Wijchen-West 2023_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 8 Activiteitenplan
Tekst van het document
De watervleermuis profiteert in de omgeving van de vele brede watergangen en de nabij gelegen Maas. Een populatie watervleermuizen is in de omgeving aanwezig en gebruikt de Vormerse plas als foerageergebied. In het plan is opgenomen dat de watervleermuis het gebied moet kunnen blijven gebruiken als foerageergebied, deze waardevolle gebieden mogen namelijk niet in omvang en kwaliteit achteruitgaan voor de soort. Derhalve is ingezet in het plan om de Vormerse plas als natuurlijke zone te behouden, afscherming aan te brengen middels natuureilanden en blijven de geleidende bomenlanen door het gebied behouden. De betreffende bomenlanen zijn gedurende uitgebreid onderzoek in beeld gebracht als essentiële route voor de watervleermuis. Ook werd regelmatig waargenomen dat watervleermuizen andere routes kennen, waardoor de soort zich gemakkelijk aan een nieuwe situatie kan aanpassen. Door de maatregelen, zoals beschreven in het mitigatieplan, is de staat van instandhouding geborgd voor de watervleermuis.
blad 30 van 45
datum 30 november 2023 projectnummer 471193.100 betreft Activiteitenplan Wijchen-west
Criteria beoordeling SvI watervleermuis Kwalitatieve + kwantitatieve inschatting: STAAT VAN INSTANDHOUDING SOORT IN CONCREET PLANGEBIED
Plangebied
B3: Verspreiding
Naar verwachting afname
Stabiel
Stabiel
Onvoldoende gegevens
Onvoldoende gegevens
Naar verwachting afname
Stabiel
Stabiel
Onvoldoende gegevens
Onvoldoende Onvoldoende gegevens gegevens
VP Afwezig
Afwezig
Niet van toepassing
Niet van toepassing
FG
Gunstig
Gunstig
Onvoldoende gegevens Onbekend Onvoldoende gegevens Onbekend
Aanwezig en blijft behouden in het plan
Stabiel
Gunstig Met maatregelen voldoende, Verbetering mogelijk
Onvoldoende gegevens Onvoldoende gegevens
Onvoldoende gegevens
Onvoldoende gegevens
Onbekend
Onbekend, mogelijk afname
Onbekend, mogelijk afname door cumulatie ruimtelijke ontwikkelingen en energietransitie
Beschikbaar habitat
Onbekend
Gunstig Aanwezig middels watergangen en VB bomenlanen
Afwezig
Afwezig
N.v.t.
N.v.t.
Onbekend, geen aanleiding tot zorg
Gunstig Verbinding over lange afstanden en verbonden aan alternatieve VB leefgebieden
Gunstig
Gunstig
Gunstig
Onbekend
Onbekend
Onbekend
Stabiel
Stabiel
Met maatregelen voldoende, Verbetering mogelijk
Onbekend
Onbekend
Onbekend
VP
-
-
-
Onbekend
Onbekend
FG
-
-
N.v.t. Uitbreiding door vergroten wateroppervlak Aansluiten van bestaande vliegroutes
-
Onbekend
Onbekend
Kwaliteit VP FG
Borging
Onvoldoende gegevens
Eind bouwfase
A2: Trend
B2: Verspreiding Beschikbaar habitat
Landelijk
Korte termijn
Actueel Onbekend, naar verwachting afname
Grootte
Regionaal
Nabije toekomst
A1: Populatiegrootte
B1: Verspreiding Beschikbaar habitat
Directe omgeving
N.v.t. Voldoende, meer wateroppervlak
Verbetering VB mogelijk Onbekend Met afdoende maatregelen voldoende / gematigd positief. VP = Verblijfplaats(en), FG = Foerageergebied, VB = Verbinding (vliegroutes, migratieroutes)
Onbekend
blad 31 van 45
datum 30 november 2023 projectnummer 471193.100 betreft Activiteitenplan Wijchen-west
De situatie t.a.v. de SvI in de regio is onbekend i.c. niet feitelijk bepaald en nationaal geldt de SvI als gunstig, zie ook tabel 7.1. Met mitigatie en compensatie wordt de SvI, op basis van de gezamenlijke staat van de afzonderlijke indicatoren, voor de watervleermuis voor het plangebied als voldoende/gematigd positief ingeschat. Het natuurgebied behoud immers de functie als foerageergebied en verbindend element.
7.4
Gewone dwergvleermuis Huidige staat van instandhouding De gewone dwergvleermuis komt in vrijwel heel Europa voor, noordelijk tot in Zuid-Scandinavië, oostelijk tot in ver in Rusland en in de Kaukasus. In Scandinavië is de soort veel zeldzamer dan de kleine dwergvleermuis, (P. pygmaeus), die daar algemeen voorkomt. Ook in het zuiden van Europa zijn de waarnemingen verspreid en schaars, terwijl de kleine dwergvleermuis daar talrijk en wijdverbreid is. In Nederland is het de meest algemene vleermuis met een ruime verspreiding over het gehele land. De aantallen worden geschat op 300.000 tot 600.000 dieren. Schattingen van de Europese populatie zijn niet bekend. De verspreidingsgegevens van de gewone dwergvleermuis in de directe omgeving van het plangebied zijn deels in te zien, maar grotendeels onbekend en kan slechts ingeschat worden op waarnemingen door derden en op basis van onderzoeken in de omgeving. Het is echter een landelijk en ook regionaal een veel voorkomende soort. Het algemene voorkomen van de soort is gunstig, maar er zijn ook voldoende redenen tot zorg in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen waarbij met name de grotere verblijfslocaties geraakt worden (kraam- en winterverblijfplaatsen in veelal oudere gebouwen). Het isoleren en vooral het vullen spouwmuren is een groot risico wanneer dit zonder maatregelen wordt uitgevoerd en momenteel een actueel thema.
In de omgeving van Wijchen worden vleermuizen weinig ingevoerd in de NDFF en Waarneming.nl. Onderzoeken in de omgeving, zoals aan ’T Mozaïek zijn verjaard (2013) en hebben tot weinig resultaat geleid, recente monitoringsgegevens laten zien dat hier één verblijfplaats is aangetroffen. Op basis van de bevindingen uit het onderzoek zijn er wel verblijfplaatsen te verwachten in de omgeving en vormt het plangebied daardoor een foerageergebied met essentiële bomenlanen. De aangetroffen verblijfplaats betreft een paarverblijfplaats, welke over het algemeen goed te compenseren zijn met kunstmatige voorzieningen. Een dergelijke samenhang in regionale effecten leidt niet tot een significant negatief effect met betrekking tot paarverblijfplaatsen. In een vergelijkbare situatie waarbij op meerdere locaties kraam- of winterverblijfplaatsen worden aangetast is het cumulatief effect vele malen groter. Er zijn in het plangebied geen kraam- of winterverblijfplaatsen en daarbij horende vliegroutes aangetroffen van de gewone dwergvleermuis, wel is het plan deze op te nemen in de nieuwbouw. In totaal gaat het om één verblijfplaats van één dier welke in het plangebied verblijft. Met gerichte maatregelen ter mitigatie- en compensatie kan worden voorkomen dat het woon- en verbindende habitat in kwantiteit en kwaliteit achteruit zal gaan.
blad 32 van 45
datum 30 november 2023 projectnummer 471193.100 betreft Activiteitenplan Wijchen-west
Criteria beoordeling SvI Kwalitatieve + kwantitatieve inschatting: STAAT VAN INSTANDHOUDING SOORT IN CONCREET PLANGEBIED Directe omgeving
Regionaal
Landelij k
Nabije toekomst Stabiel / verbetering mogelijk
Onvoldoen de gegevens
Onvoldoe nde gegevens
Onvoldoen de gegevens
Plangebied Actueel
Korte termijn
Eind bouwfase
A1: Populatiegro otte
Niet concreet bekend
Stabiel
Stabiel
A2: Trend
Niet concreet bekend, aanleiding tot zorg
Stabiel
Stabiel
Stabiel / verbetering mogelijk
Onvoldoen de gegevens
Onvoldoe nde gegevens
Onvoldoen de gegevens
B1: Verspreiding
Achteruitga ng - Zomeren paarverblijfp laats in plangebied.
Overmaat x4
Terugkeer van verblijfplaatse n middels natuur inclusief bouwen.
Onvoldoen de gegevens
Onvoldoe nde gegevens
Gunstig
Aanwezig/ beschikba ar
Aanwezig
Onvoldoen de gegevens
Onvoldoe nde gegevens
Gunstig
Aanwezig/ beschikba ar
Inzet op meer leefgebied, waaronder vleermuizen dus vooruitgang
Onvoldoe nde gegevens
Onvoldoe nde gegevens
Gunstig
Overmaat (4x)
Terugkeer van verblijfplaatse n middels natuur inclusief bouwen.
Onbekend, in cumulatie met andere projecten vermoedel ijk afname van ‘natuurlijk e’ verblijfpla atsen
Onbekend, mogelijk afname door cumulatie van projecten
Onbekend, mogelijk afname door cumulatie ruimtelijke ontwikkelin gen en energietran sitie
Aanwezig/ beschikba ar
Aanwezig
Onbekend
Onbekend
Onbekend
Aanwezig/ beschikba ar
Inzet op meer leefgebied, waaronder vleermuizen dus vooruitgang
Onbekend
Onbekend
Onbekend
Grootte
Beschikbaar habitat
VP
FG
VB
B2: Verspreiding
Beschikbaar habitat
Kwaliteit
VP
FG
VB
Aanwezig
Aanwezig
Achteruitga ng
Aanwezig
Aanwezig
Achteruitg ang
Stabiel, tijdelijke achteruitg ang door werkzaam heden in het gebied Stabiel, tijdelijke achteruitg ang door werkzaam heden in het gebied
Achteruitg ang
Stabiel, tijdelijke achteruitg ang door werkzaam heden in het gebied Stabiel, tijdelijke achteruitg ang door werkzaam heden in het gebied
blad 33 van 45
datum 30 november 2023 projectnummer 471193.100 betreft Activiteitenplan Wijchen-west
VP
-
-
(Meer) Voorzienin gen op oorspronk elijke locatie van de verblijfpla ats en omgeving
FG
-
-
-
Grootschalige inrichting middels natuur inclusief bouwen
-
Onbekend
Onbekend
-
-
Onbekend
Onbekend
VB Onbekend Met afdoende maatregelen gematigd positief. VP = Verblijfplaats(en), FG = Foerageergebied, VB = Verbinding (vliegroutes, migratieroutes)
Onbekend
B3: Verspreiding
Beschikbaar habitat
Borging
blad 34 van 45
datum 30 november 2023 projectnummer 471193.100 betreft Activiteitenplan Wijchen-west
Met de huidige mitigatie en compensatie (permanente voorzieningen en verbindend habitat) wordt de Staat van Instandhouding, op basis van de gezamenlijke staat van de afzonderlijke indicatoren, voor de gewone dwergvleermuis voor het plangebied als gematigd positief ingeschat. Doordat verblijfplaatsen in de eerste fase van het project verloren gaan en werkzaamheden plaatsvinden in het leefgebied, blijkt dat de Staat van Instandhouding op korte termijn als stabiel kan worden beschouwd. Echter, bij het einde van de bouwfase en de nabije toekomst kan naar verwachting de gunstige staat worden geborgd (mits aan de voorwaarden wordt voldaan, zoals borging en realisatie overmaat aan verblijfplaatsen).
Hiermee wordt voldaan aan de criteria uit artikel 1 sub i van de Europese Richtlijn van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (92/43/EEG; hierna: de Habitatrichtlijn), voor zover thans van belang, waarin is bepaald dat de staat van instandhouding van een soort als gunstig wordt beschouwd wanneer: De betrokken soort blijft nog steeds een levensvatbare component in de natuurlijke habitat waarin hij voorkomt, en dat vermoedelijk op de lange termijn zal blijven, en; het natuurlijke verspreidingsgebied van die soort niet kleiner wordt of binnen afzienbare tijd lijkt te zullen worden, en; er een voldoende grote habitat bestaat en waarschijnlijk zal blijven bestaan om de populaties van die soort op lange termijn in stand te houden.
7.5
Bever De bever heeft een groot Euraziatisch areaal. In West-Europa komt hij van oorsprong in het gehele laagland voor. In de afgelopen eeuwen is de soort hier door de mens echter vrijwel overal uitgeroeid; bevers werden bejaagd vanwege de pels, het vlees en het bevergeil. In Nederland werd de laatste bever in 1826 bij Zalk gedood. Aan het begin van de 20e eeuw waren er in het gehele areaal nog slechts 1200 exemplaren over, verdeeld over 12 populaties. In de loop van de vorige eeuw zijn in veel landen herintroducties uitgevoerd, waardoor de populatie weer is aangegroeid tot circa een half miljoen. In Nederland zijn tussen 1988 en 1992 in totaal 42 bevers in de Biesbosch uitgezet. Deze populatie is geleidelijk in aantal toegenomen tot ongeveer 120 individuen. In 1994 zijn ook bevers uitgezet in de Gelderse Poort. Het aantal dieren bedraagt hier ongeveer 70 exemplaren. Ontsnapte bevers hebben een kleine populatie gevormd in Flevoland van ongeveer 45 dieren. Ook in Limburg zijn dieren uitgezet om de populatie van zwervende dieren te versterken. Daar zijn er nu ongeveer 50 en in het rivierengebied leven naar schatting 10 tot 15 bevers. Aanvankelijk groeiden de populaties van de bever in Nederland langzaam. Dit bleek een gevolg van klimaatverandering, waardoor jonge, fosforrijke wilgenbladeren te vroeg in het voorjaar beschikbaar kwamen.
Zwangere bevermoeders kregen zodoende onvoldoende fosfor in een kritieke periode van de zwangerschap. Inmiddels hebben de bevermoeders de timing van hun zwangerschap hierop aangepast. Een oude theorie over het nadelige effect van zware metalen – uit de bast van bomen – als verklaring voor de trage voortplanting werd hiermee weerlegd. De soort is gevoelig voor verstoring door honden. Allerlei obstakels, zoals brede waterwegen, rasters en steile beschoeiingen vormen een knelpunt voor het uitbreiden van het leefgebied. Figuur 7.4 toont de verspreiding van de bever in Nederland.
blad 35 van 45
datum 30 november 2023 projectnummer 471193.100 betreft Activiteitenplan Wijchen-west
Wijchen-West H
Figuur 7.4. Verspreiding van de bever in Nederland.
In het plangebied in Wijchen komt de bever voor in de Vormerse plas en de omliggende watergangen. Een duidelijke verblijfplaats werd niet gevonden. De soort komt echter inmiddels in de omgeving voor en wordt in vrijwel alle kilometerhokken rondom het plangebied gemeld (NDFF 2018-2023). De verwachting is dat een robuuste populatie bevers voorkomt in Wijchen en de omgeving. Voor een gunstige staat van instandhouding van de beverpopulatie in Nederland dient er ten minste één (deel)populatie te zijn van minstens 500 exemplaren. De populatie in Nederland is groeiend, maar bestaat nog uit een klein aantal afzonderlijke deelpopulaties van betrekkelijk geringe omvang (minder dan 125 exemplaren). Hierdoor zijn ze nog steeds kwetsbaar. Middels maatregelen, zoals omschreven in het mitigatieplan soortenbescherming Wijchen-West (Antea Group, 2023c) behoud de bever een kwalitatief en functioneel leefgebied binnen het plan. De Vormerse plas wordt ingericht met natuurlijke eilanden, waardoor de bever zich kan afschermen tegen verstoring door mensen en huisdieren. Met name in huidige situatie lopen veel honden los in het gebied en in het bijzonder, nadelig voor de bever, ook in de nacht door de aanwezige activiteit door vissers. Door de voorgenomen maatregelen kan de bever in de toekomst mogelijk ook verblijfplaatsen hebben in de Vormerse plas.
Mits de maatregelen worden uitgevoerd zal de staat van instandhouding niet in het geding komen voor de bever en blijft de mogelijkheid aanwezig voor de lokale populatie om te groeien. De staat van instandhouding wordt als gematigd positief ingeschat na afronding van de werkzaamheden en met name de maatregelen aan de Vormerse plas voor de ecologie.
blad 36 van 45
datum 30 november 2023 projectnummer 471193.100 betreft Activiteitenplan Wijchen-west
7.6
Das De das komt vooral voor op de hogere gronden in het oosten, zuiden en midden van het land (Figuur 7.5). De das ontbreekt vrijwel geheel in het westen van Nederland. De meeste dassen komen voor op de Veluwe, in oostelijk Noord-Brabant en Zuid-Limburg. Rond 1900 leefden er naar schatting 12.000 dassen in Nederland, maar dat aantal was in 1960 gedaald tot ongeveer 1200, voornamelijk door vervolging. Sinds het beschermingsplan voor de das groeit de Nederlandse populatie weer. Er zijn nu naar schatting weer 5.000-6.000 dassen. Momenteel is de grootste bedreiging de sterfte door verkeer of verdrinking in beschoeide kanalen. In de omgeving van Wijchen wordt de das veel gemeld via NDFF en Waarneming.nl. Hierom zal een robuuste populatie rondom het plangebied, met name in het zuiden en oosten, aanwezig zijn op basis van de uitkomsten.
Wijchen-west H
Figuur 7.5. Verspreidingskaart Das
Functies plangebied De das heeft drie burchten en leefgebied in- en om het plangebied. In de periode van maïsoogst zijn meerdere dassen aanwezig en mogelijk ook dassen uit de verdere omgeving. Het plangebied maakt onderdeel uit van een grootschalig leefgebied in het buitengebied van Wijchen. Effecten door voornemen Bij de herinrichting van het gebied, blijven de burchten fysiek behouden. Wel is het mogelijk dat burchten verstoord raken of dat door de aanleg van de infrastructuur en de woonwijk versnippering optreedt. De das heeft geleidende elementen nodig om zich door het landschap te verplaatsen en dassen worden vaak verkeersslachtoffers. Om deze reden wordt voor onder meer de das nieuw leefgebied in de vorm van kleine landschappelijke, geleidende elementen aangelegd die beschutting en voedsel bieden. Het blijft voor de das mogelijk om de te behouden landschappelijke elementen (houtwallen en dergelijke) die in verbinding staan met de omgeving, te blijven gebruiken. Zo kan de soort zowel binnen het plangebied (mede door de inrichting van het landschap) als buiten het plangebied blijven foerageren. Om verkeersslachtoffers te voorkomen, worden
blad 37 van 45
datum 30 november 2023 projectnummer 471193.100 betreft Activiteitenplan Wijchen-west
dassenrasters en faunapassages gerealiseerd. Zodoende is de verwachting dat het plangebied geschikt blijft voor de das. De lokale populatie blijft behouden. Steenmarter Huidige staat van instandhouding en populatie omgeving In Nederland kwam de steenmarter vroeger bijna overal voor. In het begin van de tweede helft van de vorige eeuw was het areaal van de steenmarter teruggedrongen tot oostelijk Nederland en Zuid-Limburg, maar de laatste decennia is zijn areaal weer sterk uitgebreid. Anno 2010 ontbreekt de soort alleen nog in het gebied van de Grote Rivieren, Utrecht, Noord- en Zuid-Holland, al zijn er waarnemingen uit Rotterdam en de Zeeuwse Eilanden, behalve Zeeuws Vlaanderen waar de soort wel voorkomt (Figuur 7.6). Hij is vooral te vinden in de nabijheid van dorpen en boerderijen en tegenwoordig zelfs in grote steden (de steenmarter is een ‘cultuurvolger’ ). Hij heeft een voorkeur voor gebieden met kleinschalige landbouw, met oude schuren, heggen en geriefhoutbosjes. Daarbij is de aanwezigheid van elementen zoals groenstroken, heggen, bosjes, greppels en bermen van belang, omdat de steenmarter daar zijn voedsel zoekt. De directe omgeving van het plangebied ziet er vergelijkbaar uit met het plangebied zelf. Het betreft een open/half open landschap met onder meer agrarische bedrijven, boerderijen, woonerven, bomenrijen en (kleine) bosschages.
In de omgeving zijn ook kleine dorpen en dorplinten aanwezig. Er is veel potentieel leefgebied in de omgeving en de steenmarter kent een positieve trend. Om deze reden kan worden aangenomen dat in de omgeving van het plangebied een robuuste populatie steenmarters aanwezig is.
Wijchen-West H
Figuur 7.6. Verspreidingskaart steenmarter.
Effecten door voornemen De steenmarter heeft mogelijke verblijfplaatsen in het plangebied. De verblijfplaatsen kunnen als gevolg van de werkzaamheden worden verwijderd. Dit betekent dat de inrichting in de toekomst mogelijk verandert, onder andere door sloop van (bij)gebouwen. Ook verdwijnt een deel van de groenelementen die dienen als foerageergebied van de steenmarter. Om deze reden wordt voor onder meer de steenmarter nieuw leefgebied in de vorm van kleine landschappelijke, geleidende elementen aangelegd die beschutting, voedsel en
blad 38 van 45
datum 30 november 2023 projectnummer 471193.100 betreft Activiteitenplan Wijchen-west
verblijfplaatsen bieden. Het blijft voor de steenmarter mogelijk om de te behouden landschappelijke elementen (houtwallen en dergelijke) die in verbinding staan met de omgeving, te blijven gebruiken. Zo kan de soort zowel binnen het plangebied (mede door de inrichting van het landschap) als buiten het plangebied blijven foerageren en jagen. Daarnaast worden aanvullende verblijfplaatsen gerealiseerd in de vorm van marterhopen. Alle essentiële functies voor de steenmarter zijn derhalve geborgd voor de soort en de verwachting is dat de soort zich snel zal aanpassen aan de nieuwe situatie.
7.7
Eekhoorn Huidige staat van instandhouding en populatie omgeving De eekhoorn komt in grote delen van Nederland voor, vooral in Drenthe, Overijssel, Utrecht, Gelderland, NoordBrabant en Limburg (Figuur 7.7). Ook in de duinen van Noord- en Zuid-Holland komen eekhoorns voor. Tussen 1960 en 1970 brak een virusziekte uit waardoor de eekhoorn in het hele land zeldzaam werd. Na 1970 heeft herstel plaatsgevonden. Eekhoorns komen voor in loofbos, naaldbos of gemengd bos maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos. Mits er voldoende voedsel beschikbaar is, komen ze ook in bebouwd gebied. Het plangebied bevat een groot aantal eekhoornnesten en op basis van de omgeving is de aanname dat het plangebied een belangrijk onderdeel uitmaakt van de lokale eekhoornpopulatie. Gesteld kan worden dat momenteel te weinig gegevens beschikbaar zijn die duidelijk maken wat de huidige dichtheden aan eekhoorns zijn, waardoor goede aantalsschattingen niet mogelijk zijn. Daarvoor zou gericht onderzoek noodzakelijk zijn. De trend van de populatieontwikkeling in Nederland laat over de periode 1996-2017 een matige afname zien, daarom scoort de eekhoorn op het criterium huidige situatie populatieaantallen ‘ongunstig – ontoereikend’.
Wijchen-West H
Figuur 7.7. Verspreidingskaart eekhoorn.
Effecten door voornemen Enkele verblijfplaatsen van de eekhoorn gaan verloren door de kap van de nestbomen. Ook wordt een deel van het foerageergebied gekapt. Om het plangebied geschikt te houden als leefgebied voor onder andere de eekhoorn worden robuuste bosranden aangelegd met voldoende nest- en foerageergelegenheden voor de eekhoorn. Ook worden alternatieve verblijfplaatsen aangeboden, om de verloren verblijfplaatsen te compenseren. Door deze maatregelen blijft het plangebied functioneel voor de eekhoorn en komt de lokale Staat van Instandhouding niet in gevaar.
blad 39 van 45
datum 30 november 2023 projectnummer 471193.100 betreft Activiteitenplan Wijchen-west
7.8
Iepenpage De iepenpage heeft een verborgen levenswijze. Het grootste deel van zijn leven brengt de soort door in de boomkruinen van forse iepen. Soms komt de vlinder naar beneden om te foerageren of om eitjes af te zetten. Hierdoor is de verspreiding van deze soort niet volledig bekend. Vanaf het begin van de twintigste eeuw tot het eind van de jaren zeventig is de omvang van het Nederlandse leefgebied waarschijnlijk niet wezenlijk veranderd. Er waren veel populaties in Zuid-Limburg en waarschijnlijk ook bij Nijmegen en Arnhem. De overige waarnemingen betreffen vermoedelijk zwervers. In 1977 brak de iepziekte uit en werden vele zieke en gezonde iepen gekapt. Vaak werden er nieuwe iepen aangeplant, maar deze jonge bomen waren nog niet geschikt als waardplant. De iepenpage is hierdoor sterk achteruitgegaan en leek in de jaren tachtig verdwenen te zijn. In 1992 werden in een stadspark in Heerlen rupsen en poppen in een pluimiep gevonden. Deze iep is tamelijk resistent tegen de iepziekte en is minder vaak gekapt. Daarnaast was bij Geulle vermoedelijk ook nog een populatie aanwezig. In 2001 is verder een iepenpage waargenomen in Nijmegen. Het is onduidelijk of het hier om een zwerver of om een populatie gaat. In 2004 zijn diverse vlinders gezien in Heerlen en Kerkrade. Ook in 2005 was de soort daar nog aanwezig.
Gezien de verborgen leefwijze van de iepenpage is het mogelijk dat er in Limburg nog meer populaties van deze soort aanwezig zijn. Inmiddels wordt de iepenpage op veel meer locaties in Nederland waargenomen en lijkt de soort een positieve trend te ontwikkelen. Nieuw onderzoek heeft duidelijk gemaakt dat de soort hoogstwaarschijnlijk al die tijd over het hoofd gezien is. In Zuid-Limburg komt hij voor op tientallen plekken, en ook daarbuiten is hij gevonden in de Achterhoek, Noord-Brabant (vooral veel in Eindhoven) en zelfs in Amsterdam. Het is niet ondenkbaar dat er nog meer nieuwe locaties zullen worden gevonden. Figuur 7.8 toont de verspreiding van de iepenpage in Nederland. Zo ook is de soort ontdekt in Wijchen en is sprake van een mogelijk verspreidingsgebied in de omgeving. De iepenpage is waargenomen bij iepen aan de noordzijde van het plangebied en deze iepen blijven behouden. Voor de iepenpage is compensatie zeer moeilijk, doordat met name oudere iepen een belangrijke waardplant zijn voor de soort. Derhalve is behoud van de bestaande bomen de beste oplossing om effecten te beperken/voorkomen. Doordat de iepen behouden blijven is geen sprake van een negatief effect op de staat van instandhouding. De soort kan in het gebied blijven voorkomen en de vermoedelijke belangrijke bomen blijven behouden.
blad 40 van 45
datum 30 november 2023 projectnummer 471193.100 betreft Activiteitenplan Wijchen-west
Figuur 7.8. Verspreidingsgegevens iepenpage in Nederland.
Wezel Huidige staat van instandhouding en populatie omgeving De wezel komt in nagenoeg heel Nederland voor behalve op de Waddeneilanden. Zie Figuur 7.9 voor de verspreidingskaart van de wezel in Nederland. Er is weinig bekend over de populaties van de wezel in heel Nederland, anders dan de gegevens weergegeven in NDFF. Wezels leven bij voorkeur in open, droge natuur- en cultuurlandschap maar verder in veel verschillende biotopen (zoals bossen, duinen, wei- en akkerland). De directe omgeving van het plangebied ziet er vergelijkbaar uit met het plangebied zelf. Het betreft een open/half open landschap met onder meer agrarische bedrijven, boerderijen, woonerven, bomenrijen en bosschages. Gezien de waarnemingen in de omgeving van het plangebied en doordat de omgeving vergelijkbaar is aan het plangebied, kan worden aangenomen dat verspreid over dit gebied een populatie wezels aanwezig is. Landelijk wordt de staat van instandhouding van de wezel als ongunstig bestempeld.
blad 41 van 45
datum 30 november 2023 projectnummer 471193.100 betreft Activiteitenplan Wijchen-west
Wijchen-West H
Figuur 7.9. Verspreidingsgegevens wezel in Nederland.
Effecten door voornemen De wezel is in het onderzoek niet aangetroffen, maar kan in het plangebied voorkomen. Als gevolg van de herinrichting van het gebied zullen mogelijk verblijfplaatsen verdwijnen. De houtwallen blijven deels behouden, waardoor het tevens mogelijk is dat de exacte locaties van de verblijfplaatsen feitelijk behouden blijven. De wezel is echter verstoringsgevoelig en heeft geleidende elementen nodig om zich door het landschap te verplaatsen. Om deze reden wordt voor onder meer de wezel nieuw leefgebied in de vorm van kleine landschappelijke, geleidende elementen aangelegd die beschutting, voedsel en verblijfplaatsen bieden. Het blijft voor de wezel mogelijk om de te behouden landschappelijke elementen (houtwallen en dergelijke) die in verbinding staan met de omgeving, te blijven gebruiken. Zo kan de soort zowel binnen het plangebied (mede door de inrichting van het landschap) als buiten het plangebied blijven foerageren en jagen. Door de omvang van het gebied dat natuurlijk wordt ingericht kunnen meerdere territoriums behouden blijven en kan de soort zich mogelijk zelfs beter verspreiden naar andere gebieden. De wezel is in staat om snel nieuwe gebieden te bevolken, waardoor de staat van instandhouding niet in het geding komt als gevolg van het voornemen.
blad 42 van 45
datum 30 november 2023 projectnummer 471193.100 betreft Activiteitenplan Wijchen-west
Bunzing Huidige staat van instandhouding en populatie omgeving In Nederland komt de bunzing verspreid over het heel land voor, behalve op de Waddeneilanden. Zie Figuur 7.10 voor de verspreiding van de bunzing in Nederland. Er is weinig bekend over de populaties van de bunzing in Noord-Brabant, anders dan de gegevens weergegeven in NDFF. Op basis van waarnemingen lijkt de bunzing vooral voor te komen langs wegen, doordat de bunzing vooral wordt waargenomen als verkeersslachtoffer. Dergelijke gegevens geven geen accuraat beeld van de verspreiding van de bunzing. De bunzing heeft een voorkeur voor kleinschalig landschap met houtwallen, greppels en sloten met overhangende vegetatie, ook dorpen en buitenwijken van steden vormen geschikt leefgebied. De directe omgeving van het plangebied ziet er vergelijkbaar uit met het plangebied zelf. Het betreft een open/half open landschap met onder meer agrarische bedrijven, boerderijen, woonerven, bomenrijen en (kleine) bosschages. Gezien de waarnemingen in de omgeving van het plangebied en doordat de omgeving vergelijkbaar is aan het plangebied, kan worden aangenomen dat verspreid over dit gebied een populatie bunzingen aanwezig is.
Wijchen-west
Figuur 7.10. Verspreidingsgegevens bunzing in Nederland.
Effecten door voornemen Van de bunzing is de verwachting dat verblijfplaatsen, inclusief leefgebied, aanwezig zijn in het plangebied. Doordat de inrichting in de toekomst verandert, onder andere door sloop van (bij)gebouwen en verwijdering van vegetatie, zal het leefgebied wijzigen. De bunzing is verstoringsgevoelig en heeft geleidende elementen nodig om zich door het landschap te verplaatsen. Om deze reden wordt voor onder meer de bunzing nieuw leefgebied in de vorm van kleine landschappelijke, geleidende elementen aangelegd die beschutting, voedsel en verblijfplaatsen bieden. Het blijft voor de bunzing mogelijk om de te behouden landschappelijke elementen (houtwalleen en dergelijke) die in verbinding staan met de omgeving, te gebruiken. De waterrijke gebieden, waaronder het compensatiegebied van de poelkikker, hebben een aantrekkende werking op amfibieën, waar de bunzing van profiteert. Zo kan de soort zowel binnen het plangebied (mede door de inrichting van het landschap) als buiten het plangebied blijven foerageren en jagen.
blad 43 van 45
datum 30 november 2023 projectnummer 471193.100 betreft Activiteitenplan Wijchen-west
8.
Literatuur Antea Group, 2022a. Natuurtoets - Wijchen-west. Antea Group, 2022b. Nader onderzoek Wijchen-west. Antea Group, 2023c. Mitigatieplan soortenbescherming Wijchen-west. Antea Group, 2023d. Monitoringsverslag 2023 JRB en das. BIJ12, 2017a. Kennisdocument Huismus. BIJ12, 2017b. Kennisdocument Poelkikker. BIJ12, 2017c. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis. BIJ12, 2017d. Kennisdocument Watervleermuis. BIJ12, 2017e. Kennisdocument Bever. Bouwens, 2017. Handreiking kleine marters in relatie tot soortbescherming Dietz, C., Helversen, von, O., Nill, D., 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. Tirion natuur i.s.m. de Zoogdiervereniging, Nijmegen. Limpens, H., Regelink, J., en Koelman, R. (2010). Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Arnhem. Overig: NDFF Vlinderstichting www.zoogdiervereniging.nl
blad 44 van 45
Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.
Contactgegevens Beneluxweg 125 4904 SJ Oosterhout Postbus 40 4900 AA Oosterhout T. +31 6 12 96 29 13 E. Jurrien.Kooijman@Anteagroup.nl
Copyright © 2023 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs. De informatie die in dit rapport is opgenomen is uitsluitend bestemd voor geadresseerde(n) en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie, door anderen dan de geadresseerde(n) en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is niet toegestaan. De informatie is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de geadresseerde, voor het doel waarvoor dit rapport is vervaardigd. Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden niet toegestaan, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group en wordt u verzocht de gegevens te verwijderen en direct een melding te maken bij security@antegroup.nl. Derden, zij die niet geadresseerd zijn, kunnen geen rechten aan dit rapport ontlenen, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group.
www.anteagroup.nl