geeft aan, ik heb een heel overzicht en we prijzen ons anders uit de markt. Daarvan hebben we van de ondernemers begrepen dat dat niet het geval is. Maar kunnen wij dat
overzicht, kan dat, wij hebben dat nu een paar keer gevraagd, het blijkt er te zijn, zou u dat nog een keer naar ons kunnen doen toekomen? Mevrouw Kruijt: Het antwoord op de tweede vraag is, natuurlijk kan ik u dat laten toekomen. Ik heb het zelfs bij me. Het antwoord op vraag één is, er is een brief aan de raad gestuurd waar ik een kopie van heb gekregen. Ik heb geen contact gezocht met de HISWA-RECRON. We hebben wel elkaar een aantal keer gesproken maar niet meer inhoudelijk over het laatste voorstel. De voorzitter: Ja, verder nog iemand? Dank u wel. Dan kijk ik, is er nog behoefte aan een tweede termijn? Ja, mevrouw Van Rijn, ga uw gang. Dan kijk ik daarna of anderen nog behoefte hebben. Mevrouw Van Rijn: Ja, dank u wel, voorzitter. Allereerst even een hele kleine opmerking naar aanleiding van de eerste termijn. Ik wil dat ook niet groter maken maar alleen aangeven dat het bij mij een vervelend gevoel geeft als u een aantal keer zegt dat wij of ik flauwe opmerkingen maken. Ik wil hier wel duidelijk maken dat de opmerking niet flauw bedoeld is. Dat de vorige keer ik gewoon naar een cijfer vroeg wat gewoon van belang was voor de begrotingsbespreking en nu vraag ik naar het perspectief van De Lokale Partij in relatie tot Amsterdam. De Lokale Partij begint daar ook zelf over dus ik vind dat best lastig als u dan zegt, flauw.
Dan weet ik niet wat ik wel of niet kan vragen dus dat wil ik alleen maar meegeven dat ik dat niet prettig vind. Dan de vraag, nou ja, ik kan niet begrijpen het laatste antwoord van de wethouder. Je hebt zoveel gedoe en gezeur en moeilijkheden met die sector. Dan schrijven ze vorige week een brief en dat u dan niet, al is het maar een belletje of een gesprek. Dat u er niet uitkomt, dat is een tweede, dat kan hè. Dat kan inderdaad zijn dat de ondernemers het verkeerd begrepen hebben. Maar dat we het weer laten liggen, dat de ondernemers boos met ons waarschijnlijk allemaal bellen, dat snap ik gewoon niet. Dus ik zou ook u willen vragen om de volgende keer toch nog weer scherper op de bal te zitten, heb gewoon contact met elkaar. U hoeft het niet altijd eens te zijn. Wij zijn het ook niet eens met het college, wij zullen tegen die belasting stemmen. Maar alstublieft, negeer elkaar niet want dat geeft geen fijne relatie. Dan die OZB, het is voor ons niet duidelijk. Het is heel fijn dat het college die cijfers nog heeft gegeven. Het is laat maar daar kan het college ook niks aan doen. Als je het niet eerder hebt, dan heb je het niet eerder. Maar het is voor ons ook een beetje lastig omdat mijn collega van DorpsBelangen, sorry, en van de VVD, van de VVD weet ik het niet. Vorige keer was daar nog even twijfel over en van de Partij van de Arbeid.
Wij willen eigenlijk, A, vinden we te weinig dus zeker A moet maar liever willen we die OZB gewoon omlaag hebben. Maar ik weet nu niet na die laatste cijfers wat ik in het amendement moet zetten. Dus wij hebben met elkaar gezegd, ja, dan moeten we misschien maar schorsen. Maar wij krijgen gisteravond die cijfers. Ik weet niet waar ik het nu vanaf moet halen, van welk getal? Dus ik wil de septembercirculaire voor een deel gebruiken maar ik weet niet welk percentage er dan onderaan de streep uitkomt dus daar willen we het nog even met elkaar over hebben. En dan even hebben over de prachtige foto's die getoond zijn met natuurlijk een minder mooi beeld daarop. Wij delen dat helemaal niet dat dat de toeristen die in ons huisje zitten of wat dan ook dat doen. Wij van Wijdemeren zullen dat ook best wel eens zelf doen. Ik vond eigenlijk hè, we staan overal bekend als de groene achtertuin van Amsterdam en dat werd nu in het eerste termijn van De Lokale Partij de afvalput van Amsterdam. Nou, vond ik toch een beetje jammer. En ook richting de ondernemers, daar wil ik het dan maar even voor opnemen want dat gebeurt in deze raad vind ik op dit moment niet voldoende. Dat is ieder zijn eigen keus. Maar die ondernemers werken knetterhard met hun acties Clean Up The Lake. Iedereen die een boot huurt krijgt een vuilniszak mee. Ze gaan het water op, ze zoeken vrijwilligers, ze zoeken duikers.
Dus jongens, alsjeblieft, laten we dat beeld van deze foto's gauw vergeten. Stuur de volgende keer een mooie foto mee dat iedereen aan het genieten is op de plas. En die rommel, ik ben het helemaal eens met mevrouw Kaper, daar wordt volgens mij heel hard aan gewerkt door de gemeente, door de burgemeester en door de boa's om daar continu aandacht voor te
hebben. Mag het meer? Misschien wel. Maar laten we dit niet aan de toeristen koppelen, dat is echt zonde van onze mooie gemeente. Ik kijk even naar mijn collega's, wat mij betreft zeker de moeite waard om die OZB omlaag te krijgen dus ik hoop dat u in de tweede termijn daarop wil reageren. Anders gaan we heel druk doen en dan gaat u dat allemaal afwijzen en dat zou natuurlijk ontzettend zonde zijn. De voorzitter: Ik kijk even aan die kant of er nog iemand het woord wil voeren? Ja, mevrouw IJsbrandij. Ja. Mevrouw IJsbrandij: Ja, nou, er is al heel veel gezegd en dat is fijn. Inderdaad, de plaatjes dan maar gauw vergeten. Ik ben er bijna door geshockeerd dat je dat in relatie brengt met deze toeristenbelasting. Maar goed, we pakken dit, we zullen dit ook niet, we zullen hier niet mee instemmen met de toeristenbelasting. En de OZB, heel graag. Ik hoor graag of hiernaar gekeken wil worden want uiteindelijk was het gewoon een algemeen van ons allemaal dat we wat voor de inwoners wilden doen. Daar zijn we in maart al mee begonnen dat we dat zo laag mogelijk wilden houden. Dus u moet het een kans geven dat u daar nog energie in wil steken. Dank u wel. De voorzitter: Ik kijk naar mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Ja, twee dingen. Bel morgen alsjeblieft even die ondernemers op want dit is gewoon niet goed. Hè, u zegt, hoe we met elkaar om moeten gaan, heeft u absoluut een punt.
Maar geef nou alsjeblieft zelf ook het goede voorbeeld. Dit moet uit de lucht. En je kan best tegen elkaar zeggen, weet je, we zijn het niet met jullie eens. We zijn het erover eens dat we het niet eens zijn. Dat is een van mijn, daar word je echt oud mee. Dus dat weet u ook wel, ik kan het u aanraden. Maar doe dat dan even. Ja? En de tweede is, we kunnen om een schorsing gaan vragen, gaan we een amendement typen. Ik ben er graag toe bereid. Maar als iedereen nou gewoon even zegt, joh, moet je horen, we kennen jullie verhaal, we steunen het niet of we kennen jullie verhaal, gelet op de nieuwe situatie, we steunen het wel. Dan gaan we met degenen die het wel steunen, als zich een meerderheid aftekent, een amendement typen en dan is het ook aangenomen. En ieder maakt zijn eigen keus maar geef het dan nu even aan. En als mensen zeggen, nou, nee, dit is wat het is en wij hebben goede redenen om dat te doen, even goede collega's maar dan gaan we ook niet schorsen. Dus het is een praktisch voorstel. En als we geen antwoord krijgen, dan vraag ik bij deze zo een schorsing aan. Dank u wel. De voorzitter: Ik kijk even aan de andere kant van de raad wie nog het woord wil voeren? Mevrouw Kaper eerst, ja? Mevrouw Kaper: Mag ik al reageren? De voorzitter: Ja, u mag als eerst. Mevrouw Kaper: Ja, fijn. Ik heb geen nieuwe aanvullingen maar ik wil graag meteen even reageren op de vraag.
Het lijkt me wel zo direct en dan scheelt dat misschien maar misschien zijn er andere partijen die openstaan voor het amendement. Wij zullen dat niet steunen. U gaf ook net aan, er is een heel net briefje gekomen van de provincie met een toelichting over die toeristenbelasting. Nou, wij hebben als ChristenUnie die toelichting ook gemist op basis wanneer het over de OZB gaat. Dat is niet netjes gegaan, dat vinden we allemaal volgens mij. Ja, voor ons is alleen het woord van de burgemeester wel voldoende om de OZB niet verder te verlagen. De voorzitter: De heer Goetheer.
De heer Goetheer: Dank u wel, voorzitter. Even goede collega's maar ook ik zal het niet steunen. Ik heb ook niet de behoefte om de begrotingsraad van een maand geleden opnieuw te gaan doen. Mijn standpunten daarin die zijn nog hetzelfde daarin. Als ik, ik ga ook niet de woorden herhalen van anderen. Het OZB-verhaal van vanavond, puur een technisch verhaal. Het amendement wat ingediend is dat zal ik steunen daarin. Voornamelijk ook omdat de gemeente die is gewoon geen bank en onze inwoners en ondernemers zijn geen pinautomaat. Zeker wanneer we naar de verschillende, ja, eigenlijk ook de terugkoppeling continu vanuit het college hoorden bij alle voorstellen die we deden waarbij we iets qua geld wilden uitgeven, had ik persoonlijk het wel zo netjes gevonden als dat nu de andere kant op dezelfde manier op was geredeneerd. Dat miste ik wel echt in het voorstel, in de keuze van het college om nu extra geld eigenlijk op te halen bij de inwoners en die dan volgend jaar terug te geven. Dan toch nog één opmerking omdat het zat me toch wel ook met de plaatjes, ik weet anderen hebben het ook al gezegd maar ik wil wel echt verzoeken om in de beeldvorming richting onze toeristen waarin we als recreatiegemeente graag goede sier mee maken, de bühne op willen. Laten we heel blij zijn met dat toeristen naar ons toe willen komen en hen met open armen ontvangen. En tot zover eigenlijk.
De voorzitter: Nog anderen voor de tweede termijn? De heer De Kruijff: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Pronk. De heer De Kruijff: O, ja. De voorzitter: Ja, ik kom daarna bij u, ja? De heer De Kruijff: Prima. De voorzitter: Mevrouw Pronk. Mevrouw Pronk: Ja, voorzitter, mevrouw Van Rijn maakt ons deelgenoot van haar gevoelens. Wil ik toch ook even op inhaken. Vorige vergadering waar inderdaad de vraag gesteld werd aan De Lokale Partij of wij cijfermatig wel op de hoogte waren, nou, waar die vraag van was. Dat vind ik, dat doet mijn gevoel iets. Dat is een soort twijfel alsof bij ons de cijfermatige kennis niet aanwezig is dus dat vind ik heel erg jammer. Ik wil graag mijn vragen even de zin afmaken. En het tweede is, het beeld wordt ook hier geschetst over de, ja, dat er een soort onwaarheid is dus dat wil ik ook even wegnemen. Dan over de amendementen. Wij hebben een eigen amendement ingediend dus wij gaan niet het amendement van PvdA-GroenLinks steunen. Dus tot zover. De voorzitter: Nog een vraag van mevrouw Van Rijn, dan komt de heer De Kruijff. Mevrouw Van Rijn: Nee, voorzitter. Ja, nou ja, meer een opmerking, dan kunnen we er volgens mij over ophouden. Ik heb niet gezegd dat ik denk dat de cijferkennis bij De Lokale Partij niet op orde is, dat heb ik totaal niet gezegd.
Ik heb gevraagd aan De Lokale Partij, weet u wat er onderaan de streep één basiscijfer overblijft bij de septembercirculaire? Dat is volgens mij een prima vraag in een begroting. Ik heb niet getwijfeld aan uw kennis. Het antwoord is niet gekomen maar u had het waarschijnlijk wel. De voorzitter: Dan ga ik over naar de heer De Kruijff.
De heer De Kruijff: Ja, voorzitter, dank u wel. Misschien is het even goed om toch wel te reageren op het verzoek wat door een aantal partijen gedaan zijn. Ik moet zeggen, ik voel me aangesproken natuurlijk. Ik voel ook een beetje ongemak omdat we vorige week of twee weken terug in de begrotingsraad als VVD toch duidelijk hebben aangegeven dat we verdeeld stonden in het voorstel wat toen gedaan werd om de OZB te verlagen. Kijk, het liefst heb ik nog steeds de OZB het liefst op 0 procent. Ben ik heel eerlijk in. Ik ben de politiek ingegaan omdat ik zoveel mogelijk lage lasten wil voor onze inwoners. Daar heb ik toen ook voor gestreden, dat heb ik heel duidelijk aangegeven. Ik moet ook eerlijk zeggen dat ik me er niet zo heel populair mee heb gemaakt maar ik ben niet in de raad gekomen om mezelf populair te maken maar om de kiezers en inwoners van Wijdemeren te dienen. Maar ik moet wel zeggen, kijk, het is heel ongemakkelijk dat we toen ook in de raad aan het eind van de avond in ene ingelicht werden over een appje, berichtje wat door een ambtenaar van de provincie aan ons is gedeeld. Ik kan ook heel eerlijk bekennen dat ik de afgelopen weken ook veel met de burgemeester aan de telefoon heb gezeten. Burgemeester en ik en heel veel in deze zaal waren aanwezig bij het gesprek die we toen met de commissaris en met de ambtenaren van de provincie die we hebben gehad in Haarlem.
Ja, ik heb heel erg iets anders gehoord dan een aantal van mijn collega's. Maar ik heb met de burgemeester gesproken en de burgemeester zegt toch wel tegen mij, en dat ben ik helemaal eens met mevrouw Kaper, want de burgemeester, ja, die is toch met een bepaalde reden ook door de commissaris hiernaartoe gestuurd, met een bepaalde opdracht, die zegt tegen mij, doe het niet, doe het niet. Want er gaan consequenties komen en ik denk dat die consequenties niet te overzien zijn. Wat mij betreft hadden we absoluut kunnen voorkomen dat we onder dat financieel toezicht zitten. We zitten er nu eenmaal onder dus we willen er zo snel mogelijk vanaf. Wat ik hoor is dat dat het snelste kan gebeuren als we die septembercirculaire niet gaan gebruiken. Want dat is een beetje het voorstel wat ik bij mevrouw Van Rijn hoor hé, de discussie die we vorige week, twee weken geleden ook hebben gehoord, de septembercirculaire gebruiken om de OZB te verlagen. Ja, ik vind het uit te leggen. Ik had heel graag het gesprek met de provincie daarover gevoerd maar het is me niet gegund. Vanavond moeten we dat besluit nemen en dan volg ik toch de waarschuwing van de burgemeester. Dus tot zover, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Wind en dan mevrouw Van Rijn. Mevrouw Wind: Voorzitter, ik voorzie dat we geen schorsing nemen, nodig hebben, daar kan ik mee leven.
Ik wil nog wel een keertje met u bellen over de invloed die u heeft want goh, het woord van de burgemeester geldt wel heel erg. Maar ik ben blij met u hoor, maar niet te veel bellen. De voorzitter: O, dank u. Nou, als u dat zo zegt, ik ga wat vaker met u bellen ook, misschien heeft dat ook een goede invloed. Mevrouw Wind: Ja, nou … De voorzitter: En met mevrouw Van Rijn, ik weet het niet maar even, alle gekheid op een stokje. Mevrouw Wind: Ja, tussen twee en drie ’s nachts. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Ja, dank u wel, voorzitter. Bellen mag u mij altijd en dan luister ik soms en soms niet want dat is … En voorzitter, dat zeg ik omdat dat volgens mij precies mijn rol is. Ik zit niet in de provincie, ik zit niet in de Provinciale Staten, ik zit niet in de Gedeputeerde Staten, ik zit niet op uw burgemeesterstoel en ik zit ook
niet in het college. Ik ben gekozen als raadslid voor Wijdemeren en daarin moet ik mijn eigen afweging maken. Ik laat me dan niet altijd opleggen wat ik moet stemmen of wat ik moet kiezen. Ik was wel benieuwd … Mevrouw Kaper: Voorzitter? De voorzitter: Ja, mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Ja, hier heb ik nou weer gevoelens bij. Ik laat mij ook niks opleggen. Mevrouw Van Rijn: Zeker. Mevrouw Kaper: Ik moet natuurlijk met alle afwegingen, en ik leef ook met mijnheer De Kruijff mee, ja, wie wil dit wel voor onze inwoners? Ik ook niet. En dan is het aan ons inderdaad vrij om te luisteren naar wat een burgemeester als advies meegeeft en dat kunnen we ook naast ons neerleggen, daar bent u ook vrij in. Maar ik laat mij niks opleggen. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Nee, voorzitter. Ja, voorzitter, die indruk had ik ook helemaal niet hoor van mevrouw Kaper, dat zij zich iets laat opleggen. Ik zei alleen dat ik het ook niet doe en dat u het ook niet doet is u te prijzen. Alleen ik reageerde even op het betoog van mijnheer De Kruijff, die zegt, ik heb ervoor gestreden en ik was niet populair en ik wil het voor onze inwoners en de lasten moeten omlaag. Ik heb het allemaal even meegeschreven, ik vond het echt een vlammend betoog. Maar ja, dan lees ik toch de brief van het college en de burgemeester die met een opdracht gekomen is.
Ik ben wel heel benieuwd, volgens mij is de opdracht ziektevervanging van de burgemeester maar blijkbaar weet mijnheer De Kruijff van een extra opdracht. De heer De Kruijff: Nee, voorzitter, als ik dat even mag corrigeren wat ik daarmee bedoel. De voorzitter: Ja, gaat uw gang. De heer Kruijff: Dat deze burgemeester op dit moment wat meer in contact staat met de commissaris dan andere burgemeesters in de provincie, dat bedoelde ik daarmee te zeggen. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Ik vond dat wel spannend klinken. Ik denk, misschien gaat u ons allemaal bellen welke geheime opdracht u nog meer heeft. Het herstelplan erdoor of dit of dat. Ik kon het me al niet voorstellen maar het klonk wel een beetje zo toen mijnheer … Maar ik wilde eigenlijk alleen maar één oproep doen. Mijnheer De Kruijff, de strijd is nog niet gestreden, u kunt met ons meedoen. Als u echt staat voor wat u zegt voor de inwoners, dan moet u volgens mij meedoen en anders stopt u de strijd voordat die af is. Dus ik ben wel benieuwd wat u gaat kiezen. De voorzitter: Dames en heren, het was de tweede termijn, volgens mij geen vragen meer aan het college. Ik constateer wel dat de toezegging is gedaan door het college dat over de overhead, dat we niet wachten op de jaarrekening 2024 maar dat wordt geprobeerd op een eerder moment nader inzicht te geven in overhead en hoe die zich ontwikkelt.
Dat de oproep om nog een keer in gesprek te gaan met ondernemers is genoteerd. En naar mevrouw Van Rijn zeg ik, we hebben elkaar een beetje aangesproken op wat we zeggen in de raad, het was voor allebei lastig. We gaan dat gesprek nog een keer aan, dat doe ik graag. Ik bel niet, we gaan gewoon
oog in oog. Nee, dat doe ik niet. En misschien kunnen we dat gewoon in het presidium doen want het is best goed sowieso af en toe eens even met elkaar te kijken, hoe gaan we met elkaar om? Je moet ook als voorzitter niet te streng zijn maar ook niet te los, dat we elkaar gewoon goed begrijpen vind ik wel heel belangrijk. En volgens mij is dat ieders intentie en ik zie u ook met de duim omhoog. Dan stel ik voor dat we overgaan tot besluitvorming want dat zou nu kunnen. En dan gaan we even, dat was het verzoek van mevrouw Wind, dat we even per verordening dat apart doen. U wil nog even overleggen? Mevrouw Wind: Als het mag één minuut. De voorzitter: Ik schors voor één minuut. Mevrouw Wind: Dank u wel. De voorzitter: Ik heropen de vergadering. Kunnen we overgaan tot besluitvorming? Ja, dat is het geval. Dan noem ik het per verordening en de eerste overigens, daar is een amendement bij. Dus let u even goed op, amendement A-20-1 over de OZB 2024. Behoefte aan stemverklaring? Dat niet. Is er behoefte aan ... Ja, ga uw gang. De heer Voigt: Wie? Oké, stemverklaring. Het amendement OZB, het is een sympathiek amendement. Toch zullen wij tegenstemmen en de reden is dat wij een verdere verlaging zouden willen. De voorzitter: Nog andere stemverklaringen? Ja, mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Mogen we daar gewoon bij aansluiten? Anders lees ik hetzelfde voor. De voorzitter: Dat mag.
Mijnheer Goetheer. De heer Goetheer: De gemeente is geen bank. De voorzitter: Dan verdere stemverklaringen? Ja, mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Ja. Het amendement over de OZB is een sympathiek amendement. Toch zullen wij tegenstemmen omdat wij het onvoldoende ver vinden gaan. Dank u wel. De voorzitter: Geen verdere stemverklaring? Mag ik dan zien wie voor het amendement zijn? Dat zijn de fracties van de VVD, Groep Goetheer, ChristenUnie en De Lokale Partij. Wat? Elf stemmen voor en dan zijn dat er negen volgens mij, we zijn met zijn twintigen hè. Wat? Nee, met zijn negentienen zijn we. O ja. Negentien zijn we normaal dus we zijn met zijn achttienen dus elf voor, zeven tegen, is het amendement aangenomen. Dan de verordening zelve? Stemverklaring, is daar behoefte aan stemming? Nee, aangenomen. Wel? Ja, de verordening onroerendezaakbelasting zelve. Ja, ja, ja. Dan twee verordeningen onroerendezaakbelasting. Mevrouw Wind: Voorzitter? De voorzitter: Ja? Mevrouw Wind: Het antwoord, is er behoefte aan een stemming, daarop was het antwoord ja. Dus op de geamendeerde verordening willen wij graag stemmen.
De voorzitter: Dat heb ik niet gehoord. Oké, dan is nu de vraag, wie is voor de verordening onroerendezaakbelastingen 2024? Dat zijn de fracties van VVD, Groep Goetheer, ChristenUnie, De Lokale Partij. Dus dat is weer elf, zeven dan hè. Ja, aangenomen. Verordening roerendezaakbelastingen 2024, behoefte aan stemverklaring? Behoefte aan stemming? Nee, aangenomen. Verordening rioolheffing 2024 Wijdemeren, behoefte aan stemverklaring? Mijnheer Voigt. De heer Voigt: Wij zullen tegenstemmen in verband met de toegerekende overheadkosten. De voorzitter: Andere leden? Niet. Mag ik dan zien wie voor de verordening rioolheffing zijn? Dat zijn alle fracties met uitzondering van DorpsBelangen. Dat zijn zestien voor, twee tegen, aangenomen. Dan verordening afvalstoffenheffing 2024. Behoefte aan stemverklaring? Mijnheer Voigt. De heer Voigt: Zelfde stemverklaring. We zullen tegenstemmen in verband met de toegerekende overheadkosten. De voorzitter: Dank u wel. Mag ik zien wie voor de verordening afvalstoffenheffing zijn? Alle fracties met uitzondering van DorpsBelangen. Dat is weer zestien voor, twee tegen, aangenomen. Verordening hondenbelasting 2024, behoefte aan stemverklaring? Niet. Behoefte aan stemming? Niet. Met algemene stemmen aangenomen. Verordening watertoeristenbelasting 2024, behoefte aan stemverklaring? Behoefte aan stemming? Niet. Aangenomen.
Verordening toeristenbelasting 2024. Behoefte aan stemverklaring? Ja, mevrouw Van Rijn. Behoefte aan stemming? Ja, dan gaan we stemmen. Wie is er voor de verordening toeristenbelasting 2024? Dat zijn de fracties van de VVD, Groep Goetheer, ChristenUnie, De Lokale Partij. Dat is weer … Nee, dat is niet zestien, twee. Nee, nee, nee, nee, dat is weer elf, zeven waarschijnlijk hè. Ja, ja. Dank u wel. De verordening forensenbelasting 2024, behoefte aan stemverklaring? Behoefte aan stemming? Niet. Algemene stemmen aangenomen. Verordening lijkbezorgingsrechten met tarieven daarbij. Stemverklaring? Stemming? Algemene stemmen aangenomen. Verordening eenmalig aansluitrecht en tarieventabel. Stemverklaring? Niet. Stemming niet. Aangenomen. Legesverordening 2024 en tarieventabel. Stemverklaring? Niet. Stemming. Aangenomen. Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2024. Stemverklaring? Stemming? Niet. Aangenomen. Dank u wel. 21. Vragenhalfuur De voorzitter: Dan komen we bij agendapunt 21, het vragenhalfuur. Daar zijn geen aanmeldingen voor. 22. Moties Vreemd aan de agenda De voorzitter: 22, moties vreemd aan de agenda. Daar is een motie ingediend, motie M-V-1 door het CDA. Eerste ondertekenaar de heer Nienhuis. Ik geef hem graag het woord om hem kort toe te lichten. De heer Nienhuis: Ja, voorzitter.
In de aankondiging staat een motie over gladheidsbestrijding maar het onderwerp van de motie is anders. De gemeente is geen vliegtuig. O nee, dat is een grapje. Het onderwerp is, voorkeur voor lokale ondernemers bij gemeentelijke aanbestedingen. De voorzitter: Wij vonden het andere onderwerp misschien wel veel leuker maar dat u nu niet meer … Ga uw gang hoor.
De heer Nienhuis: Maar het is geen bank maar ook geen vliegtuig, dat wil ik even duidelijk maken. Voorzitter, ik wil de kwestie even met u bespreken. Ik heb natuurlijk eerder als vragen in willen dienen maar de actualiteiten die missen we daar. Dus dan kom ik met een motie omdat ik toch wel een uitspraak van de raad wil hebben over deze kwestie. Want onze ondernemers die zijn belangrijk in onze gemeente en natuurlijk erkennen wij dat het een bevoegdheid van het college is om leveranciers en dienstverleners te kiezen. Als raadslid heb ik een plicht, een verantwoordelijkheid, hebben wij allemaal trouwens, verzekeren dat het proces, dat onze lokale ondernemers hierbij betrokken worden. Er wordt overwogen in de offerte worden opgenomen maar ook dat dit wordt geprioriteerd, dat eigen ondernemers dat die de voorkeur eventueel zouden kunnen hebben. In ieder geval, dat moet geprobeerd worden. De keuze voor lokale ondernemers is meer dan een economische beslissing, het is een keuze in de gemeenschapszin voor duurzaamheid en voor welvaart in onze gemeente. Daarom heb ik een motie ingediend en die motie zal ik die voorlezen of zal ik het dictum lezen? Deze motie roept op tot actie, een verklaring van onze toewijding aan de mensen, de inwoners van Wijdemeren om zoveel mogelijk als gemeente zoveel mogelijk gebruik te maken van de ondernemers uit onze gemeente.
In ieder geval die de kans te geven om te offreren als dat nodig is. Het voorbeeld van de gladheidsbestrijding is genoemd, dat is puur een voorbeeld. Het gaat mij in het algemeen dat wij gewoon de ondernemers van onze gemeente willen steunen en dat we dat gewoon als raad extra willen ondersteunen door deze motie goed te keuren. Dus ik roep u allen op om voor deze motie te stemmen. Het zal verder geen kwaad zijn, alleen maar een goede oproep om deze ondernemers te helpen. Dank u vriendelijk. De voorzitter: Daar zag ik de eerste vraag, dan kom ik bij u. Ja? Mevrouw Rademaker. Mevrouw Rademaker: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb even een vraag. De motie zoals die geformuleerd is wekt de indruk alsof er bij de gladheidsbestrijding dus iets niet goed gegaan is waardoor nu deze oproep gedaan wordt. Want volgens mij zijn we er raadsbreed al vele malen over eens geweest en hebben we ons uitgesproken dat we juist willen dat er zoveel mogelijk lokaal in Wijdemeren gebeurt. We hebben het al een keer over de bloemen, over de bootjes, over de chocolaatjes gehad. Dus wat is nu uw aanleiding even om deze motie naar voren te brengen? De voorzitter: Mijnheer Nienhuis. De heer Nienhuis: Ja, voorzitter, dank u vriendelijk. Dat is een mooie vraag want dat is ook de vraag of het antwoord kan ik heel simpel geven.
Ik ben door verschillende ondernemers benaderd dat zij van deze aanbesteding niks gehoord hebben. Dat is de reden voor mij om in de pen te klimmen om een motie te maken, om nog een keer op te roepen als gemeenteraad, jongens, we willen graag, de gemeenteraad wil graag dat als er wat in de gemeente gebeurt, gebruik je eigen ondernemers. Die mensen zijn niet eens gevraagd voor een offerte en dat vind ik een kwalijke zaak en dat is de reden waarom ik het op deze manier gedaan heb. De voorzitter: Ja, mevrouw IJsbrandij. Mevrouw IJsbrandij: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, eigenlijk, nou, op een heel klein stukje in deze motie na van drie woorden geloof ik, kan DorpsBelangen zich daar helemaal in vinden. Het is ook niet de eerste keer inderdaad dat er een dergelijke motie voorligt. We hebben dit al vaker besproken en we zijn daar ook helemaal voor dat lokale ondernemers ingezet worden op klussen, op opdrachten in Wijdemeren. Wij vinden het wel ongelukkig dat je op een moment dat de gladheidsbestrijding werkelijk buiten speelt, je nu gladheidsbestrijding alleen gaat noemen. Had dan in deze motie meerdere voorbeelden genoemd. Ook omdat de afspraken nu gemaakt zijn en het een lopend seizoen is. Ja, voor de volgende keer heel graag openheid van
zo’n aanbesteding, de lokale ondernemers allereerst benaderen, enzovoort, enzovoort. Dus helemaal eens met deze motie alleen alleen de gladheidsbestrijding hier noemen vind ik ongelukkig want dit loopt en dit is al aan iemand toegekend. De voorzitter: Dank u wel. De heer Nienhuis. De heer Nienhuis: Ja, ik wil best als, want het is een constateren dat, ik wil dat best eruit halen, voorzitter, als dat DorpsBelangen over de streep kan trekken, dan wil ik dat zeker eruit halen. Want het gaat mij in het algemeen hierover. Kijk, er stond een artikel in de Gooieneemlander waardoor dit naar boven kwam en waarom ik hierover benaderd werd. Ik heb namelijk de rib of het persbericht nooit gezien van de gemeente dat dit gebeurd is. Heb ik ook niet kunnen vinden. Maar vandaar werd ik door inwoner of door ondernemers benaderd en kom ik met deze motie. Dus ik wil het graag eruit halen, voorzitter. De voorzitter: Ja, mevrouw IJsbrandij nog. Mevrouw IJsbrandij: Nou, dat lijkt me een hartstikke fijne mogelijkheid. Wel wil ik graag van het college horen hoe dan deze aanbesteding is gegaan inderdaad? Daar vroeg de heer Nienhuis ook al naar. Want dat vraagt dan wel, zoals ik het nu hoor, om enige toelichting. De voorzitter: Verder nog iemand? Ja, mevrouw Rademaker. Mevrouw Rademaker: Even een hele korte reactie.
Er is een Wijdemeerse ondernemer betrokken bij de gladheidsbestrijding en een ondernemer uit Nederhorst voert een stuk van de gladheidsbestrijding uit. Dus vandaar heel erg mijn vraag, waar is het dan iets niet goed gegaan? Maar waarschijnlijk, maar misschien weet het college het antwoord op de vraag. De voorzitter: Het zou zomaar kunnen. Maar kijk eerst of hier nog vragen zijn. Ja, mevrouw Kaper, dan de heer Goetheer. Ja, als het bijna gelijktijdig gaat dan ben ik niet genderneutraal, dan laat ik de dame voorgaan. Sorry. Mevrouw Kaper: Ik wilde mijnheer Goetheer voor laten gaan maar vrouwen gaan voor hè, dus hij laat mij weer voorgaan dus nou ja, goed, Hartelijk dank daarvoor. Ja, ik had eerder een wat meer technische vraag over de motie maar misschien dat de wethouder daar zo ook antwoord op kan geven naar aanleiding van de andere vragen. Het actief uitnodigen en benaderen van Wijdemeerse ondernemers voor aanbestedingen. Ik vraag me af of dat wettelijk wel mag hè, of je wel heel specifiek zelf als gemeente inwoners mag, of sorry, Wijdemeerse ondernemers mag gaan uitnodigen heel actief? Of is het meer een kwestie dat er hele toegankelijke informatie moet zijn zodat inwoners of zodat ondernemers in de gaten kunnen houden welke aanbestedingen eraan zitten te komen en dus ook op tijd kunnen reageren.
Dat laatste lijkt mij logischer maar wellicht is het wel mogelijk om ondernemers actief te benaderen. Dus graag daar, ja, wat is de regelgeving daartoe? En ook het uitspreken van de voorkeur voor Wijdemeerse ondernemers. Ja, ik zou het fantastisch vinden persoonlijk maar ik vraag me ook af of dat wettelijk mag? Als gemeente mag je inderdaad voorrang geven aan Wijdemeerse ondernemers voor aanbestedingen. Het zijn wel technische vragen op de motie, ik weet niet of de heer Nienhuis antwoord heeft of dat misschien de wethouder dat kan beantwoorden? De voorzitter: Zullen we kijken of de wethouder dat kan meenemen of de wethouders? Ja, de heer Goetheer nog.
De heer Goetheer: Dank u wel, voorzitter. Toen ik deze motie las schrok ik er eigenlijk een beetje van omdat ik denk, er zijn gewoon, we hebben een inkoopproces hier in huis, dat is in place, dat gaat over de hele breedte. Ik hoor net een rib. Nou, ik wil juist het college oproepen, alstublieft, als u een leverancier voor iets selecteert, voor de koffiekopjes of voor weet ik, ik hoef daar geen rib over. Ik denk dat dat ook totaal niet de taak is van de raad hier om over dat soort zaken ribs te willen. Laten we ons houden aan waar wij overgaan en dat is echt wel iets anders. Wanneer we het hebben over aanbestedingsregels, die zijn gewoon Europees en landelijk vastgelegd wanneer je een Europese aanbesteding moet hebben. Nou, ik hoop dat we als gemeente ons gewoon houden aan de regels voor een openbare aanbesteding. Bij alles wat ik hierin lees wordt er aan de ene kant voor mijn gevoel, zo beschouw ik het, een beetje geïnsinueerd alsof ons college zeg maar juist zou kiezen voor ondernemers buiten zeg maar de gemeente of dat ze geen gelijke kans willen geven aan ondernemers binnen onze gemeente. Ik hoorde net nog het CDA zeggen van, nou … De heer Nienhuis: Voorzitter? De heer Goetheer: … dat ze het gevoel hadden dat de ondernemers … De heer Nienhuis: Nee, ik wil graag interrumperen want dit slaat helemaal nergens op. De heer Goetheer: Oké.
De heer Nienhuis: Ja, mijnheer, maar mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Nee, nee, nee, ik wil even dat die afmaakt, dan krijgt u het woord. De heer Goetheer: Ik geef het woord graag aan mijnheer Nienhuis. De voorzitter: Nee, nee, nee, maar dat bepaalt de voorzitter. Maak het even af en dan kan de heer Nienhuis reageren. Gaat uw gang. De heer Goetheer: Nou, dat het CDA net aangaf van, nou, dat zij het gevoel hadden dat er onvoldoende voor ondernemers opgekomen werd in deze gemeente of in deze raad, dat zij dat deden. Nou, dat vind ik dat in deze, dit komt meer over als protectionisme in plaats van zeg maar in een eerlijke markt waarin we allemaal willen werken. Dus dit kwam op mij best wel negatief over, moet ik eerlijk zeggen, deze motie en dat vind ik wel jammer. De voorzitter: De heer Nienhuis. De heer Nienhuis: Ja, voorzitter. Ja, mijnheer Olivier Goetheer die slaat weer de plank volledig mis want er staat duidelijk in de eerste, daar word ik echt wel een beetje boos over want het slaat gewoon helemaal nergens op, het kiezen van leveranciers is een bevoegdheid van het college. Alleen ik vraag me af hoe dit proces verlopen is? Ik heb hier vragen over willen stellen, die werden niet goedgekeurd door de voorzitter. Dat mag natuurlijk.
En ik heb een motie gemaakt en dan kan je allerlei dingen mij beschuldigen maar ik wil gewoon dat die ondernemers van Wijdemeren gewoon geholpen worden. Maar die helpen ook als er een brand is, dan worden ondernemers ook gewoon uit hun bed geroepen om te helpen, om weet ik veel wat te verplaatsen, wat dan ook. Dan wordt, zeggen ondernemers tegen mij ook. Dus het is gewoon een oproep, jongens, probeer gewoon zoveel mogelijk die ondernemers van Wijdemeren te helpen. Dat is wat ik wil. De voorzitter: Ik stel voor dat we het college vragen te reageren. Wethouder Kruijt.
Mevrouw Kruijt: Dank u wel. Laat ik even beginnen met de gladheidsbestrijding want dat is kennelijk iets wat toch een beetje boven de markt hangt. Het is zo dat er samen met Hilversum een Europese aanbesteding is opgezet en ook vanwege het bedrag wat daarmee gemoeid was. Daar is geen inschrijving op gekomen. Dan zit je met lege handen terwijl je wel weet dat op het moment dat het glad wordt of risico op gladheid is, dat je wil dat er gewoon gestrooid wordt en dat de zaak in de gaten wordt gehouden. Dat betekent dat we meervoudig onderhands een aanbesteding hebben gedaan aan vier partijen. Althans, we hebben er vier partijen voor gevraagd, dat zijn allemaal lokale partijen. Drie daarvan hebben gezegd, oké, wij willen deze klus uitvoeren voor deze winter. Een van de voorwaarden daarvoor is dat zij op ongeveer maximaal een half uur van een van de gemeentewerven zitten met het oog op snel kunnen ingrijpen. Dat betekent dat je altijd dus een min of meer lokale aannemer hebt die dat werk voor je gaat doen. In dit geval is daar ook inderdaad sprake van. Dan gaan wij begin volgend jaar weer opnieuw proberen een Europese aanbesteding te doen. Voor het algemene verhaal is het zo dat lokale aannemers natuurlijk gewoon passen binnen ons staand beleid om te proberen of wij onze lokale economie kunnen stimuleren, maar het moet uiteraard wel binnen wet- en regelgeving plaatsvinden.
Dus we proberen zoveel mogelijk als binnen die regels passen om lokale ondernemers te betrekken bij datgene wat er moet gebeuren. Volgens mij heb ik daarmee de beantwoording gedaan. De voorzitter: Ik zag een vraag van de heer Nienhuis. De heer Nienhuis: Ja, voorzitter, vier ondernemers hoor ik de wethouder zeggen en dat zijn vier ondernemers uit Wijdemeren? Is dat, heb ik dat goed gehoord of zijn het vier uit de Gooi en Vechtstreek? Mevrouw Kruijt: Er zijn drie, er zijn vier partijen gevraagd. Drie ervan hebben gezegd dat ze dat doen dan voor ons. Ik weet toevallig dat er minstens twee uit onze gemeente zijn en het kan zijn dat er eentje van daarbuiten is maar dat weet ik niet exact. Het zit in ieder geval dan wel in onze regio want anders is de afstand gewoon te groot. De tijdsfactor die een belangrijke rol speelt bij snel ingrijpen op het moment dat het glad begint te worden, is dan ook van invloed. De voorzitter: Er zijn verder geen vragen. De heer Goetheer: Voorzitter? De voorzitter: Ja, toch nog wel, ja? De heer Goetheer. De heer Goetheer: Ik wilde een opmerking maken aan het college, dank dat u dit zo voorspoedig heeft opgepakt en dat we zeg maar veilige wegen hebben in onze gemeente. Dank u wel. De voorzitter: Nog anderen voor een tweede termijn? Ja, ga uw gang. De heer De Graaf: Ik heb toch nog een vraag aan de wethouder, sorry. De voorzitter: Nog een vraag aan u.
De heer De Graaf: Ik ben wel benieuwd of de wethouder een idee heeft waarom er geen enkele reactie op is gekomen? Want ik ben het ergens wel eens met mijnheer Nienhuis dat we de lokale ondernemers zoveel mogelijk moeten supporten. Zijn die dan voldoende op de hoogte geweest dat er een aanbesteding was, hebben we daar nog iets voor moeite gedaan om dit onder de aandacht te brengen? Ik weet dat het op
TenderNed zal hebben gestaan maar ja, is daar dan iets meer poging gedaan om dit onder de aandacht te brengen bij de ondernemers hier? De voorzitter: Zijn er nog anderen voor de tweede termijn? Mevrouw Wind en dan de heer De Kruijff. Mevrouw Wind: Ja. Mag ik een vraag stellen aan mijnheer Nienhuis of had ik dat dan in de eerste moeten doen? De voorzitter: Nou, van mijnheer Nienhuis mag het maar van mij ook. Ja, tweede termijn. Ja. Mevrouw Wind: Gelukkig. Ik begrijp best uw intentie, die delen we ook wel. We willen natuurlijk ook geen geweld doen aan aanbestedingsregels en keurige processen, enzovoorts. Als er nou een toezegging is dat in ieder geval het goed bij de lokale ondernemers ook onder de aandacht wordt gebracht. Zou dat voor u en dan ook voor ons voldoende zijn? Wilt u daar nog wat over zeggen? De voorzitter: De heer Nienhuis. De heer Nienhuis: Nou, voorzitter, kijk, ik wil dit gewoon onder de aandacht brengen binnen de gemeenteraad. Ik zie niet in dat hier iets in staat wat niet klopt of waar gekke dingen in staan. Maar als daar een toezegging komt, dan wil ik hem best terugtrekken. Helemaal geen punt, helemaal geen punt. Maar ik wil, ik vind het gewoon belangrijk dat het gewoon een keer echt, of dat het gewoon goed gebeurt. En dat we daar met zijn allen in dit huis dat het duidelijk is dat het op die manier moet. Zoveel mogelijk, laat ik het zo zeggen.
De voorzitter: Dank u wel. De heer De Kruijff nog. De heer De Kruijff: Ja, voorzitter, misschien is het verstandig dat eerst de wethouder die toezegging dan wel niet kan geven want dan is mijn vraag niet meer nodig. De voorzitter: Oké. Maar dit, dan verder niemand voor de tweede termijn? Dan de wethouder nogmaals. Mevrouw Kruijt: Voor wat betreft de toezegging, als het zich verhoudt tot wet- en regelgeving, dan is er natuurlijk geen enkel bezwaar en dan gaan we natuurlijk lokaal of regionaal aanbesteden. De heer Nienhuis: Sorry. De voorzitter: Ja, nog een vraag, ja. De heer Nienhuis: Actief benaderen, voorzitter, is dat, hoor ik dat ook duidelijk? De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Kruijt: Nou, wellicht dat het ook nog zinvol is om het lokaal te publiceren zodat iedereen ook weet van hé, er komt wat aan, let op. De heer Nienhuis: Dan heb ik mijn doel bereikt, voorzitter, dan trek ik hem terug. De voorzitter: U trekt de motie in. Dank u wel. Dan kom ik, dames en heren, we zijn er nog niet want er is agendapunt 22, dat is de sluiting. Maar voordat ik dat doe wil ik toch een paar woorden zeggen omdat dit
onze laatste vergadering van het jaar is. We zaten duidelijk al qua debat in de kerstsfeer, moet ik zeggen. Nou, in ieder geval, ik zag naar kerstbomen staan. Ik wens u allen goede feestdagen. En dat zou ik uit beleefdheid sowieso al doen maar ik meen dat in het bijzonder omdat u hebt in ieder geval als leden van de raad, naast vaak heel veel andere activiteiten, verantwoordelijkheden, werk of thuis of wat dan ook, sommigen zijn ook mantelzorger, maar hebt u het zwaar voor uw kiezen gekregen het afgelopen jaar. Ik heb zelf maar een heel klein stukje meegemaakt en dan merk ik dat het niet is wat het vroeger misschien wel eens was. Je hebt een één of twee commissievergaderingen en dan heb je één, twee weken rust en dan heb je een raadsvergadering. Maar er zijn allerlei bijeenkomsten bij, een heftige agenda, een jaar onder financieel toezicht van de provincie, een financieel herstelplan, een gemeente die in het rood zit en nu weer met heel veel lastige maatregelen in de zwarte cijfers komt. Het was een zwaar en druk jaar voor u en ik wil u daar van harte voor bedanken voor uw inzet. En het zou, soms moet je wel eens aan mensen buiten zo’n gemeentehuis uitleggen dat dat raadslidmaatschap, ja, er wordt vaak gezegd, ook nu weer installatie van Tweede Kamer leden is heel eervol. Ja, raadslid zijn is ook heel eervol maar het is ook heel hard werken.
En ik wil ook die dank overbrengen naar de griffier en de griffie, naar onze bodes, de ambtelijke organisatie, al die mensen die ons hebben ondersteund. Ook de media die aandacht aan ons besteden. U houdt daar niet van in de media te komen, het is toch goed voor onze inwoners dat ze dat doen want zij helpen ons ook om te zorgen dat mensen buiten het gemeentehuis weten wat het gemeentebestuur voor ze allemaal doet. Dus allemaal heel veel dank en ik zeg er vooral bij, geef niet toe aan die verhalen dat reces niet een beetje vakantie mag zijn. U hebt allemaal echt vakantie, rust, even gezellig samenzijn met uw dierbaren, uw vrienden. Daar hebt u gewoon recht op dus probeer straks even als u bij de kerstboom zit de knop van al die activiteiten in de gemeente uit te zetten want in januari moet u weer aan en dan hebben we genoeg te doen. Maar voor de komende tijd, hele goede feestdagen en dank u wel. 23. Sluiting De voorzitter: Ik sluit de vergadering.