Perspectiefnota 2024 Wijchen
Tekst van het document
Perspectiefnota 2024
Pagina | 2| Perspectiefnota 2024
Voorwoord De Perspectiefnota 2024 is de eerste stap in het begrotingsproces. Deze stap wordt gevolgd door het opstellen van de Programmabegroting 2025-2028. Deze Perspectiefnota wordt behandeld in de gemeenteraad van 4 juli 2024. De Programmabegroting wordt op 7 november 2024 behandeld. Naast de vooruitblik op het meerjarenperspectief 2025-2028, stellen we in deze Perspectiefnota ook een bijstelling voor over het lopende jaar 2024 door middel van een begrotingswijziging. Input voor deze begrotingswijziging komt uit de Programmarapportage van mei en uit de actualisatie van de onderwerpen in deze Perspectiefnota. Tot slot is de meicirculaire van het rijk integraal verwerkt in deze nota. Onzekerheid gemeentefonds Er is nog steeds sprake van een aanzienlijke onzekerheid. De negatieve gevolgen van het ‘ravijnjaar 2026’ komen steeds dichterbij. Positief is dat de zogeheten ‘opschalingskorting’ inmiddels uit het gemeentefonds is geschrapt. Hoewel hierdoor de totale structurele korting op het gemeentefonds met 0,7 miljard is teruggebracht, resteert nog steeds een korting van € 2,3 miljard voor alle gemeenten. Het schrappen van de opschalingskorting vanaf 2026 is onvoldoende om de stijgende kosten voor gemeenten op te vangen. De VNG blijft zich inspannen om ook voor dit resterende tekort te komen tot nadere afspraken.
De keerzijde van het schrappen van de opschalingskorting is dat de geplande aanpassing van de indexeringsmethodiek is vervroegd. Dit heeft een negatief effect op de uitkering uit het gemeentefonds in 2025, waardoor het structurele begrotingsresultaat van gemeente Wijchen ook al voor 2025 onder druk staat. Vooralsnog blijft het onzeker of, en zo ja, wanneer en in welke mate het rijk met aanvullende middelen komt voor het gemeentefonds om de aanstaande tekorten te compenseren. Deze onzekerheid zet het voeren van een stabiel financieel beleid voor veel gemeenten in Nederland onder druk. Dit geldt ook voor de gemeente Wijchen. Kostenstijgingen In de Perspectiefnota hebben we kostenstijgingen doorgevoerd. Veelal als gevolg van cao afspraken. Dit zien we vooral terug in de hogere bijdragen aan de gemeenschappelijke regelingen. Op de jeugdzorg geven we daarnaast een winstwaarschuwing af voor 2025 en verder. Bovenop de reguliere jaarlijkse indexatie, wordt een kostenstijging verwacht van mogelijk zo’n 10% op het gehele regionaal ingekochte jeugdzorgbudget. Denk hierbij aan ontwikkelingen als: de verschuiving naar kleinschaligheid, krapte op de arbeidsmarkt, bovengemiddelde cao-stijging en hiermee stijgende tarieven. Het maken van een gedetailleerde doorrekening is in dit stadium door de vele onbekende factoren nog niet mogelijk. We komen hier bij de Begroting 2025 op terug.
Oplossingsrichtingen De VNG heeft afgelopen maand een ledenbrief verspreid, met daarin een begrotingsadvies. Het advies roept gemeenten op mogelijke ombuigingen zo goed mogelijk in kaart te brengen, maar op dit moment nog niet door te voeren. Zoals de VNG ook aangeeft is het onverantwoord om nu géén concrete voorbereidingen te treffen. De financiële situatie van gemeenten laat zich volgens de VNG dan ook het best beschrijven als ‘prepare for the worst, hope for the best’. In lijn met het advies van de VNG en de motie van de gemeenteraad ‘regeren is vooruitzien’, is het proces opgestart om te komen tot mogelijke oplossingsrichtingen. In hoofdstuk 16 presenteren we per programma mogelijke oplossingsrichtingen, mocht de algemene uitkering vanaf 2026 onvoldoende worden opgehoogd.
Pagina | 3| Perspectiefnota 2024
Vervolgproces richting Begroting 2025 We houden koers op de ingeslagen weg uit het coalitieakkoord en het Strategisch Kompas. Zo hebben we in 2024 een nieuwe cultuurnota en woonvisie vastgesteld en maken we zichtbare stappen met projecten zoals Tussen Kasteel en Wijchens Meer. Verder zijn de voorbereidingen voor Wijchen West, het zwembad en verduurzaming van het Mozaïek in volle gang. Vanwege het negatieve meerjarenperspectief zijn we terughoudend met het opstarten van nieuw beleid. Met het verhogen van de OZB kunnen we bestaande ambities realiseren, zoals op het gebied van participatie en cocreatie, leefbaarheid en maatregelen in de openbare ruimte. We zorgen ervoor dat we een sluitende begroting voor het jaar 2025 aanbieden. We verwachten in 2025 meer duidelijkheid te hebben van het nieuwe kabinet over de hoogte van de algemene uitkering vanaf 2026. Voor de risico’s op meerkosten jeugdzorg, denken we onder andere als tijdelijke overbrugging aan het inzetten het surplus van de algemene reserve. Zo kunnen we de oplossingsrichtingen verder uitwerken richting de Begroting 2026, ook rekening houdend met mogelijke transitiekosten daarbij.
Namens het College van Burgemeester en Wethouders Wijchen, Geert Gerrits, Wethouder financiën
Pagina | 4| Perspectiefnota 2024
Inhoudsopgave
Voorwoord ...................................................................................................... 3 Uitgangspunten ............................................................................................... 6 Samenvatting en doorkijk Begroting 2025 .......................................................... 7 Structureel meerjarenperspectief....................................................................... 9 4.01 Meicirculaire ............................................................................................10 4.02 BUIG ......................................................................................................12 4.03 Jeugd .....................................................................................................13 4.04 WMO ......................................................................................................15 4.05 Vluchtelingen, arbeidsmigranten en huisvesting ...........................................17 4.06 Gemeenschappelijke regelingen .................................................................17 4.06a Werkorganisatie Druten Wijchen .................................................................18 4.06b Munitax ...................................................................................................21 4.07 OZB-inkomsten
........................................................................................21 4.08 Klimaatmiddelen ......................................................................................22 4.09 Uitgangspunten tarieven en leges ...............................................................23 4.10 Kapitaallasten ..........................................................................................25 4.11 Overige structurele mutaties ......................................................................25 4.12 Nieuw beleid ............................................................................................25 4.13 Oplossingsrichtingen .................................................................................26 Incidenteel meerjarenperspectief......................................................................27 MIO (Meerjaren Investerings Overzicht) ............................................................28 Bouwgrondexploitaties .......................................................................................31 Totaalbeeld ....................................................................................................32 Provinciaal toezicht .........................................................................................33 Budgetmutaties structureel (onontkoombaar / areaaluitbreiding/ budgetruimte) ....34 Stofkam
.....................................................................................................38 Nieuw beleid structureel ...............................................................................39 Effecten uit Programmarapportage mei ..........................................................42 Posten incidenteel .......................................................................................43 Incidenteel totaalbeeld .................................................................................50 Gewenst nieuw beleid ter afweging bij de Begroting 2025 (nog niet toegekend) ..52 Oplossingsrichtingen ....................................................................................56 Samenvatting begrotingswijziging per programma...........................................60
Pagina | 5| Perspectiefnota 2024
Uitgangspunten Conform onze financiële verordening en het huidige coalitieakkoord gaan we uit van onderstaande uitgangspunten bij het opstellen van de Begroting 2025. We houden in onze structurele begroting minimaal € 250.000 als buffer aan voor onvoorziene kosten. Als we onze budgetten overschrijden moeten we dat binnen het programma zelf opvangen. Structurele tekorten vangen we op door blijvende maatregelen te treffen. Tekorten die eenmalig ontstaan vangen we op door incidentele maatregelen te treffen. Als we nieuwe beleidstaken en geld krijgen van de rijksoverheid, dan labelen we die één op één voor het beoogde doel. Wij streven ernaar om de uitvoering van de nieuwe taken te betalen met deze middelen. Met de gelabelde gelden worden ook de organisatie- en uitvoeringskosten binnen de Werkorganisatie Druten Wijchen structureel gedekt. We kunnen alleen structureel nieuw beleid starten als er structureel extra geld is, of als we oud beleid inruilen voor het nieuwe beleid. Als we de Perspectiefnota of Begroting bespreken, wegen we af welke extra uitgaven nuttig en nodig zijn en wat het belangrijkst is. Buiten deze beslissingsmomenten kan geen extra incidenteel of structureel geld uitgegeven worden. Behalve als de gemeenteraad daar akkoord voor geeft.
We rekenen in de Perspectiefnota met de indexpercentages uit de meicirculaire en stellen dit in de Begroting bij op basis van de septembercirculaire, wanneer dit significant afwijkt t.o.v. de meicirculaire. De indexpercentages uit de meicirculaire bedragen: 2025 Contractindex (prijs bruto binnenlands product) Loonvoet sector overheid
2026
2027
2028
2,3%
2,6%
2,6%
2,5%
4,4%
3,8%
4,8%
4,0%
We rekenen rente toe aan de activa volgens de door de BBV voorgeschreven omslagrente. Voor het gehele meerjarenperspectief gaan we op dit moment uit van 2% omslagrente in de kapitaalslasten. Bij de Begroting 2025 actualiseren we het omslagpercentage.
Pagina | 6| Perspectiefnota 2024
Samenvatting en doorkijk Begroting 2025 De gemeente Wijchen heeft evenals andere gemeenten financiële uitdagingen in het meerjarenperspectief. Het structurele begrotingsresultaat komt voor 2025 al onder druk te staan, vooral vanwege een korting in het gemeentefonds en stijgende kosten voor de gemeenschappelijke regelingen (voornamelijk door afgesloten cao’s). Voor 2026 en verder hadden we al een structureel tekort in de meerjarenbegroting 2024 voorzien. Dat tekort loopt verder op, doordat de algemene uitkering de stijgende kosten onvoldoende compenseert. 1)
Samenvatting structureel perspectief (x € 1.000.000)
Structureel perspectief
2024
2025
2026
2027
2028
Vertrekpunt: Begroting 2024
2,1
4,3
-2,4
-1,6
-1,6
Meicirculaire Kostenontwikkelingen Nieuw beleid Perspectiefnota
0,6 0,1 0,0
-1,4 -2,7 -0,2
1,4 -2,2 -0,2
1,8 -2,6 -0,2
2,4 -3,3 -0,2
Structureel saldo Perspectiefnota 2024
2,8
0,0
-3,4
-2,6
-2,7
Richting de Begroting 2025 voorzien we ten opzichte van bovenstaande cijfers een aantal ontwikkelingen, die we nog niet financieel vertaald hebben in deze Perspectiefnota. 2)
Ontwikkelingen richting Begroting 2025 (x € 1.000.000)
Ontwikkelingen richting Begroting 2025:
2024
2025
2026
2027
2028
A: Gewenst nieuw beleid Begroting 2025 A: OZB verhoging
0 0
-0,5 0,9
-0,5 0,9
-0,5 0,9
-0,5 0,9
B: Oplossingsrichtingen
0
Pm
Pm
Pm
Pm
C: Risico stijging jeugdzorg C: Inzet surplus algemene reserve C: Inzet structurele onderuitputting BCF plafond in de algemene uitkering
0 0
-1,5 1,0
-1,5 1,0
-1,5 1,0
-1,5 0,0
0
0,5
0,5
0,5
0,5
A. Nieuw beleid versus OZB In eerste instantie is het doel een sluitende begroting 2025 aan te bieden ter besluitvorming in de raad van november. Met de kennis van nu komen we vrijwel neutraal uit in 2025. Het college heeft in hoofdstuk 15 gewenst nieuw beleid benoemd ter besluitvorming bij de begroting. Om 2025 sluitend te houden en het tekort in het meerjarenperspectief niet verder te laten oplopen, stelt het college voor de OZB hiervoor te verhogen. We denken daarbij aan een verhoging van 7,5% naast de reguliere index. Daarmee kan het nieuw beleid dat nu is voorzien, inclusief nog eventuele nieuwe voorstellen bij de Begroting 2025 worden gedekt. B. Oplossingsrichtingen Zo lang er geen signalen komen vanuit de rijk dat de korting op het gemeentefonds wordt teruggedraaid, moeten we ons voorbereiden op het dichten van een structureel begrotingstekort vanaf 2026. In hoofdstuk 16 presenteren we een overzicht van
Pagina | 7| Perspectiefnota 2024
mogelijke oplossingsrichtingen die we nu zien. We bieden een sluitende Begroting 2025 aan, waardoor we tot de Begroting 2026 de tijd hebben om oplossingsrichtingen verder uit te werken en eventueel aan te vullen. C. Stijgen kosten jeugdzorg We verwachten voor 2025, bovenop de reguliere jaarlijkse indexatie, een kostenstijging voor de regionaal ingekochte jeugdzorg. We kunnen het effect op dit moment nog niet berekenen, maar verwachten een stijging van zo’n 10% (opgave vanuit de regio). Daarbij kan het gaan om een structurele uitzetting van zo’n € 1,5 miljoen. Om dit op te vangen denken we aan het inzetten van twee oplossingsrichtingen. Enerzijds kunnen we ervoor kiezen de algemene uitkering op te hogen met een stelpost voor structurele onderschrijding van het plafond van het btw compensatiefonds. We zien dat we hiervoor ieder jaar in het gemeentefonds geld terug krijgen. Daar kunnen we in de begroting ook structureel op anticiperen. Daarnaast denken we aan het inzetten van het surplus van de algemene reserve. Met het surplus bedoelen we het bedrag in de algemene reserve dat hoger is, dan het bedrag wat we voor onze risico’s moeten reserveren. Hiervan heeft de toezichthouder dit jaar aangegeven dat we maximaal 10% per jaar structureel te mogen inzetten. Deze maatregel kunnen we niet oneindig toepassen, want daarmee trekken we de reserve leeg.
Er zullen dus structurele maatregelen gevonden moeten worden. Door met deze maatregelen te starten, kunnen we richting de Begroting 2026 een integrale afweging maken. We verwachten in 2025 ook meer duidelijkheid te hebben over het terugdraaien van de korting in het gemeentefonds.
Pagina | 8| Perspectiefnota 2024
Structureel meerjarenperspectief Met het vaststellen van de Begroting 2024 heeft de raad de startpositie bepaald voor de meerjarenbegroting 2025-2028. Alle structurele mutaties geven we samenvattend weer in onderstaande tabel, met de verwijzing naar het thema waarin we de mutatie toelichten. In de kolom ‘omvang’ presenteren we per thema de totale omvang van het budget in de begroting 2024. Vervolgens nemen we onder de jaartallen 2024 t/m 2028 per jaarschijf de mutaties op t.o.v. de huidige begroting. 3)
Structureel perspectief (x € 1.000)
Omvang Hfst. Structureel perspectief
2024
Begrotingsresultaat 2024
2024
2025
2026
2027
2028
2.056
4.284
-2.434
-1.551
-1.586
570
-1.372
1.402
1.818
2.367
53
-226
-945
-1.670
0
-16
-45
-77
-49
-289
-86
131
221
216
-185
-193
-200
-207
-205
474
0
0
0
0
-16
-16
-16
-16
-15
90
-103
-105
-108
-108
-74
0
0
0
0
0
0
0
0
0
4.01
Meicirculaire
4.01
Prijscompensatie
4.02
BUIG
4.03
Jeugd hoeveelheidseffect
4.03
Jeugd prijseffect
4.03
Inzet egalisatiereserves Jeugd
4.04
WMO hoeveelheidseffect
4.04
WMO prijseffect
4.04
Inzet egalisatiereserves WMO
4.05
Vluchtelingen, arbeidsmigranten en huisvesting
4.06
Gemeenschappelijke regelingen
50.106
0
-2.384
-1.996
-1.632
-1.453
4.07
OZB-inkomsten
10.696
0
150
160
192
214
4.08
Klimaatmiddelen
0
0
0
0
0
4.09
Uitganspunten tarieven en leges
0
0
0
0
0
4.10
Kapitaallasten
231
88
306
48
67
4.11
Overige mutaties bestaand beleid
0
-758
-751
-770
-877
4.11
Stofkam
0
587
587
587
587
2.857
234
-3.187
-2.440
-2.512
-48
-195
-185
-175
-197
0
0
Pm
Pm
Pm
2.809
39
-3.372
-2.615
-2.709
Saldo structureel bestaand beleid 4.12
Nieuw beleid Perspectiefnota
4.13
Oplossingsrichtingen Structureel saldo incl. nieuw beleid
83.414
Mutatie t.o.v. Begroting 2024
11.336 17.134
9.965
4.452
Uit bovenstaande tabel valt op te maken dat de jaarschijven 2024 en 2025 structureel sluitend zijn, maar vanaf 2026 verwachten we een structureel begrotingstekort.
Pagina | 9| Perspectiefnota 2024
4.01 Meicirculaire Jaarlijks verschijnen meestal drie circulaires. Mei geeft de vertaling van de Voorjaarsnota van de rijksoverheid, september van de Miljoenennota en december rondt het uitkeringsjaar zoveel mogelijk af. De meicirculaire bevat informatie over de nieuwe financieringssystematiek, het schrappen van de opschalingskorting en taakmutaties. Accres In de meicirculaire 2024 is de nieuwe financieringssystematiek vervroegd van 2027 naar 2024. Het betekent dat de koppeling van het accres (stijging van de hoogte van het gemeentefonds) aan de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp) per 2024 al is ingevoerd. Het accres wordt vanaf 2024 gebaseerd op een 8-jaars historisch gemiddelde (t-9 t/m t-2) van de ontwikkeling van het bbp. Door het toepassen van de ontwikkeling van het bbp vanaf 2024 zijn de bedragen lager dan in de vorige circulaire. Voor 2024 en vanaf 2026 tot en met 2029 wordt dit gecompenseerd. Voor 2025 wordt dit slechts voor 50% gecompenseerd, waardoor de hoogte van de algemene uitkering fors daalt voor Wijchen. Vanaf 2026 wordt de opschalingskorting geschrapt. Deze opschalingskorting is opgelegd omdat gemeenten door gedwongen opschaling kosten zouden besparen.
Nu was het beoogde efficiencyvoordeel al dubieus, maar dat verviel helemaal toen de beleidswijziging ‘opschalen van alle gemeenten naar 100.000+ gemeenten’ nooit is gerealiseerd en van tafel is gegaan. Het schrappen van de opschalingskorting (€ 675 miljoen landelijk) leidt voor Wijchen vanaf 2026 grofweg tot een verhoging van € 1,4 miljoen. Met het schrappen van de opschalingskorting is € 675 miljoen van de € 3 miljard gecompenseerd door het rijk aan gemeenten. Taakmutaties In de circulaire zijn diverse taakmutaties opgenomen. Dit houdt in dat het Rijk voor specifieke taken meer, of minder geld beschikbaar stelt. In onderstaande tabel laten we zien welke onderwerpen dit betreft. De bedragen voegen we toe aan deze budgetten. 4)
Verloop Algemene Uitkering (x € 1.000)
Stand decembercirculaire 2023 Stand meicirculaire 2024 Saldo Taakmutaties Werkdrukverlaging jeugdzorg Voogdij 18+ Dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulden WMO hulpmiddelen Uitvoeringskosten omgevingswet Participatie / WSW (MGR) Uitstel besparing jeugdzorg (511 miljoen) Totaal taakmutaties Mutatie gemeentefonds vrij besteedbaar Indexatie budgetten conform meicirculaire 2024*
2024 82.981 84.061 1.080
2025 86.885 86.871 -14
2026 82.637 84.478 1.841
2027 85.349 87.601 2.252
2028 87.805 90.638 2.833
-65 -4
-69 -76
-68 -75
-70 -77
-72 -79
-73
-80
-79
-83
-87
-10 -167 -191 0 -510
-15 0 -64 -1.054 -1.358
0 0 -217 0 -439
0 0 -204 0 -434
0 0 -228 0 -466
570
-1.372
1.402
1.818
2.367
0
53
-226
-945
-1.670
Mutatie vrij besteedbaar na 570 -1.319 1.176 873 697 indexering kostenkant * We indexeren de kostenkant met dezelfde indexatie, als de inkomstenkant van de algemene uitkering. Hoewel de indexpercentages neerwaarts zijn bijgesteld, nemen we hier meerkosten op vanwege hogere loonindexatie op de WDW. Dat was in de Begroting 2024 onvoldoende meegenomen.
Pagina | 10| Perspectiefnota 2024
Toelichting op de taakmutaties Werkdrukverlaging jeugdzorg In het bestuurlijk akkoord over het verlagen van de werkdruk in de uitvoering van de jeugdbescherming en jeugdreclassering door de gecertificeerde instellingen is afgesproken dat het ministerie van JenV vanaf 2024 structureel jaarlijks € 30 mln. bijdraagt aan deze werkdrukverlaging. Voogdij 18+ In de meicirculaire 2022 is het budget van de integratie-uitkering Voogdij 18+ overgeheveld naar de algemene uitkering. Op de integratie-uitkering is een reservering achtergebleven voor eventueel nog toe te kennen compensatieregelingen. Dit restbudget (€ 32,1 mln.) wordt nu voor 2025 en verder overgeheveld naar de algemene uitkering. Dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulden Vanuit de Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden, die in juli 2022 aan de Tweede Kamer is gepresenteerd, heeft het kabinet via het gemeentefonds € 40 miljoen aan structurele middelen voor betere dienstverlening door gemeenten op het gebied van armoede en schulden beschikbaar gesteld. De toekenning zal plaatsvinden om gemeenten verder in staat te stellen strategisch en doelgericht te handelen en hun activiteiten uit te breiden, zoals het verdubbelen van het gebruik van schuldhulpverlening en het bevorderen van activiteiten om armoede onder kinderen te bestrijden.
WMO hulpmiddelen Het scheiden van wonen en zorg in de Wlz leidt bij gemeenten tot meerkosten. Bepaalde hulpmiddelen die bij zorg met verblijf vanuit de Wlz worden gefinancierd, worden bij andere leveringsvormen vanuit de Wmo gefinancierd. De meerkosten van gemeenten worden gedekt vanuit de Wlz. Daartoe wordt € 4,5 miljoen in 2024 en € 6,7 miljoen in 2025 overgeboekt naar het gemeentefonds. Uitvoeringskosten omgevingswet De financiële middelen vanuit het Coalitieakkoord (CA) van het kabinet-Rutte IV worden ingezet voor het bereiken van de doelen van de Omgevingswet. Met het uitkeren van deze € 71,5 miljoen in 2024 kunnen de ontvangende partijen in hun transitie ervoor zorgdragen dat ze aangesloten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen. Er volgt nog een stelselevaluatie, waarbij de daadwerkelijk gemaakte kosten in kaart worden gebracht. Op de aanvullende post bij het ministerie van Financiën staat nog een reservering van in totaal ruim € 80 miljoen in 2025 voor gemeenten. Deze middelen zullen naar verwachting in een volgende circulaire worden toegevoegd aan het gemeentefonds. Participatie / WSW De omvang van de integratie-uitkering participatie wijzigt als gevolg van toekenning van loon- en prijsbijstelling 2024.
Daarnaast komt er in 2024 een extra bedrag beschikbaar van € 63,9 miljoen om gemeenten tegemoet te komen bij de financiële uitdagingen die zij ervaren rondom de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven. In afwachting van besluitvorming binnen de MGR labelen we dit bedrag voor 2024. Ook wordt de rijksbijdrage beschut werk structureel verhoogd. De beschikbare rijksbijdragen voor nieuw beschut werk betalen we vanaf 2025 volledig door aan het werkbedrijf. Uitstel besparing jeugdzorg In de meicirculaire 2024 is opgenomen dat de geraamde extra besparing van het Rijk van € 500 miljoen voor 2025 komt te vervallen, omdat de maatregelen die tot besparing moeten leiden nog niet zijn gerealiseerd. Het vervallen van de extra korting heeft een budgettair neutraal effect, omdat we in de begroting voor Jeugdzorg rekening hebben gehouden met de voorgenomen besparing.
Pagina | 11| Perspectiefnota 2024
In de budgettaire bijlage bij het hoofdlijnenakkoord van de formerende partijen is opgenomen dat de besparing van € 511 miljoen op jeugdzorg ook voor 2026 en verder vervalt. Dit is uiteraard nog niet definitief en dus ook niet in de meicirculaire opgenomen. 4.02 BUIG De wet BUIG bestaat uit een aantal regelingen, waarvan de bijstand (uitkeringen participatiewet) het grootste deel beslaat. Hiervoor ontvangen we van het rijk het budget BUIG. Dit budget wordt berekend via een objectief verdeelmodel. Het rijk hanteert het uitgangspunt dat voor alle gemeenten samen een toereikend macrobudget wordt vastgesteld. Voor deze begroting gaan we uit van het laatst bekende macrobudget en verhogen dat meerjarig met dezelfde groei die we inschatten voor de aantallen cliënten aan de kostenkant. We gaan er ook vanuit dat de 7% indexering van de uitkeringen vertaald worden in een evenredige stijging van de Rijksuitkering. 5)
Aantallen bijstandsontvangers
Stand 1 januari Reguliere in/uitstroom Stand 31 december Procentuele groei
2024 692 3 695
2025 695 4 699
2026 699 3 702
2027 702 4 706
2028 706 3 709
0,5%
0,5%
0,5%
0,5%
0,5%
We zijn gestart in 2024 met 692 bijstandsgerechtigden. In het eerste kwartaal is er een daling in het bestand opgetreden. De middellange termijn prognose kent veel onzekerheden door nationale en internationale onzekerheden. Hierdoor houden we vooralsnog vast aan de verwachting van een lichte groei van de werkloosheid en dus van het bijstandsvolume. 6)
Resultaat BUIG, exclusief effect gemeentefonds.
x € 1.000
2024
2025
2026
2027
2028
Begrotingssaldo BUIG actueel
-404
-444
-481
-516
-550
Opbrengsten BUIG Perspectiefnota
12.179
12.540
12.913
13.297
13.692
Kosten BUIG Perspectiefnota
-12.628
-13.001
-13.440
-13.891
-14.292
-449
-460
-527
-593
-600
-45
-16
-45
-77
-49
Saldo BUIG Perspectiefnota 2024 Mutatie Structureel t.o.v. Begroting 2024 Inzet reserve BUIG (incidenteel) Saldo na inzet reserves
45
0
0
0
0
0
-16
-45
-77
-49
Hoewel de aantallen bijstandscliënten vanaf 1 januari 2024 wat afnemen, gaan we vooralsnog uit van dezelfde lijn als de begroting 2024. Daarnaast stijgen de gemiddelde kosten per bijstandsgerechtigde door indexering. Daarmee wordt het resultaat op de begroting BUIG ook naar beneden bijgesteld. We laten de rijksinkomsten met hetzelfde indexpercentage en bestandsvolume groeien als aan de kostenkant. Wanneer de groei van de aantallen cliënten daalt, dalen zowel de kosten als de inkomsten. In september maakt het ministerie de definitieve hoogte van de BUIG uitkering 2024 en het voorlopige budget 2025 aan gemeenten bekend. Het saldo van de reserve BUIG bedroeg per 1-1-2024 € 75k. Het voor 2024 verwachte tekort dekken we af door een onttrekking aan de reserve BUIG. Daarmee is de reserve aan het einde van 2024 € 30K.
Pagina | 12| Perspectiefnota 2024
4.03 Jeugd Dit thema behandelt het geactualiseerd meerjarenperspectief van het onderdeel Jeugd in de begroting 2024 van de gemeente Wijchen. Dit geactualiseerde meerjarenperspectief vloeit voort uit de Nulmeting 2024. Voor uitgebreidere inhoudelijke informatie verwijzen we dan ook naar de nulmeting. Grip en sturing Met de jaarlijkse Nulmeting verkrijgen we vroegtijdig integraal inzicht in de actuele zorgpopulatie, te verwachten trends in zorggebruik en de daaraan gerelateerde kosten. Naast de duiding van het jaarbeeld 2023, nemen we hier ook de definitieve tarieven 2024 in mee, maken we cliënt- specifieke prognoses en verdiepende analyses. Middels de Programmarapportage mei 2024, het monitorverslag en de informatieavond Jeugd en WMO in juni nemen wij u mee in de resultaten van de Nulmeting 2024 en het effect hiervan op de budgetten. Door het periodiek monitoren en analyseren van het zorggebruik hebben we grip. Doordat we de gebruikersvragen kennen, kunnen we een passend vrij toegankelijk aanbod beschikbaar hebben of ontwikkelen. Waar mogelijk verminderen of voorkomen we de vraag naar individueel maatwerk. Op deze wijze beïnvloeden we het zorggebruik. Beinvloedbaarheid zorggebruik Er is een onderscheid tussen te beïnvloeden zorggebruik en zorggebruik waar we als gemeente nauwelijks tot geen invloed op hebben.
De categorieën zorg waar de beïnvloedingsmogelijkheden van de gemeente minimaal zijn, betreft met name jeugdhulp met verblijf, landelijke transitie arrangementen en opgelegde zorg. In deze categorieën zorgt een kleine groep jeugdigen met zware zorg voor een groot deel van de totale kosten van Jeugd. Geactualiseerd meerjarenperspectief In onderstaande tabel ziet u de totaalbudgetten 2024 en de meerjarige bijstelling van de Jeugd- budgetten (bedragen x € 1.000): 7)
Begroting jeugd, mutaties ten opzichte de begroting (min is nadeel) 2024 primitief 2024 Jeugd x € 1.000 begroot Actualisatie Mutatie 2024 Mutatie 2025 Mutatie 2026 Mutatie 2027 Mutatie 2028 Dagbehandeling 1.070 1.045 25 25 26 27 27 Verblijf 4.394 4.446 -52 -107 27 27 28 Ambulant 4.862 5.158 -296 -210 -130 -44 -44 GGZ zorg 3.901 3.747 153 155 158 160 166 Bescherming/reclassering 1.050 1.181 -131 -134 -138 -141 -145 PGB 154 150 4 3 3 2 2 Overig 1.703 1.880 -177 -11 -15 -18 -23 Totaal 17.134 17.607 -474 -279 -69 14 11 Waarvan hoeveelheidseffect Waarvan prijseffect Totaal
-289 -185 -474
-86 -193 -279
131 -200 -69
221 -207 14
216 -205 11
Op totaalniveau betreft dit een negatieve bijstelling in 2024-2026. Daarna slaat het effect om naar een voordeel. Het prijseffect speelt hier een belangrijke rol. Deze zit met name in de hoek van Jeugdbescherming / jeugdreclassering, waar de tarieven sterk stijgen t.o.v. de tarieven 2023. Maar ook bij verblijf ambulant en vervoer zien we een prijseffect. Het hoeveelheidseffect en de bijstelling van de eenheden zorggebruik zijn meerjarig negatief in 2024 en 2025. Daarna treedt een voordeel op. Het verwachte negatieve resultaat 2024 egaliseren we via de programmarapportage mei 2024 met de reserve Jeugd. Deze reserve is bedoeld voor het egaliseren van (verwachte) jaarresultaten Jeugd.
Pagina | 13| Perspectiefnota 2024
Meerjarenperspectief per categorie In het thema Jeugd van de Programmarapportage mei 2024 en het eerste monitorverslag van 2024 is per onderdeel uitvoerig toegelicht hoe het zorggebruik zich in 2024 ontwikkelt en wat het effect daarvan is op de kosten. In deze paragraaf zoomen we nog even extra in op het meerjarig beeld. Bij de categorie dagbehandeling leidt de bijstelling op eenheden per saldo tot een voordeel in het meerjarenperspectief. De eenheden van de bouwsteen dagbehandeling stellen we naar beneden bij. En de aantallen van de bouwsteen dagbesteding verhogen we. Bij verblijf zien we vanaf 2026 een licht positief meerjarenperspectief. In de raming van 2024 en 2025 houden we voor een jeugdige rekening met kosten van een verblijfsvoorziening inclusief behandeling op basis van een cliënt- specifieke prognose. Op totaalniveau zien we het aantal jeugdigen in verblijf verminderen, maar er is wel sprake van een verzwaring van de zorginzet. Daarnaast zijn de tarieven voor verblijf een aandachtpunt / risico. De (landelijke) beweging naar kleinschaligheid zal een opdrijvend prijseffect hebben. Bij verblijf is de beïnvloedbaarheid minimaal. Bij de categorie ambulant zien we een stijging. Deze stijging wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door een toename van specialistische begeleiding inzet.
Deze stijging komt door zowel een toename in aantal uren per week, als in de lengte van de zorginzet. Specialistische begeleiding wordt ook ingezet als meerzorg om jeugdigen binnen verblijfzorg te houden. Ambulante behandeling J&O / JLVG stijgt ook. We zien ook hier de zorgintensiteit toenemen en een afname van de uitstroom. De verwachting is dat de essentiële functies ervoor gaan zorgen dat er geen zorgstapeling in verblijf meer nodig is bij complexiteit, omdat dit al in de zorgvorm geregeld is. De GGZ zorg laat op verwacht zorggebruik een voordeel zien. Dit betreft de psychiatrische bedden (GGZ verblijf). De zorg op deze bedden laat zich lastig inschatten. Omdat er nu geen actieve cliënten zijn in 2024, stellen we deze bouwstenen structureel naar beneden bij, wat een voordeel oplevert. Bij Jeugdbescherming / reclassering melden we een structureel nadeel hoofdzakelijk veroorzaakt door sterk gestegen tarieven t.o.v. 2023. Deze tarieven stijgen om aan de landelijke caseload norm te voldoen. Het nadeel bij de categorie Overig in 2024 wordt veroorzaakt door een toename van LTA (Landelijk transitie arrangement). We begroten deze categorie normaliter meerjarig en hanteren daarbij als uitgangspunt: het gemiddelde van de afgelopen vier jaren. I.v.m.
de bovengemiddelde toename van deze categorie in 2023 (en 2022) stappen we, voor het lopende jaar 2024, af van het uitgangspunt ‘het gemiddelde van de afgelopen vier jaren’. In plaats daarvan stellen we incidenteel bij op basis van het gemiddelde van de realisatie van de laatste vier maanden van 2023, waarin we tevens uitstroom zagen bij de LTA. Meerjarig laten we deze categorie (LTA) ongewijzigd. Bij de begroting 2025 beoordelen we deze post en stellen bij waar nodig. Taakstelling Rijk De extra bezuiniging van landelijk 500 miljoen euro op de jeugdzorg (verantwoordelijkheid Rijk) gaat in 2025 niet door. We verwerken dit in het thema 4.01 meicirculaire. Aanbestedingen 2025 Jeugd De inkoop van de ambulante producten en jeugdzorg met verblijf zorgt voor nieuwe contracten in 2025. Voor deze nieuwe contracten moet tariefonderzoek worden gedaan. Dit zal zeer waarschijnlijk leiden tot hogere tarieven. Verder komt er een nieuwe product: essentiële functies. Dit product beschrijft een intensievere vorm van verblijfszorg
Pagina | 14| Perspectiefnota 2024
waardoor er minder maatwerk gemaakt hoeft te worden. Dit zal bij inzet waarschijnlijk zorgen voor een kostenstijging. Winstwaarschuwing kostenstijging Jeugd vanaf 2025 De jeugdzorg is de afgelopen jaren duurder geworden. Deze stijgende lijn zet zich door. Door diverse ontwikkelingen verwachten we ook voor 2025, bovenop de reguliere jaarlijkse indexatie, een kostenstijging voor de regionaal ingekochte jeugdzorg. We kunnen het effect niet berekenen, maar verwachten een stijging van 10% (opgave vanuit de regio). De oorzaak voor deze stijging is divers. Een deel komt door de transformatie naar kleinschalige voorzieningen voor jeugdigen met de meest complexe zorgvraag. Deze door het rijk opgelegde transformatie is een paar jaar geleden ingezet en zorgde ook de afgelopen jaren voor een kostenstijging. Daarnaast zorgen krapte op de arbeidsmarkt en de cao-stijging van de afgelopen jaren (die hoger was dan de OVA-component in de indexatie) voor stijgende tarieven. Deze verwachte kostenstijging is dus niet direct het gevolg van de lopende aanbestedingen op Jeugd. Hadden we bijvoorbeeld de essentiële functies niet op G7- niveau ingekocht, maar regionaal, dan was ook sprake van deze stijging.
Gezien alle mutaties in producten, declarabele tijd, verdere ombouw naar kleinschaligheid, de nog onbekende uitkomsten van de inschrijvingen (via het intensiteitenmodel) en de verschuivingen in zorggebruik, is het maken van een gedetailleerde doorrekening voor 2025 en verder niet mogelijk. Genoemd percentage van 10% betreft een grove inschatting. Daarnaast weten we ook niet hoe het nieuwe kabinet gaat acteren op deze onderdelen. We komen hier bij de begroting 2025 op terug. 4.04 WMO Dit thema behandelt het geactualiseerd meerjarenperspectief van het onderdeel WMO in de begroting 2024 van de gemeente Wijchen. Dit geactualiseerde meerjarenperspectief vloeit voort uit de Nulmeting 2024. Grip en sturing Met de jaarlijkse Nulmeting verkrijgen we vroegtijdig integraal inzicht in de actuele zorgpopulatie, te verwachten trends in zorggebruik en de daaraan gerelateerde kosten. Naast de duiding van het jaarbeeld 2023, nemen we hier ook de definitieve tarieven 2024 in mee en maken we verdiepende analyses. Middels de Programmarapportage mei 2024, het monitorverslag en de informatieavond Jeugd en WMO in juni nemen wij u mee in de resultaten van de Nulmeting 2024 en het effect hiervan op de budgetten. Door het periodiek monitoren en analyseren van het zorggebruik hebben we grip.
Doordat we de gebruikersvragen kennen, kunnen we een passend vrij toegankelijk aanbod beschikbaar hebben of ontwikkelen. Waar mogelijk verminderen of voorkomen we de vraag naar individueel maatwerk. Op deze wijze beïnvloeden we het zorggebruik. Zorggebruik Er is een onderscheid tussen te beïnvloeden zorggebruik en zorggebruik waar we als gemeente nauwelijks tot geen invloed op hebben. Bij Wmo zien we dat er sprake is van vergrijzing, langer thuis blijven wonen en de aanzuigende werking van het abonnementstarief. Op deze onderdelen hebben we geen invloed op het aantal zorggebruikers, maar kunnen we wel sturen op de juiste grondslag en doorverwijzen naar de Wet langdurige zorg als dit passend is. Geactualiseerd meerjarenperspectief In onderstaande tabel ziet u de totaalbudgetten 2024 en de meerjarige bijstelling van de WMO- budgetten (bedragen x € 1.000):
Pagina | 15| Perspectiefnota 2024
8)
Begroting WMO, mutaties ten opzichte de begroting (min is nadeel) 2024 primitief 2024 WMO x € 1.000 begroot Actualisatie Mutatie 2024 Mutatie 2025 Mutatie 2026 Mutatie 2027 Mutatie 2028 Huishoudelijke hulp 4.353 4.266 88 70 72 73 75 Begeleiding 2.605 2.597 8 -162 -166 -170 -174 Hulpmiddelen 1.037 1.037 1 1 1 1 1 Dagbesteding 915 924 -9 -12 -12 -13 -12 Woonvoorzieningen 412 411 0 0 0 0 1 PGB 389 404 -14 -15 -15 -15 -16 Overig 253 253 0 0 0 0 3 Stelpost Eigen bijdragen 0 0 0 0 0 0 0 Totaal 9.965 9.891 74 -119 -121 -124 -124 Waarvan hoeveelheidseffect Waarvan prijseffect Totaal
-16 90 74
-16 -103 -119
-16 -105 -121
-16 -108 -124
-15 -108 -124
Op totaalniveau betreft dit een negatieve bijstelling vanaf 2025. Het prijseffect speelt hier een belangrijke rol. Zagen we in de programmarapportage mei 2024 nog een positief beeld van dit thema, vanaf 2025 is het verwachte effect (hogere tarieven per bouwsteen) van de regionale aanbesteding WMO 2025 meegenomen. Op regionaal niveau leidt dit naar verwachting tot hogere kosten van afgerond € 1,4 miljoen. Voor Wijchen komt dit neer op afgerond € 190k. Dit zien we met name terug in de categorie Begeleiding. De bijstelling van de eenheden zorggebruik en het hoeveelheidseffect hebben een gering meerjarig effect (structureel 16k negatief). Het verwachte positieve resultaat 2024 egaliseren we via de programmarapportage mei 2024 met de reserve WMO. Deze reserve is bedoeld voor het egaliseren van (verwachte) jaarresultaten WMO. Meerjarenperspectief per categorie In het thema WMO van de Programmarapportage mei 2024 en het eerste monitorverslag van 2024 is per onderdeel uitvoerig toegelicht hoe het zorggebruik zich in 2024 ontwikkelt en wat het effect daarvan is op de kosten. In deze paragraaf zoomen we nog even extra in op het meerjarig beeld. Bij huishoudelijke hulp speelt het definitieve tarief voor 2024 een belangrijke rol in de positieve bijstelling. Deze valt lager uit dan waar in de primitieve begroting rekening mee gehouden is.
Op de eenheden stellen we deze categorie niet bij in de Nulmeting 2024. Door de vergrijzing zien we het aantal gebruikers van hulp bij het huishouden nog steeds stijgen. In combinatie met het hogere tarief voor 2024 blijven de uitgaven ook stijgen. We verwachten meerjarig een dempend effect door de verwachte invoering van de inkomensafhankelijke bijdrage vanaf 2026. Bij Begeleiding stellen we de producten groepsbegeleiding en zintuigelijk gehandicapten in eenheden naar beneden bij, terwijl de ambulante begeleiding Iriszorg (via regio) toeneemt. Deze bijstellingen heffen elkaar per saldo zo goed als op. Het negatieve effect bij deze categorie is het verwachte prijseffect van de regionale aanbesteding WMO 2025. Bij de hulpmiddelen is de bijstelling minimaal. Per saldo stellen we dagbesteding op verwacht zorggebruik minimaal bij. Het product dagbesteding ouderen basis stellen we in eenheden naar beneden bij, terwijl we de raming van de vervoerskosten ophogen. De lokale bouwsteen vervoer ouderen naar dagbesteding zat nog niet volledig in onze raming. Ook hier zien we het negatieve effect van het verwachte prijseffect van de regionale aanbesteding WMO 2025. Op basis van recente informatie van de sociale verzekeringsbank hebben we de categorie PGB bijgesteld.
Het betreft hogere verwachte kosten pgb’s WMO begeleiding en lagere verwachte kosten op het onderdeel pgb’s huishoudelijk hulp. Bij de pgb’s WMO begeleiding hebben we een hogere index 2024 toegepast van + 9,60%, omdat we als
Pagina | 16| Perspectiefnota 2024
gevolg van een uitspraak van de Centrale Raad van beroep genoodzaakt waren het PGB tarief voor dit product te verhogen. Bij de categorieën woonvoorzieningen, overig en stelpost eigen bijdragen vinden geen bijstellingen plaats. Herinvoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage Wmo: Dit wordt landelijk voorbereid met 2026 als verwacht ingangsjaar. Het huidige abonnementstarief in de Wmo heeft een aanzuigende werking en leidt tot meerkosten. Er is een wetsvoorstel in voorbereiding om het abonnementstarief af te schaffen en in plaats daarvan weer de inkomensafhankelijke eigen bijdrage in te voeren. Deze bijdrage zou gaan gelden voor alle Wmo-voorzieningen waarop het abonnementstarief ook van toepassing is. De middelen die het rijk in verband met de aanzuigende werking toevoegt aan het Gemeentefonds vervallen grotendeels vanaf de inwerkingtreding van het wetsontwerp. 4.05 Vluchtelingen, arbeidsmigranten en huisvesting In de Programmarapportage mei hebben we uitgebreid aandacht besteed aan het thema Vluchtelingen, Internationale werknemers en huisvesting. Daarin is uitgebreid opgenomen welke stappen we in 2024 zetten op dit vlak. In deze Perspectiefnota willen we daarop de volgende aanvulling opnemen. We zijn bezig met het ontwikkelen van een TussenThuis locatie. De financiële gevolgen hebben we vertaald in de tabel nieuw beleid (met dekking).
Om de druk op de sociale huurwoningen te verlichten richten we een TussenThuis locatie in. Dit is een tijdelijke voorziening met onzelfstandige wooneenheden voor statushouders die gekoppeld zijn aan de gemeente Wijchen. Ze kunnen maximaal een jaar in deze voorziening verblijven waar ze een eigen slaapkamer hebben en een huiskamer, keuken, badkamer en toilet delen met huisgenoten. Dit geeft Talis de ruimte om meer te spreiden in het plaatsen van bijzondere doelgroepen in sociale huur. Daarnaast ontlast het de asielzoekerscentra doordat statushouders vervroegd uitstromen naar Wijchen. Statushouders betalen een bijdrage in de gebruikerskosten en de overheid heeft hiervoor een bekostigingsregeling opgesteld waaruit we de rest van de kosten betalen. We willen starten per 1 september voor de komende 3 jaar. 4.06 Gemeenschappelijke regelingen In onderstaande tabel is de impact van de ingediende Begrotingen 2024 van de gemeenschappelijke regelingen in beeld gebracht. De impact is gebaseerd op de zienswijzen zoals het college die heeft vastgesteld, welke in juni 2024 in de raad behandeld worden. Voor de toelichting op onderstaande mutaties verwijzen we naar de betreffende stukken. 9)
Tabel: Totaalbeeld gemeenschappelijke regelingen conform gemeentelijke zienswijze.
x € 1.000
2025
2026
2027
2028
Mutatie MGR Werkbedrijf Stelpost herverdeeleffect participatie Mutatie IRvN Mutatie ODRN Mutatie GGD Mutatie VRGZ Mutatie GR Munitax Mutatie MARN Mutatie BVO DRAN Mutatie Groene Metropoolregio Mutatie WDW
-935 319 -47 -40 -116 -86 -90 0 131 0 -1.520
-575 307 -47 -3 -116 -86 -90 0 140 -16 -1.520
-207 290 -47 30 -116 -86 -90 0 100 -16 -1.520
-12 312 -47 72 -116 -110 -90 0 23 -16 -1.520
Totaal mutatie GR’en structureel
-2.384
-1.996
-1.632
-1.453
Pagina | 17| Perspectiefnota 2024
4.06a Werkorganisatie Druten Wijchen 2024 De eerste Bestuursrapportage van de WDW geeft een eerste beeld op het te verwachten jaarresultaat binnen de WDW. We zien op een aantal onderwerpen afwijkingen ten opzichte van de begroting: 10) Mutaties WDW 2024 (min is nadeel)
Onderwerp (x € 1.000) Binnen verdeelsleutel Bedrijfsvoeringbudget CAO ICT Rente op middelen schatkist Herijking verdeelsleutel Tractie
Afwijking Aandeel Wijchen
Aandeel Druten
0 -424 200 100 0 -3
0 -288 136 68 -183 -2
0 -136 64 32 183 -1
Buiten verdeelsleutel CAO Invulling taakstelling Druten Tractie
-21 -274 2
-13 0 13
-8 -274 -11
Totaal effect voor gemeenten
-420
-269
-151
Vanwege de vastgestelde cao wordt een begrotingswijziging voorgesteld. In de begroting 2024 gingen we uit van een index van 4,2% in 2024. De cao is vastgesteld op 4,75% vanaf januari 2024 en 1,25% van oktober 2024. Vanuit de jaarrekening analyse zijn structureel de budgetten van ICT en rente (vergoeding op middelen aangehouden in de schatkist) bijgesteld. Op het gebied van ICT moeten we het beoogde tempo van investeringen bijstellen, vanwege een gebrek aan zowel interne als externe capaciteit (de IRvN en marktpartijen) om alle projecten uit te voeren. Daarnaast hebben de colleges op basis van een evaluatie een besluit genomen de kostenverdeelsleutel te herijken. In de basis blijven we de kosten binnen de verdeelsleutel verdelen naar verhouding van de ingebrachte budgetten bij de start van de WDW. Voor de ontwikkeling van de organisatie zijn inwoneraantallen als maatstaf gekozen. We passen hierdoor vanaf 2024 toe, dat de meerkosten ten opzichte van de stand van de jaarrekening 2021, op basis van inwoneraantallen worden verdeeld. Hierdoor ontstaat een herverdeeleffect ten opzichte van de actuele begroting 2024, dat voor Wijchen € 183k nadelig is en voor Druten € 183k voordelig. Eind 2023 is de begrotingswijziging van de WDW vastgesteld, waarbij rekening is gehouden met de zienswijze van de raad van Druten om de uitzetting binnen de WDW organisatie op te vangen.
Dit heeft het WDW bestuur taakstellend op het takenpakket van Druten opgenomen. Momenteel worden hier voorstellen voor uitgewerkt, waarvan de verwachting is dat die op z’n vroegst vanaf 2025 effect gaan sorteren. Hierdoor wordt de taakstelling in 2024 niet behaald. Ontwikkelingen 2025 en verder De ontwerpbegroting 2025 van de WDW is opgebouwd vanuit bestaand beleid. De kostenstijging als gevolg van de cao-aanpassingen 2024 zorgt, net als in 2023, voor een forse stijging van de begroting van de WDW. De structurele voordelen op ICT en rente uit de concept jaarrekening 2023 zijn structureel vertaald in de begroting 2025. De herijkte systematiek van de kostenverdeelsleutel is toegepast, waarbij in de basis de kostenverdeling in stand blijft op basis van ingebrachte budgetten. Voor de ontwikkeling van de organisatie wordt gekeken naar de verhouding inwoneraantallen als maatstaf.
Pagina | 18| Perspectiefnota 2024
Hieronder laten we het financiële effect van de begroting WDW 2025 op bestaand beleid zien: 11) Mutaties WDW 2025 (en verder), min is voordeel voor Wijchen
Bedragen x € 1.000 Verdeelsleutel Personeel indexering conform nieuwe CAO Contractindex Rente schatkistbankieren ICT Overig Totaal effect begroting 2025 WDW bestaand beleid Zwembadpersoneel extern* Totaal mutatie bijdrage WDW
Wijchen 2025 212 1.437 75 -68 -111 -25 1.520
Druten 2025 -212 681 35 -32 -52 14 434
1.520
-569 -135
* Vanaf 2024 is het zwembadpersoneel overgegaan naar een commerciële partij die de exploitatie van het zwembad de Gelenberg verzorgt. Hierdoor vervalt de bijdrage buiten de sleutel voor Druten. Daarvoor in de plaats komt een bijdrage aan de betreffende commerciële partij.
In de begroting 2024 gingen we uit van een index van 4,2% in 2024 en 4,1% in 2025; op dit moment gaan we op basis van de vastgestelde CAO uit van 6% in 2024 en op basis van de septembercirculaire van 5,8% in 2025. Dit leidt tot een forse stijging van de bijdrage in 2025. Afhankelijk van de nog overeen te komen CAO 2025 kan dit nog bijgesteld worden. Ondertussen staat de tijd niet stil en komen er nieuwe ontwikkelingen op ons pad, zien we een grotere vraag naar onze dienstverlening als gevolg van bijvoorbeeld de vergrijzing en extra woningbouw. Als nieuw beleid stellen we onderstaande onderwerpen voor: 12) Nieuw beleid WDW (formatie op peil)
Onderwerp Beleidsadviseur Evenementen en Vergunningen
Fte 1
Bedrag Toelichting € 100.000 Binnen de WDW is er geen tactische, beleidsmatige capaciteit beschikbaar voor evenementen en vergunningen. Hierdoor worden uitvoerende medewerkers structureel overbevraagd en het leidt tot inefficiëntie, geen goede (beleidsmatige) keuzes en uitval. Er spelen veel ontwikkelingen in de evenementenbranche, waardoor er telkens nieuwe vragen komen. Denk bijvoorbeeld aan de bestuurlijke vragen om te komen tot nieuw evenementenbeleid, de problematiek rondom het evenemententerrein, het vervolg op het kermissenonderzoek en de opgave om in de toekomst goede toekomstbestendige evenementen in de kernen te organiseren, terwijl de organisatiekracht in de kernen afneemt. Dit met als doel om de sociale cohesie te blijven bevorderen. Soms zijn we als gemeente zelf de organisator van evenementen waaronder 4-daagse, Kermis en Carnaval. Ook hier merken we een toename in vragen, regels en vereisten evenals vragen hoe we dit het beste in de toekomst kunnen organiseren. Denk bijvoorbeeld aan het convenant en de constructie voor de 4-daagse die moeten worden herzien. Daarnaast is er de noodzaak om vergunningen en processen te vereenvoudigen en aanpalend beleid en knelpunten zoals APV, uitstallingen, fietsparkeren, wegsleepverordening e.d. op te kunnen pakken. Voor al deze vraagstukken is beleidsmatige capaciteit nodig.
Pagina | 19| Perspectiefnota 2024
Onderwerp Beleidsadviseur OOV
Fte 1
Beheerder IBOR
1
Wijkbeheer van 6 naar 5 fte
-1
Burgerzaken
1,6
Dekking leges reisdocumenten TOTAAL Effect Wijchen (nieuw beleid 11.13 en 15.10) Effect Druten
3,6
Bedrag Toelichting € 100.000 De uitvoering van de prioriteiten van het vastgesteld Integraal Veiligheidsplan staat onder druk. Hierin is vermeld dat als de middelen of capaciteit niet meer toereikend zijn dat er een nieuw voorstel komt. Dit is nu de situatie. Op dit moment kunnen we niet meer voldoen aan de prioritering en wettelijk vereisten. Dit komt onder andere door: - Structurele overbelasting van het team Openbare Orde en Veiligheid. - Meer individuele casussen waar veel capaciteit voor ingezet moet worden. - Nieuwe wettelijke vereisten zoals aanpak mensenhandel en cameratoezicht. - Nieuwe vragen zoals bondgenoten en jongerenaanpak. Door overbelasting worden we een onbetrouwbare partner (zowel intern als extern in het gebied Tweestromenland en regio Gelderland-Zuid) en kunnen we niet langer het gewenste kwaliteitsniveau waarborgen. Hiervoor is extra capaciteit binnen team OOV nodig. € 100.000 In het team Ruimtelijk beheer is de formatie niet meer toereikend voor de taken. De laatste jaren is het areaal toegenomen en de omvang van de werkzaamheden door intensievere inwonersparticipatie en het in eigen beheer uitvoeren van onderhoudsprojecten. Om de extra werkzaamheden goed op te kunnen, is uitbreiding gewenst. Dit kunnen we gedeeltelijk opvangen door te besparen op wijkbeheer, zie onderstaande regel. -€ 80.000 Een wijkbeheerder Druten gaat met pensioen.
Voorgesteld wordt deze niet één op één te vervangen, maar een bestaande fte voor Wijchen voor 1/3 in te zetten op Druten. Dat leidt voor Wijchen en Druten tot een besparing buiten de sleutel. € 115.000 Vanaf 2024 stijgt het aantal reisdocumenten aanvragen landelijk. Voor de WDW gaat het aantal van gemiddeld 3.500 per jaar naar gemiddeld 12.000 per jaar. In 2014 is de geldigheid van reisdocumenten nl. verlengd van 5 jaar naar 10 jaar. Deze 10 jaar is in 2024 verstreken, wat betekent dat een groot deel van de inwoners in de periode 2024 tot en met 2028 hun reisdocumenten moet verlengen. Dit betekent jaarlijks twee tot drie keer meer aanvragen van reisdocumenten en even zo veel afhalers aan de balie/receptie. Om dit en de impact van andere ontwikkelingen goed in beeld te brengen, heeft de WDW een onderzoek uitgevoerd. Op basis hiervan is er een korte en middellange termijnvisie en plan van aanpak voor de teams ontwikkeld. Om de extra werkzaamheden goed op te kunnen vangen, is uitbreiding gewenst. Dit kunnen we opvangen door de extra legesopbrengsten, zie onderstaande regel. -€ 115.000 De extra aanvragen reisdocumenten leiden tot meer inkomsten binnen de gemeenten. De formatiekosten kunnen hieruit worden opgevangen. € 220.000 € 178.000 Omdat de vertrekkende wijkbeheerder buiten de verdeelsleutel Druten is opgenomen, is het financieel effect voor Druten relatief beperkter t.o.v.
Wijchen. € 42.000
Pagina | 20| Perspectiefnota 2024
4.06b Munitax In 2023 en 2024 heeft Munitax een begrotingswijziging doorgevoerd vanwege de explosieve stijging van het aantal bezwaarschriften. Met de extra inzet van personeel heeft Munitax de afhandeling van de bezwaarschriften grotendeels in 2023 af kunnen ronden. De kosten in 2023 zijn daarbij (ruim) binnen die begrotingswijziging gerealiseerd, waarmee € 672k over 2023 is teruggevloeid naar de gemeenten. Hoewel het aantal bezwaarschriften in 2024 beduidend lager is dan in 2023, verwacht Munitax vooralsnog het extra aangevraagde budget nodig te hebben. Vooral omdat het aantal beroepsschriften, volgend uit afgewezen bezwaarschriften, nu ook behoorlijk is toegenomen. De inzet verschuift zich daarmee in van de afhandeling van bezwaarschriften, naar de afhandeling van beroepsschriften. Dit leidt ertoe dat Munitax nu inschat ook voor 2025 incidenteel extra inzet nodig te hebben. Voor 2026 en verder gaan we er vanuit dat het niveau van bezwaar- en beroepsschriften weer genormaliseerd is. Voor 2024 verwacht Munitax op dit moment wel een voordeel op de proceskostenvergoedingen (vergoeding voor gegronde bezwaarschriften). Begin 2024 is de benchmark in opdracht van Munitax afgerond. In die benchmark is Munitax getoetst op kwaliteit en kosten en vergeleken met andere belastingsamenwerkingen.
Munitax gaat met de deelnemende gemeenten in 2024 verder het gesprek aan over het optimaliseren van onze belastingoplegging. 13) Begrotingseffect Munitax
x € 1.000 Mutatie structureel Mutatie incidenteel
2024 0 49
2025 -90 -350
2026 -90 0
2027 -90 0
2028 -90 0
Op basis van de eerste kwartaalrapportage verwachten we de bijdrage in 2024 te kunnen verlagen. In 2025 verwachten we incidenteel extra kosten i.v.m. de afhandeling van de extra beroepsschriften. Daarnaast verwachten we structureel een uitzetting op de bijdrage van Munitax i.v.m. gestegen personeels- en automatiseringskosten. 4.07 OZB-inkomsten In deze nota gaan we uit van de opgelegde belastingaanslag in 2024. De opbrengsten OZB worden jaarlijks gecorrigeerd met de bijgestelde prijscompensatie en we nemen een toename van jaarlijks 260 woningen mee, wat per jaar zo’n € 80k extra oplevert. We gaan verder uit van de index percentages uit de meicirculaire. 14) Meerjarenperspectief inkomsten OZB.
x € 1.000
index %
Totaal Begroting 2024 Basis 2024 (opgaaf Munitax) Opbrengst OZB door Toename woningen Index 2025 Index 2026 Index 2027 Index 2028 Perspectiefnota
2024
2025
2026
2027
2028
10.696
11.059
11.422
11.775
12.137
10.880
10.880
10.880
10.880
10.880
79 250
161 250 291
245 250 291 301
10.880
11.209
11.582
11.967
330 250 291 301 299 12.351
184
150
160
192
214
2,30% 2,60% 2,60% 2,50%
Mutatie
De mutatie leidt vanaf 2024 tot een voordeel voor het meerjarenperspectief. In bovenstaande cijfers hebben we nog geen rekening gehouden met de beoogde OZB stijging van 7,5% ter afdekking van nieuw beleid.
Pagina | 21| Perspectiefnota 2024
4.08 Klimaatmiddelen In april 2023 ontving de gemeente Wijchen een toekenning van de zogenaamde CDOKE gelden (Capaciteit Decentrale Overheden voor Klimaat- en Energiebeleid), een tijdelijke regeling betreffende een meerjarige specifieke uitkering voor capaciteit (bemensing) van decentrale overheden voor de uitvoering van klimaat- en energiebeleid. Daarnaast zijn specifieke uitkeringen beschikbaar gesteld voor energiearmoede en het nationale isolatieprogramma. Deze middelen komen beschikbaar naast de jaarlijkse programmagelden. Dit betekent dat voor 2024 de volgende middelen beschikbaar zijn voor klimaat- en energiebeleid: 15) Tabel: meerjarig overzicht klimaatmiddelen
restant 2023
2024
2025
2026
2027
2028
€ 218.989
€ 224.701
€ 230.363
€ 235.747
€ 241.265
€ 583.238
€ 730.360
€ 736.925
€0
€0
€0
subtotaal
€ 583.238
€ 949.349
€ 961.626
€ 230.363
€ 235.747
€ 241.265
SPUK energiearmoede SPUK nationaal isolatieprogramma
€ 642.278
€0
€0
€0
€0
€0
€ 461.036
€ 335.181
€0
€0
€0
€0
€ 1.686.552 € 1.284.530
€ 961.626
€ 230.363
€ 235.747
€ 241.265
Programmagelden Klimaatakkoord gelden (CDOKE)
TOTAAL
Op dit moment zijn de CDOKE gelden t/m 2025 beschikt. De verwachting is dat deze regeling voortgezet wordt vanaf 2026. De vorm waarin is echter nog niet bekend. De klimaatmiddelen zijn onderverdeeld in 6 opgaven, te weten: -
-
-
-
-
1. Ontzorging Binnen het thema ontzorging vallen alle kosten voor het energieloket (zowel fysiek als digitaal), de energiecoaches en het regionaal energieloket voor bedrijven. Daarnaast is opdracht verstrekt voor de ontwikkeling van een publiekscampagne en zijn we gestart met de wijkaanpak isolatie. 2. Duurzame warmte Naast de kosten voor verkennende onderzoeken naar de kansen voor collectieve warmtenetten, is hier ook het initiatievenbudget ondergebracht voor inwoners om lokale initiatieven te ontplooien op het gebied klimaat en energie. 3. Duurzame elektriciteit Dit betreft uitgaven voor onder andere alle werkzaamheden die te maken hebben met ruimtelijke procedures van grootschalige opwek-projecten, het herijken van de gedragscode wind en het opstellen van de wind- en zonnevisie. Ook het onderzoek naar een smart-energy-hub in Bijsterhuizen valt hieronder. 4. Energietransitie algemeen Hierin zijn de personeelskosten ondergebracht voor medewerkers binnen de WDW die zich bezighouden met klimaat- en energiebeleid, zowel binnen team energietransitie als binnen andere teams van de WDW.
Het betreft onder andere extra capaciteit team aanzien van duurzame mobiliteit, extra capaciteit voor team economische zaken ten aanzien van het verduurzamen van bedrijven, extra capaciteit voor juridische zaken voor de ondersteuning van RO procedures van grootschalige opwek-projecten en extra capaciteit voor team vastgoed voor energiebeheer. Ook de kosten voor de LES (Lokale Energie Strategie) en de implementatie van de CO2 Prestatieladder vallen hieronder. 5. SPUK Energiearmoede Voor de bestrijding van energiearmoede is in 2022 een aanpak ontwikkeld, die in 2023 en 2024 wordt voortgezet. Inwoners die het risico liepen om te maken te
Pagina | 22| Perspectiefnota 2024
-
krijgen met energiearmoede, hebben het aanbod ontvangen om een energieklusser op bezoek te krijgen voor het nemen van kleine energiebesparende maatregelen. In specifieke gevallen kwamen mensen ook in aanmerking voor een energiezuinige koelkast. 6. SPUK Nationaal Isolatie Programma De rijksoverheid heeft een specifieke regeling in het leven geroepen om woningen met lage energie labels financieel te steunen bij het nemen van isolerende maatregelen door middel van subsidies. Er is een aanpak ontwikkeld, die in 2024 wijkgericht van start is gegaan. De middelen van 2023 worden in 2024 ingezet. 16) Tabel: Besteding klimaatmiddelen t/m 2024
1 2 3 4 5 6
Opgaven Ontzorging Duurzame warmte Duurzame elektriciteit Energietransitie SPUK energiearmoede SPUK NIP Totaal
Budget 255.000 210.000 213.500 854.087 642.278 796.217 2.971.082
Werkelijk 14.349 13.562 61.885 45.253 27.351 27.800 190.200
Verwacht 255.000 160.000 213.500 596.881 200.000 335.181 1.760.562
Restant 0 50.000 0 257.206 442.278 461.036 1.210.520
De bovenstaande bedragen in de kolom ‘Verwacht’ betreft een schatting op basis van de in april 2024 bekende gegevens. Uiteraard zullen deze in de loop van 2024 nog onderhevig zijn aan wijzigingen. Op basis van deze bovenstaande verwachting wordt er een bedrag van € 1.2 miljoen niet benut in 2024. Dit blijft beschikbaar voor 2025. De afgelopen tijd is het team energietransitie sterk uitgebreid en ook binnen de WDW zijn meer medewerkers op inhuur basis actief geweest in het kader van het Klimaatakkoord. Er wordt op korte termijn een strategisch adviseur Klimaatakkoord en duurzaamheid aangetrokken en er is formatie beschikbaar voor een adviseur duurzame mobiliteit. Verder zijn veel projecten opgestart en/of in voorbereiding. De uitgaven tot en met april blijven vooralsnog achter bij de begroting, maar de verwachting is dat de uitgaven in de komende maanden sterk zullen stijgen. 4.09
Uitgangspunten tarieven en leges
Reinigingsheffing We verkennen de mogelijkheden om te komen tot de Vang-doelstellingen. Het taakveld afval is altijd een dynamisch dossier. Wij hebben nog steeds het motto “de vervuiler betaalt” hoog in het vaandel en willen dit verder verankeren in de toekomst. Het Diftar-systeem zetten we in 2025 voort, waarbij we de huidige grondslagen van de tarieven in stand houden. Dit betekent dat de systematiek van toerekenen van kosten naar vaste en variabele heffing gehandhaafd blijft, evenals het uitgangspunt van 100% kostendekkendheid. In 2023 hebben we € 193k vanuit het positieve saldo op het taakveld afval toegevoegd aan de voorziening tariefsegalisatie reinigingsheffing. De komende tijd onderzoeken we of dit gebruikt kan worden voor een eenmalige teruggaaf, of dat we eventueel stijgende kosten hiermee moeten opvangen.
Pagina | 23| Perspectiefnota 2024
Rioolheffing De rioolheffing wordt geheven ter dekking van de kosten voor water er riolering. De Raad heeft besloten om de rioolheffing 100% kostendekkend te maken, inclusief de btwcomponent. Voor de rioolheffing houden we de huidige heffingsgrondslag in stand (WOZwaarde van een perceel). Het in 2022 vastgestelde Beleidsplan water en riolering 20232027 met bijbehorende Rioolbeheerplan 2023-2027 vormen de basis van de geraamde kosten en daarmee ook voor de hoogte van de rioolheffing. Hondenbelasting De hondenbelasting in Wijchen is kostendekkend, dit principe willen we handhaven. In 2016 is de beleidsnota hondenbeleid vastgesteld. Het saldo van de egalisatiereserve hondenbelasting is nihil. Dat betekent dan de tarieven in 2025 bepaald zullen worden op basis van de geraamde kosten en het aantal honden, zonder egalisatie vanuit de reserve. Toeristenbelasting De toeristenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel. De heffing van de toeristenbelasting vindt plaats op basis van aangifte. Conform raadsbesluit zijn de tarieven 2024 vastgesteld op € 2,00 per overnachting en € 1,00 per overnachting op camping / vast standplaats. In deze Perspectiefnota stellen we voor om de tarieven eens in de vijf jaar te indexeren. Hierdoor worden de tarieven in één keer verhoogd en niet stapsgewijs elk jaar met een paar cent. Dit zorgt ervoor dat ondernemers minder ongemak ervaren van de indexering.