CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting.pdf

Raad openbaar Wijchen 16 december 2021, gemeente wijchenBij agendapunt: 60273 Vaststellen bestemmingsplan 'Niftrik, Kerkstraat 4 en 6'.14.884 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan - Toelichting “Niftrik, Kerkstraat 4 en 6”

Realisatie van 2 seniorenwoningen aan de Kerkstraat ongenummerd te Niftrik

Identificatienummer: NL.IMRO.0296.NTKkerkstraat4-DFBP 16 november 2021

INHOUDSOPGAVE Pagina Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Ligging en globale begrenzing Geldend bestemmingsplan Leeswijzer

Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12

5.1 5.2

6.1 6.2 6.3 6.4

16 16 18 19 20 20 21 24 25 31 34 42

Juridisch planopzet

Algemene opzet Toelichting op de regels en verbeelding

Hoofdstuk 6

10 11 13

Milieu- en omgevingsaspecten

Milieueffectrapportage Geluid Luchtkwaliteit Bedrijven en Milieuzonering Geurhinder Bodem Externe veiligheid Kabels en leidingen Waterparagraaf Flora en Fauna Archeologie en cultuurhistorie Verkeer en Parkeren

Hoofdstuk 5

6 7 8 9

Beleidskader

Rijksbeleid Provinciaal en regionaal beleid Gemeentelijk beleid

Hoofdstuk 4

3 3 4 5

Planbeschrijving

Huidige situatie Toekomstige situatie Ontwerp Uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3

Inleiding

43 43

Overleg en Inspraak

Inleiding Inspraak / vooroverleg Vaststellingsprocedure Beroep

45 45 45 45

Bijlagen bij de Toelichting Bijlage 1: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 2: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 3: Quickscan Flora en Fauna Bijlage 4: Archeologisch onderzoek Bijlage 5: Terreininmeting Bijlage 6: Watertoets Bijlage 7: Notitie Waterberging _____________________________________________________________________________________________________ Toelichting VDW Ruimtelijk Advies Blad: 2 van 45

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Inleiding De eigenaren van het perceel Dorpsstraat 2, Niftrik (verder: initiatiefnemers) wensen twee woningen te realiseren op hun perceel voor de doelgroep senioren. De bestaande woning is gelegen aan de Dorpsstraat 2, Niftrik. Het bouwperceel is gelegen aan de Kerkstraat, tussen Dorpsstraat 2 en Kerkstraat 10. De nieuw te realiseren woningen worden georiënteerd op de Kerkstraat. Het plan is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken, is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Dit bestemmingsplan geeft hier invulling aan en geeft de kaders aan waarbinnen de gewenste functies worden toegestaan. 1.2 Ligging en globale begrenzing Het plangebied ligt aan de Kerkstraat ongenummerd te Niftrik. Niftrik is een dorp in de gemeente Wijchen en telt circa 415 inwoners. Het dorp is gelegen in de oksel van de Rijksweg A50 (westzijde) en de Maasbandijk (zuidzijde). Niftrik ligt aan de zuidwest zijde van de gemeente Wijchen.

Afbeelding 1: Luchtfoto van het dorp Niftrik (bron: google maps)

Het plangebied ligt in de bebouwde kom van het dorp en is gelegen aan de zuidwest zijde van het dorp. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door de Maasbandijk, aan de westzijde door de bestaande woning, Dorpsstraat 2, Niftrik. Aan de oost- en noordzijde wordt het plangebied begrensd door (burger)woningen die zijn gelegen aan de Kerkstraat. Het plangebied wordt ontsloten op de Kerkstraat. Het perceel is in gebruik als schapenweide behorende bij de woning Dorpsstraat 2. _____________________________________________________________________________________________________ Toelichting VDW Ruimtelijk Advies Blad: 3 van 45

Kadastraal staat het plangebied bekend als de gemeente Niftrik sectie A nummer 1653. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 1.119 m2. In afbeelding 2 is de ligging en de globale begrenzing van het plangebied weergegeven.

Afbeelding 2: Luchtfoto van het plangebied (bron: ruimtelijke plannen)

1.3

Geldend bestemmingsplan

Voor het plangebied is het bestemmingsplan 'Kern Niftrik' (vastgesteld 10 november 2011) het geldende bestemmingsplan. In dit bestemmingsplan is het plangebied bestemd als 'Wonen' en geldt de aanduiding ‘LO - vrijstaande en dubbele woningen laag’. Daarnaast geldt er voor een klein deel van het perceel de dubbelbestemming ‘Waterstaatsdoeleinden’. In de regels van het geldende bestemmingsplan is opgenomen dat binnen de bestemming 'Wonen' slechts bestaande woningen zijn toegestaan (artikel 9.1.1, sub d). Om deze reden is de voorgenomen ontwikkeling niet mogelijk volgens de regels van het huidige bestemmingsplan en is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.

_____________________________________________________________________________________________________ Toelichting VDW Ruimtelijk Advies Blad: 4 van 45

Afbeelding 3: Plankaart van het geldende bestemmingsplan ‘Kern Niftrik’

1.4 Leeswijzer Deze toelichting is als volgt opgebouwd. Na dit inleidende hoofdstuk, wordt in hoofdstuk 2 de bestaande en de toekomstige situatie in het plangebied beschreven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het voor dit bestemmingsplan van toepassing zijnde rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 4 komen de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan de orde. Daarmee wordt inzichtelijk gemaakt of de ontwikkeling in ruimtelijk en milieu hygiënisch opzicht aanvaardbaar en haalbaar is en voldoet aan het vereiste van een goede ruimtelijke ordening. In hoofdstuk 5 is de juridische planopzet beschreven ten slotte is in hoofdstuk 6 de bij de totstandkoming van dit bestemmingsplan gevolgde procedure beschreven.

_____________________________________________________________________________________________________ Toelichting VDW Ruimtelijk Advies Blad: 5 van 45

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

2.1 Huidige situatie Ruimtelijke structuur omgeving plangebied Het plangebied ligt aan de rand van de bebouwde kom van Niftrik. De kern Niftrik is oorspronkelijk een agrarische kern, welke is ontstaan op hogere gronden langs de Maas. Het dorp heeft in de Tweede Wereldoorlog veel te lijden gehad en heeft daardoor veel jaren 40-50-bebouwing. Onderstaand kaartfragment toont een beeld van de situatie begin 20e eeuw. Het huidige stratenpatroon is hier herkenbaar aanwezig, alsook de bestaande woning op de hoek Dorpsstraat-Kerkstraat.

Afbeelding 4: Topografie rond 1925

Niftrik is een klein dorp ten zuidwesten van Wijchen. Het kleinschalige karakter van het dorp wordt vooral bepaald door de aanwezigheid van met name vrijstaande woningen. De bebouwing is vooral gesitueerd langs de oude linten (Dorpsstraat en de Lagestraat). Er is dan ook sprake van een open bebouwingsstructuur. Doordat tussen de bebouwingslinten weinig of geen verdichting heeft plaats gevonden beschikt het dorp over grote groene open ruimtes. Tezamen met het omliggende agrarische gebied geeft dit het dorp een groen karakter. Ten aanzien van de verkeersstructuur kan gesteld worden dat de oude linten nog steeds herkenbaar zijn als doorgaande routes door het dorp. De aanleg van de A50 direct ten westen van de kern heeft een barrière opgeworpen naar het noordwestelijk gelegen komgebied. Functionele structuur omgeving In het dorp is de woonfunctie de overheersende functie. Het betreft hier voornamelijk vrijstaande en dubbele woningen. Aaneengeschakelde woonblokken met meer dan drie woningen komt zelden voor. Het dorp kent een beperkt aantal voorzieningen, bestaande uit de school en de kerk, welke beide gelegen zijn aan de Kerkstraat. Zowel de functies horeca als detailhandel komen niet voor in het dorp. Verspreid door het dorp komt een aantal bedrijven voor.

_____________________________________________________________________________________________________ Toelichting VDW Ruimtelijk Advies Blad: 6 van 45

2.2 Toekomstige situatie De initiatiefnemers zijn voornemens om twee vrijstaande / geschakelde seniorenwoningen te realiseren. De woningen worden binnen het bouwvlak van het geldende bestemmingsplan gesitueerd. Er worden twee parkeerplaatsen per woning op eigen terrein gerealiseerd. De bergingen worden aan elkaar gebouwd waardoor het feitelijk geschakelde woningen zijn.

Afbeelding 5: Situatietekening

Profiel vrije ruimte Op basis van het beleid van het Waterschap Rivierenland mogen nieuwe woningen geen belemmering vormen voor een toekomstige dijkverzwaring. Voor de toekomstige dijkverzwaring hanteert het waterschap een profiel vrije ruimte. Het profiel vrije ruimte komt overeen met de toekomstige dijkverzwaring. Om inzichtelijk te maken welke gevolgen dit heeft voor de beoogde ontwikkeling is het perceel eerst ingemeten (bijlage 5). En vervolgens is inzichtelijk gemaakt hoe het huidige maaiveld zich verhoudt tot het profiel vrije ruimte van de dijk. Door de woningen buiten het profiel vrije ruimte van de dijk te realiseren wordt rekening gehouden met de toekomstige dijkverzwaring. Zowel de woningen als de fundering worden buiten het profiel vrije ruimte van de dijk gerealiseerd. Ook wordt het perceel opgehoogd, zoals in onderstaande doorsnede is aangegeven.

Afbeelding 6: Doorsnede woning inclusief profiel vrije ruimte _____________________________________________________________________________________________________ Toelichting VDW Ruimtelijk Advies Blad: 7 van 45

Seniorenwoningen De woningen worden levensloopbestendig (rolstoeltoegankelijk) gerealiseerd. Alle voorzieningen worden op de begane grond gerealiseerd, waardoor de woningen zeer geschikt zijn als seniorenwoningen. Gelet op het hoogteverschil ten opzichte van de Kerkstraat (i.v.m. het profiel vrije ruimte van de dijk), wordt een hellingbaan gerealiseerd. Voor de rechtse woning loopt de hellingbaan voor de woning langs. Voor de linkse woning loopt de hellingbaan aan de linkerkant van de woning langs. Beide woningen zijn daarmee rolstoeltoegankelijk en geschikt als seniorenwoningen.

Afbeelding 7: Impressie van de woningen vanaf de Kerkstraat

2.3 Ontwerp De karakteristieke bebouwing in de omgeving spreekt de initiatiefnemers aan en zij willen de architectuur van de nieuw te realiseren woningen daarop afstemmen. In dit deel van Niftrik is sprake van een eenvoudige bouwstijl. De voorgestelde woningontwerpen passen goed bij de woonwensen. De woningen worden gerealiseerd in één bouwlaag met kap, dit past goed in de omgeving. Het materiaalgebruik, metselwerk en hout, is passend in de omgeving en is tot stand gekomen door intensief overleg met de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. De commissie adviseerde positief over het stedenbouwkundig ontwerp.

Afbeelding 8: Impressie van de woningen vanaf de Maasbandijk _____________________________________________________________________________________________________ Toelichting VDW Ruimtelijk Advies Blad: 8 van 45

Afbeelding 9: Impressie van de woningen vanaf de Kerkstraat

Afbeelding 10: Impressie van de woningen vanaf de Maasbandijk

2.4

Uitvoerbaarheid

Uitgangspunt voor de beoogde ontwikkelingen is dat deze voor de gemeente budgetneutraal worden ontwikkeld, de gemeente hoeft voor de realisatie van dit plan geen investering te doen. Op grond van artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de gemeenteraad van Wijchen verplicht om, als sprake is van een bouwplan, de gemeentelijke kosten te verhalen. In dit geval is er sprake van een bouwplan, omdat er twee nieuwe woningen worden gerealiseerd. Met de initiatiefnemers is daarom een anterieure overeenkomst afgesloten, waarin het kostenverhaal in voldoende mate gewaarborgd is. Tevens is een planschadeverhaalsovereenkomst afgesloten. Deze kosten komen eveneens geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Er zijn geen onvoorziene hoge kosten te verwachten. De initiatiefnemers beschikken over voldoende middelen voor de realisatie van het beoogde plan. Ook is er geen sprake van onzekere financiële bijdragen van anderen. De financieel-economische haalbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het plan economisch uitvoerbaar is. _____________________________________________________________________________________________________ Toelichting VDW Ruimtelijk Advies Blad: 9 van 45

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1 Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte staan de plannen van de Rijksoverheid voor ruimte en mobiliteit. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Om dit te bereiken, laat het Rijk de ruimtelijke ordening meer over aan de decentrale overheden (provincie en gemeenten) en komt de gebruiker centraal te staan. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van Rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Beoordeling en conclusie Dit bestemmingsplan maakt, gezien de aard en omvang van de ontwikkeling, geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk waarbij nationale belangen gemoeid zijn. De ontwikkelingen conflicteren niet met het nationaal ruimtelijke ordeningsbeleid, zoals vastgelegd in de SVIR. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen, voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels van het Barro worden gerespecteerd.

Beoordeling en conclusie Er is uitsluitend sprake van een lokale ontwikkeling, waarbij er geen nationale belangen in het geding zijn. Het Barro heeft geen doorwerking naar dit bestemmingsplan. Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen, is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een verplicht motiveringsinstrument, dat moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt. Wat onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn (ECLI:NL:RVS:2016:1503). In een bestemmingsplan moet worden aangegeven, dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte.

Ook moet een motivering worden opgenomen dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd, wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”.

_____________________________________________________________________________________________________ Toelichting VDW Ruimtelijk Advies Blad: 10 van 45

Beoordeling en conclusie Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (zie onder meer ECLI:NL:RVS:2016:1503) blijkt, dat het toevoegen van twee woningen niet gezien wordt als een stedelijke ontwikkeling. Om deze redenen is de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing op dit bestemmingsplan. 3.2

Provinciaal en regionaal beleid

Omgevingsvisie gaaf Gelderland Op 19 december 2018 is de Omgevingsvisie gaaf Gelderland vastgesteld en op 1 maart 2019 inwerking getreden. De provincie wil Gelderland in de toekomst ‘gaaf’ houden, en vindt dat we daar nu wat voor moeten doen. De provincie staat voor stevige uitdagingen. De wereld verandert ingrijpend en snel. Er zijn grote, grensoverschrijdende ontwikkelingen die ook Gelderland raken. Het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, verdere verstedelijking in combinatie met krimp, toenemende mobiliteit op de weg en in de lucht, digitalisering, internationalisering. Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland staat daarbij centraal. Dat is het streven. Met behulp van zeven ambities geeft de provincie hier richting aan. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Energietransitie: van fossiel naar duurzaam Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer Circulaire economie: sluiten van kringlopen Biodiversiteit: werken met de natuur Bereikbaarheid: duurzaam verbonden Vestigingsklimaat: Een krachtige, duurzame topregio! Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam

Een visie met werking: vier Gelderse DOE principes De provincie wil ontwikkelingen stimuleren, ruimte maken voor nieuwe technologieën en werkgelegenheid, kansen pakken op het terrein van duurzaamheid, economische kracht en verbondenheid. Niet zomaar en overal, maar met oog voor de veiligheid en de kwaliteiten die Gelderland uniek maken. Doe-principes in het kort: • • • •

Doen: We kijken breed met focus en zoeken actief ruimte Laten: We stimuleren niets buiten onze visie Zelf: We nemen zelf verantwoordelijkheid en geven het goede voorbeeld Samen: We doen het samen en met oog voor innovatie

Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik De Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik is gebaseerd op de Rijksladder voor duurzame verstedelijking. De Rijksladder is al van kracht. Ook als de provincie deze Rijksladder niet in haar verordening opneemt, zijn partijen gebonden aan de Rijksladder. De ladder is beoogd als instrument om niet te denken in termen van ‘waar mag iets wel of niet’ maar in termen van ‘denk goed na, volg de juiste stappen’ om te komen tot nieuwe ontwikkelingen binnen en buiten stedelijk gebied en bij het stellen van prioriteiten bij overcapaciteit. Goede afwegingen bij keuzes voor nieuwbouw en prioritering bij overcapaciteit in landelijk en stedelijk gebied zijn belangrijk. De provincie wil en durft te variëren in het maken van de goede keuzes. Soms is een toevoeging aan het landelijk gebied een plus die gewenst is. Dit kan zijn op het gebied van kleinschalig wonen, werken, vrijetijdseconomie etc. Het uitgangspunt is wel dat grote ontwikkelingen in of dichtbij stedelijke gebieden plaatsvinden.

_____________________________________________________________________________________________________ Toelichting VDW Ruimtelijk Advies Blad: 11 van 45

Wonen in Dynamisch Gelderland De kwantitatieve regionale opgave voor wonen wordt door Gedeputeerde Staten vastgesteld. Deze opgave werken partijen in de regio in het kader van de Regionale Woonagenda verder uit. De bestaande gebouwde voorraad staat daarbij centraal. Afspraken worden gemaakt over aanpassing van bestaande woningen, sloop met vervangende nieuwbouw, verdunning, het benutten van kansen van functieverandering en tenslotte de nieuwbouw. Duurzaamheid en kwaliteit gaan hand in hand. Kwaliteit moet meer inhouden dan kwalitatieve aspecten (betaalbaarheid, aandeel huur en aandeel ouderenwoningen). Het gaat ook om gebruikskwaliteit, bouwkundige kwaliteit, energetische kwaliteit en kwaliteit van de woonomgeving. De kwaliteitsaspecten worden geagendeerd via de Regionale Woonagenda's, waarbij alle relevante partijen in een regio betrokken worden. Daarbij kan het gaan over betaalbaarheid, het aandeel huur en het aandeel ouderenwoningen en andere kwalitatieve aspecten, afhankelijk van de situatie in de betreffende regio.. Omgevingsverordening Gelderland De provincie beschikt over verschillende instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De omgevingsverordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is.

De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. Voor de planontwikkeling is het thema Wonen van belang. Wonen In artikel 2.2.1.1 (Wonen) is bepaald dat in een bestemmingsplan nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts worden toegestaan wanneer dit past in het Kwalitatief Woonprogramma voor de betreffende regio en het Regionaal Programma Wonen. Het gaat om alle nieuwe woningen die in een bestemmingsplan worden opgenomen. Beoordeling en conclusie Eén van de doelstellingen uit de Omgevingsvisie betreft het borgen van de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving. Daarbij is het van belang om te ontwikkelen met kwaliteit en recht te doen aan de kwaliteiten van het gebied.

Onderhavig plan betreft een kleinschalige inbreiding met toevoeging van twee woningen. De ontwikkeling past daarmee binnen de kaders van de Omgevingsvisie Gelderland. Zie voor de beoordeling m.b.t. het Kwalitatief Woonprogramma ook de gemeentelijke woonvisie paragraaf 3.3.

_____________________________________________________________________________________________________ Toelichting VDW Ruimtelijk Advies Blad: 12 van 45

3.3

Gemeentelijk beleid

Strategische Visie Wijchen 2025 In maart 2007 is de Strategische Visie Wijchen 2025 vastgesteld. In deze visie wordt een doorkijk gegeven naar de gewenste ontwikkeling van de gemeente tot het jaar 2025. De visie richt zich op een viertal leidende thema's, te weten: bedrijvig Wijchen, sociaal sterk, duurzaam groen en de Wijchense identiteit. Duurzaam en kwalitatief zijn ook sleutelwoorden voor de ontwikkeling van het buitengebied en de kleine kernen. De grote rijkdom aan natuur- en landschapswaarden vormt het uitgangspunt voor verdere ontwikkeling. Wijchen zet in op een beheerste groei van de recreatie, verbrede landbouw, ontwikkeling van groene en blauwe diensten en vitale kernen. Er wordt een groene relatie tussen het stedelijk gebied met het buitengebied nagestreefd met zo weinig mogelijk barrières. In de Strategische visie 2025 zijn de belangrijkste 'groene' ambities als volgt verwoord: 1. verdere ontwikkeling alleen met respect voor landschap, cultuurhistorie en natuur; 2. meer ruimte voor water; 3. duurzame inrichting; 4. nieuwe ontwikkelingen worden getoetst aan hun bijdrage aan het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit. Conclusie Het initiatief draagt bij aan de ambitie van de gemeente voor vitale kernen, door de realisatie van seniorenwoningen.

Structuurvisie Wijchen De Structuurvisie Wijchen, die door de gemeenteraad op 9 juli 2009 is vastgesteld, betreft een doorvertaling van de strategische opgaven die zijn geformuleerd in de strategische visie Wijchen 2025. Uitgegaan wordt van een compacte groei en het benutten van de potenties van bestaand stedelijk gebied zonder daarbij de bestaande kwaliteit aan te tasten, in combinatie met een vitaal platteland en sterke kleine kernen. De gemeente wil de komende 10 jaar onder meer: 1. herstel hydrologie kwelgebieden in Oost Wijchen; 2. ontwikkeling en versterking van de EVZ Heumen – Horssen; 3. aanleg van landschapselementen en (erf)beplantingen, die passen bij het gebied; 4. versterken van cultuurhistorische landschapselementen en patronen; 5. nieuwe woningen in het buitengebied alleen in geval van functieverandering of landgoederen in het kader van de Natuurschoonwet; 6. kleinschalige bedrijvigheid in het kader van verbreding van de landbouw in het buitengebied; 7. ruimte voor versterking en ontwikkeling agrarische sector; 8. behoud en versterking bestaande recreatie terreinen; 9. extensieve recreatie in het landelijk gebied door een goede en aantrekkelijke ontsluiting; 10. behoud en versterking van een goede woon- en leefomgeving.

Voor het aspect wonen worden met name het gebruik van bestaande bebouwing voor woonfuncties en het toevoegen van nieuwe landelijke woonmilieus onderscheiden. Nieuwe inbreiding mag niet te koste gaan van de groene en open structuur. Voor de eigen bevolking is er gebrek aan passende _____________________________________________________________________________________________________ Toelichting VDW Ruimtelijk Advies Blad: 13 van 45

woonruimte. Noodgedwongen verhuizen starters naar de omliggende dorpen of de verder weg gelegen steden. Hierdoor vergrijst de bevolking in vooral de kleinere kernen, neemt de economische activiteit af en gaat de leefbaarheid achteruit. Om deze ontwikkeling te keren worden meer woonfuncties toegestaan. Door deze ontwikkeling met ruimtelijk beleid te begeleiden is er geen sprake van aantasting van ruimtelijke kwaliteit, maar van behoud en versterking van kwaliteiten. Beoordeling en conclusie Het plan aan de Kerkstraat in Niftrik betreft een inbreiding van twee nieuwe woningen op een open plek in het bestaand stedelijk gebied. Het plangebied heeft geen waarde voor de groene en open structuur. Het gewenste woningaanbod in Niftrik neemt door de ontwikkeling toe, terwijl de ruimtelijke kwaliteit niet wordt aangetast. Het initiatief past daarmee binnen de Strategische visie en de Structuurvisie van de gemeente Wijchen. Woonvisie Wijchen 2025 De Woonvisie Wijchen 2025 zet de koers van het gemeentelijk woonbeleid uit naar de toekomst. Hierin wordt omschreven waar moet worden bijgestuurd, afgeremd of versneld om de doelen van het woonbeleid te bereiken. De woonvisie heeft twee uitgangspunten: het thuisgevoel versterken en verder kijken dan de trends van nu.

Om het woningaanbod in balans te krijgen wordt in de woonvisie gesproken over meer mogelijkheden voor starters, jonge gezinnen, (vitale) senioren en mensen met een zorgvraag. Het is de bedoeling dat starters en jonge gezinnen in de gemeente kunnen blijven of komen wonen. Dit kan onder andere door mogelijkheden te bieden voor splitsing van bestaande woningen, waardoor een koopwoning binnen het financiële bereik van starters kan komen. Daarnaast is het de bedoeling dat (vitale) senioren en mensen met een zorgvraag langer zelfstandig kunnen wonen. Dit leidt tot een toenemende behoefte aan nieuwe woonvormen, zoals verschillende generaties onder één dak of in dezelfde straat en het toevoegen van woningen in een vorm waarbij de eindgebruiker centraal staat. Beoordeling en conclusie Voorliggend plan maakt de bouw van twee rolstoelvriendelijke seniorenwoningen mogelijk. In de Woonvisie benadrukt de gemeente het belang van passende woningen voor senioren en mensen met een zorgvraag. Het plan speelt hiermee direct in op een actuele behoefte binnen de gemeente en het dorp Niftrik. Het initiatief is passend binnen de Woonvisie. Woonagenda In het kader van de regionale Woonagenda, mag de gemeente Wijchen jaarlijks een gelimiteerd aantal nieuwe woningen bouwen. Door de gemeenteraad is in 2017 besloten dat jaarlijks 10% van het contingent gereserveerd wordt voor kleinschalige initiatieven.

Concreet betekent dit dat tot 2025 er 80 woningen verdeeld mogen worden over kleinschalige initiatieven. Dit zijn projecten met maximaal vier woningen. Voor de toewijzing is door de gemeente een toetsingskader opgesteld. Onderhavig plan is één van de projecten die hiervoor aangemerkt zijn, bij brief van 30 oktober 2019. Daarmee is het plan inpasbaar in het gemeentelijk woningbouwprogramma. Dorpsontwikkelingsplan Niftrik (DOP) Het DOP is geen gemeentelijk beleid, maar is opgesteld door de bewoners van Niftrik. In het DOP staat dat leefbaarheid van kleine kernen en ontwikkeling van een vitaal platteland hoge prioriteit hebben. Hierbij sluit zij aan bij de door de Provincie opgestelde Omgevingsvisie. Voor de vertaling van deze ambitie in concrete beleidsvoornemens en plannen geld dat in alle kernen in eerste instantie enkel gebouwd wordt voor de eigen behoefte. Zoals in het Dorpsontwikkelingsplan Gewoon Niftrik (2011) beschreven verwacht dit plattelandsdorp een geleidelijke groei van inwoners en de bevolkingsopbouw _____________________________________________________________________________________________________ Toelichting VDW Ruimtelijk Advies Blad: 14 van 45

te maken krijgt met vergrijzing. Gesteld wordt dat enige groei van belang is voor de leefbaarheid van het dorp, groei wordt o.a. gezien in bouw van enkele levensloopbestendige (koop)woningen zodat jongeren en ouderen in Niftrik kunnen blijven wonen. De nieuw te bouwen woningen in dit plan sluiten hier op aan. Daarnaast zijn in het DOP locaties voor inbreiding aangewezen. Het plangebied is één van de aangewezen locaties.

Afbeelding 11: uitsnede Dorpontwikkelingsplan

Ambitie energietransitie Wijchen De ambitie van de gemeente Wijchen is om in navolging van rijk en provincie alle woningen in 2050 van het gas af te sluiten. Gelet op het aantal woningen en de kosten die met deze transitie te maken hebben, kunnen we gerust stellen dat dit een grote opgave is. De gemeente Wijchen onderschrijft voornoemde stelling en wenst voor de bouw van onderhavige nieuwe woningen verder te gaan dan de eisen in het landelijke bouwbesluit. Gewenst zijn woningen die geen CO2 meer uitstoten. Om dit te bereiken moeten de woningen uitsluitend gebruik gaan maken van elektriciteit. Echter als dit geen groene stroom is, wordt het doel niet bereikt. Beoordeling en conclusie In het voorliggende plan worden voldoende zonnepanelen aangebracht om te komen tot een “nul op de meter woning”. Dat wil zeggen dat er evenveel stroom wordt opgewekt als gebruikt. De twee nieuw te bouwen woningen worden zeer goed geïsoleerd en voorzien van trippelglas. Verder wordt een warmtepomp aangebracht, waardoor ook een vloerkoeling gerealiseerd kan worden.

_____________________________________________________________________________________________________ Toelichting VDW Ruimtelijk Advies Blad: 15 van 45

Hoofdstuk 4

Milieu- en omgevingsaspecten

4.1 Milieueffectrapportage Met dit bestemmingsplan worden twee woningen mogelijk gemaakt. Dit kan leiden tot een m.e.r.(beoordelings)-plicht. Of een m.e.r.-procedure of m.e.r-beoordeling noodzakelijk is, hangt af van het feit of de ontwikkeling (activiteit) is opgenomen in lijst C en D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Per 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Wanneer de voorgenomen ontwikkeling (activiteit) is opgenomen in lijst C en D van het Besluit m.e.r. moet getoetst worden of er sprake is van nadelige milieugevolgen en moet wanneer hier sprake van is een vormvrij m.e.r.-beoordelingsbesluit genomen worden. Beoordeling en conclusie De voorgenomen activiteit komt niet voor als activiteit in Bijlage C en D van het Besluit m.e.r., omdat er gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling, geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Er worden geen m.e.r.(beoordelings-)plichtige activiteiten mogelijk gemaakt. Er is daarom geen m.e.r.(beoordelings-)procedure noodzakelijk en er hoeft geen vormvrij m.e.r.-beoordelingsbesluit genomen te worden. 4.2 Geluid Op basis van de Wet geluidhinder (artikel 77 Wgh) moet bij een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek worden uitgevoerd als het plan mogelijkheden biedt voor: •

de toevoeging van een nieuwe woning of andere geluidsgevoelige functie binnen de zone van een weg; • de aanleg van een nieuwe weg; • de reconstructie van een bestaande weg. Het initiatief voorziet in de bouw van twee vrijstaande / geschakelde seniorenwoningen. De woningen zijn geluidsgevoelig volgens de Wgh. De woningen zijn gepland binnen de geluidszone van de Maasbandijk en de autosnelweg A50. De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting (voorkeursgrenswaarde) afkomstig van wegverkeer bedraagt voor nieuwe woningen 48 dB. Onder bepaalde voorwaarden, als maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn en het voldoen aan de grenswaarden onoverkomelijke bezwaren ontmoet van landschappelijke, stedenbouwkundige of financiële aard, mag de geluidbelasting hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarde. Hiervoor dient met een ontheffing een hogere waarde te worden vastgesteld. Beoordeling en conclusie Met dit plan worden twee (senioren)woningen mogelijk gemaakt in de bebouwde kom van Niftrik. De geplande woningen zijn gelegen binnen de geluidszone van de Maasbandijk en de autosnelweg A50. Gelet op het type woningen (seniorenwoningen), is alleen de 1ste bouwlaag in het onderzoek betrokken. De verdieping wordt enkel voor bergruimte gebruikt.

_____________________________________________________________________________________________________ Toelichting VDW Ruimtelijk Advies Blad: 16 van 45

Afbeelding 12: Meetgegevens gevels

Ten gevolge van het verkeer op de Maasbandijk treden alleen overschrijdingen op van de voorkeursgrenswaarde van 48dB op de achtergevels. Ten gevolge van het verkeer op de autosnelweg A50 worden voor beide woningen op drie gevels niet voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48dB, zoals opgenomen in de Wgh. Met een maximale waarde van 53 dB dienen voor beide woningen voor drie gevels een hogere waarde te worden vastgesteld, of de gevels dienen doof te worden uitgevoerd en dus van toetsing te worden uitgesloten. Beleid Hogere Waarden In de Notitie Hogere Waarden van de gemeente Wijchen wordt de onderzoeksplicht als aangegeven in de Wgh behandeld. Bronmaatregelen Als bronmaatregel kan geluidsarm asfalt worden aangemerkt. Nu is er op de A50 enkellaags ZOAB aangebracht. In principe zou bijvoorbeeld fijn-dubbellaags ZOAB kunnen worden aangebracht. De overschrijdingen worden dan weliswaar teniet gedaan, echter het is financieel volstrekt onhaalbaar om deze bestrating aan te brengen ten laste van de ontwikkeling van twee woningen. Overdrachtsmaatregelen Als overdrachtsmaatregelen kunnen schermen, geluidswallen, afstandsvergroting e.d. worden aangemerkt, langs het relevante deel van de A50 is reeds een scherm aangebracht. De hoogte t.o.v. het lokale maaiveld bedraagt circa 2.50-2.80 meter.

Een verhoging van het scherm tot 5 meter zal de overschrijding weliswaar teniet doen gaan, echter het is financieel volstrekt onhaalbaar om deze verhoging van het geluidsscherm ten laste te laten komen van de ontwikkeling van twee woningen. Het is eveneens niet zinvol om schermen naast de woningen te plaatsen. Dit omdat het geluid van de A50 van grote hoogte komt en dus niet effectief is. Een relevante afstandsvergroting is niet aan de _____________________________________________________________________________________________________ Toelichting VDW Ruimtelijk Advies Blad: 17 van 45

orde. De beschikbare ruimte laat dit niet toe. De maatregelen worden niet als doeltreffend beschouwd. Conclusie Ten gevolge van het verkeer op de Maasbandijk treden alleen op de achtergevels overschrijdingen op van de voorkeurswaarde van 48 dB. Ten gevolge van het verkeer op de autosnelweg A50 worden voor beide woningen op drie gevels niet voldaan aan de voorkeurswaarde van 48dB zoals opgenomen in de Wgh. Met een hoogste waarde van 53 dB voor de geluidbelasting dienen Hogere waarde te worden vastgesteld, of de gevels moet doof worden uitgevoerd en dus van toetsing te worden uitgesloten. Het heeft niet de voorkeur van de opdrachtgevers om de gevels doof uit te voeren. Om die reden wordt een Hogere waarde voor deze gevels aangevraagd. Voor beide woningen is voorzien in een inpandige buitenruimte waardoor een goed woon- en leefklimaat is gegarandeerd en wordt voldaan aan het beleid van de gemeente. Daarmee worden geluidsschermen binnen het plangebied voorkomen, omdat deze uit stedenbouwkundig oogpunt niet wenselijk zijn. 4.3

Luchtkwaliteit

Algemeen De hoofdlijnen voor regelgeving over luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijn stof (PM10 )en stikstofdioxide (NO2) de meest maatgevende stoffen in Nederland. Overschrijding van de andere genoemde stoffen komt nauwelijks voor. Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: • • • •

er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging; het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen. De wetgeving maakt onderscheid in grotere en kleinere ruimtelijke projecten. Kleinere projecten verslechteren de luchtkwaliteit niet in betekenende mate en behoeven niet beoordeeld te worden op het aspect luchtkwaliteit. Om te bepalen of een project “niet in betekenende mate” bijdraagt aan de luchtkwaliteit, is een algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate’ (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld, waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project is in ieder geval een NIBM-project als het gaat om een plan met minder dan 500 woningen en 1 ontsluitingsweg of minder dan 1000 woningen en 2 ontsluitingswegen. Beoordeling en conclusies Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van twee woningen mogelijk in de bebouwde kom van Niftrik.

Bij de realisatie van twee woningen kan gesteld worden, dat deze ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit en niet zal leiden tot overschrijding van de grenswaarden voor NO2 en PM10 uit de Wet Luchtkwaliteit. Een dergelijke ontwikkeling behoort namelijk tot een in de Regeling NIBM genoemde categorieën van gevallen (woningen) en blijft ruimschoots onder de drempelwaarde van 1.500 woningen. Wel moet worden aangetoond of sprake is van een goed woon- en leefklimaat met betrekking tot de luchtkwaliteit ter plaatse van de nieuwe woningen. Om dit te bepalen kan gebruik worden gemaakt van de NSL-monitoringstool. Het plangebied waar de twee woningen zullen worden gerealiseerd, ligt op ca.150 meter afstand van Rijksweg A50. Uit de NSL-monitoringstool (2018) blijkt, dat de uitstoot _____________________________________________________________________________________________________ Toelichting VDW Ruimtelijk Advies Blad: 18 van 45

van de meest bepalende luchtverontreinigende stoffen, namelijk fijn stof (PM 10 en stikstofdioxide (NO2) opgeteld met de reeds heersende achtergrondwaarden van de luchtkwaliteit zoals berekend op rekenpunten die liggen op 10 meter afstand van Rijksweg A50, ruimschoots onder de wettelijke normen ligt. Dit betekent dat de concentraties aan luchtverontreinigende stoffen ter plaatse van het plangebied op 150 meter afstand van de Rijksweg, ten gevolge van Rijksweg A50, nog lager zijn en dus ruimschoots onder de wettelijke normen blijven. De bijdrage van lokale wegen leidt ook niet tot overschrijding van de wettelijke normen. Er is dan ook geen verder onderzoek naar de luchtkwaliteit nodig. De luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het realiseren van het plan. 4.4 Bedrijven en Milieuzonering Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies, zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden, zodat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren.

Richtafstanden Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'. In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Als bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden). Omgevingstype De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit, zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Een rustige woonwijk is een woonwijk, die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Binnen gemengde gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies, die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven.

Voorbeelden van gebieden met functiemenging zijn horecaconcentratiegebieden, stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van dorpskernen, woon-werkgebieden met kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid, gebieden langs stadstoegangswegen met meerdere functies en lintbebouwing in het buitengebied met veel agrarische en andere bedrijvigheid. Beoordeling en conclusie Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van twee woningen. Er wordt geen functie gerealiseerd met een bepaalde milieucategorie, waardoor nadelige effecten van het plan op omliggende gevoelige functies zijn uitgesloten. Met het toevoegen van woningen wordt een nieuwe milieugevoelige functie mogelijk gemaakt. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven aanwezig. Andere functies in de omgeving met bijvoorbeeld milieucategorie 1 of 2, zoals de kerk en de school bevinden zich op een ruime afstand van het plangebied en hebben daarmee geen nadelige gevolgen voor de nieuwe woningen. Er is dan ook sprake van een goed woon- en leefklimaat. Het aspect 'bedrijven en milieuzonering' zorgt niet voor belemmeringen voor het initiatief.

_____________________________________________________________________________________________________ Toelichting VDW Ruimtelijk Advies Blad: 19 van 45

4.5 Geurhinder Voor veehouderijen is de regelgeving ten aanzien van het specifieke aspect geur vastgelegd in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet worden gekeken naar de aanvaardbaarheid van deze plannen in verband met omliggende geurbronnen, de zogenaamde omgekeerde werking. Beoordeling en conclusie In de omgeving van het plangebied zijn geen agrarische bedrijven (of andere bedrijven met een geuruitstraling) gevestigd. Het aspect 'geur' zorgt daarom ook niet voor belemmeringen in dit plan. 4.6 Bodem In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder d) is bepaald, dat voor de uitvoerbaarheid van een plan rekening moet worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen moet worden bepaald of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en of nader onderzoek en eventueel saneringen noodzakelijk zijn. Voor de gevallen waarin de bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, bepaalt de Wet bodembescherming dat de grond zodanig moet worden gesaneerd, dat zij kan worden gebruikt voor de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen moeten bij voorkeur op schone grond worden gerealiseerd. Resultaten grond De bovengrond op het momenteel bebouwde terreindeel bevat licht verhoogde gehalten aan diverse zware metalen en PAK.

Plaatselijk is de bovengrond sterk verontreinigd met zink en plaatselijk is de bovengrond matig verontreinigd met zink. Nader onderzoek heeft niet plaatsgevonden waardoor de omvang van de matige tot sterke verontreiniging niet bekend is. De matige tot sterke verontreiniging bevindt zich ten zuiden van de bestaande woning. Aangezien de verontreiniging is aangetoond op het momenteel bebouwde deel van de onderzoekslocatie wordt geconcludeerd dat de verontreiniging een negatieve invloed heeft op de financiële waardering van het momenteel bebouwde perceel maar dat de verontreiniging geen belemmering vormt voor de geplande bestemmingsplanwijziging en de geplande aanvraag van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen) voor het oostelijke, momenteel onbebouwde deel van de onderzoekslocatie. De bovengrond op het oostelijk en toekomstig te bebouwen terreindeel bevat immers hooguit licht verhoogde gehalten aan diverse zware metalen. De gemeten gehalten overschrijden de achtergrondwaarden in geringe mate en vormen om die reden geen belemmering voor de geplande bestemmingsplanwijziging en de geplande aanvraag van een omgevingsvergunning zoals gepland voor dit terreindeel. In de ondergrond zijn licht verhoogde gehalten aan enkele zware metalen aangetoond. Op basis van de rekenregels voldoet betreffende grond aan de achtergrondwaarde.

Geconcludeerd wordt dat de milieuhygienische kwaliteit van de ondergrond geen negatieve invloed heeft op de financiële waardering van het (westelijke) perceel en geen belemmering vormt voor de geplande bestemmingsplanwijziging en aanvraag omgevingsvergunning (activiteit bouwen) voor het (oostelijke) perceel. Een directe oorzaak voor de verhoogde gehalten is niet bekend.

_____________________________________________________________________________________________________ Toelichting VDW Ruimtelijk Advies Blad: 20 van 45

Resultaten grondwater In het grondwater zijn geen parameters verhoogd gemeten. De grondwaterkwaliteit vormt om die reden geen belemmering voor de geplande bestemmingsplanwijziging en de geplande aanvraag van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen). Conclusie Op basis van de onderzoeksresultaten kan worden geconcludeerd dat de milieuhygienische kwaliteit van het te bebouwen terreindeel hooguit licht verhoogde gehalten zijn aangetoond in de bovengrond en tevens de ondergrond hooguit licht verhoogde gehalten bevat, vormt de bodemkwaliteit geen belemmering voor de geplande bestemmingsplanwijziging en aanvraag omgevingsvergunning zoals gepland voor het oostelijk terreindeel. 4.7 Externe veiligheid Algemeen Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag, de productie en het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vloeit de verplichting voort, om in ruimtelijke plannen in te gaan op de veiligheidsrisico's in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen.

Het uitgangspunt bij het huidige externe veiligheidsbeleid is een risicobenadering op basis van risicoberekeningen, met daarbij een wettelijke norm voor het plaatsgebonden risico (een basisbeschermingsniveau voor elk individu) en een afwegingsruimte voor het bevoegd gezag om te bepalen welke risico’s voor grotere groepen mensen aanvaard worden geacht (de verantwoordingsplicht van het groepsrisico). Voor beide ”risiconormen” geldt dat hoe groter de afstand tussen een plangebied en een risicobron is, des te kleiner de impact van het plan zal zijn op de hoogte van het risico. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) heeft tot doel om hetzelfde minimale beschermingsniveau te bieden voor iedere burger in Nederland. Het PR beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het PR wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn, etc.), waarbij de 10-6 jr/contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is. Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is een afwegingsinstrument dat tot doel heeft een bewuste afweging te stimuleren over het risico op een ongeval met een bepaald aantal slachtoffers. Het GR beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen.

Het GR geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het GR wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1.000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het GR geldt geen wettelijke norm maar een oriëntatiewaarde die dient als uitgangspunt in de verantwoording van het groepsrisico.

_____________________________________________________________________________________________________ Toelichting VDW Ruimtelijk Advies Blad: 21 van 45

Beoordeling en verantwoording Inrichtingen en leidingen Volgens de Risicokaart van de provincie bevinden zich in de omgeving van het plangebied geen bedrijven of inrichtingen met een extern veiligheidsrisico, die belemmering vormen voor de oprichting van gevoelige objecten zoals woningen. Ten oosten van het plangebied liggen gastransportleidingen van de Gasunie. Voor ruimtelijke plannen in de omgeving van leidingen met vervoer van gevaarlijke stoffen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van toepassing. In onderstaande tabel zijn de revelante kenmerken van deze buisleidingen vermeld. Het plangebied ligt op ruim 220 meter afstand van de betreffende buisleidingen. Het invloedsgebied van enkele leidingen is echter 540 of 580 meter. De 100% lethaliteitscontour van één van deze buisleidingen bedraagt 220 meter. De 100%letaliteitscontour is de contour waarbinnen in geval van een calamiteit (voor hogedruk aardgastransportleidingen (een fakkelbrand) nog iedereen zal overlijden. Binnen deze contour geldt voor (zeer) kwetsbare objecten in principe een zware verantwoording. Het betreffende bouwplan ligt zoals gezegd op ruim 220 meter afstand van de betreffende woningen. Dit betekent dat kan worden gemotiveerd voor dit plan uit te gaan van een lichte verantwoording.

Uit de tabel blijkt dat er geen 106/jr pr-contour van de verschillende leidingen bestaat binnen het plangebied. Het groepsrisico is niet aan de orde. Het gaat hier namelijk om slechts twee nieuwe woningen waar geen kwetsbare groepen woonachtig zullen zijn. De zelfredzaamheid van de bewoners van deze woningen wordt voldoende geacht, om de bouw van deze twee woningen op een afstand van ruim 220 meter afstand van de betreffende leidingen verantwoord te achten. Leidingtype

Druk

diameter

Inventarisatie afstand

PR 10-6/jr afstand

A

N-575-60

40 bar

12”

140 m

0

B

N-575-51

40 bar

4”

45 m

0

C

N-575-45

40 bar

4”

45 m

0

D

A-555

66,2 bar

42”

490 m

0

E

A-555-04

66,2 bar

12”

170 m

0

F

A-507

66,2 bar

42”

490 m

0

G

A-505

66,2 bar

36”

430 m

0

H

A-663

80 bar

48”

580 m

0

I

A-674

66,2 bar

48”

540 m

0

J

A-664

80 bar

48”

580 m

0

K

A-524

66,2 bar

48”

540 m

0

L

A-533

66,2 bar

48”

540 m

0

M

N-576-75

40 bar

10”

120 m

0

Afbeelding 13: Kenmerken buisleidingen omgeving plangebied

_____________________________________________________________________________________________________ Toelichting VDW Ruimtelijk Advies Blad: 22 van 45

Afbeelding 14: Ligging buisleidingen

Verantwoording groepsrisico bij standaardverantwoording a Het plangebied en de geprojecteerde ontwikkeling bevindt zich op grote afstand van de risicobronnen (buisleidingen). Om deze reden wordt conform de Beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente Wijchen een standaardverantwoording (a) toegepast. In verband met de grote afstand tot de risicobronnen en het plangebied zal een toename van personendichtheden niet significant doorwerken in de rekenkundige hoogte van het groepsrisico. Om deze reden is de verantwoording van het groepsrisico kwalitatief uitgevoerd. De mogelijkheid tot beperking van het groepsrisico is op deze grote afstand tussen het plangebied en de risicobronnen niet relevant. De toename van een zo beperkte personendichtheid door realisatie van het plan geen invloed heeft op het groepsrisico. Hiernaast liggen de betreffende risicobronnen ver buiten de 10-6/ jr. contour. Op basis van bovengenoemde redenen zijn eventuele extra veiligheidsmaatregelen niet realistisch. Bestrijding bij calamiteiten dient in deze situatie dan ook plaats te vinden bij de bron zelf. In het kader van zelfredzaamheid moeten personen wel een schuilmogelijkheid hebben. Hierbij geldt als toetsingsgrond de mate waarin de twee nieuw te bouwen woningen goed afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken hieraan worden blootgesteld.

De nieuw te bouwen woningen zijn zeer goed geïsoleerd. Hierdoor bieden zij een goede bescherming tegen het eventueel binnendringen van het toxisch gas. Belangrijk is wel dat luchtbehandelingsinstallaties in de twee woningen met één druk op de knop zijn uit te schakelen. In het kader van risicocommunicatie is het bovendien belangrijk dat bij een calamiteit waarbij toxische stoffen kunnen vrijkomen, bewoners in het plangebied zijn geïnformeerd hoe te handelen bij een incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert. Bij het genoemde incidentscenario is het advies om te schuilen in een gebouw en de ramen, deuren en ventilatieopeningen goed te sluiten. In het plangebied zijn voldoende mogelijkheden aanwezig om dit advies tijdig op te volgen. Geconcludeerd kan worden dat er gelet op _____________________________________________________________________________________________________ Toelichting VDW Ruimtelijk Advies Blad: 23 van 45

bovenstaande voldoende mogelijkheden zijn voor de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid bij een zwaar ongeval ter hoogte van de buisleidingen. Om deze reden is het niet noodzakelijk dat nadere eisen aan het plan worden gesteld in het kader van de externe veiligheid. De conclusie is dan ook dat het aspect externe veiligheid ten gevolgen van buisleidingen geen belemmering is voor de realisering van dit plan. Externe veiligheid wegen Het plangebied ligt op een afstand van ca.150 meter vanaf Rijksweg A50. Rijksweg A50 betreft een transportas waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. In de beleidsvisie van de gemeente Wijchen is de hoofdregel om kwetsbare objecten binnen de 200 meter van snelwegen zwaar te verantwoorden. Het Bevt kent een aantal uitzonderingen. Deze uitzonderingen zijn ook opgenomen in de Beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente Wijchen. Een lichte verantwoording kan hier volstaan omdat de toename van het GR kleiner is dan 10%. Op basis van de dichtheid in het invloedsgebied kan dus gemotiveerd worden dat het berekening van het GR niet noodzakelijk is. In het zogenaamde project Anker is een inventarisatie gemaakt van de omvang van de plaatsgebonden risicocontouren langs de verschillende rijkswegen bij verschillende groeiscenario’s. Voor de A50 geldt dat er in alle onderzochte scenario’s geen sprake is van een 10-6/jr contour buiten de weg.

Tevens blijkt uit deze studie, dat voor deze wegen het groepsrisico ruim onder de oriëntatiewaarde ligt. De omvang van het invloedsgebied (1% letaliteitgrens) langs deze wegen bedraagt 230 meter. Wanneer zich binnen het invloedsgebied ontwikkelingen voordoen die kunnen leiden tot een toename van het groepsrisico, dient deze toename van het groepsrisico nader te worden verantwoord. Omdat dit bestemmingsplan geen ontwikkelingen toestaat die leiden tot een significante verhoging van het groepsrisico, kan een verantwoording van het groepsrisico achterwege blijven. In het Basisnet weg is de A50 aangewezen als een weg met een veiligheidszone en een Plasbrand Aandachts Gebied (PAG). Het PAG bedraagt 30 meter. De gemeente moet bij bouwplannen binnen het PAG motiveren waarom op deze locatie mag worden gebouwd. Dit is voor dit plan niet aan de orde. De nieuwe woningen zijn gesitueerd op minimaal 150 meter afstand van de A50. Externe veiligheid vaarwegen Ten zuiden van het plangebied stroomt de rivier de Maas. Deze rivier is in het Basisnet water aangeduid als een binnenvaartroute met frequent vervoer van gevaarlijke stoffen (zwart). Dit zijn alle verbindingen tussen chemische clusters, met het achterland en de Noord-Zuid verbindingen. Via deze vaarwegen vindt ook regelmatig vervoer plaats van brandbare vloeistoffen.

De plaatsgebonden risicocontour (PR 10-6/jr) voor de Maas ligt maximaal op de oeverlijn van de rivier. Naast het plaatsgebonden risico is ook het groepsrisico van belang. Via beheersing van het groepsrisico dient de kans op een ongeval met veel slachtoffers zo klein mogelijk te worden gehouden. De gemeente is in principe verplicht bij bouwplannen binnen 200 m langs de vaarweg het groepsrisico te verantwoorden en vast te stellen of het groepsrisico aanvaardbaar blijft bij realisering van het nieuwbouwplan. Bij de realisering van dit plan is bovenstaande niet aan de orde omdat het plangebied op ruim 220 meter van de Maas ligt. 4.8 Kabels en leidingen Het verrichten van werkzaamheden in de nabijheid van hoogspanningsmasten en -kabels en dergelijke, kan gevaar met zich meebrengen. Om dit gevaar zoveel mogelijk te beperken moet de leidingbeheerder aangeven onder welke voorwaarden de werkzaamheden veilig plaats kunnen vinden. Beoordeling en conclusie In en nabij het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig. Dit aspect levert dan ook geen belemmeringen op voor de realisatie van het plan. _____________________________________________________________________________________________________ Toelichting VDW Ruimtelijk Advies Blad: 24 van 45

4.9

Waterparagraaf

Beleid Nationaal / Provinciaal Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b) moet inzicht worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Daarbij zijn de hierna beschreven beleidsstukken van belang. Nationaal waterplan In december 2015 stelde het kabinet het Nationaal Waterplan vast. Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016-2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water, en diverse vormen van gebruik van water. Ook worden de maatregelen genoemd die hiertoe worden genomen. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Provinciaal Waterplan In het Waterplan Gelderland is het waterbeleid beschreven aan de hand van een aantal thema's, zoals landbouw, wateroverlast, watertekort, natte natuur, grondwaterbescherming en hoogwaterbescherming. Voor deze thema's is beschreven welke doelstellingen voor 2027 en 2015 er liggen. Daarbij is beschreven hoe de provincie voor de planperiode de uitvoering van acties ziet om die doelstellingen te bereiken.

Bij sommige thema's gelden aanvullende waterdoelstellingen voor specifieke waterhuishoudkundige functies. Beleid Waterschap Waterbeheerplan 2016-2021 (Waterschap Rivierenland) Dit plan, vastgesteld op 27 november 2015, gaat over het waterbeheer in het hele rivierengebied en het omvat alle watertaken van het waterschap: waterkwantiteit, waterkwaliteit, waterkering en waterketen. In het Waterbeheerplan staat wat Waterschap Rivierenland de komende periode gaat doen om inwoners van het rivierengebied veiligheid en voldoende schoon en mooi water in sloten en plassen te kunnen blijven bieden. Keur Waterschap Rivierenland 2014 Voor waterhuishoudkundige ingrepen is de 'Keur Waterschap Rivierenland 2014' van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen, die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Zo is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor het onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder een ontheffing van het Waterschap. De wateren en waterkering, waarop de Keur van toepassing is, zijn vastgelegd in de desbetreffende leggers. Realisatie van nieuwe bebouwing en/of verhard oppervlak moet hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. Bij het toevoegen van bebouwing of verharding geldt een compensatieplicht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=3cae9173-add5-4a94-a840-ac7e59d5c7a0