CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

t bijlage 8 verkennend archeologisch onderzoek

Raad openbaar Wijchen 24 juni 2021, gemeente wijchenBij agendapunt: 62156 Ontwerpverklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning OV 20200277 Kasteellaan 48-50 Wijchen11.148 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Kasteellaan 48 te Wijchen Gemeente Wijchen

Opdrachtgever Stichting Wooninitiatief via: Oosterhout Architecten Mw. G. Offerein www.oosterhoutarchitecten.nl tel. 024 – 677 5054 Dorpssingel 12, 6641 BE Beuningen

Projectnummer 192595 Kenmerk CA/DIR/HAMA/192223

Eindredactie/kwaliteitscontrole

Drs. E.E.A. van der Kuijl

Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

Paraaf

Datum

01-09-2020

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Kasteellaan 48 te Wijchen : CA/DIR/HAMA/192223

Colofon Opdrachtgever

Stichting Wooninitiatief via Oosterhout Architecten

Project

Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Plangebied Kasteellaan 48 te Wijchen

Projectnummer

192223

Titel

Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Kasteellaan 48 te Wijchen, Gemeente Wijchen

Datum en versie

01-09-2020, versie 1.2 (concept)

Auteurs

Mw. C. Assië MA, Drs. E.E.A. van der Kuijl en mw. ing. J.F.M. Rohling

Kwaliteitscontrole

Drs. E.E.A. van der Kuijl (senior KNA archeoloog / senior KNA prospector)

Afbeelding voorzijde:

Luchtfoto van het plangebied (Archis3)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

2 van 17

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Kasteellaan 48 te Wijchen : CA/DIR/HAMA/192223

Inhoud Samenvatting................................................................................................................................... 4 1.

2

3

4

Inleiding.................................................................................................................................... 6 1.1

Inleiding en onderzoekskader ......................................................................................... 6

1.2

Doel en vraagstelling van het bureauonderzoek ............................................................ 7

1.3

Werkwijze ....................................................................................................................... 7

1.4

Beleidskaders ................................................................................................................. 7

1.5

Administratieve gegevens ............................................................................................. 11

Bureauonderzoek en verwachtingsmodel .............................................................................. 12 2.1

Landschapsgenese ....................................................................................................... 12

2.2

Historische ontwikkeling plangebied en haar directe omgeving ................................... 16

2.3

Archeologische waarden .............................................................................................. 19

2.4

Archeologisch verwachtingsmodel ............................................................................... 24

2.5

Conclusie ...................................................................................................................... 25

Booronderzoek....................................................................................................................... 27 3.1

Werkwijze Booronderzoek ............................................................................................ 27

3.2

Resultaten ..................................................................................................................... 27

Conclusie en aanbeveling ...................................................................................................... 31 4.1

Conclusie ...................................................................................................................... 31

4.2

Selectieadvies ............................................................................................................... 31

4.3

Voorbehoud .................................................................................................................. 31

Gebruikte literatuur ........................................................................................................................ 33 Rapporten .................................................................................................................................. 33 Geraadpleegde websites ........................................................................................................... 33 BIJLAGEN ..................................................................................................................................... 34

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

3 van 43

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Kasteellaan 48 te Wijchen : CA/DIR/HAMA/192223

Samenvatting Hamaland Advies heeft in opdracht van Stichting Wooninitiatief via Oosterhout Architecten een archeologisch bureauonderzoek conform de BRL 4002 uitgevoerd voor het plangebied gelegen aan de Kasteellaan 48 te Wijchen. De bestaande bebouwing wordt gesloopt, waarna een nieuw woongebouw voor 12 meervoudig gehandicapte mensen wordt gerealiseerd. De toekomstige verstoringsdiepte is nog niet bekend, maar zal zeker meer dan 80 cm-mv bedragen (vorstvrij funderen). Het achterterrein wordt in de toekomst mogelijk ook bebouwd, maar vooralsnog wordt gedacht aan het plaatsen van ca. 120- tot 150 m² port-a-cabins, deze komen op het maaiveld te staan en worden maar zeer beperkt gefundeerd. Het voorste deel van het plangebied heeft volgens de archeologische beleidskaart (oost) een hoge archeologische verwachting. Het achterste deel van het plangebied is binnen de attentiezone van een archeologische vindplaats gelegen. Vanwege de ligging in twee zones geldt de hoogste waarde (in dit geval ‘vindplaats’) als toetsingswaarde. Dit houdt in dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 30 m2 waarbij aangetoond moet worden, door middel van een rapport, hoe het met de archeologische waarden in de ondergrond gesteld is.

Bureauonderzoek Op grond van de resultaten van het bureauonderzoek kan geconcludeerd worden dat het plangebied in potentie een hoge trefkans heeft op archeologische resten uit alle perioden (Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd). Bovendien heeft het plangebied al deels een vastgestelde archeologische waarde door de aanwezigheid van een vindplaats. Op de kadastrale minuut is historische bebouwing zichtbaar binnen het plangebied, welke rond 1955 is gesloopt. In de noordzijde van het plangebied dient dan ook rekening gehouden te worden met de mogelijkheid op funderingsresten van deze historische bebouwing. Deze hoge verwachting is gerelateerd aan de landschappelijke situatie. Het plangebied is gelegen op een hoger in het landschap liggende rivierduin in de buurt van water. Vanaf de Middeleeuwen is er ter plaatse van het plangebied vermoedelijke een esdek ontstaan, die archeologische waarden tegen latere bodemverstoringen kan hebben beschermd. Resten uit de Vroege Middeleeuwen tot en met de Tweede Wereldoorlog worden direct in of onder de bouwvoor en in de top van het esdek verwacht. De archeologische resten uit het Paleolithicum tot en met de Romeinse tijd worden onder het esdek en in de top van de oorspronkelijke C-horizont verwacht. Verwacht wordt dat de vondstenlaag uit deze perioden is opgenomen onder in het esdek, waardoor sprake zal zijn van een cultuurlaag.

Archeologische sporen zullen zich bevinden tot ongeveer 25 cm in de top van de C-horizont. Hierbij dient op te worden gemerkt dat er in de buurt van het plangebied meerdere overstoven laagtes en vennen zijn aangetroffen. In Wijchen is het dan ook aan te bevelen om bij prospectief booronderzoek altijd te boren tot onder het duinzand, dat wil zeggen tot in de Wijchenleem (meestal op 5 tot 6 m +NAP) of tot in Terras X. Op die manier hoeven overstoven vindplaatsen niet onopgemerkt te blijven. Organische resten en bot zullen door de relatief droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd. Aardewerk en houtskool zullen redelijk geconserveerd zijn. Booronderzoek Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat In het plangebied sprake is van een oud overstoven rivierduin behorend tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen. Op het rivierduin is vanaf de Vroege en Volle Middeleeuwen door plaggenbemesting een dik plaggendek ontstaan, dat afgedekt wordt door een subrecente bouwvoor uit de Moderne Tijd. In het plaggendek is een groot aantal archeologische indicatoren aanwezig die duiden op menselijke bewoning, in ieder geval vanaf de Middeleeuwen. De oude overstoven cultuurlaag in de top van het rivierduin heeft een oude datering, mogelijk in de Romeinse Tijd.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

4 van 43

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Kasteellaan 48 te Wijchen : CA/DIR/HAMA/192223

Selectieadvies Vanwege de aanwezigheid van een intacte bodemopbouw en de aanwezigheid van een plaggendek met archeologische indicatoren uit de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd, achten wij vervolgonderzoek door middel van waarderend proefsleuvenonderzoek noodzakelijk indien bodemingrepen plaatsvinden die dieper gaan dan 35 cm-mv. Voorafgaand aan het waarderend proefsleuvenonderzoek dient een Programma van Eisen opgesteld te worden dat getoetst zal worden door mw. E. van der Linden (gemeentelijk archeoloog). Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Wij wijzen erop dat het selectiebesluit van het bevoegd gezag af kan wijken van het selectieadvies van Hamaland Advies. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Erfgoedwet 1-7-2016, art. 5.10 en 5.11) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”.

Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en de verantwoordelijke ambtenaar van de gemeente Wijchen (mw. drs. E. van der Linden).

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

5 van 43

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Kasteellaan 48 te Wijchen : CA/DIR/HAMA/192223

1.

Inleiding

1.1

Inleiding en onderzoekskader Hamaland Advies heeft in opdracht van Stichting Wooninitiatief via Oosterhout Architecten een archeologisch bureauonderzoek conform de BRL 4002 uitgevoerd voor het plangebied gelegen aan de Kasteellaan 48 te Wijchen (zie Afbeelding 1). De bestaande bebouwing wordt gesloopt waarna een nieuw woongebouw voor 12 meervoudig gehandicapte mensen wordt gerealiseerd. De toekomstige verstoringsdiepte is nog niet bekend, maar zal zeker meer dan 80 cm-mv bedragen (vorstvrij funderen). Het achterterrein wordt mogelijk in de toekomst ook bebouwd, maar vooralsnog wordt gedacht aan het plaatsen van ca. 120- tot 150 m² port-a-cabins, deze komen op het maaiveld te staan en worden maar zeer beperkt gefundeerd. Het voorste deel van het plangebied heeft volgens de archeologische beleidskaart (oost) een hoge archeologische verwachting. Het achterste deel van het plangebied is binnen de attentiezone van een archeologische vindplaats gelegen. Vanwege de ligging in twee zones geldt de hoogste waarde (in dit geval ‘vindplaats’) als toetsingswaarde.

Dit houdt in dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 30 m2 waarbij aangetoond moet worden, door middel van een rapport, hoe het met de archeologische waarden in de ondergrond gesteld is.1 Vanwege de overschrijding van de vrijstellingsgrens is door Hamaland Advies een KNA conform bureauonderzoek en veldonderzoek zijn uitgvoerd. De resultaten en aanbevelingen uit deze rapportage zullen worden getoetst door het bevoegd gezag, de Gemeente Wijchen (mevr. E. van der Linden, gemeentelijk archeoloog).

Afbeelding 1: Topografische kaart met het plangebied in het rode kader (Archis3)

1

Goossens, E. & L.M. Flokstra, 2009

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

6 van 43

Project Kenmerk

1.2

: BO en IVO plangebied Kasteellaan 48 te Wijchen : CA/DIR/HAMA/192223

Doel en vraagstelling van het bureauonderzoek Het doel van het bureauonderzoek is het verkrijgen van inzicht in bekende en te verwachten archeologische waarden in en om het plangebied. Op basis van de verworven informatie wordt een archeologisch verwachtingsmodel voor de onderzoekslocatie opgesteld. De volgende vragen zullen, indien mogelijk, beantwoord worden: • Wat is de bodemopbouw en de vermoedelijke intactheid van het bodemprofiel binnen het plangebied? • Kunnen er archeologische vindplaatsen in het onderzoeksgebied aanwezig zijn en zo ja welke en waar (welke diepte) en in welke vorm? Het antwoord op deze vragen zal worden verwerkt in een archeologisch verwachtingsmodel voor het plangebied, waarbij aangegeven zal worden of een nader onderzoek nodig zal zijn of niet.

1.3

Werkwijze Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (protocol 4002 Bureauonderzoek KNA, versie 4.1) en bestaat uit de volgende onderdelen: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Afbakenen Plan- en onderzoeksgebied, vermelden overheidsbeleid, vaststellen consequenties toekomstig gebruik (KNA-LS01) Beschrijving van het huidig gebruik (KNA LSO2); Beschrijving van de historische situatie en de mogelijke verstoringen KNA LSO3); Beschrijving van de bekende archeologische, ondergrondse bouwhistorische en aardwetenschappelijke kenmerken (KNA LSO4); Het opstellen van een specifieke verwachting en formulering onderzoeksstrategie (KNA LSO5); Het opstellen van een standaardrapport (KNA LS06).

Om tot een gefundeerd archeologisch verwachtingsmodel te komen is voor het onderzoek relevant bronnenmateriaal geraadpleegd. Door informatie uit verschillende invalshoeken samen te voegen ontstaat de mogelijkheid dwarsverbanden te leggen tussen de diverse brontypen en aan de hand hiervan een geïntegreerd archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. De gegevens voor het bureauonderzoek zijn ontleend aan: • • • •

1.4

Archis, het geautomatiseerde archeologische informatiesysteem voor Nederland; Geomorfologisch, geologische, bodemkundig, topografisch en historisch kaartmateriaal; Archeologische Waardenkaart gemeente Wijchen; Archeologische rapporten en publicaties.

Beleidskaders Rijksbeleid In 1992 werd in Valletta door de Ministers van Cultuur van de bij de Raad van Europa aangesloten landen het 'Europees Verdrag inzake de bescherming van het Archeologisch Erfgoed', beter bekend onder de naam 'Verdrag van Malta', ondertekend. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is op 1 september 2007 in werking getreden. De nieuwe wet heeft zijn beslag gekregen via een wijziging van de Monumentenwet 1988, aanpassingen in de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) en enkele andere wetten en met de invoering van de Wabo (2010). Met de nieuwe Wet op de Archeologische Monumentenzorg is het accent komen te liggen op het streven naar het behoud en beheer van archeologische waarden in de bodem (in situ) en het beperken van (de noodzaak van) archeologische opgravingen. Uitgangspunt van het nieuwe beleid is tevens het principe 'de verstoorder betaalt'. Bij het voorbereiden van werkzaamheden die het bodemarchief kunnen verstoren (zoals de aanleg van een weg, een nieuwe woonwijk, een

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

7 van 43

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Kasteellaan 48 te Wijchen : CA/DIR/HAMA/192223

bedrijventerrein), dient onderzocht te worden of daardoor archeologische resten verstoord kunnen worden. Als uit het onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn en deze niet ter plaatse behouden kunnen blijven, dan dient de initiatiefnemer van het werk de kosten te dragen die gepaard gaan met het opgraven en conserveren van de plaats. Met de introductie van de nieuwe wet zijn de kerntaken en bestuurlijke verantwoordelijkheden van gemeenten veranderd. Eén van de belangrijkste consequenties is, dat gemeenten een centrale rol is toegekend in de bescherming van archeologisch erfgoed. In de wet is bepaald, dat gemeenten door inzet van een planologisch instrumentarium het archeologisch belang dienen te waarborgen. Bescherming van het archeologisch erfgoed kan onder meer vorm krijgen door in bestemmingsplannen regels ter bescherming van bekende en te verwachten archeologische waarden op te nemen. In de regelgeving is vastgelegd dat in het kader van een omgevingsvergunning van de aanvrager geëist kan worden dat hij een rapport overlegt waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein voldoende is vastgesteld. Voor de toetsing van archeologische waarden is een archeologisch bestel ontwikkeld, waarmee de archeologische waarde van een terrein bepaald kan worden door middel van een getrapt systeem van onderzoek.

In het kader van het vrijstellingsbesluit volstaat in eerste instantie een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van toepassing. De Erfgoedwet harmoniseert bestaande wet- en regelgeving, schrapt overbodige regels en legt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed zoveel mogelijk bij het erfgoedveld zelf: musea, collectiebeheerders, archeologen, eigenaren en overheden. Bepaalde onderdelen van de wettelijke bescherming van het cultureel erfgoed verhuizen naar de nieuwe Omgevingswet. De vuistregel hierbij is: duiding van erfgoed in de Erfgoedwet, omgang met erfgoed in de fysieke leefomgeving in de Omgevingswet.

Provinciaal Beleid Het provinciaal beleid van Gelderland t.a.v. cultuurhistorie en archeologische monumentenzorg is vastgelegd in het Cultuur- en erfgoedprogramma2. Zij wil bewerkstelligen: • Versterken van de functionaliteit van erfgoed • Verbeteren van de uitvoeringskwaliteit door samenwerking in het erfgoednetwerk • Stimuleren van innovatie en nieuwe ontwikkelingen • Verankeren van de geschiedenis van Gelderland in de identiteit van de Gelderse regio’s • Versterken van de maatschappelijke rol van musea • Versterken van de presentatie van collecties beeldende kunst die verbonden zijn met onze provincie, de ‘Gelderse school’ • Stimuleren van kwalitatief hoogwaardig cultuuronderwijs op basisscholen.

Cultuureducatie heeft een vaste plek in het lesaanbod binnen het basisonderwijs • Stimuleren van cultuur- en erfgoedparticipatie In de programmaperiode 2017-2020 gaat de provincie aan de slag met: • Klimaat en duurzaamheid met betrekking tot onderhoud van erfgoed in de provincie; • Samenwerking met kennis- en onderwijsinstellingen zoals Universiteiten en Hogescholen over instandhoudingstechnologie (innovaties van materialen, methoden en technieken) • Archeologische en cultuurhistorische Beleidsadvieskaarten van gemeenten toegankelijk maken voor een breder publiek; • Actualisatie Kennisagenda Archeologie van Gelderland en samen met gemeenten implementatie van de Erfgoedwet; • Het actief omgaan met nieuwe opgaven zoals het (laten) verrichten van onderzoek leegstand van monumentaal vastgoed; • Inventarisaties groen, haalbaarheidsonderzoeken of strategische beheervisies, gemeentelijke visies; • Bescherming erfgoedwaarden door inzet deskundigheid en maatwerk in de regelgeving. Voor de Limes voorbereiding van de aanwijzing als Werelderfgoed; • Instandhouding en beleefbaar maken door afsprakenkaders met gemeenten, restauratie fysieke projecten, functieverandering en duurzaamheidsbevordering; 2

www.gelderland.nl

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

8 van 43

Project Kenmerk

• •

: BO en IVO plangebied Kasteellaan 48 te Wijchen : CA/DIR/HAMA/192223

Programmatische samenwerking door een netwerk van alle relevante partijen; De uitvoering van projecten als de Vliegende startprojecten, Kennisagenda archeologie, Landgoederen en buitenplaatsen, Landgoed Sevenaer.

Provinciale kennisagenda Rivierenland3 Deze agenda heeft de volgende thema’s: • De Romeinse Limes in Gelderland: Locatie van de limesweg en de bijbehorende castella met hun bewoners. Focus op het verdedigingsmechanisme van het Romeinse rijk en de rol van bruggen, wachttorens en vici4 hierin. • Het militaire verleden vanaf de Middeleeuwen: In de Liemers en Beuningen en ommelanden lag tot 1813 het grensgebied tussen de Nederlanden en het Pruisische rijk. De burcht in Beuningen speelde een belangrijke rol in de strijd tussen Gelre en Kleef. De Oude en Nieuwe Hollandse Waterlinie waren in gebruik in respectievelijk de 17e en 18e eeuw en van 1815 tot 1940. • Het rituele landschap: Sporen van rituelen zijn gevonden in kommetjes, moerasbossen, restgeulen en rivierbeddingen. Het grafritueel in de vroege prehistorie, Romeinse tijd en vroege middeleeuwen is nog niet goed in beeld gebracht. • Het rivierenlandschap als bron van economische ontwikkeling: Al vanaf de prehistorie worden goederen in het rivierengebied geïmporteerd en geëxporteerd, waarbij de rivieren als verbindingswegen een grote rol speelden. Om welke grondstoffen en producten gaat het? Waar bevonden zich de winlocaties en productiecentra?

Gemeentelijk beleid Met de invoering van de Wet op de archeologische monumentenzorg in 2007 (thans Erfgoedwet) is de verantwoordelijkheid voor het bodemarchief gedelegeerd aan gemeenten. Gemeente Wijchen beschikt derhalve over eigen archeologiebeleid en treedt op als bevoegd gezag. De gemeente beschikt tevens over een archeologische beleidskaart uit 2009 (zie Afbeelding 2).5 Hierop is het plangebied gelegen in de bebouwde kom met een hoge verwachting. Tevens ligt het op de vindplaats en in de aandachtszone van een archeologische vindplaats. Vanwege de ligging in twee zones geldt de hoogste waarde (in dit geval ‘vindplaats’) als toetsingswaarde. Dit houdt in dat bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een bouwwerk groter dan 30 m² de aanvrager een rapport dient te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden, waarop de aanvraag betrekking heeft, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld.6

3

zie hoofdstuk 3; Kennisagenda Archeologie Rivierengebied; Bruning L. 2012 Burgerlijke nederzetting bij een militair fort 5 Goossens & Flokstra, 2009 6 Artikel 28 Geconsolideerde versie Buitengebied en herziening 2014 via https://www.ruimtelijkeplannen.nl 4

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

9 van 43

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Kasteellaan 48 te Wijchen : CA/DIR/HAMA/192223

Afbeelding 2: Uitsnede uit de Archeologische beleidskaart, met het plangebied in het rode kader (Goossens & Flokstra, 2009, Beleidskaart oost)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

10 van 43

Project Kenmerk

1.5

: BO en IVO plangebied Kasteellaan 48 te Wijchen : CA/DIR/HAMA/192223

Administratieve gegevens Tabel 1: Gegevens projectgebied Uitvoerder, Beheer en plaats documentatie

Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Bevoegd gezag

Gemeente Wijchen

Provincie, Gemeente, Plaats

Gelderland, Wijchen, Wijchen

Toponiem, Adres

Kasteellaan 48

Kaartbladnummer 1:25000

39H

RD-coördinaten

X, Y N

178.761, 424.469

O

178.785, 424.427

Z

178.791, 424.372

W

178.766, 424.417

Centrumcoördinaat

178.777, 424.418

Hoogte centrumcoördinaat

7

8,80 m+NAP

Kadastrale gegevens8

Gemeente Wijchen, Sectie I, perceel 331

Onderzoekmeldingsnummer9

4880497100

Oppervlakte plangebied 10

2.100 m²

Huidig grondgebruik

11

Toekomstig grondgebruik 12 13

Bebouwing, gras, bomen Woning, erf

Geologie

Bx4: Formatie van Delwijnen, rivierduinzand

Geomorfologie 14, extrapolatie

B57 rivierduin

Bodemtype 15

bEZ30: Hoge bruine enkeerd °grond, grof zand

Grondwatertrap Periode

16

VI (H 40-80, L >120) of VII (H 80-140, L >120) Paleolithicum t/m Nieuwe Tijd

7

AHN Archis3 9 Archis3 10 Opgave opdrachtgever en opmeting in GIS-programma 11 Opgave opdrachtgever 12 Opgave opdrachtgever 13 Geologische kaart 1:50.000 14 Archis3 geomorfologische kaart 2008 15 Archis3 bodemkaart 2014 16 http://maps.bodemdata.nl 8

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

11 van 43

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Kasteellaan 48 te Wijchen : CA/DIR/HAMA/192223

2

Bureauonderzoek en verwachtingsmodel

2.1

Landschapsgenese Geologie Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Wijchen. Wijchen ligt in het rivierengebied ingeklemd tussen de Waal in het noorden en de Maas in het zuiden en is daardoor langdurig beïnvloed door sedimentatie vanuit de rivieren. Voornamelijk de Rijn heeft dikke pakketten grind, zand en klei afgezet. In de ondergrond bevinden zich oude rivierafzettingen van de Rijn die behoren tot de Formatie van Kreftenheye en tijdens het Weichselien zijn gevormd (circa 115.000 – 11.755 jaar geleden).17 De rivieren kenmerkten zich in deze periode door een vlechtend patroon met meerdere geulen en een onregelmatige afvoer. Vanaf het Laat-Glaciaal (circa 15.000 – 11.755 jaar geleden) tot in het Vroeg-Holoceen (circa 11.755 jaar geleden) begonnen de rivieren te meanderen. Op het zand en grind van de Formatie van Kreftenheye werd een pakket compacte, zandige klei afgezet, de Laag van Wijchen. Deze Laag van Wijchen wordt gevormd door klei die tijdens overstromingen in de riviervlakte werd afgezet en waar vervolgens zand inwaaide. Het inwaaien van zand uit de rivierbedding zorgde in het rivierengebied voor het lokaal voorkomen van rivierduinen. De rivierduinen stammen uit de Jonge Dryas (circa 12.745 – 11.755 jaar geleden).

In deze periode is het tijdelijk heel koud en droog geworden en hebben de rivieren deels weer een vlechtend patroon, zodat een groot deel van de overstromingsvlakte een groot deel van het jaar droog en onbegroeid is. Op deze manier is weer zand beschikbaar dat door de wind is weggeblazen en elders is opgewaaid. Het rivierduinzand bestaat uit matig gesorteerd, matig grof zand en wordt tot het Laagpakket van Delwijnen van de Formatie van Boxtel gerekend.18 Op de zandbanenkaart van de provincie Gelderland19 is het plangebied niet gekarteerd wegens de ligging binnen de bebouwde kom. Noordelijk van Wijchen is dekzand onder de bouwvoor te verwachten. Zuidelijk van Wijchen is door de aanwezigheid van afzettingen van de Maas het dekzand op verscheidene dieptes onder het maaiveld te verwachten. Door deze discrepanties is het op basis van de huidige informatie niet mogelijk om een verwachting op te stellen van de diepte waarop het dekzand aangetroffen kan worden. Op de ouderdomskaart van Cohen20 ligt het plangebied buiten het stroomgebied van de Maas. Het plangebied is gevestigd in het pre-deltaïsch landschap van het einde van het Pleistoceen met dekzandruggen en rivierduinen. Volgens de geologische kaart is ter plaatse van het plangebied de Formatie van Delwijnen (rivierduinzand) aanwezig.

Geomorfologie Het gehele plangebied is op de geomorfologische kaart21 niet gekarteerd wegens de ligging binnen de bebouwde kom van Wijchen. In de buurt van het plangebied zijn een landduinen (L54), dekzandwelvingen (L51), rivierduinen (B57), terrasvlakte (M42), restgeul van de Maas (R43) en een stroomrug (B44) gelegen (zie Afbeelding 3). Op basis van archeologisch onderzoek dat is uitgevoerd in de buurt van het plangebied is er hoogstwaarschijnlijk sprake van een rivierduin binnen het plangebied.

17

Berendsen, 2005 Berendsen, 2008 19 https://gelderland.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=471707400d6f44d5a743100c65e3ce9b 20 Cohen, 2014 (bestand UIKAV2014_Bijlage_H_ATLAS_Ouderdomskaart.pdf) 21 Archis3 18

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

12 van 43

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Kasteellaan 48 te Wijchen : CA/DIR/HAMA/192223

Afbeelding 3: Uitsnede van de geomorfologische kaart met het plangebied in het rode kader (Archis3).

Bodem Op de bodemkaart22 is het plangebied niet gekarteerd wegens de ligging binnen de bebouwde kom (zie Afbeelding 4). Het meest aannemelijk is dat er ter plaatse van het plangebied sprake is van een hoge bruine enkeerdgrond, bestaande uit grof zand (bEZ30). In de omgeving komen echter ook kalkloze poldervaaggronden (Rn95C), kalkloze ooivaaggronden (Rd10C) en vorstvaaggronden (Zb30) voor. Enkeerdgronden bestaan uit een humusrijke bruingekleurde laag grond, het esdek, van ten minste vijftig centimeter dik. Deze bodemsoort komt voor in zandlandschappen die gevormd zijn in het Pleistoceen. Deze gronden zijn ontstaan door het potstalsysteem waarbij de grond werd bemest met dierlijke mest en plaggen. In enkeerdgronden wortelen planten tot de C-horizont die van 0 tot 80 centimeter diepte begint. Bruine enkeerdgronden zijn ontstaan door het gebruik van bosstrooisel en graszoden binnen het potstalsysteem. Deze gronden worden veelal aangetroffen op zandruggen nabij beekdalen. De bruine enkeerdgronden bevatten sporen van zand en leem.23 In het eerste geval is onder het esdek vaak nog een restant van het oorspronkelijke bodemprofiel aanwezig. De oorspronkelijke A-horizont (het voormalige loopoppervlak) is over het algemeen verploegd en opgenomen in het esdek. Dieper kunnen nog de onverstoorde resten, de B- en B/Chorizont, van het podzolprofiel voorkomen.

Op grotere diepte gaat de B- of B/C-horizont over in het moedermateriaal (de C-horizont).

22 23

Archis3 Bakker en Schelling, 1989

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

13 van 43

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Kasteellaan 48 te Wijchen : CA/DIR/HAMA/192223

Afbeelding 4 : Uitsnede van de bodemkaart met het plangebied in het rode kader (Archis3).

Grondwater Het plangebied is wegens de ligging binnen de bebouwde kom niet gekarteerd 24. In de buurt van het plangebied komen twee grondwaterstanden voor, namelijk grondwatertrap VI en VII. Het is aannemelijk dat één van beide grondwaterstanden ook binnen het plangebied aanwezig is. Bij grondwatertrap VI bevindt het grondwater zich bij een hoge grondwaterstand tussen 40-80 cm-mv en bij een lage grondwaterstand dieper dan 120 cm-mv. Bij grondwatertrap VII bevindt het grondwater zich bij een hoge grondwaterstand tussen 80-140 cm-mv en bij een lage grondwaterstand dieper dan 120 cm-mv.

Hoogte Op het Actueel Hoogtebestand Nederland heeft het plangebied een hoogte van ca. 8,80 m+NAP.25 Er zijn geen grote hoogteverschillen in het plangebied zelf aanwezig. Het plangebied is duidelijk hoger gelegen dan waar de geul van de Maas aanwezig is en het gebied zuidelijk achter de Maas. Oostelijk van het plangebied is het maaiveld echter hoger gelegen. Het plangebied lijkt dan ook meer op de flank van een rivierduin te liggen dan dat het meer centraal op deze eenheid gelegen is (zie Afbeelding 5).

24 25

http://maps.bodemdata.nl AHN

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

14 van 43

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Kasteellaan 48 te Wijchen : CA/DIR/HAMA/192223

Afbeelding 5: Hoogte van het plangebied op de hoogtekaart (AHN3 maaiveld)

Milieu- en geotechnische gegevens Het project bevindt zich in de ontwerpfase. Derhalve zijn nog geen actuele milieutechnische- en geotechnische rapporten voorhanden bij de opdrachtgever. In het Bodemloket26 staat weergegeven dat voor een deel van het plangebied de ‘historie bekend’ is (AA029600326). Ter plaatse van kasteellaan 48-50 heeft in 1824 een slachthuis gezeten. Het is nog niet bekend in hoeverre dit tot bodemverontreiniging geleid heeft. In het dinoloket zijn twee boringen in de buurt van het plangebied gelegen.27 Boring B45F0082 is 46 meter noordwestelijk van het plangebied gelegen. Tot 3,0 m-mv is zwak grindig, siltig fijn zand gelegen, behorend tot de Formatie van Boxtel. Tot 20,0 m-mv is afwisselend matig grof tot zeer grof, grindig zand aanwezig, behorend tot de Formatie van Kreftenheye.

Boring B45F0083 is 71 meter noordelijk van het plangebied gelegen. Tot 3,7 m-mv is (matig fijn) zand gelegen, behorend tot de Formatie van Boxtel. Tussen 3,7 m-mv tot 4,0 m-mv is een laagje klei gelegen, welke tevens is geïnterpreteerd als de Formatie van Boxtel. Tot 5,1 m-mv is matig grof zand aanwezig, behorend tot de Formatie van Boxtel. Hieronder zijn tot een diepte 23,2 m-mv afzettingen gelegen van de Formatie van Kreftenheye.

26 27

www.bodemloket.nl RD-coördinaat 174.480, 423.050

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

15 van 43

Project Kenmerk

2.2

: BO en IVO plangebied Kasteellaan 48 te Wijchen : CA/DIR/HAMA/192223

Historische ontwikkeling plangebied en haar directe omgeving Wijchen28 Het plangebied is gelegen aan de kasteellaan. Ongeveer 150 meter noordwestelijk van het plangebied gelegen is een het kasteel van Wijchen gesitueerd, welke dateert uit de 14e-15e- eeuw. Hier woonden ooit Emilia van Nassau (1569 – 1629), dochter van Prins Willem van Oranje en haar geliefde Emanuel van Portugal. Zij gaven het kasteel de huidige renaissancestijl en lieten hun initialen achter in de muurankers. Wijchen is van oorsprong een agrarisch dorp, waar de eerste bewoning teruggaat tot in de prehistorie. Wijchen was gedurende de Romeinse tijd een geliefde woonplaats van de Romeinen. Uit deze periode zijn tal van archeologische vondsten gedaan, zoals bijvoorbeeld ter plaatse van de Molenberg.

Plangebied Het plangebied 29 ligt op de indicatieve kaart militair erfgoed binnen een Nederland omvattend gebied, waarbinnen kleinere objecten en structuren zoals crashlocaties, veldgraven en onderduikholen aanwezig zijn. Op de kadastrale minuut uit 1811-1832 maakt het plangebied deel uit van bewoningsrij (zie Afbeelding 6). Binnen het plangebied is in het noordelijk deel bebouwing zichtbaar. In de aanwijzende tafels is te lezen dat er ter plaatse van het plangebied sprake is van een huis, erf en tuin en verder zuidelijk is binnen het plangebied bouwland aanwezig. Ditzelfde scenario geldt voor de huizen die westelijk van het plangebied gelegen zijn. Oostelijk is nog een relatief groot hakhoutbos gevestigd ook zijn verschillende percelen bouwland aanwezig. Tot 1955 verandert er weinig binnen het plangebied en de rij woningen waar het plangebied deel vanuit maakt (zie Afbeelding 7). In de omgeving zijn door de jaren heen veranderingen waarneembaar in de vorm van de bouwland percelen en ook breidt het hakhoutbos uit om vervolgens plaats te maken voor bouwland. In 1955 lijkt de huidige woonwijk te zijn aangelegd. De vorm van het huis binnen het plangebied, en de andere huizen, is veranderd. Het is mogelijk dat het oude woonhuis is afgebroken en een nieuwgebouw is teruggeplaatst. In 1975 is de vorm en de ligging van het huis weer veranderd (zie Afbeelding 8).

Meerdere verbouwingsfasen zijn waarneembaar tussen 1980 tot 1988 (zie Afbeelding 9 en Afbeelding 10), waarna de huidige situatie ontstaat.

28 www.wijchenis.nl/informatie/cultuur-en-historie// https://nl.wikipedia.org/wiki/Wijchen_(plaats) 29 www.ikme.nl

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

16 van 43

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Kasteellaan 48 te Wijchen : CA/DIR/HAMA/192223

Afbeelding 6: Uitsnede uit de Kadastrale kaart van 1811-1832 met het plangebied in het rode kader (https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl)

Afbeelding 7: Situatie in 1955 met het plangebied in het rode kader (www.topotijdreis.nl)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

17 van 43

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Kasteellaan 48 te Wijchen : CA/DIR/HAMA/192223

Afbeelding 8: Situatie in 1975 met het plangebied in het rode kader (www.topotijdreis.nl)

Afbeelding 9: Situatie in 1980 met het plangebied in het rode kader (www.topotijdreis.nl)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

18 van 43

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Kasteellaan 48 te Wijchen : CA/DIR/HAMA/192223

Afbeelding 10: Situatie in 1988 met het plangebied in het rode kader (www.topotijdreis.nl)

Conclusie bouw- en cultuurhistorische waarden Op grond van het uitgevoerde cartografisch onderzoek blijkt dat het plangebied al in 1811-1832 bebouwd is. Deze bebouwing is vermoedelijk gesloopt in 1955. Resten van de historische bebouwing kunnen eventueel nog in de ondergrond aanwezig zijn. Er is dus een trefkans op (resten van) bouwhistorische waarden in de ondergrond. Daarbij dient opgemerkt te worden dat er binnen het plangebied meerdere fasen van sloop en nieuwbouw zijn waar te nemen. Het is dan ook mogelijk dat de bodem en de daarmee gepaard gaande archeologische resten in het noordelijk deel van het plangebied reeds zijn verstoord.

2.3

Archeologische waarden In de buurt van het plangebied zijn drie AMK-terreinen gelegen zie tabel 2 en Afbeelding 11.

Tabel 2 AMK-terreinen Afstand t.o.v. plangebied 205 meter NW

Nummer en toponiem 13186: Kasteelnaam

176 meter W

4235: Wijchencentrum; kasteellaan

Beschrijving Kasteel (Middeleeuwen laat-Nieuwe tijd). Terrein met sporen van een oudere voorganger van het huidige kasteel. Oudste vermelding 1392, eerste bouw vermoedelijk midden 14de eeuw. Het huidige uiterlijk is 16de eeuws. In 1906 is het kasteel afgebrand en hierna weer gerestaureerd. Grafveld, onbepaald (Middeleeuwen vroeg). Terrein, gelegen op een stuifzandrug, met sporen van een grafveld uit de Vroege Middeleeuwen (5de-7de eeuw). Op het oude zandoppervlak hebben sinds de middeleeuwen egalisaties en

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

19 van 43

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Kasteellaan 48 te Wijchen : CA/DIR/HAMA/192223

180 meter Z

12591: Wijchencentrum; esdoornstraat

esvorming plaatsgevonden. De in 2001 onderzochte locatie Marktpad ligt ten zuidwesten van overstoven, lagergelegen kleigronden, die een laat-pleistocene geul markeren. Op het terrein zijn vondsten gedaan uit de 5de tot 7de eeuw. De diepte waarop de vondsten zijn gedaan varieert van 250-360 cm. In 2001 zijn acht boringen gezet in het westelijke deel van het grafveld (Locatie Marktpad), voorafgaand aan de funderingswerkzaamheden voor een winkelpui. Vanaf het maaiveld tot gemiddeld 70 centimeter daaronder bestaat de bodem uit een pakket donkerbruingrijs zand. Hierin zijn veel brokken recent puin en mortel aangetroffen (egalisatielaag). Vanaf gemiddeld 120 cm-mv is het bodemprofiel niet recentelijk verstoord. Hier begint een laag met houtskool, brokjes verbrande leem en fragmentjes aardewerk. Aangezien bij de boringen en graafwerkzaamheden sporen van (nog meer) graven (bekistingsresten en verbrand bot) zijn aangetroffen, is deze plaats toegevoegd aan het reeds bestaande terrein (januari 2003). Tijdens de uiteindelijke (winkel)bouwwerkzaamheden is rekening gehouden met de maximaal toelaatbare diepte van de bodemingrepen. Graf, onbepaald (Romeinse tijd laat). Terrein met sporen van een grafveld uit de Laat Romeinse tijd. Er zijn hier op één meter diepte grafvondsten gedaan uit de Laat Romeinse tijd, bestaande uit een bord, een kruik, een kan en metalen voorwerpen.

Er is hier later opnieuw compleet vaatwerk gevonden en bovendien crematieresten.

13186

4235

12591

Afbeelding 11: Overzicht van AMK-terreinen met het plangebied in het rode kader (Archis3)

Het plangebied is deels eerder onderzocht. In Archis 3 zijn in de directe omgeving van het plangebied vele onderzoeksmeldingen en vondstmeldingen gedaan (zie Afbeelding 13).

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

20 van 43

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Kasteellaan 48 te Wijchen : CA/DIR/HAMA/192223

Door RAAP is voor een terrein, welke deels in het westen binnen het plangebied valt, een archeologisch vooronderzoek (2124227100) en opgraving uitgevoerd (2168308100: Valendries, Martensterrein) (zie ligging van de opgravingsputten en sporen tijdens de opgraving ter plaatse van Valendries en Martensterrein, plangebied binnen het rode kader (naar: Verhelst 2011). voor de ASK). Tijdens het booronderzoek werden binnen het plangebied rivierduinzanden aangeboord, welke bestaan uit goed gesorteerd, matig grof zand en zijn zwak siltig Tijdens de opgraving is in negen sleuven en putten een areaal van 2.400 m² blootgelegd. Door het aanleggen van meerdere vlakken in enkele delen bedroeg het totaal gedocumenteerde oppervlakte 3.155 m². Zie Afbeelding 12 voor de locatie van opgravingsputten en de locatie van het huidige plangebied. Tijdens het onderzoek zijn (delen van) verschillende vindplaatsen uit de Vroege en Late Prehistorie alsmede uit de Romeinse tijd en Vroege Middeleeuwen ontdekt. De oudste vindplaats betrof een jacht- of basiskamp uit het Laat-Mesolithicum. Toentertijd was de landschappelijke setting anders dan nu. Toen lag aan de westzijde een steile stuifzandrug die ontstaan is in de Late Dryas (ca. 13.050-11.700 jaar geleden). Aan de oostzijde van de rug bevond zich, 4 meter lager, een ven.

Op de oostflank van de rug hebben zich in deze periode mensen opgehouden; dit blijkt uit de vondst van enkele brand- of haardkuilen waarin houtskool is aangetroffen. Op dezelfde plaats, opnieuw op de oostelijke duinflank, vonden rond 3700 voor Chr. weer menselijke activiteiten plaats. Nadien vond, als gevolg van het verwijderen van de oorspronkelijke vegetatie ten behoeve van landbouw, een sterke overstuiving van het ven en de duinhelling plaats, waarbij een meters dik zandpakket tegen de oorspronkelijke rug werd afgezet. Het steile reliëf van het terrein werd hierdoor sterk afgezwakt: het verschil tussen het hoogste punt van de rug en het laagste punt van de laagte aan de oostkant was op dat moment nog maar 2 meter. Op de top van het duin werd tussen 2300 en 2040 voor Chr. (in het Laat Neolithicum) een grote haardkuil aangelegd. Uit een klein aantal scherven van nederzettingsaardewerk van de klok- en wikkeldraadbekercultuur, onder meer met wikkeldraadstempels, blijkt dat het niet bij een eenmalige handeling bleef, maar dat er tot in de Vroege Bronstijd activiteiten werden ontplooid. Pas in de Late Bronstijd maakte het plangebied weer echt deel uit van een nederzettingsterrein: bovenop het duin werd een spieker gebouwd en een reeks kuilen gegraven, in de laagte werd een waterkuil aangelegd.

Door latere overstuiving is veel nederzettingsafval in de laagte op zijn plaats blijven liggen. In het allerlaatste deel van de Late IJzertijd of het begin van de Vroeg Romeinse tijd, vermoedelijk rond 25 voor Chr., werd op het hoogste punt van de stuifzandrug een kleine boerderij gebouwd. Dit woonstalhuis werd in de loop van de Vroeg Romeinse tijd nog driemaal op ongeveer dezelfde plaats herbouwd. In de Merovingische tijd werd in de lage zuidoosthoek van het Martensterrein een kuil aangelegd. Vermoedelijk ook in die periode (maar eventueel al eerder, in de Laat Romeinse tijd) werden twee crematiebrandstapels opgericht aan de noordoostzijde. Hierop werden drie personen (één kind en waarschijnlijk twee vrouwen) gecremeerd. Hun graven werden elders gemaakt. In de 13e eeuw ontstonden er nieuwe akkerlagen op het terrein. Vooral in de laagte aan de oostkant van het plangebied, die in de loop van de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd langzaam maar zeker opgevuld raakte, werden veel vroeg- en vol-middeleeuwse scherven gedeponeerd. Gedurende de 16e/17e en 18e eeuw vond plaggenbemesting plaats in de laagte. Met het uitvoeren van de archeologische opgraving is het onderzoek ter plaatse van het terrein afgerond. Door de onderzoekers werd wel een advies uitgesproken voor omliggende terreinen, waar het huidige plangebied deel van uitmaakt.

De onderzoeksresultaten wijzen erop dat in aangrenzende gebieden buiten het plangebied eveneens met behoudenswaardige resten rekening gehouden moet worden. Daarom wordt door de onderzoekers aanbevolen archeologisch onderzoek uit te voeren indien ontwikkelingsplannen voor aangrenzende gebieden worden voorgenomen. In Wijchen is het daarbij aanbevelingswaardig om bij prospectief booronderzoek altijd te boren tot onder het duinzand, dat wil zeggen tot in de Wijchenleem (meestal op 5 tot 6 m +NAP) of tot in Terras X. Op die manier hoeven overstoven vindplaatsen niet onopgemerkt te blijven.30 Door Laagland Archeologie is voor een terrein, welke 82 meter oostelijk gelegen is, een archeologisch booronderzoek uitgevoerd (4776890100: Evardusplein). Gezien de recente datum van het veldwerk zijn tot op heden alleen nog de eerste bevindingen beschikbaar. Daaruit blijkt dat er binnen n het plangebied is een onverstoorde bodemopbouw aanwezig bestaande uit rivierduinen 30

Verhelst, 2011.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

21 van 43

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Kasteellaan 48 te Wijchen : CA/DIR/HAMA/192223

met bruine enkeerdgronden. Op basis van het verkennend booronderzoek kan een hoge archeologische verwachting vanaf het Laat-Paleolithicum gehandhaafd worden. Echter bij het daaropvolgende karterend booronderzoek zijn er afgezien een enkele houtskoolspikkel in de akkerlaag geen archeologische indicatoren gevonden. Er zijn in ieder geval geen archeologische indicatoren aangetroffen die aan een eventuele vindplaats gekoppeld kunnen worden. Verder zijn er in de rivierduinafzettingen geen vegetatielaagjes en potentile bewoningsniveaus gevonden, die mogelijk bij een reactivatie van de rivierduinen door de mens door zandverstuivingen zijn afgedekt. Daarom kan de hoge archeologische verwachting naar beneden worden bijgesteld voor het plangebied.31

Afbeelding 12: ligging van de opgravingsputten en sporen tijdens de opgraving ter plaatse van Valendries en Martensterrein, plangebied binnen het rode kader (naar: Verhelst 2011).

Door BAAC is voor een terrein, welke 255 meter noordwestelijk van het plangebied is gelegen, een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd (4668269100: kasteellaan 9). Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied deel uitmaakt van een pleistocene riviervlakte, die is verlaten in de Late Dryas en die werd doorsneden door een noordwest-zuidoost georiënteerde geul. Gezien de ligging in een laagte gedurende de prehistorie zullen archeologische waarden uit deze perioden gerelateerd zijn aan natte contexten. In het plangebied zelf bevindt zich het omgrachte kasteel van Wijchen. Hier bevond zich in ieder geval vanaf het midden van de 14e eeuw een kasteel, maar vermoedelijk was hier al vanaf de 11e eeuw een versterkte woontoren aanwezig. Derhalve geldt een zeer hoge archeologische verwachting voor middeleeuwse resten die in verband staan met het kasteel.32 Door RAAP is voor een terrein, welke 210 meter zuidoostelijk van het plangebied, gelegen is een archeologisch booronderzoek uitgevoerd (2451987100: Acaciastraat). Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek (aanwezigheid van een rivierduin in de ondergrond, groot aantal archeologische vindplaatsen op hetzelfde duinencomplex in de nabijheid) gold bij de aanvang van het veldonderzoek een hoge verwachting voor de aanwezigheid van archeologische resten uit de Steentijd tot en met de Nieuwe tijd.

Zoals op basis van het bureauonderzoek werd vermoed, bestaat 31

https://archis.cultureelerfgoed.nl/zoekenenvinden//32DB-TRQE-ALQUS8LB#/zaak/search/(zaak:(fields:('*':'4776890100'))) 32 De Boer & van der Mark, 2019.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

22 van 43

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Kasteellaan 48 te Wijchen : CA/DIR/HAMA/192223

de ondergrond van het plangebied uit rivierduinafzettingen, rustend op oudere rivierafzettingen. Vanaf ca. 1,1 m-mv werd een grijzige zandige laag aangetroffen met wat spikkels houtskool. Dit kan een oude bouwvoor zijn geweest. Gezien het booronderzoek een verkennende fase betrof kon geen vergaande conclusies worden getrokken over het archeologisch potentieel van deze laag. Aanbevolen werd dat als de toekomstige bodemverstoring dieper rijkt dan 0,9 m-mv nader archeologisch onderzoek dient plaats te vinden.33 Door RAAP is voor een terrein, 65 meter noordwestelijk van het plangebied gelegen is, een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (2344507100) uitgevoerd dat uiteindelijk heeft geleid tot een archeologische begeleiding (2397555100: Konijnsweg/Lijsterbesstraat). Tijdens de archeologische begeleiding is een tracé onderzocht met een lengte van ca. 250 m en een breedte van ca. 5 m. De waarnemingsmogelijkheden waren beperkt omdat de sleuf onderin slechts 1 m breed was, de bovenste bodemlagen op veel plaatsen verstoord waren en door de aanwezigheid van diverse kabels en leidingen. Tijdens het onderzoek zijn verschillende sporen en vondsten aangetroffen die duiden op bewoning en gebruik van het terrein in de Steentijd, Late Bronstijd/IJzertijd en Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd (vondstmelding 2344507100; 2397555100).

Aan de noordwestzijde van het tracé is een (unieke) vuursteenvindplaats aangesneden. Het vondstmateriaal duidt erop dat er gedurende twee, mogelijk drie perioden in het Meso- en Neolithicum menselijke activiteiten zijn geweest. Daarnaast duiden diverse sporen en aardewerkvondsten op bewoning in de Late Bronstijd/IJzertijd. Vanaf de Late Middeleeuwen is het gebied in gebruik genomen voor agrarische doeleinden. Het onderzoek lijkt uit te wijzen dat in aangrenzende gebieden buiten het plangebied met zeldzame, behoudenswaardige resten rekening gehouden moet worden. Het gaat hierbij in de eerste plaats om een in omvang beperkte, goed geconserveerde vuursteenvindplaats. Daarnaast wijst de aanwezigheid van sporen en aardewerkvondsten uit de Late Bronstijd/IJzertijd erop dat rond het onderzoeksgebied nederzettingssporen uit deze periode verwacht kunnen worden. Aanbevolen werd om in de toekomst zoveel mogelijk grondverstoringen te voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, voorafgaand aan bodemverstorende activiteiten archeologisch onderzoek uit te voeren.34 Door de gemeente Nijmegen is een archeologische waarneming gedaan, voor een terrein welke 128 meter noordelijk van het plangebied gelegen is (2206864100: Bronckhorstlaan).

In de buurt van de locatie zijn verscheidene archeologische vondsten uit de prehistorie, zoals de in de nabijheid gelegen Romeinse grafveld, tot en met de nieuwe tijd gedaan. Tijdens de archeologische waarnemen zijn alleen verstoorde bodemlagen en een vondstenloze cultuurlaag aangetroffen. Deze situatie kwam overeen met de verwachting voorafgaand aan de werkzaamheden.35 Door de gemeente Nijmegen is voor een terrein, welke 100 meter westelijk van het plangebied gelegen is, een archeologische opgraving uitgevoerd (2048299100: Meester van Coothlaan en Valendrieseweg). Naar aanleiding van de opgraving en de waarnemingen die tijdens de opgraving zijn gedaan kan worden opgemerkt dat de omgeving rond het middendeel van de Mr. van Coothlaan in de ijzertijd en daarna in de vroege en late middeleeuwen in gebruik is geweest. In de daaropvolgende eeuwen is een groter deel van het terrein in gebruik genomen. Er is dan sprake van agrarische activiteiten en het vastleggen van het gebied in een perceleringssysteem. Dit gebeurde na de 6e eeuw. Zowel het zuidelijke als het middengedeelte van onderzoeksgebied is dan in gebruik. In het zuidelijk deel ontbrak de laag uit de vroege en late Middeleeuwen. Ook het vroegere materiaal, uit de ijzertijd, ontbrak hier. Over het meest noordelijk deel (werkput 9–2) valt niet veel meer op te merken.

Door ontgravingen in de vorige eeuw zijn eventuele aanwezige sporen verdwenen. De laat-prehistorische bewoning past bij wat bekend is over de rest van de omgeving. Aan de oostzijde zijn eveneens resten van bewoning uit de ijzertijd aangetroffen. Bewoning uit de vroege middeleeuwen is bekend ten westen van het onderzochte terrein. Terwijl de laatmiddeleeuwse bewoning zich uitstrekt naar het noorden en waarschijnlijk ook naar het oosten. De aangetroffen greppels of sloten met een recentere datering behoren waarschijnlijk toe aan de percelering van boerderijen en erven uit de nieuwe tijd. Op oudere kadastrale kaarten zijn de Van Coothlaan en de Valendrieseweg te zien met aan weerszijden een aantal boerderijen. Resten van graven uit de ijzertijd of Romeinse tijd, die wel verwacht werden, zijn niet aangetroffen. Evenmin 33

Boshoven, 2015. Hesseling, 2014. 35 Kuppens, 2008 34

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

23 van 43

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Kasteellaan 48 te Wijchen : CA/DIR/HAMA/192223

zijn er duidelijke aanwijzingen voor bewoning in de Romeinse tijd op dit terrein aangetroffen. Aanwijzingen voor het verloop van de Elst zijn ook niet gevonden. Deze afwateringstak zal mogelijk vlak langs het onderzochte tracé hebben gelopen. Een andere mogelijkheid is dat het tracé van het kasteel via een andere route naar het Wijchens Meer heeft gelopen.36

Afbeelding 13: Overzicht van de onderzoeksmeldingen met het plangebied in het rode kader (Archis3)

2.4

Archeologisch verwachtingsmodel Op grond van de bekende geologische, landschappelijke, aardkundige, archeologische en historische gegevens in en rond het plangebied kan de archeologische verwachting worden bepaald. Het plangebied is geomorfologisch gezien gesitueerd op een rivierduin. Bijbehorend wordt ter plaatse van het plangebied de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen (rivierduinzand) verwacht. Naar alle waarschijnlijkheid is er ter plaatse van het plangebied een hoge bruine enkeerdgrond ontwikkeld, die archeologische lagen heeft afgedekt en mogelijk heeft beschermd tegen latere bodemverstoringen. Waarnemingen in Archis3 in de omgeving van het plangebied bevestigen menselijke aanwezigheid vanaf de periode Mesolithicum tot en met de Nieuw Tijd. Ook kunnen begravingen uit de Romeinse tijd en uit de Vroege Middeleeuwen worden verwacht. Op de kadastrale minuut uit 1811-1832 is tevens bebouwing waarneembaar in de noordzijde van het plangebied. In de bodem kunnen dan ook nog funderingsresten aanwezig zijn, waardoor rekening dient te worden gehouden met overige structuren en vondsten die verband houden met huis en erf. De vondsten uit het Mesolithicum zijn niet verwonderlijk gezien de landschappelijk situatie waar het plangebied zich in bevindt. Het plangebied is hoger gelegen in de buurt van water.

Dit soort gradiëntzones zijn van oudsher aantrekkelijke vestigingsgebieden. In de buurt van het plangebied zijn ook overstoven laagtes en

36

Magnée-Nentjes, 2007.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

24 van 43

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Kasteellaan 48 te Wijchen : CA/DIR/HAMA/192223

vennen aangetroffen, waarin (water)kuilen met nederzettingsafval uit het (laat-)neolithicum en de bronstijd zijn aangetroffen. Resten uit de Vroege Middeleeuwen tot en met de Tweede Wereldoorlog worden direct in of onder de bouwvoor en in de top van het esdek verwacht. De archeologische resten uit het Paleolithicum tot en met de Romeinse tijd worden onder het esdek en in de top van de oorspronkelijke C-horizont verwacht. Verwacht wordt dat de vondstenlaag uit deze perioden is opgenomen onder in het esdek, waardoor sprake zal zijn van een cultuurlaag. Archeologische sporen zullen zich bevinden tot ongeveer 25 cm in de top van de C-horizont. Hierbij dient op te worden gemerkt dat er in de buurt van het plangebied meerdere overstoven laagtes en vennen zijn aangetroffen. In Wijchen is het dan ook aan te bevelen om bij prospectief booronderzoek altijd te boren tot onder het duinzand, dat wil zeggen tot in de Wijchenleem (meestal op 5 tot 6 m +NAP) of tot in Terras X. Op die manier hoeven overstoven vindplaatsen niet onopgemerkt te blijven. Organische resten en bot zullen door de relatief droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd. Aardewerk en houtskool zullen redelijk geconserveerd zijn. Tabel 3: Archeologische verwachting plangebied

Periode

Verwachte grondlaag

2e wereldoorlog

Laag

crashlocaties, veldgraven en onderduikholen

In of direct onder de bouwvoor

Vroege Middeleeuwen - Nieuwe Tijd

Hoog

Resten van voormalige bebouwing, oud erf, akkers, erfgreppels, sloten

In of direct onder de bouwvoor in de top van het esdek

Romeinse Tijd - Vroege Middeleeuwen

Hoog

Nederzettingsterreinen, begravingen, zandpaden, afvaldumps

In de top van de CHorizont

Bronstijd - IJzertijd

Hoog

Nederzettingsterreinen, urnenvelden, zandpaden, afvaldumps

In de top van de CHorizont

Hoog

In de top van de CHorizont, uit deze periode Nederzettingsterreinen, jachtkampen, dient rekening te worden haardkuilen, losse vuursteenstrooiingen gehouden met overstoven lagen

Laat-Paleolithicum-Neolithicum

2.5

Verwachte vindplaatstypen

Conclusie Op grond van de resultaten van het bureauonderzoek kan geconcludeerd worden dat het plangebied in potentie een hoge trefkans heeft op archeologische resten uit de periode van het Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. De trefkans op resten uit de Tweede Wereldoorlog is laag. De onderzoeksvragen uit Hoofdstuk 1 kunnen op basis van de resultaten van het bureauonderzoek als volgt beantwoord worden: •

Wat is de bodemopbouw en de vermoedelijke intactheid van het bodemprofiel binnen het plangebied?

Het plangebied is gelegen op een rivierduin, welke in de buurt van water is gelegen. Ter plaatse van het plangebied wordt de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen verwacht. In de Vroege Middeleeuwen is door het potstalsysteem ter plaatse van het plangebied een hoge bruine enkeerdgrond ontstaan. Op de vroegst geraadpleegde kaart was het plangebied in de noordzijde reeds bebouwd. Deze bebouwing is in de 20e-eeuw gesloot. In de daaropvolgende jaren zijn verscheidene verbouwingsfasen waar te nemen. De sloop en bouw van nieuwe bebouwing heeft de bodem vrijwel zeker verstoord. Op basis van het bureauonderzoek valt echter niet vast te stellen tot hoe diep deze bodemverstoring reikt.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

25 van 43

Project Kenmerk

•

: BO en IVO plangebied Kasteellaan 48 te Wijchen : CA/DIR/HAMA/192223

Kunnen er archeologische vindplaatsen in het onderzoeksgebied aanwezig zijn en zo ja welke en waar (welke diepte) en in welke vorm?

Ja. Binnen het plangebied kunnen zich archeologisch waardevolle lagen bevinden, zoals blijkt uit de vele vindplaatsen en vondsten die in de directe omgeving zijn gedaan. Bovendien is binnen een deel van het plangebied reeds een archeologische vindplaats vastgesteld. Binnen het plangebied bestaat de kans op het aantreffen van archeologische waarden uit alle perioden. Vondsten uit de Nieuwe tijd tot en met de Middeleeuwen worden direct in de bouwvoor tot in de top van het esdek verwacht. Oudere archeologische waarden worden als een vondstenlaag in de basis van het esdek verwacht. Archeologische sporen zullen zich onder het esdek in de top van de C-horizont bevinden. Opgemerkt dient te worden dat er in de omgeving van het plangebied meerdere overstoven laagtes en vennen zijn aangetroffen. Tijdens archeologisch veldonderzoek dient rekening te worden gehouden met de mogelijkheid van overstoven archeologische vindplaatsen. Op historisch kaartmateriaal is waar te nemen dat de noordzijde van het plangebied bebouwd was. Deze bebouwing is gesloopt waarna nieuwe bebouwing op de plaats is neergezet. Binnen het plangebied kunnen nog funderingsresten van deze historische bebouwing aanwezig zijn. Het is echter nog niet bekend hoever de bodemverstoring reikt van de latere bebouwingsfasen.

Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek wordt verwacht dat de fundering (diepte > 80cm-mv) van de nieuwe woning waardevolle archeologische lagen uit alle archeologische perioden zal verstoren. Hamaland Advies adviseert om vervolgonderzoek uit te laten voeren in de vorm van inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) om de mate van intactheid van de bodem en de bodemsamenstelling vast te stellen. Voorafgaand aan het veldonderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) voor verkennende boringen opgesteld dat op 24 augustus 2020 getoetst en geaccordeerd is door mw. E. van der Linden (gemeentelijk archeoloog).

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

26 van 43

Project Kenmerk

: BO en IVO plangebied Kasteellaan 48 te Wijchen : CA/DIR/HAMA/192223

3

Booronderzoek

3.1

Werkwijze Booronderzoek Op 28 augustus 2020 zijn conform het door de gemeente geaccordeerde Plan van Aanpak door E. van der Kuijl (senior KNA archeoloog / senior KNA prospector) en mw. ing. J.F.M. Rohling (veldmedewerker) ter plaatse van de onderzoekslocatie in totaal vijf (6) boringen gezet. Het booronderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de KNA versie 4.1, specificatie VS03, de BRL SIKB 4003 en het vooraf opgestelde Plan van Aanpak.37 De boringen zijn verkennend gezet met een 7 centimeter Edelmanboor. De boringen zijn met behulp van een meetwiel zo gelijkmatig mogelijk over het plangebied verdeeld volgens een verspringend driehoeksgrid. De exacte locaties van de boorpunten zijn met GPS ingemeten. Van alle boringen is de maaiveldhoogte afgeleid van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2). Door de droogte was het niet mogelijk om de boringen door te zetten tot onder de Wijchen Leem (maximaal 3,5 m-mv). De boringen zijn zo diep mogelijk doorgezet in het losgepakte zand van het onderliggende rivierduin, totdat de boorkernen uit de boor vielen. De minimale boordiepte bedroeg 150 cm-mv (boring 5) en de maximale boordiepte bedroeg 230 cm-mv (boring 3). Alle boringen zijn doorgezet tot in de natuurlijke ongeroerde grond. Het opgeboorde sediment is in het veld bodemkundig beschreven conform de NEN 5104 en de bodemclassificatie volgens De Bakker en Schelling (1989).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=9dd31907-965b-491e-93a1-575feef81ab3