CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid - Rekenkamer Wijchen

Raad Informatiebijeenkomst openbaar Wijchen 2 juli 2026, gemeente wijchenBij agendapunt: 310149 Beslisnota rekenkamerrapport Koers houden in de transitie; klimaat en energiebeleid25.140 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

In het uitvoeringsplan is een duidelijke koppeling gemaakt met de doelen uit het beleidsplan.

Voor SDW zie de uitleg onder de eerste norm van “organisatie en uitvoering”. Het uitvoeringsplan van de LES is gestructureerd aan de hand van de vier sporen uit het overkoepelende beleidsdocument. Het is duidelijk welke activiteiten onder welke sporen vallen en daarmee aan welke doelen ze bijdragen.

- 46 BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

🔴 🟢 🔴 🟢

Norm

Antwoord

In het uitvoeringsplan is een duidelijke koppeling gemaakt tussen activiteiten en benodigde financiële middelen.

Voor SDW zie de uitleg onder de eerste norm van “organisatie en uitvoering”.

In het uitvoeringsplan zijn concrete en meetbare resultaten opgenomen.

Voor SDW zie de uitleg onder de eerste norm van “organisatie en uitvoering”.

In het uitvoeringsplan zijn ramingen opgenomen, maar de koppeling tussen activiteiten en benodigde financiële middelen blijft soms onduidelijk. Het onderscheid tussen eigen middelen en landelijke, geoormerkte financiering ontbreekt in de specificaties. Het uitvoeringsplan wordt op financiële onderdelen omschreven als complex om te doorgronden en er zijn risico’s omdat er sterk geleund wordt op tijdelijke middelen terwijl de structurele eigen middelen omlaag worden gebracht.

Er is in het uitvoeringsplan per project opgenomen wat de evaluatiecriteria voor dat project zijn. Vaak gaat dit om aantallen maar ook om meer zachte criteria zoals verloop en lessen van het proces. Er wordt op dit moment gewerkt aan een verdere uitwerking van de monitoring waarin de indicatoren en bijbehorende metingen verder worden uitgewerkt, bijvoorbeeld met streefwaarden en nulmetingen. Van deze uitwerking is reeds een eerste versie beschikbaar gesteld aan het onderzoeksteam, wat laat zien dat de gemeente hier actief en doorlopend aan werkt. In het uitvoeringsplan is een plan voor monitoring van resultaten opgenomen.

Voor SDW zie de uitleg onder de eerste norm van “organisatie en uitvoering”. Er is een duidelijk plan voor monitoring & evaluatie, waarbij is afgesproken dat er één keer per jaar over de voortgang van de projecten en de gestelde doelen wordt gerapporteerd. De monitoring bestaat uit generieke indicatoren, projectindicatoren en een kwalitatieve beschrijving van de voortgang. Het plan wordt op dit moment verder uitgewerkt.

De regionale samenwerking draagt op een positieve manier bij aan het realiseren van de gemeentelijke doelstellingen.

De samenwerking ontwikkelt zich ook door, verstevigt en verdiept zich. Met de komst van de RES is samenwerking noodzakelijk en vindt structureel plaats. Het biedt schaalvoordeel en slagkracht en draagt bij aan kennis en capaciteit.

🔴 🟡

Score

🔴 🟢 🔴 🟢 🟢

Resultaten Er vindt monitoring plaats, conform het vooraf gemaakte plan.

Hier zit een duidelijk verschil tussen SDW en de LES. Voor SDW is geen monitoringsplan gemaakt. Rapportage vond hoofdzakelijk plaats via de jaarrekening of via losse projectrapportages. Het monitoringsplan voor de LES wordt op dit moment verder uitgewerkt. Wat er nu beschikbaar is, geeft voldoende aanleiding om te denken dat monitoring conform het vooraf gemaakte plan

- 47 BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

🔴 🟢

Norm

Antwoord

Score

gaat plaatsvinden. Echter, hierbij moet wel de kanttekening geplaatst worden dat dit een inschatting is en dat het in de praktijk anders kan uitvallen. De uitkomsten van deze monitoring geven inzicht in de doeltreffendheid en doelmatigheid van het gemeentelijk klimaatbeleid.

Hier zit een duidelijk verschil tussen SDW en de LES. Voor SDW was geen monitoringsplan beschikbaar en er is in de praktijk in z’n geheel onvoldoende gemonitord. Daarom geven de uitkomsten die beschikbaar zijn onvoldoende inzicht in de doeltreffendheid en doelmatigheid van het gevoerde beleid. Het monitoringsplan voor de LES wordt op dit moment verder uitgewerkt. Wat er nu beschikbaar is, geeft voldoende aanleiding om te denken dat wanneer de monitoring in de praktijk plaatsvindt, voldoende inzichten in de doeltreffendheid en doelmatigheid van het gemeentelijke beleid worden gegenereerd. Echter, hierbij moet wel de kanttekening geplaatst worden dat dit een inschatting is en dat het in de praktijk anders kan uitvallen.

Er vindt interpretatie plaats van de resultaten en er worden lessen getrokken op basis van de uitkomsten van de monitoring door de organisatie, het college en de gemeenteraad.

Omdat er tijdens SDW onvoldoende werd gemonitord en data versnipperd was, konden de resultaten nauwelijks geïnterpreteerd of gebruikt worden voor bijsturing.

De gemeente verzamelt ervaringen van inwoners als onderdeel van de monitoringsstrategie en bij het opstellen van nieuw beleid.

Binnen SDW was geen monitoringsstrategie en ervaringen van inwoners zijn in beperkte mate inzichtelijk gemaakt. Er wordt op hoofdlijnen in de jaarstukken gerapporteerd en daar wordt een enkele keer melding gemaakt van participatie of verzamelen van ervaringen van inwoners of aanverwante stakeholders. Voor de LES wordt wel gewerkt aan een uitgebreid monitoringsplan en daarbij wordt ook informatie opgehaald bij inwoners.

& De gemeente zorgt ervoor dat op elk punt in de beleidscyclus ruimte is voor (het meenemen van ervaringen van) inwoners.

Aangezien de LES recent is vastgesteld en de monitoring nog in ontwikkeling is, kan er over deze norm voor de LES nog niks gezegd worden.

🔴 🟢 🔴 n.v.t.

🟡

Bij het opstellen van zowel SDW als de LES heeft een participatietraject plaatsgevonden. Hier zijn inwoners onderdeel van geweest. Dit geldt ook voor bijvoorbeeld het warmteplan. De kanttekening die gemaakt wordt, is dat het goed inrichten van participatie complex is, zowel bij het maken als bij het uitvoeren van beleid. De welwillendheid is er, zowel bij de gemeente als de andere stakeholders, maar de inrichting en uitvoering in de praktijk vergen nog een optimalisatieslag.

Evaluatie en vervolg De gemeente heeft inzichtelijk welke lessen er uit voorgaand beleid te leren zijn en de gemeente heeft deze kennis actief ingezet bij het

Er heeft geen formele evaluatie plaatsgevonden van SDW, maar er zijn in de praktijk wel degelijk (impliciete) lessen getrokken die invloed hebben gehad op hoe de LES is opgesteld en de inhoud van de LES. Het opstellen van de LES is gestructureerd verlopen, met bijvoorbeeld een nulmeting, en missende of onvoldoende

- 48 BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

🟡

Norm

Antwoord

ontwikkelen van het opvolgende beleid.

onderdelen uit SDW zijn toegevoegd en/of beter uitgewerkt in de LES.

Rol van de raad De gedeelde informatie is tijdig, toegankelijk en duidelijk voor de gemeenteraad. De gedeelde informatie is passend bij de rol van de raad.

De ervaringen met de informatievoorziening zijn wisselend; hoewel een deel van de raad zich meegenomen voelt, mist een ander deel de samenhang en een integrale 'helikopterview' over de verschillende beleidsstukken heen. Er is sprake van een zoektocht naar het juiste abstractieniveau, waarbij de aangeleverde informatie soms als te technisch en op andere momenten als te oppervlakkig wordt ervaren. Daarnaast is de rapportage in de P&C-cyclus vaak beschrijvend van aard en ontbreekt het, mede door gebrekkige monitoring in het verleden, aan duidelijke sturingsinformatie over de behaalde resultaten. Dit heeft ook invloed op de mate waarin de raad z’n rol kan vervullen.

Het college rapporteert (via de P&C-cyclus) over de voortgang op het klimaatbeleid.

Het college rapporteert over de voortgang, maar door het ontbreken van een goed monitoringsplan binnen SDW wordt de voortgang onvoldoende inzichtelijk gemaakt. Voor de LES zijn de plannen zo dat de voortgang beter inzichtelijk wordt gemaakt aan de hand van meer uitgebreide en structurele monitoring. Gezien dit beleid recent is vastgesteld, heeft er logischerwijs nog geen voortgangsrapportage plaatsgevonden.

De raad heeft gebruikgemaakt van zijn mogelijkheden tot sturing, door het indienen van moties en amendementen en het stellen van vragen.

De raad maakt gebruik van de mogelijkheden tot sturing, zowel door het indienen van moties en amendementen als het stellen van vragen. Ze doen dit over het gehele veld van klimaat- en energiebeleid, zowel lokale als regionale stukken. Ze ervaren hierbij zelf wel onvoldoende grip, ondanks het inzetten van de sturingsmogelijkheden.

- 49 BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

Score

🟡 🟡 🟢

Bijlage 1 | Achtergrond: Historie Nationaal Klimaatakkoord + verdieping beleid In deze bijlage beschrijven we kort het (intern) nationale en regionale klimaatbeleid. Vervolgens beschrijven we voor de lokale en regionale beleidsdocumenten vier dingen: ●​ de context en het onderwerp van het beleidsdocumenten; ●​ doelen die in het document worden gesteld; ●​ de sporen, programma’s of vertrek- of uitgangspunten; ●​ de plannen (voor uitvoering).

B1.1 (Inter)nationaal en regionaal klimaatbeleid Over de hele wereld beperken landen de gevolgen van klimaatverandering. Daarvoor zijn in de loop van de tijd verschillende internationale afspraken gemaakt, zoals het VN-klimaatverdrag uit 1992, het Kyoto-protocol van 1997 en het Akkoord van Parijs uit 2015. In dat laatste akkoord is vastgelegd dat de gemiddelde wereldtemperatuur met niet meer dan 2 graden Celsius mag stijgen, en liefst onder de 1,5 graad blijft. De Europese Unie en Nederland hebben zich hieraan verbonden. Binnen de Europese Unie werken de lidstaten gezamenlijk aan klimaatbeleid. De EU heeft zich vastgelegd op een reductie van minstens 55% van de broeikasgasuitstoot in 2030 ten opzichte van 1990 en streeft ernaar in 2050 volledig klimaatneutraal te zijn. In februari 2024 stelde de Europese Commissie bovendien een tussenstap voor: een emissiereductie van circa 90% in 2040. Binnen de Europese Unie werken lidstaten gezamenlijk aan de uitwerking van dit klimaatbeleid. In dat kader is vastgelegd dat de broeikasuitstoot in 2030 ten minste 55% moet zijn verminderd ten opzichte van 1990 en dat de EU uiterlijk in 2050 klimaatneutraal wil zijn. Deze aanscherping is onderdeel van de Europese Green Deal, waarin het maatregelenpakket ‘Fit for 55’ een centrale rol speelt.

Dat pakket richt zich op versnelde uitvoering van het klimaatbeleid, sociale rechtvaardigheid binnen de transitie en versterking van de Europese concurrentiepositie. Daarnaast heeft de EU in 2023 besloten het aandeel hernieuwbare energie te verhogen naar minimaal 42,5% van het totale energieverbruik in 2030. Het Nederlandse klimaatbeleid vormt de nationale vertaling van internationale en Europese klimaatafspraken. De basis ligt in de Klimaatwet (2019) en het Nationaal Klimaatakkoord (2019). Bij de inwerkingtreding van de Klimaatwet gold voor 2030 aanvankelijk een reductiedoel van 49% ten opzichte van 1990. Naar aanleiding van aangescherpte Europese ambities en het ‘Fit for 55’-pakket is deze doelstelling begin 2022 politiek-bestuurlijk herijkt. Sinds de inwerkingtreding vormt de Klimaatwet het wettelijke kader voor het Nederlandse klimaatbeleid, met de verplichting tot jaarlijkse rapportage en een vijfjaarlijks Nationaal Klimaatplan. Deze documenten leggen de doelen, verantwoordelijkheden en maatregelen per sector vast. Het Nationaal Klimaatakkoord vertaalt deze doelen naar afspraken met maatschappelijke partijen. Het akkoord is opgebouwd rond vijf sectoren: elektriciteit, gebouwde omgeving, industrie, mobiliteit en landbouw/landgebruik. De voortgang wordt jaarlijks geëvalueerd in de Klimaat- en Energieverkenning (KEV) van het Planbureau voor de Leefomgeving.

De KEV 2024 laat zien dat Nederland met het huidige beleid uitkomt op circa 46 tot 49% emissiereductie in 2030. Om het wettelijke doel van 55% te behalen, zijn aanvullende maatregelen nodig. ​

- 50 BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

De richting sluit dus aan bij de Europese doelstellingen, maar de uitvoering vraagt om verdere versnelling, met name in de gebouwde omgeving en de industrie. De Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen (GMR) is een van de 30 RES-regio’s in Nederland. De Regionale Energiestrategieën (RES’en) vormen de schakel tussen het nationale klimaatbeleid en de uitvoering op regionaal niveau. Waar de Klimaatwet, het Nationaal Klimaatakkoord (2019) en het Nationaal Klimaatplan 2023-2030 de landelijke doelen en kaders vastleggen, zorgen de RES-regio’s voor de ruimtelijke en praktische vertaling daarvan. In de RES-GMR werken achttien gemeenten, de provincie Gelderland, waterschappen en regionale netbeheerder Liander samen aan de invulling van de nationale opgaven voor duurzame elektriciteit, warmte en besparing. Door haar ligging, stedelijke dichtheid en combinatie van industrie, landbouw en natuur kent de regio een complexe ruimtelijke afweging tussen energieopwek, leefomgeving en landschappelijke kwaliteit. De RES’en hebben geen eigen juridische status, maar vormen een uitvoeringsinstrument binnen het bredere nationale klimaatbeleid, bedoeld om de energietransitie gebiedsgericht, bestuurlijk afgestemd en maatschappelijk gedragen vorm te geven. In de GMR is in 2021 de RES 1.0 vastgesteld, met een regionaal bod van 1,62 TWh aan duurzame elektriciteitsopwek.

In 2024 is gekozen voor een verrijking van RES 1.0 in plaats van een RES 2.0. Omdat de hoofddoelen en het bod van 1,62 TWh ongewijzigd bleven, was een volledige herziening niet nodig. Deze verrijking is gericht op versterking van de uitvoering en de samenhang tussen opwek, warmte en infrastructuur. Het concept van RES 2.0 ligt momenteel ter inzage. Omdat de formele vaststelling van de RES 2.0 plaatsvindt na de onderzoeksperiode, blijft deze buiten de scope van dit rekenkameronderzoek. In B1.3 en B1.6 wordt inhoudelijk uitgebreid ingegaan op de inhoud van de RES 1.0 en de verrijking van de RES 1.0. Tegen de achtergrond van de nationale en provinciale energieplannen krijgt de verduurzaming van de energie-infrastructuur ook lokaal vorm, onder meer met de aanleg van een nieuw hoogspanningsstation in Wijchen. Het hoogspanningsstation in Wijchen maakt deel uit van de provinciale en regionale aanpak voor de toekomstige energie-infrastructuur. Netbeheerder TenneT realiseert in Wijchen een nieuw 380/150 kV-station bedoeld om het elektriciteitsnet in Noord-Brabant te ontlasten en extra transportcapaciteit op het landelijke 380 kV-net te creëren. Het station is een cruciale schakel in de energietransitie: het maakt de uitbreiding van duurzame opwek en elektrificatie van woningen en bedrijven mogelijk.

De locatie van het station is nog niet definitief vastgesteld, maar de voorbereiding vindt plaats ten westen van de A50. Het project vraagt een groot ruimtebeslag van ongeveer 26 hectare op Wijchens grondgebied. Het Rijk, via het Ministerie van Klimaat en Groene Groei en TenneT zijn het bevoegd gezag voor de ontwikkeling. De provincie Gelderland en de gemeente Wijchen zijn betrokken bij de ruimtelijke inpassing en de verdere besluitvorming. De ontwikkeling van het hoogspanningsstation valt onder de Gelderse aanpak Energie-Infrastructuur (GEIS). Binnen die aanpak neemt Wijchen actief deel aan het traject ‘integraal programmeren’, waarbij provincie, gemeenten en netbeheerders gezamenlijk keuzes maken over de toekomstige energie-infrastructuur. Het doel is om vraag en aanbod van elektriciteit beter op elkaar af te stemmen, transportschaarste te voorkomen en ruimtelijke ingrepen tijdig te coördineren

B1.2 Samen naar een Duurzaam Wijchen 2018 Context en onderwerp Dit document presenteert de hoofdlijnen van het plan voor de energietransitie van de gemeente Wijchen voor de periode van 2018 tot en met 2023. Het beschouwt zichzelf als de logische vervolgstap op de routekaart die de Wijchense gemeenteraad reeds in 2016 heeft vastgesteld en sluit bovendien naadloos aan bij het geldende

- 51 BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

Wijchense coalitieakkoord. De aanleiding voor SDW is gelegen in het klimaatakkoord van Parijs (2015) en de presentatie van het Nationale Klimaatakkoord in 2019. Vanuit deze nationale en internationale afspraken is er op regionaal niveau de verplichting voor gemeenten om een RES op te stellen. Ook neemt Wijchen deel aan het Gelders Energie Akkoord vanuit het voorzitterschap van het regionale PFO duurzaamheid. De doelen van het GEA zijn in lijn met de landelijke en provinciale ambities (doel: in 2030 de CO₂-uitstoot met 55% verminderen ten opzichte van 1990 en in 2050 klimaatneutraal zijn.) Dit beleidsstuk SDW is bedoeld om op hoofdlijnen inzicht te geven in de ambities en de plannen en projecten die hieraan bijdragen, wie welke bijdrage levert, wat hiervoor noodzakelijk is, en hoe het bijbehorende tijdspad eruitziet.

Doelen In SDWzijn verschillende doelen beschreven. Hierbij wordt gerefereerd aan afspraken die zijn vastgelegd in het Interbestuurlijk Programma (IBP) en het Nationaal Klimaatakkoord. Expliciet wordt het doel uit het Nationaal Klikmaatakkoord genoemd om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 met 49% terug te dringen, en de noodzaak om in 2019 een RES in te leveren. Op lokaal niveau staat in het coalitieakkoord de ambitie om in 2040 energieneutraal te zijn en het gebruik van aardgas in fases te verminderen. Lokaal zijn er geen ambitieuzere doelen gesteld dan de doelen die uit het Coalitieakkoord en het IBP komen.SDW hoopt in grote lijnen de energietransitie komende jaren uit te zetten (p. 6), maar beschrijft meer de verzameling van bovengenoemde doelen dan dat er een hoofddoel wordt gesteld waar de gemeente naartoe wil werken middels dit document. Doelen uit het Nationaal Klimaatakkoord die zijn meegenomen door Wijchen in SDW: in 2040 energieneutraal, met als tussendoel in 2030 49% CO₂ uitstoot verminderen. 100% duurzaam opgewekte energie in 2050. Dit betekent voor gemeente Wijchen, zoals beschreven in SDW: 1.​ Het opstellen van een RES in 2019 en de uitkomsten hiervan in gemeentelijk omgevingsbeleid opnemen. 2.​ In 2021 een warmteplan opleveren. 3.​ Het minimaal 50% van grootschalige duurzame energieprojecten uit zon of wind laten komen in eigendom van de lokale bevolking.

Sporen, programma’s of vertrek- of uitgangspunten Er worden in het document drie sporen beschreven. Dit zijn: 1.​ Besparen van energie: het beïnvloeden van het gedrag en het treffen van fysieke maatregelen die het fossiele energieverbruik voorkomen of verminderen. 2.​ Aanpassen van het systeem: het veranderen van de fossiele energiesystemen in onze directe woon- en werkomgeving en in onze infrastructuur naar een schone en duurzame infrastructuur. 3.​ Duurzaam opwekken: het realiseren van duurzame energieprojecten, waardoor via wind, zon, biomassa, water en bodemwarmte nieuwe brandstoffen kunnen worden gebruikt. In het document wordt niet duidelijk hoe de vertaling van deze drie sporen naar de gestelde doelen plaatsvindt, noch hoe de verdere uitwerking van de sporen zal worden georganiseerd.

Plannen Er zijn vijftien individuele projecten beschreven. Deze richten zich op: ●​ Verduurzaming van gebouwen en bedrijven: Meerjarenplan voor gemeentelijke gebouwen, energiemaatregelen bij 100 bedrijven, handhaving op energie en haalbaarheidsonderzoek naar een warmtenet op bedrijventerreinen. ●​ Duurzame inkoop en bouw: Duurzaam inkoopbeleid voor de gemeente, aardgasvrije en energieneutrale nieuwbouw en een gemeentebreed warmteplan voor bestaande woningbouw.

- 52 BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

●​ Stimuleren van duurzaamheid bij inwoners en vervoer: Energiemaatregelen in prestatieafspraken met woningcorporaties, actieplan voor elektrisch vervoer (inclusief laadpalen en deelauto's), leningen voor particuliere huiseigenaren voor energiemaatregelen en bewustwordingscampagnes over energietransitie. ●​ Grootschalige energieopwekking en regionale samenwerking: Realisatie van 30 hectare zonnevelden, facilitering van windenergie (minimaal één windinitiatief met drie turbines), deelname aan de RES Arnhem-Nijmegen en het verminderen van afval en CO₂-uitstoot door afval als grondstof te gebruiken.

B1.3 RES 1.0 regio Arnhem Nijmegen 2021 Context en onderwerp Dit document is opgesteld om de afspraken en doelen uit het Nationale Klimaatakkoord te verwezenlijken. ​ De RES 1.0 heeft als primair doel om samen met maatschappelijke organisaties, bedrijven en inwoners de mogelijkheden te onderzoeken voor het opwekken van duurzame elektriciteit op land en het gebruik van warmtebronnen. Het richt zich op de opwekking van duurzame energie via windturbines, zonnevelden en op grote daken, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de benodigde opslag en energie infrastructuur. Iedere RES-regio committeert zich aan een regionaal ‘RES-bod’ waarin wordt aangegeven hoeveel TWh de regio aan duurzame energie wil opwekken in 2030. Het RES-bod komt tot stand via een regionaal proces waarin beschikbare ruimte, netcapaciteit, milieueffecten en maatschappelijk draagvlak worden afgewogen. Op basis hiervan formuleren de betrokken overheden een gezamenlijk regionaal bod voor duurzame energieopwekking, dat bestuurlijk wordt vastgesteld en ingebracht als bijdrage aan de landelijke klimaatopgave. De RES heeft geen juridische status, maar fungeert als bestuurlijk en beleidsmatig kader voor verdere planvorming en besluitvorming op provinciaal en gemeentelijk niveau.

De provincie kan de afspraken uit de RES echter wel verankeren in de provinciale beleidsinstrumenten, zoals de omgevingsvisie of -verordening of door een aanwijzing aan gemeenten.

Doelen Er wordt gewerkt naar in 2050 energieneutraal en aardgasvrij zijn. Er wordt genoemd dat Nederland in 2050 CO₂-neutraal wil zijn en de RES onderzoekt hoe dit het beste kan. De doelstellingen in de RES richten zich op 2030, en daarmee het tussentijds doel van het Nationaal Klimaatakkoord van 55% CO₂-reductie. Als concreet regionaal bod is in de RES het volgende doel opgenomen: ‘ We dragen vanuit Regio Arnhem Nijmegen met 1,62 TWh bij aan de landelijke ambitie van 35 TWh opwekking via zonnevelden, grootschalig zonop-dak en windturbines. Ons bod heeft de volgende opbouw: De basis is een stevige inzet op de mogelijkheden van zonnepanelen op grote daken. Daar is 0,49 TWh aan opbrengst voorzien. Binnen de regionale zoekgebieden gaan zonnevelden en windturbines 0,93 TWh opwekken en buiten regionale zoekgebieden nog eens 0,20 TWh. Op dit moment (februari 2021) is 0,12 TWh gerealiseerd.’’

Sporen, programma’s of vertrek- of uitgangspunten Er zijn in de RES geen duidelijke thema’s of sporen te herkennen. Er is geredeneerd vanuit het primaire doel van de RES, namelijk het gezamenlijk onderzoeken van de mogelijkheden voor de opwek van duurzame elektriciteit op land en het gebruik van warmtebronnen. Op basis daarvan zijn er 28 afspraken geformuleerd.

- 53 BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

Plannen In totaal zijn er 28 afspraken vastgelegd in het kader van de RES. Deze afspraken zijn breed van aard en omvatten samenwerkingsafspraken, een specifieke afspraak over solidariteit tussen de deelnemende gemeenten, afspraken over de doorwerking van het omgevingsinstrumentarium en de Milieueffectrapportage (MER), afspraken gericht op de realisatie van een optimaal warmtesysteem, en verschillende ruimtelijke afspraken. Hoewel deze afspraken zijn benoemd, is er in dit document geen verdere toelichting gegeven op in hoeverre de afspraken verder uitgewerkt moeten worden.

B1.4 Transitievisie Warmte 2022 Context en onderwerp Het opstellen van een Transitievisie Warmte (TVW) is een verplichting die gemeenten vanuit het Nationaal Klimaatakkoord hebben meegekregen. In dit document wordt eerst de noodzaak uiteengezet om mee te werken aan de warmtetransitie. Daarna worden er verschillende, puur informatieve, mogelijkheden voor duurzame verwarming toegelicht. Vervolgens wordt gekeken naar wat voor oplossingen in de gemeente Wijchen geschikt kunnen zijn. In dit kader worden twee verkenningswijken aangewezen en worden de hoofdlijnen voor een strategie beschreven. Ten slotte bevat het document een hoofdstuk dat zich direct tot de inwoners richt met als doel hen aan te moedigen zelf stappen te zetten richting een aardgasvrije woning. Dit document werd in februari 2022 aangeboden aan de raad. De gemeenteraad achtte de TVW echter nog niet rijp voor besluitvorming en gaf aan te willen beslissen over een helder visiedocument waarin de belangrijkste strategische overwegingen helder waren verwoord. Hierna is het Warmteplan Wijchen opgesteld om aan deze wens tegemoet te komen. Beide stukken, de Transitievisie Warmte en het Warmteplan, zijn gezamenlijk in maart 2023 vastgesteld.

Doelen Dit document bouwt voort op de doelen uit SDW, het Nationaal Klimaatakkoord en het Gelders Energieakkoord. Dit betreft het terugbrengen van de CO₂-uitstoot in 2030 met 49% en het ‘’op termijn’’ energieneutraal worden. Ook wordt als doel genoemd om van het aardgas af te zijn in het jaar 2050 met in de tussentijd een meetmoment in 2030 en één in 2040. Voor de meetmomenten zijn er geen vaste tussendoelen vastgesteld. In dit document wordt een uitgebreide landelijk gebruikte definitie gegeven aan de term ‘energieneutraal’. ‘’Energieneutraal betekent dat in onze gemeente evenveel energie duurzaam wordt opgewekt als dat er op jaarbasis wordt verbruikt. Wij willen dit bereiken met maatregelen om fossiel energieverbruik (aardgas, aardolie en kolen) terug te dringen en meer duurzame energie op te wekken. Richting 2050 willen we fossiele energie helemaal niet meer gebruiken. Dit betekent dus ook dat woningen en andere gebouwen de komende 30 jaar overgaan op duurzame warmteoplossingen.‘’ In het document wordt verschillende keren benoemd dat voor verschillende doelen en oplossingen voor de warmtetransitie een verzwaring van het net en extra duurzame energieopwek nodig zijn. Daarnaast wordt meermaals genoemd dat er met netbeheerder Liander onderzocht gaat worden wat nodig is en er een infrastructuurplan opgesteld gaat worden.

Ook wordt genoemd dat energie besparen wordt gestimuleerd, maar verder wordt er niet ingegaan op energieverbruik of netcongestie.

Sporen, programma’s of vertrek- of uitgangspunten De belangrijkste uitgangspunten voor de Transitievisie Warmte komen uit de startnotitie (maart 2021) en de uitgangspuntennotitie (september 2021): ●​ Ga aan de slag met energiebesparing en isolatie. ●​ Samen kennis delen om de warmtetransitie te laten slagen!

- 54 BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

●​ Haalbaar en betrouwbaar voor iedereen. ●​ Beschikbaar, betrouwbaar en duurzaam richting de toekomst. De doelen, verwachtingen en mogelijkheden worden vertaald naar een strategie met vier sporen: 1.​ Samen gereedmaken voor aardgasvrij 2.​ Individuele oplossingen mogelijk maken 3.​ Collectieve oplossingen samen nader onderzoeken 4.​ Uitvoeringsplannen voor de verkenningswijken Hiermee wordt op hetzelfde moment gewerkt aan: ●​ Energiebesparing (aardgasvrij maken wordt hierbij ook vaak genoemd) ●​ Het mogelijk maken van individuele oplossingen ●​ Collectieve mogelijkheden ●​ Aan de slag gaan in de verkenningswijken

Plannen Voor elk van de vier sporen worden activiteiten gedefinieerd: 1.​ Samen gereedmaken voor aardgasvrij ●​ Advies geven via Loket Duurzaam Wonen Plus ●​ Leningen aanbieden om maatregelen te betalen ●​ Via het Loket Duurzaam Wonen Plus helpen met zoeken naar subsidies 2.​ Individuele oplossingen mogelijk maken ●​ Uitvoeringsplan voor infrastructuur maken in samenwerking met Liander (elektriciteitsnet verzwaren en hernieuwbaar gas in gasnet brengen) 3.​ Collectieve oplossingen samen nader onderzoeken ●​ Samen met inwoners en stakeholders de haalbaarheid van collectieve oplossingen onderzoeken 4.​ Uitvoeringsplannen voor de verkenningswijken ●​ Vertalen van andere drie sporen in een uitvoeringsplan voor de twee verkenningswijken samen met inwoners en belanghebbenden Er wordt bij al deze plannen vermeld dat deze ook onderdeel worden van het uitvoeringsprogramma warmtetransitie (Warmteplan Wijchen) en dat deze samen met een uitvoeringsplan per gebied opgesteld gaan worden op het moment dat de Transitievisie Warmte door de gemeenteraad is vastgesteld.

B1.5 Warmteplan Wijchen 2023 Context en onderwerp Het Warmteplan Wijchen wordt een uitwerking genoemd van de Transitievisie Warmte. Een toegevoegd onderdeel is de input die is opgehaald tijdens een participatief proces met inwoners, gesprekken met technische partners en raad en college. De uitkomsten van deze gesprekken hebben geleid tot het formuleren van acht actielijnen. Dit document is het resultaat van een amendement dat is gekomen op de Transitievisie Warmte, nadat deze in februari 2022 aan de raad was aangeboden. De gemeenteraad achtte de visie op dat moment nog niet rijp voor besluitvorming, omdat men wilde beslissen over een helder visiedocument waarin de belangrijkste strategische overwegingen helder zijn verwoord.

- 55 BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

Er wordt in het Warmteplan vermeld dat de LES, die in 2023 zou worden opgesteld en uiteindelijk in 2025 is vastgesteld, het Warmteplan verder zal uitwerken tot een concreet uitvoeringsplan. Dit document zit dus tussen de Transitievisie Warmte en de LES in.

Doelen Het volgende doel wordt genoemd: ‘’De gebouwde omgeving dient in 2030 3,4 megaton CO₂ minder uit te stoten. Hiervoor is als tussendoel gesteld dat in 2030 landelijk 20% van alle gebouwen aardgasvrij moet zijn. Volgens de afspraken uit het Nationaal Klimaatakkoord staan gemeenten hiervoor aan de lat. De Rijksoverheid heeft elke gemeente gevraagd om aan de hand van dit landelijk streven een visie te ontwikkelen waarin ze aangeeft op welk moment, in welke wijk en buurt en met welke technieken gebouwen aardgasvrij gemaakt kunnen worden. Dit doen gemeenten via de Transitievisie Warmte.‘’ ‘’Dit Warmteplan is een eerste concretisering van de eerder opgestelde Transitievisie Warmte. De concrete ambities voor Wijchen en de weg daar naartoe gaan we uitwerken in de LES die in 2023 opgesteld wordt. In de LES gegeven we weer wat er precies moet gebeuren om de gewenst CO₂-reductie te behalen en dus ook hoeveel gebouwen er wanneer van het aardgas af moeten zijn.’’ Er wordt exact dezelfde definitie van ‘energieneutraal’ gebruikt als in de Transitievisie Warmte, aangezien deze hieruit is overgenomen. Er wordt in dit document niet gekeken naar de benodigde elektriciteit voor de warmtetransitie. De inhoudelijke toevoeging ten opzichte van de TVW is de dialoog met belanghebbenden en het opstellen van de daaruit voortvloeiende actielijnen.

Sporen, programma’s of vertrek- of uitgangspunten In het document zelf zijn geen expliciete sporen te herkennen, al geeft de hoofdstukindeling wel de strategische opzet van het Warmteplan weer. De opbouw is als volgt: 1.​ In gesprek over warmte: Hier is gepraat met bewoners om zorgen op te halen, met zakelijke partners voor belangen en uitgangsposities en met raad en college over de rol van de gemeente. 2.​ Technische mogelijkheden: Hier worden de beschikbare technische oplossingen besproken, onderverdeeld in individuele oplossingen (all-electric oplossingen, hybride warmtepompen) en collectieve oplossingen (warmtenetten) en oplossingen uit warmtebronnen (aquathermie en restwarmte van ARN). 3.​ Van visie naar uitvoering: acht actielijnen: de actielijnen staan hieronder weergegeven onder plannen.

Plannen Er worden op basis van de eerder opgehaalde belangen van de inwoners en partners acht actielijnen beschreven. 1.​ Focus op ontzorging 2.​ Isoleren en besparen 3.​ Regie nemen in gebiedsgerichte aanpak 4.​ Lokale initiatieven aanmoedigen 5.​ Opgaven verbinden 6.​ Verduurzaming bij bedrijven faciliteren 7.​ Governance van warmtenetten uitwerken 8.​ Verduurzaming vergemakkelijken Er wordt uiteengezet welke acties er momenteel lopen, wat er al wordt gedaan, hoe deze inspanningen versterkt kunnen worden en welke nieuwe stappen er nog ondernomen gaan worden. Dit biedt een duidelijke uiteenzetting van de acties. Veel van de beschreven acties zijn gericht op het uitvoeren van meer onderzoek, het stimuleren

- 56 BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

van mensen, het organiseren van meer afstemming tussen partijen, het nader uitwerken van plannen en het in kaart brengen van de resterende mogelijkheden.

B1.6 Verrijking RES GMR 2024 Context, onderwerp en doelen Dit is een verrijking van de eerder opgestelde RES 1.0. Door de vele ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden sinds de vaststelling van de RES 1.0, was een verrijking op dit moment passender dan een 2.0-versie. Deze 2.0versie wordt later gemaakt (ligt nu ter inzage - januari 2026). Op pagina 7 is de volgende toelichting te vinden: ‘’Voor de verdere uitwerking van de afspraken uit de RES 1.0 is het niet nodig om het kader van de RES 1.0 aan te passen. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Wanneer er een RES 2.0 vastgesteld wordt, valt deze onder de Omgevingswet. Onder deze wet is de RES een vormvrij, vrijwillig programma en is een milieueffectrapportage verplicht. Omdat de kaders van de RES 1.0 in deze verrijkte versie gelijk blijven, vindt er geen herijking plaats in de zin van de Omgevingsverordening van de provincie en is de RES ook geen programma onder de Omgevingswet. Dus: de gemaakte afspraken en het bod van 1,62 TWh duurzame elektriciteitsopwek binnen de regio blijven onveranderd. Wél hebben we de RESafspraken nader uitgewerkt, meer in samenhang bekeken en geoperationaliseerd. We benaderen deze RES vanuit het energiesysteem, ofwel de combinatie van systemen waarmee we in onze energiebehoefte voorzien (gas, elektriciteit en warmte) met als pijlers duurzame opwek en warmte.

De indeling van deze verrijkte RES is daarom anders dan die van de RES 1.0. Doelen van de RES: ●​ Inzicht geven in en richting geven aan de stand van zaken en nadere uitwerking van de duurzame energieopwek in de regio. ●​ Inzicht geven in en richting geven aan het regionale warmtetransitiepad. ●​ Samenhang brengen en richting geven aan het energiesysteem.’’

Sporen, programma’s of vertrek- of uitgangspunten en plannen Het bod en de doelen uit de RES 1.0 blijven exact hetzelfde. Er is echter meer geredeneerd vanuit het energiesysteem, ofwel de combinatie van systemen waarmee we in onze energiebehoefte voorzien (gas, elektriciteit en warmte) met als pijlers duurzame opwek en warmte. In de verrijking wordt de stand van zaken beschreven ten opzichte van RES 1.0 en worden de uitdagingen en knelpunten in kaart gebracht. Vervolgens wordt beschreven hoe er omgegaan wordt met de uitdagingen en knelpunten richting het realiseren van de RESdoelstellingen en worden er te ondernemen acties beschreven. Bijvoorbeeld voor zon op grote daken worden de volgende zes acties beschreven die vervolgens verder worden uitgewerkt: ●​ Mogelijkheden netcongestie benutten ●​ Uitvoeringscapaciteit vergroten bij gemeenten ●​ Monitoren van zon-op-dakprojecten via regionale samenwerking ●​ Inzicht in potentie en verbruiksgegevens bedrijven (koppelen vraag en aanbod) ●​ Haalbare businesscase opstellen (propositie/aanbod richting dakeigenaren) ●​ Kennisdelen via regionale samenwerking en als gemeenten onderling Voor de volledige lijst met plannen verwijzen we naar het verrijkingsdocument zelf.

Een belangrijke verandering ten opzichte van de RES 1.0 is dat in plaats van een tweejaarlijkse herijking van de RES nu tweejaarlijks met een voortgangsrapportage gewerkt mag worden volgens het NPRES.

- 57 BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

B1.6 LES 2025 Context en onderwerp Voorafgaand aan de LES zijn twee routes voor de lokale energietransitie van Wijchen aan de gemeenteraad gepresenteerd. De LES zelf is bedoeld als een update van het eerdere plan SDW’. Een update was gewenst vanwege nieuwe ontwikkelingen, waaronder de Klimaatwet, de Green Deal en netcongestie. In de notitie met de twee routes wordt beschreven dat Wijchen de landelijke richtlijn van 55% CO₂-reductie in 2030 en de doelstelling van energieneutraal in 2050 aanhoudt. Ook wordt er gerefereerd aan het Nationale Klimaatakkoord, waarin een ambitie voor 100% duurzame energieopwekking in 2050 is vastgelegd. (De gemeente Wijchen definieert dit als alle benodigde energie in de hele gemeente wordt opgewekt uit duurzame, ook wel hernieuwbare, energiebronnen (zon, wind, biomassa, aardwarmte, waterkracht, et cetera.). Het omvat het verbruik van elektriciteit en warmte. In het coalitieakkoord heeft Wijchen zich gecommitteerd aan deze doelen. De notitie beschrijft daarnaast hoeveel ton CO₂ Wijchen precies moet reduceren en voert een nulmeting uit. Hierna worden drie toekomstbeelden gegeven waarin het energieverbruik in 2050 voor een energieneutrale toekomst wordt beschreven. Vervolgens worden de twee routes gepresenteerd: de eerste is ‘huidig beleid’, en de tweede is ‘huidig beleid plus proactief aanjagen en kansen benutten’.

De raad heeft toen de keuze gemaakt voor route twee, en de LES is op basis daarvan opgesteld. Wel wordt er in deze notitie al gesteld dat met geen van de twee routes de landelijke doelen voor 2030 behaald zullen worden. De LES beschrijft de strategie op gemeentelijk niveau om de doelen uit de Klimaatwet te behalen. Het noemt zichzelf een paraplu om het beleid op verschillende thema’s uit het Nationaal Klimaatakkoord samen te voegen, en een fundament voor een concreet uitvoeringsprogramma. De LES en het bijbehorende uitvoeringsprogramma gaan over de periode tot 2030. Het college is voornemens de LES elke vijf jaar te actualiseren. Ieder jaar hoort er monitoring plaats te vinden over de voortgang van de projecten en de gestelde doelen.

Doelen Er worden verschillende doelen benoemd: ●​ Het document refereert naar het Nationaal Klimaatakkoord, en volgt de landelijke richtlijn om in 2030 55% CO₂- reductie ten opzichte van 1990 waar te maken. ●​ Een duurzame en CO₂-vrije toekomst in 2050, waarbij er wordt overgestapt van fossiele naar duurzame energiebronnen. ○​ ’”De LES gaat over onze eigen gemeentelijke ambities om in 2050 klimaatneutraal te zijn.’’ (p. 8) ○​ ‘’Een realistisch en ambitieus doel voor de gemeente Wijchen is 39% CO₂-reductie in 2030.’’ ​ (p. 17) ○​ ‘’Omdat landelijk beleid zich richt op 55% CO₂-reductie in 2030, blijven we ons best doen hier zo dicht mogelijk bij in de buurt te komen. Richting 2030 analyseren we opnieuw waar we staan en wat een realistische doelstelling is.’’ (p. 17) ○​ ‘’De doelstelling van 100% CO₂-reductie in 2050 is vooralsnog wel haalbaar.’’ (p. 17) ○​ ‘’De gemeente Wijchen volgt de landelijke ambitie om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Op weg hiernaartoe werken we aan energieneutraliteit. Dat betekent dat binnen de gemeente op jaarbasis evenveel duurzame energie wordt opgewekt als er totaal aan energie wordt gebruikt. Uit de prognose blijkt dat we hier nog geen zicht op hebben voor 2050. De verwachting is dat we dan 2.362 TJ nodig hebben en dat er 1.691 TJ duurzame opwek is. Er blijft dus nog duurzame energie van buiten de gemeente nodig.

Toch houden we vast aan onze ambitie van energieneutraliteit. We zetten in op nieuwe ontwikkelingen en regionale samenwerkingen om richting 2050 dichter bij realisatie van deze ambitie te komen.’’ (p. 20)

- 58 BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

Sporen, programma’s of vertrek- of uitgangspunten Er wordt gewerkt vanuit principes voor samenwerking en principes voor het energiesysteem. De principes voor samenwerking zijn: 1.​ We nodigen inwoners uit mee te doen. 2.​ We werken samen waar het kan. 3.​ We moedigen lokale initiatieven aan. De principes voor het energiesysteem zijn: 1.​ We besparen zo veel mogelijk energie. 2.​ We benutten opgewekte energie zo veel mogelijk lokaal. 3.​ We zetten in op verschillende energiebronnen. 4.​ We nemen energievoorziening mee in de ruimtelijke ordening en andersom. 5.​ We werken integraal. Er zijn vier sporen opgesteld om uitvoering te geven aan de gekozen route, waarbij er wordt ingezet op thema’s waarop de gemeente de meeste invloed heeft om de doelstellingen te behalen. 1.​ Energie besparen woningen en aardgasvrij Wijchen. 2.​ Verduurzaming bedrijven en maatschappelijk vastgoed. 3.​ Grootschalige en gebalanceerde opwek. 4.​ Duurzame mobiliteit.

Plannen Spoor 1: Energie besparen woningen en aardgasvrij Wijchen ●​ Woningen ○​ Wijkaanpak: isolatie en ontzorging (stimuleren en informeren van inwoners voor het isoleren en besparen). ○​ Samenwerkingsafspraken met woningcorporaties (voor aardgasvrije wijken, energiearmoede tegengaan, verduurzaming en betaalbaarheid). ○​ Digitaal energieloket (met informatie over diensten qua energie besparen en woningen verduurzamen). ○​ Energiecoaches (voor advies over energiebesparing). ●​ Warmtetransitie: ○​ Warmteprogramma (in 2025 opstellen warmteprogramma, want na TVW en Warmteplan blijkt dat een groot deel van de kern op een warmtenet kan worden aangesloten en het is verplicht onder de Omgevingswet). ○​ Onderzoek naar Warmtenet Wijchen (want uit onderzoek blijkt dat er technische mogelijkheden zijn voor warmtenetten). Spoor 2: Verduurzaming bij bedrijven en maatschappelijk vastgoed ●​ Bedrijven ○​ Energieadvies (via een loket informeren over energievraagstukken en verduurzaming). ○​ Energieloket Zakelijk (digitaal loket met informatie over duurzame maatregelen, financiering en lokale uitvoerders). ○​ Stimuleringslening (voor verduurzaming van panden). ○​ Handhaving ODRN (handhaving op uitvoering energiebesparingsplicht). ○​ Smart Energy Hub Bijsterhuizen in Wijchen-Oost (energie lokaal opwekken en lokaal verbruiken).

- 59 BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

●​ Maatschappelijk vastgoed ○​ Gemeentelijk vastgoed en de CO₂-prestatieladder (in 2027 12% minder CO₂ uitstoten dan in 2022 - elektrisch wagenpark, groene stroom voor gemeentelijke gebouwen, rijden op biodiesel, openbare verlichting vervangen voor LED, verduurzaming gemeentelijk vastgoed, zakelijk vervoer beter plannen en verbeteren mogelijkheden digitaal werken). ○​ Maatschappelijk vastgoed (via gemeentelijke website doorverwijzen naar het Rijk). Spoor 3: Grootschalige en gebalanceerde energieopwek ●​ Windenergie (planologische medewerking windpark Bijsterhuizen). ●​ Zon-op-land (voorlopig geen nieuwe initiatieven voor grootschalige zonneparken - bij actualisatie LES 2030 opnieuw verkennen). ●​ Grootschalige zon-op-daken (onderzoeken kansen zon op dak in combinatie met ontwikkelingen smart energy hubs). ●​ Kleine windturbines (in visie wind- en zonne-energie zijn kleine turbines mogelijk gemaakt). ●​ Gebalanceerde opwek (werken aan integrale visie op energiesysteem). ●​ Groene waterstof (faciliteren lokale inpassing en onderzoeken kansen industrie). ●​ Kernenergie (geen rol voor kernenergie in de energiemix voor 2030 - in de toekomst overweging opnieuw maken). ●​ Hoogspanningsstation (Tennet werkt aan uitbreiding van het net). ●​ Participatie bij opwekprojecten (streven naar 50% lokaal eigendom).

Spoor 4: Duurzame mobiliteit ●​ Stimuleren andere vervoerswijzen (haltetaxi, deelmobiliteit, lopen en fietsen stimuleren). ●​ Elektrisch rijden (opstellen integrale visie elektrisch rijden). ●​ Parkeernorm verlagen (stimuleren gebruik duurzame vervoersmiddelen en ontmoedigen autobezit- en gebruik). Participatie en Communicatie Participatie en Communicatie is geen spoor binnen de LES maar in het hoofdstuk hierover zijn wel uitgangspunten opgenomen: ●​ Inclusiviteit en gelijkheid - alle inwoners krijgen de kans om deel te nemen aan gemeentelijke activiteiten en besluitvormingsprocessen waar mogelijk en de gemeente zet zich daarvoor in. ●​ Actieve deelname van inwoners - inwoners worden aangemoedigd om initiatief te nemen en actief mee te denken en te doen. De gemeente speelt hierbij een ondersteunende rol. ●​ Projectspecifieke participatie en communicatie - per project kiezen we de vorm die het beste past bij de situatie en de bestaande afspraken en kaders. ●​ Transparante en heldere communicatie - de communicatie is open, helder en eerlijk. Ook als we het niet weten. De plannen die hierbij horen zijn: ●​ We werken samen - per project wordt gekeken welke samenwerkingspartners nodig zijn. ●​ Inwonersinitiatieven - aanmoedigen en faciliteren van bewonersinitiatieven. ●​ Initiatieven vanuit bedrijven en organisaties - faciliteren en aanmoedigen van initiatieven.

●​ Meer inzicht - verkennen hoe er meer inzicht komt in de lokale situatie, het kennisniveau en de houding van inwoners ten opzichte van de energietransitie. ●​ Heldere communicatie - jaarlijks de stand van zaken delen wat betreft LES-doelstellingen en gerichte communicatie toepassen via bvb-internet.

- 60 BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

●​ Energiecampagne “Pak Jouw Moment”- samen met lokale winkeliers en specialisten een energiebesparingscampagne.

B1.7 Routekaart duurzame warmte Wijchen 2025 Context en onderwerp In de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie is opgenomen dat gemeenten in december 2026 een warmteprogramma moeten hebben opgesteld. Parallel voert de gemeente met een aantal partners een onderzoek uit naar de haalbaarheid van een warmtenet. De routekaart is bedoeld voor het in beeld brengen van een helder proces voor deze twee zaken.

Doelen Het helder in beeld brengen van het proces van het onderzoek naar de haalbaarheid van een warmtenet in de gemeente Wijchen en het opstellen van een warmteprogramma.

Sporen, programma’s of vertrek- of uitgangspunten Voor het opstellen van het warmteprogramma wordt er voortgebouwd op de vier uitgangspunten uit het Warmteplan Wijchen, namelijk: 1.​ Ga aan de slag met energiebesparing en isolatie. 2.​ Samen kennis delen om de energietransitie te laten slagen. 3.​ Haalbaar en betaalbaar voor iedereen. 4.​ Beschikbaar, betrouwbaar en duurzaam richting de toekomst. Deze punten zijn herijkt vanwege onder andere inhoudelijke ontwikkelingen zoals netcongestie, inzicht in warmtebronnen en doelen in de LES. De zeven nieuwe principes zijn: 1.​ We werken stapsgewijs en bieden iedereen een handelingsperspectief. 2.​ We werken samen met inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners. 3.​ We zetten in op een haalbare, betaalbare, duurzame en betrouwbare warmteoplossing. 4.​ We leren al doende en reageren flexibel op wat nodig is. 5.​ We vullen een regierol in passend bij de situatie. 6.​ We kijken naast techniek en financiën ook naar sociale en ruimtelijke zaken. 7.​ We zetten in op verschillende energiebronnen. Ook wordt genoemd dat de leidende principes voor de warmtetransitie uit de LES worden meegenomen, maar er wordt in dit document niet verder gewerkt aan de hand van deze principes. Het gaat om de principes voor samenwerking en de principes voor energiesystemen.

Plannen De zeven principes zijn leidend bij het ontwikkelen van het warmteprogramma. Dat warmteprogramma wordt ontwikkeld in vijf fasen.

- 61 BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

In het tweede deel van het document wordt beschreven hoe het onderzoek naar de haalbaarheid van een warmtenet verloopt. Hierin wordt de huidige stand van zaken toegelicht, welke stappen er nog gezet moeten worden en welke fasen daarbij horen. De samenhang met het opstellen van het waterprogramma is hierbij niet specifiek toegelicht, behalve dat de uitkomsten van het onderzoek meegenomen kunnen worden in het warmteprogramma.

- 62 BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

Bijlage 2 | Documenten Stukken klimaat- en energiebeleid ●​ ●​ ●​ ●​ ●​ ●​ ●​ ●​ ●​ ●​ ●​ ●​ ●​ ●​ ●​

Samen naar een Duurzaam Wijchen en bijbehorende stukken Transitievisie Warmte en bijbehorende stukken Lokale Energiestrategie en bijbehorende stukken RES 1.0 en bijbehorende stukken RES Verrijking GMR 2024 en bijbehorende stukken Voortgangsrapportage RES 2025 RES 2.0 Routekaart duurzame warmte Wijchen en bijbehorende stukken Warmteplan Wijchen en bijbehorende stukken Uitvoeringsprogramma duurzaam Wijchen (intern, 2022) Overzicht CDOKE middelen en bijbehorende stukken CO2-voetafdruk Wijchen Visie op wind- en zonne-energie Projectbeschrijvingen windpark Bijsterhuizen NINOX-data

Generieke stukken ●​ P&C documenten 2018-2025 ○​ Begrotingen ○​ Jaarstukken / programmarekeningen ○​ Perspectief Nota's ○​ Tussenrapportages

Stukken die inzicht geven in de rol van de raad ●​ Stukken vanuit de gemeenteraad die inzicht geven in de invulling van de kaderstellende en controlerende rol van de raad gericht op klimaat- en energiebeleid in de periode van vaststellen SDW tot november 2025, passend bij de scope van dit onderzoek ○​ Moties ○​ Amendementen ○​ Schriftelijke vragen

Externe data en bronnen ●​ Akkoord van Parijs (2015) ●​ Nationaal Klimaatakkoord (2019) ●​ Diverse data van Wijchen in relatie tot klimaat- en energiebeleid op Waarstaatjegemeente.nl

- 63 BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

Bijlage 3 | Gesproken personen Drie beleidsadviseurs energietransitie Programmaregisseur klimaat- en energiebeleid Portefeuillehouder klimaat en energie Procesregisseur Regionale Energiestrategie, Groene Metropoolregio Beleidsadviseur warmtetransitie, woningcorporatie Talis Relatiemanager publieke sector, Liander Inwonersinitiatieven Duurzaam Batenburg, Energiecoöperatie Leur, Energierijk Zuid en de klimaatburgemeester ●​ Voorzitter bedrijvenvereniging Bijsterhuizen en Wijchen-Oost ●​ Afvaardiging van de gemeenteraad ○​ Interview: zes raads- en commissieleden van zes verschillende fracties ○​ Reflectiesessie: vier raads- en commissieleden van vier verschillende fracties ●​ ●​ ●​ ●​ ●​ ●​ ●​

- 64 BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

- 65 BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=e91c2652-956a-47a0-8622-c1ade3b856cf