Toelichting bestemmingsplan
Tekst van het document
Akkerweg 3a Wijchen
bestemmingsplan Akkerweg 3a Wijchen
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
6 6 6 7 8
Hoofdstuk 2 Gebiedsvisie 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie
9 9 11
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid 3.4 Conclusie
12 12 13 15 17
Hoofdstuk 4 Milieu- & omgevingsaspecten 4.1 Verkeer & Parkeren 4.2 Bodem 4.3 Geluid 4.4 Milieuzonering 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Geur 4.7 Externe veiligheid 4.8 Waterhuishouding 4.9 Ecologie 4.10 Archeologie & cultuurhistorie 4.11 Leidingen 4.12 Vormvrije MER-beoordeling
18 18 18 19 21 22 23 24 28 31 33 35 36
Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Bestemmingsplan
37 37 38
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Overleg 6.3 Inspraak
39 39 39 39
Bijlagen toelichting
41
Bijlage 1
Bodemonderzoeken
42
Bijlage 2
Bodemadvies Bodemonderzoek
43
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
44
Bijlage 4
Ontwerpbesluit hogere waarden
45
Bijlage 5
Digitale watertoets toetsresultaat
46
Bijlage 6
Quickscan Wet natuurbescherming
47
Bijlage 7
Archeologisch vooronderzoek
48
Bijlage 8
Archeologisch proefsleuvenonderzoek
49
Bijlage 9
Selectiebesluit Archeologisch onderzoek
50
2
bestemmingsplan "Akkerweg 3a Wijchen" (definitief)
bestemmingsplan Akkerweg 3a Wijchen
Regels
51
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
52 52 57
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Bestemmingsregels Wonen - 1 Waarde - Archeologie 2 Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied
58 58 64 66
Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels
68 68 68
Hoofdstuk 4 Artikel 8 Artikel 9
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
69 69 70
Bijlagen regels
72
Bijlage 1
Te slopen bebouwing
73
Bijlage 2
Landschappelijke inpassing
74
Bijlage 3
Cultuurhistorische waarderingskaart
75
bestemmingsplan "Akkerweg 3a Wijchen" (definitief)
3
bestemmingsplan Akkerweg 3a Wijchen
4
bestemmingsplan "Akkerweg 3a Wijchen" (definitief)
bestemmingsplan Akkerweg 3a Wijchen
Toelichting
bestemmingsplan "Akkerweg 3a Wijchen" (definitief)
5
bestemmingsplan Akkerweg 3a Wijchen
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De eigenaar van het perceel Akkerweg 3a in Alverna, gemeente Wijchen, is voornemens om de bestaande woning en bijbehorende bebouwing te slopen en een nieuwe vrijstaande woning, met bijbehorende bebouwing en tuin, noordwestelijker te herbouwen. Hiervoor wordt het woonperceel samengevoegd met het naastgelegen agrarische perceel. Het bouwplan past niet in het geldende bestemmingsplan. Vandaar dat het geldende bestemmingsplan voor beide percelen wordt herzien. Het college heeft op 18 december 2018 besloten in principe medewerking te verlenen aan dit verzoek.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Akkerweg, in het buitengebied, ten noorden van de kern van Alverna. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Wijchen, sectie C, nr. 1989 en een gedeelte van nr. 1988 en wordt als volgt begrensd: Noordzijde: het agrarische perceel, kadastraal nr. 1988; Oostzijde: de zijdelingse woonperceelsgrens van Akkerweg 9-29; Zuidzijde: de Akkerweg; Westzijde: de zijdelingse woonperceelsgrens van Akkerweg 3. Navolgende afbeeldingen tonen globaal de ligging en begrenzing van het plangebied in de omgeving. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.
Globale ligging plangebied (rode druppel)
6
bestemmingsplan "Akkerweg 3a Wijchen" (definitief)
bestemmingsplan Akkerweg 3a Wijchen
Globale begrenzing plangebied (rode omkadering)
1.3
Geldend bestemmingsplan
Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied Wijchen', vastgesteld op 31 januari 2013 en de herziening 'Buitengebied, herziening 2014', vastgesteld op 16 oktober 2014. Ter plaatse van het perceel, waar de bestaande woning gesitueerd is, geldt de bestemming 'Wonen - 1' en op het naastgelegen perceel, waar de beoogde nieuwbouw gerealiseerd wordt, geldt de bestemming 'Agrarisch met waarden - 1'. Daarnaast is het gehele plangebied voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. Vanaf de straat tot ongeveer de helft van het kadastrale perceel nr. 1988, geldt vanuit het 'Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen' de dubbelbestemming 'Waarde Cultuurhistorisch waardevol gebied', vanwege de ligging aan een oud bebouwingslint.
Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan met ligging plangebied (rode omkadering) De beoogde herbouw past niet binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden - 1'. Vandaar dat het bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied wordt herzien.
bestemmingsplan "Akkerweg 3a Wijchen" (definitief)
7
bestemmingsplan Akkerweg 3a Wijchen
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. De toelichting kan globaal opgedeeld worden in vier delen. Inleiding en gebiedsvisie In hoofdstuk 1 zijn de aanleidingen en het kader voor de planherziening beschreven. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied. Verantwoording Hoofdstukken 3 en 4 geven de achtergronden, toelichting en motivatie op de gemaakte keuzen weer die uiteindelijk hebben geleid tot de uitgewerkte planopzet. In dit planonderdeel worden onder meer het (beleids)kader en de milieuaspecten uiteengezet. Juridische planbeschrijving In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet beschreven. Doel is een nadere onderbouwing te geven wat met het plan wordt beoogd en hoe de instrumenten regels en verbeelding hierbij worden gehanteerd.
Uitvoerbaarheid Het laatste deel (hoofdstuk 6) gaat in op de financieel-economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
8
bestemmingsplan "Akkerweg 3a Wijchen" (definitief)
bestemmingsplan Akkerweg 3a Wijchen
Hoofdstuk 2 2.1
Gebiedsvisie
Bestaande situatie
Het plangebied ligt aan de noordzijde van de Akkerweg. Aan deze zijde van de weg bevindt zich verspreid liggende bebouwing zonder strikte ordening en zonder een duidelijke, strakke rooilijn. Het gebied rondom de Akkerweg kenmerkt zich als een overgangsgebied tussen de dichte bebouwing in Wijchen en Alverna en het recreatief uitloopgebied de Berendonck. De woning is aan de achterzijde van het woonperceel gesitueerd. Voor de woning staat een bijgebouw met overkapping, welke de woning, vanaf de Akkerweg, aan het zicht onttrekken. Het woonperceel kent van oorsprong een agrarische bestemming. Door de legalisatie van de bestaande noodwoning, welke enkele tientallen jaren in gebruik is geweest als woning, is in het huidige 'Bestemmingsplan Buitengebied' een woonbestemming aan het perceel toegekend. Vanaf de weg tot aan de woning ligt een oprit en de vegetatie op het perceel bestaat uit gras, bomen en struiken. De agrarische percelen in het plangebied zijn omheinde weilanden/graslanden. Op navolgende afbeeldingen is schematisch de bestaande situatie in en om het plangebied weergegeven, evenals een impressie van het plangebied.
Uitsnede kaart BGT met globale aanduiding plangebied (blauwe omkadering)
bestemmingsplan "Akkerweg 3a Wijchen" (definitief)
9
bestemmingsplan Akkerweg 3a Wijchen
Impressie plangebied
10
bestemmingsplan "Akkerweg 3a Wijchen" (definitief)
bestemmingsplan Akkerweg 3a Wijchen
2.2
Toekomstige situatie
In 2018 heeft in de woning een brand gewoed, als gevolg waarvan brandschade is ontstaan. Door de beoogde sloop van de afgebrande woning en de bijbehorende bebouwing kan ter plaatse van de woonbestemming, op het woonperceel, een nieuwe woning worden opgericht. De huidige locatie is echter niet ideaal, aangezien de woning nagenoeg direct tegen de zijdelingse woonperceelsgrens van Akkerweg 3 staat. Door de onvoorziene omstandigheid en de beschikbare ruimte op de agrarische percelen in het plangebied, doet zich de mogelijkheid voor om de her te bouwen woning te midden van de aan weerszijden aanwezige bebouwing te situeren. Waardoor aan beide kanten ruimte komt en de woning meer tot uitdrukking komt tussen de bestaande lintbebouwing. In het 'Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen' heeft de gemeente Wijchen bovendien vastgelegd dat de cultuurhistorische waarden van oude bebouwingslinten onder andere bestaat uit de variatie van rooilijnen en bouwmassa's langs de linten en een herkenbaar onderscheid in situering en massa tussen hoofd- en bijgebouwen. De beoogde woning komt ongeveer ter hoogte van de poortwoningen op Akkerweg 7 en 31. Optisch vormt het appartementengebouw Akkerweg 9-29 het hoofdgebouw, met aan weerszijden de haaks op de Akkerweg gelegen poortwoningen.
De rooilijn van het appartementengebouw ligt een stuk noordelijker dan die van de beoogde woning, waardoor de variatie in rooilijnen behouden blijft. Wat betreft het onderscheid in situering en massa tussen hoofd- en bijgebouw treedt een verbetering op. Aangezien de huidige woning door het voorliggende bijgebouw met overkapping niet tot nauwelijks zichtbaar is. Het betreft een noodwoning, zonder een agrarische oorsprong. De nieuwe woning is landschappelijk ingepast om de karakteristieke landelijke elementen te versterken. Op navolgende afbeeldingen is de landschappelijke inpassing van de woning in de omgeving weergegeven.
Landschappelijke inpassing De locatie waarop de inrit aansluit op de Akkerweg blijft gelijk aan de bestaande situatie. De bestaande bomen en het struweel aan de westzijde van het plangebied blijven behouden en worden aangevuld met gebiedseigen soorten. Aanvullend wordt aan de noordzijde de perceelsgrens ingepland met struweel en enkele bomen, aansluitend op de bomen en het struweel op de noordelijke perceelsgrens van Akkerweg 3. Bij de entree tot het perceel wordt een bakenboom aangeplant en is ruimte voor hemelwaterberging.
bestemmingsplan "Akkerweg 3a Wijchen" (definitief)
11
bestemmingsplan Akkerweg 3a Wijchen
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Nationaal beleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), waarin het Rijk een lange termijn visie geeft op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt keuzes te maken. Bij de afweging van keuzes wordt bij voorkeur gekozen voor slimme combinaties van functies, wordt uitgegaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden en worden beslissingen niet uitgesteld of doorgeschoven. De nationale belangen en opgaven waarop het Rijk wil sturen en richting wil geven, komen samen in de volgende vier prioriteiten: Ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden; Steden en regio's sterker en leefbaarder maken Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de prioriteiten uit de NOVI. De NOVI vormt geen belemmering voor dit plan.
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het beleid, zoals beschreven in de voorganger van de NOVI, oftewel de SVIR. Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, vervalt het Barro. De regels van het Barro worden dan vervangen door het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL). Het BKL wordt de uitwerking, in regelgeving, van het beleid dat in de NOVI staat. Zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is, is het Barro nog van toepassing. In het Barro, ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 14 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Planspecifiek Voor onderhavig plangebied zijn geen specifieke doelstellingen geformuleerd. Het Barro is verder niet specifiek van toepassing op het plangebied.
3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
De in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing worden opgenomen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder worden in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.'
12
bestemmingsplan "Akkerweg 3a Wijchen" (definitief)
bestemmingsplan Akkerweg 3a Wijchen
In het kader van de ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit de Bro gehanteerd: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.' Volgens de nota van toelichting bij het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande verstedelijkingsruimte in bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in de behoefte. Zoals ook volgt uit onder andere de uitspraak met het nummer 201303578/1/R4 kunnen, naar het oordeel van de Raad van State, planologische mogelijkheden waarvan nog geen gebruik is gemaakt, als leegstaande verstedelijkingsruimte worden aangemerkt. Een dergelijke locatie wordt gezien als onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. Planspecifiek Onderhavig initiatief betreft de bouw van één nieuwe woning ter vervanging van een bestaande woning. Deze ontwikkeling is van een zodanig beperkte omvang, dat er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Er hoeft niet getoetst te worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
3.1.4
Conclusie
In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Algemeen
Op 19 december 2018 hebben de Provinciale Staten de 'Omgevingsvisie Gaaf Gelderland' vastgesteld. De bijbehorende geactualiseerde 'Omgevingsverordening Gelderland (februari 2022)' hebben de Provinciale Staten op 1 februari 2022 vastgesteld. In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het beleid en in de Omgevingsverordening de regels en afspraken om de opgaven uit de Omgevingsvisie te realiseren. De Omgevingsvisie en -verordening zijn dynamische instrumenten. Doordat wetten veranderen of door de komst van nieuwe initiatieven, kijkt de provincie twee keer per jaar of de plannen moeten worden aangepast.
3.2.2
Omgevingsvisie
De wereld verandert ingrijpend en er komt veel op de inwoners van Gelderland af. Het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, digitalisering, internationalisering. Deze zaken vragen stevige antwoorden en oplossingen als investering in de toekomst. Met de schaarse ruimte en de vele uiteenlopende belangen en inzichten gaat dit niet vanzelf. Het is de bedoeling om samen keuzes te maken over de voorliggende vraagstukken en de betekenis daarvan voor de inrichting van Gelderland. In onderling overleg zoeken naar synergie, samenhang en uitruilmogelijkheden. Waarbij de provincie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal stelt. Gezond en veilig: Dat is een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat is voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat is aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. Schoon en welvarend: Dat is een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat is ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen.
En: het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie.
bestemmingsplan "Akkerweg 3a Wijchen" (definitief)
13
bestemmingsplan Akkerweg 3a Wijchen
Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen, een mooie natuur; het is allemaal van belang. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke. De Gelderse streken hebben ieder hun eigen aard, waar mensen zich thuis en verbonden met elkaar voelen. In onze groeiende Gelderse steden komen veel activiteiten samen. Tegelijkertijd investeren we in een vitaal platteland, juist als daar krimp plaatsvindt. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied ons vertrekpunt. Wij geven de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen. Wij gaan voor concentraties van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, breiden we uit aan de randen van onze steden of dorpen. De dynamiek op de woningmarkt is groot. Voor ons staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen. We hebben zorg en aandacht voor de woonbehoeften van alle Gelderlanders en maken hier met onze partners afspraken over.
Ook zijn de meeste woningen verre van energieneutraal en klimaatbestendig. Wij stimuleren innovaties op dit terrein, zoals het aardgasloos maken van bestaande woningen en het verduurzamen van woonwijken. Ook zijn wij met onze partners in gesprek over hoe we het vraagstuk van klimaatadaptatie en wonen slimmer kunnen aanpakken. Voldoende groene ruimte, koele plekken, opvang van water in het licht van de klimaatverandering is immers van belang, zeker met het oog op de gezondheid van onze inwoners. Planspecifiek De beoogde ontwikkeling sluit aan bij het uitgangspunt dat zoveel mogelijk binnen bestaand stedelijk gebied gebouwd wordt. Het betreft namelijk een gebied waar reeds sprake is van bebouwing ten behoeve van wonen (herbouw van een te slopen woning op hetzelfde perceel). Daarnaast wordt de nieuwe woning zonder aardgasaansluiting gerealiseerd. Het plan is geheel in lijn met de provinciale duurzaamheidsambities.
3.2.3
Omgevingsverordening
De Omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Planspecifiek In artikel 2.2 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat een bestemmingsplan alleen nieuwe woningen mogelijk maakt als de ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. In het geval van de beoogde ontwikkeling gaat het niet om een nieuwe woning, in de zin van een toename van de woningvoorraad. De in slechte staat verkerende woning wordt gesloopt en iets noordwestelijker daarvan wordt een vervangende woning opgericht. Vandaar dat de voorgenomen ontwikkeling niet strijdig is met artikel 2.2 uit de Omgevingsverordening.
3.2.4
Conclusie
In het plangebied zijn geen provinciale belangen in het geding.
14
bestemmingsplan "Akkerweg 3a Wijchen" (definitief)
bestemmingsplan Akkerweg 3a Wijchen
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Strategische visie
De 'Strategische visie Wijchen 2025' is in maart 2007 vastgesteld door de gemeenteraad van Wijchen. In de Strategische visie stelt Wijchen zich voor het jaar 2025 de volgende strategische doelstellingen: 'groei én een kwaliteitsimpuls' en 'het ontwikkelen van kernen en land in duurzame samenhang'. 'Duurzaam' en 'kwalitatief' zijn voor de ontwikkeling van het buitengebied sleutelwoorden. De gemeente zet in op een beheerste groei van de recreatie, verbrede landbouw, ontwikkeling van groene en blauwe diensten en vitale kernen. De term 'balans' is essentieel: stedelijke en landelijke kwaliteiten moeten in Wijchen in onderlinge samenhang worden ontwikkeld. Voor de gemeente is een toekomstbeeld voor het jaar 2025 opgesteld. Dit toekomstbeeld bevat acht opgaven, waaronder het voor het plangebied relevante, 'het buitengebied vitaal'. De opgave 'het buitengebied vitaal' is gericht op een duurzame en integrale ontwikkeling van het Wijchens buitengebied. Belangrijke doelen zijn Valoriseren, dat wil zeggen: versterken en inzetten - van landschaps-, natuur en cultuurwaarden voor de ontwikkeling van het buitengebied; Recreatief ontwikkelen van het buitengebied, als stedelijk uitloopgebied voor onder meer de Stadsregio Arnhem-Nijmegen; Realiseren van voldoende ruimte voor water (berging); Voorwaarden scheppen voor goed toekomstperspectief voor een vitale landbouw.
Planspecifiek De beoogde ontwikkeling draagt niet direct bij aan het behalen van de doelen, maar schaadt ze ook niet. Een leegstaande, afgebrande woning komt immers niet ten goede aan de vitaliteit en leefbaarheid van het buitengebied. Door de herontwikkeling van het plangebied, wordt een oude onbewoonbare woning gesloopt en vervangen door een nieuwe woning. De bestemde woonfunctie kan hierdoor, weliswaar iets noordwestelijker van de oorspronkelijke locatie, weer benut worden. Bovendien is de beoogde ontwikkeling landschappelijk ingepast.
3.3.2
Structuurvisie
De gemeente Wijchen heeft één structuurvisie voor de hele gemeente opgesteld, welke op 29 mei 2009 is vastgesteld. Met deze visie heeft de gemeente een instrument in handen waarmee vorm en inhoud wordt gegeven aan de verdere ontwikkeling van Wijchen in de komende jaren. In de structuurvisie maakt het plangebied deel uit van een groter gebied dat is aangeduid als 'Gemengde functies buitengebied / verbreden landbouw'. De navolgende afbeelding toont de verbeelding van de structuurvisie.
bestemmingsplan "Akkerweg 3a Wijchen" (definitief)
15
bestemmingsplan Akkerweg 3a Wijchen
Verbeelding structuurvisie gemeente Wijchen, met globale aanduiding plangebied (rode cirkel) Specifiek over woningbouw in het buitengebied staat in de structuurvisie het volgende opgemerkt: het buitengebied is in principe niet de plek om (grote hoeveelheden) nieuwe woningen toe te voegen. Planspecifiek In het onderhavige geval gaat het niet om de toevoeging van een nieuwe woning, maar om de vervanging van een bestaande woning.
3.3.3
Beleidsnota cultuurhistorie
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is een bepaling opgenomen, op grond waarvan het gemeentebestuur bij het opstellen van een bestemmingsplan moet aangeven op welke wijze zij rekening heeft gehouden met de cultuurhistorische waarden binnen het plangebied. Ter onderbouwing van deze afweging hebben de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten gezamenlijk de beleidsnota cultuurhistorie 'Samen in verscheidenheid' opgesteld. Borging van de geïnventariseerde cultuurhistorische waarden vindt plaats door middel van het 'Parapluplan Cultuurhistorie'. In hoeverre een ruimtelijke ontwikkeling afbreuk kan doen aan de cultuurhistorische waarden in een gebied is afhankelijk van: De aard en omvang van de ruimtelijke ontwikkeling; De cultuurhistorische waarden in een gebied. Op de waarderingskaart, behorende bij de beleidsnota, is het zuidelijke deel van het plangebied hoog gewaardeerd. Het plangebied behoort tot een oud bebouwingslint, aan weerszijden waarvan een zone van 60 m een hoge waardering is toegekend. De navolgende afbeelding toont een uitsnede cultuurhistorische waarderingskaart.
16
bestemmingsplan "Akkerweg 3a Wijchen" (definitief)
bestemmingsplan Akkerweg 3a Wijchen
Uitsnede Cultuurhistorische waarderingskaart, met globale aanduiding plangebied (rode cirkel) In het 'Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen' heeft de gemeente Wijchen vastgelegd dat cultuurhistorisch waardevolle gebieden bestaan uit: de mate van visueel-ruimtelijke relatie met de (agrarische) percelen en het onderscheid daarin tussen de verschillende landschapstypen (open, half-open of gesloten); de overwegend agrarische oorsprong van de bebouwing in de linten; de maat en schaal van de bebouwing; de variatie van rooilijnen en bouwmassa's langs de linten; de compactheid van de bebouwingsensembles op de afzonderlijke percelen; hoofdgebouwen die gericht zijn op de bebouwingslinten; een herkenbaar onderscheid in situering en massa tussen hoofd- en bijgebouwen. Planspecifiek De beoogde herbouw van één woning, betreft een kleinschalige ontwikkeling, waarbij een noodwoning, zonder enige agrarische oorsprong, vervangen wordt voor een nieuwe vrijstaande woning, welke landschappelijk is ingepast. Ook de compactheid van de woning, ten opzichte van de omliggende gronden blijft behouden. Aangezien de omvang van de bebouwing naar verwachting beperkt toeneemt, met circa 50 m2, en de naastgelegen agrarische gronden in het plangebied zijn meegenomen. Met de variatie van rooilijnen is eveneens rekening gehouden.
De beoogde woning komt ongeveer ter hoogte van de twee poortwoningen op Akkerweg 7 en 31. Optisch vormt het appartementengebouw Akkerweg 9-29 het hoofdgebouw, met aan weerszijden de haaks op de Akkerweg gelegen poortwoningen. De rooilijn van het appartementengebouw ligt een stuk noordelijker dan die van de beoogde woning.
3.3.4
Conclusie
In het plangebied zijn geen gemeentelijke belangen in het geding.
3.4
Conclusie
Het plan is passend binnen c.q. niet strijdig aan het beleid van de verschillende overheden.
bestemmingsplan "Akkerweg 3a Wijchen" (definitief)
17
bestemmingsplan Akkerweg 3a Wijchen
Hoofdstuk 4
Milieu- & omgevingsaspecten
4.1
Verkeer & Parkeren
4.1.1
Verkeer
Het plangebied wordt voor motorvoertuigen ontsloten via de Akkerweg naar de Graafseweg (N324). Het aantal voertuigbewegingen dat als gevolg van de beoogde ontwikkeling gegenereerd wordt is gelijk aan de bestaande situatie. In zowel de oorspronkelijke, als de toekomstige situatie is er sprake van één vrijstaande woning in het plangebied. Het aspect 'verkeer' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.1.2
Parkeren
Op basis van het 'Parkeerbeleidsplan gemeente Wijchen' wordt het plangebied aangeduid als 'matig stedelijk' in het 'buitengebied'. Voor een vrijstaande woning, in de genoemde omgeving, bedraagt de maximale parkeernorm 2,8 parkeerplaatsen per woning. Het gemeentelijke uitgangspunt is dat parkeren op eigen terrein plaatsvindt en de maximale norm wordt aangehouden. Dit betekent dat minstens 3 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd moeten worden. Het plangebied biedt voldoende ruimte om hierin te voorzien. Het aspect 'parkeren' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.2
Bodem
4.2.1
Regelgeving
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen moet worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig moet worden gesaneerd, dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening moet voor elke individuele bouwlocatie aangetoond te worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een omgevingsvergunning verleend kan worden. Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel.
Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/wijzigen van een bestemmingsplan dan ook alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen).
18
bestemmingsplan "Akkerweg 3a Wijchen" (definitief)
bestemmingsplan Akkerweg 3a Wijchen
4.2.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Er is een verkennend en nader bodemonderzoek en een onderzoek naar asbest en PFAS uitgevoerd in het plangebied. De rapportage van de onderzoeken is als bijlage 1 bij de toelichting gevoegd. Algemene kwaliteit Voor het kadastrale perceel 1988 (weiland) is de hypothese van een onverdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging gesteld. Op basis van de onderzoeksresultaten is deze hypothese aangenomen, aangezien in de grond maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters zijn aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Voor het kadastrale perceel 1989 (erf) is de hypothese van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging gesteld. Op basis van de onderzoeksresultaten is deze hypothese aangenomen, aangezien in de grond (na uitsplitsing) licht tot sterk verhoogde gehalten voor zink zijn aangetoond. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat in de aanvullende boringen geen gehalten voor zink zijn aangetoond boven de interventiewaarde. Derhalve is geen sprake van ernstige bodemverontreiniging. De aangetroffen sterke verontreiniging met zink is zeer plaatselijk (voor de bestaande woning) in de ondergrond (1,0 - 2,0 m-mv) aangetroffen en de herkomst is niet bekend. Aangenomen wordt dat de verontreiniging historisch van aard is.
Asbest Voor het kadastrale perceel 1989 (erf) is de hypothese van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging gesteld. Op basis van de onderzoeksresultaten is deze hypothese verworpen, aangezien zowel zintuigelijk al analytisch geen asbest is aangetoond. Ter plaatse van de overige locatie, buiten het erf, zijn geen bodemvreemde bijmengingen en asbestverdachte materialen aangetroffen, waardoor geen verkennend onderzoek naar asbest behoeft te worden uitgevoerd. PFAS Wat betreft PFAS bestaan er geen bezwaren voor toepassing van de grond elders, behoudens grondwaterbeschermingsgebieden. Algehele conclusie en aanbevelingen Met de uitgevoerde onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van het plangebied in voldoende mate onderzocht. Er is geen sprake van ernstige bodemverontreiniging. De aangetroffen sterke verontreiniging met zink is zeer plaatselijk aangetroffen. Aangezien hier geen herontwikkeling en/of civieltechnische werkzaamheden zijn voorzien, zijn geen sanerende maatregelen van toepassing. Mochten in de toekomst toch civieltechnische werkzaamheden worden uitgevoerd, ter plaatse van de verontreiniging, dan zijn mogelijk wel sanerende maatregelen van toepassing. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan geen bezwaren tegen de voorgenomen herontwikkeling.
De gemeente is akkoord met de conclusie dat de bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de bestemmingswijziging. Wel wordt op basis van het bodemadvies van de omgevingsdienst aanbevolen om de sterke zinkverontreiniging ten behoeve van de nieuwe bestemming te saneren. Het bodemadvies van de omgevingsdienst is als bijlage 2 bij de toelichting gevoegd. Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.3
Geluid
4.3.1
Regelgeving
Belangrijke basis voor de ruimtelijke afweging van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh). Overeenkomstig de Wgh zijn (spoor-)wegen en industrieterreinen waar zich grote lawaaimakers kunnen vestigen voorzien van zones. Het gebied binnen deze zones geldt als akoestisch aandachtsgebied waar een toetsing uitgevoerd moet worden. Daarbij beperkt de Wgh zich tot een toetsing ter plaatse van zogenaamde geluidsgevoelige objecten. Dit zijn onder andere woningen, onderwijsgebouwen, gezondheidszorggebouwen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonboten.
bestemmingsplan "Akkerweg 3a Wijchen" (definitief)
19
bestemmingsplan Akkerweg 3a Wijchen
Voor de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen die binnen bepaalde afstanden (zones) van de verschillende geluidsbronnen liggen, schrijft de Wgh voor dat een aangewezen bevoegd gezag (meestal Burgemeester en Wethouders) (maatwerk)grenswaarden bepaalt. De terminologie die de wet hiervoor hanteert is: ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. De getalsmatige invulling van deze grenswaarden voor nieuwe of bestaande geluidgevoelige bestemmingen verschillen per locatie en per geluidssoort. Naast grenswaarden op de gevels van de geluidsgevoelige gebouwen, zijn er in de Wgh ook grenswaarden gericht op de bescherming van het akoestische klimaat binnen de bestaande gebouwen. Wegverkeerslawaai In de Wgh en het Besluit geluidhinder (Bgh) is de zonering van wegen en het daarbij horende normenstelsel geregeld. Een zone is het akoestisch aandachtsgebied. Volgens de Wgh bevinden zich langs alle wegen wettelijke geluidzones, met uitzondering van woonerven en 30-km/uur-gebieden. Bij vaststelling van een bestemmingsplan moet voor alle wegen waarvan de zone een overlap met het plangebied kent, een akoestisch onderzoek worden verricht (artikel76 lid 1 Wgh). De breedte van deze zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk), zie navolgende tabel.
Overzicht zonebreedtes (vanaf de as van de weg tot de volgende breedte aan weerszijden van weg) De definities van het buitenstedelijk en stedelijk gebied zijn opgenomen in artikel 1 van de Wgh. Als buitenstedelijk gebied wordt aangemerkt het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg, die binnen de bebouwde kom ligt. Voor nieuwe woningen bedraagt de wettelijke (voorkeurs)grenswaarde 48 dB.
4.3.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Vanwege de ligging van het plangebied binnen de onderzoekszone van de Akkerweg, de Graafseweg (N324) en de parallelweg van de Graafseweg, is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 3 bij de toelichting gevoegd. Uit de toets in het kader van de Wet geluidhinder blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet wordt overschreden door het wegverkeer op de Akkerweg en de parallelweg van de Graafseweg. Ten gevolge van de Graafseweg (N324) wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wel overschreden. De hoogst toelaatbare geluidsbelasting van 63 dB wordt niet overschreden. Daarom is het mogelijk om een beschikking hogere waarde aan te vragen bij de gemeente. Mede omdat het gezien de beperkte schaal van dit plan niet mogelijk of wenselijk is om effectieve maatregelen te treffen die de geluidsbelastingen terugbrengen tot waarden die lager zijn dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De hoogste cumulatieve geluidsbelasting (LCUM,plus) bedraagt 53 dB, inclusief aftrek op grond van artikel 110g Wgh. De optredende cumulatieve geluidsbelasting is hiermee lager dan de hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 58 dB uit de Wgh, daarmee zijn de optredende geluidsbelastingen op basis van de Wgh acceptabel.
Op basis van het gemeentelijke geluidbeleid kan de gemeente Wijchen een hogere waarde verlenen voor de geluidsbelasting van 53 dB afkomstig van de Graafseweg (N324). De verlening van de hogere waarde vindt plaats in een aparte hogere waarde-procedure gelijktijdig met de ruimtelijke procedure. Er wordt aan het gemeentelijk beleid voldaan. Het ontwerpbesluit hogere waarden is opgenomen in Bijlage 4. Het aspect 'geluid', vormt na het verlenen van hogere waarden, geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
20
bestemmingsplan "Akkerweg 3a Wijchen" (definitief)
bestemmingsplan Akkerweg 3a Wijchen
4.4
Milieuzonering
4.4.1
Regelgeving
Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van inrichtingen en/of bedrijven worden gerealiseerd, zal een milieukundig onderzoek uit moeten wijzen in hoeverre er sprake is van mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezige inrichtingen en of bedrijven. Maar ook andersom moet aandacht worden besteed aan de rechten van de aanwezige inrichtingen en/of bedrijven. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering in de directe omgeving gaan beperken. Hetzelfde geldt uiteraard ook voor de situatie dat inrichtingen en/of bedrijven wijzigen in de nabijheid van bestaande gevoelige functies. Via de milieuwetgeving wordt milieuhinder zoveel mogelijk voorkomen. Alle bedrijven en inrichtingen die in potentie hinder zouden kunnen veroorzaken, moeten een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer of moeten middels een melding aantonen dat zij aan de hierin gestelde richtwaarden kunnen voldoen. De gestelde richtwaarden zijn veelal vertaald in minimale afstanden tussen de inrichtingen waar activiteiten plaatsvinden en de milieugevoelige functies in de directe omgeving. Behalve van de aard en omvang van een bedrijf of inrichting, is deze mede afhankelijk van de omgevingskarakteristiek. Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor bijvoorbeeld drukke woonwijken of een gemengd gebied.
Voor het vaststellen van de genoemde minimum richtafstanden tussen inrichtingen en milieugevoelige functies worden in de regel de lijsten zoals deze zijn opgenomen in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gebruikt. Bedrijven zijn in de VNG-handreiking ingedeeld in een aantal categorieën met bijbehorende gewenste richtafstanden tot milieugevoelige functies. De categorieën geven de zwaarte van bedrijvigheid en mogelijke milieuhinder weer. De richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied.
Richtafstanden VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' Voorgaande tabel geeft een overzicht van de richtafstanden voor verschillende bedrijfscategorieën ten opzichte van een woonwijk en gemengd gebied. Indien de richtafstand niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk. Indien niet aan de richtafstanden wordt voldaan, is een nadere beschouwing danwel onderzoek nodig.
4.4.2
Doorvertaling bestemmingsplan
In de directe omgeving van het plangebied komen uitsluitend woningen voor. Uitzonderingen hierop zijn een manege op circa 115 m afstand en een glastuinbouwbedrijf op circa 220 m afstand. De manege valt onder milieucategorie 3.1 en het glastuinbouwbedrijf, waar bloemen geteelt worden, valt onder milieucategorie 2. De bijbehorende richtafstanden zijn respectievelijk 50 m en 30 m. De richtafstanden worden door de herbouw van de vrijstaande woning niet overschreden. De beoogde woning schaadt geen bedrijven in hun bedrijfsvoering en andersom ondervindt de woning geen overlast van bedrijvigheid. Er is dus sprake van een goed woon- en leefklimaat. Het aspect 'milieuzonering' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
bestemmingsplan "Akkerweg 3a Wijchen" (definitief)
21
bestemmingsplan Akkerweg 3a Wijchen
4.5
Luchtkwaliteit
4.5.1
Regelgeving
Op 15 november 2007 is de wijziging van de Wet milieubeheer in werking getreden. Deze wet vervangt het 'Besluit luchtkwaliteit 2005' en is één van de maatregelen die de overheid heeft getroffen om: negatieve effecten op de volksgezondheid als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging aan te pakken. mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkeling te creëren ondanks de overschrijdingen van de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit. De paragraaf luchtkwaliteit in de Wet milieubeheer voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de nieuwe 'Wet luchtkwaliteit' geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde. een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt. een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging (meer dan 3 % ten opzichte van de grenswaarde).
Het gaat hier bijvoorbeeld om woningbouwlocaties met één ontsluitingsweg en niet meer dan 1.500 nieuwe woningen, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen. een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat in werking is getreden nadat de EU in april 2009 derogatie heeft verleend. Als aannemelijk kan worden gemaakt dat aan één of meerdere van de bovengenoemde criteria wordt voldaan, kan het project zonder toetsing aan de gestelde grenswaarden voor luchtkwaliteit worden uitgevoerd. In de Ministeriële regeling 'niet in betekenende mate bijdragen' zijn voor verschillende categorieën van projecten grenzen gesteld aan de projectomvang, waaronder een project met zekerheid NIBM bijdraagt aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht. Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) extra bescherming: substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 m van een provinciale weg of 300 m van een rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden, waardoor geen onacceptabele gezondheidsrisico's optreden. De zones worden afgemeten vanaf de rand van de weg.
In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties niet als gevoelige bestemming gezien.
4.5.2
Doorvertaling bestemmingsplan
In de regeling NIBM is aangegeven dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Voorliggend initiatief maakt de herbouw van een bestaande woning op enkele meters ten noodwesten hiervan mogelijk. Deze ontwikkeling draagt 'niet in betekende mate' bij aan de luchtkwaliteit. Het aantal verkeersbewegingen is in de toekomstige situatie gelijk aan de bestaande situatie. Goede ruimtelijke ordening In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn met de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten (GCN en GDN) de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 bepaald ter hoogte van het plangebied. Daaruit blijkt dat de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 respectievelijk circa 12,5 µg/m3, 16,0 µg/m3 en 9,0 µg/m3 bedragen in 2020. Daarmee worden de jaargemiddelde grenswaarden van 40 µg/m3 (voor NO2 en PM10) en 25 µg/m3 (voor PM2,5) niet overschreden.
22
bestemmingsplan "Akkerweg 3a Wijchen" (definitief)
bestemmingsplan Akkerweg 3a Wijchen
Daarnaast is de trend dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten. Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.6
Geur
4.6.1
Regelgeving
Wet geurhinder en veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) bevat het beoordelingskader voor geurhinder van veehouderijen die vergunningsplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer (Wm). Het beoordelingskader is als volgt: voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld (in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv)) geldt een maximale geurbelasting) op een geurgevoelig object; voor andere diercategorieën geldt een minimale afstand van de dierenverblijven ten opzichte van geurgevoelige objecten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen concentratiegebieden (conform Reconstructiewet) en nietconcentratiegebieden en tussen situaties binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom. De wet beschrijft in artikel 3 de maximale norm voor geurbelasting van een veehouderij ten opzichte van een gevoelig object in vier situaties, zie navolgende tabel.
Binnen bebouwde kom diercategorieën Rgv
Buiten bebouwde kom
Concentratiegebied
Niet-concentratiegebied
maximum 3 ouE/m³
maximum 2 ouE/m³
andere diercategorieën minimum 100 m t.o.v. geurgevoelig object
minimum 100 m t.o.v. geurgevoelig object
diercategorieën Rgv
maximum 14 ouE/m³
maximum 8 ouE/m³
andere diercategorieën minimum 50 m t.o.v. geurgevoelig object
minimum 50 m t.o.v. geurgevoelig object
Geurnormen Wgv De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid om afwijkende geurnormen vast te stellen voor (delen van) het grondgebied. Op deze wijze kan de gemeente een geurhinderbeleid vaststellen dat is afgestemd op de plaatselijke situatie. Regeling geurhinder en veehouderij In de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) is de wijze vastgelegd waarop: de geurbelasting wordt bepaald; de afstand tussen veehouderij en geurgevoelig object) wordt gemeten. Activiteitenbesluit Per 1 januari 2013 zijn agrarische activiteiten onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit gebracht. In het Activiteitenbesluit zijn voor alle agrarische activiteiten, waaronder akkerbouwbedrijven en veehouderijen, eisen opgenomen. Voor de veehouderijen is aangesloten bij de systematiek uit de Wgv, dat wil zeggen dat in bepaalde gevallen een maximaal toegestane geurbelastingen geldt (diercategorieën waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld, bijvoorbeeld varkens en pluimvee) en in andere gevallen vaste afstandseisen gelden (diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, waaronder melkrundvee). Geur bij niet-agrarische bedrijven Het voorkomen van (nieuwe) geurhinder is het algemene uitgangspunt in het rijksbeleid.
Dit uitgangspunt is uitgewerkt in het landelijk informatiedocument 'Handleiding Geur Industrie' en beschrijft de methodiek voor de bepaling van het aanvaardbaar hinderniveau voor geur ten gevolge van bedrijfsmatige activiteiten. Vanwege het lokale aspect van geurhinder is de hoogte van het aanvaardbaar hinderniveau niet landelijk vastgelegd. Het bevoegd gezag moet daar een eigen afweging in maken.
bestemmingsplan "Akkerweg 3a Wijchen" (definitief)
23
bestemmingsplan Akkerweg 3a Wijchen
4.6.2
Doorvertaling bestemmingsplan
In de directe omgeving van het plangebied is geen sprake van (niet-)agrarische bedrijven met een geurcontour die (deels) over het plangebied gelegen is. Bovendien zijn tussen omliggende (niet)agrarische bedrijven en het plangebied reeds andere gevoelige woonbestemmingen gelegen, die maatgevend zijn voor de bedrijfsvoering van de betreffende (niet-)agrarische bedrijven. Het aspect 'geur' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.7
Externe veiligheid
4.7.1
Regelgeving
Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, lpg en munitie over weg, water en spoor en door buisleidingen. Het beleid rondom externe veiligheid is vastgelegd in circulaires, regelingen, AMvB's en wetten. In Nederland worden twee maten gehanteerd voor externe veiligheidsrisico's, namelijk het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Bij het plaatsgebonden risico (PR) gaat het om de kans per jaar dat een denkbeeldig persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen als deze persoon zich onafgebroken en onbeschermd in de nabijheid van een risicovolle inrichting of transportas bevindt. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven als een contour rondom de risicovolle inrichting of de transportas. Het groepsrisico (GR) is de cumulatieve kans dat een (werkelijk) aanwezige groep van 10, 100 of 1.000 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico moet verantwoord worden voor het gebied waarbinnen zich de gevolgen van een incident met gevaarlijke stoffen voordoen. Dit is de zogenaamde 1 %-letaliteitsgrens; de afstand vanaf een risicobedrijf waarop nog slechts 1 % van de blootgestelde mensen in de omgeving overlijdt bij een ongeval op het risicobedrijf (invloedsgebied).
Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein, bijvoorbeeld rondom chemische fabrieken, LPG-tankstations en spoorwegemplacementen waar goederentreinen met gevaarlijke stoffen rangeren. Deze bedrijven verrichten soms risicovolle activiteiten dichtbij woningen, kantoren, ziekenhuizen, scholen of winkels. Het besluit verplicht gemeenten en provincies wettelijk vanaf de inwerkingtreding van het besluit bij het verlenen van milieuvergunningen en het maken van ruimtelijke plannen met externe veiligheid rekening te houden. Het gaat daarbij niet alleen om het oprichten van of veranderen van inrichtingen of projecteren van nieuwe bestemmingen. Ook bij het vaststellen of herzien van een bestemmingsplan moet de externe veiligheid worden beoordeeld. In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) is geregeld hoe een gemeente moet omgaan met risico's langs relevante buisleidingen. De hogedruk gasleidingen van Gasunie zijn het meest relevant. De risico's worden vooral bepaald door de maximale druk en diameter van de leiding, maar ook door getroffen maatregelen. De Wet basisnet voorziet in een wijziging van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen ('Wvgs') ter verankering van een landelijk basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.
Het basisnet is een samenstel van wegen, binnenwateren en hoofdspoorwegen waaraan een bepaalde risicoruimte voor het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt toegekend. Als deze risicoruimte, de zogenaamde risicoplafonds, door een groei van het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt overschreden of dreigt te worden overschreden, moet de minister maatregelen nemen. De risicoplafonds moeten daarnaast in acht worden genomen bij het toestaan van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van basisnetroutes. Op deze manier kan de veiligheid langs de transportroutes voor gevaarlijke stoffen in toenemende mate worden gegarandeerd. Gelijktijdig met de Wet Basisnet zijn ook andere regelingen in werking getreden zoals de wijziging van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen (Bvgs), de Regeling basisnet en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) is een aandachtsgebied gedefinieerd waarbinnen het groepsrisico verantwoord moet worden (200 m). Buiten deze zone hoeft in het invloedsgebied alleen ingegaan te worden op de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid (beperkte verantwoording).
24
bestemmingsplan "Akkerweg 3a Wijchen" (definitief)
bestemmingsplan Akkerweg 3a Wijchen
Een (beperkte) verantwoordingsplicht voor de hoogte van het groepsrisico is tevens aan de orde indien een plangebied zich bevindt binnen het invloedsgebied van een risicobron. Het invloedsgebied wordt bepaald door de 1% letaliteitsafstand van de stofcategorieën die getransporteerd worden. In de HART zijn per stofcategorie en per modaliteit vaste afstanden opgenomen voor de begrenzing van het invloedsgebied:
Invloedsgebied per stofcategorie (HART)
4.7.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Op navolgende afbeelding is een uitsnede weergegeven van de provinciale risicokaart. Hierop is informatie weergegeven ten aanzien van inrichtingen met gevaarlijke stoffen, transportroutes en buisleidingen.
Uitsnede risicokaart met globale aanduiding plangebied (blauwe omkadering) Inrichtingen c.q. bedrijven De risicokaart laat zien dat in de omgeving van het plangebied één risicovolle inrichting is. Het gaat om een tankstation van Gulf, aan de Nieuweweg 250 in Wijchen. Het LPG-tankstation heeft een invloedsgebied van 150 m. Het plangebied ligt op circa 440 m.
bestemmingsplan "Akkerweg 3a Wijchen" (definitief)
25
bestemmingsplan Akkerweg 3a Wijchen
Vervoer van gevaarlijke stoffen over het water Ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het water zijn uitsluitend waterwegen van belang waar vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. Op basis van de bovengenoemde afstanden, blijkt dat het maximale invloedsgebied van gevaarlijke stoffen die over water vervoerd worden, 1.070 m bedraagt (GT3stoffen). De rond Wijchen gelegen waterwegen bevinden zich op een afstand van minimaal 4,5 km van het plangebied. Het plangebied ligt derhalve niet binnen een invloedsgebied van een waterweg. Gelet op de afstand van het plangebied tot deze vaarwegen vormt dit geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg Ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg zijn uitsluitend de transportassen van belang waar structureel vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. In beginsel zijn dit A- en N-wegen. Voor het plangebied zijn de A73, A326, N324 en N845 (binnen een straal van 4.000 m) mogelijk relevant. De A326, N324 en de N845 zijn niet opgenomen in het Basisnet weg. Tevens zijn de N324 en de N845 niet opgenomen in de meest recente telgegevens van Rijkswaterstaat.
Over deze N-wegen vindt derhalve geen structureel transport van gevaarlijke stoffen plaats en worden verder buiten beschouwing gelaten. De rijksweg A73 (wegvak G26) ligt op een afstand van circa 1,1 km in oostelijke richting van het plangebied. Deze weg is opgenomen in het Basisnet weg. Gelet op de ruimtelijke scheiding is de PR 10-6-risicocontour en het plasbrandaandachtsgebied (PAG) van deze weg geen aandachtspunt voor de planvorming. Aangezien het plangebied op meer dan 200 meter van deze weg is gelegen, is het niet noodzakelijk om de invloed van het plan op de hoogte van het groepsrisico kwantitatief inzichtelijk te maken. Uit de jaarintensiteiten van Rijkswaterstaat blijkt dat over de A73, ter hoogte van het plangebied LF1, LF2, LT1, LT2, LT4, GF1, GF2, GF3, GT3, GT4-stoffen worden getransporteerd. Het aantal GT4-tranporten bedraagt 33 per jaar, waardoor geen sprake is van een PR10 -6-risicocontour. Ook is geen sprake van een PAG. Gezien de afstand tot de A73, is de hoogte van het groepsrisico een aandachtspunt met betrekking tot het vervoer van GT4. De herbouw van één vrijstaande woning heeft echter geen invloed op het groepsrisico. Op een afstand van circa 1,5 km van het plangebied is de Rijksweg A326 (wegvak G90) aanwezig, waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De A326 is niet opgenomen in het Basisnet weg.
Uit de jaarintensiteiten van Rijkswaterstaat (juni 2019) blijkt dat over de A326, ter hoogte van het plangebied LF1, LF2, LT1, LT2, GF2 en GF3 stoffen worden getransporteerd. Het plangebied ligt daarmee niet binnen het invloedsgebied van deze weg. De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over deze weg vormen geen aandachtspunt voor het plan. Vervoer van gevaarlijke stoffen over de spoorweg Ook ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor zijn uitsluitend spoorwegen van belang waar vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. Op circa 800 m ten noorden van het plangebied is de spoorlijn Den Bosch Diezebrug aansl - Nijmegen (traject 64H) gelegen. Deze spoorlijn is opgenomen in het Basisnet spoor. Gelet op de ruimtelijke scheiding is de PR 10-6-risicocontour en het plasbrandaandachtsgebied (PAG) van deze spoorweg geen aandachtspunt voor de planvorming. Aangezien het plangebied op meer dan 200 meter van deze spoorweg is gelegen, is het niet noodzakelijk om de invloed van het plan op de hoogte van het groepsrisico kwantitatief inzichtelijk te maken. Uit bijlage II Tabel Basisnet spoor van de Regeling basisnet volgt dat over dit spoortraject de stofcategorieën A, B2, C3, D3 en D4 worden vervoerd.
Het plangebied ligt daarmee binnen het invloedsgebied van deze spoorweg. De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over deze spoorweg moeten worden meegenomen in een beperkte verantwoording van het groepsrisico. De herbouw van één vrijstaande woning heeft echter geen invloed op het groepsrisico. Vervoer van gevaarlijke stoffen door een buisleiding Het plangebied ligt niet in de nabijheid van hogedruk aardgastransportleidingen. Gelet op de relatief grote afstand van het plangebied tot de omliggende gasleidingen (minimaal circa 1,3 km) bestaan er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.
26
bestemmingsplan "Akkerweg 3a Wijchen" (definitief)
bestemmingsplan Akkerweg 3a Wijchen
Beleidsvisie Wijchen externe veiligheid Door de gemeente Wijchen is in 2016 de 'Beleidsvisie Externe Veiligheid' vastgesteld. In deze beleidsvisie is onder meer vastgelegd op welke wijze het groepsrisico verantwoord moet worden. Daarbij geldt hoe dichter bij de risicobron en hoe kwetsbaarder het object, hoe zwaarder de verantwoordingsplicht wordt ingevuld. Op basis van de beleidsvisie is het plangebied gelegen binnen de 'zonering Rijksweg A73', de 'zonering spoorlijn Den Bosch' en de ‘zonering provinciale en gemeentelijke wegen’. Gelet op de afstand tot de (spoor)wegen kan volstaan worden met navolgende ‘standaardverantwoording a’ Verantwoording groepsrisico Het plangebied en de geprojecteerde ontwikkeling bevindt zich op grote afstand van een risicobron. Om deze reden wordt conform de Beleidsvisie externe veiligheid een standaardverantwoording toegepast. Ontwikkeling groepsrisico Vanwege de grote afstand tot de risicobron zal een toename van personendichtheden niet significant doorwerken in de rekenkundige hoogte van het groepsrisico. De beschouwing van het groepsrisico en de verantwoording daarvan is om deze reden volledig kwalitatief uitgevoerd. Mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico De mogelijkheid tot beperking van het groepsrisico door het beïnvloeden van de personendichtheid is op deze grote afstand tot de risicobron geen item.
Zoals gesteld heeft op deze afstand een toe- of afname van personendichtheid geen invloed op het groepsrisico. Daarnaast is de kans te overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen is in deze gebieden vele malen kleiner dan 1/1.000.000. Veiligheidsmaatregelen aan de bron zijn daarom niet realistisch. Bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, zal de brandweer inzetten op het beperken of voorkomen van effecten. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij dat incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert. Bij het genoemde incidentscenario is het advies om te schuilen in een gebouw en de ramen, deuren en ventilatieopeningen te sluiten. In het plangebied zijn voldoende mogelijkheden aanwezig om dit advies tijdig op te volgen. Aan nieuwe woningen worden hoge eisen gesteld aan kierdichtheid.