CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Perspectiefnota 2025

Raad openbaar Wijchen 3 juli 2025, gemeente wijchenBij agendapunt: 303763 Beslisnota Perspectiefnota 202519.300 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Perspectiefnota 2025

Pagina | 2| Perspectiefnota 2025

Voorwoord De Perspectiefnota 2025 is de eerste stap in het begrotingsproces. Deze stap wordt gevolgd door het opstellen van de Programmabegroting 2026-2029. Deze Perspectiefnota wordt behandeld in de gemeenteraad van 3 juli 2025. De Programmabegroting wordt op 6 november 2025 behandeld. Naast de vooruitblik op het meerjarenperspectief 2026-2029, stellen we in deze Perspectiefnota een bijstelling voor over het lopende jaar 2025, door middel van een begrotingswijziging. Input voor deze begrotingswijziging komt uit de Programmarapportage van mei en uit de actualisatie van de onderwerpen in deze Perspectiefnota. Tot slot is de meicirculaire van het Rijk integraal verwerkt in deze nota. Onzekerheid gemeentefonds, opschuivend ravijn. Er is nog steeds sprake van een aanzienlijke onzekerheid. Hoewel de negatieve gevolgen van het ‘ravijnjaar 2026’ zijn verzacht met het uitbrengen van de Voorjaarsnota van het Rijk, worden gemeenten vanaf 2028 structureel nog altijd stevig gekort in de algemene uitkering. De VNG spreekt van tussenresultaat waarover we voorzichtig optimistisch kunnen zijn. Een betekenisvolle stap, maar we zijn er nog niet. De Voorjaarsnota biedt een fundament voor vervolggesprekken om de komende jaren te blijven werken aan het verdere herstel van de balans tussen taken en middelen.

De VNG spreekt de verwachting uit dat we er rekening mee moeten houden dat de komende jaren binnen de financiële kaders niet alles mogelijk is. Dat vraagt om een scherpe prioritering van colleges en raden. Wijchen koersvast Ondanks de onzekerheden over de hoogte van de algemene uitkering, blijft Wijchen een stabiele koers uitzetten. We zijn trots op ons voorzieningenniveau tegen relatief lage gemeentelijke lasten. Dat proberen we in stand te houden en tegelijkertijd blijven we inzetten op diverse ontwikkelingen op het gebied van huisvesting, duurzaamheid, openbare ruimte en het leveren van zorg. Wijchen staat voor robuust financieel beleid. Wanneer het Rijk ons kort, zullen we de begroting daarop moeten aanpassen. Hiervoor is op 22 mei in de gemeenteraad de notitie ‘Financieel evenwicht Wijchen 2026-2029’ vastgesteld. Deze notitie geeft richting aan het oplossen van het structurele begrotingstekort. Het college heeft de uitgangspunten uit de notitie meegenomen bij het opstellen van deze Perspectiefnota. Conform het advies van de VNG richten we ons op een structureel sluitende begroting 2026 en 2027 en maken de tekorten vanaf 2028 zichtbaar in het meerjarenperspectief. Met voorliggende cijfers vanwege de uitkomsten van de meicirculaire, is het op dit moment niet nodig maatregelen in te zetten om tot een sluitende begroting te komen.

De jaren tot 2028 zijn structureel sluitend en er blijft onzekerheid bestaan over de hoogte van de algemene uitkering vanaf het jaar 2028, waar een relatief klein structureel tekort resteert. Vervolgproces richting Begroting 2026 We houden koers op de ingeslagen weg uit het coalitieakkoord en het Strategisch Kompas. Zo hebben we in 2025 de omgevingsvisie vastgesteld en maken we zichtbare stappen met projecten zoals Wijchen West, Hart van Zuid, verduurzaming Mozaïek en Tussen Kasteel en Wijchens Meer. Verder zijn de voorbereidingen voor de ontwikkeling Havenweg en het zwembad in volle gang. Vanwege het negatieve meerjarenperspectief zijn we terughoudend met het opstarten van structureel nieuw beleid.

Pagina | 3| Perspectiefnota 2025

We zorgen ervoor dat we een sluitende begroting voor het jaar 2026 aanbieden. Ondertussen wachten we de vervolggesprekken tussen het Rijk en de VNG af over het terugdraaien van de kortingen in het gemeentefonds, maar blijven we ons voorbereiden op maatregelen in geval dit in onvoldoende mate positief uitpakt om tot een sluitende meerjarenbegroting te komen. Om voorzieningen zo lang mogelijk in stand te houden, geen groepen of organisaties onnodig te belasten en onrust te vermijden, kiest het college ervoor deze maatregelen alleen naar buiten te brengen wanneer het echt nodig is. We zorgen ervoor dat we op elk scenario zijn voorbereid. Namens het College van Burgemeester en Wethouders Wijchen, Geert Gerrits, Wethouder financiën

Pagina | 4| Perspectiefnota 2025

Inhoudsopgave

Voorwoord ................................................................................................... 3 Uitgangspunten ............................................................................................ 6 Samenvatting en doorkijk Begroting 2026 ....................................................... 7 Structureel meerjarenperspectief ................................................................... 8 4.01 Meicirculaire .......................................................................................... 9 4.02 BUIG ...................................................................................................12 4.03 Jeugd ..................................................................................................13 4.04 WMO ...................................................................................................16 4.05 Gemeenschappelijke regelingen ..............................................................18 4.06a Werkorganisatie Druten Wijchen .................................................................19 4.06b Munitax ...................................................................................................19 4.06 OZB-inkomsten .....................................................................................20 4.07 Klimaatmiddelen

...................................................................................20 4.08 Uitgangspunten tarieven en leges ............................................................21 4.09 Kapitaallasten .......................................................................................22 4.10 Overige mutaties bestaand beleid ............................................................23 4.11 Mutaties uit de Programmarapportage mei 2025 .......................................23 4.12 Inzet surplus algemene reserve ..............................................................24 4.13 Nieuw beleid .........................................................................................24 Incidenteel meerjarenperspectief...................................................................25 MIO (Meerjaren Investerings Overzicht) .........................................................26 Bouwgrondexploitaties .......................................................................................29 Totaalbeeld .................................................................................................30 Provinciaal toezicht ......................................................................................31 Budgetmutaties structureel bestaand beleid ....................................................32 Nieuw beleid structureel

...............................................................................39 Posten incidenteel .......................................................................................44 Incidenteel totaalbeeld .................................................................................50 Reserves ....................................................................................................52 Samenvatting begrotingswijziging per programma...........................................54

Pagina | 5| Perspectiefnota 2025

Uitgangspunten Conform onze financiële verordening, het huidige coalitieakkoord en de Beslisnota “Financieel evenwicht 2026-2029”, stellen we de Begroting 2026 op met onderstaande uitgangspunten. Net zoals we bij deze Perspectiefnota de uitkomsten van de meicirculaire hebben meegenomen in de afwegingen, doen we dat in de Begroting met de uitkomsten van de septembercirculaire. Met voorliggende cijfers zetten we nu geen maatregelen in. • • • • •

• •

•

We houden in onze structurele begroting een buffer aan voor onvoorziene kosten. Als we onze budgetten overschrijden moeten we dat binnen het programma zelf opvangen. Structurele tekorten vangen we op door blijvende maatregelen te treffen. Tekorten die eenmalig ontstaan vangen we op door incidentele maatregelen te treffen. Als we nieuwe beleidstaken en geld krijgen van de rijksoverheid, dan labelen we die één op één voor het beoogde doel. Wij streven ernaar om de uitvoering van de nieuwe taken te betalen met deze middelen. Met de gelabelde gelden worden ook de organisatie- en uitvoeringskosten binnen de Werkorganisatie Druten Wijchen structureel gedekt. We kunnen alleen structureel nieuw beleid starten als er structureel extra geld is, of als we oud beleid verantwoord kunnen inruilen voor het nieuwe beleid. Als we de Perspectiefnota of Begroting bespreken, wegen we af welke extra uitgaven nuttig en nodig zijn en wat het belangrijkst is. Buiten deze beslissingsmomenten kan geen extra incidenteel of structureel geld uitgegeven worden. Behalve als de gemeenteraad daar akkoord voor geeft. We rekenen in de Perspectiefnota met de indexpercentages uit de meicirculaire en stellen dit in de Begroting bij op basis van de septembercirculaire, wanneer dit significant afwijkt t.o.v. de meicirculaire.

De indexpercentages uit de meicirculaire bedragen: Contractindex (prijs bruto binnenlands product) Loonvoet sector overheid

•

• •

• • •

•

•

2026

2027

2028

2029

2,70%

2,50%

2,60%

2,50%

2,00%

5,10%

4,20%

4,50%

We rekenen rente toe aan de activa volgens de door de BBV voorgeschreven omslagrente. Voor het gehele meerjarenperspectief gaan we op dit moment uit van 2% omslagrente in de kapitaalslasten. Bij de Begroting 2026 actualiseren we het omslagpercentage. We prioriteren onze bezuinigingsmogelijkheden, maar wachten de meicirculaire af voor het nemen van besluiten op voorgenomen bezuinigingsmaatregelen. We accepteren een niet sluitende begroting in het eerste begrotingsjaar, als dat in het verloop van de vier jaren in het meerjarenperspectief wel tot stand wordt gebracht. We accepteren tijdelijk de komende vier jaar een structureel tekort van maximaal € 750k. We zoeken met de maatregelen naar een evenwichtige balans in de begroting. We richten ons in eerste instantie op bezuinigingen, dan wel extra inkomsten, met relatief grote financiële impact, maar met een zo laag mogelijke maatschappelijke impact. De OZB laten we voor inwoners in 2026 naast de inflatiecorrectie niet verder stijgen dan de opgenomen 7,5% in de Begroting 2025, maar kan vanaf 2027 wel verder stijgen. We nemen de mogelijke bezuinigingen op de GR’en, waartoe we ze regionaal hebben opgeroepen, in de prioriteringslijst pas mee nadat we hier inhoudelijke voorstellen vanuit de GR’en hebben ontvangen.

Pagina | 6| Perspectiefnota 2025

Samenvatting en doorkijk Begroting 2026 De gemeente Wijchen heeft evenals andere gemeenten financiële uitdagingen in het meerjarenperspectief. Het structurele begrotingsresultaat stond vanwege een korting in het gemeentefonds vanaf 2026 stevig onder druk. Nu het ravijn voor de jaren 2026 en 2027 door het Rijk deels is gedempt, verschuift het tekort naar 2028 en verder. 1)

Samenvatting structureel perspectief (x € 1.000.000)

Structureel perspectief

2025

2026

2027

2028

2029

Vertrekpunt: Begroting 2025

0,2

-3,0

-2,5

-2,1

-1,8

Meicirculaire Kostenontwikkelingen Inzet surplus algemene reserve Nieuw beleid

1,0 1,3 -1,0 0,0

4,1 0,5 0,0 -0,1

4,5 -0,4 0,0 -0,2

1,8 0,0 0,0 -0,2

2,2 -0,4 0,0 -0,2

Structureel saldo Perspectiefnota 2025

1,5

1,5

1,4

-0,5

-0,2

Het college heeft met de organisatie in aanloop naar de Perspectiefnota een proces doorlopen om maatregelen voor te bereiden, waarmee het structurele tekort zou kunnen worden opgevangen. Eén van de stappen in dat proces was het vaststellen van het financieel kader: “notitie financieel evenwicht Wijchen 2026-2029”. Op 22 mei heeft de raad een beslisnota hierover vastgesteld. Met bovenstaande structurele begrotingssaldi is de noodzaak tot het treffen van maatregelen op de korte termijn van de baan. Het voorwerk dat gedaan is, is niet voor niets geweest. Er is kritisch naar de budgetten gekeken en we zijn voorbereid op eventuele tegenvallers. Richting 2028 is er voldoende tijd om het huidige structurele tekort op te lossen. Daarbij blijven we met de VNG druk zetten op het Rijk om de kortingen die nog steeds bestaan, terug te draaien en gemeenten te compenseren voor de tekorten op de jeugdzorg. Hoewel de tekorten vanaf 2028 met de kennis van nu een stuk beperkter zijn, dan tijdens het opstellen van de Begroting 2025, blijven we richting de Begroting 2026 terughoudend omgaan met nieuw beleid. We onderzoeken richting de Begroting 2026 of we een aanpassing in de verhouding tussen woningen en niet-woningen in de gewenste opbrengsten OZB willen voorstellen.

Pagina | 7| Perspectiefnota 2025

Structureel meerjarenperspectief Met het vaststellen van de Begroting 2025 heeft de raad de startpositie bepaald voor de meerjarenbegroting 2026-2029. Alle structurele mutaties ten opzichte van de huidige begroting geven we samenvattend weer in onderstaande tabel, met de verwijzing naar het thema waarin we de mutatie toelichten. In de kolom ‘omvang’ presenteren we per thema de totale omvang van het budget in de begroting 2025. Vervolgens nemen we onder de jaartallen 2025 t/m 2029 per jaarschijf de mutaties op t.o.v. de huidige begroting. 2)

Structureel perspectief (x € 1.000)

Omvang Hfst. Structureel perspectief

2025

Begrotingsresultaat 2025

Mutatie t.o.v. Begroting 2025 2025

2026

2027

2028

2029

197

-3.028

-2.528

-2.057

-1.815

4.01

Meicirculaire

87.980

1.036

4.109

4.721

2.383

2.889

4.01

Prijscompensatie meicirculaire

66.553

0

15

-287

-547

-649

4.02

BUIG

13.294

-1.530

-581

-605

-633

-660

4.03

Jeugd hoeveelheidseffect

-230

-230

-235

-241

-247

4.03

Jeugd prijseffect

-234

-643

-622

-604

-620

4.04

WMO hoeveelheidseffect

91

98

103

108

109

4.04

WMO prijseffect

-65

-197

-382

-402

-415

4.05

Gemeenschappelijke regelingen

52.826

1.848

693

536

500

739

4.06

OZB-inkomsten

12.322

455

519

522

551

565

4.07

Klimaatmiddelen

0

0

0

0

0

4.08

Uitganspunten tarieven en leges

0

0

0

0

0

4.09

Kapitaallasten

348

550

153

499

203

4.10

Budgetruimte bestaand beleid

0

592

536

436

236

4.10

Uitzettingen bestaand beleid

-70

-337

-344

-347

-348

4.11

Prorap mei overige afwijkingen

730

0

0

0

0

4.12

Inzet surplus algemene reserve

-1.000

0

0

0

0

Saldo structureel bestaand beleid

1.576

1.560

1.568

-354

-13

-4

-87

-161

-161

-161

1.572

1.472

1.407

-515

-174

4.13

Nieuw beleid Perspectiefnota Structureel saldo incl. nieuw beleid

19.359

11.103

5.234

Uit bovenstaande tabel valt op te maken dat de jaarschijven 2025 tot en met 2027 structureel sluitend zijn, maar vanaf 2028 verwachten we een structureel begrotingstekort.

Pagina | 8| Perspectiefnota 2025

4.01 Meicirculaire Jaarlijks verschijnen meestal drie circulaires. Mei geeft de vertaling van de Voorjaarsnota van de rijksoverheid, september van de Miljoenennota en december rondt het uitkeringsjaar zoveel mogelijk af. Accres In de meicirculaire 2025 is een nieuwe raming voor het accres 2025 en verder opgenomen. Deze raming is gebaseerd op de actuele raming van de ontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product (bbp) door het Centraal Planbureau (CPB; CEP 2025). Het volume accres wordt gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp. Daarnaast ontvangen we Loon en Prijs Ontwikkeling (LPO) De indexatie voor inflatie volgt de prijs bbp van het lopende jaar. Met name voor 2025 is de raming voor de prijs bbp omhoog bijgesteld (+ 0,92%). Ten opzichte van de septembercirculaire is het accres positief bijgesteld. BTW compensatiefonds Het BTW compensatiefonds (BCF) heeft een plafond. Gemeenten zijn in 2024 € 332 miljoen onder dit plafond gebleven met declaraties. In de septembercirculaire 2024 werd al een voorschot hierop van € 447 miljoen uitbetaald. De definitieve afrekening BCF bedraagt hierdoor € 115 miljoen lager en dit bedrag wordt in 2025 incidenteel onttrokken aan het gemeentefonds. Demping ravijn In de Voorjaarsnota 2025 zijn structurele middelen opgenomen om de terugval van het gemeentefonds in 2026 te dempen.

De terugval van ongeveer € 2,4 miljard wordt in 2026 met € 400 miljoen gedempt, oplopend naar € 424 miljoen in 2030. Dan blijft dus nog ongeveer € 2 miljard ravijn in 2026 over. Jeugdtekort voor rekening Rijk De verwachting is dat het kabinet in augustus een besluit neemt over de verdeling van het tekort op jeugdzorg in 2023 en 2024 tussen Rijk en gemeenten. Eventuele compensatie zal worden verwerkt in de septembercirculaire 2025. Groeipad maatregelen hervormingsagenda jeugd Het ingroeipad van de maatregelen van de Hervormingsagenda wordt voor de jaren 2026 en 2027 verzacht met € 498 miljoen respectievelijk € 447 miljoen. De volledige besparing van de Hervormingsagenda wordt in 2028 gerealiseerd. Het Rijk heeft gemeenten gekort in het gemeentefonds in de verwachting dat de hervorming van het jeugdstelstel leidt tot lagere kosten bij gemeenten. Gemeenten krijgen nu meer tijd om die hervorming uit te werken. De vraag daarbij is of de hervorming het financiële effect sorteert waarmee we in de algemene uitkering worden gekort. Indexeren opbrengst hervormingsagenda De besparingsopgave van de Hervormingsagenda is door het Rijk in prijs- en volumepeil 2019 ingeboekt. Het Rijk stelt dat er vanaf 2028 een hogere besparing miljoen te veronderstellen, aangezien de prijs en het volume sinds 2019 zijn gestegen.

Door indexatie stijgt de besparingsopgaven van € 1,0 miljard naar € 1,5 miljard, een stijging van € 507 miljoen vanaf 2028. Gemeenten moeten hiervoor zelf maatregelen nemen. Omdat we in Wijchen nog geen concrete invulling vanuit de hervormingsagenda hebben uitgewerkt, zetten we hier vooralsnog geen (stelpost voor) lagere kosten tegenover. Taakmutaties In de circulaire zijn diverse taakmutaties opgenomen. Dit houdt in dat het Rijk voor specifieke taken meer, of minder geld beschikbaar stelt. In onderstaande tabel laten we zien welke onderwerpen dit betreft. De bedragen voegen we toe aan de budgetten.

Pagina | 9| Perspectiefnota 2025

3)

Verloop Algemene Uitkering (x € 1.000)

Stand septembercirculaire 2024 Stand meicirculaire 2025 Saldo Taakmutaties Eigen bijdrage Jeugdzorg (75%) Sturen op trajectduur jeugdzorg Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo Wmo hulpmiddelen Kinderopvang pleegouders IBO Problematische schulden Invoerings/uitvoeringskosten Omgevingswet Landelijke beëindigingsregeling veehouderijbedrijven Antidiscriminatie voorzieningen Alleenverdienersproblematiek Armoedebestrijding kinderen Participatie (MGR) Totaal taakmutaties Mutatie gemeentefonds vrij besteedbaar Indexatie budgetten conform meicirculaire 2025*

2025 87.980 89.646 1.666

2026 86.628 91.548 4.920

2027 89.448 94.451 5.003

2028 92.614 94.705 2.091

2029 95.731 98.303 2.572

0 0

0 0

0 0

-416 -145

-426 -148

0 0 6 35

493 22 6 0

0 0 6 0

0 0 6 0

0 0 6 0

187

0

0

0

0

62 6 47 0 287 -630

0 6 0 5 279 -811

0 0 0 5 271 -282

0 0 0 5 258 292

0 0 0 5 246 317

1.036

4.109

4.721

2.383

2.889

0

15

-287

-547

-649

Mutatie vrij besteedbaar na 1.036 4.124 4.434 1.836 2.176 indexering kostenkant * We indexeren de kostenkant met dezelfde indexatie, als de inkomstenkant van de algemene uitkering. Voor Jeugdzorg en WMO hebben we de indexatie op de betreffende thema’s (hfst 4.03 en 4.04) in beeld gebracht.

Toelichting op de taakmutaties Eigen bijdrage jeugdzorg Er wordt een eigen bijdrage ingevoerd voor jeugdzorg per 1 januari 2028. De maatregel moet jaarlijks € 260 miljoen opleveren. We nemen vanuit het voorzichtigheidsprincipe aan de inkomstenkant een stelpost op voor 75% van dit bedrag. Besluitvorming moet nog volgen over de wijze van invoering van de eigen bijdrage binnen de gemeenten Wijchen. Sturen op trajectduur jeugdzorg Rijk en gemeenten gaan met de sector afspraken maken over hoe we beter kunnen sturen op trajectduur. Deze maatregel moet jaarlijks € 68 miljoen opleveren vanaf 2028. We gaan er aan de kostenkant vanuit dat we hier structureel lagere kosten door krijgen in dezelfde mate dat we gekort worden in het gemeentefonds. Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo In de Voorjaarsnota 2023 is besloten dat het abonnementstarief in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 wordt afgeschaft en dat in de plaats daarvan vanaf 2026 de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo opnieuw wordt ingevoerd. Hiervoor wordt het wetsvoorstel Vervanging abonnementstarief Wmo 2015 voorbereid. De inwerkingtreding van deze wet is nu voorzien per 1 januari 2027 in plaats van per 1 januari 2026. Dat betekent dat de besparing van € 225 miljoen voor het jaar 2026, die in de Voorjaarsnota 2023 in het gemeentefonds is verwerkt vervalt. Pagina | 10| Perspectiefnota 2025

Wmo hulpmiddelen Het scheiden van wonen en zorg in de Wet langdurige zorg (Wlz) leidt bij gemeenten tot meerkosten. Bepaalde hulpmiddelen die bij zorg met verblijf vanuit de Wlz worden gefinancierd, worden bij andere leveringsvormen vanuit de Wmo gefinancierd. De meerkosten van gemeenten worden gedekt vanuit de Wlz. Voor 2025 zijn er in de Voorjaarsnota 2024 reeds middelen overgeboekt naar het gemeentefonds. Kinderopvang pleegouders Bijdrage voor de kosten die pleegouders maken voor kinderenopvang en buitenschoolse opvang van hun pleegkinderen. IBO problematische schulden Het kabinet voert een pakket aan maatregelen in om problematische schulden fundamenteel aan te pakken. Dit pakket is gebaseerd op het basispakket uit het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Problematische schulden3. Voor 2025 worden voor het onderdeel: ‘vroegsignalering’ middelen overgemaakt naar het gemeentefonds. Invoerings- uitvoeringskosten Omgevingswet Met deze implementatiekosten kunnen we in onze transitie ervoor zorgdragen dat we aangesloten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen. Er volgt landelijk nog een stelselevaluatie, waarbij de daadwerkelijk gemaakte kosten in kaart worden gebracht.

Landelijke beëindigingsregeling veehouderijbedrijven Sinds 3 juli 2023 zijn de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) en de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus) opengesteld, waarmee veehouders hun bedrijfslocaties tegen subsidie kunnen beëindigen. Antidiscriminatie voorzieningen Gemeenten en hun antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s) werken samen als het gaat om de preventie van discriminatie op lokaal niveau. Voor de kerntaken van de ADV’s krijgen gemeenten sinds 2009 structureel geld via de algemene uitkering van het gemeentefonds. Dat wordt hiermee aangevuld. Armoede bestrijding kinderen Er is structureel beschikbaar gesteld voor de bestrijding van de gevolgen van armoede onder kinderen. Jaarlijks vindt in de meicirculaire actualisatie plaats van de verdeling voor het jaar t+1 en verder. Participatie (MGR) Vanaf 2025 compenseert het Rijk gemeenten via de integratie-uitkering Participatie (IU Participatie) voor de afschaffing van het lage-inkomensvoordeel (LIV) in de sociale werkvoorziening. Verder is loon- en prijsbijstelling meerjarig verwerkt. We reserveren deze middelen voor onze bijdrage aan de MGR, die hier uitvoering aan geeft.

Pagina | 11| Perspectiefnota 2025

4.02 BUIG De wet BUIG bestaat uit een aantal regelingen, waarvan de bijstand (uitkeringen participatiewet) het grootste deel beslaat. Hiervoor ontvangen we van het rijk het budget BUIG. Dit budget wordt berekend via een objectief verdeelmodel. Het rijk hanteert het uitgangspunt dat voor alle gemeenten samen een toereikend macrobudget wordt vastgesteld. Voor deze begroting gaan we uit van het laatst bekende macrobudget en verhogen dat meerjarig met dezelfde groei die we inschatten voor de aantallen cliënten aan de kostenkant. We gaan er ook vanuit dat de 2,5% indexering van de uitkeringen vertaald worden in een evenredige stijging van de Rijksuitkering. 4)

Aantallen bijstandsontvangers

Stand 1 januari Reguliere in/uitstroom Stand 31 december Procentuele groei

2025 725 0 725

2026 725 0 725

2027 725 0 725

2028 725 0 725

2029 725 0 725

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

We zijn gestart in 2025 met 732 bijstandsgerechtigden. In het eerste kwartaal is er een daling in het bestand opgetreden. De middellange termijn prognose kent veel onzekerheden door nationale en internationale onzekerheden. Hierdoor houden we vooralsnog vast aan de verwachting van geen groei van het bijstandsvolume. In de begroting 2025 is uitgegaan van gemiddeld 697 bijstandsgerechtigden. Vooralsnog wordt uitgegaan van gemiddeld van 725 uitkeringsgerechtigden. Daarnaast stijgen de gemiddelde kosten per bijstandsgerechtigde door indexering. Daarmee wordt het resultaat op de begroting BUIG ook naar beneden bijgesteld. 5)

Resultaat BUIG, exclusief effect gemeentefonds.

x € 1.000

2025

2026

2027

2028

2029

Begrotingssaldo BUIG actueel

-776

-757

-766

-771

-779

Opbrengsten BUIG Perspectiefnota

11.523

11.808

12.100

12.399

12.706

Kosten BUIG Perspectiefnota

13.829

14.146

14.471

14.803

15.144

Saldo BUIG Perspectiefnota

-2.307

-2.338

-2.371

-2.404

-2.438

0

1.000

1.000

1.000

1.000

-1.530

-581

-605

-633

-660

Vangnetuitkering (verantwoording T+1) Mutatie Structureel t.o.v. Begroting

In het begin van oktober maakt het ministerie de definitieve hoogte van de BUIG uitkering 2025 en het voorlopige budget 2026 aan gemeenten bekend. Met de voorliggende tekorten op de regeling komen we in aanmerking voor de Vangnetuitkering. Met de Vangnetuitkering worden gemeenten gecompenseerd, wanneer zij niet uitkomen met het Rijksbudget. De eerste 7,5% ten opzichte van het rijksbudget is voor rekening van de gemeente. Het tekort tussen de 7,5% en 12,5% wordt voor 50% gecompenseerd en het tekort boven de 12,5% wordt volledig gecompenseerd. We hebben in bovenstaande tabel een berekening gemaakt van de verwachte hoogte van de Vangnetuitkering. De uitkering ontvangen we een jaar nadat het tekort optreedt. Hierdoor is mutatie in 2025 hoger dan in de jaren vanaf 2026. Over 2024 was de Vangnetuitkering nog niet van toepassing voor de gemeente Wijchen.

Pagina | 12| Perspectiefnota 2025

4.03 Jeugd Dit thema behandelt het geactualiseerd meerjarenperspectief van het onderdeel Jeugd in de begroting 2025 van de gemeente Wijchen. Dit geactualiseerde meerjarenperspectief vloeit voort uit de Nulmeting 2025. Grip en sturing Met de jaarlijkse Nulmeting verkrijgen we vroegtijdig integraal inzicht in de actuele zorgpopulatie, te verwachten trends in zorggebruik en de daaraan gerelateerde kosten. Naast de duiding van het jaarbeeld 2024, nemen we hier ook de definitieve tarieven 2025 in mee, maken we cliënt- specifieke prognoses en verdiepende analyses. Middels de Programmarapportage mei 2025, het monitorverslag en de informatieavond Jeugd en WMO in juni nemen wij u mee in de resultaten van de Nulmeting 2025 en het effect hiervan op de budgetten. Door het periodiek monitoren en analyseren van het zorggebruik hebben we grip. Doordat we de gebruikersvragen kennen, kunnen we een passend vrij toegankelijk aanbod beschikbaar hebben of ontwikkelen. Waar mogelijk verminderen of voorkomen we de vraag naar individueel maatwerk. Op deze wijze beïnvloeden we het zorggebruik. Beinvloedbaarheid zorggebruik Er is een onderscheid tussen te beïnvloeden zorggebruik en zorggebruik waar we als gemeente nauwelijks tot geen invloed op hebben.

De categorieën zorg waar de beïnvloedingsmogelijkheden van de gemeente minimaal zijn, betreft met name jeugdhulp met verblijf, landelijke transitie arrangementen en opgelegde zorg. In deze categorieën zorgt een kleine groep jeugdigen met zware zorg voor een relatief groot deel van de totale kosten van Jeugd. Geactualiseerd meerjarenperspectief In onderstaande tabel ziet u de totaalbudgetten 2025 en de meerjarige bijstelling van de Jeugd- budgetten (bedragen x € 1.000): 6)

Begroting jeugd, mutaties ten opzichte de begroting (min is nadeel) 2025 primitief 2025 Jeugd x € 1.000 begroot Actualisatie Mutatie 2025 Mutatie 2026 Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 Dagbehandeling 1.129 1.095 34 8 10 11 11 Verblijf 4.593 4.930 -337 -360 -369 -378 -389 Ambulant 6.411 6.603 -192 -420 -395 -371 -381 GGZ zorg 4.034 3.960 75 -9 -9 -9 -10 Bescherming/reclassering 1.161 1.201 -40 -71 -73 -75 -77 PGB 154 154 0 -4 -4 -4 -4 Overig 1.876 1.880 -4 -17 -17 -18 -18 Totaal 19.359 19.823 -464 -872 -858 -845 -867

Waarvan hoeveelheidseffect Waarvan prijseffect Totaal

-230 -234 -464

-230 -643 -872

-235 -622 -858

-241 -604 -845

Op totaalniveau betreft dit een structurele negatieve bijstelling. Het prijseffect speelt hierin een belangrijke rol. Dit prijseffect treedt hoofdzakelijk op bij de ambulante producten, waar de definitieve tarieven 2025 hoger uitvallen dan in de primitieve begroting 2025 rekening mee gehouden. Dit als resultaat van de aanbestedingen Jeugd 2025. Daarnaast is vanaf 2026 het verwachte regionale indexpercentage ad +5,13% meegenomen en hebben we in de categorie verblijf een aantal zeer complexe maatwerkcasussen met hoge tarieven. In de meicirculaire 2025 wordt de gemeente (voor de helft) gecompenseerd voor het structurele macro- tekort in de jeugdzorg. Zie paragraaf 4.01 Algemene uitkering. De bijstelling van de eenheden zorggebruik (hoeveelheidseffect) zorgt ook voor een structurele negatieve bijstelling. Pagina | 13| Perspectiefnota 2025

-247 -620 -867

Het verwachte negatieve resultaat 2025 egaliseren we via de programmarapportage mei 2025 met de reserve Jeugd. Deze reserve is bedoeld voor het egaliseren van (verwachte) jaarresultaten Jeugd. Meerjarenperspectief per categorie In het thema Jeugd van de Programmarapportage mei 2025 en het eerste monitorverslag van 2025 is per onderdeel uitvoerig toegelicht hoe het zorggebruik zich in 2025 ontwikkelt en wat het effect daarvan is op de kosten. In deze paragraaf zoomen we nog even extra in op het meerjarig beeld. Bij de categorie dagbehandeling leidt de bijstelling op eenheden tot een voordeel in het meerjarenperspectief. Vanaf 2025 geldt een gehele set aan nieuwe producten die de eenheid uren hebben i.p.v. dagdelen. Dit levert een voordeel op omdat we nu gerichter de benodigde uren in kunnen zetten. Meerjarig zullen we in gaan zetten op het voorkomen van thuiszitters, omdat dit opvallende gebruikers zijn van deze categorie en kinderen ontwikkelkansen missen omdat ze geen onderwijs volgen. Een positieve ontwikkeling is de inzet van Archimedes waardoor we kinderen snel weer volledig teruggaan naar regulier onderwijs. Bij de categorie verblijf hebben we al in de programmarapportage mei 2025 toegelicht dat we het aantal jeugdigen in verblijf zien afnemen. Echter, zien we dat de jeugdigen in verblijf intensievere zorg nodig hebben. Deze lijn zet zich meerjarig voort.

De (landelijke) beweging naar kleinschaligheid heeft een opdrijvend prijseffect. Hierbij constateren we wel dat de beweging naar kleinschaligheid de kwaliteit van zorg verbetert. Wanneer jeugdigen eenmaal in verblijf zitten is het lastig deze zorg af te bouwen. Het nadeel bij de categorie ambulant wordt puur veroorzaakt door het prijseffect. De definitieve tarieven vallen hoger uit dan in de primitieve begroting 2025 rekening mee gehouden. Het verwachte effect van de invoering van de Essentiele functies (minder stapeling) zien we nog niet terug in de cijfers. Bij een aantal producten mag vanaf 2025 indirecte tijd gedeclareerd worden. Het effect hiervan zien we nog niet terug in de cijfers. Bij deze producten, zoals orthopedagogische behandeling (voorheen ambulante behandeling) hebben we aannames gedaan om rekening te houden met de verwachte stijging door de inzet van indirecte tijd. Door de indexering en het mogen schrijven van indirecte tijd is het voor aanbieders mogelijk te blijven garanderen te kunnen voorzien van de juiste kwaliteit. Bij de categorie GGZ zitten we, na de stijging van afgelopen jaren, nu op beheersing. We gaan ervan uit dat we voldoende acties ondernemen zodat de zorg niet toeneemt, denk aan GEM (Ecosysteem mentale gezondheid). Daarnaast lijken we een positief effect te hebben doordat er bij de aanbesteding andere financiële afspraken zijn gemaakt.

Hiermee bedoelen we dat de financiering nu gebaseerd is op werkelijk gemaakte kosten, waarbij voorheen dit via voorfinanciering plaatsvond. De categorie laat in 2025 als geheel een voordeel zien. Vanaf 2026 slaat dit beeld om door (aanvullend) prijseffect. Bij Jeugdbescherming/ reclassering melden we een structureel nadeel. De oorzaak is tweeledig: stijging van aantal eenheden jeugdreclassering en het prijseffect. De stijging van het aantal eenheden komt door een toename van het aantal jeugdigen met schoolverzuim. Bij PGB zien we een minimaal prijseffect. Verder geen bijzonderheden. Genoemd nadeel bij de categorie overig wordt veroorzaakt door prijseffect bij de onderdelen persoonlijke verzorging, vervoer en crisis jeugdhulp. Vanaf 2025 is het onderdeel LTA (landelijk transitie arrangement) door verplichte taakveld- indeling vanuit Pagina | 14| Perspectiefnota 2025

het Rijk gesplitst in LTA ambulant en LTA verblijf. We hebben nog onvoldoende monitoringsinformatie om deze categorie bij te stellen en komen hier bij de volgende begroting op terug. Winstwaarschuwing kostenstijging Jeugd vanaf 2025 In de begroting 2025 kondigden we in de vorm van een winstwaarschuwing aan dat de kosten van de jeugdzorg zouden blijven stijgen. Door diverse ontwikkelingen verwachtten we voor 2025 en verder, bovenop de reguliere jaarlijkse indexatie, een kostenstijging voor de regionaal ingekochte jeugdzorg. Een schatting vanuit de regio was toen een verwachte extra stijging van 10%. We zien nu een deel van deze winstwaarschuwing concreet worden in de vorm van bovengemiddelde tariefstijgingen als onderdeel van de aanbestedingen 2025 en dure maatwerkcasussen als gevolg van verdere ombouw naar kleinschaligheid. Compensatie vanuit het Rijk Extra middelen voor jeugdzorg Het Rijk heeft in de Voorjaarsnota 2025 miljarden extra voor de jeugdzorg aangekondigd. “Te veel kinderen en gezinnen in kwetsbare situaties wachten nu te lang op passende jeugdzorg. Tegelijkertijd neemt de vraag naar en de uitgaven aan jeugdzorg het afgelopen decennia alleen maar fors toe. Dat is niet houdbaar voor de lange termijn. Als kinderen in kwetsbare situaties hulp nodig hebben, dan moet die er zijn.

Daarom maakt het kabinet tussen 2025 en 2027 in totaal bijna € 3 miljard extra vrij voor jeugdzorg.’’ We hebben deze middelen nodig. Dit zal leiden tot het realiseren van het robuust sociaal team en stevige sociale basis. Dit betekent meer vrij toegankelijke zorg passend bij de vragen van bewoners ontwikkelen en het investeren in capaciteit en kennis van het sociaal team om zelf zorg te gaan bieden. We hebben een hogere inzet van Welzijn nodig om de ontwikkeling van stevige sociale basis te kunnen realiseren. Deze inzet zal zich terugverdienen door minder inzet van zorgproducten. Structureel zal dit leiden voor een verschuiving van middelen van de achterkant (geïndiceerde zorg) naar de voorkant (vrij toegankelijk aanbod). Ook zullen we deze middelen aanwenden om voldoende beleidscapaciteit te hebben om deze verandering te kunnen vormgeven. Met al deze ontwikkelingen sluiten we volledige aan bij de hervormingsagenda jeugd. We ramen hier een PM- post voor in 2026 en 2027. Bij de begroting 2026 komen we hier met een concreet bestedingsplan op terug. Bezuinigingen uitgesteld Door de verzachting van het ingroeipad van de Hervormingsagenda, krijgen de gemeenten de komende jaren dus meer budget voor de jeugdzorg. Maar vanaf 2028 krijgen de gemeenten minder budget.

De hervormingsagenda Jeugd, aanvullende afspraken voor een sterkere en toekomstbestendige jeugdhulp en de invoering van een eigen bijdrage in de jeugdzorg, moeten ervoor zorgen dat er grote besparingen gerealiseerd gaan worden. De VNG vindt de plannen van het kabinet vanaf 2028 te ambitieus. Het is volgens de gemeentekoepel maar de vraag of de aanstaande wetswijzigingen binnen de jeugdzorg gaan zorgen voor een significante afname van de kosten, zeker op de redelijk korte termijn van enkele jaren. In 2028 komt ook het volgende advies van de deskundigencommissie. Om hier niet op vooruit te lopen, heeft het Kabinet geen extra middelen toegevoegd vanaf 2028 en is er dus nog geen structurele oplossing. Beheers en verbetermaatregelen We zijn bezig met de ontwikkeling robuust sociale team en stevige sociale basis. Hier zien we mogelijkheden in de toekomst om nog beter te kunnen voorzien in de behoeftes Pagina | 15| Perspectiefnota 2025

van onze inwoners. Waarbij de nadruk ligt op normalisatie en zo zelfstandig voortgang te kunnen geven aan hun leven. We verwachten dat dit een reductie geeft in de kosten van geïndiceerde zorg en vermindering van wachttijden omdat de zorg binnen de stevige sociale basis en robuust sociaal team direct en naar behoefte beschikbaar moet zijn. Op een aantal onderdelen is in de begroting 2025 (of eerder) al beheersmaatregelen en/of gerichte acties opgenomen om te komen tot kostenreductie/ -beheersing: - Lokale producten eerste stap: afname met 30% per jaar vanaf 2025. Afname is enkel mogelijk bij nieuwe instroom. Afbouw van lopende casussen is enkel mogelijk als er iets in de situatie van de jeugdige of het gezin is veranderd. - Reguliere begeleiding: afnamen met 10% per jaar vanaf 2026 als gevolg van meer begeleiding bieden door het Robuust team. Verwachting is dat de reductie mogelijk nog groter zal zijn. - Specialistische begeleiding: afname met 10% per jaar vanaf 2026 als gevolg van meer begeleiding bieden door Robuust team. Verwachting is dat de reductie mogelijk nog groter zal zijn. Dit vergt nog wel de nodige aandacht. 4.04 WMO Dit thema behandelt het geactualiseerd meerjarenperspectief van het onderdeel WMO in de begroting 2025 van de gemeente Wijchen. Dit geactualiseerde meerjarenperspectief vloeit voort uit de Nulmeting 2025.

Grip en sturing Met de jaarlijkse Nulmeting verkrijgen we vroegtijdig integraal inzicht in de actuele zorgpopulatie, te verwachten trends in zorggebruik en de daaraan gerelateerde kosten. Naast de duiding van het jaarbeeld 2024, nemen we hier ook de definitieve tarieven 2025 in mee en maken we verdiepende analyses. Middels de Programmarapportage mei 2025, het monitorverslag en de informatieavond Jeugd en WMO in juni nemen wij u mee in de resultaten van de Nulmeting 2025 en het effect hiervan op de budgetten. Door het periodiek monitoren en analyseren van het zorggebruik hebben we grip. Doordat we de gebruikersvragen kennen, kunnen we een passend vrij toegankelijk aanbod beschikbaar hebben of ontwikkelen. Waar mogelijk verminderen of voorkomen we de vraag naar individueel maatwerk. Op deze wijze beïnvloeden we het zorggebruik. Zorggebruik Er is een onderscheid tussen te beïnvloeden zorggebruik en zorggebruik waar we als gemeente nauwelijks tot geen invloed op hebben. Bij Wmo zien we dat er sprake is van vergrijzing, langer thuis blijven wonen en de aanzuigende werking van het abonnementstarief. Op deze onderdelen hebben we geen invloed op het aantal zorggebruikers, maar kunnen we wel sturen op de juiste grondslag en doorverwijzen naar de Wet langdurige zorg als dit passend is.

Geactualiseerd meerjarenperspectief In onderstaande tabel ziet u de totaalbudgetten 2025 en de meerjarige bijstelling van de WMO- budgetten (bedragen x € 1.000):

Pagina | 16| Perspectiefnota 2025

7)

Begroting WMO, mutaties ten opzichte van de begroting (min is nadeel)

WMO x € 1.000 Huishoudelijke hulp Begeleiding Hulpmiddelen Dagbesteding Woonvoorzieningen PGB Overig Stelpost Eigen bijdragen Totaal

2025 primitief 2025 begroot Actualisatie Mutatie 2025 Mutatie 2026 Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 4.699 4.639 60 89 -81 -86 -88 3.093 3.228 -135 -223 -231 -240 -248 1.093 1.093 0 -27 -28 -28 -29 922 937 -15 -32 -33 -33 -34 411 411 0 -10 -11 -11 -11 420 394 26 17 17 18 18 255 165 90 87 87 87 87 210 210 0 0 0 0 0 11.103 11.077 26 -99 -279 -294 -306 Waarvan hoeveelheidseffect Waarvan prijseffect Totaal

91 -65 26

98 -197 -99

103 -382 -279

108 -402 -294

Op totaalniveau betreft dit een negatieve bijstelling vanaf 2026. Het prijseffect speelt hier een belangrijke rol. In de programmarapportage mei 2025 zagen we nog een positief beeld van dit thema. Vanaf 2026 is het verwachte regionale indexpercentage ad +5,13% meegenomen, wat tot een structureel nadeel leidt. De bijstelling van de eenheden zorggebruik (het hoeveelheidseffect) heeft een positief meerjarig effect. Het verwachte positieve resultaat 2025 egaliseren we via de programmarapportage mei 2025 met de reserve WMO. Deze reserve is bedoeld voor het egaliseren van (verwachte) jaarresultaten WMO. Meerjarenperspectief per categorie In het thema WMO van de Programmarapportage mei 2025 en het eerste monitorverslag van 2025 is per onderdeel uitvoerig toegelicht hoe het zorggebruik zich in 2025 ontwikkelt en wat het effect daarvan is op de kosten. In deze paragraaf zoomen we nog even extra in op het meerjarig beeld. Bij huishoudelijke hulp stellen we het aantal eenheden structureel naar beneden bij. De verwachte groei in uren blijft ondanks de toename van het aantal klanten, deels uit. Dit komt mede door arbeidskrapte. Vanaf 2027 slaat dit voordeel om in een nadeel als gevolg van een prijseffect. De verwachte loonstijgingen in 2025 en 2026 als gevolg van cao-onderhandelingen zijn verwerkt.

Vanaf juni 2025 hebben we nieuwe contracten met acht organisaties voor het leveren van hulp bij het huishouden. Met deze organisaties gaan we afspraken maken over de wijze waarop de beschikbare hulpen zo efficiënt mogelijk ingezet kunnen worden. Ook gaan we het instellen van een centrale wachtlijst onderzoeken. Bij begeleiding zien we de inzet van het product specialistische begeleiding stijgen. Dit leidt meerjarig tot extra kosten. Aanvullend hierop komt het genoemde prijseffect vanaf 2026 als gevolg van de verwachte regionale indexering van het tarief 2026. Bij de hulpmiddelen is de bijstelling minimaal. Dit is puur het verwachte prijseffect. Op eenheden stellen we deze categorie meerjarig niet bij. Regionaal bereiden wij een aanbesteding voor om te komen tot nieuwe raamovereenkomsten per juni 2026. Vergrijzing, het beleid langer thuis wonen en meer inwoners met meer dan 1 chronische aandoening zullen de vraag naar hulpmiddelen doen toenemen. We weten ook dat de krapte op de arbeidsmarkt de uitvoering niet zal vereenvoudigen. We gaan daarom voor langere contracten om partnerschap en samenwerking met leveranciers beter te kunnen borgen. Ook willen we graag twee leveranciers contracteren (in plaats van één zoals nu) die beide de gehele regio bedienen.

Pagina | 17| Perspectiefnota 2025

109 -415 -306

Per saldo stellen we dagbesteding op verwacht zorggebruik minimaal bij. Bij de dagbesteding specialistisch ouderen zien we een verdubbeling van de inzet. Dit heeft te maken met het gegeven dat het steeds lastiger wordt om een Wlz-indicatie te krijgen terwijl de ondersteuningsvraag van thuiswonende ouderen wel toeneemt. Daarnaast treedt ook hier een verwacht prijseffect op vanaf 2026. Bij de woonvoorzieningen is de bijstelling minimaal. Dit is puur het verwachte prijseffect. Op eenheden stellen we deze categorie meerjarig niet bij. Op basis van recente informatie van de sociale verzekeringsbank hebben we de categorie PGB bijgesteld. Dit levert structureel een voordeel op. De ministerraad heeft onlangs ingestemd met een wetsvoorstel dat de rechtspositie van zorgverleners met een persoonsgebonden budget (pgb) versterkt. Hierdoor krijgen pgbzorgverleners met een arbeidsovereenkomst voor minder dan 4 dagen per week ook wettelijk recht op WW, Ziektewet en WIA. De wetswijziging kan leiden tot hogere kosten voor gemeenten. Dit kan weer leiden tot hogere pgb-tarieven. We onderzoeken momenteel wat de effecten zijn van het wetsvoorstel. Bij de categorie overig treedt structureel een voordeel op. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door het structureel vervallen van de regionale verrekening Tijdelijk verblijf LVB vanaf 2025.

Deze kosten worden vanaf 2025 betaald door de centrumgemeente Nijmegen uit de middelen Beschermd Wonen/ Maatschappelijke Opvang. Bij de categorie stelpost eigen bijdragen vindt (vooralsnog) geen bijstelling plaats. Er zijn wel ontwikkelingen rondom dit onderwerp. Dit leest u in het onderstaande kopje. Herinvoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage Wmo Een ontwikkeling die in het meerjarenperspectief een effect gaat hebben is de aangekondigde invoering van een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage WMO vanaf 2027. Het wetsvoorstel wordt op korte termijn naar de Tweede Kamer gestuurd. Zodra concreet wordt wat dit voor Wijchen betekent en hoe dit zich verhoudt tot de reeds opgenomen stelposten in dit kader, informeren we de raad en actualiseren we de cijfers. 4.05 Gemeenschappelijke regelingen In onderstaande tabel is de impact van de ingediende Begrotingen 2026 van de gemeenschappelijke regelingen in beeld gebracht. De impact is gebaseerd op de ontwerpbegroting en de zienswijze hierop, zoals het college die heeft vastgesteld. De beslisnota’s over de zienswijzen worden in juni 2025 in de raad behandeld. Voor de toelichting op onderstaande mutaties verwijzen we naar de betreffende stukken. Nadat de zienswijzen in het college zijn behandeld is de meicirculaire verschenen, waarmee de gemeentelijke financiën minder onder druk zijn komen te staan.

Regionaal is een brief verzonden aan de gemeenschappelijke regelingen waaraan we met de regio Nijmegen deelnemen. Daarin hebben we opgeroepen om scenario’s uit te werken die tegemoet komen aan de kortingen in het gemeentefonds waar gemeenten mee te maken hebben. Nu de noodzaak tot het nemen van maatregelen op korte termijn weg is, willen we gemeenschappelijke regelingen ook vragen om alleen mogelijke efficiencyvoordelen te benutten, maar geen pijnlijke maatregelen te nemen op de uitvoering van hun takenpakket. 8)

Tabel: Totaalbeeld gemeenschappelijke regelingen conform gemeentelijke zienswijze.

x € 1.000 Mutatie MGR Werkbedrijf Mutatie IRvN Mutatie ODRN

Pagina | 18| Perspectiefnota 2025

2025 586 0 160

2026 37 0 9

2027 -124 0 9

2028 -164 0 9

2029 152 0 9

x € 1.000 Mutatie GGD indexering GGD bezuinigingen GGD financiële meevallers Mutatie VRGZ Mutatie MARN Mutatie BVO DRAN Mutatie Groene Metropoolregio Mutatie WDW zienswijze Mutatie WDW inschatting cao voordeel Mutatie GR Munitax Mutatie IBO Totaal mutatie GR’en structureel

2025 0 0 0 19 204 21 6 0 876 -24 0

2026 -79 90 52 -33 0 -8 48 -112 680 0 9

2027 -79 90 52 -33 0 -8 48 -112 680 0 13

2028 -79 90 52 -33 0 -8 48 -112 680 0 17

2029 -79 90 52 -33 0 -89 48 -112 680 0 21

1.848

693

536

500

739

4.06a Werkorganisatie Druten Wijchen De ontwerpbegroting 2026 van de WDW is beleidsarm, wat resulteert in een financieel technisch document op basis van bestaand beleid. Nieuw beleid dat door de gemeenten wordt vastgesteld, kan leiden tot meerkosten bij de WDW. Het initiatief daarvoor ligt bij de gemeenten en wordt daarmee afgewogen bij de Perspectiefnota of Begroting van de gemeenten. In de begroting van de WDW zien we dat de kostenstijging op het gebied van arbo wordt gecompenseerd door hogere rentebaten en een voordeel op de indexatie van lonen ten opzichte van de meerjarenbegroting 2025. Ten opzichte van wat we in de meerjarenbegroting van Wijchen hadden opgenomen zien we vanwege indexatie een kostenuitzetting van € 112k op de bijdrage aan de WDW. Inmiddels is duidelijk dat er een voorlopig onderhandelingsresultaat is bereikt over de cao gemeenten, welke in juni voorligt ter besluitvorming. Omdat de WDW met een hogere indexatie heeft gerekend in de meerjarenbegroting, in vergelijking met het cao voorstel dat nu voorligt, verwachten we dat de bijdrage aan de WDW kan worden verlaagd. In de begroting van de WDW is rekening gehouden met een indexering van 5,3% voor 2025 en 3,8% in 2026. Volgens de gemaakte afspraken worden de reguliere salarisschalen verhoogd met gemiddeld 7,64% in de komende twee jaar.

Dit is als volgt verdeeld over meerdere jaren: • 1 april 2025 een loonstijging van 2%; • 1 oktober 2025 een loonstijging van 1,85%; • 1 januari 2026 het bodem uur salaris 16 euro exclusief schaal A; • 1 januari 2026 35 euro nominaal in de salarisschalen; • 1 juli 2026 een loonstijging van 1,25%; • 1 januari 2027 een loonstijging van 1,6%. Een globale berekening laat zien dat we ongeveer € 1 miljoen voordeel realiseren t.o.v. de begroting 2026 van de WDW. Conform verdeelsleutel gaat Wijchen dan ook minder bijdragen aan de WDW. 4.06b Munitax In 2023 heeft Munitax een begrotingswijziging doorgevoerd vanwege de explosieve stijging van het aantal bezwaarschriften. Ook voor 2024 waren deze extra kosten opgenomen. Hoewel het aantal bezwaarschriften in 2024 en 2025 beduidend lager is dan in 2023, heeft Munitax ook in 2025 en naar verwachting ook in 2026 meerwerk aan de afhandeling van beroepsschriften, volgend op de bezwaarschriften. Momenteel is de tweede fase gestart van het onderzoek naar een mogelijke toetreding tot de BSR en beëindiging van de belastingsamenwerking Munitax. Dit onderzoek loopt

Pagina | 19| Perspectiefnota 2025

door tot het zomerreces. Vanuit deze tweede fase zal een principebesluit aan de colleges voorgelegd worden, waarna het zienswijzetraject met de raden gaat lopen. We nemen voor 2026 conform de begroting van Munitax incidenteel € 378k extra op, vanwege de hogere personeelskosten voor de afwikkeling van doorlopende beroepsschriften. Meerjarig passen we de begroting niet aan, totdat er een besluit wordt genomen over de toetreding tot de BSR. 4.06 OZB-inkomsten In deze nota gaan we uit van de opgelegde belastingaanslag in 2025. De opbrengsten OZB worden jaarlijks gecorrigeerd met de bijgestelde prijscompensatie en we nemen een toename van jaarlijks 260 woningen mee, wat per jaar zo’n € 95k extra oplevert. We gaan verder uit van de index percentages uit de meicirculaire. Voor woningen en niet woningen (gebruikers en eigenaren) gelden gedifferentieerde tarieven. De verhouding tussen de tarieven woningen en niet-woningen is ongewijzigd. Richting de Begroting 2026 maken we een afweging of en op welke wijze we de huidige verhouding in de gewenste opbrengsten OZB woningen / niet woningen willen voorstellen aan te passen. 9)

Meerjarenperspectief inkomsten OZB.

x € 1.000

index %

Totaal Begroting 2025 Basis 2025 (opgaaf Munitax) Opbrengst OZB door Toename woningen Index 2026 Extra verhoging 2026 Index 2027 Index 2028 Index 2029 Perspectiefnota

2025

2026

2027

2028

2029

12.322

13.661

14.114

14.567

15.033

12.777

12.777

12.777

12.777

12.777

95

193

294

396

350 958

350 958 358

350 958 358 381

12.777

14.180

14.636

15.118

350 958 358 381 378 15.598

455

519

522

551

565

2,70% 7,50% 2,50% 2,60% 2,50%

Mutatie

De mutatie leidt vanaf 2025 tot een voordeel voor het meerjarenperspectief. In bovenstaande cijfers hebben we, conform hetgeen door de gemeenteraad bij de vaststelling van de begroting 2025 is besloten, rekening gehouden met de beoogde extra OZB verhoging in 2026 van 7,5%. 4.07 Klimaatmiddelen De regeling voor capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE) kende tot en met 2025 een tijdelijk karakter. Inmiddels is in overleg met het rijk en provincies bepaald dat gemeenten deze middelen structureel mogen inzetten, dit was nog niet vertaald in onze begroting. Op basis van deze toezegging willen we de structurele personele lasten van de organisatie en de structurele baten opnemen in de meerjarenbegroting. Hierbij worden de kosten over de periode 2026 tot en met 2029 gedekt uit de verstrekte CDOKE-gelden en de gereserveerde middelen over 2023 en 2024. (Op 31-12-2024 staat er een bedrag van € 783.000 op de balans voor gereserveerde CDOKE-gelden) Omdat de bedragen nog niet bekend zijn gaan we vooralsnog uit van een inschatting. Bij wijziging van onderstaande CDOKE-gelden, deze ontvangen we via beschikkingen van het Rijk, passen we de begroting aan.

Pagina | 20| Perspectiefnota 2025

10) Beschikbare middelen Klimaat

2026

2027

2028

2029

€ 129.944

€ 135.533

€ 141.046

€ 146.697

€ 900.000

€ 900.000

€ 950.000

€ 950.000

€ 1.029.944

€ 1.035.533

€ 1.091.046

€ 1.096.697

€ 400.000

€ 400.000

€ 350.000

€ 200.000

€1.429.944

€ 1.429.944

€ 1.385.533

€ 1.291.046

Energietransitie - overkoepelend

2026 € 802.944

2027 € 754.533

2028 € 660.046

2029 € 565.697

Duurzame elektriciteit

€ 115.000

€ 116.000

€ 116.000

€ 116.000

Duurzame warmte

€ 144.000

€ 145.000

€ 145.000

€ 145.000

Ontzorging totaal inclusief resultaat CDOKE t/m 2024

€ 368.000

€ 370.000

€ 370.000

€ 370.000

€1.429.944

€ 1.429.944

€ 1.385.533

€ 1.291.046

Programmagelden Klimaatakkoord gelden (CDOKE) inschatting subtotaal CDOKE gelden restant 2023, 2024, 2025/reserve totaal inclusief resultaat CDOKE t/m 2024

11) Begroting Klimaatmiddelen

Het betreft hier alleen de structurele klimaatmiddelen, de incidentele middelen vanuit het Rijk zoals de SPUK energiearmoede en de SPUK voor Lokale Aanpak Isolatie zijn hier niet in verwerkt. 4.08

Uitgangspunten tarieven en leges

Reinigingsheffing We verkennen de mogelijkheden om te komen tot de Vang-doelstellingen. Het taakveld afval is altijd een dynamisch dossier. Wij hebben nog steeds het motto “de vervuiler betaalt” hoog in het vaandel en willen dit verder verankeren in de toekomst. Het Diftar-systeem zetten we in 2025 voort, waarbij we de huidige grondslagen van de tarieven in stand houden. Dit betekent dat de systematiek van toerekenen van kosten naar vaste en variabele heffing gehandhaafd blijft, evenals het uitgangspunt van 100% kostendekkendheid. In 2024 hebben we € 90k vanuit het positieve saldo op het taakveld afval toegevoegd aan de voorziening tariefsegalisatie reinigingsheffing. Vanuit deze perspectiefnota wordt een bedrag van € 11k ingezet vanuit deze voorziening, er resteert nu nog een bedrag van € 474k. De komende tijd onderzoeken we of dit gebruikt kan worden voor een eenmalige teruggaaf, of dat we eventueel stijgende kosten hiermee moeten opvangen. Dit verwerken we in de Begroting 2026. Rioolheffing De rioolheffing wordt geheven ter dekking van de kosten voor water er riolering. De Raad heeft besloten om de rioolheffing 100% kostendekkend te maken, inclusief de btwcomponent. Voor de rioolheffing houden we de huidige heffingsgrondslag in stand (WOZwaarde van een perceel).

Het in 2022 vastgestelde Beleidsplan water en riolering 20232027 met bijbehorende Rioolbeheerplan 2023-2027 vormen de basis van de geraamde kosten en daarmee ook voor de hoogte van de rioolheffing. Hondenbelasting De hondenbelasting in Wijchen is kostendekkend, dit principe willen we handhaven. In 2016 is de beleidsnota hondenbeleid vastgesteld. Het saldo van de egalisatiereserve hondenbelasting is nihil. Dat betekent dat de tarieven voor 2026 bepaald zullen worden Pagina | 21| Perspectiefnota 2025

op basis van de geraamde kosten en het aantal honden, zonder egalisatie vanuit de reserve. Toeristenbelasting De toeristenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel. De heffing van de toeristenbelasting vindt plaats op basis van aangifte. Conform raadsbesluit zijn de tarieven voor 2025 evenals voor 2024 vastgesteld op € 2,00 per overnachting, € 1,00 per overnachting op camping/vaste standplaats en € 2,00 per overnachting op een festival. In deze Perspectiefnota is, conform raadsbesluit, ervan uitgegaan dat de tarieven eens in de vijf jaar worden geïndexeerd. Dit op basis van de prijsindex van het bruto binnenlands product over de alsdan verstreken jaren (2025-2029). Dit betekent dat de tarieven pas in 2029 weer worden verhoogd en dus niet de jaren daarvoor stapsgewijs elk jaar met een paar cent. Dit zorgt ervoor dat ondernemers minder ongemak ervaren van de indexering. Op basis van het bovenstaande is in deze Perspectiefnota gerekend met de navolgende tarieven. 12) Tabel: Tarieven toeristenbelasting.

Tarief per overnachting Tarief overnachting bij festival Tarief per overnachting op campings / vaste standplaats

2025 € 2,00 € 2,00

2026 € 2,00 € 2,00

2027 € 2,00 € 2,00

2028 € 2,00 € 2,00

2029* € 2,28 € 2,28

€ 1,00

€ 1,00

€ 1,00

€ 1,00

€ 1,14

* Zijn voorlopige tarieven inclusief (verwachte) prijsindex bruto binnenlands product 2025 t/m 2029

Marktgelden In december 2025 stelt de raad de verordening Marktgelden vast. Als leidraad voor de calculaties gaan we uit van een prijsindex conform meicirculaire, tenzij dit percentage bij de septembercirculaire significant wordt bijgesteld. Daarnaast houden we rekening met de mate waarin de marktgelden kostendekkendheid zijn. Reclamebelasting In Wijchen heffen we reclamebelasting voor het centrumgebied en de bedrijventerreinen Bijsterhuizen en Wijchen-Oost. De reclamebelasting dient ter dekking van specifieke activiteiten van de afgebakende gebieden, welke we via subsidie aan de stichtingen verstrekken. In december 2025 stelt de raad de betreffende verordening vast. Overige legestarieven In december 2025 stelt de raad de Legesverordening vast. Voor de berekeningen hanteren we een prijsindex die overeenkomt met de meicirculaire, tenzij de prijsindex in de septembercirculaire aanzienlijk wordt aangepast. 4.09 Kapitaallasten In onderstaande tabel is op te maken dat de kapitaallasten lager uitvallen dan voorzien in de Programmabegroting 2025. Reden hiervoor zijn het later afronden van een aantal geplande investeringen, zoals de vervangingsinvesteringen Openbare verlichting en wegen in 2024. Verder verwachten we zowel MFA Westwijzer (2026), MFA Hart van Zuid (2028) en MFA Hernen (2029) een jaar later op te leveren, dan cijfermatig in de begroting 2025 was opgenomen.

Dit leidt tot (eenmalige) vrijval van kapitaallasten.

Pagina | 22| Perspectiefnota 2025

13) Effect kapitaallasten inclusief rente.

x € 1.000

2025

Begroting 2025 Perspectiefnota Saldo Mutatie Riool- en afvalstoffenheffing Mutatie afschrijvingsreserves Mutatie omslagrente Mutatie structureel

2026

2027

2028

2029

5.234 4.881 353

6.082 5.341 741

6.541 6.503 38

9.546 9.017 529

9.719 9.727 -8

-3 -35 33 348

-4 3 -190 550

-4 3 116 153

-5 3 -28 499

-1 3 209 203

Bovenstaande mutatie betekent een verbetering voor het gehele meerjarenperspectief. 4.10 Overige mutaties bestaand beleid In hoofdstuk 9 zijn de structurele uitzettingen en inkrimpingen ten opzichte van de Begroting 2025 opgenomen op bestaand beleid. Dit betreffen uitzettingen die onontkoombaar zijn, of door areaaluitbreidingen worden veroorzaakt. Daarnaast nemen we een aantal extra opbrengsten op die we structureel verwachten binnen te halen en ramen we budgetruimte af. 14) Structurele mutaties.

Hfst. 9 9

x € 1.000 Budgetruimte Uitzettingen

2025 0 -70

2026 592 -337

2027 536 -344

2028 436 -347

2029 236 -348

Bovenstaande mutatie betekent een verslechtering in 2025 en 2029 en een verbetering in de overige jaren van het meerjarenperspectief. 4.11 Mutaties uit de Programmarapportage mei 2025 In de Programmarapportage van mei zijn alle budgetten 2025 beoordeeld en voorzien van een jaareindeverwachting. Waar de jaareindeverwachting afwijkt van de begroting, hebben we de verschillen benoemd in de programmarapportage. Deze verschillen hebben deels betrekking op de structurele begroting, en deels op incidentele posten uit de begroting. Hieronder nemen we de samenvatting op van de afwijkingen uit de Programmarapportage. Het grootste gedeelte van de afwijkingen maakt onderdeel uit van de thema’s die we in de verschillende paragrafen van dit hoofdstuk hebben uitgewerkt. In onderstaande tabel maken we inzichtelijk hoe en waar we de afwijkingen uit de Programmarapportage in deze Perspectiefnota een plek hebben gegeven. 15) Mutaties Programmarapportage mei 2025

Begroting 2025 Jaareindeverwachting Prorap mei Afwijkingen t.o.v. de begroting Waarvan op structureel perspectief Waarvan op incidenteel perspectief

197 1.339 1.142 1.445 -303

Afwijkingen op structureel Perspectief: 4.01 algemene uitkering 4.02 BUIG 4.03 Jeugd 4.04 WMO 4.05 gemeenschappelijke regelingen

381 -1.530 -464 24 1.847

Pagina | 23| Perspectiefnota 2025

4.06 OZB Rente* Overige afwijkingen* Totaal structurele afwijkingen

455 844 -114 1.445

* In tabel 2 van het totaalbeeld komen bovenstaande afwijkingen terug op de verschillende thema’s uit deze Perspectiefnota. De afwijkingen rente (€ 844k) en overige afwijkingen (€ -112k) hebben we in de tabel 2 gepresenteerd onder overige afwijkingen prorap mei. De afwijkingen op het incidentele perspectief vindt u verder terug in hoofdstuk 5. 4.12 Inzet surplus algemene reserve In de begroting 2025 is het inzetten van het surplus van de algemene reserve opgenomen voor € 1.000. Dit bedrag is met het huidige inzicht niet nodig. Daarom stellen we de begroting 2025 hierop bij. Voor 2026 en 2027 is de inzet van de algemene reserve op het structurele perspectief eveneens niet benodigd, op basis van voorliggende cijfers. Vanaf 2028 treedt het structurele tekort op. Zoals vastgesteld in de notitie “financieel evenwicht 2026-2029” is één van de maatregelen om dit structurele tekort op te lossen, het inzetten van het surplus van de algemene reserve. Gezien het feit dat de hoogte van het gemeentefonds, zeker op de lange termijn, zo onzeker is, nemen we de inzet van de algemene reserve vooralsnog niet op voor de jaren 2028 en verder. Daarmee maken we het tekort vanaf 2028 zichtbaar. 4.13 Nieuw beleid In hoofdstuk 10 geven we een overzicht van nieuw beleid. De raad neemt hierover een expliciet besluit bij deze Perspectiefnota. 16) Nieuw beleid

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=8adabee3-ef2f-41a1-b2f3-cb4f1f66a338