CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid - Rekenkamer Wijchen

Raad Informatiebijeenkomst openbaar Wijchen 2 juli 2026, gemeente wijchenBij agendapunt: 310149 Beslisnota rekenkamerrapport Koers houden in de transitie; klimaat en energiebeleid25.140 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Samen naar beter

BMC BY RANDSTAD

Koers houden in de transitie De voortgang van de Wijchense klimaat- en energiedoelen

19 mei 2026

Rapport Rekenkamer Wijchen Classificatie Intern gebruik

Projectnummer PO055179

Inhoudsopgave Samenvatting​

2

Hoofdstuk 1 | Conclusies en aanbevelingen​

4

1.1 Conclusies​

4

1.2 Aanbevelingen​

6

1.3 Bestuurlijke reactie​

10

1.4 Nawoord​

13

Hoofdstuk 2 | Inleiding​

14

2.1 Aanleiding​

14

2.2 Doelstelling en vraagstelling​

14

2.3 Scope van het onderzoek​

15

2.4 Onderzoeksaanpak en normenkader​

15

2.5 Leeswijzer​

16

Hoofdstuk 3 | Het klimaat- en energiebeleid in Wijchen​

17

3.1 Kernbevindingen​

18

3.2 Duiding van de context​

18

3.3. Helderheid en kaders van het klimaat- en energiebeleid​

19

3.4 Aansluiting bij regionale en nationale doelstellingen en mogelijkheden binnen de GMR​ Hoofdstuk 4 | Organisatie en uitvoering van het beleid​

23 25

4.1 Kernbevindingen​

25

4.2 Sturing op klimaat- en energiedoelstellingen door de jaren heen​

25

4.3 De rol van regionale samenwerking in het behalen van de gemeentelijke doelen​ Hoofdstuk 5 | Resultaten, monitoring en evaluatie van het beleid​

27 29

5.1 Kernbevindingen​

29

5.2 Voortgang van het gemeentelijk klimaat- en energiebeleid: monitoring, evaluatie en bijsturing​

29

5.3 Doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid​

30

5.4 Inwoners: inzicht in hun ervaringen en participatie in de beleidscyclus​

35

5.5 Verwerking van lessen en ervaringen uit het verleden in de LES​

36

Hoofdstuk 6 | Rol van de raad​

39

6.1 Kernbevindingen​

39

6.2 Informatievoorziening aan de raad​

39

6.3 Kaderstellende en controlerende rol van de raad​

40

6.4 Sturingsmogelijkheden van de raad​

42

Hoofdstuk 7 | Beantwoording van de hoofdvraag en normenkader​

45

7.1 Beantwoording van de hoofdvraag​

45

7.2 Ingevuld normenkader​

45

Bijlage 1 | Achtergrond: Historie Nationaal Klimaatakkoord + verdieping beleid​

50

B1.1 (Inter)nationaal en regionaal klimaatbeleid​

50

B1.2 Samen naar een Duurzaam Wijchen 2018​

51

B1.3 RES 1.0 regio Arnhem Nijmegen 2021​

53

B1.4 Transitievisie Warmte 2022​

54

B1.5 Warmteplan Wijchen 2023​

55

BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

B1.6 Verrijking RES GMR 2024​

57

B1.6 LES 2025​

58

B1.7 Routekaart duurzame warmte Wijchen 2025​

61

Bijlage 2 | Documenten​

63

Bijlage 3 | Gesproken personen​

64

Dit document (inclusief eventuele bijlagen) is opgesteld door BMC en de (auteurs)rechten met betrekking tot de inhoud en het format van dit document berusten bij BMC. Dit document is uitsluitend bedoeld voor gebruik door de opdrachtgever en mag niet worden gepubliceerd of aan anderen ter beschikking worden gesteld zonder uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van BMC.

BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

-1BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

Samenvatting De centrale vraag De Rekenkamer Wijchen heeft een onderzoek laten uitvoeren naar het klimaat- en energiebeleid van de gemeente Wijchen. Dit beleid is sinds 2018 opgebouwd in verschillende lagen: het energieplan Samen naar een duurzaam Wijchen (2018-2023), het coalitieakkoord 2018-2022 en het coalitieakkoord 2022-2026, de Regionale Energiestrategie (RES 1.0 en de verrijking in 2024) en de recent vastgestelde Lokale Energiestrategie (LES). Hoofdvraag In hoeverre is er, sinds het vaststellen van het beleidsplan “Samen naar een duurzaam Wijchen 2018-2023)”, sprake van een doeltreffende en doelmatige aanpak binnen de gemeente Wijchen als het gaat om haar klimaat- en energiedoelstellingen? Om de hoofdvraag te beantwoorden is er gekeken naar beleid, organisatie en uitvoering, resultaten, evaluatie en vervolg en de rol van de raad aan de hand van verschillende deelvragen (zie paragraaf 2.2 op pagina 8 voor de volledige lijst).

De onderzoeksaanpak De deelvragen zijn beantwoord door middel van deskresearch bestaande uit documenten- en data-analyse, gevolgd door interviews met bestuurlijk en ambtelijk verantwoordelijken, maatschappelijke partners en een afvaardiging van de raad. Het onderzoek is afgerond met twee reflectiesessies met de ambtelijke organisatie en met een afvaardiging van de raad, waarin we gereflecteerd hebben op de bevindingen en met elkaar gesproken hebben over de betekenis ervan. De op de deelvragen geformuleerde antwoorden zijn afgezet tegen een normenkader om op een overzichtelijke manier inzicht te geven in de bevindingen (zie hoofdstuk 7).

​ Het antwoord op de centrale vraag De gemeente Wijchen bevindt zich in een duidelijke overgangsfase. Er is een verschuiving zichtbaar van een zoekende, ad hoc-aanpak in de periode van Samen naar een duurzaam Wijchen (SDW), waarvan de doeltreffendheid en de doelmatigheid lastig eenduidig zijn vast te stellen, naar een meer professionele en gestructureerde programmasturing in de huidige periode waarin de LES van toepassing is. Of deze meer professionele en gestructureerde aanpak daadwerkelijk leidt tot het tijdig behalen van de doelen uit de LES, zal moeten blijken uit de toekomstige monitoring. Maar de basis voor een doeltreffende en doelmatige aanpak is in de huidige situatie aanzienlijk steviger dan voorheen.

De conclusies De conclusies die we kunnen trekken op basis van dit onderzoek luiden als volgt: 1.​ Het bereiken van de beleidsdoelen wordt sterk beïnvloed door het complexe krachtenveld waarin de energietransitie zich afspeelt 2.​ De basis van het klimaat- en energiebeleid is sinds de LES beter op orde 3.​ De doeltreffendheid en doelmatigheid van SDW zijn lastig te beoordelen 4.​ De raad ervaart een gebrek aan integraal overzicht over het klimaat- en energiebeleid dat het vervullen van hun kaderstellende en controlerende rol bemoeilijkt

-2BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

5.​ Het op een gestructureerde manier monitoren van voortgang op beleidsdoelen is essentieel om bij te kunnen sturen waar nodig en het vergt blijvende aandacht en inzet van college en raad om de goede intenties van de LES tot volle wasdom te brengen 6.​ De financiële basis van het klimaatbeleid is kwetsbaar door tijdelijke en afgebakende rijksmiddelen gecombineerd met afbouw van eigen structurele middelen waardoor de continuïteit van het beleid en de bijbehorende uitvoering in gevaar kan komen 7.​ Het structureel betrekken van Wijchense inwoners en bedrijven is een complex proces, waarin we veel welwillendheid zien maar ook knelpunten constateren

​ De aanbevelingen Op basis van de conclusies bevelen we het volgende aan: 1.​ Raad, vraag het college om in een nota aan de hand van financiële scenario’s te laten zien welke financiële keuzemogelijkheden er zijn, inclusief argumentatie, met betrekking tot het wel of niet inzetten van eigen structurele middelen om vervolgens het politieke debat te voeren. 2.​ Raad, vraag het college de algehele informatievoorziening over het klimaat- en energiebeleid te optimaliseren. Vraag hierbij om aandacht voor het juiste abstractieniveau van informatie en het gebruik van visuele hulpmiddelen. Evalueer na een jaar of deze optimalisatie aan de behoeften van de raad voldoet. 3.​ Raad, organiseer één tot twee keer per jaar een informatiebijeenkomst over dit thema zodat er niet alleen schriftelijke informatie wordt uitgewisseld maar de mogelijkheid om het gesprek aan te gaan wordt gefaciliteerd 4.​ Raad, vraag het college duidelijkheid te scheppen richting inwoners over rollen, verantwoordelijkheden en mogelijkheden voor zinvolle participatie en samenwerking met inwoners(initiatieven). Maak dit integraal onderdeel van de nieuw op te stellen participatieverordening en geef hiermee uitvoering aan reeds eerder gedane aanbevelingen hierover. 5.​ Raad, vraag het college om een juiste borging van de kwaliteit van het participatieproces en volg of dit proces in de praktijk loopt zoals is bedoeld.

6.​ Raad, vraag het college om de uitvoering van de afspraken over de monitoring goed te volgen en eventuele knelpunten of wijzigingen tijdig met de raad te delen. Indien het college niet levert conform de afspraak, volg dit op als raad.

-3BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

Hoofdstuk 1 | Conclusies en aanbevelingen 1.1 Conclusies Het bereiken van de beleidsdoelen wordt sterk beïnvloed door het complexe krachtenveld waarin de energietransitie zich afspeelt Internationale, nationale en regionale afspraken zijn richtinggevend voor lokaal beleid en beïnvloeden de beleidsruimte die gemeenten hebben. Naast gemeentelijke kenmerken die invloed hebben, zoals de groei van de gemeente Wijchen en de samenwerking in Werkorganisatie Druten Wijchen (WDW), hebben ook de lange tijdshorizon en een samenspel van technologische, financiële en personele factoren invloed op mogelijkheden binnen de energietransitie. Het is belangrijk dat alle betrokkenen zich realiseren hoe complex de transitie is waar de gemeente samen met haar partners voor staat. De combinatie van dit complexe krachtenveld in samenhang met beperkte sturingsmogelijkheden, maakt dat de gemeente voor een uitdagende opgave staat om meerjarig beleid te formuleren, uit te voeren en de resultaten ervan aan te tonen. De basis van het klimaat- en energiebeleid is sinds de LES beter op orde De gemeente Wijchen heeft met de LES gekozen voor een meer professionele en gestructureerde programmasturing voor het klimaat- en energiebeleid, ten opzichte van de zoekende, ad hoc-aanpak waarvan in SDW sprake was.

De gemeente bewoog met SDW voornamelijk mee met wat er op dat moment speelde of wat er vanuit het Rijk werd gevraagd, zonder dat er een stevig lokaal fundament onder lag. Ook ontbraken in deze fase duidelijke doelen en een systeem om de voortgang te meten, waardoor het lastig was om te bepalen of de gemeente "op koers" lag of dat er bijgestuurd moest worden. Met de LES is gekozen voor een duidelijke gestructureerde aanpak waarbij sprake is van centrale regie, meer meetbare doelen en het systematisch monitoren van de voortgang. De LES biedt als beleids- en uitvoeringsplan hiermee de noodzakelijke houvast om zo goed mogelijk met de complexe opgaven binnen de energietransitie om te gaan. Echter, het knelpunt met betrekking tot de financiële kaders is niet volledig opgelost. Het onderscheid tussen eigen gemeentelijke middelen en landelijke financiering is onvoldoende scherp. Daardoor is ook de relatie tussen beschikbare middelen en de beoogde doelrealisatie niet volledig inzichtelijk. Dit belemmert gerichte bijsturing. De doeltreffendheid en doelmatigheid van SDW zijn lastig te beoordelen Doordat er weinig consistente en over meerdere jaren vergelijkbare gegevens beschikbaar zijn over gerealiseerde effecten, ingezette middelen en kosten in relatie tot de beleidsdoelstellingen is het niet mogelijk de doeltreffendheid en doelmatigheid van SDW goed te beoordelen.

Bovendien heeft er geen formele evaluatie van SDW plaatsgevonden. Op hoofdlijnen en bij benadering is er sprake van voortgang, zoals een daling van de CO₂-uitstoot en groei van hernieuwbare energie, gebaseerd op de data die wel beschikbaar is. Maar, de bijdrage aan de landelijke doelen is onvoldoende, de ontwikkeling van windenergie loopt in een gematigd tempo en netcongestie en capaciteitsproblemen hebben invloed op het behalen van klimaatdoelen. De raad ervaart een gebrek aan integraal overzicht over het klimaat- en energiebeleid dat het vervullen van hun kaderstellende en controlerende rol bemoeilijkt Hoewel de raad de behoefte heeft om te sturen op klimaat- en energiebeleid, wordt de effectieve sturing bemoeilijkt door de informatievoorziening die door een deel van de raadsleden als versnipperd en technisch wordt ervaren. Deze raadsleden ervaren een gebrek aan samenhang en overzicht in de verschillende beleidsstukken en verstrekte informatie en ze missen inzicht in de historische lijn van eerdere besluiten. Daardoor verschuift de focus soms onbedoeld van strategische hoofdlijnen naar technische details. Bovendien heeft het eerdere gebrek aan structurele monitoring en evaluatie tijdens de SDW-periode ervoor gezorgd dat de raad onvoldoende sturingsinformatie had om tijdig te kunnen bijsturen. Waar de raadsleden het wel over eens

-4BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

zijn, is dat de integraliteit tussen de beleidsdocumenten ontbreekt. Om de positie van de raad te versterken, is er een sterke behoefte aan meer integrale en visuele informatie die de raad ondersteunt om zijn controlerende taak proactief en op hoofdlijnen uit te voeren. Daarnaast vraagt het van de raad zelf scherpte om te volgen of het college de gemaakte afspraken nakomt en is het nodig het college erop te bevragen indien dit niet het geval is. Deze scherpte ontbrak op sommige momenten bij de raad tijdens SDW. Het op een gestructureerde manier monitoren van voortgang op beleidsdoelen is essentieel om bij te kunnen sturen waar nodig en het vergt blijvende aandacht en inzet van college en raad om de goede intenties van de LES tot volle wasdom te brengen Het ontbreken van structurele monitoring en formele evaluatie van SDW heeft invloed gehad op de mogelijkheden om te sturen ten tijde van SDW en om te leren voor de toekomst. Leren heeft vooral impliciet plaatsgevonden. In de huidige LES is meer expliciete aandacht voor het op een gestructureerde manier monitoren van de voortgang. Er wordt op dit moment gewerkt aan de concrete inrichting van het monitoringssysteem en hoe informatie hieruit gedeeld gaat worden.

Hoewel dit monitoringssysteem zich in de praktijk nog moet bewijzen, geeft dat wat er nu ligt voldoende aanleiding om te denken dat monitoring conform het vooraf gemaakte plan gaat plaatsvinden en het benodigde inzicht gaat bieden zowel voor de bijsturing tijdens de looptijd van het beleid als voor de actualisering van het beleidskader na vijf jaar. De goede werking van dit monitoringssysteem speelt ook een belangrijke rol bij het in positie brengen van de raad. De periodieke integrale informatie over de voortgang op de beleidsdoelen en het rondmaken van de beleidscyclus met een evaluatie na een aantal jaren van uitvoering, stelt zowel de raad als het college in staat om hun rollen te vervullen. De financiële basis van het klimaatbeleid is kwetsbaar door tijdelijke en afgebakende rijksmiddelen gecombineerd met afbouw van eigen structurele middelen waardoor de continuïteit van het beleid en de bijbehorende uitvoering in gevaar kan komen De financiële basis van het klimaatbeleid is kwetsbaar door een grote afhankelijkheid van tijdelijke en afgebakende rijksmiddelen.

Hoewel de ambities steeds verder toenemen aan de hand van (inter)nationale en regionale ontwikkelingen is de financiering ervan in sterke mate afhankelijk van rijksmiddelen (CDOKE- en SPUK-regelingen) die sterk afgebakend zijn, waarbij er in Wijchen ook nog gekozen is voor het afbouwen van de eigen structurele middelen. Deze afhankelijkheid van rijksmiddelen, gecombineerd met de afbouw van eigen structurele middelen, maakt de continuïteit van het beleid kwetsbaar. Zodra deze rijksregelingen aflopen, is de continuïteit van de formatie en de projecten niet geborgd. Dat is niet makkelijk op te vangen binnen de reguliere begroting, tenzij elders fors bezuinigd wordt waardoor het belangrijk is om als college en raad expliciet het gesprek hierover te voeren met elkaar. Het structureel betrekken van Wijchense inwoners en bedrijven is een complex proces, waarin we veel welwillendheid zien maar ook knelpunten constateren Hoewel er bij inwoners, ondernemers en de gemeente een duidelijke welwillendheid is om samen te werken en participatieprocessen te doorlopen, wordt de uitvoering bemoeilijkt door knelpunten.

Voorbeelden hiervan zijn het bereiken van de juiste doelgroepen in de participatietrajecten, de door inwoners ervaren complexiteit van het onderwerp, de onzekerheden die zitten in mogelijkheden, gevolgen van plannen en de bijbehorende handelingsperspectieven, de hoeveelheid beschikbare tijd van alle betrokkenen, het soms moeizaam (structureel) in contact kunnen komen met elkaar, het krijgen van onvoldoende gemeentelijke praktische ondersteuning bij bijvoorbeeld het organiseren van activiteiten of communicatie-uitingen en het ervaren van een groter wordende afstand tussen inwoners en de gemeentelijke organisatie. Waar sommige trajecten met inwoners(initiatieven) en bedrijven naar tevredenheid verlopen, is dit niet voor alle trajecten het geval. Ook is er vanuit SDW niet specifiek teruggekeken op de participatietrajecten om lessen mee te nemen naar het heden.

-5BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

Hier ligt ruimte voor verbetering, al dan niet ondersteund door de uitkomsten van het onderzoek vanuit de Groene Metropoolregio (GMR) naar hoe omgegaan kan worden met bewonersinitiatieven in relatie tot de warmtetransitie.

1.2 Aanbevelingen Financiën Aanbeveling 1: Raad, vraag het college om in een nota aan de hand van financiële scenario’s te laten zien welke financiële keuzemogelijkheden er zijn, inclusief argumentatie, met betrekking tot het wel of niet inzetten van eigen structurele middelen om vervolgens het politieke debat te voeren.​ De financiële basis van het Wijchense klimaat- en energiebeleid is kwetsbaar doordat het grotendeels rust op tijdelijke rijksbijdragen, terwijl gelijktijdig de eigen structurele middelen zijn afgebouwd. Er is echter nog geen expliciet politiek debat gevoerd over de risico's van deze afhankelijkheid in relatie tot de afbouw van de eigen structurele middelen. Dit debat is noodzakelijk om als raad bewuste keuzes te kunnen maken over de inzet van eigen middelen in relatie tot het borgen van de continuïteit op de lange termijn.

Integraal beleidsoverzicht en informatievoorziening Aanbeveling 2: Raad, vraag het college de algehele informatievoorziening over het klimaat- en energiebeleid te optimaliseren. Vraag hierbij om aandacht voor het juiste abstractieniveau van informatie en het gebruik van visuele hulpmiddelen. Evalueer na een jaar of deze optimalisatie aan de behoeften van de raad voldoet. Goede en duidelijke informatievoorziening is belangrijk voor de raad om zijn kaderstellende en controlerende rol op hoofdlijnen te vervullen. Om de informatievoorziening beter vorm te geven is het van belang dat de informatie die gedeeld wordt de raad helpt politiek te sturen op hoofdlijnen. Dit om te voorkomen dat het politieke debat verzandt in technische details gezien de complexiteit van het onderwerp. Visuele hulpmiddelen zoals infographics om de samenhang tussen beleidsstukken of de voortgang op een bepaald beleidsstuk in één oogopslag inzichtelijk te maken of een tijdlijn die inzichtelijk maakt waar het proces zich op dat moment bevindt, zijn hierbij behulpzaam. De LES wordt aangemerkt als kapstok voor al het klimaat- en energiegerelateerde beleid. Relateer daarom elk beleidsstuk of uitvoeringsplan visueel aan deze kapstok. Dit helpt ook bij het bewaken van de historische lijn van eerdere besluiten, evenals het zicht op wie waarover mag besluiten.

Een goed voorbeeld hiervan is de infographic op pagina 20 van de Routekaart duurzame warmte Wijchen, waar inzichtelijk is gemaakt welke stappen er genomen worden en wie waarover wanneer een besluit neemt of input geeft. Ook kan de bijgevoegde infographic waarin de Rekenkamer handvatten voor sturingsmogelijkheden voor de raad beknopt heeft weergegeven bijdragen aan inzicht in welke mogelijkheden de raad heeft om zijn rol te vervullen.

-6BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

-7BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

Aanbeveling 3: Raad, organiseer één tot twee keer per jaar een informatiebijeenkomst over dit thema zodat er niet alleen schriftelijke informatie wordt uitgewisseld maar de mogelijkheid om het gesprek aan te gaan wordt gefaciliteerd. Gezien de complexiteit van het onderwerp en de behoefte aan meer dan alleen schriftelijke informatie die in dit onderzoek naar boven is gekomen, kunnen structurele informatiebijeenkomsten bijdragen aan het doorgronden van het onderwerp en het voeren van het politieke debat. Bovendien kan schriftelijke informatie uitwisselen soms minder effectief zijn en meer tijd kosten dan een gesprek voeren met elkaar.

Participatie Aanbeveling 4: Raad, vraag het college duidelijkheid te scheppen richting inwoners over rollen, verantwoordelijkheden en mogelijkheden voor zinvolle participatie en samenwerking met inwoners(initiatieven). Maak dit integraal onderdeel van de nieuw op te stellen participatieverordening en geef hiermee uitvoering aan reeds eerder gedane aanbevelingen hierover1. De energietransitie is primair een maatschappelijke uitdaging en niet slechts een technologische opgave. Wijchen heeft hierbij, net als andere gemeenten, vaak de vrijwillige medewerking en toestemming van deze inwoners nodig om de doelstellingen te halen. Het organiseren van zinvolle participatie en samenwerking met inwoners(initiatieven) vergt veel tijd en middelen. Het vraagt om een investering in duurzame en stabiele samenwerking met inwonersinitiatieven, en het dusdanig inrichten van participatietrajecten dat niet alleen ‘the usual suspects’ aan tafel zitten maar een brede afspiegeling van de maatschappij. Bovendien is het van belang dat er duidelijkheid is over ieders rollen, verantwoordelijkheden en inbreng, en dat de gemeente transparant is over de geldende kaders. Naast een aantal knelpunten die meer op inhoud liggen, zoals de complexiteit van het onderwerp, zijn er ook knelpunten die opgelost kunnen worden door de participatie structureler te organiseren.

Denk hierbij bijvoorbeeld aan het aanwijzen van een vast contactpersoon voor inwoners(initiatieven) en duidelijke uitspraken over welke praktische ondersteuning de gemeente wel en niet kan bieden bij bijvoorbeeld het organiseren van activiteiten of communicatie-uitingen. Aanbeveling 5: Raad, vraag het college om een juiste borging van de kwaliteit van het participatieproces en volg of dit proces in de praktijk loopt zoals is bedoeld. Een participatieproces kwalitatief goed doorlopen is een uitdaging en vergt inzet en aandacht. Gezien de volksvertegenwoordigende rol van de raad is het van belang als raad zulke processen scherp te volgen. Dit betekent dat de raad actief toetst of de belangen en zorgen van de omgeving in z’n geheel tijdig en volwaardig zijn meegewogen. Aan de voorkant moet duidelijk zijn wat er precies te beïnvloeden valt met het participatieproces, waarom er voor deze kaders is gekozen en of er voldoende middelen zijn om het participatieproces goed op te kunnen zetten. De raad kan vervolgens aan de achterkant controleren of de inbreng van participanten aantoonbaar en serieus is afgewogen in de definitieve plannen. Daarbij is het van belang dat de raad zijn volksvertegenwoordigende rol ook vervult door de ogen en oren te zijn in de maatschappij en informatie ophaalt over wat er speelt en waar behoeften liggen.

1

Omgevingsparticipatie bij woningbouwprojecten in Wijchen. Rekenkamer Wijchen, februari 2025.

-8BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

Monitoring Aanbeveling 6: Raad, vraag het college om de uitvoering van de afspraken over de monitoring goed te volgen en eventuele knelpunten of wijzigingen tijdig met de raad te delen. Indien het college niet levert conform de afspraak, volg dit op als raad. De afspraken die gemaakt zijn rondom monitoring en evaluatie binnen de LES zijn duidelijk. De plannen die er liggen geven aanleiding om te denken dat monitoring en evaluatie binnen de LES goed worden ingericht. Maar, het is voor het college belangrijk dat ze deze plannen daadwerkelijk in de praktijk brengen en de resultaten delen of aangeven dat de plannen niet uitgevoerd worden zoals gepland en daarvoor een passende argumentatie aanvoeren. Voor de raad is het belangrijk scherp te zijn op de gemaakte afspraken en op te volgen richting het college indien de gemaakte afspraken niet nagekomen worden en er geen goede toelichting op gegeven wordt. ​

-9BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

1.3 Bestuurlijke reactie

- 10 BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

- 11 BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

- 12 BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

1.4 Nawoord De Rekenkamer heeft met belangstelling kennisgenomen van de bestuurlijke reactie van het college van burgemeester en wethouders en dankt het college voor de inhoudelijke reactie op het rapport “Koers houden in de transitie”. De rekenkamer waardeert de positieve reactie van het college op het onderzoek. Wij zijn verheugd dat het college de aanbevelingen uit het rapport graag overneemt en het onderzoek ziet als een welkome aanvulling op de ontwikkeling die al plaatsvindt. De rekenkamer onderschrijft dat de klimaat- en energietransitie een complexe opgave is, waarin de gemeente afhankelijk is van landelijke kaders en middelen en waarin tegelijkertijd lokaal duidelijke keuzes moeten worden gemaakt. De Rekenkamer benadrukt dat de opvolging van de aanbevelingen van belang is om de gemeenteraad beter in positie te brengen in zijn kaderstellende en controlerende rol. Dat vraagt om tijdige, overzichtelijke en goed navolgbare informatie over voortgang, keuzes, risico’s en financiële consequenties. De rekenkamer geeft de raad daarom mee om de uitvoering van de aanbevelingen actief te volgen en het college hierop te bevragen bij de jaarlijkse behandeling van het Jaarverslag Energietransitie, bij de terugmelding over de uitvoering van de aanbevelingen in de P&C-stukken en na de totstandkoming van de nieuwe participatieverordening.

Wij vertrouwen erop dat de raad, samen met het college, de conclusies en aanbevelingen zal benutten om het klimaat- en energiebeleid verder te versterken en de voortgang daarvan zorgvuldig blijft volgen.

- 13 BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

Hoofdstuk 2 | Inleiding 2.1 Aanleiding De Rekenkamer Wijchen heeft een onderzoek laten uitvoeren naar het klimaat- en energiebeleid van de gemeente Wijchen. Dit beleid is sinds 2018 opgebouwd in verschillende lagen: het energieplan Samen naar een duurzaam Wijchen (2018-2023), het coalitieakkoord 2018-2022 en het coalitieakkoord 2022-2026, de Regionale Energiestrategie (RES 1.0 en de verrijking in 2024) en de recent vastgestelde Lokale Energiestrategie (LES). Daarbij heeft de Rekenkamer ook specifiek gekeken naar de samenhang tussen het lokale en het regionale beleid op dit vlak. Het opstellen en uitvoeren van het klimaat- en energiebeleid van de gemeente Wijchen staat namelijk niet op zichzelf. De verandering van het klimaat is een mondiaal vraagstuk en gemeentelijk klimaat- en energiebeleid en uitvoering vinden plaats in de context van internationale afspraken en beleid op Europees, nationaal en provinciaal niveau.

2.2 Doelstelling en vraagstelling De Rekenkamer legt in dit onderzoek de nadruk op doeltreffendheid, doelmatigheid en de rechtmatigheid van het klimaat- en energiebeleid. Daarbij zijn de volgende specifieke doelen geformuleerd: ●​ Inzicht krijgen in de wijze waarop de gemeente Wijchen haar klimaat- en energiedoelstellingen stuurt en uitvoert. ●​ Onderzoeken of de gemeentelijke beleidskaders en initiatieven samenhang vertonen en bijdragen aan een integrale aanpak. ●​ Evalueren in hoeverre regionale samenwerking bijdraagt aan het realiseren van de gemeentelijke klimaatambities. ●​ Formuleren van aanbevelingen voor verbetering van sturing en effectiviteit. Uit deze doelstellingen volgen de volgende hoofdvraag en deelvragen.

Hoofdvraag In hoeverre is er, sinds het vaststellen van het beleidsplan “Samen naar een duurzaam Wijchen (2018-2023)”, sprake van een doeltreffende en doelmatige aanpak binnen de gemeente Wijchen als het gaat om haar klimaat- en energiedoelstellingen? Beleid 1.​ In hoeverre is er sprake van helder geformuleerd en vastgesteld beleid, met duidelijke ambities, doelen en financiële kaders? 2.​ In hoeverre sluiten de gemeentelijke doelstellingen aan bij de regionale RES-doelstellingen en de mogelijkheden binnen de Groene Metropoolregio (GMR)? a.​ Welke knelpunten en succesfactoren zijn te identificeren? 3.​ In hoeverre houdt het gemeentelijk beleid rekening met de in het Nationaal Klimaatakkoord (NKA) gestelde doelen? Organisatie en uitvoering 4.​ Hoe heeft de gemeente Wijchen de afgelopen jaren uitvoering en sturing gegeven aan de realisatie van haar klimaat- en energiedoelstellingen? a.​ Hoe zijn de doelen vertaald naar concrete uitvoeringsmaatregelen? b.​ In hoeverre heeft de gemeente gestuurd op concrete en meetbare resultaten?

- 14 BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

c.​ Welke knelpunten en succesfactoren zijn te identificeren? 5.​ Welke rol speelt regionale samenwerking binnen de GMR en de RES bij het realiseren van de gemeentelijke doelstellingen? a.​ Welke knelpunten en succesfactoren zijn te identificeren? Resultaten 6.​ Hoe wordt de voortgang van het gemeentelijk klimaatbeleid gemonitord (en geëvalueerd) en hoe zijn de uitkomsten benut voor bijsturing? 7.​ Wat is er bekend over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid? 8.​ In hoeverre heeft de gemeente inzicht in de ervaringen van inwoners en hoe zijn zij meegenomen door de beleidscyclus heen? Evaluatie en vervolg 9.​ In hoeverre en op welke manier zijn opgedane ervaringen en lessen meegenomen in de ontwikkeling van het opvolgende beleid (de recent vastgestelde LES)? a.​ Welke risico’s en onbenutte kansen kunnen op basis hiervan geïdentificeerd worden in het nieuwe beleid (recente ontwikkelingen)? Rol van de raad 10.​ Hoe wordt de raad geïnformeerd en welke informatie ontvangt hij? 11.​ Hoe heeft de raad invulling gegeven aan zijn kaderstellende en controlerende rol? 12.​ Welke tussentijdse sturingsmogelijkheden heeft de raad tot zijn beschikking en in hoeverre maakt de raad gebruik van deze mogelijkheden?

2.3 Scope van het onderzoek Het rekenkameronderzoek richt zich op het energiebeleid van de gemeente Wijchen, met als basis het afgelopen beleidsplan SDW wat opgevolgd wordt door de recent vastgestelde LES en samenhangt met de RES van de GMR-regio. De Rekenkamer heeft gekozen voor het afbakenen aan de hand van lokale beleidsstukken omdat de aard en de omvang van dit onderzoek, gecombineerd met de wens voor relevante, actuele én toepasbare aanbevelingen die aansluiten op de meest recente koers van de gemeente, vragen om een lokaal startpunt. Dit lokale startpunt wordt wel in verbinding gebracht met het Nationaal Klimaatakkoord, door de derde deelvraag. Andere thema’s, zoals bredere circulaire economie, klimaatadaptatie, wateropgaven of niet-gemeentelijke initiatieven, vallen buiten de scope. Tenzij hier een duidelijk raakvlak mee is en het in het belang van het onderzoek is dat deze thema’s worden meegenomen. Het onderzoek richt zich daarmee uitsluitend op de energietransitie en de bijbehorende cijfers over besparing, opwek en CO₂-reductie.

2.4 Onderzoeksaanpak en normenkader In deze paragraaf beschrijven we welke methoden zijn ingezet voor het onderhavige onderzoek. Het onderzoek is begonnen met een deskresearch, gevolgd door interviews en twee reflectiesessies. De deskresearch bestond uit een documenten- en data-analyse. Voor een overzicht van bronnen verwijzen we u naar bijlage 2. De interviews bestonden uit gesprekken met bestuurlijk en ambtelijk verantwoordelijken, maatschappelijke partners en een afvaardiging van de gemeenteraad. Voor een overzicht van gesprekspartners verwijzen we u naar bijlage 3. We hebben het onderzoek afgerond met twee reflectiesessies, één met een vertegenwoordiging van de

- 15 BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

ambtelijke organisatie en één met een afvaardiging van de gemeenteraad. In deze sessies hebben we gereflecteerd op de bevindingen en met elkaar gesproken over de betekenis van deze bevindingen. De antwoorden op de deelvragen worden afgezet tegen een normenkader. De volgende normering wordt gehanteerd:

🟢 🟡 🔴

= aan de norm wordt (grotendeels) voldaan. = aan de norm wordt deels voldaan. = aan de norm wordt (grotendeels) niet voldaan.

De inhoud van het normenkader is te vinden in hoofdstuk 7, inclusief beoordeling en beantwoording van de hoofdvraag.

2.5 Leeswijzer Hoofdstuk 3 zoomt in op het beleid, waarbij de samenhang tussen SDW, de LES en de RES wordt geanalyseerd, met aandacht voor de helderheid van doelen en financiële kaders. Hoofdstuk 4 richt zich op de implementatie en sturing van de klimaat- en energiedoelstellingen en de rol van regionale samenwerking hierbij. Hoofdstuk 5 behandelt de voortgang, doeltreffendheid, doelmatigheid, de manier waarop de ervaringen van inwoners zijn meegenomen en of lessen uit voorgaand beleid zijn verwerkt in de nieuwe LES. Hoofdstuk 6 onderzoekt de informatievoorziening en de invulling van de kaderstellende en controlerende rol van de raad. Het onderzoek wordt afgesloten in hoofdstuk 7 waarin het antwoord op de hoofdvraag en het ingevulde normenkader worden gepresenteerd. Tot slot bevatten de bijlagen achtergrondinformatie met betrekking tot de beleidsstukken, een overzicht van de gebruikte documenten en een lijst van de gesproken personen.

- 16 BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

Hoofdstuk 3 | Het klimaat- en energiebeleid in Wijchen In dit hoofdstuk beschrijven we het Wijchense klimaat- en energiebeleid. Daarbij staan SDW, de LES, de RES en de verrijking daarvan centraal. Ook het aanpalende beleid komt aan bod. We bekijken in hoeverre het gemeentelijke beleid aansluit bij het regionale beleid en de mogelijkheden die er zijn binnen de GMR. Ook kijken we naar hoe de doelen uit het gemeentelijk beleid zich verhouden tot de doelen uit het Nationaal Klimaatakkoord. Figuur 1 geeft weer hoe onderstaande beleidsdocumenten in relatie staan tot elkaar. Dit plaatje maakt het makkelijker om de beleidsbeschrijving in het komende hoofdstuk beter te doorgronden. Figuur 1 Overzicht beleidsdocumenten gerelateerd aan het klimaat- en energiebeleid in Wijchen

In dit hoofdstuk geven we antwoord op de volgende onderzoeksvragen: 1.​ In hoeverre is er sprake van helder geformuleerd en vastgesteld beleid, met duidelijke ambities, doelen en financiële kaders? 2.​ In hoeverre sluiten de gemeentelijke doelstellingen aan bij de regionale RES-doelstellingen en de mogelijkheden binnen de GRM? a.​ Welke knelpunten en succesfactoren zijn te identificeren? 3.​ In hoeverre houdt het gemeentelijk beleid rekening met de in het Nationaal Klimaatakkoord gestelde doelen?

- 17 BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

3.1 Kernbevindingen De energietransitie in Wijchen vindt plaats binnen een complex krachtenveld waarin internationale, nationale en regionale afspraken richtinggevend zijn. De lokale beleidsruimte is daarbij beperkt. Technologische onzekerheden, beperkte data-inzichten en knelpunten in netcapaciteit, financiën en personele capaciteit maken sturing en monitoring lastig ten tijde van SDW. Daarnaast vergroten de groei van de gemeente en de ambtelijke samenwerking binnen de Werkorganisatie Druten-Wijchen de organisatorische complexiteit. De combinatie van dit complexe krachtenveld en de technologische, financiële en personele beperkingen, in samenhang met beperkte sturings- en monitoringsmogelijkheden, maakt dat de gemeente voor een uitdagende opgave staat om meerjarig beleid te formuleren en uit te voeren in een context die voortdurend verandert. Het beleidskader laat een duidelijke langetermijnambitie zien, maar kent tegelijkertijd een beperkte samenhang en navolgbaarheid. In de periode van SDW zijn ambities uitgewerkt in concrete projecten, maar bleven tussendoelen, indicatoren en financiële onderbouwing onvoldoende uitgewerkt. Door de opeenvolging van beleidsstukken met verschillende structuren is het geheel gelaagd en moeilijk overzichtelijk geworden. Met de LES is meer helderheid ontstaan over doelen en uitvoeringssporen. Deze zijn beter geformuleerd en beter onderbouwd.

De afhankelijkheid van tijdelijke middelen en externe randvoorwaarden als netcongestie, landelijk beleid en maatschappelijk draagvlak blijft echter groot. Hoewel in de LES duidelijke verbeteringen zichtbaar zijn ten opzichte van SDW, is het knelpunt met betrekking tot de financiële kaders niet volledig opgelost. Het onderscheid tussen eigen gemeentelijke middelen en landelijke financiering is onvoldoende scherp. Daardoor is ook de relatie tussen beschikbare middelen en de beoogde doelrealisatie niet volledig inzichtelijk. Dit belemmert gerichte bijsturing en maakt het moeilijk om vast te stellen in welke mate financiën en beleidsinzet daadwerkelijk bijdragen aan CO₂-reductie.

3.2 Duiding van de context De ambities van de gemeente Wijchen op het gebied van klimaat en energie staan niet op zichzelf; ze vormen een lokaal antwoord op een mondiaal vraagstuk. Het krachtenveld waarin de energietransitie plaatsvindt, verdient vooraf duiding om de resultaten van dit rekenkameronderzoek op de juiste waarde te schatten. De energietransitie is geen opgave die de gemeenten in hun eentje kunnen volbrengen. Het is een complex maatschappelijk vraagstuk, gekenmerkt door een stapeling van factoren: ●​ Van mondiaal naar lokaal en alles daartussenin: Het lokale beleid moet een vertaling zijn van internationale, nationale en regionale afspraken. Gemeenten bevinden zich aan het einde van deze keten en zij moeten de abstracte doelen vertalen naar concrete acties binnen hun gemeente, terwijl ze wel afhankelijk zijn van keuzes op regionaal (RES) en nationaal (klimaatakkoord) niveau. ●​ De lange tijdshorizon: Waar politieke cycli gemiddeld genomen vier jaar duren, bestrijkt de energietransitie decennia (met 2030 en 2050 als ijkpunten). Dit vraagt om een consistent beleid over vele bestuursperioden heen, terwijl technologische en politieke inzichten voortdurend veranderen.

●​ Techniek en monitoring zijn complex: De transitie is een zoektocht naar nieuwe technieken (waterstof, warmtenetten, opslag) die nog volop in ontwikkeling zijn en bovendien vaak ook erg complex zijn, zowel inhoudelijk als in de implementatie ervan. Het monitoren van de voortgang — doen we de juiste dingen en hebben die het gewenste effect? — is lastig omdat data vaak versnipperd is over verschillende partijen en verschillende niveaus (bijvoorbeeld lokaal, regionaal, data via de netbeheerder of de gemeente zelf) en de werkelijke CO₂-reductie pas op de lange termijn zichtbaar wordt.

- 18 BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

De speelruimte van gemeenten wordt beperkt door een aantal harde randvoorwaarden waar zij slechts beperkt invloed op hebben: ●​ Netinfrastructuur en netcongestie: Een van de grootste knelpunten op dit moment is de beperkte capaciteit van het elektriciteitsnet. Plannen voor zonneparken of het aardgasvrij maken van wijken lopen vast omdat het net 'vol' zit. Dit creëert een afhankelijkheid van netbeheerders en bovenlokale prioriteiten. ●​ Financiën en personele capaciteit: De transitie vraagt om enorme investeringen, terwijl de financiële middelen van gemeenten onder druk staan. Bovendien is er een structureel tekort aan specialistisch personeel (zowel technisch als beleidsmatig) om de plannen daadwerkelijk uit te voeren. ●​ Sociale en maatschappelijke acceptatie: Techniek en geld zijn niet voldoende; de transitie vindt plaats in de leefomgeving van de inwoners. Het vinden van een balans tussen de noodzaak van de transitie en het draagvlak in de samenleving — waarbij lasten en lusten eerlijk verdeeld worden — is een voortdurende uitdaging. Binnen dit krachtenveld spelen ook Wijchen-specifieke kenmerken een rol: ●​ Groei van de gemeente: Wijchen is sterk in omvang gegroeid in de laatste decennia. De toename van woningbouw en bedrijvigheid zorgt voor een hogere energievraag, die de druk op het lokale energienet vergroot.

●​ De Werkorganisatie Druten-Wijchen (WDW): Sinds de ambtelijke fusie wordt er ambtelijk samengewerkt in een werkorganisatie die zowel de gemeente Wijchen als de gemeente Druten bedient. Ambtelijke samenwerking biedt algemeen gezien kansen voor schaalvergroting en kennisdeling, maar brengt ook een extra laag van complexiteit met zich mee omdat er sprake is van verschillende gemeentebesturen met elk hun eigen politieke dynamiek en lokale kleur die terugkomt in beleid en uitvoering.

3.3. Helderheid en kaders van het klimaat- en energiebeleid In deze paragraaf bespreken we de inhoud van SDW en de LES. We richten ons specifiek op deze twee documenten omdat zij de ankerpunten van het lokale beleid vormen: waar SDW fungeerde als startpunt en kader voor de afgelopen beleidsperiode (2018-2023), is de LES (2025) de opvolger die de lokale koers en uitvoering richting 2030 bepaalt. Om de samenhang tussen deze hoofdbeleidsstukken en overige beleidsstukken in de tijd inzichtelijk te maken is in figuur 2 een tijdlijn opgenomen. Deze tijdlijn laat zien wanneer welke documenten zijn vastgesteld.

- 19 BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

Figuur 2 Tijdlijn beleidsdocumenten gerelateerd aan het klimaat- en energiebeleid in Wijchen

3.3.1 Samen naar een duurzaam Wijchen Samen naar een duurzaam Wijchen (SDW) is het in 2018 vastgestelde lokale energieplan op hoofdlijnen dat via verschillende sporen de route beschrijft naar een energieneutrale gemeente (zie bijlage 1 voor een uitgebreidere uiteenzetting). Met dit plan (SDW, 2018-2023) is sprake van een duidelijke en bestuurlijk breed gedragen langetermijnambitie. De centrale lokale ambitie, vastgelegd in het toen geldende coalitieakkoord, is dat de gemeente Wijchen in 2040 energieneutraal wil zijn (exclusief mobiliteit) en in 2050 CO₂-neutraal. Deze ambities zijn geformuleerd in een periode waarin het Nationaal Klimaatakkoord nog in ontwikkeling was. Het oorspronkelijke landelijke doel van 49% CO₂-reductie in 2030 ten opzichte van 1990 werd pas in 2019 definitief vastgesteld en later aangescherpt naar 55% in lijn met Europese afspraken. De ambities van SDW sluiten inhoudelijk aan bij de doelen en richting van het Nationaal Klimaatakkoord, maar zijn niet expliciet vertaald naar een concreet CO₂-reductiepercentage voor de korte termijn. In plaats daarvan ligt de nadruk op een langetermijnperspectief. Om de ambities te realiseren, zijn er echter wel concrete projectresultaten geformuleerd die in 2023 bereikt moeten zijn.

Deze ambities sluiten tevens aan bij landelijke kaders zoals het Nationaal Klimaatakkoord en regionale kaders zoals het Gelders Energie Akkoord (GEA) en later de RES. De ambities uit SDW zijn uitgewerkt in vijftien projecten met meetbare einddoelen, zoals de ontwikkeling van dertig hectare zonnevelden en ten minste één windinitiatief. Daarmee zijn de doelen in veel gevallen specifiek en meetbaar gemaakt en deels ook tijdsgebonden. Tegelijkertijd zijn ze niet altijd volledig SMART uitgewerkt. Met name de doorvertaling naar concrete tussendoelen, kortetermijnresultaten en heldere indicatoren voor doelbereik is beperkt.

- 20 BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

Financieel kende SDW wel een structureel budget, maar de uitwerking daarvan was beperkt en weinig specifiek. Per project was onvoldoende inzichtelijk welke financiële middelen nodig waren, waaraan deze besteed zouden worden en welke inzet op de langere termijn vereist was. Gedurende de SDW-periode is zichtbaar een verschuiving opgetreden op de financiële basis van het beleid. Waar de financiering aanvankelijk vooral lokaal was georganiseerd, kwamen gaandeweg steeds meer landelijke middelen beschikbaar, zoals CDOKE2- en andere specifieke uitkeringen (SPUK’s)3. Landelijk zijn hieraan duidelijke voorwaarden gesteld, waardoor voor de gemeentelijke organisatie helder is voor welk doel deze middelen ingezet kunnen worden. Naast SDW zijn in de periode 2018-2023 verschillende aanvullende beleidsstukken vastgesteld die inhoudelijk voortbouwen op dit plan. Het gaat onder meer om de Transitievisie Warmte en het Warmteplan. Deze documenten zijn opgesteld vanuit verschillende wettelijke verplichtingen en beleidsopgaven, maar maken gezamenlijk onderdeel uit van het beleidskader uit de SDW-periode. In de volgende paragraaf wordt de samenhang en sturing tussen deze beleidsdocumenten als geheel besproken.

3.3.2 Samenhang en sturing van 2018-2025 Hoewel de beleidsstukken uit de SDW-periode inhoudelijk op elkaar voortbouwen, maken zij zelden expliciet hoe en wanneer de gestelde doelen daadwerkelijk moeten worden gerealiseerd en op welke wijze de voortgang systematisch wordt gemonitord. De nadruk ligt veelal op ambities en richtingen, terwijl concrete prioritering, tussentijdse doelstellingen en heldere sturingsinformatie beperkt zijn uitgewerkt. Dit bemoeilijkt zowel bestuurlijke besluitvorming als gerichte bijsturing gedurende de uitvoering. Daarbij verschuift in de loop van de periode ook de focus in doelstellingen en terminologie. Waar SDW primair inzet op energieneutraliteit in 2040, sluiten latere documenten sterker aan bij landelijke doelstellingen zoals 49% CO₂-reductie in 2030 en het streven naar een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050. Een beleidslogica die inzichtelijk maakt hoe de verschillende doelen zich tot elkaar verhouden en gezamenlijk richting geven aan de uitvoering, ontbreekt. Als gevolg daarvan is de navolgbaarheid van het beleidskader beperkt. Daarbij geldt dat een deel van de onduidelijkheid verklaarbaar is vanuit landelijke verplichtingen en nationale en regionale ontwikkelingen die pas na de vaststelling van SDW zijn ontstaan en hebben geleid tot aanvullende beleidsstukken.

Voor inhoudelijk betrokkenen binnen de ambtelijke organisatie is de samenhang vaak impliciet te reconstrueren, maar voor raadsleden en externe partijen is minder duidelijk welke doelen leidend zijn, hoe beleidsstukken elkaar aanvullen en waar de gemeente in de tijd op stuurt. Deze beperkte navolgbaarheid en expliciete samenhang komen ook tot uitdrukking in de aanvullende beleidsstukken die naast SDW en de RES zijn opgesteld. De gemeente Wijchen heeft in deze periode verschillende beleidsstukken vastgesteld, waaronder de Transitievisie Warmte, het warmteplan en de routekaart duurzame warmte. Een overzicht en beschrijving van deze beleidsstukken zijn opgenomen in bijlage 1. In de praktijk heeft dit geleid tot een beleidskader dat is verbreed en gelaagd is geraakt. Meerdere beleidsstukken bestaan naast elkaar, vaak met verschillende structuren, begrippen en schaalniveaus, zonder dat steeds expliciet is vastgelegd hoe zij zich onderling verhouden of gezamenlijk bijdragen aan de langetermijndoelen. Bij de start van het onderzoek bleek het beleidskader van Wijchen daardoor moeilijk te overzien. De hoeveelheid achtergrond- en beleidsstukken die door de gemeente is opgesteld en aangeleverd, maakt het lastig om in één oogopslag de koers en samenhang te duiden. De samenhang tussen afzonderlijke stukken is vaak niet 2

CDOKE: Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid Een SPUK (Specifieke Uitkering) is een financiële bijdrage van het Rijk aan gemeenten of provincies voor de uitvoering van specifiek beleid. Er zijn in dit kader in hoofdzaak twee SPUK-regelingen van toepassing. Dit zijn de SPUK Lokale Aanpak Isolatie (LAI) voor het verduurzamen van slecht geïsoleerde woningen en de SPUK Energiearmoede voor het verlagen van de energielasten bij kwetsbare huishoudens. 3

- 21 BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

vastgelegd. De toevoeging van meerdere lokale en wettelijk verplichte beleidsstukken heeft het totaal aan beleid omvangrijker gemaakt, zonder dat steeds expliciet is vastgelegd hoe deze stukken zich onderling verhouden. De Transitievisie Warmte (TVW) vormt hiervan een illustratief voorbeeld. Dit document is opgesteld als gevolg van een nationale verplichting. De gemeenteraad achtte de visie bij de eerste aanbieding echter onvoldoende concreet voor vaststelling. Om alsnog invulling te geven aan de lokale behoefte aan concretisering is vervolgens het Warmteplan opgesteld. Tegelijkertijd bleef de verplichting bestaan om ook formeel over een vastgestelde TVW te beschikken. Daarom is uiteindelijk besloten de eerder opgestelde TVW alsnog vast te stellen, gelijktijdig met het Warmteplan. De latere vaststelling van de TVW in samenhang met het Warmteplan laat daarom zien dat beleidsontwikkeling in de latere fase van de SDW-periode in belangrijke mate werd gedreven door externe verplichtingen en landelijke kaders. Tegelijkertijd maakt dit zichtbaar dat de samenhang tussen beleidsstukken en de onderliggende beleidslijn niet altijd expliciet was uitgewerkt, waardoor aanvullende documenten nodig waren om lacunes in concretisering te repareren. Figuur 3 laat de belangrijkste beleidsstukken op het terrein van klimaat en energie in de periode 2018-2025 zien.

De figuur laat zien dat in opeenvolgende documenten steeds wordt gewerkt met verschillende structuren, zoals sporen, uitgangspunten, actielijnen, doelen, afspraken en projecten. Het maakt daarmee zichtbaar hoe de veelheid aan beleidslijnen en structuren bijdraagt aan een beperkte navolgbaarheid van het beleidskader. Figuur 3 Overzicht structuren uitwerking beleidsdocumenten gerelateerd aan het klimaat- en energiebeleid in Wijchen

3.3.3 Lokale Energiestrategie (LES, 2025) De Lokale Energiestrategie (LES, 2025) vormt de nieuwe basis binnen het beleidskader waarin de gemeente Wijchen haar koers op het gebied van energie en duurzaamheid opnieuw positioneert. Hoewel de LES inhoudelijk raakt aan thema’s die ook in SDW aan de orde kwamen, is de LES niet tot stand gekomen als een expliciete doorontwikkeling van SDW. In tegenstelling tot SDW bevat de LES wel een expliciete vertaling van het Nationaal Klimaatakkoord naar een lokaal doel. De gemeente kiest voor een herijkt doel van 39% CO₂-reductie in 2030 als hoogst haalbaar scenario. Dit ligt onder het landelijke doel van 55%, maar maakt wel duidelijk welk ambitieniveau de gemeente, gegeven haar schaal, middelen en randvoorwaarden, haalbaar acht. Daarmee houdt

- 22 BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

het gemeentelijk beleid rekening met de doelen van het Nationaal Klimaatakkoord, maar kiest ze bewust voor een bijgestelde andere invulling. De LES werkt met vier sporen: 1.​ Energiebesparing en aardgasvrij Wijchen 2.​ Verduurzaming van bedrijven en maatschappelijk vastgoed 3.​ Grootschalige en gebalanceerde opwek 4.​ Duurzame mobiliteit In de LES zijn de doelen meer expliciet en beter meetbaar gemaakt. De mate van uitwerking verschilt per spoor. Spoor 3 (grootschalige en gebalanceerde opwek) is vooral concreet waar het gaat om ruimtelijke besluitvorming en begrenzing. De planologische medewerking aan windpark Bijsterhuizen, het tijdelijk uitsluiten van nieuwe grootschalige zonneparken op land en de expliciete keuze dat kernenergie geen rol heeft richting 2030 zijn specifiek en tijdsgebonden keuzes. Spoor 2 (verduurzaming van bedrijven en maatschappelijk vastgoed) is concreet, maar minder doelmatig uitgewerkt doordat de gemeente hier nadrukkelijk een faciliterende rol inneemt. Spoor 1 (energiebesparing en aardgasvrij Wijchen) en spoor 4 (duurzame mobiliteit) bevinden zich nog grotendeels in de ontwikkelfase. Voor spoor 1 wordt in 2026 een Warmteprogramma vastgesteld dat concretiseert welke buurten in de daaropvolgende tien jaar van het gas afgaan. Met name in het uitvoeringsplan is meer oog voor SMART-doelen zichtbaar. Hier wordt in het volgende hoofdstuk op ingegaan.

Financieel is de LES explicieter geraamd dan SDW, maar het uitvoeringsplan is in relatie tot de financiën op onderdelen complex om te doorgronden. De specificatie van middelen, en met name het onderscheid tussen landelijke geoormerkte financiering en eigen middelen, ontbreekt. De begroting is grotendeels gebaseerd op tijdelijke landelijke geoormerkte middelen zoals CDOKE en SPUK. De koppeling tussen financiële kaders en de beoogde doelen is daarmee niet altijd transparant. De financiering van het klimaat- en energiebeleid is de afgelopen jaren verschoven van voornamelijk gemeentelijke middelen naar een systeem dat grotendeels leunt op rijksbijdragen. De eigen structurele middelen zijn verlaagd van circa € 200.000 naar € 120.000. Daarmee is er slechts beperkte financiële ruimte voor verbreding, versnelling of extra inzet van capaciteit buiten de door het Rijk gestelde kaders van de tijdelijke middelen om.

3.4 Aansluiting bij regionale en nationale doelstellingen en mogelijkheden binnen de GMR 3.4.1 Aansluiting bij de RES-doelstellingen De gemeentelijke doelstellingen van Wijchen sluiten in hoge mate aan bij de regionale doelstellingen zoals vastgelegd in de RES Arnhem-Nijmegen. Zowel SDW als de LES zijn consistent met de regionale koers, zonder onderlinge tegenstrijdigheden, ondanks dat de SDW is vastgesteld voor de oplevering van de RES 1.0. Dit komt doordat SDW voortbouwt op eerdere regionale afspraken, met name het Gelders Energieakkoord (GEA, 2015). Daarmee is sprake van beleidsmatige continuïteit van lokaal tot regionaal niveau. De LES bevestigt deze aansluiting eveneens. In de RES, en later de LES, committeert de gemeente Wijchen zich aan de regionale opgave van 1,62 TWh en geeft zij aan planologische medewerking te verlenen aan de bouw van windturbines en zonneparken, evenals aan verdere inzet op zon-op-dak. Daarnaast sluit de thematische opzet van de LES – met sporen voor energiebesparing, duurzame opwek, verduurzaming van gebouwen en mobiliteit – goed aan bij de inhoudelijke structuur van de RES. De geraadpleegde stukken laten zien dat de beleidsambities van SDW hoog waren, maar wel aansloten bij landelijke en regionale doelstellingen. Echter, de feitelijke realisatie van CO₂-reductie blijft tot nu toe achter bij de gestelde doelen.

In enkele stukken wordt zichtbaar dat de uitvoering wel op gang is gekomen, maar dat de doorwerking in harde effecten tot nu toe beperkt is.

- 23 BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

3.4.2 Succesfactoren en knelpunten Een belangrijke succesfactor van de regionale samenwerking op het gebied van beleid is dat zij fungeert als borgingsmechanisme. Dit borgende karakter komt onder meer voort uit het RES-bod waaraan gemeenten, provincie en waterschappen zich bestuurlijk hebben gecommitteerd. In de praktijk heeft dit geleid tot een doorvertaling van de RES naar lokaal beleid, zoals de vaststelling van een eigen zon- en windvisie. Concrete ondersteuning van de regio bij de totstandkoming van dit beleid is hierbij ook van toepassing geweest. Zo is er een regionaal Plan-Milieueffectrapport en heeft de regio ondersteund bij de vertaling van de abstracte doelen uit de regionale afspraken naar lokaal beleid. De praktijk laat echter ook zien dat de mate waarin Wijchen kan bijdragen aan het regionale RES-bod steeds sterker wordt begrensd door externe factoren, waarvan met name netcongestie een belangrijke factor is. De snelle groei van zonne-energie, zowel op land als op dak, en de elektrificatie die in Nederland plaatsvindt ten behoeve van de verduurzaming, leidt in toenemende mate tot overbelasting van het elektriciteitsnet. Dit spanningsveld wordt ook nadrukkelijk benoemd in de herijking van de RES 1.0, waarin de regio inzet op een betere balans tussen zon en wind en op het verkennen van nieuwe windlocaties.

In lijn met deze regionale koers draagt Wijchen bij aan de gewenste balans door de realisatie van windpark Bijsterhuizen te faciliteren en de voorbereiding van een tweede windpark mogelijk te maken.

3.4.3 Aansluiting bij de in het Nationaal Klimaatakkoord gestelde doelen De gemeentelijke doelstellingen van Wijchen sluiten in hoge mate aan bij het Nationaal Klimaatakkoord. Dit komt doordat zowel SDW als de RES voortbouwen op eerdere nationale en regionale afspraken. Het plan SDW (2018) anticipeerde inhoudelijk al op het Nationaal Klimaatakkoord (2019) en bouwde voort op het Gelders Energieakkoord (2015). De RES 1.0 (2021) concretiseert deze afspraken op regionaal niveau. In de recente LES (2025) is de landelijke doelstelling van 55% CO₂-reductie in 2030 als uitgangspunt genomen. Echter, uit doorrekeningen blijkt dit percentage voor Wijchen niet haalbaar. De gemeente kiest daarom bewust voor een realistisch, maar ambitieus lokaal doel van 39% reductie in 2030. Hiermee houdt het beleid nadrukkelijk rekening met de landelijke doelen, maar geeft hier een gemotiveerde, lokale invulling aan. De doelstelling van 100% CO₂-reductie in 2050 wordt wel vastgehouden. Daarmee blijven de lokale doelstellingen aansluiten op het Nationaal Klimaatakkoord.

- 24 BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

Hoofdstuk 4 | Organisatie en uitvoering van het beleid In dit hoofdstuk brengen we in kaart hoe de gemeente Wijchen uitvoering aan het klimaat- en energiebeleid heeft gegeven en hoe er gestuurd wordt. Ook kijken we naar de rol van de regionale samenwerking binnen de Groene Metropoolregio en de RES in relatie tot het realiseren van de gemeentelijke doelstellingen. Hiermee geven we antwoord op de volgende onderzoeksvragen: 4.​ Hoe heeft de gemeente Wijchen de afgelopen jaren uitvoering en sturing gegeven aan de realisatie van haar klimaat- en energiedoelstellingen? a.​ Hoe zijn de doelen vertaald naar concrete uitvoeringsmaatregelen? b.​ In hoeverre heeft de gemeente gestuurd op concrete en meetbare resultaten? c.​ Welke knelpunten en succesfactoren zijn te identificeren? 5.​ Welke rol speelt regionale samenwerking binnen de GMR en de RES bij het realiseren van de gemeentelijke doelstellingen? a.​ Welke knelpunten en succesfactoren zijn te identificeren?

4.1 Kernbevindingen De uitvoering en sturing van het klimaat- en energiebeleid in Wijchen hebben zich de afgelopen jaren duidelijk ontwikkeld. Tussen de periode van SDW en de vaststelling van de LES is een verschuiving zichtbaar van een meer reactieve en ad hoc-aanpak naar een geprogrammeerde en beoogde actieve aanpak en centraal gestuurde werkwijze, waarin beleidsdoelen, uitvoeringslijnen en prioriteiten explicieter zijn vastgelegd. Deze ontwikkeling duidt op een professionalisering van de beleidsuitvoering, waarbij de gemeente meer regie voert op planning, programmering en sturing. De overgang naar een actievere en meer gestructureerde aanpak biedt betere mogelijkheden voor samenhang, monitoring en bijsturing.

4.2 Sturing op klimaat- en energiedoelstellingen door de jaren heen 4.2.1 Van ad hoc projectsturing naar proactieve centrale programmasturing In de periode van SDW was de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid beperkt uitgewerkt. Hoewel in het beleidsplan was opgenomen dat een uitvoeringsplan zou worden opgesteld, is dit niet bestuurlijk vastgesteld en ook niet ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorgelegd. Hierdoor ontbrak een formeel kader waarbinnen het beleid kon worden uitgevoerd. In de praktijk werkte de ambtelijke organisatie wel met een vereenvoudigde interne uitvoeringsagenda. Dit document had echter geen formele status en bood geen expliciete basis voor bestuurlijke bijsturing. De uitvoering kreeg daardoor vooral vorm via afzonderlijke projecten, zoals de inzet op zon-op-dak, de ontwikkeling van zonnevelden via een tenderprocedure of het aanbieden van energiecoaches. De sturing vond primair plaats op het niveau van deze individuele projecten. Het bestuur en de ambtelijke organisatie stuurden voornamelijk reactief per dossier en per project zonder centraal portefeuillehouder voor energie. Sturing op concrete en meetbare resultaten was beperkt, evenals de beschikbare data. Met de vaststelling van de LES is een duidelijke professionaliseringsslag gemaakt.

Er is nu sprake van een bestuurlijk vastgesteld uitvoeringsprogramma dat is gekoppeld aan de vier inhoudelijke sporen van de LES. ​ De gemeente spreekt expliciet de ambitie uit om niet langer uitsluitend te reageren op initiatieven en

- 25 BMC, Rekenkameronderzoek Klimaat- en energiebeleid

ontwikkelingen, maar deze proactief aan te jagen en te benutten. Daarmee is de uitvoering verschoven van een ad hoc-aanpak naar een meer gestructureerde, proactieve werkwijze met centrale sturing door een portefeuillehouder duurzaamheid en energie.

4.2.2 Uitvoering in een dynamische transitie Binnen SDW zijn vijftien concrete projecten benoemd die richting gaven aan de uitvoering. Ondanks het ontbreken van een uitvoeringskader, zijn hiermee zichtbare resultaten geboekt. Zo heeft de gemeente ingezet op het ontzorgen van inwoners bij verduurzamingsmaatregelen, zijn bewonersinitiatieven actief ondersteund en is er sprake van een toename van duurzame opwek binnen de gemeentegrenzen. Tegelijkertijd vond uitvoering van het klimaat- en energiebeleid in de SDW-periode plaats in een fase waarin de energietransitie zich in hoog tempo ontwikkelde. Zowel landelijk als regionaal waren beleidskaders, instrumenten en rollen sterk in beweging. Veel opgaven waren nieuw voor gemeenten, wet- en regelgeving was nog in ontwikkeling en uitvoeringspraktijken moesten grotendeels al doende worden opgebouwd. Deze dynamiek vroeg om wendbaarheid, maar maakte het tegelijkertijd lastig om scherpe prioritering aan te brengen en vast te houden aan een consistente uitvoeringslijn. In die context gingen prioritering en ad hoc-ontwikkelingen niet altijd goed samen. Nieuwe kansen, problemen, wetgeving of subsidies vroegen regelmatig om directe aandacht, terwijl een stevig uitvoeringskader ontbrak. Tijdrovende trajecten, zoals de ontwikkeling van windinitiatieven, legden langdurig beslag op bestuurlijke en ambtelijke capaciteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=e91c2652-956a-47a0-8622-c1ade3b856cf