CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bestemmingsplan Houtsestraat naast Lepona

Raad openbaar Wijchen 29 februari 2024, gemeente wijchenBij agendapunt: 133223 Beslisnota Vaststellen bestemmingsplan ‘Houtsestraat naast Lepona te Balgoij’13.282 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN HOUTSESTRAAT NAAST LEPONA TE BALGOIJ -

Nieuwbouw twee levensloopgeschikte grondgebonden woningen

Opsteller:

VIAO – Vastgoed, Infrastructuur, Advies & Ontwikkeling Mark Peters – info@viao.nl – www.viao.nl

Identificatiecode:

xxxxxxxxxxxx

Status:

Definitief ter indiening

Datum:

10 november 2023

BESTEMMINGSPLAN HOUTSESTRAAT NAAST LEPONA TE BALGOIJ – TOELICHTING

1

INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding ........................................................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding en doel ..................................................................................................................................... 4 1.2 Plangebied ................................................................................................................................................ 4 1.3 Vigerend bestemmingsplannen ................................................................................................................. 5 1.4 Opzet van het bestemmingsplan ............................................................................................................... 5 1.5 Leeswijzer ................................................................................................................................................. 6 2 Huidige situatie ................................................................................................................................................ 7 3 Planbeschrijving ...............................................................................................................................................

9 3.1 Inleiding .................................................................................................................................................... 9 3.2 Toekomstige situatie ................................................................................................................................. 9 3.3 Natuur inclusieve ontwikkeling................................................................................................................ 11 3.4 Duurzame ontwikkeling ........................................................................................................................... 15 3.5 Landschappelijke inpassing...................................................................................................................... 17 4 Beleidskader .................................................................................................................................................. 18 4.1 Rijksbeleid ............................................................................................................................................... 18 4.2 Provinciaal beleid ....................................................................................................................................

20 4.3 Gemeeentelijk beleid .............................................................................................................................. 23 4.4 Conclusie ................................................................................................................................................. 25 5 Uitvoeringsaspecten ...................................................................................................................................... 26 5.1 Milieuaspecten ........................................................................................................................................ 26 5.2 Water ...................................................................................................................................................... 32 5.3 Ecologie................................................................................................................................................... 37 5.4 Verkeer en parkeren................................................................................................................................ 38 5.5 Cultuurhistorie en archeologie ................................................................................................................

39 5.6 Economische uitvoerbaarheid ................................................................................................................. 40 5.7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .......................................................................................................... 41 6 Juridische planbeschrijving ............................................................................................................................. 42 6.1 Algemeen ................................................................................................................................................ 42 6.2 Wijze van bestemmen ............................................................................................................................. 43

BESTEMMINGSPLAN HOUTSESTRAAT NAAST LEPONA TE BALGOIJ – TOELICHTING

2

BIJLAGEN: 1.

Landschappelijke inpassing

2.

Bodemonderzoek

3.

Digitale watertoets

4.

Quickscan flora en fauna

5.

Geluidsonderzoek

6.

Stikstofdepositie berekening

BESTEMMINGSPLAN HOUTSESTRAAT NAAST LEPONA TE BALGOIJ – TOELICHTING

3

1 INLEIDING

1.1 AANLEIDING EN DOEL Namens de initiatiefnemers is voorliggend bestemmingsplan opgesteld waarbij er twee levensloopgeschikte grondgebonden woningen ontwikkeld worden naast het tuincentrum Lepona aan de Houtsestraat te Balgoij. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een bestemmingsplan herziening noodzakelijk. In voorliggende plantoelichting wordt onderbouwd dat het planvoornemen aanvaardbaar en uitvoerbaar is. 1.2 PLANGEBIED Onderstaand rood omlijnd de locatie van de beoogde levensloopgeschikte grondgebonden woningen aan de Houtsestraat te Balgoij. Kadastraal is de planlocatie bekend als BGY00-B-88 en BGY00-B-759.

Rood omlijnd de planlocatie aan de Houtsestraat te Balgoij

BESTEMMINGSPLAN HOUTSESTRAAT NAAST LEPONA TE BALGOIJ – TOELICHTING

4

1.3 VIGEREND BESTEMMINGSPLANNEN Ter plaatse van het voorliggende plangebied vigeert het bestemmingsplan “Buitengebied Wijchen”, vastgesteld op 31 januari 2013, en de 'Geconsolideerde versie Buitengebied en herziening 2014' van de gemeente Wijchen, vastgesteld op 23 februari 2015. Het plangebied heeft de bestemming “Agrarisch met waarden – 1” en de dubbelbestemming “Waarde – Archeologie 3”. Daarnaast is het plangebied aangeduid als ‘WaardeCultuurhistorisch waardevol gebied’ volgens het parapluplan Cultuurhistorie Wijchen. Het bestemmingsplan “Houtsestraat naast Lepona te Balgoij” vervangt het voorgenoemde bestemmingsplan waarmee de bouw van twee levensloopgeschikte woningen mogelijk gemaakt wordt.

Plankaart vigerend bestemmingsplan

1.4 OPZET VAN HET BESTEMMINGSPLAN Het bestemmingsplan "Houtsestraat naast Lepona te Balgoij" bestaat uit de volgende stukken: •

toelichting;

•

verbeelding;

•

regels.

De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en moeten in samenhang 'gelezen' worden. Op de verbeelding is de bestemming van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. Aan deze bestemming zijn regels gekoppeld teneinde de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de omschrijving, motivering en verantwoording van het bestemmingsplan.

BESTEMMINGSPLAN HOUTSESTRAAT NAAST LEPONA TE BALGOIJ – TOELICHTING

5

1.5 LEESWIJZER In deze toelichting worden achtereenvolgens de huidige situatie (hoofdstuk 2 Huidige situatie) en de beoogde situatie beschreven (hoofdstuk 3 Planbeschrijving). Op de inpassing van het planvoornemen binnen de beleidskaders van rijk, provincie en gemeente wordt in gegaan in hoofdstuk 4 “Beleidskader”. De effecten van het planvoornemen voor diverse milieuaspecten, fysieke aspecten en economische aspecten en handhaving worden in hoofdstuk 5 “Uitvoeringsaspecten” nader beschreven. In dit hoofdstuk wordt de uitvoerbaarheid van het planvoornemen aangetoond. In hoofdstuk 6 wordt de juridische regeling kort toegelicht. Hoofdstuk 7 beschrijft de procedure die het bestemmingsplan doorloopt.

BESTEMMINGSPLAN HOUTSESTRAAT NAAST LEPONA TE BALGOIJ – TOELICHTING

6

2 HUIDIGE SITUATIE Het plangebied ligt aan de Houtsestraat te Balgoij naast het tuincentrum Lepona en de bestaande woning Houtsestraat nr. 10. De Houtsestraat is het verlengde van de Torenstraat welke richting het centrum van Balgoij loopt. Noordelijk loopt de Houtsestraat over in de Drutenseweg. De Houtsestraat is onderdeel van het themagebied ‘Dijk- en Veldlinten’ en is omgeven door woningen en panden die direct aan het lint gebouwd zijn.

Houtsestraat naast Lepona

Dorpskern Balgoij

Houtsestraat naast Lepona ligt net buiten de dorpskern van Balgoij, ca. 1,0 km noordelijk

In het plangebied staan diverse bomen en beplantingen welke behouden blijven door de beoogde passende landschappelijke inpassing van de nieuwe woningen.

BESTEMMINGSPLAN HOUTSESTRAAT NAAST LEPONA TE BALGOIJ – TOELICHTING

7

Foto’s van het plangebied: bovenste foto is van de beoogde locatie van de noordelijke woning, de onderste foto is van de zuidelijk gelegen woning (naast Houtsestraat nr. 10)NS

BESTEMMINGSPLAN HOUTSESTRAAT NAAST LEPONA TE BALGOIJ – TOELICHTING

8

3 PLANBESCHRIJVING

3.1 INLEIDING Namens de initiatiefnemers is voorliggend bestemmingsplan opgesteld waarbij er twee levensloopgeschikte woningen ontwikkeld worden naast het tuincentrum Lepona aan de Houtsestraat te Balgoij. 3.2 TOEKOMSTIGE SITUATIE In de beoogde situatie worden twee levensloopgeschikte woningen gerealiseerd. De woningen komen tussen de bestaande woningen Houtsestraat 10 en 30 te staan in het historisch bouwlint. Door de aanwezigheid van fruitboomgaarden en de invloed van haar spuitzones worden de woningen verder van de weg af gezet. Door de woningen speels te laten verspringen in rooilijn en de uitgebreide groene invulling geeft dit een passend aansluitend beeld op de locatie en haar omgeving en de huidige lintbebouwing. De nieuwe woningen worden levensloopgeschikt gebouwd waarbij er op de begane grond alle primaire woonruimtes worden gerealiseerd. Denk hierbij aan de woonkamer, slaapkamer, badkamer, toilet en keuken. Hiermee zijn de woningen flexibel in te zetten voor meerdere doelgroepen van bewoners waardoor deze aansluit op de woonvisie van de gemeente Wijchen. Onderstaand en in bijlage 1 is de opzet van het plangebied weergegeven.

Het type woningen worden na afronding van het bestemmingsplan in samenwerking met de dorpsbouwmeester van de gemeente Wijchen vorm gegeven. Hierbij wordt er betreft architectuur, materiaal en kleur aansluiting gezocht bij de landelijke omgeving, de omringende bebouwing en de omliggende natuur en (aangelegde) tuin. De exacte invulling wordt verder uitgewerkt door een bouwkundig bureau en een omgevingsvergunning voor aangevraagd binnen de geldende kaders van dit bestemmingsplan.

BESTEMMINGSPLAN HOUTSESTRAAT NAAST LEPONA TE BALGOIJ – TOELICHTING

9

In het ontwerp zijn diverse voorzieningen opgenomen om een natuur inclusieve woning te ontwikkelen. In paragraaf 3.3 wordt hier verder op ingegaan. Daarnaast wordt in paragraaf 3.4 de duurzaamheid van de ontwikkeling toegelicht en is in paragraaf 3.5 en bijlage 1 de landschappelijke inpassing beschreven en toegevoegd. In het plangebied wordt ook een wandel/struinpad aangelegd. Dit pad verbind de Houtsestraat met het bestaande doodlopende wandelpad aan de Torenstraat. De aanleg van het struinpad bied een extra mogelijkheid voor wandelaars om Balgoij te verkennen en om van de groene omgeving ter plaatse te genieten. Op onderstaande afbeelding is de locatie van de wandelpad en de te realiseren verbinding weergegeven.

Paars aangegeven het nieuw aan te leggen wandelpad, oranje aangegeven het bestaande doodlopende wandelpad. Dit wandelpad verbind de Houtsestraat met de Torenstraat. Rood omcirkeld het plangebied.

BESTEMMINGSPLAN HOUTSESTRAAT NAAST LEPONA TE BALGOIJ – TOELICHTING

10

3.3 NATUUR INCLUSIEVE ONTWIKKELING Geen plan is beter geschikt voor een passende natuur inclusieve ontwikkeling dan een plan gelegen bij de groene professional Lepona. De initiatiefnemers hechten veel waarde aan een groene leefomgeving en hebben dit ook in dit planvoornemen verwerkt. In deze paragraaf wordt omschreven hoe voorliggend plan de natuurwaarde van haar omgeving versterkt. Maatregelen te bouwen woningen De woningen gaan natuur inclusief gebouwd worden door het toepassen van de volgende maatregelen. Groen dak – Op de daken van de nieuw te realiseren woningen en bebouwing wordt deels een groen dak gerealiseerd rondom de aan te brengen zonnepanelen. Groene daken zijn een extra leefgebied voor planten en dieren op het erf. Bovendien verminderen ze de wateroverlast van piekbuien en verkoelen ze het gebouw waar ze op liggen. Daarnaast heeft een groen dak een verkoelend effect op het binnenklimaat van de bebouwing en heeft het een geluidsisolerende functie. Onderstaand enkele voorbeelden van groene daken. Bij het verdere ontwerp van de woningen wordt hier verder aandacht aan geschonken.

Voorbeelden groene daken

BESTEMMINGSPLAN HOUTSESTRAAT NAAST LEPONA TE BALGOIJ – TOELICHTING

11

Nest- of verblijfplaatsen diverse vogels – Ook huismussen, gierzwaluwen, zwarte roodstaarten en vleermuizen hebben een plek nodig waar ze kunnen wonen. In de te ontwikkelen woningen wordt daarom gekozen voor inbouwstenen die als nest- of verblijfplaats kunnen fungeren. Dit is een duurzame, praktische en veilige oplossing. Per woning worden drie neststenen ingebouwd voor huismussen, gierzwaluwen, zwarte roodstaarten en vleermuizen. Hiermee wordt ook invulling gegeven aan het advies vanuit de Quickscan Flora en Fauna om nestvoorzieningen te realiseren, zie bijlage 4 en paragraaf 5.3.

Voorbeelden te plaatsen nestkasten voor huismussen, gierzwaluwen, zwarte roodstaarten en vleermuizen Maatregelen omliggend groen De te ontwikkelen woningen worden onderdeel van haar omgeving. De toekomstige bewoners maar ook dieren willen zich er prettig voelen. Voor de mens is kleurrijk en divers groen belangrijk. Terwijl dieren op zoek zijn naar veilige nest- en verblijfplaatsen, voldoende voedsel en soortgenoten. De volgende uitgangspunten worden gehanteerd. Het zoveel mogelijk behouden van bestaand groen – De bestaande groenelementen, zoals de vele bomen struiken en heggen, worden behouden bij de inrichting van het plangebied. De locaties van de woningen zijn zo gekozen dat er geen bomen gekapt dienen te worden, hiervoor zijn ook reeds enkele bomen verplaatst. Dit zorgt er voor dat het erf direct na realisatie al een natuurlijke uitstraling heeft. Ook wordt het leefgebied van dieren zo intact gehouden. Het versterken van de positie van lokale soorten – De inrichting van het omliggend groen moet gericht zijn op de instandhouding van lokale soorten. Dat kan gaan om reeds aanwezige soorten zoals huismussen, zwarte roodstaarten en de egel. Maar ook voor lokale soorten die nu nog niet aanwezig zijn kan het erf een belangrijke functie gaan vervullen.

Bij de inrichting van het omliggend groen, de aan te planten bomen, struiken en heggen, wordt er daarom gekozen om inheemse soorten. Deze worden immers vooral gebruikt door lokale soorten. Het zorgen voor gevarieerd groen – Variantie is de sleutel tot biodiversiteit. Eentonigheid is voor mensen saai en zonder variatie raakt het landschap uit balans en krijgen overlast gevende soorten, zoals de eikenprocessierups, de kans zich te ontwikkelen. Gevarieerd groen vergroot de veerkracht en gezondheid van de openbare ruimte. Voor de aan te planten bomen, struiken en heggen wordt een variatie in soorten toegepast. De aan te leggen heggen rondom de erven bestaan dan ook uit meerdere inheemse soorten. Op een aantal plekken worden kleine bosschages aangelegd, bestaande uit gebiedseigen bomen en struiken. Dit zijn uitermate geschikte leefgebieden voor vogels en zoogdieren. Langs het wandelpad wordt aan één zijde een struweelbeplanting aangelegd bestaande uit een mix van de volgende inheemse planten: Crateagus monogyna, Rosa canina, Alnus glutinosa, Carpinus betalus Ribes rebrum, Malus sylvestris, Ligustrum vulgare, Sambucus niger en Corylus avelana. Aan de andere zijde wordt de bestaande bomenrij behouden en een haagbeplanting aangelegd bestaande uit een mix van inheemse soorten.

Daarnaast worden er diverse bomen geplant in het plangebied welke voor extra schaduwvorming en daarmee een fijn leefklimaat zorgen. Hierbij wordt gedacht aan een mix van de volgende inheemse boomsoorten: linde, veldesdoorn, amberboom en haagbeuk. Er worden verder ook hoogstam fruitbomen geplant aan de voorzijde van de woningen. Deze diverse soorten beplanting sluiten aan op het landschap Maasoeverwal.

BESTEMMINGSPLAN HOUTSESTRAAT NAAST LEPONA TE BALGOIJ – TOELICHTING

12

Voorbeeld aan te brengen struweel/sierbeplanting nabij wandelpad

Voorbeelden te planten bomen (linde, veldsedoorn, amberboom en haagbeuk)

De bestaande landschapsheg aan de Houtsestraat word ter plaatse van de nieuwe inritten opgebroken. Om ervoor te zorgen dat het aanzicht van deze heg behouden blijft wordt de heg nabij de inritten aangevuld met een mix van struweelbeplanting. Deze beplanting zorgt voor een groene aanblik van het plangebied vanuit de Houtsestraat. In het in bijlage 1 toegevoegde landschappelijke inpassing is de locatie van de nieuwe beplantingen en bomen aangegeven.

BESTEMMINGSPLAN HOUTSESTRAAT NAAST LEPONA TE BALGOIJ – TOELICHTING

13

Daarnaast worden er twee waterpoelen aangelegd welke niet alleen nuttig zijn voor haar waterberging maar ook een waardevolle aanvulling is voor de plaatselijke flora en fauna. Diverse soorten kunnen zich hier nestelen en de poelen gebruiken als drinkvoorziening.

Voorbeeld aan te leggen waterpoelen Er worden twee waterpoelen aangelegd. Deze oevers worden extensief beheert zodat beplanting voldoende ruimte krijgt om te groeien. Planten zijn essentieel voor de gezondheid van de waterpoelen. Er worden waterplanten, zoals watergentiaan en hoornblad, die zuurstof aan het water toevoegen en randplanten zoals gele lis en kalmoes geplant welke schaduw en beschutting bieden. Daarnaast word een mix van oevervegetatie aangebracht bestaande uit gewone riet, liesgras, gele lis en watermunt welke schudvorming creëren. Beheer omliggend groen Het omliggend groen word op de volgende wijze beheerd. Haagbeplanting en struweelbeplanting – De haag en struweelbeplantingen worden eenmaal per 2 jaar gesnoeid en uitgedund met inachtneming voor de gesloten structuur van de beplanting zodat voor de flora en fauna een geschikte situatie gehandhaafd blijft. Waterpoelen - Na de aanleg is regelmatige monitoring essentieel. Controleer de waterkwaliteit, de groei van planten en de aanwezigheid van amfibieën. Periodiek onderhoud, zoals het verwijderen van overtollige planten, draagt bij aan de gezondheid van de paddenpoel. Grasbegroeiingen – Grasbegroeiingen worden 13 x per jaar gemaaid. Hierbij word de begroeiing langs het wandelpad ook meegenomen zodat deze goed begaanbaar blijft.

Bomen en overige beplantingen – De bomen en overige beplantingen worden naar nut en noodzaak onderhouden op een minimalistische manier.

BESTEMMINGSPLAN HOUTSESTRAAT NAAST LEPONA TE BALGOIJ – TOELICHTING

14

3.4 DUURZAME ONTWIKKELING In deze paragraaf wordt omschreven hoe de voorliggende ontwikkeling duurzaam wordt vormgegeven, naast de duurzaamheid die behaald wordt door natuur inclusief te bouwen.

TOEPASSEN CIRCULAIRE MATERIALEN Staalframebouw – Staalframebouw is een bouwwijze waarbij met complete elementen zoals vloeren en wanden een dragende skeletconstructie wordt samengesteld. De draagconstructies worden opgebouwd uit koudgevormde staalprofielen welke volledig recyclebaar en daarmee circulair zijn. Daarnaast is bij deze bouwmethode aanzienlijk minder transportbewegingen naar de bouwplaats en handelingen in de fabriek benodigd waardoor de CO2 uitstoot laag is. Tevens is er weinig bouwafval doordat de constructie volledig op maat te maken is. Steenwol isolatie – Steenwol is een natuurproduct, gemaakt van het vulkanische gesteente basalt. Deze duurzame grondstof komt rechtstreeks uit de aarde en is nagenoeg onuitputtelijk. Steenwol isolatie heeft een lange levensduur van wel 75 jaar en verouderd niet, waardoor de hoge isolatiewaarde gegarandeerd blijft. Gedurende deze levensduurcyclus blijven de dimensionele stabiliteit, vormvastheid en perfecte aaneensluiting behouden, waardoor er geen koudebruggen ontstaan. Dat steenwol producten een zeer lage milieu impact hebben blijkt uit de lage schaduwprijzen in de Nationale Milieudatabase en de CO2 besparing - honderd keer zoveel als benodigd voor de vervaardiging – bij een gebouwlevensduur van vijftig jaar. Steenwol kan keer op keer worden gerecycled, met behoud van de oorspronkelijke kwaliteit.

Een van de grootste leveranciers (Rockwool) heeft sinds 1992 een eigen recyclefabriek. Nieuwe steenwolproducten bestaan tot wel 50% uit gerecyclede grondstoffen. Riolering van PVC bestaande uit 40% hergebruikte materialen - De rioolleidingen worden opgebouwd van pvc materialen. Deze materialen zijn volledig recyclebaar en als grondstof van nieuwe leidingen is het al heel gebruikelijk recycling toe te passen. Om deze toepassing te garanderen worden Recycore® buizen van Wavin toegepast. Deze buizen zorgen voor minder uitstoot van CO2 omdat er minder nieuw PVC nodig is voor de productie ervan. Maar liefst 40% van het materiaal is al eerder gebruikt en hoeft dus niet opnieuw geproduceerd te worden. Bovendien komt er daardoor ook geen CO2 vrij bij het verwijderen van oude buizen, want ze worden niet verbrand. Keramische muren en dakpannen - De binnenmuren en de dakpannen worden gebouwd met keramische stenen/pannen. Keramische stenen/pannen zijn gemaakt van klei wat een natuurlijke grondstof is die ruim lokaal beschikbaar is. Keramische producten onderscheiden zich in gebruik door een onweersproken lange levensduur zonder onderhoudsnoodzaak, non-toxiciteit, kleurechtheid en vormvastheid. Keramische producten en systemen zijn volledig herbruikbaar of recyclebaar. Op productniveau resulteert dat in gunstige milieuprestaties over de gehele levensduur.

Daarnaast wordt gekozen voor bakstenen in de buitengevel. Ook deze stenen zijn gemaakt van de ruim beschikbare grondstof klei en volledig recyclebaar.

BESTEMMINGSPLAN HOUTSESTRAAT NAAST LEPONA TE BALGOIJ – TOELICHTING

15

GASLOZE WONINGEN MET VERWARMING DOOR WARMTEPOMPEN De te bouwen woningen worden verwarmd door warmtepompen met lage temperatuur vloerverwarming. Een warmtepomp verbruikt elektriciteit waardoor geen gas benodigd is. De te bouwen woningen krijgen dan ook geen gasaansluiting. Het type warmtepomp wordt bepaald op basis van de benodigde warmtevraag van de woningen. Een bijkomend voordeel van een warmtepomp is dat deze ook koelend kan werken bij periodes van hitte. Hiermee wordt ingespeeld op de steeds grotere piektemperaturen in de zomer. De bestaande te behouden bomen en de nieuw te planten bomen dragen met haar bladeren en bijbehorende schaduwvorming ook bij aan verkoeling van het perceel waardoor het in de zomer zowel buiten als binnen lekker vertoeven wordt.

BESTEMMINGSPLAN HOUTSESTRAAT NAAST LEPONA TE BALGOIJ – TOELICHTING

16

ELEKTRISCHE ENERGIEBEHOEFTE / ZONNEPANELEN Door het toepassen van zonnepanelen worden de woningen voorzien in haar elektrische energiebehoefte. De zonnepanelen worden zoveel mogelijk geplaatst buiten de schaduw van de te behouden bomen. Hier wordt bij de omgevingsvergunning/bouwvergunning verdere aandacht aan besteed. Dit is met de ligging en bouw van de woningen goed te realiseren. Het aantal zonnepanelen wordt bepaald op basis van het benodigde stroomverbruik. Hiermee wordt een volledig energie-neutrale zelfvoorzienende situatie behaald welke toekomstbestendig is. KLIMAATADAPTATIE Naast bovengenoemde maatregelen welke ook klimaat adaptief te zien zijn worden er binnen het projectgebied diverse nieuwe beplantingen en waterpoelen aangelegd. Deze beplantingen en waterpoelen zorgen niet alleen voor een duurzame omgang met regenwater zorgen maar ook voor voldoende schaduw. Schaduw gaat hittevorming tegen waardoor de temperatuur binnen het plangebied aangenaam blijft. Het regenwater wordt in de aan te leggen waterpoelen opgevangen en geïnfiltreerd in de ondergrond. Bij hevige regenbuien stroomt het regenwater indien de waterpoelen vol zijn de tuin in waar het de grond in zakt (infiltreren). Hiermee wordt voldaan aan de duurzame omgang met regenwater en de principes van hydraulisch neutraal ontwikkelen.

3.5 LANDSCHAPPELIJKE INPASSING De omschreven maatregelen vormen de basis voor onderstaande landschappelijke inpassing. In bijlage 1 is de landschappelijk inpassing in groter formaat toegevoegd.

Landschappelijke inpassing Houtsestraat naast Lepona te Balgoij

BESTEMMINGSPLAN HOUTSESTRAAT NAAST LEPONA TE BALGOIJ – TOELICHTING

17

4 BELEIDSKADER Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het relevante ruimtelijke beleid. Naast de belangrijkste algemene beleidskaders worden de specifieke voor het plangebied geldende beleidskaders beschreven. 4.1 RIJKSBELEID

4.1.1 NATIONALE OMGEVINGSVISIE Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk richting aan de grote opgaven die de inrichting van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van ongeveer 1 miljoen nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen, zoals: • • •

Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte.

Met het oog op het planvoornemen zijn de volgende keuzes van belang: •

•

•

Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit. De komende jaren krijgt iedereen te maken met de overstap naar duurzame energie. Om de schaarse ruimte goed te benutten, wordt ervoor gekozen zonnepanelen in eerste instantie op daken en aan gevels te plaatsen en pas daarna in landelijk gebied. Ruimte voor overgang naar een circulaire economie. De economie verandert en staat voor een overgang naar een circulaire en CO2-neutrale energievoorziening. Hergebruiken van grondstoffen en materialen en benutten van duurzame energiebronnen wordt steeds belangrijker. De inrichting van de leefomgeving moet een aantrekkelijk vestigingsklimaat zoveel mogelijk bevorderen. Een aantrekkelijke leef- en woonomgeving voor de werknemers geeft Nederland een goede positie in de internationale concurrentie. Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen. Het landschap van Nederland is deel van de identiteit. Om te kunnen blijven genieten van het mooie landschap moet behoud van de kwaliteit van het landschap sterker meewegen in de keuzes die worden gemaakt.

PLANVOORNEMEN IN RELATIE TOT OMGEVINGSVISIE Het planvoornemen voorziet in de bouw van twee levensloopgeschikte woningen. Er is aandacht voor de landschappelijke inpassing van de nieuwe bebouwing waarbij ook voorzieningen worden aangelegd om een ecologische meerwaarde te realiseren. Hierbij wordt zoveel mogelijk gebruikt gemaakt van duurzame materialen en energiebronnen. Het planvoornemen volgt daarmee de NOVI.

BESTEMMINGSPLAN HOUTSESTRAAT NAAST LEPONA TE BALGOIJ – TOELICHTING

18

4.1.2 BESLUIT ALGEMENE REGELS RUIMTELIJKE ORDENING Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Dit besluit stelt eisen aan een bestemmingsplan daar waar het gaat om gebieden van nationaal belang: • • • • • • • • • • • • •

Rijksvaarwegen; Project Mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Hoofdwegen en hoofdspoorwegen; Elektriciteitsvoorziening; Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; Ecologische hoofdstructuur; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde.

PLANVOORNEMEN IN RELATIE TOT BESLUIT ALGEMENE REGELS RUIMTELIJKE ORDENING Onderhavig initiatief heeft geen invloed op de bovenstaande belangen. Het Barro stelt dan ook geen extra eisen aan dit bestemmingsplan.

4.1.3 LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING De in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing opgenomen worden van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder wordt in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' In het kader van de duurzame ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit het Bro gehanteerd: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaalculturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.' Volgens de nota van toelichting bij het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande

verstedelijkingsruimte in bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in de behoefte. Zoals ook volgt uit onder andere de uitspraak met het nummer 201303578/1/R4 kunnen, naar het oordeel van de Raad van State, planologische mogelijkheden waarvan nog geen gebruik is gemaakt, als leegstaande verstedelijkingsruimte worden aangemerkt. Een dergelijke locatie wordt gezien als onderdeel van het bestaand stedelijk gebied.

BESTEMMINGSPLAN HOUTSESTRAAT NAAST LEPONA TE BALGOIJ – TOELICHTING

19

PLANVOORNEMEN IN RELATIE TOT LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING Op basis van jurisprudentie is bij een toevoeging van 11 woningen geen sprake van een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921). Voorliggend initiatief voorziet slechts in de realisatie van twee woningen. Zodoende is artikel 3.6.1, tweede lid Bro niet van toepassing. De ladder voor duurzame ontwikkeling hoeft niet doorlopen te worden.

4.2 PROVINCIAAL BELEID

4.2.1 OMGEVINGSVISIE GAAF GELDERLAND Op 19 december 2018 hebben de Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘Gaaf Gelderland’ vastgesteld. Met de Omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Gelderse leefomgeving er in 2050 uit wil laten zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wil daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering van de Gelderse leefomgeving. Hierbij is het hoofddoel: een schoon, gezond, veilig en welvarend Gelderland te ontwikkelen. Daarbij legt zij de focus op de volgende zeven ambities voor de middellange en lange termijn: 1.

Energietransitie

2.

Klimaatadaptatie

3.

Circulaire economie

4.

Biodiversiteit

5.

Bereikbaarheid

6.

Vestigingsklimaat

7.

Woon- en leefomgeving

TOETS OP VOORGENOMEN ONTWIKKELING Onderhavig plan betreft de bouw van twee levensloopgeschikte woningen. Deze relatief kleinschalige ontwikkeling draagt op de volgende wijze bij aan de provinciale ambities: Energietransitie/ klimaatadaptatie/circulaire economie/ biodiversiteit - De provincie Gelderland wil in 2050 geheel energieneutraal zijn. Om deze ambitie te kunnen verwezenlijken wordt onder andere aandacht geschonken aan het duurzaam inrichten van nieuwbouwwoningen. De energietransitie houdt enerzijds in het verminderen van het energieverbruik en anderzijds de verduurzaming van de energie. De nieuwbouwwoning zal minstens aan de in het Bouwbesluit opgenomen energieprestatie eisen moeten voldoen. Zoals in hoofdstuk drie omschreven worden de woningen gasloos en elektrisch zelf voorziend gebouwd. Daarnaast word de woning natuur inclusief gebouwd en diverse duurzaamheidsmaatregelen genomen. Bereikbaarheid/vestigingsklimaat - Onderdeel van een concurrerende en duurzame economie is het voorzien in een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Door een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de woning wordt een bijdrage geleverd aan de leefomgeving en daarmee aan het vestigingsklimaat van Wijchen. Wat betreft de ambitie ‘bereikbaarheid’ kan geconcludeerd worden dat de nieuwbouwwoningen goed bereikbaar zijn door de ligging aan de Houtsestraat.

BESTEMMINGSPLAN HOUTSESTRAAT NAAST LEPONA TE BALGOIJ – TOELICHTING

20

Woon- en leefomgeving - De provincie beschrijft o.a. in te willen zetten op het behoud van de open landschappen in Gelderland. Hierbij is bouwen binnen bestaand stedelijk gebied het vertrekpunt. Daarnaast is het de ambitie om nieuwe woningen dan wel woonwijken te verduurzamen (aardgasloos en circulair bouwen) en het vraag- en aanbod op de woningmarkt beter op elkaar aan te laten sluiten. Voorliggend plan voorziet in een uitbreiding passend in een lintbebouwing, mede door haar landschappelijke inrichting. De nieuwbouwwoningen zijn passend bij de lokale vraag in woningbehoefte en worden duurzaam en natuur inclusief gebouwd (zie paragraaf 3.3 en 3.4). PLANVOORNEMEN IN RELATIE TOT OMGEVINGSVISIE Het plan geeft invulling en draagt op bescheiden wijze bij aan de opgaven van de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland.

4.2.2 OMGEVINGSVERORDENING GELDERLAND De provincie beschikt over verschillende instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. In de omgevingsverordening is het plangebied gelegen binnen de zone 'functies van water' waarbinnen gedeputeerde staten nadere eisen kunnen stellen (indien noodzakelijk).

Daarnaast zijn in de regels van de verordening voorwaarden opgenomen voor het toevoegen van woningen. Wonen - Ten aanzien van onderhavig plangebied zijn de regels ten aanzien van het onderwerp ‘wonen’ relevant. In de verordening wordt aangegeven dat nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts zijn toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma successievelijk de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave wonen voor de betreffende regio. Woondeal 2.0 Regio Arnhem-Nijmegen - De gemeenten binnen de Groene Metropoolregio, (Arnhem, Berg en Dal, Beuningen, Doesburg, Druten, Duiven, Heumen, Lingewaard, Montferland, Mook en Middelaar, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort, Wijchen en Zevenaar), Gemeente Arnhem, Gemeente Nijmegen, Provincie Gelderland en het Rijk - via de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening werken samen aan de woningmarktopgaven in de Groene Metropoolregio. Partijen hebben het streven om 33.000 woningen van 2022 tot en met 2030 toe te voegen; dit betekent een ophoging van de realisatie van nu 3.300 woningen per jaar naar zo’n 3.700 woningen per jaar. Op dit moment is er voor de periode tot en met 2030 voldoende plancapaciteit van minimaal 48.000 woningen, waarvan 13.800 woningen harde plancapaciteit.

Deze plancapaciteit ligt geleidelijk boven 130% van de geambieerde nieuwbouw van 33.000 woningen. Daarmee is er in theorie voldoende plancapaciteit en zijn er mogelijkheden om eventueel een grotere productie te realiseren ten behoeve van een toenemende woningbehoefte.

BESTEMMINGSPLAN HOUTSESTRAAT NAAST LEPONA TE BALGOIJ – TOELICHTING

21

Volgens de woondeal 2.0 kan de gemeente Wijchen in de periode tussen 2022 t/m 2030 2080 nieuwe woningen bouwen. Hierbij wordt gericht op de volgende thema’s: • • • •

Betaalbare woningen voor lage en middeninkomens Huisvesting aandachtsgroepen Klimaatadaptief, conceptueel en circulair bouwen Leefbaarheid en stadsvernieuwing

Alle gemeenten stellen in lijn met het beleidsprogramma ‘Een thuis voor iedereen’ in 2023 lokaal een integrale woonzorgvisie op. Uitgangspunt hierbij is dat elke gemeente haar fair-share neemt in de huisvestingsopgave van aandachtsgroepen (zie afspraken uit de woondeal 2.0). De gemeente Wijchen stelt een nieuwe omgevingsvisie en woonvisie op om aan deze doelstelling van de woondeal 2.0 te voldoen. PLANVOORNEMEN IN RELATIE TOT OMGEVINGSVERORDENING Ten aanzien van nieuwe woningen is in artikel 2.2 van de Omgevingsverordening opgenomen dat een bestemmingsplan uitsluitend nieuwe woningen mogelijk maakt als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. De woondeal 2.0 gaat voor de gemeente Wijchen uit van een woningbouwopgave van 2080 woningen tot en met 2030 waarbij de totale plancapaciteit 2700 woningen bedraagt volgens onderstaande tabel (bijlage bij de woondeal 2.0).

Voorliggend initiatief voorziet in de realisatie van twee extra levensloopgeschikte woningen binnen het contingent dat beschikbaar is voor 'Kleine woningbouwinitiatieven' en past daarmee binnen het provinciale beleidskader. Doordat de woningen levensloopgeschikt zijn en het mogelijk is slaapkamers op de eerste verdieping te realiseren zijn de woningen flexibel inzetbaar voor diverse doelgroepen bewoners. Hiermee sluit de bouw van deze woningen aan op de aandachtsgroepen ouderen, starters en leefbaarheid. Tevens worden de woningen klimaat adaptief en circulair gebouwd zodat ook op dit thema aangesloten word. Hiermee in overeenstemming met de woondeal en daarmee met het provinciaal beleid.

BESTEMMINGSPLAN HOUTSESTRAAT NAAST LEPONA TE BALGOIJ – TOELICHTING

22

4.3 GEMEEENTELIJK BELEID

4.3.1 STRATEGISCH KOMPAS: WIJCHEN 2035 ‘DE KRACHT VAN WIJCHEN’ Het strategisch kompas Wijchen 2035 ‘De kracht van Wijchen’ is in oktober 2022 door de gemeenteraad vastgesteld. Het kompas geeft de visie en koers weer waaraan de gemeente Wijchen de komende jaren werkt. Hierin worden de volgende speerpunten beschreven: • • • • • •

Speerpunt 1: Voldoende woningen voor inwoners in elke levensfase Speerpunt 2: Aantrekkelijke groene wijken en kernen, met goede voorzieningen en bereikbaarheid Speerpunt 3: Iedereen aan het werk. Bij het vestigen van bedrijven geldt kwaliteit boven kwantiteit Speerpunt 4: Een sterke, gezonde en sociale samenleving, met oog voor mentale en fysieke gezondheid, preventie, maatwerk en zorg dichtbij huis Speerpunt 5: Energieneutrale en fossielvrije toekomst Speerpunt 6: Krachtige samenwerking tussen gemeente(n), inwoners, ondernemers en partners

PLANVOORNEMEN IN RELATIE TOT STRATEGISCH KOMPAS Het planvoornemen draagt door de levensloopgeschikte bouw bij aan speerpunt 1: voldoende woningen voor inwoners in elke levensfase . Hiermee sluit het aan op het strategisch kompas.

4.3.2 STRUCTUURVISIE WIJCHEN De uit 2009 daterende Structuurvisie Wijchen geeft een overzicht van de verwachte ontwikkelingen binnen de gemeente Wijchen. De gemeente gaat uit van een compacte groei en het benutten van de potenties van bestaand stedelijk gebied zonder daarbij de bestaande kwaliteit aan te tasten, in combinatie met een vitaal platteland en sterke kleine kernen. De gemeente Wijchen wil de bestaande, goede kwaliteit van de woon- en leefomgeving ook in de toekomst behouden. Dit gebeurt door: • •

Behoud en versterking van de woon- en leefomgeving, onder meer door afstemming tussen ruimtelijke ordening en milieu. Behoud van deze hoge kwaliteit is van essentieel belang. Dorp- en wijkontwikkelingsplannen. Voor de kleine kernen worden dorpontwikkelingsplannen opgesteld. Hiermee wordt aan het dorp zelf de gelegenheid geboden om een integraal beleidskader te scheppen voor het in stand houden en verder vormgeven van de leefbaarheid van de kernen.

Met betrekking tot ‘wonen’ worden de volgende accenten gelegd: • •

Een structurele aanpak van het tekort aan huisvesting voor jongeren, starters en ouderen op korte termijn door deze groepen voorrang te geven in de verschillende woningbouwprogramma’s. Nieuwe woningen in het buitengebied alleen in geval van functieverandering of landgoederen in het kader van de Natuurschoonwet. Het buitengebied is in principe niet de plek om (grote hoeveelheden) nieuwe woningen toe te voegen. Enkel indien er sprake is van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering als gevolg van functieverandering van voormalige (agrarische) bedrijfsgebouwen of landgoed- ontwikkeling overeenkomstig de Natuurschoonwet bestaan er mogelijkheden voor woningbouw in het buitengebied. Die woningbouw dient dan wel aan te sluiten bij het landschap en de structuur van het buitengebied. Aansluitend aan de dorpsrandgebieden zijn meer mogelijkheden voor woningbouw of andere nietagrarische functies zoals kleinschalige werkfuncties en recreatie.

BESTEMMINGSPLAN HOUTSESTRAAT NAAST LEPONA TE BALGOIJ – TOELICHTING

23

PLANVOORNEMEN IN RELATIE TOT STRUCTUURVISIE Op de kaart 'Wonen' uit de structuurvisie Wijchen ligt het plangebied in het buitengebied waar in de omgeving lintbebouwing is toegestaan. Voorliggend plan betreft de realisatie van 2 woningen die levensloopgeschikt worden. Hiermee levert voorliggende ontwikkeling de kans voor zowel starters als senioren een passend woning te vinden. Ten tweede worden de woningen gerealiseerd binnen de bestaande structuur van de Houtsestraat. Ten slotte, is met voorliggende ontwikkeling een kwalitatieve bijdrage gemoeid aan het plangebied in de vorm van een wandelpad, zie paragraaf 3.2.

4.3.3 WOONVISIE 2025 – “THUIS IN WIJCHEN” De Woonvisie 2025 "Thuis in Wijchen", vastgesteld door de gemeenteraad op 8 juni 2017, is het richtinggevend kader voor het gemeentelijk woonbeleid tot 2025. Dit richtinggevend kader is gestoeld op twee principes: • •

Versterk het thuisgevoel. Kijk verder dan de trends van nu.

De focus ligt daarbij op de doelgroep van jongeren (tot 23 jaar), sociale huur, middeninkomens, vitale senioren en mensen met een zorgvraag. Daaruit volgt een focus op de realisatie van meer kleine en goedkope woningen voor één-en tweepersoonshuishoudens. Dit betreft zowel koop- als huurwoningen en deze kunnen flexibel van aard zijn. De norm om 10% van het contingent te reserveren voor kleinschalige woningbouwinitiatieven blijft behouden en wordt aangescherpt tot maximaal 2 woningen. In de woonvisie zijn de volgende kwalitatieve uitgangspunten bij toevoegingen of veranderingen aan de voorraad opgenomen: • • • • • • • •

De (lokale) behoefte is leidend. Plannen moeten in aantallen én programmering aansluiten bij de behoefte. Nieuwbouw moet bijdragen aan de identiteit van een wijk of dorp. Daarbij gaat het om zowel de ruimtelijke kwaliteit als de sociale kwaliteit. Vervanging en verbetering van bestaande bebouwing, gaat vóór uitbreiding Kleinschalige en gefaseerde woningbouw heeft de voorkeur. Dat vergroot de kansen om in te kunnen spelen op veranderingen in de vraag en innovatie en duurzaamheid op de woningmarkt te bevorderen Type woningen en woonvormen die er nu nog niet of onvoldoende zijn binnen de gemeente Wijchen hebben de voorkeur Waar mogelijk energieneutraal en gasloos. Nieuwbouw is alleen mogelijk wanneer dat de bestaande situatie in de wijk of het dorp verbetert. Flexibele woonconcepten zijn mogelijk om in te spelen op de verwachtingen op lange termijn.

De gemeente Wijchen is op dit moment een nieuwe woonvisie en omgevingsvisie aan het opstellen aansluitend op de Woondeal 2.0 en het Strategisch Kampas. PLANVOORNEMEN IN RELATIE TOT WOONVISIE Het planvoornemen valt binnen het contingent voor kleinschalige woningbouwinitiatieven. De beoogde toevoeging van twee levensloopgeschikte woningen is aansluitend op de gewenste concentratie van woningbouw ter plaatse. Bovendien is voor de woningen een passende landschappelijk inpassing opgesteld. Daarnaast worden de woningen gasloos en zelfvoorzienend in haar energiebehoefte gebouwd (energieneutraal), en ook natuur inclusief en duurzaam.

BESTEMMINGSPLAN HOUTSESTRAAT NAAST LEPONA TE BALGOIJ – TOELICHTING

24

4.4 CONCLUSIE De beoogde ontwikkeling is passend binnen het beleid van de verschillende overheden.

BESTEMMINGSPLAN HOUTSESTRAAT NAAST LEPONA TE BALGOIJ – TOELICHTING

25

5 UITVOERINGSASPECTEN

5.1 MILIEUASPECTEN

5.1.1 BODEM Wettelijk kader - Bij plannen en ontwikkelingen, het daarvoor opstellen van bestemmingsplannen of het wijzigen daarvan is altijd de hoofdvraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en hoe deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit als gevolg van aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet (bijvoorbeeld graafwerkzaamheden). Derhalve dient de bodemkwaliteit binnen het plangebied bekend te zijn. Hiermee kan worden beoordeeld of de aanwezige bodemkwaliteit wel of niet geschikt is voor de toekomstige bestemming. PLANVOORNEMEN IN RELATIE TOT BODEMKWALITEIT Voor voorliggende ontwikkeling is een bodemonderzoek uitgevoerd, zie bijlage 2. De onderzoeksresultaten van dit onderzoek leveren geen beperkingen op ten aanzien van het huidige en voorgenomen gebruik van de locatie en vormend geen belemmering voor de bestemmingswijziging. CONCLUSIE Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect bodem.

5.1.2 LUCHT In het kader van een planologische procedure moet worden aangetoond dat voldaan wordt aan de wettelijke normen voor wat betreft luchtkwaliteit. Hierbij moet het effect op de luchtkwaliteit in de omgeving als gevolg van een nieuwe ontwikkeling, als ook de toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' in beeld worden gebracht. De Wet luchtkwaliteit van 15 november 2007 - inmiddels opgenomen in hoofdstuk 5, onder titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna: Wm) - gaat in op luchtkwaliteitseisen. In Bijlage 2 van de Wm zijn wettelijke grenswaarden vastgelegd van onder andere de stoffen stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10), benzeen (C6H6), zwaveldioxide (SO2), lood (Pb) en koolmonoxide (CO). Projecten moeten worden beoordeeld op basis van de voormalige Wet luchtkwaliteit c.q. artikel 5.16 van de Wet milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor vergunningverlening als: • • • •

er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat op 1 augustus 2009 in werking is getreden.

In artikel 2 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is opgenomen dat een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de zogenaamde '3% grens' niet wordt overschreden. Na vaststelling van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) op 1 augustus 2009 is deze grens gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. BESTEMMINGSPLAN HOUTSESTRAAT NAAST LEPONA TE BALGOIJ – TOELICHTING

26

In artikel 4 van het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is voor bepaalde categorieën projecten met getalsmatige grenzen vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Planvoornemen in relatie tot luchtkwaliteit Vanuit een goede ruimtelijke ordening is de huidige luchtkwaliteit ter plaatse getoetst met behulp van de NSL Monitoringstool (www.nsl-monitoring.nl). Door de metingen ter plaatse te toetsen aan de grenswaarden is gekeken of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Uit metingen van het rekenpunt 15561819 (aan de Drutenseweg ter hoogte van plangebied) zijn de volgende concentraties naar voren gekomen: NO2 (stikstofdioxide)

PM10 (fijnstof)

PM2,5 (fijnere fractie van fijnstof)

Gemeten totale concentratie jaargemiddelde 2020 (µg/m3)

14,1399 µg/m3

17,1652 µg/m3

10,2972

Grenswaarde concentratie (µg/m3)

40 µg/m3

40 µg/m3

25 µg/m3

De gemeten concentraties stikstofdioxide en fijn stof liggen ruim onder de gestelde grenswaarden. Met betrekking tot de luchtkwaliteit zijn geen belemmeringen voor onderhavig initiatief. In de regeling NIBM is aangegeven dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Voorliggend initiatief maakt de realisatie van twee woningen mogelijk en valt dus binnen de NIBM-regeling. Daarom is onderzoek op grond van de Wet luchtkwaliteit niet noodzakelijk. CONCLUSIE Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

5.1.3 GELUID De mate waarin het geluid het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh) welke dan ook van toepassing is. De kern van de wet is dat geluidsgevoelige objecten worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. In de Wgh worden de volgende objecten beschermd: • • •

woningen; geluidgevoelige gebouwen, zoals scholen, ziekenhuizen, verzorgings- en verpleeghuizen, psychiatrische instellingen en kinderdagverblijven; geluidsgevoelige terreinen (woonwagenstandplaatsen en bestemde ligplaatsen voor woonschepen).

Het beschermen van deze geluidsgevoelige objecten gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen. Binnen deze zones bepaalt het bevoegd gezag de te hanteren grenswaarden. Er geldt een voorkeursgrenswaarde en een bovengrens (hoger mag niet). De Wgh gaat verder onder meer ook in op geluidwerende voorzieningen, geluidbelastingkaarten en actieplannen. De belangrijkste bronnen van geluidhinder die bij een ruimtelijke ontwikkeling aan de orde kunnen zijn betreffen: industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai.

BESTEMMINGSPLAN HOUTSESTRAAT NAAST LEPONA TE BALGOIJ – TOELICHTING

27

Planvoornemen in relatie tot geluid Het plangebied is gelegen aan de Houtsestraat, net binnen de bebouwde kom. Over deze wegen is een maximale snelheid van 30 km per uur toegestaan. Voor dergelijke wegen is conform de Wet geluidhinder geen akoestische onderzoek nodig. Echter ligt het plangebied ook dicht bij het 60 km per uur gedeelte van de Houtsetraat en nabij de Drutenseweg waar 100 km per uur gereden mag worden. Gezien deze nabijheid is een geluidsonderzoek uitgevoerd, zie bijlage 5. Volgens het onderzoek blijkt dat er gezien de afstand tussen het plangebied en de omliggende wegen er wat betreft wegverkeerslawaai sprake is zijn van een goed woon- en leefklimaat. Onderstaand de conclusie uit het onderzoek: Bij toepassing van standaard bouwmaterialen is een binnenniveau van 33 dB gewaarborgd. Daarmee is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. CONCLUSIE Vanuit akoestisch oogpunt levert het bouwplan geen belemmeringen op. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordeningen m.b.t. geluid.

5.1.4 GEURHINDER De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor milieuvergunningen als het gaat om geurhinder van veehouderijen met landbouwhuisdieren. De Wgv maakt onderscheid in dieren met en dieren zonder een vastgestelde geuremissiefactor. Voor de eerste soort wordt de geurbelasting bij geurgevoelige objecten berekend, voor de tweede gelden minimumafstanden tot dergelijke objecten (ook wel bekend onder de term 'vaste afstandsdieren'). De Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) bepaald in bijlage 1 voor welke dieren geuremissies zijn vastgelegd. Als het (beoogde) veehouderijbedrijf niet in deze regeling wordt genoemd betreft het vaste afstandsdieren.

Op grond van artikel 3 lid 1 van de Wgv gelden de volgende normen ten behoeve van vergunningverlening voor dieren met een geuremissiefactor: geurgevoelig object gelegen in:

maximaal toegestane geurbelasting (odour units per m3 lucht)

concentratiegebied binnen bebouwde kom

3,0 ouE/m3

concentratiegebied buiten bebouwde kom

14,0 ouE/m³

niet-concentratiegebied binnen bebouwde kom

2,0 ouE/m3

niet-concentratiegebied buiten bebouwde kom

8,0 ouE/m3

Als het geen bedrijf is waar een geuremissiefactor voor is vastgelegd gelden de volgende eisen: • •

binnen de bebouwde kom geldt een afstand van 100 meter; buiten de bebouwde kom geldt een afstand van 50 meter.

BESTEMMINGSPLAN HOUTSESTRAAT NAAST LEPONA TE BALGOIJ – TOELICHTING

28

Tot slot geldt voor zowel dieren met als voor dieren zonder geuremissiefactoren altijd een minimumafstand tussen de buitenzijde van een dierenverblijf en de buitenzijde van een geurgevoelig object. Dit betreft 50 respectievelijk 25 meter voor hetzij binnen dan wel buiten de bebouwde kom. De Wet geurhinder en veehouderij kent een omgekeerde werking. Dat wil zeggen dat ook bij plannen die woningbouwlocaties mogelijk maken wordt getoetst aan de normen van de Wet geurhinder en veehouderij. Bij ruimtelijke ordeningsplannen moet worden beoordeeld of sprake is van een goed woon- en verblijfklimaat. PLANVOORNEMEN IN RELATIE TOT GEURHINDER Voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van twee woningen, deze worden binnen de Wgh als geurgevoelig object gezien. De dichtstbijzijnde intensieve veehouderijen bevinden zich op, respectievelijk, 750 meter ten zuidoosten, 510 meter ten noorden, 400 meter ten noordoosten, en 630 meter ten westen van het plangebied. Gelet op de grote afstand van de veehouderijen tot het plangebied en tussenliggende bestaande woningen zal er sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat in de nieuwe woningen en worden de veehouderijen niet belemmerd in de bedrijfsvoering. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect geur.

5.1.5 EXTERNE VEILIGHEID Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, aardgas of LPG. Het aandachtsveld van externe veiligheid richt zich op zowel inrichtingen (bedrijven) waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn als het transport van gevaarlijke stoffen. Dit vervoer kan plaatsvinden over weg, water en spoor en door buisleidingen. Het beleid is er op gericht te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Dit is verankerd in diverse wet- en regelgeving, zoals het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit). Binnen de externe veiligheid worden twee normstellingen gehanteerd: •

het Plaatsgebonden Risico (PR) richt zich vooral op de te realiseren basisveiligheid voor burgers;

•

het Groepsrisico (GR) stelt beperkingen aan de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van calamiteiten met gevaarlijke stoffen.

Kwetsbare objecten, zoals woningen en functies met veel bezoekers, zijn niet toegestaan binnen de 10-6-contour van het PR rond inrichtingen waarin opslag / verwerking van gevaarlijke stoffen plaatsvindt en langs transportroutes (weg, spoor, water, buisleiding) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Planvoornemen in relatie tot externe veiligheid Aan hand van de risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. In navolgende afbeelding is de risicokaart weergegeven. Hierop is onder andere informatie over risico's van ongevallen met gevaarlijke stoffen opgenomen. Ook is er informatie opgenomen over risico's van luchtvaartongevallen, ongevallen op het wegen-, spoorwegen- en waterwegennet en overstromingen met water en dergelijke.

BESTEMMINGSPLAN HOUTSESTRAAT NAAST LEPONA TE BALGOIJ – TOELICHTING

29

Uitsnede risicokaart van de omgeving van het plangebied (bron: risicokaart.nl)

Bevi-inrichting - Op circa 200 meter afstand ten westen van het plangebied bevindt zich een inrichting. Dit betreft een groothandel in gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest aan de Houtsestraat 11 Balgoij. De 10-6 risicocontour ligt nagenoeg op het eigen perceel van deze inrichting en vormt geen belemmering voor voorliggend initiatief. Transportroute gevaarlijke stoffen - Op circa 1 km afstand stroomt rivier de Maas waarover gevaarlijke stoffen worden getransporteerd. De 10-6 plaatsgebonden risicocontour (PR) ligt maximaal op de oeverlijn, waardoor het geen belemmering vormt voor voorliggend initiatief. Het plangebied ligt eveneens niet binnen de meest relevante zone voor het groepsrisico (de 200 meter zone). Voor de hoogte van het groepsrisico van de Maas zijn personendichtheden binnen een zone van 200 meter bepalend (aandachtsgebied; hierbuiten heeft de aanwezigheid van personen nauwelijks of geen invloed op de hoogte van het groepsrisico). Aangezien de personendichtheid binnen deze zone beperkt is, kan gesteld worden dat de Maas geen relevant groepsrisico heeft in het plangebied. Daarnaast ligt de locatie op circa 210 meter van de Drutenseweg (N845). Uit de beleidsvisie Externe Veiligheid Wijchen blijkt dat voor provinciale wegen in Gelderland in 2011 risicoberekeningen uitgevoerd zijn op basis van vervoerstellingen.

Uit deze berekeningen bleek dat de provinciale wegen binnen de gemeente Wijchen geen PR 10-6-contour hebben. Wat het groepsrisico betreft blijkt enkel de A326 een groepsrisico te hebben. CONCLUSIE Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de realisatie van het onderhavige plan.

BESTEMMINGSPLAN HOUTSESTRAAT NAAST LEPONA TE BALGOIJ – TOELICHTING

30

5.1.6 BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING Milieuzonering is het aanbrengen van een ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Doel is om bij het opstellen van een ruimtelijk plan een goed en veilig leefklimaat te waarborgen, maar tegelijkertijd ook aan bedrijven voldoende milieuruimte te bieden voor het uitoefenen van hun activiteiten. De mate waarin bedrijven invloed hebben op hun omgeving is afhankelijk van de aard van de bedrijvigheid en de afstand tot een gevoelige bestemming. Milieugevoelige bestemmingen zijn gebouwen en terreinen die naar hun aard bestemd zijn voor het verblijf van personen gedurende de dag of nacht of een gedeelte daarvan (bijvoorbeeld woningen). Daarnaast kunnen ook landelijke gebieden en/of andere landschappen belangrijk zijn bij een zonering tot andere, minder gevoelige, functies zoals bedrijven. Milieuzonering heeft betrekking op aspecten met een ruimtelijke dimensie, zoals geluid, geur, gevaar en stof. De mate van belasting, en daarmee de gewenste aan te houden afstand, kan per aspect en per bedrijfstype en verschillen. In de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is een lijst opgenomen met daarin de minimale richtafstanden tussen een gevoelige bestemming en bedrijven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=7b13c370-cbaf-479c-b5eb-90625f31c459