Rapport Rekenkamercommissie -Toezicht en handhaving op openbare orde en veiligh
Tekst van het document
Zelfsturende teams compliceren aansturing Een goede aansluiting tussen de beleidswereld en praktijk vraagt om aansturing op basis van het beleid. De gemeente Wijchen erkent dit in het IBP en de uitvoeringsprogramma’s, waarin ze aangeeft dat het van belang is dat ieder “zijn werkzaamheden uitvoert op basis van het beleid en het uitvoeringsprogramma. Kennis van de uitgangspunten van het beleid en het uitvoeringsprogramma is daarom noodzakelijk. Sturing op taken, prioriteiten, strategieën en inzet van capaciteit is ook noodzakelijk”.36 Aansturing en uitvoering op basis van het beleid blijken echter lastig in de Wijchense structuur van zelfsturende teams. Er is geen aangewezen functionaris die deze verantwoordelijkheid draagt. Uitvoering op basis van beleidskeuzes is
34
VTH-Uitvoeringsprogramma 2019.
35
VTH Uitvoeringsprogramma 2019, p. 7.
36
VTH-uitvoeringsprogramma 2019, p.11.
23
daarmee een gedeelde verantwoordelijkheid van het team. Zoals beschreven in de voorgaande paragraaf,37 kan dat een uitdaging zijn. Af en toe wordt het team gewezen op de prioriteiten door ambtelijk medewerkers. Zij nemen dan initiatief om het boateam aan te sturen. Dit was bijvoorbeeld het geval tijdens de coronaperiode. Daarnaast proberen juridisch medewerkers het boa-team soms aan te sturen in het wekelijks overleg dat plaatsvindt tussen de boa’s, het team juridische advisering en de manager. Onder andere door deze vormen van aan- en bijsturing worden de prioriteiten en beleidskeuzes steeds beter aangehouden, zo blijkt uit gesprekken. Het kost echter veel tijd en energie. Daarnaast vragen gesprekspartners zich af of het passend is voor juridisch adviseurs om te begeleiden en te sturen. Boa’s werken melding-gestuurd Meldingen hebben een hoge prioriteit in Wijchen. Dit kan een belemmering vormen voor de uitvoering die aansluit op het beleid. Het boa-team wordt in de praktijk hoofdzakelijk gestuurd door meldingen, ongeacht of de melding thema’s met een hoge prioriteit raakt. De boa’s ervaren de verwachting dat op iedere melding of klacht gereageerd moet worden door ter plaatse te controleren.
In het beleid wordt weliswaar aangegeven dat een verzoek om handhaving nooit zomaar terzijde wordt geschoven, maar er wordt ook aangegeven dat laag geprioriteerde meldingen beperkt opgepakt hoeven te worden.38 De verwachting die in de praktijk wordt gevoeld, dat op iedere melding moet worden gereageerd door ter plaatse te controleren, lijkt daarmee niet noodzakelijkerwijs uit het beleid voort te vloeien. Bovendien zijn de boa’s geneigd om de zaken en overtredingen aan te pakken waar zij op dat moment tegenaan lopen, blijkt uit gesprekken. Tevens is in de gesprekken aangegeven dat door de minder hoge prioriteit in het vervolgtraject, niet altijd adequaat (juridisch) kan worden “doorgepakt” op wat de boa’s constateerden. Boa’s lossen dit zelf op door bij dit soort meldingen zoveel mogelijk ter plekke een acceptabele oplossing te bereiken. De persoonlijke afwegingsruimte van de boa is hierbij groot. Terugkoppeling uit de praktijk nog niet optimaal Een goede aansluiting tussen de beleidswereld en praktijk, vraagt naast aansturing op basis van het beleid om ruimte voor terugkoppeling vanuit de praktijk. In de uitvoeringsplannen en het IBP gaat de gemeente daarom in op het belang van structureel evalueren en monitoren om goed zicht te houden op de uitgevoerde taken. Zo kan beoordeeld worden in hoeverre taken uit het beleid uitgevoerd worden en kan er betere bijsturing plaatsvinden.
Het jaarverslag is in veel gemeenten een natuurlijk moment van terugkoppeling. De gemeente Wijchen maakt op dit moment nog geen gebruik van jaarverslagen. Hiermee ontbreekt een basis om te controleren of er volgens doelstellingen gewerkt wordt en om uitvoeringsprogramma’s en beleid bij te sturen. Om zicht te hebben op de uitgevoerde taken, is het ook van belang om te beschikken over goede managementinformatie. De gemeente neemt zich dan ook voor dat de uitgevoerde taken bijgehouden en verzameld worden door teamleden.39 Uit gesprekken blijkt dat er nog geen geautomatiseerd managementinformatiesysteem is waarmee informatie kwantitatief opgehaald wordt. De informatie die beleidsmedewerkers ontvangen, is afhankelijk van de mate waarin de boa’s activiteiten registreren. De boa’s maken gebruik van een meldingssysteem waarin interventies worden bijgehouden. Er is voor de boa’s geen richtlijn van wat zij wanneer moeten registreren. Volgens gesprekspartners geeft het huidige resultaat van de registratie van boa’s nog onvoldoende basis om ontwikkelingen uit het veld te kunnen volgen en bij te sturen. Sinds de coronaperiode werkt het boa-team met dagrapportages waarin staat beschreven wat de boa’s op die dag hebben gedaan. De rapportages worden dagelijks gemaild en opgeslagen in een map waar beleids- en juridisch medewerkers toegang tot hebben.
Gesprekspartners zijn te spreken over het inzicht dat de rapportages bieden in de uitvoeringspraktijk. Wel zijn er volgens gesprekspartners voldoende momenten van informele terugkoppeling waarin de boa’s relevante ontwikkelingen uit het veld terug kunnen koppelen naar de ambtelijke organisatie. In het genoemde wekelijks overleg worden bijvoorbeeld belangrijke ontwikkelingen besproken, wordt overlegd over de aanpak en wordt een planning gemaakt. Ook is het mogelijk om de beleids- en juridische medewerkers telefonisch te bereiken en hebben de boa’s en het team OOV een gezamenlijke groepsapp. Uit gesprekken blijkt dat er ook in de avonden en weekenden snel op
37
Onder ‘Boa’s onvoldoende toegerust voor zelfsturing’.
38
Integraal Beleidsplan VTH 2020, p. 17.
39
VTH-uitvoeringsprogramma 2019, p.11.
24
appjes wordt gereageerd. Deze vormen van terugkoppeling en afstemming hebben vooral effect op de dagelijkse praktijk, maar hebben geen effect op de planvorming van beleid. Ten slotte werken de informatiestromen tussen de burgemeester en de ambtelijke organisatie goed. De onderlinge lijnen zijn kort en de burgemeester wordt goed op de hoogte gehouden van relevante gebeurtenissen of ontwikkelingen. Boa’s kunnen meer betrokken worden bij planvorming De beleidsmedewerkers kunnen de boa’s meer meenemen in eventuele sturing. Uit gesprekken blijkt dat beleidskeuzes, zoals wijzigingen in de APV of het plaatsen van bebording, niet altijd worden voorgelegd aan het boa-team. Uit gesprekken blijkt dat dergelijke beleidskeuzes in de praktijk niet altijd wenselijk of haalbaar zijn. Door de boa’s en hun kennis van de praktische context te betrekken bij de planvorming, zou dit volgens gesprekspartners voorkomen kunnen worden.
2.3 /
Samenwerking met externe partners
Wijchen ervaart voordeel van goede samenwerking binnen Tweestromenland Op het gebied van veiligheid werkt de gemeente samen binnen Tweestromenland. Uit gesprekken blijkt dat de gemeente veel profijt haalt uit deze samenwerking: deze faciliteert de samenwerking met de politie en brengt schaalvoordeel met zich mee. Door de structuur van afstemming en regie binnen Tweestromenland, is er ook in de uitvoering voldoende ruimte voor de input en het lokale belang van Wijchen. Zoals beschreven in hoofdstuk 1.4,40 wordt er veel aandacht besteed aan het verzekeren dat het beleid gedragen wordt door alle gemeenten. Ook in de uitvoering is een infrastructuur neergelegd om afstemming goed te laten verlopen. Er is gekozen voor een roulerend voorzitterschap, zodat de burgemeesters uit de verschillende gemeenten betrokken worden en verantwoordelijkheid voelen. Iedere gemeente beschikt over een integraal veiligheidsmedewerker die fungeert als een spin in het web bij veiligheidsthema’s. Tussen de integraal veiligheidsmedewerkers van de zes gemeenten van Tweestromenland en de ambtenaren van politie en OM, vindt er regelmatig afstemming plaats. Sinds 2017 is er een gezamenlijke strategisch beleidsadviseur die de samenwerking coördineert.
41 In het overleg van de gezagsdriehoek, een overleg tussen de zes burgemeesters, de korpsleiding van de politie en de officier van justitie, vindt bestuurlijke afstemming plaats. Dit overleg vindt zo’n vijf tot zes keer per jaar plaats en wordt voorgezeten door de burgemeester van Wijchen. Het driehoeksoverleg richt zich naast de afstemming over de taakuitvoering van de politie ook op integrale aanpakken van veiligheidsproblematiek. 42 Specifieke handhavingsproblemen kunnen worden ingebracht. In dit overleg vindt ook de afstemming plaats met betrekking tot de capaciteitsinzet van de politie. Voorafgaand aan het overleg van de gezagsdriehoek is er afstemming tussen de integraal veiligheidsmedewerkers van de gemeenten, zodat een gezamenlijk ambtelijk advies uitgebracht kan worden aan de gezagsdriehoek. De gesprekspartners zijn zeer positief over de samenwerking binnen Tweestromenland. Doordat het samenwerkingsverband op hetzelfde niveau is als het basisteam van de politie, faciliteert het een goede samenwerking met de politie. Voor de politie werkt het ook prettig: zij heeft voor het grootste deel met één beleid en één set aan doelstellingen te maken. Het samenwerkingsverband wordt ook gebruikt om zaken te realiseren die op lokaal niveau niet van de grond komen. Momenteel wordt het Bibob-beleid binnen Tweestromenland geharmoniseerd.
Aanleiding hiervoor was dat het lastig was om het Bibob-beleid op lokaal niveau te actualiseren, onder andere vanwege de kosten die aan de benodigde formatie verbonden zijn. Door de ambities van de verschillende gemeenten te harmoniseren, kan de harmonisatie van het Bibob-beleid toch bovenlokaal op Tweestromenland gerealiseerd worden. Ten slotte wordt in gesprekken aangegeven dat doordat de gemeenten van Tweestromenland met één stem spreken binnen de veiligheidsregio Gelderland-Zuid, het aardig lukt om lokale input in te brengen.
40
‘Veiligheidsbeleid goed afgestemd en breed gedragen’.
41
Integraal Veiligheidsplan Tweestromenland 2019-2022, p. 19.
42
Integraal Veiligheidsplan Tweestromenland 2019-2022, p.16.
25
Gezamenlijke aanpak van prioriteiten van het veiligheidsbeleid Op Tweestromenlandniveau wordt momenteel intensief samengewerkt op het gebied van ondermijning. Er zijn veel stappen gezet op dit vlak. Momenteel wordt er een ondermijningscoördinator voor Tweestromenland geworven. Er wordt stevig ingezet op bewustwording, zowel intern als extern. Intern zijn er bijeenkomsten voor allerhande collega’s, van baliemedewerkers tot ambtenaren tot de boa’s. Ook is er het afgelopen jaar een themabijeenkomst voor de raad georganiseerd over ondermijning, waarin het ondermijningsbeeld door het RIEC werd toegelicht. De politie gaf op deze avond ook een toelichting. Extern wordt ingezet op bewustwordingsactiviteiten, bijvoorbeeld voor ondernemers. De volgende stap is volgens gesprekspartners om de focus uit te breiden naar het buitengebied. Er is al een werkgroep agenda veilig buitengebied opgesteld waarin wordt samengewerkt met de politie en de provincie. Daarnaast is jeugd een lokale prioriteit van Wijchen in het veiligheidsbeleid. De gemeente besteedt hier met partners aandacht aan. Maandelijks vindt het Jongeren op Straat overleg (JOS) plaats, waarin wijkagenten, jongerenwerk, bureau Halt en leerplichtambtenaren aansluiten. Het gezamenlijk uitgangspunt is dat preventieve maatregelen de voorkeur hebben. Pas als dit niet werkt, worden de politie en handhaving ingezet.
Momenteel wordt onderzocht of de gemeente straatcoaches in kan zetten, als brug tussen boa’s en het jongerenwerk. Goede samenwerking tussen politie en gemeente Op strategisch en beleidsniveau verloopt de samenwerking tussen de politie en de gemeente zeer goed. Het gevoel is dat de partijen elkaar goed weten te vinden en dat er op basis van vertrouwen met elkaar samengewerkt wordt. De politie informeert de burgemeester en de ambtelijke organisatie naar tevredenheid. Elke vier weken vindt er overleg plaats tussen de burgemeester en de politiechef van het basisteam en elke vier tot zes weken sluiten de integraal veiligheidsmedewerkers aan bij het wijkagentenoverleg. In deze overleggen kunnen signalen teruggekoppeld worden en wordt de aanpak besproken. Naast de overleggen is er regelmatig contact via de app of telefoon. Ook wordt de politie gevraagd voor input bij wijzigingen van de APV. Wens voor verbeterde samenwerking tussen politie en boa De kwaliteit van de samenwerking tussen boa’s en politie is persoonsafhankelijk. Een wijkagent is, net zoals een boa, verbonden aan een specifiek gebied, zoals het centrum. De mate waarin de onderlinge samenwerking wordt opgezocht en de wijze waarop de samenwerking verloopt, verschilt per gebied. Wanneer een wijkagent en een boa elkaars meerwaarde zien, zoeken ze elkaar op en gaan ze samen op pad.
Maar er zijn ook gebieden waarin de boa en politie zelden contact hebben. In het centrum is bijvoorbeeld sprake van goede samenwerking, maar rondom de bedrijventerreinen kan meer samengewerkt worden, volgens gesprekspartners. Soms doen boa’s en politie gezamenlijke rondes of zetten ze samen projecten op. Bij binnenkomende meldingen wordt overlegd of de politie mee kan of dat er bepaalde informatie van de ander nodig is. Bij evenementen wordt contact met de politie gelegd en wordt vooraf een gezamenlijke briefing gehouden. De boa’s vormen geen duo met de politie tijdens evenementen. Uit interviews blijkt dat er veel voordeel te behalen is uit het verbeteren van deze samenwerking. Zo wordt in gesprekken aangegeven dat boa en politie meer gebruik kunnen maken van elkaars mogelijkheden en in elkaars verlengde kunnen werken. De gemeente zou bijvoorbeeld een grotere rol kunnen spelen in thema’s die bij de politie op de plank liggen, omdat dat voor hen op dat moment geen prioriteit heeft. Ook wordt aangegeven dat boa en politie elkaar in de preventieve aanpak goed kunnen versterken: boa’s pakken namelijk signalen op die de politie niet ziet en vice versa. Er is vooral behoefte aan een meer structurele vorm van samenwerking.
Om in elkaars verlengde te kunnen werken, is het nodig om elkaars bevoegdheden te kennen en te accepteren, teneinde een goede wisselwerking te organiseren en doorlopend het gesprek aan te gaan. Dat wordt nu nog onvoldoende gedaan, blijkt uit gesprekken. Het is opvallend dat recente initiatieven die hieraan tegemoetkomen, door alle gesprekspartners positief worden ontvangen. Vlak voor de coronaperiode was de gemeente begonnen met een kwartaaloverleg met de manager, de leidinggevende van de politie, boa’s en politie. Door de coronaperiode is dit stil komen te liggen. Uit interviews blijkt dat de handhavers graag zien dat dit overleg weer structureel terugkeert. Het zou de samenwerking verbeteren door de aanpak en samenwerking op een meer structurele, in plaats van persoonlijke, manier in te regelen. Daarnaast klinken positieve geluiden vanuit de gemeente en politie over de intensivering van de samenwerking gedurende het begin van de coronaperiode (maart en april 2020). Er was meer onderlinge afstemming over problematieken en over mogelijke aanpakken. Er is in de coronaperiode een appgroep opgericht met handhavers, wijkagenten en jeugdagenten. Daarin werd dagelijks aangegeven welke gebieden de handhavers op welke tijd zouden aandoen en welke problemen zij signaleerden. Door de verbeterde afstemming werd er succesvol samengewerkt.
Zo zijn er gezamenlijke acties uitgevoerd rondom overlastlocaties waar veel jongeren bij elkaar kwamen.
26
Gemeente zet in op goede samenwerking met zorgpartners Het veiligheidsdomein en zorgdomein overlappen steeds meer, zoals bij de aanpak van criminele jeugdgroepen, huiselijk geweld en personen met verward gedrag. Voor veel gemeenten die deelnemen aan dit onderzoek is het moeilijk om in de aanpak een sterke koppeling te maken tussen deze domeinen. Het is niet altijd duidelijk wat de rolverdeling is tussen gemeente, zorgpartners en politie en wanneer taken overgedragen moeten worden. Daarnaast wordt belangrijke informatie niet altijd goed en tijdig gedeeld. In de gemeente Wijchen verloopt de samenwerking tussen zorg en veiligheid juist goed. Het contact tussen de teams is laagdrempelig en de teams zijn in staat om gezamenlijk naar oplossingen te zoeken, zo blijkt uit gesprekken. Daarnaast versterkt de gemeente de samenwerking en een goede informatiedeling tussen zorg en veiligheid door een zorgregisseur aan te stellen die de regie heeft op de samenwerking. De zorgregisseur zal binnenkort beginnen met zijn functie. Deze persoon zal de link tussen het sociaal wijkteam en het team OOV verstevigen door als aanspreekpunt en doorgeefpunt te fungeren. Het zorgteam heeft namelijk vaak vroegtijdig zicht op mogelijke escalatie rondom verwarde personen, ex-gedetineerden of mensen met psychische problemen.
Wanneer het team OOV goed op de hoogte wordt gehouden van dergelijke signalen, kan het beter preventief ingrijpen. Daarnaast zal de zorgregisseur aanwezig zijn bij het sluiten van drugspanden. Dit heeft juridische voordelen: bij het uitvoeren van een sluiting moet de gemeente aan kunnen tonen dat rekening is gehouden met een eventuele zorgbehoefte van de bewoner(s). Door het aanstellen van deze functionaris kan dit beter geborgd worden.
2.4 /
Instrumentarium
Wijchen maakt vooral gebruik van het strafrechtelijk instrumentarium In het beleid wordt de keuze gemaakt om eerst te beoordelen of met een bestuursrechtelijke (herstel)sanctie kan worden gereageerd.43 Strafrecht wordt als vangnet gezien. Opvallend is daarom dat in de praktijk voor overtredingen op het gebied van de APV geen bestuursrechtelijke (herstel)sancties worden toegepast. Een duidelijke reden hiervoor is in het onderzoek niet gevonden. Overigens is het in Nederland gebruikelijk om bij overtredingen van de APV vooral het strafrechtelijk instrumentarium in te zetten (en niet de bestuursrechtelijke (herstel)sancties). Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld overtredingen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Het is mogelijk dat bij het opstellen van het IBP, voor dit onderdeel niet direct is gedacht aan de handhaving van de APV. De boa’s proberen in het algemeen om eerst preventief en via het gesprek oplossingen te zoeken. Wanneer dit niet werkt, wordt het strafrechtelijk (en niet het bestuursrechtelijk) instrumentarium ingezet. Combinatie van middelen en taken wordt ervaren als heikel punt Eén van de boa’s werkt binnen Domein II (Milieu, welzijn en infrastructuur),44 de andere boa’s werken binnen Domein I (Openbare Ruimte). De boa’s binnen Domein I beschikken niet over geweldsmiddelen.
Zij beschikken ook niet over de geweldsmiddelen die in beginsel aan boa’s binnen Domein I kunnen worden toegekend (handboeien, wapenstok, en/of pepperspray).45 Daarnaast beschikken de boa’s over één voertuig voor beide gemeenten. Uit interviews blijkt dat deze middelen door de boa’s als ontoereikend worden ervaren. De taken van de boa’s strekken zich uit tot het toezicht houden tot 23.00 uur en bij evenementen ook tot later. De boa’s beschikken over een portofoon met directe verbinding naar de meldkamer. De boa’s geven aan dat het door capaciteitstekort bij de politie enige tijd kan duren voor de politie ter plaatse is. Dit leidt tot situaties waarin de veiligheid van de boa’s onvoldoende geborgd is, geven gesprekspartners aan. Uit gesprekken blijkt dat de gemeente het wel belangrijk vindt om boa’s via opleidingen en specialisering goed toe te rusten. In meerdere gesprekken wordt aangegeven dat hier nog een verdere slag op gemaakt kan worden. De boa’s volgen al wel een aantal trainingen, bijvoorbeeld voor het gebruik van de wapenstok, pepperspray en voor aanhouding. Het is nog niet duidelijk of deze middelen hen ook worden toegekend.
43
Integrale Beleidsplan VTH 2020.
44
Artikel 142, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering juncto Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar. 45
Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar onderdeel 6.2.
27
Gezien de huidige combinatie van de taken (en bijbehorende werktijden) van de boa’s, het aangegeven capaciteitstekort bij de politie en de afwezigheid van geweldsmiddelen, lijkt een bezinning op de taken van de boa’s, hun toerusting en/of de wijze van samenwerking met de politie, op zijn plaats. Overigens merken we op dat de gemeente zich hier bewust van is; in een gesprek wordt aangeven dat opleiding en uitrusting van de boa’s heel belangrijk worden gevonden. Ook merken we op dat dit vraagstuk zich breder in Nederland voordoet nu van boa’s in het algemeen meer wordt verwacht dat zij zelf ter plaatse optreden tegen verschillende overtredingen. Burgemeester neemt belangrijke rol in De burgemeester neemt, niet alleen formeel, maar ook in de praktijk, een belangrijke rol in. De samenwerking tussen politie, openbaar ministerie en gemeente loopt mede hierdoor naar tevredenheid. Tegelijk geeft de burgemeester rekenschap van informatievoorziening naar de gemeenteraad. De burgemeester vindt dat deze verder gaat dan formeel voorgeschreven informatievoorziening. De informele informatievoorziening wil de burgemeester graag verder uitbouwen. De burgemeester geeft aan dat veelvuldig gebruik wordt gemaakt van het instrument om panden waarin een handelsvoorraad drugs is aangetroffen te sluiten (artikel 13b Opiumwet). Kwantitatieve verantwoording hierover is in de stukken niet aangetroffen.
De burgemeester gebruikt zelden de bijzondere bevoegdheden die de Gemeentewet de burgemeester geeft. Dit is geen bewuste keuze, maar vloeit meer voort uit het feit dat de noodzaak om deze toe te passen zich niet vaak voordoet.
Terugkoppeling deelvragen 8. Uitvoering en organisatie toezicht- en handhavingsbeleid De boa’s ervaren dat er voldoende capaciteit is om de taken op het gebied van openbare orde en veiligheid uit te voeren. Dit is onder andere te danken aan het feit dat er in het beleid vanuit de formatie wordt geredeneerd: de aanwezige formatie bepaalt de prioriteiten die opgepakt worden. 14. Uitvoering prioriteiten Het boa-team wordt in de praktijk hoofdzakelijk gestuurd door meldingen, niet door prioriteiten uit het beleid. Het ontbreekt het in de zelfsturende teams aan een structuur waarin de uitvoering van beleid wordt geborgd. Er is geen verantwoordelijke die zich vanuit het beleid richt op de dagelijkse aansturing van het boa-team. 15. Samenwerking met de handhavingspartners De gemeente werkt op bestuurlijk en tactisch niveau zeer goed samen binnen Tweestromenland. Ook zet de gemeente stevig in op een goede samenwerking met het zorgdomein. Er is ruimte voor verbetering voor de samenwerking tussen boa en politie. De kwaliteit van de samenwerking is persoonsafhankelijk en verschilt daarmee per gebied. 16. Evaluatie als input voor het (bij)sturen van OOV-beleid Het ophalen van informatie uit de praktijk verloopt nog niet optimaal. Ten eerste is er in de structuur van zelfsturing geen vast aanspreekpunt aan wie boa’s informatie, die van invloed kan zijn op beleid, terug kunnen koppelen.
Ten tweede biedt het huidige (gebruik van het) managementinformatiesysteem nog onvoldoende basis om ontwikkelingen uit het beleid te kunnen volgen en bij te sturen. Daarnaast ontbreken er jaarverslagen. Hierdoor ontbreekt informatie die een basis vormt voor eventuele (bij)sturing. 17. Inzet van het OOV- instrumentarium In het beleid is de keuze gemaakt om eerst te beoordelen of met een bestuursrechtelijke (herstel)sanctie kan worden gereageerd. Strafrecht wordt als vangnet gezien. In de praktijk maakt de gemeente vooral gebruik van het strafrechtelijk instrumentarium. Voordat de boa’s strafrechtelijke instrumenten inzetten, proberen zij op preventieve wijze, bijvoorbeeld via het gesprek, oplossingen te zoeken.
28
3
Sturing door de raad
In dit hoofdstuk brengen we in kaart op welke wijze de gemeenteraad zijn kaderstellende en controlerende rol invult ten aanzien van toezicht en handhaving op het gebied van openbare orde en veiligheid. Daarbij kijken wij eveneens naar de informatie die de gemeenteraad over dit onderwerp ontvangt. De volgende deelvragen komen aan bod:
18. Hoe wordt de raad geïnformeerd over de met toezicht en handhaving op OOV bereikte resultaten? 19. Hoe vervult de raad zijn kaderstellende en controlerende rol met betrekking tot toezicht en handhaving op OOV? De onderstaande vraag zal worden beantwoord in de Centrale Boodschap: 20. Welke aanbevelingen kunnen aan de raad worden gedaan ten aanzien van sturing en controle?
3.1 /
De rol van de raad
De gemeenteraad heeft diverse instrumenten om te kunnen sturen en controleren op OOV. De gemeenteraad bepaalt voor een deel de kaders waarbinnen met name de burgemeester dient te blijven. Vooral via de Algemene plaatselijke verordening (APV) kan de raad mogelijkheden geven aan de burgemeester en het college om tegen bepaalde gedragingen op te treden. De raad stelt daarnaast beleid vast waarin doelen worden vastgesteld en kan moties indienen. De Gemeentewet biedt de raad op punten tevens de mogelijkheid om de positie van de burgemeester ten aanzien van OOV te versterken. Zo kan de raad op basis van een verordening ervoor zorgen dat de burgemeester de bevoegdheid heeft om handhavend op te treden tegen woonoverlast en om bijvoorbeeld (mobiele) camera’s in het openbaar gebied te plaatsen. Deze bevoegdheden vragen om weloverwogen keuzes van de raad. Om adequaat te kunnen controleren en te kunnen sturen, is het van belang dat de raad goed op de hoogte is van wat er speelt op het gebied van toezicht en handhaving op openbare orde en veiligheid. Op basis van deze informatie kan de raad bepalen of aanpassingen in het beleid en bijvoorbeeld de APV gewenst zijn. Een goede informatievoorziening vanuit het college is hiervoor essentieel.
De raad kan ook actief op zoek naar informatie via schriftelijke vragen of door het college te wijzen op de informatieplicht wanneer informatie onvoldoende is.
29
3.2 /
Informatie vanuit het college
Uit het onderzoek blijkt dat de gemeenteraad regelmatig geïnformeerd en betrokken wordt op het gebied van veiligheid en op het gebied van VTH-taken. De raad wordt meegenomen bij het opstellen van de beleidsdocumenten voor deze beide onderwerpen of stelt deze documenten zelf vast. Ook ontvangt de raad op gezette tijden informatie ter kennisgeving, in de vorm van uitvoeringsprogramma’s. De betrokkenheid van de raad bij een aantal specifieke beleidsstukken zag/ziet er als volgt uit: /
/
Ten aanzien van VTH is een vaste cyclus van informatievoorziening en monitoring afgesproken. De gemeenteraad heeft het Integraal Beleidsplan VTH vastgesteld. Jaarlijks wordt de raad geïnformeerd over het uitvoeringsplan. Hierdoor krijgt de raad een idee van wat er speelt binnen het domein en wordt de raad geïnformeerd over de doelstellingen. Door het ontbreken van jaarverslagen kan het lastig zijn voor de raad om op de hoogte te blijven van de vorderingen ten aanzien van beleid. Op het vlak van veiligheid heeft de raad in januari 2019 het concept Integraal Veiligheidsplan Tweestromenland 2019-2022 vastgesteld. De raad is geïnformeerd over het afwegingskader van het IVP via raadsinformatiebrieven en heeft input kunnen leveren voor het beleid.46 De tweejaarlijkse uitvoeringsprogramma’s worden door het college vastgesteld. Via de ‘ter kennisgeving’ van de uitvoeringsplannen wordt de raad geïnformeerd over de stand van zaken van het gevoerde beleid. 47
De raad wordt tevens geïnformeerd over relevante ontwikkelingen. Rondom corona wordt de raad bijvoorbeeld middels raadsinformatiebrieven op de hoogte gesteld van informatie vanuit het coronateam en de veiligheidsregio. Naast de schriftelijke informatievoorziening, wordt de raad ook op andere manieren van informatie voorzien. Zo is onlangs een avond georganiseerd over ondermijning. Op deze avond was een ondermijningscontainer geplaatst, waarin een drugslab was geïmiteerd. De belangstelling voor deze avond vanuit de raad van Wijchen was groot.
3.3 /
Initiatieven vanuit de raad
Voor het maken van beleid zijn initiatieven vanuit de raad van belang. De raad heeft namelijk zicht op zaken en zorgen die spelen in de samenleving. De geïnterviewden geven aan dat de raad betrokken is op het gebied van openbare orde en veiligheid. De raad heeft sinds 2017 twee moties op het thema aangenomen: de motie overzicht aanpak jongerenoverlast opstellen (2017) en de motie Privacy is Politiek (2018). De raad neemt ook een actief controlerende rol aan. Er zijn sinds 2017 veertien schriftelijke vragen gesteld:
Toename aantal meldingen over drank- en drugsoverlast (2017); Invoering algemene verordening gegevensbescherming (2017); Gereedschapsdieven in Wijchen (2018); Loslopende honden Loonse Waard (2018); Openbare verlichting Hernen-Leur (2018); Ballonoplatingen (2018); Zwerfafval Wijchens Ven en elders in het buitengebied (2018); Carbidschieten in woonwijken (2019); Visie op vuurwerk (2019); Vervolgvraag ballonoplatingen (2019); Inleveren wapens bij politie (2019); Horecabeleid en 1,5 meter economie - terrasuitbreidingen (2020); Uitbreiden middelen en bevoegdheden BOA’s (2020); Fietsendiefstallen en bewaakte fietsendiefstalling (2020).
De raadsvragen en de moties tonen een oplettende raad die controlerende vragen stelt naar aanleiding van berichten in de pers, informatie over meldingen, aanwijzingen van inwoners, landelijke ontwikkelingen, en onderwerpen die veel publieke aandacht genieten. Ook in gesprekken wordt aangegeven dat de raad de actualiteit volgt en daar scherp op inspeelt door vragen te stellen die voor hem van belang zijn. Een aandachtspunt voor de raad is de kaderstellende rol op het gebied van openbare orde en veiligheid. De raad kan in dit domein kaders stellen door bijvoorbeeld keuzes te maken over middelen en prioritering. In interviews wordt aangegeven dat de raad meer kaderstellende keuzes mag maken en dat het publieke debat over OOV wat steviger en
46
Integraal Veiligheidsplan Tweestromenland 2019-2022, p. 20.
47
Raadsbesluit Integraal Veiligheidsplan Tweestromenland 2019-2022.
30
frequenter plaats mag vinden. Onlangs is door raadsleden aangegeven dat zij een publiek debat over de impact van de coronamaatregelen wensen.
Terugkoppeling deelvragen 10. Informatievoorziening aan raad De gemeenteraad wordt regelmatig geïnformeerd en betrokken op het gebied van veiligheid en op het gebied van VTH-taken, zowel schriftelijk als mondeling. Door het ontbreken van jaarverslagen mist de raad een basis om de uitvoering van het beleid te monitoren, te evalueren en eventueel bij te sturen. 11. Rolinvulling van de raad De raadsvragen en moties tonen een oplettende raad die de actualiteit volgt en daarop inspeelt door controlerende vragen te stellen. Een aandachtspunt voor de raad is de invulling van zijn kaderstellende rol.
31
Bijlage bronnen
Gesprekspartners Naam
Functie
Datum
Mevrouw M. van Beek
Waarnemend burgemeester Wijchen
02-09-2020
Mevrouw E. Muskens
Strategisch beleidsadviseur openbare orde en veiligheid
02-07-2020
Mevrouw C. Keller
Juridisch medewerker
02-07-2020
De heer F. de Bruijn
Beleidsmedewerker
02-07-2020
De heer E. van Zanten
Juridisch medewerker
02-07-2020
Mevrouw E. Hubers
Boa
17-09-2020
De heer P. van Bragt
Toezichthouder Drank- en Horecawet
17-09-2020
Mevrouw A. Keijser
Boa
17-09-2020
Mevrouw Y. van den Hoorn
Teammanager Tweestromenland (politie)
15-10-2020
Bronnen In de lopende tekst is via voetnoten vermeld op welke documentatie de bevindingen zijn gebaseerd.
32
Bijlage afkortingen
In de rapportage worden verschillende afkortingen gebruikt. Deze worden hieronder verklaard:
APV: Algemene Plaatselijke Verordening AVG: Algemene Verordening Gegevensbescherming Boa: Buitengewoon opsporingsambtenaar IBP: Integraal Beleidsplan Vergunningen, Toezicht & Handhaving 2020 IGP: Intergemeentelijk Projectteam IVP: Integraal Veiligheidsplan JOS: Jongeren op Straat overleg MJB: Meerjarenplan Politie 2019-2022 ODRN: Omgevingsdienst Regio Nijmegen OM: Openbaar Ministerie OOV: Openbare Orde en Veiligheid RIEC: Regionaal Informatie- en Expertise Centrum THOOV: Toezicht en Handhaving op OOV VNG: Vereniging van Nederlandse Gemeenten VTH: Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht WDW: Werkorganisatie Druten-Wijchen Wet Bibob: Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning
33
Bijlage overkoepelende bevindingen
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51