CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Wijchen 2024

Raad openbaar Wijchen 30 november 2023, gemeente wijchenBij agendapunt: 144243 beslisnota verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Wijchen 202434.756 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt afwijken van de bepalingen van deze verordening als de toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel 40. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2024. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Wijchen 2024. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Wijchen op 19 december 2023. De voorzitter

De griffier

R. Helmer-Englebert

L. Berendsen

21

BIJLAGE 1 Vormen van maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Vormen van maatschappelijke ondersteuning Op grond van de Wmo 2015 kunnen de volgende voorzieningen worden verstrekt: -

Huishoudelijke hulp Rolstoel Woonvoorzieningen Woningaanpassingen Vervoersvoorzieningen Vervoersregeling

-

sportvoorzieningen Begeleiding Persoonlijke verzorging Dagbesteding Kortdurend verblijf Beschermd wonen Opvang Waakvlambegeleiding*

De volgende vormen van algemene voorzieningen zijn op grond van de Wmo 2015 beschikbaar: - rolstoelpool - inloop- en ontmoeten - vrijwilligersververvoer OpStap - vrij toegankelijke dagbesteding Vormen van jeugdhulp De volgende vormen van algemene voorzieningen jeugdhulp zijn beschikbaar: -

Welzijnswerk/sociaal cultureel werk jeugd Schoolmaatschappelijk werk

-

Opvoedondersteuning en opvoedadvies jeugdhulp op de Sint Maartenschool

De volgende vormen (bouwstenen) van maatwerkvoorzieningen jeugdhulp zijn beschikbaar: Blok B Reguliere begeleiding en verzorging en begeleiding Specialistische begeleiding Dagbesteding (intersectoraal) Dagbehandeling (intersectoraal) Consultatie en advies** -

Vaktherapie Kortdurend verblijf Casemanagement Vervoerdiensten GGZ (behandeling basis Jeugd GGZ, specialistische Jeugd GGZ (incl. observatie en diagnostiek) en dyslexie en Jeugd GGZ-beschikbaarheidscomponent voor 24-uurs

22

crisiszorg) Blok C Time out voorziening/ tussenvoorziening Pleegzorg Gezinshuis Beschermd wonen Behandelgroep 24uurs op terrein JeugdzorgPlus -

Klinische opname Spoedopvang in het kader van spoedeisende hulp Ambulant in C (ambulante behandeling J&O LVG, ambulante groepsgerichte behandeling J&O J-LVG, multisysteemtherapie, MDFT, ACRA / Craft, Gezin Centraal / IOG)

-

Jeugdbescherming Jeugdreclassering Drang

Toelichting bij de bouwstenen van maatwerkvoorzieningen: 1. Bouwstenen kunnen gecombineerd worden ingezet, hierbij gaat de voorkeur uit naar het laten uitvoeren van de ondersteuning door dezelfde professional. Twee dezelfde bouwstenen kunnen niet tegelijkertijd worden ingezet. 2. Dagbesteding, Dagbehandeling en Kortdurend Verblijf Jeugd kan alleen geleverd worden als de zorgaanbieder ook het noodzakelijk geachte vervoer verzorgt of laat verzorgen. 3. Casemanagement Jeugd is een stapel-Bouwsteen. Casemanagement kan alleen worden ingezet door het sociaal team of door een Gecertificeerde Instelling ter uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of maatregel tot jeugdreclassering, bij een door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder. 4. Vrij toegankelijk aanbod gaat voor op een maatwerkvoorziening. 5. Groepsaanbod gaat voor op individueel aanbod. 6. Persoonlijke verzorging kan alleen worden gegeven als onderdeel van begeleiding. 7. Waakvlambegeleiding (Wmo) kan aansluitend op een bestaande indicatie voor reguliere of specialistische begeleiding gegeven worden in dezelfde bouwsteen voor maximaal 12 uur per jaar. * De praktijk heeft uitgewezen dat er situaties zijn waarin iemand ondersteuning heeft gehad maar dat nu niet meer standaard nodig heeft.

Toch kan zich de situatie voordoen waarin diegene dan toch behoefte heeft om -ad hoc- te kunnen schakelen met een voor hem/haar vertrouwde zorgverlener. Waakvlambegeleiding voorziet in die behoefte; 8. Consultatie en advies (Jw) kan aansluitend op een bestaande indicatie gegeven worden in dezelfde bouwsteen voor maximaal 20 uur per jaar. ** Deze bouwsteen voorziet in de behoefte aan op afroep beschikbare zorg met een geringe omvang, uitgevoerd door de aanbieder van de voorgaande indicatie, omdat deze bekend is met problematiek van de cliënt; 9. Alleen in bijzondere individuele situaties kan een ruimere indicatie worden gegeven dan: - 4 dagdelen per week voor dagbesteding; - 3 uur per week voor reguliere, specialistische en praktische begeleiding.

23

Bijlage 2 Financiële bijlage HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN Artikel 1 Begripsbepalingen In deze bijlage wordt verstaan onder: a. Eenmalig persoonsgebonden budget: een pgb dat eenmalig door de gemeente uitbetaald wordt voor een (vervoers)voorziening, een vervoerskostenvergoeding of een woningaanpassing. b. Instandhoudingskosten: de noodzakelijke kosten om een voorziening in stand te houden, in het bijzonder de kosten van onderhoud en reparatie en, voor zover van toepassing, de verzekeringskosten. c. Voltijdopvang of 24-uurs verblijf vrouwenopvang waaronder crisisopvang: een tijdelijk verblijf gedurende een volledig etmaal of langer, al of niet op een geheim adres, voor vrouwen of mannen met of zonder hun kinderen die gevlucht zijn voor huiselijk geweld of dreiging van relationeel geweld. De 24-uurs voorziening omvat onderdak, slaapgelegenheid, begeleiding op diverse aspecten en eventueel voeding. d. Voltijdopvang of 24-uurs verblijf maatschappelijke opvang waaronder crisisopvang: een tijdelijk verblijf gedurende een volledig etmaal of langer, voor mensen die dakloos of thuisloos zijn. De 24-uurs voorziening omvat onderdak, slaapgelegenheid, begeleiding op diverse aspecten en eventueel voeding. Artikel 2 Bijdrage in de kosten van een maatwerkvoorziening 1. Voor maatwerkvoorzieningen die in natura of als pgb worden verstrekt is een bijdrage in de kosten verschuldigd. 2.

Indien een cliënt een duurdere maatwerkvoorziening wil dan de goedkoopst adequate maatwerkvoorziening, komen de meerkosten van deze voorziening voor rekening van de cliënt. Over de meerkosten is geen eigen bijdrage verschuldigd. 3. In afwijking van het onder lid 1 gestelde, is geen bijdrage in de kosten verschuldigd voor: a. Rolstoelvoorziening, duwondersteuning, rolstoelaccessoires, met uitzondering van incidentele (handbewogen) rolstoelen b. Collectief vervoer of de vervoersvergoeding die als alternatief wordt verstrekt c. Woningaanpassingen in gemeenschappelijke ruimte(n) d. Huurderving e. Maatwerkvoorzieningen voor een minderjarige cliënt f. Arbeidsmatige dagbesteding g. Ondersteuning aan zorgmijders zolang de situatie niet stabiel is h. Problematische schuldensituatie van cliënt voor zover de cliënt meewerkt aan een schuldregeling en maximaal voor zolang de schuldregeling duurt i. Handbike j. Pendel k. Eenmalige tegemoetkoming voor meerkosten l. Jeugdhulp m. Casemanagement n. Onderhoud en reparatie van woningaanpassingen (o.a. traplift). o. Waakvlambegeleiding in de vorm van reguliere of specialistische begeleiding tot maximaal 12 u per jaar.

24

Artikel 3 Omvang van de bijdrage in de kosten 1. Berekening, oplegging, vaststelling en inning van de bijdrage in de kosten van een maatwerkvoorziening vindt plaats door het CAK met in achtneming van de door de gemeente Wijchen vastgestelde regels. 2. In afwijking van lid 1 vindt de vaststelling en inning van de bijdrage in de kosten van de cliënt van een algemene voorziening plaats door de aanbieder van deze voorziening. 3. In afwijking van lid 1 vindt de vaststelling en inning van de bijdrage in de kosten van de cliënt voor een maatwerkvoorziening voor opvang plaats door de aanbieder die de opvang verzorgt. 4. De maximale bijdrage in de kosten, voor zover niet bepaald in lid 5 en voor zover niet begrenst door het abonnementstarief, wordt als volgt bepaald: 1. Bij de verstrekking (ook vervanging) in natura: a. Huurprijs per zorgperiode of b. Kostprijs (verstrekt bedrag) van de maatwerkvoorziening. 2. Bij verstrekking als pgb: verstrekt bedrag voor de maatwerkvoorziening. 3. Bij verstrekking als pgb voor hulp bij het huishouden en begeleiding/dagbesteding: verstrekt bedrag per zorgperiode. 5. De looptijd van de bijdrage in de kosten wordt bepaald door de duur van de verstrekking.

HOOFDSTUK 2 COMPENSATIE OP BASIS VAN LEEFGEBIED EN MAATWERKVOORZIENING Paragraaf 2.1 Activiteiten dagelijks leven Artikel 4 Hulp bij het huishouden 1. De tarieven voor hulp bij het huishouden in natura worden bepaald door de middels een aanbesteding door de gemeente bedongen uurtarieven. 2. Het pgb wordt berekend naar een bedrag per uur (zie bijlage). Indien er sprake is van hulp bij het huishouden gedurende een deel van een uur, wordt het pgb naar evenredigheid berekend. 3. Bij overlijden van de cliënt die een partner heeft, wordt de hulp bij het huishouden in natura en pgb na 4 weken beëindigd. Paragraaf 2.2 Huisvesting Artikel 5 Woonvoorzieningen 1. Het bedrag voor een maatwerkvoorziening voor huisvesting die in natura of als eenmalig pgb wordt verstrekt, wordt vastgesteld als tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in een door het college geaccepteerde offerte die voldoet aan het programma van eisen. 2. a. Als eenmalige tegemoetkoming voor aantoonbare meerkosten van een verhuizing naar een gelet op de beperkingen voor de cliënt op dat moment voor de cliënt meest geschikte eengezinswoning geldt als normbedrag € 2.040,-; b. Als eenmalige tegemoetkoming voor aantoonbare meerkosten van een verhuizing naar een gelet op de beperkingen van de cliënt op dat moment voor

25

3.

4.

5. 6.

de cliënt meest geschikte extramuraal appartement geldt als normbedrag € 1.020,- . c. Als eenmalige tegemoetkoming voor aantoonbare meerkosten van een verhuizing naar een gelet op de beperkingen van de cliënt op dat moment voor de cliënt meest geschikte intramuraal appartement geldt als normbedrag € 510,Het bedrag voor een maatwerkvoorziening voor huurderving (in natura of als pgb) wordt verstrekt indien een leegstaande woning is aangepast of aan te passen valt voor een bedrag van meer dan € 4.629,-.De tegemoetkoming is gebaseerd op de netto (kale) huurprijs en kan maximaal zes zorgen worden verstrekt. Een eenmalige tegemoetkoming voor meerkosten in verband met tijdelijke huisvesting kan maximaal zes maanden worden verstrekt. De vergoeding vindt plaats op basis van de werkelijk gemaakte kosten tot een maximum van € 495,per maand in de kosten van het tijdelijk betrekken van zelfstandige woonruimte en het langer aanhouden van de verlaten woonruimte. Bij het tijdelijk betrekken van niet-zelfstandige woonruimte geldt een maximum van € 250,- per maand. Een eenmalige tegemoetkoming voor meerkosten voor het bezoekbaar maken van een woning bedraagt maximaal € 2.000,-.

Een eenmalige tegemoetkoming voor verhuiskosten voor het vrijmaken van een woning bedraagt de werkelijk gemaakte verhuiskosten, indien door het vrijkomen van de woning wordt voorkomen dat een andere woning voor een persoon met beperkingen moet worden aangepast voor meer dan € 4.629,-. Voor de inrichtingskosten wordt aangesloten bij de bedragen die door het NIBUD worden gehanteerd voor inrichting.

Artikel 6 Waardestijging woning bij verkoop 1. De waardestijging van de woning die door het ontvangen van een woonvoorziening ontstaat, moet bij verkoop van de woning gedeeltelijk aan de gemeente Wijchen te worden betaald. 2. Voor het bepalen van de waardestijging wordt uitgegaan van: a. Het toegekende bedrag voor de woonvoorziening minus de bijdrage in de kosten die voor de woonvoorziening is betaald; b. Een afschrijving van 10% voor elk vol jaar dat de woonvoorziening is gerealiseerd. Paragraaf 2.3 Verplaatsen en vervoer Artikel 7 Rolstoelvoorzieningen Het pgb voor een rolstoel wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de goedkoopst adequate maatwerkvoorziening in natura, verhoogd met het gemiddelde bedrag voor onderhoud, reparatie en (indien van toepassing) WA-verzekering voor vergelijkbare rolstoelen. Artikel 8 Vervoersvoorzieningen Het pgb voor vervoersvoorzieningen wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de goedkoopst adequate maatwerkvoorziening in natura verhoogd met de instandhoudingskosten voor onderhoud, reparatie en (indien van toepassing) WAverzekering over een periode van 7 jaar.

26

Artikel 9 Primaat bij collectief vervoer Bij het compenseren van beperkingen bij het zich lokaal verplaatsen ligt het primaat bij het collectieve vervoerssysteem via AVAN. Artikel 10 Vervoersvergoedingen 1. De cliënt die als gevolg van aantoonbare beperkingen geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer of voor wie het openbaar vervoer niet compenserend is, kan in aanmerking komen voor een Wmo-vervoerspas voor gebruik van het collectief vervoer. Met deze vervoerspas kan een korting worden verkregen op het normale tarief van dit collectief vervoer. 2. Bij een Wmo-vervoerspas voor AVAN betaalt de gemeente het verschil tussen het AVAN-tarief per kilometer en het reguliere OV-tarief per kilometer. De persoon met de Wmo-vervoerspas betaalt het OV-tarief per kilometer aan de vervoerder. 3. De persoon met een Wmo-vervoerspas kan per jaar maximaal 1500 kilometer reizen met AVAN op basis van het reguliere OV-tarief. 4. Als AVAN geen compenserende voorziening is en iemand geïndiceerd is voor ander vervoer, dan kan een eenmalig pgb worden verstrekt tot de volgende maximale bedragen per jaar: a. Maximaal € 454 voor gebruik van een (eigen) auto of vervoer door derden; b. Maximaal € 2.686 bij vervoer per taxi; c. Maximaal €3.022 bij vervoer per rolstoeltaxi. 5.

De in lid 4 genoemde bedragen worden gehalveerd voor personen die verblijven in een instelling, tenzij blijkt dat deze halvering niet met de vervoersbehoefte van de persoon in overeenstemming is. 6. Voor personen die beschikken over een ander vervoermiddel waarmee binnen Wijchen zelfstandig in de vervoersbehoefte voorzien kan worden, worden de bedragen genoemd in lid 4 met 40% verlaagd. 7. Het eenmalig pgb dat wordt verstrekt ten behoeve van kinderen voor gebruik van auto, taxi of rolstoeltaxi bedraagt: a. Bij kinderen < 4 jaar: nihil; b. Bij kinderen > 4 jaar en < 12 jaar: de helft van het bedrag genoemd in lid 4; c. Bij kinderen > 12 jaar: het bedrag genoemd in lid 4. 8. Indien sprake is van een zeer geringe mobiliteit bedraagt het aanvullende eenmalig pgb €115,- per jaar. 9. Bij een aanpassing van een auto die uit medisch oogpunt noodzakelijk is, worden de noodzakelijke aanpassingskosten vergoed. 10. Bij een aanpassing van een auto die niet uit medisch oogpunt noodzakelijk is, beperkt het eenmalig pgb zich tot de strikt noodzakelijke kosten met een maximum van €5.712,-. De vergoeding wordt alleen verstrekt indien voldaan is aan beide onderstaande voorwaarden: a. Er is een indicatie voor het collectief vervoer afgegeven, maar de klant kiest ervoor om gebruik te maken van een eigen aangepaste auto én b.

De indicatie is verstrekt aan een kind dat jonger is dan 12 jaar of aan een ouder met beperkingen die zich gezamenlijk met (een) eigen jonger(e) kind(eren) in een aangepaste eigen auto wil verplaatsen. Paragraaf 2.4 Maatschappelijke participatie

27

Artikel 11 Sportvoorziening 1. De eenmalige tegemoetkoming in de meerkosten van een niet lichaamsgebonden sportvoorziening bedraagt maximaal € 3.409,-2. Dit bedrag is een tegemoetkoming in de aanschaf en het onderhoud van een niet lichaamsgebonden sportvoorziening voor een periode van drie jaar. Paragraaf 2.5 Geestelijke gezondheid Artikel 12 Beschermd wonen 1. De tarieven voor beschermd wonen in natura worden bepaald door de middels een aanbesteding bedongen (uur)tarieven. 2. De vaststelling van een pgb voor beschermd wonen of beschermd thuis vindt plaats op basis van vijf categorieën. De vorm van wonen (woongroep of individueel) en de intensiteit / kwaliteit van de benodigde (groeps-)begeleiding bepalen welke categorie beschermd wonen of beschermd thuis wordt toegekend. 3. Binnen beschermd wonen en beschermd thuis wordt onderscheid gemaakt tussen de zorgverlening door professionals en niet-professionals. Bij zorgverlening door professionals wordt een standaardtarief per dag gehanteerd. Voor niet-professionals wordt gerekend met een uurtarief. Onder niet-professionals wordt het sociaal netwerk van een cliënt verstaan. 4. De vaststelling van het pgb voor beschermd wonen of beschermd thuis is gebaseerd op het totaal aantal begeleidingsuren dat een cliënt met een bepaald profiel nodig zou hebben.

De cliënt mag, binnen het totaal aantal uren, vanwege zijn specifieke situatie de verdeling tussen individuele en groepsbegeleiding afwijkend invullen. Categorie

Agogisch klimaat in uren per week

Totaal aantal uren begeleiding per week

0 3,5

Begeleiding individueel uren per week 2,5 2,5

Beschermd thuis licht Beschermd thuis groep licht Beschermd thuis groep middelzwaar Beschermd wonen: groep zwaar

7

2,5

9.5

10

2,5

12,5

Beschermd wonen: intensief

12,5

2,5

15

2,5 6

5. In bepaalde gevallen wordt het pgb niet berekend op basis van dagtarieven maar op basis van uurtarieven. Het zal dan gaan om de volgende situaties: 1. De budgethouder geeft aan gebruik te willen maken van niet professionele zorg. 2. De budgethouder geeft aan gebruik te willen maken van een mix van niet professionele (informeel) en professionele zorg (formeel). Na uitsplitsing van het aantal formele en informele uren die de budgethouder nodig heeft, worden deze toegekend conform de uurtarieven in de tabel (bijlage 3).

28

3.

Als de indicatiesteller (GGD Gelderland-Zuid, Toegang beschermd wonen) constateert dat de individuele zorgvraag significant hoger of lager ligt dan het gemiddelde aantal uren dat gerekend mag worden bij de geïndiceerde categorie. In voorkomende gevallen zal de GGD een advies geven over het aantal uren dat de betreffende cliënt nodig heeft. 6. Indien een cliënt met een pgb voor beschermd wonen zowel zorg inkoopt bij een professionele zorgverlener als bij een niet-professionele zorgverlener, dan leveren beide partijen ieder een deel van de totaal geïndiceerde hoeveelheid zorg. Het totaal aantal uren kan de uren in bovenstaande tabel niet overschrijden Paragraaf 2.6 Begeleiding en dagbesteding Artikel 13 Tarieven voor begeleiding en dagbesteding 1. De tarieven voor begeleiding en dagbesteding in natura worden bepaald door de middels een aanbesteding bedongen (uur)tarieven. 2. De vaststelling van een pgb voor begeleiding en dagbesteding vindt plaats in de vorm van een bedrag per eenheid. (zie bijlage 3). 3. Voor het vaststellen aan wie een bijdrage in de kosten wordt opgelegd bij de maatwerkvoorziening begeleiding, is bepalend op wiens naam deze voorziening wordt verstrekt. Paragraaf 2.7 Opvang Artikel 14 Opvang 1. Een bijdrage in de kosten is verschuldigd indien een persoon van 18 jaar of ouder gebruik maakt van opvang. 2. De bijdrage in de kosten wordt bepaald per dag.

De bijdrage is verschuldigd voor iedere dag of gedeelte van een dag, waarop de cliënt gebruik maakt van het aanbod van een instelling. 3. De bijdrage in de kosten voor opvang is gebaseerd op het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde cliënt, of van de gehuwde cliënten samen, vermeerderd met 8% van het vermogen van de ongehuwde cliënt, of 4% van de opgetelde vermogens bij de gehuwde cliënten. 4. Indien de instelling bij voltijdopvang of 24-uurs verblijf maatschappelijke opvang of vrouwenopvang (waaronder crisisopvang) geen voeding aan de cliënt verstrekt, wordt de bijdrage in de kosten verminderd met een bedrag voor voeding. Dit bedrag is gelijk aan het bedrag, dat het Nibud berekent als gemiddelde voedingskosten. 5. Als een cliënt een vergoeding ontvangt voor vrijwilligerswerk, wordt deze vergoeding buiten beschouwing gelaten bij het berekenen van de bijdrage in de kosten. 6. Voor cliënten die gebruik maken van de crisisopvang en tegelijkertijd nog kosten hebben voor een zelfstandige woonruimte, wordt de bijdrage in de kosten gedurende maximaal 6 maanden verminderd met een forfaitair bedrag voor dubbele woonlasten, zijnde 20% van de bijstandsnorm. HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS OVER HET PGB Artikel 15 Budgetperiode en tussentijdse verstrekking 1. Het eenmalig pgb wordt geacht in ieder geval toereikend te zijn voor een periode

29

2.

3.

4.

overeenkomend met de gemiddelde levensduur die, voor zover van toepassing, geldt voor de met het pgb te kopen voorziening. Indien de periode waarvoor een eenmalig pgb is gegeven nog niet is verstreken kan een aanvullend pgb alleen worden gegeven in de volgende situaties: a. Er is sprake van gewijzigde omstandigheden die aanpassing dan wel vervanging van het hulpmiddel noodzakelijk maken. b. Er is sprake van een calamiteit die belanghebbende niet te verwijten is. Als de met het eenmalig pgb aangeschafte voorziening na het verstrijken van de budgetperiode nog adequaat, kwalitatief verantwoord en compenserend is, dan wordt geen nieuw pgb gegeven. In de situatie als bedoeld in lid 3 kan wel een pgb voor instandhoudingskosten worden gegeven.

Artikel 16 Betaling van het eenmalig pgb Het eenmalig pgb wordt uitsluitend betaald door overschrijving op een door de cliënt of diens gemachtigde opgegeven bankrekeningnummer of rechtstreeks aan de leverancier. Artikel 16a Roerende voorziening niet meer in gebruik 1. Wanneer een roerende voorziening die met een eenmalig pgb is aangeschaft niet meer door de cliënt gebruikt wordt of kan worden moet de cliënt of zijn erfgenaam de restwaarde aan de gemeente vergoeden. 2. Voor het bepalen van de restwaarde wordt uitgegaan van: a Het toegekende bedrag voor de voorziening minus de bijdrage in de kosten die voor de voorziening is betaald; b Een afschrijving van 15% voor elk vol jaar dat de voorziening is aangeschaft. HOOFDSTUK 4 JEUGDHULP Artikel 17 Tarieven jeugdhulp 1. De tarieven voor jeugdhulp in natura worden bepaald door de middels een aanbesteding bedongen (uur)tarieven. 2. De vaststelling van een pgb voor jeugdhulp vindt plaats in de vorm van een bedrag per eenheid. (Zie bijlage 3) HOOFDSTUK 5 OVERIG Artikel 18 Mantelzorgwaardering 1. Het bedrag dat per jaar verstrekt wordt voor de mantelzorgwaardering bedraagt maximaal € 150,-. 2. De mantelzorgwaardering moet worden aangevraagd door de mantelzorgontvanger. 3. De mantelzorgontvanger woont extramuraal binnen de gemeente Wijchen. 4.

De mantelzorg die aan de in lid 2 bedoelde persoon wordt verleend overtreft de gebruikelijke zorg en vindt gedurende tenminste 8 uur per week gedurende een aaneengesloten periode van tenminste 3 maanden in het jaar waarin wordt aangevraagd plaats. 5. De aanvraag voor mantelzorgwaardering kan worden ingediend vanaf 1 april tot uiterlijk 31 december van het betreffende jaar. 6. Er kan zowel tijdens de behandeling van de aanvraag als na toekenning steekproefsgewijs of incidenteel (signaalgestuurd) controle plaatsvinden.

30

Artikel 19 Bijdrage extra kosten chronisch zieken 1. De tegemoetkoming aan de cliënt met een chronische lichamelijke of psychische beperking en die in verband daarmee aannemelijke meerkosten heeft bedraagt € 325,- per kalenderjaar. 2. De tegemoetkoming wordt op aanvraag verstrekt. 3. De aanvraag voor de tegemoetkoming kan worden ingediend tot uiterlijk 31 december van het betreffende jaar. 4. De beleidsregel Bijdrage extra kosten chronisch zieken Wijchen 2023 is van toepassing. 5. Er kan zowel tijdens de behandeling van de aanvraag als na toekenning steekproefsgewijs of incidenteel (signaalgestuurd) controle plaatsvinden. Artikel 20 Doorberekening kosten (medisch) advies (no-show-tarief) 1. De kosten (no-show-tarief) die door de adviesinstantie bij de gemeente in rekening worden gebracht, voor het zonder bericht wegblijven van een cliënt op een afspraak, worden in rekening gebracht bij de desbetreffende cliënt. 2. Indien de cliënt een geldige reden heeft voor het wegblijven op een afspraak wordt het “no-show-tarief” niet in rekening gebracht bij de desbetreffende cliënt. Artikel 21 Doorberekening medisch advies na indicatie gebruik collectief vervoer 1. Indien op voorhand duidelijk is dat er geen medische beperkingen zijn voor het gebruik van het collectief vervoer wordt geen medisch advies opgevraagd. 2.

In afwijking van lid 1 kan op verzoek van de cliënt een medisch advies worden opgevraagd bij de adviesinstantie van de gemeente, maar de kosten van dit advies worden doorberekend aan de cliënt. 3. Als het medisch advies alsnog leidt tot een positieve indicatie, worden de advieskosten terugbetaald aan de cliënt. Paragraaf 2. Persoonsgebonden budget Artikel 21 Bewaartermijn pgb administratie De bewaartermijn voor de pgb-administratie is 7 jaar. Artikel 22 Overlijden budgethouder Bij overlijden van de budgethouder wordt de in vorm van pgb verstrekte maatwerkvoorziening na vier weken beëindigd.

31

Bijlage 3 Maximale tarieven pgb Gemeente Wijchen 2024 MAXIMALE PGB-TARIEVEN GEMEENTE DRUTEN 2024 SOORT ZORG

Professionele zorg

WMO

Kortdurend verblijf ouderen blok A

WMO

Kortdurend verblijf volwassenen

WMO

WMO

Tijdelijk verblijf LVB met begeleiding en evt. verzorging Tijdelijk verblijf LVB met (dagelijks) intensieve begeleiding en verzorging en/of gedragsregulering Persoonlijke verzorging

€ 113,70 per etmaal € 130,53 per etmaal € 129,23 per etmaal € 175,76 per etmaal

WMO

WMO

Informele zorg (sociaal netwerk) € 34,69 per etmaal € 34,69 per etmaal n.v.t. n.v.t.

€ 35,55 per uur

€ 23,12 per uur

Dagbesteding volwassenen

€ 40,05 per dagdeel

€ 23,12 per dagdeel

WMO

Vervoer volwassenen

€ 18,00 per dag

n.v.t.

WMO

Dagbesteding basis ouderen blok A

€ 40,05 per dagdeel

€ 23,12 per dagdeel

WMO

€ 40,05 per dagdeel

€ 23,12 per dagdeel

WMO

Dagbesteding specialistisch ouderen blok A Vervoer ouderen blok A

€ 18,00 per dag

n.v.t.

WMO

Reguliere begeleiding volwassenen

€ 46,33 per uur

€ 23,85 per uur

WMO

Specialistische begeleiding volwassenen

€ 46,33 per uur

€ 23,85 per uur

WMO

€ 15,67 per uur

n.v.t.

€ 15,67 per uur

n.v.t.

WMO

Reguliere begeleiding in een groep volwassenen Specialistische begeleiding in een groep volwassenen Casemanagement volwassenen

€ 46,33 per uur

n.v.t.

WMO

Huishoudelijke hulp HH1

€ 20,45 per uur

€ 20,45 per uur

WMO

Huishoudelijke hulp HH2

€ 20,94 per uur

€ 20,94 per uur

JEUGD

Vervoer

€ 18,00 per dag

n.v.t.

JEUGD

Kortdurend verblijf

€ 34,69 per etmaal

JEUGD

Dagbesteding (intersectoraal))

€ 155,06 per etmaal € 40,05 per dagdeel

JEUGD

Dagbehandeling (intersectoraal)

€ 23,12 per dagdeel

JEUGD

Reguliere begeleiding

€ 103,38 per dagdeel € 46,33 per uur

JEUGD

Specialistische begeleiding

€ 46,33 per uur

€ 23,85 per uur

JEUGD

Reguliere begeleiding in een groep

€ 15,67 per uur

n.v.t.

JEUGD

Specialistische begeleiding in een groep

€ 15,67 per uur

n.v.t.

JEUGD

Verzorging en begeleiding

€ 72,34 per uur

€ 23,12 per uur

JEUGD

Ambulante groepsgerichte behandeling J&O en J-LVG en vaktherapie Vaktherapie

€ 103,38 per uur

n.v.t.

€ 72,99 per uur

€ 23,12 per uur

WMO

JEUGD

32

€ 23,12 per dagdeel

€ 23,85 per uur

JEUGD

Groepsgerichte vaktherapie

€ 24,32 per uur

n.v.t.

JEUGD

Casemanagement

€ 46,33 per uur

n.v.t.

Tarieven beschermd wonen 2023 In alle onderstaande categorieën is 2,5 uur aan persoonlijke begeleiding opgenomen. Voor de keuze van de van toepassing zijnde categorie zijn de vorm (woongroep of individueel), en de intensiteit van de benodigde groepsbegeleiding van belang. Bij onderstaande categorieën loopt de hoeveelheid benodigde groepsbegeleiding op, wat tot een hoger pgb-tarief leidt.

Product Wonen/verblijf

pgb professioneel Eenheid

Beschermd Thuis: licht

€ 26,77

per etmaal

€ 22,47

per uur

Beschermd Thuis: groep licht

€ 55,33

per etmaal

€ 22,47

per uur

Beschermd Thuis: groep middelzwaar

€ 82,43

per etmaal

€ 22,47

per uur

€ 106,91

per etmaal

€ 22,47

per uur

€ 127,31

per etmaal

€ 22,47

per uur

Beschermd Thuis: groep zwaar Beschermd Thuis: groep intensief

Overige producten

pgb informeel

Eenheid

pgb pgb Eenheid professioneel informeel

Dagbesteding

€ 35,14

€ 22,470

Dagdeel

Aanvullende dagbesteding

€ 35,14

€ 22,47

Dagdeel

Aanvullende begeleiding

€ 40,63

€ 22,47

Uur

Overbruggingszorg (begeleiding)

€ 40,63

€ 22,47

Uur

Vervoer van en naar dagbesteding

€ 11,33

n.v.t. Retourrit

Bij de berekening van het pgb-tarief zijn ‘wooncomponent‘, ‘inhuur begeleiding’, ‘verzorging(skosten)’, ‘risico/marge wonen’ en de helft van ‘opslag overhead’ uit de berekening van het pgb-tarief gehouden. Voor aanvullende producten zoals dagbesteding en aanvullende (specialistische) begeleiding worden de reguliere WMO pgb-tarieven voor deze producten gehanteerd (blok B).

33

Bijlage 4 Criteria pgb zorgaanbieders en onderaannemers Deze bijlage betreft een nadere uitwerking van artikel 11 lid 5 van de Verordening. Waar in deze bijlage wordt gesproken van ‘zorgaanbieder’, wordt zowel de pgbzorgaanbieder bedoeld als een onderaannemer, tenzij expliciet anders is aangegeven. Algemene criteria Geschiktheidseisen  

Het gaat om de geschiktheid om de opdracht uit te voeren. Daarvoor moet er bij de zorgaanbieder voldoende financieel economische draagkracht zijn en; De zorgaanbieder moet voldoen aan de beroepsbekwaamheidseisen, waaronder diploma-eisen en afhankelijk van de te leveren ondersteuning: bij jeugdhulp: een bewijs als geregistreerd professional jeugd (SKJ registratie), bij Wmo: certificering Wmo* en; De zorgaanbieder beschikt over de vereiste capaciteit, kennis en ervaring opgedaan in en blijkend uit tenminste één relevante referentieopdracht die in de afgelopen 3 jaar is uitgevoerd. De gevraagde kerncompetentie: - ZIN referentie (1 of meerdere referenties met minimaal 5 cliënten), of - Pgb referentie geanonimiseerd (1 of meerdere referenties met minimaal 5 cliënten) Bij een onvoldoende referentie kan de hoofdaannemer een schriftelijke verklaring afgeven waarmee hij instaat voor de uitvoering van de opdracht door de onderaannemer. Dit geldt niet voor pgb-zorgaanbieders die behoren tot het sociaal netwerk.

* Kwaliteitsborging: de zorgaanbieder waarborgt de systeemkwaliteit van zijn organisatie door een goed functionerend kwaliteitsmanagementsysteem waarmee de kwaliteit van dienstverlening en veiligheid van medewerkers (Arbo en RI&E) en cliënten systematisch wordt geborgd. De opdrachtnemer moet de kwaliteit van de geboden hulp systematisch bewaken, beheersen en verbeteren. De zorgaanbieder komt alleen in aanmerking voor de opdracht indien hij in bezit is van een keurmerk-certificaat of een aantoonbaar werkzaam eigen kwaliteitssysteem. Dit kan bijvoorbeeld blijken uit de volgende keurmerken: HKZ, ISO 9001(-2015), KIWA, Blik op werk keurmerk. Zorgaanbieders die niet over een certificering beschikken moeten op een andere manier aantonen dat zij een werkend systeem hebben geïmplementeerd voor het beheersen, bewaken, borgen en verbeteren van de kwaliteit van de dienstverlening door het overleggen van een adequaat kwaliteitsplan. Dit plan kent een gelijkwaardig niveau als de gestelde eisen bij de hiervoor genoemde keurmerken, e.e.a. te beoordelen door de opdrachtgever. Uitsluitingsgronden Er is bij de zorgaanbieder sprake van: 1. Het niet betalen van belasting en/of sociale premies 2. Deelneming in een criminele organisatie 3. Fraude

34

4. Terroristische misdrijven 5. Witwassen 6. Kinderarbeid/mensenhandel 7. Schending van verplichtingen op gebied van milieu, sociaal- of arbeidsrecht 8. Faillissement 9. Vervalsing van mededinging 10. Een belangenconflict 11. Valse verklaring(en) 12. Vroegtijdige beëindiging van een eerdere overeenkomst, schadevergoeding of sanctie 13. Onrechtmatige beïnvloeding 14. Ernstige beroepsfouten: a. doen van een gift of belofte of het aanbieden van een dienst; b. verstrekken van onjuiste gegevens of het ten onrechte niet verstrekken van juiste gegevens; c. handelen of nalaten waardoor de integriteit van werknemers of andere personen ernstig in gevaar wordt gebracht; d. begaan van gedragingen in strijd met voor het beroep relevante wet- en regelgeving, tuchtregels, toezichtregels, gedragsregels of gedragscodes; e. het verrichten van werkzaamheden die in strijd zijn met de openbare orde; f. alle andere delicten en gedragingen of omstandigheden die naar hun aard zijn aan te merken als ernstige fout in de uitoefening van het beroep. Screening kan bestaan uit: 1. Het door een zorgaanbieder overleggen van schriftelijke bewijsstukken die aantonen dat hij aan de geschiktheidseisen en/of kwaliteitseisen voldoet waaronder een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG); 2. Het doen van onderzoek in open dan wel gesloten bronnen; 3. Het vragen van een Bibob-advies bij het Landelijk Bureau Bibob.

Kwaliteitscriteria pgb zorgaanbieders en onderaannemers De gemeente is eindverantwoordelijk voor de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg aan cliënten. Ook als de ondersteuning wordt geboden via een pgb of onderaannemerschap. De zorgaanbieders moeten voldoen aan alle wettelijke, bovenwettelijke en gemeentelijke kwaliteitseisen, werken met deskundig personeel en kwalitatief goede zorg bieden, waarin de cliënt en zijn netwerk centraal staan. In geval van onderaanneming moet de hoofdaannemer garant staan voor de kwaliteitsonderdelen waarop de onderaannemer (nog) te kortschiet. De onderaannemer dient in ieder geval zelfstandig te voldoen aan de wettelijke kwaliteitskaders (zie onder kwaliteitseisen). 1. Het hulpverleningsplan en evaluatieverslag moet aan de volgende eisen te voldoen: Onderstaande is alleen van toepassing als voor het type zorg of ondersteuning een hulpverleningsplan en/of evaluatieverslag is vereist. De gemeente hecht (er) veel waarde aan: 1.

“één huishouden, één plan” waarin alle leefdomeinen aan bod komen en samenhang is tussen de hulp van de verschillende dienstverleners en de informele zorg en ondersteuning;

35

2.

dat iedereen zijn eigen mogelijkheden benut, zelfregie houdt over zijn leven en zijn sociale netwerk versterkt (samenredzaamheid); 3. dat ook kwetsbare doelgroepen volwaardig kunnen meedoen in de samenleving en een betekenisvolle tijdsbesteding hebben aansluitend bij de wensen en mogelijkheden; 4. methodisch werken aan ontwikkeling met door de cliënt gedragen doelen en concrete acties, blijkend uit een (bij de aanvraag) door de zorgaanbieder te overleggen anoniem hulpverleningsplan. a) Er moet een check zijn gedaan van alle leefdomeinen. Leefdomeinen: inkomen, werk en opleiding, tijdsbesteding, huisvesting, huiselijke relaties, geestelijke gezondheid, lichamelijke gezondheid, middelengebruik, vaardigheden bij activiteiten van het dagelijks leven (ADL), sociaal netwerk (en woonomgeving), maatschappelijke participatie en justitie. b) Het plan moet perspectiefgericht zijn. Er zijn doelen geformuleerd die duidelijk, concreet en haalbaar zijn en die niet alleen perspectief bieden op de langere termijn, maar zich ook richten op praktische, snelle resultaten. Er zijn activiteiten geformuleerd gericht op het behalen van de korte- en lange termijn doelen met een duidelijke prioritering. Het evaluatieverslag evalueert de doelen, zoals geformuleerd in het hulpverleningsplan. c) De informele en formele betrokkenen zijn in kaart gebracht.

Er zijn afspraken gemaakt over hoe de afstemming tussen de betrokkenen eruit ziet. Er wordt beschreven wie de regie voert: cliëntsysteem, casemanagement door de zorgaanbieder, het Sociaal team, of Gecertificeerde Instelling. d) Er is een goede balans tussen formele en informele zorg: er wordt goed beschreven hoe wordt samengewerkt met het sociale netwerk en hoe gebruik wordt gemaakt van algemene voorzieningen en de informele voorzieningen in de samenleving (verenigingen en vrijwilligersorganisaties). Er wordt ook beschreven of individuele hulp (deels) omgezet kan worden in groepsactiviteiten met motivatie waarom dit al dan niet (nog)mogelijk is. e) De mogelijkheden voor deelname aan gewone maatschappelijke activiteiten worden onderzocht en gestimuleerd. f) Er staat beschreven hoe er wordt gewerkt aan versteviging van de eigen regie van de cliënt en de versterking van zijn/haar sociale netwerk. Het eigen denkvermogen (= leervermogen) wordt aangesproken en cliënt is, naar vermogen, eigenaar en regisseur van zijn eigen plan. 2. Bereik en participatie specifieke doelgroepen De gemeente hecht veel waarde aan een inclusieve samenleving waarin iedereen volwaardig kan meedoen. Dat vereist toegankelijkheid van de zorg voor alle burgers met een ondersteuningsvraag, bijvoorbeeld vanwege lichamelijke, verstandelijke en/of psychische beperkingen.

Daarbinnen zijn er kwetsbare doelgroepen met extra uitdagingen vanwege taal, etniciteit, culturele achtergrond, geloofsovertuiging en/of seksuele geaardheid. Van de zorgaanbieder wordt verwacht dat hij deze specifieke doelgroepen kan bereiken, in hun kracht zet, hun sociaal netwerk versterkt en laat meedoen in de samenleving. 3. Betaalbaarheid De zorgaanbieder dient bij te dragen aan de doelstelling betaalbaarheid van zorg vanuit de doelstelling: licht waar kan, zwaar waar nodig.

36

4. Duurzaamheid De gemeente hecht belang aan duurzaamheid rondom de thema’s personeel en milieu. Een duurzaam personeelsbeleid is van cruciaal belang in de zorg: de kwaliteit van de zorg wordt voor een groot deel bepaald door de kwaliteit van het personeel, de match van het personeel met de cliënt en de continuïteit van de professional voor de cliënt. Daar hoort bij dat het personeel vakbekwaam, vitaal en toekomstbestendig is en dat er geen groot verloop van personeel is. Wettelijke en bovenwettelijke kwaliteitseisen zorgaanbieders (uitgezonderd hulp bij het huishouden) wettelijke kwaliteitskaders Wet maatschappelijke ondersteuning 1

Maatschappelijke ondersteuning De gemeente verstaat onder maatschappelijke ondersteuning: - bevorderen van de sociale samenhang, de mantelzorg en vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, alsmede voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld; - ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving; - bieden van beschermd wonen en opvang.

2

Maatwerkvoorziening De gemeente verstaat onder een maatwerkvoorziening een op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen: - ten behoeve van zelfredzaamheid, daaronder begrepen kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger, het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen; - ten behoeve van participatie, daaronder begrepen het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen en andere maatregelen, - ten behoeve van beschermd wonen en opvang.

3

Kwaliteitssysteem De zorgaanbieder draagt zorg voor de goede kwaliteit van de voorziening. Een voorziening wordt in elk geval: - veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht verstrekt; - afgestemd op de reële behoefte van de cliënten op andere vormen van zorg of hulp die de cliënt ontvangt; - verstrekt in overeenstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de professionele standaard; - verstrekt met respect voor en inachtneming van de rechten van de cliënt.

4

Klachtenregeling

37

De zorgaanbieder hanteert een eenvoudige en transparante klachtenregeling die voldoet aan de uitgangspunten van de Wmo 2015 en voorziet in bemiddeling bij en afhandeling van klachten. 5

Medezeggenschapsregeling De zorgaanbieder hanteert een regeling voor medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de zorgaanbieder die voor de cliënten van belang zijn.

6

Meldcode huiselijk geweld een kindermishandeling

6.1

De zorgaanbieder voldoet aan de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Hiertoe moet zij in ieder geval een meldcode hanteren en het gebruik en de kennis van de meldcode onder degenen die voor hem werkzaam zijn bevorderen.

6.2

(Bovenwettelijk) De zorgaanbieder heeft een aandachtsfunctionaris aangesteld.

7

Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) (Bovenwettelijk)De zorgaanbieder beschikt over een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) van zichzelf en van alle personen die beroepsmatig of niet incidenteel als vrijwilliger in contact kunnen komen met cliënten. De VOG mag niet ouder zijn dan drie maanden bij aanvang van de werkzaamheden. De zorgaanbieder verlangt van haar werknemers een nieuwe VOG op het moment dat redelijkerwijs het vermoeden bestaat dat daar aanleiding toe is.

8

Verwijsindex risicojongeren (Bovenwettelijk) De zorgaanbieder die werkt met jongvolwassenen voldoet aan de eisen van de in de Jeugdwet verplichte landelijke Verwijsindex risicojongeren (VIR) (Zie http://www.handreikingmelden.nl/ voor de Handreiking). De verwijsindex is een vroeg-signaleringsinstrument dat risicomeldingen van professionals over jongeren tot 23 jaar bij elkaar brengt. Hierdoor weten betrokkenen sneller of een jongere ook bekend is bij een andere professional. Het doel is vroege signalering van risico’s die een gezonde en veilige ontwikkeling naar volwassenheid van een jongere bedreigen, zodat tijdig passende hulp, zorg of bijsturing kan worden gegeven. De zorgaanbieder die werkt met jongvolwassenen wijst een instellingscoördinator VIR aan die de implementatie van de VIR in de organisatie waarborgt. De zorgaanbieder implementeert toekomstige wijzigingen van de Verwijsindex. Jeugdwet

9

Jeugdhulp Gemeente verstaat onder jeugdhulp: - Ondersteuning, hulp en zorg, niet zijnde preventie, voor jeugdigen en hun ouders * bij het verminderen, stabiliseren, behandelen en opheffen van of omgaan met de gevolgen van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of adoptie-gerelateerde problemen; - Het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en van het zelfstandig functioneren van jeugdigen met een somatische, verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking, een chronisch psychisch probleem of een

38

psychosociaal probleem en die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt; - Het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij Jeugdigen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking of een somatische of psychiatrische aandoening of beperking, die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt. * Hier kan ook gelezen worden verzorgers of wettelijk vertegenwoordiger(s) 10

Doelgroep jeugdhulp Jeugdhulp is bedoeld voor de jeugdige die: - de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt of; - de leeftijd van 23 jaar nog niet heeft bereikt en jeugdhulp ontvangt in het kader van jeugdstrafrecht of; - de leeftijd van achttien jaar doch niet de leeftijd van drieëntwintig jaar heeft bereikt en ten aanzien van wie op grond van de Jeugdwet is bepaald dat de voortzetting van jeugdhulp waarvan de verlening was aangevangen vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar, noodzakelijk is - vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar is bepaald dat jeugdhulp noodzakelijk is, of - is bepaald dat na beëindiging van jeugdhulp die was aangevangen vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar, binnen een termijn van een half jaar hervatting van de jeugdhulp noodzakelijk is.

11

Verantwoorde hulp

11.1

De zorgaanbieder verleent verantwoorde hulp. Dat is hulp van goed niveau, die in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig is en cliëntgericht wordt verleend en is afgestemd op de reële behoefte van de jeugdige of ouder.

11.2

De zorgaanbieder organiseert zich op zodanige wijze, voorziet zich kwalitatief en kwantitatief zodanig van personeel en materieel en draagt zorg voor een zodanige verantwoordelijkheidstoedeling dat een en ander leidt of redelijkerwijs moet leiden tot verantwoorde hulp. De jeugdhulpaanbieder en gecertificeerde instellingen betrekken hierbij de resultaten van overleg tussen jeugdhulpaanbieders, het college en cliëntenorganisaties.

12

Verantwoorde werktoedeling

12.1

De zorgaanbieder voldoet aan de norm van verantwoorde werktoedeling.

12.2

De zorgaanbieder zet professionals in die over de juiste expertise beschikken en vakbekwaam zijn. Vakbekwaam zijn houdt in dat professionals in staat zijn om een beroep uit te oefenen volgens de voor de beroepsgroep geldende professionele standaard. Dat betekent dat steeds die professional moet worden ingezet die past bij de vraag van de cliënt, die beschikt over de noodzakelijke vakbekwaamheid en die handelt volgens de beroepsethische normen.

39

12.3

De zorgaanbieder draagt er zorg voor dat professionals hun taken kunnen verrichten met inachtneming van de voor hen geldende professionele standaarden (beroepscodes, vakinhoudelijke richtlijnen en veldnormen).

12.4

De zorgaanbieder werkt met geregistreerde professionals (SKJ of BIG).

12.5

De zorgaanbieder deelt taken toe met inachtneming van de specifieke kennis en vaardigheden van de professional.

12.6

De zorgaanbieder draagt er zorg voor dat taken worden uitgevoerd door of onder verantwoordelijkheid van een geregistreerde professional, daar waar de norm van verantwoorde werktoedeling dat vereist.

12.7

De zorgaanbieder belast niet-geregistreerde professionals uitsluitend met de uitvoering van taken indien het aannemelijk is dat dat niet afdoet aan de kwaliteit, of zelfs noodzakelijk is voor de kwaliteit van de uit te voeren taak.

12.8

De zorgaanbieder moet kunnen verantwoorden waarom een geregistreerde, dan wel een niet-geregistreerde professional wordt ingezet voor een taak.

13

Kwaliteitssysteem De zorgaanbieder moet de kwaliteit van de geboden hulp systematisch bewaken, beheersen en verbeteren. De zorgaanbieder moet daarnaast gegevens over de kwaliteit van hulp systematisch verzamelen en registreren.

14

Hulpverleningsplan De zorgaanbieder werkt op basis van een hulpverleningsplan waarover is overlegd met de jeugdige en de verzorgers en dat is afgestemd op de behoeften van de jeugdige.

15

Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG)

15.1

De zorgaanbieder beschikt over een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) van zichzelf en van de personen die beroepsmatig of niet incidenteel als vrijwilliger in contact kunnen komen met Jeugdigen of verzorgers. De VOG mag niet ouder zijn dan drie maanden bij aanvang van de werkzaamheden. De zorgaanbieder verlangt van haar werknemers al dan niet op verzoek van het college een nieuwe VOG op het moment dat redelijkerwijs het vermoeden bestaat dat daar aanleiding toe is. De VOG van een solistisch werkende jeugdhulpverlener mag tijdens de werkzaamheden niet ouder zijn dan drie jaar.

15.2

(Bovenwettelijk) De zorgaanbieder raadpleegt het BIG/SKJ-register en het register met tuchtrechtuitspraken alvorens een professional aan te nemen.

16

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

16.1

De zorgaanbieder voldoet aan de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Hiertoe moet zij in ieder geval een meldcode hanteren en het gebruik en de kennis van de meldcode onder degenen die voor hem werkzaam zijn bevorderen.

16.2

(Bovenwettelijk) De zorgaanbieder heeft een aandachtsfunctionaris aangesteld.

17

Vertrouwenspersoon

40

17.1

De zorgaanbieder stelt de vertrouwenspersoon AKJ (Advies en Klachtenbureau Jeugdzorg) in staat werk te verrichten. Dit betekent dat de vertrouwenspersoon in ieder geval: - vrije toegang heeft tot de gebouwen, terreinen en ruimten van jeugdhulpaanbieders waar jeugdigen kunnen verblijven, een en ander voor zover dit voor een juiste uitoefening van zijn taak nodig is; - geen toestemming nodig heeft van derden om met een jeugdige te spreken; - dat de zorgaanbieder aan de vertrouwenspersoon alle inlichtingen verschaft en alle bescheiden toont die de vertrouwenspersoon voor een juiste uitoefening van zijn taak nodig heeft, en - de vertrouwenspersoon de faciliteiten verschaft die de vertrouwenspersoon voor een juiste uitoefening van zijn taak nodig heeft

17.2

De zorgaanbieder informeert cliënten en hun verzorgers actief over het recht tot ondersteuning van een onafhankelijk vertrouwenspersoon.

18

Klachtenregeling De zorgaanbieder hanteert een klachtenregeling die voorziet in bemiddeling bij en afhandeling van klachten van jeugdigen, verzorgers en (pleeg)ouders over de zorgaanbieder of personen die voor hem werkzaam zijn. De zorgaanbieder heeft een klachtencommissie ingesteld. De zorgaanbieder informeert cliënten en hun (pleeg)ouders actief over de klachtenregeling en toegang tot de klachtencommissie.

19

Cliëntenraad De zorgaanbieder stelt een cliëntenraad in en volgt daarbij de wettelijke bepalingen opgenomen in artikel 4.2 van de Jeugdwet.

20

Inzicht in kwaliteitsverslag De zorgaanbieder stelt jaarlijks een verslag op over de naleving van de regels omtrent de kwaliteit van de jeugdhulp, onderscheidenlijk de kwaliteit van de uitvoering van de taken, het klachtrecht en de medezeggenschap. De zorgaanbieder verleent inzicht in dit verslag aan de gemeente door het jaarlijks aan te leveren bij de Contractmanager. De zorgaanbieder maakt dit verslag openbaar.

21

Verwijsindex risicojongeren Zorgaanbieder voldoet aan de eisen van de wettelijk verplichte landelijke Verwijsindex risicojongeren (VIR), en wijst een instellingscoördinator VIR aan die de implementatie van VIR in de organisatie waarborgt. De zorgaanbieder implementeert toekomstige wijzigingen van de Verwijsindex.

22

Overige wet- en regelgeving In dit document staan slechts een aantal wettelijke eisen benoemd waaraan de zorgaanbieder moet voldoen. De gemeente verwacht dat zorgaanbieder bekend is met, en voldoet aan, alle op de zorgaanbieder van toepassing zijnde wet- en regelgeving, richtlijnen en verdragen zoals, maar niet beperkt tot; Geneesmiddelenwet Jeugdwet

41

Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdzorg (van de Gemeenten) VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap Wet aanpak schijnconstructies Wet arbeid vreemdelingen Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie Wet gebruik Burgerservicenummer in de zorg Wet Ketenaansprakelijkheid Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) Wet minimumloon en minimumvakantietoeslag Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling 23

Doorstroom en afstemming Wet maatschappelijke ondersteuning, Jeugdwet, Zorgverzekeringswet, Wet Langdurige Zorg en de Participatiewet Doorstroom Jeugdwet naar Zorgverzekeringswet (Zvw) Als een jeugdige Zvw-zorg krijgt, bestaat er geen recht op een voorziening op grond van de Jeugdwet. Indien de behandeling van een jeugdige nog niet afgesloten kan worden en continuering daarvan ná het 18e jaar noodzakelijk is vanuit de Zvw, zorgt de zorgaanbieder er in samenspraak met de jeugdige voor dat er tijdig een verwijzing van de huisarts is. Daarnaast begeleidt de zorgaanbieder de jeugdige bij het tijdig aanvragen van een zorgverzekering. Doorstroom Jeugdwet naar Wet Langdurige Zorg (Wlz) Jeugdigen met een blijvende beperking worden vaak in eerste instantie van hulp en begeleiding voorzien vanuit de jeugdhulp. Voor jeugdigen tot 18 jaar is de Wlz van toepassing op de meeste kwetsbare Jeugdigen met 'een blijvende behoefte' aan 'permanent toezicht' of '24 uur per dag zorg in de nabijheid'. Het gaat dan om zorg vanwege een somatische aandoening of beperking, een verstandelijke beperking, een lichamelijke beperking, een zintuiglijke beperking of meervoudige beperkingen. Bij jeugdigen met een perspectief of vermoeden van een Wlz traject (in de toekomst) is het van belang om op een zo vroeg mogelijk moment na te gaan of voortzetting van de hulp in het kader van de Wlz is aangewezen.

Bovenstaande verplicht zorgaanbieders die met deze jeugdigen werken tot een zorgvuldige diagnose, een zorgvuldige opbouw van het dossier en begeleiding bij de aanvraag Wlz bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Als een jeugdige dus recht heeft op Wlz-zorg, bestaat geen recht op een voorziening op grond van de Jeugdwet. Dit geldt ook wanneer er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de jeugdige een indicatie voor Wlz-zorg zou

42

kunnen krijgen, maar weigert mee te werken aan het verkrijgen van dit indicatiebesluit. In dat geval meldt de zorgaanbieder deze weigering bij de gemeente. Afstemming Wmo 2015, de Wet langdurige zorg (Wlz) en de Zorgverzekeringswet (Zvw) Er wordt geen maatwerkvoorziening vanuit de Wmo 2015 verstrekt voor zover met betrekking tot de problematiek die in het gegeven geval aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat. Dit betekent: Wlz Bij een verdere achteruitgang van de cliënt met een beperking of een chronisch psychisch of psychosociaal probleem wordt indien noodzakelijk tijdig een Wlzindicatie aangevraagd bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) door de cliënt zelf of diens vertegenwoordiger met begeleiding van de aanvraag Wlz door de zorgaanbieder. Na de toekenning van de Wlz-indicatie vervalt de Wmo-indicatie, behoudens de door de wetgever benoemde uitzonderingssituaties. De zorgaanbieder heeft de verplichting de gemeente onverwijld te informeren over de toegekende Wlz-indicatie. In de Wmo 2015 staat dat de gemeente een maatwerkvoorziening kan weigeren indien er redenen zijn om aan te nemen dat de cliënt op de Wlz-aanspraak kan doen gelden en weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit dienaangaande. In dat geval meldt de zorgaanbieder deze weigering bij de gemeente.

Zvw Als de Zvw toegang biedt voor zorg die al vanuit de Wmo 2015 geleverd wordt, dan moet de Zorgaanbieder in die gevallen actie ondernemen om Zvw-indicatie te verkrijgen, de Wmo-indicatie op dit onderdeel te stoppen en hiertoe contact op te nemen met de gemeente. Overig Tenslotte kan het voorkomen dat een cliënt niet alleen ondersteuning krijgt vanuit de Wmo 2015, maar ook uit de aanpalende wetten, waarin bijvoorbeeld leerlingenvervoer en jeugdzorg is geregeld. Waar die zorg geleverd wordt door andere zorgaanbieder(s) dient de zorgaanbieder de dienstverlening af te stemmen met deze betrokken zorgaanbieder(s). Samenloop Wmo 2015 en Participatiewet De Participatiewet kan voor veel cliënten mogelijkheden bieden in de verdere verbetering van de levenssituatie van de cliënt. De zorgaanbieder denkt actief mee in de mogelijkheden die de Participatiewet in deze kan bieden voor de cliënt en ondersteunt de cliënt bij de toeleiding naar (aangepast) werk. 24

Privacy en informatie uitwisseling

24.1

De zorgaanbieder is verplicht zich te houden aan privacy wet en regelgeving (Wmo, Jeugdwet, Wet Bescherming Persoonsgegevens en de Algemene Verordening Gegevensbescherming ). Dit geldt ook voor de samenwerking met het Socaal Team. Daar waar mogelijk en noodzakelijk maakt de zorgaanbieder goede afspraken over de uitwisseling van informatie in het belang van de cliënt.

43

24.2

Het is belangrijk dat uitwisseling van persoonsgegevens goed beveiligd plaatsvindt. De communicatie van de zorgaanbieder waarin persoonsgegevens worden uitgewisseld is conform de AVG. Prestatie-eisen

25

Cliëntondersteuning Elke cliënt heeft recht op onafhankelijke cliëntondersteuning. De zorgaanbieder informeert de cliënt hierover en beperkt zich tot betrokkenheid bij de cliënt op basis van de ondersteunings- en/of zorgbehoefte van desbetreffende cliënt.

26

Cliënt centraal

26.1

De regie op de hulpverlening ligt bij de cliënt, al dan niet samen met familieleden, buren of vrienden uit het eigen netwerk. De zorgaanbieder sluit aan bij de regiemogelijkheden die sociaal netwerk van de cliënt heeft.

26.2

De zorgaanbieder betrekt de cliënt bij beslissingen en behandelt de cliënt als een gelijkwaardige gesprekspartner. Praten met de cliënt, en niet over de cliënt en naast de cliënt staan, en niet er tegenover staan, zijn de uitgangspunten.

26.3

De zorgaanbieder stemt de inzet van ondersteuning af op de agenda van de cliënten en/of zijn verzorgers/mantelzorgers.

26.4

Bij iedere situatie/aanvraag/casus waarbij er signalen, dan wel vermoedens zijn van een mogelijk onveilige situatie voor de jeugdige en/of volwassene wordt een veiligheidsinschatting gedaan en zo nodig wordt er een veiligheidsplan opgezet en uitgevoerd. Een veiligheidsinschatting omvat een beoordeling- en risicotaxatie van de veiligheid van de jeugdige en/of volwassene. Het dient als een signaleringsmiddel voor onveilige situaties en als kapstok voor een open gesprek over een lastig thema. Risicofactoren die kunnen worden benoemd en ingeschat zijn bijvoorbeeld (echt)scheiding, ziekte, werkloosheid, huiselijk geweld, seksueel grensoverschrijdend gedrag, huisvesting en sociaal isolement. Op basis van een veiligheidsinschatting moet worden bepaald welke inzet en/of afspraken nodig zijn om de risico’s te minimaliseren en de veiligheid te verhogen. Gestandaardiseerde risicotaxatie instrumenten die bijvoorbeeld kunnen worden gebruikt bij vermoedens van onveiligheid zijn het ‘Licht Instrument Risicotaxatie Kindveiligheid (LIRIK)’ of de ‘Checklist Veilig Thuis’. Risicotaxatie kan onderdeel uitmaken van de ‘Verplichte Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling’.

27

Tolken Bij de toewijzing van professionals aan cliënten, houdt de zorgaanbieder rekening met de moedertaal van de cliënt. Waar mogelijk zet de zorgaanbieder een professional in die de taal van de cliënt spreekt. Indien dit niet mogelijk is, bekijkt de zorgaanbieder de mogelijkheid om een tolk vanuit het sociaal netwerk van cliënt of vanuit Vluchtelingenwerk in te zetten.

28

Verwijzers

28.1

Bij de Wmo is het Sociaal Team de verwijzer, met uitzondering van beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Hiervoor is de GGD de verwijzer.

28.2

Bij de Jeugdwet zijn naast het Sociaal Team als verwijzer aangewezen: huisartsen, jeugdartsen, kinderartsen, medisch specialisten, voogden van gecertificeerde instellingen, rechter, raad van de kinderbescherming en de officier van justitie.

44

33

Hulpverleningsplan

33.1

De zorgaanbieder wijst de cliënt op de mogelijkheid om zijn/haar sociale netwerk, waaronder mantelzorger(s), te betrekken bij het opstellen van, en invulling geven aan, het hulpverleningsplan en geeft hier, indien gewenst, actief invulling aan.

33.2

De zorgaanbieder werkt op basis van een hulpverleningsplan waarover is overlegd met de cliënt en dat is afgestemd op de behoeften van de cliënt.

33.3

De zorgaanbieder stelt altijd een hulpverleningsplan (begeleidings- herstel- of behandelplan) op met concrete doelen en daaraan gekoppelde activiteiten/acties om deze doelen te bereiken die overeengekomen zijn met de cliënt, verzorgers en andere betrokkenen uit het sociaal netwerk, onderwijs, leerplicht, vrijwilligers, lokale zorgstructuur, (huis)arts, jeugdgezondheidszorg, zorgaanbieders etc. Als er sprake is van doorverwijzing door het Sociaal Team, dan is het hulpverleningsplan gebaseerd op het onderzoeksverslag/ondersteuningsplan van het Sociaal Team. In het hulpverleningsplan benoemt de zorgaanbieder de doelen aan de hand van de leefgebieden uit de Zelfredzaamheidsmatrix (ZRM) waarop de cliënt problemen ervaart. De gemeente ziet de ZRM niet als instrument voor bekostiging, maar als hulpmiddel voor integrale en resultaatgerichte ondersteuning. Tijdens het traject, zoekt de zorgaanbieder met de cliënt voortdurend naar mogelijkheden in het voorliggende veld om aan de gestelde doelen te werken. Te denken valt aan het onder de aandacht brengen van wijkactiviteiten of het zoeken naar lotgenotencontact. Deze activiteiten moeten zichtbaar zijn in het hulpverleningsplan. De zorgaanbieder legt in het hulpverleningsplan vast wanneer en op welke wijze de doelen worden geëvalueerd. Evaluatie vindt minimaal één keer per jaar plaats.

Indien er meerdere professionals zijn betrokken bij een cliënt, dan maakt een bespreking van de ervaringen van de cliënt met het samenwerkingsverband integraal onderdeel uit van de evaluatie. De zorgaanbieder gebruikt deze informatie om de samenwerking tussen zijn professionals onderling en tussen zijn professionals en professionals van andere organisaties te verbeteren. In het evaluatieverslag rapporteert de zorgaanbieder in ieder geval over de geboden activiteiten, de bereikte resultaten, de mate van doelrealisatie en een advies over het vervolg. De zorgaanbieder geeft in het evaluatieverslag aan welke gestelde doelen zijn behaald en aan welke doelen nog gewerkt moet worden, dit ook voor een eventuele overdracht naar een andere zorgaanbieder. In het hulpverleningsplan legt de zorgaanbieder vast op welke wijze de wijzigingen in doelen/acties die voortvloeien uit de evaluatie tussentijds worden teruggekoppeld naar de betrokkenen en de verwijzer.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=da8a4335-5fca-4cec-8731-c59cbb590b82