CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Speelruimtebeleid 2016 - 2025

Raad openbaar Wijchen 30 oktober 2025, gemeente wijchenBij agendapunt: 306085 Beslisnota speelruimtebeleid 2025-2034 Wijchen10.747 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Speelruimtebeleid Wijchen

Wijchen, 10 maart 2016

Pagina 1 | rapport titel

www.wijchen.nl

Inhoudsopgave

1.

Inleiding .............................................................................................................. 3 1.1 Aanleiding ............................................................................................................ 3 1.2 Doel van de nota ................................................................................................... 3 1.3 Opbouw van de beleidsnota .................................................................................... 4 1.4 Begripsbepaling .................................................................................................... 4

2. Uitgangspunten buiten spelen ..................................................................................... 6 2.1 Indeling speelruimte .............................................................................................. 6 2.2 Informele en formele speelruimte ............................................................................ 6 3. Kaders ..................................................................................................................... 8 3.1 Wettelijke kaders .................................................................................................. 8 3.2 Interne kaders gemeente Wijchen ......................................................................... 10 3.3 Financieel kader .................................................................................................. 10 3.3.1 Budgetten 2007 t/m 2015 ........................................................................... 10 3.3.2 Huidige budgetten vanaf 2016...................................................................... 11 4. Visie en beleid ......................................................................................................... 13 4.1 De Wijchense visie op buiten spelen ......................................................................

13 4.1.1 Spelen in de openbare ruimte ....................................................................... 13 4.1.2 Openbare schoolpleinen ............................................................................... 13 4.1.3 Ontmoeten in de openbare ruimte ................................................................. 14 4.2 Beleidskaders ..................................................................................................... 15 5. Kwantitatief niveau speelvoorzieningen ...................................................................... 17 5.1 Omvang van de speelruimte ................................................................................. 17 5.1.1 De berekening van de reservering van speelruimte .......................................... 17 5.1.2 Bestemmingsplan ........................................................................................ 17 5.2 Richtlijn formele speelplekken ............................................................................... 17 5.3 Bereikbaarheid .................................................................................................... 18 5.4 Bestemmingsplan ................................................................................................ 18 5.5 Samenvatting ..................................................................................................... 19 6.

Kwalitatief niveau van speelvoorzieningen .................................................................. 20 6.1 Inrichting van informele speelplekken .................................................................... 20 6.2 Inrichting van formele speelplekken ...................................................................... 20 6.3 Overige inrichtingselementen ................................................................................ 21 7. Communicatie en participatie .................................................................................... 22 7.1 Meedenken in de buurt ........................................................................................ 22 7.2 Bewonersinitiatieven ............................................................................................ 22 8. Beheer en onderhoud speeltoestellen ......................................................................... 24 8.1 Keuze speelvoorzieningen .................................................................................... 24 www.wijchen.nl

8.2 Toepassen typen ondergronden ............................................................................ 24 8.3 Stadaard Programma van Eisen ............................................................................ 24 9. Realisatie en financiële gevolgen................................................................................ 25 9.1 Voorstel beleidsuitvoering .................................................................................... 25 9.2 Financiële gevolgen ............................................................................................. 27 Bijlage: Aanvulling speelruimtebeleid 2015-2025 betreffende sportvoorzieningen voor de leeftijdsgroep 12-19 jaar.

Pagina 1 | Speelruimtebeleid Wijchen

1. Inleiding Spelen is belangrijk voor de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van de opgroeiende jeugd. Door te spelen verkent het kind zijn omgeving. Het ontmoet andere kinderen en volwassenen en het ontdekt allerlei materialen, structuren en situaties. Het leren omgaan met al deze dingen is een belangrijk onderdeel voor de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling. In het latere leven is dit een voorwaarde voor het ontwikkelen van waarneming, denken, problemen oplossen en het geheugen. Het kind leert door het spelen met andere kinderen grenzen te verleggen. Hierdoor bouwt hij zelfvertrouwen op. Dit zelfvertrouwen is weer belangrijk voor het leggen van sociale contacten. Spelen draagt ook bij aan het ontwikkelen van de motoriek, aan de lichamelijke fitheid en welzijnsgevoel van een kind en het draagt bij aan het verminderen van gezondheidsklachten. Deze aspecten worden bijeen gebracht in het gezegde, dat een gezonde geest in een gezond lichaam huist.

1.1 Aanleiding In 2016 heeft de gemeenteraad ingestemd met het speelruimtebeleid met het doel een vastgesteld speelruimtebeleid te hebben gebaseerd op een samenhangende visie op speelruimte (aanleg, (her-) inrichting, beheer, onderhoud en vervanging van de speelvoorzieningen). Met het beleid is ingespeeld op de behoeften van de bevolking en de gebruikers. Nu is er behoefte om te kijken of het aanbod nog steeds actueel is en aansluit op de vraag, bevolkingsontwikkelingen, speelruimte-trends en ontwikkelingen binnen de gemeente zoals het Strategisch Kompas, GALA (Gezond en Actief Leven Akkoord) en vergroening. Naast de hierboven beschreven ontwikkelingen wordt er gekeken of het nog past binnen de huidige budgetten voor onderhoud en vervanging.

1.2 Doel van de nota Kinderen en jongeren zijn een belangrijke gebruikersgroep van de openbare ruimte. De omgeving waarin zij opgroeien is van invloed op hun latere sociale en lichamelijke ontwikkeling. Een goede omgeving om buiten te spelen en bewegen is niet alleen belangrijk voor hen, maar ook voor het algemeen belang. Door de kinderaantallen en de speelruimte te monitoren blijft het aanbod afgestemd op de behoefte van de verschillende doelgroepen. Dit zorgt voor behoud van drie kernkwaliteiten: 1) Een goede spreiding van speelruimte. Dit houdt de speelruimte bereikbaar ook als het kinderaantal afneemt of verschuiving optreedt in leeftijdsgroepen. 2) Een goede inrichting van speelruimte. Dit houdt de speelruimte aantrekkelijk en zorgt voor goed gebruik en meer kans op samen spelen. 3) Een goed onderhoud van speelruimte. Dit houdt de speelruimte veilig, heel en schoon, wat bijdraagt aan goed gebruik en het imago van de kern of wijk. Doelstelling van deze herijking is om de speelruimte afgestemd te houden op de doelgroepen en op actueel beleid.

In voorliggende beleidsnota wordt antwoord gegeven op de volgende vragen: • Welke visie heeft de gemeente Wijchen als het gaat om speelruimtes? • Wat zijn de kaders en uitgangspunten voor het hebben, wijzigen of uitbreiden van speelruimtes? • Welk speelareaal en streefbeeld is haalbaar uitgaande van de beschikbare budgetten voor vervanging en onderhoud van speelvoorzieningen? • Hoe betrekken we de 10 schoolpleinen bij de openbare speelruimte?

Pagina 2 | Speelruimtebeleid Wijchen

•

Welke mogelijkheden voor burgerparticipatie zijn er voor speelvoorzieningen?

1.3 Opbouw van de beleidsnota In hoofdstuk 2 van deze nota worden de uitgangspunten van buiten spelen weergegeven. Hoofdstuk 3 geeft de (wettelijke) kaders en de raakvlakken met andere beleidsterreinen in beeld. Hiermee wordt de samenhang van de openbare ruimte en het gebruik ervan bewaakt. In hoofdstuk 4 is de visie verwoord ten aanzien speelruimtes in de gemeente Wijchen. Om de visie concreet te maken zijn aan de hand van uitgangspunten beleidskaders opgesteld. Deze kaders dienen als toetsingskader bij de planning, inrichting en het beheer van openbare speelruimtes. In hoofdstuk 5 worden de kwalitatieve normen geformuleerd. In hoofdstuk 6 wordt weergegeven aan welke kwaliteiten de ruimte moet voldoen. Hoofdstuk 7 gaat over communicatie en participatie: hoe wordt de buurt betrokken bij de inrichting van de openbare ruimte om te spelen, bewegen en ontmoeten. Hoofdstuk 8 geeft het beheer en onderhoud speelvoorzieningen weer. In hoofdstuk 9 wordt de beleidsuitvoering weergeven. Hierbij zijn tevens de financiën in beeld gebracht.

1.4 Begripsbepaling Speelvoorziening Dit is een verzamelnaam voor speelaanleidingen, speelelementen, speelgelegenheden, ontmoetingsplaatsen voor jongeren, en sport- en speelplaatsen die worden aangelegd in de openbare ruimte. Een speelvoorziening is speciaal ingericht voor kinderen, jeugd en jongeren tot 19 jaar. Deze doelgroepen kunnen zich hier op een veilige manier in een gevarieerde uitdagende omgeving lichamelijk, sociaal en geestelijk ontwikkelen door middel van spelen, sporten en ontmoeten. Speelaanleiding Hiermee worden alle objecten bedoeld die niet specifiek voor het spelen, ontmoeten, of sporten zijn geplaatst, maar wel een scala aan spelmogelijkheden bieden in de (in)formele speelruimte. (Speel)toestel Dit is een voorziening in de formele speelruimte die specifiek geplaatst is voor het spelen, sporten of ontmoeten. Openbare ruimte Onder openbare ruimte wordt verstaan de niet uitgegeven bebouwde ruimte. Hieronder vallen plantsoenen, parken, parkeerplaatsen, openbare speelplekken, en trottoirs. Doelgroep De doelgroep van het speelruimtebeleid wordt bepaald door degenen die van de openbare informele en formele speelruimte gebruik maken. Je kunt stellen dat kinderen zodra ze kunnen lopen, tot aan kinderen van een jaar of 19 gebruik maken van speelruimte.

De scheidslijnen zijn niet haarscherp, maar bij de beoordeling van de speelruimte wordt uitgegaan van onderstaande indeling in leeftijdscategorieën. -

Het hele jonge kind (0-5 jaar) Voor het jonge kind tot drie jaar (peuter) is de speelplek een plaats waar het onder begeleiding van een oudere veilig kan spelen. Het alleen en zelfstandig spelen gebeurt in een besloten omgeving, bijvoorbeeld in huis of in de tuin. Als de kinderen naar de basisschool gaan (kleuter) worden ze langzaamaan zelfstandiger en mogen ze meer de omgeving gaan verkennen. Dat gebeurt eerst dicht bij huis, zodat ouders toezicht hebben, en later verder de straat in om nieuwe speelmogelijkheden te verkennen.

Pagina 3 | Speelruimtebeleid Wijchen

-

Het basisschoolkind (6-12 jaar) De kinderen in de leeftijd van groep 3 tot en met 8 van de basisschool gaan steeds meer op ontdekkingstocht en doen dat ook steeds meer in groepsverband. Basisschoolkinderen van de onderbouw mogen vaak nog niet een drukke weg oversteken en blijven dichter bij huis. Vanaf een jaar of 8 gaan ze verder de hele wijk in.

-

De jongeren (13-19 jaar) Eenmaal op het voortgezet onderwijs treedt er vaak een gedragsverandering op bij kinderen. Deze groep blijkt de openbare speelruimte te gebruiken als verzamelplek, voor ontmoeting (hangplek) en om te sporten. Ze verplaatsen zich zelfstandig over het hele dorp.

Pagina 4 | Speelruimtebeleid Wijchen

2. Uitgangspunten buiten spelen De buitenruimte is een essentieel deel van de leefwereld van kinderen, jeugdigen en jongeren. Buiten komen ze andere hindernissen, uitdagingen en verrassingen tegen dan binnen en moeten ze reageren op onverwachte situaties. Buiten komen ze leeftijdsgenoten tegen. Buitenspelen geeft kinderen en jongeren voortdurend prikkels waardoor ze zich fysiek, sociaalemotioneel en verstandelijk sterk ontwikkelen.

2.1 Belang van speelruimte Wat is er natuurlijker dan spelen? Spelen is onlosmakelijk verbonden met leven, welzijn, het functioneren als individu, en met het functioneren als lid van een groep. Bijna iedereen zal onderkennen dat er ruimte moet zijn om te spelen en te bewegen. Jeugdigen hebben recht op speelruimte. Spelen is belangrijk voor de ontplooiing van de opgroeiende jeugd en belangrijk voor zijn geestelijke en lichamelijke ontwikkeling. Door te spelen verkent het jonge kind zijn omgeving. Het ontmoet andere kinderen, jeugdigen, jongeren, volwassenen, en ontdekt allerlei materialen, allerlei mogelijkheden, structuren en situaties. Dit alles is onderdeel van het ontwikkelen van zijn geestelijke en lichamelijke vermogens. Het omgaan met de voorwerpen en situaties in zijn omgeving is een belangrijke voorwaarde voor de latere ontwikkeling van de waarneming, het denken, het probleem oplossen, en het geheugen. Door tijdens het spelen grenzen te verleggen, leert het jonge kind, het basisschoolkind, en de jongere meer zelfvertrouwen in zichzelf te hebben. Zelfvertrouwen is weer belangrijk voor het leggen van sociale contacten. Kinderen zijn een belangrijke gebruikersgroep van de openbare ruimte. De omgeving waarin zij opgroeien is van invloed op hun latere sociale en lichamelijke ontwikkeling.

Een goede omgeving om buiten te spelen en te bewegen is niet alleen belangrijk voor kinderen, maar ook voor het algemeen belang. Een omgeving met spelende kinderen is levendig. Er zijn vaker en meer mensen op straat waardoor de sociale veiligheid verbetert. Buiten spelende kinderen dragen ook bij aan het ontstaan en behoud van een sociaal netwerk in de buurt, niet alleen tussen de kinderen maar ook tussen ouders. Dit creëert een zekere stabiliteit in de buurt, wat eraan kan bijdragen dat mensen er langer willen blijven wonen. Immers een plek die goed is voor kinderen is een goede plek voor iedereen. Dit wordt enigszins tegengesproken door meldingen van overlast. Soms lijkt het alsof een simpele wipkip al tot overlastmeldingen leidt. Een aantrekkelijke woon- en leefomgeving ontstaat daarom alleen als er door alle betrokkenen bij de openbare ruimte wordt samengewerkt.

2.2 Informele en formele speelruimte Met informele speelruimte wordt de ruimte aangeduid waar de jeugd leeft, woont en kan spelen, zoals de straat, de stoep, het plantsoen en bossen, waar geen specifieke speeltoestellen staan. Met formele speelruimte wordt de ruimte aangeduid die specifiek en exclusief is ingericht voor de speelfunctie (de speelplaatsen met toestellen). Ook de natuurlijke speelruimte (een plek die is ingericht met natuurlijke elementen, waar kinderen kunnen ravotten, klimmen, klauteren, onderzoeken en zelf een spel kunnen bedenken) valt hieronder. Informele speelruimte Kwaliteit van de verblijfsruimte: De openbare ruimte van onze gemeente is op de meeste plekken geschikt voor kinderen en jeugdigen en biedt voldoende ruimte om buiten te spelen. De wijken zijn vrij groen met ruimte voor grasveldjes en pleintjes. Ook zijn er voldoende parkjes die een functie hebben voor kinderen uit een groter gebied. In de woonbuurten waar de meeste kinderen wonen staan voornamelijk gezinswoningen met een eigen achtertuin en meestal ook een voortuin. De

Pagina 5 | Speelruimtebeleid Wijchen

binnen-buitenrelatie voor kinderen is dus goed. Vooral voor kleinere kinderen is deze overgang van verblijven tussen de voordeuren de openbare ruimte belangrijk in het leerproces. Jongeren: Jongeren ouder dan 12 jaar zijn heel erg gericht op sociale contacten. De behoefte aan speelplaatsen neemt snel af maar ruimte om elkaar te ontmoeten is des te belangrijker. Hierbij is een goede balans nodig tussen sociale controle en beschutting. De jongeren willen niet voortdurend worden gecontroleerd en omwonenden willen geen overlast van jongeren. Formele speelruimte In woonwijken die vanaf de jaren '60 zijn gebouwd is in de stedenbouwkundige opbouw rekening gehouden met speelruimte voor kinderen. Vanaf de jaren '80 was het hebben van speeltoestellen in de openbare ruimte een must en schoten de speelplaatsen die aan vastgestelde eisen voldeden als paddenstoelen uit grond. Beheer- en vervangingskosten waren in die tijd nog geen item waardoor een overdaad aan faciliteiten ontstond. De afgelopen jaren is het hebben van speelplaatsen meer afgestemd op normering en het aantal kinderen in de betreffende buurt. Vervanging van een afgeschreven of versleten speelplaats is daardoor geen vanzelfsprekendheid meer. Nieuwe speelplaatsen worden in de regel alleen bij nieuwbouw- of inbreidingsplannen gerealiseerd. De belangrijkste doelgroep voor formele speelruimte zijn kinderen van 0 tot 12 jaar.

Kinderen op de basisschool hebben in alle opzichten de meeste behoefte aan speelplaatsen in de openbare ruimte. Bij de keuze voor formele speelruimte kan rekening worden gehouden met de beschikbaarheid van speelruimte 'op straat of in het openbare groen'. Veelal kan in een wijk of buurt worden volstaan met één veilig te bereiken speelplaats voor schoolkinderen op een centrale plek. In wijken waar minder informele speelruimte aanwezig is moet meer aandacht zijn voor gefaciliteerde speelplaatsen. Hierbij is kwaliteit belangrijker dan kwantiteit oftewel het is beter om één goede (natuurlijke) speelplaats met veel speelaanleidingen te hebben dan in elke straat een wipkip of duikelrekje. De ervaring leert dat verblijfsruimte voor jeugdigen (12-19 jaar) moeilijk valt te faciliteren en te sturen. Groepssamenstelling en ontmoetingslocaties, ook vaak hangplekken genoemd, wijzigen voortdurend. Beschikbaarheid van goede buitensportmogelijkheden en maatschappelijke begeleiding hebben de voorkeur boven inrichten van speelplaatsen voor jongeren. Schoolpleinen: Naast openbare speelplaatsen is er bij basisscholen ook speelruimte op het schoolterrein beschikbaar. Bij 10 basisscholen zijn deze schoolpleinen na schooltijd openbaar toegankelijk. Het schoolplein is onderdeel van de brede school en heeft daarmee een functie voor de wijk, ook na schooltijd.

Hierover zijn afspraken gemaakt met het schoolbestuur en is dit geformaliseerd door middel van een overeenkomst.

Pagina 6 | Speelruimtebeleid Wijchen

3. Kaders 3.1 Wettelijke kaders Publiekrecht Recht op spelen Kinderen, jeugdigen en jongeren (de doelgroep) hebben recht op speelruimte. Er is (nog) geen expliciete wet die overheden verplicht om speelplekken aan te leggen. Wel is er het verdrag inzake de rechten van het kind dat werd aangenomen door de Verenigde Naties op 20 november 1989. Het omvat alle kinderrechten, geldt wereldwijd en heeft dezelfde kracht als een wet in Nederland. Dit verdrag voor de internationale rechten van het kind (IRVK) is onderdeel van de Nederlandse rechtsorde door de bekrachtiging per maart 1995. Het verdrag is eigenlijk een contract tussen de overheden en hun minderjarige bevolking. Het is de plicht van elke overheid om daarmee rekening te houden. "Lid 1 van Artikel 31 verdrag IRVK ; De Staten die partij zijn, erkennen het recht van het kind op rust en vrije tijd, op deelneming aan spel en recreatieve bezigheden passend bij de leeftijd van het kind, en op vrije deelneming aan het culturele en artistieke leven". Ontwerpwet buitenspeelruimte In 2002 dient de fractie van de SP in de Tweede Kamer een nieuw voorstel voor een Wet Buitenspeelruimte in. Het commentaar van de Raad van State, dat regeling per wet niet past bij decentralisatie en deregulering, werd door een meerderheid in de Kamer omarmd. Daarmee is de uitvoering van IRVK artikel 31 definitief een taak van de Gemeente.

Bij latere beantwoording vragen vanuit de Kamer blijft dit het standpunt van het Rijk. Spelen bij wet, de 3% norm Door de SP (Mw. Agnes Kant) is in 2003 een initiatiefwet ingediend over buitenspeelruimte. Dit initiatief heeft echter niet geleid tot een wet omdat er geen duidelijke definitie voor 'speelruimte' kan worden gegeven. Het indienen van de initiatiefwet met daarin de zogenoemde 3%-norm was voor minister Dekker (VROM) wel de aanleiding om in 2006 een beleidsbrief rond te sturen aan de Nederlandse gemeenten. In deze brief wordt de zorg van de regering uitgesproken over het feit dat de kinderen ogenschijnlijk minder buitenspelen en dat dit onder andere zou komen doordat er een tekort aan speelruimte en ontwikkelingsmogelijkheden is. Er is een richtgetal genoemd van 3% van nieuwe uitleglocaties als reservering voor buitenspeelruimte. De 3% richtlijn is door de NUSO (Landelijke non-profit organisatie voor speeltuinwerk en jeugdrecreatie) ontwikkeld in samenwerking met Nationaal Jeugdfonds Jantje Beton. De gemeenten werden door het ministerie van VROM alsnog verzocht invulling te geven aan deze 3%-norm, met als aandachtspunt de verantwoordelijkheid voor een integrale ruimtelijke ontwikkeling. De feitelijke inrichting van de openbare ruimte is een zaak van gemeenten zelf. Daar is immers de kennis aanwezig over de lokale behoeften, knelpunten en mogelijkheden.

Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS) Met betrekking tot spelen is het Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen (WAS) momenteel de enige wettelijke bepaling. Op 3 september 1996 is deze algemene maatregel van bestuur vastgesteld. Het WAS bepaalt dat een speeltoestel zodanig is ontworpen, vervaardigd en geplaatst dat het bij redelijkerwijs te verwachten gebruik geen gevaar opleveren voor de veiligheid of de gezondheid van de mens. Degene die een speeltoestel voorhanden heeft zorgt ervoor dat het zodanig beheerd wordt dat er bij gebruik geen gevaar ontstaat. Het warenwetbesluit is van toepassing voor toestellen die niet bestemd zijn voor de particuliere markt maar voor openbare gelegenheden. Er is sprake van particulier gebruik indien het speeltoestel uitsluitend in de sfeer van de particuliere huishouding wordt gebruikt, waar toezicht van overheidswege inbreuk op de zuivere privésfeer zou betekenen. Speeltoestellen van scholen, kinderdagverblijven en van niet vrij toegankelijke inrichtingen vallen dus ook onder het warenwetbesluit. De reikwijdte

Pagina 7 | Speelruimtebeleid Wijchen

van het Warenwetbesluit is in de loop der jaren uitgebreid met inrichtingen ten behoeve van bungy-jumpen, air diving, abseilen en tokkelen, en later ook met watertoestellen, inclusief waterglijbanen. Al deze objecten moeten, evenals speeltoestellen die zijn gebouwd na 26 maart 1997, worden gecertificeerd door één van de keuringsinstellingen die de overheid heeft aangewezen. Vervolgnotities op de WAS zijn; - Reikwijdte notitie WAS (2007) van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Deze notitie bevat criteria voor het bepalen of een inrichting bestemd voor vermaak of ontspanning wel of niet onder het WAS valt. - Factsheet “Spelen in bossen” (2008) van de Voedsel en Waren Autoriteit. Dit factsheet is een praktische aanvulling op de Reikwijdtenotitie en bevat criteria wanneer een speelelement in speelnatuur een speelaanleiding of een speeltoestel is. - Brief Minister VWS d.d. 4 juli 2012-11-15 Met deze brief aan de Tweede Kamer, kenmerk VGP/3120509, biedt de Minister twee evaluatierapporten aan over aangewezen keuringsinstellingen en het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen.

Onder meer wordt het voornemen aangegeven om het bijhouden van een logboek niet langer te verplichten: “Het is aan de ondernemer zelf om ervoor te zorgen en op praktische wijze aantoonbaar te maken dat het toestel zodanig is geïnstalleerd, gemonteerd, geïnspecteerd en onderhouden dat het toestel veilig is voor de gebruiker.” Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht Deze wet brengt de vergunningsplicht uit hoofde van diverse wetten op het gebied van Ruimtelijke Ordening, Bouwen en Milieu samen tot één vergunning. Besluit omgevingsrecht Voor speeltoestellen, niet bedoeld voor uitsluitend gebruik in de privé́-sfeer, geldt dat plaatsing daarvan vergunningsvrij is indien: • ze niet hoger zijn dan 4 m; • de geldende planologische regelgeving er niet aan in de weg staat. Bestemmingsplan De locatie van speelplaatsen en de plaatsing van speeltoestellen kan gezien de effecten op de omgeving van aanzienlijke planologische betekenis zijn. Om die reden is het van belang dat inpassing van speelplaatsen in het bestemmingsplan geregeld zijn. Privaatrecht Burgerlijk Wetboek Het privaat recht dat van toepassing kan zijn op speeltoestellen vloeit voort uit het Burgerlijk Wetboek. - In artikelen 6:162- t/m 169 benoemt de “onrechtmatige daad” en de “aansprakelijkheid” die daar uit voort kan vloeien. Binnen deze artikelen wordt tevens de aansprakelijkheid voor het gedrag van minderjarigen geregeld.

- Artikelen 6:174; De bezitter van een gebrekkige opstal, waardoor gevaar ontstaat voor personen of zaken, heeft een verhoogde aansprakelijkheid indien het gevaar zich verwezenlijkt. - Artikelen 6:185 t/m 193; Deze artikelen regelen dat de producent aansprakelijk is voor schade veroorzaakt door een gebrek in zijn product. Zijn aansprakelijkheid wordt verminderd indien aannemelijk is dat het gebrek dat de schade heeft veroorzaakt, niet bestond op het tijdstip waarop hij het product in het verkeer heeft gebracht, dan wel dat dit gebrek later is ontstaan. Europese veiligheidsvoorschriften Voor speeltoestellen voor openbaar gebruik gelden gedetailleerde Europese veiligheidsvoorschriften bij ontwerp, fabricage, aanleg, montage en beheer. Deze zijn bekend met de aanduiding: EN/NEN 1176 & 1177.

Pagina 8 | Speelruimtebeleid Wijchen

3.2 Interne kaders gemeente Wijchen Deze paragraaf geeft antwoord op vragen als: Wat zijn de raakvlakken van speelruimtebeleid met andere beleidsterreinen? Wat zijn de eventuele kaders waarbinnen het speelruimte beleid zich bevindt? Gemeentelijke Coalitieakkoord 2014-2018 Onder de titel “Anders denken, samen doen” lezen we: “Wij willen met een thematische en op de wijk gerichte aanpak het leefklimaat en de betrokkenheid in de wijken samen met de inwoners en de leefbaarheidsgroepen verbeteren. Wij nemen samen met onze partners even het voortouw, maar we verwachten wel dat de inwoners ‘het stokje overnemen’ en vooral ook zelf met initiatieven komen. Daarnaast zorgen we samen, met de financieel beschikbare middelen, voor behoud van voldoende voorzieningen. Te denken valt aan dorpshuizen, (brede) scholen, speeltuintjes en jongerenontmoetingsplekken”. GGD Uit de kindermonitor gemeente Wijchen 2013/2014, uitgevoerd door de GGD, blijkt dat het grootste deel van de ouders de buurt waar men woont kindvriendelijk of zelfs zeer kindvriendelijk vindt. 11% vindt de buurt niet zo kindvriendelijk en 2% noemt het helemaal niet kindvriendelijk. Op de vraag of er speelmogelijkheden zijn in een openbare speeltuin of veldje antwoordt 97% dat dit wel in de omgeving aanwezig is.

Zowel qua kindvriendelijkheid als qua voldoende speelmogelijkheden in de buurt scoort Wijchen het gunstigst van alle gemeenten in de regio Nijmegen. Een te beperkte aanwezigheid van speelplekken in de buurt wordt slechts door 9% van de ouders in de gemeente Wijchen genoemd. Overige beleidsterreinen Behalve de hierboven genoemde terreinen waarmee speelruimtebeleid raakvlakken heeft, hebben de navolgende sectoren nog direct of indirect te maken de volgende sectoren: • • • •

Onderwijs: buitenspelen stimuleert de ontwikkeling van kinderen en is daarmee een belangrijke ondersteuning van onderwijs; Ouderenbeleid: net als kinderen brengen ook ouderen veel tijd door in hun directe omgeving. Een prettige buitenruimte die veilig en toegankelijk is, is een relevant thema voor het ouderenbeleid; Verkeer: verkeersveiligheid in woonbuurten is een voorwaarde om buiten te spelen. Speelvoorzieningen hebben alleen zin als deze voor de jeugd veilig en bereikbaar zijn; Ruimtelijke ordening: buitenspeelruimte hoort een vaste plek te hebben in alle plannen voor ruimtelijk ordening (3% norm).

3.3 Financieel kader 3.3.1 Budgetten 2007 t/m 2015 In 2007 heeft de raad de speelruimtenota “buitenspelen in Wijchen” vastgesteld. Vervolgens is bij de kadernota 2008 een budget beschikbaar gesteld voor een adequaat speelvoorzieningenniveau voor kinderen van 0 tot 19 jaar (realisatie streefbeeld en verwerken vervangingsachterstand).

Pagina 9 | Speelruimtebeleid Wijchen

Dit komt neer op de volgende jaarlijkse budgetten tot 2016: Budget Realisatie streefbeeld (totaal € 400.000,-) Onderhoud structureel Vervanging speeltoestellen (structureel) Verwerken vervangingsachterstand (totaal € 350.000,)

2007 € 0,-

2008 € 60.000,-

2009 € 100.000,-

2010 € 40.000,-

2011 € 40.000,-

€ 83.452,-

€ 83.452,-

€ 83.452,-

€ 83.452,-

€ 83.452,-

€ 22.187,-

€ 22.187,-

€ 22.187,-

€ 22.187,-

€ 22.187,-

€ 0,-

€ 70.000,-

€ 70.000,-

€ 35.000,-

€ 35.000,-

Budget Realisatie streefbeeld (totaal € 400.000,-) Onderhoud structureel

2012 € 40.000,-

2013 € 40.000,-

2014 € 40.000,-

2015 € 40.000,-

€ 83.452,-

€ 83.452,-

€ 83.452,-

€ 83.452,-

Vervanging speeltoestellen (structureel) Verwerken vervangingsachterstand (totaal € 350.000,-)

€ 22.187,-

€ 22.187,-

€ 22.187,-

€ 22.187,-

€ 35.000,-

€ 35.000,-

€ 35.000,-

€ 35.000,-

De raad heeft er bij de kadernota 2008 voor gekozen om naast het budget voor het wegwerken van de vervangingsachterstand (in totaal € 350.000,- éénmalig) het vervangingsbudget niet structureel te verhogen waardoor er een vervangingsachterstand is ontstaan. In 2009 heeft de raad besloten, vanwege bezuinigingen, het resterend toegekende extra vervangingsbudget (verwerken vervangingsachterstand) en budget voor de realisatie voor het streefbeeld te spreiden over 6 in plaats van 3 jaar. 3.3.2 Huidige budgetten vanaf 2016 De budgetten zien er vanaf 2016 als volgt uit: Huidig budget Werk derden Vervangingen Onderhoud Schade/ vandalisme Totaal

Vervanging

onderhoud € 27.337,-

€ 22.187,€ 47.925,€ 8.190,€ 83.452,-

€ 22.187,. Regulier onderhoud Het in de begroting opgenomen onderhoudsbudget van € 83.452,- is voldoende om het huidige areaal speeltoestellen te onderhouden. Uit de quickscan die in 2015 is uitgevoerd door ingenieursbureau OBB is aangeven dat we structureel € 66.474,- (exclusief de technische inspecties door derden van € 5.500,-) nodig hebben. Regulier onderhoud en inspecties zijn vaste kosten die zijn gebonden aan Europese regels. Alleen met het aantal speelplaatsen en toestellen kan kostenbeheersing plaatsvinden. Vervanging speeltoestellen

Pagina 10 | Speelruimtebeleid Wijchen

Het jaarlijkse vervangingsbudget voor speeltoestellen is vanaf 2016 € 22.187,-. Op grond van afschrijvingstermijnen, berekend door ingenieursbureau OBB, is gebleken dat in de periode tot 2024 fors moet worden geïnvesteerd in vervanging van speeltoestellen. Er is een achterstand in vervanging van 157 toestellen (24%). Dit komt door een piek in de vervangingscyclus die is ontstaan omdat in de periode vanaf 2008 in verhouding veel speeltoestellen zijn geplaatst. Daarnaast komt dit doordat de raad bij de kadernota 2008 ervoor heeft gekozen om naast het budget voor het wegwerken van de vervangingsachterstand (in totaal € 350.000,- éénmalig) het vervangingsbudget niet structureel te verhogen. Voor de noodzakelijke vervanging van afgeschreven speelvoorzieningen zou de komende 10 jaar jaarlijks een gemiddeld bedrag van € 149.750,- nodig zijn. Hierin wordt een duidelijk knelpunt waargenomen omdat het beschikbare budget aanmerkelijk lager is. Hoe we hier de komende beleidsperiode mee om willen gaan wordt in hoofdstuk 9 weergegeven.

Pagina 11 | Speelruimtebeleid Wijchen

4: Visie en beleid Het vertrekpunt voor speelbeleid begint met een heldere visie op het spelen in de openbare ruimte. Een duidelijke visie op spelen in de openbare ruimte is belangrijk om het speelbeleid handen en voeten te kunnen geven. In dit hoofdstuk gaan we in op de Wijchense visie op buiten spelen.

4.1 De Wijchense visie op buiten spelen Onze visie op het speelruimtebeleid als volgt: 4.1.1 Spelen in de openbare ruimte Kinderen zijn volwaardige medegebruikers van de openbare ruimte. Er moet voldoende ruimte en mogelijkheid zijn om te spelen en te bewegen, omdat spelen en sporten bijdragen aan een evenwichtige ontwikkeling van het kind, zowel op sociaal als op lichamelijk vlak. Het speelruimtebeleid richt zich op kinderen in de leeftijd van 0 tot 19 jaar. Informele speelruimte en speelaanleidingen zijn belangrijk. Bij onvoldoende geschikte informele speelruimte zal formele speelruimte gecreëerd moeten worden. De speelruimte moet veilig zijn. Er wordt gestreefd naar zoveel mogelijk speelvoorzieningen die uitdagend zijn voor lichaam en geest. In de visie komt een aantal zaken naar voren die in de volgende hoofdstukken uitgewerkt worden. Het gaat om: richtlijn formele speelruimte, veiligheid speelruimte, participatie van bewoners en randvoorwaarden. 4.1.2 Openbare schoolpleinen De speelvoorzieningen bij basisscholen vormen vaak een belangrijk deel van de speelruimte. Voor, tijdens en na schooltijd wordt er veel gespeeld en de weg er naartoe is goed bekend. In gemeente Wijchen zijn rondom de meeste schoolpleinen hekken geplaatst, om vandalisme te voorkomen. Hierdoor is het schoolplein na schooltijd gesloten.

We vinden het wenselijk om daar waar nodig en mogelijk de speelruimte bij scholen te betrekken in het openbare speelvoorzieningennetwerk. Het openbaar maken van schoolpleinen levert een meerwaarde op voor de scholen, buurten en gemeente. Hierdoor worden het aantrekkelijke speelplekken voor de buurt, is er de garantie op veilige speeltoestellen op het schoolpleinen, zijn er meer speelmogelijkheden voor brede school activiteiten enz. We hebben een aantal voorwaarden opgesteld op basis waarvan een schoolplein openbaar kan worden, te weten: • • • •

Aanwezigheid buitenschoolse opvang is een pré; Het schoolplein moet meer ruimte bieden voor spelen dan de omgeving; School dient in een woonomgeving te staan; Sociale veiligheid dient gewaarborgd te zijn.

Er hebben inmiddels gesprekken plaats gevonden met samenwerkingsstichting Kans & Kleur over het openstellen van schoolpleinen. Aan de hand van de voorwaarden komen 10 schoolpleinen in aanmerking, te weten:

1. 2. 3. 4. 5.

St. Jan Baptist Wingerd Paulusschool Speelhoeve Paschalisschool

Pagina 12 | Speelruimtebeleid Wijchen

Basisscholen 6. Trinoom (dependance) 7. Trinoom 8. ‘t Palet 9. De Buizerd 10. De Boskriek

Deze schoolpleinen zullen worden opengesteld waarbij de gemeente met samenwerkingsstichting Kans & Kleur een overeenkomst aangaat om de verantwoordelijkheden te regelen. Uitgangspunt is dat de kosten voor het beheer, onderhoud en de inspecties bij MFA’s bij de gemeente en het beheer, onderhoud en de inspecties bij scholen niet zijnde MFA’s bij samenwerkingsstichting Kans & Kleur komt te liggen. In het geval een speeltoestel vervangen moet worden, heeft samenwerkingsstichting Kans & Kleur een inspanningsverplichting om het benodigde vervangingsbudget (incl. plaatsingskosten en eventuele aanpassing van de ondergrond) voor de 10 openbare schoolpleinen bijeen te krijgen door middel van acties/fondsenwerving, sponsorlopen etc. Dit past prima binnen het gemeentelijk beleid waarbij we een terugtredende en vooral faciliterende en stimulerende gemeente willen zijn, met grote invloed en eigen verantwoordelijkheid van inwoners. Hierbij benutten we de kracht van de samenleving. Mocht het benodigde vervangingsbedrag niet toereikend zijn, dan kan de bij de gemeente ingestelde reserve "vervangen speeltoestellen openbare schoolpleinen” worden aangesproken. 4.1.3 Ontmoeten in de openbare ruimte Niet alleen voor kinderen is het belangrijk dat er voldoende geschikte buitenruimte beschikbaar is. Ook jongeren zijn belangrijke gebruikers van de openbare ruimte.

Hoewel ze tegenwoordig minder tijd buiten doorbrengen dan enkele decennia geleden, blijft elkaar ontmoeten in de buitenruimte een belangrijke bezigheid voor jongeren. Dat blijkt onder andere wel uit het aantal groepen op straat in heel Wijchen. Wanneer jongeren buiten zijn, hangen ze vaak wat rond. Rondhangen met groepen of groepjes vrienden, samen kletsen en langs winkels slenteren zijn bij uitstek sociale activiteiten. Meestal komen jongeren samen voor de gezelligheid, soms uit verveling en soms ook om gewoon thuis weg te zijn. Een beetje stoer doen, gezien willen worden, zich afzetten tegen volwassenen: het hoort allemaal bij de ontwikkeling van de jeugd. Naast rondhangen speelt deze leeftijdsgroep ook nog buiten, een potje voetballen, skaten of basketballen. Aandacht hiervoor is belangrijk voor de lichamelijke en sociale ontwikkeling van de jeugd. De laatste jaren proberen we een JOP te combineren met een sportveld of activiteit. Doel is jongeren uit te nodigen tot beweging. Het is van belang om ook rekening te houden met de oudere jeugd in de openbare ruimte. Dit kan door te zorgen voor voldoende formele en informele ontmoetingsplekken en voldoende sport- en speelruimte voor deze leeftijdsgroep te realiseren. Het gaat hierbij om informele plekken (bankjes, grasvelden) en formele ontmoetingsplekken (een JOP, een skatebaan enz.).

Met name bij nieuwe woonwijken of herinrichting van bestaande wijken dient voldoende ruimte gereserveerd te worden voor (formele) ontmoetingsruimte voor jongeren. Bij de keuze voor de voorzieningen betrekken we de jeugd om de bruikbaarheid en hun verantwoordelijkheid hiervoor te vergroten. Wanneer wij rekening houden met deze jongerencultuur wordt de leefbaarheid in de wijk vergroot. Uiteraard worden de omwonenden betrokken bij de keuze voor de locatie van een formele ontmoetingsplek. Zoals alle gebruikers van de openbare ruimte moeten jongeren zich ook aan een aantal afspraken houden. Daarom is er een aantal regels die we met bewoners en jongeren afspreken. Hier gaan we uit van een aantal standaardregels die passen bij de APV van de gemeente.

Pagina 13 | Speelruimtebeleid Wijchen

4.2 Beleidskaders Op grond van bovenstaande visie zijn de navolgende beleidskaders van toepassing: • • •

• • • • •

• • • •

De gemeente hanteert de speelruimtenorm, zoals omschreven in hoofdstuk 5 en 6, om de spreiding, kwantiteit en kwaliteit van formele speelplekken vast te stellen. De speelruimtenorm wordt voor tien jaar, t/m 2025, vastgesteld. Bij de ontwikkeling van nieuwe wijken of bij herstructurering van bestaande wijken is deze nota speelruimte kaderstellend. Hierbij rekening houdend met de ruimtebehoefte en het budget voor de speelvoorzieningen dat beschikbaar is voor deze beleidsuitvoering. Budget voor speelvoorzieningen voor nieuwe woonwijken wordt meegenomen in de wijkexploitaties. Voor kinderen t/m 12 jaar bestaan de voorzieningen met name uit speelplaatsen met speeltoestellen. Voor jeugdigen tot 19 jaar bestaan de voorzieningen met name uit balspelvelden. Dit kunnen zowel formele als informele speelvelden zijn. 10 openbare schoolpleinen gaan onderdeel uitmaken van het speelruimtebeleid van de gemeente Wijchen. De aanwezige informele speelruimte is mede bepalend bij de planning en spreiding van speelplaatsen. Bij inrichting of volledige vervanging van centrale- of steunspeelplekken of het verbeteren van de speelkwaliteit van de informele speelruimte worden omwonenden actief betrokken. Waar mogelijk is de leefbaarheidsgroep het eerste aanspreekpunt. De beoordeling gebeurt aan de hand van de kwaliteitsnormen uit hoofdstuk 5 en 6.

Bij de inrichting, het beheer en het onderhoud van speelvoorzieningen houdt de gemeente zich aan het “Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen en de norm EN/NEN 1176 & 1177. In een dorp zal altijd een centrale speelplek en een steunspeelplek aanwezig zijn. De gemeente hanteert de 3%-norm als richtlijn. Er is aandacht voor een integrale ruimtelijke ontwikkeling. Veilige, goed bereikbare, informele speelruimte is onderdeel hiervan. Om de vijf jaar, voor het eerst in 2020, wordt het speelruimtebeleid geëvalueerd. In deze evaluatie wordt nagegaan of er nieuwe ontwikkelingen hebben plaatsgevonden die invloed hebben op de speelruimte en de gehanteerde normering. Tevens wordt de analyse geactualiseerd. Aan de hand van de resultaten worden nieuwe aanbevelingen gedaan.

Resumerend Door het toepassen van de normen wordt invulling gegeven aan een kwantitatief goede invulling en evenredige verdeling van speelvoorzieningen over de doelgroepen en buurten in de gemeente Wijchen. De norm moet maatgevend zijn voor speelruimte in nieuwbouwwijken en herinrichtingsplannen. Hij is kaderstellend bij de beoordeling van behoud van bestaande of realiseren van nieuwe speelplaatsen. Dit is vertaald naar beleidsregels, zie hieronder: •

• •

•

Speelbeleid, breedtesport en JOP-beleid wordt samengevoegd tot één samenhangend speelbeleid gericht op kinderen van 0 tot 19 jaar. - groep 0 – 6 jaar - groep 6 – 12 jaar - groep > 12 jaar In elke buurt dienen speelplekken aanwezig te zijn waarvan er één een minimale oppervlakte heeft van 300 m2. Nieuwe speelplek wordt meegenomen bij grondexploitatie: - indien het een nieuwe wijk betreft; - indien er een fysieke barrière ligt naar bestaande speelplek; - nieuwe speelplek kan centrale- of steunspeelplek betreffen. In bestemmingsplannen wordt expliciet aangegeven waar speelruimte is gereserveerd.

Pagina 14 | Speelruimtebeleid Wijchen

•

• •

•

• •

Centrale- en steunspeelplekken: - 1 centrale speelplek per buurt of kerkdorp; - 2 steunspeelplekken per buurt in Wijchen; - 1 steunspeelplek per kerkdorp. - per 200 kinderen t/m 12 in een buurt of kerkdorp komt er een extra steunspeelplek bij (200 kinderen 1 extra steunspeelplek, bij 400 kinderen 2 extra steunspeelplekken enz.). Speelplekken zijn openbaar. Omheining in de vorm van haag of hekwerk toepassen wanneer veiligheid in het gedrang komt: - binnen 10 m van water; - direct aan of binnen 5 m van weg. a) op een centrale speelplek zijn aanwezig: - maximaal 6 speeltoestellen voor de drie leeftijdsgroepen - bank en afvalbak b) op een steunspeelplek zijn aanwezig: - maximaal 3 speeltoestellen voor de leeftijdsgroep t/m 12 jaar - bank en afvalbak - openbaar schoolplein minimaal 3, maximaal 6 speeltoestellen c) op een buurt overstijgende speelplek zijn aanwezig: - maximaal 12 speeltoestellen - bank en afvalbak Leefbaarheidsgroepen en (nieuwe) bewoners worden tijdig betrokken bij de realisatie van een speelplek of vervanging van (een) speeltoestel(len). Met jongeren worden afspraken gemaakt over het gebruik van de ontmoetingsplek. Ze worden aangesproken op een aantal regels waar ze zicht aan moeten houden. Daarbij is formele begeleiding en handhaving door de politie van de regels van belang.

Pagina 15 | Speelruimtebeleid Wijchen

5: Kwantitatief niveau speelvoorzieningen Onder de kwantitatieve niveau verstaan we de omvang van speelruimte, de richtlijn van formele speelplekken en de bereikbaarheid van een speelplek.

5.1 Omvang van de speelruimte Speeltoestellen kunnen gezien worden als een vervanging van de natuurlijke speelmogelijkheden. De noodzaak van speelplekken neemt toe, naarmate de fysieke ruimte om te spelen afneemt. Uiteraard zal gestreefd moeten worden naar zoveel mogelijk informele speelruimte. De verdichting van de woningbouw, toenemend (auto)verkeer, voorzieningen voor volwassenen en honden, en de onveiligheid door criminaliteit en vandalisme leggen een steeds groter beslag op de beschikbare openbare speelruimte. Om de jeugd toch de gelegenheid te bieden om te spelen, bewegen en ontmoeten, zal in voorkomende gevallen gezocht moeten worden naar vervangende speelruimte. Dat kan in de vorm van formele speelplekken. Het NUSO is de landelijke organisatie voor speeltuinwerk en jeugdrecreatie. NUSO adviseert en ondersteunt overheden en speeltuinorganisaties op een breed gebied rondom speelruimte. NUSO beschikt over de nodige expertise en ervaring. Als non-profit organisatie is NUSO geheel onafhankelijk en heeft slechts één belang: voldoende en veilige speelruimte creëren voor alle kinderen in Nederland. Het heeft een berekening gemaakt op grond waarvan je kunt bepalen hoeveel ruimte gereserveerd zou moeten worden voor speelruimte. Dit is een richtlijn voor de omvang. De norm hierbij is om 300 m2 per hectare te reserveren voor speelruimte.

Dit is de 3%-norm die ook door VROM omarmd is. In de richtlijn wordt uitgegaan van formele en informele speelruimte, planniveaus, uitgegeven gebied en openbare ruimte. Formele- en informele speelruimte Formele speelruimte is de ruimte die officieel de bestemming ‘spelen’ heeft gekregen. Informele speelruimte is de ruimte die kinderen voor hun spel gebruiken, maar die niet speciaal daarvoor bestemd is. Denk daarbij aan parkeerplaatsen, groenvoorzieningen, parkjes, achterpaden, voetpaden, enzovoorts. De richtlijn die het NUSO geeft, heeft geen betrekking op deze informele speelruimte.

5.2 Richtlijn formele speelplekken Het aandeel formele speelruimte in de vorm van speelplekken wordt bepaald per buurt. Voor iedere buurt/ kerkdorp wordt een centrale speelplek aangewezen. Deze plekken hebben een centrale ligging, de routes ernaartoe hebben zo min mogelijk barrières en er is ruimte voor alle leeftijdsgroepen (kinderen, jeugdigen en jongeren). Ook hebben ze voldoende ruimte voor samenspel van leeftijdsgroepen. Naast de centrale speelplekken zijn in buurten steunspeelplekken nodig. Deze steunspeelplekken kunnen gemakkelijker inspelen op korte-termijnveranderingen in de demografische ontwikkeling van een buurt of kerkdorp. Insteek is een balans te vinden tussen de behoefte aan het aantal speeltoestellen in relatie tot de beschikbare middelen. Door de plekken voor meerdere behoeftegroepen in te richten zullen de plekken intensiever en langduriger worden bespeeld en zijn er meer contactmomenten tussen buurtbewoners bij zowel kinderen als begeleiders. Deze vergrote kans op samenspelen is de belangrijkste succesfactor voor een speelplek.

Pagina 16 | Speelruimtebeleid Wijchen

5.3 Bereikbaarheid Kinderen moeten speelplekken goed en veilig kunnen bereiken, zonder dat zij grote barrières hoeven te nemen. Dat geldt voor kinderen tot zes jaar. In deze zin vormen watergangen, wegen met een hogere snelheidslimiet dan 50 km/u, of ringwegen een fysieke barrière. Van de oudere jeugd mag verwacht worden dat zij een grotere afstand kunnen overbruggen en grotere wegen kunnen oversteken. Voor de Wijchense situatie hanteren we de onderstaande buurtindeling, waarbinnen de 3%-norm van toepassing is. Wijk Alverna Balgoij Batenburg Bergharen Hernen/ Leur Leur Niftrik Woezik Centrum Wijchen Oost Wijchen Noord

Achterlo

Wijchen West

Buurt Alverna Balgoij Batenburg Bergharen Hernen/ Leur Leur Niftrik Saltshof Veenhof Centrum Valendries Uilenboom Wijchen Noord Oost Wijchen Noord West Hofsedam Kraaijenberg Homberg Heilige Stoel Hof van Hagevoort Aalsburg Blauwe Hof

Wijk Zuid I

Zuid II Zuid III

Zuid IV Zuid V Zuid VI Kerkeveld I Kerkeveld II Kerkeveld III Huurlingsedam

Buurt De Weertjes De Grippen Zevendreef Zesakkers Abersland Kronenland Sluiskamp Oudelaan Diepvoorde Huissteden Hoogmeer De Ververt De Geer Elsland De Meren Diemewei De Gamert De Flier De Lingert Huurlingsedam

5.4 Bestemmingplan In het bestemmingsplan wordt in planvoorschriften “spelen en speelvoorzieningen” opgenomen bij de bestemming “Groen”. Die ruimte heeft dan een speelbestemming en kan zo nodig opgeëist worden voor het inrichten van een formele speelvoorziening of ontmoetingsplaats. In de nieuwe bestemmingsplannen is die mogelijkheid al opgenomen: De op de plankaart voor "Groen (G)" aangewezen gronden zijn bestemd voor onder meer speelvoorzieningen. Speelvoorzieningen in de vorm van speelplaatsen/sport-c.q. trapvelden met de hierbij behorende voorzieningen met een oppervlakte groter dan 50 m² zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding “Sv” (Speelvoorziening). Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen teneinde respectievelijk speelvoorzieningen in de vorm van speelplaatsen en sport-/c.q. trapvelden met de hierbij behorende voorzieningen met een oppervlakte groter dan 50 m² toe te staan op een locatie die niet overeenkomstig is aangeduid op de plankaart, met inachtneming van de volgende voorwaarden: • •

de verkeersveiligheid niet in het gedrang mag komen; een onevenredige toename van de aantasting van het woon- en leefklimaat niet is toegestaan.

Pagina 17 | Speelruimtebeleid Wijchen

Kleine speelvoorzieningen zijn dus rechtstreeks toegestaan. De wat grotere voorzieningen zijn specifiek bestemd via een aanduiding op de plankaart. Daarnaast worden eisen gesteld aan de maatvoering van bouwwerken, geen gebouw zijnde. Via een vrijstelling is het mogelijk om binnen de bestemming op andere locaties grotere speelvoorzieningen toe te staan. Ruimte reserveren in nieuwbouwwijk Om ervoor te zorgen dat in nieuwbouwprojecten en bij de herstructurering van wijken rekening gehouden wordt met speelplekken, zal in het bestemmingsplan de richtlijn van formele speelruimte opgenomen worden. Speelruimte wordt meegenomen in de wijkexploitaties van nieuwe woonwijken. Speelruimte en bespeelbare openbare ruimte dienen vanaf de eerste structuurschets van een nieuwe wijk als volwaardig element behandeld te worden, zowel in stedenbouwkundig opzicht als in de grondexploitatie. De 3%-norm wordt hierbij gehanteerd. Door de speelbestemming vast te leggen in het bestemmingsplan wordt voorkomen dat de ruimte in de tussentijd wordt bebouwd. Bouwvergunning Voor het plaatsen van speeltoestellen die lager zijn dan 3 meter, is volgens het Bouwbesluit geen vergunning nodig. Gaat het om toestellen die hoger zijn dan 3 meter, dan is die vergunning wel nodig.

De vergunning wordt verleend als de plaatsing van het toestel past in het bestemmingsplan en voldoet aan bouwtechnische eisen in het bouwbesluit.

5.5 Samenvatting We kiezen voor centrale speelplekken per buurt of kerkdorp met daarom heen steunspeelplekken. Hierbij is per buurt rekening gehouden met barrières waar kinderen en jeugd niet zelfstandig overheen mogen. Concreet betekent dit dat met een kleiner aantal formele speelplekken invulling wordt gegeven aan het speelruimtebeleid. Er is gekozen voor één centrale speelplek per buurt waarop meerdere leeftijdscategorieën terecht kunnen (kinderen, jeugd en jongeren). Net als in veel andere gemeenten kan het aantal plekken voor de jeugd het meest worden geconcentreerd. Dit hangt samen met het advies van ingenieursbureau OBB om centrale speelplekken in te richten in plaats van kleinere verspreid liggende speelplekken. Op centrale speelplekken is de kans op ontmoeting groter.

Pagina 18 | Speelruimtebeleid Wijchen

6: Kwalitatief niveau speelvoorzieningen Met het kwalitatief niveau bedoelen we de inrichting van speelplekken met toestellen en speelaanleidingen, de veiligheid (attractiebesluit), en het beheer, onderhoud en de vervanging van speelvoorzieningen. In dit hoofdstuk gaan we in op soorten speelruimte die daarvoor nodig zijn. Meer hierover staat in het Speelbeheerplan.

6.1 Inrichting van informele speelplekken In de inrichting verdienen speelaanleidingen de voorkeur boven speeltoestellen. Een speelaanleiding vormt alle inrichting van de openbare ruimte (behalve speeltoestellen) die kinderen uitlokt om te spelen. Voorbeelden zijn een muurtje, een vissteiger, een plas water, struiken, heuveltjes, trappen of andere hoogteverschillen. Maar ook een hinkelbaantje of een knikkertegel. Toestellen die worden geplaatst zouden vooral gericht moeten zijn op algemene spelbehoeften, zoals schommelen, wippen, glijden, klimmen. Speelaanleidingen en speeltoestellen moeten prikkelend zijn voor de fantasie wat betreft rollen- en fantasiespel, maar ook wat betreft constructiespel. Geef kinderen zoveel mogelijk de gelegenheid om zelf te kunnen verzinnen wat ze ervan maken of erbij fantaseren. Dit verhoogt de gebruiksmogelijkheden van een toestel en zo ook van de locatie zelf. Speelelementen, eenvoudige speelmogelijkheden zoals een knikkertegel, hinkelbaantje, springtouwpaaltje worden aangelegd om het spelen in de directe omgeving te stimuleren. Ook kan bijvoorbeeld straatmeubilair (ook in de woonomgeving) net iets meer bieden dan de functie zelf zoals het kunnen gebruiken van deze elementen als speelaanleiding.

6.2 Inrichting van formele speelplekken Centrale speelplek In iedere buurt is een centrale speelplek. Op deze speelplek zijn maximaal 6 speeltoestellen met afvalbak en bankje aanwezig. Heel belangrijk is dat de samenstelling van de speelplek gevarieerd is en voldoende uitdagend is voor kinderen, jeugdigen en jongeren tot 19 jaar. Er moet een combinatie van spelsoorten te vinden zijn (speeltoestellen, trapveldjes, baskets, skatebaan enz.) en staat voor de oudere jeugd boven de 12 jaar in het teken van ontmoeting. Van het aantal speeltoestellen kan afgeweken worden als er een combinatietoestel wordt geplaatst met een veelvoud aan spelsoorten. Steunspeelplek Naast de centrale speelplekken zijn in buurten met een hoge kinderdichtheid steunplekken nodig. Op deze speelplek zijn maximaal 3 speeltoestellen met afvalbak en bankje aanwezig. Deze speelplekken zijn ingericht voor de kinderen en jeugd tot 12 jaar. Buurt overstijgende speelplek Enkele centrale- en steunspeelplekken hebben een buurt overstijgende functie. Dit zijn speelplekken gelegen bij een dierenweide, in een park en/of worden veel bezocht door inwoners uit andere buurten. Op deze speelplekken zijn maximaal 12 speeltoestellen met afvalbak en bankje aanwezig.

Balspelvelden Naast de centrale- en steunspeelplekken zijn er voor de jeugdigen tot 19 jaar balspelvelden (trapveld, baskets, tafeltennistafels of volleybalnetten) aanwezig. Deze balspelvoorzieningen vallen niet onder de speeltoestellen. Een formele balspelvoorziening bestaat uit een veld met (een) doelvoorziening(en) of net op gras of verharding. Bestaande voorzieningen worden in stand gehouden en nieuwe

Pagina 19 | Speelruimtebeleid Wijchen

voorzieningen worden alleen gefaciliteerd als er grote vraag is, de afstand tot een bestaand balspelveld groter is dan 300 m2, er genoeg ruimte is en draagvlak is bij omwonenden. Deze bestaande voorzieningen zijn duurzaam en zullen deze beleidsperiode niet vervangen hoeven te worden. De centrale speelplekken (29), steunspeelplekken (59), buurt overstijgende speelplekken (6) en de balspelvelden zijn terug te vinden in de overzichtskaart centrale- en steunspeelplekken. Formele jongerenontmoetingsplekken In Wijchen zijn momenteel 7 jongerenontmoetingsplekken (JOP’s) in Wijchen, Balgoij, Hernen en Batenburg. Bij een aantal JOP’s is er een combinatie met een (verhard) sportveld. Het plan Huurlingsedam (2e fase) bevindt zich in de voorbereidende fase. In de randvoorwaarden is aangegeven dat een jongerenontmoetingsplek in de buitenruimte ook in deze wijk aan de orde moet zijn. We zijn aan het onderzoeken of we op de Campus een jongerenontmoetingsplek zouden kunnen plaatsen waar jongeren kunnen staan zonder dat bezoekers van ’t Mozaïek en de bibliotheek er last van hebben. Daarnaast zal onderzocht worden of er mogelijkheden zijn voor een sportvoorziening van 12 tot 19 jaar in Zuid.

6.3 Overige inrichtingselementen Omheining van speelplekken Speelplekken worden in principe niet omheind. Buiten het kostenaspect bij de aanleg is ook het weinig fraaie aanzien van een dergelijke afscheiding reden voor het feit dat hiertoe niet wordt overgegaan. Het dorpse karakter van de gemeente maakt omheining door middel van hekwerken overbodig. Niettemin zijn er situaties denkbaar waarin het wel wenselijk is om een gedeelte van de speelvoorziening te omheinen. Ten eerste wanneer de ligging van een speelplek nabij een drukke weg of water is, kan het uit veiligheidsoverweging verstandig zijn om de plek aan die kant af te schermen. Ten tweede is afrastering noodzakelijk indien een speelplek naast een hondenuitlaatvoorziening gesitueerd is. De aanwezigheid van een goede afscheiding is noodzakelijk om voorspelbare overlastsituaties te voorkomen. In bepaalde gevallen zou daarom overwogen kunnen worden om toch een afrastering te plaatsen, waarnaast indien gewenst nog beplanting zou kunnen worden aangebracht. Wil je voorkomen dat een hond vanuit een hondenuitlaatplaats een naastgelegen kinderspeelplaats inloopt, dan is enkel afrasteren adequaat. Indien een afscheiding wenselijk c.q. noodzakelijk is, wordt er gekozen voor een natuurlijke afscheiding tussen de speelvoorziening en zijn omgeving. Deze afscheiding bestaat uit laagblijvende tot middelgrote struiken of haagbeplanting.

De beplanting dient maximaal 70 cm hoog te zijn en bij voorkeur aaneengesloten (haagbeplanting) zijn. Bijkomend voordeel van een haag op die hoogte is dat de omgeving minder visuele overlast zal ervaren. Ballenvangers bij trapveldjes Bij trapveldjes worden in principe geen ballenvangers geplaats. Er zijn echter situaties denkbaar waarbij het wenselijk is ze te plaatsen. Hierbij moet sprake zijn van onveilige situaties (binnen 10 meter van een weg (kopse kant), dicht bij huizen en/of water). Afvalbak en bankje Bij alle centrale- en steunspeelplekken zal een afvalbak en bankje aanwezig zijn.

Pagina 20 | Speelruimtebeleid Wijchen

7: Communicatie en participatie Een speelplek is een voorziening voor kinderen en staat in de wijk. Om ervoor te zorgen dat de plek ook “van” de wijk wordt, is een directe betrokkenheid van de gebruikers en omwonenden van groot belang.

7.1 Meedenken in de buurt De gemeente Wijchen vindt het belangrijk om dicht bij de bewoners te blijven en te communiceren over zaken die spelen in de wijk. Bewoners worden altijd betrokken bij de aanleg of renovatie van een speelplek in hun buurt. Dit hoeft niet bij elke speelplek op dezelfde wijze te gebeuren. Met de beschikbare capaciteit en budgetten is het ook niet mogelijk om voor alle speelplekken, groot en klein, dezelfde werkwijze te hanteren. De gemeente zal afhankelijk van de aard en omvang van de speelplek maatwerk leveren. Samen denken Als er een enkel toestel vervangen moet worden zal de gemeente de buurt of het dorp actief raadplegen. De gemeente maakt samen met de bewoners een keuze voor een nieuw toestel op basis van beschikbare gegevens, zoals leeftijdsopbouw van de kinderen in de wijk of het dorp en eventuele wensen die bij de leefbaarheidsgroep en/of de direct aanwonenden bekend zijn. Ook bij een inrichting of volledige vervanging van (grotere) speelplekken of het verbeteren van de speelkwaliteit van de informele speelruimte wil de gemeente zoveel mogelijk ruimte geven voor de inbreng van de inwoners. De leefbaarheidsgroepen dienen als eerste aanspreekpunt. In overleg met de leefbaarheidsgroep wordt bepaald hoe de inwoners bij de inrichting van de nieuwe speelvoorziening worden betrokken.

Mocht er geen leefbaarheidsgroep zijn of als de leefbaarheidsgroep aangeeft dat ze geen mogelijkheid ziet om zelf de taak uit te voeren dan zal de gemeente de betreffende inwoners zelf benaderen. Bij inrichting of volledige vervanging van grotere speelplekken wordt, nadat de wensen in beeld zijn gebracht, een schetsontwerp gemaakt. In het voorstel wordt rekening gehouden met de eisen van veiligheid, valdemping, ontwatering en obstakelvrije zones, en wordt gestreefd naar een aanbod met verschillende speluitdagingen, zoals bijvoorbeeld klimmen, glijden, draaien, duikelen, wippen of een combinatie daarvan. Bewoners worden uitgenodigd voor een inloopbijeenkomst, waar het voorstel aan hen wordt voorgelegd. In sommige gevallen gebeurt dit op tijdstippen dat ook de kinderen erbij kunnen zijn. Soms worden meerdere voorstellen gepresenteerd. De uitgenodigde bewoners kunnen tijdens een inloopbijeenkomst vragen stellen, opmerkingen maken en suggesties doen. Alle opmerkingen worden genoteerd. Waar mogelijk worden de suggesties verwerkt in het definitieve ontwerp. Als dit niet mogelijk is wordt uitgelegd wat de reden is. De aanwezige bewoners laten desgewenst een adres achter en worden geïnformeerd over de uitkomsten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=b0045454-51fd-4a19-b0b6-0acadcd9cec8