04. Ruimtelijke onderbouwing Bloklaan 9 2 januari 2019
Tekst van het document
Fort Spion
Loosdrecht, Bloklaan 9 Ruimtelijke onderbouwing
Fort Spion
Loosdrecht, Bloklaan 9 Ruimtelijke onderbouwing
GEGEVENS VAN DE AANVRAGER Waternet Dhr. A. Immerzeel
Kerkewijk 117
Postbus 94370
3904 JB Veenendaal
1090 GJ Amsterdam
T. 0318 – 50 56 37
I. www.kubiek.nu E. info@kubiek.nu PLANGEGEVENS Projectnummer:
K18329
Datum:
2 januari 2019
Titel:
Loosdrecht - Bloklaan 9
Projectleider:
ir. R. den Heijer
Auteur:
G. Jansen MSc
Inhoud 1
2
Inleiding........................................................................................................................ 6 1.1
Aanleiding................................................................................................................................. 6
1.2 1.3
Ligging en begrenzing planlocatie ........................................................................................... 6 Vigerend bestemmingsplan...................................................................................................... 7
Beschrijving van de bestaande en toekomstige situatie .......................................... 9 2.1
Bestaande situatie .................................................................................................................... 9 2.1.1 Ligging ....................................................................................................................... 9 2.1.2
2.2
3
2.1.3 Huidig gebruik ......................................................................................................... 10 Gewenste situatie ................................................................................................................... 10
Beleidskader ...............................................................................................................12 3.1
Rijksbeleid .............................................................................................................................. 12 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) ....................................................... 12 3.1.2 3.1.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) ............................................. 13 Ladder voor duurzame verstedelijking .................................................................... 14
3.2
Provinciaal beleid ................................................................................................................... 14
3.3
3.2.1 Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie en Verordening ........................................... 14 Regionaal beleid .................................................................................................................... 16 3.3.1 3.3.2
3.4
4
Historie Fort Spion .................................................................................................... 9
Waternet .................................................................................................................. 16 Waterschap Amstel, Gooi en Vecht ........................................................................ 16
3.3.3 Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen (gebiedsproces) ................................... 17 Gemeentelijk beleid ................................................................................................................ 17 3.4.1
Cultuurnota Wijdemeren 2018-2021 ....................................................................... 17
3.4.2 3.4.3
De kern van Wijdemeren......................................................................................... 17 Structuurvisie Wijdemeren ...................................................................................... 18
Uitvoeringsaspecten ..................................................................................................19 4.1
Flora- en fauna ....................................................................................................................... 19 4.1.1 Wettelijk kader ......................................................................................................... 19 4.1.2 4.1.3
4.2
Effect te vergunnen activiteiten ............................................................................... 19 Conclusie................................................................................................................. 20
Cultuurhistorie en archeologie ............................................................................................... 21 4.2.1 4.2.2
Wettelijk kader ......................................................................................................... 21 Cultuurhistorie ......................................................................................................... 21
4.2.3 4.2.4
Archeologie ............................................................................................................. 21 Conclusie................................................................................................................. 22
4.3 4.4
Verkeer en parkeren .............................................................................................................. 22 Luchtkwaliteit .......................................................................................................................... 22
4.5
Bodemkwaliteit ....................................................................................................................... 23
4.6 4.7
Geluidhinder ........................................................................................................................... 23 Bedrijven en milieuzonering ................................................................................................... 23 4.7.1
Wettelijk kader ......................................................................................................... 23
4.8 4.9
5
6
4.7.2
Onderzoek/beoordeling ........................................................................................... 24
4.7.3
Conclusie................................................................................................................. 25
Externe veiligheid ................................................................................................................... 25 Water ...................................................................................................................................... 25 4.9.1 4.9.2
Inleiding ................................................................................................................... 25 Beleidskader ........................................................................................................... 25
4.9.3 4.9.4
Beoordeling ............................................................................................................. 26 Conclusie................................................................................................................. 26
Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid ...............................................27 5.1
Economische uitvoerbaarheid ................................................................................................ 27
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid ......................................................................................... 27
Eindconclusie .............................................................................................................28
Bijlagen Bijlage 1: Inrichtingsschets, december 2018 Bijlage 2: Revisiedocument, oktober 2018 Bijlage 3: Natuurtoets, oktober 2018
1 Inleiding 1.1
Aanleiding
Aan de Bloklaan 9 in Loosdrecht is Fort Spion gevestigd. Het Fort maakt deel uit van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Momenteel is het Fort in gebruik als kleine eenvoudige camping. De ambitie van Waternet gekoppeld aan de wens om het Fort meer te betrekken bij de omgeving en een kwaliteitsimpuls te geven biedt kansen voor een doorontwikkeling van het Fort. Het realiseren van parkeerplaatsen is een voorwaarde om de toegankelijkheid van het Fort te verbeteren. Met het oog op toekomstige ontwikkelingen is daarom het voornemen om 50 parkeerplaatsen aan te leggen. Ook zal de bestaande uitrit aangepast worden en wordt er nieuw hekwerk langs het terrein van Waternet geplaatst. De parkeerplaatsen zullen met een voetpad in verbinding worden gebracht met het Fort. De parkeerplaatsen en het hekwerk kunnen niet worden gerealiseerd op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan, omdat de vigerende bestemming ‘Natuur’ dit niet toestaat. Met de zogeheten uitgebreide omgevingsvergunning (art. 2.12 lid 1a onder 3 Wabo) kan worden afgeweken van het bestemmingsplan om het voornemen planologisch te regelen. Het opstellen van een ruimtelijke onderbouwing is een verplicht onderdeel van deze procedure. Middels deze ruimtelijke onderbouwing zal worden aangetoond dat het voorgenomen initiatief voldoet aan de eisen van goede ruimtelijke ordening. 1.2
Ligging en begrenzing planlocatie
Fort Spion is gelegen aan de Bloklaan 9 te Loosdrecht, gemeente Wijdemeren. De gewenste locatie van de parkeerplaatsen is gelegen op het perceel dat kadastraal bekend staat als gemeente Loosdrecht, sectie H, perceel 334. Het is gesitueerd op een deel van het genoemde perceel. In onderstaand figuur is de ligging van het plangebied aangegeven.
Luchtfoto met globale aanduiding gewenste locatie parkeerplaatsen (bron: PDOK Viewer)
Ruimtelijke onderbouwing Loosdrecht, Bloklaan 9
6
1.3
Vigerend bestemmingsplan
De projectlocatie ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan ‘Plassengebied Loosdrecht 2013’. Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad van Wijdemeren op 7 juli 2016 vastgesteld. In het bestemmingsplan kent gewenste locatie voor de parkeerplaatsen de enkelbestemming ‘Natuur’. Een deel van de toegang daartoe en een deel van het nieuw te plaatsen hekwerk valt ook binnen deze bestemming. De toegang naar de parkeerplaatsen vanaf de bestaande uitrit van het zuiveringsterrein bevindt zich grotendeels in de bestemming ‘Bedrijf – Waterzuiveringsinstallatie’. Een deel van het voetpad naar het Fort toe en een klein deel van het te plaatsen hekwerk vallen binnen de bestemming ‘Verkeer’ met daarop de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’.
Uitsnede verbeelding met in rood de globale aanduiding gewenste parkeerplaatsen, de toegang daartoe (ten westen van de parkeerplaatsen) en het voetpad naar het Fort (ten oosten van de parkeerplaatsen), en globale aanduiding van het nieuw te plaatsen hekwerk (zwart) (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
De voor ‘Natuur’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van natuurlijke en/of landschappelijke waarden; b. bos en andere houtopstanden; c. water, sloten, kreken en daarmee gelijk te stellen waterlopen; d. beschoeiingen, golfbrekers en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde; e. het behoud van de aanwezige cultuurhistorische waarden; f. doorvaarroutes; g. bestaande steigers die aanwezig zijn ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan; h. uitsluitend tuinen ten dienste van recreatiewoningen en woonschepen met dien verstande dat de totale oppervlakte niet meer mag bedragen dan de oppervlakte ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan;
Ruimtelijke onderbouwing Loosdrecht, Bloklaan 9
7
i.
bestaande parkeerplaatsen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die aanwezig zijn ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan.
met daaraan ondergeschikt j.
fiets- en wandelpaden.
De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 meter binnen de bestemming ‘Natuur’. De voor 'Bedrijf - Waterzuiveringsinstallatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterzuiveringsinstallatie, met de daartoe nodige bedrijfsgebouwen, zoals pompgebouwen, filtergebouwen, filtraatpompgebouwen, chemicaliënopslag, ondergeschikt kantoor en overige installaties; b. bestaande steigers; c.
bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, laad- en losvoorzieningen en erftoegangswegen;
d. alsmede parkeervoorzieningen ten behoeve van Fort Spion. Erfafscheidingen en toegangshekken mogen maximaal 2 meter hoog bedragen binnen de bestemming ‘Bedrijf – Waterzuiveringsinstallatie’. De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor bruggen, voet-, wandel- en fietspaden. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 10 meter bedragen. De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn primair bestemd voor het in stand houden en het onderhoud van de waterkering en secundair voor de overige op de verbeelding aangewezen bestemmingen. Op of in deze gronden mogen uitsluitend in de primaire bestemming passende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 3 meter. Voorts is een omgevingsvergunning benodigd voor het aanleggen of verharden van paden. Conclusie Concluderend kan gesteld worden dat het realiseren van nieuwe parkeerplaatsen binnen de natuurbestemming niet is toegestaan. Ook is het plaatsen van het hekwerk van 2 meter hoog strijdig met de bestemming ‘Natuur’ en ook strijdig met de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’. De aanleg van het bospaadje is niet strijdig met het bestemmingsplan.
De werkzaamheden in de bestemming ‘Bedrijf – Waterzuiveringsinstallatie’ (plaatsen hekwerk, aanleggen toegang tot parkeerplaatsen, slagboom) zijn ook niet strijdig met het vigerende bestemmingsplan. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing heeft dan ook betrekking op de aanleg van de parkeerplaatsen en het (ver)plaatsen van het hekwerk.
Ruimtelijke onderbouwing Loosdrecht, Bloklaan 9
8
2 Beschrijving van de bestaande en toekomstige situatie 2.1 2.1.1
Bestaande situatie Ligging
Aan de Bloklaan 9 in Loosdrecht is Fort Spion gelegen. Het Fort wordt omringd door de Loosdrechtse en Loenderveensche Plassen en de waterzuiveringsinstallatie van het Waternet (inlaat en voorzuivering van drinkwater). De projectlocatie betreft een bosperceel met centraal op het terrein een ruimte zonder boomaanplant.
Luchtfoto met globale aanduiding projectlocatie (bron: PDOK Viewer) 2.1.2
Historie Fort Spion
Fort Spion is een bijzonder object in eigendom van de gemeente Amsterdam. Het Fort, gelegen in het waterzuiveringsgebied van Waternet, maakte als fort deel uit van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het Fort is een verdedigingswerk dat is aangelegd rond 1845. Het Fort had tot taak de Bloklaan, de weg van Loosdrecht naar Loenen, af te sluiten. Fort Spion is een zogenaamde 'dijkaccesspost' omdat het is gelegen op een smalle doorgang in een onder water staand gebied. Tussen 1879-1880 werd het geheel gemoderniseerd. Het wachthuis kreeg een vleugelaanbouw aan de noord- en zuidzijde. In de wal aan de noordwestzijde van gebouw A kwam een wachthuis met een magazijn voor de opslag van munitie (bomvrije kelder). Een betonnen remise, voorzien van een aarden dekking, werd in de frontwal aangelegd. Net buiten de gracht werd een brug gebouwd en een fortwachterswoning. Daarnaast werd een zogenaamde artillerieloods gebouwd. In de dertiger jaren werd de Bloklaan verlegd en verbreed. Het Fort werd versterkt met een zware betonkazemat. Tijdens 1939-1940 werden nog diverse betonnen groepsschuilplaatsen en een koepelkazemat voor een
Ruimtelijke onderbouwing Loosdrecht, Bloklaan 9
9
mitrailleur aangelegd. Van deze laatste is de koepel verwijderd door de Duitse bezetter en omgesmolten voor de oorlogsindustrie. 2.1.3
Huidig gebruik
Het Fort is momenteel in gebruik als kleine eenvoudige camping. Er is parkeerplek voor circa vier auto's. Caravans en kampeerwagens kunnen er niet staan. In het Fort is een aantal ruimten ingericht om te overnachten of te vergaderen. Het Fort is verpacht aan de stichting Wandel en Fietsforten. Vanuit het Fort is het waterzuiveringsgebied met een trekpontje bereikbaar. Op het terrein van Waternet, dat niet openbaar toegankelijk is, staat een eenvoudig bezoekerscentrum van waaruit incidenteel rondleidingen gegeven worden over het terrein van Waternet. Het terrein heeft bijzondere natuurwaarden. Het Fort heeft als camping op dit moment een standalone functie, er is weinig tot geen verbinding met de omgeving. Daarnaast behoeft het Fort een kwaliteitsimpuls als volwaardig onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. In 2020/2021 hoopt de Nieuwe Hollandse Waterlinie op de UNESCO werelderfgoedlijst te komen als uitbreiding van de Stelling van Amsterdam. Er zal dan (nog) meer aandacht komen voor dit bijzondere cultureel erfgoed.
Fort Spion (bron: Structuurvisie gemeente Wijdemeren)
2.2
Gewenste situatie
De ambitie van Waternet gekoppeld aan de wens om het Fort meer te betrekken bij de omgeving en een kwaliteitsimpuls te geven biedt kansen voor een doorontwikkeling van het Fort. Een van de onderdelen van de doorontwikkeling is het beter toegankelijk maken van het Fort en de omgeving door onder andere de aanleg van meer parkeerplaatsen. Het realiseren van parkeerplaatsen is een voorwaarde om de toegankelijkheid van het Fort te verbeteren. Daarom is de eerste stap van de doorontwikkeling van Fort Spion het realiseren van 50 parkeerplaatsen. Het gaat om parkeerplaatsen op honingraatroosters. De huidige entree vanaf de weg richting Waternet wordt ook de entree voor de parkeerplaatsen.
Ruimtelijke onderbouwing Loosdrecht, Bloklaan 9
10
Onderdeel van deze eerste stap is het realiseren van een voetpad, zodat Fort Spion vanaf de parkeerplaatsen bereikbaar is. Daarnaast zal het hekwerk wat het terrein van Fort Spion scheidt van het terrein van de Waterzuivering verplaatst worden naar het noorden. Dit hekwerk wordt de nieuwe begrenzing met de Waterzuivering.
Uitsnede van de inrichtingsschets (zie bijlage 1 voor de volledige inrichtingsschets)
Een inrichtingsschets van de gewenste situatie is ook als bijlage onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing (bijlage 1). Gezien het feit dat het Fort een onderdeel is van de NHW (en een Rijksmonument is), is het noodzakelijk dat de eigenaar/exploitant van het Fort aandacht heeft voor behoud van de kwaliteit van het Fort en (het vergroten van) de toegankelijkheid in relatie tot het beleven van dit cultureel erfgoed. De aandacht die vanuit de betrokken provincies aan dit onderwerp gegeven wordt, biedt aanknopingspunten voor een rendabele exploitatie op de locatie Fort Spion. In de toekomst zal het terrein verder ontwikkeld worden. In het revisiedocument (bijlage 2) worden de ontwikkelingen uiteengezet ten behoeve waarvan de parkeerplaatsen gerealiseerd worden. Tevens is daarin aandacht voor de marktontwikkelingen en de mogelijkheden voor Fort Spion. Hieruit blijkt dat het realiseren van de parkeerplaatsen een logische eerste stap is in de verdere ontwikkelingen van Fort Spion. Voorts blijkt uit het revisiedocument ook dat het rendabel is en passend is in de huidige marktontwikkelingen om parkeerplaatsen te realiseren en het gebied te ontwikkelen. Het plaatsen van het hekwerk tussen het terrein van de waterzuivering en de te realiseren parkeerplaatsen is een logisch onderdeel van de plannen. Het huidige hekwerk is parellel aan de Bloklaan gelegen. Dit hekwerk wordt verwijderd.
Het nieuwe hekwerk wordt verder naar het noorden geplaatst (zie bijlage 1).
Ruimtelijke onderbouwing Loosdrecht, Bloklaan 9
11
3 Beleidskader 3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), die op 13 maart 2012 door de minister is vastgesteld, vormt de overkoepelende rijksstructuurvisie voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland tot 2028, met een doorkijk naar 2040. Het rijksbeleid richt zich op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen, zoals de hoofdnetwerken voor personen- en goederenvervoer, energie, natuur, waterveiligheid, milieukwaliteit en bescherming van het werelderfgoed. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Daarbij wordt ingezet op een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Om dit doel te bereiken werkt het Rijk samen met andere overheden. In de SVIR zijn ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028 geformuleerd. Het Rijk heeft drie hoofddoelen geformuleerd:
het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur;
het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid, waarbij de gebruiker voorop staat;
het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.
Het beleid met betrekking tot verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk, onder het motto ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’, zoveel mogelijk over aan provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen daarbij de ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. De sturing op verstedelijking, zoals afspraken over binnenstedelijk bouwen en doelstellingen voor herstructurering, laat het Rijk voor een groot deel los. In totaal zijn 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd, die bijdragen aan het realiseren van de drie hoofddoelen. Het betreft onder meer het borgen van ruimte voor de hoofdnetwerken (weg, spoor, vaarwegen, energievoorziening, buisleidingen), het verbeteren van de milieukwaliteit, ruimte voor waterveiligheid, ruimte voor klimaatbestendige stedelijke ontwikkeling, ruimte voor behoud van unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten en ruimte voor een nationaal netwerk voor natuur. Verder is één van de nationale belangen die de SVIR benoemt, het belang van een ‘zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten’. Concreet betekent dit onder meer dat ruimte zorgvuldig moet worden benut en overprogrammering moet worden voorkomen.
Om die doelstellingen te bereiken, is in 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Alle stedelijke ontwikkelingen dienen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking getoetst te worden.
Ruimtelijke onderbouwing Loosdrecht, Bloklaan 9
12
Conclusie De ontwikkeling van Fort Spion waarvan de aanleg van de parkeerplaatsen een eerste stap is, is in lijn met de SVIR. Doel is de cultuurhistorische waarde van het Fort beter tot zijn recht te laten komen en de bereikbaarheid te vergroten. De ladder voor duurzame verstedelijking komt in paragraaf 3.1.3 aan de orde. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Gemeenten moeten bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigingsplannen of uitwerkingsplannen rekening houden met het Barro. Doel van het Barro is bepaalde onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte te verwezenlijken. In het Barro worden een aantal projecten opgesomd die een groot Rijksbelang hebben. Per project worden regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. De regels zijn een uitwerking van de onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. In het Barro zijn veertien onderwerpen met bijzonder rijksbelang beschreven:
Rijksvaarwegen;
Project mainportontwikkeling Rotterdam;
Kustfundament;
Grote rivieren;
Waddenzee en waddengebied;
Defensie;
Hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen;
Elektriciteitsvoorziening;
Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen;
Natuurnetwerk Nederland;
Primaire waterkeringen buiten het kustfundament;
IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte);
Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden;
Ruimtereservering parallelle Kaagbaan.
De projectlocatie is onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW), en daarmee van rijksbelang (‘erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden’). In het Barro worden drie kernkwaliteiten genoemd van de NHW: 1. Het unieke, in samenhang met het landschap ontworpen negentiende en twintigste-eeuwse hydrologische en militairverdedigingssysteem; 2. Grote openheid; 3. Groen en overwegend rustig karakter. In het provinciaal beleid is nader aandacht voor de NHW. De voorgenomen ontwikkeling heeft als doel de waarde van het gebied te versterken, en is daarmee in lijn met het Barro. Conclusie Het initiatief valt onder ‘erfgoederen van uitzonderijke universele waarden’ en is daarmee van rijksbelang. Het doel is het versterken van de cultuurhistorische waarde, waarmee de ontwikkeling in lijn is met het Barro.
Ruimtelijke onderbouwing Loosdrecht, Bloklaan 9
13
3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
Nationaal belang 13, zoals geformuleerd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Deze verplichte toetsing is vastgelegd in het Barro. Het Barro verwijst naar het Bro; geformuleerd is dat deze toetsing een procesvereiste is bij alle nieuwe ruimtelijke besluiten en plannen ten aanzien van bijvoorbeeld kantoorlocaties en woningbouwlocaties. Gemotiveerd dient te worden hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt ten aanzien van het ruimtegebruik. De kernbepaling van de Ladder, artikel 3.1.6 lid 2 Bro, luidt: De toelichting van een plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.
Om dit te onderbouwen dienen de volgende stappen te worden doorlopen: 1) beoordeling door betrokken overheden of beoogde ontwikkeling voorziet in een behoefte voor bedrijventerreinen, kantoren, woningbouwlocaties, detailhandel en andere stedelijke voorzieningen; 2) indien er een vraag is aangetoond, beoordeling door betrokken overheden of deze binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd door locaties voor herstructurering of transformatie te benutten. Om aan deze verplichting uit het Bro te kunnen voldoen dienen een aantal vragen beantwoord te worden (bron: infomil.nl). 1. Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? In het Bro is het begrip stedelijke ontwikkeling als volgt vastgelegd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Het voorliggend initiatief betreft de realisatie van een parkeerplaats ondergeschikt aan de functies op Fort Spion. Daarmee is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in de ladderbepaling. Tevens zal een ondergeschikte parkeerplaats voor het fort niet leiden tot leegstand of leegstaande parkeerterreinen elders.
Daarmee is het plan niet in strijd met de beleidsdoelen van de ladder voor duurzame verstedelijking. 3.2 3.2.1
Provinciaal beleid Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie en Verordening
In de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (PRS) zet de provincie Noord-Holland haar algemene beleid in het ruimtelijk domein uiteen. Het document kan worden gezien als een strategische visie ten aanzien van belangrijke thema’s binnen de provincie. In de Provinciale Ruimtelijke Verordening worden vanuit de provincie een aantal vaste regels gesteld ten aanzien van een stel belangrijke thema’s op provinciaal niveau.
Ruimtelijke onderbouwing Loosdrecht, Bloklaan 9
14
De locatie is gelegen binnen twee voor deze ontwikkeling belangrijke aanduidingen: de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW) en het Groene Hart. Nieuwe Hollandse Waterlinie Kernkwaliteiten van de NHW zijn omschreven in de Leidraad Landschap & Cultuurhistorie. Nieuwe ontwikkelingen dienen de kernkwaliteiten te behouden of te versterken. De NHW is een unieke historische verdedigingslinie uit 1815. De linie is 85 kilometer en bestaat uit zo’n vijftig forten en vijf vestingsteden: Muiden, Weesp, Naarden, Gorinchem en Woudrichem. Doel is dat iedereen de forten, kastelen en vestingsteden kan bezoeken en zo de geschiedenis van ons land ervaren in het huidig landschap. Om de ontsluiting (toegankelijkheid en gebruik) met bijbehorende kwaliteitsslag ook in de toekomst te borgen hoopt de Nieuwe Hollandse Waterlinie in 2020/2021 op de werelderfgoedlijst van UNESCO te staan. De huidige ontwikkeling van de NHW met de inzet die wordt gepleegd voor de nominatie vraagt ook van de huidige eigenaar van Fort Spion, als onderdeel van de NHW, dat zij alles in staat stelt om de kwaliteit en de toegankelijkheid van het Fort te verbeteren en te borgen. De ontwikkelingen zijn passend binnen de uitgangspunten en ambities voor de NHW. De kernkwaliteiten worden met onderhavig initiatief versterkt en er wordt meer waarde aan gegeven. In paragraaf 4.2 wordt hier nader op ingegaan.
Groene Hart Het Noord-Hollandse landschap is gevarieerd, open, heeft hoge cultuurhistorische waarden en is over het algemeen goed bereikbaar vanuit de stad. De bescherming en het bevorderen van de bereikbaarheid van groene gebieden rond steden houdt deze aantrekkelijk en leefbaar. Deze landschappen staan echter continu onder druk door nieuwe woningbouw, de ontwikkeling van bedrijventerreinen of de aanleg of verbreding van wegen. Dit terwijl de behoefte van Noord-Hollanders aan recreatiemogelijkheden, zowel in het groen als op en rond het water, blijft groeien. De Provincie Noord-Holland vindt een goede toegankelijkheid van groen voor haar bewoners en bezoekers belangrijk, zowel voor de leefbaarheid als voor het vestigingsklimaat. Daarom draagt de provincie zorg voor de bereikbaarheid van natuur- en recreatiegebieden. Iedere Noord-Hollander moet met de fiets of het openbaar vervoer in tien minuten in het groen kunnen staan. Het is belangrijk dat er een gevarieerd aanbod is aan recreatiemogelijkheden in het groen; van intensieve recreatie in (delen van) gebieden als Spaarnwoude, tot meer natuurgerichte recreatie in de duinen en het Gooi. Ook aan waterrecreatie bestaat een belangrijke en groeiende behoefte, waarvoor het Blauwe Hart (het gebied van Markermeer en IJmeer) een belangrijke locatie is.
De Provincie Noord-Holland streeft naar meer samenhang in de totale recreatieve structuur: verbindingen tussen bestaande recreatiegebieden en het recreatief medegebruik van natuur en landbouwgebieden. Met de voorgenomen ontwikkeling verbetert de bereikbaarheid van Fort Spion, dat meer zal ingezet worden als locatie voor recreatie. In paragraaf 4.1 is aandacht voor de omgeving en het groen op het perceel. Met de uitwerking van de plannen zal rekening worden gehouden met het groene karakter van de locatie.
Ruimtelijke onderbouwing Loosdrecht, Bloklaan 9
15
Conclusie De aanleg van de parkeerplaatsen is in lijn met de uitgangspunten zoals genoemd in het provinciaal beleid van de provincie Noord-Holland. Er wordt ingezet op een verbetering en ontwikkeling van Fort Spion zonder dit ten koste te laten gaan van waardevol groen. 3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Waternet
Vanuit het Waternet zijn de volgende kaders opgesteld voor ontwikkelingen:
Elke ontwikkeling moet de bescherming van de bron waarborgen (waterzuivering);
Elke ontwikkeling moet plaatsvinden met erkenning voor de bijzonder natuurwaarden van het gebied rondom het Fort en de rust en de ruimte die het gebied kenmerkt;
Elke ontwikkeling moet op de een of ander wijze water positief in beeld brengen en versterken.
Met voorliggend initiatief wordt rekening gehouden met de opgestelde kaders. Conclusie Met de ontwikkeling van Fort Spion wordt rekening gehouden met de kaders zoals opgesteld door Waternet. Door het hekwerk te verplaatsen, blijft er een scheiding tussen de waterzuivering en de parkeerplaatsen. Daarnaast wordt er met de aanleg van de parkeerplaatsen indirect water positief in beeld gebracht. De parkeerplaatsen zijn bedoeld ten behoeve van de ontwikkeling van het Fort en de omgeving. Het is de bedoeling de locatie een trekker voor toeristen te maken en daarbij zal water een belangrijke rol spelen. Er zijn dan ook vanuit Waternet geen belemmeringen voor onderhavig initiatief. 3.3.2
Waterschap Amstel, Gooi en Vecht
Nota Recreatie, Landschap en Cultuurhistorie: Het waterschap ziet het als maatschappelijke taak om bij te dragen aan water-gerelateerde recreatie en cultuurhistorie. Natuur en cultuurhistorische waarden worden beschermd en waar mogelijk versterkt. Hierbinnen koestert het waterschap ook de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Herontwikkeling van Fort Spion past binnen de kaders van deze nota Waterbeheerplan 2016-2021: In eerste instantie zijn provincies, gemeenten en recreatieschappen verantwoordelijk voor het aanleggen en in stand houden van recreatiegebieden en –mogelijkheden. Het waterschap wil echter waar mogelijk genieten van water onder voorwaarden faciliteren en zo een bijdrage leveren aan recreatie op of aan het water. Wat betreft de cultuurhistorische waarden is de focus van het waterschap verschoven van herstel en restauratie naar communicatie en educatie over watererfgoed. Bestuursakkoord 2015-2019: het waterschap heeft de ambitie uitgesproken om zich meer in te zetten voor water gerelateerde recreatie. Een van de thema’s binnen het akkoord is het thema Waterbewust (bewust van de waarde van water en bewust van de waarde van het waterschap) Koersdocument recreatie: Het waterschap wil de toenemende vraag van overheden en de markt op het gebied van recreatie actief faciliteren en kansen benutten.
Conclusie De voorgenomen ontwikkeling van Fort Spion is een uitvoering van de beleidsuitgangspunten van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Ruimtelijke onderbouwing Loosdrecht, Bloklaan 9
16
3.3.3
Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen (gebiedsproces)
Het gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen onderscheidt 3 categorieën namelijk 1) ontwikkelen vrijetijdslandschap, 2) versterken ecologische waarden, 3) transformatie recreatiesector en biedt kansen voor de doorontwikkeling van Fort Spion. Fort Spion is opgenomen binnen het project Recreatieve routes & natuur- en landschapsbeleving (categorie 1). In een voorbereidende visie waren onderstaande aanknopingspunten opgenomen:
Het Fort als overstappunt (parkeren en fietsen), een transferium met een eigen attractieve waarde -> neem het voortouw;
Overnachtingsmogelijkheden kort verblijf;
Ontwikkelen verblijfsrecreatie op plekken verweven met natuur en water;
Benut erfgoed voor toeristische functie;
Cross-over tussen watersport en verblijfsrecreatie;
Aantrekkelijk wandelen en fietsen.
De ontwikkeling van 50 parkeerplaatsen bij Fort Spion verbeteren het Fort als overstappunt voor parkeren. Daarnaast wordt hiermee een eerste stap gezet om het erfgoed beter te benutten voor een toeristische functie. Conclusie De eerste stap in de doorontwikkeling van het Fort, het verbeteren van de bereikbaarheid door het aanleggen van 50 parkeerplaatsen, is in lijn met de uitgangspunten van het gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen, met name het aanknopingspunt om het Fort als overstappunt te ontwikkelen. 3.4 3.4.1
Gemeentelijk beleid Cultuurnota Wijdemeren 2018-2021
In 2018 heeft de gemeente Wijdemeren een cultuurnota opgesteld waarin aandacht is voor de visie van de gemeente op kunst en cultuur. De gemeente Wijdemeren heeft de volgende visie op cultuur: ‘Cultuur in Wijdemeren is bij uitstek geschikt om de economische en sociale kracht lokaal te versterken. Economische omdat het toeristen naar de gemeente kan trekken, sociaal omdat het kan dienen als zuurstof voor een gemeenschap en de leef kwaliteit van een omgeving positief kan beïnvloeden. Daarmee is cultuur een fundament in de ontwikkeling van de mens (jong en oud) en een fundament in de opbouw van de gemeente of de verschillende kernen van Wijdemeren.’ In de visie wordt ingegaan op hoe kunst en cultuur beter tot zijn recht komt, onder andere door marketing, participatie en subsidie. In de visie is geen specifieke aandacht voor de NHW of Fort Spion in het bijzonder. De ontwikkeling van Fort Spion is in lijn met de visie, waarin onder andere het versterken van de al aanwezige cultuurhistorie wordt genoemd. Conclusie Voorliggend voornemen is in lijn met de uitgangspunten van de gemeente Wijdemeren, door reeds aanwezig erfgoed te versterken. 3.4.2
De kern van Wijdemeren
In het beleidsdocument ‘De kern van Wijdemeren’ is aandacht voor twee unieke aspecten van de gemeente Wijdemeren: Recreatie en Toerisme & De kwaliteit van de individuele kernen. Specifiek
Ruimtelijke onderbouwing Loosdrecht, Bloklaan 9
17
over Fort Spion wordt genoemd dat onderzocht zal worden in hoeverre Fort Spion kan dienen als toeristische entree van de gemeente Wijdemeren. In zijn algemeenheid wordt voorts genoemd dat het doel is om onder andere de monumenten in de gemeente te vermarkten en onder de aandacht te brengen van de potentiële toerist, zodat de waarde toeneemt. De ontwikkeling van Fort Spion is dan ook in lijn met het beleidsdocument van de gemeente. Conclusie De ontwikkelingen voor Fort Spion zijn in lijn met de uitgangspunten van de gemeente Wijdemeren. Zo wordt er onder andere genoemd dat monumenten onder de aandacht gebracht dienen te worden van potentiële toeristen. 3.4.3
Structuurvisie Wijdemeren
In 2012 is de structuurvisie van de gemeente Wijdemeren vastgesteld met als ondertitel: ‘Beheerste ontwikkeling met behoud van het goede’. In de huidige situatie zijn naast de aantrekkingskracht van het watersportgebied met name de bijzondere ecologische, landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten bepalend voor de grote recreatieve aantrekkingskracht van het gebied. Voor bijna driekwart van de dagtochtjes is de auto het vervoermiddel. Het vergroten van de aantrekkingskracht van dagrecreatieve bestemmingen, vergroot tevens de behoefte aan parkeerplaatsen. Recreatie en toerisme zijn belangrijke pijlers voor de economie van Wijdemeren. Het toerisme loopt al jaren terug. Er is een kwaliteitsslag nodig om de sector te versterken, met meer aandacht voor dagrecreatie en een verbreding van het aanbod voor dagrecreanten. Naast aandacht voor pleziervaart moet er meer ook aandacht uitgaan naar natuurgerichte recreatie en recreatie gekoppeld aan de rijke cultuurhistorie van Wijdemeren. Dagrecreanten willen op één dag meerdere ervaringen opdoen en dat vraagt om een uitstekende recreatieve ontsluiting, aantrekkelijke dorpskernen, een mooi landschap, voorzieningen die met elkaar verknoopt zijn en heldere informatievoorziening.
Conclusie Onderhavig initiatief is in lijn met de opgaven en ambities zoals opgesteld in de structuurvisie van de gemeente Wijdemeren, door meer in te zetten op dagrecreatie, de bestaande kwaliteiten te benutten en te voorzien in de parkeerbehoefte.
Ruimtelijke onderbouwing Loosdrecht, Bloklaan 9
18
4 Uitvoeringsaspecten In dit hoofdstuk zullen de relevante uitvoeringsaspecten bij het plan worden besproken. Achtereenvolgens komen de aspecten ten aanzien van flora en fauna, archeologie en cultuurhistorie en de milieuaspecten aan bod. 4.1
Flora- en fauna
4.1.1
Wettelijk kader
Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet vervangen. Het doel is om met één wet en minder regels de wet makkelijker te kunnen toepassen. Vanaf 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur in hun gebied. Ook zorgen de provincies vanaf deze datum voor vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren, zoals het IJsselmeer. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden (voorheen geregeld in de Natuurbeschermingswet 1998). Ter bescherming van deze Natura 2000-gebieden voorziet de Wet natuurbescherming in een vergunningenregime voor het realiseren of verrichten van projecten en andere handelingen die de natuurlijke kenmerken van een aangewezen Natura 2000-gebied kunnen aantasten. Voorts voorziet de Wet natuurbescherming in de bescherming van planten- en diersoorten binnen en buiten de beschermde natuurgebieden (voorheen geregeld in de flora- en faunawet). Het uitgangspunt is dat beschermde planten- en diersoorten geen schade mogen ondervinden. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in de openbare ruimte is het niet altijd nodig een vrijstelling of een ontheffing aan te vragen.
Voor onder andere reguliere werkzaamheden of ruimtelijke ontwikkelingen geldt een vrijstelling voor beschermde soorten op voorwaarde dat gehandeld wordt volgens een goedgekeurde gedragscode. Verder worden vrijstellingsregelingen op de nationaal beschermde soorten per provincie vastgesteld. Wanneer het onmogelijk is schade aan streng beschermde planten en dieren tijdens ruimtelijke ontwikkelingen en inrichting te voorkomen, moet altijd een ontheffing worden aangevraagd. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of een ontheffing zijn afhankelijk van de status van de planten- en diersoorten die in het plangebied voorkomen. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In het NNN liggen onder andere bestaande natuurgebieden en alle Natura 2000- gebieden. Het NNN is op provinciaal niveau uitgewerkt en middels ruimtelijke nota’s en verordeningen voorzien van juridische doorwerking. In sommige provincies bestaan er naast het NNN ook nog andere groene zones die een zekere mate van bescherming genieten. 4.1.2
Effect te vergunnen activiteiten
De parkeerplaatsen worden aangelegd binnen een natuurbestemming. Hierbij wordt rekening gehouden met de aanwezige bosvegetatie. Voor de parkeerplaatsen worden op open plaatsen binnen
Ruimtelijke onderbouwing Loosdrecht, Bloklaan 9
19
de bosopstand gerealiseerd, zodat voor de parkeerplaatsen geen bomen gekapt hoeven te worden. Voor de toerit worden enkele plaatselijke bomen en zeer selectief enkele grotere bomen gekapt. Het ontwerp is zodanig opgesteld dat er geen bomen gekapt hoeven te worden die een functie hebben voor beschermde soorten. Bureau Waardenburg heeft een natuurtoets uitgevoerd om de voorgenomen ingreep te toetsen aan de Wet natuurbescherming (zie bijlage 3). In de natuurtoets wordt het project beschreven en is er aandacht voor de Natura 2000-gebieden, beschermde soorten en NNN gebied. Natura 2000-gebieden Uit de natuurtoets blijkt dat directe effecten als gevolg van de aanleg en het gebruik van de parkeerplaats verlies van areaal of leefgebied door ruimtebeslag of verstoring door mechanische effecten niet aan de orde zijn. Ook indirecte effecten als versnippering, verdroging, verstoring en verontreiniging zijn niet aan de orde. De ontwikkelingen zullen leiden tot een zeer geringe toename van de stikstofdepositie, waardoor effecten op instandhoudingsdoelstellingen voor stikstofgevoelige habitats of leefgebieden van soorten op voorhand kunnen worden uitgesloten. Deze conclusies geven geen aanleiding voor vervolgonderzoek. Beschermde soorten Met betrekking tot de ruige dwergvleermuis en andere vleermuissoorten kan worden geconstateerd dat er geen ecologisch effect is te voorzien.
Door verschillende controles vooraf in ontwerpfase en aanlegfase kan met 100% zekerheid worden gezegd dat er geen bomen wordt gekapt die een (potentiele) functie hebben voor vleermuizen (die bijvoorbeeld tijdelijk dienst doen als zomerverblijfplaats of paarplaats van vleermuizen). Hiermee zijn negatieve effecten op vleermuizen (alle eerder genoemde soorten) uit te sluiten en wordt overtreding van verbodsbepalingen uit de Wnb voorkomen. Een ontheffingsaanvraag is hiermee niet noodzakelijk. Het vergroten van de randlengte van het bos als gevolg van de aanleg van de parkeerplaats doet de geschiktheid van het bosperceel voor vleermuizen toenemen. Met in achtneming van enkele voorzorgsmaatregelen zijn effecten op overige beschermde soorten eveneens uit te sluiten. NNN Het plangebied en daarmee de ingreep ligt buiten de begrenzing van het NNN. Van een direct effect op het NNN is daarmee geen sprake. Omdat de ingreep verder niet van invloed is op de hydrologie en de luchtkwaliteit en de ingreep niet zal leiden tot een toename van verstoring binnen NNN-gebied zijn effecten op het NNN uit te sluiten. Voorts geldt bij uitvoering van werkzaamheden ten allen tijde een de algemene zorgplicht (artikel 1.11 Wet natuurbescherming). Deze schrijft voor dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel als mogelijk voorkomen moeten worden.
Dit betekent dat wanneer tijdens uitvoering van de werkzaamheden een algemeen beschermde soort als konijn, veldmuis of gewone pad wordt aangetroffen zij de ruimte en tijd moet krijgen om een veilig heenkomen te zoeken. Indien nodig kunnen aangetroffen exemplaren verplaatst worden naar een naastgelegen ruimte waar geen werkzaamheden uitgevoerd worden. 4.1.3
Conclusie
Gelet op het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat er vanuit de Flora- en faunaregelgeving geen beperkingen worden opgelegd aan onderhavig initiatief.
Ruimtelijke onderbouwing Loosdrecht, Bloklaan 9
20
4.2
Cultuurhistorie en archeologie
4.2.1
Wettelijk kader
Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Deze wet vervangt zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed. Doelstelling van de wetten is de bescherming en het behoud van archeologische en cultuurhistorische waarden. In de Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe Nederland daarmee omgaat, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe Nederland daar toezicht op houdt. 4.2.2
Cultuurhistorie
De locatie is onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW). De NHW is een nationaal project, aangestuurd door vier provincies. In 2020/2021 hoopt de Nieuwe Hollandse Waterlinie op de UNESCO werelderfgoedlijst te komen als uitbreiding van de Stelling van Amsterdam. Er zal dan (nog) meer aandacht komen voor dit bijzondere cultureel erfgoed. In de Leidraad Landschap & Cultuurhistorie (2018), opgesteld door de provincie Noord-Holland, is er aandacht voor hoe om te gaan met onder andere de NHW. De volgende ambities en doelstellingen van de NHW dienen als kader voor de doorontwikkeling van Fort Spion:
Ontwikkeling van de Waterlinie in een tijdsbestek van 15-20 jaar van een in onbruik geraakte militaire verdedigingslinie tot een samenhangend geheel van militair-historische objecten met eigentijdse functies die de bescherming en onderhoud garanderen (Panorama Krayenhoff: oftewel Linieperspectief van 2004, vertaald in kader Nieuwe Hollandse Waterlinie tot 2020 -> meer richting maatschappelijke benutting en beheer);
Forten restaureren en toegankelijk maken voor (groot) publiek;
De samenwerking met (onder meer) eigenaren en waterschappen intensiveren om daarmee uitvoering te geven aan de gewenste maatschappelijke inbedding van de NHW en de continuïteit te borgen. Waternet zal als verantwoordelijke voor het Fort worden aangesproken op de staat van de kwaliteit van het Fort en de toegankelijkheid / maatschappelijke benutting;
Met het oog op verantwoord en duurzaam beheer van het beoogd Werelderfgoed wordt interprovinciaal een managementplan opgesteld dat de basis vormt voor de afspraken met eigenaren en voor het toekomstig monitoren van het Werelderfgoed;
Vergroten bewustwording en waarde van cultureel erfgoed.
Met de ontwikkelingen wordt recht gedaan aan de status die het Fort heeft. De aanleg van een parkeerterrein en het verplaatsen van het hekwerk is de eerste stap in het ontwikkelen en vergroten van de cultuurhistorische waarden van Fort Spion. Het doel is om het Fort meer zichtbaar en meer toegankelijk te maken. Voorliggend voornemen is passend binnen de ambities en ontwikkelingsrichtingen van de NHW. De NHW komt met de gewenste werkzaamheden beter tot zijn recht bij Fort Spion. 4.2.3
Archeologie
De projectlocatie heeft geen dubbelbestemming met betrekking tot archeologie. Ook zal niet diep gegraven worden om de ontwikkelingen te realiseren. Archeologisch onderzoek is niet benodigd.
Ruimtelijke onderbouwing Loosdrecht, Bloklaan 9
21
Op basis van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Dat melden dient terstond te gebeuren. 4.2.4
Conclusie
De gewenste ontwikkeling vindt niet plaats op beschermd archeologisch gebied. Nader onderzoek in het kader van de archeologie is niet noodzakelijk. Voorts valt de locatie onder de NHW. Met de voorgenomen ontwikkelingen is het mogelijk de waarde hiervan te versterken en in te zetten om het Fort ook in de toekomstig rendabel en aantrekkelijk te houden. 4.3
Verkeer en parkeren
Het plangebied wordt ontsloten door de Bloklaan, een provinciale weg (N403) die Loenen aan de Vecht met Loosdrecht verbindt en een oversteek over het water vormt. De Bloklaan is een 80 km/h weg. De ontwikkelingen zullen een verkeersaantrekkende werking hebben. Als alle parkeerplaatsen 2x per dag gebruikt worden (worst case), gaat dit om 400 mvt/etmaal extra. Dit is echter een worst case scenario en dat zal zeker in het begin niet zo zijn, als het Fort nog niet volledig ontwikkeld is. Omdat de locatie goed ontsloten is met de Bloklaan, kan de verkeersgeneratie goed opgevangen worden. Met de aanleg van de parkeerplaatsen komt er geen extra uitrit op de Bloklaan. Er wordt gebruik gemaakt van de uitrit van de waterzuivering (zie bijlage 1). Voorts wordt er met deze eerste stap, de aanleg van de parkeerplaatsen, voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor de verdere ontwikkeling van het Fort. In bijlage 2 wordt de noodzaak en de aanleiding voor de aanleg van de parkeerplaatsen uiteengezet. Conclusie Door de goede ontsluiting met de Bloklaan kan de toename van verkeer goed opgevangen worden. Voorts wordt er met de aanleg van de parkeerplaatsen vóór de verdere ontwikkeling van het Fort voorzien in voldoende parkeergelegenheid. 4.4
Luchtkwaliteit
De Wet luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen grote en kleine ruimtelijke projecten. Een project is klein als het slechts in geringe mate (ofwel niet in betekenende mate) leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Voorliggend voornemen is van beperkte omvang en kan gezien worden als NIBM (Niet in betekende mate). Toetsing aan de luchtkwaliteit is dan ook niet benodigd. Bureau Waardenburg heeft als onderdeel van de natuurtoets de effecten bepaald van de stikstofdepositie en de invloed daarvan op natuurgebieden (bijlage 3). Hieruit is gebleken dat onevenredige negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van stikstofgevoelige gebieden en habitats zijn uitgesloten. Conclusie De ontwikkelingen zijn van beperkte omvang. Vanuit het aspect luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor de aanleg van de parkeerplaatsen.
Ruimtelijke onderbouwing Loosdrecht, Bloklaan 9
22
4.5
Bodemkwaliteit
Het Besluit op de ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6) schrijft voor dat in het kader van een ruimtelijk planologische procedure moet worden aangetoond dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het gewenste nieuwe gebruik. De bodemkwaliteit kan (negatief) van invloed zijn op de gewenste nieuwe ontwikkeling. Het voornemen betreft het aanleggen van parkeerplaatsen binnen een natuurbeschermingsgebied. Gezien de locatie en het gebruik daarvan, is het zeer onwaarschijnlijk dat de bodem eerder verontreinigd is. Een parkeerplaats wordt niet gezien als een gevoelige functie. Daarnaast zullen er geen diepe bodemingrepen plaatsvinden Bodemonderzoek is dan ook niet benodigd.
ten
behoeve
van
de
gewenste
ontwikkeling.
Conclusie Een parkeerplaats en een hekwerk zijn geen milieugevoelige functies. Onderzoek naar de kwaliteit van de bodem is niet benodigd. 4.6
Geluidhinder
Langs alle (spoor)wegen – met uitzondering van 30 km/h-wegen en woonerven – bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidszones waarbinnen de geluidshinder vanwege de (spoor)weg getoetst moet worden. Gezoneerde industrieterreinen hebben een vaste geluidzone die wordt vastgelegd door middel van een bestemmingsplan. Wanneer (nieuwe) geluidsgevoelige functies gerealiseerd worden binnen een geluidzone is akoestisch onderzoek noodzakelijk. Een parkeerplaats wordt niet gezien als een geluidsgevoelige functie in het kader van de Wgh. Toetsing aan de Wgh is dan ook niet benodigd. Conclusie Toetsing aan de Wgh is niet vereist, omdat een parkeerplaats en een hekwerk niet worden gezien als een geluidsgevoelige functie in het kader van de Wgh. 4.7
Bedrijven en milieuzonering
4.7.1
Wettelijk kader
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stelt zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen:
het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies;
het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.
Ruimtelijke onderbouwing Loosdrecht, Bloklaan 9
23
Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de onderstaande richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk' dan wel 'gemengd gebied’.
Milieucategorie Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk Richtafstand tot omgevingstype en rustig buitengebied gemengd gebied 1
10 m
0m
2
30 m
10 m
3.1
50 m
30 m
3.2
100 m
50 m
4.1
200 m
100 m
4.2
300 m
200 m
5.1
500 m
300 m
5.2
700 m
500 m
5.3
1.000 m
700 m
6
1.500 m
1.000 m
Richtafstanden en omgevingstype
Hiernaast gelden ten aanzien van bedrijven die onder de werkingssfeer van de Wet milieubeheer vallen, deze Wet en haar uitvoeringsbesluiten als toetsingskader voor de toegestane bedrijfshinder. 4.7.2
Onderzoek/beoordeling
Voor onderhavig project dient te worden getoetst of de nieuwe functie mogelijk belemmeringen veroorzaakt voor bestaande functies in de omgeving en of de nieuwe functie mogelijk belemmeringen ondervindt als gevolg van de milieuhinder van naburige bedrijven en/of bedrijvigheid. Een parkeerplaats wordt niet gezien als een milieugevoelige functie, waardoor het bedrijven in de omgeving niet belemmeren zal. Andersom gezien wordt een parkeerplaats wel gezien als een milieubelastende functie, waardoor gekeken dient te worden of er ter plekke van milieugevoelige functies in de omgeving na aanleg van de parkeerplaats nog sprake kan zijn van een goed woon- en leefklimaat. Een autoparkeerterrein valt onder milieucategorie 2. De omgeving van het plangebied kan gekarakteriseerd worden als gemengd gebied, gelet op de ligging nabij een waterzuivering,
Ruimtelijke onderbouwing Loosdrecht, Bloklaan 9
24
recreatieve doeleinden en wonen. De richtafstand komt daarmee uit op 10 meter. De dichtstbijzijnde woning, gelegen aan Bloklaan 7, ligt op ruim 20 meter van de het te realiseren parkeerterrein. Er is dan ook voldoende afstand tussen de parkeerplaatsen en de woning om een goed woon- en leefklimaat te garanderen bij de woning aan Bloklaan 7. 4.7.3
Conclusie
Gelet op het voorgaande vormen de milieubelastende functies vanuit het oogpunt van milieuzonering geen belemmering voor de in dit plan besloten ruimtelijke ontwikkeling. Andersom leidt realisatie van een parkeerterrein niet tot milieutechnische problemen voor de omliggende milieugevoelige functies. Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is te achten met een goede ruimtelijke ordening. 4.8
Externe veiligheid
Een parkeerterrein wordt niet gezien als een (beperkt) kwetsbaar object, waardoor toetsing aan externe veiligheid niet benodigd is. Overigens blijkt uit de risicokaart dat de locatie niet gelegen is binnen een risicoafstand van risicovolle inrichtingen of van transportroutes waarover vervoer van gevaarlijke stoffen mogelijk is. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de aanleg van de parkeerplaatsen en het plaatsen van een hekwerk. 4.9 4.9.1
Water Inleiding
Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik zoals locaties voor stadsuitbreiding. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Op Europees en nationaal niveau heeft water een eigen plaats gekregen in de ruimtelijke besluitvorming via de verplichte 'watertoets'. Een watertoets geeft aan wat de gevolgen zijn van een ruimtelijk plan voor de waterhuishouding in het betreffende gebied. Zo'n waterparagraaf moet sinds 1 januari 2003 worden opgenomen in de toelichting bij ruimtelijke plannen. Doel van de watertoets is de relatie tussen planvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening en de waterhuishouding te versterken. Een watertoets is verplicht als het gaat om een functieverandering en/of bestemmingswijziging. Op basis van informatie en randvoorwaarden vanuit waterbeheerder, het waterbeleid en relevante bodemgegevens worden de verschillende wateraspecten uitgewerkt in een waterparagraaf. De waterparagraaf beschrijft het huidige watersysteem alsmede de mogelijkheden en randvoorwaarden voor het toekomstig watersysteem. De waterparagraaf wordt afgestemd met de waterbeheerder. 4.9.2
Beleidskader
Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding. Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's.
Ruimtelijke onderbouwing Loosdrecht, Bloklaan 9
25
Europa Met ingang van december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht geworden. In het kader van de Kaderrichtlijn worden kwaliteitseisen gesteld, gericht op het beschermen en verbeteren van de aquatische ecosystemen (verplichting per stroomgebied). Deze richtlijn stelt als norm dat oppervlaktewateren binnen 15 jaar na inwerkingtreding moeten voldoen aan een 'goede ecologische' toestand (GET). Voor kunstmatige wateren, zoals de meeste stadswateren, geldt dat de oppervlaktewateren minimaal moeten voldoen aan een 'goed ecologisch potentieel' (GEP). Inmiddels zijn de GEP-normen per stroomgebied uitgewerkt. Rijk De Waterwet, die in werking is getreden in 2009, regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Op grond van deze wet moeten de provincies één of meer regionale waterplannen vaststellen die wat betreft de ruimtelijke aspecten de status van provinciale structuurvisie hebben. De Waterwet schrijft eveneens voor dat elke zes jaar een nieuw Nationaal Waterplan uitgebracht wordt. Op 10 december 2015 is het Nationaal Waterplan 2 (NWP2) vastgesteld. Het NWP2 is opgesteld vanuit het perspectief om een nationale Omgevingsvisie te ontwikkelen richting 2018 conform de Omgevingswet in wording.