CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Parallelweg ong. Batenburg

Raad openbaar Wijchen 25 mei 2023, gemeente wijchenBij agendapunt: 62787 Beslisnota Vaststellen bestemmingsplan ‘Parallelweg ong., Batenburg’16.995 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Bestemmingsplan ‘Parallelweg ong., Batenburg’ – 11 april 2023

30

voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen namelijk eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Wijchen), die vervolgens een selectiebesluit neemt. Het rapport is beoordeeld, maar er moet nog een selectiebesluit genomen worden.” Het bevoegd gezag heeft op basis van het uitgevoerde onderzoek een selectiebesluit genomen. Het selectiebesluit is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 6). Het selectiebesluit is in lijn met het selectieadvies. Met die reden is in het bestemmingsplan op een deel van het plangebied geen dubbelbestemming ter bescherming van archeologische waarden opgenomen en op een deel (gedeelte van het plangebied grenzend aan de Ringdijk) de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Archeologie vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. 4.3.2 Cultuurhistorie Beleidskader Volgens de Erfgoedwet, die per 1 juli 2016 van kracht is geworden, dient bij nieuwe ontwikkelingen rekening te worden gehouden met het aanwezige cultureel erfgoed. Samen met de nieuwe Omgevingswet (of het overgangsrecht totdat deze in werking is getreden) maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk.

Consequenties Op basis van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) heeft de gemeente Wijchen besloten om samen met de gemeenten Beuningen, Druten en Heumen een beleidsnota cultuurhistorie op te stellen. Deze beleidsnota is de planologische borging van cultuurhistorische waarden binnen de Gemeente Wijchen in de vorm van het 'Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen'. Dit parapluplan voegt een dubbelbestemming toe aan het vigerend bestemmingsplan: 'Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied'. Het zijn gebieden met een interessante cultuurhistorische en ruimtelijke kwaliteit in de samenhang tussen bebouwing, openbare ruimte en beplanting, en/of enige relatie met de historische en landschappelijke hoofdstructuren. Om de specifieke cultuurhistorische waarden die in het plangebied aanwezig zijn te beschermen is – net als in het vigerende bestemmingsplan - de dubbelbestemming 'Waarde Cultuurhistorisch waardevol gebied' opgenomen. Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het planvoornemen. 4.4 Bedrijven en milieuzonering Beleidskader Voor de milieuzonering van bedrijven in ruimtelijke plannen geldt in het algemeen geen

Bestemmingsplan ‘Parallelweg ong., Batenburg’ – 11 april 2023

31

wettelijk kader. Wel is het in het kader van een goede ruimtelijke ordening van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies, zoals woningen: • ter plaatse van de woning(en) een goed woon- en leefklimaat wordt gegarandeerd; • rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Consequenties Het betreft hier de ontwikkeling van één nieuwe woning, een gevoelige bestemming. Nabijgelegen zijn geen bedrijven. Omliggend zijn slechts diverse woningen. Aangezien dit ook gevoelige objecten zijn vormen deze geen belemmering voor het woon- en leefklimaat van onderhavige ontwikkeling. Op basis hiervan kan gesteld worden dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat en dat door de ontwikkeling geen bedrijven worden gehinderd in hun bedrijfsvoering. Nader onderzoek kan achterwege blijven. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling of andersom de ontwikkeling vormt geen belemmering voor bedrijvigheid. 4.5 Bodem Beleidskader Vastgelegd is dat in bestemmingsplannen moet worden beschreven wat de bodemkwaliteit van het betreffende gebied is. Voor het betrekken van bodeminformatie bij het opstellen van bestemmingsplannen zijn enkele vragen relevant: 1. is er bodemverontreiniging die de functiedoelen kan frustreren; 2.

zijn er gezondheids- of ecologische risico's en gebruiksbeperkingen voor de beoogde functies; 3. wat zijn de mogelijkheden om er tijdig iets aan te doen in termen van resultaten, kosten en kostendragers. Consequenties Door Van Oort Bodemonderzoek is om de bodemkwaliteit in het plangebied in beeld te brengen een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De rapportage van het onderzoek is bijgevoegd bij dit bestemmingsplan (bijlage 3). De conclusies van het onderzoek zijn als volgt. “Grond Zintuiglijk zijn tijdens de uitvoering van de boringen geen verontreinigingen waargenomen. In de bovengrond zijn in zwakke mate resten van baksteen aangetroffen. Op basis van het laboratoriumonderzoek zijn de volgende conclusies te trekken: • In het mengmonster van de bovengrond zijn ten opzichte van de achtergrondwaarde verhoogde gehaltes cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, nikkel en zink aangetoond. • In het mengmonster van de ondergrond zijn ten opzichte van de achtergrondwaarde verhoogde gehaltes kobalt, lood, nikkel en zink aangetoond.

Bestemmingsplan ‘Parallelweg ong., Batenburg’ – 11 april 2023

32

De boven- en ondergrond zijn licht verontreinigd met diverse zware metalen. Mogelijk dat het enerzijds het gevolg is van de aangetroffen puinresten en anderzijds dat het gaat om lokaal verhoogde achtergrondwaarden. Op basis van een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit zijn zowel de bovengrond als ondergrond beoordeeld als industriegrond. Grondwater Zintuiglijk zijn geen verontreinigingen of andere bijzonderheden waargenomen tijdens het plaatsen van de peilbuis en het bemonsteren van het grondwater. Op basis van het laboratoriumonderzoek zijn de volgende conclusies te trekken: • In het grondwater zijn ten opzichte van de streefwaarde geen verhoogde gehaltes waargenomen. Het grondwater is niet verontreinigd. Hypothese Op basis van de onderzoeksresultaten dient de hypothese ‘niet verdacht’ te worden verworpen. In de boven- en ondergrond zijn lichte verontreinigingen aangetoond. Er zijn geen meetwaarden waargenomen tot boven de tussenwaarde voor aanvullend onderzoek. De resultaten van het onderzoek geven geen aanleiding tot een vervolgonderzoek.” Op basis van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek kan gesteld worden dat de boven- en ondergrond licht zijn verontreinigd met diverse zware metalen. Het grondwater is niet verontreinigd. Er is geen aanleiding tot een vervolgonderzoek. Met betrekking tot de bodemkwaliteit zijn geen bezwaren tegen het planvoornemen.

Conclusie De gemeente Wijchen is bevoegd gezag. Het bevoegd gezag bepaalt dan ook of het uitgevoerde onderzoek volstaat en/ of aanvullend onderzoek noodzakelijk is. Het bevoegd gezag (ODRN in opdracht van de gemeente Wijchen) heeft het verkennend bodemonderzoek beoordeeld en is ermee akkoord. De beoordeling is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 7). Er is geen nader onderzoek noodzakelijk. Bodem vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

4.6 Externe Veiligheid Beleidskader Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn: - Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); - Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); - Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Bestemmingsplan ‘Parallelweg ong., Batenburg’ – 11 april 2023

33

Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: Het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Risiconormering In het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico: Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht.

Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moetenkomen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. Wanneer verantwoorden? Bron Inrichtingen (Bevi) Buisleidingen (Bevb)

Wanneer groepsrisicoverantwoording? Altijd wanneer binnen invloedsgebied ruimtelijk besluit wordt genomen. Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde.

Bestemmingsplan ‘Parallelweg ong., Batenburg’ – 11 april 2023

34

Spoor-, rijks- en waterwegen (Bevt)

Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde.

Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het ‘restrisico’ dat overblijft nadat de benodigde veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn. Beleidsvisie externe veiligheid De gemeente Wijchen beschikt over een beleidsvisie externe veiligheid. Hierin wordt invulling gegeven aan de gemeentelijke omgang met externe veiligheid. Overige wet- en regelgeving Tot slot moet in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' (art. 3.1 Wro) ook getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit, effectafstanden uit de 'Circulaire effectafstanden LPG-tankstations', enz.. Consequenties Bevi, bevb, bevt Op basis van het Bevi (artikel 1) betreft de ontwikkeling één kwetsbaar object. Met behulp van de nationale risicokaart2 is gekeken, welke risicobronnen in de nabijheid van het plangebied zijn gelegen. Hieronder is een uitsnede van de risicokaart ter hoogte van de ontwikkeling en haar omgeving weergegeven.

Uit de risicokaart blijkt dat het nieuwe kwetsbare object niet gelegen is binnen een plaatsgebonden risicocontour (PR10-6/jaar).

2

www.risicokaart.nl, professionele versie.

Bestemmingsplan ‘Parallelweg ong., Batenburg’ – 11 april 2023

35

Het nieuwe kwetsbare object is wel gelegen binnen het invloedsgebied van een risicobron, in dit geval een vaarweg, de Maas. De Maas is een belangrijke binnenvaartroute. Dit betekent dat er geen sprake is van plaatsgebonden risico-contouren op de oever. Het invloedsgebied is 1000 meter, gebaseerd op het vervoer van toxische stoffen. De nieuwe woning is gelegen op circa 210 meter vanaf de oever van de Maas. Ingevolge de beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente Wijchen geldt voor alle nieuwe objecten tussen 90 en 1000 meter een standaard verantwoording. Deze is als volgt. “Verantwoording groepsrisico bij standaard verantwoording Het plangebied en de daarbinnen geprojecteerde ontwikkeling bevindt zich op grote afstand van de risicobron. Om deze reden wordt conform de Beleidsvisie externe veiligheid een standaardverantwoording toegepast. Ontwikkeling groepsrisico Vanwege de grote afstand tot de risicobron zal een toename van personendichtheden niet significant doorwerken in de rekenkundige hoogte van het groepsrisico. De beschouwing van het groepsrisico en de verantwoording daarvan is om deze reden volledig kwalitatief uitgevoerd. Mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico De mogelijkheid tot beperking van het groepsrisico door het beïnvloeden van de personendichtheid is op deze grote afstand tot de risicobron geen item.

Zoals gesteld heeft op deze afstand een toe- of afname van personendichtheid geen invloed op het groepsrisico. Daarnaast is de kans te overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen is in deze gebieden vele malen kleiner dan 1/1.000.000. Veiligheidsmaatregelen aan de bron zijn daarom niet realistisch. De bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Ook het bestrijdbaarheid vraagstuk speelt op deze afstand van de risicobron niet. Bestrijding vindt plaats bij de bron. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid In geval van een calamiteit moeten personen kunnen schuilen. De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters. Nieuwe bouwwerken zijn goed geïsoleerd, waardoor ze een goede bescherming bieden tegen het binnendringen van het toxisch gas. Belangrijk is wel dat luchtbehandelingsinstallaties met één druk op de knop uit te schakelen zijn. Dit is echter niet af te dwingen in deze ruimtelijke procedure. Daarnaast dient in geval van een calamiteit tijdig gewaarschuwd te worden. Dit gebeurt door het in werking stellen van NL-Alert en het Waarschuwing en Alarmering Systeem (WAS) als onderdeel van de algemene Rampenbestrijding. Het plangebied valt binnen de dekking van de sirenepalen.

Deze verantwoording dient gelezen te worden in combinatie met de Beleidsvisie externe veiligheid Wijchen en de daarin gemaakte keuzes.” Beleidsvisie externe veiligheid

Bestemmingsplan ‘Parallelweg ong., Batenburg’ – 11 april 2023

36

Toetsing van het plan aan de voorwaarden uit de beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente geeft geen belemmeringen voor het voorgenomen plan. Overige wet- en regelgeving In de omgeving van het plangebied is geen LPG-tankstation gelegen. Derhalve is de circulaire LPG-tankstations niet van toepassing op dit plan. Daarnaast zijn er geen veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit van toepassing op het onderhavige plan. Conclusie Het aspect externe veiligheid levert geen belemmeringen op voor het plan. 4.7 Natuur Beleidskader De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en vervangt sindsdien de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet, en de Boswet. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Daarnaast bevat de wet onder meer bepalingen over de jacht en over houtopstanden. Soortbescherming De Wet natuurbescherming bevat een algemene zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten. Daarnaast voorziet de wet in strikte verboden die gelden voor aangewezen beschermde inheemse diersoorten, waaronder alle van nature in Nederland voorkomende soorten vogels. Dus zowel vogels in de tuin als op de Veluwe zijn beschermd.

De wet werkt volgens het 'nee-tenzij' principe ten aanzien van beschermde inheemse soorten: schadelijke handelingen zijn verboden, tenzij er een uitzondering voor is gemaakt. Het is niet toegestaan om vogels te doden, vangen, verwonden, verstoren, bezitten, verhandelen, de nesten en eieren te verstoren of te vernietigen. Uitzonderingen op deze verboden zijn onder voorwaarden mogelijk, onder andere voor veiligheid, schadebestrijding of onderzoek. De wet regelt ook de jacht in ons land. Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming bevat specifieke regels voor de aanwijzing, het beheer en de bescherming van Natura 2000-gebieden, waaronder een groot aantal gebieden die als essentieel leefgebied dienen voor vogels. Het belangrijkste rechtgevolg van de aanwijzing als Natura 2000-gebied is dat er een vergunningplicht geldt voor alle activiteiten die mogelijk schade kunnen toebrengen aan een gebied. Voor dergelijke schadelijke activiteiten kan alleen een vergunning worden verleend als er geen alternatief is en als het gaat om een dwingende reden van groot openbaar belang. De kokkelvisserij in de Waddenzee is nu bijvoorbeeld verboden. Er kon namelijk niet worden aangetoond dat er géén schade zou ontstaan aan de natuur, en er was geen van de andere redenen aanwezig om toch een vergunning te verlenen.

De wet biedt geen bescherming aan andere natuurgebieden, maar vereist wel van provincies dat zij gebieden aanwijzen voor het natuurnetwerk Nederland en verleent hen de

Bestemmingsplan ‘Parallelweg ong., Batenburg’ – 11 april 2023

37

bevoegdheid om bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen aan te wijzen. De Minister van Economische Zaken kan daarnaast op grond van de wet nationale parken aanwijzen die vooral een educatieve en communicatieve functie hebben. De voormalige beschermde natuurmonumenten zijn met bijbehorende doelen opgeheven met de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming. Consequenties Soortbescherming Voor de ontwikkeling is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Het onderzoek is als bijlage 4 bij deze toelichting gevoegd en kent de navolgende conclusies en advies. “In het plangebied of binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden, zijn de volgende potentiële natuurwaarden aangetroffen waar rekening mee gehouden dient te worden: » Algemene broedvogels (niet jaarrond beschermd). Effecten Doordat de werkzaamheden op het land plaatsvinden, beperkt van aard zijn, en preventief afdoende maatregelen kunnen worden getroffen, zijn over het algemeen géén negatieve effecten op strikter beschermde soorten te verwachten. Advies Doordat de kans bestaat dat broedende vogels in of nabij de werkgrenzen aanwezig kunnen zijn, wordt aanbevolen werkzaamheden zoals de verwijdering van beplantingen (haag) en grondwerk met groter materieel bij voorkeur uit te voeren buiten het broedseizoen (ná half juli en vóór half maart).

Indien een ter zake deskundige heeft vastgesteld, dat geen in gebruik zijnde nesten aanwezig zijn, is het ook mogelijk binnen deze periode te werken. Het verstoren van broedende vogels, wat leidt tot het definitief verlaten van een nest, is conform de Wet natuurbescherming niet toegestaan.” Gebiedsbescherming Binnen 10 kilometer van het plangebied is één Natura 2000 gebied gelegen, namelijk Rijntakken op 7 kilometer. Omdat het plangebied buiten beschermde gebieden ligt zijn directe effecten, zoals areaalverlies en versnippering, uitgesloten. Tevens kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Echter, is het door de relatief kleine afstand tot het gevoelige Natura 2000-gebied wel noodzakelijk dat er een stikstofberekening wordt gedaan (voortoets). Deze is uitgevoerd en bijgevoegd bij deze ruimtelijke onderbouwing (bijlage 8). Het onderzoek kent de navolgende conclusie: “Uit de rekenresultaten van AERIUS Calculator 2021 blijkt dat er ten gevolge van het planvoornemen geen stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden plaatsvindt. Derhalve zijn ‘significante negatieve effecten’ op beschermde natuurgebieden ten aanzien van stikstofdepositie niet aan de orde. De berekening toont aan dat het aspect stikstofdepositie geen beperkingen oplevert ten aanzien van het beoogde planvoornemen.”

Bestemmingsplan ‘Parallelweg ong., Batenburg’ – 11 april 2023

38

Conclusies De ontwikkeling van onderhavig plan zal geen nadelige invloed hebben op flora en fauna op de locatie en de toestand van flora en fauna in de directe omgeving. Voor wat betreft het aspect soortbescherming is geen sprake van strijdigheid met de Wet natuurbescherming. Geadviseerd wordt wel om natuurinclusief te bouwen, door in de nieuwbouw nestelgelegenheden voor mussen (bijv. door het realiseren van vogelvides) en vleermuisverblijven in te bouwen. De ontwikkeling leidt niet tot effecten op nabijgelegen Natura-2000 gebieden. Voor wat betreft het aspect gebiedsbescherming is geen sprake van strijdigheid met de Wet natuurbescherming. 4.8 Kabels en leidingen Naar verwachting zijn in de directe omgeving van de projectlocatie geen kabels en leidingen aanwezig die een belemmering vormen voor de ontwikkeling. In het vigerende bestemmingsplan worden ter hoogte van het plangebied geen kabels- en leidingen beschermd. Mochten er grondwerkzaamheden plaats gaan vinden dan zal te zijner tijd voorafgaand aan de werkzaamheden een KLIC-melding opgevraagd moeten worden bij de betrokken netwerk/leidingbeheerders. 4.9 Luchtkwaliteit Beleidskader Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer in werking getreden.

Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen, zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (NIBM) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. In het besluit NIBM is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m³ NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, infrastructuur, kantoor- en woningbouwlocaties en activiteiten of handelingen) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook indien aannemelijk gemaakt kan worden dat een gepland project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. Voor woningen wordt hierbij een

Bestemmingsplan ‘Parallelweg ong., Batenburg’ – 11 april 2023

39

ondergrens van 1500 woningen aangehouden voor locaties waarbij sprake is van één ontsluitingsweg. Consequenties Onderhavige planontwikkeling voorziet in de ontwikkeling van één nieuwe woning. Derhalve kan dit plan gezien worden als een project dat een niet in een betekenende mate bijdrage levert op het gebied van de luchtkwaliteit. Op basis van de GCN-kaarten is getoetst of ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat. Dat is het geval. Zie onderstaande uitsnede van de GCN-kaart (PM10) die aangeeft dat ter hoogte van het plangebied sprake is van gridcelwaarde 15,6 (gridcelwaarde onder 18).

Hieronder is de PM2,5-kaart opgenomen, die aangeeft dat ter hoogte van het plangebied sprake is van gridcelwaarde 8,8 (gridcelwaarde beneden 10).

Bestemmingsplan ‘Parallelweg ong., Batenburg’ – 11 april 2023

40

Hieronder is de NO2-kaart opgenomen, die aangeeft dat ter hoogte van het plangebied sprake is van gridcelwaarde 12,43 (lichtblauw, gridcelwaarde tussen 10 en 15).

Conclusie Het onderhavig plan heeft geen nadelige invloed op de luchtkwaliteit omdat het niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit, daarnaast is sprake

Bestemmingsplan ‘Parallelweg ong., Batenburg’ – 11 april 2023

41

van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat ten aanzien van luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmerende factor. 4.10 Water Op basis van de Wro en het Bro is de watertoets verplicht bij bestemmingsplannen, inpassingsplannen, buitenplanse omgevingsvergunningen en het buiten toepassing verklaringen van beheerverordeningen. Voor overige plannen dient een watertoets te worden uitgevoerd op basis van het nationaal bestuursakkoord water. De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen meer waterbestendig te maken, waarbij wateraspecten vroegtijdig en expliciet worden meegenomen in ruimtelijke plannen en bij locatiekeuzen. Het Bro regelt de verplichte waterparagraaf in de toelichting bij genoemde ruimtelijke plannen en het overleg met de waterbeheerder (wateradvies). De waterparagraaf beschrijft de wijze waarop rekening wordt gehouden met eventuele gevolgen van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding. De waterparagraaf geeft een beschrijving van beleidsuitgangspunten, waterhuishoudkundige situatie en wateropgaven in het plangebied, (motivatie van) meest geschikte oplossingen en ruimtelijke consequenties daarvan. Indien aan de orde wordt tevens het advies van het waterschap in de waterparagraaf verwerkt.

4.10.1 Beleidskader Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's. Europese Kaderrichtlijn Water (2000) Met ingang van december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht. In de Kaderrichtlijn worden kwaliteitseisen gesteld gericht op het beschermen en verbeteren van de aquatische ecosystemen (verplichtingen per stroomgebied). Deze richtlijn stelt als norm dat oppervlaktewater binnen 15 jaar na inwerkingtreding moeten voldoen aan een ‘goede ecologische toestand’ (GET). Voor kunstmatige wateren, zoals de meeste stadswateren, geldt dat de oppervlaktewateren minimaal moeten voldoen aan een ‘goede ecologisch potentieel’(GEP). Inmiddels zijn de GEP-normen per stroomgebied uitgewerkt. Waterwet Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. Kort samengevat regelt de Waterwet het beheer van oppervlaktewater en grondwater. De Waterwet biedt instrumenten om het waterbeheer op een doeltreffende en doelmatige manier op te pakken. Ook vervangt de Waterwet een groot aantal wetten op het gebied van water. Hieruit is op rijksniveau een Nationaal Waterplan ontwikkeld.

Dit plan bevat de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid.

Bestemmingsplan ‘Parallelweg ong., Batenburg’ – 11 april 2023

42

De provincie Gelderland heeft een Regionaal Waterplan opgesteld. De bedoeling is dat op basis van deze structuurvisies plannen van de Waterwet doorwerken in de ruimtelijke ordening en ervoor zorgen dat de waterbelangen op een goede manier worden geborgd. De op 1 januari 2008 ingevoerde Wet gemeentelijke watertaken is opgenomen in de Waterwet. Door deze wetgeving kunnen gemeenten een verbrede zorgplicht op zich nemen. Deze wetgeving maakt het mogelijk om rioolheffing te heffen voor zuiveringstechnisch werk dat door de gemeente (of waterschap/derde) wordt beheerd op grond van de Gemeentewet. Nationaal Waterplan 2016-2021 Het nationaal waterbeleid voor de komende jaren is in 2015 vastgesteld door het kabinet in het Nationaal Waterplan 2016-2021. Het Rijk streeft naar een duurzaam en klimaatbestendig waterbeheer en heeft de ambitie om de komende decennia te investeren in bescherming tegen overstromingen en in de zoetwatervoorziening. Voor een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem is het van belang bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met waterhuishoudkundige eisen op korte termijn. Waterbeheerprogramma 2022-2027 – Versterken, verbinden, vergroenen Het waterbeheerprogramma (WBP) beschrijft wat Waterschap Rivierenland in de planperiode (2022-2027) wil bereiken, met wie en hoe ze dat willen doen en waarom.

In het WBP zijn voor het waterbeheer het beheergebied van Waterschap Rivierenland de kaders gegeven en de opgaven gedefinieerd. Ook geven ze aan hoe ze deze opgaven samen met anderen willen oppakken en willen inspelen op initiatieven van derden. Het WBP is geen nieuw beleid, maar een beschrijving van de uitvoering van bestaand beleid of het voornemen om voor een thema nieuw beleid te gaan maken. Het WBP vormt het beleidshart van het waterschap. Het WBP is op 22 december 2021 in werking getreden. De visie op een toekomstbestendig rivierengebied en de bijdrage die het waterschap daar zelf aan levert is verwoord en verbeeld in de Watervisie 2050. De watervisie rijkt met een horizon tot 2050 verder dan de planperiode van het WBP (2022-2027). De watervisie is het strategisch kader voor de lange termijn en het WBP is een tactische vertaling voor de planperiode. In de Watervisie 2050 is het gewenste toekomstbeeld beschreven. Kort gezegd is dit een toekomstbestendig rivierengebied bestaande uit zeven principes op basis waarvan in het WBP keuzes zijn gemaakt om het toekomstbeeld te bereiken. Dit zijn de principes: 1. De natuurlijke kenmerken van de ondergrond vormen het uitgangspunt voor ons werk. 2. Water is bepalend voor de inrichting van het gebied. 3. We zijn zuinig op water en grondstoffen. 4. Bescherming van het gebied tegen overstromingen is onze focus. 5.

We pakken uitdagingen op binnen deze generatie en wentelen niet af. 6. Waterbeheer van de toekomst: we maken maatschappelijk verantwoorde keuzes. 7. Met elkaar zorgen we voor een toekomstbestendig rivierengebied. Gemeentelijk waterbeleid en waterbeheer In de Strategische waternota van de gemeente Wijchen zijn de thema’s en uitgangspunten

Bestemmingsplan ‘Parallelweg ong., Batenburg’ – 11 april 2023

43

voor duurzaam waterbeheer omschreven. Deze zijn ook onder de alinea met beleidsuitgangspunten samengevat. In het kader van de watertoets moet een vertaalslag worden gemaakt naar de concrete plansituatie. Tevens beschikt de gemeente over een Gemeentelijk rioleringsplan GRP, waarin de gemeente invulling geeft aan haar zorgplicht voor rioolwater, hemelwater en grondwater. Het gemeentelijk waterbeleid is met name gericht op het voorkomen, beperken of tot een aanvaardbaar risico terugbrengen van wateroverlast en schade aan milieu en volksgezondheid. Op grond van de Waterwet (artikel 3.5 en 3.6) heeft de gemeente een zorgplicht voor inzameling en verwerking van overtollig hemel- en grondwater. Perceeleigenaren dienen hemelwater op eigen perceel te verwerken. Indien dit redelijkerwijs niet kan worden verlangd treedt de gemeentelijke zorgplicht in werking. Daarnaast heeft de gemeente een zorgplicht bij het treffen van maatregelen in openbaar gebied om structureel de gevolgen van grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen c.q. te beperken, tenzij dit niet doelmatig is of de verantwoordelijkheid van de provincie of het waterschap. 4.10.2 Huidige waterhuishoudkundige situatie Geohydrologie en grondwatersysteem De planlocatie is gesitueerd in stedelijk gebied en ligt in het zogenaamde peilgebied Bloemers, peilvak BLM011.

Het zomerpeil hier is 5.50+NAP en het winterpeil 5.30+NAP. De maaiveldhoogte is gemiddeld +6.85NAP. De bodem bestaat voornamelijk uit klei, waarvan de eerste meter onder maaiveld sterk zandig. De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) is circa +5.65mNAP. De gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) is circa 5.25m+NAP. De grondwaterstand rondom het plangebied is op basis van het Dino-loket inzichtelijk geworden en bevindt zich hier tussen de 0,70 m-mv en 1 m-mv. Het plangebied staat onder invloed van kwel, vanaf en wegzijging naar de Maas, afhankelijk van de rivierwaterstand. Oppervlaktewater en rioolsysteem De Maas stroomt op 210m (hemelsbreed) langs de planlocatie. In het plangebied is buiten een kleine poel geen oppervlaktewater aanwezig. Het plangebied bevindt zich in een gebied met een verbeterd gemengd openbaar rioolstelsel, waar het hemelwater en het afvalwater gezamenlijk worden ingezameld en getransporteerd in één rioolbuis. Het huidige plangebied niet verhard en niet aangesloten op de openbare riolering. Ecosysteem Het plangebied is niet gelegen in het Gelders natuurnetwerk (GNN, vroeger de EHS) of Groene ontwikkelingszone (GO). De natte natuur heeft in dit plangebied geen bijzondere waarde (bron: atlas gelderland). Beschermingszones waterkeringen Het plangebied is gelegen aan een primaire waterkering.

Het plangebied ligt in de beschermingszone en de buitenbeschermingszone van deze waterkering. De locatie waar de nieuwe woning wordt gerealiseerd is gelegen in de buitenbeschermingszone van deze primaire waterkering. Een deel van het plangebied is gelegen in de beschermingszone. Deze

Bestemmingsplan ‘Parallelweg ong., Batenburg’ – 11 april 2023

44

beschermingszone bevat deels een leggervlak waarin – in afwijking op de standaardregels bebouwing is toegelaten. De afbeeldingen hieronder zijn 1. een uitsnede van de legger van het waterschap ter hoogte van het plangebied (roze lijn is bouwgrens, gestreept is leggervlak) en 2. en het leggerprofiel ter hoogte van de aangegeven doorsnedelijn op de legger (HD 245).

In verband met de waterkering zijn in het plangebied de navolgende uitgangspunten relevant: • •

bebouwing in het leggervlak moet boven het profiel van vrije ruimte worden gesitueerd; putlozingen (badkuip in het leggerprofiel) zijn niet toegestaan;

Bestemmingsplan ‘Parallelweg ong., Batenburg’ – 11 april 2023

45

• •

infiltratie van hemelwater in de bodem is niet toegestaan; niet inspecteerbare (water)reservoirs zijn niet toegestaan (bijv. ondergrondse).

4.10.3 Beleidsuitgangspunten voor het ruimtelijk plan Wateroverlast en volksgezondheid Inrichting en beheer van het waterhuishoudkundige systeem binnen het plangebied dient te zijn gericht op het voorkomen van wateroverlast voor wegen en bebouwing en voorkomen van schade aan volksgezondheid door bijvoorbeeld vochtige kruipruimten, stilstaand water en onveilige oevers. Zo nodig wordt de drooglegging of ontwatering verbeterd (bijvoorbeeld bij lage ligging van het plangebied of hoge grondwaterstanden). Ontwateringsdiepte De ontwateringsdiepte (GHG) dient op minimaal 1,00 m onder vloerpeil woningen te liggen, minimaal 0,70 m onder straatpeil en minimaal 0,50 m onder groenvoorzieningen. Waterkwaliteit De gemeente streeft naar een goede waterkwaliteit, die voldoet aan de gestelde eisen. Van belang is dat zo min mogelijk vervuilende stoffen worden toegevoegd aan gronden oppervlaktewatersysteem. Alleen schoon hemelwater wordt direct afgevoerd naar bodem of oppervlaktewater. Afkoppeling en waterberging De gemeente streeft naar het vasthouden van gebiedseigen water door benutting van de natuurlijke bergingscapaciteit van bodem en oppervlaktewater. Transport van schoon hemelwater via de riolering moet worden vermeden.

Overeenkomstig de beslisboom voor hemelwater (bron: BORG) en de beslisboom aan- en afkoppelen verharde oppervlakken (bron: wRw 2003) dient zoveel mogelijk hemelwater te worden afgekoppeld van het rioleringsstelsel met de voorkeursvolgorde: 1. benutting, 2. bodeminfiltratie, 3. vertraagde afvoer naar en berging in oppervlaktewater, 4. afvoeren via rioolstelsel. Uitgangspunt bij nieuwbouw is het scheiden van afvalwater en hemelwater. Natuurwaarden De gemeente streeft naar behoud van natuurwaarden en biodiversiteit. Het (bouw)plan en toekomstige beheer van het plangebied mag daarom geen verstoring geven van de vereiste (grond)waterkwaliteit en -kwantiteit. Drinkwaterbesparing Gebruik van hoogwaardig drinkwater dient zoveel mogelijk te worden beperkt tot hoogwaardige toepassingen. Zo mogelijk wordt hemelwater gebruikt voor laagwaardige toepassingen (toiletspoeling, beregening, wassen, enz.). Verspilling van drinkwater kan worden voorkomen door toepassing van waterbesparende voorzieningen. Beleving

Bestemmingsplan ‘Parallelweg ong., Batenburg’ – 11 april 2023

46

De gemeente streeft naar versterking van de belevingswaarde van water. Cultuurhistorisch waardevolle watergebonden elementen zijn herkenbaar in het landschap aanwezig. Water en watergebonden elementen worden zo mogelijk gevisualiseerd. Tevens worden op deze wijze vervuilingen in het systeem zichtbaar. 4.10.4 Wateraspecten in relatie tot het ruimtelijk plan Bouwen nabij een primaire waterkering en bijbehorende beschermingszone Het nieuw te realiseren hoofdgebouw is gesitueerd buiten de beschermingszone van de primaire waterkering. Het hoofdgebouw ligt (vanaf de primaire waterkering gezien) achter de bouwgrens. Het bijgebouw is gesitueerd buiten de bouwgrens, maar in een leggervlak. De afbeelding hieronder illustreert dit.

bo

uw gre ns

Voor de bebouwing buiten de bouwgrens, maar in het leggervlak (bijgebouw) geldt dat voldaan moet worden aan alle eisen van het waterschap die gelden voor bouwwerken in een beschermingszone van een primaire waterkering. Dit houdt onder andere in dat funderingen (niet zijnde palen) boven de vrije ruimte van het leggerprofiel moeten zijn gelegen. Op de afbeelding hieronder (leggerprofiel waarin de bebouwing is geprojecteerd) is zichtbaar dat hieraan in onderhavige situatie voor de in dit gebied toe te voegen bebouwing wordt voldaan.

Bestemmingsplan ‘Parallelweg ong., Batenburg’ – 11 april 2023

47

Afstromend hemelwater van waterkering Van belang is dat er geen mogelijkheid ontstaat dat afstromend hemelwater, vanaf de waterkering (dijkhelling) het plangebied in, in het plangebied blijft staan (badkuip effect): putlozingen zijn niet toegestaan. Hiermee wordt in de terreinafwerking van het plangebied rekening gehouden: het water stroomt in een rechte aflopende lijn van de waterkering richting de parallelweg, waar kolken aanwezig zijn om het hemelwater via het gemengde rioolstelstel af te voeren. Ontwateringsdiepte Op basis van de bestaande hoogteligging van het plangebied wordt ter plaatse voldaan aan de benodigde ontwateringsdiepte. Als gevolg van kwel bij hoge rivierwaterstanden kan het grondwater echter tot het maaiveld stijgen. Bij de inrichting van het plangebied wordt hiermee rekening gehouden, zodat het kwelwater geen overlast veroorzaakt. Hemelwaterkwaliteit Verontreiniging van hemelwater afkomstig van daken wordt voorkomen door toepassing van niet uitlogende materialen, zoals omschreven in de Dubo-bepalingen, en door beperking van de toepassing van lood, koper, zink en zacht pvc. Omgang met hemelwater Het totale oppervlak van het plangebied dat wordt ontwikkeld is ca. 1025 m2. Daarvan kan 175 m2 worden beschouwd als verhard oppervlak, allemaal op eigen terrein (bepaald aan de hand van het schetsontwerp).

Vanuit het waterschap geldt voor particulieren dat eenmalige gebruik kan worden van vrijstelling voor het compenseren van nieuw verhard oppervlak. Het gaat dan om kleine ontwikkelingen zoals serres, tuinschuurtjes of een individuele woning. De vrijstelling kan pas bij de aanvraag omgevingsvergunning worden verleend, er moet dus wel in het kader van het bestemmingsplan uitgewerkt worden hoe met de hemelwaterhuishouding wordt omgegaan. Gezien dit plan zich op meer dan dan 100 m2 van een oppervlaktewater bevindt geldt er in dit geval vanuit het Waterschap geen compensatieverplichting. De gemeente stelt wel compensatie-eisen, namelijk de berging van een bui T=5+10%. Bestemmingsplan ‘Parallelweg ong., Batenburg’ – 11 april 2023

48

Gezien de ligging van het plangebied nabij een primaire waterkering en in de bijbehorende beschermingszone is het niet wenselijk om hemelwater in het plangebied te infiltreren. Het tijdelijk opvangen van het hemelwater in een ‘gebouwde voorziening’, om het vervolgens vertraagd af te voeren is eveneens in dit gebied niet wenselijk. Omdat waterveiligheid boven de ambities gaat om hemelwater af te koppelen wordt het hemelwater in onderhavige situatie bij uitzondering niet in het plangebied zelf verwerkt, maar afgevoerd via het gemengde rioolstelsel dat in de straat aanwezig is. Met andere woorden, er wordt in het plangebied geen hemelwater tijdelijk geborgd. De woning wordt voor wat betreft de afvoer van het hemelwater aangesloten op het gemeentelijke gemengde rioolstelsel en op die manier centraal/collectief verwerkt. Omgang met afvalwater De woning in het plangebied wordt voor de lozing van het huishoudelijk afvalwater aangesloten op de bestaande gemengde openbare riolering pvc ø 315 mm in de Parallelweg. Het toevoegen van het afvalwater van één huishouden heeft gezien de reeds aanwezige hoeveelheid aansluitingen en de capaciteit nauwelijks invloed op het rioolstelsel, waardoor hiervan geen gevolgen zijn te verwachten. Natuurwaarden Hemelwater wordt in het plangebied niet geïnfiltreerd of tijdelijk geborgen.

Voorliggend plan zal op grond hiervan geen natuurwaarden en biodiversiteit schaden. Drinkwaterbesparing In onderhavige situatie is het belangrijk dat hemelwater niet belemmerend is voor de waterveiligheid. Hemelwater wordt met die reden direct afgevoerd en bijv. niet tijdelijk in een ‘onzichtbare’ tank opgeslagen om te hergebruiken. Als een dergelijke voorziening gaat lekken is daar geen toezicht op, het risico hierop moet vermeden worden. Dit doen we in het plangebied door dergelijke voorzieningen niet toe te passen. Beleving In verband met beleving van water geldt dat hiervoor in onderhavige situatie geen specifieke voorzieningen bedacht zijn, omdat het niet wenselijk is om hemelwater te infiltreren. Een zichtbare infiltratievoorziening is daarmee niet aan de orde. Wel loopt afstromend hemelwater van de dijkhelling op natuurlijke wijze rechtstreeks richting de Parallelweg. Bij hevige regenval is dit zichtbaar. 4.10.5 Digitale watertoets Voor dit bestemmingsplan is de watertoets uitgevoerd. De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen meer waterbestendig te maken, waarbij wateraspecten vroegtijdig en expliciet worden meegenomen in ruimtelijke plannen en bij locatiekeuzen. De watertoets voor dit plan heeft plaatsgevonden via een informatief gesprek tussen de gemeente, waterschap Rivierenland en de adviseurs van de initiatiefnemer, waarin

Bestemmingsplan ‘Parallelweg ong., Batenburg’ – 11 april 2023

49

door de initiatiefnemer het ruimtelijk plan is toegelicht en de eisen die voor dit specifieke gebied gelden door de gemeente en het waterschap zijn gedeeld en toegelicht. Na toepassing van de eisen door de adviseurs van de initiatiefnemer is advisering en informele goedkeuring van het waterschap noodzakelijk alvorens het plan via het formele vooroverleg door de gemeente aan het waterschap wordt aangeboden. Deze procedure is doorlopen. 4.10.5 Conclusie Uit het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de waterhuishouding geen belemmering vormt voor het planvoornemen. 4.11 Geur Beleidskader Belangrijkste voorwaarden voor de ontwikkeling van geurgevoelige bebouwing in de omgeving van veehouderijen is dat voor de (toekomstige) bewoners een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd en dat andere belanghebbenden (veehouders en derden) niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. Op grond van de vervallen brochure Veehouderij en Hinderwet en circulaire Veehouderij en Stankhinder was sprake van stankcirkels waarbinnen, volgens constante jurisprudentie, geen stankgevoelige bebouwing mocht worden gebouwd. Deze regeling is in 2007 opgevolgd door de Wet geurhinder en veehouderij. Op 1 januari 2007 is de Wet geurhinder en veehouderij (Wvg) in werking getreden. Deze wet biedt de gemeente de mogelijkheid om een eigen geurhinderbeleid op te stellen.

Door de gemeente Wijchen is geen eigen geurverordening vastgesteld. Ten aanzien van de beoordeling of sprake is van een goed woon- en leefklimaat wordt onderscheid gemaakt tussen de voorgrondbelasting en achtergrondbelasting. De voorgrondbelasting betreft de geurbelasting van individuele veehouderij op een geurgevoelig object (geuremissie of vaste afstand). De achtergrondbelasting betreft de gebiedsbelasting: cumulatieve geurbelasting in een gebied als gevolg van de aanwezige veehouderijen. Consequenties In het plangebied wordt een nieuw geurgevoelig object opgericht. In de nabijheid van het plangebied is sprake van één veehouderij. Het gaat om een melkveehouderij aan Ringdijk 2A in Batenburg welke op 120 meter van het nieuwe geurgevoelige object is gelegen. Voor melkveehouderijen gelden ingevolge de Wet geurhinder en veehouderij vaste afstanden i.v.m. geurhinder. In onderhavige situatie is de vaste in acht te nemen afstand tussen de veehouderij en de het geurgevoelige object 100 meter. Deze afstand wordt gehaald. Er is dan ook geen sprake van voorgrondbelasting op nieuwe woning als gevolg van nabijgelegen veehouderij. Daarnaast zijn tussen de veehouderij en het nieuwe geurgevoelige object meerdere andere reeds gevestigde geurgevoelige objecten aanwezig welke als maatgevend worden

Bestemmingsplan ‘Parallelweg ong., Batenburg’ – 11 april 2023

50

beschouwd mocht de veehouderij willen uitbreiden. De veehouderij wordt door dat gegeven met het planvoornemen in haar ontwikkelingsmogelijkheden niet belemmerd. De achtergrondbelasting betreft de gebiedsbelasting: cumulatieve geurbelasting in een gebied als gevolg van de aanwezige veehouderijen. Ten aanzien van de achtergrondbelasting kan op basis van de zeer beperkte aanwezigheid van veehouderijbedrijven in de directe omgeving worden gesteld dat sprake is van een acceptabel achtergrondsniveau voor geur. Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor het initiatief. 4.12 Milieueffectrapportage (M.e.r.) Beleidskader Op grond van het Besluit milieueffectrapportage, mede in relatie tot bijlage III bij de EEGrichtlijn milieu-effectbeoordeling, moet voor bepaalde projecten een m.e.r. worden gemaakt of een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd. Met een m.e.r. worden vooraf de milieugevolgen van een besluit in beeld gebracht. Of en wat aan de orde is blijkt uit bijlage C en D van het belsuit m.e.r. Op 7 juli 2017 is het Besluit m.e.r. gewijzigd in werking getreden. In het gewijzigde Besluit m.e.r. staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. De artikelen 7.16 tot en met 7.20a Wm zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing.

Het maakt daarvoor niet uit of het een activiteit onder of boven de D-drempel betreft. Dit volgt uit de implementatie van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richtlijn 2014/52/EU. Voor elke aanvraag moet, als de activiteit voorkomt in bijlage D van het besluit m.e.r.: - door de initiatiefnemer onderzocht worden in hoeverre er aanleiding is voor het doen van een m.e.r.-beoordeling; - het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden; - de initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen (Artikel 7.28 Wet milieubeheer). Consequenties Onderzocht is of een m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling nodig is. In bijlage C en D van het Besluit m.e.r. is aangegeven in welke gevallen voor een project een mer (beoordeling) nodig is. In overweging kan worden genomen of het initiatief een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. betreft, echter kan afgaande op jurisprudentie (201901439/1/R1) worden beoordeeld dat dit gezien de aard en de omvang van de ontwikkeling niet het geval is. De omvang is te klein (minder dan 12 woningen), het ruimtebeslag beperkt. Het initiatief komt gezien voorgaande motivatie niet voor in bijlage C of D van het Besluit m.e.r. en is met die reden niet m.e.r.

of m.e.r.-beoordelingsplichtig.

Bestemmingsplan ‘Parallelweg ong., Batenburg’ – 11 april 2023

51

Conclusie Voor dit initiatief hoeft op grond van de Wet milieubeheer geen milieueffectrapport te worden gemaakt. Er is geen aanleiding tot het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling. 4.13 Volksgezondheid Gezondheid is in de ruimtelijke ordening steeds meer een thema. Er is echter geen specifieke wet- en regelgeving dan wel beleidskader voor het meenemen van het aspect gezondheid in bestemmingsplannen of andere ruimtelijke besluiten. Van belang is dat een ruimtelijk besluit voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Hiervoor is het belangrijk dat ter plaatse van de ruimtelijke ontwikkeling sprake is van een goed woon- en leefklimaat en bedrijven en dergelijke door een ruimtelijke ontwikkeling niet in hun belangen/ bedrijfsvoering geschaad worden. In dit bestemmingsplan zijn diverse thema’s die van invloed zijn hierop en daarmee mogelijk ook op de gezondheid aan de orde gekomen. Aspecten die nog niet aan bod zijn gekomen, maar mogelijk wel van invloed zijn op de gezondheid van mens, dier en natuur komen in deze paragraaf nog aan de orde. Geitenhouderijen Binnen een straal van 2 km rondom het plangebied zijn geen geitenhouderij(en) aanwezig. Pluimvee- en varkenshouderijen Binnen 1 km van het plangebied zijn geen pluimveehouderij(en) gelegen. Het plangebied is niet binnen 250 meter van overige veehouderijen (m.u.v. een melkveehouderijbedrijf) gelegen.

Spuitzones In de omgeving van het plangebied liggen geen gronden waarbij sprake is van een spuitzone. Advisering GGD De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. Door alle zeven stappen te doorlopen en beantwoorden kan worden nagegaan of er knelpunten aan de orde zijn en het zinvol is de GGD om advies te vragen. Hieronder is aan het stappenplan getoetst. Stap 1 De ontwikkeling voldoet aan de endotoxine ‘richt-afstand’ tussen een veehouderij en gevoelige bestemming. GGD-advies is niet aan de orde, ga verder naar stap 2. Stap 2 De ontwikkeling leidt niet tot een toename in de emissie voor geur en/ of fijnstof en/ of ammoniak. GGD-advies is niet aan de orde, ga verder naar stap 3a. Stap 3a Sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat a.d.h.v. het wettelijk kader voor geur. GGD-advies is niet aan de orde, ga verder naar stap 3b.

Bestemmingsplan ‘Parallelweg ong., Batenburg’ – 11 april 2023

52

Stap 3b Sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat a.d.h.v. de gezondheidskundige advieswaarde. GGD-advies is niet aan de orde, ga verder naar stap 4. Stap 4a+b Er zijn geen veehouderijen in de buurt waar meer dan één diersoort wordt gehouden. Er zijn geen varkens- en/ of pluimveebedrijven in de buurt waarvan de afstand tussen de inrichtingsgrenzen minder dan 100 meter bedraagt. GGD-advies is niet aan de orde, ga verder naar stap 5. Stap 5a Binnen een afstand van 2 km van nieuwe woon- en verblijfsruimten zijn geen geitenhouderijen gelegen. Dit leidt niet tot GGD-advies. Binnen een afstand van 1 km van nieuwe woon- en verblijfsruimten zijn geen pluimveebedrijven gelegen. Dit leidt niet tot GGD-advies. Binnen een afstand van 250m van nieuwe woon- en verblijfsruimten is geen overige veehouderij (m.u.v. een melkveehouderijbedrijf) gelegen. Dit leidt niet tot GGD-advies. Check of stap 6 nog tot een GGD-advies leidt. Stap 6 Er is geen sprake van mestbe- of verwerking als nevenactiviteit of als zelfstandige activiteit. Dit leidt niet tot GGD-advies. Check of stap 7 nog toe een GGD-advies leidt. Stap 7 Bij omwonenden is geen sprake van ongerustheid over de volksgezondheid. Dit leidt niet tot GGD-advies. Er is in verband met onderhavig initiatief geen aanleiding voor het vragen van een GGDadvies.

Er wordt voor onderhavig initiatief met die reden geen advies bij de GGD gevraagd. Conclusie Gezondheid vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. 4.14 Straling Beleidskader Het beleid voor elektromagnetische velden is opgenomen in het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4), de Toekomstagenda Milieu en de beleidsnota Nuchter Omgaan met Risico's, beslissen met gevoel voor onzekerheden (2004). Het ministerie van Infrastructuur en milieu heeft het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen uitgewerkt in een advies van oktober 2005. Dit advies is door het ministerie verder verduidelijkt in een brief van november 2008. Het advies is gebaseerd op onderzoek naar kinderleukemie in relatie tot blootstelling aan bepaalde hoeveelheden aan microtesla. Alhoewel geen sprake is van een bewezen oorzakelijk verband adviseert het ministerie gemeenten en netbeheerders om nieuwe situaties te voorkomen waarin kinderen (tot 15 jaar) langdurig (1 jaar, minimaal 14 uur per dag) worden blootgesteld aan een veldsterkte die (jaargemiddeld) hoger is dan 0,4

Bestemmingsplan ‘Parallelweg ong., Batenburg’ – 11 april 2023

53

microtesla. Dit geldt in geval nieuwe hoogspanningslijnen worden aangelegd of nieuwe woningen/ scholen/ crèches of kinderdagverblijven worden ontwikkeld. In alle andere situaties kan de grenswaarde van 100 microTesla – internationaal gehanteerde (veilige) grenswaarde van ICNIRP (1999/519/EG) - aangehouden worden. Consequenties Onderhavig plangebied is gelegen op voldoende afstand van een hoogspanningslijn waardoor ter plaatse geen sprake is van een veldsterkte van meer dan 0,4 microTesla. Conclusie Straling vormt geen belemmering voor het initiatief.

Bestemmingsplan ‘Parallelweg ong., Batenburg’ – 11 april 2023

54

5. Toelichting, verbeelding en regels 5.1 Algemeen Dit bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en de verbeelding tezamen bieden het juridische kader. Voor de regels en de verbeelding is naast aansluiting gezocht bij de SVBP2012. Dit betekent onder meer dat de opbouw van de regels standaard is. 5.2 Toelichting op de regels Wijze van bestemmen Onderstaand is een korte toelichting opgenomen van de in de regels opgenomen bestemmingen. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel is een aantal begrippen verklaard die gebruikt worden in de regels. Een en ander voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Artikel 2 Wijze van meten In het artikel 'wijze van meten' is een regeling opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingen De regels in verband met de bestemmingen kennen allen een min of meer gelijke opbouw en bestaan in ieder geval uit bestemmingsregels en bouwregels. Voor enkele bestemmingen zijn daarbij bijzondere gebruiksregels opgenomen en/of een afwijkingsbevoegdheid. De bestemmingsregels betreffen de centrale bepaling van elke bestemming. Het betreft een omschrijving waarin de functies worden genoemd, die binnen de bestemming zijn toegestaan (= het gebruik).

In een aantal gevallen is een specificering opgenomen van de toegestane functie, welke correspondeert met aanduidingen op de verbeelding. De bouwregels zijn direct gerelateerd aan de bestemmingsregels. Bouwregels zijn in ieder geval van toepassing bij de toetsing van aanvragen om een omgevingsvergunning en activiteiten die vallen onder artikel 3 van bijlage II Bor. Binnen het plan worden de volgende bestemmingen gebruikt: Artikel 3 Wonen - Beeldbepalend Deze bestemming maakt het mogelijk om de in het plangebied een vrijstaande woning te bouwen en gebruiken. Artikel 4 Waarde – Archeologie 2 De dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2 dient ter bescherming van archeologische waarden. Voor deze gronden geldt een onderzoeksplicht, welke gekoppeld is aan een

Bestemmingsplan ‘Parallelweg ong., Batenburg’ – 11 april 2023

55

verstoringsdiepte van minimaal 30 cm en een oppervlakte van 120 m2. Tevens is er een vergunningstelsel gekoppeld aan deze dubbelbestemming. Artikel 5 – Waarde – cultuurhistorisch waardevol gebied Sprake is van een cultuurhistorisch waardevol gebied. Dat wordt beschermd via deze dubbelbetemming. Artikel 6 – Waterstaat – waterkering De dubbelbestemming Waterstaat – waterkering is bedoeld ter bescherming van de primaire waterkering. Hoofdstuk 3 Algemene regels In dit hoofdstuk worden, in aanvulling op de bestemmingsregels, aanvullende regels gesteld. Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Het artikel 'Anti-dubbeltelregel' bevat bepalingen om te voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot. De redactie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening en overeenkomstig opgenomen. Artikel 8 Algemene bouwregels Het artikel ‘Algemene bouwregels’ bevat algemene bouwregels. Artikel 9 Algemene gebruiksregels Het artikel ‘Algemene gebruiksregels’ bevat algemene gebruiksregels. Artikel 10 Algemene afwijkingsregels Het artikel ‘Algemene afwijkingsregels’ bevat algemene afwijkingsregels. Artikel 11 Algemene aanduidingsregels In dit artikel zijn ‘Algemene aanduidingsregels’ opgenomen. Specifiek bevat dit artikel regels ten aanzien van de beschermings- en buitenbeschermingszone van de primaire waterkering.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 12 Overgangsrecht In de overgangsrechtregel is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het inwerking treden van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. De redactie is wettelijk vastgelegd en overeenkomstig opgenomen. Artikel 13 Slotregel In de 'slotregel' is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.

Bestemmingsplan ‘Parallelweg ong., Batenburg’ – 11 april 2023

56

6. Uitvoeringsaspecten 6.1 Economische haalbaarheid Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 sub f van het Besluit ruimtelijke ordening onderzoek plaats te vinden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. Op basis van artikel 6.2.1. Bro betreft onderhavige ontwikkeling een bouwplan. Hiermee valt de ontwikkeling onder de Grondexploitatiewet. Kostenverhaal van plankosten is hier dan ook aan de orde. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het betalen van de kosten die de gemeente maakt voor het in procedure brengen van dit bestemmingsplan, eventuele planschade die uit het planvoornemen voortvloeit en andere kosten die te relateren zijn aan het planvoornemen. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente is een overeenkomst gesloten waarin het kostenverhaal is geregeld. Uit bovenstaande blijkt dat het plan economisch uitvoerbaar is. 6.2 Overleg en maatschappelijke haalbaarheid De ruimtelijke procedures tot en met de vergunningverlening van een omgevingsvergunning zijn door de wet geregeld.

De wet regelt bijvoorbeeld dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Dit vooroverleg wordt ook in het kader van onderhavig plan gevoerd. Er is specifiek overleg gevoerd met het waterschap, zij hebben echter geen formele reactie gegeven. De gemeente Wijchen kan ervoor kiezen om in het voortraject belanghebbenden te laten inspreken conform de gemeentelijke verordening. Hiervoor wordt door de gemeente Wijchen aangaande dit plan niet gekozen. Er is direct een ontwerpbestemmingsplan in procedure gebracht. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 22 december tot en met 1 februari voor 6 weken ter inzage gelegen. In deze periode is iedereen in de gelegenheid gesteld om (schriftelijk of mondeling) zijn of haar zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan bij de gemeenteraad kenbaar te maken. Er zijn door de gemeenteraad geen zienswijzen ontvangen, wel is er een reactie van het waterschap gekomen. De reactie van het waterschap zag op het opnemen van hun standaardregels voor de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ en de gebiedsaanduidingen ‘Vrijwaringszone – Dijk – 1’ en ‘Vrijwaringszone – Dijk – 2’.

Verder heeft het waterschap verzocht de ligging van de dubbelbestemming en gebiedsaanduidingen op de verbeelding aan te passen. Ook heeft het waterschap gevraagd om de motivering voor wat betreft de berging van hemelwater in het plangebied aan te passen. De reactie van het waterschap is in het bestemmingsplan verwerkt en daarom is het bestemmingsplan door de gemeenteraad gewijzigd vastgesteld. Na vaststelling van het bestemmingsplan kan – zodra de provincie heeft aangegeven met het bestemmingsplan

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=973449e7-5fad-4f70-bdc0-4bfa8401a37f