Wijchen-West 2023_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 6 Mitigatieplan soortenbescherming
Tekst van het document
Wijchen West Mitigatieplan soortenbescherming
projectnummer 0471193.101 definitief 30 november 2023
Wijchen West Mitigatieplan soortenbescherming
projectnummer 0471193.101 def 30 november 2023
Auteurs SCHJ van Eijk J Kooijman
Opdrachtgever KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV Kanaalstraat 200 6541 XN Nijmegen
Gecontroleerd: R. Keizer
datum 30 november 2023
beschrijving definitief
vrijgave
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2
Aanleiding Leeswijzer
1 2
2
Das
3
2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.4 2.5
Aanwezige beschermde waarden en de Wet natuurbescherming Berekening compensatie leefgebied Maatregelen leefgebied Aanleg nieuw leefgebied Veiliger maken leefgebied das Leefgebied dat duurzaam bereikbaar wordt gemaakt door rasters en tunnels Planning realisatie Monitoring
3 3 5 6 9 13 14 14
3
Vleermuizen
15
3.1 3.2 3.2.1 3.3 3.4
Aanwezige beschermde waarden en de Wet natuurbescherming Maatregelen leefgebied en vliegroutes Manier van werken Monitoring Bovenwettelijke maatregelen
15 16 17 17 17
4
Huismus
20
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Aanwezige beschermde waarden Maatregelen verblijfplaatsen Maatregelen omgeving nestlocaties Maatregelen om het doden van huismussen te voorkomen. Bovenwettelijke maatregelen
20 20 22 22 22
5
Sperwer
24
5.1 5.2 5.3 5.4
Aanwezige beschermde waarden Maatregelen nestlocatie Maatregelen omgeving nestlocatie Monitoring
24 24 25 25
6
Eekhoorn
26
6.1 6.2 6.3 6.3.1
Aanwezige beschermde waarden Maatregelen verblijfplaatsen Maatregelen leefgebied Maatregelen om doden van dieren te voorkomen
26 26 28 28
7
Bever
29
7.1 7.2 7.3 7.4
Aanwezige beschermde waarden en de Wet natuurbescherming Maatregelen verblijfplaatsen Maatregelen leefgebied Maatregelen om doden van dieren te voorkomen
29 29 30 31
8
Bunzing, wezel en hermelijn
32
8.1 8.2 8.3
Aanwezige beschermde waarden Maatregelen leefgebied Manier van werken
32 32 34
9
Steenmarter
35
9.1 9.2 9.3
Aanwezige beschermde waarden Maatregelen leefgebied Manier van werken
35 35 35
10
Iepenpage
36
10.1 10.2
Aanwezige beschermde waarden Maatregelen ten behoeve van de iepenpage
36 36
11
Poelkikker
38
11.1 11.2 11.3
Aanwezige beschermde waarden Maatregelen leefgebied Manier van werken
38 38 40
12
Algemene zorgplicht
43
Bronnen
44
Wijchen West Mitigatieplan soortenbescherming projectnummer 0471193.101 30 november 2023 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
1
Inleiding
1.1
Aanleiding De gemeente Wijchen is samen met de Jansen Bouwontwikkeling, Niba en VOF Wijchen-West voornemens om aan de westkant van de huidige bebouwingskern van Wijchen een woonwijk te ontwikkelen. Om dit mogelijk te maken wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. In het kader van dit bestemmingsplan zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd naar het voorkomen van middels de Wet natuurbescherming beschermde soorten. Uit de uitgevoerde natuurtoets (Antea Group, 2021) en de vervolgonderzoeken (Antea Group, 2022 en 2023) blijkt dat verschillende middels de Wet natuurbescherming beschermde soorten (mogelijk) een effect ondervinden van de voorgenomen ontwikkeling van de woonwijk. In voorliggende rapportage worden de mitigerende maatregelen uitgewerkt die per soort genomen worden om overtredingen van de Wet natuurbescherming te voorkomen. In Figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven. De soorten waar het om gaat zijn: • • • • • • • • •
Das Vleermuizen: gewone dwergvleermuis en watervleermuis. Sperwer Eekhoorn Bever Steenmarter Wezel, hermelijn, bunzing Iepenpage Poelkikker
Voorliggend plan is in samenwerking tussen de initiatiefnemers, Stichting Das en Boom en Natuur Wijchen tot stand gekomen.
Blad 1 van 44
Wijchen West Mitigatieplan soortenbescherming projectnummer 0471193.101 30 november 2023 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
Figuur 1.1. Ligging plangebied Wijchen West.
1.2
Leeswijzer Per soort worden eerst de aangetroffen beschermde waarden in het plangebied en de directe omgeving beschreven. Vervolgens wordt kort ingegaan op de mogelijke overtreding van de Wet natuurbescherming door de voorgenomen ontwikkeling van Wijchen West. Tot slot worden per soort de maatregelen beschreven die genomen worden om overtreding van de Wet natuurbescherming (zo veel mogelijk) te voorkomen.
Blad 2 van 44
Wijchen West Mitigatieplan soortenbescherming projectnummer 0471193.101 30 november 2023 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
2
Das
2.1
Aanwezige beschermde waarden en de Wet natuurbescherming In het plangebied komt de das voor. De das is beschermd middels Artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. In het plangebied zijn in 2022 en 2023 geen actieve burchten gevonden. Wel is zowel in 2022 als in 2023 een kraamburcht dichtbij het plangebied vastgesteld. Daarnaast zijn een aantal burchten (kunstburcht en losse pijpen) in de omgeving aanwezig die door dassen zijn gebruikt in 2022 en 2023. In 2023 kon met cameraonderzoek worden vastgesteld dat het om één clan gaat die deze burchten gebruikt (Antea Group, 2023). In het plangebied zelf zijn drie plaatsen met holen aanwezig die mogelijk in het verleden zijn gebruikt door de das. Grote delen van het plangebied worden gebruikt als foerageergebied door de das. Door de voorgenomen ontwikkeling verdwijnt een deel van het foerageergebied rond de actieve burchten. Naast foerageergebied verdwijnt ook een mogelijk in het verleden door dassen gebruikte burchtlocatie. Tot slot zorgt de ontwikkeling van Wijchen West voor een barrière tussen de verschillende burchten en foerageergebied.
Figuur 2.1. Beschermde waarden leefgebied das.
2.2
Berekening compensatie leefgebied Onderdeel van iedere dassenburcht is de functionele leefomgeving. De functionele leefomgeving van een verblijfplaats is de omgeving die nodig is om een burcht voor de betreffende functie waarvoor hij gebruikt wordt te laten functioneren. Het gehele plangebied is leefgebied / foerageergebied voor dassen zijnde essentieel voor het functioneren van de burchten in de
Blad 3 van 44
Wijchen West Mitigatieplan soortenbescherming projectnummer 0471193.101 30 november 2023 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
omgeving van het plangebied. Door de aanleg van de woonwijk verdwijnt leefgebied van de das. Dit leefgebied moet gecompenseerd worden. Daarvoor wordt de compensatiemethodiek van BIJ12, zoals beschreven in het kennisdocument das (BIJ12, 2017), aangehouden. De basis voor de berekening van de compensatieopgave is een beschouwing van de kwaliteit van het huidige leefgebied van de das in het plangebied. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen primair (hoge kwaliteit) en secundair (lagere kwaliteit) leefgebied. Onderstaand is een beschrijving van de huidige kwaliteit van het leefgebied in het plangebied gegeven. •
•
•
•
Het landbouwgebied ten noorden van de spoorlijn is de laatste jaren grotendeels in gebruik geweest als akker. Akkers worden als secundair leefgebied beschouwd. Een klein deel van het landbouwgebied is al jaren in gebruik als grasland (bemest). Dit deel is primair leefgebied. Bosschages worden over het algemeen gezien als primair foerageergebied. De bosschage rond de Vormerse plas is echter bos met op veel plekken brandnetelondergroei. Het gebied wordt vaak zowel overdag als ‘s nachts gebruikt door vissers. Er zijn veel plekken waar menselijke uitwerpselen liggen. Daarnaast is het gebied een hondenlosloopgebied. De kwaliteit van het gebied voor de das sluit daarmee aan bij de kwaliteit horend bij secundair leefgebied. Dit wordt onderschreven door de resultaten van de monitoring van het gebruik van het gebied door dassen met behulp van cameravallen (Antea Group, 2022 en 2023). Uit deze monitoring blijkt dat (sporen van) dassen zeer weinig in dit gebied worden waargenomen. Het volkstuincomplex is op dit moment niet bereikbaar voor das door hekwerk en valt daarmee eigenlijk buiten het leefgebied van de das. Bij de berekening wordt dit gebied meegenomen als secundair leefgebied doordat het wel bijdraagt aan de aanwezigheid van prooidieren voor de das in de omgeving van het complex. Het grasveld en ruigte ten zuiden van de spoorlijn wordt intensief gebruikt door mensen.
Er is een pumptrack en een hangplek voor jeugd. Daarnaast worden er veel honden los uitgelaten. Het gebied wordt één keer per jaar gemaaid en het gras wordt niet bemest. Daarom is hier ook sprake van secundair leefgebied voor de das. Ook dit wordt onderschreven door de resultaten van de monitoring (Antea Group, 2022 en 2023). Uit deze monitoring blijkt dat (sporen van) dassen zeer weinig in dit gebied worden waargenomen.
In Figuur 2.2. is een overzicht gegeven van de gebieden die zijn aangemerkt als primair en secundair. Een deel van het aangegeven primair en secundair leefgebied verdwijnt door het realiseren van de woonwijk. Van een klein deel dat fysiek niet geraakt wordt door de ontwikkeling van de wijk kan gesteld worden dat de kwaliteit daalt door de komst van meer mensen in het gebied. Het gaat dan om het stukje bos dat behouden blijft aan de zuidwestkant van de Vormerse plas. Dit deel wordt ook gecompenseerd.
Blad 4 van 44
Wijchen West Mitigatieplan soortenbescherming projectnummer 0471193.101 30 november 2023 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
Figuur 2.2. Ligging van primair en secundair leefgebied in het plangebied.
De compensatiemethodiek van BIJ12 (BIJ12, 2017) gaat uit van een compensatiefactor van 50% voor secundair leefgebied en 120% voor primair leefgebied. Daarmee komt het te compenseren gebied voor de das uit op 19,992 ha (zie Tabel 2.1). Tabel 2.1. Berekening compensatieopgave das. Oppervlak Compensatie oppervlak 2,01 2,412 35,16 17,58 19,992
Primair leefgebied in plangebied Secundair leefgebeied in plangebied Totaal compensatieopgave
2.3
Maatregelen leefgebied Doel en functie van de maatregel: noodzakelijke verbeteringen van de kwaliteit van het leefgebied als maatregel voor het verlies aan leefgebied met als doel het waarborgen van de functionaliteit van voortplantingsplaatsen en vaste rust- en verblijfplaatsen. Waarborgen van de gunstige staat van instandhouding van de das. Het verbeteren van de kwaliteit van het leefgebied wordt gedaan via een aantal principes. Deze principes worden in deze paragraaf verder uitgewerkt. Het gaat om: • • •
Het aanleggen van nieuw leefgebied Het veiliger maken van het leefgebied Het toegankelijk maken van leefgebied dat op dit moment maar deels bereikbaar is.
Blad 5 van 44
Wijchen West Mitigatieplan soortenbescherming projectnummer 0471193.101 30 november 2023 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
2.3.1
Aanleg nieuw leefgebied Bij het creëren van nieuw leefgebied zijn de volgende principes gehanteerd: • Het realiseren van vervangend oppervlak leefgebied; • Het zorgen van voedselbronnen in verschillende tijden van het jaar; • Het realiseren van verbindingen aan de westkant van het plangebied. Het realiseren van vervangend oppervlak leefgebied De compensatieopgave voor de das wordt gerealiseerd door nieuw leefgebied te creëren ten zuiden en westen van het plangebied. Daarbij wordt optimaal leefgebied voor de soort gerealiseerd. Daarnaast zijn inrichtingseisen voor andere soorten in het plan geïntegreerd. Het ontwerp van het compensatiegebied op hoofdlijnen is weergegeven in Figuur 2.3. Ten behoeve van de dassen worden weilanden, hagen, houtwallen en bosschages aangelegd. Daarnaast worden in het nieuwe leefgebied natuurvriendelijk oevers en poelen gerealiseerd. De weilanden worden beweid, worden met klaver doorgezaaid en met natuurlijke mest bemest. Regenwormen, zijnde het stapelvoedsel voor de das, krijgen zo de optimale leefomstandigheden. Door deze weilanden te omzoomen met hagen, houtwallen en bosschages ontstaan de ideale omstandigheden voor dassen om te foerageren. Bij het uitgraven van de poelen en de natuurvriendelijke oevers komt grond vrij. Deze grond wordt op korte afstand verwerkt binnen het plan tot dassenheuvels.
Op een aantal plekken worden een aantal loze betonnen buizen (doorsnede 30 centimeter) van buiten in de heuvel gemaakt. De heuvels worden zo extra aantrekkelijk voor dassen om nieuwe holen te graven. Op deze manier wordt gestimuleerd dat de dassen niet (nog meer) in het wegtalud gaan graven. De totale oppervlakte van het nieuw in te richten gebied bedraagt 21.23 ha. In Tabel 2.2. is een overzicht gegeven van de onderverdeling van deze hectares in landschapstype. Omdat gesprekken met grondeigenaren op het moment van indienen van de vergunningsaanvraag nog lopen zijn twee opties voor de realisatie van een deel (2,57 ha) van het compensatiegebied aangegeven. Daarbij wordt of optie A, of optie B gerealiseerd. Het op de kaart aangegeven gebied van optie A is groter dan de 2,57 ha. In overleg met de grondeigenaar wordt gekeken hoe de gewenste 2,57 ha in dit gebied zou kunnen worden ingevuld. Mocht dit niet lukken dan wordt het gebied van optie B ingericht met houtwallen en grasland.
Blad 6 van 44
Wijchen West Mitigatieplan soortenbescherming projectnummer 0471193.101 30 november 2023 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
Tabel 2.2. Invulling compensatie das. Invulling compensatie volgens BIJ12 Kwaliteitsgrasland Houtwal Bosschage Natuurvriendelijke oevers / poelen Hoogstamfruit
12,21 4,54 0,39 1,52
Subtotaal compensatie
18,66
Invulling compensatie volgens BIJ12, aanvullende optie A Kwaliteitsgrasland Houtwal Bosschage Natuurvriendelijke oevers / poelen Hoogstamfruit
Invulling compensatie volgens BIJ12, aanvullende optie B 1,5 0,5
2 0,57
0,57
Kwaliteitsgrasland Houtwal Bosschage Natuurvriendelijke oevers / poelen Hoogstamfruit
Subtotaal compensatie optie A
2,57
Subtotaal compensatie optie B
2,57
Totaal compensatie
21,23
Blad 7 van 44
Wijchen West Mitigatieplan soortenbescherming projectnummer 0471193.101 30 november 2023 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
Figuur 2.3. Overzichtstekening compensatie.
Blad 8 van 44
Wijchen West Mitigatieplan soortenbescherming projectnummer 0471193.101 30 november 2023 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
Het zorgen van voedselbronnen in verschillende tijden van het jaar De graslanden die worden gerealiseerd zorgen er voor dat er veel regenwormen voor de das beschikbaar zijn. Om ook een breder voedselaanbod voor de das te realiseren worden de hagen, houtwallen en bosschages aangeplant met fruitdragende soorten (wilde kers, appel, peer, noot, kastanje en hazelaar). Daarbij wordt gebruik gemaakt van inheemse soorten. Naast het aanplanten van fruitdragende soorten worden ook hoogstamfruitboomgaarden aangeplant. Het realiseren van verbindingen aan de westkant van het plangebied Bij het ontwerp van het compensatiegebied is naast het zoeken van oppervlakte ook gezocht naar het maken van logische verbindingen in het landschap. Zo wordt door de inrichting van het compensatiegebied een oostwest verbinding langs de spoorlijn en de Nifrikse Wetering gerealiseerd. Deze verbindingen sluiten aan op faunapassages onder de snelweg door. Ook wordt een landschappelijke verbinding gemaakt naar de faunatunnel onder de A326 aan de noordkant van het compensatiegebied gemaakt. Daarnaast wordt gecompenseerd dicht bij de burcht ten zuiden van het plangebied die in 2023 als kraamfunctie functioneert. Indien optie A niet door gaat wordt hier alleen een bosschage gerealiseerd. Deze ontwikkelingen sluiten aan bij recente natuurontwikkelingen aan de zuidwestkant van het plangebied.
Daar is, door initiatieven die los staan van de realisatie van Wijchen west, 4 km struweelhaag aangeplant in 2022. Daarnaast is in 2021 door Staatsbosbeheer een perceel ter grootte van 4,4 ha natuurlijk ingericht. Om de nieuwe leefgebieden van de das veilig te verbinden is een rasterplan opgesteld. Dit plan wordt verder toegelicht in de volgende paragraaf.
2.3.2
Veiliger maken leefgebied das Op dit moment levert het aantal faunapassages en aanwezige dassenrasters rond het plangebied een versnipperd beeld op. Met het oog op de veiligheid van de aanwezige dassenpopulatie wordt de huidige situatie aangevuld met het uitrasteren van de N845 en het zorgen voor minimaal twee faunapassages per (weg)barrière. Op deze manier is er bij het ongeschikt worden van een duiker (door water oid) altijd een tweede optie beschikbaar. Ten behoeve van de das (en andere soorten) worden de volgende faunapassages gerealiseerd (zie ook Figuur 2.4). De beschrijving is van noord naar zuid. •
•
A. Veetunnel Drutenseweg N845 noord. Op dit moment ligt een veetunnel onder de weg door die door dassen wordt gebruikt. Deze tunnel wordt zo aangepast dat er geen mensen meer door kunnen maar wel dassen en andere (kleine) zoogdieren. Dit wordt gedaan door het aanbrengen van een hek aan twee zijden van de tunnel, waar een doorgang met een diameter van 30 centimeter in zit. B. Faunapassage Niftrikse Wetering / A50. Er bevindt zich een duiker met loopplank onder de snelweg door. Deze verbinding lijkt op dit moment volgens Das en Boom niet goed te functioneren. Daarom wordt deze verbinding geoptimaliseerd. Het gaat dan om het maken van een logische aanlooproute naar de plank toe en het zorgen voor de mogelijkheid dat dassen ook goed de Niftrikse Wetering over kunnen steken langs de snelweg.
Blad 9 van 44
Wijchen West Mitigatieplan soortenbescherming projectnummer 0471193.101 30 november 2023 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
•
•
•
• •
• • •
C. Faunapassage Niftrikse Wetering / spoorlijn Den Bosch-Nijmegen. Op dit moment ligt een natte duiker onder het spoor door. Dassen passeren rond deze duiker op verschillende locaties de spoorlijn. In de duiker wordt een loopplank aangelegd die er voor zorgt dat dassen de duiker kunnen gaan gebruiken om onder het spoor door te gaan. Deze loopplank heeft een breedte van 50 centimeter en wordt op een hoogte van minimaal 50 centimeter van het plafond bevestigd (Rijkswaterstaat, 2021). D. Faunapassage Drutenseweg (N845). Op dit moment ligt een natte duiker onder de weg door. Dassen passeren rond deze duiker op verschillende locaties de N845. In de duiker wordt een loopplank aangelegd die er voor zorgt dat dassen de duiker kunnen gaan gebruiken. Deze loopplank heeft een breedte van 50 centimeter en wordt op een hoogte van minimaal 50 centimeter van het plafond bevestigd (Rijkswaterstaat, 2021). E. Faunapassage Ravensteinseweg west. Op dit moment ligt een faunapassage onder de Ravensteinseweg door. Er wordt een aanvullende faunapassage gerealiseerd die wordt aangesloten bij bestaande en nieuwe landschappelijke structuren. F. Faunapassage Ravensteinseweg oost. Er wordt een faunapassage gerealiseerd die wordt aangesloten bij bestaande en nieuwe landschappelijke structuren. G. Faunapassage Drutenseweg (N845) noord.
Deze passage komt op een plaats waar nu dassen bij droge omstandigheden door een duiker onder de weg door gaan. Deze duiker heeft echter een watervoerende functie en kan daarom een heel deel van het jaar niet gebruikt worden door dassen. De nieuwe faunapasssage wordt aangesloten op bestaande en nieuwe beplantingsstructuren ten westen en oosten van de weg. De passsage heeft een diameter van 40 centimeter. H. Faunapassage Drutenseweg (N845) zuid ter hoogte van de Vormersesluisweg Deze passage wordt aangesloten op bestaande landschappelijke structuren. I. Faunapassage Vormersesluisweg. Deze passage zorgt er voor dat dassen parallel aan het dassenraster langs de N845 kunnen lopen zonder een weg te hoeven oversteken. J. Faunapassage Drutenseweg (N845) toegangsweg huisnummer 50. Deze passage zorgt er voor dat dassen parallel aan het dassenraster langs de N845 kunnen lopen zonder een weg te hoeven oversteken.
Daarnaast zijn drie goed functionerende bestaande dassentunnels ten westen/zuiden van het plangebied aanwezig, namelijk: • • •
K. Faunapassage Balgoische Wetering L. Faunapassage Ravensteinseweg west M. Faunapassage Van Cittersweg.
Op dit moment is op een aantal plekken dassenraster aanwezig. Het gaat bijvoorbeeld om een deel van de A326 en de N845. Er zijn echter behoorlijk wat delen waar nog geen raster of slechts eenzijdig raster aanwezig is. De hiaten in de rasters worden aangevuld met nieuwe rasters. Daarnaast wordt een stuk dassenraster verplaatst van onder aan het talud van de N845 naar de bovenzijde van het talud. Op deze manier kunnen dassen niet meer om het raster heen alsnog de weg op lopen. Door het plaatsen van de rasters wordt grote infrastructuur uitgerasterd en daarmee onbereikbaar voor dassen. Het plangebied blijft bereikbaar voor dassen. De locaties van bestaand, te verplaatsen en nieuw raster zijn weergegeven op Figuur 2.4. Het raster bestaat uit gaas van 1,0 meter hoog. De gaten in het raster bedragen ongeveer 25,4 mm verticaal en 50,8 mm horizontaal. Het raster wordt 0,2 m verticaal en 0,3 meter horizontaal
Blad 10 van 44
Wijchen West Mitigatieplan soortenbescherming projectnummer 0471193.101 30 november 2023 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
ingraven (BIJ12, 2017). Om de maximaal 500 meter worden terugkeervoorzieningen aangebracht. De locaties zijn opgenomen in Figuur 2.4. Tot slot worden op een aantal strategische locaties loopplanken aangebracht over de Niftrikse Wetering. Op deze manier heeft de das meerdere mogelijkheden om deze watergang over te steken waardoor foerageergebied makkelijker bereikbaar wordt. De locaties van deze loopplanken sluiten aan bij nieuwe of bestaande landschappelijke structuren. De loopplanken bestaan uit metalen H-balken van 30 cm breed. Met de realisatie van het rasterplan is een investering van ongeveer € 500.000,- gemoeid.
Blad 11 van 44
B
C
A
D
L
E
G
F
H
M
I
J
K
Wijchen West Mitigatieplan soortenbescherming projectnummer 0471193.101 30 november 2023 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
Figuur 2.4. Dassenrasters, faunapassages en loopplanken ten behoeve van de das.
Blad 12 van 44
Wijchen West Mitigatieplan soortenbescherming projectnummer 0471193.101 30 november 2023 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
2.3.3
Leefgebied dat duurzaam bereikbaar wordt gemaakt door rasters en tunnels Door het aanleggen van de faunapassages in combinatie met dassenraster wordt ongeveer 22 ha aanvullend foerageergebied duurzaam beschikbaar voor de das. Deze tellen we niet mee in onze compensatieopgave, maar draagt nadrukkelijk bij aan de staat van instandhouding van de das. Op dit moment is dit gebied door een eenzijdig dassenraster voor de das alleen bereikbaar in droge periodes via een droogstaande waterduiker onder de N845 door ter hoogte van de Vormer (zie Figuur 2.5). Ook lopen dassen over de rotonde naar het gebied toe. Dit heeft de afgelopen jaren tot verschillende verkeersslachtoffers geleid (mondelinge mededeling Das en Boom). Als deze duiker vol met water staat en ze niet over de rotonde lopen moeten dassen via de zuidkant minimaal 1 kilometer en via de noordkant bijna 2 kilometer lopen om in dit gebied te komen (zie Figuur 2.6). Het gebied wordt agrarisch gebruikt. Er is de afgelopen jaren sprake van wisselende teelten van onder andere aardappelen, uien en mais.
Figuur 2.5. Links: wissel die eindigt in het water. Impressie waterduiker die door dassen gebruikt wordt als hij droog staat.
Blad 13 van 44
Wijchen West Mitigatieplan soortenbescherming projectnummer 0471193.101 30 november 2023 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
Figuur 2.6. Duurzaam beschikbaar leefgebied das door aanleg tunnels en rasters.
2.4
Planning realisatie Met de inrichting van het compensatiegebied wordt gestart in het plantseizoen eind 2024. De realisatie wordt gefaseerd uitgevoerd. De exacte planning moet nog worden uitgewerkt. De strook langs de Niftrikse Wetering wordt gerealiseerd door het Waterschap Rivierenland. De planning voor deze realisatie wordt in overleg met het Waterschap uitgewerkt. De realisatie van het rasterplan wordt ook gefaseerd uitgevoerd. Hierbij wordt aangesloten bij planningen rond bijvoorbeeld de renovatie van verschillende provinciale wegen de komende jaren.
2.5
Monitoring Het gebruik van het plangebied en de omgeving door dassen is aan verandering onderhevig. Holen en leefgebied worden door de jaren heen op verschillende manieren gebruikt door de aanwezige dassenpopulatie. Om een vinger aan de pols te houden wordt de komende jaren het gebruik van het plangebied en de directe omgeving door de das om het jaar gemonitord. Eventueel kunnen op basis van de bevindingen aanvullende maatregelen worden genomen.
Blad 14 van 44
Wijchen West Mitigatieplan soortenbescherming projectnummer 0471193.101 30 november 2023 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
3
Vleermuizen
3.1
Aanwezige beschermde waarden en de Wet natuurbescherming In het plangebied zijn beschermde onderdelen van het leefgebied (verblijfplaatsen, essentieel foerageergebied en essentiële vliegroutes) van verschillende vleermuissoorten aangetroffen. Vleermuizen en beschermde onderdelen van het leefgebied zijn beschermd middels Artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. Onderstaand wordt per onderdeel toegelicht welke beschermde onderdelen in het plangebied aanwezig zijn en wat het (mogelijke) effect van het voornemen op deze onderdelen zijn. Verblijfplaatsen In het plangebied is een paarverblijf van een gewone dwergvleermuis aanwezig. Dit paarverblijf zit in een woning aan de noordwestkant van het plangebied (Groenestraat 17). Door de voorgenomen ontwikkeling verdwijnt deze verblijfplaats niet. Daarom is mitigatie/compensatie voor deze verblijfplaats niet aan de orde. Essentieel foerageergebied In het plangebied is essentieel foerageergebied van de watervleermuis aanwezig in de vorm van de Vormerse plas. Door de voorgenomen ontwikkeling wordt de functionaliteit van dit foerageergebied mogelijk aangetast. Daarom is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig. Essentiele vliegroute In het plangebied zijn essentiële vliegroutes aanwezig van de watervleermuis en de gewone dwergvleermuis.
Door de voorgenomen ontwikkeling wordt de functionaliteit van deze vliegroutes mogelijk aangetast. Daarom is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig.
Blad 15 van 44
Wijchen West Mitigatieplan soortenbescherming projectnummer 0471193.101 30 november 2023 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
Figuur 3.1. Beschermde waarden leefgebied vleermuizen.
3.2
Maatregelen leefgebied en vliegroutes Doel en functie van de maatregel: behouden en versterken kwaliteit leefgebied en vliegroutes met als doel: waarborgen functionaliteit voortplantingsplaatsen en vaste rust- en verblijfplaatsen. Waarborgen van de gunstige staat van instandhouding van de gewone dwergvleermuis en watervleermuis. Essentieel foerageergebied De Vormerse plas vormt essentieel foerageergebied voor een kolonie watervleermuizen. De watervleermuizen zijn met name gebaat bij de combinatie van water en een beschutte ligging van dit water. De beplanting aan de zuidkant en westkant van de Vormerse Plas blijft in zijn geheel behouden waardoor de beschutte ligging van het water ten opzichte van de overheersende windrichting (ZW – W) behouden blijft. Aan de noordoostkant van de plas verdwijnt wel vegetatie maar blijft een groen park aanwezig. Daarnaast worden een drietal eilandjes met wilgenopslag gerealiseerd als een natuurlijk buffer tussen de bebouwing en het foerageergebied van de watervleermuis. Daarnaast wordt voorkomen dat licht vanuit de nieuwe woonwijk op de Vormerse Plas schijnt. Door een zwem- en vaarverbod wordt voorkomen dat verstoring vanaf het water optreedt. Daarmee blijft het foerageergebied functioneel. Essentiele vliegroutes In het plangebied zijn verschillende essentiële vliegroutes van watervleermuizen en gewone dwergvleermuizen aanwezig.
Deze routes worden behouden en versterkt in de toekomstige woonwijk. Bomen die de routes vormen blijven staan. Daarnaast worden zwakke plekken in de
Blad 16 van 44
Wijchen West Mitigatieplan soortenbescherming projectnummer 0471193.101 30 november 2023 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
verbindingen aangevuld met voldoende grote bomen. De vliegroutes worden niet verlicht, of er worden lage armaturen gebruikt met omlaag schijnende en/of amber verlichting. De manier waarop de essentiële vliegroutes en het essentiële foerageergebied in het ontwerp van Wijchen West zijn opgenomen is weergegeven in Figuur 3.2.
Figuur 3.2. Inpassing essentiële vliegroutes en essentieel foerageergebied in het ontwerp van Wijchen West.
3.2.1
Manier van werken Tijdens werkzaamheden rond de essentiële vliegroutes en het essentiële foerageergebied wordt voorkomen dat licht op deze gebieden uitstraalt.
3.3
Monitoring Het gebruik van het plangebied en de omgeving door vleermuizen is aan verandering onderhevig. Om een vinger aan de pols te houden wordt de komende jaren het gebruik van het plangebied en de directe omgeving door de met name watervleermuizen om het jaar gemonitord. Eventueel kunnen op basis van de bevindingen aanvullende maatregelen worden genomen.
3.4
Bovenwettelijke maatregelen Naast de wettelijke maatregelen wordt bij de ontwikkeling van de wijk extra aandacht besteed aan natuur inclusief bouwen en biodiversiteit. Daarom worden in de wijk onder andere minimaal 250 extra permanente verblijfplaatsen voor vleermuizen aangebracht. In totaal worden 225 van
Blad 17 van 44
Wijchen West Mitigatieplan soortenbescherming projectnummer 0471193.101 30 november 2023 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
deze verblijfplaatsen in woningen en 25 in bomen gerealiseerd. Deze verblijfplaatsen worden gerealiseerd in clusters (straal 25 meter) van 5 kasten. Van deze verblijfplaatsen zijn 4 plaatsen geschikt als paar/zomerverblijf en 1 plaats geschikt als kraam/winterverblijf. De verblijfplaatsen in de woningen kunnen op verschillende manieren gerealiseerd worden. Dat kan bijvoorbeeld door middel van inbouwkasten, het toegankelijk maken van spouwmuren of het toegankelijk maken van boeiboorden. Op dit moment is de exacte invulling van de wijk en de ontwerpen van de gebouwen nog niet bekend. Bij de uitwerking wordt samen met een ecoloog bekeken hoe en waar de verblijfplaatsen gerealiseerd kunnen worden. Indien kasten gebruikt worden dan zou bijvoorbeeld gebruik gemaakt kunnen worden van de Vivara Pro IBVL08 als zomer/paarverblijf en de Vivara Pro IBVL10 als kraam en winterverblijf. Een impressie van deze kasten is weergegeven in Figuur 3.3. De clusters van kasten zijn het meest effectief indien ze in de buurt van bomenlanen of parken gerealiseerd worden.
Figuur 3.3. Links: Vivara Pro IBVL08 (zomer/paarverblijf). Rechts: Vivara Pro IBVL10 (kraam en winterverblijf).
In totaal worden 25 van de kasten in bomen ophangen rond de Vormerse Plas en de daarnaartoe geleidende vliegroutes. Deze 25 zijn onderverdeeld in 20 zomer/paarverblijfkasten (Swegler 1FD) kasten en 5 grotere kraam/overwinteringskasten (Swegler 1FW) (zie Figuur 3.4). Wij hebben zeer goede ervaringen met deze kasten in vergelijkbare gebieden waar geen verblijfplaatsen maar wel verschillende vleermuissoorten aanwezig zijn. Ook voor deze kasten geldt dat de locatie en plaatsing van de kasten wordt uitgewerkt in overleg met een ecoloog. De kasten worden eind 2023, begin 2024 opgehangen.
Blad 18 van 44
Wijchen West Mitigatieplan soortenbescherming projectnummer 0471193.101 30 november 2023 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
Figuur 3.4. Links: Swegler 1FD (zomer/paarverblijf). Rechts: Swegler 1FW (kraam/winterverblijf).
Blad 19 van 44
Wijchen West Mitigatieplan soortenbescherming projectnummer 0471193.101 30 november 2023 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
4
Huismus
4.1
Aanwezige beschermde waarden In het plangebied en net daar buiten zijn op verschillende locaties nesten van huismussen aanwezig. Het gaat in totaal om zeven nesten in het plangebied en drie nesten net buiten het plangebied. Deze nesten zijn jaarrond beschermd middels Artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Bij de voorgenomen ontwikkeling van Wijchen West wordt een aantal gebouwen met daarin in totaal zes nesten van de huismus gesloopt ook verdwijnt groene beplanting in de directe omgeving van de nesten. Een nest verdwijnt niet doordat bebouwing gehandhaafd wordt. Om de nesten en essentiële groene beplanting hier omheen te mogen verwijderen is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig.
Figuur 4.1. Aanwezige nesten van huismussen (2022) in het plangebied en de directe omgeving.
4.2
Maatregelen verblijfplaatsen Doel en functie van de maatregel: Maatregelen om de functionaliteit van de voortplantingsplaatsen en vaste rust- en verblijfplaatsen van huismussen te waarborgen, door het aanbieden van nieuwe verblijfplaatsen tijdens en na de uitvoering van de werkzaamheden. Door de voorgenomen ontwikkeling verdwijnen zes nesten van de huismus. Per nest dat verdwijnt worden twee vervangende nestlocaties aangeboden. In eerste instantie worden deze vervangende nestlocaties aangeboden in de vorm van tijdelijke nestgelegenheden. Deze worden
Blad 20 van 44
Wijchen West Mitigatieplan soortenbescherming projectnummer 0471193.101 30 november 2023 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
opgehangen aan het pand van Groenestraat 13. De locatie waar de kasten worden opgehangen is weergegeven op Figuur 4.2. De nestkasten worden minimaal drie maanden voorafgaand aan het verwijderen van de huidige nestlocaties opgehangen. De nieuwe nestlocaties voldoen aan de richtlijnen zoals genoemd in het kennisdocument huismus (BIJ12, 2023). Er wordt gebruik van gemaakt van de mussennestkast van houtbeton van Vivarapro (NKMU08) of vergelijkbaar. Deze kast is weergegeven op Figuur 4.3.
Figuur 4.2. Huidige mussennesten en locatie van tijdelijke en permanente mitigatie.
Figuur 4.3. Links: Permanente nestkast huismus (NKMU07 van Vivara Pro). Rechts: Tijdelijke nestkast huismus (NKMU08 van Vivara Pro)
Bij de ontwikkeling van de woonwijk in de buurt van de huidige nesten worden 12 permanente voorzieningen opgenomen. De exacte invulling van deze nestgelegenheden wordt bij de
Blad 21 van 44
Wijchen West Mitigatieplan soortenbescherming projectnummer 0471193.101 30 november 2023 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
uitwerking van de woonwijk concreet gemaakt. De voorzieningen worden in een staal van 50 meter rond de huidige nestlocaties gerealiseerd. De exacte invulling van de woonwijk in deze zone is nog niet uitgewerkt. Het zoekgebied voor de permanente voorzieningen is opgenomen op Figuur 4.2. Bij de permanente voorzieningen wordt gebruik gemaakt van de nestkast NKMU07 van Vivara Pro of vergelijkbaar. Deze kasten worden geïntegreerd in de gevel. De kasten worden aangebracht in twee clusters (straal van 25 meter) van zes kasten. De locatie en plaatsing van de kasten wordt uitgewerkt in overleg met een ecoloog.
4.3
Maatregelen omgeving nestlocaties Doel en functie van de maatregel: Maatregelen om de functionaliteit van de voortplantingsplaatsen en vaste rust- en verblijfplaatsen van huismussen te waarborgen, door het aanbieden van een geschikte leefomgeving tijdens en na de uitvoering van de werkzaamheden. In de omgeving van de locatie waar de tijdelijke nestkasten worden opgehangen blijft voldoende opgaand groen beschikbaar voor de mussen tijdens de realisatie van de woonwijk. Dat is hetzelfde groen dat nu door de huismussen al wordt gebruikt. Daarom is hier geen aanvullend groen noodzakelijk om de tijdelijke nestgelegenheden te laten functioneren. In de omgeving van de nieuwe permanente nestgelegen wordt binnen een straal van 50 meter van de nestgelegen gezorgd voor voldoende opgaand (winter)groen in de openbare ruimte. Dit groen bestaat uit hagen/struiken die direct als schuilplaats kunnen functioneren. Hierbij kan gedacht worden aan soorten als hulst, beuk, klimop, enz. De vormgeving van het openbaar groen wordt uitgewerkt in overleg met een ecoloog.
4.4
Maatregelen om het doden van huismussen te voorkomen. Doel en functie van de maatregel: Voldoen aan de zorgplicht (artikel 1.11 Wnb): maatregelen om doden en verwonden van individuen zo veel als redelijkerwijs mogelijk is te voorkomen. Waarborgen van de gunstige staat van instandhouding van de betreffende soort. Voorkomen van negatieve effecten op individuen tijdens uitvoering. Nestlocaties worden verwijderd buiten het broedseizoen en niet in een periode dat het vriest. Daarnaast vindt het verwijderen plaats tussen zonsopkomst en zonsondergang. Het verwijderen van de nesten gebeurd onder ecologische begeleiding.
4.5
Bovenwettelijke maatregelen Naast de wettelijke maatregelen wordt bij de ontwikkeling van de wijk extra aandacht besteed aan natuur inclusief bouwen en biodiversiteit. Daarom worden in de wijk onder andere 250 extra permanente nestgelegenheden voor huismussen aangebracht. Deze nestgelegenheden worden gerealiseerd in clusters (straal 25 meter) van 10 kasten. De locatie van de kasten wordt zo gekozen dat binnen 50 meter geschikt groen in de openbare ruimte aanwezig is. De locatie en plaatsing van de kasten wordt uitgewerkt in overleg met een ecoloog. Het type nestkast en de plaatsing wordt zo gekozen dat ook andere stadsvogels (zoals gierzwaluwen) gebruik kunnen maken van deze nestgelegenheden. Daarom wordt gebruik
Blad 22 van 44
Wijchen West Mitigatieplan soortenbescherming projectnummer 0471193.101 30 november 2023 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
gemaakt van een kast (of vergelijkbaar) waarvan bekend is dat deze voor zowel huismussen als gierzwaluwen functioneert, zijnde de IBGZ05 van Vivara Pro. Deze nestkast wordt in de gevel gemaakt. De kast wordt zodanig geplaatst dat deze zowel voor huismus al gierzwaluw kan functioneren (voldoende hoogte op de gevel en vrije aanvliegroute).
Figuur 4.4. Nestgelegenheid huismus / gierzwaluw (IBGZ05 van Vivarapro).
In de omgeving van de nieuwe nestgelegenheden wordt het openbaar groen zo ingericht dat ze een geschikt leefgebied voor de huismus vormen. Er wordt gewerkt met opgaand (winter)groene vegetatie. Dit groen bestaat uit hagen/struiken die direct als schuilplaats kunnen functioneren. Hierbij kan gedacht worden aan soorten als hulst, beuk, klimop, enz. De vormgeving van het openbaar groen wordt uitgewerkt in overleg met een ecoloog.
Blad 23 van 44
Wijchen West Mitigatieplan soortenbescherming projectnummer 0471193.101 30 november 2023 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
5
Sperwer
5.1
Aanwezige beschermde waarden In het plangebied is in 2022 het nest van een sperwer aanwezig (zie Figuur 5.1). Dit betreft een jaarrond beschermd nest dat is beschermd middels Artikel 3.1. van Wet natuurbescherming. In 2023 is geen nest van de sperwer aangetroffen (Antea Group, 2023). Sperwers zijn plek getrouw waardoor niet is uit te sluiten dat in volgende jaren wel weer sprake gaat zijn van een broedgeval in de bosschages rond de locatie. Bij de voorgenomen ontwikkeling van Wijchen West verdwijnt een deel van de bosschage daardoor wordt een deel van het bosschage permanent of in ieder geval ieder geval tijdelijk ongeschikt doordat de directe omgeving van het nest fysiek heringericht wordt. Om een overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen moet de hier onder beschreven aanpak worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol.
Figuur 5.1. Beschermde waarden leefgebied sperwer.
5.2
Maatregelen nestlocatie Doel en functie van de maatregel: Voldoen aan de zorgplicht (artikel 1.11 Wnb): voorkomen van negatieve effecten op individuen tijdens en na uitvoering. In de omgeving (75 meter) van het nest van de sperwer wordt voor het broedseizoen (15 april -15 juli) gestart met de werkzaamheden. De aangehouden 75 meter verstoringsafstand is een algemene afstand die wordt aangehouden bij nesten van roofvogels. Daardoor kiest de sperwer, indien de bouwwerkzaamheden als verstorend worden ervaren, voor een andere nestlocatie in de omgeving van het huidige nest. In de omgeving van de huidige nestlocatie zijn aan de westkant van
Blad 24 van 44
Wijchen West Mitigatieplan soortenbescherming projectnummer 0471193.101 30 november 2023 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
de provinciale weg voldoende geschikte plekken voor het bouwen van een nest voor de sperwer aanwezig.
5.3
Maatregelen omgeving nestlocatie Doel en functie van de maatregel: Maatregelen om de functionaliteit van de voortplantingsplaats van de sperwer te waarborgen, door het aanbieden van een geschikte leefomgeving tijdens en na de uitvoering van de werkzaamheden. Een deel van het huidige foerageergebied van de sperwer wordt tijdelijk minder geschikt als foerageergebied voor de sperwer. Door de landschapsversterkende maatregelen aan de westkant van het plangebied ten behoeve van onder andere de das wordt de kwaliteit van het foerageergebied voor de sperwer op deze locatie aanzienlijk verhoogd. Deze kwaliteitsverhoging zorgt er voor dat er ruim voldoende foerageermogelijkheden in de omgeving van het nest aanwezig zijn tijdens de aanleg van de woonwijk. De toekomstige woonwijk met de bijbehorende groengebieden biedt nieuw geschikt foerageergebied voor de soort. De sperwer is een vogel die prima kan jagen in een stedelijke omgeving met openbaar groen en tuinen.
5.4
Monitoring Sperwers broeden niet ieder jaar in hetzelfde nest. Wel broedt een paartje ieder jaar in dezelfde omgeving. Om een vinger aan de pols te houden wordt in de jaren dat in de omgeving van de huidige nestlocatie bouwactiviteiten plaatsvinden het broedgeval gemonitord. Op basis van de resultaten kan eventueel worden bijgestuurd in werkzaamheden.
Blad 25 van 44
Wijchen West Mitigatieplan soortenbescherming projectnummer 0471193.101 30 november 2023 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
6
Eekhoorn
6.1
Aanwezige beschermde waarden In totaal waren in 2022 23 nesten van eekhoorns aanwezig in het plangebied. Deze nesten zijn beschermd middels artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Door de voorgenomen ontwikkeling van Wijchen West verdwijnen 13 nesten. Daarnaast verdwijnt leefgebied doordat het bosgebied rond de Vormerse Plas wordt ontwikkeld tot woonwijk. Ook verdwijnt mogelijk de verbinding tussen het leefgebied in het plangebied en omliggende leefgebieden. De nesten zijn weergegeven op Figuur 6.1.
Figuur 6.1. Aanwezige eekhoornnesten in 2022.
Deze effecten zijn een overtreding van de Wet natuurbescherming waardoor voor het uitvoeren van het voornemen een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig is.
6.2
Maatregelen verblijfplaatsen Doel en functie van de maatregel: Maatregel om de functionaliteit van de voortplantingsplaatsen en vaste rust- en verblijfplaatsen van de eekhoorn te waarborgen, door het aanbieden van permanente verblijfplaatsen tijdens en na de uitvoering van de werkzaamheden. In het plangebied worden in resterende groenstructuren nestkasten aangeboden. Per nest dat verdwijnt wordt een nieuwe nestkast aangeboden. Ten tijde van het onderzoek waren 13
Blad 26 van 44
Wijchen West Mitigatieplan soortenbescherming projectnummer 0471193.101 30 november 2023 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
eekhoornnesten aanwezig die door de voorgenomen ontwikkeling verdwijnen. Daarom worden 13 nestkasten voor eekhoorns aangeboden. De nestkasten worden eind 2023 begin 2024 opgehangen. Deze kasten worden opgehangen in de paarse vlakken die zijn aangegeven in Figuur 6.2. Er wordt gebruik gemaakt van eekhoornkasten die worden aangeboden door Vivara Pro of een vergelijkbare kast (zie Figuur 6.3). De kasten worden bij het ophangen deels gevuld met hooi.
Figuur 6.2. Locaties waar de vervangende nestkasten worden opgehangen.
Figuur 6.3. Nestkast eekhoorn (Vivarapro).
Blad 27 van 44
Wijchen West Mitigatieplan soortenbescherming projectnummer 0471193.101 30 november 2023 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
6.3
Maatregelen leefgebied Doel en functie van de maatregel: noodzakelijke verbeteringen van de kwaliteit van het leefgebied als maatregel voor het verlies aan leefgebied met als doel het waarborgen van de functionaliteit van voortplantingsplaatsen en vaste rust- en verblijfplaatsen. Waarborgen van de gunstige staat van instandhouding van de eekhoorn. Bij de ontwikkeling van de woonwijk wordt een deel van de bestaande bomen behouden. Er verdwijnt echter een deel van het leefgebied voor de soort. Daarom wordt vervangend leefgebied gerealiseerd. Een deel van het vervangend leefgebied overlapt met de compensatie die voor de das is uitgewerkt. Houtwallen en laanstructuren zorgen voor oppervlak foerageergebied en een verbinding tussen verschillende leefgebieden voor de soort. Deze verbinding wordt vooral gezocht naar reeds aanwezige bosgebieden ten zuiden en ten westen van het plangebied. De vervangende leefgebieden worden aangeplant met vruchtdragende soorten zoals bijvoorbeeld: hazelaar, walnoot, zomereik; beuk, witte paardenkastanje, tamme kastanje, grove den en fijnspar. Ook worden de toekomstige parken en bestaande groenstructuren aan/doorgeplant met deze soorten. De beplanting van het talud van de provinciale weg aan de westkant van het plangebied blijft grotendeels behouden.
Hier staan heel veel oude hazelaars die een belangrijke basis vormen voor de voedselvoorziening van de aanwezige eekhoornpopulatie.
6.3.1
Maatregelen om doden van dieren te voorkomen Doel en functie van de maatregel: Voldoen aan de zorgplicht (artikel 1.11 Wnb): maatregelen om doden en verwonden van individuen zo veel als redelijkerwijs mogelijk is te voorkomen. Waarborgen van de gunstige staat van instandhouding van de betreffende soort. Voorkomen van negatieve effecten op individuen tijdens uitvoering. Om het doden van en verwonden van eekhoorns zo veel mogelijk te voorkomen wordt de volgende werkwijze gehanteerd: •
• •
•
•
Een week voor de kap wordt door een ecoloog geïnventariseerd waar nesten van eekhoorns aanwezig zijn. Dit kan het beste als bomen geen bladeren meer hebben. Indien de kap wordt uitgevoerd in een periode dat bladeren aan de bomen zitten wordt in de winterperiode vooraf aan de kap de nesten geïnventariseerd. Bomen met nesten worden gemarkeerd. Zaagwerkzaamheden vinden alleen plaats in een vorstvrije periode. De aangetroffen nesten worden met een warmtebeeldcamera geïnventariseerd. Op deze manier kan beoordeeld worden of eekhoorns aanwezig zijn. De bomen waar geen eekhoorns aanwezig zijn worden omgezaagd. De bomen waar wel eekhoorns aanwezig zijn blijven staan. De bomen er om heen worden wel allemaal omgezaagd. De overgebleven boom wordt een aantal dagen later opnieuw beoordeelt met een warmtebeeldcamera op aanwezigheid van eekhoorns. Het is zeer aannemelijk dat de eekhoorn uit zichzelf vertrokken is. Zodra de eekhoorn vertrokken is wordt de betreffende boom ook omgezaagd.
Blad 28 van 44
Wijchen West Mitigatieplan soortenbescherming projectnummer 0471193.101 30 november 2023 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
7
Bever
7.1
Aanwezige beschermde waarden en de Wet natuurbescherming In het plangebied komt de bever voor. Deze bever is beschermd middels Artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. Door de voorgenomen ontwikkeling verdwijnt mogelijk de locatie waar de bever zijn verblijfplaatsen heeft. De watergang waar de holen van de bever aanwezig zijn wordt (deels) gedempt en verlegd (zie Figuur 7.1). Ook wordt daardoor mogelijk (tijdelijk) foerageergebied van de soort rond deze verblijfplaatsen aangetast. Tot slot zorgt de ontwikkeling van de woonwijk er voor dat verbindingen die de bever op dit moment gebruikt om van de watergangen in het plangebied naar de Vormerse Plas te komen worden beperkt. Deze effecten zijn een overtreding van de Wet natuurbescherming. Daarom is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig voor de voorgenomen ontwikkeling van Wijchen West.
Figuur 7.1. Beschermde waarden leefgebied bever.
7.2
Maatregelen verblijfplaatsen Doel en functie van de maatregel: Maatregel om de functionaliteit van de voortplantingsplaatsen en vaste rust- en verblijfplaatsen van de bever te waarborgen, door het aanbieden van gelegenheden voor de bever om nieuwe verblijfplaatsen te realiseren. In de te vergraven wateren zijn twee holen van bevers aanwezig. De bever is flexibel in het maken van nieuwe holen. In het ontwerp van het toekomstig watersysteem (de watergang) zijn
Blad 29 van 44
Wijchen West Mitigatieplan soortenbescherming projectnummer 0471193.101 30 november 2023 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
natuurlijke oevers opgenomen met een zodanig talud dat de bever hier holen kan maken. De exacte locatie van de natuurlijke oevers ten behoeve van de bever moet nog worden uitgewerkt. Daarnaast worden in de Vormerse Plas drie eilanden gerealiseerd die in potentie geschikt zijn als burchtlocatie voor de soort. De vormgeving van deze eilanden is ook weergegeven op Figuur 7.2.
Figuur 7.2. Oevers en drie eilanden (rode contouren) tbv de bever.
7.3
Maatregelen leefgebied Doel en functie van de maatregel: verbeteringen van de kwaliteit van het leefgebied als maatregel voor het (tijdelijke) verlies aan leefgebied met als doel het waarborgen van de functionaliteit van voortplantingsplaatsen en vaste rust- en verblijfplaatsen. De bever heeft zijn leefgebied in en direct rond de wateren aan de zuidkant van de spoorlijn. Dit leefgebied strekt zich naar het westen uit via de Niftrikse Wetering naar het oosten via het Wijchens meer. Tijdens de werkzaamheden blijft voldoende leefgebied beschikbaar voor de bever. Het water en de omliggende oevers vormt het belangrijkste foerageergebied van de bever. In het toekomstige ontwerp worden de nieuwe watergangen vormgegeven met natuurvriendelijke oevers waardoor de wateren geschikter worden voor de bever. Ook worden in de Vormerse Plas drie eilanden gerealiseerd die kunnen vol groeien met wilgenopslag. Deze 3 eilanden kunnen gaan dienen als rustplaats en foerageergebied voor de bever. Door een zwem- en vaarverbod wordt voorkomen dat recreanten de eilanden kunnen bereiken.
Blad 30 van 44
Wijchen West Mitigatieplan soortenbescherming projectnummer 0471193.101 30 november 2023 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
De bever verplaatst zich in het plangebied tussen de watergangen via een tweetal verbindingen over het land (zie Figuur 7.3). De verbindingen blijven tijdens de aanleg van de woonwijk en in de toekomstige situatie functioneel. De verbindingen worden zo aangelegd dat de bever zich via een natuurlijke zone over land van de Vormerse Plas naar de omliggende waterlopen kan verplaatsen. Onder de wegen wordt een droge duiker (0,8m x 0,8 m) (Rijkswaterstaat, 2021) aangelegd. Deze duiker kan ook door andere diersoorten (bijvoorbeeld kleine marters) gebruikt worden.
Figuur 7.3. Verbindingen over land voor de bever (rode contour).
7.4
Maatregelen om doden van dieren te voorkomen Doel en functie van de maatregel: Voldoen aan de zorgplicht (artikel 1.11 Wnb): maatregelen om doden en verwonden van individuen zo veel als redelijkerwijs mogelijk is te voorkomen. Waarborgen van de gunstige staat van instandhouding van de betreffende soort. Voorkomen van negatieve effecten op individuen tijdens uitvoering. Tijdens de inventarisatie van beverholen in 2022 zijn twee holen gevonden in een watergang die vergraven gaat worden. Mogelijk komen daar de komende jaren nog meer holen bij. Bij de uitvoering van de werkzaamheden worden de volgende richtlijnen in acht genomen: • • •
•
Het vergraven van de holen vindt plaats buiten de kwetsbare periode van de bever. Er mag dus gewerkt worden in de periode september t/m april. Een week voorafgaand aan de werkzaamheden worden in de te vergraven watergangen de aanwezige beverholen in kaart gebracht door een ecoloog. Deze holen worden vervolgens op dag 1 deels vergraven met een kleine graafmachine onder ecologische begeleiding. Daardoor is het hol niet meer aantrekkelijk voor de bever en zal deze ’s nachts zelf een nieuwe verblijfplaats zoeken. Op dag 2 wordt onder ecologische begeleiding de rest van het hol vergraven.
Blad 31 van 44
Wijchen West Mitigatieplan soortenbescherming projectnummer 0471193.101 30 november 2023 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
8
Bunzing, wezel en hermelijn
8.1
Aanwezige beschermde waarden De bunzing, wezel en hermelijn zijn in 2022 niet in het plangebied waargenomen (Antea Group, 2022). Daarmee is het zeer onwaarschijnlijk dat de soorten in 2022 een verblijfplaats in het plangebied hebben gehad. Door waarnemingen van kleine marters in het plangebied in het recente verleden (Tauw, 2020), de geschiktheid van het biotoop en de droge omstandigheden in 2022 is het niet uit te sluiten dat in 2023 of verder wel sprake is van verblijfplaatsen van kleine marters in het plangebied. Kleine marters zijn beschermd middels Artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Wettelijke gezien is er geen sprake van een overtreding van de Wet natuurbescherming als op dit moment het voornemen wordt gerealiseerd. Er worden immers geen verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming (doden, verstoren, vernietigen) overtreden. Het is echter niet uit te sluiten dat in de nabije toekomst wel sprake is van een overtreding. Daarom is voor deze soorten wel een mitigatieplan uitgewerkt en worden ze meegenomen in de ontheffingsaanvraag.
8.2
Maatregelen leefgebied Doel en functie van de maatregel: noodzakelijke verbeteringen van de kwaliteit van het leefgebied als maatregel voor het verlies aan leefgebied met als doel het waarborgen van de functionaliteit van voortplantingsplaatsen en vaste rust- en verblijfplaatsen en het aanbieden van permanente verblijfplaatsen. Waarborgen van de gunstige staat van instandhouding van de bunzing, wezel en hermelijn. In de woonwijk blijven een aantal groene gebieden behouden, of worden aangelegd die geschikt leefgebied vormen voor kleine marters. Het gaat dan met name om de gebieden gekoppeld aan de waterlopen en de groene gebieden ten oosten van de N845. Daarnaast kunnen de kleine marters qua leefgebied meeliften op de inrichting van gebieden ten behoeve van de das ten westen en ten zuiden van het plangebied. Daarbij zijn met name de bosschages, houtwallen, heggen en natuurlijke waterlopen geschikt als leefgebied voor de kleine marters. Als aanvulling op de inrichtingseisen die de das aan deze gebieden stelt worden in de nieuwe natuurlijke gebieden takkenrillen en marterhopen aangelegd. Per hectare nieuwe houtwallen / bosschages worden 1 marterhoop en 50 meter takkenril gerealiseerd. De takkenrillen zijn 1,5 meter breed en 1 meter hoog. De marterhopen zijn 2 meter breed, 3 meter lang en 1 meter hoog. Een impressie is weergegeven op Figuur 8.1.
Een marterhoop bestaat uit een bodem van zacht materiaal (riet, gras oid) met daar boven op een stapel grote stammen, takken of stenen. Daarboven op en tussen komen dunnere takken en twijgen. Tot slot wordt een laag riet of hooi op gelegd. De binnenkant kan in verband met de duurzaamheid van de marterhoop ook gemaakt worden met een nestkast of betonnen u-profielen. Deze maatregelen zijn gebaseerd op de Handreiking kleine marters in relatie tot soortenbescherming (Provincie Noord Brabant, 2017). De marterhopen en takkenrillen zorgen voor verblijfplaatsen en schuilplaatsen voor de marters. Daarnaast bieden ze ook een geschikt
Blad 32 van 44
Wijchen West Mitigatieplan soortenbescherming projectnummer 0471193.101 30 november 2023 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
leefgebied voor prooidieren van deze soortgroep. De exacte locatie van de takkenrillen en de marterhopen wordt bepaald in overleg met een ecoloog. Takkenmateriaal wordt zo veel mogelijk uit het plangebied van Wijchen West gehaald.
Figuur 8.1. Impressie opbouw marterhoop (Provincie Noord Brabant, 2017).
Er worden verschillende faunapassages onder andere voor de kleine marters aangelegd of aangepast (zie Figuur 8.2). • De faunapassages voor de das in het plan kunnen ook door de kleine marters gebruikt worden. • De droge ecopassages in het plangebied onder de weg door, net ten oosten en westen van de Vormerse Plas ten behoeve van de bever, kan ook gebruik worden door de kleine marters.
Figuur 8.2. Locaties faunapassages oa voor kleine marters.
Blad 33 van 44
Wijchen West Mitigatieplan soortenbescherming projectnummer 0471193.101 30 november 2023 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
8.3
Manier van werken Doel en functie van de maatregel: Voldoen aan de zorgplicht (artikel 1.11 Wnb): maatregelen om doden en verwonden van individuen zo veel als redelijkerwijs mogelijk is te voorkomen. Waarborgen van de gunstige staat van instandhouding van de betreffende soort. Voorkomen van negatieve effecten op individuen tijdens uitvoering. Om het doden van en verwonden van kleine marters zo veel mogelijk te voorkomen wordt de volgende werkwijze gehanteerd: • • •
•
Het plangebied wordt bouwrijp maken buiten kwetsbare voortplantingsperiode (15 maart – 1 september). Bij het verwijderen van vegetatie wordt één kant op gewerkt. In eerste instantie wordt alle vegetatie verwijderd zonder in de ondergrond te werken (zagen/klepelmaaier/afvoeren). Zo wordt het leefgebied ongeschikt voor de soorten. Kleine marters zullen vanuit een eventuele verblijfplaats zelf nieuw leefgebied zoeken. Na enkele dagen kan het grondwerk beginnen.
Blad 34 van 44
Wijchen West Mitigatieplan soortenbescherming projectnummer 0471193.101 30 november 2023 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
9
Steenmarter
9.1
Aanwezige beschermde waarden In het plangebied komt de steenmarter voor. De steenmarter is beschermd middels Artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat in het plangebied verblijfplaatsen van steenmarters aanwezig zijn. Er is daarmee geen sprake van een direct fysiek effect op verblijfplaatsen door de voorgenomen ontwikkeling. De soort maakt wel gebruik van het plangebied als foerageergebied. De steenmarter is een flexibele soort die ook in stedelijke omgevingen voorkomt. De toekomstige situatie waarbij het plangebied is omgevormd tot een woonwijk met groenzones vormt nog steeds geschikt foerageergebied voor de soort. Ook tijdens de realisatie van de woonwijk is geschikt foerageergebied aanwezig. Daarmee heeft het voornemen geen effect op het voorkomen van de steenmarter. De steenmarter lift echter mee op de inrichtingsmaatregelen die worden genomen ten behoeve van de das en de kleine marterachtigen.
9.2
Maatregelen leefgebied Doel en functie van de maatregel: noodzakelijke verbeteringen van de kwaliteit van het leefgebied als maatregel voor het verlies aan leefgebied met als doel het waarborgen van de functionaliteit van voortplantingsplaatsen en vaste rust- en verblijfplaatsen. Waarborgen van de gunstige staat van instandhouding van de steenmarter. De maatregelen die worden beschreven bij de das en met name de kleine marters zijn ook van toepassing voor de steenmarter. Daarnaast vormt de toekomstige groene woonwijk prima leefgebied voor de steenmarter. Er worden geen aanvullende maatregelen genomen voor deze soort.
9.3
Manier van werken Doel en functie van de maatregel: Voldoen aan de zorgplicht (artikel 1.11 Wnb): maatregelen om doden en verwonden van individuen zo veel als redelijkerwijs mogelijk is te voorkomen. Waarborgen van de gunstige staat van instandhouding van de betreffende soort. Voorkomen van negatieve effecten op individuen tijdens uitvoering. De manier van werken zoals die wordt beschreven bij de kleine marters is ook van toepassing op de steenmarter. Er worden geen aanvullende maatregelen genomen voor deze soort.
Blad 35 van 44
Wijchen West Mitigatieplan soortenbescherming projectnummer 0471193.101 30 november 2023 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
10
Iepenpage
10.1
Aanwezige beschermde waarden In het plangebied komt op één locatie de iepenpage voor(Antea Group, 2022). De iepenpage is beschermd middels Artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. De voortplantingslocaties bevinden zich in enkele iepen. Rond deze iepen staan onder andere een viertal lindes die ook door de vlinders gebruikt worden. Daarnaast is foerageergebied in de vorm van kruidachtige beplanting en braamstruiken rond de locatie aanwezig. De locatie van de voortplanting van de iepenpage is weergegeven op Figuur 10.1. De voorgenomen ontwikkeling heeft effect op de locatie waar de soort voorkomt. De voortplantingslocatie wordt ingepast in de nieuwbouwwijk. De locatie verdwijnt daardoor fysiek niet, maar de omgeving verandert ingrijpend. Mogelijk is daardoor sprake van tijdelijke verstoring van de locatie.
Figuur 10.1. Locatie voorplanting iepenpage.
10.2
Maatregelen ten behoeve van de iepenpage Doel en functie van de maatregel: Maatregel om de functionaliteit van de voortplantingsplaats en de essentiële omgeving daar om heen van de iepenpage te waarborgen, door het behouden van de huidige voortplantingslocatie en het aanbieden van nieuwe voortplantingslocaties. De iepen waar voortplanting van de iepenpage is vastgesteld worden geïntegreerd in het ontwerp. Ook de lindes worden opgenomen. Alle bomen rond de bestaande
Blad 36 van 44
Wijchen West Mitigatieplan soortenbescherming projectnummer 0471193.101 30 november 2023 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
voortplantingslocatie blijven dus behouden. Ook wordt een groengebied rond deze bomen gehandhaafd en gerealiseerd met daarin voldoende foerageermogelijkheden voor de soort. Er worden bijvoorbeeld akkerdistel, koninginnenkruid, fluitenkruid en braam gezaaid en aangeplant. De ligging van de huidige voortplantingslocatie in het stedenbouwkundig ontwerp is weergegeven op Figuur 10.2.