Perspectiefnota 2021
Tekst van het document
Perspectiefnota 2021
Pagina | 2| Perspectiefnota 2021
Voorwoord De Perspectiefnota 2021 is de eerste stap in het begrotingsproces. Deze stap wordt gevolgd door het opstellen van de Programmabegroting 2022, met het meerjarenperspectief 2023 t/m 2025. Deze Perspectiefnota wordt behandeld in de raad van 8 juli 2021. De Programmabegroting wordt op 11 november 2021 vastgesteld. Naast de vooruitblik op het meerjarenperspectief 2022-2025, stellen we ook voor het lopende jaar 2021 een bijstelling voor middels een begrotingswijziging. Input voor deze begrotingswijziging komt uit de Programmarapportage mei en actualisatie van de onderwerpen in deze Perspectiefnota. Iedereen doet mee Medio april 2018 heeft het college haar coalitieakkoord gepresenteerd. In het akkoord met de titel “Iedereen doet mee”, heeft het college haar ambities verwoord voor de periode 2018-2022. In de basis wil het college, ook in deze onzekere tijden, de koers vasthouden. Kort gezegd betekent dit dat Wijchen een financieel gezonde gemeente blijft met een hoog voorzieningenniveau tegen beperkte lasten. Dit alles vanuit een inclusieve visie waarbij inwoners, instellingen en bedrijven worden uitgenodigd om samen ambities te realiseren. Onzekerheden Deze perspectiefnota is uitgewerkt in een periode van financiële onzekerheden. Het is moeilijk in te schatten wat de lange termijn gevolgen zijn van de corona crisis.
In 2020 hebben we met compensatie vanuit het Rijk de korte termijneffecten op kunnen vangen. Ook voor 2021 gaan we ervan uit dat we geen direct financieel nadeel ondervinden. Het is echter moeilijk in te schatten wat de crisis betekent voor de (lokale) economie op de langere termijn. Daarnaast is een herverdeling van de algemene uitkering aangekondigd. Deze herverdeling is inmiddels twee keer uitgesteld. De eerste uitkomsten bleken voor gemeenten een grote impact te hebben, waar nader aanvullend onderzoek voor nodig is. De herverdeling is uitgesteld naar 1-1-2023. De voorlopige uitkomsten voor Wijchen lijken gunstig, maar gezien de grote verschillen tussen gemeenten in de uitkomsten, is een aanpassing aan het model niet uit te sluiten. Vooralsnog nemen we de mogelijke gevolgen van de herverdeling niet mee in de cijfers. Ook op het gebied van de jeugdzorg is nog veel onduidelijk ten aanzien van landelijke compensatie voor de oplopende kosten. Al zijn de meest recente berichten hoopgevend voor gemeenten. Begroting 2021-2025: financieel structureel sluitend De doelstelling van het begrotingsproces is te komen tot een sluitend structureel perspectief. Dit niet alleen vanuit gezond financieel beleid en beheer, maar ook om onder repressief toezicht van de provincie te blijven.
Wij constateren dat, met uitzondering van jaarschijf 2024, het gehele structurele meerjarenperspectief sluitend is. Ten opzichte van de Begroting 2020 zien we met name op de Jeugdzorg kostenstijgingen, maar ook op de huishoudelijke hulp en de WDW in verband met de woningbouwopgave. Omdat we voor 2021 € 1,9 miljoen aan incidentele kosten ramen, doen we een beroep op de algemene reserve van € 1 miljoen om jaarschijf 2021 sluitend te maken. Jeugd / Wmo nieuw Uitgangspunt van de gemeente Wijchen is dat nieuwe taken die op ons af komen binnen de daarvoor toegekende middelen worden uitgevoerd. We zien dat we hier op het gebied van Jeugd / WMO nieuw tot op heden niet in slagen. Het kader is nog altijd om binnen de rijksmiddelen uit te komen. We constateren echter dat we op dit moment niet aan dat
Pagina | 3| Perspectiefnota 2021
kader kunnen voldoen. De nulmeting van begin 2021 laat zien dat de kosten in de jeugdzorg vanaf het laatste kwartaal 2020 zijn toegenomen, waarbij een klein aantal relatief dure zorgtrajecten leidt tot een behoorlijke kostenuitzetting. Bij de Begroting 2021 hebben we aangekondigd dat we, na een aantal eerdere bezuinigingsoperaties, voor deze Perspectiefnota nog een finale nota met bezuinigingsmogelijkheden aanbieden. In april hebben we hiertoe de nota ‘Goede zorg betaalbaar’ aangeboden aan de raad. Doordat de raad de behandeling van deze nota doorschuift, hebben we de financiële effecten van deze bezuinigingen vooralsnog niet meegenomen in voorliggend perspectief. Tijdens het opstellen van deze nota geeft de minister aan € 1,3 miljard voor 2022 vrij te maken ter compensatie van de jeugdzorg problematiek bij gemeenten. Structureel wordt dit als zwaarwegend advies meegegeven bij de kabinetsformatie. Omdat de vertaling naar het gemeentefonds en de uitwerking voor Wijchen ontbreekt, nemen we hier vooralsnog geen voorschot op. Wmo klassiek Op de huishoudelijke hulp zien we de vraag fors toenemen. Dit leidt samen met een prijsstijging tot een bijstelling op de verwachte kosten voor 2021 en verder. Ook voor dit dossier hadden we in de Begroting 2021 een nota aangekondigd. Gelijktijdig met deze Perspectiefnota wordt hiertoe de nota ‘Betaalbaarheid Hulp bij het huishouden’ aangeboden.
Met maatregelen verwoord in die nota kunnen we de kostenuitzetting beperken. Toeristenbelasting Bij de behandeling van de Begroting 2021 heeft de raad een amendement aangenomen om de belastingverhoging, vanwege de corona crisis, uit te stellen met een jaar en deze verhoging bij deze Perspectiefnota opnieuw te betrekken. In deze nota stellen we voor de belastingverhoging gefaseerd toe te passen, zodat we de effecten kunnen meten en op basis daarvan kunnen beoordelen of we tot de volledig beoogde verhoging over gaan. Vervolgproces richting Begroting 2022 Bij de Begroting 2022 actualiseren we de meerjarenramingen. Daarbij betrekken we de uitkomsten van de septembercirculaire en hopen we op meer concreetheid ten aanzien van de structurele extra middelen jeugdzorg. Wetende dat we vorig jaar de financiering van het IBOR hebben omgezet, waarbij we in de eerste jaren voordeel hebben, maar op termijn de kosten geleidelijk gaan toenemen, zijn we terughoudend bij het beoordelen van nieuw beleid. We gaan duurzaam om met de Wijchense middelen en zullen dan ook, bij structurele compensatie voor de jeugdzorg, komen met bestedingsvoorstellen om een financieel robuuste gemeente te blijven.
Pagina | 4| Perspectiefnota 2021
Inhoudsopgave
Voorwoord ...................................................................................................... 3 Uitgangspunten ............................................................................................... 6 Structureel meerjarenperspectief....................................................................... 7 3.01 3.02 3.03 3.04 3.05 3.06 3.07 3.08 3.09 3.10 3.11 3.12 3.13 3.14
Meicirculaire ............................................................................................. 8 BUIG ....................................................................................................... 9 Bijzondere Bijstand...................................................................................11 2d’s Jeugd en Wmo nieuw .........................................................................11 WMO Klassiek ..........................................................................................14 Bouwleges ...............................................................................................15 Gemeenschappelijke regelingen .................................................................16 Werkorganisatie Druten Wijchen ................................................................16 Omgevingswet .........................................................................................20 OZB-inkomsten ........................................................................................20 Uitgangspunten tarieven en leges ...............................................................21 Kapitaallasten ..........................................................................................22 Prijscompensatie ......................................................................................23 Kostenuitzettingen
...................................................................................23
Incidenteel meerjarenperspectief ......................................................................24 Corona ..........................................................................................................26 MIO (Meerjaren Investerings Overzicht) ............................................................28 Bouwgrondexploitaties .......................................................................................31 Totaalbeeld ....................................................................................................32 Provinciaal toezicht .........................................................................................33 Algemene reserve...........................................................................................34 Onontkoombare kostenuitzettingen structureel ...............................................35 Nieuw beleid structureel ...............................................................................37 Effecten uit Programmarapportage mei ..........................................................39 Posten incidenteel .......................................................................................42 Incidenteel totaalbeeld .................................................................................47 Gewenst nieuw beleid (nog niet toegekend) ....................................................50
Samenvatting per programma ......................................................................51
Pagina | 5| Perspectiefnota 2021
Uitgangspunten Conform onze financiële verordening en het huidige coalitieakkoord gaan we uit van onderstaande uitgangspunten bij het opstellen van de Begroting 2022. We houden in onze structurele begroting minimaal € 250.000 als buffer aan voor onvoorziene kosten. Als we onze budgetten overschrijden moeten we dat binnen het programma zelf opvangen. Structurele tekorten vangen we op door blijvende maatregelen te treffen. Tekorten die eenmalig ontstaan vangen we op door incidentele maatregelen te treffen. Om de nieuwe taken vanuit het rijksbeleid, het interbestuurlijk programma en de gemeentelijke ambities te kunnen bekostigen, bezuinigen wij waarschijnlijk € 200.000 structureel per jaar. Opgeteld geeft dit € 800.000 extra ruimte in 2022. Nieuwe rijksmiddelen zullen wij waar mogelijk inzetten om die bezuinigingen op te vangen. De winst die we maken door percelen bouwgrond te verkopen op bedrijvenpark Bijsterhuizen gaat naar de algemene reserve. De reserve Bouwgrondexploitatie is onderdeel van de algemene reserve. Uit de algemene reserve halen we alleen maar geld om eenmalig dingen te kunnen betalen als dit leidt tot minder structurele lasten voor de gemeente. Als we nieuwe beleidstaken en geld krijgen van de rijksoverheid, dan labelen we die één op één voor het beoogde doel. Wij streven ernaar om de uitvoering van de nieuwe taken te betalen met deze middelen.
Met de gelabelde gelden worden ook de organisatie- en uitvoeringskosten binnen de Werkorganisatie Druten Wijchen structureel gedekt. We kunnen alleen structureel nieuw beleid starten als er structureel extra geld is, of als we oud beleid inruilen voor het nieuwe beleid. Als we de Perspectiefnota of begroting bespreken, wegen we af welke extra uitgaven nuttig en nodig zijn en wat het belangrijkst is. Buiten deze beslissingsmomenten kan geen extra incidenteel of structureel geld uitgegeven worden. Behalve als de gemeenteraad daar akkoord voor geeft.
Pagina | 6| Perspectiefnota 2021
Structureel meerjarenperspectief Met het vaststellen van de Begroting 2021 heeft de raad de startpositie bepaald voor de meerjarenbegroting 2022-2025. Eventuele raadsbesluiten die van invloed zijn op het begrotingssaldo nemen we mee in onderstaande tabel. Vervolgens ziet u een samenvatting van de financiële effecten per thema uit dit hoofdstuk 3. 1)
Structureel perspectief (x € 1.000)
Structureel perspectief t.o.v. Hfst. Begroting 2021 Begroting 2021 Decembercirculaire Startpositie 2021 t/m 2025 3.01 3.02 3.03 3.04 3.05 3.06 3.07 3.08 3.09 3.10 3.11 3.12 3.13 3.14 3.14 6
2021
2022
2023
2024
2025
1.706 -7 1.699
929 635 1.564
523 -27 496
332 4 336
1.288
Meicirculaire BUIG Bijzondere bijstand 2d’s Jeugd en Wmo nieuw WMO Klassiek Bouwleges Gemeenschappelijke regelingen Werkorganisatie Druten Wijchen Omgevingswet OZB-inkomsten Uitgangspunten tarieven en leges Kapitaallasten Prijscompensatie Onontkoombare kostenuitzettingen Nieuw beleid structureel MIO - Oplevering grote projecten
176 0 196 -854 0 0 72 -272 0 30 0 63 0 -130 -69 0
-38 -25 193 -1.111 148 0 -60 -272 0 86 -31 20 -47 -142 -92 0
628 -43 202 -655 19 0 -97 -272 0 191 -31 -10 -169 -147 -175 553
356 -48 212 -673 -170 0 -75 -272 0 262 0 -4 -219 -151 -175 320
455 -43 204 -881 -486 0 59 -272 0 277 0 65 -286 -155 -175 0
Saldo structureel Perspectiefnota 2021
911
193
491
-301
50
Pagina | 7| Perspectiefnota 2021
3.01 Meicirculaire Aanvankelijk zou dit een versie worden met veel mutaties door de vertaling van het nieuwe verdeelstelsel met ingangsjaar 2022. Dat is echter een jaar doorgeschoven. Voor nu blijft een reguliere circulaire over. Toch is het nodige te melden: o De voeding van het gemeentefonds als gevolg van de methode ‘samen de trap op en samen de trap af’ wordt het accres genoemd. De accressen 2020 en 2021 zijn vastgeklikt op het niveau van de meicirculaire 2020. Dit om rust en stabiliteit te creëren tijdens de corona-pandemie. Er vindt dus geen afrekening plaats. De accressen vanaf 2022 zijn bijgewerkt op basis van de regels van de huidige normeringmethodiek. Dat betekent een verlaging van het accres vanaf 2022 tot en met 2024 met jaarlijks ruim € 100 miljoen. o Eind april is een akkoord bereikt tussen VNG en rijksoverheid over een extra compensatie Jeugdzorg van € 613 miljoen incidenteel in 2021, bovenop de € 300 miljoen die eerder al verstrekt is. Van de extra compensatie loopt € 493 miljoen via het gemeentefonds. Daarnaast nog € 120 miljoen via specifieke uitkeringen. Deze compensaties worden verstrekt aan een beperkt aantal gemeenten of jeugdzorgregio’s. o De inwerkingtreding van de nieuwe Inburgeringswet is met een half jaar uitgesteld tot 1 januari 2022.
De reeds verstrekte compensatie over 2021 voor uitvoeringskosten in de IU Inburgering ad € 27 miljoen wordt teruggedraaid. Wel krijgen gemeenten compensatie voor het uitstel en voor de zogenaamde ondertussengroep (dat zijn inburgeraars die nog inburgeringspichtig zijn onder de Wet inburgering 2013). o Er wordt een vooraankondiging gedaan op komende compensatie voor corona. Vertaling vindt plaats in de september- of decembercirculaire 2021 het gaat om: Lokale cultuur en buurt- en clubhuizen, € 60 miljoen Regionale en lokale cultuur, € 51,5 miljoen. Betreft instandhouding infrastructuur alsmede inkomstenderving als gevolg van kwijtschelding huren Afrekening inkomstenderving 2020, PM Meerkosten WMO en Jeugdwet, € 141 miljoen o De eerste uitwerking van het nieuwe verdeelmodel ziet er gunstig uit voor Wijchen (+ € 0,8 miljoen). Gezien alle onzekerheden nemen we dit vooralsnog niet mee in de berekening. Wel laten we de stelpost van € 650k vervallen, die we in de begroting 2021 als mogelijke negatieve uitkomst hadden opgenomen (vanaf jaarschijf 2023). De VNG werkt pas mee aan het nieuwe verdeelstelsel, als de koek groter wordt. De gesprekken spitsen zich toe op twee onderwerpen: Extra middelen jeugdzorg Opschalingskorting. Afgelopen week is de belangwekkende uitspraak van de arbitragecommissie bekend geworden over structurele compensatie voor jeugdzorg.
De belangrijkste overweging van de arbitragecommissie was dat jeugdzorg wordt aangemerkt als een taak van (verplichte) medebewind. Dan worden alle kosten vergoed. De arbitragecommissie overweegt: Van 2005 tot en met 2015 stegen de jeugdzorgkosten met 250%. Het was te optimistisch om te veronderstellen dat het na een periode van zulke sterke groei mogelijk zou zijn om in korte tijd een structurele daling van de uitgaven voor de jeugdzorg te realiseren door overdracht aan de gemeenten, die helemaal nog geen ervaring in de jeugdzorg hadden. De arbitragecommissie spreekt zich niet uit over een compensatie met terugwerkende kracht voor de jaren tot en met 2021. Het doet een semi-bindend advies aan het nieuwe kabinet over de jaren daarna. Het voorgaande overziende is sprake van een flinke doorbraak. Het gaat om erkenning van de gemeentelijke tekorten tot een groot bedrag. Wat het voor de komende begroting 2022 met bijbehorende meerjarenraming gaat opleveren weten we waarschijnlijk pas nadat een nieuw kabinet is aangetreden. In voorliggend perspectief nemen we enkel de € 300 miljoen tijdelijke middelen naar rato mee voor het gehele meerjarenperspectief en nemen we dus geen voorschot op aanvullende middelen.
Pagina | 8| Perspectiefnota 2021
In de hiernavolgende tabel geven we het verschil weer tussen de decembercirculaire 2020 en de meicirculaire 2021. Vervolgens geven een overzicht van taakmutaties waar budgetten aan gekoppeld worden, daaruit volgt het vrij besteedbare saldo. 2) Verloop Algemene Uitkering
(x € 1.000) Stand decembercirculaire 2020 Stand meicirculaire 2021 Saldo Taakmutaties Aanpak problematiek Jeugdzorg** Verrekening Voogdij 18+ Participatie Corona steunpakket 4* Rijksvaccinatieprogramma Handhaving energielabel C kantoren Versterking gemeentelijke antidiscriminatievoorziening Prenataal huisbezoek door jeugdgezondheidszorg Wet Open Overheid Voorschoolse voorziening peuters Maatschappelijke begeleiding statushouders Inburgering Armoedebestrijding kinderen Heroriëntatie zelfstandigen Jeugd aan zet - /- Totaal taakmutaties Mutatie vrij besteedbaar
2021 63.193 65.015 1.822
2022 63.882 64.346 464
2023 64.445 65.591 1.146
2024 65.688 66.563 875
2025 67.199 68.179 980
940 19 91 472 11 4
0 219 86 0 9 4
0 219 96 0 9 4
0 219 84 0 9 4
0 219 75 0 10 4
16
17
17
18
19
0
11
11
11
11
0 12
120 0
137 0
154 0
172 0
55
0
0
0
0
2 0 14 10 1.646
25 11 0 0 502
14 11 0 0 518
9 11 0 0 519
4 11 0 0 525
176
-38
628
356
455
* De besteding van het corona steunpakket 4 is opgenomen in het overzicht corona (hoofdstuk 5). Steunpakket 4 bedraagt in z’n geheel € 513k, een deel van deze middelen is in de circulaire in jaarschijf 2020 verwerkt, waardoor het bedrag in bovenstaande tabel in jaarschijf 2021 afwijkt. ** De aanpak problematiek Jeugdzorg betreffen de extra incidentele middelen jeugdzorg. De compensatie is niet louter een budgettair voordeel. Er moeten extra kosten uit betaald worden, zoals het terugdringen van de wachtlijsten. Dit werken we uit in een voorstel. In eerste instantie parkeren we dit bedrag. Uit het voorstel moet blijken in hoeverre we kosten moeten maken en welk deel vrij kan vallen ten gunste van het tekort op jeugdzorg en daarmee het jaarrekeningresultaat. 3.02 BUIG De wet BUIG bestaat uit een aantal regelingen, waarvan de bijstand (uitkeringen participatiewet) het grootste deel beslaat. Hiervoor ontvangen we van het rijk het budget BUIG. Dit budget wordt berekend via een objectief verdeelmodel. Het Rijk hanteert het uitgangspunt dat voor alle gemeenten samen een toereikend macrobudget wordt vastgesteld. Voor deze begroting gaan we uit van het laatst bekende budget en verhogen dat meerjarig met dezelfde groei die we inschatten voor de aantallen cliënten aan de kostenkant.
Na de evaluatie begin 2021 heeft de raad besloten te stoppen met het project Klaar voor de Start en aan te haken bij de regio over de voorbereiding van de nieuwe Wet Inburgering. De verwachte uitstroomeffecten van Wijchen Werkt zijn daarom niet meer opgenomen in de begroting BUIG.
Pagina | 9| Perspectiefnota 2021
3)
Tabel: Aantallen bijstandsontvangers.
Stand 1 januari Reguliere in/uitstroom Stand 31 december Procentuele groei
2021 718 33 751
2022 751 23 774
2023 774 8 781
2024 781 8 789
2025 789 8 797
5%
3%
1%
1%
1%
We zijn gestart in 2021 met 718 bijstandsgerechtigden. Per 1 mei 2021 zijn 723 mensen afhankelijk van een uitkering. Ondanks de coronacrisis en het verwachte oplopende aantal mensen dat afhankelijk is van een uitkering (volgens het SCP en Divosa blijft de stijging achterwege). Om die reden hebben we het groeipercentage van het verwachte aantal bijstandsontvangers naar beneden bijgesteld. We zien thans een constante lijn van het aantal mensen dat afhankelijk is van een (bijstands)uitkering. De mogelijke groei verwachten we – volgens de landelijke berichtgevingen - op een later moment (einde WW-uitkeringen) dit jaar. 4)
Tabel: Resultaat BUIG, exclusief effect gemeentefonds.
x € 1.000 Begroting 2021 saldo BUIG
2021
2022
2023
2024
2025
-41
-175
-285
-300
-300
Opbrengsten BUIG
10.844
11.290
11.401
11.515
11.629
Opbrengsten Tozo regeling
1.572
Kosten BUIG
11.087
11.485
11.714
11.835
11.994
Kosten Tozo regeling
1.572
Saldo BUIG Perspectiefnota 2021
-121
-195
-312
-320
-316
Technisch al verwerkt vanuit circulaire Inzet reserve BUIG
-2
5
16
-28
-27
78
0
0
0
0
Mutatie t.o.v. Begroting 2021
0
-25
-43
-48
-43
Hoewel de verwachte aantallen bijstandscliënten naar beneden is bijgesteld, wordt het resultaat op de begroting BUIG ook naar beneden bijgesteld. Dit komt in eerste instantie omdat het nader voorlopige Rijksbudget 2021 lager is bijgesteld met ruim € 90k. Vervolgens laten we de meerjarig verwachte Rijksinkomsten met hetzelfde groeipercentage meegroeien als de aantallen cliënten. Wanneer de groei van de aantallen cliënten daalt, dalen zowel de kosten als de inkomsten. Het saldo van de reserve BUIG bedroeg per 1-1-2021 € 406k. Het voor 2021 verwachte tekort dekken we af door een onttrekking aan de reserve BUIG. Tozo De Rijksoverheid heeft in maart 2020 een pakket noodmaatregelen als gevolg van de intelligente lockdown voor ondernemers afgekondigd. De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) wordt door de gemeente uitgevoerd. Hierover heeft u recentelijk een informatienota ontvangen. Per 1 april 2021 is Tozo 3 vervangen door de Tozo 4 regeling. De Tozo 4 regeling loopt tot 1 juli 2021. Gemeenten worden volledig (dus inclusief uitvoeringskosten) gecompenseerd voor de Tozo (het extra beroep op aanvullende bijstand, bedrijfskapitaal en voor uitvoeringskosten). De TOZO is daarom budgetneutraal opgenomen in de begroting 2021. Mogelijk komt na 1 juli 2021 de Tozo 5 regeling. E.e.a.
is afhankelijk van de (versoepeling) van de coronamaatregelen en de daarmee gepaard gaande economische vooruitzichten.
Pagina | 10| Perspectiefnota 2021
Tonk De Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) is bedoeld om een terugval in inkomsten als gevolg van de coronacrisis op te vangen. De ondersteuning geldt van 1 januari 2021 tot 30 juni 2021. Gemeenten voeren de regeling uit en kunnen de TONK met terugwerkende kracht toekennen. Wij stellen zelf beleidsregels op voor de TONK op basis van de participatiewet. Het kabinet reserveert voor de Tonk € 260 miljoen euro in het eerste half jaar van 2021. 3.03 Bijzondere Bijstand Normaal gesproken begroten we de posten voor armoedebeleid op basis van lokale ervaringscijfers van het gebruik die we ophogen of verlagen met een verwachte (landelijke, macro) meerjarige groei of krimp van de omvang van de gebruikers. In het armoedebeleid dat in de begroting 2020 is vastgesteld (vóór de Corona-uitbraak), signaleerden we een (licht) dalende trend in het gebruik van enkele regelingen binnen de Bijzondere Bijstand. Gezien de moeilijk voorspelbare effecten van Corona hebben we deze trend bij de Perspectiefnota 2020 niet meerjarig vertaald, maar juist rekening gehouden met een ruim groeipercentage. Een “explosie” van het bijstandsvolume is in het afgelopen jaar echter uitgebleven (bijstandsvolume in januari 2020 is 706, eind april 2021 is dit 718; een groei van 1,5%).
Tevens kon in het derde kwartaal van 2020 worden geconstateerd dat bij het (gedeeltelijk) opheffen van Corona-beperkingen de economie relatief eenvoudig lijkt “terug te veren”. Om deze reden hebben we de begrotingsposten voor het armoedebeleid met een lager groeicijfer bijgesteld. Het groeicijfer passen we toe op de realisatie 2020. Dit heeft met name een groot effect op Bijzondere Bijstand voor incidentele kosten. Dit is een begrotingspost die is opgebouwd uit ruim 50 verschillende kostensoorten waar bijzondere en noodzakelijke kosten op worden geboekt, die huishoudens niet uit hun reguliere (lage) inkomen kunnen bekostigen. Vanwege corona is dit budget vorig jaar naar boven bijgesteld. Ervaringscijfers over de afgelopen jaren, inclusief 2020, laten echter zien dat het gebruik (fors) lager ligt dan begroot. Om deze reden valt de bijgestelde begroting voor incidentele kosten lager uit. De effecten van het aangepaste groeipercentage op de begroting kunt u zien in tabel 1. 5)
Tabel: Effect bijstellen groeipercentages op begroting Bijzondere Bijstand.
x € 1.000
2021
2022
2023
2024
2025
Totaal Begroting 2021
1.554
1.595
1.611
1.627
1.627
Totaal Perspectiefnota 2021
1.359
1.402
1.408
1.414
1.422
196
193
202
212
204
Mutatie t.o.v. Begroting 2021
3.04 2d’s Jeugd en Wmo nieuw Dit thema behandelt het meerjarenperspectief van de totale 2D’s in de begroting 2021 van de gemeente Wijchen. Sinds 2020 heeft de gemeente Wijchen de contracten voor Wmo, jeugdhulp en welzijn in eigen beheer. Daarnaast gaat het ook om: eigen bijdrage, mantelzorgwaardering, capaciteitsfinanciering st. Maartenschool, Veilig Thuis, Jeugdbescherming/ Jeugdreclassering en bedrijfsvoering. Grip en sturing De ingevoerde bezuinigingsmaatregelen laten effecten zien op het verminderen en beheersbaar houden van kosten. We hebben een aanvullend pakket met bezuinigingsmaatregelen opgesteld en aangeboden aan de raad. Dit zien we als een laatste mogelijkheid om aan te scherpen binnen de huidige wet en regelgeving.
Pagina | 11| Perspectiefnota 2021
Door het monitoren en analyseren van het zorggebruik hebben we grip. Doordat we de gebruikersvragen kennen, zorgen we voor een vrij toegankelijk aanbod, waardoor we individueel maatwerk verminderen of voorkomen. Door het inzetten van schoolmaatschappelijk werk, de specialistische ondersteuning van huisartsen en de ontwikkeling van het steunpunt verminderen we de druk op individueel maatwerk. Op deze wijze sturen we het zorggebruik. Beinvloedbaarheid zorggebruik Er is een onderscheid tussen te beïnvloeden zorggebruik en zorggebruik waar we als gemeente nauwelijks tot geen invloed op hebben.
De categorieën zorg waar de beïnvloedingsmogelijkheden van de gemeente minimaal zijn, betreft met name jeugdhulp met verblijfszorg, landelijke transitie arrangementen en opgelegde zorg. Bij Wmo zien we dat er sprake is van vergrijzing, langer thuis blijven wonen en de aanzuigende werking van het abonnementstarief. Op deze onderdelen hebben we geen invloed op het aantal zorggebruikers, maar kunnen we wel sturen op de juiste grondslag en doorverwijzen naar de wetlangdurige zorg als dit voorliggend is. Corona blijkt een groot effect te hebben op het gebruik van voorzieningen door inwoners. Zo zien we een groei in zorgvragen bij jongeren en een rem bij gebruik maken van zorg bij volwassenen. Hoe de crisis zich ontwikkelt is niet voorspelbaar. Nulmeting 2021 In Q1 2021 is de jaarlijkse Nulmeting 2D’s uitgevoerd. Tijdens meerdere inhoudelijke duiding sessies is op basis van de actuele zorgpopulatie, te verwachten trends in zorggebruik en ontwikkelingen het financieel beeld bepaald. Dit betreft een actualisatie t.o.v. de huidige begroting 2021 van de gemeente Wijchen. Middels de 1e rapportage bent u reeds op de hoogte gebracht van het effect van deze nulmeting in 2021 (-/- € 1,5 miljoen). Hier behandelen we het meerjarig effect van de nulmeting 2021 en wordt gezien als basis voor het financieel meerjarig beeld.
Belangrijk om te weten dat op een aantal onderdelen meerjarig aanvullende uitgangspunten is toegepast: -
Gezinshuizen: na start woonplaatsbeginsel verwachten we een evenwichtigere verdeling binnen gezinshuizen licht/middel/zwaar én een afname cliënten naar het niveau van september 2020 (aanname dat door corona het cliëntaantal is gestegen, met name in Q4 2020).
-
Verblijf: Afname cliënten van zware verblijfsproducten. Aanname hier is dat toename 2021 corona gerelateerd is. Afname realiseren we door o.a. tijdige behandeling met alternatieve gezinsontlasting.
-
GGZ: Aanname: deel van de piek in de GGZ is corona gerelateerd en dus incidenteel. Vanaf 2022 verwachten we een afname op zowel basis als specialistisch.
-
Jeugdbescherming/reclassering: De toename bij de OTS (ondertoezichtstelling) houdt direct verband met toename bij verblijf. Dus een afname ook.
Inhoudelijke ontwikkelingen Er speelt een aantal landelijke ontwikkelingen dat van invloed is op de 2D’s. Er loopt discussie over de structurele benodigde financiële middelen voor gemeenten om goed uitvoering te kunnen geven aan de jeugdwet. Daarnaast spelen hier ook inhoudelijke ontwikkelingen. Hierbij te denken aan de norm van opdrachtgeverschap. Dit betekent de wijze waarop we regionaal contracten met aanbieders aan gaan en in gezamenlijkheid sturen op de gewenste ontwikkelingen. Regionaal werken we goed samen en hebben
Pagina | 12| Perspectiefnota 2021
hiervoor een regionaal werkprogramma waarin de norm van opdrachtgeverschap is verwerkt. De overige inhoudelijke ontwikkelingen zijn het bieden van lichte ondersteuning vanuit het SWT. Dit doen we met de ontwikkeling van het steunpunt. Het inzetten van POH of SOH in de toegang hebben we al gerealiseerd en we geven hier voortgang aan. Als laatste noemen we de ontwikkeling en monitoring van het vrij toegankelijk aanbod. De ontwikkelingen ten aanzien van Wmo staan reeds beschreven bij beïnvloedbaarheid van zorg gebruik. Nieuwe set bezuinigingsmaatregelen In de nota betaalbaarheid van goede zorg stellen we een aanscherping van de bestaande bezuinigingsmaatregelen voor die passen binnen de huidige wet en regelgeving. Deze nota is in april aangeboden aan de raad. De agendacommissie van de raad heeft aangegeven een verzoek te doen aan de raad om middelen beschikbaar te stellen uit het raadsbudget, om een onderzoek uit te laten voeren Hiervan worden de resultaten in september aangeboden aan de raad. Op basis van die uitkomsten van dat onderzoek hoopt de agendacommissie dat de raadsfracties een dialoog met elkaar kunnen hebben over de betaalbaarheid en bestuurbaarheid van goede zorg. Omdat de discussie vooralsnog wordt aangehouden, nemen we de financiële effecten in onderstaande tabel als pm post op. In onderstaande tabel zijn de volledige kosten voor Jeugd en Wmo nieuw weergegeven.
Het effect van de nieuwe set aan bezuinigingen is per discipline opgenomen. 6)
Tabel: Decentralisaties sociaal domein.
x € 1.000 Totaal Begroting 2021
2021 16.866
2022 17.084
2023 17.278
2024 17.485
2025 17.503
Raming Perspectiefnota 2021: Jeugdzorg 0-meting Effect meerjarige uitgangspunten Effect nieuwe set bezuinigingen Jeugdzorg totaal
13.475 0 0 13.475
13.604 -552 Pm 13.052
13.761 -1.028 Pm 12.733
13.932 -1.034 Pm 12.898
14.095 -1.040 pm 13.055
WMO nieuw 0-meting Effect nieuwe set bezuinigingen WMO nieuw totaal
3.684 0 3.684
3.908 0 3.908
3.953 0 3.953
4.001 0 4.001
4.052 0 4.052
Bedrijfsvoering
1.222
1.234
1.247
1.259
1.277
18.380 -660 -854
18.195 0 -1.111
17.933 0 -655
18.158 0 -673
18.383 0 -881
TOTAAL 2d's Perspectiefnota 2021 Inzet egalisatiereserve 2d’s Mutatie
Bovenstaand verloop betekent voor het structurele perspectief een verslechtering van het gehele meerjarenperspectief. Daarnaast is er een aantal ontwikkelingen dat bovenstaand perspectief nog kan beïnvloeden: Macro € 613 miljoen incidenteel 2021, € 1,3 miljard in 2022 In 2021 stelt het Rijk 613 miljoen beschikbaar naar aanleiding van de knelpunten die er zijn voor gemeente in het betaalbaar houden van de jeugdzorg. Dit zijn geen structurele middelen maar een incidentele oplossing om te tijd te overbruggen tot het nieuwe kabinet en de VNG gesproken hebben over de structurele oplossingen en middelen. Van de 613 miljoen zijn er 50 miljoen voor uitbreiding crisis capaciteit jeugd GGZ, 70 miljoen afbouw separatie cellen en verkleinen woongroepen. 493 miljoen gaat als een algemene uitkering naar het gemeentefonds waarvan 255 miljoen voor regie en inzet op wachtlijsten hoog complexe zorg en 238 miljoen is bedoeld als financiële ruimte voor
Pagina | 13| Perspectiefnota 2021
gemeente om onder andere de SOH en andere lichte vormen van ondersteuning lokaal te regelen. Zoals aangegeven bij 3.01 meicirculaire werken we een bestedingsvoorstel uit. In eerste instantie parkeren we bedrag van € 940k. Uit het voorstel moet blijken in hoeverre we kosten moeten maken en welk deel vrij kan vallen ten gunste van het tekort op jeugdzorg en daarmee het jaarrekeningresultaat. Tijdens het opstellen van deze nota geeft de minister aan €1,3 miljard voor 2022 vrij te maken ter compensatie van de jeugdzorg problematiek bij gemeenten. Structureel wordt dit als zwaarwegend advies meegegeven bij de kabinetsformatie. Omdat de vertaling naar het gemeentefonds en de uitwerking voor Wijchen ontbreekt, nemen we hier vooralsnog geen voorschot op. Nieuw woonplaatsbeginsel Met ingang van 1 januari 2022 is het nieuwe woonplaatsbeginsel van kracht. Het huidige woonplaatsbeginsel in de jeugdwet is gebaseerd op de woonplaats van de gezagsdrager van een jeugdige. Het nieuwe woonplaatsbeginsel kent als woonplaats de gemeente waar de jeugdige stond ingeschreven direct voorafgaand aan de zorg met verblijf. Dit betekent dat onze gemeente verantwoordelijk wordt voor een nieuwe populatie jeugdigen en dat tegelijkertijd andere gemeenten verantwoordelijk worden voor een aantal van onze huidige jeugdigen.
Omdat nu nog niet duidelijk is welke jeugdigen van ‘woonplaats’ en dus financieel verantwoordelijke gemeente veranderen, is het niet mogelijk het financiële effect nu al te berekenen. In de tweede helft van 2021 wordt dit duidelijk. Per jeugdige variëren de jaarlijkse kosten van € 15.000 (bij pleegzorg) tot € 150.000 (bij gesloten jeugdzorg). 3.05 WMO Klassiek Binnen de WMO klassiek zijn de individuele voorzieningen opnieuw beoordeeld. We hebben hierbij de gegevens uit de jaarrekening 2020 en de Programmarapportage mei meegenomen. 7)
Tabel: Mutaties in budgetten WMO klassiek.
x € 1.000 Huishoudelijk Hulp in natura prijseffect Huishoudelijk Hulp in natura hoeveelheidseffect WMO PGB WMO vervoer WMO woning WMO hulpmiddelen Huishoudelijke Hulp in natura, eigen bijdrage WMO Algemeen Inzet egalisatiereserve Mutatie
2021 -101 22 0 -19 -50 0 0 0 148 0
2022 -125 342 0 -19 -50 0 0 0 0 148
2023 -129 217 0 -19 -50 0 0 0 0 19
2024 2025 -132 -244 31 -173 0 0 -19 -19 -50 -50 0 0 0 0 0 0 0 0 -170 -486
Bovenstaande mutatie leidt voor 2022 en 2023 tot een verbetering en vanaf 2024 tot een verslechtering van het meerjarenperspectief. In 2021 kan het nadelige resultaat worden afgedekt uit de egalisatiereserve WMO. Huishoudelijke Hulp in natura De uitgaven voor Hulp bij het huishouden stegen de afgelopen jaren fors en zonder maatregelen blijven deze uitgaven onverminderd doorstijgen. Belangrijke oorzaken voor de stijging zijn de aanzuigende werking van het abonnementstarief, de stijgende tarieven, de dubbele vergrijzing en het feit dat inwoners steeds langer thuis blijven wonen. Om de uitgaven naar de toekomst toe betaalbaar te houden, leggen wij via een aparte beslisnota (Z/21/ 62331) enkele maatregelen voor aan de gemeenteraad waarmee de kosten beheerst kunnen worden. We denken aan het nadrukkelijker betrekken van de eigen kracht (eventueel ook financieel) in het onderzoek door het SWT. Verder stellen wij
Pagina | 14| Perspectiefnota 2021
voor een nieuw Normenkader indicering huishoudelijke ondersteuning toe te passen. Met dit normenkader willen wij de gemiddelde indicatie terugbrengen naar 2 uur per week. Dit normenkader kan gefaseerd worden ingevoerd voor alleen nieuwe klanten of meteen voor alle nieuwe en bestaande klanten. Deze twee opties zijn uitgewerkt en doorgerekend in 2 scenario’s. Onze voorkeur gaat uit naar het laatste scenario. De financiële resultaten van dit scenario zijn verwerkt in deze Perspectiefnota. Na besluitvorming in de gemeenteraad kan implementatie vanaf Q4 2021 plaatsvinden. Bij de opmaak van de begroting 2022 wordt een nieuwe doorrekening gemaakt op basis van de dan beschikbare informatie en aan de hand van de keuzes die zijn gemaakt met betrekking tot de kostenbeheersing. WMO PGB Het aantal klanten dat een HH-voorziening heeft in de vorm van een PGB daalde licht in 2020. Ook in de eerste drie maanden van 2021 lijkt deze daling zich voort te zetten (88 klanten in maart 2020 en 75 in maart 2021). Vooralsnog houden we de begrote cijfers aan. WMO vervoer De uitzetting van 19k op WMO vervoer betreft de bijdrage aan de DRAN. Op het onderdeel leerlingenvervoer, dat buiten de WMO loopt, realiseren we een voordeel op de DRAN. Zie hiervoor paragraaf 3.07. WMO-woningaanpassingen Door de stelselwijziging blijven mensen langer thuis wonen.
Verder stagneert de doorstroom van ouderen naar passende woningen. Dit leidt tot een toename van het aantal woningaanpassingen en in het bijzonder het aantal trapliften dat verstrekt wordt. De Wmo blijft op dit onderdeel een openeindfinanciering. Op basis van deze ontwikkelingen verhogen wij de verwachte uitgaven met structureel € 50k. Wmo hulpmiddelen Vanaf 1 juni 2020 hebben wij een nieuwe hulpmiddelenleverancier. De nieuwe tarieven voor hulpmiddelen zijn flink hoger dan in het oude contract. De nieuwe tarieven gelden voor de nieuwe verstrekkingen. Met de oude leverancier geldt een afbouwperiode van maximaal 4 jaar, tegen de oude tarieven. Door deze sterfhuisconstructie gaat de stijging van de kosten geleidelijk. In de begroting 2021 hebben we reeds geanticipeerd op de stijgende tarieven. 3.06 Bouwleges In onderstaande tabel zijn de geprognosticeerde inkomsten bouwleges in beeld gebracht. 8)
Tabel: opbrengsten bouwleges
x € 1.000
2021
2022
2023
2024
2025
Begroting 2021 Hiervan structureel Hiervan incidenteel
825 375 450
825 375 450
825 375 450
825 375 450
825 375 450
Perspectiefnota Hiervan reguliere bouwleges Hiervan project bouwleges
825 375 450
825 375 450
825 375 450
825 375 450
825 375 450
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
Mutatie structureel Mutatie incidenteel
Uitgangspunt is dat de geraamde kosten en legesinkomsten tegen het huidige tarief van 23 promille elkaar vrijwel in evenwicht houden. Er is geen sprake van overdekking van legesopbrengsten. Mede vanwege de versnelde woningbouwopgave voorzien we de
Pagina | 15| Perspectiefnota 2021
komende vijf tot tien jaar hogere opbrengsten bouwleges uit projecten. Voorheen werden deze opbrengsten incidenteel in de begroting opgenomen. Aangezien we deze opbrengsten in het gehele voorliggende meerjarenperspectief voorzien, nemen we de opbrengsten volledig structureel mee vanaf 2021. Dit houdt wel een risico in op het moment dat het aantal projecten weer af gaat nemen. 3.07 Gemeenschappelijke regelingen In onderstaande tabel is de impact van de ingediende Begrotingen 2022 van de gemeenschappelijke regelingen in beeld gebracht. De impact is gebaseerd op de zienswijzen zoals het college die heeft vastgesteld, welke in juni 2021 in de raad behandeld worden. Voor de toelichting op onderstaande mutaties verwijzen we naar de betreffende stukken die voorliggen in de raad. 9)
Tabel: Totaalbeeld gemeenschappelijke regelingen conform gemeentelijke zienswijze.
x € 1.000
2021
2022
2023
2024
2025
Mutatie MGR, inclusief IRvN (60234) Mutatie ODRN (60799) Mutatie GGD (60237) Mutatie VRGZ (61526) Mutatie GR Munitax Mutatie MARN (60637) Mutatie BVO DRAN (61421) Mutatie Groene Metropoolregio (61028) Mutatie WDW (61392)
29 -45 -49 86 -90 0 109 32 0
62 -72 -49 -27 -90 0 116 0 0
-1 -55 -49 -27 -90 0 125 0 0
-27 -18 -49 -27 -90 0 136 0 0
180 -7 -49 -27 -90 0 52 0 0
Totaal mutatie GR’en
72
-60
-97
-75
59
Deze cijfers hebben alleen betrekking op de structurele gevolgen van de ingediende begrotingen op bestaand beleid. Voor de WDW zijn een aantal onderwerpen aangevraagd onder nieuw beleid. Deze onderwerpen lichten we in de volgende paragraaf toe. 3.08 Werkorganisatie Druten Wijchen De werkorganisatie heeft de conceptbegroting 2022 vastgesteld en aangeboden aan de gemeenteraden. De gemeenteraden kunnen een zienswijze indienen, waarop het bestuur van de WDW de begroting definitief vaststelt. In de begroting is aangegeven geen nieuw beleid op te nemen, zodat dit eerst in de Perspectiefnota’s van Druten en Wijchen integraal kan worden afgewogen. Wel is er een aantal thema’s benoemd, dat we hier uitwerken tot concrete voorstellen. Actieplan Doorontwikkeling WDW Met het actieplan Doorontwikkeling WDW dat in juli 2021 aan het bestuur wordt aangeboden, zetten we de volgende stap in onze organisatie. Hiermee geven we ook uitvoering aan een motie vanuit de raad om hiervoor een actieplan op te stellen. Met het actieplan bepalen we de focus voor de komende 3 jaar en zorgen we ervoor dat we klaar zijn voor de toekomst. We gaan werken aan 3 sporen: Dienstverlening, Professionaliteit en Zelforganisatie.
We willen dienstverlening nog dichterbij brengen, onze professionaliteit verder vergroten en meer maatwerk, sturing toepassen bij zelforganisatie zodat het eigenaarschap bij medewerkers en teams verder toeneemt in te doen wat nodig is. Ook werken we aan een goede hybride werkcultuur en betere verbinding in het nieuwe normaal dat is ontstaan door corona. De nieuwe hybride werkcultuur, waarin veel medewerkers ook in de toekomst regelmatig blijven thuiswerken, heeft gevolgen voor het gebruik en de inrichting van onze kantoren. Zo wordt het kantoor vooral de plek voor ontmoeting en overleg met collega’s en externen. Er zijn bijvoorbeeld minder vaste werkplekken nodig,
Pagina | 16| Perspectiefnota 2021
meer grotere overlegruimtes of werkzones en hybride werken vraagt goede camera-, computer- en geluidstechniek in de overlegruimtes, zodat mensen eenvoudig en goed zowel digitaal als fysiek kunnen meedoen in het overleg. Daarnaast willen we in het kader van vitaal werken ook een aantal vergaderruimtes en werkplekken inrichten met sta werkplekken, swoppers en andere attributen die beweging stimuleren. Voor realisatie van het actieplan werken we de budgettering verder uit. We verwachten geld benodigd te hebben voor een werk- en initiatievenbudget. Dit budget is nodig voor organisatiekosten en communicatie uitingen om de gewenste beweging te creëren en voor nieuwe initiatieven in de komende jaren. Daarnaast vergt de aanpassing van de kantoren naar meer hybride werken een investering. We werken dit uit in een plan. In orde van grootte schatten we een dergelijke investering nu in op € 500k. Programma Dienstverlening Met het programma Dienstverlening werken we het spoor Dienstverlening vanuit het actieplan Doorontwikkeling WDW verder uit. Allerlei technologische en maatschappelijke ontwikkelingen veranderen de (verwachtingen in) dienstverlening en de omgang van inwoners en bedrijven met de gemeente. Met dit programma willen wij onze dienstverlening verder verbeteren, nog dichterbij brengen en onze professionaliteit verder vergroten, zodat we kunnen doen wat nodig is.
Het bieden van goede dienstverlening doen we samen. We brengen focus in onze aanpak aan door de komende drie jaar de volgende thema’s centraal te stellen: Dienstverlening dichterbij inwoners, Dienstverlening doen we samen en Digitale innovatie en monitoring. Om inwoners echt goed te kunnen helpen, is het noodzakelijk dat we ons blijven ontwikkelen en dat onze dienstverlening toekomstbestendig is. Hiervoor is o.a. digitale innovatie en monitoring nodig. Hierin hoeven we niet voorop te lopen. Wel is het belangrijk dat we aangehaakt blijven en dat we onszelf hierin blijven ontwikkelen, zodat de afstand met de voorlopers overbrugbaar blijft. We willen o.a. aan de slag met een chatbot en lifechat, digitale balie en feedback, monitoringsysteem. Voor realisatie van het actieplan vragen we het volgende budget aan: 22.000 per jaar met ingang van 2022 voor Chatbot & Lifechat 35.000 per jaar voor 2022 en 2023 voor een werk- en initiatievenbudget. Dit budget is nodig voor nieuwe initiatieven als digitale balie, monitoring, review/feedback systeem wat nog verder moet worden uitgewerkt en organisatiekosten en communicatie uitingen om de gewenste beweging te creëren in houding en gedrag. Communicatiemiddelen Om inwoners en ondernemers meer te bereiken en onze informatie aan diverse doelgroepen laagdrempelig te maken wordt steeds meer gebruik gemaakt van effectieve visuals.
Vormgeving is daarmee een noodzakelijk onderdeel geworden van het effectief communicabel maken van onze boodschap. De wijze waarop wij inwoners en ondernemers informeren wordt in toenemende mate gevat in infografics, spreads of tenminste ondersteund middels professionele foto's. Hiervoor is nog de expertise noch het benodigde budget van € 21.000 aanwezig. Inwoners- en ondernemerspeiling Om het succes van de Werkorganisatie te monitoren is begin 2018 besloten om de kwaliteit van dienstverlening twee jaarlijks te peilen aan de hand van een inwoners- en ondernemerspeiling (waar staat je gemeente.nl). Voor 2022 en 2024 is hier € 35.000 voor benodigd. Bestuurskrachtmeting Het Kwaliteitspanel bestaat uit raads- en collegeleden en functioneert als monitor en klankbord voor de Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s) van de WDW. ‘Kwaliteit van
Pagina | 17| Perspectiefnota 2021
dienstverlening’ en ‘Bestuurskracht’. Voor deze laatste KPI is er nog geen meting. Het kwaliteitspanel wil een onderzoek doen naar de bijdragen van de WDW aan de bestuurskracht van de gemeenten. De kosten voor dit onderzoek worden ingeschat op € 10.000. ICT, digitalisering en onlinedienstverlening in het kader van wettelijke verplichtingen. Ten aanzien van de Wet Open Overheid, Wet elektronische publicaties en Wet modernisering bestuurlijk elektronisch verkeer zijn de kosten voor de implementatie 2021-2022 gedekt in onze i-begroting. Het betreft een schatting van de eenmalige invoeringskosten. De wet elektronische publicaties gaat 1 juli dit jaar in. De organisatorisch impact hiervan is relatief beperkt. Voor de overige wetten worden de organisatorische impact en structurele kosten de komende tijd onderzocht. Daarbij trekken we regionaal op. Met de andere gemeenten behorend tot het Rijk van Nijmegen doen we hiervoor een impact analyse. Als WDW hebben we hier een leidende rol bij. We verwachten in de tweede helft van dit jaar scherp te hebben wat onze ambitie is en wat het effect is op het werkgebied ICT, digitalisering en onlinedienstverlening. Wanneer dit leidt tot mogelijke uitzettingen, dan komen we hier specifiek op terug.
Woningbouwopgave Uit het Woningmarktonderzoek 2019 Regio Arnhem-Nijmegen blijkt dat de woningbouwbehoefte in de regio hoger ligt dan uit eerdere onderzoeken bleek. Een extra versnelling van de bouwopgave is noodzakelijk. De behoefte voor Wijchen schatten we in op ca. 1.860 woningen. Voor Druten zijn dat er ca. 1.260. Er zijn voldoende bouwplannen om deze aantallen te kunnen realiseren. De bottleneck zit in het feit dat er binnen de werkorganisatie niet voldoende capaciteit is om de bouwplannen te realiseren. Dat begint bij een capaciteitsprobleem bij Ruimtelijke Ordening (RO), wat weer effect heeft op de capaciteit binnen andere teams, zoals water, groen en verkeer en vervoer. In 2020 heeft het bestuur van de WDW voor de zomer ingezet op een uitbreiding van personeel van 5,67 fte. Deze personele aanvulling was bedoeld om de versnellingsopgave voor de beide gemeenten aan te kunnen. Belangrijk is de vraag hoe we de versnelling voor Druten en Wijchen op heel korte termijn op kunnen pakken. Hoe krijgen we een dergelijk programma van de grond voor wat betreft de ruimtelijke ordening en volkshuisvesting, naast alles wat er al loopt aan andere initiatieven? De huidige formatie van de werkorganisatie is beslist ontoereikend om de extra woningbouwopgave tijdig en adequaat op te kunnen pakken.
Op basis van projecten en werkvoorraad uit het verleden is een inschatting gemaakt van wat extra nodig is binnen de verschillende taakvelden. In onderstaande tabel geven we de structurele uitbreiding van personeel weer. Functie Beleidsadviseur A 2x RO Beleidsadviseur B RO Beleidsadviseur B Verkeer en Vervoer Beleidsadviseur B Stedelijk / groen
Kosten 180.000 80.000 80.000 80.000
In totaal gaat het structureel om € 420k, wat voor Wijchen neerkomt op € 280k extra bijdrage WDW. Voor Druten betekent dit € 140k. Het gaat om een structurele toevoeging aan de formatie. De versnelling van de woningbouw betreft een langere periode; 20202030, met een zwaartepunt in de eerste vijf jaar. Er is dus langdurig extra capaciteit nodig. De invulling van de functies RO is bij opmaak van deze Perspectiefnota nog
Pagina | 18| Perspectiefnota 2021
gaande. Voor verkeer en vervoer en stedelijk/groen hebben we de functies per februari met jong talent in kunnen vullen. Om de achterstand niet verder op te laten lopen en voor de komende periode een versnelling op de versnelling te zetten vragen wij ook voor 2021 de volledige € 420k. Dat doen we omdat we bij de Provincie Gelderland voor een aantal projecten subsidie hebben aangevraagd voor in totaal € 150k. Die subsidie wordt alleen toegekend als de gemeenten daar eenzelfde bedrag tegen over stellen. Dat mag niet met eigen formatie maar moet met inhuur van externe expertise. Het behoeft verder geen betoog dat inhuur aanzienlijk duurder is. Door de combinatie te maken van invulling van de vacatures en externe inhuur kunnen we de kosten voor 2021 dekken. Tegenover deze kosten staan extra opbrengsten OZB en leges. Deels waren deze opbrengsten al voorzien in de begroting 2020. Het effect van de woningbouwopgave nemen we integraal mee in de berekening van OZB en leges. Daarnaast is er ook een effect op de algemene uitkering. Hogere OZB-opbrengsten zorgen voor een korting op de algemene uitkering. Daartegenover sorteren extra inwoners een positief effect op de hoogte van de algemene uitkering. Dit wordt integraal meegenomen in de berekening van de meicirculaire.
Financiële rechtmatigheidsverklaring Colleges Per 2021 gaat naar alle waarschijnlijkheid de financiële rechtmatigheidsverklaring van de Colleges in. Nog steeds is niet duidelijk of deze wettelijke verplichting per 2021 ingaat of per 2022. De wet houdt in dat het College zelf aangeeft of de bestedingen van de gemeenten plaats hebben gevonden binnen de financiële wet- en regelgeving. In principe verschuift daarmee een aantal werkzaamheden van de accountant naar de organisatie zelf. Dit leidt tot meer werkzaamheden in de interne controle van de WDW. We schatten op dit moment in dat we de invoering van de financiële rechtmatigheidsverklaring binnen de huidige formatie kunnen uitvoeren. 10) Tabel: Resumé WDW
Onderwerp (bedragen x € 1.000) Actieplan Doorontwikkeling WDW - Werk en initiatievenbudget Actieplan Doorontwikkeling WDW - hybride werken
2021
2022
2023
2024
2025
0
pm
pm
pm
pm
0
pm
pm
pm
pm
Programma Dienstverlening – Digitale innovatie
0
22
22
22
22
Programma Dienstverlening - Werk en initiatievenbudget Communicatiemiddelen
0
35 21
35 21
0 21
0 21
Bestuurskrachtmeting
10
0
0
0
0
Inwoners- en ondernemerspeiling ICT, digitalisering en onlinedienstverlening in het kader van wettelijke verplichtingen Woningbouwopgave
0
35
0
35
0
0
pm
pm
pm
pm
420
420
420
420
420
Financiële rechtmatigheidsverklaring Colleges
0
pm
pm
pm
pm
Totaal WDW
430
533
498
498
463
Aandeel Wijchen
279
345
323
323
300
0
28
28
28
28
272
272
272
272
272
7
45
23
23
0
Waarvan structureel nieuw beleid Waarvan structureel onontkoombaar Waarvan incidenteel nieuw beleid
Pagina | 19| Perspectiefnota 2021
3.09 Omgevingswet De Omgevingswet is een omvangrijke stelselherziening van het omgevingsrecht. De Omgevingswet en vier besluiten vervangen 26 wetten en zo’n 1200 regelingen. Alle regels voor de fysieke leefomgeving worden daarin opgenomen. De Omgevingswet moet vergunningverlening makkelijker en duidelijker maken. Twee belangrijke instrumenten van de Omgevingswet zijn de omgevingsvisie (2024) en het omgevingsplan (2029). De omgevingsvisie heeft betrekking op alle terreinen van de fysieke leefomgeving. In de omgevingsvisie geeft een gemeente aan welke doelstellingen worden nagestreefd. In het omgevingsplan worden de regels gegeven op welke wijze de doelstellingen uit de omgevingsvisie worden gerealiseerd. Op 27 mei 2021 heeft minister Ollongren gemeld dat de invoering van de omgevingswet wordt uitgesteld naar 1 juli 2022. De invoering van de Omgevingswet is een omvangrijk project. De verschillende onderdelen van de Wet krijgen nog steeds vorm. Daarnaast zijn wij ook afhankelijk van externe organisaties en interne beschikbare capaciteit. In de vorige Perspectiefnota én de recente beslisnota ‘Stand van zaken implementatie Omgevingswet’ is een bijstelling van de projectbegroting aangekondigd. De projectbegroting is bijgesteld naar de laatste stand van zaken. Deze extra kosten komen door zowel interne ontwikkelingen (o.a.
aanvullende capaciteit en opleidingen) als externe ontwikkelingen (o.a. gezamenlijke onderzoeken en regionaal beleid). 11) Tabel: Meerjarenperspectief omgevingswet
2021
x € 1.000 Incidentele kosten
2022
-39
2023
-100
2024 0
2025 0
0
Bovenstaande mutatie betekent een nadeel voor het incidentele perspectief. De inschatting is vooralsnog gericht op de totstandkoming van de omgevingswet. De uitwerking op structurele gevolgen volgt later in het traject. 3.10 OZB-inkomsten In deze nota gaan we uit van de opgelegde belastingaanslag in 2021, zoals in de rapportage van mei is opgenomen. De opbrengsten OZB worden jaarlijks gecorrigeerd met de bijgestelde prijscompensatie en we nemen een toename van jaarlijks 250 woningen t/m 2024 mee, wat per jaar € 76k extra oplevert. Bij deze Perspectiefnota gaan we uit van de index percentages uit de meicirculaire. Bij het opstellen van de begroting actualiseren we dit met de percentages uit de septembercirculaire 2021. 12) Tabel: Meerjarenperspectief inkomsten OZB.
x € 1.000
index %
2021
2022
2023
2024
2025
Totaal Begroting 2021
9.442
9.614
9.770
9.937
10.117
Basis (rapportage mei)
9.472
9.472
9.472
9.472
9.472
76
152
229
261
152
152 185
152 185 161
9.472
9.681
9.873
10.079
152 185 161 163 10.252
30
86
191
262
277
Opbrengst OZB door Toename woningen Index 2022 Index 2023 Index 2024 Index 2025 Perspectiefnota 2021
0 1,60% 1,90% 1,60% 1,60%
Mutatie
De mutatie leidt in het gehele meerjarenperspectief tot een voordeel voor het meerjarenperspectief.
Pagina | 20| Perspectiefnota 2021
3.11
Uitgangspunten tarieven en leges
Reinigingsheffing We verkennen de mogelijkheden om te komen tot de Vang-doelstellingen. Het taakveld afval is altijd een dynamisch dossier, maar de huidige crisis maakt het nog complexer. Wij hebben nog steeds het motto “de vervuiler betaalt” hoog in het vaandel en willen dit verder verankeren in de toekomst. Het Diftar-systeem zetten we in 2022 worden voort, waarbij we de huidige grondslagen van de tarieven in stand houden. Dit betekent dat de systematiek van toerekenen van kosten naar vaste en variabele heffing gehandhaafd blijft, evenals het uitgangspunt van 100% kostendekkendheid. In de begroting 2022 vertalen we, na positieve besluitvorming van de raad, de gescheiden luierinzameling en de verlaging van de inzamelfrequentie van het restafval naar 1 keer per 4 weken. In de jaarrekening 2020 hadden we een negatief resultaat op het taakveld afval, dat betekent dat we geen saldo in de egalisatiereserve beschikbaar hebben voor de begroting 2022. De tariefsverhoging als gevolg van bestaand beleid in de huidige meerjarenbegroting 2021-2024 bedraagt voor 2022 € 4 per aansluiting. Rioolheffing De rioolheffing wordt geheven ter dekking van de kosten van de riolering/watertaak. De Raad heeft besloten om de rioolheffing kostendekkend te maken, inclusief de BTW component.
Ook voor de rioolheffing gebruiken wij het beginsel de vervuiler betaalt en willen we de huidige grondslagen in stand houden. De kosten zijn gebaseerd op het laatst vastgestelde GRP Hondenbelasting De hondenbelasting in Wijchen is kostendekkend, dit principe willen we handhaven. In 2016 is de beleidsnota hondenbeleid vastgesteld. Bij de tariefbepaling voor 2022 wordt ook het saldo van de reserve hondenbelasting betrokken. Toeristenbelasting Om meer opbrengsten te genereren is bij de begroting 2020 ingezet om de toeristenbelasting met ingang van 2021 te verhogen. Bij de begroting 2021 heeft de raad een amendement aangenomen om de belastingverhoging, vanwege de corona crisis, uit te stellen met een jaar en deze verhoging bij deze Perspectiefnota opnieuw te betrekken. In oktober 2020 heeft de raad de nota toerisme aangenomen. Met deze nota heeft de raad de ambities, beleidsdoelen en bijbehorend uitvoeringsagenda vastgesteld. Voor de uitvoering van de maatregelen in het uitvoeringsprogramma maken we een financiële afweging via de gemeentelijke begroting, indien bestaand budget ontoereikend is. Met het vaststellen van deze nota is nogmaals bekrachtigd dat we geen directe link maken tussen de kosten voor toerisme en de opbrengsten middels de toeristenbelasting. De toeristenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel.
De tabel hiernaast opgenomen tabel uit de nota toerisme (pagina 51) laat overigens zien dat we meer geld kwijt zijn aan toerisme, recreatie en evenementen, dan dat de toeristenbelasting oplevert. Ook met de beoogde verhoging.
Pagina | 21| Perspectiefnota 2021
We stellen met deze Perspectiefnota voor om de reeds besloten verhoging van de toeristenbelasting gefaseerd door te voeren. Daarmee hebben we de kans om te monitoren in hoeverre een belastingverhoging effect heeft op het gebruik van recreatieve overnachtingen. Vervolgens kunnen we op basis daarvan in 2023 afwegen of de voorgenomen verhoging naar € 2,- per overnachting acceptabel is. In onderstaande tabel treft u de gefaseerde verhoging van de toeristenbelasting aan. In de begroting 2020 is besloten de toeristenbelasting te verhogen met ingang van 2021. Dit zou leiden tot een stijging van de opbrengsten van € 76k. Het gefaseerd invoeren van de verhoging leidt tot een uitzetting voor de jaarschijven 2022 en 2023. 13) Tabel: Tarieven toeristenbelasting.
x € 1,Tarief per overnachting Tarief per overnachting op campings / vaste standplaats Mutatie Perspectiefnota
2021 0,75
2022 1,50
2023 1,50
2024 2,00
2025 2,00
0,45
0,75
0,75
1,00
1,00
0
-31
-31
0
0
* Bij het vaststellen van het definitieve tarief wordt het indexpercentage herijkt aan de hand van de septembercirculaire 2021.
Marktgelden In december 2021 stelt de raad de verordening Marktgelden vast. Als leidraad voor de calculaties gaan we uit van een prijsindex conform meicirculaire van 1,6%, tenzij dit percentage bij de septembercirculaire significant wordt bijgesteld. Daarnaast houden we rekening met de mate waarin de marktgelden kostendekkendheid zijn. Reclamebelasting In Wijchen heffen we reclamebelasting voor het centrumgebied en de bedrijventerreinen Bijsterhuizen en Wijchen-Oost. De reclamebelasting dient ter dekking van specifieke activiteiten van de afgebakende gebieden, welke we via subsidie aan de stichtingen verstrekken. In december 2021 stelt de raad de Belastingverordening vast. We houden bij de vaststelling van de tarieven rekening met verrekeningen over vorige boekjaren. Overige legestarieven In december 2021 stelt de raad de Legesverordening vast. Als leidraad voor de calculaties gaan we uit van een prijsindex conform meicirculaire van 1,6%, tenzij dit percentage bij de septembercirculaire significant wordt bijgesteld. 3.12 Kapitaallasten In onderstaande tabel is op te maken dat de kapitaallasten in lijn zijn met de bestaande kapitaallasten in de Programmabegroting 2021. Vanwege het later afronden van een aantal geplande investeringen, vallen er in de eerste jaarschijf afschrijvingskosten vrij. 14) Tabel: Effect kapitaallasten inclusief rente.
x € 1.000 Begroting 2021 Perspectiefnota 2021 Saldo Effect Riool- en afvalstoffenheffing Mutatie structureel
2021
2022
2023
2024
2025
4.107 3.987 119
4.356 4.358 -2
4.926 4.958 -32
5.354 5.380 -26
5.461 5.388 73
-56 63
23 20
22 -10
22 -4
-8 65
Bovenstaande mutatie betekent een verbetering voor 2021 en 2022, een nadeel voor 2023 en 2024 en vanaf 2025 weer een verbetering voor het meerjarenperspectief.
Pagina | 22| Perspectiefnota 2021
3.13 Prijscompensatie In de meicirculaire 2021 zijn de indexen aangepast ten opzichte van de septembercirculaire 2020. We hanteren deze index zowel aan de opbrengstkant (algemene uitkering en leges), als de kostenkant. De mutatie van het index percentage betekent aan de kostenkant een nadeel voor het meerjarenperspectief. Het effect op de batenkant is meegenomen in 3.01 meicirculaire. 15) Tabel: Effect prijs indexatie t.o.v. septembercirculaire 2018.