CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bestemmingsplan Dorpsstraat 1 Hernen

Raad openbaar Wijchen 30 november 2023, gemeente wijchenBij agendapunt: 80341 Beslisnota Vaststellen bestemmingsplan Dorpsstraat 1 Hernen14.443 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan DORPSSTRAAT 1 HERNEN

16-10-2023

Colofon Rapport: Rapportnummer: Status: Datum:

Dorpsstraat 1 Hernen 5956BS01 Vastgesteld Oktober 2023

Opdrachtnemer G&O Consult Postbus 12 5845 ZG Sint Anthonis www.go-consult.nl

© OKTOBER 2023

Burgemeester Wijtvlietlaan 1 5764 PD De Rips

G&O CONSULT, POSTBUS 12, NL-5845 ZG SINT ANTHONIS, TEL: (0493) 597505 FAX: (0493) 597509 WWW.GO-CONSULT.NL

ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN. NIETS UIT DEZE UITGAVE MAG WORDEN VERVEELVOUDIGD DOOR MIDDEL VAN DRUK, FOTOKOPIE, MICROFILM, GELUIDSBAND, ELEKTRONISCH OF OP WELKE ANDERE WIJZE DAN OOK, EN EVENMIN IN EEN GEAUTOMATISEERD GEGEVENSBESTAND WORDEN OPGESLAGEN, ZONDER VOORAFGAANDE SCHRIFTELIJKE TOESTEMMING VAN G&O CONSULT. AAN DE INHOUD VAN DIT RAPPORT KUNNEN GEEN RECHTEN WORDEN ONTLEEND. G&O CONSULT VERWERPT ELKE AANSPRAKELIJKHEID VOOR EEN ANDER GEBRUIK VAN DEZE TEKST DAN VOOR DE SITUATIE WAARVOOR HIJ WORDT UITGEBRACHT. DE INFORMATIE IN DEZE TEKST IS ONDER VOORBEHOUD EN KAN VERANDERD WORDEN ZONDER VOORAFGAANDE KENNISGEVING.

Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’

2

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING .............................................................................................5

1.1 Achtergrond ...................................................................................................... 5 1.2 Doel .................................................................................................................. 6 1.3 Leeswijzer ......................................................................................................... 6 HOOFDSTUK 2 HUIDIGE SITUATIE.................................................................................7 2.1 Ruimtelijke en functionele structuur ............................................................... 7 2.2 Plangebied ....................................................................................................... 8 2.3 Bestemmingsplan ............................................................................................. 8 HOOFDSTUK 3 HET VOORNEMEN ...............................................................................10 3.1 Ontwikkeling .................................................................................................. 10 3.2 Inpassing ........................................................................................................

11 HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ....................................................................................14 4.1 Rijksbeleid ...................................................................................................... 14 4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 14 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening 14 4.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking 15 4.1.4 Afweging Rijksbeleid 15 4.2 Provinciaal beleid ........................................................................................... 16 4.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 16 4.2.2 Omgevingsverordening Gelderland 17 4.2.3 Afweging Provinciaal beleid 18 4.3 Gemeentelijk beleid ....................................................................................... 18 4.3.1 Structuurvisie Wijchen 2009 18 4.3.2 Woonvisie 2025 Thuis voelen begint met visie 20 4.3.3 Kleinschalige woningbouwinitiatieven 21 4.3.4 Afweging gemeentelijk beleid 22 HOOFDSTUK 5 OMGEVINGSASPECTEN .......................................................................23 5.1 Milieu ............................................................................................................. 23 5.1.1 Bodem 23 5.1.2 Lucht 23 5.1.3 Geur 24 5.1.4 Geluid 25 5.1.5 Externe veiligheid 26 5.2 Water .............................................................................................................

28 5.3 Natuur ............................................................................................................ 33 5.3.1 Gebiedsbescherming 33 5.3.2 Soortenbescherming 34 5.4 Cultuurhistorie ............................................................................................... 35 5.5 Bedrijven en Milieuzonering .......................................................................... 37 5.6 Archeologie .................................................................................................... 38 5.7 Mobiliteit ....................................................................................................... 40 5.8 Milieu Effect Rapportage (M.E.R.-beoordeling) ............................................. 40 HOOFDSTUK 6 JURIDISCHE PLANTOELICHTING ...........................................................42 6.1 Opbouw .......................................................................................................... 42 6.2 Herbestemming .............................................................................................. 42 HOOFDSTUK 7 UITVOERBAARHEID.............................................................................44 7.1 Economische uitvoerbaarheid ........................................................................

44 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................ 44 7.2.1 Overleg 44 7.2.2 Participatie 44 7.2.3 Zienswijzen 44

Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’

3

BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6

Situatieschets Landschappelijk inpassingsplan Akoestisch onderzoek Digitale watertoets Quickscan soortenbescherming Inwonerparticipatie

Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’

4

HOOFDSTUK

1

1.1

INLEIDING

ACHTERGROND Het voorgenomen initiatief betreft de nieuwbouw van een woning naast een bestaande woning op de locatie aan de Dorpsstraat 1 te Hernen. De locatie kent reeds een woonbestemming. Op dit perceel wordt een bestaande schuur gesloopt, waarvoor in de plaats een nieuwe woning wordt gerealiseerd. Beoogd is een levensloopbestendige en duurzame seniorenwoning. De regeling Kleinschalige woningbouwinitiatieven van de gemeente Wijchen maakt een dergelijke ontwikkeling mogelijk. Het toevoegen van de woning op de locatie naast Dorpsstraat 1 te Hernen is in strijd met het vigerende bestemmingsplan “Geconsolideerde versie Buitengebied en herziening 2014” vastgesteld op 23 februari 2015. Per bestemmingsvlak is maximaal één woning toegestaan. Het totale perceel aan de Dorpsstraat 1 zal ten behoeve van de ontwikkeling worden gesplitst. Om te kijken of er een mogelijkheid is om de wijziging door te voeren is een principeverzoek ingediend. De gemeente Wijchen heeft aangegeven onder voorwaarden medewerking te willen verlenen aan de realisatie van de woning in combinatie met de sloop van 110 m2 bebouwing op de Dorpsstraat 1 te Hernen. Het plan moet voorzien in het toepassen van een duurzaam woningbouwconcept. Voorliggende herziening van het bestemmingsplan geeft hier invulling aan. Figuur 1 Topografische ligging plangebied

Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’

5

1.2

DOEL Het doel van voorliggend plan is het mogelijk maken van de bouw van een woning naast de bestaande woning op de locatie Dorpsstraat 1 te Hernen. Tegelijkertijd zal vastgelegd worden dat voor de bouw van deze woning 110 m2 bebouwing op de locatie Dorpsstraat 1 te Hernen gesloopt wordt.

1.3

LEESWIJZER In het vervolg van deze toelichting wordt eerst ingegaan op de huidige situatie in het plangebied (hoofdstuk 2). In hoofdstuk 3 wordt de ontwikkeling binnen het plangebied beschreven. Vervolgens komt in hoofdstuk 4 de relatie van het plan met het algemene en specifieke rijks-, provinciale en gemeentelijk beleid voor de fysieke omgeving van het plangebied aan bod. Hoofdstuk 5 geeft inzicht in alle relevante omgevingsaspecten van dit project. Het te realiseren plan dient te passen binnen het betrokken gebied, waarbij gemotiveerd moet worden aangegeven hoe het plan zich verhoudt tot de aanwezige functies en waarden in dat gebied. Aan de hand van een beschrijving van alle relevante aspecten (onder andere water en milieu komen aan de orde), wordt de planologische aanvaardbaarheid van het project onderbouwd. In hoofdstuk 6 komt de juridische plantoelichting aan bod. Hoofdstuk 7 bevat een toelichting op de uitvoerbaarheid.

Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’

6

HOOFDSTUK

2

2.1

HUIDIGE SITUATIE

RUIMTELIJKE EN FUNCTIONELE STRUCTUUR Het landschap betreft een jong rivierkleilandschap met oeverwallen en kommen. Op basis van de ontstaansgeschiedenis zijn zes landschapstypen te onderscheiden (zie figuur 2). Het plangebied ligt op de overgang van het rivierduin naar het kommengebied. Het Rivierduincomplex (lichtgeel/bruin) is sterk verdicht met bos op de hogere en reliëfrijke delen en heeft een open maar kleinschalig karakter in de vlakkere delen. Oude bewoningskernen en – linten liggen verspreid in dit landschapstype op de hoogste delen. Het gebied kent een sterkt contrast tussen de beboste hellingen en hoogtes enerzijds en vlaktes en omringende lager gelegen landschapstypen anderzijds. Met name aan de noordzijde zijn er steile randen op de overgang tussen rivierduin en komvlakte. In het gebied komen tevens donken voor. Dit betreft plaatselijke hoogtes, door de wind aangevoerd zand, die van oudsher aantrekkelijke vestigingsplaatsen vormen. Onderhavige locatie ligt precies op een overgang naar kommengebied. In het komgebied van het Land van Maas en Waal was tot 1953 nauwelijks bebouwing. Het gebied bestond uit uitgestrekte wei- en hooilanden waarbij de boerderijen (vaak eeuwenoud) gelegen waren op de hogere en drogere oeverwal. Het kommengebied is nog steeds open en grootschalig met akker- en vooral weidegebieden.

Hoog opgaande begroeiing in de kommen is veelal geconcentreerd langs de wegen, op de erven en rondom de eendenkooien. Het karakter is open met schaarse bebouwing. Figuur 2 Uitsnede kaart ‘Landschapstypen’

De locatie gelegen aan de Dorpsstraat 1 ligt aan een belangrijke ontsluitingsweg van Hernen naar Bergharen, waar de Dorpsstraat overgaat in de Stompendijk. De bebouwing Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’

7

aan de Dorpsstraat bestaat aan weerszijden veelal uit boerderijwoningen met schuren/garages. Achter deze lintbebouwing aan de noodzijde van de Dorpsstraat is sprake van een open landschap met open doorzichten. Deze bieden zicht op de agrarische gronden/grasland. Aan de zuidzijde van de Dorpsstraat wordt het open landschap onderbroken door bossages.

2.2

PLANGEBIED Het plangebied omvat het perceel aan de Dorpsstraat 1 te Hernen, kadastraal bekend gemeente Bergharen, sectie E, nummer 379. Het plangebied beslaat de gronden binnen het vigerende bouwvlak uit het bestemmingsplan ‘Geconsolideerde versie Buitengebied en herziening 2014’. Binnen het plangebied zijn naast de bestaande woning, de te slopen schuur en twee andere schuren aanwezig. De overige grond bestaat uit grasland en enkele bomen. Navolgend is een luchtfoto van de locatie weergegeven. Figuur 3 Huidige situatie binnen het plangebied Dorpsstraat 1 Hernen

2.3

BESTEMMINGSPLAN Voor het buitengebied is het bestemmingsplan “Geconsolideerde versie Buitengebied en herziening 2014” vastgesteld op 23 februari 2015. De locatie is deels gelegen op gronden met als enkelbestemming ‘Wonen-1’ en deels de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden 1’ met de dubbelbestemmingen ‘WaardeArcheologie 1’ en ‘Waarde-Archeologie 2’. Per bestemmingsvlak ‘Wonen-1’ is maximaal één woning toegestaan. Binnen het bestemmingsvlak is geen bouwvlak opgenomen.

Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’

8

Het perceel aan de Dorpsstraat 1 zal ten behoeve van de ontwikkeling worden gesplitst. De beoogde woning komt in de bestemming ‘Agrarisch met waarden – 1’ binnen het kadastraal perceel van de bestaande woning dat gesplitst zal worden. De bestaande bestemming ‘Wonen-1’ zal deels de bestemming ‘Agrarisch met waarden – 1’ krijgen, betreffende het gebied tussen de twee toekomstige woningen. Een strook aan de achterzijde van het perceel behoud de bestemming ‘Agrarisch met waarden – 1’. Figuur 4 Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan (rode punt is locatie toekomstige woning)

Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’

9

HOOFDSTUK

3.1

3

HET VOORNEMEN

ONTWIKKELING De initiatiefnemer is voornemens het perceel aan de Dorpsstraat 1 te Hernen te splitsen en een nieuwe levensloopbestendige seniorenwoning te realiseren. Hiertoe zal een schuur van 110 m2 op het bestaande perceel worden gesloopt. Het plangebied aan de Dorpsstraat 1 te Hernen kent reeds een woonbestemming. Binnen het plangebied zijn naast een woning, de te slopen schuur en twee andere schuren aanwezig. De overige grond bestaat uit grasland en tuin. De schuren zijn in het verleden nog benut geweest voor een agrarische bedrijfsvoering. Zo werden in de te slopen schuur ooit nog koeien gehouden. In het kader van de regeling Kleinschalige woningbouwinitiatieven van de gemeente Wijchen kan een nieuwe woning gerealiseerd worden, mits initiatieven voldoende kwaliteit hebben. Bij deze beoordeling zijn de ruimtelijke kwaliteit, duurzaam ruimtegebruik, passende ontwikkeling en behoefte het belangrijkst.

Een plan dient getoetst te worden op de volgende pijlers/ thema’s:  Ruimtegebruik: thema ruimtelijke kwaliteit met locatie/ ligging  Ruimtegebruik: thema duurzaam ruimtegebruik met functieveranderingsbeleid en herbestemming  Ruimtegebruik: thema passende ontwikkeling met verbeteringen van de ruimtelijke kwaliteit in de directe omgeving  Behoefte: thema behoefte met aansluiting op de woonvisie en de regionaal vastgestelde woonopgave  Duurzaamheid: thema duurzaamheid met EPC, natuurinclusief bouwen, circulariteit en innovatie Met de sloop van de schuur op de locatie wordt een bijdrage geleverd aan de ruimtelijke kwaliteit en een duurzaam ruimtegebruik. De beoogde woning zal eenzelfde oppervlakte als het gesloopte oppervlak krijgen. De nieuwe woning wordt ten westen van de bestaande woning aan de Dorpsstraat 1 te Hernen gerealiseerd. Bij de woning wordt verder conform het vigerend bestemmingsplan een oppervlak van 120 m2 aan bijgebouwen toegestaan. Voor de ontsluiting van het perceel wordt een nieuwe inrit aangelegd. Daarnaast wordt voorzien in een duurzaam woningbouwconcept. De beoogde woning kan getypeerd worden als een schuurwoning bestaande uit één bouwlaag met kap (tweede bouwlaag) met twee woonlagen, zie figuur 5 met voorbeelden. Het betreft een levensloopbestendige woning voor senioren.

Dit houdt in dat de hoofdslaapkamer en badkamer op de begane grond zijn gesitueerd. Op de tweede bouwlaag komen slaapkamers voor (klein)kinderen/logees. Om de woning verder te laten aansluiten bij de bestaande woning zal de ondergrond opgehoogd worden met circa 40 centimeter. In het Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’

10

akoestisch onderzoek is hiermee rekening gehouden. Volgens de regels wordt toegestaan een goothoogte van 4 meter en een nokhoogte van 8 meter, waar aan zal worden voldaan. De woning zal een maximale inhoud van 700 m3 verkrijgen. De woning zal energieneutraal worden ingericht. Er wordt gasloos gebouwd en de woning zal worden voorzien van een warmtepomp, zonnepanelen en eventueel aardwarmte. De woning wordt geïsoleerd conform de laatste eisen van het bouwbesluit. De buitengevel van de woning zal worden vormgegeven met hout in combinatie met metselstenen. Bij de bouw van de nieuwe woning zullen zoveel mogelijk duurzame, verantwoorde materialen worden toegepast, zoals hout en kalksteen. Verder worden bouwinnovaties ingezet, waaronder het hergebruik van regenwater voor toiletreiniging.

3.2

INPASSING Met betrekking tot de situering van de woning in het landschap is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Hierbij is rekening gehouden met de meest wenselijke opzet van de bebouwing en de inpassing hiervan in het landschap. Verder is het uitgangspunt geweest om zoveel mogelijk van het aanwezige groen (de bomen en struiken) te handhaven. Dit is waardevol voor de biodiversiteit en geeft ook meteen meer woon- en leefkwaliteit. Zo dient ter behoud van de bestaande bomen midden op het perceel de woning ten westen van deze bomenrij gesitueerd te worden. De tuin wordt met zoveel mogelijk groen en zo weinig mogelijk verharding ingericht. Tevens is aansluiting gezocht bij de wensen van de gemeente Wijchen die verwoord zijn in hun Woonvisie. Inspiratiebron voor de vormgeving, materiaalkeuzes en detaillering vormen de kenmerken van de in het bebouwingslint aan de Dorpsstraat aangetroffen woningen. Uitgangspunt is dat historische karakteristieken op een eigentijdse wijze worden verwerkt. De natuurlijke uitstraling van de schuurwoning maakt de woning passend binnen het landschap. Verder wordt bij de bouw van de woning aandacht besteed aan natuurinclusief bouwen, door te voorzien in vogel- en vleermuiskasten. Figuur 5 Inspiratievoorbeelden seniorenwoning.

Voor de landschappelijke inpassing van de woning is verder inspiratie opgedaan uit de brochure ‘Erven en Landschap’, waarbij het perceel is gelegen op de grens van de landschapstypen ‘Kommen’ en ‘Rivierduinen’.

Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’

11

Gebiedskenmerken rivierduinen, riviervlakten en donken De bebouwing concentreert zich op de aanwezige rivierduinen en ligt verspreid langs de open essen en wegen. Buurtschappen en individuele boerderijen liggen op donken. Bebouwing is zowel qua plek als vorm zeer gevarieerd. Kleine historische boerderijen zijn kenmerkend voor dit gebied. Veel voorkomende landschapselementen zijn houtwal en singel, kleine bosschages, geriefhoutbosjes, struweelhagen, bomenrijen en hoogstamboomgaarden. Gebiedskenmerken kommen De bebouwing ligt verspreid en bestaat voornamelijk uit wederopbouwboerderijen die gebouwd zijn in de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw. De bebouwing heeft dezelfde oriëntatie en staat haaks op de wegen. De beplanting bestaat voornamelijk uit populierenbosjes en grienden. Verder is er alleen weg- en erfbeplanting. Voor de wederopbouwperiode waren er weinig fruitbomen, maar tegenwoordig ziet u steeds vaker bij de boerderij een boerenboomgaardje. In zo’n boomgaardje staan fruitbomen voor de eigen voorziening zoals handappel, moesappel, stoofpeer, handpeer, pruim en kers. De woning in de vorm van een kleine schuurwoning haaks op de weg is passend in beide landschapstypen. Aansluitend bij de gebiedskenmerken is in aanvulling op de bestaande bomenrij gekozen voor de aanplant van diverse fruitbomen (boomgaard) in het midden van het perceel tussen de twee woningen.

Zie figuur 6 voor de uitsnede van het inpassingsplan. Naast behoud van de bomen in het midden van het perceel komt er rondom aan de rand van het perceel struweel. Dit struweel wordt ook benut als erfafscheiding. Naast bloemrijk grasland komen er ook verschillende (inheemse) bloeiende planten voor de woning. Deze zijn waardevol voor insecten waarvoor ook een insectenhotel wordt geplaatst. Het patrijzenveld in de hoek van het perceel blijft eveneens behouden en wordt om die reden ook vrij gehouden van beplanting. Zie voor het inpassingsplan de bijlagen.

Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’

12

Figuur 6 Uitsnede inpassingsplan nieuwe woning.

Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’

13

HOOFDSTUK

4

BELEIDSKADER

4.1

RIJKSBELEID

4.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. In deze structuurvisie wordt een samenhangende visie gegeven op het Nederlands Rijk tot 2040. Kernwoorden in het SVIR zijn concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. De belangrijkste verandering is het terugtreden van de rijksoverheid op het gebied van ruimtelijke ordening. Lagere overheden, waaronder provincies en gemeenten krijgen een grotere rol volgens het principe ‘decentraal, tenzij…’. De gebruiker moet weer centraal komen te staan. Het Rijksbeleid richt zich daarom op het vereenvoudigen van de regelgeving en heeft dertien rijksbelangen benoemd waar het Rijk de verantwoordelijkheid houdt. Het Rijk verwacht dat medeoverheden zich eveneens inzetten voor meer eenvoud en integratie op het gebied van ruimtelijke regelgeving. Hierdoor zal de bestuurlijke druk afnemen en ontstaat ruimte voor regionaal maatwerk. De verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal laat het Rijk over aan de provincies. Het Rijk versterkt de samenhang tussen de verschillende modaliteiten en tussen ruimtelijke ontwikkelingen en mobiliteit. Het Rijk heeft drie doelen geformuleerd en per doel een aantal nationale belangen.

Voor deze nationale belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil zij resultaten boeken op de middellange termijn (2028). De provincies dienen deze nationale belangen te verankeren in hun eigen structuurvisies. Via de provinciale belangen en de provinciale Verordening wordt het beleid vastgelegd voor het gemeentelijk ruimtelijk beleid. De gemeenten zijn vervolgens gehouden om het provinciale kader te vertalen in hun eigen beleid.

4.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) vormt het sluitstuk van rijkszijde van het nieuwe stelsel van ruimtelijke ordening, zoals dat in 2008 met de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking is getreden. De eerste tranche, dat in januari 2010 voor advies naar de Raad van State gezonden is, bevat een beleidsneutrale omzetting van bestaand beleid. De kaders zijn afkomstig uit PKB’s Nota Ruimte, Derde Nota Waddenzee, Structuurschema Militaire Terreinen en Project Mainportontwikkeling Rotterdam. De tweede tranche zou het meer recente rijksbeleid bevatten dat moet doorwerken tot in de ruimtelijke plannen van andere overheden. Op 30 juni 2011 zijn alle ontwerpstukken van de Barro als bijlage bij de nieuwe Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) gepubliceerd. Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden. Het Barro is ook

Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’

14

wel bekend als de AMvB Ruimte. Op 1 oktober 2012 is het Barro uitgebreid met nieuwe projecten, zoals reserveringen voor infrastructuur. De onderwerpen geregeld in het Barro moeten op provinciaal niveau vertaald worden. Doen de provincies dat niet dan schaden zij de nationale belangen. Het Barro werkt in deze hetzelfde als de provinciale verordeningen ruimte voor gemeenten. 4.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking Per 1 oktober 2012 is in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening een lid 2 ingevoegd waarin een motiveringsplicht is opgenomen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen (hieronder worden ook functiewijzigingen verstaan) in bestemmingsplannen. Per 1 juli 2017 is het tweede lid gewijzigd en luidt deze als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Daarbij kunnen de beschikbaarheid en geschiktheid van de ontwikkelingsmogelijkheden in bestaand stedelijk gebied een rol spelen. De eerste vraag is echter: is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Doorwerking plangebied Voordat de ladder duurzame verstedelijking wordt doorlopen, zal beoordeeld worden of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening. Het begrip stedelijke ontwikkeling is als volgt gedefinieerd: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”.

Uit jurisprudentie blijkt dat woningbouwplannen met enkele woningen niet hoeven te worden aangemerkt als woningbouwlocatie. In onderhavige situatie is er sprake van het oprichten van één woning. Dit project wordt niet aangemerkt als stedelijke ontwikkeling. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is in dit geval niet van toepassing.

4.1.4

Afweging Rijksbeleid Het plangebied is niet gelegen in of nabij een gebied waarin het rijk een nationaal belang heeft aangewezen, derhalve heeft de AMvB Ruimte geen consequenties voor het voorliggend plan. Met betrekking tot duurzame verstedelijking is geen laddertoets noodzakelijk. Wel is altijd een motivering nodig dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Dit wordt in onderhavige toelichting verder aangetoond.

Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’

15

4.2

PROVINCIAAL BELEID

4.2.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De omgevingsvisie is vastgesteld op 19 december 2018. In deze visie geeft de provincie Gelderland aan te staan voor stevige uitdagingen. De wereld verandert ingrijpend en snel. Er zijn grote, grensoverschrijdende ontwikkelingen die ook Gelderland raken. Het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, verdere verstedelijking in combinatie met krimp, toenemende mobiliteit op de weg en in de lucht, digitalisering, internationalisering. Uitdagingen die om antwoorden vragen. Daar heeft de provincie partners bij nodig: inwoners, bedrijven, organisaties, overheden. De vraagstukken van nu zijn te groot en te ingewikkeld om los van elkaar aan te pakken. Niemand heeft de oplossing alleen in handen. Samen de krachten bundelen. Dat vraagt een andere rolinvulling, ook van de provincie. Steeds weer en meer samen met partners optrekken op basis van gelijkwaardigheid. En, waar dat kan en nodig is, het initiatief en de ruimte aan anderen laten. Of zelf de handschoen oppakken en doorpakken. Om samen stappen te zetten, heeft de provincie een gezamenlijke horizon nodig: een gedeeld vergezicht, een gedeelde ambitie dat dient als leidraad voor ons handelen. In de Omgevingsvisie ‘Gaaf Gelderland’ beschrijft de provincie dit vergezicht: het beeld op de toekomst.

Dit beeld is het resultaat van vele vruchtbare gesprekken met partners: inwoners, ondernemers, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties, overheden. Een vergezicht dat het accent legt op wat de provincie en deze partners samen belangrijk vinden. Een vergezicht dat tot de verbeelding spreekt en uitnodigt en aanspoort tot actie. En: dat de provincie helpt bij het gesprek over de keuzes die te maken zijn bij het vinden van concrete oplossingsrichtingen. Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland staat daarbij centraal. Dat is het streven. Dat is waar de provincie aan wil werken. Dit doet de provincie door bij de uitoefening van haar taken de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van zeven ambities – op het terrein van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, economisch vestigingsklimaat en op het woon- en leefklimaat – geeft de provincie hier richting aan. En door vier 'spelregels’ of ‘DOE-principes’ – DOEN, LATEN, ZELF en SAMEN – geeft de provincie hier werking aan. Tezamen vormen zij het kader waarbinnen de provincie werkt en afwegingen maakt. De zeven ambities van de provincie zijn de volgende:

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Energietransitie: van fossiel naar duurzaam Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer Circulaire economie: sluiten van kringlopen Biodiversiteit: werken met de natuur Bereikbaarheid: duurzaam verbonden Vestigingsklimaat: Een krachtige, duurzame topregio! Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam

Doorwerking plangebied Met voorliggend plan wordt een duurzame levensloopbestendige seniorenwoning ontwikkeld. De woning wordt niet aangesloten op het gasnet en wordt voorzien van zonnepanelen. De bouw van de woning gebeurt zoveel mogelijk circulair. Het hemelwater wordt (deels) hergebruikt voor toiletreiniging. Het overtollige hemelwater zal worden afgevoerd naar het omliggende groen en infiltreren in de bodem. Hiermee is aansluiting gezocht bij de ambities zoals deze verwoord zijn in de omgevingsvisie.

Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’

16

4.2.2

Omgevingsverordening Gelderland Op 19 december 2018 is de omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. De Omgevingsverordening is een van de instrumenten om de ambities uit Omgevingsvisie te realiseren. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, legt de provincie bij het uitvoeren van haar taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. De provincie geeft hier richting aan door gezamenlijk zeven samenhangende ambities na te streven op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid; economisch vestigingsklimaat en woon- en leefklimaat. In de verordening heeft de provincie alleen regels opgenomen als dit nodig is om de provinciale ambities waar te maken of wettelijke plichten na te komen. Net als de Omgevingsvisie richt de Omgevingsverordening zich op de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving. De provincie heeft daarom bijna alle regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, natuur, water, verkeer en bodem in deze verordening opgenomen. Alleen de Waterverordeningen (per waterschap) en de Gelderse Vaarwegverordening 2009 zijn (nog) niet in de Omgevingsverordening opgenomen.

De Omgevingsverordening heeft daarom de status van:  Ruimtelijke verordening in de zin van artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening:  Milieuverordening in de zin van artikel 1.2 Wet Milieubeheer:  Natuurverordening in de zin van de Wet Natuurbescherming;  Waterverordening in de zin van de Waterwet;  Verkeersverordening in de zin van artikel 57 van de Wegenwet en artikel 2 A van de Wegenverkeerswet. Deze wetten worden opgenomen in de Omgevingswet, die op 1 januari 2023 in werking treedt. Door de provinciale verordeningen die gebaseerd zijn op deze wetten al vast op te nemen in één provinciale Omgevingsverordening, anticipeert de provincie op de situatie onder de Omgevingswet. Plan specifiek Wonen in het buitengebied De provincie en haar partners streven samen naar een vitaal buitengebied: met behoud van levendigheid; met een verbetering van de kwaliteit van wonen, werken en vrijetijdsbesteding; rekening houdend met grote verschuivingen door schaalvergroting in de landbouw, energietransitie en urbanisatie de komende jaren. De provincie stelt bij initiatieven voor functieverandering dat deze de aanwezige en te ontwikkelen economie en gebiedskwaliteiten moeten versterken. Dit kunnen initiatieven zijn voor wonen en werken. Bijvoorbeeld bij functieverandering of nieuwe landgoederen.

Dat betekent: initiatieven koesteren als kans; niet vooraf ontwikkelingen uitsluiten; mogelijkheden zoeken. Daarvoor dragen in eerste instantie de initiatiefnemers de verantwoordelijkheid. De provincie voert een beperkte regie op wonen en werken in het buitengebied, namelijk door: kwalitatieve proceskaders aan te geven om te komen tot locatiekeuzes; ondersteuning te bieden in de vorm van kennis, begeleiding en inspiratie; daarbij geldt voor een initiatief in het buitengebied dat het 'nieuwe rood' in het buitengebied een kwaliteitsverbetering moet zijn in het gebied. Een kwaliteitsverbetering wil zeggen dat er sprake is van sloop en of hergebruik van vrijkomende bebouwing (functieverandering) of ontwikkeling van nieuwe natuur.

Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’

17

In de Omgevingsverordening is in artikel 2.2.1 een regel opgenomen met betrekking tot nieuwe woonlocaties: “Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda”. De ontwikkeling past binnen de regionale woonagenda subregio Nijmegen e.o. 20202030 en de daarbij horende woningbouwopgave van de gemeente Wijchen; 1.430 woningen tot 2030. De gemeente Wijchen stelt in haar beleid flexibel te willen omgaan met de bestaande bouwplannen, zodat aangesloten kan worden bij de verwachte vraag naar het soort en aantal woningen. 4.2.3

Afweging Provinciaal beleid Onderhavig plan heeft betrekking op de realisatie van één woning. De provincie biedt ruimte om de woning te ontwikkelen op de locatie in de ruil voor de sanering van bestaande bebouwing. Vanuit het provinciale beleid zijn er geen belemmeringen om het plan doorgang te laten vinden. Hierbij is als voorwaarde gesteld dat de zichtlijn in de scherpe overgang naar het open landbouwgebied geborgd moet blijven. De nieuwe woning wordt landschappelijk ingepast. Het inpassingsplan ziet toe op het behoud van de scherpe overgang. Bovendien wordt de zichtlijn naar het achterliggende land open gehouden.

4.3

GEMEENTELIJK BELEID

4.3.1

Structuurvisie Wijchen 2009 Op 29 mei 2009 heeft de gemeente Wijchen de Structuurvisie Wijchen 2009 vastgesteld. De Structuurvisie Wijchen 2009 is een ruimtelijke vertaling van de strategische visie van Wijchen 2007. De acht strategische opgaven die in 2007 zijn geformuleerd vormen de rode draad voor de Structuurvisie Wijchen 2009. Het bestaande beleid (diverse sectoraal beleid) en de aanwezige kwaliteiten zijn hierbij als uitgangspunt genomen. Een structuurvisie is wettelijk verplicht en kan worden beschouwd als een leidraad die als basis geldt voor bestemmingsplannen, omgevingsvergunningen, ruimtelijke beleidskaders, etc. In de structuurvisie wordt een overzicht van verwachte ontwikkelingen binnen de gemeente Wijchen weergegeven, waarbij de gemeente uitgaat van een compacte groei en het benutten van de potenties van bestaand stedelijk gebied zonder daarbij de bestaande kwaliteit aan te tasten. Dit in combinatie met een vitaal platteland en sterke kleine kernen.

Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’

18

Figuur 7 Uitsnede Structuurvisie Wijchen 2009 (locatie = rood omcirkeld)

Het plangebied ligt binnen een gebied dat is aangeduid als ‘Gemengde functies buitengebied/verbreden landbouw’. Uitgangspunten landbouw De landbouw rond de stedelijke kernen wordt in de gelegenheid gesteld om zich te verbreden met andere economische functies, zoals verkoop van eigen producten, recreatieve activiteiten e.d. Deze verbreding geldt met name voor de bedrijven die in het kleinschalige landschap ten zuiden van de woonkern Wijchen, rond Bergharen en Hernen liggen. Respect voor de woonkwaliteit rond de woonkernen is hierbij het uitgangspunt. Er worden ontwikkelingsmogelijkheden geboden, maar met name ook verbreding- en functieveranderingsmogelijkheden nabij de kernen en ten oosten van Wijchen. Met onderhavige ontwikkeling is tevens sprake van functieverandering/transformatie van bestaand gebouwd gebied. De sloop van een bestaande schuur aan de Dorpsstraat 1 te Hernen maakt plaats voor de bouw van een nieuwe, duurzame seniorenwoning op het perceel, direct grenzend aan de woonbestemming. De woning draagt positief bij aan het aanpakken van het tekort aan huisvesting voor onder andere ouderen. Uitgangspunten ‘Wonen’ De komende twintig jaar wil de gemeente op een zorgvuldige manier doorgroeien. Een geleidelijke groei én de opvang van de afname van de gemiddelde woonbezetting tot 2,2 personen in 2015 leidt tot een toename van circa 3.500 woningen.

Hierbij wil de gemeente de bestaande kwaliteiten qua geluidbelasting, leefbaarheid en duurzaamheid continueren. Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’

19

Kansen wonen  Een structurele aanpak van het tekort aan huisvesting voor jongeren, starters en ouderen op korte termijn;  Het verhogen van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving;  Inzetten op een beperkt aantal uitleglocaties;  Geen nieuwe inbreiding als deze ten koste gaat van de groene en open structuur. Inbreiding enkel daar waar sprake is van herstructurering of transformatie van bestaand gebouwd gebied of daarmee samenhangende compensatie;  Afstemming van stedelijke ontwikkeling op de “milieutechnische thema’s”, zoals geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid;  Kwaliteitsimpuls geven aan bestaande groenstructuur (groenrode ontwikkeling). Zoals in figuur 7 is af te lezen ligt het plangebied in het gebied dat is aangewezen voor lintbebouwing. De nieuw te bouwen woning sluit mooi aan in het bebouwingslint aan de Dorpsstraat grenzend aan de bebouwde kom van Hernen. Figuur 8 Uitsnede Structuurvisie Wijchen 2009

Uitgangspunten ‘Woon- en leefomgeving’ De gemeente Wijchen wil de bestaande, goede kwaliteit van de woon- en leefomgeving ook in de toekomst behouden. Dit gebeurt door:  Behoud en versterking van de woon- en leefomgeving, onder meer door afstemming tussen RO en milieu;  Dorp- en wijkontwikkelingsplannen. Er heeft afstemming met de omgeving plaats gevonden en het initiatief is in navolgend hoofdstuk getoetst aan de milieuaspecten. 4.3.2

Woonvisie 2025 Thuis voelen begint met visie De gemeente Wijchen heeft samen met haar inwoners, ondernemers en andere betrokkenen opgesteld de ‘Woonvisie 2025 - Thuis voelen begint met visie’. Deze partijen hebben zich uitgesproken over wat zij verstaan onder goed wonen in de gemeente Wijchen. Het thuisgevoel komt hier nadrukkelijk in naar voren.

Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’

20

Met de woonvisie zet de gemeente een koers uit naar de toekomst. Wijken en dorpen hebben hun eigen identiteit die in de toekomst zo blijven. Goed wonen in de toekomst betekent dat je woont in een omgeving die passend is bij jouw situatie en behoefte. Het betekent bovendien dat je zelf steeds meer je eigen keuzes kunt maken, over bijvoorbeeld het zo lang mogelijk willen blijven wonen in je huidige woning, wel of niet investeren in duurzaamheid etc. De gemeente vindt het belangrijk dat inwoners hier hun eigen verantwoordelijkheid in moeten kunnen hebben. De visie gaat in op die eigen verantwoordelijkheid en op de rol die de gemeente daarbij speelt. De visie biedt vooral een praktische blik op een gezamenlijke toekomst. In de visie wordt ingegaan op wat er nodig is om het woningaanbod in balans te laten zijn. Er dienen voldoende woningen te zijn voor iedereen die in de gemeente Wijchen wil wonen. Er gaat speciale aandacht uit naar woningen voor starters, jonge gezinnen, (vitale) senioren en mensen met een zorgvraag. Het is belangrijk dat starters en jonge gezinnen in de gemeente Wijchen kunnen blijven of komen wonen en vitale senioren en mensen met een zorgvraag langer zelfstandig kunnen wonen. Dat vraagt om aanpassing van het huidige aanbod op deze wensen. De gemeente Wijchen wil de vraag van deze groepen mensen ondersteunen waar dat kan.

Daarnaast is er aandacht voor innovatie en vernieuwing, om meer diversiteit in de voorraad te scheppen. De komende jaren neemt het aantal een- en tweepersoonshuishoudens toe. Dit komt door de vergrijzing, de toename van alleenstaanden en van mensen die niet langer in een zorginstelling wonen. Meer een- en tweepersoons huishoudens betekenen een grotere vraag naar kleinere woningen. Er zijn nu niet veel kleinere woningen in de gemeente. Hier zal de bestaande woningvoorraad op aangepast moeten worden, wat om flexibiliteit en innovatiekracht van de gemeente, woningcorporatie, ontwikkelaars en bouwers vraagt. Verder staat verduurzaming centraal. Een eigenschap van de woningvoorraad in de gemeente Wijchen is dat de meeste woningen energiezuiniger gemaakt kunnen worden. Hierbij kan gedacht worden aan het gebruik van nieuwe bouwmaterialen of gasloze woningen bouwen om nieuwe (duurzame) woonvormen te creëren. Het streven van de gemeente Wijchen is om in 2040 energieneutraal te zijn. 4.3.3

Kleinschalige woningbouwinitiatieven De gemeente Wijchen staat open voor initiatieven voor kleinschalige woningbouwinitiatieven. Onder een kleinschalige woningbouwinitiatief wordt een bouwinitiatief van maximaal twee woningen verstaan. De gemeente kijkt bij de beoordeling van initiatieven vooral naar ruimtelijke kwaliteit van het initiatief, aansluiting bij de woonvisie en duurzaamheid en innovatie op de betreffende locatie. Ruimtelijke kwaliteit Passende ontwikkeling De gemeente Wijchen gaat na of het initiatief een passende ontwikkeling is. Het behouden van monumenten of een cultuurhistorisch waardevolle gebouwen is een positieve ontwikkeling. Tevens wordt beoordeeld of sprake is van een goed woon- en leefmilieu en of het initiatief bijdraagt aan de leefbaarheid van de omgeving. Duurzaam ruimtegebruik De voorkeur van de gemeente Wijchen gaat uit naar hergebruik van bestaande gebouwen of herontwikkeling van locaties waarbij sloop plaats maakt voor nieuwbouw. Vrijkomende agrarische bebouwing behoort hierin ook tot de mogelijkheden. Locatie De gemeente Wijchen streeft ernaar om woningbouw zoveel mogelijk te concentreren in de bebouwde kom. De voorkeur gaat niet uit naar nieuwe woningen in het buitengebied.

Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’

21

Woonvisie Van belang is dat het initiatief aansluit bij de woonbehoefte zoals weergegeven in de Woonvisie van de gemeente Wijchen. Duurzaamheid en innovatie De gemeente Wijchen vindt het belangrijk dat bij bouwinitiatieven gekeken wordt naar duurzaamheid en innovatie. Gedacht kan worden aan energiezuinigheid/ energieneutraal, het gebruik van duurzame of herbruikbare materialen of innovatieve maatregelen op het gebied van duurzaamheid. Initiatiefnemer zal verder worden gewezen op de richtlijnen voor levensloopbestendige woningen, opgenomen als bijlage 2 van de huisvestingsverordening gemeente Wijchen 2020. 4.3.4

Afweging gemeentelijk beleid Met onderhavige ontwikkeling wordt aangesloten op de Woonvisie van de gemeente Wijchen. Er is sprake van de sloop van een bestaande schuur waarvoor in de plaats een levensloopbestendige seniorenwoning wordt gerealiseerd. De woning aan de Dorpsstraat 1 valt net buiten de bebouwde kom van Hernen, maar sluit aan op de bestaande lintbebouwing aldaar. De lintbebouwing grenst direct aan het stedelijk gebied van Hernen. Deze ligging aan de rand van de bebouwde kom en het duurzaam ruimtegebruik komt de ruimtelijke kwaliteit van het gebied ten goede. Binnen dit gebied is sprake van een goed woon- een leefmilieu. Met het plan wordt een levensloopbestendige seniorenwoning toegevoegd aan de bestaande woningvoorraad van de gemeente Wijchen. De woning zal een uitstraling als schuurwoning verkrijgen, door zowel zijn vorm als uiterlijk. De schuurwoning zal worden gebouwd met natuurlijke, duurzame bouwmaterialen, zoals hout en kalksteen. Tevens worden bouwinnovaties (circulair bouwen) zoals hergebruik van regenwater voor toiletreiniging toegepast en wordt de woning geïsoleerd conform het bouwbesluit. Verder wordt de woning energieneutraal ingericht door geen gas toe te passen, maar in te richten met een warmtepomp / zonne-energie en eventueel aardwarmte.

De natuurlijke uitstraling van de schuurwoning in combinatie met de landschappelijke inpassing maakt de ontwikkeling passend in het landschap.

Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’

22

HOOFDSTUK

5.1

5

OMGEVINGSASPECTEN

MILIEU In deze paragraaf wordt ingegaan op de relevante milieuaspecten en wordt bekeken in hoeverre er sprake is van belemmeringen voor de voortgang van het plan.

5.1.1

Bodem In het kader van de Wro dient aangegeven te worden of de bodemkwaliteit geschikt is voor de nieuwe functie en hoe eventuele bodemverontreiniging kan worden voorkomen. In de omgeving van de nieuw te realiseren woning zijn geen bodem- of grondwaterbeschermingsgebieden aanwezig. Er is dus geen sprake van beïnvloeding van dergelijke gebieden door het oprichten van de nieuwbouw. Het betreft geen waterpotentiegebied of waterbergingsgebied. De mate waarin beoordeling van de bodemkwaliteit aan de orde is, is met name afhankelijk van aard en omvang van de functiewijzing. Beoordeling van het aspect bodemkwaliteit kan achterwege blijven in een aantal situaties. Bij het wijzigen van de bestemming van een al bebouwd perceel, waarbij de nieuwe gebruiksvormen een voor de beoordeling van het aspect bodemkwaliteit vergelijkbaar gebruik kennen, is beoordeling van het aspect bodemkwaliteit niet aan de orde. Dit is in onderhavige situatie het geval. Het af te splitsen deel van het perceel voor de beoogde nieuwe woning grenst reeds aan een woonbestemming en is in gebruik als tuin/grasweide. Een verkennend bodemonderzoek wordt om deze reden niet noodzakelijk geacht. Er hebben zich dan ook geen calamiteiten of activiteiten voorgedaan waardoor de bodem mogelijk verontreinigd is. De locatie kan derhalve als onverdacht aangemerkt worden.

Er worden momenteel dan ook geen belemmeringen verwacht ten aanzien van het milieu hygiënische bodemgebruik en het beoogde gebruik ter plaatse.

5.1.2

Lucht Sinds 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit van kracht en staan de hoofdlijnen voor de regeling rondom luchtkwaliteitseisen beschreven in de Wet milieubeheer. Hiermee is het Besluit luchtkwaliteit 2005 vervallen. Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer, onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: a. er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; b. een plan leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; c. een plan draagt ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; d. een plan past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen. Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’

23

Het Besluit NIBM Deze AMvB legt vast wanneer een plan niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de concentratie van een bepaalde stof. Een plan is NIBM, als aannemelijk is dat het project een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Als de 3% grens voor PM10 of NO2 niet wordt overschreden, dan hoeft geen verdere toetsing aan grenswaarden plaats te vinden. Voor woningen gelden de volgende getalsmatige grenzen: Tabel 1: Grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2)

Woningen (maximaal)

Minimaal 1 ontsluitingsweg 3%-norm 1.500

Minimaal 2 ontsluitingswegen 3%-norm 3.000

Blijkens de ‘Regeling niet in betekende mate’ is er geen onderzoek nodig voor woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat. Onderhavige plan valt hiermee ruim binnen de NIBM-grens voor woningbouwlocaties. Goed woon en leefklimaat Het RIVM maakt jaarlijks kaarten met grootschalige concentraties (in vaktermen GCN) en deposities (GDN) in Nederland in het kader van natuur- en milieubeleid. De kaarten zijn gebaseerd op een combinatie van modelberekeningen en metingen en zijn bedoeld voor het geven van een grootschalig beeld van de luchtkwaliteit en depositie in Nederland zowel voor jaren in het verleden als in de toekomst. Ter hoogte van het plangebied van de nieuwe woningen gelden voor het jaar 2021 de volgende waarden: Fijnstof 16,4 µg/m3 (grenswaarde 40 µg/m3 jaargemiddelde) Stikstof 15,05 µg/m3 (grenswaarde 40 µg/m3 jaargemiddelde) Volgens de kaarten van het RIVM is de luchtkwaliteit ter plaatse voldoende voor de woonfunctie. Conclusie Het plan leidt niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit en het woon- en leefklimaat ter plaatse en in de omgeving is voldoende. Het uitvoeren van een luchtkwaliteitsonderzoek op deze locatie is dan ook niet aan de orde. 5.1.3

Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader bij vergunningverlening voor geur veroorzaakt door dierenverblijven van veehouderijen. Indirect heeft de Wgv consequenties voor de ruimtelijke ordening, dit wordt wel de omgekeerde werking genoemd. Voor het beoordelen van ruimtelijke plannen moet een toets op de 'omgekeerde werking' van de Wgv worden uitgevoerd. Bij het voorbereiden en opstellen van een ruimtelijk plan gaat het er om voor geurhinder van veehouderijen de volgende vragen te beantwoorden: 1. Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (Belangen veehouderijen derden) 2. Is er ter plaatse een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd? (Belang geurgevoelig object) Belangen veehouderijen derden De nieuw te realiseren woning ten westen van de bestaande woning aan de Dorpsstraat 1 te Hernen kan in het kader van de Wet Geurhinder en veehouderij (Wgv) aangemerkt Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’

24

worden als zijnde een geurgevoelig object. De dichtstbijzijnde veehouderij ten opzichte van het plangebied is de veehouderij aan de Diepestraat 1. Hier worden in hoofdzaak paarden gehouden waarvoor enkel een vaste afstand geldt voor geur van 50 meter. Het bouwvlak voor de nieuwe woning ligt ruimschoots op voldoende afstand (circa 200 meter) van de grens van het bouwvlak van dit bedrijf. Aan de vereiste afstand wordt daarmee voldaan. Het bedrijf wordt niet belemmerd door de ontwikkeling van de woning. Aan de Diepestraat 4 is een bedrijf gevestigd waar eveneens paarden worden gehouden, waarvoor ook enkel een vaste afstand geldt van 50 meter waar ruimschoots aan voldaan wordt. Goed woon- en leefklimaat Gemeenten hebben de beleidsvrijheid om maatwerk te leveren door middel van het vaststellen van een geurverordening die is afgestemd op de ruimtelijke en milieuhygiënische feiten en omstandigheden in een concreet gebied en de gewenste (toekomstige) ruimtelijke inrichting. De gemeente Wijchen heeft geen geurverordening. Daarom gelden de standaardnormen uit de Wgv. Gezien het feit dat de omliggende paardenhouderijen ruimschoots op voldoende afstand (circa 200 meter) zijn gelegen, kan gesteld worden dat de nieuwe woning qua geur geen hinder zal ondervinden. In de directe omgeving zijn verder geen veehouderijen gelegen.

Ten aanzien van de geurbelasting en geurhinder zijn er geen belemmeringen voor het mogelijk maken van onderliggend initiatief. 5.1.4

Geluid Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn er drie geluidsbronnen waarmee bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening gehouden dient te worden: wegverkeers, railverkeers- en industrielawaai. Railverkeerlawaai In de directe nabijheid van het plangebied bevindt zich geen spoorlijn. Industrielawaai In de omgeving bevinden zich geen bedrijven welke geluidsoverlast kunnen geven op de nieuw te realiseren woning. Het dichtstbijzijnde bedrijf ten opzichte van het plangebied is de schapenhouderij/hovenier aan de Dorpsstraat 5, met een richtafstand voor geluid van 30 meter. Het bouwvlak voor de nieuwe woning ligt ruimschoots op voldoende afstand (circa 200 meter) van de grens van het bouwvlak van dit bedrijf. Aan de richtafstand wordt voldaan. Het bedrijf wordt niet belemmerd door de ontwikkeling van de woning. Verder is aan de Dorpsstraat 4 een bedrijf gelegen in installatie en onderhoud van alarmsystemen, met een richtafstand voor geluid van 50 meter. Het bouwvlak van de nieuwe woning ligt op voldoende afstand van het bouwvlak van dit bedrijf (circa 65 meter). Aan de richtafstand wordt voldaan. Ook dit bedrijf zal niet worden belemmerd door de komst van de nieuwe woning. Wegverkeerslawaai Inzake het wegverkeerslawaai is een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor de nieuwe woning aan de Dorpsstraat 1.

Het akoestisch rapport is vervaardigd op 4 november 2022 en heeft rapportnummer 5956ao0222 v3, het gehele rapport is bijgevoegd als bijlage. Onderstaand de samenvatting van het onderzoek. In opdracht van de initiatiefnemer is een berekening wegverkeerslawaai uitgevoerd voor de beoogde woning aan de Dorpsstraat 1 te Hernen. Op de projectlocatie is reeds een bestaande woning aanwezig. Beoogd wordt om het perceel te splitsen in twee percelen en op het nieuwe perceel een nieuwe woning te realiseren. De precieze locatie van de nieuwe woning is nog onbekend, derhalve wordt in het onderzoek uitgegaan van het beoogde bouwblok.

Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’

25

Op basis van de beschikbare verkeersgegevens is er een rekenmodel opgezet en is de gevelbelasting berekend als gevolg van de Dorpsstraat. Van deze weg is alleen het gedeelte zoneplichtig waar een snelheidsregime geldt van 60 km/uur. Derhalve is alleen de gevelbelasting afkomstig van dit weggedeelte getoetst aan de WGH. Ter plaatse van de gevels van de beoogde woning bedraagt de geluidbelasting afkomstig van de Dorpsstraat inclusief correctie van artikel 110g ten hoogste 50 dB. Derhalve wordt niet voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Wel wordt voldaan aan de maximale ontheffingswaarde van 53 dB. Mede er voldaan wordt aan de aanvullende eis van tenminste één luwe gevel wordt er verzocht hogere waarde vast te stellen. De geluidbelasting bij de beoogde woning exclusief aftrek van artikel 110g bedraagt ten hoogste 55 dB. Met een gevelwering welke ten minste 20 dB bedraagt op basis van het Bouwbesluit, zal het binnenniveau ten hoogste 35 dB bedragen en wordt niet voldaan aan de eisen van het Bouwbesluit. Derhalve zal doormiddel van een gevelweringonderzoek aangetoond moeten worden dat een voldoende karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructies (GA,K) gerealiseerd kan worden om aan een binnenniveau van 33 dB te voldoen.

Ten aanzien van de buitenruimte en verblijf in de tuin dan wel terras kan verondersteld worden dat er een matig tot goede geluidskwaliteit heerst aan de achterzijde van de beoogde woning. Hierdoor kan worden verondersteld dat het aspect geluid een goede ruimtelijke ordening niet in de weg staat. Om de woning mogelijk te maken is in dit bestemmingsplan vastgelegd dat de woning wordt gerealiseerd binnen het bouwvlak dat ligt direct ten noorden van de beschermingszone van het riool, op nagenoeg gelijke hoogte met de bestaande woning op het perceel. Voor de woning is het verder noodzakelijk dat er een besluit hogere grenswaarde wordt genomen uitgaande van twee bouw(woon)lagen. Hiermee kan het plan doorgang vinden. 5.1.5

Externe veiligheid Vanuit een goede ruimtelijke ordening is het van belang te kijken naar gevaar leverende functies in of in de nabijheid van het plangebied. Daartoe moeten de risico’s voor de bevolking, die verbonden zijn aan gevaar veroorzakende activiteiten in beeld worden gebracht. Het aspect externe veiligheid beschrijft risico’s die ontstaan als gevolg van opslag van, of handelingen met, gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen of op transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Voor bedrijven is het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (Bevi) van toepassing. In het kader van het Bevi komen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten bescherming toe ten aanzien van ongelukken met gevaarlijke stoffen. Risicocontouren Gemeente en provincie kunnen veiligheidsafstanden (plaatsgebonden risicocontour) en invloedsgebieden (groepsrisico) rond risicovolle inrichtingen of activiteiten (BEVI) bepalen op grond van berekende risico’s. Binnen de veiligheidsafstanden (PR-contour) mogen geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten liggen of komen te liggen. Binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit dient het groepsrisico nader te worden bepaald.

Een risicocontour (ofwel plaatsgebonden risico) geeft aan hoe groot in de omgeving de overlijdenskans is door een ongeval met een risicobron: binnen de contour is het risico groter, buiten de contour is het risico kleiner. Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’

26

Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtsreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Het plaatsgebonden risico wordt gebruikt bij de toetsing of een risicovolle activiteit op een bepaalde plek mag plaatsvinden en wat in de directe omgeving ervan gebouwd mag worden. Uit de provinciale risicokaart blijkt dat het plangebied in geen enkele plaatsgebonden risicocontour is gelegen. Er worden derhalve geen grenswaarden overschreden. Groepsrisico Het groepsrisico geeft de kans aan dat in één keer een groep mensen die zich in de omgeving van een risicosituatie bevindt, dodelijk door een ongeval wordt getroffen. Groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Bij groepsrisico is het dan ook niet een contour die bepalend is, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen de effectafstand van een risicovolle activiteit ophoudt. Welke kans nog acceptabel geacht wordt, is afhankelijk van de omvang van de ramp. Een ongeval met 100 doden leidt tot meer ontwrichting, leed en emoties, dan een ongeval met 10 dodelijke slachtoffers. Aan de kans op een ramp met 100 doden wordt dan ook een grens gesteld, die een factor honderd lager ligt dan voor een ramp met 10 doden.

In het Bevi wordt verder een verantwoordingsplicht voor het groepsrisico rond inrichtingen wettelijk geregeld. De verantwoording houdt in dat wordt aangegeven of risico's acceptabel zijn en welke maatregelen worden genomen om de risico's te verkleinen. Figuur 9 Uitsnede risicokaart Externe veiligheid

Voorgaande uitsnede van de risicokaart laat zien dat het plangebied zich niet bevindt in de nabijheid van risicovolle inrichtingen, buisleidingen en aangewezen transportroutes voor gevaarlijke stoffen. Ook is de ontwikkeling zelf geen risicovolle inrichting. Gelet

Bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 1 Hernen’

27

hierop behoeft het voornemen geen verantwoording voor wat betreft het plaatsgebonden risico en/ of het groepsrisico. Bereikbaarheid en bluswatervoorziening In het kader van het bouwbesluit wordt een toereikende bluswatervoorziening (artikel 6.30) verlangd, op een afstand van maximaal 40 meter van de brandweeringang. Ook dient voorzien te worden in een opstelplaats voor brandweervoertuigen (artikel 6.38). De opstelplaats mag maximaal 40 meter van de ingang van de woning liggen en er moet een doeltreffende verbinding mogelijk zijn tussen de voertuigen van de brandweer, de bluswatervoorziening en de woning. Tussen de openbare weg en ten minste een toegang van een bouwwerk voor het verblijven van personen ligt een verbindingsweg die geschikt is voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten (artikel 6.37). Een verbindingsweg heeft: a. een breedte van ten minste 4,5 meter; b. een verharding over een breedte van ten minste 3,25 meter, die geschikt is voor motorvoertuigen met een massa van ten minste 14.600 kilogram; c. een vrijgehouden hoogte boven de kruin van de weg van ten minste 4,2 meter, en d. een doeltreffende afwatering. Er zal een bluswatervoorziening worden gerealiseerd langs de Dorpsstraat ter hoogte van de inrit naar de locatie. De Dorpsstraat en de inrit naar de woning zijn geschikt als opstelplaats voor de brandweer.

De inrit van de woning verkrijgt een breedte van 4,5 meter en wordt beklinkerd dan wel voorzien van grasbetontegels. Gelet op de ondergrond van zand zal deze een voldoende draagkracht hebben. Het regenwater kan afvloeien naar het naastgelegen agrarische perceel dat lager gelegen is. Daarmee is er sprake van een bluswatervoorziening en bereikbaarheid die voldoet aan de regels in het bouwbesluit. Voorgaande voorzieningen zijn opgenomen in het inpassingsplan in de bijlagen. Ten aanzien van het aspect externe veiligheid zijn er geen belemmeringen. Ook wordt voldaan aan de eisen in het bouwbesluit ten aanzien van bereikbaarheid en bluswatervoorziening.

5.2

WATER Wettelijk kader Op basis van de wet op de ruimtelijke ordening (Wro) en Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de watertoets verplicht bij o.a. bestemmingsplannen, inpassingsplannen, projectbesluiten en omgevingsvergunningen afwijking bestemmingsplan. Voor overige plannen, zoals een structuurvisie, dient een watertoets te worden uitgevoerd op basis van het Nationaal Bestuursakkoord Water. Het Bro regelt de verplichte waterparagraaf in de plantoelichting (art 3.1.6 Bro) en het vooroverleg met de waterbeheerder (art 3.1.1 Bro). Watertoets De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen en besluiten meer waterbestendig te maken, doordat waterbelangen van gemeente, waterschap en eventueel andere waterbeheerders vroegtijdig en expliciet worden meegewogen. In het ruimtelijk plan moet voldoende rekening zijn gehouden met de waterhuishouding en -voorzieningen. Waterparagraaf De waterparagraaf beschrijft de wijze waarop rekening is gehouden met de eventuele gevolgen van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding en vice versa. Onderdeel hiervan is een beschrijving van beleidsuitgangspunten en regelgeving, waterhuishoudkundige situatie en –opgaven, meest geschikte oplossingen (motiveren) en de ruimtelijke consequenties daarvan. In de waterparagraaf is tevens het advies van de waterbeheerder verwerkt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=d173dda9-642a-4954-975b-c3a4d43bab8a