CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Stedelijk Gebied Wijchen_Regels

Raad openbaar Wijchen 30 januari 2025, gemeente wijchenBij agendapunt: 9643 Beslisnota Bestemmingsplan Stedelijk gebied Wijchen34.274 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

78

het (mede) ten behoeve van gastouderschap in gebruik te nemen vloeroppervlak mag maximaal 1/3 van

bestemmingsplan Stedelijk Gebied Wijchen

b. c. d.

de vloeroppervlakte van de woning en/of de bijbehorende bouwwerken bedragen met een maximum van 50 m2; degene die de activiteiten in de woning en/of bijbehorende bouwwerken uitoefent, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; de activiteit mag niet leiden tot gebruik van extra parkeerruimte in het openbaar gebied; vanaf de openbare weg zichtbare excessieve reclame-uitingen zijn niet toegestaan.

22.5.3 Internetwinkel In een woning en/of de bijbehorende bijbehorende bouwwerken is het uitvoeren van een internetwinkel toegestaan onder de volgende voorwaarden: a.

b. c. d. 22.6

het (mede) ten behoeve van een internetwinkel in gebruik te nemen vloeroppervlak mag maximaal 1/3 van de vloeroppervlakte van de woning en/of de bijbehorende bouwwerken bedragen met een maximum van 50 m2; degene die de activiteiten in de woning en/of bijbehorende bouwwerken uitoefent, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; de activiteit mag niet leiden tot gebruik van extra parkeerruimte in het openbaar gebied; vanaf de openbare weg zichtbare excessieve reclame-uitingen zijn niet toegestaan. Afwijken van de gebruiksregels

22.6.1 Beroep en/of bedrijf aan huis Burgemeester en wethouders zijn bevoegd door middel van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 22.5 voor het toestaan van aan huis verbonden beroep- en bedrijfsactiviteiten met inachtneming van de volgende voorwaarden: a.

b. c. d. e. f.

g. h.

het ten behoeve van de aan huis gebonden beroeps- en bedrijfsactiviteit in gebruik te nemen vloeroppervlak bedraagt maximaal 1/3 van de vloeroppervlakte van de woning en/of de bijbehorende bouwwerken met een maximum van 100 m²; degene die de activiteiten in de woning en/of de bijbehorende bouwwerken uitoefent, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; de noodzakelijke parkeervoorzieningen dienen op eigen terrein te worden gesitueerd, tenzij wordt aangetoond dat geen onevenredige parkeerdruk ontstaat in het openbaar gebied; de activiteit dient qua aard, milieubelasting en uitstraling te passen in een woonomgeving; er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat. er mag geen detailhandel of groothandel plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de aan huis verbonden activiteit alsmede handelsactiviteiten via het internet; vanaf de openbare weg zichtbare excessieve reclame-uitingen zijn niet toegestaan; bij de uitoefening van de aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit mag alleen huishoudelijk afvalwater worden geloosd.

22.6.2 Bed & breakfast Burgemeester en wethouders zijn bevoegd door middel van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 22.5 teneinde een bed & breakfast voorziening toe te staan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. b. c. d. e.

deze nevenactiviteit is enkel in de woning toegestaan; de nevenactiviteit is ondergeschikt van aard; de voor bed & breakfast gebruikte oppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m²; ten behoeve van de bed & breakfast voorzieningen zijn maximaal 8 (éénpersoons)bedden toegestaan; permanente bewoning of huisvesting van tijdelijke werknemers is niet toegestaan;

bestemmingsplan Stedelijk Gebied Wijchen

79

f. g. h. i. j.

80

er wordt een nachtregister bijgehouden; het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de omliggende functies; de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast.

bestemmingsplan Stedelijk Gebied Wijchen

Artikel 23

Wonen - Beeldbepalend 1

23.1 Bestemmingsomschrijving De voor Wonen - Beeldbepalend 1 aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.

wonen; behoud, beheer en herstel van in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden; ter plaatse van de aanduiding 'horeca tot en met categorie 3' zijn de gronden tevens bestemd voor een horecabedrijf in categorie 1 tot en met 3; d. ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel' zijn de gronden mede bestemd voor detailhandelsactiviteiten en voor zakelijke en/of maatschappelijke dienstverlening; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - kunst en antiek' zijn de gronden mede bestemd voor de handel in kunst en antiek. Hierbij geldt dat: 1. de voor de handel van kunst en antiek gebruikte gronden dienen binnen het bouwvlak te zijn gelegen; 2. per aanduidingsvlak mag maximaal 200 m2 ten behoeve van deze handel worden benut; f. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waterafvoer en waterberging; een en ander met bijbehorende voorzieningen. 23.2 Bouwregels Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in artikel 23.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende bepalingen. 23.2.1 Hoofdgebouwen in de vorm van woningen Voor hoofdgebouwen geldt dat: a. b. c. d.

deze uitsluitend binnen het bouwvlak mogen worden gebouwd, met dien verstande dat ondergeschikte bouwdelen tevens buiten het bouwvlak zijn toegestaan; het aantal woningen mag niet meer bedragen dan het op het moment van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan bestaande aantal woningen; de bouwhoogte, goothoogte en kaprichting mogen niet afwijken van de bestaande bouwhoogte, goothoogte en kaprichting. in afwijking van het bepaalde onder b geldt, indien en voorzover een maximum goothoogte en/of maximum bouwhoogte is aangeduid, de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogten als maximum.

23.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor aan- en/of uitbouwen alsmede bijbehorende bouwwerken geldt dat: a.

b. c. d. e. f.

binnen de aanduiding "specifieke bouwaanduiding - zone aan- en/of uitbouwen alsmede bijgebouwen" uitsluitend gebouwen in de vorm van aan en/of uitbouwen alsmede bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan; de goothoogte maximaal 2,50 meter bedraagt; de bouwhoogte maximaal 5 meter bedraagt; de dakhelling minimaal 15° bedraagt; per perceel maximaal 40m2 aan aan- en/of uitbouwen alsmede bijbehorende bouwwerken mag worden gerealiseerd; de oppervlakte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk maximaal 25m2 mag bedragen.

23.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Ten aanzien van bouwwerken, geen gebouw zijnde, geldt dat de hoogte maximaal bedraagt:

bestemmingsplan Stedelijk Gebied Wijchen

81

a. b. c.

d.

voor terreinafscheidingen, voor zover deze zijn gesitueerd voor de voorgevel van de woning of het verlengde daarvan, 1 meter; voor terreinafscheidingen, voor zover deze zijn gesitueerd achter de voorgevel van de woning, 2 meter; voor carports en overkappingen, 3 meter, met dien verstande dat het gezamenlijke oppervlakte aan carports maximaal 20m2 bedraagt en deze uitsluitend mogen worden opgericht binnen het bouwvlak en/of binnen de aanduiding "specifieke bouwaanduiding - zone aan- en/of uitbouwen alsmede bijgebouwen"; voor overig niet eerder genoemde bouwwerken voor zover deze zijn gelegen achter de naar de weg gekeerde zijde van gevels van woningen of in het verlengde hiervan, 3,50 meter.

23.3 Nadere eisen Ter bescherming van de cultuurhistorische waarden zoals bedoeld in 23.1 onder b kunnen burgemeester en wethouders nadere eisen stellen aan: a. de situering van bijbehorende bouwwerken; b. de vorm van de kap van bijbehorende bouwwerken; c. de afmetingen van de gebouwen; één en ander in verband met het behoud, beheer en herstel van de cultuurhistorische waarde van het beschermde stadsgezicht van Batenburg, de bescherming van een karakteristiek bebouwingsbeeld, het woonen leefmilieu en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 23.4 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om middels een omgevingsvergunning ontheffing te verlenen van het bepaalde in artikel 23.2.2 onder e teneinde een groter oppervlakte aan- en/of uitbouwen alsmede bijbehorende bouwwerken op te richten met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. b. c. d. 23.5

het maximale oppervlakte mag niet meer bedragen dan 50m2 ; de vrijstelling mag niet leiden tot een aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van de omgeving en draagt bij aan de cultuurhistorische waarde van het beschermde stadsgezicht; er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden worden niet onevenredig geschaad; het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast. Specifieke gebruiksregels

23.5.1 Algemeen Ten aanzien van de gebruiksregels geldt het volgende: a. b.

beroep of bedrijf aan huis is uitsluitend toegestaan indien het legaal aanwezig is op het moment van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan; bed & breakfast is uitsluitend toegestaan indien het legaal aanwezig is op het moment van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan.

23.5.2 Gastouderschap In een woning en/of de bijbehorende bijbehorende bouwwerken is het uitvoeren van gastouderschap toegestaan onder de volgende voorwaarden: a.

b.

82

het (mede) ten behoeve van gastouderschap in gebruik te nemen vloeroppervlak mag maximaal 1/3 van de vloeroppervlakte van de woning en/of de bijbehorende bouwwerken bedragen met een maximum van 50 m2; degene die de activiteiten in de woning en/of bijbehorende bouwwerken uitoefent, dient tevens de bewoner van de woning te zijn;

bestemmingsplan Stedelijk Gebied Wijchen

c. d.

de activiteit mag niet leiden tot gebruik van extra parkeerruimte in het openbaar gebied; vanaf de openbare weg zichtbare excessieve reclame-uitingen zijn niet toegestaan.

23.5.3 Internetwinkel In een woning en/of de bijbehorende bijbehorende bouwwerken is het uitvoeren van een internetwinkel toegestaan onder de volgende voorwaarden: a.

b. c. d. 23.6

het (mede) ten behoeve van een internetwinkel in gebruik te nemen vloeroppervlak mag maximaal 1/3 van de vloeroppervlakte van de woning en/of de bijbehorende bouwwerken bedragen met een maximum van 50 m2; degene die de activiteiten in de woning en/of bijbehorende bouwwerken uitoefent, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; de activiteit mag niet leiden tot gebruik van extra parkeerruimte in het openbaar gebied; vanaf de openbare weg zichtbare excessieve reclame-uitingen zijn niet toegestaan. Afwijken van de gebruiksregels

23.6.1 Beroep en/of bedrijf aan huis Burgemeester en wethouders zijn bevoegd door middel van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 23.5 voor het toestaan van aan huis verbonden beroep- en bedrijfsactiviteiten met inachtneming van de volgende voorwaarden: a.

b. c. d. e. f.

g. h.

het ten behoeve van de aan huis gebonden beroeps- en bedrijfsactiviteit in gebruik te nemen vloeroppervlak bedraagt maximaal 1/3 van de vloeroppervlakte van de woning en/of de bijbehorende bouwwerken met een maximum van 100 m²; degene die de activiteiten in de woning en/of de bijbehorende bouwwerken uitoefent, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; de noodzakelijke parkeervoorzieningen dienen op eigen terrein te worden gesitueerd, tenzij wordt aangetoond dat geen onevenredige parkeerdruk ontstaat in het openbaar gebied; de activiteit dient qua aard, milieubelasting en uitstraling te passen in een woonomgeving; er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat. er mag geen detailhandel of groothandel plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de aan huis verbonden activiteit alsmede handelsactiviteiten via het internet; vanaf de openbare weg zichtbare excessieve reclame-uitingen zijn niet toegestaan; bij de uitoefening van de aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit mag alleen huishoudelijk afvalwater worden geloosd.

23.6.2 Bed & breakfast Burgemeester en wethouders zijn bevoegd door middel van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 23.5 teneinde een bed & breakfast voorziening toe te staan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. b. c. d. e. f. g. h. i.

deze nevenactiviteit is enkel in de woning toegestaan; de nevenactiviteit is ondergeschikt van aard; de voor bed & breakfast gebruikte oppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m²; ten behoeve van de bed & breakfast voorzieningen zijn maximaal 8 (éénpersoons)bedden toegestaan; permanente bewoning of huisvesting van tijdelijke werknemers is niet toegestaan; er wordt een nachtregister bijgehouden; het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de omliggende functies; de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte;

bestemmingsplan Stedelijk Gebied Wijchen

83

j.

het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast.

23.6.3 Woningsplitsing Burgemeester en wethouders zijn bevoegd door middel van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 23.2.1 onder b ten behoeve van woningsplitsing met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e.

f. g. h. i.

de woningsplitsing is uitsluitend toegestaan bij monumenten met een inhoud van minimaal 700 m3 (inclusief inpandige stal/deel); het pand mag worden gesplitst in maximaal 2 woningen; beide woningen dienen na de splitsing een inhoud te hebben van minimaal 350 m3 ; de splitsing mag niet leiden tot een aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van de omgeving en draagt bij aan de cultuurhistorische waarde van het beschermde stadsgezicht Batenburg; de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken op de beide afgesplitste percelen mag tezamen niet meer bedragen dan het op grond van het in 23.2.2 bepaalde maximum, met dien verstande dat voor zover de bestaande oppervlakte op het te splitsten perceel reeds meer bedraagt deze oppervlakte als maximum geldt; eventuele op het perceel aanwezige karakteristieke bijbehorende bouwwerken dienen na de splitsing als bijbehorend bouwwerk te worden gebruikt; de geluidbelasting vanwege het wegerkeer van geluidgevoelige gebouwen is niet hoger dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of een verkregen hogere grenswaarde; er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden worden niet onevenredig geschaad; het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast.

23.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 23.7.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een aanlegvergunning op de voor Wonen - Beeldbepalend 1 bestemde gronden, voor zover deze zijn gelegen buiten het bouwvlak en/of de aanduiding "specifieke bouwaanduiding - zone aan- en/of uitbouwen alsmede bijgebouwen", de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. b.

c. d. e. f.

het ophogen van de bodem met meer dan 0,30 meter; grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het gaven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; bodem, verlagen of afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) van gronden waarvoor geen ontgrondingenvergunning is vereist; het rooien van bos, boomgaard en/of hagen; het aanleggen van oppervlakteverhardingen; het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

23.7.2 Uitzonderingen Het onder 23.7.1 vervatte verbod geldt niet: a. b.

84

voor zover het werken en/of werkzaamheden betreft in het kader van het op de bestemming gerichte beheer van de gronden; indien de werken en/of werkzaamheden in het kader van het gewone onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werken

bestemmingsplan Stedelijk Gebied Wijchen

c. d.

en/of werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft tot een diepte van 30 cm onder het bestaande maaiveld, met uitzondering van het aanbrengen van gesloten verhardingen; voor zover werkzaamheden in de bodem betreft waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan een aanlegvergunning in dit kader is verleend.

23.7.3 Landschappelijke-en cultuurhistorische waarden Een aanlegvergunning als bedoeld in artikel 23.7.1 mag alleen worden verleend met inachtneming van de waarden van het beschermde stadsgezicht van Batenburg en indien door de uitvoering de aanwezige landschappelijke en cultuurhistorische waarden niet onevenredig (kunnen) worden aangetast. 23.7.4 Deskundigenadvies Alvorens een besluit te nemen omtrent het verlenen van een aanlegvergunning winnen burgemeester en wethouders advies in van een deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de aanlegvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de landschaps- en natuurwaarden, en welke voorwaarden dienen te worden gesteld.

bestemmingsplan Stedelijk Gebied Wijchen

85

Artikel 24

Wonen - Beeldbepalend 2

24.1 Bestemmingsomschrijving De voor Wonen - Beeldbepalend 2 aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.

wonen; het behoed beheer en herstel van de cultuurhistorische waarden van het beschermde dorpsgezicht Leur; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - landgoedinformatiecentrum' is een maatschappelijke functie toegestaan in de vorm van: 1. een landgoedinformatiecentrum; 2. een expositieruimte; alsmede een landgoedwinkel;

d. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waterafvoer en waterberging; één en ander met bijbehorende voorzieningen. 24.2 Bouwregels Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in artikel 24.1 bedoelde doeleinden en met dien verstande dat: 24.2.1 Hoofdgebouwen in de vorm van woningen Voor hoofdgebouwen geldt dat: a. b. c.

deze uitsluitend binnen het bouwvlak mogen worden gebouwd; met dien verstande dat ondergeschikte bouwdelen tevens buiten het bouwvlak zijn toegestaan; het aantal woningen mag niet meer bedragen dan het op het moment van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan bestaande aantal woningen; de bouwhoogte, goothoogte en kaprichting niet mogen afwijken van de bestaande bouwhoogte, goothoogte en kaprichting.

24.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor aan- en/of uitbouwen alsmede bijbehorende bouwwerken geldt dat; a. b. c. d.

binnen de aanduiding "specifieke bouwaanduiding - zone aan- en/of uitbouwen alsmede bijgebouwen" en binnen het bouwvlak zijn toegestaan; de goothoogte maximaal 3 meter bedraagt; de bouwhoogte maximaal 4,50 meter bedraagt; per perceel mag maximaal 75 m2 aan aan- en/of uitbouwen alsmede bijbehorende bouwwerken worden gerealiseerd.

24.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Ten aanzien van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de bouwhoogte maximaal bedraagt: a. b. c.

d.

86

voor terreinafscheidingen, voor zover binnen de aangeduide "overige zone - karkaterbepalend erf" 1 meter; voor andere dan onder a bedoelde terreinafscheidingen, 2 meter; voor carports en overkappingen 3 meter, met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte maximaal 20 m2 bedraagt en deze uitsluitend mogen worden opgericht binnen het bouwvlak en/of binnen de aanduiding "specifieke bouwaanduiding - zone aan- en of uitbouwen alsmede bijgebouwen"; voor overige niet eerder genoemde bouwwerken, voor zover deze zijn gelegen achter de naar de weg gekeerde zijde van gevels van woningen of in het verlengde hiervan, 3,50 meter.

bestemmingsplan Stedelijk Gebied Wijchen

24.3 Nadere eisen Ter bescherming van de cultuurhistorische waarden zoals bedoeld in 24.1 onder b kunnen burgemeester en wethouders nadere eisen stellen aan: a. de situering van bijbehorende bouwwerken; b. de vorm van de kap van bijbehorende bouwwerken; c. de afmetingen van de gebouwen; één en ander in verband met het behoud, beheer en herstel van de cultuurhistorische waarde van het beschermde dorpsgezicht van Leur, de bescherming van een karakteristiek bebouwingsbeeld, het woon- en leefmilieu en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 24.4

Specifieke gebruiksregels

24.4.1 Algemeen Ten aanzien van de gebruiksregels geldt het volgende: a. b.

beroep of bedrijf aan huis is uitsluitend toegestaan indien het legaal aanwezig is op het moment van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan; bed & breakfast is uitsluitend toegestaan indien het legaal aanwezig is op het moment van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan.

24.4.2 Gastouderschap In een woning en/of de bijbehorende bijbehorende bouwwerken is het uitvoeren van gastouderschap toegestaan onder de volgende voorwaarden: a.

b. c. d.

het (mede) ten behoeve van gastouderschap in gebruik te nemen vloeroppervlak mag maximaal 1/3 van de vloeroppervlakte van de woning en/of de bijbehorende bouwwerken bedragen met een maximum van 50 m2; degene die de activiteiten in de woning en/of bijbehorende bouwwerken uitoefent, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; de activiteit mag niet leiden tot gebruik van extra parkeerruimte in het openbaar gebied; vanaf de openbare weg zichtbare excessieve reclame-uitingen zijn niet toegestaan.

24.4.3 Internetwinkel In een woning en/of de bijbehorende bijbehorende bouwwerken is het uitvoeren van een internetwinkel toegestaan onder de volgende voorwaarden: a.

b. c. d. 24.5

het (mede) ten behoeve van een internetwinkel in gebruik te nemen vloeroppervlak mag maximaal 1/3 van de vloeroppervlakte van de woning en/of de bijbehorende bouwwerken bedragen met een maximum van 50 m2; degene die de activiteiten in de woning en/of bijbehorende bouwwerken uitoefent, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; de activiteit mag niet leiden tot gebruik van extra parkeerruimte in het openbaar gebied; vanaf de openbare weg zichtbare excessieve reclame-uitingen zijn niet toegestaan. Afwijken van de gebruiksregels

24.5.1 Beroep en/of bedrijf aan huis Burgemeester en wethouders zijn bevoegd door middel van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 24.4 voor het toestaan van aan huis verbonden beroep- en bedrijfsactiviteiten met inachtneming van de volgende voorwaarden:

bestemmingsplan Stedelijk Gebied Wijchen

87

a.

b. c. d. e. f.

g. h.

het ten behoeve van de aan huis gebonden beroeps- en bedrijfsactiviteit in gebruik te nemen vloeroppervlak bedraagt maximaal 1/3 van de vloeroppervlakte van de woning en/of de bijbehorende bouwwerken met een maximum van 100 m²; degene die de activiteiten in de woning en/of de bijbehorende bouwwerken uitoefent, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; de noodzakelijke parkeervoorzieningen dienen op eigen terrein te worden gesitueerd, tenzij wordt aangetoond dat geen onevenredige parkeerdruk ontstaat in het openbaar gebied; de activiteit dient qua aard, milieubelasting en uitstraling te passen in een woonomgeving; er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat. er mag geen detailhandel of groothandel plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de aan huis verbonden activiteit alsmede handelsactiviteiten via het internet; vanaf de openbare weg zichtbare excessieve reclame-uitingen zijn niet toegestaan; bij de uitoefening van de aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit mag alleen huishoudelijk afvalwater worden geloosd.

24.5.2 Bed & breakfast Burgemeester en wethouders zijn bevoegd door middel van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 24.4 teneinde een bed & breakfast voorziening toe te staan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.

deze nevenactiviteit is enkel in de woning toegestaan; de nevenactiviteit is ondergeschikt van aard; de voor bed & breakfast gebruikte oppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m²; ten behoeve van de bed & breakfast voorzieningen zijn maximaal 8 (éénpersoons)bedden toegestaan; permanente bewoning of huisvesting van tijdelijke werknemers is niet toegestaan; er wordt een nachtregister bijgehouden; het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de omliggende functies; de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast.

24.5.3 Woningsplitsing Burgemeester en wethouders zijn bevoegd door middel van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 24.2.1 onder b ten behoeve van woningsplitsing met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e.

f. g. h.

88

de woningsplitsing is uitsluitend toegestaan bij monumenten met een inhoud van minimaal 700 m3 (inclusief inpandige stal/deel); het pand mag worden gesplitst in maximaal 2 woningen; beide woningen dienen na de splitsing een inhoud te hebben van minimaal 350 m3 ; de splitsing mag niet leiden tot een aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van de omgeving en draagt bij aan de cultuurhistorische waarde van het beschermde dorpsgezicht Leur; de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken op de beide afgesplitste percelen mag tezamen niet meer bedragen dan het op grond van het in 24.2.2 bepaalde maximum, met dien verstande dat voor zover de bestaande oppervlakte op het te splitsten perceel reeds meer bedraagt deze oppervlakte als maximum geldt; eventuele op het perceel aanwezige karakteristieke bijbehorende bouwwerken dienen na de splitsing als bijbehorend bouwwerk te worden gebruikt; de geluidbelasting vanwege het wegerkeer van geluidgevoelige gebouwen is niet hoger dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of een verkregen hogere grenswaarde; er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende

bestemmingsplan Stedelijk Gebied Wijchen

i.

gronden en de belangen van derden worden niet onevenredig geschaad; het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast.

24.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 24.6.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een aanlegvergunning op de voor Wonen - Beeldbepalend 2 bestemde gronden, voor zover deze zijn gelegen buiten het bouwvlak en/of de aanduiding "specifieke bouwaanduiding - zone aan- en/of uitbouwen alsmede bijgebouwen", de volgende andere werken of werkzaamheden uit te voeren: a. b.

c. d. e. f.

het ophogen van de bodem met meer dan 0,30 meter; grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; bodem verlagen of afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) van gronden waarvoor geen ontgrondingenvergunning is vereist; het rooien van bos, boomgaard en/of hagen; het aanleggen va oppervlakteverhardingen; het aanleggen van ondergrondse transport-, energie, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

24.6.2

Uitzonderingen

Het onder 24.6.1 vervatte verbod geldt niet: a. b. c. d.

voor zover het werken en/of werkzaamheden betreft in het kader van het op de bestemming gerichte beheer van de gronden; indien de werken en/of werkzaamheden in het kader van het gewone onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden binnen bestaande tracés van kabel en leidingen; voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft tot een diepte van 30 cm onder het bestaande maaiveld, met uitzondering van het aanbrengen van gesloten verhardingen; voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan een aanlegvergunning in dit kader is verleend.

24.6.3 Voorwaarden een aanlegvergunning als bedoeld in artikel 24.6.1 mag alleen worden verleend met inachtneming van de uitgangspunten van het beschermde dorpsgezicht van Leur en indien door de uitvoering de aanwezige landschaps- en natuurwaarden niet onevenredig (kunnen) worden aangetast. 24.6.4 Deskundigenadvies Alvorens een besluit te nemen omtrent het verlenen van een aanlegvergunning winnen burgemeester en wethouders advies in van een deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de aanlegvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de landschaps- en natuurwaarden, en welke voorwaarden dienen te worden gesteld.

bestemmingsplan Stedelijk Gebied Wijchen

89

Artikel 25

Wonen - Zorgwoning

25.1 Bestemmingsomschrijving De voor Wonen - Zorgwoning aangewezen gronden zijn bestemd voor woonvormen gericht op zorgverlening in groepsverband; een en ander met bijbehorende bouwwerken, (parkeer)voorzieningen en (on)bebouwde gronden. 25.2 Bouwregels Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in artikel 25.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende bepalingen. 25.2.1 Gebouwen Ten aanzien van gebouwen geldt dat: a. b. c.

deze binnen het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat ondergeschikte bouwdelen tevens buiten het bouwvlak zijn toegestaan; de goothoogte en bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte (m), maximale bouwhoogte (m)' aangegeven hoogten; het aangegeven bebouwingspercentage niet wordt overschreden, voor zover geen bebouwingspercentage is gegeven bedraagt dit 100%.

25.2.2

Bouwwerken geen gebouwen zijnde

Ten aanzien van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de hoogte maximaal bedraagt: a. b. c.

d.

voor terreinafscheidingen 2 meter; voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in de vorm van licht en/of vlaggenmasten 9 meter; voor carports en overkappingen geldt dat; 1. deze minimaal 1 m achter de voorgevel worden gebouwd; 2. de hoogte maximaal 3 m mag bedragen; 3. de gezamenlijk oppervlakte maximaal 30 m² mag bedragen; voor overige bouwwerken geen gebouwen zijnde 3 meter.

90

bestemmingsplan Stedelijk Gebied Wijchen

Artikel 26

Leiding

26.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a.

b.

de aanleg, instandhouding en/of bescherming van: 1. ondergrondse gasleidingen ter plaatse van de aanduiding 'hartlijn leiding - gas'; 2. ondergrondse rioolpersleidingen ter plaatse van de aanduiding 'hartlijn leiding – riool'; 3. ondergrondse waterleidingen ter plaatse van de aanduiding 'hartlijn leiding - water'; groenvoorzieningen.

26.2 Bouwregels In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald ten aanzien van het bouwen krachtens de overige bestemmingen van deze gronden, mogen op of in deze bestemming begrepen grond uitsluitend worden gebouwd: a. b.

26.3

bouwwerken voor de aanleg en instandhouding van de in 26.1 genoemde leidingen tot een maximale bouwhoogte van 2 m; gebouwen en/of bouwwerken die dienen ter vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande gebouwen en/of bouwwerken, indien de oppervlakte en bouwhoogte niet wordt vergroot en hierbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 26.2 voor het bouwen ten behoeve van de overige bestemmingen van deze gronden, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b. c.

de veilige ligging en de continuïteit van de brandstof-, gas-, energie- of watervoorziening en riolering dienen te zijn gewaarborgd; nieuwe kwetsbare objecten worden niet toegestaan; het bevoegd gezag dient schriftelijk advies te hebben ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.

26.4 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden tevens de volgende voorwaarden: a.

b.

het opslaan van goederen is niet toegestaan. Een en ander met uitzondering van het opslaan van goederen: 1. ten behoeve van inspectie en onderhoud van de leiding; 2. voorzover sprake is van bestaand gebruik vanwege de overige bestemming(-en). het wijzigen van het gebruik van bestaande gebouwen, indien daardoor een nieuw kwetsbaar object wordt toegelaten.

26.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 26.5.1 Werken en werkzaamheden Het is verboden op de gronden met de bestemming 'Leiding' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het aanleggen de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a.

het aanleggen van wegen of paden en/of andere oppervlakteverhardingen;

bestemmingsplan Stedelijk Gebied Wijchen

91

b. c. d. e. f. g. h. i. j.

het uitvoeren van graafwerkzaamheden; het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indrijven van voorwerpen in de bodem; het aanbrengen van diepwortelende beplanting en/of bomen; het ophogen, verlagen, afgraven of egaliseren van de bodem, of anderszins wijzigen in maaiveld- of weghoogte; het permanent opslaan van goederen; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; het aanbrengen en/of rooien van hoogopgaande beplanting en/of bomen; het aanbrengen en/of slopen van bovengrondse constructies, installaties, opstallen of apparatuur anders dan ten dienste van deze bestemming; het aanleggen van zonneparken.

26.5.2 Uitzonderingen Het in 26.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a.

b. c. d.

die het normale onderhoud betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen van deze gronden, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn en/of voortvloeien uit het normale gebruik overeenkomstig de bestemming; die reeds in uitvoering zijn op het moment van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; zijnde, graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken; die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

26.5.3 Toelaatbaarheid a. De in 26.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien het behoud van een veilige ligging en de continuïteit van de brandstof-, gas-, energie- en watervoorziening en riolering zijn gewaarborgd. b. Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld in dit 26.5.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de betreffende leidingbeheerder.

92

bestemmingsplan Stedelijk Gebied Wijchen

Artikel 27

Leiding - Hoogspanningsverbinding

27.1 Bestemmingsomschrijving De voor Leiding - Hoogspanningsverbinding aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor aanleg en instandhouding van een bovengrondse hoogspanningsverbinding; één en ander met de bijbehorende voorzieningen, waaronder inbegrepen masten en (veiligheids)voorzieningen. 27.2 Bouwregels In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald ten aanzien van het bouwen krachtens de overige bestemmingen van deze gronden, mogen op of in deze bestemming begrepen grond uitsluitend worden gebouwd: a.

bouwwerken voor de aanleg en instandhouding van de in 27.1 bedoelde hoogspanningsverbindingen ter plaatse van de aanduiding 'hartlijn leiding - hoogspanningsverbinding' tot een maximale bouwhoogte van 40 m;.

27.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 27.2 voor het bouwen ten behoeve van de overige bestemmingen van deze gronden, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b. c.

geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de betreffende hoogspanningsleiding; nieuwe kwetsbare objecten worden niet toegestaan; het bevoegd gezag dient schriftelijk advies te hebben ingewonnen bij de betreffende netbeheerder.

27.4 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden tevens de volgende voorwaarden: a.

b. c.

het opslaan van goederen is niet toegestaan. Een en ander met uitzondering van het opslaan van goederen: 1. ten behoeve van inspectie en onderhoud van de leiding; 2. voorzover sprake is van bestaand gebruik vanwege de overige bestemming(-en). het wijzigen van het gebruik van bestaande gebouwen, indien daardoor een nieuw kwetsbaar object wordt toegelaten; een gebruik dat geen rekening houdt met een ongestoorde werking van de bovengrondse hoogspanningsleiding en de risico's die ermee verbonden zijn.

27.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 27.5.1 Werken en werkzaamheden a. het aanbrengen en/of rooien van opgaande beplanting en bomen: b. het wijzigen van maaiveld- of weghoogte niveau door ontgronding, ophoging of andere graafwerkzaamheden: c. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van (reeds bestaande) watergangen, alsmede het verhogen of verlagen van het waterpeil: d. het opslaan van goederen, (brandbare)stoffen en/of materialen;

bestemmingsplan Stedelijk Gebied Wijchen

93

e. f. g.

het aanleggen en/of slopen van bovengrondse opstallen, constructies, straatmeubilair, installaties of apparatuur anders dan ten dienste van de in 27.1 omschreven bestemming, het aanleggen, verbreden, of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; het aanleggen van zonneparken.

27.5.2 Uitzonderingen Het in 27.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a.

b. c. d.

die het normale onderhoud betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen van deze gronden, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn en/of voortvloeien uit het normale gebruik overeenkomstig de bestemming; die reeds in uitvoering zijn op het moment van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; zijnde, graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken; die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

27.5.3 Toelaatbaarheid a. De in 27.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de betreffende hoogspanningsleiding. b. Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld in dit 27.5.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de betreffende netbeheerder.

94

bestemmingsplan Stedelijk Gebied Wijchen

Artikel 28

Waarde - Archeologie 1

28.1 Bestemmingsomschrijving De voor Waarde - Archeologie 1 aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud en bescherming van waardevolle verwachte archeologische informatie in de bodem. Het gaat hierbij om AMK terreinen, archeologische vindplaatsen en oude woongronden, inclusief een zone van 50 m rondom deze gebieden. 28.2 Bouwregels Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a.

b.

c.

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwen voor het oprichten van een bouwwerk, dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden, waarop de aanvraag betrekking heeft, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. In afwijking van het gestelde onder a hoeft de aanvrager van een omgevingsvergunning voor bouwen geen rapport als bedoeld onder a te overleggen, indien: 1. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het vervangen van bestaande bebouwing (waaronder bestaande ondergrondse kelders), waarbij de oppervlakte aan bebouwing niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut; 2. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het uitbreiden van bestaande bebouwing tot maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering; 3. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het bouwen in de bodem tot een diepte van 0,30 m onder het bestaande maaiveld; 4. naar oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld.

Indien uit het onder a genoemde rapport of uit de beschikbare informatie als bedoeld in b onder 4, blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning voor bouwen: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties; 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden een verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan.

28.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 28.3.1 Omgevingsvergunningsplicht Onverminderd het in de Erfgoedwet bepaalde is het verboden op of in de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a.

grondwerkzaamheden, zoals afgraven, egaliseren, frezen, scheuren van grasland, diepploegen, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleg van drainage, verwijderen van funderingen en aanleg of rooien van bos, boomgaard, boom- of fruitteelt of diepwortelende beplanting.

bestemmingsplan Stedelijk Gebied Wijchen

95

b. c. d.

graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; aanleggen van leidingen; verlagen van de waterstand.

28.3.2 Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht Het onder 28.3.1 opgenomen verbod geldt niet: a. b.

c. d. e. f.

g.

In het kader van archeologisch onderzoek en archeologische opgravingen, mits deze worden verricht door een ter zake deskundige als bedoeld in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie; voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen, drainage, kabels, leidingen en beplantingen voor zover deze werkzaamheden zich beperken tot reeds geroerde gronden; voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale agrarische gebruik, waaronder de aanleg van teeltondersteunende voorzieningen; voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft tot een diepte van 0,30 m onder het bestaande maaiveld; voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; voor werken en werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan legaal in uitvoering zijn of legaal kunnen worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning; ingeval op grond van de Erfgoedwet een vergunning is vereist.

28.3.3 Verlening a. De onder 28.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning dient te overleggen. In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld; b. Indien het rapport of andere beschikbare informatie daartoe aanleiding geeft, dient op advies van een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd te stellen kwalificaties zo nodig archeologisch vervolgonderzoek plaats te vinden. 28.3.4 Voorwaarden Overeenkomstig het in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht bepaalde kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning onder beperkingen verlenen en kunnen zij voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden, waaronder de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden.

28.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, teneinde de dubbelbestemming Waarde Archeologie 1 geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken gronden geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is. bestemmingsplan

96

bestemmingsplan Stedelijk Gebied Wijchen

Artikel 29

Waarde - Archeologie 2

29.1 Bestemmingsomschrijving De voor Waarde - Archeologie 2 aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud en bescherming van waardevolle verwachte archeologische informatie in de bodem. Het gaat hierbij om gebieden met een hoge archeologische verwachting. 29.2 Bouwregels Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a.

b.

c.

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwen voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 120 m² dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. In afwijking van het gestelde onder a hoeft de aanvrager van een omgevingsvergunning voor bouwen geen rapport als bedoeld onder a te overleggen, indien: 1. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het vervangen van bestaande bebouwing (waaronder bestaande ondergrondse kelders), waarbij de oppervlakte aan bebouwing niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut; 2. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het uitbreiden van bestaande bebouwing tot maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering; 3. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het bouwen in de bodem tot een diepte van 0,30 m onder het bestaande maaiveld; 4. naar oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld.

Indien uit het onder a genoemde rapport of uit de beschikbare informatie als bedoeld in b onder 4, blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning voor bouwen: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties; 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden een verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan.

29.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 29.3.1 Omgevingsvergunningsplicht Onverminderd het in de Erfgoedwet bepaalde is het verboden op of in de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a.

b.

grondwerkzaamheden, zoals afgraven, egaliseren, frezen, scheuren van grasland, diepploegen, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleg van drainage, verwijderen van funderingen en aanleg of rooien van bos, boomgaard, boom- of fruitteelt of diepwortelende beplanting. graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en

bestemmingsplan Stedelijk Gebied Wijchen

97

c. d.

greppels; aanleggen van leidingen; verlagen van de waterstand.

29.3.2 Uitzonderingen Het onder 29.3.1 opgenomen verbod geldt niet: a. b.

c. d. e. f. g.

h.

In het kader van archeologisch onderzoek en archeologische opgravingen, mits deze worden verricht door een ter zake deskundige als bedoeld in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie; voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen, drainage, kabels, leidingen en beplantingen voor zover deze werkzaamheden zich beperken tot reeds geroerde gronden; voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale agrarische gebruik; voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft tot een diepte van 0,30 m onder het bestaande maaiveld; voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft over een maximale oppervlakte van 120 m². voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; voor werken en werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan legaal in uitvoering zijn of legaal kunnen worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning; ingeval op grond van de Erfgoedwet een vergunning is vereist.

29.3.3 Verlening a. De onder 29.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning dient te overleggen. In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld; b. Indien het rapport of andere beschikbare informatie daartoe aanleiding geeft, dient op advies van een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd te stellen kwalificaties zo nodig archeologisch vervolgonderzoek plaats te vinden. 29.3.4 Voorwaarden Overeenkomstig het in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht bepaalde kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning onder beperkingen verlenen en kunnen zij voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden, waaronder de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden. 29.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, teneinde: a.

b.

98

de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2 geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken gronden geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is; de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 1 op te nemen, indien uit nader onderzoek blijkt, dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn.

bestemmingsplan Stedelijk Gebied Wijchen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=d83b1043-f354-4c0f-9dd2-bd738aeffc05