Wijchen-West 2023_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 3 Natuurtoets
Tekst van het document
Natuurtoets Wijchen West Toetsing Wet natuurbescherming en NNN t.b.v. een bestemmingsplan
projectnummer 471193.100 definitief revisie 1 14 september 2021
Natuurtoets Wijchen West Toetsing Wet natuurbescherming en NNN t.b.v. een bestemmingsplan projectnummer 471193.100 definitief revisie 1 4 november 2021
Auteurs SCHJ van Eijk
Opdrachtgever KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV Kanaalstraat 200 6541 XN Nijmegen
Antea Group is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus
De informatie in voorliggende rapportage is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.
datum vrijgave 14-09-21
beschrijving revisie 1 definitief
gecontroleerd FM van Schie
vrijgave EH Bijvoet
Natuurtoets Wijchen West projectnummer 471193.100 14 september 2021 revisie 1 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Planvoornemen Doel en onderzoeksvragen Leeswijzer
1 1 2 3
2
Wettelijk kader Wet natuurbescherming
4
2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.3.5
Algemeen Soortbescherming Gebiedsbescherming Natura 2000 Natuurnetwerk Brabant Groenblauwe mantel Rust- en foerageergebied ganzen en smienten Bescherming van houtopstanden
4 4 5 5 5 6 7 7
3
Methodiek
9
3.1 3.2 3.3 3.4
Algemeen Bureauonderzoek Terreinbezoek Effectbeoordeling en advies vervolgtraject
9 9 10 10
4
Resultaten
11
4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3
Gebiedsbeschrijving Beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Samenvatting beschermde soorten Beschermde gebieden Natura 2000-gebieden Natuurnetwerk Nederland Bescherming van houtopstanden
11 12 12 13 17 17 17 18 19
5
Toetsing
20
5.1 5.1.1 5.1.2 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3
Toetsing effect op beschermde soorten Vogels Zoogdieren Effecten op beschermde gebieden Effecten op Natura 2000-gebieden Effecten op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) Bescherming van houtopstanden
20 20 21 22 22 22 24
6
Bronnen
25
Natuurtoets Wijchen West projectnummer 471193.100 4 november 2021 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
Bijlagen Bijlage 1: Wettelijk kader
Globale ligging van het plangebied (rood omlijnd) Bron: Streetsmart.
Natuurtoets Wijchen West projectnummer 471193.100 4 november 2021 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
Conclusies en advies De Klokgroep Bouw en ontwikkeling BV is samen met de gemeente Wijchen voornemens om aan de westkant van de huidige bebouwingskern van Wijchen een woonwijk te ontwikkelen. Om dit mogelijk te maken wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Het plan kan worden uitgevoerd als duidelijk is dat het plan niet in strijd is met de Wet natuurbescherming en het beleid van het Natuurnetwerk Nederland. Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van het plangebied en de effecten hierop. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In dit hoofdstuk is het advies gegeven dat voortkomt uit de conclusies van de uitgevoerde Natuurtoets. Tevens is aangegeven of volgens de Nederlandse wetgeving vervolgstappen aan de orde zijn.
Conclusies: Beschermde gebieden In het plangebied is geen Natura 2000-gebied aanwezig. In de omgeving liggen wel Natura 2000gebieden. Mogelijk is sprake van een invloed op deze omliggende Natura 2000 gebieden door stikstofdepositie. Om hier duidelijkheid over te geven moet een nadere analyse met behulp van AERIUS worden gemaakt. Er bevindt zich geen NNN binnen het plangebied. Er is van directe aantasting van de NNN dan ook geen sprake. Vanuit dit oogpunt zijn er voor NNN geen belemmeringen. Wel is een deel van het plangebied aangewezen als Groene Ontwikkelingszone. Deze zone blijft behouden, maar in het toekomstige bestemmingsplan moet onderbouwd worden dat de kerkwaliteiten van de zone worden behouden en versterkt door de voornomen ontwikkeling. Zie ook Tabel 0.1. Tabel 0.1. Overzicht conclusies en vervolgstappen gebiedsbescherming.
Natura 2000
NNN/GO
Aanwezig binnen de invloedssfeer?
Mogelijk
Nee/Ja
Effecten? Vereiste vervolgstappen aan de orde? Is het plan uitvoerbaar in het kader van de gebiedsbescherming?
Mogelijk Ja, AERIUS analyse
Nee/Nee Nee/Ja
Afhankelijk uitkomsten
Ja/Ja
Conclusies: Beschermde houtopstanden Er zijn in het plangebied geen middels de Wet natuurbescherming beschermde houtopstanden aanwezig.
Conclusies: Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied: Jaarrond beschermde nesten (steenuil, ransuil, kerkuil, huismus, overige JRBN): (mogelijk) aanwezige nestlocaties. Zoogdieren (das, eekhoorn, bever, steenmarter, kleine marterachtigen). Mogelijk aanwezige verblijfpaatsen en leefgebied. Vleermuizen: Mogelijk aanwezige verblijfplaatsen, essentieel foerageergebied en essentiele vliegroutes. Vlinders (grote vos): mogelijk aanwezig leefgebied. Amfibieen (Poelkikker, kamsalamander, alpenwatersalamander en vinpootsalamander): mogelijk aanwezig voortplantingswater, landhabitat. Beschermde planten (oa. Kartuizer anjer, wilde ridderspoor): mogelijk standplaatsen. Algemene broedvogels: zeer waarschijnlijk nestplaatsen.
Natuurtoets Wijchen West projectnummer 471193.100 4 november 2021 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
In Tabel 0.2 is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende plan. Aangegeven is of er sprake is van een overtreding van de Wet natuurbescherming en onder welke voorwaarden het plan uitvoerbaar.
Natuurtoets Wijchen West projectnummer 471193.100 4 november 2021 revisie 1 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
Tabel 0.2. Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming.
Natuurtoets Wijchen West projectnummer 471193.100 Soort 4 november 2021 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling (groep)BV
Essentieel leefgebied in plangebied?
Is er sprake van een overtreding?
Is een ontheffing noodzakelijk?
Is nader onderzoek nodig?
Is het plan uitvoerbaar?
Steenuil
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk
Ja
*
Ransuil
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk
Ja
*
Kerkuil
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk
Ja
*
Huismus
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk
Ja
*
Overige JRBN (oa. buizerd, sperwer, boomvalk)
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk
Ja
*
Das
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk
Ja
*
Eekhoorn
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk
Ja
*
Bever
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk
Ja
*
Vleermuizen
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk
Ja
*
Steenmarter
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk
Ja
*
Kleine marterachtigen
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk
Ja
*
Grote vos
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk
Ja
*
Natuurtoets Wijchen West projectnummer 471193.100 4 november 2021 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
Amfibieen (Poelkikker, kamsalamander, alpenwatersalamander en vinpootsalamander)
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk
Ja
*
Beschermde planten (oa. Kartuizer anjer, wilde ridderspoor)
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk
Ja
*
Algemene broedvogels
Waarschijnlijk
Nee, bij niet werken bij broedgeval
Nee
Nee
Ja
*Ja, bij aanwezigheid is de verwachting dat een Wnb ontheffing verleend wordt met mitigerende maatregelen.
Natuurtoets Wijchen West projectnummer 471193.100 4 november 2021 revisie 1 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
Hol(en). Mogelijk das Boom met holte. Mogelijk geschikt voor vleermuizen Territorium ransuil (NDFF, 2021) Nest, mogelijke jaarrond beschermd
Bebouwing mogelijk geschikte verblijfplaatsen vleermuizen, steenmarter en nesten huismus. Watergang mogelijk geschikt als voortplantingsbiotoop beschermde amfibiesoorten. Watergang (mogelijk leefgebied bever) Mogelijk verblijfplaatsen kleine marters en of eekhoorn Mogelijk verblijffplaatsen kleine marters en of eekhoorn Valt buiten het plangebied.
Figuur 0.1. (Mogelijk) aanwezige beschermde soorten in het plangebied.
Natuurtoets Wijchen West projectnummer 471193.100 4 november 2021 revisie 1 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
1
Inleiding
1.1
Aanleiding De gemeente Wijchen is samen met de Klokgroep Bouw en Ontwikkeling BV voornemens om aan de westkant van de huidige bebouwingskern van Wijchen een woonwijk te ontwikkelen. Om dit mogelijk te maken wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Ruimtelijke plannen, zoals dergelijke bestemmingsplan, dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er dient onderzocht te worden of het plan effect heeft op beschermde soorten of beschermde gebieden (Wet natuurbescherming; Wnb en Natuurnetwerk Nederland). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In deze rapportage zijn de resultaten van de Natuurtoets beschreven en wordt antwoord gegeven of het plan uitvoerbaar is. In Figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.
Figuur 1.1. Ligging van het plangebied (rood omkaderd). Bron: Streetsmart.
Natuurtoets Wijchen West projectnummer 471193.100 4 november 2021 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
1.2
Planvoornemen De gemeente Wijchen heeft de ambitie om met een flink aantal woningen te groeien. WijchenWest is aangewezen als locatie waar een deel van deze groei plaats kan vinden.Het plangebied wordt ontwikkeld tot woonwijk. De exacte invulling van de wijk wordt op dit moment nog uitgewerkt. Een verbeelding van de toekomstige wijk op visieniveau is opgenomen in Figuur 1.2. In voorliggende toetsing wordt uitgegaan van het volledig bouwrijp maken en vervolgens herinrichten van het gebied.
Figuur 1.2. Toekomstige bestemming plangebied (bron: gebiedsvisie).
Natuurtoets Wijchen West projectnummer 471193.100 4 november 2021 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
1.3
Doel en onderzoeksvragen Het doel van voorliggende Natuurtoets is het opsporen van strijdigheden van het voorgenomen plan met de beschermde soorten en beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN)) en het bepalen of het plan uitvoerbaar is. De vragen of voor de uitvoering van het bestemmingsplan een vrijstelling geldt, dan wel een ontheffing of vergunning op grond van de Wet natuurbescherming nodig is en zo ja, of deze ontheffing of vergunning kan worden verleend, komt in beginsel pas aan de orde in een procedure op grond van de Wet natuurbescherming. Echter, deze vragen zijn ook relevant voor het bestemmingsplan omdat in deze Natuurtoets wordt beoordeeld of ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan het op voorhand in redelijkheid duidelijk is dat de Wet natuurbescherming niet de uitvoerbaarheid van het plan in de weg zal staan. Het bestemmingsplan kan pas worden vastgesteld nadat uit een Natuurtoets duidelijk is geworden of voor de activiteiten die volgen uit deze vaststelling de mogelijkheid bestaat tot het verkrijgen van een ontheffing of vergunning.
De volgende onderzoeksvragen zijn van toepassing: Welke in het kader van de Wnb beschermde soorten (en/of vaste rust- en verblijfplaatsen) komen voor in het beïnvloedingsgebied van het plan? Vinden er als gevolg van de ontwikkeling die mogelijk gemaakt worden door het plan effecten plaats op deze soorten en worden daarbij verbodsbepalingen overtreden? Is het plan uitvoerbaar en zijn, zo nodig, aanvullende voorwaarden in het plan aan de orde? Komen in de beïnvloedingszone van het plangebied beschermde natuurgebieden (NNN en/of Natura 2000) voor? Zo ja, welke zijn dit en wat zijn de gevolgen hierop? Dienen vervolgstappen in de vorm van een compensatieplan opgesteld te worden of zijn andere vervolgstappen aan de orde? Op bovenstaande vragen wordt in hoofdstuk 4 en 5 een antwoord gegeven (zie ook de leeswijzer).
1.4
Leeswijzer De Natuurtoets is als volgt opgebouwd: De Natuurtoets begint met de belangrijkste conclusies gedestilleerd uit de resultaten van voorliggende Natuurtoets; Hoofdstuk 1 geeft de aanleiding van de Natuurtoets en het planvoornemen; Hoofdstuk 2 beschrijft beknopt het wettelijk kader; Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de methodiek van de Natuurtoets; Hoofdstuk 4 beschrijft het gebied en gaat in op de ecologische waarden en de beschermde soorten en gebieden in (de omgeving) van het plangebied; Hoofdstuk 5 toetst het plan aan de Wet natuurbescherming en het NNN.
Natuurtoets Wijchen West projectnummer 471193.100 4 november 2021 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
2
Wettelijk kader Wet natuurbescherming Dit hoofdstuk beschrijft het wettelijk kader van de soortenbescherming (paragraaf 2.2) en de gebiedsbescherming (paragraaf 2.3) relevant voor voorliggende Natuurtoets.
2.1
Algemeen De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen). Per paragraaf worden tevens de beleidsregels van de provincie aangeduid die specifiek voor deze provincie (en derhalve voor voorliggend voornemen) van toepassing kunnen zijn.
2.2
Soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Bij voorliggende toetsing wordt tevens beoordeeld of soorten met jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 5) aanwezig zijn in het plangebied. Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen. Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal vogelsoorten, indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt (zie artikel 3.1 in tekstkader in de bijlage).
Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.1 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod op om planten
Natuurtoets Wijchen West projectnummer 471193.100 4 november 2021 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.5 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in artikel 3.10, bijlage A en B van de Wnb, zie ook Bijlage tabel B(1 en 2) en C van voorliggende rapportage. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren, opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren.
Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan. Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.10 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Het voorgaande geldt echter niet indien de soorten zijn vrijgesteld door het bevoegd gezag. Bij voorliggende toetsing is de provincie Gelderland bevoegd gezag. In de provincie Gelderland zijn in tegenstelling tot de landelijke vrijgestelde soorten van artikel 3.10 onderdeel A (zie Regeling Natuurbescherming, Bijlage 13), de bunzing, hermelijn en wezel niet vrijgesteld. Voor deze soorten dient bij een overtreding van de verbodsbepalingen uit artikel 3.10 gewerkt te worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode of dient een ontheffing aangevraagd te worden. In de provincie geldt voor de overige landelijk vrijgestelde soorten, ook een vrijstelling. Voor deze soorten geldt enkel de zorgplicht.
2.3
Gebiedsbescherming
2.3.1
Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en/of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken. Indien op voorhand significante effecten niet uitgesloten kunnen worden dient een Passende beoordeling opgesteld te worden.
2.3.2
Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden. Dit is onderdeel van de actieve soortbescherming uit de Wet
Natuurtoets Wijchen West projectnummer 471193.100 4 november 2021 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
natuurbescherming; bedreigde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. Om dit te realiseren is in de Wnb art. 1.12, lid 2 vastgelegd dat de provincies zorgen voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland. Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het Natuurnetwerk Nederland. Het NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. In de provincie Gelderland heet het NNN het Gelders Natuurnetwerk (GNN). In de Geconsolideerde Omgevingsverordening (maart 2021) zijn regels voor het NNN opgenomen. In Artikel 2.39 zijn regels opgenomen voor het GNN. Voor de natuurgebieden die behoren tot het GNN geldt het ‘nee, tenzij’-principe.
Het ‘nee, tenzij’-principe betekent in de provincie Gelderland dat in het GNN nieuwe bestemmingen anders dan natuur niet mogelijk zijn als deze een significant negatief effect hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied, tenzij daarmee een zwaarwegend belang gediend is en er geen reële alternatieven voorhanden zijn. In dat geval moet de schade zoveel mogelijk beperkt worden door het treffen van mitigerende maatregelen en moet de resterende schade gecompenseerd worden. De overblijvende effecten moeten in de provincie Gelderland gelijkwaardig worden gecompenseerd in overeenstemming met bijlage 8 Gelijkwaardige natuurbeheertypen (Geconsolideerde Omgevingsverordening (maart 2021)). De mogelijkheden voor compensatie staan in de artikelen 2.48-2.51 uiteengezet. Afwijkend van het bovenstaande geldt in het GNN dat de volgende gebieden met de natuurbeheertypen niet anders bestemd mogen worden: bron, gemaaid rietland, hoogveen, trilveen en zwak gebufferd ven (Artikel 2.44). Het regime ter bescherming van het NNN kent in de provincie Gelderland geen externe werking. Dit houdt in dat alleen wanneer er binnen de grenzen van het GNN gewerkt wordt, de effecten beoordeeld en eventueel gecompenseerd dienen te worden.
Effecten als gevolg van de activiteiten die ontstaan op GNN-gebieden die buiten de plangrenzen liggen (externe effecten), hoeven derhalve niet gecompenseerd te worden. Echter, voor de beoordeling van projecten in het kader van de m.e.r . dienen ook de effecten op GNN in beeld te worden gebracht ongeacht of wel of niet sprake is van vernietiging binnen GNN. Dit aangezien de Wet milieubeheer ook in het geval van externe werking een toetsing aan de wezenlijke kenmerken en waarden vereist.
2.3.3
Groene ontwikkelingszone In de provincie Gelderland zijn een aantal gebieden aangewezen als Groene ontwikkelingszone (GO). Een GO-gebied betreft een gebied met een andere bestemming dan natuur dat ruimtelijk is vervlochten met het Gelders natuurnetwerk, waaronder weidevogelgebieden en rustgebieden voor winterganzen. Binnen deze gebieden geldt dat zowel bij nieuwvestiging als bij een grootschalige uitbreiding er, naast een goede landschappelijk inpassing, sprake moet zijn van een per saldo substantiële versterking van de kernkwaliteiten van de Groene ontwikkelingszone. In de Geconsolideerde Omgevingsverordening (maart 2021) zijn in Artikel 2.52 regels opgenomen voor de omgang met gebieden die aangewezen zijn als Groene ontwikkelzone. Voorop staat dat de kernkwaliteiten van de GO-gebieden niet aangetast mogen worden. Is dit toch het geval dan kan onder bepaalde voorwaarden (inclusief compensatie, groot belang etc.) een ontwikkeling mogelijk gemaakt worden (zie ook paragraaf 2.6.2 van de Geconsolideerde Omgevingsverordening (maart 2021).
Natuurtoets Wijchen West projectnummer 471193.100 4 november 2021 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
In Artikel 2.54 zijn regels opgenomen die betrekking hebben op de kap en compensatie van in de Wnb-beschermde houtopstanden binnen Groene ontwikkelingszones. Een dergelijke kap is alleen mogelijk als wordt voorzien in een extra compensatie voor het areaal bos dat verloren gaat. In het artikel worden voorwaarden aan de compensatie uiteengezet.
2.3.4
Bescherming van houtopstanden De Wet natuurbescherming (Wnb) geeft invulling aan de bescherming van houtopstanden die tot aan 1 januari 2017 vielen onder bescherming van de Boswet. De bescherming is geregeld in hoofdstuk 4 van de Wnb. De Provincie is het bevoegd gezag. De bescherming betreft de houtopstanden die zijn gelegen buiten de bebouwde kom Wnb en die een oppervlakte hebben van meer dan 1.000 m2 (0,1 hectare) of bestaan uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. De Wnb doet geen uitspraken over houtopstanden die zijn gelegen binnen de bebouwde kom of met kleinere oppervlakte dan 1.000 m 2. Bescherming van dergelijke houtopstanden is een taak van de gemeentelijke overheid. De wet geldt niet voor: a) Houtopstanden op erven of in tuinen; b) Fruitbomen of windschermen om boomgaarden; c) Naaldbomen bedoeld als kerstbomen indien niet ouder dan 20 jaar; d) Kweekgoed; e) Uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; f) Het dunnen van een houtopstand; g) Het uit populieren, wilgen, essen of elsen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van biomassa (onder specifieke voorwaarden). Voor houtopstanden groter dan 1.000 m2 is veelal sprake van overlap met de gemeentelijke Algemene Plaatselijke Verordening (APV).
De mate van overlap kan per gemeente verschillen en is dus maatwerk. Toetsing aan de APV valt buiten de scope van de Natuurtoets. Voor houtopstanden die zijn beschermd in de Wnb geldt een meldingsplicht bij voorgenomen velling, en in principe tevens een herplantplicht. Herplant wordt in principe ter plekke ingevuld. Onder voorwaarden kan herplant ook elders worden gerealiseerd.
Natuurtoets Wijchen West projectnummer 471193.100 4 november 2021 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
3
Methodiek Dit hoofdstuk beschrijft de methodiek die gehanteerd wordt tijdens het bureauonderzoek (paragraaf 3.2) en gedurende het terreinbezoek (paragraaf 3.3) van voorliggende Natuurtoets. In paragraaf 3.4 wordt aangeduid hoe deze gegevens leiden tot een conclusie.
3.1
Algemeen Het onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en ligging van beschermde gebieden is opgebouwd uit twee onderdelen: 1. 2.
3.2
Bureaustudie naar waarnemingen van beschermde soorten uit het (recente) verleden en ligging van beschermde gebieden in de invloedsfeer van het plan; Terreinbezoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten.
Bureauonderzoek Afbakening beschermde soorten In het bureauonderzoek wordt specifiek gekeken naar soorten uit de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5) en ‘andere’ beschermde soorten (artikel 3.10). Bij vogels zal met name speciale aandacht geschonken worden aan soorten die in het plangebied een essentieel leefgebied kunnen hebben. Voorgenoemde soorten zijn in Nederland zeldzaam of hebben een Europese bescherming (Habitatrichtlijn bijlage IV-soorten, bijlage II Verdrag van Bern en bijlage I Verdrag van Bonn) en moeten worden getoetst op voorkomen en het projecteffect. Treden effecten op, of worden verbodsbepalingen overtreden, dan zijn er maatregelen nodig om deze effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wnb. Een aantal soorten is door de provincies vrijgesteld en zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen (zie tabel B en C in de bijlage). Deze zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn zodanig algemeen in de provincie dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt bij het voorliggende project. Wel geldt de algemene zorgplicht. Door het uitvoeren van een aantal zorgplicht gerelateerde maatregelen, wordt voldaan aan de zorgplicht en kan de gunstige staat van instandhouding worden gegarandeerd.
Hierbij kan gedacht worden aan het rekening houden met de kwetsbare seizoenen van deze soorten en de manier van werken (zoals het aanhouden van vaste rijroutes en het zorgen voor vluchtmogelijkheden voor de soorten). Bronnen Om een beeld te krijgen van de verspreiding en (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten in en rond het plangebied, is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Hierbij is nagegaan of er in de periode 2015-2021 beschermde soorten zijn aangetroffen in of nabij het plangebied. Daarnaast zijn indien relevant ook regionale bronnen en atlassen gebruikt. Deze atlassen maken veelal gebruik van atlasblokken (5 x 5 kilometer). De soortgegevens hebben daarom betrekking op de regio en niet specifiek op het plangebied. Aan de hand van de resultaten van de bureaustudie is een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het plangebied voor zouden kunnen komen. Naast de bronnen met soortinformatie, is voor het bepalen van de ligging van beschermde gebieden gebruik gemaakt van de gebiedendatabase op de website van het Ministerie van EZ of
Natuurtoets Wijchen West projectnummer 471193.100 4 november 2021 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
provinciale digitale atlassen. Om inzicht te krijgen in de ligging van het plangebied t.o.v. van het NNN is de provinciale website geraadpleegd.
3.3
Terreinbezoek Naar aanleiding van de uitkomsten van voorgenoemde bureaustudie is middels een terreinbezoek bepaald in hoeverre de aanwezigheid van beschermde soorten aannemelijk gesteld kan worden op basis van aanwezig geschikt habitat. Naast directe waarnemingen kan dan aan de hand van de aangetroffen biotopen een beeld worden geschetst van de verwachte aanwezige beschermde soorten. Dit is noodzakelijk omdat enkele seizoensgebonden soorten flora en fauna mogelijk niet kunnen worden waargenomen. Aan de hand van het aangetroffen biotoop en habitatvoorkeur(en) kunnen echter wel indicaties worden gegeven van het mogelijk voorkomen van deze soorten op de locatie. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten opgetekend. Op 15-07-2021 is vanaf circa 9:30 uur een terreinbezoek uitgevoerd door een deskundig ecoloog van Antea Group bij bewolkt weer met een temperatuur van circa 17 °C. Ook is op 21-07-2021 vanaf 9:00 bij zonnig weer en 20 °C het gebied bekeken.
3.4
Effectbeoordeling en advies vervolgtraject Aan de hand van de bevindingen uit het bureauonderzoek en de resultaten van het verkennend terreinbezoek kan worden bepaald of het plan uitvoerbaar is, of een vervolgonderzoek nodig is om beschermde soorten uit te sluiten en om te bepalen wat de effecten zijn. Tevens kan worden geadviseerd over de te volgen procedure inzake de natuurwetgeving.
Natuurtoets Wijchen West projectnummer 471193.100 4 november 2021 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
4
Resultaten In paragraaf 4.1 wordt allereerst een gebiedsbeschrijving van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in paragraaf 4.2 in gegaan op de resultaten van de in het gebied aanwezige of verwachte beschermde soorten (uiteenzetting van de resultaten van de bureaustudie en het terreinbezoek), waarna in paragraaf 4.3 de ligging van gebieden beschermd in het kader van de Wet natuurbescherming en het NNN in de omgeving van het plangebied aangegeven wordt.
4.1
Gebiedsbeschrijving Het plangebied ligt in de provincie Gelderland, in de gemeente Wijchen. Het plangebied ligt ten westen van de bebouwingskern van Wijchen. Het plangebied ligt grofweg tussen de kern van Wijchen (oostkant), de N845 (westkant), de Ravensteinseweg (zuidkant) en de Hermenseweg (noordkant). Door het plangebied loopt de spoorlijn Den Bosch – Nijmegen. Het plangebied bestaat grotendeels uit landbouwgrond. Daarnaast is een meer en een aantal waterlopen aanwezig. Op enkele plekken liggen bosschages. Verspreid in het plangebied liggen enkele woningen / boerderijen en is een woonwagenkmap aanwezig. Op Figuur 4.1. is een impressie van het plangebied weergegeven.
Natuurtoets Wijchen West projectnummer 471193.100 4 november 2021 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
Figuur 4.1. Impressie van het plangebied.
Natuurtoets Wijchen West projectnummer 471193.100 4 november 2021 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
4.2
Beschermde soorten
4.2.1
Resultaten bureauonderzoek Uit de recente verspreidingsinformatie blijkt dat in of nabij het plangebied in het verleden diverse beschermde soorten zijn waargenomen (binnen een straal van 2,5 kilometer). Dit betreft de beschermde soorten genoemd in Habitatrichtlijn (bijlage IV onderdeel a en b) en de nietvrijgestelde ‘andere soorten’ uit bijlage I (onderdeel a en b) van de Wet natuurbescherming alsook vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest. De soorten zijn weergegeven in Tabel 4.1. Tabel 4.1. Overzicht van waargenomen beschermde soorten in de omgeving van het plangebied (met een straal van 2,5km) die in het NDFF door derden zijn ingevoerd. De soorten zijn in te delen in Habitatrichtlijn (HR), lijsten A en B behorende bij artikel 3.10 en vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest (JRB) en zijn aangegeven met een ‘X’ (NDFF, 2015-2021).
Soortgroep
Soort Boomvalk
Vogels met een jaarrond beschermd nest*
Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Zwarte wouw
Zoogdieren
Amfibieën
Reptielen Insecten - Dagvlinders Insecten - Libellen Vissen Planten Overige soortgroepen
Bever Das Eekhoorn Hermelijn Steenmarter Wezel Bunzing **Vleermuizen Poelkikker Kamsalamander Alpenwatersalamander Vinpootsalamander Vuursalamander Geen waarnemingen Teunisbloempijlstaart Grote vos Iepenpage
JRB
HR
A/B
X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X
Beekrombout
X
Geen waarnemingen Kartuizer anjer Wilde ridderspoor Geen waarnemingen
X X
Natuurtoets Wijchen West projectnummer 471193.100 4 november 2021 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
*Categorie 5: de afweging of er sprake is van een jaarrond beschermd nest uit categorie 5 wordt gemaakt bij de beschrijving van de resultaten van het terreinbezoek (paragraaf 4.2.2). **Vleermuizen: gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis.
Op basis van de verspreidingsgegevens van een soort, in combinatie met kennis van de terreingeschiktheid voor deze soorten, is vervolgens nagegaan of het plangebied een functie vervult voor (onder andere) deze soorten en of effecten aan de orde zijn. De bevindingen worden in paragraaf 4.2.2 uiteengezet.
4.2.2
Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Op basis van het bureauonderzoek en het terreinbezoek wordt per soortgroep ingegaan op de eventuele (kans op) aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Vogels Soorten met jaarrond beschermd nest (categorie 1 t/m 4) Zoals blijkt uit de bureaustudie is een aantal vogelsoorten waargenomen in de omgeving van het plangebied waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en waar bij verwijdering of aantasting van de vaste rust- en verblijfplaats altijd ontheffing moet worden aangevraagd. Het gaat om de boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief en zwarte wouw. Van de ransuil is een territorium aan de oostkant net buiten het plangebied genoemd in NDFF NEM monitoring (2020). Ook zijn waarnemingen uit het plangebied bekend. Het biotoop in het plangebied is geschikt voor de soort als nestlocatie. Het is daarom niet uit te sluiten dat een nest van de ransuil in het plangebied aanwezig is. Van de steenuil is een territorium bij het volkstuincomplex in het plangebied genoemd in NDFF (2020). Tijdens de terreinbezoeken kon geen nestlocatie worden vastgestled (kast of holte). Wel zijn verschillende losse waarnemingen van steenuilen het plangebied opgenomen in NDFF.
Met name de gebouwen in het plangebied zouden gebruikt kunnen worden als nestlocatie. Het kan daarmee niet worden uitgesloten dat de steenuil in het plangebied een nest heeft. De kerkuil is de afgelopen jaren regelmatig net iets zuiden van het plangebied bij een boerderij gemeld. Vermoedelijk zit hier een nestlocatie. In het plangebied zijn ook een aantal meldingen gedaan, maar deze liggen verspreid door het plangebied en het gaat om overvliegende dieren. De bebouwing in het plangebied is in potentie geschikt als nestlocatie voor de kerkuil. Het kan daarom niet uitgesloten worden dat een nest in het plangebied aanwezig is. Aan de noordkant van het plangebied zijn verschillende huismussen waargenomen tijdens het terreinbezoek (zie Figuur 4.2). Mogelijk hebben deze huismussen een nest in een van de gebouwen in het plangebied. Het kan niet uitgesloten worden dat de huismus een nest hebben in het plangebied. Een aantal boombewonende soorten zouden een nest kunnen hebben in het plangebied. Het gaat dan om buizerd (waargenomen tijdens de twee terreinbezoeken), boomvalk, havik, sperwer, wespendief en zwarte wouw. Al is deze laatste vogel een zeer zeldzame broedvogel in Nederland. In het plangebied is tijdens de terreinbezoeken minimaal 1 nest gevonden dat geschikt zou kunnen zijn voor deze soorten (zie Figuur 0.1 voor de locatie en Figuur 4.2 voor de impressie).
Waarschijnlijk waren niet alle nesten zichtbaar door de bladeren aan de bomen. Daarmee kan
Natuurtoets Wijchen West projectnummer 471193.100 4 november 2021 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
niet worden uitgesloten dat een nest van een of meerdere van de genoemde soorten in het plangebied aanwezig is. Gierzwaluwen zijn vogels die in binnenstedelijk omgeving broeden. Dergelijke omgeving is niet in het plangebied aanwezig. De ooievaar broedt in grote nesten, vaak op palen. Een dergelijk nest was bij aanwezigheid goed zichtbaar geweest. De slechtvalk is een vogel die in Nederland op hoge gebouwen broedt. Een dergelijk gebouw ontbreekt in het plangebied. Roeken broeden in kolonies en zijn bij aanwezigheid goed zichtbaar. Er is tijdens de terreinbezoeken geen roekenkolonie aangetroffen. De grote gele kwikstaart broedt in bouwwerken dicht bij (stromend) water. Een dergelijk biotoop ontbreekt in het plangebied. Daarnaast is de vogel bij aanwezigheid goed zichtbaar en wordt vaak gemeld in NDFF. Dergelijke waarnemingen ontbreken. Daarmee kan worden uitgesloten dat nesten van gierzwaluw, ooievaar, slechtvalk, roeken en grote gele kwikstaart in het plangebied voor komen.
Figuur 4.2. Links: Waargenomen huismussen aan de noordkant van het plangebied. Rechts: mogelijk jaarrond beschermd nest in boom.
Soorten met mogelijk een jaarrond beschermd nest ( categorie 5) Daarnaast zijn er categorie 5-vogelsoorten, waarvan de nesten alleen jaarrond zijn beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Dit laatste is op het plangebied niet van toepassing. Er zijn geen categorie 5 soorten te verwachten die zeldzaam zijn in de omgeving of onvoldoende nestgelegenheden hebben in de omgeving. Derhalve zijn er geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die jaarronde bescherming rechtvaardigen. Algemene vogelsoorten (artikel 3.1) De vegetatie en de gebouwen in het plangebied bieden een geschikt broedbiotoop voor algemeen voorkomende soorten zoals bijvoorbeeld houtduif, merel, enz. Het kan daarmee niet worden uitgesloten dat in het broedseizoen broedgevallen van algemene broedvogels aanwezig zijn in het plangebied. Zoogdieren Vleermuizen Bij het amoveren van bebouwing en het kappen van vooral oudere bomen dient te allen tijde rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen. Gebouwbewonende vleermuizen verblijven met name in spouwmuren, onder dakbetimmering, achter boeiborden of op zolders. Boombewonende vleermuizen verblijven in gaten, holen of scheuren van voornamelijk grote bomen. In het plangebied zijn verschillende gebouwen aanwezig die mogelijk geschikt zijn als verblijfplaats van vleermuizen.
Daarnaast staan in het plangebied een aantal bomen met holtes die mogelijk geschikt zijn als verblijfplaats. Mogelijk zijn niet alle bomen met holtes gevonden
Natuurtoets Wijchen West projectnummer 471193.100 4 november 2021 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
tijdens het terreinbezoek door de bladeren aan de bomen. Locaties van mogelijk geschikte gebouwen en bomen zijn weergegeven op Figuur 0.1. Een impressie van potentieel geschikte gebouwen en bomen zijn opgenomen op Figuur 4.3.
Figuur 4.3. Voorbeelden van bebouwing en bomen die mogelijk geschikt is als verblijfplaats voor vleermuizen.
Met name het zuidelijk deel van het plangebied vormt in potentie een essentieel foerageergebied voor vleermuizen. Het kleinschalige landschap met veel water biedt veel insecten. Daarnaast is het plangebied een van de weinige natuurlijke gebieden in de directe omgeving van Wijchen waardoor het essentieel kan zijn voor de vleermuispopulatie in Wijchen. Overige (land)zoogdieren De bever, das, eekhoorn, hermelijn, steenmarter, wezel en bunzing zijn allemaal waargenomen in het plangebied of de directe omgeving volgens NDFF. De bever is een aantal keren waargenomen in de wateren in het noordelijk deel van het plangebied. Ook komen veel waarnemingen uit het Wijchense meer aan de oostkant van het plangebied. In het plangebied zijn nergens knaagsporen, of glijsporen op de oever van wateren waargenomen tijdens de terreinbezoeken. Een beverburcht is niet gevonden. Niet alle stukken van het plangebied waren echter tijdens de terreinbezoeken toegankelijk door de grote hoeveelheid struiken, bramen en brandnetels. Het kan op basis van de waarnemingen niet worden uitgesloten dat een burcht en of leefgebied van de bever in het plangebied aanwezig is. De das is volgens NDFF waargenomen in het plangebied. In het plangebied zijn op een plek pijpen gevonden die mogelijk gebruikt worden (zijn) door een das (zie Figuur 4.4). De pijpen waren op het moment van de terreinbezoeken niet in gebruik.
Mogelijk zijn er nog meer pijpen in het gebied. Niet het gehele plangebied was door de grote hoeveelheid begroeiing te overzien. Langs het spoor aan de westkant is een onderdoorgang onder de N845 door. Aan de westkant van de
Natuurtoets Wijchen West projectnummer 471193.100 4 november 2021 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
N-weg staat dassenraster. Mogelijk vormt de onderdoorgang een toegang voor de das tot het plangebied. Op basis van de huidige informatie is niet uit te sluiten dat een burcht in het plangebied aanwezig is. Waarschijnlijk maakt het plangebied wel onderdeel uit van het leefgebied/foerageergebied van de soort.
Figuur 4.4. Links: pijp mogelijk gebruikt door das. Rechts: onderdoorgang N845.
Ook de eekhoorn is waargenomen in het plangebied volgens NDFF. Tijdens het terreinbezoek zijn geen nesten van de eekhoorn waargenomen. Deze nesten zijn echter met bladeren aan de bomen moeilijk waar te nemen. Het is op basis van eerdere waarnemingen uit NDFF en het bosachtige biotoop in een deel van het plangebied aannemelijk dat in het plangebied nesten en leefgebied van de eekhoorn aan wezig is. Het plangebied vormt geschikt leefgebied voor kleine marters. De bosschages afgewisseld met agrarische percelen, sloten en rommelhoekjes zijn bij uitstek een biotoop waar een of meerdere soorten kleine marters voor komen. Ook hebben zij in een dergelijk biotoop hun verblijfplaats. Daarbij gebruiken ze bijvoorbeeld konijnenholen als schuilplaats. Ook vormen konijnen een voedselbron voor de soorten. Konijnen komen op een aantal plaatsen voor in het plangebied (zie Figuur 4.5). Ook de steenmarter kan in het plangebied voor komen. Deze soort heeft zijn verblijfplaatsen voornamelijk in gebouwen. Een aantal gebouwen in het plangebied is in potentie geschikt voor de soort.
Figuur 4.5. Konijnen in het plangebied. Mogelijke prooidieren voor kleine marters.
Reptielen In het plangebied en de wijde omtrek zijn geen reptielen waargenomen. Bekende leefgebieden van reptielen liggen op grote afstand van het plangebied, zoals het natuurgebied ten oosten van Wijchen. Leefgebieden van reptielen in Nederland zijn over het algemeen zeer goed bekend. Het
Natuurtoets Wijchen West projectnummer 471193.100 4 november 2021 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
is op basis van de bekende waarnemingen en de ligging van bekende leefgebieden ten opzichte van het plangebied zeer onwaarschijnlijk dat in het plangebied reptielen voor komen. Amfibieën Uit de bureaustudie blijkt dat poelkikker, kamsalamander, alpenwatersalamander, vinpootsalamander en vuursalamander in de omgeving van het plangebied zijn waargenomen. Uit het plangebied zelf zijn geen waarnemingen bekend. In het plangebied is echter op enkele plekken voortplantingsbiotoop aanwezig dat geschikt zou kunnen zijn voor een aantal van deze soorten. In de buurt van deze plekken is in potentie geschikt landbiotoop voor deze soorten aanwezig. De grotere wateren in het zuidelijk deel van het plangebied vormen door de grote hoeveelheid vissen en de marginale aanwezigheid van beplanting maar zeer beperkt een geschikt vootplantingsbiotoop voor deze soorten. Op Figuur 4.6 is een impressie weergeven van de watergangen in het plangebied. De meldingen van de vuursalamander in NDFF betreft niet wilde exemplaren (RAVON.nl). Het is zeer onwaarschijnlijk dat deze soort in de buurt van het plangebied gezien zijn specifieke biotoopeisen (heuvelachtig landschap met bronbeekjes) voor komt.
Figuur 4.6. Impressie watergangen in het plangebied. Links: impressie zuidelijk deelgebied. Rechts: impressie noordelijk deelgebied.
Vissen Uit de watersystemen in de buurt van het plangebied zijn geen waarnemingen van beschermde vissoorten bekend. Ook niet als in het verdere verleden gekeken wordt (verder dan 5 jaar). Over het algemeen zijn watersystemen met beschermde vissoorten goed in kaart gebracht door onder andere waterschappen. Het ontbreken van waarnemingen, in het watersysteem waar het plangebied deel van uitmaakt, maakt het zeer onwaarschijnlijk dat beschermde vissoorten in het plangebied voor komen. Vlinders en libellen Uit de bureaustudie blijkt dat een aantal verschillende beschermde soorten uit deze soortgroepen zijn waargenomen in de omgeving van het plangebied. Het gaat om de teunisbloempijlstaart, grote vos, iepenpage en beekrombout. Er komen geen waarnemingen uit het plangebied zelf. De iepenpage heeft de iep als waardplant. Deze boomsoort is niet waargenomen in het plangebied tijdens het terreinbezoek. Daarmee kan worden uitgesloten dat de soort in het plangebied voor komt (zich voortplant). De grote vos komt voor in vochtige, open bossen, bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande bomen (Vlinderschting). De waardplant van de soort is de iep en wilg. Dit
Natuurtoets Wijchen West projectnummer 471193.100 4 november 2021 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
biotoop is met name in het gebied ten zuiden van het plangebied aanwezig. De soort is in 2021 nog op 1 kilometer ten oosten van het plangebied waargenomen in vergelijkbaar biotoop. Tijdens de terreinbezoeken is de soort niet waargenomen in het plangebied. Op basis van de geschiktheid van het biotoop van het plangebied ten zuiden van de spoorlijn kan niet worden uitgesloten dat deze soort in het plangebied voor komt. De teunisbloempijlstaart is een soort die de teunisbloem, bastaardwederik en kattenstaart als waardplant heeft. Genoemde plantensoorten zijn niet of heel beperkt in het plangebied waargenomen. De gemaaide vergetatie in het plangebied wordt jaarlijks gemaaid en is daarom niet geschikt als voorplantingslocatie voor de soort. Daarmee is het onwaarschijnlijk dat de soort in het plangebied voor komt (zich voortplant). De beekrombout is een libellensoort die voor komt in stromende zuurstofrijke wateren met een goede waterkwaliteit. In het plangebied is dit biotoop niet aanwezig. Tijdens de terreinbezoeken is de libellensoort niet waargenomen. Daarmee kan worden uitgesloten dat de beekrombout in het plangebied voor komt. Flora Uit de bureaustudie blijkt dat de Kartuizer anjer en wilde ridderspoor in de omgeving van het plangebied zijn waargenomen. Er zijn geen waarnemingen uit het plangebied bekend. Tijdens het terreinbezoek zijn geen beschermde planten waargneomen.
In potentie zou echter (een deel van) het plangebied geschikt kunnen zijn als standplaats voor deze of andere beschermde plantensoorten. De belangrijkste mogelijke standplaats van beschermde plantensoorten was echter net gemaaid tijdens de terreinbezoeken waardoor de aan of afwezigheid van beschermde planten niet kon worden vastgesteld. Daarmee kan niet worden uitgesloten dat beschermde planten zoals de Kartuizer anjer of de wilde ridderspoor in het plangebied voor komen. Overige soortgroepen Er zijn geen waarnemingen bekend van overige beschermde soortgroepen. Het biotoop in het plangebied geeft geen aanleiding om te veronderstellen dat soorten uit deze soortgroep aanwezig kunnen zijn in het plangebied.
4.2.3
Samenvatting beschermde soorten Uit het terreinbezoek is gebleken dat de soorten weergegeven in Tabel 4.2 en die een beschermde status hebben in de Wet natuurbescherming mogelijk voor kunnen komen in het plangebied. In hoofdstuk 5 wordt nader op deze soorten in gegaan. Tabel 4.2. Mogelijk aanwezige beschermde soorten in het plangebied.
Soort
Beschermingsregim e
Aanwezigheid
Steenuil
Artikel 3.1
Mogelijk
Ransuil
Artikel 3.1
Mogelijk
Kerkuil
Artikel 3.1
Mogelijk
Toelichting Waarnemingen uit NDFF, mogelijk nestlocaties in/bij bebouwing. Onduidelijk of er een nestlocatie in het plangebied is. Waarneming territorium net buiten plangebied in NDFF 2020. Waarnemingen uit NDFF, mogelijk nestlocaties in/bij bebouwing.
Natuurtoets Wijchen West projectnummer 471193.100 4 november 2021 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
Soort
Beschermingsregim e
Aanwezigheid
Toelichting
Huismus
Artikel 3.1
Ja
Waanremingen in het plangebied. Exacte locaties nesten onbekend. Geschikte nestlocaties aanwezig.
Overige JRBN (oa. buizerd, sperwer, boomvalk,
Artikel 3.1
Mogelijk
Bijvoorbeeld waargenomen nest. Boschages geschikt als nestlocatie.
Das
Artikel 3.10
Ja
Eekhoorn
Artikel 3.10
Mogelijk
Bever
Artikel 3.5
Ja
Vleermuizen
Artikel 3.5
Mogelijk
Steenmarter
Artikel 3.10
Mogelijk
Artikel 3.10
Mogelijk
Artikel 3.10
Mogelijk
Artikel 3.5 en artikel 3.10
Mogelijk
Artikel 3.10
Mogelijk
Mogelijk aanwezig in gemaaide delen plangebied.
Artikel 3.1
Waarschijnlijk
Geschikte nestlocaties aanwezig
Kleine marterachtigen Grote vos Amfibieën Beschermde planten (oa. Kartuizer anjer, wilde ridderspoor) Algemene broedvogels
4.3
Beschermde gebieden
4.3.1
Natura 2000-gebieden
Foerageergebied, mogelijk verblijfplaats aanwezig. Mogelijk nesten en foerageergebied Mogelijk verblijfplaats / foerageergebied. In potentie geschikte gebouwen en bomen in het plangebied aanwezig. Daarnaast mogelijk essentieel foerageergebied en of vliegroutes. Mogelijk geschikte gebouwen aanwezig. In potentie geschikte biotopen voor verblijfplaatsen aanwezig. In potentie geschikt biotoop. In potentie geschikt voortplantingswater en landbiotoop aanwezig.
Plangebied ligt niet in Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Rijntakken ligt op circa 9 kilometer afstand ten noorden van het plangebied. De ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebied is weergegeven op Figuur 4.7.
Natuurtoets Wijchen West projectnummer 471193.100 4 november 2021 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
Figuur 4.7. Ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van Natura2000-gebied (groene gebieden) (https://www.natura2000.nl/gebieden).
4.3.2
Natuurnetwerk Nederland en Groene Ontwikkelingszone In het plangebied is geen NNN-gebied aanwezig. Wel is Groene onwikkelingszone aanwezig. De ligging van het plangebied ten opzichte van NNN-gebied en Groene ontwikkelingszone is weergegeven op Figuur 4.8.
Natuurtoets Wijchen West projectnummer 471193.100 4 november 2021 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
Figuur 4.8. Ligging plangebied (rode contour) ten opzichte van NNN-gebied en de Groene ontwikkelingszone (Geconsolideerde Omgevingsverordening Gelderland (maart 2021), gldanders.planoview.nl/).
4.3.3
Bescherming van houtopstanden Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom Boswet. Daarmee vallen de houtopstanden in het plangebied niet onder de bescherming van de Wet natuurbescherming. De ligging van het plangebied ten opzicht van de bebouwde kom Boswet is weergegeven op op Figuur 4.9.
Natuurtoets Wijchen West projectnummer 471193.100 4 november 2021 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
Figuur 4.9. Ligging van de bebouwde kom Boswet en daarmee middels de Wet natuurbescherming beschermde houtopstanden (bruine kleur) (gelderland.maps.arcgis.com).
Natuurtoets Wijchen West projectnummer 471193.100 4 november 2021 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
5
Toetsing In paragraaf 5.1 worden de werkzaamheden getoetst aan de soortenbescherming (Wnb). Indien vervolgstappen aan de orde zijn, is dit aangeven in een tekstkader. In paragraaf 5.2 wordt het plan getoetst aan het beschermingsregime van het NNN-gebied en de Wet natuurbescherming (Wnb).
5.1
Toetsing effect op beschermde soorten
5.1.1
Vogels Jaarrond beschermde nesten Er is een aantal vogelsoorten waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en bij verwijdering van de broedplaats altijd ontheffing moet worden aangevraagd. Dit zijn de zogenoemde categorie 1-4-vogelsoorten (zie Bijlage 1). Het is niet uit te sluiten dat vaste rust- en verblijfplaatsen van een aantal verschillende vogelsoorten in het plangebied aanwezig zijn. Het gaat om de steenuil, kerkuil, ransuil, huismus, buizerd, sperwer, wespendief, zwarte wouw en boomvalk. Voor deze soorten geldt dat aantasting van nesten niet zonder meer toegestaan is. Indien daadwerkelijk nestplaatsen van de soorten aanwezig zijn in de bomen en/of bebouwing en deze wordt gekapt/gesloopt dan worden de beschermde verblijfplaatsen verstoord en vernietigd. Dit is een overtreding van gestelde verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming (artikel 3.1). Om de functie van het plangebied en tevens het effect van de plannen op deze eventueel aanwezige jaarrond beschermde nesten te kunnen bepalen, is een vervolgonderzoek naar het voor komen van deze soorten en hun nesten noodzakelijk.
Natuurtoets Wijchen West projectnummer 471193.100 4 november 2021 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
Nader onderzoek Huismus Om bij de voorbereiding van de realisatie te bepalen of eventuele verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden worden, is tijdig en nauwkeurig inzicht noodzakelijk in het daadwerkelijke gebruik en de functie van de bebouwing in het plangebied voor de huismus. Dit dient onderzocht te worden aan de hand van het geldende kennisdocument van BIJ12 (BIJ12, 2017). Nader onderzoek, conform het kennisdocument, vindt in het voorjaar plaats (huismus: meerdere malen in de optimale periode 1 april – 15 mei) Steenuil Voor de steenuil geldt dat de beste periode om een territorium van steenuilen aan te tonen 1 februari tot en met 30 april is. Gedurende drie bezoeken kan de aan- of afwezigheid aangetoond worden (BIJ12, 2017). Hierbij moet tussen het eerste en het laatste bezoek minimaal één maand zitten. Tegelijkertijd met de overige onderzoeken wordt gelet op bedelende jongen, geluiden van de steenuil en sporen (zoals braakballen, mestsporen en veren) in het plangebied. Ook kan navraag gedaan worden bij bewoners en bij de lokale uilenwerkgroep. Ransuil Tijdens drie gerichte veldbezoeken verspreid in de periode van maart tot en met juni wordt door middel van avondbezoeken gezocht naar ransuilen. Daarnaast wordt overdag gezocht zijn naar sporen die de aanwezigheid van een nestplek aannemelijk maken zoals braakballen of krijtstrepen.
Kerkuil Tijdens drie gerichte veldbezoeken verspreid in de periode van begin februari tot en met half oktober wordt door middel van avondbezoeken gezocht naar kerkuilen. Daarnaast wordt overdag gezocht zijn naar sporen die de aanwezigheid van een nestplek aannemelijk maken zoals braakballen of krijtstrepen. Ook kan navraag gedaan worden bij bewoners en bij de lokale uilenwerkgroep. Deze aanpak is gebaseerd op de richtlijnen uit het kennisdocument kerkuil (BIJ12, 2017). Jaarrond beschermde nesten (oa. buizerd, sperwer, wespendief, zwarte woud, boomvalk) Tijdens vier gerichte veldbezoeken in de periode maart tot half mei wordt gezocht naar nesten. De inventarisatie vindt bij voorkeur tijdens goede omstandigheden (zoals weersomstandigheden, moment op de dag) plaatsvinden met een tussenperiode van minimaal 10 dagen. Tevens moet bij voorkeur in de periode dat er nog geen blad aan de boom zit, minimaal éénmaal gericht naar nestlocaties zijn gezocht. Deze aanpak is gebaseerd op het kennisdocument buizerd (BIJ12, 2017) en de SOVON-BMP methode.
Algemene broedvogels Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming (artikel 3.1). Met de meeste broedvogels kan echter in het algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door eventuele kap- en sloopwerkzaamheden niet uit te voeren in de broedtijd (circa maart tot en met juli 1)) en indien concrete broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze zijn geen belemmeringen vanuit de Wet natuurbescherming aan de orde.
1
Voor het broedseizoen wordt in het kader van de wet geen standaardperiode gehanteerd. Het broedseizoen is afhankelijk van klimatologische omstandigheden; dit houdt in dat het seizoen eerder dan wel later van start kan gaan en eerder dan wel later kan eindigen. Van belang is of er broedgevallen aanwezig zijn.
Natuurtoets Wijchen West projectnummer 471193.100 4 november 2021 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
Zo kunnen in het plangebied nesten gebouwd worden door (algemeen voorkomende) soorten met name in opgaande vegetatie). Indien nesten aanwezig zijn mogen deze tijdens de broedperiode (en wanneer deze in gebruik zijn) niet verwijderd of verstoord worden. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen om te werken dan dient het plangebied (waar de werkzaamheden plaatsvinden) vóór het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden voor (broed)vogels. Mocht dit niet mogelijk zijn dan dient vooraf aan de werkzaamheden het plangebied gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van broedvogels door een erkend ecoloog. Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het plangebied dan worden locatiespecifieke maatregelen voorgesteld en/of wordt het plangebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden totdat het nest niet meer in gebruik is.
5.1.2
Zoogdieren Vleermuizen Het kan niet worden uitgesloten dat essentiële onderdelen van het leefgebied van vleermuizen in het plangebied voor komen. Vleermuizen zijn opgenomen in Tabel 3.5 van de Wet natuurbescherming. Om het effect van het voornemen op vleermuizen te kunnen bepalen en om te kunnen bepalen of er sprake is van overtreding van een verbodsbepaling uit de Wet natuurbescherming is een nader onderzoek naar het voor komen van de soorten in het plangebied nodig. Nader onderzoek vleermuizen Om te bepalen of eventuele verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden worden, is inzicht noodzakelijk in het daadwerkelijke gebruik en de functie van het plangebied voor de vleermuizen. Dit dient onderzocht te worden aan de hand van het meest recente vleermuisprotocol uit 2021 (Netwerk Groene Bureau’s, 2020). Vleermuizen gebruiken hun leefgebied door het jaar heen op verschillende manieren. Daarom is het nodig om het plangebied verspreid over het actieve seizoen van de soorten (tussen april en oktober) te bezoeken. Enkele bezoeken zijn nodig in de periode mei – augustus én enkele bezoeken zijn noodzakelijk in de periode augustus – september/oktober. Vooralsnog is onduidelijk welke functies in het plangebied aanwezig kunnen zijn.
Derhalve dient zowel in de zomer- en kraamperiode (mei - half augustus) als in de paarperiode (half augustus – september/oktober) onderzoek gedaan te worden.
Andere zoogdieren Het kan niet worden uitgesloten dat de bever, das, eekhoorn, steenmarter en kleine marterachtigen in het plangebied voor komen. De bever is opgenomen in Tabel 3.5 van de Wet natuurbescherming. De overige soorten staan in Tabel 3.10. Om het effect van het voornemen op de soorten te kunnen bepalen en om te kunnen bepalen of er sprake is van overtreding van een verbodsbepaling uit de Wet natuurbescherming is een nader onderzoek naar het voor komen van de soorten in het plangebied nodig.
Natuurtoets Wijchen West projectnummer 471193.100 4 november 2021 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV
Nader onderzoek kleine marters, steenmarter en das. De volgende aanpak is gebaseerd op de Handreiking kleine marterachtigen in relatie tot soortenbescherming (Provincie Noord Brabant, 2017). Een dergelijke handreiking is niet beschikbaar in de provincie Gelderland. Voor de das is de onderzoeksopzet gebaseerd op het kennisdocument das (BIJ12, 2017). Het onderzoek naar de kleine marters, steenmarter en das wordt uitgevoerd met mostela’s, struikrovers en losse cameravallen. Mostela’s zijn standaard cameravallen welke in een behuizing worden geplaatst met twee openingen geschikt voor marterachtigen. De struikrover is een langwerpige buis met een camera en een lokstof. De mostela’s zijn geschikt voor het in beeld brengen van de wezel en in mindere mate ook de hermelijn. De struikrover is geschikt voor het in beeld brengen van alle kleine marterachgien, de steenmarter en de das. Specifiek voor de das moeten bij de mogelijke burcht losse cameravallen worden neergezet. Deze cameravallen zijn 6 weken actief in de periode mei 2020 – september 2020, waarbij ze elke twee weken worden uitgelezen en de batterijen ververst worden. De verschillende inventarisatiemethoden vullen elkaar aan en zullen een nauwkeurig beeld van de verspreiding weergeven van de soorten.