CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2023 Wijchen

Raad openbaar Wijchen 10 november 2022, gemeente wijchenBij agendapunt: 90114 Beslisnota Begroting 2023 Wijchen37.034 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Onroerende zaakbelastingen Toeristenbelasting Hondenbelasting Rioolheffing Leges bouwvergunningen Marktgelden Reinigingsheffing Precariobelasting Reclamebelasting Bedrijven Investerings Zone (BIZ) Totale opbrengst

2022 9.631 94 348 4.236 1.200 24 4.229 20 416 80 20.278

2023 9.984 94 353 4.259 801 24 4.096 24 389 80 20.103

2024 10.305 125 361 4.327 801 24 4.264 24 389 80 20.700

2025 10.635 125 374 4.386 801 24 4.371 24 389 80 21.208

2026 10.899 125 385 4.518 801 24 4.490 24 389 80 21.735

Lokale lastendruk Op basis van de voorgestelde tarieven kan een vergelijking worden gemaakt tussen de lokale lastendruk voor woningen in 2023 ten opzichte van 2022. De belastingsoorten OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishouden) zijn in dit overzicht meegenomen. Bij deze vergelijking wordt uitgegaan van onroerende zaken met een WOZ-waarde van respectievelijk € 225k, € 350k, € 475k, en € 600k (prijspeil 2022). De voorbeeldaanslagen 2023 zijn berekend op basis van een woningwaarde van 2022, gecorrigeerd voor de door Munitax voorlopig berekende waardestijging (woningen + 12,3%; niet-woningen +0%). Hierdoor zijn de gevolgen voor de Wijchense huishoudens beter vergelijkbaar. Voorbeeldaanslagen Hieronder treft u de voorbeeldaanslagen aan, waarbij we de totale woonlasten berekenen voor een meerpersoonshuishouden, uitgaande van de in de tabel genoemde WOZwaarden. Voor de afvaltarieven is rekening gehouden met gemiddeld 8 ledigingen per jaar.

Pagina | 77| Programmabegroting 2023 Paragraaf 2 Lokale heffingen

Tabel 21: Voorbeeldaanslagen

Aanslag gemeentelijke belastingen WOZ-waarde OZB – eigendom Rioolrecht eigendom Rioolrecht gebruik Afvalstoffenheffing meerpersoons Structurele lastendruk 2022

Aanslag gemeentelijke belastingen WOZ-waarde OZB – eigendom Rioolrecht eigendom Rioolrecht gebruik Afvalstoffenheffing meerpersoons Structurele lastendruk 2022

Aanslag gemeentelijke belastingen WOZ-waarde OZB – eigendom Rioolrecht eigendom Rioolrecht gebruik Afvalstoffenheffing meerpersoons Structurele lastendruk 2022

Aanslag gemeentelijke belastingen WOZ-waarde OZB – eigendom Rioolrecht eigendom Rioolrecht gebruik Afvalstoffenheffing meerpersoons Structurele lastendruk 2022

2022 225.000 241,65 83,93 43,43 236,52 605,53

2022 350.000 375,90 130,55 67,55 236,52 810,52

2022 475.000 510,15 177,18 91,68 236,52 1.015,53

2022 600.000 644,40 223,80 115,80 236,52 1.220,52

Aanslag gemeentelijke belastingen WOZ-waarde OZB – eigendom Rioolrecht eigendom Rioolrecht gebruik Afvalstoffenheffing meerpersoons Structurele lastendruk 2023 Aanslag gemeentelijke belastingen WOZ-waarde OZB – eigendom Rioolrecht eigendom Rioolrecht gebruik Afvalstoffenheffing meerpersoons Structurele lastendruk 2023 Aanslag gemeentelijke belastingen WOZ-waarde OZB – eigendom Rioolrecht eigendom Rioolrecht gebruik Afvalstoffenheffing meerpersoons Structurele lastendruk 2023 Aanslag gemeentelijke belastingen WOZ-waarde OZB – eigendom Rioolrecht eigendom Rioolrecht gebruik Afvalstoffenheffing meerpersoons Structurele lastendruk 2023

Pagina | 78| Programmabegroting 2023 Paragraaf 2 Lokale heffingen

2023 252.700 248,91 90,72 36,64 239,99 616,26

2023 393.100 387,20 141,12 57,00 239,99 825,31

2023 533.400 525,40 191,49 77,34 239,99 1.034,22

2023 673.800 663,69 241,89 97,70 239,99 1.243,27

Woonlastenvergelijking De bruto woonlasten voor meerpersoons huishoudens liggen landelijk gemiddeld op € 904 in 2022. Eenpersoonshuishoudens zijn gemiddeld € 84 goedkoper uit dan meerpersoonshuishoudens. Van alle gemeenten in Nederland staat Wijchen in 2022 op plaats 87 voor wat betreft de gemiddelde woonlasten per meerpersoonshuishouden (nummer 1 is de goedkoopste). Bij de berekening van de lokale lastendruk is rekening gehouden met de OZB, de rioolrechten en de afvalstoffenheffing. Het betreft de cijfers over 2022. Voor 2023 blijft de lastendruk van Wijchen ten opzichte van 2022, behoudens de doorberekening van de inflatie, nagenoeg gelijk. Tabel 22: Vergelijking met een aantal omliggende gemeenten (2022)

Wijchen Beuningen Gemeentelijke woonlasten Eenpersoonshuishouden 2022 (2023) Meerpersoonshuishouden 2022 (2023) Rangnummer Meerpersoonshuishouden (nr. 1 heeft de laagste lasten)

Druten

Heumen Nijmegen

Nederland

806 828 842 865

892

768

880

992

Nb.

903

832

948

1.011

904

87

162

80

220

283

Bron: COELO atlas van de lokale lasten 2022

Kwijtscheldingsbeleid De kwijtschelding van gemeentelijke belastingen heeft, in het kader van het armoededebat, de afgelopen jaren ruim aandacht gekregen. Sinds 1 januari 1995 is het gemeenten en waterschappen toegestaan om een ruimer kwijtscheldingsbeleid te voeren dan in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 is geregeld. Waar de rijksregeling uitgaat van een percentage van 90% van de bestaanskosten mogen gemeenten dit met ingang van 1 januari 1996 vaststellen op maximaal 95% en met ingang van 1 januari 1997 op maximaal 100%. De gemeente Wijchen hanteert deze maximale bijstandsnorm sinds 1998. In de gemeente Wijchen wordt in voorkomende gevallen alleen kwijtschelding verleend van aanslagen onroerende zaakbelasting afvalstoffenheffing (vastrecht) en de gebruikersheffing rioolrechten. Steeds meer gemeenten maken gebruik van het Inlichtingenbureau om vast te stellen welke burgers in aanmerking komen voor kwijtschelding van gemeentebelastingen. Met de geautomatiseerde kwijtscheldingstoets ondersteunt het Inlichtingenbureau gemeenten en waterschappen bij het toetsen van zowel een eerste aanvraag voor kwijtschelding als bij ‘ambtshalve verlenging’ van kwijtschelding. Dit gebeurt aan de hand van een door gemeenten en waterschappen opgestelde beslisboom, met instemming van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Unie van Waterschappen (Unie).

In 2011 is aan alle kwijtscheldingsgerechtigden binnen de deelnemende gemeente voor het belastingjaar 2011 een brief verstuurd. Hierin zijn zij verzocht toestemming te geven aan de gemeenschappelijke regeling om vanaf 2012 het recht op kwijtschelding automatisch te toetsen via het inlichtingenbureau. Met deze toets is eenvoudig vast te stellen of iemands inkomen en vermogen is veranderd ten opzichte van het voorgaande jaar. De burger hoeft dan dus niet zelf opnieuw kwijtschelding aan te vragen. Naast de vervolgaanvragen mogen sinds 2016 ook initiële aanvragen voor de toets worden aangeleverd. Dat bespaart de uitvoeringsinstantie én de aanvrager nog meer administratieve lasten. Tevens bevatten de rapportages van het inlichtingenbureau steeds meer extra detailinformatie wanneer er een belemmering voor kwijtschelding wordt gevonden. De burger hoeft hierdoor minder informatie aan te leveren, waardoor de dienstverlening verbetert.

Pagina | 79| Programmabegroting 2023 Paragraaf 2 Lokale heffingen

Paragraaf 3: Weerstandsvermogen

Inleiding In deze paragraaf besteden we aandacht aan het weerstandsvermogen van de gemeente Wijchen in relatie tot de risico’s die de gemeente loopt. De risico’s kunnen specifiek benoemd zijn, maar ook algemeen van aard zijn. Een financieel weerstandsvermogen is de buffer die we kunnen inzetten als financiële tegenvallers zich voordoen. Het weerstandsvermogen relateren we daarom aan de risico’s die niet anderszins zijn ondervangen. Het minimaal gewenste weerstandsvermogen is mede afhankelijk van de grootte van de gemeente, de te onderkennen financiële risico’s en het reserve- en voorzieningenbeleid. We geven als eerste een beeld van de financiële positie van Wijchen volgend uit de verplichte kengetallen, gevolgd door een samenvatting van ons weerstandsvermogen in relatie tot onze risico’s. Hiertoe is het van belang de risico’s van de gemeente Wijchen te onderkennen en deze (financieel) te wegen. Dit zetten we af tegen de omvang en ontwikkeling van de algemene reserve. Kengetallen Onderstaande kengetallen geven een beeld van de financiële positie van de gemeente Wijchen. Tabel 23: Kengetallen gemeente Wijchen

Begroot 2022

Begroot 2023

Begroot 2024

Begroot 2025

Begroot 2026

4%

13%

14%

25%

23%

24%

netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-10%

0%

2%

14%

12%

14%

solvabiliteitsratio

53%

50%

51%

47%

50%

49%

structurele exploitatieruimte

4%

4%

2%

4%

5%

-1%

grondexploitatie

-2%

-2%

0%

1%

3%

3%

belastingcapaciteit

98%

93%

96%

96%

96%

96%

Kengetallen: netto schuldquote

JR 2021

In bovenstaande tabel houden we de categorisering aan, waarbij de arcering van groen als zijnde het minst risicovol, via oranje, tot rood wat de meest risicovolle situatie aanduidt. De nettoschuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De nettoschuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Voor Wijchen is dit relatief laag. Doordat we in het meerjarenperspectief rekening houden met aan te trekken leningen, stijgt dit wel enigszins, maar het blijft op een gezond niveau. Op het gebied van solvabiliteit scoort de gemeente Wijchen op de grens van “goed” (groen) en “matig” (oranje), wat op zichzelf niet alarmerend is en tevens nog te nuanceren valt. De solvabiliteit wordt berekend door het eigen vermogen te delen door het balanstotaal (eigen vermogen + vreemd vermogen). In ons balanstotaal is onder het vreemd vermogen een aanzienlijk deel opgenomen voor leningen, welke niet voor eigen financiering zijn aangetrokken, maar door zijn verleend aan derden als gevolg van voormalige gemeentelijke taken. Dit verlaagt en vertroebelt daarmee in feite het solvabiliteitspercentage. Doordat we ervoor gekozen hebben niet langer te sparen voor

Pagina | 80| Programmabegroting 2023

Paragraaf 3 Weerstandsvermogen

vervangingen wegen en verlichting en een aantal grote investeringen aan het voorbereiden zijn, neemt de leningportefeuille toe en daalt het solvabiliteitspercentage. De structurele exploitatieruimte is tot 2026 ruim positief. Vanwege het incidentele karakter van de eenmalige uitkering van het gemeentefonds in 2026, presenteren we in dat jaar een negatief structureel begrotingssaldo. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Hoe groter dit getal, hoe hoger het risico. De grondexploitaties van Wijchen vertegenwoordigen een beperkte boekwaarde, daarmee is het risico beperkt. De lokale lasten in Wijchen blijven nagenoeg gelijk, maar het landelijke gemiddelde is in 2022 behoorlijk gestegen. Daarom kleurt dit kengetal vanaf 2022 weer groen. We schatten in dat we onder het landelijke gemiddelde blijven. Het weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de capaciteit die de gemeente heeft om tegenvallers op te vangen. Hierbij kan onderscheid gemaakt worden tussen structureel en incidenteel weerstandsvermogen. Structureel weerstandsvermogen Met de structurele weerstandscapaciteit bedoelen we de middelen die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de lopende exploitatie op te vangen. Zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van de bestaande taken.

Bij een toets op de artikel-12 procedure (preventief toezicht door provincie) wordt vooral hiernaar gekeken. Hiertoe is ons structureel meerjarensaldo van belang. Hiervoor verwijzen we naar meerjarenramingen in het onderdeel “financiële begroting”. Ook de belastingcapaciteit is onderdeel van het structureel weerstandsvermogen. Dat wil zeggen, het bedrag waarmee we de OZB zouden moeten verhogen voordat we in aanmerking komen voor de artikel12-status. Daarnaast is ook de structurele post onvoorzien genoemd. In Wijchen is deze € 250k, omdat ons beleid is om de tegenvallers binnen de bestaande middelen op te vangen. Omdat Wijchen een solide incidenteel weerstandsvermogen heeft, toetsen we in eerste instantie aan ons structurele meerjarenperspectief. Dat is tot 2026 ruim positief. Incidenteel weerstandsvermogen Het incidentele weerstandsvermogen is bedoeld het vermogen om calamiteiten en andere eenmalige tegenvallers op te kunnen vangen, zonder dat dit invloed heeft op de voortzetting van taken op het geldende niveau. Deze zijn dus sterk gerelateerd aan onze benoemde risico’s. Uiteraard kunnen daar ook structurele elementen in zijn opgenomen. Het belangrijkste element van het incidenteel weerstandsvermogen is de algemene reserve. Ook stille reserves behoren hiertoe.

Dit zijn bezittingen, die bij verkoop een waarde hebben, maar tegen een lagere waarde zijn gewaardeerd op onze balans. Bijvoorbeeld een pand dat meer waard is dan waarvoor het in de boeken staat. Het Wijchense beleid is, dat we ten aanzien van het incidentele weerstandsvermogen alleen kijken naar de algemene reserve. Deze moet voldoende zijn om de gewogen risico’s af te kunnen dekken, rekening houdend met een algemene ondergrens van € 43 per inwoner. De gewenste ondergrens van de algemene reserve stelt de gemeenteraad twee keer per jaar vast. Indien de algemene reserve lager is dan de gewenste ondergrens is een herstelplan noodzakelijk. Samenvatting en conclusie Zowel het structurele als het incidentele weerstandsvermogen in Wijchen zijn toereikend om de gewogen risico’s binnen het huidige meerjarenperspectief van 2023-2026 af te dekken. De minimumomvang van de algemene reserve bedraagt op basis van inwoners € 1,9 miljoen. Dit is bedoeld ter afdekking van algemene risico’s, die niet nader in deze

Pagina | 81| Programmabegroting 2023

Paragraaf 3 Weerstandsvermogen

paragraaf zijn gespecificeerd. De in paragraaf 4 beschreven risico’s leiden tot een totaal maximaal financieel risico van € 78 miljoen, na weging € 3,9 miljoen. Hiermee komen we op een af te dekken risicobedrag van € 5,8 miljoen. De financiële impact van de beschreven risico’s ten opzichte van de laatste update, de jaarrekening 2021, is een behoorlijke afname van de gewenste ondergrens, vanwege de ontwikkeling van een langlopend juridisch geschil. Daarvan nemen we de gevolgen in de jaarrekening 2022. Met name de juridische claims maken een belangrijk deel uit van ons risicoprofiel. Gezien de beschreven risico’s blijft een substantieel weerstandsvermogen noodzakelijk. Op basis van de huidige meerjarenraming beoordelen we de hoogte van de stand van de algemene reserve als toereikend. Reservepositie De reservepositie is de belangrijkste buffer voor het opvangen van risico’s die niet op andere wijzen zijn afgedekt, bijvoorbeeld door het afsluiten van een verzekering. In onderstaande tabel wordt inzicht gegeven in de ontwikkeling van de reserves per einde boekjaar volgens de door de gemeenteraad vastgestelde jaarrekeningen en/of begrotingen. Tabel 24: Bedragen x € 1.000

Algemene reserve Bestemmingsreserves

Rekening Begroting Begroting 2021 2022 2023 21.810 16.803 21.703 36.822 29.231 31.732

De algemene reserve is bedoeld voor het financieel afdekken van de risico’s. Daartoe stelt de raad de ondergrens van de algemene reserve vast. Een eventueel surplus kunnen we bijvoorbeeld inzetten voor het realiseren van grote projecten. De bestemmingsreserves zijn afgezonderde bedragen voor specifieke doelen. Een aantal reserves is bedoeld ter afdekking van structurele lasten. Een aantal is voor incidentele projecten. Zolang er voor deze projecten nog geen onomkeerbare besluiten zijn genomen, kan de raad deze reserves in principe nog anders inzetten. De raad dient zich daarbij wel te realiseren dat daarmee ook het betreffende project (geheel of gedeeltelijk) niet meer kan worden gerealiseerd. De gemeenteraad heeft bij het vaststellen van de jaarrekening 2021 de ondergrens van de algemene reserve vastgesteld op € 12.589k, waarvan € 1.760k als minimale omvang. De matrix waarop deze ondergrens is gebaseerd hebben we nu geactualiseerd en is opgenomen onder het hoofdstuk risicomanagement van deze paragraaf. De daling van het risicoprofiel komt door het verloop van een juridisch geschil. Tabel 25: Bedragen x € 1.000

Algemene reserve Ondergrens risicoprofiel

Rekening Begroting Begroting 2021 2022 2023 21.810 16.803 21.703 36.822 12.432 5.758

Risicomanagement Het risicomanagement in Wijchen onderkent diverse risico categorieën. Naast de financiële risico’s zijn dit bijvoorbeeld ook risico’s met betrekking tot de continuïteit van dienstverlening en bedrijfsvoering, juridische risico’s, politiek-bestuurlijke risico’s en omgevingsrisico’s. Dit kunnen interne en externe risico’s zijn. Niet op elk risico hebben we als gemeente Wijchen evenveel invloed. In de programmabegroting ligt de focus op de risico’s die we in financiële zin lopen.

Pagina | 82| Programmabegroting 2023

Paragraaf 3 Weerstandsvermogen

In deze begroting zijn de benoemde risico’s financieel vertaald en gewogen. Op basis van die weging is het bedrag bepaald dat als ondergrens van de algemene reserve moet gelden. Deze ondergrens wordt bij de vaststelling van een begroting en een jaarrekening opnieuw ter besluitvorming voorgelegd. De risicomatrix is als bijlage opgenomen. De specifiek benoemde risico’s zijn hieronder benoemd. Een financiële samenvatting van de risico’s is opgenomen in de risicomatrix in bijlage 1. 4.1 Gemeenschappelijke regelingen 

4.1.1 MGR Regio Rijk van Nijmegen De risico’s zijn in een bijlage bij de begroting van de MGR beschreven. De beschreven risico's hebben betrekking op: 1. wet- en regelgeving en politiek bestuurlijke risico’s; 2. maatschappelijke risico’s; 3. middelen, organisatie, medewerkers en efficiency. Voor de verdeling van het risico’s naar gemeenten, wordt de inbreng (middelen) gehanteerd. De MGR kiest er voor geen weerstandsvermogen aan te houden maar mogelijk een kostenegalisatiereserve per gemeente te vormen. Dit betekent dat de risico’s worden opgenomen in de begroting en jaarrekening van de deelnemende gemeenten. In de begroting 2023 (bijlage 11, pagina 93) van de MGR is het maximale risico voor de deelnemende gemeenten opgenomen.

Financieel risico:

Begroting 2023

Jaarrekening 2021

358.000

343.000

1

1

Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)

4.1.2 De Meerval BV Contractueel is vastgelegd dat de gemeente Wijchen de exploitatietekorten draagt. Deze zijn door allerhande fluctuaties moeilijk te begroten. Daarmee is er feitelijk sprake van een openeinderegeling.

Financieel risico:

Begroting 2023

Jaarrekening 2021

21.000

21.000

0,2

1

Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)

4.1.3 GGD De GGD heeft een algemene reserve om haar eigen risico’s te ondervangen. Voor het gedeelte van de risico's die de algemene reserve van de GGD overstijgen, nemen wij ons aandeel in onze risicoparagraaf op. Het bedrag is gebaseerd op inwoneraantal en op deze manier als gewogen risico één op één overgenomen vanuit de GGD begroting. Daarom is hier de wegingsfactor 1 toegekend.

Financieel risico:

Begroting 2023

Jaarrekening 2021

183.084

149.565

1

1

Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)

4.2 Gemeentebegroting Met hieronder beschreven risico’s is geen rekening gehouden in de bedragen die in de reguliere begroting zijn opgenomen.

Pagina | 83| Programmabegroting 2023

Paragraaf 3 Weerstandsvermogen

4.2.1 Lopende Bouwgrondexploitaties Bij het opstellen van de MPG 2022 (Meerjaren Perspectief Grondexploitaties) is een nieuwe risicoanalyse gemaakt. Na het opstellen van de MPG is één risico toegevoegd i.v.m. het opstellen van een nieuwe grondexploitatie.

Financieel risico:

Begroting 2023

Jaarrekening 2021

3.780.000

3.780.000

0,14

0,14

Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)

4.2.2 Bouwgrondexploitaties in voorbereiding Onderstaande bouwgrondexploitaties zijn in voorbereiding. De kosten van deze voorbereidingskredieten worden meegenomen bij het vaststellen van een bouwgrondexploitatie. We nemen hier het risico op dat deze kosten niet verhaald kunnen worden binnen een positieve grondexploitatie, of dat de voorbereiding niet leidt tot het openen van een grondexploitatie in z’n geheel. Begroting 2023 Wijchen West Hart van Zuid Kraanvogel Bijsterhuizen Graafseweg 615-617 CPO Steenuil, Wijksestraat en Rivierduin CPO Niftrik Financieel risico:

850.000 450.000 150.000 150.000 60.000 30.000 50.000 1.740.000

Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)

Jaarrekening 2021

0,25

4.2.3 Bouwleges We gaan in de begroting uit van ontvangsten in het kader van bouwleges, structureel ramen we hiervoor € 825.000 aan opbrengsten. We nemen hier een risico van € 100k op, voor geval de begrote bedragen bijvoorbeeld door uitstel van grote projecten niet in z’n geheel ontvangen worden. Met de Wet KwaliteitsBorging (WKB) wordt een deel van de toezicht en controletaken van de gemeente overgebracht naar onafhankelijke marktpartijen. Initieel geldt dit enkel voor gebouwen en bouwwerken met een laag veiligheidsrisico. Dit zorgt voor een afname van leges inkomsten. Daarnaast komen nieuwe taken terug waarvoor geen leges voor geïnd mogen worden. Het risico wordt op jaarbasis ingeschat op € 150.000, omdat de regeling naar verwachting wordt ingevoerd op 1 januari 2023 wordt hier 50% van dit bedrag opgenomen.

Financieel risico:

Begroting 2023

Jaarrekening 2021

250.000

175.000

0,5

0,5

Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)

4.2.4 Gemeentelijk vastgoed algemeen De gemeente beheert circa 68.000 m² gemeentelijk vastgoed. Dit vastgoed bestaat uit diverse elementen zoals gebouwen voor sociaal culturele activiteiten, commercieel vastgoed en dienstgebouwen. Het risico op onvoorziene gebreken aan ons vastgoed schatten we in op € 200k. Een inspectierapport heeft aangetoond dat bij het kasteel de situatie stabiel is. Het risico bestond met name voor de poort (2013) en de toren (2016). Voor beide geldt

Pagina | 84| Programmabegroting 2023

Paragraaf 3 Weerstandsvermogen

dat gezien de vervolgmetingen, verdere monitoring noodzakelijk is alvorens over te gaan tot voorstellen. De kasteeltoren is meegenomen in de renovatie van het kasteel en is derhalve niet meer opgenomen als risico.

Financieel risico gemeentelijk vastgoed:

Begroting 2023

Jaarrekening 2021

200.000

200.000

0,5

0,5

50.000

50.000

0,1

0,1

Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00) Financieel risico kasteelpoort: Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)

4.2.5 Algemene Uitkering De uitkering uit het gemeentefonds wordt op basis van de circulaires doorgerekend. Het beeld van de verwachte uitkering kan sterk fluctueren. We houden rekening met een mogelijke onderuitputting op de rijksbegroting, wat direct gevolg heeft op de hoogte van de algemene uitkering voor gemeenten. Dit risico nemen we hier op.

Financieel risico:

Begroting 2023

Jaarrekening 2021

250.000

250.000

0,5

0,5

Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)

4.2.6 Sociaal domein Jeugd / WMO De Jeugd / WMO bevatten voor een groot deel openeinderegelingen, waarbij de gemeente verplicht is zorg te leveren. Het risico blijft bestaan dat de zorgvraag hoger blijkt dan aangenomen in de begroting. We schatten het risico in op 5% van de omvang 2d’s, rekening houdend met de egalisatiereserve 2d’s.

Financieel risico:

Begroting 2023

Jaarrekening 2021

464.000

750.000

0,25

0,25

Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)

4.3 Claims van derden Dit betreft nog niet afgeronde claims van derden. Hierbij is een inschatting gemaakt van de uitkomsten van de individuele claims. 

4.3.1 Overige juridische procedures Overige juridische procedures; zoals (bouw-) leges, belastingzaken- en aansprakelijkstellingen. Voor de verzekerde aansprakelijkheidsstellingen is financiële dekking in onze begroting. Voor overige aansprakelijkheidsstellingen en andere bezwaar- en beroepszaken is het risico bepaald op basis van individuele beoordeling van de posten. Om reden van vertrouwelijkheid en om onze positie in de procedures te beschermen, nemen wij hier alleen de totaaluitkomst op.

Financieel risico:

Begroting 2023

Jaarrekening 2021

1.200.000

7.500.000

0,25

0,98

Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)

4.4 Milieu Hieronder zijn de onderwerpen opgenomen, waarop de gemeente aansprakelijk

Pagina | 85| Programmabegroting 2023

Paragraaf 3 Weerstandsvermogen

gesteld kan worden of verplicht kan worden maatregelen te treffen, maar waarbij op dit moment nog geen concrete aansprakelijkstellingen zijn ontvangen. 

4.4.1 Claims van derden waarbij de gemeente op grond van haar handelen aansprakelijk wordt gesteld (stortlocaties en verontreinigingen) Risico’s ten aanzien van milieuaspecten in het kader van bodemverontreiniging. In Wijchen zijn nog een aantal voormalige stortlocaties aanwezig. De bekendste hiervan is de locatie aan de Heumenseweg 80 (voormalig stort Alverna). Voor de overige (stort)locaties zijn de risico's in het geheel niet gedekt, maar zijn de risico’s niet bijzonder groot. Daarnaast komen er vrijwel elk jaar wel enkele verontreinigingen aan het licht waarvan geen veroorzaker bekend is. De gemeente kan (indien deze verontreiniging op openbaarterrein wordt aangetroffen) hiervoor verantwoordelijk worden gesteld.

Financieel risico:

Begroting 2023

Jaarrekening 2021

200.000

200.000

0,1

0,1

Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)

4.4.2 Bestaande en nieuwe risico’s i.h.k. van het Besluit Luchtkwaliteit en Externe Veiligheid. Woningen die liggen of komen te liggen in de overschrijding van de normen voor luchtkwaliteit of gelegen zijn in risicocirkels van bedrijven vallend onder het Besluit Externe Veiligheid kennen mogelijk een lagere waarde voor de OZB. Voorts kan deze wetgeving voor vertraging/afstel van bouwprojecten zorgen. Dit leidt dan tot lagere OZB-opbrengsten. Dit risico achten wij ongewijzigd.

Financieel risico:

Begroting 2023

Jaarrekening 2021

300.000

300.000

0,1

0,1

Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)

4.4.3 Aanpak saneringswoningen Sinds 2012 zijn de beheerders van de Rijksinfrastructuur verantwoordelijk voor het saneren van woningen die te veel geluidsoverlast ondervinden van spoor en de autosnelwegen A50, A73 en A326. Zij zijn daarmee verantwoordelijk voor het plaatsen van schermen of het treffen van geluidwerende voorzieningen aan deze woning. De gemeente is verantwoordelijk voor de projectmatige sanering van woningen langs gemeentelijke en provinciale wegen die bij het Rijk zijn aangemeld (A- en B-lijst). De kosten van deze saneringen zijn in principe voor het Rijk.

Financieel risico:

Begroting 2023

Jaarrekening 2021

100.000

100.000

0,1

0,1

Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)

4.4.4 Milieu bodemverontreiniging Hoewel al een groot deel van de Wijchense bodem in kaart is gebracht, blijft er altijd een risico aanwezig dat ergens bodemverontreiniging wordt aangetroffen die niet voorzien was.

Financieel risico:

Pagina | 86| Programmabegroting 2023

Begroting 2022

Jaarrekening 2021

100.000

100.000

Paragraaf 3 Weerstandsvermogen

Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)

0,1

0,1

4.5 Uitgeleende gelden en garantstellingen De hier opgenomen onderwerpen houden verband met het niet kunnen aflossen van leningen, waarbij Wijchen het risico draagt. 

4.5.1 Verstrekte hypotheken aan ambtenaren Als onderdeel van het pakket arbeidsvoorwaarden zijn tot 1 januari 2009 hypotheken verstrekt aan medewerkers. We merken dat steeds meer hypotheken vervroegd worden afgelost.

Financieel risico:

Begroting 2023

Jaarrekening 2021

1.289.000

1.789.000

0,1

0,1

Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)

4.5.2 Garanties geldleningen aan woningbouwcorporaties De gemeente staat garant voor tijdige betaling van rente en aflossing van leningen van woningbouwcorporaties afgesloten in het kader van de Woningwet. Met ingang van 1995 zijn deze risico's overgenomen door de Stichting Waarborgfonds. Deze stichting is de eerste risicodrager. De gemeente treedt uitsluitend op als achtervanger. Wijchen is tot op heden nog niet op een garantstelling aangesproken. Tot op heden zijn alle risico’s binnen het waarborgfonds opgevangen.

Financieel risico:

Begroting 2023

Jaarrekening 2021

64.589.000

64.589.000

0,01

0,01

Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00) .

4.5.3 Garanties aan derden voor door hen afgesloten leningen. Voor een aantal maatschappelijke instellingen staat de gemeente (al dan niet samen met andere instanties) garant voor relatief hoge bedragen aan aangegane geldleningen. Er zijn een aantal nieuwe garantstellingen aan sportverenigingen afgegeven.

Financieel risico sport

Begroting 2023

Jaarrekening 2021

974.000

974.000

0,1

0,1

Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)

4.6 Overig 

4.6.1 Wijziging legger door het Waterschap De legger is in het 3e kwartaal van 2016 vastgesteld. Door introductie van een ruimtereservering voor toekomstige dijkverbetering en een zogenaamde bouwgrens waarbinnen geen nieuwbouw is toegestaan, kan planschade ontstaan doordat beperkingen aan eigendommen worden opgelegd. In 2018 en in het eerste halfjaar 2019 zijn geen planschadegevallen voorgekomen. Waterschap Rivierenland heeft in 2017 op verzoek van de gemeente Wijchen de kasteelgracht Wijchen van de legger C-wateren verwijderd. Daarmee zijn ook de verplichtingen (Keur) komen te vervallen die zijn verbonden aan de status van C-

Pagina | 87| Programmabegroting 2023

Paragraaf 3 Weerstandsvermogen

wateren. De kasteelgracht staat niet in verbinding met enig ander oppervlaktewater en wordt kunstmatig op peil gehouden. In de huidige situatie vervult de kasteelgracht de functie als cultuurhistorisch en landschappelijk water en als opvang voor neerslag afkomstig van het kasteel en een gedeelte van de spoorstraat.

Begroting 2023

Jaarrekening 2021

Financieel risico:

0

100.000

Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)

0

0,5

4.6.2 crisis (COVID-19, Oekraïne) Vanaf het ontstaan van de corona pandemie zijn gemeenten geconfronteerd met de financiële effecten hiervan. Meerkosten voor de bedrijfsvoering, handhaving, sluitingen van sportzalen, theater en het zwembad zijn voorbeelden hiervan. Er zijn ook minderkosten op het gebied van het niet doorgaan van evenementen. In 2020 en 2021 heeft het Rijk gemeenten gecompenseerd, waarmee er voor de gemeente Wijchen vooralsnog geen financieel nadeel is ontstaan. Ook de vluchtelingenstroom vanuit Oekraïne leidt tot meerkosten bij de gemeenten, waar de overheid financiering tegenover stelt. We nemen in dit kader een risico op voor een aantal onderwerpen, waarvan we weten dat het tot meerkosten leidt. Daarbij gaan we er in dat geval vanuit dat er geen compensatie van het Rijk meer tegenover staat. Begroting 2023

Jaarrekening 2021

Sluiting zwembad

300.000

300.000

Extra kosten bedrijfsvoering, waaronder handhaving

100.000

100.000

Meerkosten sociaal domein

300.000

300.000

Cultuur

100.000

100.000

Afval

100.000

100.000

Toename (bijzondere) bijstandsuitkeringen

100.000

100.000

Huisvesting vluchtelingen (Oekraïne)

500.000

0

1.250.000

1.000.000

0,5

0,5

Totaal corona Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)

4.6.3 Databeveiliging De verdergaande digitale vastlegging van gegevens vraagt om alert te zijn op de risico’s die automatisering met zich meebrengt. Op basis van het vastgestelde Informatieveiligheidsbeleid werken we in 2022 en 2023 verder aan de realisatie van alle te nemen stappen. Daarnaast streven we er naar te voldoen aan de AVG. We nemen hier het risico op voor schendingen van de privacy, datalekken of cyberincidenten en de mogelijke claims daardoor.

Financieel risico:

Begroting 2023

Jaarrekening 2021

250.000

0

0,25

0

Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)

Pagina | 88| Programmabegroting 2023

Paragraaf 3 Weerstandsvermogen

Paragraaf 4: Onderhoud kapitaalgoederen Met het onderhoud van kapitaalgoederen is een substantieel deel van onze begroting gemoeid. Deze paragraaf geeft meer inzicht in omvang en besteding. Tabel 26: Beheerplannen

1 2 3 4 5 6 7

Beheerplan

Looptijd

Wegen Openbare verlichting (OVL) Civiele kunstwerken (bruggen/duikers) Groen Riolering Watergangen/Baggeren/Beschoeiingen Gebouwen

2023-2027 2023-2027 2023-2027 2023-2027 2023-2027 2021-2040 2023-2043

Onderdeel van programma 2 2 2 5 7 5 div.

De onderdelen 1 tot en met 6 uit bovenstaande tabel vormen de kapitaalgoederen in de openbare ruimte en vertegenwoordigen een structureel budget van circa € 9 miljoen. Integraal beheer openbare Ruimte (IBor) Afspraken over het beheer van de openbare ruimte zijn vastgelegd in de onlangs vastgestelde nota IBor 2023 t/m 2027. In onderstaande tabel staan per discipline de beheerniveaus weergegeven voor de zichtbare openbare ruimte. Tabel 27: Beheerniveaus Openbare Ruimte

Discipline

Bomen Groen Gazon Grasbermen Verharding Meubilair Reiniging Onkruid op verhard Riolering en Water Kunstwerken

Winkel gebied

Bedrijven terrein

Buitengebied en kerkdorpen

Woon gebied

C B B B B B B B B B

C C C C C C C B C C

C C C C C C C B C C

C B B C C B B B B B

Hoofd structuur

C C C C B B C B C C

Onderstaand een korte beschrijving wat er verstaan wordt onder een bepaald kwaliteitsniveau. A+= Intensief: netjes, visitekaartje, perfecte uitstraling, veilig en veel gebruiksgemak A = Aandacht: netjes, hoge beeldkwaliteit, functioneel B = Normaal: netjes, functioneel, veilig en voldoende gebruiksgemak C = Extensief: functionaliteit staat voorop, instandhouding, waarborging veiligheid en afscherming * Met de vaststelling van het IBor-plan 2018-2022 is afgesproken dat met machinale groenonderhoud m.u.v. de zone winkelgebied op niveau C en het handmatige groenonderhoud op niveau B onderhouden wordt.

Het machinaal onderhoudsbestek (groen, onkruid, vegen) wordt in 2022 opnieuw aanbesteed voor 3 jaar en loopt van 2023 tot en met 2025. Het contract met de firma van Gelder voor het onderhoud van de openbare verlichting (ovl) eindigt per 1 juli 2023 en dient begin 2023 dus te worden aanbesteed. Daarnaast wordt in 2023 het beleidsplan ovl geactualiseerd.

Pagina | 89| Programmabegroting 2023

Paragraaf 4 Onderhoud kapitaalgoederen

Met de ambtelijke fusie zijn de beheerpakketten van Druten en Wijchen geharmoniseerd. In 2023 wordt verder uitvoering gegeven aan harmonisering, procesafspraken BGT-BOR en het objectenhandboek. Hiermee wordt een start gemaakt voor een organisatie brede aanpak voor het op peil houden van de areaalgegevens. Beleidsindicatoren Indicator

Werkelijk 2021

Begroot 2022

Begroot 2023

7,0 6.786 319 48% 3%

7,0 6.786 319 40% 3%

6,8 7.000 330 30% 3%

Klanttevredenheidsonderzoek Aantal klachten Aantal burgerparticipatiecontracten Afhandeling meldingen buiten normtijd Aantal ontevreden melders

Financiële aspecten /Uitvoeringsprogramma Voor het opstellen en de afstemming van de verschillende civiel- en cultuurtechnische projecten hanteren we een integrale planning genaamd jaarlijks uitvoeringsprogramma (JUP). In deze planning zijn benodigde (integrale) vervanging en werkzaamheden voor groot onderhoud van en aan wegen, riolering, kunstwerken, openbare verlichting, bomen en groen opgenomen. Het uitvoeringsprogramma wordt jaarlijks door het college vastgesteld. Daarbij presenteren we eveneens een doorkijk van de eerste 4 jaren parallel aan de begrotingsperiode. Voor de diverse disciplines zijn structurele jaarbudgetten beschikbaar, die de gewenste beheerniveaus garanderen. Om de kosten gelijkmatig in de tijd te spreiden zijn voorzieningen en reserves gevormd. De onderscheiden posten binnen de openbare ruimte worden hieronder toegelicht. De afzonderlijke onderdelen nader belicht 1- Wegen Areaal /Kengetallen Asfaltverharding Geluidsreducerend asfalt Elementenverharding beton Elementenverharding gebakken Betonverhardingen Verharde bermen Halfverharde paden

1.375.056 48.244 985.282 359.296 16.708 61.640 44.940

m2 m2 m2 m2 m2 m2 m2

Totaal

2.891.166

Are

Beleidskader Het doel van de totale onderhoudsstrategie is om verhardingen in een redelijke tot goede onderhoudstoestand te brengen en te houden, dusdanig dat geen enkele verharding in een onderhoudstoestand ‘onvoldoende’ verkeert of komt te verkeren. Hiermee wordt tevens voorkomen dat weggebruikers onveilige situaties tegenkomen. Het is de taak van de wegbeheerder om de veiligheid van de wegen te bewaken, zodat de kans op ongelukken geminimaliseerd wordt. Een goede staat van het wegennet is immers van belang voor zowel de duurzaamheid als voor de veiligheid. Tweejaarlijks wordt de onderhoudstoestand van de verhardingen in kaart gebracht door middel van een Globale Visuele Inspectie conform de wegbeheersystematiek van het C.R.O.W. Dit betekent dat alle wegvakonderdelen van asfalt, elementen en beton worden beoordeeld op ernst en omvang van alle schadebeelden. Op basis van de inspectiegegevens wordt de kwaliteit van het Wegenareaal ingedeeld conform de C.R.O.W.

Pagina | 90| Programmabegroting 2023

Paragraaf 4 Onderhoud kapitaalgoederen

Zowel de levensduur als de uitkomsten van de bovengenoemde inspecties zijn de input voor het jaarlijks op te stellen Uitvoeringsprogramma. Financiële aspecten Investeringen in wegen betreffen maatschappelijk nut en worden geactiveerd en afgeschreven in gemiddeld 68 jaar. Voor beheer en onderhoud bestaan genormeerde budgetten in de begroting. Het budget met de noemer projecten wordt gereserveerd als dekking voor het uitvoeringsprogramma. Hieraan gekoppeld hebben we de egalisatiereserve wegen en civiele kunstwerken welke een egaliserend karakter heeft over de jaren. Achterstallig onderhoud wegen Tweejaarlijks worden de wegen geïnspecteerd. De laatste inspectie dateert uit 2019 (asfaltverharding). In 2022 vindt de nieuwe inspectieronde plaats en is duidelijk wat de actuele onderhoudstoestand van de wegen is. De verwachting is dat er weinig achterstallig onderhoud is. 2- Openbare Verlichting Areaal /Kengetallen Aantal lichtmasten ≥ 8m Aantal lichtmasten < 8m Overige voorzieningen Aantal armaturen Waarvan % Led

1.795 8.763 50 10.608 18

Stk Stk Stk Stk %

Beleidskader In het beleidsplan staan de speerpunten genoemd waarbij met de inrichting en het onderhoud van de openbare verlichting rekening gehouden dient te worden. Het accent ligt op duurzaamheid en energiebesparende maatregelen. Het ingezette beleid ten aanzien van het toepassen van LED verlichting en dynamisch dimmen waar mogelijk, worden gecontinueerd en uitgebreid. Tevens passen we meer statisch dimmen toe. Evenals voor groen, grijs, reiniging en kunstwerken is ook voor de verlichting een beheerplan opgesteld. Dit is gebaseerd op onze Wijchense beeldkwaliteitsystematiek. Uitgangspunt is dat we LED verlichting toepassen, tenzij dat technisch niet mogelijk is. Nieuwe armaturen voorzien we van een dimmer als dit effectief bijdraagt aan onze doelstellingen (minimaliseren CO2 emissie en lichtvervuiling). We komen in 2023 met een nieuw beleid-beheerplan waarbij rekening wordt gehouden met de nieuwe ontwikkelingen. Financiële aspecten Voor beheer en onderhoud bestaan genormeerde budgetten. Investeringen betreffen maatschappelijk nut en worden geactiveerd en afgeschreven. Daarnaast is er een egalisatiereserve voor het groot onderhoud en de vervanging van de openbare verlichting. Op deze manier borgen wij de instandhouding van de OVL op de lange termijn. In het beheerplan OVL hanteren we als afschrijvingstermijn voor masten 45 jaar en voor armaturen 25 jaar.

Achterstallig onderhoud Er is achterstand in remplace, schilderen en herstickeren van de masten. Ook bij het vervangen van armaturen ≥ 25 jaar en masten is er een achterstand. In 2023 willen we een groot deel van deze achterstanden wegwerken.

Pagina | 91| Programmabegroting 2023

Paragraaf 4 Onderhoud kapitaalgoederen

3- Civiele kunstwerken Areaal /Kengetallen Aantal bruggen Aantal duikers Aantal tunnels Aantal geluidschermen Overige

53 82 4 6 1

Stk Stk Stk Stk Stk

Beleidskader Eind 2017 is het onderhoud aan de kunstwerken conform het vastgestelde kwaliteitsplan (Ibor) en het beheerplan Kunstwerken uitgevoerd. Noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden betrekken we bij het meerjaren uitvoeringsprogramma (MUP) en jaarlijks uitvoeringsprogramma (JUP). Financiële aspecten Investeringen in civiele kunstwerken betreffen maatschappelijk nut en worden geactiveerd en afgeschreven. Voor beheer en onderhoud bestaan genormeerde budgetten in de begroting. Hieraan gekoppeld hebben we de egalisatiereserve wegen en civiele kunstwerken welke een egaliserend karakter heeft over de jaren. Achterstallig onderhoud Op dit moment is er geen achterstallig onderhoud. 4- Groen Areaal /Kengetallen Bomen Bosplantsoen Bos en natuur Sierplantsoen Hagen Gazon Ruw Gras&Bermen

32.100 5.529 5.530 1.792 290 12.708 12.644

St Are Are Are Are Are Are

Beleidskader Voor onderhoud en vervanging van openbaar groen zijn het beleidsplan Natuur en biodiversiteit samen met de groenstructuurplannen Kleine Kernen (2004) en Wijchen (2008) de leidraad voor renovaties van het openbaar groen. Ecologisch beheer en onderhoud wordt uitgevoerd conform het vastgestelde Ecologisch groenbeheerplan. Verzoeken voor grondverkoop of –verhuur en ontwikkelingsplannen worden ook beoordeeld aan de hand van deze plannen. Aanvullend zijn er beleidsregels uitgifte groenstroken opgesteld. Groen en beplantingen In het Oosterpark en langs de randwegen in Wijchen is het ecologisch beheer gestart. Het plan voor ecologisch bermbeheer in het buitengebied start vanaf 2023 en is verwerkt in het machinaal groenonderhoudsbestek. Voor de monitoring zoeken we de samenwerking met ZLTO, Rijkswaterstaat en het Waterschap. Het ecologisch beheer voor de park Noord en de spoorzone wordt in 2023 opgestart. Voor de woonwijken zal vanaf 2023 een visie komen om ecologisch beheer gefaseerd op te starten waarbij dit eerst in een pilotwijk start. Burgerparticipatie In 2023 zetten we de visie voor het betrekken van de bewoner bij het dagelijks onderhoud en renovaties van groen in de woonwijken door. Kleinschalige initiatieven van bewoners waarbij ze in eigen beheer Het aantal participatieprojectjes stijgt met de toenemende interesse van bewoners.

Het gaat hierbij om groenprojectjes maar ook om projectjes waar bewoners helpen met het verwijderen van zwerfafval.

Pagina | 92| Programmabegroting 2023

Paragraaf 4 Onderhoud kapitaalgoederen

Bomenonderhoud Voor het dagelijks beheer van de bomen zijn in het IBOR duidelijke randvoorwaarden gesteld. Deze randvoorwaarden en het vastgesteld beeldkwaliteitsniveau bepalen de mate van renovaties en keuzes van inrichtingen van het openbaar groen. Er komt in 2023 een herziening van het kapbeleid waarbij conform het coalitieakkoord “samen verschil maken” de visie is 1 boom kappen - 2 bomen planten. Financiële aspecten Voor beheer en onderhoud bestaan genormeerde budgetten in de begroting. Het budget met de noemer renovatie groen wordt gereserveerd als dekking voor het uitvoeringsprogramma. Hieraan gekoppeld hebben we de egalisatiereserve Groenbeheer welke een egaliserend karakter heeft over de jaren. Achterstallig onderhoud Jaarlijks worden conform het jaarlijks uitvoeringsprogramma diverse onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd. In 2022 zijn met name bomen in buitengebied gesnoeid. 5- Riolering Areaal /Kengetallen Lengte vrijvervalriolering Lengte persleiding Lengte drukriolering Lengte vacuümriolering Aantal Putten Aantal gemalen Aantal pompputten Aantal IBA’s Wadi’s Randvoorzieningen

229,5 16,8 88 9 6.054 37 517 14 31 11

Km Km Km Km Stk Stk Stk Stk Stk Stk

Beleidskader Beleidsplan water en riolering. Eind 2022 is het nieuwe Beleidsplan water en riolering (Bwr) voor de periode 20232027 opgesteld. Het Bwr is een beleidsplan waarin is aangegeven op welke wijze de gemeente invulling geeft aan haar wettelijke taken op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater en hoe zij dit bekostigt. Het nieuwe Bwr is samen met de gemeenten Beuningen, Druten, Heumen, Nijmegen en West Maas & Waal opgesteld. Doel van de samenwerking was door middel van harmonisering van beleid te komen tot minder kostenstijging, meer kwaliteit en minder kwetsbaarheid in de (afval)waterketen. Deze harmonisering betekent nadrukkelijk niet dat de deelnemende gemeenten hun bevoegdheden hebben verloren. Integendeel, iedere gemeente is verantwoordelijk gebleven voor het eigen beleid en heeft het nieuwe Bwr afzonderlijk vastgesteld. Het nieuwe Bwr bevat een gemeenschappelijk deel (op hoofdlijnen geharmoniseerd beleid) en een individueel deel (specifieke uitwerking van beleid naar maatregelen). Rioolbeheerplan Aan de basis van het Beleidsplan water en riolering staat het Rioolbeheerplan (RBP) voor de periode 2023-2027. Het RBP is een operationeel plan dat inzicht geeft in de omvang van het te beheren (verbrede) rioleringsareaal en de maatregelen voor de (duurzame) instandhouding hiervan.

Het RBP dient mede als input voor de financiële onderbouwing van het nieuwe Beleidsplan water en riolering. Financiële aspecten De kosten verbonden aan de riolering dekken we middels de rioolheffing af. Initiële investeringen worden als economisch nut geactiveerd. De

Pagina | 93| Programmabegroting 2023

Paragraaf 4 Onderhoud kapitaalgoederen

vervangingsinvesteringen worden ten laste van de voorzieningen gebracht. Voor beheer en onderhoud bestaan genormeerde budgetten in de begroting. Daarnaast zijn er drie voorzieningen ten behoeve van de vervangingsinvesteringen. Jaarlijks wordt er, conform het rioolbeheerplan, toegevoegd aan de voorzieningen om ook op lange termijn de vervangingen te borgen. Daarnaast bestaat nog de egaliserende reserve om behaalde efficiency resultaten terug te kunnen geven aan de burger in de heffing of extra voorzieningen. Achterstallig onderhoud Aan de hand van rioolinspecties geven we input aan het meerjaren uitvoeringsprogramma (MUP) en jaarlijks uitvoeringsprogramma (JUP). De afgelopen 10 jaar zijn alle riolen in Wijchen geïnspecteerd en vervangingen conform uitgevoerd. Na de vervanging van de riolen in de bloemenbuurt en Alverna is er momenteel geen sprake van achterstallig onderhoud. 6- Watergangen Areaal /Kengetallen Lengte B-Watergangen Lengte C-Watergangen Overs vijvers, plassen, etc Ontv.plicht A-watergangen

13 83 6 36

Km Km km Km

Beleidskader Het Baggerplan 2022 vormt het beleidskader voor het beheer en onderhoud van het oppervlaktewater in eigendom van de gemeente. Waterschap Rivierenland is de waterbeheerder voor het grondgebied van de gemeente Wijchen. De gemeente en het waterschap streven naar een watersysteem met een goede waterkwaliteit. Daarnaast is het van belang dat neerslag en kwel kan worden opgevangen (geborgen) en afgevoerd. De gemeente Wijchen is opgedeeld in vier afwateringseenheden:  Het peilgebied Quarles van Ufford: ten noorden van de Nieuwe Wetering en ten oosten van de A50. Het gebied watert in noordwestelijke richting af en omvat de kern Bergharen.  Het peilgebied Bloemers: ten zuiden van de Nieuwe Wetering en omvat het noordelijke deel van kern Wijchen en de kernen Hernen, Leur en Batenburg. Het gebied watert in westelijke richting af op de Maas via de Nieuwe Wetering naar het gemaal Bloemers bij Appeltern.  Het peilgebied Citters I: omvat het zuidelijk deel van kern Wijchen en de kern Niftrik. Het gebied watert af op de Maas via de Niftrikse Wetering naar het gemaal Citters I.  Het peilgebied Citters II: ten zuiden Citters I, grenzend aan de Maas en omvat kern Balgoij. Het gebied watert af op de Maas via de Balgoijse Wetering naar het uitwateringsgemaal Citters II in de Loonse Waard.

Als eigenaar van B- en C-wateren heeft de gemeente het beleid te willen baggeren binnen het onderhoudsprofiel. Het watersysteem wordt hiermee op orde gehouden en voldoet aan de legger van het waterschap. Het onderhoud van de waterpartijen en watergangen is opgenomen in het baggerplan vastgesteld voorjaar 2022. Daarin is planmatig aangegeven op welk moment aan een waterpartij onderhoud gepleegd moet worden. Aan de hand van detailinspecties wordt input gegeven aan het meerjaren uitvoerings- programma (MUP) en jaarlijks uitvoeringsprogramma (JUP). Financiële Aspecten Voor beheer en onderhoud bestaan genormeerde budgetten in de begroting. Daaraan gekoppeld is de voorziening baggeren waterpartijen en beschoeiingen. Deze voorziening wordt gevormd vanuit het taakveld riolering.

Pagina | 94| Programmabegroting 2023

Paragraaf 4 Onderhoud kapitaalgoederen

Achterstallig onderhoud Er is momenteel geen sprake van achterstallig onderhoud. Wel is er onduidelijkheid over het Wijchens Meer. Het Wijchens Meer is gedeeltelijk een A-watergang waarover de gemeente een ontvangstplicht heeft voor het bij baggeren vrijkomende slip. De kosten daarvan komen voor rekening van de gemeente. Het grootste deel van het Wijchens meer is C-watergang met een dikke sliblaag. Het gaat hier om grote hoeveelheden slib waarvan de verwerkingskosten zijn meegenomen in het nieuwe baggerplan. 7- Gebouwen Areaal /Kengetallen Gebouwen bedrijfsvoering Wijkcentra/MFA’s Sportzalen/sporthallen Woningen Monumenten Kunstwerken Overige

3 14 7 3 3 51 16

Stk Stk Stk Stk Stk Stk Stk

Beleidskader Gemeentelijk vastgoed is geen doel maar een middel om bepaalde doelen te verwezenlijken. In het eerste kwartaal van 2019 is een eerste stap gezet en is het basisdocument voor vastgoedbeleid door de gemeenteraad vastgesteld (dd. 8 maart 2019 met kenmerk 261989). Aspecten die hierin benoemd zijn, zijn: - de kerntaak van de gemeente ten aanzien van vastgoed; - de verschillende deelportefeuilles; - De spelregels ten aanzien van: o financiën o verhuur o onderhoud o aankopen en afstoten o leegstand Vervolgens is een aanvullend beleidskader opgesteld dat handvatten biedt om weloverwogen en integrale keuzes te maken om te borgen dat de gemeente Wijchen haar gebouwen doelmatig en efficiënt inzet. Deze nota is in mei 2020 door de raad vastgesteld. Daarbij is een meerjaren-portefeuilleplan uitgewerkt waarin een beeld wordt geschetst van de beoogde vastgoed ingrepen voor de middellange termijn (2020-2030). Het beleid is dat het gemeentelijk vastgoed op conditieniveau 3 (met selectieve neerschudding naar 4 op de bouwkundige aspecten) wordt onderhouden. Onze Monumenten houden we in onderhoudsconditie 2. Dit is gebaseerd op de NEN 2767. Het onderhoudsplan voor de komende 20 jaar wordt jaarlijks geactualiseerd door onze adviseurs met de Nen2767 opleiding tot erkend vastgoed inspecteur.

Financiële aspecten Investeringen in nieuwe gebouwen worden geactiveerd en lineair afgeschreven in 40 jaar, verbouw in 20 jaar. Kapitaallasten van vervangingsinvesteringen worden in de meerjarenraming opgenomen. Vervangingen van installaties worden uit de onderhoudsreserve gedekt. Voor beheer en onderhoud bestaan genormeerde budgetten in de begroting. Er wordt in deze periode incidenteel gekeken naar eventuele overschrijdingen in budgetten vanwege de gestegen prijzen voor bouwmaterialen. De dotaties in de reserve onderhoud volstaan als dekking voor de lange termijnplanning. De reserve heeft hiermee een egaliserend karakter over de jaren.

Pagina | 95| Programmabegroting 2023

Paragraaf 4 Onderhoud kapitaalgoederen

Achterstallig onderhoud In verband met de voorgenomen nieuwbouw van MFA Westwijzer worden aan dit gebouw beperkt onderhoud uitgevoerd. In verband met het voorgenomen project ‘Hart van zuid’ wordt aan het wijkcentrum zuid en sportzaal zuid beperkt onderhoud uitgevoerd. Voor de overige gebouwen geldt dat er geen sprake is van achterstallig onderhoud bij het gemeentelijke vastgoed.

Pagina | 96| Programmabegroting 2023

Paragraaf 4 Onderhoud kapitaalgoederen

Paragraaf 5: Financiering Begripsbepaling Het doel van deze paragraaf is om de raad te informeren over het treasurybeleid en de beheersing van financiële risico’s. De treasuryfunctie ondersteunt de uitvoering van de programma’s. Treasury is het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Meer concreet gaat het om financiering van het beleid tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden. Inleiding Vanaf 2001 is de Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido) van kracht. Het doel van deze wet is onder andere om op een verantwoorde, prudente en professionele wijze de inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie (financieringsactiviteiten) van de gemeente middels een statuut te regelen. Gelijktijdig met het aanbieden van de begroting 2017 heeft de raad het huidige financieringssstatuut vastgesteld. Daarin staan onze eigen regels inzake de algemene doelstellingen en de te hanteren richtlijnen en limieten, alsmede de administratieve organisatie van de financieringsfunctie.

Wettelijke voorschriften Deze paragraaf moet voldoen aan het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) In artikel 13 van het BBV staat: De paragraaf betreffende de financiering bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte.

Beleid omtrent financiering en rentevisie De hoofdpunten van het beleid omtrent financiering is opgenomen in het financieringsstatuut. Daarin staat dat we zoveel als mogelijk risico’s afdekken en proberen te voorkomen. Zo zijn we geen bank en gaan we niet beleggen om rendement te halen. Voor het hanteren van rentepercentages voor toekomstige leningen en/of roodstand baseren we ons op de toetsingskaders van de provincie en visies van de grote banken in Nederland en de Bank Nederlandse gemeenten (BNG). Daarbij hanteren we het voorzichtigheidsprincipe (want risicomijdend). Dit resulteert erin, dat we aan de bovenkant van de bandbreedte gaan zitten voor de rentepercentages die we gebruiken bij de verwachte herfinancieringen en roodstand. Risicobeheer Het risicobeheer is ook in ons financieringsstatuut geregeld. Daarin staan de volgende algemene uitgangspunten: - De gemeente mag leningen of garanties uit hoofde van de “publieke taak” uitsluitend verstrekken aan door de Gemeenteraad goedgekeurde derde partijen, waarbij vooraf de financiële positie en de kredietwaardigheid van de betreffende partij wordt getoetst. De gemeente is geen bank van lening en zal pas in uiterste instantie over gaan tot het verstrekken van leningen; - De gemeente mag aan mede-overheden geld uitlenen wat ze niet meteen nodig heeft.

Daarbij geldt dat er geen risico gelopen mag worden en dat het niet met het doel is om rendement te maken door het lopen van overmatig risico. Beleggen is niet toegestaan; - Het gebruik van derivaten is niet toegestaan.

Pagina | 97| Programmabegroting 2023

Paragraaf 5 Financiering

Met de inwerkingtreding van de Wet Verplicht Schatkistbankieren is het niet langer toegestaan middelen aan te houden boven de toegestane norm op de lopende rekening of spaarrekening, of beleggingen aan te gaan. Risicobeheer; de Kasgeldlimiet en Rente-risiconorm De belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van het treasurybeleid zijn koersrisico’s, renterisico’s en kredietrisico’s.  Koersrisico’s De koersrisico’s voor onze gemeente zijn zeer beperkt omdat we onze overtollige middelen in de schatkist moeten aanhouden. We hebben geen aandelen of deposito’s meer als beleggingen. De laatste schatkistpapieren zijn in 2015 verkocht. Valutarisico’s hebben we niet, omdat we in principe alleen maar met Euro’s werken. Verplichtingen in andere valuta kunnen we alleen in uitzonderingsgevallen aangaan.  Renterisicobeheer De kasgeldlimiet geeft het renterisico op korte termijn weer. Hieronder vallen alle kortlopende financieringen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar. Het doel van deze limiet is om te voorkomen dat bij herfinanciering van de leningen bij (aanzienlijk) hogere rente grote schokken gaan optreden in de hoogte van de rente die de gemeente moet betalen. Het niveau van de kasgeldlimiet, is beperkt tot 8,5% van het totaal van de begroting. De wettelijk toegestane kasgeldlimiet van 8,5% wordt niet structureel overschreden.

 Renterisiconorm De renterisico’s op de vaste schuld worden ingekaderd door de renterisiconorm. Jaarlijks mogen de renterisico’s door renteherziening en herfinanciering - van leningen met een looptijd vanaf 1 jaar - niet hoger zijn dan 20% van het begrotingstotaal. De renterisiconorm houdt in dat de aflossingen en renteherzieningen samen maximaal 20% van het begrotingstotaal mag zijn. De aflossingen op de leningen die we 1 op 1 aan derden door verstrekken (Talis) tellen hierbij niet mee. Onderstaande tabel geeft aan dat de gemeente Wijchen ruim binnen de rente risiconorm blijft. Tabel 28: Bedragen x €1000

20% van Begrotingstotaal Aflossingen en rente herzieningen Saldo

2023 24.128 683 23.445

2024 24.850 1.040 23.810

2025 25.020 1.814 23.206

2026 24.485 1.977 22.508

Gewaarborgde geldleningen De gemeente staat garant voor de betaling van de rente en aflossing bij een aantal afgesloten leningen van externe partijen. Het bedrag waarvoor de gemeente eventueel kan worden aangesproken is het restant bedrag van de lening op het moment dat niet meer aan de betalingsverplichting wordt voldaan en is afhankelijk van het percentage overeengekomen in de garantstelling. Naast leningen aan sportverenigingen, zijn het vooral leningen voor woningbouwcorporaties en de Nationale Hypotheekgarantie. Woningbouwcorporaties De kans dat de gemeente voor geldleningen van de woningbouwcorporaties als borg wordt aangesproken is zeer klein. Daarnaast staat het Rijk voor 50% garant. De kans dat een beroep wordt gedaan op onze gemeente voor deze achtervang positie is uiterst klein omdat: - Elke toegelaten instelling die deelnemer is bij het WSW jaarlijks wordt onderworpen aan een kredietwaardigheidtoets; - Het WSW een zodanige buffer heeft opgebouwd en evt. nog aanvullend kan beschikken over de gelden (obligo’s) die de corporaties verplicht hebben aangehouden;

Pagina | 98| Programmabegroting 2023

Paragraaf 5 Financiering

Nationale hypotheekgarantie Wijchen is 50% achtervang voor de tussen 1 januari 1995 en 1 januari 2011 verleende Nationale Hypotheekgaranties door de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen. Vanaf 2011 heeft het Rijk de achtervangpositie overgenomen. Op basis van de in 2020 opgestelde liquiditeitsprognose van Stichting waarborgfonds Eigen Woningen is de verwachting dat in de periode 2020-2025 geen aanspraak wordt gedaan op de achtervang. Vanaf 1 januari 2011 staan gemeenten niet langer garant, maar komt dit geheel te rusten op het Rijk. Opgenomen leningen Tabel 29: Opgenomen leningen

Stand per 31 december (x € 1.000 ) Eigen financiering Specifiek voor Woningbouw Opgenomen leningen totaal

2022 (verwacht) 10.991

2023 (prognose) 17.826

2024 (prognose) 29.812

2025 (prognose) 28.533

2026 (prognose) 27.439

5.280

4.762

4.235

3.700

3.157

16.271

22.589

34.048

32.234

30.596

De leningen die specifiek voor woningbouw zijn aangetrokken, zijn weer doorgeleend aan woningbouwcorporaties. De overige leningen zijn voor eigen financieringen aangetrokken en deels doorgeleend aan verenigingen of stichtingen. Vanwege forse investeringen zal de gemeente de komende jaren langlopende leningen aan gaan trekken. Op dit moment verwachten we in 2023 € 7 miljoen en in 2024 € 12.5 miljoen aan langlopende leningen aan te moeten trekken. Voor de overige financiering maakt de gemeente gebruik van kasgeldleningen of de kredietfaciliteit bij de BNG Bank. Bij BNG kunnen we tot € 7 miljoen rood staan, waarvan we voor € 2 miljoen goedkoop rood kunnen staan en voor de overige € 5 miljoen een hoger tarief betalen. Gezien de huidige lage rentestand geven we de voorkeur aan het aantrekken van kasgeldleningen. Uitgezette leningen en deelnemingen Om inzicht te verschaffen in de uitgezette leningen verwijzen we naar onderstaand overzicht. Hierbij sluiten we aan bij de indeling volgens de voorgeschreven balansindeling IV-3. Tabel 30: Uitgezette leningen

Stand per 31 december (x € 1.000) Kapitaalverstrekking aan deelnemingen

2022 428

2023 428

2024 428

2025 428

2026 428

Woningbouwcorporaties

5.361

4.908

4.447

3.976

3.497

Leningen aan deelnemingen Overige langlopende leningen Eindtotaal

0

0

0

0

0

8.694

8.493

8.292

8.302

8.601

14.483

13.829

13.167

12.706

12.527

Hypotheken en garanties ambtenaren Per 1 augustus 2009 is er een verbod op het verstrekken van hypotheken en garanties aan gemeentepersoneel van kracht. Het ministerie beroept zich op de Wet fido (Financiering Decentrale Overheden), sinds 2001 van kracht, waaruit volgens de minister volgt dat publiek geld niet voor niet-publieke doeleinden, zoals hypotheekverstrekking, ingezet mag worden. Het verbod strekt zich ook uit tot het geven van garantie door de gemeente op een door een andere instelling te verschaffen (hypothecaire) geldlening. Er worden na 1 januari 2009 geen hypotheken meer verstrekt. Bestaande hypotheken lopen via een zogenaamde “sterfhuisconstructie” af. Er mogen geen nieuwe leningen en/of garanties meer worden verstrekt. Van lopende leningen en/of garanties is het toegestaan dat zij uitdan wel aflopen. In bovenstaande tabel zijn deze opgenomen onder Overige

Pagina | 99| Programmabegroting 2023

Paragraaf 5 Financiering

langlopende leningen. Financieringsbehoefte De financieringsbehoefte baseren we op de verwachte uitgaven en inkomsten (liquiditeitsplanning). Daarbij houden we rekening met onder andere de exploitatie, aflossingen op leningen en uitgaven voor projecten. Deze liquiditeitsplanning vergelijken we met ons banksaldo. Als blijkt dat we onvoldoende geld op de bank hebben, kunnen we ervoor kiezen om (voordelig) rood te staan bij de bank, of een lening aan te trekken. Dit is afhankelijk van de goedkoopste optie. We spreken van een lening als de looptijd langer vast staat dan 1 jaar. Op basis van de liquiditeitsplanning en inclusief het aantrekken van nieuwe langlopende leningen is de verwachte ontwikkeling van ons banksaldo als volgt: Verwacht banksaldo inclusief korte financiering (x € 1.000)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=5edd7053-aecc-40de-9999-293120e1da5f