Toelichting bestemmingsplan Dorpsstraat 1 Hernen
Tekst van het document
Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’
28
1. Beschrijving watersysteem Geomorfologie en geohydrologie Het plangebied is gesitueerd in het landelijk gebied. De maaiveldhoogte bedraagt circa 7,6 m +NAP aan de voorzijde van het bouwvlak voor de woning en 6,6 m +NAP aan de achterzijde van het perceel (bron: Algemene Hoogtekaart Nederland). De bodem bestaat uit grof zand (bron: altalsleefomgeving.nl). De waterdoorlatendheid van zandgrond is goed. Door de bodemgesteldheid en het grondwatersysteem is er ruimte voor waterberging middels infiltratie, zoals onderstaand beschreven. Oppervlakte- en afvalwatersysteem Aan de oostzijde van de bestaande woning aan de Dorpsstraat 1 te Hernen ligt een Bwatergang. Aan de noordzijde van het plangebied ligt een C-watergang. Voor de afvoer van het huishoudelijk afvalwater van de nieuwe woning wordt een aparte rioolaansluiting aangevraagd. Het aan te leggen riool zal op het bestaande gemeentelijk rioolstelsel worden aangesloten dat loopt langs de weg voor de locatie. Slechts het vuile huishoudelijk afvalwater wordt afgevoerd via het riool. Ecosysteem In de omgeving van de nieuw te realiseren woning zijn geen bodem- of grondwaterbeschermingsgebieden aanwezig. Er is dus geen sprake van beïnvloeding van dergelijke gebieden door het oprichten van de nieuwbouw. Het betreft geen waterpotentiegebied of waterbergingsgebied. 2.
Waterbeleid en waterbeheer Gemeentelijk waterbeleid Het gemeentelijk waterbeleid is gericht op het voorkomen, beperken of tot een aanvaardbaar risico terugbrengen van wateroverlast en schade aan milieu en volksgezondheid. In de Strategische waternota Wijchen zijn thema’s en uitgangspunten voor duurzaam waterbeheer omschreven. Het Gemeentelijk rioleringsplan beschrijft de gemeentelijke zorgplicht voor rioolwater, hemelwater en grondwater. In het kader van de watertoets wordt een vertaalslag gemaakt naar de concrete plansituatie. Zorgplicht afvalwater Een perceeleigenaar moet het huishoudelijk afvalwater of het bedrijfsafvalwater op de openbare riolering lozen (Besluit lozing afvalwater huishoudens art. 7 en 10 en Activiteiten-besluit art. 2.1 en 2.2). Als dit niet mogelijk (doelmatig) is, zorgt de perceeleigenaar voor een zo milieuvriendelijk mogelijke manier van verwerking of verwijdering van het afvalwater. De gemeente heeft voor zover doelmatig een zorgplicht voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater dat binnen de gemeente vrijkomt (zie Wm art 10.33). Zorgplicht hemelwater Een perceeleigenaar is zelf verantwoordelijk voor het verwerken van het hemelwater op het eigen terrein of voor het eventueel lozen van hemelwater op oppervlaktewater.
Als dit niet mogelijk is zorgt de gemeente voor het inzamelen, transporteren en verwerken van het hemelwater, mits doelmatig (Waterwet art. 3.5). Zorgplicht grondwater Een perceeleigenaren is zelf verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen op eigen terrein om structurele nadelige gevolgen van grondwater voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen of beperken. Als dit niet mogelijk is treft de gemeente maatregelen in openbaar gebied, voor zover doelmatig en geen verantwoordelijkheid van provincie of waterschap (Waterwet art 3.6).
Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’
29
Zorgplicht oppervlaktewater (waterschap) De gemeente valt binnen het beheersgebied van Waterschap Rivierenland. Voor lozing op oppervlaktewater (A-, B- en C-water) heeft de perceeleigenaar een vergunning van het waterschap nodig (Waterwet art. 6.2). Een perceeleigenaar (of aanliggende perceeleigenaar) is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van oppervlaktewater (B- en C-water volgens de legger van het waterschap) dat op eigen terrein ligt. Het waterschap draagt zorg voor het onderhoud van A-watergangen. Voor ingrepen of activiteiten in of nabij watergangen danwel in of nabij een waterkering heeft een perceeleigenaar een Keur-ontheffing van het waterschap nodig. 3. Beleidsuitgangspunten en consequenties voor het ruimtelijk plan Deze paragraaf beschrijft en motiveert de wijze waarop op de planlocatie rekening is gehouden met het watersysteem, gelet op de waterhuishoudkundige situatie, beleid en regelgeving. Voor de afvoer van het huishoudelijk afvalwater van de nieuwe woning wordt een aparte rioolaansluiting aangevraagd. Het aan te leggen riool zal op het bestaande gemeentelijk rioolstelsel worden aangesloten dat loopt langs de weg voor de locatie. Slechts het vuile huishoudelijk afvalwater wordt afgevoerd via het riool. Het regenwater afkomstig van de woning zal worden opgevangen om onder meer te hergebruiken voor toiletreiniging.
Het overtollige regenwater zal worden afgevoerd naar het aanwezige groen op het eigen perceel ten oosten van de woning, waar het zal infiltreren in de bodem dan wel zal een grindkoffer toegepast worden. Aan de oostzijde van de bestaande woning aan de Dorpsstraat 1 te Hernen ligt een Bwatergang. Aan de noordzijde van het plangebied ligt een C-watergang. Het plangebied is op voldoende afstand gelegen van eventuele beschermingszones. 3.1 Leefomgeving en ruimtegebruik Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar integrale inpassing van het watersysteem in de leefomgeving en afstemming op de gebruiksfuncties in het gebied. De ruimtelijke ontwikkeling mag geen nadelige gevolgen hebben voor de waterhuishouding en vice versa. De waterhuishoudkundige situatie moet in overeenstemming zijn met het beoogde grondgebruik. Water is mede-ordenend bij de ruimtelijke ontwikkeling (juiste functie op de juiste plaats), waarbij tevens rekening is gehouden met de ruimteclaim van waterhuishoudkundige voorzieningen. Wateropgaven zijn gekoppeld aan andere gebiedsopgaven, zoals voor openbaar groen, welzijn, volkshuisvesting, verkeer/vervoer en energie. Gevolgen van/voor het plan Het regenwater afkomstig van de woning zal worden opgevangen om onder meer te hergebruiken voor toiletreiniging.
Het overtollige regenwater zal worden afgevoerd naar het aanwezige groen, waar het rechtstreeks zal infiltreren in de bodem dan wel zal een grindkoffer toegepast worden. 3.2 Kwaliteit en beleving Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar schoon water en waterbodems die voldoen aan gestelde kwaliteitseisen en het behoud van (natte) natuurwaarden en biodiversiteit. Verontreiniging van grond- en oppervlaktewater wordt voorkomen en de waterkwaliteit zo mogelijk verbeterd. Schoon hemelwater mag rechtstreeks in bodem of op oppervlaktewater worden geloosd. Verontreiniging van hemelwater voorkomen, o.a. door toepassing van niet-uitlogende
Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’
30
materialen (Dubo-bepalingen) en door beperking van toepassing van lood, koper, zink en zacht pvc. Verontreinigd hemelwater alleen lozen via een zuiverende voorziening. De kwaliteit van oppervlaktewater zo mogelijk verbeteren door aanleg van natuurvriendelijke oevers en verbetering van de doorstroming. Het beheer mag geen verstoring geven van waterkwaliteit en biodiversiteit. Ecologisch natte zones of natte natuurwaarden behouden of verder ontwikkelen door bijbehorende waterhuishoudkundige omstandigheden te beschermen of herstellen. De gemeente streeft naar versterking van de belevingswaarde van water en daarmee het waterbewustzijn. Hierbij zijn water, waterhuishoudkundige elementen en cultuurhistorische structuren en landschapselementen herkenbaar verweven in de ruimtelijke inrichting en beleefbaar gemaakt. Waterstromen zichtbaar (bovengronds) afvoeren. Gevolgen van/voor het plan Bij de bouw van de woning worden geen uitlogende materialen toegepast. Het regenwater afkomstig van de woning zal worden opgevangen om onder meer te hergebruiken voor toiletreiniging. Het overtollige regenwater zal worden afgevoerd naar het aanwezige groen, waar het rechtstreeks en zichtbaar zal infiltreren in de bodem.
3.3 Klimaatadaptatie Beleidsuitgangspunten De gemeent streeft naar een klimaatbestendige en waterrobuuste leefomgeving, anticipe-rend op hevigere perioden met hitte, neerslag en droogte. Bij ruimtelijke ontwikkelingen worden schadelijke effecten van klimaatverandering (wateroverlast en verdroging) voor het grondgebruik en vice versa beperkt of teruggebracht tot een acceptabel niveau. Waterhuishoudkundige voorzieningen zijn energiezuinig en duurzaam. Komen tot een klimaatadaptieve ruimtelijke inrichting, o.a. voor wat betreft bebouwing, wegen, groen en water. Voorkomen dat water bij hevige neerslag in de bebouwing terecht komt of afstroomt buiten het plangebied. De hoeveelheid verhard oppervlak tot een minimum beperken. Zorgdragen voor voldoende waterberging, tegen hemelwateroverlast en ter buffering van water in droge tijden (zie ook waterberging). Groenstructuren klimaatrobuust aanleggen voor wat betreft areaal, type beplanting en waterbergend vermogen. Grondwateronttrekking (verdroging) beperken door hoogwaardige toepassing van drinkwater en het treffen van waterbesparende voorzieningen. Zo mogelijk hemelwater gebruiken voor laagwaardige toepassingen. Verder bij de ruimtelijke ontwikkeling rekening houden met de droogtegevoeligheid van de locatie en mogelijke bodemdaling die daardoor kan ontstaan.
Gevolgen van/voor het plan Het regenwater afkomstig van de woning zal worden opgevangen om onder meer te hergebruiken voor toiletreiniging. Het overtollige regenwater zal worden afgevoerd naar het aanwezige groen, waar het zal infiltreren in de bodem dan wel zal een grindkoffer toegepast worden. 3.4 Waterberging Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar het vasthouden van gebiedseigen water door benutting van de natuurlijke bergingscapaciteit van bodem en oppervlaktewater. Natuurlijke grondwateren oppervlaktewaterstanden worden beschermd of hersteld. Hemelwater afkomstig van verharde oppervlakken zoveel mogelijk afkoppelen van de rio-lering met de voorkeursvolgorde: 1) Benutting, 2) Bodeminfiltratie binnen het gebied, 3) Berging binnen het gebied, 4) Vertraagde afvoer naar oppervlaktewater buiten het plangebied en 5) Afvoer naar riool. Compenseren van het verlies aan waterberging, indien hemelwater direct of indirect wordt geloosd op oppervlaktewater. De compensatieplicht (Keur waterschap) houdt in Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’
31
dat de toe-name van verharding in het ruimtelijk plan moet worden gecompenseerd door aanleg van extra waterberging. Dit met een eenmalige uitzondering van 500 m2 (stedelijk gebied) en 1500 m2 (landelijk gebied) voor particulieren en kleine bedrijven. De compensatieplicht geldt niet in individuele gevallen als op een afstand van 100 m of meer van het oppervlak-tewater wordt geinfiltreerd (beleidsregels Keur artikel 5.16 toetsingscriterium 2). Infiltratie- en bergingsvoorzieningen, zoals bodempassages en open water, moeten voldoende capaciteit hebben om het hemelwater te kunnen verwerken. En zodanig ruimtelijk ingepast (ruimtebeslag, ligging) dat adequaat functioneren is gewaarborgd. Gevolgen van/voor het plan In onderhavige situatie is sprake van de sloop van een bestaande schuur waarvoor in de plaats een nieuwe woning wordt gerealiseerd op het aangrenzende perceel. De oppervlakte van de te slopen schuur bedraagt 110 m2 en de nieuw te bouwen woning zal tevens een oppervlakte van 110 m2 krijgen. Bij de woning zal nog een garage toegestaan worden. Dit betekent dat het verhard oppervlak kan toenemen met maximaal 120 m2. De toename van verhard oppervlak als gevolg van het bestemmingsplan is <1500 m 2 (landelijk gebied) waarmee het plan op grond van het waterschapsbeleid geen compensatieplicht kent. De aanleg van extra waterberging is dan ook niet noodzakelijk.
Ook hoeft de ruimteberekening voor compenserende waterberging niet doorlopen te worden, zoals gesteld wordt in de Handreiking watertoets Waterschap rivierenland. Niettemin zal het overtollige regenwater worden afgevoerd naar het aanwezige omliggende groen en aangrenzend grasland op eigen perceel aan de oostzijde van de woning dat ook lager gelegen blijft dan de woning. Hiermee is sprake van een natuurlijke wadi waar het regenwater kan infiltreren in de bodem. 3.5 Gezondheid en veiligheid Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar een veilig watersysteem. Inrichting en beheer van het watersysteem op de planlocatie dient te zijn gericht op het voorkomen of beperken van risico’s voor de volksgezondheid en veiligheid. Risico’s van optrekkend vocht primair beperken door ter plaatse van bebouwing te voorzien in voldoende ontwateringsdiepte en drooglegging. Of, als dit niet mogelijk is, door het treffen van maatregelen (bv. kruipruimtevrij bouwen, waterdicht bouwen). Een permanente verandering (verlaging) van grondwaterstanden is daarbij niet toegestaan. Voorts in het plan rekening houden met eventuele risico’s van bodemdaling als gevolg van grondwaterstandsdaling (verdroging) of –fluctuatie (zie ook Klimaatverandering). Inrichting en beheer van oppervlaktewater in bebouwd gebied afstemmen op potentieel verdrinkingsgevaar (veilige oevers).
Bij de ruimtelijke inrichting rekening houden met locaties waar waterkwaliteit een gezondheidsrisico kan vormen (zoals bij overstorten en stilstaand water). Gevolgen van/voor het plan Aan de ontwateringseisen wordt voldaan als kan worden aangetoond dat het vloerpeil begane grond minstens 1,00 boven de GHG kom te liggen. Blijkens de kaart ‘Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand – huidig’ van ESRI Nederland is de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand in de huidige situatie hier > 2 m onder maaiveld. De GHG wordt doorgaans in de wintermaanden bereikt. De grond ter plaatse van de woning wordt met 40 cm opgehoogd. Gelet op de GHG en ophoging grond wordt ruimschoots aan de ontwateringseisen voor woningbouw voldaan. Het plan gaat niet uit van de realisatie van kelders, dan wel overige ondergrondse bouwdelen. Aan de droogleggingseisen wordt voldaan als kan worden aangetoond dat het vloerpeil begane grond minstens 1,30 m boven het zomerpeil komt te liggen. Het winterpeil met de hoogste waterstand is hier > 2 m onder maaiveld. Het vloerpeil begane grond komt gelet op de ophoging van de grond ter plaatse van de woning boven het huidige maaiveld. Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’
32
Daarmee wordt met het winterpeil en dus zeker het zomerpeil voldaan aan de droogleggingseisen. 4. Overwegingen en conclusie Gezien terreinhoogte die nog opgehoogd wordt met 40 cm en grondwaterstanden wordt voldaan aan de ontwateringseisen. Hemelwater wordt op eigen terrein verewerkt en niet afgevoerd naar riolering en/of oppervlaktewatersysteem, waardoor de noodzaak voor compenserende waterberging komt te vervallen. De watergangen zijn op een voldoende afstand gelegen en worden niet beinvloed. Enkel het vuil water wordt afgevoerd op het gemeentelijkriool voorlangs de locatie. Conclusie Het plan heeft geen nadelige gevolgen voor de waterhuishouding en omgekeerd. 5. Overleg met waterbeheerder Beleidsuitgangspunt Afhankelijk van de aard en locatie moet het ruimtelijk plan voor advies en/of vooroverleg worden voorgelegd aan de waterbeheerder en het advies van de waterbeheerder zijn verwerkt in de waterparagraaf. Veelal zijn de waterbeheerders het waterschap, maar kunnen ook Rijkswaterstaat of de Provincie zijn. Voor wat betreft het waterschapsbelang geldt voor alle ruimtelijke plannen dat bij aanvang van het planproces een digitale watertoets moet worden ingevuld door de initiatiefnemer (www.digitalewatertoets.nl), waarna zo nodig een vooroverleg volgt. Gevolgen voor het plan Voor onderhavig project is de digitale Watertoets van het waterschap Rivierenland ingevuld.
De uitkomst is als bijlage opgenomen. De waterparagraaf zal in het kader van vooroverleg worden voorgelegd aan het waterschap. De ontwikkeling is passend binnen zowel het beleid van het waterschap Rivierenland als het beleid van de gemeente Wijchen.
5.3
NATUUR Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met eventuele ecologische waarden in of nabij het plangebied. De voorgenomen ontwikkelingen mogen geen negatieve effecten hebben op de aanwezige beschermde soorten zoals aangewezen in de Wet natuurbescherming. Indien hiervan sprake is moet ontheffing of vrijstelling worden aangevraagd. Tevens mogen de ontwikkelingen geen negatieve effecten hebben op aangewezen gebieden zoals Natura 2000-gebieden. Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming.
5.3.1
Gebiedsbescherming In Nederland is gebiedsbescherming geregeld middels de Wet natuurbescherming, waarin alle gebiedsbeschermde internationale afspraken en richtlijnen zijn geïmplementeerd. Met betrekking tot gebiedsbescherming is de situering ten opzichte van Natura 2000-gebieden van belang. Bij negatieve effecten kan onder andere gedacht worden aan: optische verstoring door het toevoegen van bebouwing, verlies van oppervlakte, verdroging of vernatting, vermesting en verzuring, verstoring door licht, geluid, trilling, ed. Het plangebied aan de Dorpsstraat 1 te Hernen ligt niet binnen of directe nabijheid van een Natura2000-gebied.
Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’
33
Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voorheen: ecologische hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met natuurwaarden van (inter)nationaal belang. Het doel van het NNN-beleid is het veiligstellen van ecosystemen en het realiseren van leefgebieden met goede condities voor de biodiversiteit. Voor het Natuurnetwerk Nederland geldt op basis van het Rijksbeleid (Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) de verplichting tot instandhouding van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. Dit betekent dat (nieuwe) plannen, projecten of handelingen niet zijn toegestaan indien zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant aantasten. Het plangebied is op circa 85 meter afstand van het Gelders Natuurnetwerk gelegen en op circa 200 meter van een Groene ontwikkelingszone (zie figuur 10). Figuur 10 Uitsnede kaart Gelders Natuur Netwerk (locatie = rood omcirkeld)
Met onderhavig plan wordt een nieuwe woning gerealiseerd naast een bestaande woning. Gezien de aard van de ontwikkeling en de afstand tot beschermde gebieden zal het initiatief op deze locatie niet leiden tot negatieve effecten op de gebiedsbescherming van Natura2000-gebieden NNN-gebieden en Beschermde natuurmonumenten in de omgeving. 5.3.2
Soortenbescherming De Wet natuurbescherming regelt de bescherming en instandhouding van planten- en diersoorten die in het wild voorkomen. Daarnaast dienen alle in het wild levende planten en dieren in principe met rust te worden gelaten. Eventuele schade aan in het wild levende planten en dieren dient beperkt te worden middels het nemen van mitigerende maatregelen. Als mitigatie niet voldoende is om schade te voorkomen is het verplicht de resterende schade te compenseren De aanwezigheid van beschermde planten en dieren is sterk gerelateerd aan de aanwezigheid van bepaalde kleine landschapselementen (bosjes, wielen/poelen, heggen/hagen e.d.).
Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’
34
Met het plan wordt een nieuwe woning op het perceel naast een bestaande woning gerealiseerd. Hiervoor wordt een bestaande schuur bij de huidige woning gesloopt. Om deze reden is een quickscan flora en fauna uitgevoerd door Exlan, zie de bijlagen. De conclusie van het onderzoek luidt als volgt: Voor de bepaling van de effecten en voor de beantwoording van de vraag of men in strijd komt met de Wet natuurbescherming, wordt de relatie gelegd tussen het initiatief met deze wet door waar mogelijk antwoord te geven op de volgende vragen: 1. Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? 2. Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten en de staat van instandhouding? 3. Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten, en welke vervolgstappen zijn nodig? Het voornemen zoals opgenomen in de inleiding en de daarbij behorende werkzaamheden, zal naar verwachting geen negatief effect hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Binnen het plangebied zijn geen (verblijfplaatsen van) strikt beschermde soorten aangetroffen die door de werkzaamheden worden beïnvloed. Het te slopen gebouw dient bij voorkeur buiten het broedseizoen te worden gesloopt.
Zo niet, moet er worden nagegaan door een ecoloog of er bezette nesten aanwezig zijn. Bezette nesten worden niet gestoord, de werkzaamheden worden dan pas begonnen op het moment dat de jongen zijn uitgevlogen. Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instandhouding van beschermde dier- en/of plantsoorten. Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop. Voor aanvang van de werkzaamheden dient derhalve geen aanvullend onderzoek plaats te vinden. Een ontheffing met betrekking tot aantasting van beschermde soorten is niet nodig. De werkzaamheden kunnen leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene soorten. Een algehele vrijstelling is hierop van toepassing. De algemene zorgplicht blijft onverminderd van toepassing. De nieuw te realiseren woning wordt verder landschappelijk ingepast, wat een verbetering van het leefgebied oplevert. Het patrijzenveld in de hoek van het perceel blijft hierbij behouden en wordt om die reden vrij gehouden van beplanting. In de boomgaard wordt een insectenhotel geplaatst. Verder wordt bij de bouw van de woning aandacht besteed aan natuurinclusief bouwen, door te voorzien in vogel- en vleermuiskasten.
Zie verder paragraaf 3.2 en het landschappelijk inpassingsplan in de bijlagen. Gesteld kan worden dat de beoogde ontwikkeling op de locatie geen onevenredige nadelige gevolgen zal hebben voor de natuurwaarden en beschermede soorten. Het aspect natuur leidt niet tot belemmering van het voorgenomen initiatief.
5.4
CULTUURHISTORIE Per 1 januari 2012 is in het kader van de modernisering van de monumentenzorg (MOMO) in het Besluit ruimtelijke ordening van het rijk opgenomen dat gemeenten bij het maken van ruimtelijke plannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Cultuurhistorisch erfgoed moet worden beschermd. Het gaat dan om erfgoed in brede zin; in cultuurlandschappelijke, stedenbouwkundige en bouwhistorische betekenis.
Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’
35
De gemeente Wijchen heeft het Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen op 3 mei 2017 vastgesteld. Zoals op figuur 11 is af te lezen valt de bestaande woning aan de Dorpsstraat 1 Hernen hier binnen. De locatie is op de Cultuurhistorische waarderingskaart aangeduid als een cultuurhistorisch waardevol gebied. De waardering van de verschillende gebieden is gebaseerd op de Beleidsnota ‘Samen in verscheidenheid’. Deze Beleidsnota cultuurhistorie is voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten opgesteld. Het cultuurhistorisch beleid bevat twee hoofdonderdelen, te weten: koesteren wat de vier gemeenten hebben en uitdragen van de rijkdom. De vier gemeenten hopen met deze aanpak meerdere doelen te bereiken, waaronder het behouden van het bestaande erfgoed en dat deze op een positieve manier wordt ontwikkeld. Daarnaast wordt getracht het aanwezige erfgoed optimaal te benutten voor toeristisch-recreatieve doeleinden, erfgoededucatie en economische ontwikkeling. Figuur 11 Uitsnede cultuurhistorische beleidskaart gemeente Wijchen
Onder de cultuurhistorisch waardevolle gebieden vallen ook oude bebouwingslinten, historische wegen en waterlopen. De cultuurhistorische waarden van deze gebieden bestaan uit: De mate van visueel-ruimtelijke relatie met de (agrarische) percelen en het onderscheid daarin tussen de verschillende landschapstypen (open, half-open of gesloten); De overwegend agrarische oorsprong van de bebouwing in de linten; De maat en schaal van de bebouwing; De variatie van rooilijnen en bouwmassa’s langs de linten; De compactheid van de bebouwingsensembles op de afzonderlijke percelen; Hoofdgebouwen die gericht zijn op de bebouwingslinten; Een herkenbaar onderscheid in situering en massa tussen hoofd- en bijgebouwen. De kavel wordt omringd door openheid, een landschappelijk kenmerk in dit gebied. Karakteristiek voor de kavel zelf is de boombeplanting die de openheid van het perceel zelf geleed. Deze blijft geheel gehandhaafd door de situering van de woning direct ten Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’
36
westen van de bomenrij. Er blijft daarbij nog voldoende open ruimte aan de westzijde over. De verhouding van de bebouwing is in lijn met de smalte van de kavel, met zowel links als rechts ruimte naast de bebouwing. Ook het voornemen om een voor het rivierenlandschap zo kenmerkende boomgaard te plannen tussen de woningen draagt bij aan het cultuurhistorisch gebied. De bouw zal de openheid van het omringende landschap niet nadelig beïnvloeden. Bij het ontwerp van de woning is ook rekening gehouden met bovenstaande aspecten. De woning zal een uitstraling als schuurwoning verkrijgen, door zowel zijn vorm als uiterlijk. De schuurwoning zal veelal bestaan uit natuurlijke, duurzame bouwmaterialen, zoals hout en kalksteen. De natuurlijke uitstraling van de nieuwe woning is hiermee passend in een landschap omgeven door veelal boerderijwoningen met vrijstaande schuren/garages. Met de sloop van de bestaande schuur en het openhouden van de zichtlijn blijft het open karakter van het gebied behouden. De kavelstructuur blijft behouden en er worden geen waterlopen aangepast. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten gelegen. Concluderend kan gesteld worden dat de cultuurhistorische waarden niet in het geding zijn met onderhavig plan.
5.5
BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING Een goede ruimtelijke ordening beoogt het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten van bestaande en toekomstige bedrijvigheid om zodoende kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Op grond van de Wet milieubeheer zijn bedrijven en instellingen verplicht te voldoen aan de eisen uit het Activiteitenbesluit, dan wel een omgevingsvergunning te hebben voor de exploitatie van het bedrijf, waarbij rekening gehouden dient te worden met de omliggende woonbebouwing. Door middel van de milieuwet- en regelgeving wordt (milieu)hinder in woongebieden zoveel mogelijk voorkomen. Om te komen tot een verantwoorde, ruimtelijk relevante toetsing in milieuhygiënisch opzicht van bedrijfsvestigingen, wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde milieuzonering. Hieronder wordt verstaan het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen, anderzijds milieugevoelige functies als (bedrijfs)woningen, zorginstellingen, onderwijsinstellingen, kinderopvang e.d. Daarnaast is de milieuwetgeving van toepassing.
In de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009), die voor het eerst in 1986 verscheen en daarna een aantal malen is geactualiseerd, is een omvangrijke lijst van bedrijven opgenomen, waarin per bedrijf voor een aantal aspecten de mate van ruimtelijk relevante hinderlijkheid is weergegeven. Per bedrijfstype zijn voor elk van de aspecten geur, stof, geluid en gevaar minimale afstanden aangegeven die in de meeste gevallen kunnen worden aangehouden tussen een bedrijf en woningen om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Deze richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype. Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kunnen gemotiveerd kleinere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype gemengd gebied, dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kent. In een gemengd gebied kunnen de richtafstanden met één afstandstap worden verlaagd zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat.
Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’
37
In dit geval betreft de ontwikkeling het realiseren van een nieuwe burgerwoning ten westen van een bestaande burgerwoning. Dit betreft de oprichting van een gevoelig object dat een belemmering kan vormen voor omliggende bedrijven. Daarnaast dient gekeken te worden naar omliggende functies om te beoordelen of sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
Stof
Geluid
Gevaar
Grootste afstand
Een stap verlaagd
Werkelijke afstand
Tabel 2: Afstanden tot omliggende functies.
Geur
Bedrijven in de omgeving betreffen de in paragraaf 5.1.3 reeds genoemde twee bedrijven aan de Diepestraat 1 en 4 met paarden. In de bebouwde kom van Hernen zijn verder twee bedrijven gelegen, een horecabedrijf en een bedrijf met inpandige opslag. De respectievelijke richtafstanden en werkelijke afstanden van omliggende functies tot onderhavige woning staan in onderhavige tabel.
50 m 50 m 10 m 0m
30 m 30 m 0m 0m
30 m 30 m 10 m 30 m
0m 0m 10 m 10 m
50 m 50 m 10 m 30 m
30 30 0 10
200 m 300 m 300 m 400 m
Bedrijfsadres
Diepestraat 1 Diepestraat 4 Dorpsstraat 20 Dorpsstraat 30a
Aan de gestelde richtafstanden wordt ruimschoots voldaan. Daarbij kan gelet op de veelheid aan functies in het gebied gesteld worden dat sprake is van een gemengd gebied. De richtafstanden kunnen om deze reden met een stap verlaagd worden. Concluderend kan gesteld worden dat ter plaatse van de woning op grond van de richtafstanden uit Bedrijven en Milieuzonering geen belemmering zijn en dat ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
5.6
ARCHEOLOGIE Op grond van het Verdrag van Malta en de daaruit vloeiende Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz), dient bij de opstelling en de uitvoering van ruimtelijke plannen rekening te worden gehouden met bekende archeologische waarden en de te verwachten archeologische waarden. Het uitgangspunt hierbij is dat het archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Het wettelijke kader is verankerd in de Erfgoedwet. De gemeente Wijchen heeft een Archeologische Beleidsadvieskaart op laten stellen, welke is vastgelegd in RAAP rapport 1828. Het plangebied is gelegen in een gebied met een hoge archeologische verwachting. Het archeologisch beleid binnen de gemeente Wijchen, zoals vastgelegd op de archeologische beleidskaart, is door vertaald in het ter plaatse vigerende bestemmingsplan door middel van dubbelbestemmingen. Het plangebied is voor een klein deel gelegen binnen de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische 1’ en verder in ‘Waarde – Archeologie 2’.
Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’
38
Figuur 12 Uitsnede archeologische beleidskaart Wijchen
De voor ‘Waarde – Archeologie 1’ en Waarde – Archeologie 2’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de te verwachten archeologische waarden van de gronden. Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen op gronden met ‘Waarde – Archeologie 1’, voor bouwwerken een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Op gronden met ‘Waarde – Archeologie 2’ dient voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 120 m² een archeologisch rapport overleg te worden. Deze dubbelbestemming wordt in dit plan eveneens opgenomen, zodat ook bij toekomstige ontwikkelingen de archeologische waarden worden meegewogen. Na vaststelling van het bestemmingsplan zal voorafgaand aan de aan te vragen omgevingsvergunning voor de woning, een archeologisch bureauonderzoek en verkennend (of gezien het kleine oppervlak verkennend + karterend) booronderzoek worden uitgevoerd door een archeologisch bureau. Mocht uit het booronderzoek blijken dat er vervolgonderzoek nodig is, dan is te overwegen om daarvoor dan maatwerk af te spreken, gezien de beperkte verstoring.
Afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek
Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’
39
kan mogelijk ook middels een ophoging van de bodem rekening worden gehouden met de aanwezige archeologische waarden. Aangezien de dubbelbestemmingen ‘Waarde-Archeologie 1’ en ‘Waarde-Archeologie-2’ met voorliggend plan gehandhaafd blijven, is een archeologisch onderzoek niet benodigd in het kader van dit bestemmingsplan. Het aspect archeologie vormt hiermee geen belemmering voor de uitvoering van onderhavig plan. Mochten er bij toekomstige werkzaamheden toch reeds archeologische relicten of grondsporen worden gevonden op de locatie, dan zal dit – in overeenstemming met de wettelijke meldingsplicht ex artikel 5.10, van de Erfgoedwet – per direct worden gemeld aan de Minister.
5.7
MOBILITEIT De woning wordt ontsloten via de Dorpsstraat. Deze weg heeft voldoende capaciteit om de geringe toename in het aantal verkeersbewegingen afkomstig van de nieuwe woning te verwerken. Om de nieuwe woning bereikbaar te maken zal een inrit worden aangelegd, welke aansluiting zal vinden op de Dorpsstraat. Gelet op het feit dat ter plaatse een maximum snelheid geldt van 60 km per uur, en er reeds een uitrit is aan de overzijde van de weg, is dit niet bezwaarlijk. Er zijn geen aanpassingen van verkeerskundige aard benodigd. De inrit verkrijgt een breedte van 4,5 meter om ook te voorzien als verbindingsweg voor de brandweer en hulpvoertuigen. Voor de woning komen 4 parkeerplaatsen. Deze komen tot de bestaande bomen. Parkeren vindt plaats op eigen terrein, waarvoor voldoende ruimte beschikbaar is. Zie ook het landschappelijk inpassingsplan in de bijlagen met daarop aangegeven 4 parkeerplaatsen. Volgens het parkeerbeleidsplan van de gemeente Wijchen, moeten er 3 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd worden. Deze zijn aangegeven. Concluderend kan gesteld worden dat er verkeerskundig en qua parkeren geen problemen te verwachten zijn.
5.8
MILIEU EFFECT RAPPORTAGE (M.E.R.-BEOORDELING) Het Besluit ruimtelijke ordening stelt in artikel 3.1.1, onder f dat inzicht dient te worden gegeven in de uitvoerbaarheid van het plan. Bovendien dient het bestuursorgaan bij de voorbereiding van het plan de nodige kennis te vergaren omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen (artikel 3.2 Algemene Wet Bestuursrecht). In dit hoofdstuk wordt verslag gedaan van het onderzoek dat is verricht ten behoeve van de in dit plan mogelijk gemaakte ontwikkelingen, zodat voldaan wordt aan de onderzoeksverplichtingen van het Besluit ruimtelijke ordening. Voorheen kon worden volstaan met de conclusie dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. De consequentie van de nieuwe regeling is dat in elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan m.e.r. Het komt erop neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die beneden de drempelwaarden vallen uit de D-lijst, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’
40
een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. De in dit hoofdstuk beschreven onderzoeksresultaten voldoen niet alleen aan de onderzoeksverplichting van het Besluit ruimtelijke ordening, maar kunnen ook worden opgevat als de vorm-vrije m.e.r.-beoordeling. Het in dit hoofdstuk beschreven onderzoek naar milieuaspecten laat zien dat, als gevolg van de in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkeling, belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Dit zowel voor de afzonderlijke aspecten als bij een integrale benadering van alle onderzochte aspecten. Geconcludeerd kan worden dat er geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk is.
Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’
41
HOOFDSTUK
6.1
6
JURIDISCHE PLANTOELICHTING
OPBOUW Voorliggend plan bestaat uit een toelichting, verbeelding en planregels. De verbeelding en de regels vormen de juridische basis van het plan. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsook de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven, met de daarbij horende aanduidingen, zones, bouwvlakken, maatvoeringen, ed. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft geen juridische status, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan alsmede bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels.
6.2
HERBESTEMMING Dit plan voorziet in een herbestemming van het vigerende bestemmingsplan ‘Geconsolideerde versie Buitengebied en herziening 2014’. Door middel van dit plan is het mogelijk om naast de locatie aan de Dorpsstraat 1 te Hernen een nieuwe woning op te richten. De woning heeft een beoogde oppervlakte van 110 m2. Om deze woning mogelijk te maken, zal een bestaande schuur op het perceel met eenzelfde omvang worden gesloopt. De nieuwe woning krijgt een eigen uitrit op de Dorpsstraat. De regels voor de bestemming ‘Wonen-1’ zijn gebaseerd op artikel 21 van het vigerende bestemmingsplan ‘Geconsolideerde versie Buitengebied en herziening 2014’ van de gemeente Wijchen. In hoofdstuk 5 is de ontwikkeling getoetst aan de ruimtelijke- en milieuhygiënische aspecten.
Uit voorliggende toelichting kan geconcludeerd worden dat, vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening het voorgenomen plan aanvaardbaar is, overwegende dat: Op basis van het gemeentelijk beleid met het slopen van de bestaande schuur met een oppervlakte van 110 m2, een woning met gelijke oppervlakte gerealiseerd mag worden; Aan de gemeentelijke eis wordt voldaan door het toepassen van een duurzaam woningbouwconcept; De woning levensloopbestendig en op een duurzame wijze (energieneutraal) wordt gerealiseerd; Sprake is van circulair bouwen met toepassing van bouwinnovaties en duurzame bouwmaterialen; Het project past binnen de vigerende beleidskaders van het Rijk en provincie; Er geen ruimtelijke of milieuhygiënische knelpunten naar voren zijn gekomen die belemmerend zijn; Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’
42
-
De waterhuishoudkundige belangen voldoende gewaarborgd zijn; Het plangebied landschappelijk wordt ingepast; Hiertoe een landschappelijk inpassingsplan is opgesteld en voor de realisatie daarvan een voorwaardelijke verplichting in de regels is opgenomen; De economische uitvoerbaarheid van het project gewaarborgd is.
De gemeente Wijchen kan instemmen met het voorgenomen initiatief en de bestemmingen inclusief de specifieke aanduiding voorwaardelijke verplichtingen. Voor het bestemmingsplan is aangesloten op de systematiek van het geldende bestemmingsplan ‘Geconsolideerde versie Buitengebied en herziening 2014’. De regels zijn daarbij toegespitst op de gewenste omzetting, (sloop) bebouwing en landschappelijke inrichting.
Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’
43
HOOFDSTUK
7.1
7
UITVOERBAARHEID
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID In deze situatie is er sprake van een particulier initiatief, waarbij de gemeente alleen medewerking verleent doormiddel van het volgen van de benodigde procedure. De kosten die verbonden zijn aan deze procedure en eventuele planschade zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe is met initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten.
7.2
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID
7.2.1
Overleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moeten plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg is het bestemmingsplan daarom gestuurd naar de volgende instanties: Waterschap Rivierenland; Provincie Gelderland.
7.2.2
Participatie Ten behoeve van het project is de “Wijchense participatie-ladder” van de gemeente Wijchen doorlopen. Uit deze meetlat komt naar voren dat het een project is met een beperkte invloed op de omgeving (o tot 7 punten). Het informeren van de omgeving is voldoende. De initiatiefnemer heeft de omgeving op de hoogte gebracht van zijn plan. Hierbij zijn geen bezwaren geuit. Wel wensen de omwonenden op de hoogte te worden gehouden van de verdere procedure.
7.2.3
Zienswijzen Het bestemmingsplan wordt conform de gebruikelijke procedure doorlopen. Dit betreft de volgende stappen: Tervisielegging ontwerpbestemmingsplan; Mogelijkheid tot indiening zienswijzen; Vaststelling bestemmingsplan door gemeenteraad Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’
44
Tervisielegging vastgesteld plan; Beroepstermijn.
Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’
45