2022-10-11 Rapportage onderzoek Porseleinhaven gemeente Wijdemeren
Tekst van het document
ONDERZOEKSRAPPORT
Porseleinhaven Land voor land 27 september 2022
Vincent Janssen Giselle Schellekens Dennis van der Heijden
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 ........................................................................................................ 4 Inleiding ............................................................................................................. 4 1.1
Aanleiding, doel en proces onderzoek ...................................................... 4
1.2
De Porseleinhaven ................................................................................ 5
Hoofdstuk 2 ........................................................................................................ 7 Aanpak en proces ............................................................................................... 7 2.1
Weging van informatie .......................................................................... 8
2.2
Leeswijzer............................................................................................ 8
Hoofdstuk 3 ........................................................................................................ 9 Stakeholdermethode .......................................................................................... 9 3.1
Situatieschets (2004-2005) .................................................................... 9
3.2
Beantwoording vragen ..........................................................................12
Hoofdstuk 4 ...................................................................................................... 14 Bestemmingsplan ............................................................................................. 14 4.1
Situatieschets ......................................................................................14
4.2
Analyse ..............................................................................................17
4.3
Beantwoording vragen ..........................................................................17
Hoofstuk 5 ........................................................................................................ 19 Woning ............................................................................................................. 19 5.1
Situatieschets ......................................................................................19
5.2
Analyse ..............................................................................................24
5.3
Beantwoording vragen ..........................................................................24
Hoofdstuk 6 ...................................................................................................... 27
2
Overeenkomsten .............................................................................................. 27 6.1
Situatieschets ......................................................................................27
6.2
Analyse ..............................................................................................30
6.3
Beantwoording onderzoeksvragen ..........................................................32
Hoofdstuk 7 ...................................................................................................... 34 Cultuur en samenwerking ................................................................................. 34 Hoofdstuk 8 ...................................................................................................... 39 Rode draden en aanbevelingen ......................................................................... 39 Bijlage 1 – Wegingskader ......................................................................................42 Bijlage 2 - Overzicht gesproken actoren ..................................................................45 Bijlage 3 - Bestudeerde Documenten per hoofdstuk ..................................................46 Bijlage 4 – Informatieprotocol ................................................................................48 Bijlage 5 - Onderzoeksvragen ................................................................................49
3
HOOFDSTUK 1
Inleiding 1.1
Aanleiding, doel en proces onderzoek
De gemeenteraad van Wijdemeren heeft op 11 maart 2021 besloten dat er een onderzoek zou komen naar het dossier Porseleinhaven1. Het doel van het onderzoek is tweeledig: [1] waarheidsvinding en [2] het bepalen van verbeterpunten voor het managen van toekomstige complexe ruimtelijke ontwikkelingen. De gemeenteraad heeft onderzoeksvragen vastgesteld die onderverdeeld zijn in zes thema’s: 1. Stakeholdermethode 2. Ruilovereenkomsten 3. Bestemmingsplan 4. Woning 5. Ambtelijk-bestuurlijke samenwerking 6. Organisatorische structuur/cultuur Op 24 augustus 2021 is de gemeente hiervoor een meervoudig onderhandse procedure gestart en heeft de burgemeester van Wijdemeren per 3 december 2021 aan Berenschot de opdracht gegund. De feitelijke start lag door omstandigheden bij de gemeente Wijdemeren vanaf januari 2022. In de keuze voor de thema’s en onderzoeksvragen heeft de gemeenteraad expliciet aangegeven diepgang op de thema’s te willen aanbrengen. Dat betekent dat een aantal onderwerpen in het onderzoek niet betrokken zijn. Bijvoorbeeld de gang van zaken rondom de wisseling van projectontwikkelaars, de verschillende juridische procedures die hebben gespeeld, de financiële ontwikkeling van het project en de informatievoorziening aan de gemeenteraad in algemene zin. In het dossier en in de gesprekken hebben we wel zaken gezien en gehoord die betrekking hebben op deze onderwerpen.
Deze hebben we echter niet in het onderzoek betrokken, tenzij het van belang was voor het beantwoorden van de onderzoeksvragen. De gemeente heeft in de opdrachtomschrijving als doel opgenomen dat het onderzoek zou moeten leiden tot waarheidsvinding. Gedurende het traject hebben we vastgesteld dat hierbij enkele beperkingen gelden: •
•
•
Twintig jaar geleden was het gemeentelijke dossier nog niet gedigitaliseerd, de documenten zijn daarom fysiek ter inzage gesteld aan ons. Het zoeken naar specifieke documenten hierin bleek als het zoeken naar een speld in een hooiberg: het fysieke dossier bestaat uit circa 6 verhuisdozen. Daarnaast bleek dit fysieke dossier slecht geordend en hebben we pas laat in het onderzoeksproces een totaaloverzicht gekregen van alle college- en raadsbesluiten. Vanuit verschillende bronnen is bovendien aangegeven dat er twijfels zijn over de volledigheid van de gemeentelijke archieven. Het feit dat dit dossier twintig jaar terug gaat, hierdoor zijn de herinneringen van betrokkenen minder betrouwbaar.
1 https://wijdemeren.raadsinformatie.nl/document/9850061/1/RV+Onderzoek+Porseleinhaven
4
•
•
Drie belangrijke betrokkenen hebben ervoor gekozen niet met ons in gesprek te willen gaan. De redenen hiervoor liepen uiteen. In het bijzonder hebben we niet kunnen spreken met een voormalig burgemeester, met één van de grondeigenaren en met de procesbegeleider die vanaf juni 2019 de gesprekken met één van de families voert. Het aantal interviews (18) dat we hebben kunnen afnemen is in verhouding tot de omvang van het dossier, de onderzoeksperiode en de gestelde vragen, te weinig om te spreken van ‘waarheidsvinding’.
Met die nuancering hebben we de tijdslijn proberen te reconstrueren, maar kunnen niet volledig uitsluiten dat er zaken en gebeurtenissen zijn die we in het onderzoek hebben gemist. Verder leidt het bovenstaande ertoe, dat ons onderzoek geen persoonsgericht onderzoek is waarin we uitspraken doen over handelen of nalaten van individuele personen. We hebben om die reden in de rapportage ook geen namen van personen opgenomen en citaten/verklaringen zijn geanonimiseerd en niet herleidbaar. Namen van bedrijven zijn wel opgenomen, tenzij het bedrijf dezelfde naam heeft als een natuurlijk persoon. Over de exacte toedracht van gebeurtenissen, zeker daar waar de verklaringen uiteenlopen, kunnen we geen definitieve uitspraak doen. Wel hebben we kunnen nagaan welke besluiten door het college van B en W en door de gemeenteraad zijn genomen. Dat biedt voldoende houvast voor onze analyse, maar is niet dé absolute waarheid. In dit dossier met deze looptijd zullen verschillende lezingen van wat gebeurd is, altijd naast elkaar blijven bestaan.
1.2
De Porseleinhaven
De Porseleinhaven is een gebiedsontwikkelingsproject in de gemeente Wijdemeren, in de dorpskern OudLoosdrecht. Het eerste projectplan voor deze ontwikkeling is in 2001 door de gemeenteraad van de toenmalige gemeente Loosdrecht vastgesteld. Maar ook vóór dat moment is al jaren over de dorpskern van Oud-Loosdrecht nagedacht. De herontwikkeling betreft de realisatie van een nieuw dorpscentrum, met woningen, winkels, horeca en andere voorzieningen, ligplaatsen voor boten en parkeerplaatsen.2 Het project moest (deels) gerealiseerd worden op een gebied dat in bezit was van enkele particuliere grondeigenaren. Om het project te kunnen realiseren, was het verwerven van deze gronden noodzakelijk. Vanaf de eerste start van het project in 2001 tot heden heeft het project diverse namen gehad: Dorpscentrum Oud-Loosdrecht, Het Loosdrechts Terras en als laatste De Porseleinhaven. Voor de leesbaarheid gebruiken wij consequent de naam De Porseleinhaven, behalve als we verwijzen naar formele documenten. Nadat op 15 december 2004 de Raad van State het wijzigingsplan ‘Dorpscentrum Oud-Loosdrecht’ heeft vernietigd, wordt er gewerkt aan een nieuw plan. Hiervoor worden onder leiding van een procesbegeleider gesprekken gevoerd, waarbij de belanghebbenden in het gebied meedenken en -werken aan een nieuw plan. De methode die gebruikt wordt, heet de stakeholdersmethode.
In februari 2006 leidt dit tot een nieuw plan dat door de gemeenteraad wordt vastgesteld. Het project wordt in eerste instantie door projectontwikkelaar Situs ontwikkeld. De samenwerking met Situs wordt in juni 2007 echter beëindigd. In februari 2009 sluit de gemeente een intentieovereenkomst met projectontwikkelaar Heijligers die vanaf dan het project overneemt. De samenwerking met Heijligers houdt echter ook geen stand en in maart 2016 gaat de gemeente een overeenkomst aan met Heijmans.
2 Bestemmingsplan Dorpscentrum Oud-Loosdrecht 26 februari 2009, pag. 1
5
De omstandigheden en inhoud van het sluiten en beëindigen van de overeenkomsten met deze drie ontwikkelaars vallen overigens buiten de vraagstelling voor dit onderzoek, maar geven wel de context van een project met tegenslagen. Op 26 februari 2009 stelt de gemeenteraad van Wijdemeren het bestemmingsplan voor het Dorpscentrum van Oud-Loosdrecht vast. Hiermee is de basis gelegd voor het huidige plan. Om het project te kunnen realiseren gaat de gemeente Wijdemeren in gesprek met grondeigenaren in het gebied. Met de eerste grondeigenaar wordt in mei 2007 overeenstemming bereikt over het ruilen van gronden. Deze overeenkomst wordt vervolgens in maart 2014 aangevuld met een allonge waarin aanvullende afspraken gemaakt worden bij de overeenkomst. Met een tweede grondeigenaar komt de gemeente op 15 december 2006 tot overeenstemming. Ook met deze grondeigenaar worden aanvullende afspraken gemaakt die op 29 december 2010 worden ondertekend. Met een derde grondeigenaar worden in juni 2006 afspraken gemaakt, deze afspraken worden na veel gesprekken uiteindelijk in juni 2009 omgezet in een overeenkomst tussen de gemeente en de grondeigenaar. Onderdeel van de overeenkomst was dat de gemeente een nieuw huis (zie hoofdstuk 5 Woning) zou bouwen voor de grondeigenaar. Ook mag de grondeigenaar een woonark herplaatsen in het gebied en 40 ligplaatsen realiseren.
Vanaf eind 2011 start de gemeente het proces van het bouwen van het huis, dat uiteindelijk in 2018 leidde tot oplevering van de woning aan de gemeente. In maart 2008 kondigt de gemeente aan in oktober 2008 te starten met de ontwikkeling van het gehele gebied. In het plan waren oorspronkelijk zestig appartementen, zes kavels voor woningbouw en driehonderd vierkante meter horecavoorzieningen beoogd. Het project is op dit moment (september 2022) nog niet afgerond. Op 16 mei 2022 informeerde het college van B en W de gemeenteraad dat ontwikkelaar Heijmans de appartementen uit fase 2 uit de verkoop heeft gehaald. In de jaarrekening 2021 houdt de gemeente rekening met afronding van het project per 31-12-2025.
6
HOOFDSTUK 2
Aanpak en proces De burgemeester van de gemeente Wijdemeren heeft Berenschot op 3 december 2021 opdracht gegeven om een onderzoek uit te voeren. Het onderzoek is gestart met het bestuderen van een groot aantal documenten. Gezien de onderzoeksperiode van twintig jaar en de beschikbare tijd voor dit onderzoek, is het onmogelijk om alle documenten die in die periode zijn geschreven te bestuderen. Bovendien valt niet vast te stellen of de documentatie compleet is, of stelden we vast dat bijlagen bij stukken ontbraken of handgeschreven stukken niet leesbaar waren. Berenschot heeft daarom een selectie moeten maken van de documenten, op basis van de door de gemeenteraad vastgestelde onderzoeksvragen. Dit hebben we gedaan door drie dagen alle beschikbare archiefstukken van de gemeente Wijdemeren op het gemeentehuis te bestuderen. Aan de hand van deze selectie hebben we gericht documenten gezocht en opgevraagd bij de gemeentesecretaris. Documenten zijn verkregen uit openbare bronnen (raadsinformatiesysteem, websites, nieuwsmedia), de gemeente Wijdemeren zelf en ontvangen documentatie van geïnterviewden. In bijlage 3 is een beschrijving van gebruikte documenten opgenomen. Daar waar de documenten aanleiding gaven tot verdieping hebben we nadere vragen gesteld. De volgende stap in het onderzoek was het spreken van betrokken actoren.
We hebben een lijst met te spreken actoren opgesteld die we in overleg met de burgemeester hebben benaderd. In totaal hebben we 21 personen uitgenodigd voor een interview, waarvan we 18 personen hebben gesproken: voormalige bestuurders, voormalige medewerkers van de gemeente, huidige medewerkers, bewoners/eigenaren in het gebied, een procesbegeleider en een onderzoeker. Het plannen van de gesprekken nam veel tijd in beslag. Het was moeilijk in contact te komen om afspraken in de agenda’s te krijgen. In totaal hebben alle gesprekken plaatsgevonden tussen 22 maart 2022 en 27 juni 2022. De gesprekken hebben plaatsgevonden op basis van een informatieprotocol (bijlage 4) en van de gesprekken zijn verslagen gemaakt. De personen waarmee we gesproken hebben, hebben deze verslagen van ons ter verificatie ontvangen met de gelegenheid wijzigingen of aanvullingen aan te brengen. De verslagen zijn door ons vastgesteld. De voormalige burgemeester die geen medewerking aan het onderzoek wilde verlenen, hebben we aangeboden op passages die de voormalige burgemeester betreffen, een reactie te geven. Van deze mogelijkheid heeft de voormalige burgemeester geen gebruik gemaakt. In de loop van het onderzoek kwamen fasegewijs steeds meer documenten beschikbaar.
Wij hebben deze aanvullende documenten vervolgens eind juni en in de tweede helft van augustus 2022 bestudeerd ten kantore van de gemeente Wijdemeren. Onder meer zijn in de tweede fase alle overeenkomsten die de gemeente heeft gesloten, de taxaties en de verslagen van portefeuillehoudersoverleggen beschikbaar gekomen. In de tweede helft van augustus 2022 is dit aangevuld met een overzicht van alle raads- en collegebesluiten. Het verloop van het aanleveren van stukken en het plannen van de afspraken heeft ertoe geleid dat de oorspronkelijke planning niet gehaald is en wij in overleg met de opdrachtgever de oplevering hebben verplaatst.
7
2.1
Weging van informatie
Voor het formuleren van de bevindingen, conclusies en aanbevelingen is uitgegaan van de schriftelijke bronnen en van de interviews. De informatie verkregen uit de interviews is aan de hand van de volgende vragen gewogen: • • • •
Wordt de informatie door meerdere personen gegeven? Is de informatie onderling congruent? Zijn er schriftelijke bronnen aanwezig die de informatie aannemelijk maken? Is de informatie logisch en consistent?
Hoe meer van deze vier vragen met ‘ja’ beantwoord kunnen worden, hoe relevanter en betrouwbaarder de mondelinge informatie is. Aan de hand van deze vier vragen hebben we de mondelinge informatie mee laten wegen. Daar waar het gaat om informatie die door één persoon wordt gegeven of tegenstrijdig is met wat anderen zeggen, gaat het om een verschil van inzicht. Deze verschillende inzichten kunnen voor de beeldvorming wel relevant zijn, maar leiden niet tot een conclusie.
2.2
Leeswijzer
In de hoofdstukken 3, 4, 5 en 6 hebben we per thema een situatieschets gemaakt. We garanderen geen compleetheid en sluiten niet uit dat bepaalde momenten ontbreken, helaas hebben wij de situatieschetsen niet kunnen laten valideren of op feiten kunnen laten checken door betrokkenen. In hoofdstuk 7 bespreken we het overkoepelende thema samenwerking en cultuur. We beoordelen dit aan de hand van het wegingskader Goed Openbaar Bestuur. In hoofdstuk 8 formuleren we rode draden en aanbevelingen. We hebben de volgende bijlagen opgenomen: het wegingskader openbaar bestuur, de personen waarmee gesproken is, de gebruikte bronnen, het informatieprotocol en de onderzoeksvragen.
8
HOOFDSTUK 3
Stakeholdermethode 3.1
Situatieschets (2004-2005)
U heeft ons gevraagd om antwoord te geven op de wijze waarop de stakeholdermethode is toegepast. Onder meer zou duidelijk moeten worden of; 1.
het de deelnemers duidelijk genoeg was binnen welke kaders zij hun ideeën konden inbrengen en wat de reikwijdte van hun invloed was;
2.
het duidelijk was welke ideeën het college en/of raad kon honoreren en welke ideeën niet in relatie tot de bestuurlijke verantwoordelijkheden van het college en/of raad.
We beginnen met een chronologische situatieschets, vanaf de aanleiding tot en met de uiteindelijke presentatie van het plan: Op 15 december 2004 heeft de Raad van State het wijzigingsplan ‘Dorpscentrum Oud-Loosdrecht’ van 30 september 2003 vernietigd.3 De gemeente besluit naar aanleiding van deze uitspraak snel te willen beschikken over een nieuw plan, ze streefden ernaar om in 2006 al te beginnen met de ontwikkeling. Om dit proces in gang te zetten heeft het college van Burgemeester en Wethouders besloten een breed samengestelde projectgroep samen te stellen, en om die projectgroep een nieuw plan te laten maken voor het dorpscentrum. De voormalige burgemeester heeft hiervoor een procesbegeleider benaderd (adviseur 1). Adviseur 1 kwam met de voormalige burgemeester in aanraking bij een opleidingsprogramma voor burgemeesters, waar adviseur 1 een programmaonderdeel begeleidde. Op verzoek van de voormalige burgemeester is er begin 2005 gesproken over een mogelijke toepassing van de ‘stakeholdersmethode’ voor het dossier ‘Dorpscentrum Oud Loosdrecht’. Adviseur 1 heeft deze methode ontwikkeld, welke gebaseerd is op de Harvard consensus methode.
Het principe van de stakeholdersmethode is volgens adviseur 1: “Om alle belangen rond de tafel te hebben in een open dialoog, dat zowel de voor- als tegenstanders in de projectgroep worden vertegenwoordigd, en dat zo’n groep een groot creatief, maar ook zelfregulerend vermogen heeft”. Bij de gesprekken die adviseur 1 hierover voerde met de voormalige burgemeester, waren twee wethouders wisselend aanwezig. De portefeuille Dorpscentrum werd op dat moment door één van de voormalige wethouders ingevuld. De gemeente heeft na deze voorbereidende gesprekken adviseur 1 opdracht gegeven om een stakeholdersproces uit te voeren resulterend in een nieuw plan voor Dorpscentrum Oud Loosdrecht (nu Porseleinhaven). De raad wordt tijdens een informatiebijeenkomst op 8 juni hierover geïnformeerd, zij maken tijdens deze bijeenkomst ook kennis met adviseur 1 en hij heeft hen een introductie gegeven op de stakeholdermethode.
Projectgroep In de brief van 12 augustus 2005 van de voormalige burgemeester aan de leden van de projectgroep, staat dat adviseur 1 een brede consultatieronde heeft gedaan.
3 https://www.raadvanstate.nl/@18609/200400338-1/
9
Volgens adviseur 1 waren dit twintig gesprekken met 25 personen, grotendeels geselecteerd door de gemeente. Het ging om sleutelpersonen die een groep zouden kunnen vertegenwoordigen met eenzelfde belang. Adviseur 1 heeft deze sleutelpersonen gevraagd of ze bereid waren om in een projectgroep te participeren. Deelname zou hen ca. een halve dag in de week kosten (onbezoldigd). De andere voorwaarde vooraf was dat ze goed zouden overleggen met hun achterban (o.a. horecaondernemers, watersportondernemers en bewonersgroepen met gelijke belangen). Tijdens deze consultatieronde sprak hij ook met personen die het vorige plan voor het centrumgebied hadden geblokkeerd en/of er een grondpositie in hadden. Na deze consultatieronde heeft adviseur 1 een voorstel gedaan voor de samenstelling van de projectgroep en vervolgens voorgelegd aan het college. Het college vond dit een logische, evenwichtige en vertrouwenwekkende samenstelling. In deze projectgroep nemen uiteindelijk tien mensen plaats, met variërende profielen: bewoners, mensen uit het lokale bedrijfsleven en de projectontwikkelaar Situs. Uit de beschikbare notulen van de vergaderingen blijken vooral de omwonenden vaak naar de vergaderingen te komen.
Uitgangspunten Als taak staat er in de brief aan de projectgroep van 12 augustus 2005 beschreven dat ‘[…] de projectgroep als taak heeft om een nieuwe plan te maken voor het dorpscentrum voor Oud Loosdrecht.’ In de brief van het college aan de projectgroep (12 augustus 2005) staan de uitgangspunten voor het plan beschreven:
1.
2. 3.
4. 5. 6.
7.
10
Versterking van het dorpscentrum door: a. extra centrumvoorzieningen; b. beter contact met het water vanaf de dijk; c. meer parkeerplaatsen. Begrenzing van het ‘ontwikkelgebied’ zoals aangegeven op kaart 1 (Bornholm- en Irenekavel bij voorkeur aan te vullen met het middengebied). Opereren binnen de geldende planologische randvoorwaarden. Maatgevend is het Bestemmingsplan Plassengebied 1993 incl. de herziening uit 1999, maar zonder het Wijzigingsplan ’03 (in principe wordt er geen artikel 19 procedure gevolgd). Rekening houden met een aansluitpunt voor een buiten het plan te realiseren 2 e heul ter hoogte van de Swingboei. Financieel neutraal plan: de gemeente levert geen extra financiële bijdrage aan de realisering t.o.v. het oude plan (Swing). Planvormingsproces o.k.v. onafhankelijke procesbegeleider waaraan kunnen deelnemen: a. de gemeente Wijdemeren; b. Situs als beoogd projectontwikkelaar; c. belanghebbenden en vertegenwoordigers van relevante sectoren (watersport en horeca) en omwonenden. Gestreefd wordt naar het volgende tijdpad: a. eind 2005 is er een plan gereed dat instemming heeft van de deelnemers (incl. Raadsbesluit); b. voor medio 2006 kan de uitvoering van start.
Mandaat Volgens Adviseur 1 heeft hij vooraf aangegeven dat de gemeente zich aan de stakeholdersmethode moest committeren. Dat betekent volgens hem dat de gemeente het plan van de projectgroep zou moeten accepteren als dat binnen de vooraf gedefinieerde uitgangspunten zou vallen. In de raadsbrief van 12 augustus 2005 staat het mandaat van de projectgroep beschreven: ‘De raad wil de projectgroep daarbij een zeer ruim mandaat geven, passend binnen een aantal uitgangspunten zoals deze op de informatieavond zijn gepresenteerd.’ Wat ‘een zeer ruim mandaat’ precies inhoudt, staat niet nader toegelicht. Tijdens de vergadering van 22 september 2005 licht een gemeentelijke ambtenaar – tevens lid van de projectgroep – in de vergadering toe dat de raad enige vrijheid wenst te behouden ten aanzien van de invulling van het plan.
Verloop projectgroep Op 29 augustus 2005 vindt de eerste bijeenkomst plaats. Hierna besluit de projectontwikkelaar Situs niet meer deel te willen nemen in de projectgroep. Dit wordt via een brief van het college aan de projectgroep medegedeeld. In diezelfde brief heeft het college geschreven dat zij “[…] onverkort wil vasthouden aan de opdracht van de projectgroep: te komen met een nieuw plan dat draagvlak heeft onder de bevolking en voldoet aan de vooraf gestelde uitgangspunten”. Wat afwijkt, ten aanzien van het eerder beschreven doel in de brief van 12 augustus, is dat het plan draagvlak moet hebben onder de bevolking. Op 22 september, 10, 18 en 19 oktober vinden er vervolgens sessies plaats. Volgens de notulen die wij hebben ingezien, gaat het tijdens deze overleggen over de architectkeuze, belangeninventarisatie en het opstellen van het programma van eisen. Hierbij valt op dat de wensen erg uiteenlopen: van een casino tot een skatebaan en van een sauna tot een benzinestation. Wat ons opvalt in de verslagen is dat de sessies eerst heel breed zijn, maar in de latere vergaderingen lijken enkele projectgroepleden vooral het gesprek te willen sturen naar de richting die voor hun persoonlijk het meest voordelig is.
Persoonlijke belangen en doelstelling van de projectgroepen lijken door elkaar te lopen en in tegenstelling te zijn: het algemeen belang en persoonlijk belang loopt door elkaar. De persoonlijke situaties van bewoners komen steeds vaker en steeds langer aan bod. Op 7 november vindt er een bijeenkomst plaats waarin specifiek de plannen van twee bewoners – en tevens projectgroepleden – op de agenda staan. Het gaat hierbij onder andere over hun steigers- en parkeersituatie. Eén bewoner geeft aan een andere locatie te willen en vindt dat er een verrekening moet plaatsvinden. Volgens de notulen komt er uit de berekeningen van Twynstra Gudde (deze zijn niet in ons bezit) dat de betreffende bewoner door zijn nieuwe keuze een financieel voordeel krijgt van 280.000 euro. De projectgroep gaat akkoord met de verschuiving van beide percelen. Hierna lopen er twee trajecten door elkaar: enerzijds de afronding en oplevering van het projectplan en anderzijds is er een onderhandeling gestart tussen de projectgroep en bewoners.
Onderhandeling met bewoners Op 1 december is er een bijeenkomst met de projectgroep en lijkt er een patstelling te zijn tussen één van de grondeigenaren (in dit rapport familie 3) en de gemeente. De besprekingen lopen steeds vast volgens familie 3 omdat het college teveel greep wil houden op zijn wensenpakket. De projectgroep is unaniem van mening dat familie 3 een royale afkoopsom ontvangt. In december 2005 gebeurt er veel achter elkaar: op 2 december stuurt adviseur 1 een aanbod aan familie 3: “Namens de projectgroep Dorpscentrum Oud-Loosdrecht doe ik u, in het kader van het realiseren van een nieuw dorpscentrum, hierbij een aanbod voor de verplaatsing van uw eigendommen van de huidige naar een nieuwe plaats in het plangebied”.
11
Hierop reageert familie 3 op 14 december dat zij niet op het aanbod ingaat en nog ‘éénmalig’ een tegenvoorstel doet. In een brief van 2 februari 2005 van adviseur 1 aan familie 3 staat dat de projectgroep niet meer dan € 254.000,- wil vergoeden.
Oplevering projectplan Op 14 november wordt er voor het eerst gesproken over de oplevering van het projectplan aan de raad. Hierbij valt op dat er vooral wordt gesproken over het proces en de planning, en niet over de status van het plan van de projectgroep. Er wordt afgesproken om op 13 december een presentatie aan de raad te geven van het uiteindelijke projectplan (hier hebben wij geen notulen van ingezien). Op 9 januari 2006 komt de projectgroep bijeen. Volgens de notulen wordt er door de ambtenaar gezegd dat de burgemeester achter het plan van de projectgroep staat en dat volgens de burgemeester een ander plan ‘onbespreekbaar is’.
3.2
Beantwoording vragen
De gemeenteraad heeft de volgende onderzoeksvragen geformuleerd over de stakeholdersmethode: 1.
Was het de deelnemers duidelijk genoeg, binnen welke kaders zij hun ideeën konden inbrengen en wat de reikwijdte van hun invloed was?
2.
Was het duidelijk welke ideeën het college en/of raad kon honoreren en welke ideeën niet in relatie tot de bestuurlijke verantwoordelijkheden van het college en/of raad?
We hebben deze vragen trachten te beantwoorden, maar merken wel op dat wij ons uitsluitend kunnen baseren op een dossier waarvan de volledigheid niet valt vast te stellen, en op de herinnering van personen die we hebben gesproken. Daarmee is niet uit te sluiten dat we niet alle zaken hebben gezien of gehoord. Het is niet onbegrijpelijk dat het dossier – inmiddels – beperkt is: dit traject heeft plaatsgevonden in 2005 en het is begrijpelijk dat vanwege veranderingen in administratieve systemen de documenten op verschillende plaatsen zijn opgeslagen. Naast de documentstudie hebben we ook gesproken met enkele betrokkenen, en via hen diverse aanvullende documentatie ontvangen. Gezien het feit dat dit bijna 15 jaar geleden plaatsvond, merken wij op dat het – logischerwijs – voor betrokkenen moeilijk was om herinneringen van dit traject in detail op te halen. Wij concluderen dat het voor de deelnemers duidelijk was aan welke uitgangspunten het plan moest voldoen. Deze zijn immers meegestuurd met de eerste brief op 12 augustus 2005. Deze uitgangspunten zijn echter vooral gericht op de kaders van het uiteindelijke product: aan welke eisen het projectplan moet voldoen, wie er deelneemt aan de projectgroep en wanneer het projectplan af moet zijn. Wat hier echter ontbreekt is een toelichting van de wijze van beoordeling.
Beantwoording op vragen zoals: Is het belangrijk dat het plan aan alle voorwaarden voldoet? Wie oordeelt of het plan aan deze uitgangspunten voldoet? Wat gebeurt er als het plan niet aan alle voorwaarden voldoet? Vervolgens ontbreekt er ook een duidelijke beschrijving van het mandaat van de projectgroep en het vervolgproces van het plan. Om te beginnen over het mandaat: in de brief van 12 augustus 2005 wordt dit kort beschreven en staat er dat zij over een ‘zeer ruim mandaat’ beschikken. Hier wordt echter niet toegelicht wat dit mandaat precies behelst. Later, op 22 september 2005, deelt een ambtenaar mee aan de projectgroep dat de raad ‘enige vrijheid wil behouden’, ook hier wordt dit niet nader toegelicht. Het mandaat van de projectgroep (en daarmee de reikwijdte van het plan) blijft daarom diffuus en niet duidelijk uitgesproken. Dan over het vervolgproces, wij hebben niet kunnen achterhalen wat er na oplevering met dit plan zou gebeuren. Op basis van de documenten wordt ons niet duidelijk of de gemeenteraad het plan 1-op-1 zou overnemen, of als basis zou nemen en vervolgens aanvullen met eigen ideeën.
12
Gegeven het feit dat ze eerst spraken over een ‘zeer ruim mandaat’, en dit later enigszins afzwakte naar ‘de raad wil enige vrijheid behouden’, lijkt het er wel op dat hierover is gesproken. Een nadere uitwerking van hoe dit plan in de besluitvormingscyclus besproken zou worden – of het bijvoorbeeld integraal in stemming wordt gebracht of dat er amendementen op ingediend kunnen worden – hebben we niet kunnen vinden.
13
HOOFDSTUK 4
Bestemmingsplan 4.1
Situatieschets
De tweede vraag die gesteld is, betreft de ambtelijke advisering over het bestemmingsplan, zowel in de periode van het tot stand komen (in 2008/2009), als in de uitvoering van het bestemmingsplan (vanaf 2009). Hierbij zijn de volgende onderzoeksvragen geformuleerd: • • •
Tot welk bestuurlijk niveau en op welke wijze heeft advisering plaats gevonden? Heeft het ambtelijk handelen binnen het daartoe gegeven mandaat plaats gevonden? Op welke manier en in welke mate is rekening gehouden met de privaatrechtelijke afspraken zoals die in de toenmalige ruilovereenkomsten zijn vastgelegd?
Bij de bestudering van deze vraag hebben we als uitgangspunt het in februari 2009 vastgestelde bestemmingsplan genomen. Hierbij is in het licht van de gestelde vragen gekeken naar de wijze waarop het bestemmingsplan tot stand is gekomen, de wijze waarop geadviseerd is en de beelden en ervaringen met het bestemmingsplan. We hebben zelf geen inhoudelijke beoordeling van het bestemmingsplan gedaan, of een vergelijking van de afspraken op verschillende tijdstippen en hoe die zich verhouden.
Context Het bestemmingsplan biedt de juridische en planologische basis voor het project Porseleinhaven. Het huidig vigerende bestemmingsplan is door de gemeenteraad op 29 februari 2009 vastgesteld. Dit bestemmingsplan verving het bestemmingsplan dat in 1999 is vastgesteld. Aan het bestemmingsplan van 2009 is een langdurig proces voorafgegaan, waarin stakeholders zijn betrokken (zie hoofdstuk 3 stakeholdersmethode). Hoewel als uitgangspunt is geformuleerd dat het (toenmalig) bestaande bestemmingsplan niet gewijzigd zou worden, heeft de gemeenteraad toch gekozen voor een nieuw bestemmingsplan. In de uitvoering van het project Porseleinhaven zijn diverse discussies en geschillen tussen belanghebbenden en de gemeente ontstaan over de interpretatie en uitwerking van het bestemmingsplan, bijvoorbeeld recent nog over parkeren in het plangebied. In de interviews die we voerden, hebben we betrokkenen gevraagd naar hun beelden, herinneringen en ervaringen met het proces rondom het bestemmingsplan. Doel was de gestelde onderzoeksvragen te beantwoorden. In deze paragraaf gaan we in op de vraag welke beelden er leven over de wijze waarop met het bestemmingsplan is omgegaan en over de wijze waarop geadviseerd is over het bestemmingsplan. We geven géén inhoudelijk oordeel over de afspraken zelf of over het bestemmingsplan.
Beelden over het bestemmingsplan Uit de interviews met betrokkenen bij het proces, zowel van de zijde van de gemeente als particulieren, komt een diversiteit aan opmerkingen naar voren over de wijze waarop het bestemmingsplan tot stand is gekomen en is gehanteerd. De beelden en geluiden die door de betrokkenen naar voren worden gebracht, zijn te clusteren naar drie grotere thema’s. Allereerst het proces rondom het bestemmingsplan: hoe is het bestemmingsplan tot stand gekomen, wie speelde welke rol en hoe is omgegaan met het bestemmingsplan in de uitvoering? Een tweede thema dat we veel gehoord hebben, zijn fouten, slordigheden en onduidelijkheden die in het bestemmingsplan zouden zitten.
14
En tot slot is in de gesprekken ook aan de orde gekomen of in het bestemmingsplan alle afspraken die voordien zijn gemaakt goed verwerkt zijn, dan wel dat afspraken die na vaststelling van het bestemmingsplan zijn gemaakt wel pasten binnen het bestemmingsplan. We geven per thema de beelden en geluiden weer. Thema 1:
Proces en inhoud bestemmingsplan
Grondeigenaar: “Na vernietiging van het plan bij de Raad van State in 2004 heeft de voormalige burgemeester voorgesteld aan de hand van een zogenoemde stakeholdersmethode een plan voor Dorpscentrum Loosdrecht te maken.” Gemeenteraadslid: “Het eerste plan is vastgesteld (in 2003) op basis van het plan van een vorige projectontwikkelaar, Situs. De bebouwingsgrens in het water was gekoppeld aan de lengte van de pier. Hierdoor kon er later, ook voor andere centrumprojecten, verder in het water worden gebouwd, zoals op het voormalige OttenHome terrein. Het project en daaraan gekoppeld het bestemmingsplan zijn een aantal keer aangepast om commerciële redenen van de ontwikkelaar (conjunctuur - bouwcrisis). De parkeerruimte klopte niet, de verhouding water/land klopte niet. De aanpassingen aan het bestemmingsplan volgde steeds het projectplan. De stakeholdersgroep waarin onder meer de gemeente vertegenwoordigd was, heeft een plan gemaakt op basis van het oude bestemmingsplan. Dit plan is vervolgens voorgelegd aan de raad en goedgekeurd. Op basis van het plan is een nieuw bestemmingsplan gemaakt dat uiteindelijk in 2009 door de gemeenteraad is vastgesteld. Hiermee is het oorspronkelijke uitgangspunt van de stakeholdersmethode (passend binnen het bestaande bestemmingsplan) losgelaten.
Zo lagen er afspraken uit 2006 met één van de grondeigenaren die gebaseerd waren op het toen geldende bestemmingsplan.” Procesbegeleider: “Het plan van de stakeholdersgroep week naar het oordeel van de procesbegeleider op één punt af van het toen geldende bestemmingsplan, namelijk de hoogte van de bebouwing rondom de haven (4-laags of 3-laags). Maar tijdens de presentatie van het plan in OttenHome (een bewonersparticipatieavond, Berenschot) was de meerderheid van de zaal (ca. 90%) voorstander van een grotere hoogte. In januari 2006 zijn de verbetersuggesties van de bijeenkomst in het plan verwerkt.” Raadslid: “Er is een groot verschil tussen de verschillende grondeigenaren. De ene grondeigenaar heeft zijn pand gekocht toen het bestemmingsplan al bekend was, een andere grondeigenaar zat al 30 jaar in het gebied. In de beoordeling van de posities zou dat verschil moeten maken.” Raadslid: “Vaststelling van het bestemmingsplan was een formaliteit, omdat het bestemmingsplan de vertaling was van het projectplan. In de laatste vergadering van de gemeenteraad van Loosdrecht werd het ontwikkelplan goedgekeurd.“ Raadslid: “Voor wat betreft de ambtelijke organisatie is het beeld dat er vooral werd gekeken naar wat niet kan dan wat wel kan.” Grondeigenaar: “Ook was de gemeente niet met advocaten vertegenwoordigd bij één van de procedures bij de rechtbank, maar met een ambtenaar.
Dat deed de positie van de gemeente geen goed omdat achteraf zaken gerepareerd moesten worden.” Een voormalig wethouder is verbijsterd over het feit dat adviseur 2 constateerde dat er bepaalde stukken niet in het dossier zaten en dat grondeigenaar 3 die stukken wel in bezit heeft. Een voormalig wethouder zegt nooit gewezen te zijn op fouten in het bestemmingsplan en is ook nooit contrair aan het ambtelijk advies gegaan met collegebesluiten in het kader van dit project. Voormalig wethouders geven desgevraagd aan nooit signalen gehad te hebben dat de ambtelijke organisatie op eigen gezag of initiatief werkte, er was periodiek overleg waarin alle ontwikkelingen
15
werden besproken, besluiten werden voorbereid en communicatie met bewoners/eigenaren werd afgestemd. Ook met betrekking tot het bestemmingsplan. Thema 2: Fouten, slordigheden en onduidelijkheden in het bestemmingsplan
Een raadslid geeft aan dat hij de bestemmingsplannen heeft uitgepluisd en toch nog fouten vond. Hij vindt dat raadsleden er vanuit moeten kunnen gaan dat het college een volledig en juist bestemmingsplan voorlegt, hetgeen niet het geval bleek. Een ander raadslid geeft ook aan dat er bij behandeling bleek dat er fouten in het bestemmingsplan zaten. Een voormalige wethouder geeft juist in tegenstelling met de raadsleden aan, dat hem geen fouten bekend zijn in het bestemmingsplan. Over het onderwerp parkeren noemen veel betrokkenen zaken die niet goed in het bestemmingsplan zouden staan. Een bewoner geeft aan dat de parkeerplaatsen niet volgens het bestemmingsplan zijn ingetekend in de plankaart. De gemeente heeft ook niet conform het bestemmingsplan gehandeld, waardoor later weer reparaties nodig zijn. Een raadslid geeft aan dat bij behandeling van het bestemmingsplan van de eerste fase van de bouw van de woningen bleek dat er rekenfouten waren met betrekking tot het parkeren. Ook was niet duidelijk of de woningen ieder een geoormerkte parkeerplaats zouden krijgen. Ook wees een partij erop dat er een bindende afspraak met de projectontwikkelaar was gemaakt dat deze het gemiste aantal parkeerplaatsen in de Porseleinhaven op een locatie elders in Loosdrecht zou realiseren.
Een raadslid geeft aan dat op dit moment blijkt dat het parkeerprobleem nog veel groter is dan ten tijde van de raadsbehandeling van die eerste fase werd voorzien, en is een aantal afspraken met de projectontwikkelaar (nog) niet nagekomen. Een voormalige wethouder geeft aan dat over parkeren veel discussie is geweest. Een grondeigenaar geeft aan dat zaken die in het bestemmingsplan zijn opgenomen op onderdelen multiinterpretabel zijn of dat bij de vertaling in plankaart en/of voorschriften net afwijkende begrippen worden gebruikt. Bijvoorbeeld wordt op de ene gesproken over “2 aaneengesloten huizen”, waar op een ander punt wordt gesproken over “maximaal 2 woningen”. Een raadslid merkt op dat over de locatie van de woonark verschillende formuleringen zijn gehanteerd. In het ene document staat precies waar de woonboot moet liggen, terwijl elders staat dat deze ‘ergens’ in het plangebied moet liggen. Tot slot geeft een raadslid aan dat door een fout in het bestemmingsplan een strook water onbedoeld bij een verkeerde kavel is getrokken. Thema 3: Verwerking privaatrechtelijke afspraken in bestemmingsplan
Een raadslid geeft aan dat in de ruilovereenkomst een grondeigenaar het recht had om een jachthaven te bouwen met bepaald aantal plaatsen. Daarbij moest hij een aantal plaatsen vrijhouden voor bewoners van de Porseleinhaven. Toen er minder appartementen kwamen werd dit aantal niet aangepast, terwijl hij nog steeds de verplichting heeft om een jachthaven te bouwen. Een raadslid hoorde voor het eerst van de procesbegeleider van juni 2019 (inmiddels niet meer betrokken bij het project) dat de afspraken met een grondeigenaar nooit goed zijn verwerkt in het bestemmingsplan. De procesbegeleider vroeg zich af of dit willens en wetens is gedaan. Het raadslid rekent dit zichzelf aan, want wellicht heeft de grondeigenaar hem daar eerder wel op gewezen. Een voormalig ambtenaar geeft aan dat alles wat bekend was, zo goed mogelijk in het bestemmingsplan is verwerkt. Daarom was het ook een onhanteerbaar bestemmingsplan met bepalingen die normaliter niet in een bestemmingsplan staan. Tot aan de terugkeer van de woonboot naar een nog nader te bepalen locatie aan toe. Er stond: “In het gebied kan een woonboot komen.”
16
Een voormalig ambtenaar geeft aan dat in de ruilovereenkomst een bepaling zit dat de gemeente een golfbreker maakt voor één van de grondeigenaren. De gemeente heeft er echter eentje ontworpen voor het hele perceel. De grondeigenaar wilde echter liever een golfbreker voor hemzelf. Een voormalige wethouder geeft aan dat een afspraak te positief was over de tijdslijnen. Gebleken is dat sommige zaken die zijn afgesproken niet goed geborgd zijn in het bestemmingsplan.
4.2
Analyse
Bovenstaand hebben we beelden en opmerkingen van een veelheid van actoren bij het project Porseleinhaven opgenomen. Deze passages komen voor rekening van de betrokkenen zelf en niet voor rekening van Berenschot. Op basis van de beelden zoals in de interviews naar voren komen, op basis van de stukken zoals door ons bestudeerd en op basis van het procesverloop, hebben we samenvattend bevindingen geformuleerd ten aanzien van het bestemmingsplan. Deze zijn hieronder opgenomen. •
•
•
•
• •
•
Hoewel bij de stakeholdersmethode als uitgangspunt was opgenomen dat de plannen binnen het vigerende bestemmingsplan moesten passen, is toch een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Door het tussentijds loslaten, dan wel aanpassen van uitgangspunten, ontstaat ruis in het proces hetgeen een goede samenwerking met partijen in het gebied niet bevordert. In eerste instantie zijn met één grondeigenaar privaatrechtelijke afspraken gemaakt (in 2006). Deze afspraken pasten binnen het bestemmingsplan dat toen gold. Door het nieuwe bestemmingsplan uit 2009 ontstond er een nieuwe situatie. Dit heeft geleid tot nieuwe afspraken die in juni 2009 in een ruilovereenkomst zijn vastgelegd. Deze afspraken vervangen de afspraken die in 2006 zijn gemaakt. Met de andere twee grondeigenaren zijn ruilovereenkomsten gesloten in 2007 en 2008. Deze afspraken zijn na het vaststellen van het bestemmingplan in 2009 aangevuld, zodat deze weer binnen het bestemmingsplan pasten. Partijen die (ruil-)overeenkomsten hebben ondertekend waren dus op de hoogte van het bestemmingsplan en konden verifiëren of afspraken daar binnen vielen. Dat maakt dat de verantwoordelijkheid niet alleen bij de gemeente lag, maar ook bij de andere partijen (onderzoeksplicht).
Uit het feit dat de overeenkomsten ondertekend zijn, concluderen wij dat geen van de partijen kennelijk tegenstrijdigheid met het bestemmingsplan heeft gesignaleerd. Hierbij is wel van belang dat één van de grondeigenaren in het gebied zich door de gemeente onder druk gezet voelde om de overeenkomst te ondertekenen (zie hiervoor hoofdstuk 6 Overeenkomsten). Het bestemmingsplan zoals dat is vastgesteld bevatte volgens geïnterviewden te veel interpretatieruimte, waardoor discussies konden ontstaan die het project hebben verlamd en onderlinge verhoudingen op scherp hebben gezet. In de gesprekken hebben we veel gehoord over de parkeerproblematiek. Zowel in de planvorming als in de uitvoering lijkt parkeren onvoldoende aandacht gehad te hebben en leidt de parkeerproblematiek tot vertraging en verhoudingen die op scherp staan.
4.3
Beantwoording vragen
•
Tot welk bestuurlijk niveau en op welke wijze heeft ambtelijke advisering plaats gevonden?
Ambtelijke advisering heeft tot en met het niveau van het college van B en W plaatsgevonden. Met de verantwoordelijke portefeuillehouder was tweewekelijks overleg. In deze overleggen werden alle onderwerpen besproken. Van de overleggen werden bovendien actielijsten bijgehouden die we in het archief ook zijn tegengekomen. Aan de actielijsten werd ook zichtbaar opvolging gegeven. Besluiten die voor het college van B en W werden voorbereid, zijn afgestemd met de portefeuillehouder. De advisering vond plaats vanuit de projectmedewerkers. Wat ons opvalt is dat andere afdelingen niet betrokken lijken bij dit dossier. We hebben niet kunnen waarnemen dat er checks-and-balances werden georganiseerd, bijvoorbeeld vanuit de financiële of juridische afdeling. Hiermee ontstaat het risico van tunnelvisie.
17
We hebben bestuurders en ambtenaren gevraagd naar het samenspel. Zonder uitzondering bevestigen allen dat acties en besluiten goed werden afgestemd en dat er sprake was van nauw samenspel en grote betrokkenheid van de portefeuillehouder. •
Heeft het ambtelijk handelen binnen het daartoe gegeven mandaat plaats gevonden?
Zowel in de beantwoording van interviewvragen als in het dossier zelf hebben we geen aanwijzingen gevonden dat ambtenaren buiten mandaat hebben gehandeld. Alle besluiten zijn door het college van B en W genomen en overeenkomsten zijn door het college ondertekend. • Op welke manier en in welke mate is rekening gehouden met de privaatrechtelijke afspraken, zoals die in de toenmalige ruilovereenkomsten zijn vastgelegd? De geldende privaatrechtelijke afspraken zijn vastgelegd na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad en wij concluderen dat partijen bij ondertekening geen strijdigheid hebben gesignaleerd. In de advisering in de uitvoering van de overeenkomsten zijn wel geschilpunten naar boven gekomen. Waarbij het bijvoorbeeld gaat over de ligplaats van de woonark, de parkeerproblematiek en het aantal te realiseren woningen. Deze geschilpunten zijn terug te voeren op de wijze waarop zaken in het bestemmingsplan zijn opgenomen, op vaagheid in afspraken en op inherente belangentegenstellingen tussen partijen. Ons is in het onderzoek niet gebleken dat ambtenaren of bestuurders geen rekening hebben gehouden of geen rekening zouden willen houden met privaatrechtelijke afspraken.
18
HOOFSTUK 5
Woning De derde vraag die gesteld is, richt zich op de organisatie van het proces van aanbesteding en bouwdirectie. Hierbij zijn de volgende onderzoeksvragen geformuleerd: • • • • • •
Is er (voldoende) rekening gehouden met de rechten en wensen van degene voor wie de woning was bedoeld? In welke mate is er aan de gerechtelijke uitspraken gevolg gegeven? Past de besluitvorming tijdens het bouwproces binnen het ambtelijk en bestuurlijk mandaat? Is het college voldoende ingelicht over de voortgang en de kwaliteit van de bouw? Waren er gegronde redenen om de oplevering (op een paar punten na) te accepteren, dit mede in het licht van het latere onderzoek? Is het college voldoende en juist geïnformeerd over de situatie toen het gevraagd werd de brief van 3 juni 2019 aan de bewoner te sturen?
Bij de bestudering van deze vraag hebben we als uitgangspunt de in 2009 gesloten ruilovereenkomst met familie 3 genomen. Hierbij is in het licht van de gestelde vragen gekeken naar het bouwproces van de te realiseren woning en hoe dit proces zich verhoudt tot de gemaakte afspraken in de ruilovereenkomst.
5.1
Situatieschets
Kader Op 15 juni 2006 hebben familie 3 en de gemeente Wijdemeren voorlopige afspraken gemaakt over onder meer de woonark en de verplaatsingskosten. Deze afspraken zijn door zowel de gemeente als familie 3 ondertekend. Uit het beschikbare document blijkt hier voor het eerst dat de gemeente Wijdemeren de optie biedt om voor familie 3 een nieuwe woning te realiseren en deze vervolgens aan hem op te leveren. In dit document met voorlopige afspraken worden ook de uitgangspunten voor de optie van het bouwen van een woning vastgelegd. Op 30 juni 2009 ondertekenen de gemeente en familie 3 een ruilovereenkomst waarin de volgende uitgangspunten met betrekking tot de bouw van de woning zijn vastgesteld. Deze komen grotendeels overeen met de eerder gemaakte afspraken: 1. Er wordt een huis met gelijke inhoud en van vergelijkbare kwaliteit en uitvoering gerealiseerd als de huidige woning van familie 3. 2. Voor de bouwkosten van de te realiseren woning zoekt de gemeente aansluiting bij het hierboven, onder a.I. genoemde bedrag. Het risico op meer- en minderkosten in dit kader ligt bij de gemeente. 3. Eventuele meerkosten als gevolg van gewijzigde wet- en regelgeving (onder andere strengere eisen bouwbesluit) zijn voor rekening van de gemeente. 4. Beide partijen kiezen ieder een deskundige aannemer, die vervolgens samen een derde kiezen.
Deze derde deskundige stelt een programma van eisen en een kostenraming op, waaraan partijen zich committeren en waarbij geldt dat aanvullende en/of extra eisen voor rekening van familie 3 komen.
19
5. Er zal in bouwteamverband worden gewerkt, waarbij de gemeente en familie 3 het schetsplan, het voorlopig ontwerp, het definitieve ontwerp en het bestek bespreken met de architect, die door de gemeente is aangewezen. 6. De te realiseren bebouwing heeft een maximale vloeroppervlakte op maaiveld van 150 m2, dat na verkregen vrijstelling maximaal 200 m2 kan zijn, en voldoet aan de eisen zoals nader is omschreven en is bepaald in het vastgestelde bestemmingsplan Dorpscentrum Oud-Loosdrecht. Genoemde vrijstelling kan verkregen worden indien de vergunning aan de reguliere eisen, zoals de eisen van welstand, voldoet. 7. Tuininrichting en verhardingen etc. worden op gelijke wijze en met gelijke oppervlakte als in de bestaande situatie teruggebracht, volgens de procedure overeenkomstig het bepaalde in dit lid onder a.II.4) met betrekking tot de te bouwen woning, waarbij meer- en minderwerk eveneens overeenkomstig het bepaalde in dit lid (onder a.II.
2 en 3) met betrekking tot de te bouwen woning zal worden vastgesteld en verrekend; De gemeente zal opdracht geven – en de kosten van het onderzoek dragen – voor het vaststellen en vastleggen (onder andere uitgebreide fotoreportage) van de huidige situatie van de huidige woning van familie 3, zulks in verband met de in dit artikellid sub I en II omschreven verplichting van de gemeente om een nieuwe woning (inclusief tuin) te realiseren met gelijke inhoud en vergelijkbare kwaliteit en uitvoering als de huidige woning van familie 3. Familie 3 stelt de gemeente of de door haar ingeschakelde derden in de gelegenheid om het in dit artikellid bedoelde onderzoek uit te voeren. Bovenstaande afspraken vormen het kader voor de uitvoering van het bouwproces.
Reconstructie bouwproces van de te realiseren woning In de periode tussen het ondertekenen van de ruilovereenkomst en 2011 is er door de gemeente en familie 3 gewerkt aan het ontwerp voor de woning. Op 9 februari vindt een voorlopig laatste overleg hierover plaats. Dit vormt het startschot voor het bouwproces. Op 9 februari 2011 vindt er een overleg plaats tussen familie 3, de architect en de gemeente Wijdemeren. Familie 3 stelt in dit gesprek een aantal wijzigingen voor. Twee dagen later stuurt de gemeente een brief met wat hen betreft het laatste voorstel van het ontwerp aan familie 3. Op 22 september wordt de ruilovereenkomst vastgelegd in een notariële akte van ruiling. Het ontwerp van 9 februari 2011 wordt hierin als definitief ontwerp vermeld. Hierop wordt op 29 november een opdracht verleend aan Factor architecten om een vergunningsaanvraag voor te bereiden voor het woonhuis van familie 3. In de opdracht is opgenomen dat er geen overleg plaatsvindt met familie 3. Op 15 december vraagt de gemeente daadwerkelijk een omgevingsvergunning aan voor een woonhuis. Deze omgevingsvergunning wordt op 29 maart 2012 verleend. Twee weken later op 10 april dient familie 3 bezwaar in tegen de verleende omgevingsvergunning, omdat familie 3 zelf niet ingestemd heeft met het ingediende bouwplan. Dit bezwaar wordt op 24 juli 2012 ongegrond verklaard.
In de tussentijd heeft de gemeente op 11 mei 2012 aan familie 3 het voorstel gedaan om alsnog in te stemmen met de optie geld, en daarmee het bezwaarschrift tegen de omgevingsvergunning in te trekken. Op 8 juni reageert familie 3 hierop alleen akkoord te gaan met een geldbedrag als de gemeente meer biedt. De gemeente laat deze optie op 21 september vervallen, omdat het bestek op dat moment aan familie 3 is verstrekt. Op 25 september 2012 meldt de voormalig wethouder in het college dat er een typfout gemaakt is, waardoor familie 3 en niet de gemeente de bouwvergunning had moeten aanvragen.
20
In de periode van januari 2013 tot april 2013 hebben twee raadsleden het initiatief genomen te bemiddelen tussen de gemeente en familie 3. Er hebben verschillende gesprekken plaatsgevonden in aanwezigheid van de bemiddelaars, familie 3, een voormalig wethouder en de jurist van de gemeente. In mei 2013 hebben de bemiddelaars een principeakkoord voorgelegd aan de gemeente. Dit principeakkoord omvat een voorstel om de zaak met een geldbedrag af te doen. Op 30 juli 2013 besluit het college hierover definitief vast te houden aan de uitvoering van de ruilovereenkomst. Op 28 mei 2013 vernietigt de Rechtbank de verleende omgevingsvergunning voor de bouw van een woonhuis en stelt de ingediende aanvraag buiten behandeling. De bemiddelende raadsleden schrijven in hun bemiddelingsrapport d.d. 4 april 2014 dat de inhoud van het eerdere principeakkoord achterhaald is en er geen doorbraak heeft plaatsgevonden. Dit rapport is, zo blijkt uit de documenten die wij ingezien hebben en een mondelinge verklaring, nooit gedeeld met de gemeenteraad. In de periode mei 2013 tot november 2014 zijn er – voor zover wij hebben geconstateerd – weinig relevante ontwikkelingen met betrekking tot de bouw van de woning van familie 3. De aandacht gaat met name uit naar een geschil over de woonark, ontruiming van de oude woning van familie 3 en de onderhandelingen tussen de gemeente en ontwikkelaar Heijligers.
Vanaf 1 januari 2015 huurt familie 3 een appartement, een parkeerplaats en een ligplaats voor haar boot. Vanaf december 2014 zijn partijen met hun advocaten en met elkaar in gesprek gegaan om tot overeenstemming tot de geschillen te komen. De advocaat van familie 3 geeft nog aan dat het afkopen van de bouwverplichting door de gemeente nog mogelijk is in deze fase, de inschatting van de kosten liggen echter boven wat acceptabel is voor de gemeente. De gemeente formuleert nog een tegenvoorstel, waar familie 3 niet op ingaat. In 2015 hebben er meerdere briefwisselingen plaatsgevonden tussen de gemeente Wijdemeren en (de advocaat van) familie 3. Familie 3 stelt dat zij, behoudens een klein aantal wijzigingen, akkoord is met het ontwerp van 9 februari 2011 en dat zij verder geen wijzigingen in het ontwerp zal aanbrengen. Wel wenst zij de mogelijkheid te houden om de aannemer gewenste aanpassingen te laten offreren en de gemeente deze aanpassingen, na goedkeuring van familie 3, te laat uitvoeren. Op 30 oktober 2015 doet de gemeente een procesvoorstel aan familie 3 waarin het ontwerp van 9 februari 2011 als uitgangspunt wordt genomen met de aanpassingen dakkapel, dakraam en wolfseinden. Als onderdeel van dit procesvoorstel moet familie 3 afstand doen van haar recht om tijdens de bouw aanpassingen te mogen doen.
In reactie hierop geeft familie 3 op 21 januari 2016 in de brief aan de gemeente aan, dat wat haar betreft het ontwerp aangepast kan worden op de punten waarover beide partijen het eens zijn, en vervolgens het bestek kan worden uitgewerkt. In een brief d.d. 15 februari 2016 zegt de gemeente toe een omgevingsvergunning voor het voorliggende ontwerp aan te vragen, mits familie 3 akkoord gaat met het procesvoorstel. Op 26 februari bevestigt familie 3 opnieuw dat zij zich akkoord verklaart met het onderwerp, inclusief de eerdergenoemde toevoegingen en bespreekpunten in het kader van het bestek. Op 9 maart 2016 stuurt de gemeente een brief aan familie 3 dat het bereid is een omgevingsvergunning aan te willen vragen, mits familie 3 deze brief ondertekent. In diezelfde brief is opgenomen dat familie 3 dan alsnog geen recht meer heeft op aanpassingen tijdens het bouwproces. Familie 3 laat de gemeente in een reactie op 25 maart 2016 weten dat zij het procesvoorstel niet wil ondertekenen. Vervolgens sommeert zij op 20 april de gemeente een omgevingsvergunning aan te vragen. Op 4 juli 2016 wordt de gemeente Wijdemeren door familie 3 gedagvaard om een omgevingsvergunning aan te vragen voor de bouw van een woonhuis.
21
Op 29 juli 2016 veroordeelt de rechtbank Midden-Nederland de gemeente Wijdemeren om voor 30 september een omgevingsvergunning voor de bouw van de woning voor familie 3 aan te vragen en familie 3 uit te nodigen voor het opstellen van het bestek. Twaalf weken nadat de vergunning is verstrekt, dient de gemeente te beginnen met de bouw van de woning en deze binnen twaalf maanden af te ronden. De gemeente moet familie 3 toestaan de aannemer te vragen om gewenste aanpassingen te offreren. De gemeente dient de door familie 3 gewenste wijzigingen op het bouwplan, voor zover deze binnen de verleende bouwvergunning vallen, te respecteren en zo nodig de aannemer te instrueren het alsdan aangepaste bouwplan te realiseren, zodra familie 3 schriftelijk akkoord heeft gegeven om de daaraan verbonden meerkosten te voldoen. De gemeente geeft gevolg aan deze gerechtelijke uitspraak en op 16 september 2016 vindt er een gesprek plaats tussen familie 3, Heijmans, Factor architecten en een ambtenaar namens de gemeente. Er wordt gesproken over de aan te passen vier onderdelen: dakkapel, dakraam, wolfseinden en schoorsteen. Op 23 november 2016 heeft de gemeente Wijdemeren de benodigde omgevingsvergunning voor de bouw van de woning verkregen.
Op 3 juli 2017 verzoekt een ambtenaar mede namens familie 3, advocatenkantoor KROON advocaten, een oordeel te geven over vijf onderdelen van de oude woning van familie 3. De vraag die voorligt is of deze vijf onderdelen tot de inrichting van de woning behoren (en de gemeente als onderdeel van de ruilovereenkomst vergoed heeft) of een bouwkundig onderdeel uitmaken van de woning. Op 16 juli stelt het advocatenkantoor dat alle vijf de onderdelen geen onderdeel vormen van de verhuis- en inrichtingskosten en dienen in de nieuwbouw voor rekening van de gemeente te worden aangebracht. Op 18 mei 2017 heeft het afdelingshoofd Ruimtelijke Ordening een aannemersovereenkomst gesloten met Bouwmij P.W. Schipper B.V. voor de bouw van de woning. In deze overeenkomst is afgesproken dat er ten minste maandelijks een bouwvergadering belegd wordt waarbij de gevolmachtigde van de aannemer en de opdrachtgever aanwezig zijn. Deze bouwvergaderingen worden voorgezeten door de opdrachtgever. De verslaglegging wordt ook verzorgd door de opdrachtgever. Op 9 juni 2017 vindt de eerste bouwvergadering plaats. Aanwezig zijn twee medewerkers namens de aannemer, een medewerker van de gemeente en de verantwoordelijke voor de bouwdirectie. Op 23 juni en 7 juli vinden de tweede en derde vergadering plaats. Familie 3 is alleen bij de tweede vergadering aanwezig geweest. Zij heeft een vertegenwoordiger meegenomen.
De vertegenwoordiger zal bij de daaropvolgende vergaderingen aanwezig zijn. Er is één verslag opgemaakt van de eerste drie vergaderingen. In deze vergaderingen zijn ook een aantal wensen van familie 3 besproken en wordt er gemeld dat volgens het vonnis van de rechtbank de gemeente de door familie 3 gewenste wijzigingen op het bouwplan, zover deze binnen de verleende bouwvergunning vallen, hebben te respecteren. De projectleider zegt met de wethouder te overleggen hoe met de ingediende verzoeken om te gaan. In juli 2017 worden er een aantal wensen aan de lijst toegevoegd. In de daarop volgende bouwvergaderingen staan de openstaande verzoeken iedere keer op de agenda. Tijdens de bouwvergadering van 27 oktober 2017 geeft de aannemer aan geen extra wensen van familie 3 te willen honoreren in verband met proces en wijze van communiceren tot nu toe waaronder: geen schriftelijke bevestiging van mondelinge opdrachten, het verdwijnen van de contactpersoon en onheuse bejegeningen. De gemeentelijke projectleider stemt met de advocaat van de gemeente af hoe hiermee om te gaan. De gemeentelijke projectleider wijst de aannemer erop dat hij een contractuele verplichting heeft en er een uitspraak van de rechtbank ligt. Hierop stuurt de gemeentelijke projectleider een mail d.d. 3 november 2017 naar familie 3 met de stand van zaken omtrent de ingebrachte wensen.