Oosterweg 279 Wijchen_vastgesteld_1.pdf
Tekst van het document
Oosterweg 279 Wijchen
bestemmingsplan Oosterweg 279 Wijchen
Inhoudsopgave
Vaststellingsbesluit
5
Toelichting
7
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
8 8 8 9 10
Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie
12 12 12
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.2 Provinciaal en regionaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid 3.4 Conclusie
15 15 16 18 21
Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Verkeer en parkeren 4.2 Bodem 4.3 Geluid 4.4 Milieuzonering 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Geur 4.7 Externe veiligheid 4.8 Waterhuishouding 4.9 Ecologie 4.10 Archeologie en cultuurhistorie 4.11 Leidingen 4.12 Duurzaamheid 4.13 Molenbiotoop 4.14 Vormvrije m.e.r.-beoordeling
22 22 23 24 26 28 29 30 32 36 40 43 43 44 45
Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Inleidende regels 5.3 Bestemmingsregels 5.4 Algemene regels 5.5 Overgangs- en slotregels
48 48 48 48 50 50
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
51 51 51
2
bestemmingsplan "Oosterweg 279 Wijchen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Oosterweg 279 Wijchen
Bijlagen bij toelichting
53
Bijlage 1
Verkennend bodemonderzoek
54
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
55
Bijlage 3
Besluit hogere waarden Wet geluidhinder
56
Bijlage 4
Quickscan bedrijven en milieuzonering
57
Bijlage 5
Akoestisch onderzoek industrielawaai
58
Bijlage 6
Quickscan externe veiligheid
59
Bijlage 7
Digitale watertoets
60
Bijlage 8
Quickscan Wet natuurbescherming
61
Bijlage 9
Soortgericht onderzoek Wet natuurbescherming
62
Bijlage 10
Selectiebesluit archeologie
63
Bijlage 11
Stikstofdepositieonderzoek
64
Regels
65
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
66 66 71
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Bestemmingsregels Agrarisch met waarden - 1 Bedrijf Wonen - 1 Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied
72 72 77 81 86
Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels
88 88 89 90 91
Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
93 93 94
Bijlagen bij regels
95
Bijlage 1
Landschappelijke inpassing
96
Bijlage 2
Cultuurhistorische waarderingskaart
97
bestemmingsplan "Oosterweg 279 Wijchen" (vastgesteld)
3
bestemmingsplan Oosterweg 279 Wijchen
4
bestemmingsplan "Oosterweg 279 Wijchen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Oosterweg 279 Wijchen
Vaststellingsbesluit
bestemmingsplan "Oosterweg 279 Wijchen" (vastgesteld)
5
bestemmingsplan Oosterweg 279 Wijchen
6
bestemmingsplan "Oosterweg 279 Wijchen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Oosterweg 279 Wijchen
Toelichting
bestemmingsplan "Oosterweg 279 Wijchen" (vastgesteld)
7
bestemmingsplan Oosterweg 279 Wijchen
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de Oosterweg 279 te Wijchen is het bedrijf Schraven Hoveniers met bijbehorende bedrijfswoning gevestigd. De eigenaar is voornemens het perceel te herontwikkelen door de bestaande kippenschuur achter op het perceel te slopen en vier levensloopbestendige nieuwe woningen te realiseren aan de oostzijde met een robuuste landschappelijke inpassing. De bedrijfswoning zal omgezet worden naar een burgerwoning en voor het tuinbedrijf zal worden afgezien van de bestaande uitbreidingsmogelijkheden. Het bedrijf blijft wel gevestigd aan de Oosterweg, maar dan op een kleiner bedrijfsperceel. Op 16 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders besloten om principemedewerking te verlenen aan dit plan. Om de realisatie van dit kleinschalig woningbouwinitiatief mogelijk te maken, moet een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de planologische borging van dit initiatief.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Wijchen, ten oosten van de kern Wijchen, op de hoek van de Oosterweg en de Graafseweg en staat kadastraal bekend als gemeente Wijchen, sectie H, nr. 4691 en nr. 4692, met een oppervlakte van circa 20.290 m². Het plangebied wordt globaal gezien begrensd door: Noordzijde: zijdelingse grens van het woonperceel Graafseweg 479; Oostzijde: de Graafseweg; Zuidzijde: de Oosterweg; Westzijde: de zijdelingse grens van het woonperceel Oosterweg 273.
Globale ligging plangebied
8
bestemmingsplan "Oosterweg 279 Wijchen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Oosterweg 279 Wijchen
Globale begrenzing plangebied (wit gestreepte omkadering) Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.
1.3
Geldend bestemmingsplan
Voor de gronden in het plangebied gelden zowel het bestemmingsplan 'Buitengebied Wijchen', zoals de gemeenteraad dat heeft vastgesteld op 31 januari 2013, alsmede het bestemmingsplan 'Buitengebied, herziening 2014', zoals de gemeenteraad dat heeft vastgesteld op 16 oktober 2014. Op grond van deze bestemmingsplannen heeft het plangebied de bestemmingen 'Bedrijf' en ‘Agrarisch met waarden -1’. Daarnaast is het plangebied voorzien van de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1 en 2’. Ook is het plangebied deels voorzien van de gebiedsaanduidingen 'vrijwaringszone - molenbiotoop 3' en 'milieuzone - hydrologische beschermingszone'. Aanvullend geldt voor het hele plangebied de dubbelbestemming 'Waarde – Cultuurhistorisch waardevol gebied' uit het bestemmingsplan 'Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen', om de eventueel aanwezige cultuurhistorische waarden te behouden, te beheren en te versterken.
bestemmingsplan "Oosterweg 279 Wijchen" (vastgesteld)
9
bestemmingsplan Oosterweg 279 Wijchen
Uitsnede geldend(e) bestemmingsplan(nen) met globale aanduiding plangebied (rode omkadering) De beoogde ontwikkeling voorziet in de bouw van vier vrijstaande woningen en het omzetten van een bedrijfswoning naar een burgerwoning. Op grond van de huidige bestemming 'Agrarisch met waarden - 1' (zonder bouwvlak) en 'Bedrijf' mogen geen burgerwoningen worden gebouwd in het plangebied. Ook het gebruik van de gronden voor woondoeleinden is op grond van de huidige bestemming niet toegestaan. Om de beoogde ontwikkeling te realiseren moet een nieuw bestemmingsplan worden vastgesteld.
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. De toelichting kan globaal opgedeeld worden in vier delen. Inleiding en beschrijving plangebied In hoofdstuk 1 zijn de aanleidingen en het kader voor de planherziening beschreven. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied. Verantwoording Hoofdstukken 3 en 4 geven de achtergronden, toelichting en motivatie op de gemaakte keuzen weer die uiteindelijk hebben geleid tot de uitgewerkte planopzet. In dit planonderdeel worden onder meer het (beleids)kader en de milieuaspecten uiteengezet.
10
bestemmingsplan "Oosterweg 279 Wijchen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Oosterweg 279 Wijchen
Juridische planbeschrijving In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet beschreven. Doel is een nadere onderbouwing te geven wat met het plan wordt beoogd en hoe de instrumenten regels en verbeelding hierbij worden gehanteerd. Uitvoerbaarheid Het laatste deel (hoofdstuk 6) gaat in op de financieel-economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
bestemmingsplan "Oosterweg 279 Wijchen" (vastgesteld)
11
bestemmingsplan Oosterweg 279 Wijchen
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving plangebied
Bestaande situatie
Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Wijchen, net ten oosten van de kern Wijchen, op de hoek van de Oosterweg en Graafseweg. De Oosterweg is een belangrijke toegangsweg van de Graafseweg naar de kern van Wijchen. De Graafseweg vormt een verbinding tussen Velp/Grave en Alverna/Nijmegen. In het verleden bestond het plangebied uit bos, wat kenmerkend is voor het rivierduinenlandschap. In de loop der tijd is hier veel van verdwenen en rond 1955 heeft al het bos plaatsgemaakt voor woningen en diverse bedrijven. Schraven Hoveniers vestigde zich hier rond 1988. Navolgende afbeeldingen geven de historie van het plangebied weer:
Bron: Topotijdreis Het plangebied is tegenwoordig onderdeel van een bebouwingscluster met diverse woningen en bedrijven, zoals een houtcentrum, een bedrijf in sierbestrating en een hovenier. In het plangebied is op dit moment een hoveniersbedrijf met opslag van materialen en een showtuin aanwezig. Ten westen van het bedrijfsgebouw is de bijbehorende bedrijfswoning gesitueerd. De rest van het perceel bestaat grotendeels uit onbebouwd grasland en in de noordwestelijke hoek staat een voormalige kippenschuur met een oppervlakte van circa 500 m2. Navolgende afbeeldingen geven een impressie van de bestaande situatie weer:
2.2
12
Toekomstige situatie
bestemmingsplan "Oosterweg 279 Wijchen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Oosterweg 279 Wijchen
Ter hoogte van het plangebied komen ruimtelijke structuren samen (dorp, lint en landschap). De omgeving Oosterweg is gelegen in een gebied dat in transitie is. Het voorliggende initiatief sluit dan ook mooi aan bij de reeds in de omgeving ingezette transitie van agrarisch buitengebied c.q. bedrijvigheid naar woongebied. Op het oostelijke deel van het perceel van de initiatiefnemer worden woningen gebouwd. Er is ruimte voor vier vrijstaande woningen. Deze zullen levensloopbestendig en energieneutraal gebouwd worden. De kippenschuur achter op het perceel met een oppervlakte van circa 500 m 2 wordt gesloopt. Vanaf de parallelweg van de Graafseweg komen twee gezamenlijke inritten om de woningen te ontsluiten. Ook is er ruimte op het erf voor voldoende parkeergelegenheid. Het bestaande hoveniersbedrijf kan vooralsnog gehandhaafd blijven. Het noordelijke deel van het perceel wordt gebruikt voor het aanleggen van een natuurlijke inrichting. Dit deel wordt ingeplant met verschillende soorten bomen en onderbeplanting om de biodiversiteit te vergroten. Er wordt een weide ingezaaid met bloem- en kruidenrijk grasland en er is ruimte voor waterberging. Een brede groene verbinding aan de noordkant van het perceel verbindt de verschillende bospercelen met elkaar. In deze noordelijke zone is qua soorten beplanting rekening gehouden met de ter plaatse aanwezige molenbiotoop.
Er is uitsluitend gekozen voor soorten die maximaal 12 m hoog worden.
Landschappelijke inpassing De tuinen worden op een natuurlijke wijze afgezet, dus geen dichte hekwerken of schuttingen maar met groene afscheidingen van inheemse soorten beplanting zoals de beuk, carpinus, taxus, veldesdoorn en andere inheemse soorten zodat de dieren zich er doorheen kunnen verplaatsen. Er wordt gewerkt met een open bestrating zodat het hemelwater goed weg kan in eigen bodem. Als bomen zullen er verschillende vrucht- en fruitbomen komen wat goed is voor de insecten en dieren. Natuurinclusiviteit In het plangebied komen vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen voor, evenals konijnen en egels. De volgende voorzieningen gaan daarvoor getroffen worden: 1. Er worden bij iedere woning EPS-vleermuiskasten in de spouw van de gevels ingebouwd (zie Miecon.nl vleermuiskasten);
bestemmingsplan "Oosterweg 279 Wijchen" (vastgesteld)
13
bestemmingsplan Oosterweg 279 Wijchen
2. De nokvorsten aan de uiteinden zullen verder uitsteken zodat de gierzwaluw zich daar kan nestelen. (Voor de gierzwaluw en de vleermuizen zijn overigens op het bestaande bedrijfspand ook al voorzieningen aangebracht); 3. De vogelschroten blijven achterwege zodat de huismus zich kan nestelen onder de pannen; 4. Er worden verschillende nestkasten geplaatst tegen de gevels en bomen zodat ook de andere vogels zich kunnen nestelen (bijvoorbeeld de kerkuil); 5. Er komen geen schuttingen of dichte c.q. gaashekwerken op de scheidingen tussen de woningen maar (afwisselende) groene hagen zodat de dieren er zich doorheen kunnen verplaatsen, kunnen schuilen en nestelen tussen het groen; 6. Aan de zijde van de Graafseweg wordt er in de tuinen voor dit doel ook een brede strook afwisselend groen aangebracht wat gelijk een geluidwerende werking zal hebben. Ook hier worden geen dichte c.q. gaashekwerken of schuttingen aangebracht; 7. Op het achterste gedeelte van het terrein komt een wadi/natuurvijver als waterbuffer en voor salamanders, kikkers en andere insecten en dieren; 8. De vrijkomende grond van die wadi/natuurvijver zal elders op het perceel worden verwerkt/ benut zodat er niets afgevoerd hoeft te worden; 9.
De wadi/natuurvijver zal worden omzoomd met een wilde bloemenweide, met aan de buitenrand een variatie aan inheemse lage en hoge bloeiende en vruchtdragende planten, heesters en bomen wat zorgt voor een bosrand en goede biodiversiteit en voor het aantrekken van vogels, insecten en andere dieren; 10. Het hekwerk naar het achterland richting Alverna, alsmede aan de zijde van de Graafseweg en deels de Oosterweg, zal verdwijnen om zo meer ruimte te bieden voor de in de omgeving voorkomende das en andere dieren; 11. Op enkele plekken worden houtwallen aangebracht van snoeihout als schuil/verblijfplekken voor de egels, vogels, insecten en andere dieren; 12. Vanuit de Graafseweg wordt een groenstrook aangelegd die de verbinding vanuit de Graafseweg naar het achterste gedeelte met de wadi/natuurvijver zal gaan vormen maar niet toegankelijk is voor publiek zodat de dieren ongestoord in het nieuwe natuurgebied kunnen verblijven. Al met al wordt er met deze landschappelijke inpassing ongeveer 7.000 m 2 nieuwe natuur ontwikkeld worden met voorliggend plan. Duurzaamheid De woningen worden conform het Bouwbesluit gebouwd. Het Bouwbesluit stelt eisen aan energiezuinigheid van nieuwe woningen. Vanaf 1 januari 2021 moeten alle nieuwe gebouwen voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG).
De initiatiefnemer gaat echter nog een stap verder, door de vier nieuwe woningen als NOM-woningen uit te laten voeren. Dit houdt in dat de woning in basis net zoveel energie opwekt als dat het gebouw en de gebruikers nodig hebben. Hiermee past de woning binnen de doelstellingen uit het klimaatakkoord voor 2050. De woningen worden uitgevoerd met een uitstekende isolatie van de gevels, de vloer en het dak. Een WTW ventilatiesysteem en een bodemwarmtepomp die via de vloerverwarming kan verwarmen en kan koelen. Voor meer info over de duurzaamheidsmaatregelen wordt verwezen naar paragraaf 4.12.
14
bestemmingsplan "Oosterweg 279 Wijchen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Oosterweg 279 Wijchen
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Nationaal beleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), waarin het Rijk een lange termijn visie geeft op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt keuzes te maken. Bij de afweging van keuzes wordt bij voorkeur gekozen voor slimme combinaties van functies, wordt uitgegaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden en worden beslissingen niet uitgesteld of doorgeschoven. De nationale belangen en opgaven waarop het Rijk wil sturen en richting wil geven, komen samen in de volgende vier prioriteiten: Ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden; Steden en regio's sterker en leefbaarder maken; Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de prioriteiten uit de NOVI. De NOVI vormt geen belemmering voor dit plan.
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het geldende nationale ruimtelijke beleid, zoals beschreven in de SVIR. In het Barro, ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 14 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Planspecifiek In het Barro worden geen specifieke uitspraken gedaan met betrekking tot het voorliggende plangebied.
3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
De in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing opgenomen worden van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder wordt in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.'
bestemmingsplan "Oosterweg 279 Wijchen" (vastgesteld)
15
bestemmingsplan Oosterweg 279 Wijchen
In het kader van de duurzame ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit het Bro gehanteerd: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.' Volgens de nota van toelichting bij het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande verstedelijkingsruimte in bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in de behoefte. Zoals ook volgt uit onder andere de uitspraak met het nummer 201303578/1/R4 kunnen, naar het oordeel van de Raad van State, planologische mogelijkheden waarvan nog geen gebruik is gemaakt, als leegstaande verstedelijkingsruimte worden aangemerkt. Een dergelijke locatie wordt gezien als onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. Planspecifiek Op basis van jurisprudentie is bij een toevoeging van 11 woningen geen sprake van een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921). Voorliggend initiatief voorziet slechts in de realisatie van vier nieuwe woningen. Zodoende is artikel 3.6.1, tweede lid Bro niet van toepassing. De ladder voor duurzame ontwikkeling hoeft niet doorlopen te worden.
3.1.4
Conclusie
In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.
3.2
Provinciaal en regionaal beleid
3.2.1
Algemeen
Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten van Gelderland de 'Omgevingsvisie Gaaf Gelderland' vastgesteld. De bijbehorende geactualiseerde 'Omgevingsverordening Gelderland (december 2021)' hebben Provinciale Staten op 15 december 2021 vastgesteld. In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het beleid en in de Omgevingsverordening de regels en afspraken om de opgaven uit de Omgevingsvisie te realiseren. De Omgevingsvisie en -verordening zijn dynamische instrumenten. Doordat wetten veranderen of door de komst van nieuwe initiatieven, kijkt de provincie twee keer per jaar of de plannen moeten worden aangepast.
3.2.2
Omgevingsvisie
De komende decennia komt er veel op Gelderland af: het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, digitalisering, internationalisering. Deze zaken vragen stevige antwoorden en oplossingen als investering in de toekomst. Met de schaarse ruimte en de vele uiteenlopende belangen en inzichten gaat dit niet vanzelf. De provincie zet in de Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Gezond en veilig; dat is een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat is ook voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En dat is ook aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. Schoon en welvarend; dat is een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat is ook het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen, alsmede het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie.
Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang, zoals goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen en een mooie natuur. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende stedelijke en landelijke woonkwaliteiten. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en het concentreren van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan er aan de randen van steden of
16
bestemmingsplan "Oosterweg 279 Wijchen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Oosterweg 279 Wijchen
dorpen uitgebreid worden. De dynamiek op de woningmarkt is groot. Mensen worden ouder, wonen steeds langer alleen en zelfstandig, worden steeds meer energiebewust en zijn mobieler dan vroeger, waardoor ze ook meer en makkelijker verhuizen. Het grootste deel van de woningen die in 2050 in Gelderland nodig zijn, staat er al. Maar deze woningen zijn niet klaar voor de toekomst en moeten aangepast of vervangen worden. Voor de provincie staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen. De meeste woningen zijn verre van energieneutraal en klimaatbestendig. De provincie stimuleert innovaties op dit terrein, zoals het aardgasloos maken van bestaande woningen en het verduurzamen van woonwijken. Daarnaast is de provincie met haar partners in gesprek over hoe het vraagstuk van klimaatadaptatie en wonen slimmer aangepakt kan worden. Voldoende groene ruimte, koele plekken, opvang van water in het licht van de klimaatverandering is immers van belang, zeker met het oog op de gezondheid van de Gelderlanders. Planspecifiek De beoogde ontwikkeling sluit aan bij het uitgangspunt dat zoveel mogelijk binnen bestaand stedelijk gebied gebouwd wordt.
Het plangebied ligt weliswaar op de grens van de kern Wijchen, maar is desondanks onderdeel van bestaand stedelijk gebied, omdat het onderdeel is van de lintbebouwing langs de Oosterweg. Bovendien wordt aan de andere zijde van de Oosterweg de nieuwe woonwijk Huurlingsedam (fase 3 en later nog fase 4) ontwikkeld. Binnen de kern Wijchen is onvoldoende ruimte voor woningen van deze omvang. Daarnaast betreft het duurzame, levensloopbestendige woningen. Hiermee wordt bijgedragen aan de provinciale ambitie om voor een ieder een passende woning te hebben. Ook wordt aan de provinciale duurzaamheidsambities gedacht door alle woningen als Nul-op-de-meter (NOM) woningen te realiseren. In paragraaf 4.12 van deze toelichting is beschreven welke duurzaamheidsmaatregelen in het voorliggende plangebied worden toegepast. Kortheidshalve wordt hiernaar verwezen.
3.2.3
Omgevingsverordening
De Omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Planspecifiek Ten aanzien van nieuwe woningen is in artikel 2.2 van de Omgevingsverordening opgenomen dat een bestemmingsplan uitsluitend nieuwe woningen mogelijk maakt als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Op basis van de regionale woonagenda 2020 - 2030 mogen er in de gemeente Wijchen 1.430 woningen worden gebouwd in de periode tot 2030, waarvan 1.070 woningen in de eerste vijf jaar (tot 2025) moeten worden gerealiseerd (versnelling).
Het overgrote deel van de plancapaciteit bestaat echter uit zachte plannen, waarvan een deel uiteindelijk niet gerealiseerd zal worden. In de regionale woonagenda is daarom aangegeven dat het wenselijk is om 130 % aan plancapaciteit te realiseren; voor in totaal circa 1.850 woningen tot 2030. Voorliggend initiatief voorziet in de realisatie van vier extra woningen binnen het contingent dat beschikbaar is voor 'Kleine woningbouwinitiatieven' en past daarmee binnen het provinciale beleidskader. Daarnaast valt het plangebied op kaart 7 'Erfgoed' binnen de aanduiding 'Molenbiotoop'. In artikel 2.64 van de Omgevingsverordening is aangegeven dat een bestemmingsplan voor gronden binnen een molenbiotoop geen nieuwe bebouwing of beplanting mogelijk maakt als daardoor de windvang van een molen wordt beperkt. De molenbiotoop betreft een gebied rondom een historische of monumentale molen met een straal van 400 m gerekend vanaf het middelpunt van de molen. In paragraaf 4.13 wordt aangetoond dat de beoogde ontwikkeling geen afbreuk doet aan de molenbiotoop.
bestemmingsplan "Oosterweg 279 Wijchen" (vastgesteld)
17
bestemmingsplan Oosterweg 279 Wijchen
Verder dient op grond van artikel 2.65b te worden toegelicht welke maatregelen of voorzieningen worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In paragraaf 4.12 van deze toelichting is beschreven welke duurzaamheidsmaatregelen in het voorliggende plangebied worden toegepast. Kortheidshalve wordt hiernaar verwezen.
3.2.4
Conclusie
In het plangebied zijn geen provinciale belangen in het geding.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Structuurvisie Wijchen
De gemeente Wijchen heeft één structuurvisie voor de hele gemeente opgesteld, welke op 29 mei 2009 is vastgesteld. De structuurvisie geeft een overzicht van de verwachte ontwikkelingen binnen de gemeente Wijchen. De gemeente gaat uit van een compacte groei en het benutten van de potenties van bestaand stedelijk gebied zonder daarbij de bestaande kwaliteit aan te tasten, in combinatie met een vitaal platteland en sterke kleine kernen. Het buitengebied is in principe niet de plek om (grote hoeveelheden) nieuwe woningen toe te voegen. Enkel indien er sprake is van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering als gevolg van functieverandering van voormalige (agrarische) bedrijfsgebouwen of landgoedontwikkeling overeenkomstig de Natuurschoonwet bestaan er mogelijkheden voor woningbouw in het buitengebied. Die woningbouw moet dan wel aansluiten bij het landschap en de structuur van het buitengebied. Nieuwe woningen mogen de (agrarische) bedrijfsontwikkeling niet hinderen. Derhalve wordt terughoudend omgegaan met woningbouw in open grootschalige agrarische productiegebieden. In het kleinschalige rivierduinenlandschap en aansluitend aan de dorpsrandgebieden zijn meer mogelijkheden voor woningbouw of andere niet-agrarische functies zoals kleinschalige werkfuncties en recreatie.
Bovendien streeft de gemeente naar een structurele aanpak van het tekort aan huisvesting voor jongen, starters en ouderen op korte termijn. In de structuurvisie maakt het plangebied deel uit van een groter gebied dat is aangeduid als 'ontwikkelen landgoedwonen/burchtbebouwing en wonen in het groen'. Dit betreft transformaties van agrarische bouwblokken naar woonlocaties dan wel het op basis van de Natuurschoonwet creëren van landgoederen. Navolgende afbeelding toont de verbeelding van de structuurvisie:
18
bestemmingsplan "Oosterweg 279 Wijchen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Oosterweg 279 Wijchen
Verbeelding structuurvisie gemeente Wijchen, met globale aanduiding plangebied (rod cirkel) De gemeente kiest voor een concentratie van de bouwopgave voor de kern Wijchen, met als uitbreidingslocaties: de nog te starten locatie Wijchen-West en de al in ontwikkeling zijnde wijk Huurlingsedam. Planspecifiek Het plangebied ligt in de directe nabijheid van fase 3 van de nieuwe woonwijk Huurlingsedam en valt binnen de aanduiding 'ontwikkelen landgoedwonen/ burchtbebouwing en wonen in het groen'. De beoogde toevoeging van vier wonen met ruime landschappelijke inpassing is in die zin aansluitend op de gewenste concentratie van woningbouw ter plaatse. Dit initiatief zorgt dan ook voor een kwaliteitsverbetering van het gebied. De bedrijfsbestemming wordt deels opgeheven, gecombineerd met een sterke reductie van de bebouwingsmogelijkheden. Daarbij wordt de landschappelijke structuur hersteld en gerealiseerd, waarmee het aanzien van het entreegebied tot het dorp wordt verfraaid. Navolgende afbeelding geeft een concept van de beoogde situatie weer:
bestemmingsplan "Oosterweg 279 Wijchen" (vastgesteld)
19
bestemmingsplan Oosterweg 279 Wijchen
Concept beoogde ontwikkeling 'wonen in het groen' Tevens zullen de woningen levensloopbestendig worden gerealiseerd, wat aansluit op het streven om het tekort aan huisvesting voor ouderen op korte termijn aan te pakken.
3.3.2
Woonvisie Wijchen 2025
De gemeente Wijchen heeft in haar woningbouwprogrammering ruimte gereserveerd voor kleinschalige initiatieven. Om de woningvoorraad duurzaam en gevarieerd te houden wil de gemeente flexibel om kunnen gaan met nieuwe initiatieven. In de beoordeling van nieuwe aanvragen voor woningen zal de gemeente onder meer beoordelen of het initiatief meerwaarde heeft voor de leefbaarheid. Belangrijke relevante aandachtspunten daarbij zijn o.a.: De (lokale) behoefte is leidend. Plannen moeten kwantitatief en kwalitatief aansluiten bij de behoefte. Nieuwbouw moet bijdragen aan de identiteit van een wijk of dorp. Daarbij gaat het zowel om de ruimtelijke als de sociale kwaliteit. Vervanging en verbetering van bestaande bebouwing, gaat vóór uitbreiding. Waar mogelijk tenminste energieneutraal en gasloos en zo duurzaam mogelijk. Een passende kwaliteit van wonen bieden, o.a. aan mensen met een zorgvraag. De gemeente Wijchen heeft de ambitie uitgesproken om de 'mismatch' tussen vraag en aanbod weg te nemen. In de woonvisie 'Thuis in Wijchen' wordt de wens uitgesproken om alle woningen zo goed mogelijk aan te laten sluiten bij de kwalitatieve eisen en wensen van bewoners. Het gaat daarbij niet alleen om de huidige bewoners van een woning, maar zeker ook de toekomstige bewoners.
De gemeente Wijchen streeft naar een duurzame en meer flexibele woningvoorraad, zodat geanticipeerd kan worden op huidige en toekomstige behoeften en woonwensen. Mensen met een zorgvraag blijven langer thuis wonen. Dit leidt tot een toenemende behoefte aan een meer divers woningaanbod, met woonvormen die nu niet of onvoldoende beschikbaar zijn in Wijchen. Woonvormen waar bijvoorbeeld verschillende generaties onder één dak wonen of waar men dicht bij (zorg)voorzieningen woont. Woningen waarbij de eindgebruiker een centrale rol bij de ontwikkeling
20
bestemmingsplan "Oosterweg 279 Wijchen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Oosterweg 279 Wijchen
van de woning speelt en daarom een huis naar eigen wensen kan indelen. Planspecifiek De beoogde ontwikkeling met vier nieuwe duurzame, levensloopbestendige woningen sluit aan bij het uitgangspunt dat zoveel mogelijk binnen bestaand stedelijk gebied gebouwd wordt. Het plangebied ligt op dit moment weliswaar nog net buiten de kern van Wijchen, maar binnen enkele jaren sluiten fase 3 en 4 van de nieuwbouwwijk Huurlingsedam vrijwel aan op het plangebied. Daarmee wordt de Oosterweg feitelijk in zijn geheel opgenomen binnen het stedelijk gebied. Los hiervan passen alle woningen binnen de ritmiek van de al bestaande structuur met grotere vrijstaande woningen in de vorm van lintbebouwing langs de Graafseweg en de Oosterweg. Bovendien zorgt dit initiatief voor een kwaliteitsverbetering van de bestaande bebouwing, omdat de oude kippenschuur wordt gesloopt en er een kwalitatieve impuls plaatsvindt ter hoogte van de oostelijke entree van de kern Wijchen inclusief robuuste landschappelijke inpassing. Daarnaast worden de beoogde woningen, aansluitend op de gemeentelijke duurzaamheidsambities, als Nul-op-de-meter (NOM) woningen gerealiseerd met groendaken en natuurinclusieve voorzieningen. Verder is de initiatiefnemer al jaren woonachtig in de kern Wijchen en gaan zijn kinderen op twee van de vier percelen wonen. Daarmee wordt voorzien in een lokale behoefte.
In paragraaf 4.12 van deze toelichting is beschreven welke duurzaamheidsmaatregelen in het voorliggende plangebied worden toegepast. Kortheidshalve wordt hiernaar verwezen.
3.3.3
Conclusie
In het plangebied zijn geen gemeentelijke belangen in het geding.
3.4
Conclusie
De beoogde ontwikkeling is passend binnen het beleid van de verschillende overheden.
bestemmingsplan "Oosterweg 279 Wijchen" (vastgesteld)
21
bestemmingsplan Oosterweg 279 Wijchen
Hoofdstuk 4
Milieu- en omgevingsaspecten
4.1
Verkeer en parkeren
4.1.1
Verkeer
Om inzicht te bieden in de mate van verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling die met dit bestemmingsplan wordt gefaciliteerd, is de verkeersaantrekkende werking bepaald. Daarvoor is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. Voor het berekenen van de voertuiggeneratie wordt uitgegaan van een gemiddelde weekdag. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de bouw van vier vrijstaande woningen. Op basis van de CROW-publicatie geldt voor een vrijstaande woning een maximale verkeersgeneratie van 8,6 motorvoertuigbewegingen, op een gemiddelde weekdag, uitgaande van een ligging in 'matig stedelijk' gebied, in het 'buitengebied'. Gelet op het voorgaande leidt de beoogde ontwikkeling tot 4 x 8,6 = 34,4 motorvoertuigbewegingen op een gemiddelde weekdag. Het plangebied wordt ontsloten via de Oosterweg en de Graafseweg. De bestaande inrit naar de huidige bedrijfswoning blijft gehandhaafd. De vier nieuwe woningen krijgen per twee een gezamenlijke nieuwe inrit direct op de parallelweg van de Graafseweg. Aangezien het a) om een relatief beperkte toename van het aantal voertuigbewegingen gaat en b) de Graafseweg als N-weg voldoende capaciteit heeft om deze toename op te vangen, leidt de beoogde ontwikkeling niet tot een onacceptabele verkeerstoename. Het aspect 'verkeer' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
4.1.2
Parkeren
Ter waarborging van voldoende parkeervoorzieningen hanteert de gemeente Wijchen de maximale parkeernormen uit CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. Dit is bepaald in het 'Parkeerbeleidsplan gemeente Wijchen', dat op 3 maart 2020 in werking is getreden. In artikel Parkeren van de regels van onderhavig bestemmingsplan is een regeling ten aanzien van parkeren opgenomen. Daarin is bepaald dat bij het bouwen en het wijzigen van het bestaande gebruik moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid, waarbij de parkeernormen in CROW-publicatie 381 als uitgangspunt dienen. Voor vrijstaande woningen, in 'niet stedelijk' gebied, in het 'buitengebied', geldt een maximale parkeernorm van 2,8 parkeerplaatsen per woning. Parkeren moet geheel op eigen terrein worden opgelost. Dat betekent dat per kavel voorzien moet worden in tenminste drie parkeerplaatsen. Gelet op de ruime kavelmaat is er voldoende ruimte om de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein aan te leggen. Het aspect 'parkeren' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
22
bestemmingsplan "Oosterweg 279 Wijchen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Oosterweg 279 Wijchen
4.2
Bodem
4.2.1
Regelgeving
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen moet worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat, indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig moet worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening moet voor elke individuele bouwlocatie aangetoond worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een omgevingsvergunning kan worden verleend. Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel.
Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/herzien van een bestemmingsplan alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen). Bij nieuwe ontwikkelingen moet bekeken worden of de bodemkwaliteit een belemmering op kan leveren voor de realisering hiervan. Bijna altijd is het mogelijk om bodem geschikt te maken voor het gewenste gebruik. Het is echter mogelijk dat een plan financieel onuitvoerbaar wordt, bijvoorbeeld omdat de kosten van de sanering te hoog zijn. Bij een wijziging van de bestemming of van de functie wordt een bodemonderzoek alleen noodzakelijk geacht, indien deze wijziging tevens een meer gevoelige vorm van bodemgebruik inhoudt.
4.2.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Vanwege de wijziging van de bestemming 'bedrijf' naar de milieugevoeligere functie 'wonen' is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd in het plangebied. Het onderzoek is als bijlage 1 bij de toelichting gevoegd. Resultaten Vaste bodem Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn afwisselend zand- en kleilagen aanwezig. Met name op het oostelijke en noordoostelijke terreindeel zijn boringen gestaakt op een diepte van circa 1,0 à 2,0 m -mv i.v.m. puin, baksteen of beton. In de zand- en kleilagen tot circa 2 m -mv zijn overwegend (zeer) lichte tot matige bijmengingen van puin-, baksteen- en koolresten aangetroffen. Plaatselijk zijn tevens plastic-, glas- en houtresten aanwezig. Plaatselijk zijn de bodemvreemde stoffen dieper aangetroffen, tot circa 2,5 à 3,2 m -mv. Ter hoogte van de voormalige kippenschuur lijkt de oorspronkelijke bodem aanwezig te zijn. Hier is vanaf circa 0,5 m -mv ongeroerd zand aanwezig. Eén van de boringen is in de voormalige kippenschuur uitgevoerd (boring 29). In de bovengrond hiervan is een sterke verontreiniging met koper aangetoond. In de bodemlaag hieronder is geen verontreiniging met koper aangetoond. Verder blijkt de boven- en ondergrond van de gehele onderzoekslocatie overwegend licht verontreinigd met diverse zware metalen, PCB, PAK en minerale olie. Asbest in grond
bestemmingsplan "Oosterweg 279 Wijchen" (vastgesteld)
23
bestemmingsplan Oosterweg 279 Wijchen
Druppelzone (voormalige) kippenschuur In de toplaag van de 2 druppelzones zijn totaal gewogen asbestgehalte van 120 en 644 mg/kg d.s. gemeten. De verontreinigde druppelzones bevinden zich aan weerszijden van de voormalige kippenschuur. Omdat de interventiewaarde voor asbest wordt overschreden (100 mg/kg d.s.), kan op basis van dit verkennend bodemonderzoek reeds worden geconcludeerd dat in het kader van de Wet bodembescherming sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Dit betekent dat er sprake is van een noodzaak tot het uitvoeren van een bodemsanering. Overig terrein In één mengmonster van de opgeboorde ondergrond van het westelijke deel van het weiland is een gewogen asbestgehalte van 59,8 mg/kg d.s. gemeten. Dit gehalte dient als indicatief te worden beschouwd. Tot dusver is niet bekend welke boring of boringen verantwoordelijk zijn voor dit verhoogde asbestgehalte. Het indicatief (gewogen) gehalte asbest is groter dan de helft van de interventiewaarde (> 50 mg/kg d.s. (gewogen)). Dit geeft aanleiding tot het instellen van een nader bodemonderzoek ter bepaling van het gehalte asbest. Indien uit het nader onderzoek blijkt dat het gewogen gehalte aan asbest de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.) overschrijdt, is sanering noodzakelijk. Grondwater Het grondwater op het oostelijke terreindeel blijkt licht verontreinigd met arseen.
Het grondwater op het westelijke terreindeel blijkt licht verontreinigd met barium. Indicatief onderzoek puinlaag rondom de voormalige kippenschuur In het mengmonster van de puinlaag is een totaal gewogen asbestgehalte van 64 mg/kg d.s. gemeten. Het gehalte ligt nog beneden de hergebruiksnorm van 100 mg/kg d.s. Op basis van het uitgevoerde onderzoek blijkt dat de puinlaag wat betreft de chemische parameters voldoet aan de eisen voor een niet-vormgegeven bouwstof en in aanmerking komt voor hergebruik. Conclusies In de bovengrond in de voormalige kippenschuur (boring 29) wordt de interventiewaarde voor koper overschreden, waardoor niet met voldoende zekerheid gesteld kan worden dat op de locatie geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Dit vormt een aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek naar de mate, ernst en omvang van de verontreiniging. Ter plaatse van de druppelzones aan weerszijden van de voormalige kippenschuur is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest. Verder blijkt in de ondergrond (vanaf circa 0,5 m -mv) van het westelijke deel van de onderzoekslocatie een asbestgehalte boven de helft van de interventiewaarde, wat aanleiding geeft tot het instellen van een nader bodemonderzoek asbest.
Zolang er echter geen grondwerkzaamheden dieper dan 0,5 m -mv plaatsvinden op dit deel van de locatie, is de uitvoering van een nader bodemonderzoek niet urgent. Behalve de bovengenoemde verontreinigingen zijn er verder geen verontreinigingen aangetoond die aanleiding geven tot nader bodemonderzoek. Het aspect 'bodem' vormt, mits de verontreinigingen gesaneerd worden, geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.3
Geluid
4.3.1
Regelgeving
Wegverkeer Op basis van artikel 76 van de Wet geluidhinder (hierna: Wgh) moeten bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijzigingsplan of uitwerkingsplan als bedoeld in artikel 3.6 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de waarden als bedoeld in artikel 82 t/m 85 van de Wgh in acht worden genomen, indien dat plan gelegen is in een zone rondom een weg als bedoeld in artikel 74 lid 1 Wgh en (het betreffende onderdeel van) dat plan mogelijkheden biedt voor: de realisatie van woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en van geluidsgevoelige terreinen (functies zoals genoemd in artikel 1 Wgh en art 1.2 Bgh - het Besluit geluidhinder zoals gewijzigd op 4 april 2012); de aanleg van een nieuwe weg en/ of een reconstructie van een bestaande weg;
24
bestemmingsplan "Oosterweg 279 Wijchen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Oosterweg 279 Wijchen
functiewijzigingen van een niet-geluidsgevoelige functie in een geluidsgevoelige functie (bijvoorbeeld via afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid). De onderzoekszone voor wegen zoals bedoeld in artikel 74 lid 1 Wgh is afhankelijk van de hoeveelheid rijbanen. Artikel 74 lid 2 Wgh regelt dat, indien de bovengenoemde ontwikkelingen zijn gelegen binnen een als 'woonerf' aangeduid gebied of in een zone nabij wegen waarvoor een maximum snelheidsregime van 30 km/u geldt, de betreffende waarden niet in acht hoeven te worden genomen. Uit een akoestisch onderzoek moet blijken of, indien sprake is van een van de bovengenoemde ontwikkelingen binnen een zone als bedoeld in artikel 74 lid 1 Wgh, deze binnen de waarden valt zoals deze voor diverse typen ontwikkelingen is vastgelegd in de Wgh. De grenswaarde voor de toelaatbare etmaalwaarde van de equivalente geluidbelasting van wegen binnen zones langs wegen is voor woningen 48 dB. In bijzondere gevallen is een hogere waarde mogelijk. Burgemeester en Wethouders zijn binnen de grenzen van de gemeente en onder voorwaarden bevoegd tot het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting. Railverkeer Langs landelijke spoorwegen liggen referentiepunten, waarvoor is vastgelegd hoeveel geluid de spoorlijn mag produceren, zogenaamde geluidsproductieplafonds (GPP’s).
De hoogte van de geluidsproductieplafonds is vastgelegd in het geluidsregister. De grootte van de zone van een spoorweg is afhankelijk van het geluidsproductieplafond en is vastgelegd in artikel 1.4a uit het Besluit geluidhinder (Bgh). De zone van een spoorweg ligt aan beide zijden van de spoorweg en wordt gemeten van de buitenste spoorstaaf. De wettelijke zone van een spoorweg is afhankelijk van de toegestane geluidsbelasting op het referentiepunt uit het geluidregister.
4.3.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Vanwege de ligging van het plangebied binnen de geluidzone van verschillende wegen met een snelheidsregime van 50 km/u of meer, is er een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage 2 bij de toelichting gevoegd. Conclusies onderzoek Bij de projectie van een nieuwe geluidgevoelige bestemming binnen de zone van een weg met een snelheidsregime van 50 km/u of meer is een onderzoek verkeerslawaai noodzakelijk. De vier nieuwe vrijstaande woningen (=geluidgevoelige bestemmingen) zijn gelegen in de geluidszones van de N324, de Oosterweg, de Boskant en de Graafseweg (ventweg). In de nabijheid van het plan zijn geen relevante 30 km/u wegen gelegen. Tevens zal de bestaande bedrijfswoning aan de Oosterweg 277 worden omgezet naar een burgerwoning. Er zullen verder geen aanpassingen (verbouwing/sloop/bouw) plaatsvinden aan deze woning. Aangezien de bedrijfswoning reeds een geluidgevoelige bestemming is en het toetsingskader niet veranderd met de planologische omzetting, is deze woning in onderhavig onderzoek niet meegenomen. In het onderzoek is de geluidbelasting op de geluidgevoelige bestemming inzichtelijk gemaakt en beoordeeld op basis van het toetsingskader. Voor het plangebied is reeds een tekening opgesteld met de projectie van de woningen.
Voor elke zijde van de woningen zijn toetspunten ten behoeve van maximaal 3 bouwlagen gemodelleerd. Tevens word er ook getoetst aan de buitenruimte van de woningen. De berekeningen zijn verricht aan de hand van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 en met behulp van het programma Geomilieu, versie 2022.21. Ten gevolge van de N324 en Oosterweg treedt een overschrijding op van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB. De maximaal te ontheffen waarde van 63 dB wordt niet overschreden. Het treffen van bron- en overdrachtsmaatregelen is niet doelmatig. Vanwege de N324 en Oosterweg is een hogere waarde voor alle vier de nieuwbouwwoningen aangevraagd en afgegeven. Voor de bestaande woning aan de Oosterweg 277 mag aangesloten worden bij het van rechtens verkregen niveau. Voor de nieuw te bouwen woningen moet het akoestisch klimaat in de woning (het zogenaamde binnenniveau) worden gegarandeerd. Voor de omgevingsvergunning ten behoeve van de bouw van de woningen is een nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels noodzakelijk. Het aspect 'geluid' vormt na het verlenen van hogere waarden geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Het vastgestelde besluit Hogere Waarden is als bijlage 3 bij de toelichting gevoegd.
bestemmingsplan "Oosterweg 279 Wijchen" (vastgesteld)
25
bestemmingsplan Oosterweg 279 Wijchen
Voor het aspect industrielawaai wordt verwezen naar paragraaf 4.4 Milieuzonering.
4.4
Milieuzonering
4.4.1
Regelgeving
Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van inrichtingen en/of bedrijven worden gerealiseerd, zal een milieukundig onderzoek uit moeten wijzen in hoeverre er sprake is van mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezige inrichtingen en of bedrijven. Maar ook andersom moet aandacht worden besteed aan de rechten van de aanwezige inrichtingen en/of bedrijven. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering in de directe omgeving zullen beperken. Voor het vaststellen van de genoemde minimale richtafstanden tussen inrichtingen en milieugevoelige functies worden in de regel de lijsten zoals deze zijn opgenomen in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gebruikt. Daarbij wordt o.a. gekeken naar de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar en zo nodig naar het risico op bodem- of luchtverontreiniging. Bedrijven zijn in de VNG-handreiking ingedeeld in categorieën met bijbehorende gewenste richtafstanden tot milieugevoelige functies. De categorieën geven de zwaarte van bedrijvigheid en mogelijke milieuhinder weer. De richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied.
Tabel: richtafstanden VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' Voorgaande tabel geeft een overzicht van de richtafstanden voor verschillende bedrijfscategorieën ten opzichte van een woonwijk en gemengd gebied. Indien de richtafstand niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk. Indien er sprake is van een kortere afstand dan de richtafstand, is aanvullend onderzoek noodzakelijk.
4.4.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Vanwege de bedrijvigheid in de omgeving en omdat niet het hele bedrijfsperceel komt te vervallen is er een quickscan milieuzonering uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage 4 bij de toelichting gevoegd. Resultaten quickscan milieuzonering Omdat centraal in het plangebied en ten zuiden van het plangebied twee bedrijfsbestemmingen (hovenier en tegelhandelaar) zijn gevestigd en er daarnaast ten oosten van het plangebied een provinciale weg (N324) is gelegen, wordt het plangebied getypeerd als ‘gemengd gebied’. Uit de quickscan wordt geconcludeerd dat de activiteiten toebehorend aan bestemmingen in de omgeving van het plan, uitgezonderd het hoveniersbedrijf in het plangebied zelf (waarvoor een specifiek akoestisch onderzoek industrielawaai is uitgevoerd), geen belemmeringen opleveren voor de beoogde woningbouwontwikkeling en bestemmingsplanherziening. Resultaten akoestisch onderzoek hoveniersbedrijf Een hoveniersbedrijf met milieucategorie 3.1 kent conform de publicatie voor geluid een richtafstand van 30 m in een gemengd gebied. Omdat de vier nieuwe vrijstaande woningen en de voormalige bedrijfswoning binnen deze richtafstand zijn gelegen is er een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage 5 bij de toelichting gevoegd.
26
bestemmingsplan "Oosterweg 279 Wijchen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Oosterweg 279 Wijchen
Uit de toetsing van de rekenresultaten blijkt dat het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en de indirecte hinder voldoen aan de richtwaarden uit stap 2 van de publicatie. Het hoogst berekende maximale geluidsniveau bedraagt 75 dB(A). Ter plaatse van drie woningen wordt niet voldaan aan de richtwaarde uit stap 2 en 3 van de VNG-publicatie en de grenswaarde uit het Activiteitenbesluit. De maximale geluidniveaus worden veroorzaakt door dichtslaande autoportieren, het rijden van vrachtwagens op het terrein, klepperende lepels van de heftruck en het gebruiken en het wisselen van containers. Bij toetsing aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit worden de laad- en losactiviteiten in de periode tussen 7.00 en 19.00 uur buiten beschouwing gelaten en zijn er geen overschrijdingen meer. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een afweging nodig voor een goed woon- en leefklimaat. In figuur 4.1 van het onderzoek (zie navolgende afbeelding) zijn de gevels met een overschrijding met rood aangegeven. In hoofdstuk 5 van het onderzoek zijn daarom maatregelen overwogen om een goed woon- en leefklimaat te garanderen.
Het treffen van bronmaatregelen is niet wenselijk, omdat het hoveniersbedrijf dan beperkt zou worden in haar bedrijfsactiviteiten. Vergaande overdrachtsmaatregelen zoals benoemd in paragraaf 5.2 van het onderzoek zijn niet realistisch omdat ze stedenbouwkundig niet wenselijk zijn. Aangezien het treffen van bron- en overdrachtsmaatregelen niet mogelijk of aanvaardbaar is, resteert het treffen van gevelmaatregelen ter plaatse van de bestaande woning aan de Oosterweg 277 en de nieuwe woningen aan de Graafseweg om een goed woon- en leefklimaat te bewerkstelligen. Het woon- en leefklimaat in de nieuw te bouwen woningen aan de Graafseweg als gevolg van de maximale geluidniveaus wordt, bij aansluiting op de grenswaarden voor aanpandige gevoelige gebouwen van 55 dB(A) etmaalwaarde, bij een geluidwering van de gevels van minimaal 20 dB (volgens het Bouwbesluit 2012) gegarandeerd. Ook voor de bestaande woning aan de Oosterweg 277 is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Ingevolge de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening mag ervan worden uitgegaan dat bij een goed onderhouden woning de geluidwering tenminste 20 dB bedraagt. Omdat de bedrijfsactiviteiten alleen in de dagperiode plaatsvinden, is van slaapverstoring in de avond- of nachtperiode geen sprake.
Daarom wordt geoordeeld dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat het hoveniersbedrijf door de realisatie van het plan niet beperkt wordt in de mogelijkheden.
bestemmingsplan "Oosterweg 279 Wijchen" (vastgesteld)
27
bestemmingsplan Oosterweg 279 Wijchen
Het aspect 'milieuzonering' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.5
Luchtkwaliteit
4.5.1
Regelgeving
In het kader van een planologische procedure moet worden aangetoond dat voldaan wordt aan de wettelijke normen voor wat betreft luchtkwaliteit. Hierbij moet het effect op de luchtkwaliteit in de omgeving als gevolg van een nieuwe ontwikkeling, als ook de toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' in beeld worden gebracht. De Wet luchtkwaliteit van 15 november 2007 - inmiddels opgenomen in hoofdstuk 5, onder titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna: Wm) - gaat in op luchtkwaliteitseisen. In Bijlage 2 van de Wm zijn wettelijke grenswaarden vastgelegd van onder andere de stoffen stikstofdioxide (NO 2), fijn stof (PM10), benzeen (C6H6), zwaveldioxide (SO2), lood (Pb) en koolmonoxide (CO). Projecten moeten worden beoordeeld op basis van de voormalige Wet luchtkwaliteit c.q. artikel 5.16 van de Wet milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor vergunningverlening als: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat op 1 augustus 2009 in werking is getreden.
In artikel 2 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is opgenomen dat een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de zogenaamde '3% grens' niet wordt overschreden. Na vaststelling van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) op 1 augustus 2009 is deze grens gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. In artikel 4 van het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is voor bepaalde categorieën projecten met getalsmatige grenzen vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. 4.5.2
Doorvertaling bestemmingsplan
In de regeling NIBM is aangegeven dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Voorliggend initiatief maakt planologisch de realisatie van maximaal vier woningen mogelijk (de 5e burgerwoning betreft de voormalige bedrijfswoning) en valt dus binnen de NIBM-regeling. Daarom is onderzoek op grond van de Wet luchtkwaliteit niet noodzakelijk. Goede ruimtelijke ordening (NSL-monitoringstool) In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 bepaald ter hoogte van het plangebied. Met de NSL-monitoringstool en de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten (GCN en GDN) zijn de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 langs de Graafseweg bepaald. Daaruit blijkt dat de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 respectievelijk circa 13,0 µg/m3, 16,5 µg/m3 en 9,5 µg/m3 bedragen in 2020. Daarmee worden de jaargemiddelde grenswaarden van 40 µg/m3 (voor NO2 en PM10) en 25 µg/m3 (voor PM2,5) niet overschreden. Daarnaast is de trend dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten.
Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
28
bestemmingsplan "Oosterweg 279 Wijchen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Oosterweg 279 Wijchen
4.6
Geur
4.6.1
Regelgeving
Wet geurhinder en veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) bevat het beoordelingskader voor geurhinder van veehouderijen die vergunningsplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer (Wm). Het beoordelingskader is als volgt: voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld (in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv)) geldt een maximale geurbelasting) op een geurgevoelig object; voor andere diercategorieën geldt een minimale afstand van de dierenverblijven ten opzichte van geurgevoelige objecten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen concentratiegebieden (conform Reconstructiewet) en niet-concentratiegebieden en tussen situaties binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom. De wet beschrijft in artikel 3 de maximale norm voor geurbelasting van een veehouderij ten opzichte van een gevoelig object in vier situaties, zie onderstaande tabel.
Binnen bebouwde kom
Buiten bebouwde kom
Concentratiegebied
Niet-concentratiegebied
diercategorieën Rgv
maximaal 3 ouE/m³
maximaal 2 ouE/m³
andere diercategorieën
minimaal 100 m t.o.v. geurgevoelig object
minimaal 100 m t.o.v. geurgevoelig object
diercategorieën Rgv
maximaal 14 ouE/m³
maximaal 8 ouE/m³
andere diercategorieën
minimaal 50 m t.o.v. geurgevoelig object
minimaal 50 m t.o.v. geurgevoelig object
Geurnormen Wgv De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid om afwijkende geurnormen vast te stellen voor (delen van) het grondgebied. Op deze wijze kan de gemeente een geurhinderbeleid vaststellen dat is afgestemd op de plaatselijke situatie. De gemeente Wijchen heeft geen gemeentelijke geurverordening vastgesteld. De normen voor de geurbelasting op basis van de Wet geurhinder en veehouderij zijn daarom van toepassing. Regeling geurhinder en veehouderij In de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) is de wijze vastgelegd waarop: de geurbelasting wordt bepaald; de afstand tussen veehouderij en geurgevoelig object) wordt gemeten. Activiteitenbesluit Per 1 januari 2013 zijn agrarische activiteiten onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit gebracht. In het Activiteitenbesluit zijn voor alle agrarische activiteiten, waaronder akkerbouwbedrijven en veehouderijen, eisen opgenomen. Voor de veehouderijen is aangesloten bij de systematiek uit de Wgv, dat wil zeggen dat in bepaalde gevallen een maximaal toegestane geurbelastingen geldt (diercategorieën waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld, bijvoorbeeld varkens en pluimvee) en in andere gevallen vaste afstandseisen gelden (diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, waaronder melkrundvee).