RKC Rapport analyse en reflectie jeugdhulp Wijchen.pdf
Tekst van het document
De Stuurgroep Maatregelen financiële beheersbaarheid Jeugdwet (2021) wijst in dit verband ook op de beperkte maatschappelijke tolerantie voor verschillen tussen gemeenten. Budgetplafonds kunnen daarmee een rol spelen in het regionale en lokale gesprek met aanbieders over de omvang van de noodzakelijke hulp en informatie geven over welke aanbieder mogelijk meer ruimte heeft voor nieuwe cliënten. Dat laatste kan helpen in het gericht verwijzen zodat jeugdigen niet onnodig op een wachtlijst terecht komen. Tegelijkertijd is het ook zo dat niet
47 Vierde Informatienota voor de Gemeenteraad. Onderwerp: Stand van zaken Wmo en jeugdhulp, Sociaal Wijkteam en Welzijn September 2020.
23
elk zorgaanbod van de ene aanbieder ingewisseld kan worden voor dat van een andere aanbieder. Voorkomen moet ook worden dat zich perverse elementen voordoen, die elders wel eens zijn opgetreden, waarbij partijen vroeg in het jaar eventuele toegewezen budgetruimte voor een groot deel benutten om zo later in het jaar te pleiten voor een ophoging van het budget. Op basis van de landelijk beschikbare onderzoeken lijkt een financieel effect van budgetplafonds minder waarschijnlijk. 5.4.2. Aanscherping kwaliteitseisen De aanscherping van de kwaliteitseisen was als maatregel er op gericht dat zorgaanbieders medeverantwoordelijk zouden worden voor de beleidsdoelstellingen die leiden tot besparingen48. Uit de voortgangsrapportage bleek dat er juridisch slechts beperkte mogelijkheden waren om de kwaliteitseisen binnen de bestaande Open House contracten aan te scherpen. De kwaliteitseisen die Wijchen hanteert sluiten nauw aan bij de kwaliteitseisen van de regionale contracten, bijvoorbeeld voor de jeugd GGZ, waar deels op wordt overgegaan. De verschillende landelijke onderzoeken onderstrepen het belang van een kwalitatieve goede toegang en basishulp. Tevens wordt veel gewezen op het belang van een goede dialoog tussen gemeenten en jeugdhulpaanbieders ook over de kwaliteit van de hulpverlening.
Er is minder informatie beschikbaar over in hoeverre de aanscherping van kwaliteitseisen bijdraagt aan het beheersen van de kosten. De Stuurgroep Maatregelen financiële beheersbaarheid Jeugdwet is het meest concreet en beveelt aan om te komen tot landelijke kwaliteitsnormen voor zorgaanbieders. Zij pleiten voor landelijke eisen zodat er betere gemeentelijke sturing mogelijk is, de eenvormigheid daarmee toeneemt en vanuit het perspectief van zorgaanbieders voorkomen wordt dat
48 Beslisnota voor de Gemeenteraad. Onderwerp: Bezuinigingsvoorstel Wmo en jeugdhulp 2020 (42891).
er veel verschillen zijn tussen gemeenten (met bijbehorende administratieve lasten). Hieraan wordt door de stuurgroep gekoppeld dat het van belang is om te komen tot eisen voor partijen die willen toetreden als jeugdhulpaanbieder. Tegelijkertijd geeft men aan dat dit wel een kwaliteitsvoordeel zal opleveren, maar dat een eventuele besparing van kosten lastig te voorspellen is. De stuurgroep koppelt dit thema aan de aanbeveling om meer werk te maken van tariefdifferentiatie waarbij een verschil gemaakt zou kunnen gaan worden tussen tarieven voor aanbieders die alleen of vooral basiszorg leveren en waar een lager tarief voor zou kunnen gelden en meer specialistische aanbieders waar een hoger tarief voor zou kunnen gelden. Een dergelijke tariefdifferentiatie zou op termijn wel tot een besparing kunnen leiden. Aanscherping van kwaliteitseisen kan daarmee een bijdrage leveren aan de verbetering van de kwaliteit en onder voorwaarden en in relatie tot tariefdifferentiatie ook tot een besparing van kosten, maar landelijk onderzoek geeft aan dat dit vooral in landelijk verband effectief kan zijn. 5.4.3. Verminderen voorzieningen en maximering begeleiding en dagbesteding De jaarrapportage over 2020 laat zien dat ten opzichte van 2019 het aantal dagdelen voor dagbehandeling en dagbesteding is gedaald.
In het voorstel over de nieuwe maatregelen wordt aangegeven dat normering van de inzet van begeleiding en dagbesteding kan bijdragen om grip te verkrijgen. Tegelijkertijd wordt daarbij opgemerkt dat indien nodig in een individuele situatie er toch meer hulp geboden zal moeten worden. Verdere vermindering van het aantal voorzieningen worden niet voorgesteld49.
49 Vierde informatienota.
24
Landelijke onderzoeken gaan veelal niet specifiek in op deze maatregelen. Wat wel naar voren komt, bijvoorbeeld in het advies van de Stuurgroep Maatregelen financiële beheersbaarheid Jeugdwet, is dat een verdere versterking van de samenwerking van jeugdhulp en onderwijs, bijvoorbeeld door het bieden van jeugdhulp op school, kan leiden tot een verminderde noodzaak van de inzet van bijvoorbeeld dagbesteding. Waar het gaat over het maximeren van voorzieningen geldt daarvoor in principe hetzelfde als wat voor budgetplafonds geldt. Een dergelijke maatregel kan bijdragen aan het versterken van de grip op verwijzingen en toewijzingen, maar het betekent niet persé dat het ook zal leiden tot een besparing. Eventuele keuzes over het al dan niet verminderen van voorzieningen zouden onderdeel kunnen zijn van een breder maatschappelijk gesprek gericht op normalisering. Het belang van een gesprek over wat de grenzen zijn van jeugdhulp, wat behoort tot het gewone leven en past bij opgroeien en waar eventueel professionele ondersteuning bij nodig is, is een thema dat breed onderschreven wordt in de diverse landelijke onderzoeken. 5.4.4.
Ontwikkelen hybride gezinshuis Dit voorstel verkeert nog in de ontwikkelfase en is er op gericht vernieuwende vormen van hulp te ontwikkelen waarbij de zorg niet volledig overgaat van het gezin van de jeugdige naar een gezinshuis, maar er een combinatie gerealiseerd kan worden van verschillende vormen van ondersteuning zowel thuis als in een gezinshuis. Aangegeven wordt dat dit plan met een zorgaanbieder wordt uitgewerkt, waarbij ook gekeken wordt naar de financiële aspecten. Dit voorstel kan gezien worden als een voorbeeld van transformatie van zorg met als doel om zorg meer aan te laten sluiten bij de thuissituatie. Mogelijkerwijs zou een dergelijk hybride gezinshuis ook een rol kunnen spelen bij het bevorderen van de uitstroom uit verblijfsvoorzieningen. Landelijke onderzoek en advies wijst op het belang daarvan en op de wenselijkheid van zorginnovatie (AEF 2021, Stuurgroep Maatregelen financiële houdbaarheid 2021, Expertiseteam 2020).
Inhoudelijk kan een dergelijke voorziening daarmee een bijdrage leveren aan het zorgen voor een passender jeugdhulplandschap. Het is niet automatisch gezegd dat dit ook zal leiden tot een besparing op de totale kosten omdat dit ook afhankelijk is van de totale behoefte aan verblijfszorg. Blijft die hoog dan kan het betekenen dat meer jeugdigen de juiste en passende zorg zullen ontvangen, die mogelijk ook per jeugdige minder duur is, maar de totale kosten zouden nog niet af hoeven te nemen.
5.5.
Maatregelen gericht op randvoorwaarden en sturing
Regie op medische verwijsroute. De inzet hierbij is vooral gericht op het terugdringen van het aantal verwijzingen van de huisartsen naar de GGZ met een ambitie van stabilisatie van het aantal in 2021 en vermindering met 5% in 2022. De impact van de COVID-19 crisis, de lockdowns en de verminderde mogelijkheden voor jeugdigen lijken lokaal en landelijk een rol te hebben gespeeld bij de toename van het aantal verwijzingen de afgelopen periode. Op de inzet van de SOH en de versterking van de samenwerking met de huisarts is al eerder ingegaan en uit het landelijk onderzoek is bekend dat dit een effectieve maatregel is. Het zou wel zo kunnen zijn dat er nog een langduriger effect van COVID-19 op de mentale situatie van jeugdigen mogelijk is. Dat zal natuurlijk ook afhangen van in hoeverre er de komende periode al dan niet opnieuw beperkende maatregelen noodzakelijk zullen zijn of dat de voorgestelde versoepelingen zullen kunnen doorgaan. In het zeswekelijkse onderzoek van het RIVM naar welbevinden en leefstijl tijdens de coronacrisis scoren jeugdigen het slechtst op mentaal welbevinden. Tijdens de 14e meting, die is afgenomen van 28 juli tot 1 augustus 2021 was 73,8% van de jeugdigen tussen de 16 – 24 jaar mentaal gezond, waar het gemiddelde van alle leeftijdsgroepen 88,6% is.
Wel is het mentaal welbevinden van jeugdigen sinds begin februari - toen het op een dieptepunt van 49,1% was - een stuk verbeterd. Ook het CBS heeft recent gerapporteerd over de mentale gezondheid van jongeren en hoe deze in de eerste helft van 2021 op een dieptepunt verkeerde. Bij het nadenken over wat 25
de betekenis is van een slechtere mentale situatie van jeugdigen is het van belang om zowel in kaart te brengen wat dit eventueel voor individuele ondersteuning zou moeten betekenen, als wat de mogelijkheden zijn voor meer community-based aanpakken (groepsgewijs of online) in samenwerking tussen GGZ-professionals en bijvoorbeeld jongerenwerk. Naast huisartsen kunnen ook andere artsen zoals medisch specialisten en jeugdartsen jeugdigen naar specialistische zorg verwijzen. Dit gaat echter over veel beperktere aantallen jeugdigen die op deze manier verwezen worden. Bovendien is in het geval van verwijzing vanuit medisch-specialisten vaak sprake van een verwijzing naar hoog-specialistische zorg mogelijk als onderdeel van de landelijke inkoop. Gelet op de omvangrijke groep medisch-specialisten die potentieel een jeugdige zou kunnen verwijzen en de lokale mogelijkheden lijkt het niet reëel om hier aanvullende maatregelen op te nemen. Eén van de voorgestelde maatregelen is de ‘positionering Wmo en Jeugdwetindicaties in relatie tot andere wet- en regelgeving’ en meer specifiek in hoeverre bij ‘zorg binnen onderwijs’ meer ingezet zou kunnen gaan worden naar meer voorliggende, vrije toegankelijke of algemene voorzieningen en of bij jeugdigen met chronische problematiek er een indicatie voor de Wet Langdurige Zorg mogelijk is.
Wat betreft dat laatste wijst de AEF rapportage uit dat daar op landelijk niveau voor de gemeenten inderdaad mogelijk een besparing gerealiseerd zou kunnen worden (voor alle gemeenten gezamenlijk naar schatting tussen de 59 – 85 miljoen). Tegelijkertijd wordt er op gewezen dat dit maatschappelijk collectief geen besparing betekent omdat de kosten wel gedragen moeten worden, alleen dan via de Wlz. Ervaringen in andere gemeenten (o.a. Amersfoort, Utrecht, Rotterdam) hebben duidelijk gemaakt dat goede voorlichting aan ouders en professionals van groot belang is, anders kunnen verwijzingen naar de Wlz tot afwijzing leiden en daarmee ook tot teleurstelling bij ouders (Van ’t Hof, Op het Veld 2019). Voorwaarde voor toegang tot de Wlz is namelijk dat er geen ontwikkelperspectief meer moet zijn. Iets wat bij jeugdigen juist vanwege hun leeftijd vaak moeilijk met zekerheid is
vast te stellen en bovendien ook vraagt dat ouders zelf die conclusie trekken (terwijl zij misschien logischerwijs toch ook hoop hebben dan hun kind zich nog verder zal ontwikkelen). Door het college is ook aangegeven dat deze maatregel slechts een beperkt financieel effect kan hebben. 50 Als mogelijke bezuinigingsmaatregel zijn ook besparingen op formatie rondom beleid en bedrijfsvoering benoemd. Deze maatregelen zijn niet voorgesteld omdat de capaciteit nodig is ten behoeve van monitoring en transformatie. Landelijk onderzoek laat zien dat aandacht voor monitoring en leren, goed contractmanagement en inzet voor samenwerking met zorgaanbieders van belang is. Juist ook voor gemeenten die vanuit een Open House constructie met vaak vele aanbieders werken is het belangrijk om contractmanagement te kunnen uitvoeren. Het was geen deel van het onderzoek om te kijken naar de omvang van de ambtelijke ondersteuning in Wijchen en we kunnen dus niet oordelen over de omvang.
50 Eerste informatienota 1e halfjaar 2021. Bijlage 2 - Financiële vertaling van de bezuinigingsmaatregelen.
26
6
Beschouwing, conclusies en aanbevelingen
In dit laatste hoofdstuk reflecteren we op de ontwikkelingen in Wijchen, de genomen en voorgenomen bezuinigingsmaatregelen. Daarbij komen sommige aspecten uit de vorige hoofdstukken kort terug, waardoor dit hoofdstuk gelezen kan worden als een samenvatting van de vorige hoofdstukken. We beantwoorden de onderzoeksvragen, trekken conclusies en sluiten af met een aantal aanbevelingen.
6.1.
Beschouwing
De inrichting, de kosten en de sturing van jeugdhulp hebben de afgelopen jaren veel aandacht gekregen in Wijchen. Er is gekozen voor een overgang van activiteiten en contracten van Rondom Wijchen naar de gemeente en deze overgang is gerealiseerd. Het Sociaal Wijkteam is opnieuw ingericht en de contracten zijn of in eigen beheer of worden via regionale samenwerking beheerd. Gelet op het toenemende tekort op jeugdhulp zijn bezuinigingsmaatregelen genomen en zijn nieuwe maatregelen voorgesteld. Via de Monitor Jeugd en Wmo wordt de gemeenteraad elk kwartaal geïnformeerd over de actuele ontwikkelingen in het gebruik en kosten van jeugdhulp. Bij de bespreking van voorstellen voor nieuwe aanvullende bezuinigingsmaatregelen heeft de gemeenteraad besloten de Rekenkamercommissie te vragen om dit aanvullende onderzoek te laten doen. Deze activiteiten laten zien dat college, gemeenteraad en het ambtelijke apparaat het inhoudelijke en financiële gesprek voeren. Bovendien onderstrepen ze dat de gemeente Wijchen haar rol als verantwoordelijke voor de jeugdhulp zeer serieus invult.
Er wordt niet alleen bestuurlijk gesproken over jeugdhulp. Ook tussen de gemeente en bijvoorbeeld de huisartsen worden gesprekken gevoerd over zowel het verwijsgedrag van de huisarts als signalen die de huisarts voor de gemeente heeft. Dit voorbeeld laat zien dat er gestreefd wordt naar inzicht in de ontwikkelingen en hoe men daarvan kan leren. In de verschillende rapportages worden de ontwikkelingen gestructureerd in beeld gebracht. Binnen de regionale samenwerking wordt ook gezien op welke serieuze wijze Wijchen haar beleid aanpakt, tracht te onderbouwen en met lef keuzes maakt. De bestuurlijke uitgangspunten voor het lokale beleid rondom jeugdhulp zijn dat geen kind tussen wal en schip mag raken, dat alle inwoners maximaal aan de samenleving deelnemen en dat voor (nieuwe) taken het beschikbare Rijksbudget het kader is. Gelet op de toename van kosten van jeugdhulp heeft de gemeenteraad in 2020 op voorstel van het college besloten tot een aantal bezuinigingsmaatregelen. In 2021 heeft het college een voorstel aan de raad gedaan over verdere en nieuwe bezuinigingsmaatregelen. In zijn algemeenheid is onze constatering dat er gestructureerd is nagedacht over de maatregelen en dat mogelijke (financiële) opbrengsten en risico’s zorgvuldig in beeld zijn gebracht.
Een dergelijke serieuze aanpak waarbij men op alle niveaus met de sturing, bekostiging en inrichting van de jeugdhulp bezig is, is in principe een goede basis om als college en gemeenteraad met elkaar afwegingen en keuzes te maken. Tegelijkertijd constateren we dat er enig ongemak lijkt te zijn in dit gesprek tussen college en gemeenteraad over sturing op jeugdhulp en het maken van keuzes. College en raad willen beiden verantwoorde keuzes maken en er is monitoringsinformatie beschikbaar. De vraag is ook wat kan Wijchen, binnen de huidige sturingsmogelijkheden binnen de Jeugdwet zelf met eigen maatregelen oplossen en wat zijn meer autonome ontwikkelingen waar de gemeente geen invloed op heeft. Ondanks de inspanningen van het college en 27
alle betrokkenen blijft de gemeenteraad vragen houden. Het huidige onderzoek is misschien ook een gevolg van zulk ongemak. Hopelijk dragen de uitkomsten van dit onderzoek bij aan het goede bestuurlijke gesprek. De recente landelijke onderzoeken en ook de uitspraken in de arbitrage hebben een tweetal punten onderstreept die van belang zijn om rekening mee te houden in de lokale discussies. De belangrijkste constatering in de arbitrage tussen Rijk en gemeenten is dat het totale macrobudget voor de jeugdhulp structureel onvoldoende is. Ook het AEF-onderzoek heeft dat vastgesteld. Daarmee wordt nogmaals onderstreept wat zowel gemeenten als jeugdhulpaanbieders de afgelopen jaren steeds hebben betoogd. Het is duidelijk geworden dat er sprake is van een autonome groei van het jeugdhulpgebruik, die niet direct beïnvloed wordt door de lokale inrichting van de jeugdhulp en eventuele beheersmaatregelen. Dat wijst op het tweede punt in de landelijke rapportages. Waar de keuzes van een gemeente zeker van invloed zijn, zijn deze echter niet alles bepalend. De Jeugdwet biedt gemeenten beperkte sturingsmogelijkheden. We zijn daarom ook eerder ingegaan op de grenzen van lokale (en regionale) sturingsmogelijkheden. Het is belangrijk om dit te realiseren bij het maken van lokale keuzes.
Onderliggende ontwikkelingen rondom opgroeien en opvoeden spelen een wezenlijke rol in hoe het gebruik van jeugdhulp zich ontwikkelt. Het gaat dan bijvoorbeeld om de stijging van het aantal complexe echtscheidingen en wat dat betekent voor de hulpverlening. Ook de vraag bij welke problemen er professionele ondersteuning nodig is of niet speelt mee, bijvoorbeeld rondom de ondersteuning voor dyslexie. Het effect van lokale keuzes en bezuinigingsmaatregelen is daarmee altijd enigszins beperkt.
6.2.
z
z
z
z
Effecten, risico’s en kwaliteitscriteria
In hoofdstuk 5 zijn we ingegaan op de (onbedoelde) effecten van de afzonderlijke maatregelen. Ons algemene beeld is dat vooraf zorgvuldig is nagedacht over wat de mogelijke effecten van maatregelen kunnen zijn. Op basis hiervan zien we een aantal rode draden:
z
Een deel van de maatregelen, met name die rondom het Sociaal Wijkteam, lijkt al het bedoelde effect te hebben. Dit is in lijn met de landelijke onderzoeken die wijzen op het belang van een sterk georganiseerde toegang en eerstelijn. Een goede verbinding met maatregelen gericht op de verbreding en versterking van lokale en vrij toegankelijke vormen van ondersteuning sluit hierbij goed aan. De rol van de SOH is een waardevolle, zo blijkt lokaal. Dit komt ook naar voren in landelijk onderzoek. Ervaringen hebben geleerd dat de professionele achtergrond van degene die de rol van SOH vervult van invloed kan zijn op hoe de rol wordt uitgevoerd (medewerkers met een GGZ-achtergrond verwijzen meer door richting GGZ en voor medewerkers met een jeugdhulp-achtergrond geldt hetzelfde). Het kan van meerwaarde zijn om te onderzoeken of het mogelijk is om te zorgen voor een diversiteit van achtergronden om zo maximaal van elkaar te kunnen leren. De medewerker SOH zou ook een rol kunnen spelen bij het monitoren van specialistische vervolghulp. Sommige maatregelen kunnen een bijdrage leveren aan het versterken van de grip op de jeugdhulp of leiden tot meer passende hulp (bijvoorbeeld invoeren budgetplafonds, aanscherpen van kwaliteitseisen, positionering jeugdwetindicaties in relatie tot andere wet- en regelgeving).
Het lijkt echter niet waarschijnlijk dat deze maatregelen zullen leiden tot een substantiële vermindering van de kosten. Een risico is dat hier sprake is van te optimistische verwachtingen over wat met deze maatregelen financieel bereikt zou kunnen worden. In de beslisnota is een aantal theoretisch mogelijke maatregelen opgenomen (zoals beperken van vrij toegankelijk aanbod, beperken van groepsaanbod, en beperken van formatie). Er wordt niet voorgesteld om deze maatregelen uit te voeren. Dat is verstandig, want dit zijn inderdaad maatregelen die een contraproductief effect kunnen hebben op de kwaliteit en de toegankelijkheid van de hulpverlening of de kosten. Een mogelijk onbedoeld risico van een aantal (voorgestelde) maatregelen (verplicht eerst inzetten van vrij toegankelijk aanbod, maximeren vormen 28
van begeleiding en dagbesteding, versterken SWT) is dat hierdoor het idee ontstaat dat er sprake moet zijn van een vaste volgorde van hulpverlening. Bepaalde vormen van hulpverlening zouden dan pas aan bod kunnen komen als andere vormen van hulpverlening eerst benut zijn en onvoldoende passend zijn gebleken. Dit is niet als doelstelling geformuleerd, maar het risico is aanwezig dat het zo wordt opgevat. Dat zou kunnen leiden tot zogenaamde ‘stepped care’ in plaats van ‘matched care’. Van belang is dat na een goede triage ingezet kan worden op de zorg die in die specifieke situatie het meest passend is voor de jeugdige, dat kan ook hoog-specialistische en dure zorg zijn. Dat is inhoudelijk wenselijk en meestal ook financieel beter omdat het stapeling van trajecten kan voorkomen. Juist omdat dit effect niet wordt bedoeld, is het van belang hier waakzaam op te blijven en in de monitoring op te letten. In de door ons bestudeerde lokale stukken is minder specifieke informatie te vinden over welke kwaliteitscriteria worden gehanteerd door college en gemeenteraad. Als uitgangspunt voor het jeugdbeleid geldt dat ‘geen kind tussen wal en schip mag raken’. Daarnaast is in 2020 vastgesteld dat geaccepteerd kan worden dat wachtlijsten ontstaan.
Bij het aanvaarden van mogelijke wachtlijsten is het van belang om met elkaar te bespreken welke wachttijden voor welke vormen van hulp aanvaardbaar worden geacht. Anders is het mogelijk dat hier verschillende beelden over ontstaan. Een wachttijd voor een specifieke groepsinterventie die bijvoorbeeld twee keer per jaar begint, kan anders worden beleefd dan een wachttijd voor acute ggz-problematiek. Hetzelfde geldt voor een wachttijd voor een intake gesprek of een wachttijd voor het daadwerkelijke begin van de behandeling of begeleiding. De vraag is welk gesprek over kwaliteit het meest zinvol is. Gesprekken over specifieke kwaliteitseisen die aan zowel preventieve interventies als vormen van hulpverlening gesteld zouden moeten worden, lijken voor college en gemeenteraad niet voor de hand liggend. Dat zou sturing op een te groot detailniveau betekenen. Wel is in de diverse landelijke onderzoeken en rapportages
geconstateerd dat het wenselijk is een gesprek te voeren over de reikwijdte van de Jeugdwet. Liever gezegd zou het gesprek kunnen gaan over wat gezien kan worden als deel van het gewone leven en hoort bij het opgroeien, en welke vragen en problematiek professionele ondersteuning behoeven. Er is landelijk geconstateerd dat er weinig ruimte is voor lokale afwijkingen in welke hulp wel en niet geboden wordt. Dat zou echter niet hoeven te betekenen dat een lokaal gesprek hierover niet gevoerd zou kunnen worden. Het gaat dan om vragen als wat het doel van het jeugdbeleid in Wijchen is, en als onderdeel daarvan, het doel van de jeugdhulp in het algemeen. Welke verantwoordelijkheid ligt bij ouders en bij jeugdigen zelf, wat mag verwacht worden van het maatschappelijk middenveld en waarvoor is professionele hulpverlening nodig? Wat is de rol van de lokale overheid? In een dergelijk gesprek kan ook aandacht zijn voor de vraag wat wel of niet van eigen kracht verwacht mag worden, juist ook omdat bijvoorbeeld door het SCP op de grenzen daarvan is gewezen. Het gaat er niet om een geheel nieuwe visie te ontwikkelen, maar er kan bijvoorbeeld worden doorgebouwd op de ervaringen met ‘het goede gesprek’ in Wijchen zoals dat in 2020 al begonnen is. De uitkomsten van een dergelijk lokaal gesprek kunnen ook input vormen voor het gesprek op regionaal en landelijk niveau.
6.3.
Conclusies
De centrale vraag in de motie was of de raad en het college van Wijchen ‘op de goede weg zijn met betrekking tot de beheersing van de uitgaven die gedaan worden o.b.v. de Jeugdwet en of er ook alternatieven zijn om de kosten te beheersen’. Op basis van de bestudering van de lokale stukken en de relevante landelijke onderzoeken en adviezen en ondersteund door de gevoerde gesprekken komen wij tot de volgende conclusies: z
Het lijkt voor geen enkele gemeente, ook Wijchen niet, realistisch om zelfstandig de tekorten op jeugdhulp geheel op te lossen. Dat past niet bij de doelstellingen en verantwoordelijkheden zoals vastgelegd in de Jeugdwet. Het is ook niet realistisch, gelet op de ontwikkelingen in het gebruik van 29
z
z
z
z
z
jeugdhulp in het gehele land. De uitspraak in de arbitrage heeft ook duidelijk gemaakt dat gemeenten structureel fors meer geld nodig hebben voor de jeugdhulp. Wijchen heeft met de manier waarop de monitoring is ingericht en de gestructureerde wijze waarop nagedacht wordt en uitvoering wordt gegeven aan het beleid en de uitvoering van de jeugdhulp een goede basis voor het maken van keuzes. En daarmee, binnen de mogelijkheden, ook voor de beheersing van de uitgaven. Raad en college zijn daarmee op de goede weg. De versterkte samenwerking in regionaal verband lijkt bij te dragen aan de mogelijkheden om te kunnen sturen op kostenbeheersing. Landelijk is aandacht gevraagd voor de invloed die de achterblijvende uitstroom van jeugdigen uit jeugdhulp heeft op de totale kosten van jeugdhulp. In de door ons bestudeerde stukken heeft dit thema nog niet veel aandacht gekregen. Op basis van de landelijk beschikbare kennis worden de mogelijke financiële opbrengsten van sommige maatregelen (te) optimistisch ingeschat. Het is echter niet zo dat er alternatieve maatregelen zijn die aanvullend genomen zouden kunnen worden die zouden kunnen leiden tot meer beheersing van de kosten. Wees alert op mogelijke onbedoelde effecten van sommige maatregelen, zoals het idee dat er een vaste volgorde van hulpverlening nodig zou zijn.
Het is goed om hier in gesprekken met medewerkers van het Sociaal Wijkteam en andere professionals aandacht voor te hebben. Gelet op de huidige kaders van de Jeugdwet en de mogelijkheden die de gemeente heeft om te sturen, is het logisch dat het college in haar laatste voorstel heeft aangegeven dat met de maatregelen ‘de bodem is bereikt’. Het is altijd mogelijk om verdergaande maatregelen te nemen. Dat blijft de afweging van de gemeenteraad. Die maatregelen zouden echter hoogstwaarschijnlijk leiden tot jeugdhulp die minder toegankelijk is, minder beschikbaar en mogelijk ook van mindere kwaliteit.
6.4.
Aanbevelingen
De basis van dit onderzoek is een analyse van lokale en landelijke documenten, aangevuld met een beperkt aantal gesprekken. Bij het formuleren van de aanbevelingen hebben we daarnaast gebruik gemaakt van het recente onderzoek ‘Eigenwijs transformeren’ dat wij als Verwey-Jonker Instituut in samenwerking met het Instituut voor Management Research van de Radboud Universiteit hebben uitgevoerd. In dat onderzoek hebben we gekeken naar de ervaringen van een vijftal gemeenten die relatief succesvol zijn in de transformatie van de jeugdhulp. Onze aanbevelingen richten zich daarmee niet alleen op de beheersing van de kosten van jeugdhulp, maar gaan ook in op sturing, kwaliteit en het maatschappelijke gesprek. De afgelopen periode heeft Wijchen geïnvesteerd in de ontwikkeling van het Sociaal Wijkteam, schoolmaatschappelijk werk, de SOH en de samenwerking met het welzijnsaanbod van Meervoormekaar. Daarmee wordt gewerkt aan een sterke toegang en ondersteuning die dichtbij jeugdigen en gezinnen, scholen en huisartsen in Wijchen staat. Het hebben van een dergelijke sterke eerste lijn, met mandaat voor professionals en met nauwe samenwerking met de specialistische jeugdhulp, is van groot belang zowel voor de kwaliteit en effectiviteit van de jeugdhulp als voor de beheersing van de kosten. In Wijchen lijken alle elementen van een dergelijke sterke eerste lijn en toegang aanwezig te zijn.
Wat niet helemaal duidelijk werd op basis van de bestudeerde stukken (en dat kan een gevolg zijn van de beperkte mogelijkheden van dit onderzoek) is in hoeverre alles wat er nu in Wijchen in de eerste lijn aan ondersteuning en toegang aanwezig is, ook logisch en in samenhang met elkaar georganiseerd is. De vraag is of daarmee de maximale meerwaarde van de aanwezige elementen en de onderlinge samenwerking gerealiseerd wordt. Het gaat erom dat vanuit het perspectief van de jeugdige, het gezin en de professional er een logisch vindbare, goed werkende en goed op elkaar afgestemde werkende basis is van SWT, schoolmaatschappelijk werk, SOH, welzijn en andere partijen. In de doorontwikkeling van het SWT en de samenwerking met de overige partners is het belangrijk om daar specifiek aandacht aan te besteden. 30
Aanbeveling 1: Aan het college: Ontwikkel het Sociaal Wijkteam en de andere elementen van de eerstelijns ondersteuning verder door. Besteed bij deze doorontwikkeling specifiek aandacht of alle activiteiten uit het perspectief van jeugdigen, ouders en professionals logisch zijn georganiseerd zodat de beste resultaten kunnen worden geboekt. z
De afgelopen periode is in Wijchen al ingezet op monitoring en sturing, bijvoorbeeld in de kwartaalrapportages ten behoeve van de gemeenteraad. Ervaringen in het onderzoek ‘Eigenwijs transformeren’ hebben laten zien dat in al deze gemeenten monitoring een grote rol speelt. Er is daar sprake van een cyclisch proces met aandacht voor zowel data als duiding (tellen en vertellen) zowel binnen de gemeenten als in samenwerking met jeugdhulpaanbieders. Het gaat om het ontwikkelen van een lerend systeem waarbij alle partijen betrokken zijn, pilots worden uitgevoerd en sommige zaken ook anders mogen lopen dan gepland. In Wijchen lijkt de basis voor een goede monitoring aanwezig te zijn. Naar wij begrepen wordt ook in regionaal verband gewerkt aan de versterking van monitoring. Het verdient aanbeveling om het gesprek nog meer gezamenlijk als gemeente en partners te voeren. Hierbij is het van belang aandacht te besteden aan de actuele vraag over uitstroom, aan duiding van ontwikkelingen die zich voordoen in de uitstroom, en wat dit betekent voor het proces. Aanbeveling 2: Aan het college: Versterk de huidige monitoring door ontwikkelingen nog meer met lokale en regionale jeugdhulpaanbieders te bespreken zodat er gezamenlijk inzicht is en gezamenlijke duiding kan plaatsvinden. z
Aanbeveling 3: Aan het college: Besteed in de monitoring aandacht aan de uitstroom en duid de ontwikkelingen in de uitstroom (op dit moment het landelijke achterblijven van de uitstroom). Bespreek ook de (maatschappelijke, financiële, enz.) gevolgen van de ontwikkelingen van de uitstroom voor de raad in relatie tot de beleidsuitgangspunten die zijn vastgesteld door de raad. Bekijk wat op dit terrein binnen de regionale samenwerking mogelijk is.
Het nog intensiever betrekken van jeugdhulpaanbieders bij de monitoring en het gesprek over actuele ontwikkelingen is een goede manier om verder te investeren in het strategische partnerschap met hen. Het gaat erom dat zij zich medeverantwoordelijk voelen voor de maatschappelijke doelstellingen die Wijchen wil bereiken in haar jeugdbeleid. Dit sluit ook aan bij de wenselijkheid van het voeren van het gesprek over de reikwijdte van de Jeugdwet. Of liever gezegd, het bredere gesprek over wat gezien kan worden als deel van het gewone leven en hoort bij het opgroeien en welke vragen en problematiek professionele ondersteuning nodig hebben. Wijchen heeft al ervaring opgedaan met ‘het Goede Gesprek’ vanuit de gemeenteraad. Er wordt ook al gesproken met verschillende soorten professionals over de ontwikkelingen rondom jeugdhulp, zowel wat betreft gebruik als wat betreft de ontwikkelingen die zij signaleren. Deze gesprekken kunnen een goede basis vormen voor een breder maatschappelijk gesprek met professionals, jeugdigen en ouders zelf, maatschappelijke partners als sportverenigingen, onderwijs, kinderopvang, en gemeenteraad en college over de visie op het lokale jeugdbeleid, de gewenste maatschappelijke resultaten en wat van mensen zelf, van professionals en van de overheid verwacht mag worden. Hierbij zou ook aandacht kunnen zijn voor de inbedding van Wijchen in de regio.
Het gaat daarbij zowel om de regionale samenwerking als om wat het betekent voor het jeugdbeleid dat een deel van de jeugdigen buiten Wijchen naar school gaat. Het is goed om te bespreken welke afstemming daarover wenselijk is. Een dergelijk gesprek kan meer inzicht geven in maatschappelijke verwachtingen. Het zal niet direct leiden tot kostenbeheersing, maar wel inzichten opleveren ten behoeve van lokale keuzes en inbreng bij regionale en landelijke discussies. Mogelijk kan dit ook bijdragen aan eventuele keuzes in een nieuwe raadsperiode.
z
Aanbeveling 4: Aan het college: Investeer verder in het strategische partnerschap met de belangrijkste jeugdhulpaanbieders zodat zij zich mede verantwoordelijk voelen voor de lokale doelstellingen. z
31
Aanbeveling 5: Aan de raad: Zet het ‘Goede gesprek’ voort. Spreek raadsbreed af welke thema’s de raad jaarlijks aan de orde wil stellen in het ‘Goede gesprek’. Kom via het ‘Goede gesprek’ met maatschappelijke partners tot gezamenlijke uitgangspunten over de gewenste maatschappelijke resultaten, en over wat van mensen zelf, van professionals en van de overheid verwacht mag worden. z
Aanbeveling 6: Aan de raad: Spreek af met het college wat de raad voor vervolgacties wil op de informatie die wordt opgehaald in het ‘Goede gesprek’. Bespreek wat de raad zelf wil doen en welke acties de raad van het college verwacht. Besteed hierbij ook aandacht aan de regionale samenwerking.
continuïteit en consistentie, juist ook in samenwerking met partners, kan helpen om transformatiedoeleinden gezamenlijk te realiseren. De afgelopen jaren zijn in Wijchen noodgedwongen een aantal ingrijpende keuzes gemaakt in de aanpassing van het jeugdhulpsysteem. Onze analyse laat zien dat er nu een stevige basis ligt. Het lijkt daarom verstandig de komende periode door te bouwen op de keuzes die de afgelopen periode zijn gemaakt om zo voldoende stabiliteit te bieden.
z
Een specifiek aspect van de Wijchense situatie is het relatief grote aantal gezinshuizen. De gemeentelijke sturing daarop is beperkt, terwijl kosten relatief hoog kunnen zijn. Wel kan de herziening van het woonplaatsbeginsel voor Wijchen mogelijk een gunstig effect hebben. Op dit moment wordt binnen de gemeente een Woonzorgvisie ontwikkeld die een handvat kan bieden om het gesprek te voeren over dit onderwerp. Spreek hierover ook met de gezinshuizen. Daarbij kan ook aandacht worden besteed aan de ideeën die er bij gezinshuizen bestaan over de transformatie van gezinshuizen. Aanbeveling 7: Aan het college: Voer met de raad het brede gesprek over de Woonzorgvisie om te komen tot een afgewogen besluit hierover. z
Aanbeveling 8: Aan de raad: Nodig inwoners, organisaties, betrokkenen (zoals de gezinshuizen en andere relevante partijen) uit (bijv. voor een ‘Goed gesprek’) om u te laten informeren over hoe zij aankijken tegen de voorstellen m.b.t. de Woonzorgvisie. z
Het hebben van een lokale visie en het vasthoudend doorontwikkelen vanuit die visie is een belangrijk element gebleken in de ervaringen van gemeenten die succesvol zijn in de transformatie. Een bepaalde mate van stabiliteit,
Aanbeveling 9: Aan de raad en het college: Bouw samen consequent voort op de beleidskeuzes die door de raad zijn vastgesteld, waarbij het college in de rapportages aan de raad iedere keer de beleidskeuzes in herinnering roept. Zo kan de raad op basis van de aangeboden sturingsinformatie de afweging maken of zij hun beleidskeuzes moeten bijstellen. z
Wij begonnen dit hoofdstuk met een korte beschouwing waarbij we ook ingingen op onze constatering dat er enig ongemak lijkt te zijn in het gesprek tussen college en gemeenteraad over jeugdhulp, de ontwikkelingen daarin en eventuele maatregelen. Op basis van de bestudering van de stukken en de gevoerde gesprekken denken wij dat de basiselementen aanwezig zijn om te komen tot de gewenste goede politieke discussie over goede zorg en betaalbaarheid van zorg in Wijchen. Er is sprake van een grote betrokkenheid bij het onderwerp jeugdhulp van alle relevante spelers. De inzet is om aan de hand van goede informatie en monitoring te sturen en keuzes te maken, en er is samenwerking met zowel lokale partijen en professionals als de regio. Wij schatten in dat de volgende factoren het ongemak veroorzaken:
De mogelijkheden van de gemeente om te sturen op de ontwikkelingen in het gebruik van jeugdhulp zijn zoals gezegd beperkt. Dat betekent dat er mogelijk minder stuur- en keuzemogelijkheden zijn dan gewenst. De regelmatige monitoring geeft een goed beeld van de ontwikkelingen in het gebruik en de kosten van jeugdhulp. Eventuele veranderingen betreffen niet altijd meteen grote aantallen jeugdigen en over een langere periode 32
kunnen er schommelingen zijn in aantallen. Dat betekent dat niet elke ontwikkeling meteen om actie vraagt. Dat kan echter ongemakkelijk aanvoelen in een tijd van tekorten. Wees bewust dat stuurinformatie die voor professionals in de praktijk en beleid van belang kan zijn, niet persé informatie is waar gemeenteraad of college direct op hoeft te reageren of te sturen. Weeg in dit verband af of aanvullende informatie wel of niet een bijdrage levert aan het politieke gesprek over sturing. Waar de afgelopen jaren de aandacht vooral is gegaan naar (noodzakelijke) aanpassingen in het beleid, kan het zijn dat er minder tijd is geweest voor het politieke en maatschappelijke gesprek over visie. Een gemeenschappelijk gedragen visie die als basis kan dienen voor een consistente doorontwikkeling zou kunnen helpen. Hierbij kan worden voortgebouwd op gesprekken die al zijn gevoerd. Er lijkt behoefte te zijn aan meer duiding -naast informatie over gebruik en kosten- en informatie over welke processtappen te verwachten zijn.
Aanbeveling 10: Aan raad en college: Voorkom ongemak door naar elkaar uit te spreken dat het gemeentebestuur van een individuele gemeente beperkte beïnvloedings- en sturingsmogelijkheden heeft om de regionale en landelijke problemen wat betreft (de financiering van) de Jeugdwet op te lossen. z
Aanbeveling 11: Aan raad en college: Bespreek met elkaar wat verder behulpzaam kan zijn om het ongemak voor college en gemeenteraad weg te halen. z
33
Bijlage 1 – Gebruikte afkortingen z z z z z z z z z z z z z z
CTA = Consultatie, Toetsing en Afhandeling GI’s = Gecertificeerde instellingen MVM = MeerVoorMekaar OPH = Overleg Passende Hulp POH = Praktijkondersteuner Huisarts ROB = Regionaal Ondersteuningsbureau SOH = Specialistische Ondersteuning Huisartsen SWT = Sociaal Wijkteam VTA = Vrij Toegankelijk Aanbod ZIN = Zorg in natura AEF - Andersson Elfers Felix, bureau voor maatschappelijke vraagstukken GGZ - Geestelijke Gezondheidszorg Wmo - Wet maatschappelijke ondersteuning Wlz - Wet langdurige zorg
34
Bijlage 2 – Overzicht bestudeerde lokale documenten
z z
z z z
z z z z z z z z z z
z z z
z z z
z z z
38783 – Beslisnota aanpassingen tarieven 2020 39952 – Beslisnota Wmo en Jeugdhulp contracten 2020 41749 – Verlenging projectorganisatie ROB 2020 42891 – Beslisnota bezuinigingsvoorstel 2020 43441 – Beëindiging subsidierelatie MEE 44218 – Informatienota stand van zaken Wmo en Jeugdhulp 2020 44558 – Monitor Jeugd en Wmo 2019 44717 – Samenwerkingsconvenant VRN 45731 – Informatienota stand van zaken Wmo en Jeugdhulp tijdens coronacrisis 46875 – Cliëntenervaringsonderzoek 2020 49279 – Werkplan samenwerking MVM en SWT 49352 – Informatienota stand van zaken Wmo en Jeugdhulp 1e half jaar 2020 49436 – Informatienota Beschermd wonen en Maatschappelijke opvang 49700 – Beslisnota vaststellen beleid Gebruikelijke zorg Jeugdhulp 49830 – Beleidsplan en uitvoeringsprogramma Toegang, Welzijn, Wmo en Jeugdhulp 2020 50124 – Regelement toelating leveranciers Wmo en Jeugdhulp 51275 – Convenant landelijke toegang maatschappelijke opvang 51414 – Mandaat wethouder niet verlengen overeenkomst Wmo en Jeugdhulp 2020 en start open house
z z z
z z z z z z z
z
51519 – Informatienota rapportage Wmo en Jeugdhulp 1e helft 2020 51765 – Derde informatienota september 2020, Wmo, Jeugd, SWT en Welzijn 52226 – Aanstelling jongerencoach 52700 – Contractering open house Wmo en Jeugdhulp 2020 54688 – B&W voorstel regionale samenwerking Wmo en Jeugd Nijmegen 2021 54798 – Vierde informatienota december 2020, svz Wmo, Jeugdhulp en SWT 54826 – Beslisnota college over aanpassingen tarieven Wmo en Jeugd 2021 55160 – Informatienota Raad vaststelling subsidie Rondom Wijchen 2019 56202 – Beleidsplan Jeugd, Wmo en gezondheid gemeente Wijchen 2021-2024 58083 – Invulling innovatiebudget Wmo en Jeugd 59072 – Overeenkomst aanpak wachtlijsten GGZ regio Nijmegen 60771 – Beslisnota Raad betaalbaarheid van goede zorg 61931 – Kamers met aandacht, een woonvorm voor jongeren 61956 – Stand van zaken 1e halfjaar 2021 Wmo en Jeugdhulp 62193 – Monitor Jeugd en Wmo Q1 2021 63285 – Regioaanpak huiselijk geweld en kindermishandeling Gelderland Zuid 2021-2025 Perspectiefnota 2021
35
Bijlage 3 – Literatuurlijst AEF. (2020). Stelsel in groei. Een onderzoek naar financiële tekorten in de jeugdzorg. Geraadpleegd van https://www.aef.nl/storage/images/Stelsel-in-groei-eenonderzoeknaar-financiële-tekorten-in-de-jeugdzorg.pdf Arbitragecommissie. (mei, 2021). Jeugdzorg: een onderwerp van aanhoudende zorg, Uitspraak en advies van de arbitragecommissie inzake het geschil tussen Rijk (ministerie van VWS) en gemeenten (VNG) over de structurele financiering van de jeugdzorg. Geraadpleegd via www.vng.nl Bannink, H., Bashara, S., Brouwer, J.J. et al. (2020). Wat is de afbakening van de jeugdhulpplicht in de Jeugdwet? Het juridische antwoord met bestuurskundige gedachten. . .. Geraadpleegd via https://www.binnenlandsbestuur.nl/Uploads/2020/4/20200415VNGJeugdzorg-v3--003-.pdf
Stuurgroep Maatregelen financiële beheersbaarheid Jeugdwet. (april, 2021). Maatregelen financiële beheersbaarheid Jeugdwet. Geraadpleegd van: https://www. rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2021/04/23/kamerbrief-over-rapport-stuurgroep-maatregelen-financiele-beheersbaarheidjeugdwet Van den Berg, Y., Duijvendak, R., & Nieuwe Weme, G. (2021). Onderzoek jeugdhulp Twente. Gezamenlijke Twentse Rekenkamers. Den Haag: B&A groep. Van ’t Hof A. & Op het Veld A (2019). Gezamenlijk leren om ervaren schotten van ouders op te lossen. Utrecht: AEF en Programma Sociaal Domein. Van Yperen, T., Hofstede, K., Hageraats, R., Kraak, A., & Van de Maat, A. (2021). Vasthoudend transformeren. Reflecties op de stelseldiscussie jeugdzorg. Utrecht: NJi.
Elzinga, D.J. (mei, 2021). Bemerkingen inzake de Arbitrage van de commissie van wijzen betreffende de structurele financiering van de jeugdhulp. Geraadpleegd via www.vng.nl Expertiseteam Reikwijdte jeugdhulpplicht. (2020). De kracht van wijd rijken. Advies om de transformatie van de jeugdhulp te laten slagen. Geraadpleegd van https://vng.nl/sites/ default/files/2020-03/de-kracht-van-wijd-reiken-eindrapport-vng-expertiseteam-reikwijdte-jeugdhulpplicht.pdf NJi. (2021). Reactie NJi op AEF-rapport ‘Stelsel in groei’. Utrecht: NJi. SCP. (2020). Sociaal domein op koers? Verwachtingen en resultaten van vijf jaar decentraal beleid. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. Sondeijker, F.E.P.L., Helderman, J., De Zwart, O., De Kruijf, J.A.M., & Kwakernaak, M. (2021). Eigenwijs transformeren. Verwey-Jonker Instituut en Institute of Management Research van de Radboud Universiteit Nijmegen.
36
Bijlage 4 – Respondenten Naast gesprekken met de Rekenkamercommissie is tevens een tweetal aanvullende gesprekken gevoerd. z
Gemeente Wijchen, 14 juli 2021 Titus Burgers, wethouder portefeuille Duurzaamheid en Sociale domein. Miranda Thijssen, strategisch adviseur Sociaal domein. Niels van Hulzen, financieel adviseur Jeugd, WMO en Gezondheid.
z
Regionaal Ondersteuningsbureau, 30 augustus 2021 Bas Linders, hoofd Regionaal Ondersteuningsbureau. Daniëlle Leenders, manager bureau jeugd & gezin, gemeente Nijmegen en betrokken bij regionale samenwerking.
37
Bijlage 5 – Tekst motie
z
De Gemeenteraad van Wijchen Onderzoek naar de voorgestelde bezuinigingen in de nota “Betaalbaarheid goede zorg” Motie van de fracties van CDA, D66, Groen Sociaal Wijchen, Kernachtig Wijchen, PvdA, VVD, Wijchen Lokaal
z
z
Eerste indiener motie: z
De gemeenteraad van de gemeente Wijchen in openbare vergadering bijeen op 17 juni 2021.
Er op dit moment diverse ontwikkelingen gaande zijn m.b.t. de financiering van de jeugdzorg. Te denken valt aan de uitspraak van de Arbitragecommissie en de onduidelijkheid m.b.t. de gevolgen van deze uitspraak. In de pers is de suggestie gewekt dat de gemeenten er 1,9 miljard euro bijkrijgen, maar nadere bestudering laat zien dat dit nog geen gelopen race is en dat nog wordt gestudeerd op diverse opties. Ook als de gemeenten extra middelen krijgen voor jeugdzorg, de indieners vinden dat er een principiële discussie dient plaats te vinden over wat de raad verstaat onder goede zorg en de betaalbaarheid van die goede zorg. Het rapport van Andersson Elffers Felix “Stelsel in groei. Een onderzoek naar financiële tekorten in de jeugdzorg” (december 2020) ingaat op hoe de uitgangspunten van het jeugdbeleid in de afgelopen jaren hebben uitgepakt voor de financiering van de jeugdzorg. De raad behoefte heeft om te bezien of het voorstel van het college de enige optie is of dat er andere mogelijkheden zijn om de kosten in de jeugdzorg in de greep te houden.
De gemeenteraad, gehoord de beraadslaging,
Roept de raad op
Constaterende, dat
z
Om de Rekenkamercommissie te verzoeken om: Een onderzoek uit te laten voeren op basis van de opzet zoals die in de bijlage bij deze motie verwoord is. De resultaten van dit onderzoek uiterlijk in september 2021 te presenteren aan de raad. De kosten voor dit onderzoek ten laste te mogen laten brengen van het onderzoeksbudget van de Rekenkamer-commissie.
z
z z
De raad aan het college gevraagd heeft om voorstellen te doen om greep te krijgen op de uitgaven vanwege de jeugdzorg Aan de raad gevraagd wordt om: De huidige bezuinigingsmaatregelen een structureel karakter te geven door ze te benoemen als vaststaand beleid. De nieuwe bezuinigingsvoorstellen, beoordeeld in het schema met twee keer ‘ja’ vast te stellen.
Overwegende, dat
en gaat over tot de orde van de dag. Namens de fracties van: 38
CDA, Karin Hoogteijling
z
D66, Kees van Galen
z
Groen Sociaal Wijchen, Johan de Kievit
z
een analyse (van de bedoelde en onbedoelde effecten en risico’s) van de bezuinigingen die tot nu toe zijn doorgevoerd en. een analyse van (de bedoelde en onbedoelde effecten en risico’s van) de voorstellen die er nu liggen. een analyse van de (impliciete en expliciete) kwaliteitscriteria van zorg die nu door het college en de raad worden gehanteerd.
Kernachtig Wijchen, Rob Albersnagel De onderzoekers geven op basis van deze analyses antwoorden op de vragen: PvdA, Zainab Osman z
VVD, Roel Boumans z
of de raad en het college op de goede weg zijn m.b.t. de beheersing van de uitgaven die gedaan worden o.b.v. de Jeugdwet. of er ook alternatieven zijn om de kosten te beheersen.
Wijchen Lokaal, Arnold van Kuppeveld
Bijlage bij motie vreemd Voorstel voor een onderzoeksopzet:
De onderzoekers geven op basis van de uitkomsten van het onderzoek aanbevelingen over: z z
De onderzoekers komen op basis van : z
z z z z
een documentenanalyse (documenten van het college aan de raad sinds december 2019; documenten aangeboden aan het college gemeente Wijchen), de uitkomsten van het AEF-rapport, de Stuurgroep Maatregelen Financiële beheersbaarheid Jeugdwet de Uitspraak van de Arbitragecommissie (commissie van wijzen) en de voorstellen die het college doet in de beslisnota “Betaalbaarheid van goede zorg” (incl. bijlagen),
z z
beslispunt 1: het structurele karakter van de bezuinigingen beslispunt 2. hoe de raad de monitoring kan inrichten in relatie met de aanbeveling van de commissie van wijzen over de ontwikkelagenda en de monitoring daarvan. beslispunt 3. beslispunt 4.
En: z
Hoe de raad tot een goede politieke discussie kan komen over “Goede zorg en de betaalbaarheid van goede zorg”.
tot: 39
COLOFON Opdrachtgever Auteurs Foto omslag Uitgave
Gemeente Wijchen Dr. O. de Zwart T. Voorwinden, MSc Adobe Stock, 393037950 Verwey-Jonker Instituut Kromme Nieuwegracht 6 3512 HG Utrecht T (030) 230 07 99 E secr@verwey-jonker.nl I www.verwey-jonker.nl
De publicatie kan gedownload worden via onze website: http://www.verwey-jonker.nl ISBN 978-94-6409-116-8 © Verwey-Jonker Instituut, Utrecht, september 2021. Het auteursrecht van deze publicatie berust bij het Verwey-Jonker Instituut. Gedeeltelijke overname van teksten is toegestaan, mits daarbij de bron wordt vermeld. The copyright of this publication rests with the Verwey-Jonker Institute. Partial reproduction of the text is allowed, on condition that the source is mentioned.